21bb3868 Bijlage 3 Monitor 2020 Rotterdamse Aanpak Statushouders
Tekst van het document
Monitor Statushouders 2020
Monitor Statushouders 2020 Per januari 2019 is de Rotterdamse aanpak statushouders 2.0 gestart (2019 – 2022). De aanpak is onderdeel van het actieprogramma Relax, dit is Rotterdam. De vernieuwde Rotterdamse Aanpak (2019 – 2022) omvat alle basiscomponenten voor succesvolle participatie in de samenleving: huisvesting, zorg, leren en toeleiding naar werk en onderwijs. De aanpak biedt ruimte voor maatwerk. Daarbij ligt de nadruk op toeleiding naar werk en onderwijs om ervoor te zorgen dat statushouders in hun eigen inkomen voorzien en meedoen in de Rotterdamse samenleving. Deze infographic geeft de belangrijkste bevindingen weer.
1. Taakstelling huisvesting Rotterdam streeft ernaar dat de taakstelling om statushouders te huisvesten elk jaar wordt gehaald.
2500
2039
2000
2013
2014
2015
Taakstelling (incl. werkvoorraad*) vanuit het Rijk
2
2016
2017
2018
Aantal gehuisveste personen door Rotterdam
2019
444
499
492
556
641
1260
537
253
316
0
629
500
824
970
1000
1096
1142
1447
1500
2020
* De taakstelling bestaat uit nog niet gehuisveste mensen uit het voorgaande jaar (=werkvoorraad)
Monitor Statushouders 2020
2. Druk op de woningmarkt Rotterdam streeft ernaar dat het aantal goedkope huurwoningen dat wordt verhuurd via directe bemiddeling niet boven de 30 procent komt. Directe bemiddeling geldt voor alle corporatiewoningen die niet via sociale woningverhuursite Woonnet Rijnmond worden verhuurd.
8%
13%
20% 20%
23%
?
23,7%
3%
63,3%
69%
2016
2017
5%
6%
29%
2018
32%
Verhuur Woonnet Rijnmond
68%
71%
77%
Directe bemiddeling Aandeel stutushouders
2020
2019
3. Indeling naar nationaliteit In 2020 hebben de statushouders de volgende nationaliteiten:
100 80 60 40
16
64
64
13%
11%
16%
0
36%
20
Syrië
Jemen
Turkije
Overig
Monitor Statushouders 2020
3
4. Zorg
5. Inburgering
Volgens het nieuwste rapport ‘Stappen vooruit’ (Van der Linden & Dagevos, 2020) blijft de ervaren gezondheid van statushouders in Rotterdam nagenoeg onveranderd tussen 2017/2018 en 2019. Voor de mentale gezondheid zien we voor alle statushouders tezamen eveneens geen grote verschillen over de tijd. Bijna 7 op de 10 geeft aan een goede gezondheid te hebben. Dit is lager dan in de bevolking van Nederland, van wie 8 op de 10 een goede gezondheid ervaart. Die vergelijking ziet er nog ongunstiger uit wanneer we ons realiseren dat de statushouders in Rotterdam een relatief jonge groep betreft. Syrische kinderen onder de 18 jaar voelen zich over het algemeen mentaal gelukkig (Van der Ent, Kinderen uit Syrië in Rotterdam, 2020).
Rotterdam streeft ernaar dat 80 procent van alle Rotterdamse statushouders met een bijstandsuitkering binnen 6 maanden na toekenning van de uitkering is gestart met het inburgeringstraject (collegetarget deel 1). In 2020 is 43 procent van de statushouders de inburgering binnen 6 maanden na toekenning van de uitkering gestart.
6. Statushouders in de bijstand 25
15,50%
20
15
Aandeel statushouders van nieuwe instroom in de bijstand
4
2016
2017
2018
6,60%
10,40%
7,20%
9,80% 5,30%
8,60%
10,60%
4,40%
1,30%
5,40%
2015
5,50%
2014
6,20%
2013
4,10%
0
0,80%
5
2,30%
10
2019
2020
Aandeel nieuwe statushouders instroom in de bijstand, jonger dan 27 jaar
Monitor Statushouders 2020
22,20%
25
15,4%
15,20%
15
17,0%
19,50%
20
Aandeel statushouders van het totale aantal bijstandsuitkeringen
5,2%
5,5%
2016
5,40%
8,10%
2015
5,10%
2014
2,40%
0,90%
0,80%
2013
4,30%
0
0,20%
5
2,40%
10
2017
2018
2019
2020
Aandeel nieuwe statushouders <27 jaar van het totale aantal bijstandsuitkeringen voor jongeren <27 jaar
Aantal statushouders uitstroom bijstand
550
4 3 1 0
18 12 5 1
20 11 6 3
85 36 23 26
214 73 66 75
335 69 103 163
506 124 136 246
344 94 92 158
500 450 400 350 300
Overig Opleiding
Reden uitstroom
Werk
250 200 150 100
Het aantal bijstandsuitkeringen voor statushouders bedraagt 1.989. Rotterdam streeft ernaar dit aantal te laten dalen naar 1.507 per 1 januari 2022 (collegetarget deel 2). 1.133 statushouders hebben in 2020 parttime gewerkt. Dit aantal neemt de laatste jaren toe.
Monitor Statushouders 2020
50 0 2013 2014 2015 2016 2017 2018 2019 2020
5
Managementsamenvatting Voor u ligt de managementsamenvatting met de belangrijkste bevindingen van de monitor 2020 over de Rotterdamse Aanpak Statushouders 2019-2022. De Rotterdamse Aanpak 2019 – 2022 omvat alle basiselementen voor succesvolle participatie in de samenleving: wonen, zorg, leren en toeleiding naar werk en onderwijs. In het algemeen geldt dat we het afgelopen jaar veel hebben bereikt. Tegelijkertijd kregen we te maken met corona. Dit vroeg zowel van de statushouders als van de gemeente en uitvoerders veel flexibiliteit om de resultaten en doelen te behalen. De belangrijkste resultaten van de Rotterdamse Aanpak Statushouders 2019 – 2022 over 2020 leest u hieronder.
Wonen Ondanks de coronacrisis is het met gezamenlijke inspanning gelukt om in 2020 444 personen te huisvesten. De taakstelling voor 2020 was om 435 personen te huisvesten maar ook nog een achterstand van de inhuizing van 64 personen uit 2019 te realiseren. Van de totale groep hebben we 55 personen niet aan een huis kunnen koppelen. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo zorgde het coronavirus ervoor dat op de huizenmarkt minder woningen leeg kwamen en duurde het ons een maand om de nieuwe, unieke en succesvolle werkwijze van contactarm inhuizen te introduceren. Vanwege het coronavirus is in maart 2020 in Rotterdam een contactarme manier van inhuizen ontwikkeld om ervoor te zorgen dat het proces van integratie zoveel mogelijk door kon gaan. De verwachting is dat de groep van 55 personen in het eerste halfjaar van 2021 gehuisvest zal zijn. Verder zien we dat de samenstelling van de groep statushouders van 2020 vergelijkbaar is met die van 2019: veel alleenstaanden en weinig gezinsherenigers. Dit vraagt veel van de woningcorporaties. Er zijn hierdoor meer, maar ook andere huizen nodig dan in bijvoorbeeld 2017 en 2018. Tot slot was in 2020 sprake van een grote afname van het beschikbare aantal sociale
6
huurwoningen. Daardoor is het percentage woningen dat naar statushouders gaat, toegenomen van 5 procent in 2019 naar 6 procent in 2020.
Zorg De Rotterdamse Aanpak Statushouders 2019 – 2022 is erop gericht dat statushouders na hun huisvesting in Rotterdam zo snel mogelijk (financieel) zelfredzaam worden. Hiervoor kunnen statushouders rekenen op maatschappelijke begeleiding. In 2020 hebben alle volwassen statushouders, die recht hadden op maatschappelijke begeleiding en gehuisvest zijn, deze dienstverlening ontvangen. In 2020 zijn 330 statushouders begonnen met de intake, die hoort bij de start van de maatschappelijke begeleiding. Er zijn 314 statushouders gestart met het tweede jaar van de maatschappelijke begeleiding. Het onderzoek van de Erasmus Universiteit naar het programma van Stichting Nieuw Thuis Rotterdam laat zien dat statushouders aanzienlijk minder gebruik maken van ondersteuning voor psychische gezond-
Monitor Statushouders 2020
heidsproblematiek dan niet-statushouders (Van der Linden & Dagevos, 2019). Dit is opmerkelijk omdat deze groep zeer gevoelig is voor psychische problemen, zoals depressies. Ook uit de ontwerpsessie, georganiseerd door OpenEmbassy in 2020, blijkt dat de toegang tot de GGZ moeilijk kan zijn voor nieuwkomers. Statushouders weten zelf niet welke hulp zij nodig hebben en het kan lastig zijn om de hulpvraag te formuleren. Daarnaast kennen veel statushouders het Nederlandse systeem niet. Mensen raken de weg kwijt bij een doorverwijzing. Sinds 2020 organiseert Stichting Mano in opdracht van de gemeente zowel individuele als groepsbijeenkomsten. Tijdens deze bijeenkomsten is oog voor de culturele achtergrond van de deelnemer zodat hij de nieuwe cultuur sneller leert begrijpen. Ook bieden zij passende doorverwijzing als trauma’s en psychische problemen opkomen. Daarnaast blijven we preventieve instrumenten inzetten, zoals de twee aanvullende participatieworkshops (gezondheid en stress, en seksuele gezondheid) en deskundigheidsbevordering bij consulenten. Zodat zij bijvoorbeeld problemen als gevolg van pre- en postmigratiestress tijdig kunnen signaleren.
Werken en leren We lagen tot maart 2020 goed op koers. Sindsdien is door de economische maatregelen voor de coronabestrijding het aantal statushouders dat afhankelijk is van een bijstandsuitkering toegenomen van 1.765 (2019) naar 1.982. Dit betekent dat ook de instroom (564 uitkeringen) groter is dan de uitstroom (344 uitkeringen). 73 procent stroomt uit door inkomsten uit reguliere arbeid en het starten met een studie of opleiding. Dit is mede te danken aan de inzet van meer capaciteit en gespecialiseerde consulenten. Ook zien we dat het aantal statushouders dat parttime werkt, is gestegen van 888 (2019) naar 1.133. Dit aandeel neemt de laatste jaren toe en dat zien wij als een gunstige ontwikkeling. Veel statushouders zijn nog bezig met de inburgering en kunnen hierdoor niet altijd fulltime werken. We stimuleren hen om naast de inburgering te werken, al dan niet in deeltijd. Daarmee vergroten zij ook de kans dat zij na de inburgering fulltime aan de slag kunnen. Van de huidige 1.982 uitkeringen zijn 2.683 (2019: 2.460) volwassen statushouders afhankelijk van de bijstand (echtparen ontvangen samen één uitkering). Dit is 5,5 procent van het totaalaantal Rotterdammers met een bijstandsuitkering. Dat is vergelijkbaar met 2019. Van het totaalaantal jongeren met een bijstandsuitkering is 15,4 procent statushouder.
Naar verhouding is het aandeel jonge statushouders groter dan status-
Monitor Statushouders 2020
houders van 27 jaar en ouder. Het aantal statushouders jonger dan 27 jaar is ten opzichte van vorig jaar wel met 2 procent gedaald.
Voortgang collegetarget Op basis van de vernieuwde aanpak statushouders 2019 – 2022 is een collegetarget geformuleerd dat bestaat uit twee delen: a. 80 procent van alle Rotterdamse statushouders met een bijstandsuitkering is binnen zes maanden na toekenning van de uitkering gestart met het inburgeringstraject b. het aantal bijstandsuitkeringen voor statushouders daalt naar 1.507 Het eerste deel van het collegetarget is in 2020 niet gekomen tot het beoogde niveau van 80 procent, maar lag begin 2020 op 59 procent en begin december op 43 procent. Dit komt mede doordat de economische situatie rondom het coronavirus de start van trajecten (bijvoorbeeld in groepsverband) heeft bemoeilijkt. Daarnaast is de nieuwe Wet inburgering opnieuw uitgesteld. Bij het opstellen van het collegetarget zou de nieuwe inburgeringswet eigenlijk op 1 juli 2019 ingaan. Deze start nu pas per 1 januari 2022. De statushouder is onder het huidige stelsel zelf verantwoordelijk om zich op tijd in te schrijven voor een inburgeringscursus. De gemeente kan dit nu nog niet afdwingen. De regie op de inburgering komt vanaf 1 januari 2022 bij de gemeenten te liggen. Regie vergroot de sturingskracht en daarmee de kans op realisatie van het collegetarget. Intussen werken we hard om registratie en coaching van inburgeraars op dit punt te versterken.
Zo hebben we in 2020 een kwaliteitsconvenant Taal en Inburgering afgesloten met verschillende aanbieders in de regio om de kwaliteit van het aanbod zoveel mogelijk te garanderen. Het tweede deel van het collegetarget is in 2020 toegenomen van 1.765 naar 1.982. Hiermee liggen we niet meer op schema. De Rotterdamse Aanpak Statushouders 2019 – 2022 legt de nadruk op het voorzien in een eigen inkomen en meedoen in de Rotterdamse samenleving. In het eerste jaar (2019) bleek deze aanpak succesvol en daalde het aantal bijstandsuitkeringen. Zoals eerder vermeld zien we dat door economische situatie rondom het coronavirus in 2020 het aantal bijstandsgerechtigden is toegenomen. Dit komt overeen met de algemene ontwikkelingen in de stad en in het land. We gaan door met de intensieve aanpak en zetten komend jaar gespecialiseerde jobhunters en jobcoaches in.
7
Inhoudsopgave Managementsamenvatting6
Wonen Zorg Werken en leren Voortgang collegetarget
6 6 7 7
Inleiding11 1. Wonen
12
1.1
De brede intake Contactarm inhuizen vanwege het coronavirus
12 14
1.2
Taakstelling en samenstelling statushouders Prognose taakstelling voor 2021 Twaalf weken doorloopfase Kenmerken statushouders Rotterdam
14 15 15 16
1.3 Huisvesting statushouders 18 Druk op de woningmarkt 18 Andere huisvestingsvormen 18 Woongebied 21 Uitstroom uit het azc Rotterdam 21 1.4 Samenvatting Wonen 21
8
2. Zorg
23
2.1
Maatschappelijke begeleiding door VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland
23
2.2
Maatschappelijke begeleiding online
23
Monitor Statushouders 2020
2.3
Gezondheid Signaleren van lichamelijke en geestelijke problemen Preventief wordt het volgende gedaan
24 25 27
2.4
Financiële zelfredzaamheid Verleng beheer inkomen Participatiewet eerste jaar Wat doen we verder aan preventie?
28 28 29
2.5
Alleenstaande minderjarige vreemdeling
29
2.6
Samenvatting Zorg
30
3. Werken en leren
32
3.1
Totaal bijstandsuitkeringen Instroom en uitstroom Parttime aan het werk Verdeling naar geslacht en leeftijd Ontheffing Bijzondere bijstand
32 34 37 37 38 38
3.2 3.3
Inzet instrumenten Specifieke instrumenten voor statushouders Geïntegreerde duale inburgeringstrajecten (GIT) Schakeltrajecten en traject richting onderwijs Assessment Start inburgering
40 40 42 42 43 43
3.4
DUO
45
3.5
Rotterdamse Taalstart (RTS) Evaluatie van het programma Rotterdamse Taalstart
45 45
3.6
Participatieverklaringstraject (PVT)
46
3.7
Kwaliteitsconvenant taalscholen inburgering
46
3.8
Samenvatting Werken en leren Voortgang collegetarget
46 47
Monitor Statushouders 2020
9
Inleiding Voor u ligt de monitor van de Rotterdamse Aanpak Statushouders 2019 – 2022 voor het jaar 2020. Deze monitor blikt terug op de vier doelen die zijn vastgesteld in de Rotterdamse Aanpak Statushouders 2019 – 2022.
Deze doelen zijn: 1. realisatie van de taakstelling die Rotterdam per halfjaar van het Rijk krijgt opgelegd om statushouders te huisvesten 2. statushouders zijn in beeld bij zorgprofessionals of schuldhulpverleners. Bijvoorbeeld om problemen door pre- en postmigratiestress tijdig te signaleren 3. 80 procent van alle Rotterdamse statushouders met een bijstandsuitkering is binnen zes maanden na toekenning van de uitkering gestart met het inburgeringstraject 4. het aantal bijstandsuitkeringen voor statushouders daalt naar 1.507 De laatste twee doelstellingen vormen samen een target van het College. De onderwerpen die aan bod komen zijn: wonen, zorg, en werken en leren. Elk onderwerp wordt in een apart hoofdstuk besproken en geeft een weergave over 2020. Naast cijfers wordt ook de Rotterdamse aanpak beschreven. De hoofdstukken sluiten af met een conclusie. In de voortgangsrapportage Rotterdamse Opgave Inburgering wordt toegelicht wat de nieuwe situatie per 2022 wordt. In het algemeen geldt dat de coronamaatregelen het afgelopen jaar een aantal van de activiteiten heeft bemoeilijkt. Denk bijvoorbeeld aan het huisvesten van mensen, waarbij mensen met elkaar in contact komen. Of aan (taal)lessen en workshops die onderdeel zijn van het inburgeringstraject. Ook daar ontmoeten mensen elkaar.
Dit betekende dat zowel de gemeente Rotterdam als onze samenwerkingspartners in de stad zich flexibel hebben moeten opstellen om de doelen te behalen. Tot slot, voor de leesbaarheid van deze monitor spreken we over de statushouder in de hij-vorm. Uiteraard bedoelen we hier ook alle andere gendervormen mee.
Monitor Statushouders 2020
11
Hoofdstuk 1
Wonen Dit hoofdstuk gaat over de taakstelling van de gemeente Rotterdam en over de gezinssituaties en kenmerken van de statushouders. In voorbereiding op de nieuwe Wet inburgering (2022) heeft de gemeente Rotterdam de brede intake ingevoerd. Dat betekent dat de gemeente al contact zoekt met de statushouder als hij nog in een azc woont. Verder geven wij in dit hoofdstuk aan in welke gebieden de statushouders zijn gehuisvest en hoe groot de druk op de woningmarkt is.
1.1 De brede intake Vanaf 2019 wordt de brede intake uitgevoerd. Vijf weken nadat de COA-regievoerder de statushouder aan de gemeente Rotterdam koppelt, vindt een kennismakingsgesprek plaats bij de gemeente Rotterdam met een medewerker van het Intakeloket Ondersteuning Statushouders (IOS). De statushouder woont dan nog op een azc. De medewerker maakt een profiel van de klant over zijn situatie, werkervaring en opleidingen. Tegelijkertijd krijgt de statushouder informatie over het huisvestingsproces en wordt hij gewezen op het aanvragen van Digi-D en een persoonlijke ov-kaart. Ook brengt de IOS-medewerker in kaart of er belemmeringen zijn voor de activering en kijkt hij of de gemeente extra zorg moet inzetten. De IOS-medewerker maakt hierbij gebruik van de informatie die het COA aanlevert. De statushouder kan al vroeg in contact gebracht worden met de werkconsulent als hij specifieke vragen heeft over bijvoorbeeld studeren of starten met een taaltraject. Een klein deel van de statushouders die aan Rotterdam zijn toegewezen, bevindt zich in het azc in Rotterdam. Anderen komen uit diverse azc’s in Nederland, van Oude Pekela tot Maastricht. De brede intake werkt tot nu toe goed. Statushouders geven aan dat ze het prettig vinden al vroeg een contactpersoon bij de gemeente te hebben. Ze hebben daarnaast een beter beeld van het proces van huisvesting en activering.
Ook zijn door de brede intake de dossiers van de statushouders sneller op orde, zodat de ¹
12
statushouders sneller op de wachtlijst kunnen om een woning te krijgen. Op de dag dat de statushouder het huurcontract tekent, vindt een plaatsingsgesprek plaats met een IOS-medewerker. Die checkt in dit gesprek nogmaals of er veranderingen in de situatie zijn. Het gesprek gaat voornamelijk over de huisvesting en wat er allemaal geregeld moet worden op het moment dat de statushouder het huurcontract tekent. IOS regelt de aansluiting van nutsbedrijven en de collectieve zorgverzekering, evenals de inschrijving Basisregistratie Personen en aanmelding bij het COA-toeslagenpunt voor de aanvraag van huur- en zorgtoeslag. Daarnaast verzorgt IOS de aanmelding voor de Rotterdamse Taalstart en maakt een eerste afspraak bij VluchtelingenWerk ZuidwestNederland voor verdere maatschappelijke begeleiding. Na het tekenen van het huurcontract volgt een gesprek bij de consulent inkomen. Die wijst de statushouder op zijn rechten en plichten, legt uit wat hij allemaal ontvangt en hoe hij financiële zaken moet verantwoorden. Hierbij wordt standaard geregeld dat een à twee vaste lasten (meestal huur en zorgverzekering) vanuit de uitkering worden betaald. Sinds 2019 beheert IOS het dossier maximaal een jaar en legt huisbezoeken af bij statushouders. Hierdoor kan het team vragen of problemen die de statushouder heeft sneller oppakken en kan zijn financiële stabiliteit worden verbeterd of gehandhaafd.
In week 3 of 4 vindt een gesprek plaats met de werkconsulent. Binnen drie maanden maakt de werkconsulent samen met de statushouder een plan van aanpak op basis van de gesprekken, het eindverslag van de Rotterdamse Taalstart en het assessment. Het assessment levert meer informatie over de statushouders op over leerbaarheid, zelfredzaamheid, motivatie en interesses en competenties.
In paragraaf 3.2 wordt het assessment uitgebreid omschreven.
Monitor Statushouders 2020
Contactarm inhuizen vanwege het coronavirus Vanwege het coronavirus is in maart 2020 een contactarme manier van inhuizen ontwikkeld om ervoor te zorgen dat het proces van integratie zoveel mogelijk door kon gaan. Vooraf is aan alle statushouders gevraagd of zij wilden meewerken aan deze nieuwe vorm van inhuizen. Zij zijn allen akkoord gegaan. Aan de start is gecheckt of de statushouder basaal Engels of Nederlands spreekt of anders iemand kon meenemen die hen bij dit proces kon begeleiden. Daarnaast is gevraagd of zij bereid waren om te reizen met het ov en beschikten over internet op hun telefoon. En of zij akkoord gingen met de voorwaarde dat zij de woning pas zagen na het tekenen van het huurcontract.
Wat is anders tijdens de coronacrisis? Het plaatsingsgesprek vindt plaats voor het tekenen van het huurcontact en dus niet op dezelfde dag. Een á twee werkdagen na het plaatsingsgesprek vindt een kort contactmoment plaats aan de balie. Hier ondertekent de statushouder het huurcontract en alle andere noodzakelijke aanvragen, zoals de aanvraag uitkering Participatiewet en bijzondere bijstand, verhuizing in de BRP, aanmelding energie en water, et cetera. Dit tekenen vond vroeger plaats in de woning. De statushouder ontvangt de sleutels en gaat zelf naar zijn nieuwe woning. Als hij in de woning staat, belt de medewerker van IOS in via videobellen om samen de woning te bezichtigen. De IOS-medewerker geeft uitleg over de woning en het gebruik ervan. Eventuele gebreken worden doorgegeven aan de corporatie. Voorheen ging de IOS-medewerker mee naar de woning. Het inkomensgesprek vindt een werkdag later digitaal plaats in plaats van dezelfde dag op kantoor. Resultaat van deze contactarme aanpak was dat de statushouders akkoord zijn gegaan met de voorwaarden en een woning aangeboden hebben gekregen. Slechts twee keer is de woning binnen 24 uur geannuleerd omdat de woning toch niet passend bleek.
1.2 Taakstelling en samenstelling statushouders Nederlandse gemeenten krijgen van het Rijk elk halfjaar een taakstelling naar rato van het inwonersaantal opgelegd voor de huisvesting van statushouders. Op 1 oktober en 1 april van het betreffende jaar maakt het Rijk de taakstelling voor het daaropvolgende halfjaar bekend. De provincies zien erop toe dat gemeenten hun taakstelling realiseren. De taakstelling voor de huisvesting van statushouders is tussen 2013 en 2016 steeds toegenomen en vanaf 2017 weer gedaald. In 2019 was de taakstelling nog niet de helft van die in 2018. In 2020 was de taakstelling ongeveer gelijk aan die in 2019. De taakstelling van 2013 tot en met 2020 is te zien in tabel 1. In 2020 zijn 444 statushouders gehuisvest. Hiervoor waren 284 corporatiewoningen nodig. Groot verschil met 2018 is dat in 2019 en 2020 veel minder grote gezinnen zijn ingestroomd en relatief veel (jonge) alleenstaanden. Een ander groot verschil is dat het aandeel gezinsherenigers veel kleiner was dit jaar. Dit betekent dat in 2020 meer woningen nodig waren om iedereen te huisvesten. De opgave voor 2020 was om de taakstelling van 435 personen te halen, plus de achterstand van 2019 van 64 personen. Dit totaal van 499 personen is niet helemaal gehaald. We sluiten het jaar af met een achterstand van 55 personen.
De verwachting is dat deze 55 personen in de eerste helft van 2021 allemaal gehuisvest zijn. Deze achterstand is ontstaan om de volgende redenen: •
•
•
•
14
het COA heeft in de eerste helft van het jaar te weinig statushouders aan Rotterdam gekoppeld. Het tekort aan koppelingen is de afgelopen zomermaanden gedeeltelijk ingelopen woningcorporaties kunnen grote schommelingen niet goed opvangen. In de eerste helft van het jaar waren er woningen maar geen kandidaten en in de tweede helft van het jaar waren er meer kandidaten dan woningen corporaties geven aan dat er sprake is van een toenemende vraag van andere urgenten, zoals mensen die doorstromen uit een instelling. door het coronavirus wordt minder verhuisd en komen minder woningen leeg. Ook duurde het 30 dagen voordat het contactarm inhuizen na de eerste lockdown was opgestart
Monitor Statushouders 2020
•
•
de instroom is veranderd. Er komen meer alleenstaanden en minder gezinnen. Daarmee lijkt de samenstelling van de instroom meer op de instroom van de periode voor de grote vluchtelingengolf. Dit betekent dat er meer woningen nodig zijn om hetzelfde aantal statushouders te huisvesten er zijn dit jaar minder nareizigers dan in vorige jaren. Daardoor zijn meer woningen nodig. Nareizigers worden namelijk bij hun familie gehuisvest
Prognose taakstelling voor 2021 De prognose voor 2021 is dat de achterstand van 55 personen in de eerste helft van het jaar is ingelopen. De taakstelling voor de eerste helft van 2021 is 499 statushouders. Samen met de achterstand van 55 personen komt dit neer op een totaal van 545 status-houders. De gemeente moet dus 545 statushouders voor 1 juli 2021 huisvesten. De verwachting is dat de totale taakstelling voor 2021 ongeveer 1000 status-
houders is. Of we dit daadwerkelijk realiseren, hangt af van het aantal koppelingen door het COA en of we voor elke kandidaat een geschikte woning vinden. Vanwege de grote druk op de sociale huurmarkt zal het nodig zijn om extra huisvesting voor statushouders te realiseren. Het is een grote opgave om dit binnen een jaar voor elkaar te krijgen.
Twaalf weken doorloopfase Voor de huisvesting van iedere statushouder geldt een doorloopfase van twaalf weken vanaf het moment dat het COA de statushouder koppelt aan Rotterdam. In deze doorloopfase zorgen we voor een passende woning en inkomen, vindt de inschrijving in de BRP plaats en tekent de statushouder het huurcontract. Veel statushouders die aan het eind van het jaar in de tabel onder de werkvoorraad vallen, bevinden zich nog in de doorloopfase. De gemiddelde doorlooptijd van koppeling tot wonen in 2020 was 23,6 weken.
Tabel 1. Taakstelling van 2013 tot en met 2020
2
Periode
Werkvoorraad 2 begin periode
Taakstelling
Taakstelling (incl. werkvoorraad)
Aantal gehuisveste personen
Werkvoorraad eind periode
2013
-4
320
316
253
63
2014
63
566
629
537
92
2015
92
1050
1142
970
172
2016-1
172
734
906
618
288
2016-2
288
845
1133
829
304
2017-1
304
476
780
828
-48
2017-2
-48
364
316
432
-116
2018-1
-116
477
361
300
61
2018-2
61
402
463
341
122
2019-1
122
217
339
201
138
2019-2
138
217
355
291
64
2020-1
64
199
236
180
83
2020-2
83
236
319
264
55
Werkvoorraad is het aantal aan de gemeente gekoppelde statushouders, dat nog niet gehuisvest is. Na koppeling geldt doorgaans een doorloopfase van twaalf weken alvorens gehuisvest kan worden.
Monitor Statushouders 2020
15
In 2019 was dit 18,1 weken en in 2018 was dit 17,7 weken. Dit is het afgelopen jaar fors opgelopen. Net als in 2018 en 2019 hadden we in 2020 te maken met veel moeilijke dossiers, zoals het aantal grote gezinnen en gezinnen met een mindervalide gezinslid. Het coronavirus zorgde voor tijdelijke stopzetting van huisvesting gedurende de eerste maand van de lockdown, omdat een nieuwe werkwijze in de keten werd geïmplementeerd. Dit leidde bijvoorbeeld tot trage verstrekking van de juiste verblijfsdocumenten door de IND. Daarnaast waren minder sociale huurwoningen beschikbaar en is het percentage woningen dat naar statushouders gaat, toegenomen van 5 procent in 2019 naar 6 procent in 2020. Hierdoor was het voor veel dossiers lastig de termijn van twaalf weken te halen.
Kenmerken statushouders Rotterdam Geslacht Van de 5.989 in Rotterdam gehuisveste statushouders in de periode 2013 – 2020 is 57 procent man en 43 procent vrouw. In 2017 en 2018 zijn meer vrouwen ingestroomd in het kader van gezinshereniging. Dit veranderde vanaf 2019. In 2020 bestond de instroom meer uit alleenstaande mannen. Mogelijk volgen nog gezinsherenigers.
Leeftijdsopbouw De in tabel 2 gehanteerde leeftijdscategorieën houden verband met regelgeving en beleid die op de verschillende categorieën van toepassing zijn, zoals de leerplichtwet (0-17), studiefinanciering (tot en met 29) en AOW (67 en ouder). Een derde van de groep statushouders is jonger dan 18 jaar en 69 procent van de totale groep die vanaf 2013 is gehuisvest, is jonger dan 30 jaar. Slechts 2 procent is ouder dan 55 jaar. De groep statushouders is dus veel jonger dan de gemiddelde Rotterdamse bevolking.
Nationaliteit In 2020 is een stijging geweest in de aantallen van Syriërs, Turken en Jemenieten. Op het moment dat het in een land onrustig is of niet veilig voor bepaalde bevolkingsgroepen, stijgt de vluchtstroom. Dit zien wij een aantal jaren later terug in de cijfers van de huisvesting. De overige nationaliteiten komen minder voor of hun aantallen zijn gedaald. Over de jaren 2013 – 2020 bestaat ongeveer de helft uit Syriërs en de daaropvolgende grootste groep uit Eritreeërs.
Gezinssamenstelling We maken onderscheid tussen vier soorten gezinssamenstelling: alleenstaanden, gezinsherenigers, gezinsleden en referenten. • Alleenstaanden zijn alleenstaande statushouders, die alleen in Nederland zijn aangekomen • Gezinsherenigers zijn statushouders die via de gezinsherenigingsprocedure in Nederland zijn aangekomen • Gezinsleden zijn statushouders die als gezin zijn aangekomen in Nederland • Met referenten bedoelen we statushouders die gezinshereniging aanvragen In 2020 is het aantal alleenstaanden toegenomen van 33 procent in 2019 naar 49 procent in 2020. Het aantal gezinsherenigers is verder afgenomen van 36 procent in 2019 naar 29 procent in 2020. Ook het aantal gezinsleden en referenten is afgenomen.
16
Monitor Statushouders 2020
Tabel 2. Kenmerken van statushouders die in de periode 2013 – 2019 zijn gehuisvest ³ Kenmerk
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
totaal
aantal %
aantal %
aantal %
aantal %
aantal %
aantal %
aantal %
aantal %
aantal %
Man
161
56
286
62
599
62
910
63
578
47
319
50
288
58
281
63
3.422
57
Vrouw
126
44
172
38
364
38
540
37
665
53
325
50
208
42
167
37
2.567
43
0-17
114
40
131
29
259
27
385
27
539
43
293
45
169
34
118
26
2.008
34
18-22
35
12
68
15
148
15
200
14
134
11
71
11
61
12
45
10
762
13
23-26
35
12
71
16
154
16
238
16
111
9
51
8
44
9
64
14
768
13
27-29
25
9
47
10
94
10
159
11
87
7
36
6
37
7
58
13
543
9
30-54
72
25
131
29
285
30
436
30
328
26
176
27
161
32
150
33
1.739
29
55-66
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
144
2
67 en ouder
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
<
25
0
Syrië
26
9
165
36
435
45
845
58
805
65
267
41
151
30
161
36
2.855
48
Jemenitische
<
<
<
36
<
<
<
<
<
<
27
4
20
4
57
13
109
2
Turkse
<
<
<
36
<
<
<
<
<
<
<
<
25
5
50
11
92
2
Eritrea
27
9
57
36
204
21
267
18
134
11
120
19
111
22
34
8
954
16
Iran
19
7
22
36
38
4
28
2
34
3
23
4
26
5
20
4
210
4
Afghanistan
22
8
18
4
17
2
36
2
26
2
41
6
30
6
16
4
206
3
Irak
13
5
22
5
<
<
42
3
38
3
37
6
17
3
<
<
188
3
Somalië
114
40
85
19
45
5
17
1
16
1
<
<
16
3
<
<
310
5
Overig
53
18
74
16
186
19
203
14
169
14
86
13
76
15
71
16
918
15
Onbekend
12
4
14
3
27
3
11
1
16
1
23
4
24
5
20
4
147
2
97
34
185
40
312
32
416
29
186
15
93
14
164
33
218
49
1.671
28
Gezinshereniger 113
39
99
22
267
28
298
21
728
59
406
63
181
36
131
29
2.223
37
Gezinsleden
59
21
133
29
228
24
387
27
249
20
114
18
138
28
<
<
1.407
23
Referent
18
6
41
9
156
16
349
24
80
6
31
5
13
3
<
<
688
11
Totaal
287
100 458
Geslacht
Leeftijd
Nationaliteit
Gezinssamenstelling Alleenstaanden
³
100 963
100 1.450
100 1.243
100 644
100 496
100 448
100 5.989
100
I.v.m. privacywetgeving zijn aantallen onder de 10 verwijderd.
Monitor Statushouders 2020
17
1.3 Huisvesting statushouders
418 personen gehuisvest. De andere statushouders zijn op een andere wijze gehuisvest, bijvoorbeeld in de particuliere voorraad of bij familie die hier eerder gehuisvest was.
Druk op de woningmarkt Gemeenten zijn verplicht statushouders te huisvesten. Zij doen dat in samenwerking met woningcorporaties. In de gemeente Rotterdam zijn dat Havensteder, Vestia, Woonbron, Woonstad, Resort Wonen, Woningbouwvereniging Hoek van Holland en Bouwvereniging Onze Woning. De woningbouwcorporaties zorgen ervoor dat statushouders zoveel mogelijk verspreid over de stad worden gehuisvest, met uitzondering van zones die aangemerkt zijn als Rotterdamwetgebieden. Tabel 3 toont het aandeel goedkope woningen dat tussen 2016 en 2020 aan alle groepen via directe bemiddeling is verhuurd en het aandeel goedkope woningen dat aan statushouders is verhuurd.
Het totale percentage urgenten dat via directe bemiddeling met voorrang in 2020 een woning heeft gekregen, bedraagt 32 procent. In de Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030 (maart 2016) is hiervoor 30 procent als ijkpunt vastgelegd. Het aandeel woningen dat naar statushouders is gegaan als percentage van het totaalaantal vrijgekomen corporatiewoningen is in 2020 gestegen met 1 procent ten opzichte van 2019. In 2019 was dit 5 procent, in 2020 is dit 6 procent. Dit komt vooral doordat in 2020 weer minder mutaties waren dan in 2019. In 2019 was het aantal mutaties ook al veel lager dan in de jaren daarvoor. Daarnaast zijn net als in 2019 relatief veel alleenstaanden gehuisvest en relatief weinig gezinsherenigers.
Andere huisvestingsvormen Tabel 3. Aandeel directe bemiddeling en aandeel verhuurde goedkope woningen Periode
Directe bemiddeling
Statushouders
2016
23,7 %
13,0 %
2017
23,0 %
8,0 %
2018
20,0 %
3,0 %
2019
29,0 %
5,0 %
2020
32,0 %
6,0 %
Statushouders worden gehuisvest in woningen van woningcorporaties maar ook via andere huisvestingsvormen. Hieronder staan deze huisvestingsvormen beschreven. Per huisvestingsvorm is aangegeven hoe vaak deze voor statushouders is ingezet. Soms wordt een persoon of een gezin meer dan één keer gehuisvest en dus in meerdere categorieën meegerekend. Zo wordt een alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv), in eerste instantie gehuisvest in een kleinschalige wooneenheid (kwe). Bij het bereiken van de 18-jarige leeftijd gaat hij naar kamerbewoning of woning delen. Een toelichting per huisvestingsvorm: •
Directe bemiddeling betreft alle corporatiewoningen die aan urgenten worden verhuurd en dus niet via Woonnet Rijnmond worden aangeboden. Woonnet Rijnmond is een website met woningaanbod van woningcorporaties in Rotterdam. De gemeente bemiddelt direct bij de huisvesting van bijzondere doelgroepen. Dat zijn personen die doorstromen uit een instelling en nog begeleiding nodig hebben, woningzoekenden die langer dan drie maanden urgent zijn én statushouders. Een deel van deze urgenten vindt een woning door zelf te zoeken en valt daarmee buiten de categorie directe bemiddeling. In 2020 zijn in totaal 284 woningen van woningcorporaties aan statushouders verhuurd. Dit op een aantal van 4301 woningen die in 2020 zijn verhuurd binnen de voorraad die voor statushouders betaalbaar en bereikbaar is (sociaal basis). In deze 284 woningen zijn
18
Woning delen Eind 2016 startte de pilot woning delen. Dit is een samenwerkingsproject tussen Vestia, Havensteder, de gemeente en Villex als intermediair. Vestia en Havensteder hebben tot en met 2020 dertien woningen aangeboden waar 42 amv’s wonen. Amv’s die op hun 18e verjaardag doorstromen uit een jeugdhulpinstelling voor minderjarigen hebben voorrang. Ook jongeren van 18 tot 23 jaar van de lijst van het IOS behoren tot de doelgroep. De gemeente is verantwoordelijk voor het aanleveren van kandidaten, de inrichting van de woning, de leegstandsderving als een kamer langer dan twee weken leeg staat, en staat garant bij huurachterstand. De woningcorporaties zijn verantwoordelijk voor het aanleveren van passende woningen en Villex is verantwoordelijk voor het sociaal en technisch beheer. De kosten van de leegstandsderving bedroegen in 2020 6.043 euro. Dit is meer dan in 2019. In dat jaar bedroegen
Monitor Statushouders 2020
de kosten van de leegstandsderving 3.313 euro. Om problemen te voorkomen wordt vanuit de gemeente gestuurd op de juiste combinatie van jongeren in een deelwoning.
•
De gemeente staat garant voor de huurachterstand. In 2020 heeft dit de gemeente 6.089 euro gekost. We proberen dit bedrag alsnog te verhalen op de betreffende jongeren. Daarnaast dragen we als gemeente de kosten voor de verlengde opvang van jongeren die gemaakt moeten worden als zij niet direct op hun 18e verjaardag kunnen verhuizen naar een kamer of deelwoning. De kosten hiervan bedroegen in 2018 68.989 euro en in 2019 50.425 euro. In 2020 bedroegen de kosten 263.300 euro. Dat dit bedrag zoveel hoger is uitgevallen heeft een aantal oorzaken. Behalve dat jongeren moesten wachten op het beschikbaar komen van een deelwoning, verbleven ook een aantal jongeren in de verlengde opvang die in het kader van gezinshereniging bij ouder(s) zouden gaan wonen. Vanwege de coronacrisis zijn de gezinsherenigingen niet doorgegaan/ uitgesteld, waardoor zij na hun 18e nog lange tijd gebruik maakten van verlengde opvang. Inmiddels plaatsen we jongeren waarbij gezinshereniging op de planning staat in een deelwoning omdat de gezinshereniging vaak lang duurt en kosten van verlengde opvang hoog zijn. Tot slot was er voor een jongere een beschermde woonvorm met zeer specialistische zorg nodig waarvoor een lange wachttijd stond. Hierdoor heeft hij vrijwel heel 2020 gebruik gemaakt van de verlengde opvang. •
Stichting Nieuw Thuis Rotterdam Sinds 2016 werkt de gemeente Rotterdam samen met de Stichting Nieuw Thuis Rotterdam (SNTR). SNTR kocht ruim 200 woningen aan en zette een programma op, bestaande uit twee delen. Het eerste deel betreft een taal-, integratie-, en huisvestingsprogramma, gericht op Syrische gezinnen. Het tweede deel behelst een onderzoek naar het verloop van de integratie, de mechanismen die hierbij een rol spelen en de effectiviteit van het programma. De statushouders die het programma van SNTR volgen, behoren niet tot de Rotterdamse Aanpak Statushouders. Vanaf 2020 ontvangt SNTR geen subsidie meer van de gemeente. In 2020 heeft SNTR nog 208 woningen in de verhuur. In totaal hebben zij in 2020 538 statushouders (van 16 jaar en ouder) in het programma gehad. Daarvan zijn er inmiddels 353 uitgestroomd. Zij kunnen wel in de huurwoningen blijven wonen.
Monitor Statushouders 2020
Opvang amv’s via kleinschalige wooneenheid (kwe) en kleinschalige woongroep (kwg) Amv’s vallen onder de verantwoordelijkheid van voogdij-instelling Nidos. Nidos koopt voor de groep die 15 jaar of ouder is, kleinschalige opvang en huisvesting in bij instellingen voor jeugdzorg. Voor Rotterdam en de regio gebeurde dit tot 2018 bij de partijen Timon en Enver. Nidos heeft het contract met Timon eind 2018 beëindigd. De meeste jongeren die bij Timon verbleven, zijn toen overgegaan naar Enver of elders in de regio geplaatst. In 2019 en 2020 was Enver dus de enige partij. Nidos werkt met twee typen kleinschalige opvangmogelijkheden: • kleinschalige wooneenheid (kwe). Amv’s van 15 jaar en ouder worden in een kleine groep opgevangen en dagelijks begeleid door mentoren, die gedurende vier tot zes dagen per week enkele uren per dag aanwezig zijn • kleinschalige woongroep (kwg). Amv’s die jonger en/of minder zelfstandig zijn, worden hier in groepen van maximaal 12 personen opgevangen en 24 uur per dag begeleid Naast de opvang van amv’s in kleinschalige wooneenheden en woongroepen vangen ook pleeggezinnen amv’s op. In 2020 woonden 18 pupillen in kwg’s (7) en kwe’s (11) en in totaal 116 amv’s in pleeggezinnen. In tabel 4 staan de amv’s die geteld zijn voor de taakstelling. Sinds 2016 worden amv’s pas voor de taakstelling geteld op het moment dat zij 18 jaar worden.
•
Particuliere huisvesting Er zijn statushouders die zelf voor huisvesting zorgen, bijvoorbeeld door particulier te huren. Een statushouder die bij een vriend of kennis intrekt valt ook onder deze categorie. Van 2013 t/m 2020 zijn 81 personen via particulieren aan huisvesting gekomen.
•
Kamerbewoning (via Stadswonen) De woningen met kamers van Stadswonen zijn tegenwoordig ondergebracht bij Woonstad. Woonstad stelde in 2016 65 (studenten)kamers, beschikbaar voor statushouders van 18 tot 23 jaar. Zij moeten een redelijke kennis hebben van de Nederlandse of Engelse taal en minimaal mbo-studiepotentieel. In de periode van 2013 tot 2020 zijn in totaal 48 jonge statushouders via Stadswonen gehuisvest in een onzelfstandige woning.
19
Tabel 4. Aantal huishoudens per huisvestingsvorm en aantal corporatiewoningen per woongebied Kenmerk
2013
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
totaal
Alleenstaanden
97
185
312
416
186
93
164
218
1.671
Gezinnen
19
44
74
120
72
38
44
37
448
Referent en gezinsherenigers
53
52
145
312
338
154
76
57
1.187
Corporatiewoning
157
268
506
680
386
196
257
284
2.734
Gva
<
<
<
19
33
16
<
<
68
Particuliere huisvesting
11
10
15
11
11
13
<
<
81
Overige huisvesting
<
<
<
<
<
11
<
<
41
Opvang amv kwe kwg
<
<
<
42
23
13
10
<
96
Opvang amv pleeggezin
<
<
<
<
<
<
<
<
27
Sntr
<
<
<
49
119
32
<
<
202
Studentenhuisvesting
<
<
<
35
11
2
<
<
57
Totaal
169
281
531
848
596
285
284
312
3.306
Charlois
15
19
36
78
36
17
43
44
288
Delfshaven
16
40
78
95
43
41
40
45
398
Feijenoord
23
50
57
88
64
24
27
29
362
Hillegersberg-Schiebroek
16
12
25
36
20
11
16
22
158
Hoek van Holland
<
<
<
<
<
<
<
<
13
Hoogvliet
15
13
31
24
16
13
14
14
140
IJsselmonde
25
18
64
80
38
25
28
33
311
Kralingen-Crooswijk
7
28
64
61
45
12
21
14
252
Noord
14
35
41
56
28
21
28
20
243
Overschie
<
<
14
24
<
<
<
14
71
Prins Alexander
15
32
78
103
71
18
30
33
380
Rotterdam Centrum
4
12
11
21
13
<
<
14
89
Rozenburg
<
<
<
<
<
<
<
<
29
Totaal
157
268
506
680
386
196
257
284
2.734
Gezinssamenstelling
Soort woning
Gebied Corporatiewoningen
20
4
I.v.m. privacywetgeving zijn aantallen onder de 10 verwijderd. Monitor Statushouders 2020
1.4 Samenvatting Wonen
Woongebied In tabel 4 staat per gebied het aantal huishoudens dat is gehuisvest in een corporatiewoning. Wanneer er meerdere personen op dezelfde datum op één adres zijn gaan wonen, beschouwen we dit als één huishouden. Het adres wordt dan één keer meegenomen in de telling. Aan de hand van deze definitie zijn in Rotterdam in 2020 284 huishoudens in corporatiewoningen gevestigd.
Ondanks de coronacrisis is het met gezamenlijke inspanning gelukt om in 2020 444 personen te huisvesten. De taakstelling voor 2020 was om 435 personen te huisvesten maar ook nog een achterstand van de inhuizing van 64 personen uit 2019 te realiseren. Van de totale groep hebben we 55 personen niet aan een huis kunnen koppelen. Dit heeft verschillende oorzaken. Zo zorgde het coronavirus ervoor dat minder woningen leeg kwamen en duurde het een maand om de nieuwe, unieke en succesvolle werkwijze van contactarm inhuizen te introduceren. Vanwege het coronavirus is in maart 2020 een contactarme manier van inhuizen ontwikkeld om ervoor te zorgen dat het proces van integratie zoveel mogelijk door kon gaan. De verwachting is dat deze 55 personen in het eerste halfjaar van 2021 gehuisvest zullen zijn. Verder zien we dat de samenstelling van de groep statushouders van 2020 vergelijkbaar is met die van 2019: veel alleenstaanden en weinig gezinsherenigers. Dit vraagt veel van de woningcorporaties. Er zijn hierdoor meer, maar ook andere huizen nodig dan in bijvoorbeeld 2017 en 2018. Tot slot was in 2020 sprake van een grote afname van het beschikbare aantal sociale huurwoningen. Daardoor is het percentage woningen dat naar statushouders gaat, toegenomen van 5 procent in 2019 naar 6 procent in 2020.
In de periode van 2013 tot en met 2020 zijn de meeste huishoudens in corporatiewoningen gehuisvest in Delfshaven (398), gevolgd door Prins Alexander (380) en Feijenoord (362). Als we de verdeling van de gehuisveste statushouders in deze periode van zeven jaar over de gebieden afzetten tegen het totaalaantal woningen in de gebieden, valt op dat de verdeling van statushouders over de gebieden behoorlijk evenwichtig is. In acht jaar is in totaal 1,0 procent van alle woningen in Rotterdam naar statushouders gegaan. Afgezien van de kleine kernen en het centrum waar relatief weinig statushouders terecht zijn gekomen, zijn in Delfshaven de meeste woningen naar statushouders gegaan (1,17 procent) en in Hillegersberg-Schiebroek de minste (0,80 procent). In 2020 zijn in Kralingen-Crooswijk relatief weinig woningen naar statushouders gegaan en in Overschie de meeste, gevolgd door Delfshaven en Charlois.
Uitstroom uit het azc Rotterdam Sinds september 2016 stroomden 1041 asielzoekers, die in het azc Rotterdam opgevangen zijn en een status kregen, door naar een woning in Rotterdam. De overige asielzoekers die in Rotterdam kwamen wonen, kwamen van een azc elders in het land. In tabel 5 staan cijfers over de instroom en de uitstroom in en uit het azc Rotterdam. Op 31 december 2020 woonden nog 350 statushouders in het azc Rotterdam.
Tabel 5. Instroom en uitstroom in en uit azc Rotterdam Totaal
2016
2017
2018
2019
2020
3073
419
735
613
787
519
totaal
2723
116
702
642
677
586
binnen gemeente
1041
52
276
279
256
178
buiten gemeente
1682
64
426
363
421
408
31-12-2020
350
303
336
307
417
350
Instroom Uitstroom
Saldo
Monitor Statushouders 2020
21
Hoofdstuk 2
Zorg In dit hoofdstuk beschrijven we de volgende onderwerpen over statushouders: 1. cijfers over het aantal statushouders dat maatschappelijke begeleiding heeft ontvangen van VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland en hoe dit verlopen is 2. hoe maatschappelijke begeleiding online bijdraagt aan de zelfredzaamheid van statushouders 3. de ervaren gezondheid van statushouders, hoe lichamelijke en geestelijke problemen worden gesignaleerd en wat aan preventie wordt gedaan 4. hoe de gemeente Rotterdam zorg- en schuldenproblematiek signaleert, wat aan preventie wordt gedaan en wat de praktijk over deze problematiek laat zien 5. de doelgroep alleenstaande minderjarige vreemdelingen
2.1 Maatschappelijke begeleiding door VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland biedt statushouders verschillende dienstverlening aan zodat zij zo snel mogelijk kunnen integreren in de samenleving. Deze dienstverlening omvat praktische hulp en coaching, gericht op het op orde brengen van praktische zaken na aankomst in Rotterdam. Onder praktische ondersteuning verstaan we de basale vaardigheden die van belang zijn om goed te functioneren in de samenleving. Een voorbeeld hiervan is brievenhulp. VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland geeft statushouders op een laagdrempelige manier de mogelijkheid om ontvangen brieven van officiële instanties samen door te nemen en onduidelijkheden weg te nemen. Het traject duurt in totaal twee jaar. In 2020 hebben alle volwassen statushouders, die recht hadden op maatschappelijke begeleiding en gehuisvest
Monitor Statushouders 2020
zijn, deze dienstverlening ontvangen. Dit betekent dat in 2020 330 statushouders zijn begonnen met de intake die hoort bij de start van de maatschappelijke begeleiding. Er zijn 314 statushouders gestart met het tweede jaar van de maatschappelijke begeleiding. Naast maatschappelijke begeleiding biedt VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland het participatieverklaringstraject aan. Tijdens dit traject ontvangen statushouders op een interactieve wijze toelichting op zes belangrijke kernwaarden: vrijheid, gelijkwaardigheid, solidariteit, participatie, democratie en de rechtsstaat. Aanvullend worden in Rotterdam twee extra gezondheidsworkshops aangeboden: stress en gezondheid, en seksuele gezondheid. Met het ondertekenen van de participatieverklaring geeft de statushouder aan dat hij zich bewust is van de waarden en spelregels van de Nederlandse samenleving en deze te respecteren. In 2020 hebben 179 statushouders het participatieverklaringstraject helemaal afgerond. 186 statushouders hebben de module stress en gezondheid gevolgd en 156 statushouders de module seksuele gezondheid.
2.2 Maatschappelijke begeleiding online Sinds 2019 is Rotterdam gestart met een pilot voor online maatschappelijke begeleiding voor statushouders met de Welcome app. De Welcome app is een interactief, digitaal platform dat nieuwkomers in Nederland verbindt aan Rotterdammers door middel van vraag en aanbod. Het doel van de app is om nieuwkomers zich thuis te laten voelen door het aangaan van nieuwe vriendschappen, het creëren van een netwerk en hun weg vinden in de maatschappij. Inmiddels zijn er 809 gebruikers actief op de app. Dit zijn zowel nieuwkomers als Rotterdammers die hier al langer wonen of altijd hebben gewoond. De vragen die gesteld worden aan de helpdesk variëren: willen oefenen met de Nederlandse taal, een brief niet begrijpen, contact willen met andere Rotterdammers en vragen over Nederlandse gebruiken. Rotterdamse statushouders geven aan dat dit online platform hen helpt bij het vinden van hun weg in de samenleving.
23
2.3 Gezondheid Onder invloed van onder meer oorlogs- en geweldservaringen hebben vluchtelingen een hogere kans op psychische klachten dan de gemiddelde Nederlander. En als gevolg daarvan ook op het ontwikkelen van andere gezondheidsklachten en ongezond gedrag. Bijvoorbeeld stress en slaapproblemen of psychische stoornissen, zoals angststoornissen, depressies en Post Traumatisch Stress Stoornis. Dit is een van de bevindingen uit het onderzoek naar integratie van statushouders door sociologen van de Erasmus Universiteit Rotterdam (EUR). Hierbij is onderzoek gedaan naar onder andere de gezondheid van Syrische statushouders die het programma van Stichting Nieuw Thuis Rotterdam (SNTR) volgen en statushouders die onder de aanpak van de gemeente Rotterdam vallen (gemeentedeelnemers). Het doel van het gehele onderzoek is om te evalueren of de aanpak van SNTR werkt. In de monitor van 2019 zijn de resultaten van het eerste verkennende rapport Nieuw in Rotterdam (december 2019) beschreven. Uit dit onderzoek blijkt dat iets meer dan twee derde van de statushouders in Rotterdam een goede gezondheid ervaart. Dit is beduidend lager dan de gemiddelde Nederlandse bevolking, van wie
80 procent een goede gezondheid ervaart. Die vergelijking ziet er nog ongunstiger uit wanneer we ons realiseren dat de statushouders in Rotterdam een relatief jonge groep vormen. 20 tot 30 procent van de statushouders voelt zich vaak tot voortdurend erg zenuwachtig, neerslachtig en somber. Met name leeftijd blijkt gerelateerd aan mentale gezondheid. De 45-plussers vormen de grootste risicogroep voor mentale ongezondheid, gezien de ongunstige balans tussen negatieve en positieve gevoelens. Opvallend is dat de statushouders in Rotterdam zich vaker zenuwachtig en minder frequent rustig en kalm voelen dan de (Syrische) statushouders elders in Nederland. Volgens het nieuwste rapport Stappen vooruit (augustus 2020)5 blijft de ervaren gezondheid van statushouders6 in Rotterdam nagenoeg onveranderd tussen 2017/2018 en 2019. Voor de mentale gezondheid7 zien we voor alle statushouders tezamen eveneens geen grote verschillen over de tijd. Bij de gemeentedeelnemers is het aandeel dat zich vaak kalm en rustig en gelukkig voelt enigszins toegenomen. Dat aandeel is bij SNTR-deelnemers enigszins afgenomen. De cijfers worden respectievelijk weergegeven in figuur 1 en 2.
Figuur 1. Ervaren gezondheid in percentages Totaal
SNTR
(zeer) Goed
Gemeente
100 80
9
10
8
9
10
10
23
23
28
28
20
21
68
67
64
63
70
69
Gaat wel (zeer) Slecht
60 40 20 0 2017/2018
24
2019
2017/2018
2019
2017/2018
2019
⁵
Het onderzoek van de Erasmus Universiteit onderzoekt de veranderingen in integratie van Rotterdamse statushouders tussen 2017/2018 en 2019. Hoewel 2020 buiten beschouwing wordt gelaten, is het nuttig om de resultaten van dit rapport mee te nemen in deze monitor.
⁶
“Hoe is over het algemeen uw gezondheid?”. De antwoordcategorieën waren 1: zeer goed, 2: goed, 3: gaat wel, 4: slecht, 5: zeer slecht. In de figuur zijn zowel antwoordcategorieën 1 en 2 als 4 en 5 samengevoegd.
⁷
“De volgende vragen gaan over hoe u zich voelde in de afgelopen 4 weken. Hoe vaak voelde u zich…”. De antwoordcategorieën waren 1: voortdurend/ elke dag, 2: meestal/bijna elke dag, 3: vaak/meer dan de helft van de dagen, 4: soms/verscheidene dagen, 5: af en toe, 6: nooit/helemaal niet. In de figuur zijn alleen antwoordcategorieën 1 tot en met 3 samengevoegd weergegeven.
Monitor Statushouders 2020
Gemeente
SNTR
Totaal
Figuur 2. Vaak tot voortdurend in percentages Gelukkig
49 53
Kalm & rustig
54 56
Neerslachtig & somber
23 20
Erg zenuwachtig
30 26
Gelukkig
52 46
Kalm & rustig
53 50
Neerslachtig & somber
23 18
Erg zenuwachtig
29 27
Gelukkig
47 57
Kalm & rustig
54 60
Neerslachtig & somber
23 21
Erg zenuwachtig
30 26
0
20
40
Onderzoek naar de ervaring van Syrische kinderen in Rotterdam Als onderdeel van het onderzoek naar het SNTRprogramma is in 2020 ook het rapport Kinderen uit Syrië in Rotterdam gepubliceerd. Rond de 40 procent van de statushouders in Rotterdam is jonger dan 18 jaar. Uit dit rapport blijkt dat de kinderen zich mentaal goed voelen. Ze vinden dat ze de Nederlandse taal goed beheersen. En ze geven zichzelf hiervoor gemiddeld een 7,7. Kinderen zijn erg tevreden met school en hebben het vertrouwen dat ze later kunnen worden wat ze willen. De kinderen zijn positief over hun (vaak gemengde) vriendengroep. De meesten voelen zich thuis in Nederland. Ze zien de mensen in Nederland als aardig en behulpzaam (Van der Ent, 2020). Tegelijkertijd geeft een groot deel van de kinderen aan dat zij regelmatig vertalen voor de ouders. Dit kan een grote belasting zijn. Kinderen kunnen daarvoor minder tijd hebben voor school en om te spelen, wat belangrijk is voor hun ontwikkeling. De gemeente en de samenwerkende organisaties zoals VluchtelingenWerk ZuidwestNederland laat kinderen onder de achttien jaar niet vertalen en maken gebruik van de tolkentelefoon als dat wenselijk is. Ook gaven weinig kinderen aan dat ouders hen helpen als ze op school iets niet begrijpen. Een kwart van de kinderen zou graag meer vrienden willen hebben.
Ook zegt een op de vijf kinderen dat zij soms niet mee mochten doen of gediscrimineerd zijn. Zij zijn bijvoorbeeld uitgescholden of hoorden dat ze
Monitor Statushouders 2020
60
80
2017/2018 2019
100
beter terug kunnen naar hun eigen land. Dit kan invloed hebben op de mentale gezondheid van de kinderen (Van der Ent, 2020). Toen de coronapandemie begon, is OpenEmbassy het thuisonderwijsmaatjes-project gestart om nieuwkomersgezinnen te ondersteunen. Met dit project helpen ervaren Nederlanders op afstand mee, als het thuisonderwijs bij gezinnen die nieuw zijn in Nederland niet goed lukt. Dat kan door ondersteuning te bieden bij het huiswerk, maar ook te helpen met de computer, of door mee te kijken bij het maken van een dag- en weekplanning. Inmiddels zijn er 120 kinderen gekoppeld aan een thuisonderwijsmaatje.
Signaleren van lichamelijke en geestelijke problemen De medewerkers van de gemeente Rotterdam kunnen op verschillende momenten lichamelijke en geestelijke problemen signaleren. Medewerkers van IOS kunnen tijdens het eerste kennismakingsgesprek – dus wanneer een statushouder nog op een azc woont of vanuit de overdracht uit COA – een niet-pluissituatie bij een statushouder vermoeden. Denk daarbij aan huiselijk geweld, problemen met de geestelijke gezondheid, trauma‘s, echtscheiding of financiële problemen. Zij geven dit door aan de werkconsulent en zo nodig aan een huisarts of wijkteam. Ook hebben zij een brede rol om te signaleren en te verwijzen naar (preventieve) hulpverlening. De consulent is de regisseur en blijft
25
Op basis van de vragen en antwoorden kunnen grotere thema’s en vraagstukken die spelen onder statushouders worden geïdentificeerd. op de hoogte. Iedere statushouder heeft een dossier waarin alles wordt geregistreerd. Dit gebeurt op individueel niveau, waardoor gegevens over gezondheid van alle statushouders niet geanalyseerd kunnen worden in verband met de privacywetgeving. Het onderzoek ‘Nieuw in Rotterdam’ van de Erasmus Universiteit Rotterdam laat zien dat statushouders aanzienlijk minder gebruik maken van ondersteuning voor psychische gezondheidsproblematiek dan niet-statushouders (Van der Linden & Dagevos, 2019). Dit is opmerkelijk omdat deze groep zeer gevoelig is voor psychische problemen, zoals depressies. Dit komt door de slechte omstandigheden die zij hebben meegemaakt in het land van herkomst of gedurende de reis naar Nederland. Tot slot zijn de werkconsulenten en de medewerkers van IOS getraind door het landelijk expertisecentrum Pharos om geestelijke problemen te signaleren. Pharos houdt zich bezig met het verkleinen van grote gezondheidsverschillen in de samenleving. VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland heeft ook een signalerende functie. Als zij niet-pluissituaties tegenkomen, nemen zij contact op met de consulent.
Daarnaast vindt maandelijks een casuïstiekoverleg plaats met de betrokken interne afdelingen (IOS, W&I en Jongerenloket) vanuit de gemeente, wijkteam, VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland en SNTR.
Ontwerpsessies OpenEmbassy OpenEmbassy voert sinds 2020 een pilot uit in opdracht van de gemeente Rotterdam. In deze pilot worden vragen van Rotterdamse statushouders beantwoord. Op basis van de vragen en antwoorden kunnen grotere thema’s en vraagstukken die spelen onder statushouders worden geïdentificeerd. Rond deze vraagstukken zijn een aantal ontwerpsessies georganiseerd met als doel tot concrete acties te komen en het probleem (deels) op te lossen. Er wordt gewerkt vanuit individuele impact (beantwoorden van vragen) naar systeemimpact (leren wat beter kan voor de doelgroep in zijn geheel). Een van de thema’s is de toegang tot de GGZ in Rotterdam. Toegang tot de GGZ kan moeilijk zijn voor nieuwkomers. Zeker als je zelf nog niet weet dat je die
Monitor Statushouders 2020
hulp nodig hebt. Het kan ook moeilijk zijn als je zelf heel goed weet welke zorg je nodig hebt, maar je de toegang tot die zorg niet krijgt en daarmee het vertrouwen in de zorg verliest. Uit verhalen van statushouders blijkt dat dit de belangrijkste knelpunten zijn waar zij mee te maken krijgen. Tijdens de ontwerpsessie is gesproken met statushouders en zorgprofessionals om te achterhalen wat nodig is om die belemmeringen weg te nemen. In 2021 wordt gekeken welke concrete acties genomen kunnen worden naar aanleiding van de ontwerpsessie. De andere thema’s zijn: dakloosheid en samenwerking met de wijkteams. Deze sessies vinden in 2021 plaats.
Stichting Mano Stichting Mano ondersteunt Rotterdamse statushouders bij het vergroten van hun zelfredzaamheid. Daarbij richten zij zich op vijf aspecten waarvan gezondheid en welzijn er een is. Wanneer er sprake is van psychosociale problematiek en aandacht hiervoor uitblijft, staat dit het succesvol onderdeel uitmaken van de Nederlandse samenleving sterk in de weg. Stichting Mano biedt zowel individuele gesprekken als groepstrainingen aan met professionals. Door de laagdrempelige en niet-institutionele setting kunnen deelnemers kwetsbaar zijn en worden zij ondersteund om deze kwetsbaarheid om te zetten naar kracht. Tijdens deze bijeenkomsten is oog voor de culturele achtergrond van de deelnemer zodat hij de nieuwe cultuur sneller leert begrijpen. Tot slot bieden zij passende doorverwijzing als trauma’s en psychische problemen naar voren komen.
Preventief wordt het volgende gedaan •
Participatieworkshops In de participatieworkshops gaan twee workshops over psychische gezondheid: gezondheid en stress, en seksuele gezondheid.
•
Mindspring-cursus De Mindspring-cursus is onderverdeeld in een cursus voor jongeren (Mindspring Junior) en volwassenen (Mindspring). Mindspring Junior is bedoeld voor jonge statushouders (en hun ouders), die kampen met psychische problemen. Statushouders leren door middel van de Mindspring-cursus omgaan met spanningen. Ouders en kinderen worden weerbaar-
27
der door de versterking van vaardigheden en de opvoedkwaliteit van ouders verbetert. Mindspring voor volwassenen leert statushouders omgaan met hun eigen psychische problematiek. •
Deskundigheidsbevordering De werkconsulenten van het team statushouders van Werk & Inkomen (W&I), het Jongerenloket en de medewerkers van IOS hebben deskundigheidsbevordering gehad voor het signaleren van psychische problematiek bij statushouders. Nieuwe collega’s krijgen dit ook als onderdeel van hun inwerkprogramma.
2.4 Financiële zelfredzaamheid Gemeenten staan voor de opgave om statushouders die nieuw in hun gemeente komen te ondersteunen. Ondersteuning naar financiële zelfredzaamheid is daar een onderdeel van. VluchtelingenWerk ZuidwestNederland biedt hiervoor maatschappelijke begeleiding. Na de verhuizing van de statushouder van een azc naar Rotterdam is sprake van praktische begeleiding van twee jaar. Sinds 2019 wordt extra aandacht besteed aan de financiën met een financieel spreekuur. VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland gebruikt de volgende classificaties om statushouders in te delen: • • • • •
financieel zelfredzaam onvoldoende financieel zelfredzaam zonder schulden onvoldoende financieel zelfredzaam met schulden herhaaldelijk no-show doorverwijzen naar externen
Alle statushouders die gehuisvest werden in 2020 (330) en de statushouders die hun tweede jaar maatschappelijk begeleiding bij VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland zijn gestart in 2020 (314) zouden het financieel spreekuur moeten volgen. Vanwege de coronamaatregelen was het voor een lange periode in het jaar niet mogelijk om de financiële spreekuren op de reguliere manier te laten plaatsvinden. Fysieke afspraken vonden alleen plaats wanneer iemand net gehuisvest was in Rotterdam of wanneer de situatie daarom vroeg. Zo zijn de 330 statushouders die in 2020 gehuisvest werden, gestart met de Basis OK. Deze module duurt drie maanden, waarbij de volgende onderwerpen aanbod komen: zorgverzekering en eigen risico, huur, toeslagen, het betalen van overige vaste lasten, zoals water, gas, licht en internet, verzekeringen en lokale belastingen.
28
Daarnaast zijn extra kwetsbare statushouders proactief uitgenodigd door VluchtelingenWerk Zuidwest-Nederland om postzaken door te nemen en zo opeenstapeling van problemen te voorkomen. Met de statushouders die op een hoog risico zijn ingeschat op financiële en schuldenproblematiek is tijdens de eerste lockdown periodiek telefonisch contact gezocht om de financiën te peilen. Deze groep mensen is op kantoor uitgenodigd als er dringende vragen en of problemen waren op het gebied van financiën. In 2020 zijn in totaal 3374 gesprekken gevoerd met statushouders. De grootste vier onderwerpen zijn financiën (44 procent), participatie (33 procent), belastingen en toeslagen (19 procent) en onderwijs en inburgering (15 procent).