CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb3931 Bijlage behorende bij 21bb3932 over Sportnota 2021+ Rotterdam, Wereldse sportstad

Gemeenteraad 29 april 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 14. Het voorstel tot vaststelling van de ‘Sportnota 2021+ Rotterdam Wereldse Sportstad’.25.819 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Sportnota 2021+

30 maart 2021

Rotterdam, Wereldse Sportstad Waar alle Rotterdammers ‘lekker lopen te bewegen’

Inhoud Voorwoord

5

Samenvatting

6

1

Rotterdam, Wereldse Sportstad

8

1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6

8 8 8 11 12 12

2

3

4

Foto: © Stephan Tellier

2

Inleiding De situatie in 2020 In 2026 ... Rotterdam een wereldse, actieve stad in 2026 Totstandkoming Leeswijzer

Achtergrond en kennis

13

2.1 2.2 2.3

13 13 16 16 17

Inleiding Modellen en begrippen Relevante beleidsprogramma’s en ontwikkelingen 2.3.1 Relevante programma’s 2.3.2 Relevante ontwikkelingen

Sportdeelname en toekomstbestendige sportaanbieders

20

3.1 3.2 3.3 3.4

20 20 23 24 24 28

Inleiding De situatie in 2020 De belangrijkste uitdagingen tot 2026 Doelen en inzet 3.4.1 De doorlopende sport- en beweeglijn en vraag stimuleren 3.4.2 Passende en kwalitatief goede sport- en beweegmogelijkheden

Inspirerende topsport

34

4.1 4.2 4.3 4.4

34 34 35 36 36 37 38

Inleiding De situatie in 2020 De belangrijkste uitdagingen tot 2026 Doelen en inzet 4.4.1 Wereldse topsportstad 4.4.2 Stad van topsporters 4.4.3 Topsport voor de stad

5

6

7

Sportvoorzieningen van de toekomst

42

5.1 5.2 5.3 5.4

42 42 43 43 43 45

Inleiding De situatie in 2020 De belangrijkste uitdagingen tot 2026 Doelen en inzet 5.4.1 Waarborgen van ruimte om te sporten en bewegen 5.4.2 Toekomstbestendige sportvoorzieningen

De impact van sport

50

6.1 6.2 6.3 6.4

50 51 53 54 54 54 55

Inleiding De situatie in 2020 De belangrijkste uitdagingen tot 2026 Doelen en inzet 6.4.1 De impact van sport en bewegen uitdragen 6.4.2 Integrale inzet om meer Rotterdammers in beweging te brengen 6.4.3 (Bedrijfs)economische impact en innovatie door sport

Onderzoek

56

7.1 7.2

56 56

De belangrijkste instrumenten om onze voortgang te meten Doelen van de sportnota monitoren, acties meten en bijstellen

8

Communicatie

58

9

Financiering en uitvoering

59

9.1 9.2 9.3 9.4 9.5

59 60 60 60 61

10

Meerjarenbegroting Subsidies Partners in de uitvoering Organisatie van de uitvoering Samenwerking

Bijlagen

62

3

4

Voorwoord Beleid maak je niet voor niets. Je maakt beleid met een praktisch doel voor ogen: we willen samen ergens heen. Dus waar wil deze Sportnota 2021+ naartoe? Naar een stad vol beweging!

In 2026 kunnen alle Rotterdammers sporten in onze ‘sportcirkel’ in de stad: niemand hoeft de stad uit om een leuke sport te beoefenen. Onze buitenruimte nodigt ook uit om te bewegen: aan openbare fitnessapparaten langs het water, of wandelend door onze groene parken. Ook kan iedere Rotterdammer op elk niveau sporten: zowel in de ‘breedtesport’ als in de ‘topsport’. We zetten topsport en topsportevenementen in om sporten en bewegen te stimuleren. Daarom kiezen we bijvoorbeeld voor het huisvesten van onderdelen van TeamNL van NOC*NSF. Zoals deze stad altijd al sterker is geworden door strijd, hebben we ook geleerd van onze strijd tegen corona. De coronacrisis heeft benadrukt hoe belangrijk preventie en bewegen zijn. Daarom willen we volwassenen en jongeren, juist ook na de basisschoolleeftijd, aan het sporten houden. Ook kwetsbare groepen benaderen we actief met aanbod. Hierbij kiezen we voor een wijkgerichte aanpak. Zo komen we samen letterlijk sterker uit deze crisis: meer bewegen op school, breed aanbod op straat en sportactiviteiten voor iedereen. Kortom: we werken aan een stad die constant in beweging is. Of, in gewoon Rotterdams: ‘waar iedereen lekker loopt te bewegen’. Hoe gaan we dat doen? Dat leest u in deze nota!

Sven de Langen Wethouder Volksgezondheid, zorg, ouderen en sport

Foto: © Marc Nolte

5

Samenvatting Sportnota 2021+

Rotterdam, Were Rotterdam is een wereldse sportstad; waar inspirerende internationale topsport plaatsvindt, waar Rotterdammers van alle leeftijden op hun eigen manier met plezier sporten en bewegen. Zij kunnen dit doen bij aantrekkelijke sportaanbieders, gebruikmakend van moderne sport­ faciliteiten en in een stad die uitnodigt tot bewegen.

Thema’s van het sportbeleid Sportdeelname en sportaanbieders We willen dat structureel sporten en bewegen de norm wordt. Plezier, een brede motorische ontwikkeling en vraaggericht aanbod staan centraal, met extra aandacht voor groepen die nu minder affiniteit met sport en bewegen hebben. We ­ondersteunen sport­aanbieders om tot dat aanbod te komen. Ook willen we de waarde van sportverenigingen voor de stad behouden en versterken.

Inspirerende topsport Rotterdam gelooft in een stad die jonge sporttalenten de kans biedt om zich te ontplooien tot topsporters. Van de straat, naar de sportvereniging tot de top. Hoogwaardige topsportevenementen versterken de sportsector. Ze inspireren bewoners en bezoekers, en leiden tot internationale bekendheid, economische en maatschappelijke impact. We zijn trots op de Rotterdamse topsporters en geven hen een podium als ambassadeurs.

Sportvoorzieningen voor de ­toekomst We werken aan toekomstbestendige sportvoorzieningen waarvan multifunctioneel gebruik wordt gemaakt. Ook de pleinen, parken, fiets- en wandelpaden nodigen uit om te sporten en te bewegen. De sport- en beweegruimte wordt door meerdere gebruikers gedeeld.

Impact van sport en ­ ezonde leefstijl g De impact van sport op gezondheid, kansengelijkheid en sociale cohesie is groot. Rotterdam schept de voorwaarden om die impact nog beter tot zijn recht te laten komen en verbindt sport met andere maatschappelijke domeinen.

eldse Sportstad Speerpunten voor 2026 1.

Rotterdam gelooft dat door bewegen en sport te stimuleren, de stad een gezondere plek kan worden. Dat kan alleen door samen te werken vanuit het sociale, economische, fysieke en veiligheidsdomein, binnen en buiten de sport, binnen en buiten de gemeente, nog meer dan voorheen. Rotterdam sluit zich uiterlijk in 2026 aan bij een wereldwijd initiatief zoals de Global Active City Movement.

2.

Rotterdam stimuleert Rotterdammers van alle leeftijden om te sporten en te bewegen en focust extra op groepen waar de sportdeelname nu achterblijft. In 2026 sporten middelbare scholieren evenveel als basisschoolkinderen. En zijn kwetsbare volwassenen en ouderen meer gaan sporten en bewegen.

3.

Rotterdam stimuleert een breed vraaggericht aanbod aan sportactiviteiten waar iedereen ongeacht leeftijd, fysieke of mentale gezondheid, etnische achtergrond, seksuele geaardheid of sociale positie, met plezier en op een veilige plek kan sporten en bewegen.

4.

Rotterdam zet zich in op een breed motorische ­ontwikkeling van de jeugd en plezier in bewegen. We leggen hiermee de basis voor een leven lang bewegen.

5.

Rotterdam huisvest in 2026 als onderdeel van Topsport Metropool ten minste vier door NOC*NSF erkende nationale topsportprogramma’s in traditionele en/of nieuwe Olympische of Paralympische sporten. De topsportprogramma’s geven een impuls aan de sport over de hele breedte. Van talentontwikkeling tot het stimuleren van de sport onder de jeugd.

6.

Rotterdam heeft in 2026 een ruim aanbod van toekomst­ bestendige en duurzame sportfaciliteiten zowel voor binnensport, buitensport als in de openbare ruimte, die intensief gebruikt worden door verschillende sporters het hele jaar door.

7.

Rotterdam benut de kracht van sport en werkt samen om Rotterdammers in alle wijken plezier te geven in bewegen, elkaar te ontmoeten, hun gezondheid te verbeteren en zo volop mee te doen.

1 Rotterdam, Wereldse Sportstad 1.1

Inleiding

Deze sportnota, Rotterdam, Wereldse Sportstad, ­beschrijft de inzet van de gemeente Rotterdam tot 2026 om het algemene vergezicht van de Sportvisie 2030 te bereiken: ‘In 2030 is Rotterdam door bewegen en sport vitaler en aantrekkelijker. Rotterdammers hebben volop mogelijk­ heden om met plezier en elk op zijn of haar eigen manier te sporten en te bewegen.’

1.2

De situatie in 2020

In 2020 is Rotterdam een echte Sportstad. Al decennia investeert Rotterdam in sport. In goede sportvoorzieningen, trapveldjes in de openbare ruimte en aansprekende topsportvoorzieningen. Ook innoveert Rotterdam al jaren in sportprogrammering. We organiseerden side-events bij vernieuwende topsportevenementen, we ontwikkelden schoolsportverenigingen, stemden ons aanbod via Sportregie wijkgericht af op de lokale ­behoefte en benutten esports voor de vereniging van de toekomst. Rotterdam doet veel en doet dat met passie en, gezien de landelijke navolging van dit soort initiatieven, met succes. Toch blijft de sportdeelname van Rotterdammers achter bij het landelijke gemiddelde. We zien dat, net als elders, veel Rotterdammers stoppen met sporten bij de overgang van de ene naar de andere ­levensfase. Vooral bij pubers en ouderen valt dat op. Een deel van de Rotterdammers weten we onvoldoende te bereiken. Bij het ontwikkelen van deze nieuwe Sportnota 2021+ stelden we onszelf dan ook de vraag: waaraan ontbreekt het nog? Welke inzet kan ons helpen om tot 2026 concrete, andere stappen te zetten om dichter bij de doelen van de Sportvisie 2030 te komen? De urgentie om mensen te stimuleren structureel te sporten en bewegen is in 2020 namelijk groter dan ooit.

De wereldwijde uitbraak van het Corona virus maakt het belang van een gezonde leefstijl en voldoende sporten en bewegen feilloos duidelijk. Een goede sportinfrastructuur met een passend aanbod voor iedereen, dat aansluit bij de intrinsieke motivatie zodat het effect van het beleid optimaal is, wijzigt van nice to have naar need to have. Daarom gaat deze Sportnota niet alleen over

8

sport. Deze sportnota gaat ook over het streven naar gezondheid en welzijn, kansengelijkheid en gender­ gelijkheid, innovatie en duurzaamheid. Want de coronacrisis maakt het behalen van de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s) nog actueler. Hoe dichter we zijn bij het bereiken van deze doelen, des te beter kunnen we als maatschappij een crisis doorstaan en dragen we structureel bij aan een gezonde bevolking. Het sport en beweegbeleid draagt bij aan diverse SDG’s, waarbij “Goede gezondheid en Welzijn (SDG 3)” het meest voor de hand ligt, maar er is meer samenhang.

Sustainable Development Goals De Sustainable Development Goals (SDG’s) of ­Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen zijn zeventien ­doelen om van de wereld een betere plek te maken in 2030 De SDG’s zijn afgesroen door de landen die zijn aangesloten bij de Verenigde Naties, waaronder Nederland. De doelen kwamen er op basis van ­wereldwijde inbreng van organisaties en indicatoren. Rotterdam haakt aan op de SDG’s en versterkt ­daarmee haar inzet op de diverse doelen.

De concretere link tussen de SDG’s en de doelen en inzet wordt steeds benoemd door het gebruik van de SDG-iconen bij de relevante passages in deze sportnota. In bijlage 1 is een nadere toelichting van de SDG’s en de link met sport opgenomen.

1.3 In 2026 ... ... staat Rotterdam bekend als een Wereldse Sportstad waar alle Rotterdammers “lekker lopen te bewegen”. In 2026 is het iedereen duidelijk dat een gezonde ­leefstijl de samenleving minder vatbaar maakt voor een volgende pandemie. Door het creëren van een innovatief en compleet sportaanbod en een beweegvriendelijke inrichting van de stad, beweegt iedere Rotterdammer met veel plezier. Alle Rotterdammers in beweging is de norm. Iedereen sport en beweegt op zijn of haar eigen niveau, manier en moment, maar altijd met veel plezier.

Gezondheid en welzijn (SDG 3) -> sport en bewegen draagt bij aan vitale, fitte Rotterdammers. Van jeugd tot volwassenen wordt ingezet op het terugdringen van bewegingsarmoede en daarmee het terugdringen van overgewicht, obesitas en andere aandoeningen. Daarnaast heeft sport en bewegen een positieve invloed op het welbevinden en de geestelijke gezondheid van mensen

Vrouwen en mannen gelijk (SDG 5) -> met een veilig sportklimaat zetten we actief in op een sociaal en pedagogisch veilig klimaat om te sporten en bewegen voor iedereen ongeacht geslacht, geaardheid of herkomst. Ook stimuleren we een meer gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in diverse onderdelen van de sportinfrastructuur.

Duurzame en betaalbare energie (SDG 7) -> Voor alle sportvoorzieningen blijft verduurzaming een uitgangspunt. Dit betreft vooral het zo zuinig mogelijk omgaan met energie en waar mogelijk zelf energie opwekken, van fossiele naar duurzame energie.

Veilige en duurzame steden (SDG 11) -> de vele sportvoorzieningen, sportmogelijkheden en een beweegvriendelijke openbare ruimte dragen bij aan de leefbaarheid van Rotterdam

Partnerschap voor de doelen (SDG 17) -> zowel binnen de gemeente met diverse domeinen (zoals zorg, onderwijs, werkgelegenheid, armoede) als daarbuiten met partners in de uitvoering gaan we actief verbindingen aan om samen onze doelen na te streven

Of, zoals wij in goed Rotterdams zouden zeggen: ­“Iedereen loopt lekker te lopen te bewegen”. Met partners als het onderwijs, de gezondheidszorg, welzijn – en culturele instellingen, het bedrijfsleven en niet te ­vergeten de vele vrijwilligers in de sportwereld werken we integraal samen aan de vitale en gezonde stad van de toekomst. We bundelen de krachten om samen een aantal stugge maatschappelijke opgaves aan te pakken, met sport en bewegen als instrument. In 2026 is Rotterdam daardoor op heel veel vlakken een veel actievere stad dan in 2020, waarmee we het behalen van de duurzame ontwikkelingsdoelen een stap dichterbij brengen.

Dit houdt meer specifiek in dat in 2026 ... … het de norm is dat iedere Rotterdammer sport of ­beweegt. Rotterdammers zijn zich bewust van de ­noodzaak van voldoende beweging en hebben de juiste mogelijkheden met plezier te sporten en bewegen. Er is een compleet en passend sportaanbod beschikbaar. Van een passend lidmaatschap bij de sportvereniging, tot mogelijkheden om individueel en zonder verdere organisatie een sport te beoefenen; van hockey tot BMX op het skatepark. Van straatvoetbal in de wijk tot esports bij de vereniging en van peuterzwemmen tot seniorengym. We verbeteren het sportaanbod via inzichten uit

9

Foto: © Iris van den Broek

de wetenschap. We ondersteunen bovendien het ­verenigingsleven om het aanbod straks nog beter te laten aansluiten bij de vraag. In 2026 bereiken we ook Rotterdammers die nu nog geen plezier aan sport beleven en stimuleren we dat Rotterdammers blijven sporten en bewegen als een nieuwe levensfase aanbreekt, zoals de overgang naar het voortgezet onderwijs of het pensioen. Dit houdt ook in dat in 2026... … Rotterdam een mondiaal podium is voor wereldse sportevenementen zoals de Grand Départ du Tour de France, en klaar is voor de Youth Olympic Games. We lopen voorop met topsportevenementen waarin technologie en esports voor nieuwe vormen van beleving en interactie zorgen. Rotterdammers beleven veel plezier aan deze evenementen. We weten inmiddels dat sportspecifieke evenementen inclusief side events ook leiden tot een toename van sportparticipatie in die sport1 en we blijven deze daarom naar de stad halen. Het plezier verhogen we door mogelijk te maken dat Rotterdammers vaker ook zelf kunnen deelnemen. De evenementen ­worden zo een stip aan de horizon om naartoe te leven. Topsporters uit eigen stad of regio zijn extra inspirerend en dus staat steun voor topsporttalent niet ter discussie. We ondersteunen topsportverenigingen en zorgen voor moderne faciliteiten in toonaangevende accommodaties zoals het Topsportcentrum, Zwemcentrum Rotterdam en de Willem-Alexander Baan.

Topsport inspireert Rotterdammers op vele niveaus; innovatieve concepten en samenwerking dragen daaraan bij. Dit houdt bovendien in dat in 2026... … heel Rotterdam een uitdagend speelveld vormt van voldoende goede, duurzame en toegankelijke voor­ zieningen die verleiden tot bewegen. Alleen als de stad 1

voldoende, veilige en aansprekende ruimte biedt, kunnen we alle Rotterdammers verleiden meer te sporten en bewegen. We behouden minimaal de bestaande ­vierkante meters voor sport en verbeteren de mogelijkheden om daarvan meer divers gebruik te maken. ­Bovendien investeren we in de aantrekkelijkheid door vernieuwing, onder meer met het toevoegen van gaming-­elementen, en verduurzaming. Stadionpark geldt ­internationaal als voorbeeld voor een uniek, ­veelzijdig gebied waar Rotterdammers 365 dagen per jaar van sport en bewegen genieten. Tot slot wil dit zeggen dat in 2026... … sport zijn meerwaarde bewijst als middel voor andere beleidsterreinen, zoals onderwijs, gezondheidszorg en jeugd. Het belang van sport en bewegen voor de ­gezondheid is door corona heel zichtbaar geworden. De bewezen invloed en het plezier dat sport en bewegen biedt, inspireert ook andere domeinen om sporten en bewegen in te zetten voor het behalen van hun doelen, of die nou maatschappelijk of economisch zijn. De impact van sport en bewegen op talentontwikkeling, gezondheid, mobiliteit, economie en meedoen in de samenleving wordt breed erkend voor de toekomst van Rotterdam als een gezonde, vitale en weerbare stad. Diverse maatschappelijke en ruimtelijk opgaven weten we op te lossen door sport en bewegen als instrument te gebruiken.

Door bijvoorbeeld te stimuleren dat Rotterdammers vaker lopend en fietsend zich van A naar B verplaatsen, dragen we bij aan gezondere lucht door minder gebruik van de auto, meer ruimte voor groen en waterberging, minder hittestress en zo een beter welzijn van de bevolking.

Mölenberg, Famke J.M., Waart, F. de, Burdorf, A. & Lenthe, F.J. van, 2020. Hosting elite sport events to target recreational sport participation: an interrupted time series analysis. International Journal of Sport Policy and Politics, 531-543.

10

Internationale (h)erkenning van dit alles leidt ertoe dat Rotterdam in 2026 een wereldse, actieve stad genoemd kan worden. De eerder genoemde Duurzame Ontwikkelingsdoelen (SDG’s) en een concept als Global Active City liggen in elkaars verlengde. Ze hebben veel raakvlakken en door op beide ambities te hebben, versterken we onze inzet.

Global Active Cities Global Active Cities stellen het welzijn, de gezondheid en het geluk van hun bewoners voorop. Samen met partners werkt een Global Active City integraal aan opgaven zoals obesitas, het terugdringen van ziektes, sociale inclusie, stedelijke groei, duurzaam vervoer in de stad en mentale gezondheid. Global Active Cities hebben een sterk netwerk van betrokken partners en organisaties om samen aan de doelen te werken. Kennisdeling over bewezen effectieve interventies tussen steden onderling maakt dat de inzet tot resultaten leidt. Het Active City Model is ontwikkeld door internationale sportorganisatie The Association For International Sport for All (Tafisa) en wordt onder meer gesteund door het Internationaal Olympisch Comité (IOC).

1.4 Rotterdam een wereldse, actieve stad in 2026 In de komende zes jaar kunnen Rotterdammers van de ­gemeente verwachten dat we doorgaan met wat werkt. Hier en daar met accentverschillen op basis van behoefte­ onderzoek en wetenschappelijke inzichten, zodat onze inzet beter aansluit bij de (latente) vraag van alle ­Rotterdammers. Zodat het plezier dat zij aan sport ­beleven hun intrinsieke motivatie vormt om dat hun leven lang vol te houden. Wetenschappelijk is bewezen dat sport en bewegen bijdragen aan het doorbreken van taaie maatschappelijke en ruimtelijke opgaven. Denk aan chronische welvaartsziekten en de bijbehorende hoge kosten van gezondheidszorg, verkeersdrukte en daaruit volgende vervuilde lucht, verzuim, eenzaamheid en psychische klachten. Na vele goede gesprekken, bestudering van theorieën en initiatieven elders in de wereld én een blik op onze eigen realiteit, concluderen we dat de impact van sport en bewegen verder kan reiken en sterker kan worden. Dit doen we door het sociale, economische, fysieke en veilig­ heidsdomein, binnen en buiten de sport, binnen en buiten de gemeente, nog meer te verbinden. Het verschil gaan we maken door met Rotterdammers, ondernemers, verenigingen, stichtingen, kennisinstituten en bedrijfs­ leven samen te ­werken om tot belangrijke maatschap-

pelijke, ruimtelijke en economische veranderingen ­komen, met sport en bewegen als onderdeel van ons instrumentarium. Het concept van Global Active Cities is een wereldwijd ­concept waarin de integraliteit die wij nastreven, volledig is verwerkt. Het concept biedt Rotterdam handvatten om meer integraal te gaan werken en uiteindelijk alle Rotterdammers met plezier te laten sporten en bewegen. Met het behalen van een label zoals het door het IOC ondersteunde Global Active City label laten we zien dat we onze ambities om sport en bewegen te laten bijdragen aan diverse integrale opgaven zoals gezondheid, mobiliteit, zelfredzaamheid, productiviteit en persoonlijke ontwikkeling behaald hebben. We treden toe tot een groter, internationaal netwerk van steden waarin ­inzichten met elkaar worden gedeeld, waardoor we ook op lange termijn vooruitstrevend blijven. Met de toekenning van een label zoals Global Active Cities bewijzen we dat het ons gelukt is een beweging in gang te zetten naar een meer integrale aanpak met sport en bewegen als instrument om bij te dragen aan een gezonde, actieve stad. Doel • Uiterlijk in 2026 is Rotterdam toegetreden tot een internationaal erkend netwerk zoals Global Active Cities. Make it Happen.

• We versterken de samenwerking: - in het maatschappelijke domein, waar onze potentiële samenwerkingspartners dichter bij Rotterdammers met beweegachterstand staan dan de sportsector; - in het fysieke domein, waar onze potentiële partners er dagelijks aan werken om met de groei van het aantal Rotterdammers de stad zo leefbaar en beweegvriendelijk mogelijk te houden, onder meer door het stimuleren van actieve mobiliteit zoals lopen en fietsen; - in het economische domein met ondernemers, onderzoekers, maatschappelijke partners en Rotterdammers om bij onze stad passende, innovatieve ingrepen te vinden, die Rotterdammers intrinsiek motiveren om hun hele leven lang met plezier te sporten en bewegen. • We doorlopen het proces voor accreditatie van het label Global Active City en initiëren de daarbij behorende acties. • We werken de SDG’s waaraan de sportnota bijdraagt nader uit en benoemen daarbij enkele concrete doelen en acties.

11

1.5 Totstandkoming Deze (concept) sportnota bevat het sportbeleid van de gemeente Rotterdam voor de komende zes jaar. Een belangrijke bron van input zijn de drie grote uitvoe­ ringsorganisaties van de gemeente geweest: Sportbe­ drijf Rotterdam, Rotterdam Sportsupport en Rotterdam Topsport. Zij hebben intensief meewerkt. Wij hebben hun kennis, ervaring en achterliggend netwerk volop benut bij het opstellen van deze nota. Andere organisa­ ties van binnen en buiten de stad en kennisinstituten hebben we op een aantal momenten ook geraadpleegd, zoals tijdens een masterclass en (vanwege de coro­nauitbraak) enkele grotere onlinesessie. Een vierde belangrijke partner bij het opstellen deze sportnota is NOC*NSF. Deze koepelorganisatie van de georganiseerde sport en nationaal Olympisch comité is op meerdere momenten en op meerdere niveaus betrok­ ken. NOC*NSF juicht het door ons voorgenomen beleid toe en is bereid ons te ondersteunen waar dat past bij de rol en taak van NOC*NSF.

1.6 Leeswijzer In dit eerste hoofdstuk van deze sportnota hebben wij onze hoofdambitie voor de komende jaren beschreven: in 2026 is Rotterdam een Wereldse Sportstad, waar alle Rotterdammers lekker lopen te bewegen. De rest van deze sportnota beschrijft wat we de komende jaren doen om die ambitie te realiseren. De sportnota beschrijft de hoofdlijnen en uitgangspunten van onze inzet tot en met 2026. Het biedt een richtlijn voor de verdere uitwerking van diverse onderdelen in (uitvoerings-) programma’s en jaarplannen. Voor we in vier inhoudelijke hoofdstukken de richting voor de komende jaren toelichten, gaan we in hoofdstuk 2 in op enkele modellen en begrippen. Met die kennis in het achterhoofd is de inhoud van deze sportnota beter te duiden. In hoofdstuk 3 gaan we in op de Rotterdammers, voor wie we het allemaal doen en die we het gunnen om een leven lang met plezier te bewegen. Wat doen we voor al die Rotterdammers en hoe zorgen we voor passend sportaanbod in de stad? In hoofdstuk 4 gaat het over een kleiner deel van de Rotterdammers: de Rotterdamse topsporters en toptalenten. Wat kan de stad voor hen betekenen en wat kan topsport beteken voor de stad? Hoofdstuk 5 laat zien wat onze inzet is om alle Rotterdammers voldoende, goede sportruimte te bieden. In hoofdstuk 6 laten we zien wat we doen om de impact van sport en bewegen te verhogen.

12

De hoofdstukken 7 tot en met 9 gaan achtereenvolgens in op onderzoek, communicatie en financiën. We sluiten af met achtergrondinformatie in de bijlagen. De sportnota spreekt vanuit het standpunt van de ­gemeente als geheel: waar ‘we’ staat, kunnen verschillende clusters en afdelingen van de gemeente bedoeld worden. Op sommige plekken geldt ‘we’ bovendien voor de gemeente als opdrachtgever aan uitvoeringspartners zoals Rotterdam Sportsupport, Sportbedrijf Rotterdam, Sportfondsen of Optisport.

2 Achtergrond en kennis 2.1

Inleiding

Bij het uitvoeren van het huidige sportbeleid en het opstellen van een nieuwe sportnota komen gaandeweg allerlei uitdagingen, vraagstukken en ontwikkelingen voorbij. Een aantal hiervan loopt als een rode draad door de sportnota heen en lichten we daarom hier wat uit­ gebreider toe. Het sportbeleid linkt ook aan veel ander beleid. Die beleidsprogramma’s komen in de diverse inhoudelijke hoofdstukken terug en zijn hier verzameld. Nadere toelichting op (delen van) deze informatie is opgenomen in de bijlagen.

2.2 Modellen en begrippen Sportcirkel Het begrip sportcirkel helpt ons om het sportbeleid en het ruimtelijke beleid met elkaar te verbinden. De ruimte in de stad wordt steeds schaarser en we vinden het belangrijk dat elke Rotterdammer in de buurt van zijn huis kan sporten. Immers, voldoende ruimte om te ­bewegen en te sporten is belangrijk voor een aantrekkelijke leefomgeving en een vitale bevolking. Omdat geen enkele vierkante meter straks van één gebruiker is, moet sport haar plek in die schaarse ruimte blijven behouden en opeisen. Om dat beter te duiden gebruiken we het begrip sportcirkel: het behoud van de sportterreinen die ‘in een cirkel’ tussen de oude stadswijken en naoorlogse wijken liggen. Dit betekent overigens niet dat in de ­toekomstige ontwikkelingen de huidige sportterreinen altijd op dezelfde locatie liggen, maar wel in de nabijheid. Multifunctioneel gebruik is een belangrijk uitgangspunt. In bijlage 2 wordt de sportcirkel nader toegelicht.

Sportcirkel Rotterdam

13

Het jonge kind

0 Baby

Dreumes

Het basisschoolkind

Peuter

/ lemen (ipv ziekte zondheidsprob beperking / ge

Werkende

Vitale ...

pa rt ne r

Ve rli ez en

va n

ee n

ga an

ui th ui s

M et pe ns io en

ga an

kr ijg en

De volwassene

Student

Levensfasen Om mensen te verleiden hun leven lang te bewegen is het belangrijk dat het sportaanbod aansluit bij de ­behoeften die mensen in de verschillende fasen van hun leven hebben. Levensfasen helpen ons daarbij. Een breuklijn zoals naar school gaan, gaan werken of met pensioen gaan, zorgt dat mensen in een nieuwe levensfase komen en een andere (sport- en beweeg) behoefte hebben. In bovenstaand model staan de belangrijkste breuklijnen en levensfasen. Verdere segmentatie zorgt voor nog gerichtere informatie over behoefte en vraag.

Ki nd er en

G aa n

De middelbare scholier

Ki nd er en

st ud er en /w er G ke aa n n w er ke n

sc ho ol m id de lb ar e N aa rd e

Ku nn en

N aa rd e

lo pe n

pe ut er sp ee lz N aa aa l rd e ba si ss ch oo l

Levensfasen Levensfasen

De oudere

Volwassene

100

Vitale oudere

roblemen gezondheidsp

Kwetsbare volwassene

Kwetsbare oudere

Beweegidentiteiten Een ander belangrijk aspect om aanbod passend te maken bij de wensen en behoeften van de Rotterdammers, is het onderscheid in beweegidentiteiten. Uit Rotterdams onderzoek blijkt dat drie groepen zijn te onderscheiden in het antwoord op de vraag wat het belangrijkste motief is om te gaan sporten. Het onderzoek formuleert drie zogenoemde beweegidentiteiten. Deze beweegidentiteiten hebben elk hun eigen valkuilen, die risico tot stoppen met zich meebrengen. Door met passend aanbod hierop in te spelen, stijgt de kans op plezier in sport en daardoor de sportdeelname.

Beweegidentiteiten Beweegidentiteiten

10

de uitdagingsgerichte sporter

discipline vooruitgang

focus

de ervaringsgerichte sporter

resultaten

de sociale sporter

beleving afwisseling

sfeer quality time

14

vrienden plezier

de ervaring

activiteit

Sportpiramide Sportpiramide Excelleren

Excelleren

presteren tijdens een topsportevent of topsportvereniging, trainen in een topsportprogramma van het CTO Metropool

stadion, ahoy, topsportcentrum, topsportaccommodaties met tribunecapaciteit en/of speciale voorzieningen voor topsporttraining 2

1 3

Specialiseren extra training bij RTC, talentherkenning en -ontwikkeling

Specialiseren 1

2

topsportaccommodaties: sporthallen, zwembaden, veldsportcomplexen met voorzieningen voor topsporttraining 3

4

5

6

Ontwikkelen

Ontwikkelen

sporten bij een vereniging of andere aanbieder, keuze voor een type sport

gymzalen, sporthallen, zwembaden, veldsportcomplexen

Bezig zijn/kennismaken

Bezig zijn/kennismaken gymzalen, trapveldjes, openbare ruimte

Cruyff/Krajicek courts, gymles op school, side events, schoolsportvereniging, Lekker Fit, clinics schoolsport010

SP OR TA AN BO D

Sportpiramide Een in het sportbeleid veelgebruikt begrip is de sport­ piramide. De brede basis van de piramide geeft het grote potentieel aan startende en recreatieve sporters weer, inclusief het bewegingsonderwijs. Elke stap hoger in de piramide komt meer nadruk op het organiseren en faciliteren van de sport te liggen.

N GE N I EN I RZ O VO

Motorische geletterdheid Het begrip Motorische geletterdheid helpt ons om ­Rotterdammers zo goed mogelijk in staat te stellen hun leven lang te (blijven) bewegen. Wetenschappelijke inzichten2 leren dat, om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor een leven lang bewegen, een persoon over vier belangrijke vaardigheden moet beschikken. Ieder van die vier factoren heeft een voorspellende waarde voor een leven lang bewegen. Internationaal is deze theorie bekend onder het begrip Physical Literacy.

2 J. Steenbergen e.a., 2018. Physical Literacy: bouwstenen voor een leven lang bewegen van jong tot oud

Motorische geletterdheid

1 Motivatie hebben (en plezier) om te bewegen

3 Kennis hebben over het nut van en de mogelijkheden om te sporten en bewegen

2 Vertrouwen hebben dat hij/zij dit kan zonder barrières

4 Fysieke vaardigheden ontwikkelen

15

2.3 Relevante beleidsprogramma’s en ontwikkelingen 2.3.1 Relevante programma’s Verschillende domeinen van de gemeente ontwikkelen programma’s die ook aan het sportbeleid raken. Onderstaand is dit in beeld gebracht. Meer inhoudelijke informatie over deze programma’s is te vinden in bijlagen 3, 4 en 5.

Relevante programma’s

Living Lab esports Nationaal Sportakkoord

Rotterdam Veilig Vooruit Fietskoers 2025

Actieprogramma Speeltuinen

Programma Rivieroevers

Actieprogramma Verenigingen

Kom op naar buiten!

Rotterdammer

Integraal Huisvestingsplan Sport Lekker Fit!

Rotterdam Loopt 2025 Visie Openbare Ruimte 2019-2029

Beleidskader Zwemmen 2015-2025

Omgevingswet

Capaciteitsplan Sportterreinen 2018

Rotterdamse Mobiliteitsaanpak

Beleidsnota Urban Sports 2018-2021 Nationaal Preventieakkoord Gezond010: Het Akkoord rood = fysieke domein blauw = sociale domein groen = sport

Rotterdam, Ouder en Wijzer Heel de stad Relax. Dit is Rotterdam

16 Foto: © Rotterdam Sportsupport

2.3.2 Relevante ontwikkelingen

Duurzame ontwikkelingsdoelstellingen De duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (Sustainable Development Goals) zijn in 2015 door de Verenigde Naties vastgesteld als de nieuwe mondiale duurzame ontwikkelingsagenda voor 2030. Het zijn doelen op het gebied van armoede, gezondheidszorg, onderwijs, ongelijkheid, ­duurzaamheid, etc. Ook Nederland heeft zich aan deze doelen gecommitteerd en als gemeente willen we hieraan ook graag een positieve bijdrage leveren. VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap In 2016 heeft het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het VN-verdrag over de rechten van personen met een handicap onderschreven. Dit VN-verdrag is een wettelijk kader bij het ontwikkelen van beleid. Het project Rotterdam Onbeperkt heeft als doel om binnen de gemeentelijke organisatie bewustwording over het VN-verdrag te creëren. Het uitgangspunt bij alles wat we doen moet zijn dat we dat voor iedereen doen. Regierol overheid Zoals veel overheden ontwikkelt ook de gemeente Rotterdam zich steeds meer richting een ­regiegemeente. Vanuit een regierol formuleren we, met input van onze samenwerkingspartners, het beleid en leggen vast waar de focus voor de komende jaren ligt. Uitvoering is en wordt zoveel mogelijk bij uitvoeringsorganisaties belegt.

Samenwerking G5, VSG, Rijk en NOC*NSF Het sportbeleid voor de Rotterdammer geven we uiteraard allereerst vorm met partners binnen de stad. Op een aantal onderwerpen is echter samenwerking op meer landelijk niveau nodig, en is het goed van anderen te leren. Daarom werken we met verschillende partners samen en delen we onderling kennis. Zo helpen we elkaar in Nederland verder en werken we samen aan de b ­ este randvoorwaarden voor de sport in Rotterdam. Coronacrisis Ontwikkelingen zoals COVID-19 laten zien dat plotselinge, wereldwijde gebeurtenissen een grote impact kunnen hebben op ons en op de toekomst. Door COVID-19 heeft sporten en bewegen een positieve boost gekregen. Bij het versoepelen van de maatregelen om uit de intelligente lockdown van het voorjaar van 2020 te komen, was de georganiseerde sport het eerste dat weer op gang werd gebracht. De coronacrisis heeft het belang van sport, bewegen en gezondheid onderstreept. Welke invloed de coronacrisis exact heeft is moeilijk te voorspellen. Duidelijk is wel dat een ­aantal al in gang gezette ontwikkelingen, meer prioriteit krijgen of meer natuurlijk zijn geworden. ­Voorbeelden zijn meer digitaal organiseren, een impuls voor esports, meer op afspraak.

17

Foto: © Rotterdam Sportsupport

18

Flatten the curve: Rotterdammerts taajen niet af! 19

3 Sportdeelname en toekomstbestendige sportaanbieders 3.1

Inleiding

3.2 De situatie in 2020

Alle Rotterdammers, van jong tot oud, meer laten sporten en bewegen, met plezier en een leven lang: dat is onze ambitie. Een goede basis is de start van alles. Zo ook voor sport- en beweeggedrag. We willen er naartoe dat sporten en bewegen voor alle Rotterdammers de norm is. Voor wie sporten toch niet vanzelfsprekend is, wakkeren we de vraag aan, scheppen we de benodigde voorwaarden en zetten we in op sport- en beweegstimulering. Dit hoofdstuk beschrijft hoe we de komende jaren inzetten op sportprogrammering voor alle levensfasen en een aantrekkelijk, passend sportaanbod.

In 2020 heeft Rotterdam een groot en divers sport­ aanbod. De stad kent vele sportaanbieders die wekelijks een groot deel van de jeugd en volwassenen in beweging brengen en houden. Onder sportaanbieders verstaan we sportverenigingen, sportstichtingen en maatschappelijke en commerciële sportondernemers. Daarnaast sport een groot deel van de Rotterdammers ongeorganiseerd. Dus niet bij een sportaanbieder maar individueel of met een eigen groepje veelal in de openbare ruimte. Dat gebeurt ook regelmatig in combinatie met een lidmaat­ schap bij een sportaanbieder. Ook zijn er verschillende aantrekkelijke breedtesportevenementen in de stad.

Figuur 1 Sportaanbieders in Rotterdam 2020

Sportvereniging: Verenigingen

Anders: Bewonersinitiatieven, speeltuin, etc. Welzijn: TOS, DOCK, Buurtlab, etc. Zorg: Fysiotherapie, Laurens, Palmeijer Sportstichting: Overkoepelende Organisaties

50

31 29

77 377 Particulier: Informele groepen

201

418

Commercieel: Ketens, kleine commerciëlen en zzp’ers

20

Sport en beweegdeelname We spreken in de sportnota bewust over sporten én bewegen en kiezen ervoor beide niet heel strikt te ­definiëren. Het verschil tussen beide kan per persoon verschillend zijn en is relatief. Wat voor de ene Rotterdammer een zware sportieve activiteit is kan voor de andere Rotterdammer misschien een rustig beweeg­ moment zijn. Over het algemeen kan gesteld worden dat sport zich kenmerkt door een zwaardere intensiteit. Onder bewegen verstaan we veelal lichte lichamelijke activiteit en bewegen in het dagelijks functioneren. We stimuleren beide voor alle levensfasen, maar focussen voor jeugd en volwassenen meer op sportdeelname en bij de ouderen op beweegdeelname. We gebruiken de beweegrichtlijn en de wekelijkse sportdeelname als uitgangspunt voor onderzoek. In 2020 zijn er nog steeds verschillen in sporten en bewegen tussen groepen en wijken. We zien ook welke groepen achterblijven en dus meer focus vragen. Samengevat zijn dat de middelbare scholieren, de groep volwassenen tussen 35 en 65 jaar en de ouderen. Voor die laatste twee groepen geldt dat het veelal gaat om kwetsbare volwassenen en ouderen die achterblijven in sport- en beweegdeelname.

Bewegen Er is een groot verschil tussen leeftijdsgroepen (zie ­figuur 3). Meest opvallend zijn: • Rotterdamse jeugd tot 12 jaar voldoet voor een groot deel aan de beweegrichtlijn, namelijk 78%. Bij de jongeren van 13-16 jaar daalt de beweegdeelname dramatisch naar 18 %. De jeugd van 13 tot 16 sport deels wel, maar veel van hen bewegen niet elke dag een uur zoals de beweegrichtlijn stelt. • van de Rotterdamse volwassenen onder de 65 jaar voldoet ruim 54% aan de beweegrichtlijnen. Bij 65-plussers tot 81 jaar is dit slecht 29%. Sporten Voor sporten als onderdeel van een gezonde leefstijl kijken we naar het aantal mensen dat (minimaal) ­wekelijks sport. Hieruit blijkt dat het verschil tussen leeftijdsgroepen niet alleen bij de beweegdeelname naar voren komt maar ook bij de wekelijkse sportdeelname. Zowel bij de middelbare scholieren als bij de groep vanaf 35 jaar is de daling zichtbaar. Wanneer we specifiek kijken naar lidmaatschappen bij sportverenigingen zien we vanaf de middelbare ­scholieren een opvallend sterke daling. De figuur die deze afname weergeeft staat in de sportwereld ook wel bekend als “de skihelling”.

De beweegrichtlijn De in 2017 door de Gezondheidsraad opgestelde beweegrichtlijn stelt dat minstens 150 minuten matig of zwaar intensieve inspanning per week noodzakelijk zijn voor het bevorderen van een goede gezondheid. Voor jeugd tot 18 jaar geldt minstens 1 uur per dag. Daarnaast zijn spier- en botversterkende activiteiten nodig en wordt aangeraden veel stilzitten te voorkomen. Zie voor de volledige beweegrichtlijn bijlage 6.

Figuur 2 Voldoen aan beweegrichtlijn GGD Gezondheidsmonitor*

Figuur 3 Sportdeelname naar leeftijd 2019

100%

100%

80%

80% gemiddelde

60%

60%

40%

40%

20% 0%

20%

4-11 jaar (2018)

13-16 jaar (2019)

19-64 jaar (2016)

65-80 jaar (2016)

* Cijfers uit de gezondheidsmonitor. De cijfers van de verschillende leeftijds­ groepen zijn afkomstig van verschillende jaren doordat elk jaar een andere doelgroep wordt bevraagd, in een cyclus van 4 jaar. De meest recente meting per leeftijdsgroep is verwerkt.

0%

6-12 jaar

13-17 jaar

18-34 jaar

35-64 jaar

65-80 jaar

21

Figuur 4 Ledenpercentage sportverenigingen in de gemeente Rotterdam 2019 50% 40% 30% 20% 10% 0%

0-4

5-9

10-14 15-19 20-24 25-29 30-34 35-39 40-44 45-49 50-54 55-59 60-64 65-69 70-74 75-79 80-84 85-89 90-94

95+

leeftijdscategorie

Verschillen tussen gebieden Naast verschillen in sport- en beweegdeelname tussen leeftijden zien we ook verschillen tussen gebieden. In Noord, Hillegersberg-Schiebroek en Centrum wordt meer gesport, meer dan 70% (gemiddeld over alle leeftijden) sport wekelijks, terwijl er in Charlois en Hoogvliet met 54% en 57% wekelijkse sporters het minst gesport wordt (zie figuur 5). Ook op wijkniveau zijn er enkele wijken die laag scoren in verhouding tot de rest van het gebied. De belangrijkste conclusie is dat, ondanks eerdere ­inspanningen, bepaalde gebieden en doelgroepen nog steeds om extra focus vragen als het gaat over het s­ timuleren van sportdeelname.

Kwaliteit van bewegen Naast het kwantitatieve aspect zien we op het gebied van de kwaliteit van bewegen een ontwikkeling. De motoriek van de jeugd in Nederland is de afgelopen dertig jaar achteruitgegaan3, terwijl motorische vaardigheden juist zo belangrijk zijn voor een levenslange ­beweegdeelname. Sportbonden en NOC*NSF signaleren dat de basisvaardigheden van de jeugdige sporters en de toestroom van talenten achterblijft. Vakleerkrachten geven aan dat steeds meer kinderen niet over basale motorische vaardigheden beschikken.

3 Slot-Heijs, J.J. e.a., 2020. Motorische fitheid van basisschoolkinderen (10-12 jaar). Mulier Instituut. In te zien via https://www.mulierinstituut.nl/ publicaties/25640/motorische-fitheid-van-basisschoolkinderen-10-12-jaar/

22 Foto: © Rotterdam Sportsupport

Figuur 5 Wekelijkse sporter naar gebied 2019 NOC*NSF/Ipsos 100% 80% 60% 40% 20%

n va H

oe

k

To ta al

ol H

oo H

nd Ro ze nb ur g

la

lie t gv

lo is ar Ch

m el ss IJ

Pe rn is Pr in sA le xa nd er

on de

rd Fe ije no o

ijk ro os w

k en -C

Kr al in g

H

ill e

ge

rs

be rg -

Sc

hi eb ro e

rd N

oo

ve rs ch ie O

av en De lfs h

Ce nt r

um

0%

3.3 De belangrijkste uitdagingen tot 2026 In 2026 is sporten en bewegen de norm en zijn alle Rotterdammers in beweging. De sportdeelname is met name bij hen die nu achterblijven, gestegen. We hebben geleerd om nog meer per levensfase te kijken wat de behoefte is. Door onze kennis te delen sturen we erop dat het sportaanbod daarop wordt ingericht, het liefst per wijk. We benutten de kracht van verenigingen nog meer en vele hebben een veranderslag doorgemaakt naar vitale toekomstbestendige organisaties, die inspelen op de actuele en veranderende sport- en beweegwensen van de Rotterdammer. De bouwstenen van Motorische geletterdheid (zie hoofdstuk 2), zoals plezier in sport en bewegen en goede motorische vaardigheden, zien we stadsbreed als de sleutel tot een leven lang bewegen en een vitaler Rotterdam. We willen dat Rotterdammers positief tegenover sport en bewegen staan en dit een leven lang blijven doen. Hiervoor is het nodig dat ze van jongs af aan over een goede basis beschikken op sport- en beweeggebied. We willen in elke levensfase zorgen voor passend sport- en beweegaanbod en zorgen dat Rotterdammers bij een overgang naar een nieuwe levensfase blijven sporten en bewegen: een doorlopende sport- en beweeglijn. We sluiten aan bij trends om doelgroepen te bereiken met wat hen aanspreekt. Bijvoorbeeld door esports in te zetten en sportvernieuwing te stimuleren en faciliteren.

Soms is het uitsluitend beschikbaar zijn van passend sportaanbod niet voldoende. Dan is er meer nodig om

mensen over de streep te trekken om te beginnen met bewegen, sporten en structureel aan het sporten te houden. Samen met de sportaanbieders kunnen we inzetten op de groepen waar de sport- en beweegdeelname achterblijft, maar waar wel een intentie is of ­ontwikkeld kan worden om te gaan sporten en bewegen. Rotterdammers die veel barrières ervaren en/of een mindere intentie hebben om te gaan sporten, hebben een langere weg te gaan om in beweging te komen. Die langere weg slaan we ook in door innovatief samen te werken met andere domeinen en hun expertise en inzet ook te gebruiken. Laagdrempelig starten met bewegen, zoals vaker wandelen en fietsen, is voor velen al een mooie eerste stap. Naast inzet richting de Rotterdammers is inzet op sportaanbieders noodzakelijk. De sportverenigingen nemen daarbij een belangrijke positie in. We willen de waarde van de sportverenigingen, die verder gaat dan sport alleen, voor de samenleving behouden en versterken door hen te helpen vitaal te blijven en toekomstbestendiger te worden. We zetten hier met het Actieprogramma Verenigingen sterk op in. Hier ligt echter ook nadrukkelijk een uitdaging voor de sportsector zelf, het Rijk, de ­sportbonden en NOC*NSF. Er ontstaat steeds meer aanbod naast de sportverenigingen.

Andere typen sportaanbieders zoals stichtingen, ZZP-ers en maatschappelijke ondernemers, maar ook anders georganiseerd, de kleine informele groepen en individuele ongeorganiseerde sporter. Dit aanbod speelt ook in op een vraag en behoefte van de Rotterdammers en ondersteunen we waar passend en mogelijk ook.

23

3.4 Doelen en inzet Flatten the curve: Rotterdammerts taajen niet af! De sport- en beweegdeelname vertoont een curve die na een kort hoogtepunt daalt. We willen niet dat die lijn daalt; we houden de lijn het liefst zo hoog en vlak moge­ lijk. Onze ambitie is dat er minder uitval is qua sport- en beweegdeelname van Rotterdammers. Enig verloop met de leeftijd achten we onvermijdelijk en acceptabel.

3.4.1 De doorlopende sport- en beweeglijn en vraag stimuleren Diverse factoren zijn van belang voor een structurele sport- en beweegdeelname. Deze paragraaf beschrijft hoe we voor alle Rotterdammers de basis kunnen leggen om een leven lang te sporten en bewegen. Hierbij leggen we steeds de link met de levensfasen, zoals we die in Rotterdam onderscheiden en in hoofdstuk 2 zijn gepresenteerd. Voor een deel van de Rotterdammers zetten we extra in op sport- en beweegstimulering. Inzet ­daarbij is steeds om Rotterdammers te begeleiden naar structureel sporten of bewegen. Algemeen voor alle levensfasen Een deel van de inzet die we plegen is voor alle ­levensfasen gelijk. Alvorens op de specifieke inzet per levensfase in te gaan, besteden we aandacht aan de generieke inzet en doelen. Doel • We willen de verschillen in sport- en beweegdeelname tussen diverse groepen Rotterdammers opheffen. Make it Happen • We gaan verder met het inventariseren van de sport- en beweegbehoefte van alle levensfasen en vertalen dit naar kenmerken en aspecten die wenselijk zijn in sportaanbod. Dit doen we met name voor de levensfasen die nu achterblijven in sport- en beweegdeelname. Dit zijn middelbare scholieren, (kwetsbare) volwassen en ouderen.

• We blijven sport- en beweeggerelateerde wijkanalyses uitvoeren, met daarin per wijk de sport- en beweegdeelname, demografie en het sportaanbod, zodat we gericht per wijk doelgroepen kunnen bereiken. • Alle inzet die we plegen per levensfase versterken we door de vier bouwstenen van Motorische geletterdheid in de aanpak te integreren. De exacte uitwerking hiervan verschilt per interventie en activiteit. • Bij onze inzet focussen we op de overstap van de ene naar de andere levensfase en het blijven sporten van Rotterdammers tijdens en na die overstap. • Bij alle levensfasen stimuleren we dagelijks bewegen, van lopen naar de peuterspeelzaal, tot fietsen naar school en de sportvereniging.

24

Toepassing Motorische geletterdheid: een voorbeeld Fysiek vaardig zijn Door een sport aan te leren volgens een logische opbouw, passend bij de leeftijd van een kind, worden kinderen motorisch vaardig. Door verschillende sporten uit te proberen, verbreden kinderen hun motorische vaardigheden. Vertrouwen hebben in het kunnen Door diverse sporten aan te bieden en de kennis­ making af te stemmen op het niveau van de kinderen, worden kinderen vaardiger en ontdekken zij dat zij meer kunnen en durven, en ontwikkelen ze ­vertrouwen in het eigen kunnen. Motivatie, plezier Wanneer kinderen met een breed scala aan sporten kunnen kennismaken, ontdekken zij aan welke ­sporten zij plezier beleven. En doordat ze tegelijk motorisch sterker worden en meer kunnen, ervaren ze nog meer plezier. Een veilig, positief sportklimaat vanaf de eerste kennismaking tot structurele ­deelname draagt hieraan bij. Kennis van nut en mogelijkheden Een brede kennismaking en breed motorisch vaardig zijn leert kinderen welke mogelijkheden er zijn en geeft ook ruimte om in een latere levensfase een andere sport te kiezen die je op dat moment ­ eter ligt. b

Diversiteit en Inclusie in de sport Er zijn veel verschillende Rotterdammers die op een kleurrijke manier de stad maken. Iedereen moet de vrijheid hebben om zichzelf te kunnen zijn. Inclusief sporten en bewegen is een breed begrip en staat ervoor dat iedereen, ongeacht leeftijd, fysieke of mentale ­gezondheid, etnische achtergrond, seksuele geaardheid of sociale positie, met plezier en op een veilige plek kan sporten en bewegen. Omdat diversiteit en inclusie ­betrekking kunnen hebben op iedereen in elke levens­ fase lichten we het hier uit en kiezen we er bewust voor om dit niet bij elke levensfase apart te benoemen. Extra aandacht gaat naar mensen met een beperking. Mensen kunnen van jongs af aan een beperking hebben of gedurende hun leven gehandicapt raken. Onze insteek is dat mensen met en zonder een beperking kunnen sporten, samen lid zijn van een vereniging en elkaar via sport(evenementen) ontmoeten. Als samen niet mogelijk is, zetten we in op aangepaste activiteiten: ‘Inclusief

waar mogelijk, aangepast waar nodig’. Dit sluit ook aan bij het VN-verdrag over gelijke rechten voor mensen met een beperking (zie hoofdstuk 2). Doel • In 2026 wordt inclusief sporten en bewegen als vanzelfsprekend ervaren door sporters en sport- en beweegaanbieders Make it Happen • We vergroten bij sport- en beweegaanbieders de kennis en bewustwording op het gebied van diversiteit en inclusie, stimuleren en promoten een veilig en positief sportklimaat en benadrukken dat iedereen ongeacht leeftijd, geslacht, geaardheid, etnische achtergrond of sociale status zich welkom moet kunnen voelen. Waar nodig bieden we ondersteuning. • We stimuleren diversiteit en inclusie onder ­bestuurders en kader van sportverenigingen en sportondernemers. • We zorgen dat we nog meer inzicht krijgen in de behoeften, stimulansen en belemmeringen die mensen met een beperking ervaren om te kunnen sporten en bewegen. We onderzoeken of het huidige sport- en beweegaanbod in de regio aansluit bij de behoeften van mensen met een beperking. Waar nodig stimuleren we aanbieders om hun aanbod aan te passen of om nieuw aanbod te starten. • Op basis van deze inzichten nemen we belemmeringen weg, maken we het aanbod beter zichtbaar, zetten we intermediairs in en stimuleren we specifieke doelgroepen om te gaan sporten en bewegen.

• We bieden via de sportconsulenten van MEE Rijnmond individuele begeleiding aan mensen met een beperking die extra hulp nodig hebben bij het vinden van een sport die bij hen past. • Waar nodig ondersteunen we sport- en bewee­ gaanbieders met aanbod voor mensen met een beperking bij de extra kosten die zij hebben met de subsidieregeling aangepast sporten. Naast de bovengenoemde algemene uitgangspunten en inzet die voor alle levensfasen gelden, zetten we ook specifiek in op verschillende levensfasen. Het jonge kind Deze levensfase staat voor de allerkleinsten van 0 t/m 3 jaar. Op deze leeftijd wordt de basis gelegd voor bewegen en sport op latere leeftijd. Voor een optimale motorische ontwikkeling is het van belang dat jonge kinderen de ruimte krijgen om te ­bewegen en te spelen en dat er voldoende variatie in bewegen is4. Jonge kinderen brengen de meeste tijd thuis door bij hun ouders en op het kinderdagverblijf. De inzet richt zich daarom vooral daarop. Doel • Jonge kinderen bewegen gevarieerd en komen zonder motorische achterstand binnen in groep 1 van de basisschool. Make it Happen • We trainen professionals zoals pedagogisch medewerkers van kinderdagverblijven, om activiteit met voldoende gevarieerd beweegaanbod aan deze

4 Kenniscentrum Sport & Bewegen, 2020. Whitepaper ‘Van jongs af aan vaardig in bewegen’.

25 Foto: © Jan van der Meijde

doelgroep aan te bieden. • We richten ons op ouders om het belang van ­gevarieerd en voldoende spelen en bewegen voor deze leeftijdscategorie onder de aandacht te brengen. Dat doen we onder andere via het Centrum voor Jeugd en Gezin, in het huidige Programmaplan Lekker Fit! en het vervolg daarop vanaf 2023. Hierin zijn de acties voor deze doelgroep nader uitgewerkt. Het bassischoolkind Kinderen op de basisschool (de jeugd van 4 t/m 12 jaar) bewegen en sporten veel op en rond school en in de wijk. Alle kinderen krijgen gymles van een bevoegd gymleraar op school. Daarnaast is dit de levensfase waarin veel kinderen leren zwemmen, lid worden van een sportvereniging en buiten spelen. ­Scholen en sportverenigingen hebben een belangrijke invloed op een goede breed motorische ontwikkeling van kinderen. Niet alleen op de ontwikkeling van motorische vaardigheden, juist ook op motivatie en vertrouwen om aan diverse activiteiten deel te nemen. Het is een ­belangrijke levensfase om de bouwstenen voor een leven lang bewegen te leggen. Zowel in sportieve zin, als in gewoontevorming van actief leven. De inzet op deze levensfase qua sportaanbod is in kwantitatieve zin al jaren groot. We zetten daarom de komende jaren niet verder in op de kwantiteit maar op een verhoging van de kwaliteit en diversiteit van het aanbod.

De focus moet liggen op: • vergroten van de kwaliteit van bewegen door middel van motorische ontwikkeling en vergroten van pedagogische en didactische kwaliteiten van alle leerkrachten/trainers in de sport. Ervaren van diverse beweegvormen en plezier in bewegen is vanzelf­ sprekend en mag gedurende de hele dag. • doorstroom naar structureel sporten. Toeleiding van jeugd naar een veilige, structurele plek om te sporten, zoals bij een sportvereniging. • behoud van het sportgedrag als ze naar de volgende leeftijdsfase gaan. Doel • In hun basisschooltijd ontwikkelen alle kinderen de motorische basisvaardigheden en maken zij breed en met plezier kennis met divers sport en beweegaanbod. Make it Happen • We formuleren een breed gedragen visie ‘Bewegen in en om school’ voor bewegen tijdens en buiten schooltijd. Deze visie wordt opgesteld in samen­ werking met onze fundamentele partners, zoals schoolbesturen en schooldirecties en de uitvoeringsorganisaties sport. Onderwerpen hierin zijn: - stimuleren van dagelijks bewegen;

26

- kwaliteit van bewegingsonderwijs; - toekomstige inzet van gemeentelijk gefinancierde sportactiviteiten tijdens en buiten schooltijd (in de schoolse omgeving waaronder dagprogrammering). Daarbij is differentiatie per gebied mogelijk; - de aansluiting tussen activiteiten op school en activiteiten buiten school, waarbij extra aandacht is voor groepen of leerlingen die extra begeleiding nodig hebben. Hierbij zal ook extra aandacht zijn voor het inzetten op structurele sportdeelname vanuit de dagprogrammering zoals bijvoorbeeld met een schoolsportvereniging 2.0; - zwemvaardigheid. • In afwachting van de visie – Bewegen in en om school – en de uitwerking daarvan, zetten we het huidige aanbod aan sportstimuleringsactiviteiten in de schoolse omgeving voort. Denk aan schoolsportclinics, schoolsportverenigingen en schoolzwemmen. • We maken goede afspraken over de uitvoering van sportprogrammering in de wijk (zoals op de Krajicek Playgrounds, Cruyffcourts en overige pleinen). Uitgangspunt daarbij is dat de programmering in de wijk een stimulerende werking heeft richting structureel sportaanbod. Samenwerking met en doorstroom naar een structurele sportaanbieder is steeds de insteek. De Middelbare scholier Vanaf 13 jaar, de leeftijd dat de jeugd naar het voortgezet onderwijs gaat, daalt de sportdeelname al jaren. Landelijk en zelfs internationaal is dit ook een bekend fenomeen.

Veel van de behoeften en veranderingen van de jeugd kunnen we in deze fase van hun leven niet beïnvloeden. We kunnen wel proberen het sport- en beweegaanbod beter aan te laten sluiten op de behoeften van deze doelgroep. Veel aspecten buiten de sport worden in deze fase belangrijk voor de puber, zoals eigen regie en autonomie en omgaan met leeftijdsgenoten. Plezier en vertrouwen en de ruimte krijgen om talent te ontwikkelen en ten toon te stellen zijn in deze levensfase belangrijke bouwstenen om te (blijven) bewegen. De verschillende beweegidentiteiten, zoals beschreven in hoofdstuk 2, worden vanaf deze leeftijd steeds zichtbaarder en die diversiteit moet in het sportaanbod duidelijker terugkomen. Ook andere ­aspecten buiten de sport zoals de invloed van leeftijdsgenoten en de aansluiting op de belevingswereld, de cultuur van de middelbare scholieren, is van belang. Betere aansluiting van sport en cultuur in brede zin is een kansrijke lijn. Doel • In 2026 sporten middelbare scholieren evenveel als basisschoolkinderen

Foto: © Jan van der Meijde

Make it Happen • We zetten actief in op het voorkomen van uitval bij het ingaan van deze nieuwe levensfase, dus de overstap naar de middelbare school. We focussen op ledenbehoud bij sportaanbieders. • We ontwikkelen, in samenwerking met het onderwijs, een handreiking waarmee het bewegingsonderwijs op vo-scholen inzicht krijgt in de verschillende beweegidentiteiten van leerlingen. We faciliteren scholen om deze inzichten toe te passen om tot een betere aansluiting te komen. • We starten een pilot waarbij een verbinding tussen bewegingsonderwijs op school en sportaanbod in de vrije tijd gelegd wordt, passend bij de verschillende beweegidentiteiten en specifieke behoeften van middelbare scholieren. • We vertalen de kennis en behoefte van deze doelgroep betreffende sport in concrete aanbevelingen voor de inrichting van de daadwerkelijke sportactiviteiten. We betrekken de jongeren hier ook zelf actief bij en hebben specifiek aandacht voor de verschillen tussen jongens en meiden. • Side-events rond topsportevenementen worden meer op de doelgroep middelbare scholieren gericht. Specifiek ambities om de Grand Départ du Tour de France en (bij uitstek) de Youth Olympic Games naar Rotterdam te halen, gebruiken we om deze doelgroep te inspireren en bij sport te betrekken. • Sportprogrammering in de wijk richten we ook meer op de middelbare scholier.

Ook voor deze levensfase geldt dat de programmering in de wijk een stimulerende werking moet hebben richting structureel sportaanbod passend bij de doelgroep. • We spelen bij de organisatie en de omgeving van sportaanbod beter in op de veranderende behoefte

van de doelgroep buiten het sporten. Zoals meer eigen regie, flexibiliteit en contact met leeftijdsgenoten. Dat doen we onder andere met het living lab esports door een verbinding te leggen tussen regulier sporten en esport. Maar ook door een duidelijke link te leggen met street culture en urban sports. De volwassenen Vanaf de volwassen leeftijd maken mensen zelfstandig keuzes over hun sport- en ­beweegdeelname. Vanuit hun jeugd is een deel van de Rotterdammers gewend te sporten en zal dit blijven doen. Dit geldt echter zeker niet voor iedereen. Vooral vanaf 35 jaar zien we dat er uitval van sporters is. Veel communicatie en inzet vanuit de sport op volwassenen is gericht op mensen die al sporten of daar grote affiniteit mee hebben: de zogenoemde regelmatige movers. We willen juist ook de groep die niet meer structureel ­beweegt of sport, hier minder affiniteit mee heeft of hiertoe barrières ervaart, in beweging brengen: de ­ nregelmatige movers met intentie. Bij deze groep is de o eerste winst te behalen. Daarnaast verdient de groep met veel afstand tot bewegen, met veelal een lagere sociaaleconomische status en die zich relatief vaak in kwetsbare posities bevindt, aandacht. Hier speelt ­problematiek die niet alleen vanuit de sport aangepakt kan worden en waar inzet vanuit diverse domeinen samen moet komen.

De inzet van sport en bewegen heeft zeker bij die groep ook een grote maatschappelijke impact. Hier gaan we hoofdstuk 6 nader op in. Doel • In 2026 is de sport en beweegdeelname bij ­volwassenen net zo hoog als die van de jeugd.

27

Make it Happen • We doen aanvullend onderzoek naar de wensen en behoeften van volwassenen die nu nog niet sporten of bewegen. Op basis van dat behoefteonderzoek zetten we in op passend aanbod bij sportaanbieders en het uitdragen van goede mogelijkheden voor ongeorganiseerd sporten. Hierbij houden we er rekening mee dat de levensfase volwassenen een brede groep is en dat voor een gerichte benadering deze groep verder gesegmenteerd moet worden (bijvoorbeeld in studenten, starters op de arbeidsmarkt, jonge ouders et cetera). • De communicatie over sport en bewegen richten we veel meer op “de groep onregelmatige movers met intentie” en we haken in de communicatie nadrukkelijk aan op het belang van sport en (dagelijks) bewegen voor de gezondheid en op korte termijn specifiek in relatie tot de corona crisis. • Voor de groep met grotere afstand tot sport en bewegen, de veelal kwetsbare Rotterdammers, gaan we nadrukkelijk de verbinding met andere domeinen zoeken om hen toe te leiden naar sporten en bewegen (zoals zorg, welzijn, werkgelegenheid). Expertise uit andere domeinen is nodig om kwetsbare volwassenen te bereiken. We zetten ons aanbod gezamenlijk en op maat in (zie hoofdstuk 6). • Goede informatie over voordelen, mogelijkheden, wensen en behoeften van de latente sporters moedigt werkgevers aan sport en bewegen via het werk te faciliteren voor hun medewerkers.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e5c59fe0-194d-4497-a432-8f7802a0e418