CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb3868 Bijlage 3 Monitor 2020 Rotterdamse Aanpak Statushouders

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 20. Tweeminutendebat over statushouders en de Rotterdamse opgave inburgering.17.057 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Verleng beheer inkomen Participatiewet eerste jaar Sinds 2019 beheert het IOS tijdens het eerste jaar het inkomen van de statushouder. Daardoor signaleert het IOS sneller of er aandachtspunten zijn en kan zo de financiële stabiliteit van de statushouder verbeteren en handhaven. Door de statushouder te koppelen aan een vaste klantmanager is er snellere informatie-uitwisseling met de statushouder en ketenpartners. De klantmanager kan preventief handelen om schulden te voorkomen of door middel van een huisbezoek signalen nader onderzoeken. Aan het einde van het jaar volgt een exitgesprek. Daarna dragen zij het dossier over aan beheer inkomen van W&I. W&I beoordeelt onder andere de rechtmatigheid van de bijstandsuitkering. Deze ondersteuning helpt de statushouder financieel zelfredzaam te worden, zodat hij daarna het huishoudbudget zelf kan beheren. IOS legt drie maanden nadat de statushouder gevestigd is in Rotterdam een huisbezoek af. Dit wordt gevolgd door een cyclus van driemaandelijkse gesprekken. Als er bij het eerste huisbezoek nog ernstige problemen zijn gesignaleerd volgt er direct een tweede huisbezoek. De cyclus wordt na een periode van negen tot twaalf maanden afgesloten met een gesprek. Daarna volgt de overdracht van het uitkeringendossier. Op die manier zorgen we voor een goede start. In 2020 zijn 125 huisbezoeken afgehandeld en staan er nog 181 open.

Vanwege de lockdown in maart 2020 zijn veel uitkeringen van 2019 alleen met een eindgesprek afgerond. Daarnaast was de registratie van te plannen huisbezoeken nog niet voldoende op orde. Deze is in de tweede helft van 2020 strikter opgezet. Door de coronamaatregelen was het nodig om een werkinstructie te ontwikkelen om door middel van video-gesprekken de huisbezoeken virtueel af te leggen. Daar is ook mee gestart in de loop van 2020. Statushouders die niet beschikken over een smartphone of internetaansluiting

Monitor Statushouders 2020

zijn alleen telefonisch gesproken. Uit de afgelegde (virtuele) huisbezoeken komt over het algemeen het beeld naar voren dat de goede start in de meeste huishoudens gerealiseerd is. Problemen deden zich voor bij het niet ontvangen van alle toeslagen of betalingsachterstanden in de huurbetaling door tussentijdse verhoging van de huur. Andere zaken die in enkele gevallen niet helemaal gerealiseerd waren, betroffen het nog steeds niet ingeschreven zijn bij een huisarts.

Wat doen we verder aan preventie? Statushouders die bijna uitstromen of al uitgestroomd zijn naar werk kunnen bij de gemeente Rotterdam een workshop Financiën volgen. Met deze workshop leren zij het Nederlandse systeem beter begrijpen. De workshop bestaat uit twee onderdelen. Tijdens het eerste onderdeel krijgt de statushouder uitleg over waar de uitkering vandaan komt en hoe afdeling Inkomen werkt. Tijdens het tweede onderdeel geven Sociaal Raadslieden op een eenvoudige manier uitleg over de soorten arbeidscontracten die er in Nederland zijn. Ook geven zij meer informatie over het beëindigen van een arbeidscontract en over de toeslagen van de Belastingdienst. Als de statushouder de workshop Financiën heeft afgerond wordt hij indien nodig aangemeld voor het traject Gers met Geld waar hij zes maanden lang begeleiding krijgt bij zijn geldzaken. De ondersteuning is gericht op het verbeteren van kennis en het aanleren van vaardigheden en gedrag. Belangrijk zijn daarbij het weten (heb je de benodigde kennis), kunnen (kun je in actie komen) en doen (doe je ook echt wat nodig is). Een vaste trajectcoach, een ervaringscoach, een praktijkprofessional en een mentor uit het persoonlijke netwerk van de werkzoekende statushouder bieden de ondersteuning. Na afloop van het traject is de statushouder financieel zelfredzaam en weet of kan hij: • • • •

inkomen verwerven om van te leven post lezen, beantwoorden en ordenen, toeslagen aanvragen, et cetera. budgetteren en inkomsten en uitgaven in balans brengen vooruitkijken en geld opzijzetten voor onvoorziene gebeurtenissen

Vanwege de coronamaatregelen vonden er in 2020 geen workshops plaats. Op dit moment wordt gekeken naar digitale mogelijkheden waarbij dezelfde inhoud wordt aangeboden als bij de fysieke bijeenkomsten. Daarnaast maken we gebruik van het Vaste Lasten Pakket (VLP). Dit is een met budgetbeheer vergelijkbare

Monitor Statushouders 2020

vorm van inkomensbeheer, bedoeld voor mensen zonder of met beginnende schulden. VLP is een zelfstandige stichting en wordt preventief ingezet om nieuwe of oplopende schulden te voorkomen. Het volledige inkomen (inclusief eventuele toeslagen) van de deelnemers wordt beheerd en de vaste lasten (huur of hypotheek, energie, water, zorg- en andere verzekeringen, (mobiele) telefonie en internet) worden betaald. Ook kan geld gereserveerd worden voor niet-maandelijkse facturen, zoals gemeentelijke heffingen. Voordeel voor de Rotterdamse statushouder is dat men bij deelname aan VLP een maandelijkse korting van 30 euro op de totale vaste lasten ontvangt. Dit bedrag wordt bij voorkeur ingezet om een financiële buffer op te bouwen. Het VLP wordt, naast de derdenbetalingen en diverse vormen van budgetbeheer, onderdeel van ons totale dienstverleningsaanbod. Als een statushouder in Rotterdam komt wonen en een bijstandsuitkering ontvangt, duurt het vaak enkele weken tot maanden voordat de toeslagen vanuit de Belastingdienst zijn toegekend en uitbetaald. In het kader van de nieuwe Wet inburgering (2022) en specifiek het deel financieel ontzorgen van statushouders lopen we hier nu ook al tegenaan. Dat geldt dus ook voor het kunnen starten met het VLP voor statushouders. Dit vraagstuk is onderdeel van de voorbereiding op de komst van de nieuwe wet.

De implementatieperiode in verband met de komst van de nieuwe wet gebruiken we voor de verdere uitwerking hiervan.

2.5 Alleenstaande minderjarige vreemdeling Een alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv) is bij aankomst in Nederland jonger dan 18 jaar, afkomstig uit een land buiten de Europese Unie en naar Nederland gekomen zonder ouder(s) of een andere persoon, die het gezag over de jongere heeft. Amv’s worden tot hun 18e jaar opgevangen in kleine wooneenheden (kwe’s), in kinderwoongroepen (kwg’s) of in pleeggezinnen. Kwe’s zijn bedoeld voor amv’s tussen de 15 en 18 jaar die een grote mate van zelfstandigheid kennen, maar nog niet volledig zelfstandig kunnen leven. Deze kwe’s bestaan uit vier amv’s van verschillende nationaliteiten. Een kwg biedt ruimte aan kinderen die nog niet zelfstandig zijn. Mentoren begeleiden deze groep 24 uur, zeven dagen lang. De laatste huisvestingsmogelijkheid voor amv’s zijn de pleeggezinnen. Deze pleeggezinnen zijn bedoeld voor amv’s die het gevoel van veiligheid van een gezin

29

nodig hebben. De afgelopen jaren heeft de gemeente Rotterdam de begeleiding van deze amv’s door Nidos zelf gefinancierd wegens gebrek aan middelen van het Rijk. Er wordt gelobbyd via de VNG om hiervoor middelen te krijgen vanuit het Rijk. Als dit in 2021 niet lukt, moet hiervoor structurele financiering vanuit de gemeente worden gevonden. Ondersteuning van opvang in een pleeggezin is belangrijk omdat dit een veilige basis biedt en tot goede integratie leidt. In december 2020 is de kwg in Rotterdam door Enver, de organisatie die voor Nidos deze opvang organiseert, gesloten. Dit is gedaan omdat er minder amv’s zijn. Kinderen zijn naar een kwg in een andere gemeente verhuist of naar een kwe in Rotterdam. Na hun 18e verjaardag verhuizen de amv’s naar een deelwoning. Zij wonen daar met drie of vier personen. Op deze groep is nog begeleiding nodig. Vaak zijn ze nog niet zolang in Nederland en nog niet zelfstandig genoeg om een huishouding te voeren. Er is vaak sprake van achterliggende problemen zoals taalbarrière, GGZ-problematiek, financiën en schooluitval. Over het algemeen was er in 2020 meer sprake van complexe problematiek van een beperkt aantal jongeren, die een intensievere vorm van woonbegeleiding nodig hadden. In 2020 zijn er een projectleider/ketenregisseur amv en gespecialiseerde wmo- en jongerenconsulenten aangesteld om dit beter te begeleiden.

Er is ook gebruik gemaakt van de inzet van de Rotterdamse Douwers. Dat zijn Rotterdammers die, belangeloos, uit betrokkenheid, hun netwerk, talent en vaardigheden inzetten om een jongere een duwtje in de rug te geven door samen met deze jongere de handen uit de mouwen te steken. Daarnaast is in begin 2020 de theatervoorstelling Breaking barriers, building bridges opgevoerd voor professionals die werken met de doelgroep amv. Verschillende jonge vluchtelingen vertelden hun verhaal in deze voorstelling. Ook in 2021 worden er empowermenttrainingen gegeven via theaterworkshops en een theatervoorstelling door en voor de doelgroep en professionals.

30

2.6 Samenvatting Zorg De Rotterdamse Aanpak Statushouders 2019 – 2022 is erop gericht dat statushouders na hun huisvesting in Rotterdam zo snel mogelijk (financieel) zelfredzaam worden. Hiervoor kunnen statushouders rekenen op maatschappelijke begeleiding. In 2020 hebben alle volwassen statushouders, die recht hadden op maatschappelijke begeleiding en gehuisvest zijn, deze dienstverlening ontvangen. In 2020 zijn 330 statushouders begonnen met de intake, die hoort bij de start van de maatschappelijke begeleiding. Er zijn 314 statushouders gestart met het tweede jaar van de maatschappelijke begeleiding. Het onderzoek van de Erasmus Universiteit naar het programma van Stichting Nieuw Thuis Rotterdam laat zien dat statushouders aanzienlijk minder gebruik maken van ondersteuning voor psychische gezondheidsproblematiek dan niet-statushouders (Van der Linden & Dagevos, 2019). Dit is opmerkelijk omdat deze groep zeer gevoelig is voor psychische problemen, zoals depressies. Ook uit de ontwerpsessie, georganiseerd door OpenEmbassy in 2020, blijkt dat de toegang tot de GGZ moeilijk kan zijn voor nieuwkomers. Statushouders weten zelf niet welke hulp zij nodig hebben en het kan lastig zijn om de hulpvraag te formuleren. Daarnaast kennen veel statushouders het Nederlandse systeem niet. Mensen raken de weg kwijt bij een doorverwijzing.

Sinds 2020 organiseert Stichting Mano in opdracht van de gemeente zowel individuele als groepsbijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten is oog voor de culturele achtergrond van de deelnemer zodat hij de nieuwe cultuur sneller leert begrijpen. Ook bieden zij passende doorverwijzing als trauma’s en psychische problemen opkomen. Daarnaast blijven we preventieve instrumenten inzetten, zoals de twee aanvullende participatieworkshops (gezondheid en stress, en seksuele gezondheid) en deskundigheidsbevordering bij consulenten. Zodat zij bijvoorbeeld problemen als gevolg van pre- en postmigratiestress tijdig kunnen signaleren.

Monitor Statushouders 2020

Monitor Statushouders 2020

31

Hoofdstuk 3

Werken en leren De gemeente biedt statushouders een stabiele inkomensbasis die nodig is om te werken aan integratie, re-integratie en arbeidsontwikkeling. Het overgrote deel van de statushouders doet, in ieder geval de eerste periode, een beroep op een gemeentelijke uitkering. Het is wenselijk dat burgers zo beperkt mogelijk bijstandsafhankelijk zijn. Daarom spant de gemeente zich in voor deze totale groep werkzoekenden om zo veel mogelijk (duurzame) uitstroom te realiseren. Hierbij maakt de gemeente gebruik van het reguliere instrumentarium dat beschikbaar is, uitgaande van het in 2019 vastgestelde beleidskader Mensenwerk. Met de vaststelling van de Rotterdamse Aanpak Statushouders 2019 – 2022 ligt daarbij meer focus op een intensieve maatwerkaanpak, gericht op werk en opleiding. Hierbij is als collegetarget vastgesteld: •

•

het aantal bijstandsuitkeringen voor statushouders daalt naar 1.507, dankzij aanvullende maatregelen om statushouders naar werk te begeleiden 80 procent van alle Rotterdamse statushouders met een bijstandsuitkering is binnen zes maanden na toekenning van de uitkering gestart met het inburgeringstraject

Disclaimer: het is mogelijk dat er kleine verschillen zitten tussen de verschillende eindcijfers die zijn gepubliceerd over dit onderwerp. Dit komt door verschillen in bron en/of peildatum. Dit doet aan de conclusies niets af, omdat de verschillen minimaal zijn.

3.1 Totaal bijstandsuitkeringen Het gaat hier om de werkzoekenden met een bijstandsuitkering, die sinds 1 januari 2013 een verblijfsdocument hebben gekregen (verblijfscode 26 en verblijfscode 27 vanaf 1 januari 20188), en waarvan de uitkering startte in de periode 2013 – 2020. Dit is inclusief de burgers die een vervangend verblijfsdocument (ook code 26 of 27) hebben gehad of genaturaliseerd zijn in de tussentijd, ongeacht hun nationaliteit. In de tabel met aantal personen tellen ook de zogenaamde nareizende partners mee, die sinds 1 januari 2013 een verblijfsdocument hebben gekregen om zich bij de partner (hoofdaanvragers van uitkeringen die reeds voor 2013 gestart zijn) te vestigen. De uitkering en de hoofdaanvrager zelf tellen niet mee in de aantallen. De cijfers komen uit de gemeentelijke systemen; uitkeringssysteem Socrates en klantvolgsysteem Re-integratie Module Wigo4it (RMW). Deze zijn volgens de landelijke regelgeving ter bescherming van persoonsgegevens niet gekoppeld aan andere bronnen uit eerdere delen van deze monitor. Ondanks het verschil in de beschikbare gegevens, zijn nagenoeg dezelfde selecties gemaakt. Het uitgangspunt is dus hetzelfde. Zoals vorig jaar is vermeld, is gekozen om de rapportage dynamisch te maken, wat structureel kleine aanpassingen in eerder geleverde tellingen tot gevolg heeft.

Deze systematiek passen wij toe in alle rapportages, zowel intern als extern. In tabel 6 staat het totaalaantal bijstandsuitkeringen voor statushouders van 1 januari 2013 tot en met 31 december 2020. Daarbij is ook het aandeel jongeren onder de 27 jaar aangegeven.

⁸

32

De IND verstrekt alleen code 27 na minimaal 5 jaar verblijf in Nederland.

Monitor Statushouders 2020

Tabel 6. Aantal statushouders in de bijstand 2013 t/m 2020 Statushouders bijstand totaal

Uitkering

Personen

Totaal

Waarvan < 27

Totaal

Waarvan < 27

Totaal 1-1-2013 t/m 31-12-2020

3237

791

4175

927

Waarvan uitgestroomd

1255

433

1493

470

Aamtal statushouders in bijstand 1-1-2021

1982

358

2682

457

De gemeente heeft sinds 1 januari 2013 3.237 uitkeringen aan statushouders verstrekt. Hiervan zijn er nog 1.982 actief. Dit zijn er ruim 200 meer dan eind 2019. Gehuwden of geregistreerde partners ontvangen samen één uitkering, maar zijn twee personen. Meestal zijn beide burgers statushouders, maar dit is niet altijd zo. Zodoende zijn met deze uitkeringen in totaal 2.683 volwassen statushouders bijstandsafhankelijk.

We lagen goed op koers, zie figuur 3. We merken dat de coronacrisis in 2020 invloed heeft gehad op de instroom- en uitstroomcijfers. We lopen hierdoor niet meer op schema om onze doelstelling te behalen om het aantal bijstandsuitkeringen voor statushouders te laten dalen naar 1.507.

Figuur 3.

2000

1925

1850

1775

1700 1-Jan-19

1-Apr-19

Monitor Statushouders 2020

1-Jul-19

1-Oct-19

1-Jan-20

1-Apr-20

1-Jul-20

1-Oct-20

1-Jan-21

33

Het aandeel van statushouders in de bijstand is nu 5,5 procent van het totaalaantal Rotterdammers met een bijstandsuitkering. Van het totaalaantal jongeren (onder de 27 jaar) met een bijstandsuitkering is 15,4 procent statushouder. Naar verhouding is het aandeel jonge statushouders groter dan statushouders van 27 jaar en ouder. Dit is echter ten opzichte van vorig jaar met bijna 2 procent gedaald.

In tabel 7 zijn de uitkeringen verdeeld naar leefsituatie. Deze bepaalt de hoogte van de uitkering. Uit de tabel blijkt dat ruim de helft van de statushouders alleenstaand is. De groep alleenstaande ouder is relatief klein.

Instroom en uitstroom Tabel 8 laat over 2020 het aandeel van statushouders (niet uniek) zien in het aantal bijstandsaanvragen en het totaalaantal bijstandsuitkeringen vanuit de Bundeling Uitkeringen Inkomstenvoorziening Gemeenten (BUIG).

In tabel 9 is te zien dat de afgelopen jaren in totaal 1871 uitkeringen van statushouders zijn beëindigd. Dat wil zeggen dat de bijstandsuitkering volledig is gestopt door inkomen boven de bijstandsnorm, een voorliggende voorziening (zoals studiefinanciering) of andere redenen (verhuizing, rechtmatigheid, etc.). Vrijwilligerswerk of parttime werk onder de bijstandsnorm telt niet mee. De uitstroomredenen staan uitgesplitst in tabel 9.

Tabel 8 laat zien dat 5,5 procent van de totale instroom in de bijstandsuitkering in 2020 statushouders zijn. Bij jongeren (onder de 27 jaar) was het aandeel groter, namelijk 6,6 procent.

Tabel 7. Aantal bijstandsuitkeringen naar uitkeringsnorm op 1-1-2021 Uitkeringsnorm

Uitkering Aantal

%

Alleenstaande

1140

58

Alleestaande ouder

227

11

Gehuwden en samenwonenden

614

31

Anders

0

0

Onbekend

1

0

Totaal

1982

100

Tabel 8. Percentage statushouders met bijstandsuitkering Statushouders 2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

aantal %

aantal %

aantal %

aantal %

aantal %

aantal %

aantal %

aantal %

80

0,8

269

2,3

602

5,4

863

8,6

456

5,3

299

4,1

429

6,2

563

5,5

Waarvan onder 27 35

1,3

124

4,4

291

10,6

385

15,5

206

9,8

110

7,2

161

10,4

194

6,6

76

0,2

327

0,9

909

2,4

1687

4,3

1929

5,1

1893

5,4

1765

5,2

1982

5,5

Waarvan onder 27 22

0,8

69

2,4

230

8,1

460

15,2

544

19,5

497

22,2

346

17

382

15,4

Instroom Totaal

Aandeel in BUIG-volume Totaal

34

Monitor Statushouders 2020

Tabel 9. Uitstroomreden (per uitkering) 2013 – 2020 Uitstroomreden

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

2020

% in 2020

Inkomsten uit reguliere arbeid

0

1

5

34

94

218

269

140

41

Inkomsten uit zelfstandig beroep/bedrijf

0

0

0

1

2

15

20

18

5

Studie/opleiding

1

6

9

26

79

107

140

92

27

Verhuizing naar andere gemeente

1

8

4

21

32

27

21

24

7

Andere reden

3

12

39

56

89

95

92

70

20

Totaal

5

27

57

138

296

462

542

244

100

De uitstroom neemt elk jaar toe, al is in 2020 een daling te zien als gevolg van de corona-maatregelen. In 2019 waren 542 mensen uitgestroomd, in 2020 344. Inkomsten uit reguliere arbeid of zelfstandig beroep of bedrijf en het starten met een studie of opleiding vormt in 2020 73 procent van de uitstroomreden. Het aandeel uitstroom naar studie of opleiding is in vergelijking met 2019 gestegen. 27 procent stroomt met een andere reden uit. Voorbeelden van ‘andere reden’ zijn onder andere overlijden, voeren gezamenlijke huishouding en bereiken van de AOW-leeftijd.

In 2020 is het aantal instromende statushouders gestegen, terwijl het aantal uitstromende statushouders is gedaald. Met een uitstroom van 344 in 2020 is deze nu kleiner dan de instroom van 564 in 2020. Daardoor is het aantal uitkeringen gestegen. Tabel 10 laat zien hoeveel procent van de instroom in elk jaar is uitgestroomd. Van het aantal statushouders dat in 2013 is ingestroomd, is inmiddels 78,6 procent weer uitgestroomd. Van het aantal statushouder dat in 2020 is ingestroomd is dit 9 procent. Dit laat zien dat statushouders zeker een aantal jaar een bijstandsuitkering ontvangen.

Tabel 10. Procent uitstroom v/d instroom Jaartal

% uitgestroomd van de instroom

2013

78,6

2014

69,2

2015

62,4

2016

47,4

2017

45,6

2018

40,4

2019

13,8

2020

9

Monitor Statushouders 2020

35

36

Monitor Statushouders 2020

Parttime aan het werk

Verdeling naar geslacht en leeftijd

Tabel 11 laat het aantal statushouders zien met een bijstandsuitkering waarop inkomsten worden gekort en het aantal statushouders dat parttime aan het werk is.

Tabel 12 betreft het aantal volwassen statushouders met een lopende bijstandsuitkering, verdeeld naar geslacht en leeftijd.

In 2020 zijn 1.133 statushouders parttime aan het werk en zijn op 761 bijstandsuitkeringen inkomsten ingehouden. Dit betreft 38,4 procent van het totaalaantal statushouders met een bijstandsuitkering. Het aandeel neemt de laatste jaren toe. Dit zien wij als een gunstige ontwikkeling. Veel statushouders zijn nog bezig met de inburgering en kunnen hierdoor niet altijd fulltime werken. We stimuleren hen om naast de inburgering te werken.

De verdeling man-vrouw is bij de statushouders 55 procent versus 44 procent. Dit is vergelijkbaar met het totale bestand. 29 procent is jonger dan 30 jaar.

Tabel 11. Parttime inkomen Statushouders met parttime inkomsten

2020

Totaal Uitkeringen

Personen

Actieve uitkeringen

%

761

1.133

1982

38,4

Tabel 12. Bijstandsuitkering naar leeftijd en geslacht Kenmerk

Relatie

totaal

Hoofdaanvrager

Partner

Aantal

%

Man

1395

86

1481

55,2

Vrouw

587

614

1201

44,8

18-22

125

17

142

5,3

23-26

233

82

315

11,7

27-29

245

78

323

12

30-54

1235

475

1710

63,8

55-66

144

48

192

7,2

Totaal

1982

700

2682

100

Geslacht

Leeftijdscategorie

Monitor Statushouders 2020

37

Ontheffing

Bijzondere bijstand

Verdiepende diagnoses kunnen omstandigheden aan het licht brengen die leiden tot een (tijdelijke) ontheffing van een of meerdere verplichtingen uit de Participatiewet (arbeidsverplichting, re-integratieverplichting of tegenprestatie). De gronden zijn bijvoorbeeld (arbeids)medisch, psychisch, sociaal, of hangen samen met alleenstaand ouderschap met jong(e) kind(eren). In tabel 13 staan de lopende ontheffingen.

Zoals andere burgers kunnen ook statushouders aanspraak maken op bijzondere bijstand. De reguliere regels voor toekenning van bijzondere bijstand zijn van toepassing. Tabel 14 staan de kostensoorten en totaalbedragen.

Op dit moment zijn 85 statushouders (tijdelijk) ontheven van de arbeidsverplichtingen. Dit is vergelijkbaar met vorig jaar (83). De ontheffingen zijn altijd tijdelijk van aard. Zeer ernstige uitzonderingsgevallen daargelaten. De re-integratieverplichting blijft ook in deze gevallen gelden. Dit houdt in dat altijd meegewerkt moet worden aan (onderzoek naar) de mogelijkheid tot re-integreren.

Statushouders hebben in 2020 gezamenlijk ongeveer 1.9 miljoen euro aan bijzondere bijstand ontvangen. Cumulatief vanaf 2013 is dit 5.4 miljoen euro. Zoals verwacht is de grootste bijdrage verstrekt voor kosten van inrichting en verhuizing en voor eenmalig levensonderhoud om te kunnen voldoen aan de eerste vaste lasten. Er is immers geen eigen buffer uit eerder inkomen.

Tabel 13. Ontheffingen Ontheffing

Totaal aantal

Peildatum 31 december 2020 Verlopen

Lopend

Medische gronden

5

5

0

Ontheffing op verzoek alleenstaande ouder met kind < 5jr.

3

3

0

Sociale gronden

32

32

0

Tijdelijke ontheffing arbeidsverpl. en tegenprestatie

200

165

35

Tijdelijke ontheffing arbeidsverplichtingen

170

134

36

Volledig en duurzaam arbeidsongeschikt (geen verpl.)

15

1

14

Totaal

425

340

85

38

Monitor Statushouders 2020

Tabel 14. Bijzondere bijstand Kostensoort

2020

BB inc. Geldlening

124.314,77

BB inc. Huisraad e.d.

1.010.223,95

Bewind/Mentor/Curator (eenm.)

5.144,02

Bewind/Mentor/Curator (per.)

17.629,62

Dieetkosten (eenm.)

550

Eenmalig levensonderhoud

349.591,57

Huur doorbetaling bij detentie - lening (eenm.)

3.170,30

Individueel inkomenstoeslag (per.)

24.530

Individuele studietoeslaf (per.)

117.979,21

Kinderopvang (niet uitstroom) (per.)

1.369,77

Koopkrachttegemoetkoming 2014 (eenm.)

100

Overige kosten financiele transacties (eenm.)

1256,80

Overige medische/paramed. Hulp (per.)

720

Overige niet indeelbare kosten (eenm.)

8.470,46

Rechtsbijstand

22.787,50

Schuldsanering (eenm)

4.968,39

Verhuiskosten

182.339,23

Verwarmings- en verlichtingskosren (eenm)

268

Voorschot broodnood

2.160

Voorschot Tozo (voor ondernemers) (eenm)

4.209,28

WKT huurwoning/koopwining (per)

2.095,20

Totaal

1.883.878,07

Monitor Statushouders 2020

39

3.2 Inzet instrumenten De afdelingen van de gemeente hebben het reguliere pakket aan ontwikkelingsinstrumenten ter beschikking. De afgelopen jaren gold voor alle statushouders allereerst dat zij via IOS zijn aangemeld bij VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland, de intensieve Taalstart en dat zij moeten voldoen aan hun inburgeringsplicht. Daarnaast krijgen statushouders vroeg in het proces een gesprek met een gespecialiseerde consulent over werk en scholing. De begeleiding tot aan uitstroom naar werk of opleiding vindt in de gespecialiseerde teams plaats. 2020 was door de coronapandemie een bijzonder jaar. Waar fysieke ontmoetingen niet altijd mogelijk waren, zijn de trajecten digitaal of op 1,5 meter afstand en met gebruik van plexiglasschermen voortgezet. Wanneer plaatsingen (betaald of onbetaald) niet mogelijk waren, is ingezet op de bevordering van de taal en de integratie. In 2020 zijn 2590 aanvullende integratie-instrumenten gestart. De meeste richten zich op taal, arbeidsontwikkeling en verdiepende diagnoses. Het is een verscheidenheid aan instrumenten, waarbinnen de looptijd verschilt van één moment tot een aantal maanden.

Specifieke instrumenten voor statushouders Naast aanvullende re-integratie-instrumenten zijn instrumenten expliciet bedoeld voor statushouders ingekocht. Tabel 15 geeft deze weer. Hiernaast maken we ook gebruik van ‘informele’ trajecten in stad. Registratie op deze trajecten in het systeem is hierdoor niet mogelijk. Deze kunnen echter wel bijdragen aan het wegnemen van belemmeringen om aan het werk te gaan of aan scholing te beginnen.

Empowerment trainingen voor Eritreeërs (stichting Lemat) Gedurende de training van 8 weken worden de normen en waarden in Nederland, de verschillen tussen de twee culturen en waarom integratie essentieel is, op een interactieve manier besproken. Het doel van deze training is om Eritrese statushouders klaar te maken voor hun volgende stap in hun (re-)integratieproces. Motiveren en empoweren is een concreet doel van de training. Tijdens het traject wordt gewerkt aan het ontwikkelen van (soft) skills en de weerbaarheid van de groep. Elke training wordt afgesloten met een rollenspel. Denk hierbij aan het oefenen van een stevige handdruk, de ander in de ogen aankijken, jezelf voorstellen voor de groep (duidelijk en articulerend spreken). In de zevende training wordt

Tabel 15. Instrumenten voor statushouders Traject

Aantal aangemeld traject 2020

Aantal in begeleiding 2020

Stichting Lemat

15

Wegens corona heeft maar één groep van 15 kandidaten de training succesvol kunnen afsluiten. De overige vier groepen zullen hopelijk in 2021 starten.

Pilot Z route Alsare

10

10

Statushoudrs voor de klas

4

4

UAF

101

123

Alsare

10*

37

Calder Werkt

15

51

Sagenn

36

122

Stichrtign Mano

3

43

New Bees

40

27

Fit voor GIT

162

162

*Rijnmond-breed 10, waarvan 4 uit Rotterdam

40

Monitor Statushouders 2020

gewerkt aan een toekomstplan en het voeren van sollicitatiegesprekken. Bij de laatste training presenteren de deelnemers hun toekomstplan aan de groep. Ook wordt de training feestelijk afgesloten, waarbij certificaten worden uitgereikt. Dit is in samenwerking met stichting Lemat.

NT2 niveau II halen, komen in aanmerking voor de deeltijd lerarenopleiding aan de Hogeschool Rotterdam. Daarnaast is het doel om na de stage op een middelbare school te blijven werken als docent. Het traject is in samenwerking met de Hogeschool Rotterdam, VSB-fonds, LMC Voortgezet Onderwijs en het UAF.

Pilot z-route

UAF

De z-route is bedoeld voor inburgeraars die naar verwachting zeer veel moeite hebben met het leren van de Nederlandse taal. De z-route biedt deze inburgeraars een betekenisvol traject van ongeveer twee jaar met activiteiten die aansluiten bij hun persoonlijke integratiedoelen. De pilot moet inzicht geven in de aanpak en uitvoering van de leerroute, de zogenoemde z-route in het nieuwe inburgeringsstelsel. De opbrengst van de pilot wordt benut bij de verdere inrichting van de z-route. Er zijn 10 deelnemers geselecteerd voor de pilot. De volgende criteria zijn gehanteerd: ontheffing van de inburgeringsplicht na 2013, de juiste motivatie en fysieke- en geestelijke gesteldheid. Het programma binnen de pilot is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid en het sociale netwerk van de statushouder en biedt activiteiten die bijdragen aan het kunnen doen van (vrijwilligers)werk. Elke deelnemer krijgt een programma van 20 uur per week voor de duur van 40 weken. Dit bestaat uit een geïntegreerd traject van 10 uur per week taal en 10 uur per week participatie, in totaal 800 uur. Het programma draagt bij aan het verhogen van het taalniveau van de deelnemer. Daarbij is het behalen van alle taalonderdelen op niveau A1 en waar haalbaar op niveau A2 het streven.

Participatie omvat activiteiten die bijdragen aan het vergroten van de (financiële) zelfredzaamheid van de deelnemer, het uitbreiden van het eigen netwerk en het actief worden in de samenleving door werk of vrijwilligerswerk. Deze pilot is in samenwerking met Alsare.

Het UAF ondersteunt hoger opgeleide statushouders financieel en begeleidt hen bij studeren en werken. Statushouders kunnen bij het UAF terecht als ze het Nederlands op niveau A2 beheersen en bezig zijn met een taaltraject B1. Het UAF spant zich, samen met de werkzoekende statushouder en de gemeente, in voor een duurzame plek op de arbeidsmarkt op het niveau van de betreffende statushouder.

Statushouders voor de klas In Turkije en Syrië stonden ze als bevoegd wiskundeof natuurkundedocent voor de klas. Nu zitten 14 deelnemers aan het leerwerktraject ‘statushouders voor de klas in Rotterdam’ zelf weer in de schoolbanken. Met dit opleidingstraject bereiden de deelnemers zich voor op een doorstart als docent in Rotterdam. Het leerwerktraject bestaat uit twee delen. In het eerste halfjaar krijgen de deelnemers intensieve taal- en vaktaallessen, oriënteren zij zich op lesgeven in Nederland en doen ze een korte snuffelstage. Vanaf september lopen de deelnemers stage op een school. Die stage wordt gecombineerd met Nederlandse lessen op weg naar C1-taalniveau en het opfrissen van pedagogische en didactische vaardigheden. De deelnemers die het leerwerktraject succesvol afronden en staatsexamen

Monitor Statushouders 2020

Alsare en Calder Werkt Het traject Alsare richt zich op nareizende statushouders uit Eritrea, Somalië of Ethiopië met een grote afstand tot de arbeidsmarkt. Het traject Calder richt zich op vrouwelijke statushouders, veelal afkomstig uit Syrië, Irak, Iran, Afghanistan, Eritrea, Somalië of Ethiopië. Deze groepen wordt geleerd om kansen als uitdagingen te zien en men leert realistische doelen te stellen. Een trajectbegeleider en een docent begeleiden de deelnemers. Wanneer nodig kan er extra begeleiding ingezet worden die kan ontzorgen. Het traject kenmerkt zich door een persoonlijke aanpak gericht op succeservaringen.

Sagènn De aanpak richt zich op effectief gedrag om aan werk te komen. Er wordt aangesloten op motivatie, competentie, sociaal netwerk en verwachtingen vanuit de kernwaarden gelijkwaardigheid en veiligheid. Men doorloopt een intake, een empowermenttraining, maakt een eigen plan om zijn doel te bereiken. Vanuit de competentie waardering volgt een workshop arbeidsmarkt waarbij sollicitatietraining aan de orde komt. Men maakt een logboek om zo dagelijks te reflecteren op het eigen gedrag en de effectiviteit daarvan.

Samen aan de slag (Mano) Het traject richt zich op het opdoen van werknemersvaardigheden. Iedere deelnemer krijgt een individueel ontwikkelplan. Na afloop van het traject Samen aan de slag worden zij arbeids- of studiefit geacht en beschikken zij over de kennis en vaardigheden om uit te stromen naar een passende opleiding of een werkervaringsplek met uitzicht op betaald werk.

41

Geïntegreerde duale inburgeringstrajecten (GIT)

Schakeltrajecten en traject richting onderwijs

Bij de GIT-trajecten vinden op de locatie van de werkgever zowel de taallessen als de beroepsopleiding plaats. De statushouder start met een proefperiode met behoud van uitkering van maximaal acht weken. Daarna volgt de statushouder de Beroeps Begeleidende Leerweg (BBL). Daarbij gaat hij één dag per week naar school en werkt hij maximaal 32 uur per week. Het opleidingsfonds aan de werkgeverskant en het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap bekostigen de opleiding. Door de combinatie werken en leren, participeren zij sneller in de samenleving en kunnen zij sneller voorzien in het eigen levensonderhoud. Afhankelijk van het mbo-niveau en de opleiding duurt een traject een of twee jaar. Wanneer statushouders zijn gestart met de BBL, zijn zij in dienst van de werkgever en niet meer afhankelijk van een uitkering. Het is in 2020 lastig geweest om nieuwe trajecten op te starten. Statushouders worden bij de aanmelding getoetst om te kijken of ze in staat zijn om dit intensieve traject te volgen. Deze toets vindt fysiek plaats. De toets kon echter niet plaatsvinden vanwege de coronamaatregelen. Wel zijn we in 2020 in gesprek gebleven met potentiële werkgevers. Tabel 16 geeft weer welke trajecten beschikbaar zijn en hoeveel statushouders in 2020 zijn gestart.

De inburgering is geen specifieke voorbereiding op vervolgonderwijs. Tijdens de inburgering werkt de statushouder niet aan het aanvullen van vakkennis, beheersing van het Engels, wiskunde en eventueel andere vakken of aan het leren van de vereiste studievaardigheden en competenties. Een schakeljaar naar mbo, hbo of wo kan hier wel in voorzien en veel onderwijsinstellingen bieden een schakeljaar aan. In tabel 17 staat het aantal trajecten dat gevolgd is vanuit de Internationale Schakel Klas (ISK) en schakeljaren. De mensen die gestart zijn in 2019 (schooljaar 2019/2020) en 2020 (schooljaar 2020/2021) zijn in deze tabel bij elkaar opgeteld, omdat zij allen in 2020 een traject volgden. Vanuit het Jongerenloket zijn dus 111 jongeren gestart met een schakeltraject naar regulier onderwijs. Sagènn is een re-integratiebedrijf dat wordt ingezet om jongeren voor te bereiden op uitstroom naar school. Van deze deelnemers zijn inmiddels 56 jongeren uitgestroomd naar een vervolgopleiding. Overige deelnemers stromen of in februari 2021 of september 2021 uit naar vervolgonderwijs.

Tabel 16. Inzet GIT Lopende trajecten GIT en gemengd

Trajecten GIT of gemengd

Mbo-niveau

Plekken

Bijzonderheden

Automotive

GIT

1

11

2 start mbo 2 opleiding bij werkgever

Aafje

gemengd (GIT/PW)

1

3

Rijnmond bouw

gemengd (GIT/PW)

1

8

Tabel 17. Inzet ISK en schakeljaar Start in 2019 en 2020 Voorbereiden jaar hbo/wo Erasmus

26

Albeda, schakelonderwijs naar mbo

44

Sagènn make your move

41

42

Monitor Statushouders 2020

Assessment Om inzicht te verkrijgen in de ontwikkelingsmogelijkheden van de statushouder richting arbeid, is een assessment ontwikkeld om de juiste dienstverlening te bieden. De ontwikkeling van dit assessment is niet aanbesteed maar zelf ontwikkeld door de gemeente Rotterdam. Bestaande assessments voldeden niet aan de vraag van consulenten en haalden onvoldoende gegevens op. • • •

Bestaande assessments bleken niet cultuursensitief Bestaande assessments bleken niet geschikt voor analfabeten Bij bestaande assessments ontbrak een een-op-een gesprek met een psycholoog om na te bespreken of bijzonderheden in de uitkomst te checken of uit te diepen

Het assessment bestaat uit vragenlijsten die in het Nederlands en in zeven andere talen worden aangeboden en er vindt een gesprek plaats. Er is een voorlichtingsfilmpje in het Nederlands en in zeven andere talen beschikbaar, waarin kort en bonding wordt uitgelegd wat een assessment is en waarom dit wordt afgenomen. Het doel van het filmpje is mogelijke weerstand, angst en schaamte wegnemen. Het doel van het assessment is een passend traject gericht op werk, scholing of vrijwilligerswerk aan te bieden. Het wordt ingezet wanneer een statushouder de Rotterdamse Taalstart (RTS) heeft doorlopen en de uitkomsten daarvan bekend zijn en gedeeld met de consulent. Het assessment is modulair; met de uitkomsten van de RTS kan het ingekort worden. In januari 2020 zijn de eerste assessments afgenomen.

3.3 Start inburgering We hebben ons als doel gesteld dat 80 procent van alle Rotterdamse statushouders met een bijstandsuitkering binnen zes maanden na toekenning van de uitkering is gestart met het inburgeringstraject. De gemeente registreert de start van de inburgering maar kan hierop niet sturen, omdat de regie van de inburgering nog bij de statushouder zelf ligt. Tabel 18 laat de cijfers over 2020 zien. Het percentage Rotterdamse statushouders dat binnen de termijn van zes maanden is gestart met een inburgeringstraject is 43 procent en ligt nog niet op schema. Dit lagere percentage komt mede door corona. Dit heeft de start van trajecten (bijvoorbeeld in groepsverband) bemoeilijkt. Vanzelfsprekend zetten de specialistische consulenten zich in om de statushouders zoveel mogelijk te stimuleren om zich tijdig in te schrijven, te starten met inburgeringscursussen en ons daarover te informeren. Onder het nieuwe stelsel koopt de gemeente de cursussen in en daarmee kan de verwijzing gerichter en effectiever plaatsvinden. De nieuwe wet is inmiddels drie keer uitgesteld en gaat per januari 2022 in.

Tabel 18. Inburgering

Inburgering

Peildatum 1 januari 2020

Binnen de termijn

43%

Buiten de termijn

47%

In 2020 hebben 220 statushouders deelgenomen aan het assessment. Het overgrote merendeel (90 procent) ervaart het assessment als positief. De deelnemers waarderen de persoonlijke aandacht. Zij zien het als een kans om een toekomst op te bouwen en daarbij gerichte ondersteuning te krijgen. Ook voor de consulenten heeft de uitkomst van het assessment toegevoegde waarde. De adviezen die gegeven worden op basis van leervermogen, interesses en rekening houdend met ondersteuningsbehoeften, zijn concreet genoeg om de statushouder verder te helpen. We blijven het assessment verder ontwikkelen, zodat deze nog beter kan worden afgestemd op de diverse doelgroepen onder de statushouders, zoals digibeten of hoogopgeleide statushouders.

Monitor Statushouders 2020

43

44

Monitor Statushouders 2020

3.4 DUO Een inburgeringsplichtige heeft drie jaar de tijd om te voldoen aan de inburgeringsplicht. Om inzicht te geven in hoeveel statushouders sinds 2013 t/m 2020 in Rotterdam hebben voldaan of nog bezig zijn met de inburgering, onderscheiden we drie categorieën. Statushouders die hebben voldaan, ontheffing hebben gehad of nog bezig zijn met de inburgering. Bij deze laatste categorie zitten dus ook statushouders die sinds 2020 inburgeringsplichtig zijn geworden en nog drie jaar de tijd hebben om in te burgeren. DUO is verantwoordelijk voor de handhaving van de inburgeringswet.

Tabel 19. Inburgering DUO

3.5 Rotterdamse Taalstart (RTS) Alle inburgeringsplichtige statushouders die in 2020 in Rotterdam gehuisvest worden en nog niet gestart zijn met inburgering, beginnen zo snel mogelijk met de RTS. Rotterdamse statushouders volgen een flexibel modulair programma-aanbod op het gebied van taal en zelfredzaamheid. Het programma duurt tien weken. De gemeente (consulent) ontvangt aan het eind van de RTS een eindrapportage per deelnemer. Deze rapportage biedt de consulent inzicht in het taalniveau, de gevolgde modules, inzet en motivatie van de deelnemer en een advies op inburgering. Welk niveau is haalbaar en een inschatting van hoeveel tijd de deelnemer nodig heeft. Deze eindrapportage geeft weer extra informatie, waardoor de consulent een vollediger beeld van de statushouder heeft. Dit helpt bij het bieden van de juiste ondersteuning en begeleiding. In 2020 hebben 216 deelnemers de RTS afgerond.

Categorie

Aantal statushouders 2013 t/m 2020

Voldaan aan inburgeringsplicht

1926

Ontheffing van de inburgeringsplicht

551

Evaluatie van het programma Rotterdamse Taalstart

Nog bezig met inburgeren

2209

Ter voorbereiding op het ingaan van de nieuwe Wet Inburgering per 1 januari 2022, wilde de gemeente Rotterdam onderzoeken in hoeverre de RTS bijdraagt aan een eerste stap in het integratieproces van statushouders. Het Verwey-Jonker Instituut is in april 2020 begonnen met het onderzoek naar de RTS. De hoofdvraag van het onderzoek luidt: In hoeverre draagt de RTS bij aan een goede start van statushouders in Rotterdam en het inburgeringsproces dat daarop volgt? Uit het onderzoek blijkt dat de RTS bijdraagt aan een goede start van statushouders in Rotterdam. Statushouders begrijpen over het algemeen beter wat er van hen verwacht wordt in Nederland. Ook zijn zij meer gemotiveerd om in te burgeren en te integreren. Dankzij de RTS worden statushouders wegwijs gemaakt in de Nederlandse samenleving en in Rotterdam in het bijzonder. Zij leren Nederlandse woorden en kunnen aan het einde van de RTS over het algemeen zinnen maken en gesprekjes voeren. De uiteindelijke resultaten verschillen per statushouder. Bij sommige statushouders is de afstand tot de Nederlandse samenleving zo groot waardoor zij waarschijnlijk de informatie moeilijk(er) verwerken. Daarnaast ervaren (sommige) hoogopgeleide/ zelfredzame statushouders de taallessen als minder of onvoldoende nuttig. Dit kan leiden tot demotivatie. Zowel deelnemers als professionals zijn overwegend

Monitor Statushouders 2020

45

positief over de ervaren opbrengsten. Daarnaast is het van belang om te benadrukken dat de RTS slechts de eerste stap is in de integratie van statushouders, en dat het niet realistisch is om grote stappen te verwachten op het gebied van taal en zelfredzaamheid.

3.6 Participatieverklaringstraject (PVT) Met de Participatieverklaring verklaart de statushouder kennis te hebben genomen van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en deze te respecteren. Op 1 oktober 2017 is de vernieuwde Wet inburgering (2013) in werking getreden. Daarmee is het tekenen van de Participatieverklaring een verplicht onderdeel geworden van de inburgering. In 2020 hebben 160 statushouders de Participatieverklaring getekend. Daarnaast hebben 33 statushouders de workshops gevolgd, maar zij hebben de verklaring nog niet kunnen tekenen. 37,45 procent van de PVT-plichtige statushouders tekende binnen de termijn van een jaar de Participatieverklaring. De plicht tot tekenen van de Participatieverklaring kan in 2018, 2019 of 2020 zijn ingegaan. 383 statushouders die in 2020 PVT- of inburgeringsplichtig zijn geworden, hebben de workshops en de tekensessie nog niet bijgewoond. Vanwege corona zijn fysieke bijeenkomsten met name in de eerste maanden van 2020 niet doorgegaan. Het afgelopen jaar kregen statushouders een brief van DUO als zij recht hadden op verlenging van de inburgeringstermijn. De termijnen voor het PVT zijn in de verlengingen meegenomen. Hoewel statushouders in sommige situaties verlenging krijgen, blijft het participatieverklaringstraject een verplicht onderdeel van de inburgering.

3.7 Kwaliteitsconvenant taalscholen inburgering Onder de huidige inburgeringswet ligt de verantwoordelijkheid voor het inkopen van een inburgeringstraject nog bij de inburgeraar. Voor de inburgeraars is het moeilijk om uit dit grote aanbod de juiste keuzes voor een passend inburgeringstraject te maken. Bovendien is het voor bonafide aanbieders lastig gebleken om zowel op de kwaliteit te blijven focussen als met de markt te concurreren. Sterker nog, er is bij meer dan 30 procent van de aanbieders sprake van fraude en malafide praktijken, ook in onze regio. Dit is onwenselijk. In reactie op eerdere schriftelijke vragen over malafide praktijken, fraude en faillissementen (18bb11259, 18bb11205 en

46

18bb011143) is aangekondigd dat we toewerken naar meer grip op de aanbieders, voor zover de vrije marktwerking dat toelaat. Op 27 november 2020 heeft de gemeente Rotterdam, samen met de regio Rijnmond als eerste regio in Nederland het kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering ondertekend met 25 taalaanbieders die een Blik op Werk (BoW) keurmerk hebben. Met het kwaliteitsconvenant streven alle partijen naar een verbeterd taalaanbod voor de inburgeraars en worden er drempels opgeworpen voor frauduleuze praktijken. De gemeente neemt hierin voorbereidend op de nieuwe Wet inburgering (2022) een regierol en legt ook de verbinding met taalaanbod buiten de inburgering. Het uitstel van de nieuwe Wet inburgering maakt het kwaliteitsconvenant nog belangrijker. Een grotere groep statushouders is nu namelijk langere tijd afhankelijk van taalaanbieders bij wie de trajecten niet door de gemeente zijn ingekocht. In de nieuwe Wet inburgering krijgt de gemeente een regierol door de inburgeringstrajecten ook direct in te kopen. Voor statushouders vanaf januari 2022 geldt dan dus dat het traject waarvoor zij worden aangemeld vanwege contractafspraken al aan alle kwaliteitseisen voldoet. Ook na de invoering van de wet blijft het convenant belangrijk om twee redenen. Ten eerste vallen statushouders de komende jaren nog onder de huidige wetgeving.

En ten tweede moeten gezinsmigranten ook onder de nieuwe wetgeving een DUO-lening aanvragen en een inburgeringstraject kiezen uit een concurrerende markt. Ook zij moeten zeker kunnen zijn van een kwalitatief goed aanbod.

3.8 Samenvatting Werken en leren We lagen tot maart 2020 goed op koers. Sindsdien is door de economische maatregelen voor de coronabestrijding het aantal statushouders dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering toegenomen van 1.765 (2019) naar 1.982. Dit betekent dat ook de instroom (564 uitkeringen) groter is dan de uitstroom (344 uitkeringen). 73 procent stroomt uit door inkomsten uit reguliere arbeid en het starten met een studie of opleiding. Dit is mede te danken aan de inzet van meer capaciteit en gespecialiseerde consulenten. Ook zien we dat het aantal statushouders dat parttime werkt, is gestegen van 888 (2019) naar 1.133. Dit aandeel neemt de laatste jaren toe en dat zien wij als een gunstige ontwikkeling. Veel statushouders zijn nog bezig met de inburgering en kunnen hierdoor niet altijd fulltime werken. We stimule-

Monitor Statushouders 2020

ren hen om naast de inburgering te werken, al dan niet in deeltijd. Daarmee vergroten zij ook de kans dat zij na de inburgering fulltime aan de slag kunnen. Van de huidige 1.982 uitkeringen zijn 2.683 (2019: 2.460) volwassen statushouders afhankelijk van de bijstand (echtparen ontvangen samen één uitkering). Dit is 5,5 procent van het totaalaantal Rotterdammers met een bijstandsuitkering. Dat is vergelijkbaar met 2019. Van het totaalaantal jongeren met een bijstandsuitkering is 15,4 procent statushouder. Naar verhouding is het aandeel jonge statushouders groter dan statushouders van 27 jaar en ouder. Het aantal statushouders jonger dan 27 jaar is ten opzichte van vorig jaar wel met 2 procent gedaald.

De Aanpak Rotterdamse Statushouders 2019 – 2022 legt de nadruk op het voorzien in een eigen inkomen en meedoen in de Rotterdamse samenleving. In het eerste jaar (2019) bleek deze aanpak succesvol en daalde het aantal bijstandsuitkeringen. In 2020 zien we echter dat het aantal bijstandsgerechtigden is toegenomen. Dit komt overeen met de algemene ontwikkelingen in de stad en in het land. We zien dat het aantal bijstandsgerechtigden in zijn totaliteit is toegenomen door de economische effecten van de coronamaatregelen. We gaan door met de intensieve aanpak en zetten komend jaar gespecialiseerde jobhunters en jobcoaches in.

Voortgang collegetarget Op basis van de vernieuwde aanpak statushouders 2019 – 2022 is een collegetarget geformuleerd dat bestaat uit twee delen: a. 80 procent van alle Rotterdamse statushouders met een bijstandsuitkering is binnen zes maanden na toekenning van de uitkering gestart met het inburgeringstraject b. het aantal bijstandsuitkeringen voor statushouders daalt naar 1.507 Het eerste deel van het collegetarget is in 2020 niet gekomen tot het beoogde niveau van 80 procent, maar lag begin 2020 op 59 procent en begin december op 43 procent. Dit komt mede door het coronavirus, dat de start van trajecten (bijvoorbeeld in groepsverband) heeft bemoeilijkt. Daarnaast is de nieuwe Wet inburgering weer uitgesteld. Bij het opstellen van het collegetarget zou de nieuwe inburgeringswet eigenlijk op juli 2019 ingaan. Deze start nu pas per 1 januari 2022. De statushouder is onder het huidige stelsel zelf verantwoordelijk om zich op tijd in te schrijven voor een inburgeringscursus. De gemeente kan dit nu nog niet afdwingen. De regie op de inburgering komt vanaf 1 januari 2022 bij de gemeenten te liggen. Regie vergroot de sturingskracht en daarmee de kans op realisatie van het collegetarget. Intussen werken we hard om registratie en coaching van inburgeraars op dit punt te versterken.

Zo hebben we in 2020 een kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering afgesloten met verschillende aanbieders in de regio om de kwaliteit van het aanbod zoveel mogelijk te garanderen. Het tweede deel van het collegetarget is in 2020 toegenomen van 1.765 naar 1.982. Hiermee liggen we niet meer op schema.

Monitor Statushouders 2020

47

Colofon

Gemeente Rotterdam Postbus 70012 3000 KP Rotterdam Rotterdam.nl Ontwerp en opmaak:

Publiquest/Pony Design Club Fotografie:

Jan van der Ploeg, met dank aan TopTaal en VluchtelingenWerk

50

Monitor Statushouders 2020

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=39fbba53-84a9-4291-ac8b-519b0bde161d