21bb308 Bijlage 1 behorende bij 21bb311 - Toelichting ontwerpbestemmingsplan Terbregse Rechter Rottekade 88
Tekst van het document
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
23
Mede gelet hierop is in het kader van een goede ruimtelijke ordening derhalve sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect geluid (wegverkeerslawaai) staat de realisatie van het bouwplan dan ook niet in de weg. Conclusie Uit het akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden. Het bestemmingsplan ondervindt voor wat betreft geluid geen belemmeringen.
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
24
6.4 Luchtkwaliteit Beleidskader Op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer moeten bij het nemen van dit besluit de gevolgen voor de luchtkwaliteit in acht worden genomen. De Europese Unie heeft luchtkwaliteitsnormen vastgesteld, die tot doel hebben mens en milieu tegen de negatieve effecten van luchtverontreiniging te beschermen. Nederland heeft deze luchtkwaliteitsnormen opgenomen in de nationale wetgeving. De Nederlandse wet- en regelgeving voor de luchtkwaliteit in de buitenlucht vloeit voort uit titel 5.2 van de Wet milieubeheer (Wm). Deze wet heeft als doel dat bij toekomstige ontwikkelingen de grenswaarden zoals in de wet gesteld (grenswaarde voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijnstof, lood, koolmonoxide en benzeen) niet worden overschreden. Voor de ruimtelijke ordening van onderhavig plan zijn met name stikstofdioxide en fijnstof relevant. De grenswaarden die de wet hieraan stelt, bedragen: Tabel 4: Grenswaarden luchtkwaliteit Stof Toetsing van Grenswaarde Stikstofdioxide Jaargemiddelde 40 μg/m3 (NO2) concentratie Fijnstof (PM10) Jaargemiddelde 40 μg/m3 concentratie 24-uurgemiddelde Max 35 keer p.j. concentratie meer dan 50 μg/m3 2,5 Fijnstof (PM ) Jaargemiddelde Max. 35 keer p.j. concentratie meer dan 50 μg/m3
Geldig Vanaf jan. 2015 Vanaf 11 juni 2011 Vanaf 11 juni 2011 Vanaf jan. 2015
Onderzoek Voor de omgeving van het plangebied is de NSL-monitoring (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) relevant. In het NSL werken de Rijksoverheid en decentrale overheden samen om te zorgen dat Nederland overal tijdig aan de grenswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide voldoet. In het NSL-monitoring (2018) worden de volgende achtergrondconcentraties voor het plangebied gegeven: • Een stikstofconcentratie van 27,95 μg/m3 NO2;
• •
Een fijnstofconcentratie van 19,16 μg/m3 PM10; Een fijnstofconcentratie van 11,68 μg/m3 PM2,5;
Op basis van bovenstaande kan dus worden geconstateerd dat ten aanzien van de luchtkwaliteit aan alle grenswaarden wordt voldaan. Gesteld kan worden dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) Om de toetsing van kleinschalige plannen ten aanzien van de luchtkwaliteit overzichtelijk te houden heeft de wetgever het Besluit Niet In Betekenende Mate (NIBM) vastgesteld. In dit besluit is vastgelegd in welke gevallen de planontwikkeling niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In het Besluit NIBM en de bijbehorende regeling is bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij zijn twee situaties te onderscheiden: • Een project heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10; • Een project valt in de categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg of niet meer dan 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen.
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
25
Conclusie Het plan is kleinschalig van aard. Hiermee valt het plan in het besluit NIBM (gevallen die niet in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit <3%), waardoor kan worden gesteld dat het plan geen tot nihil invloed heeft op de luchtkwaliteit en dat toetsing niet noodzakelijk wordt geacht. Uit het oogpunt van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) en goede ruimtelijke ordening zijn er geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan.
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
26
6.5 Bodem Beleidskader Het beleid is erop gericht zorg te dragen dat de bodemkwaliteit geschikt dient te zijn voor het geplande gebruik. Hiervoor is het bij nieuwe ontwikkelingen verplicht een verkennend bodemonderzoek uit te laten voeren. De provincie hanteert de richtlijn dat bij de beoordeling van ruimtelijke plannen tenminste het eerste deel van het verkennend bodemonderzoek, het historisch onderzoek, moet worden verricht. Indien uit het historisch onderzoek wordt geconcludeerd dat op de betreffende locatie sprake is geweest van activiteiten met een verhoogd risico op verontreiniging dan dient een volledig verkennend bodemonderzoek te worden uitgevoerd. Onderzoek Verkennend bodemonderzoek Terbregse Rechter Rottekade 88 Voor de locatie Terbregse Rechter Rottekade 88 is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Dordrecht Research BV, 18 juli 2018, kenmerk 180166.B). Dit betreft de perceelnummers 1848 en 1895 (gedeeltelijk). Uit dit bodemonderzoek blijkt dat de aangetoonde gehalten voldoen aan het verwachtingspatroon voor de onderzoekslocatie (blijven onder de maximaal lokale waarden). Tevens is in de bovengrond (zogenaamde leeflaag of actuele contactzone) geen verhoogd gehalte aangetoond. Door de aanwezigheid van een schone leeflaag voldoet de milieukundige kwaliteit bij ongewijzigd gebruik voor de functie wonen met tuin.
Verkennend en nader bodemonderzoek Terbregse Rechter Rottekade 82-86 Voor de locatie Terbregse Rechter Rottekade 82-86 is een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd (Dordrecht Research BV, 17 augustus 2018, kenmerk 180166.A). Dit betreft de perceelnummers 1894, 1895 en 1896 (gedeeltelijk). Uit dit bodemonderzoek blijkt de grond sterk verontreinigd te zijn met diverse zware metalen, PAK, PCB, minerale olie en asbest. Voor zware metalen, PAK, minerale olie en asbest is er sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging als bedoeld in de Wet Bodembescherming. Saneringsplan Terbregse Rechter Rottekade 82-86 Vervolgens is een saneringsplan opgesteld door Dordrecht Research BV (kenmerk 180168, 21 februari 2019) en is op dezelfde dag melding gedaan aan het bevoegd gezag (DCMR). Beschikking ernst, spoedeisendheid en saneringsplan Terbregse Rechter Rottekade 82-86 Op 24 februari 2020 is een beschikking afgegeven, met zaak ID 9999155242, betreffende de vaststelling van de ernst van de verontreiniging, de noodzaak van een spoedige sanering en de beoordeling van het saneringsplan voor de locatie. Uitvoering bodemsanering De bodemsanering is van 21 april 2020 tot 20 mei 2020 uitgevoerd. Beschikking saneringsverslag Terbregse Rechter Rottekade 82-86 te Rotterdam Op 14 september 2020 is een beschikking (kenmerk 9999184848_9999846643) op het saneringsverslag afgegeven.
Conclusie Op basis van bovenstaande voldoet de planlocatie voor wat betreft bodem aan het beoogde gebruik wonen en tuin.
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
27
6.6 Externe veiligheid Beleidskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk: • Bedrijven waar activiteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid; • Vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang: het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon overlijdt door een ongeval met een risicobron, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) onbeschermd op een bepaalde plaats in de buurt van die risicobron zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrichting dan wel infrastructuur. Binnen de contour van PR= 10-6 per jaar mogen zich geen kwetsbare objecten (objecten als gebouwen of terreinen waar zich veel mensen of waar zich beperkt zelfredzame mensen bevinden) en bij voorkeur ook geen beperkt kwetsbare objecten (objecten of terreinen waar zich een beperkt aantal mensen bevinden). Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal 10 personen overlijdt als direct gevolg van een ongeval met een risicobron. Voor het groepsrisico geldt geen normering. Er is wel een zogenaamde oriëntatiewaarde vastgesteld.
Het bevoegd gezag heeft een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriëntatiewaarde overschrijdt. In de volgende beleidsdocumenten zijn de risiconormen opgenomen die relevant zijn vanuit het oogpunt van externe veiligheid: • Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). In dit besluit zijn de risiconormen voor risicovolle inrichtingen weergegeven ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. • Circulaire effectafstanden externe veiligheid LPG-tankstations voor besluiten met gevolgen voor de effecten van een ongeval. • Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). In dit besluit zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg, het spoor en binnenwater opgenomen ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. • Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In het Bevb zijn de risiconormen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen door buisleidingen opgenomen ten aanzien van het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. • Vuurwerkbesluit. In dit besluit zijn voor de opslag van consumentenvuurwerk en professioneel vuurwerk veiligheidsafstanden vastgesteld. • Circulaire opslag ontplofbare stoffen voor civiel gebruik. In deze circulaire zijn veiligheidszones (A-, B- of C-zone) vastgesteld voor de opslag van ontplofbare stoffen voor civiel gebruik.
Binnen deze veiligheidszones worden de aanwezigheid van activiteiten en/ of objecten uitgesloten. Het Activiteitenbesluit milieubeheer: In dit besluit zijn veiligheids- afstanden opgenomen die moeten worden aangehouden ten opzichte van (beperkt) kwetsbare objecten. Veiligheidsafstanden zijn vastgesteld voor onder andere opslagtanks met propaan/propeen, aardgastankstations en gasdrukmeet- en regelstations.
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
28
Om vast te stellen of er risicobronnen zijn die voor de ontwikkeling van het plangebied mogelijk relevant zijn, wordt onderzoek of: • Het plangebied risicobronnen toelaat en/of; • Het plangebied beperkt kwetsbare of kwetsbare objecten toestaat. Indien antwoord op de eerste vraag ja is, wordt ook vastgesteld of: • De risicobron(nen) onder één van de besluiten of circulaires val(t)(len) en/of; • Het invloedsgebied of veiligheidsafstand van de risicobron over (beperkt) kwetsbare objecten is gelegen. Indien het antwoord op de tweede vraag ja is, wordt vervolgens vastgesteld of: • De risicobron(nen) in de omgeving van het plangebied onder één van de relevante besluiten of circulaires val(t)(len) voor externe veiligheid en/of; • Het invloedsgebied of de veiligheidsafstand over het plangebied valt. Onderzoek Volgens de risicokaart bevindt zich in de omgeving van het plangebied één risicovolle inrichting waar opslag van gevaarlijke stoffen plaatsvindt die een bedreiging kunnen vormen voor het onderhavige plan. Tankstation NRGValue Molenlaan (Esso) Op circa 170 meter ten noordoosten van het plangebied bevindt zich het tankstation ‘NRGValue Molenlaan (Esso)’. Op basis van de Revi geldt voor LPGtankstations een invloedsgebied van 150 meter rondom de LPG-installaties. Het plangebied valt hier ruimschoots buiten.
Het tankstation ‘NRGValue Molenlaan (Esso)’ is derhalve niet relevant vanuit het oogpunt van externe veiligheid voor het plan.
Tankstation (Esso)
171 meter
Plangebied
Afbeelding 12: Uitsnede Risicokaart
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
29
Invloed transport gevaarlijke stoffen, Buisleidingen Volgens de risicokaart zijn er in de omgeving van het plangebied geen hoofdtransportleidingen, zoals aardgasleidingen, gelegen. Invloed transport gevaarlijke stoffen, wegverkeer Transport van gevaarlijke stoffen over de A20 Invloedsgebied Het plangebied is gelegen in het invloedsgebied van transportroutes van gevaarlijke stoffen over de Rijksweg A20. Het plangebied is gelegen op circa 600 meter van het wegvak Z125 (Afslag 14 Rotterdam Centrum – knooppunt Terbregseplein) van de Rijksweg A20. Voor de A20 geldt een plasbrandaandachtsgebied van 30 meter. Het plangebied valt hier ruimschoots buiten. Plaatsgebonden risico Voor de A20 geldt een 10-6 plaatsgebonden risicocontour van 11 meter. Het plangebied valt ruimschoots buiten de 10-6 plaatsgebonden risicocontour.
Verantwoording groepsrisico Artikel 8 van het Bevt schrijft voor dat indien een plangebied in zijn geheel of gedeeltelijk gelegen is binnen 200 meter van een transportroute, in de toelichting bij dat plan onderscheidenlijk in de ruimtelijke onderbouwing van die vergunning tevens ingegaan dient te worden op: • De dichtheid van personen in het invloedsgebied van de transportroute op het tijdstip waarop het plan of besluit wordt vastgesteld, rekening houdend met de in dat gebied reeds aanwezige personen en de personen die in dat gebied op grond van het geldende bestemmingsplan of de geldende bestemmingsplannen of een omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten zijn, en; • De als gevolg van het bestemmingsplan of de omgevingsvergunning redelijkerwijs te verwachten verandering van de dichtheid van personen in het gebied waarop dat plan of die vergunning betrekking heeft; • Het groepsrisico op het tijdstip waarop het plan of de vergunning wordt vastgesteld en de bijdrage van de in dat plan of besluit toegelaten kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten aan de hoogte van het groepsrisico, vergeleken met de oriëntatiewaarde; • De maatregelen ter beperking van het groepsrisico die bij de voorbereiding van het plan of de vergunning zijn overwogen en de in dat plan of die vergunning opgenomen maatregelen, waaronder de stedenbouwkundige opzet en voorzieningen met betrekking tot de
inrichting van de openbare ruimte, en; • De mogelijkheden voor ruimtelijke ontwikkelingen met een lager groepsrisico en de voor- en nadelen daarvan. Het plangebied is gelegen op circa 600 meter van de A20. Het plangebied ligt daarmee buiten de zone van 200 meter. Een berekening van het groepsrisico is derhalve niet noodzakelijk. Wel dient conform artikel 7 van Bevt ingegaan te worden op maatregelen inzake zelfredzaamheid en rampenbestrijding. Artikel 7 van het Bevt schrijft voor dat in de toelichting bij een bestemmingsplan, voor zover het gebied waarop dat plan betrekking heeft binnen het invloedsgebied ligt van een weg waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd, in elk geval moet worden ingegaan op: • De mogelijkheden tot voorbereiding van bestrijding en beperking van de omvang van een ramp op dat de weg, en;
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
30
•
Voor zover dat plan betrekking heeft op nog niet aanwezige kwetsbare of beperkt kwetsbare objecten: de mogelijkheden voor personen om zich in veiligheid te brengen indien zich op de weg een ramp voordoet.
Mogelijkheden voor zelfredzaamheid en vluchtmogelijkheden aanwezigen en rampenbestrijding Als gevolg van een incident kunnen toxische (vloei)stoffen vrijkomen. In geval van een toxische plas op de A20 zal deze (gedeeltelijk) verdampen, waarbij een toxische wolk wordt gevormd. Afhankelijk van de weersomstandigheden en de windrichting kan een toxische wolk richting het plangebied drijven. De kans dat personen hieraan overlijden naar aanleiding van dit scenario is groter naarmate de gebruikers van het gebied zich op een kortere afstand van de risicobron bevinden. Het plangebied is gelegen op circa 600 meter van de A20, waardoor gesteld kan worden dat de (toekomstige) bewoners van de vrijstaande woning en huidige woning een kleine kans hebben op overlijden ten gevolge van een toxische wolk. Bij een toxische wolk kunnen de aanwezigen in het plangebied afhankelijk van de stof het gevaar opmerken als de stof een specifieke geur heeft. Ten aanzien van de zelfredzaamheid bij het vrijkomen van een toxische wolk is het advies om binnen te blijven, mits ramen, deuren en ventilatie gesloten kunnen worden. Mechanische ventilatie kan worden uitgezet. De toekomstige bewoners van de woning hebben via de hoofdentree (en vluchtroutes) en omliggende wegen de mogelijkheid het plangebied te vluchten. Gezien de grote afstand tot de A20 heeft men voldoende tijd om te vluchten.
De hulpdiensten hebben voldoende ruimte om de ramp te bestrijden en de gevaarlijke stoffen op te ruimen. Bij een toxische wolk op de wegen zal de brandweer hoofdzakelijk vanaf het bovenwinds gebied optreden. De brandweer komt ter plaatse wanneer de toxische vloeistof volledig is uitgestroomd en is verdampt. De brandweer zal zich hoofdzakelijk richten op het verdunnen van de gaswolk met behulp van water. Conform artikel 9 van de Bevt is de veiligheidsregio in de gelegenheid gesteld een advies uit te brengen over de mogelijkheden en de zelfredzaamheid en de rampenbestrijding. Het advies luidt: “Draag zorg voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit door middel van de campagne “Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand”. Doorgaans is schuilen in een gebouw de beste optie; sluit ramen en deuren, schakel het ventilatiesysteem af, blijf weg bij ramen en schuil bij voorkeur in dat deel van het gebouw dat zo ver mogelijk van het incident af is gelegen. Op de website “www.rijnmondveilig.nl” vindt u meer informatie over wat te doen in geval van een incident.” De toekomstige bewoners van de woning zullen worden geïnstrueerd/voorgelicht over hoe te handelen tijdens een calamiteit.
Invloed transport gevaarlijke stoffen, Spoorverkeer In de nabijheid van het plangebied is het spoortraject Rotterdam – Gouda gelegen. Voor het bepalen van het resteffect en voor het bepalen van maatregelen met betrekking tot zeer kwetsbare bestemmingen wordt uitgegaan van de 1% letaliteitcontour (LC01) van het worst case scenario. Voor het bepalen van gewenste maatregelen voor (beperkt) kwetsbare bestemmingen wordt de V/o letaliteitcontour van het meest geloofwaardige scenario gebruikt (750 meter). Het plangebied is gelegen buiten de 1% letaliteitcontour van het meest geloofwaardige scenario. Invloed transport gevaarlijke stoffen, Vaarwegen In de directe omgeving van het plangebied zijn geen voor beroepsvaart relevante vaarwegen gelegen. Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft het aspect externe veiligheid geen belemmeringen.
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
31
6.7 Flora en fauna Beleidskader Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met de natuurwaarden ter plaatse. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen gebiedsbescherming en soortenbescherming. Gebiedsbescherming kan volgen uit de aanwijzing van een gebied. Voor wat soortenbescherming betreft is de Wet Natuurbescherming toepassing. Hier wordt onder andere de bescherming van plant- en diersoorten geregeld. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet worden getoetst of er sprake is van negatieve effecten op de aanwezige natuurwaarden. Indien hiervan sprake is, moet ontheffing of vrijstelling worden aangevraagd. Onderzoek Bij fysieke ruimtelijke ingrepen dient rekening te worden gehouden met de aanwezige flora en fauna en beschermde natuurgebieden. Dit bestemmingsplan betreft uitsluitend een juridisch-planologische wijziging. Er vinden geen fysieke werkzaamheden plaats, zoals bouw- en/of sloopwerkzaamheden, dempen van watergangen, kappen van bomen en/of en verwijderen van andere beplanting. Op basis hiervan kan worden gesteld dat het bestemmingsplan in het kader van flora en fauna geen nadelige gevolgen heeft voor de verblijfsplaatsen van beschermde plant- en diersoorten en/of beschermde natuurgebieden. Conclusie Het plan ondervindt voor wat betreft het aspect flora en fauna geen belemmeringen.
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
32
6.8 Kabels en leidingen Beleidskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek In of in de directe omgeving van het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen zoals rioolpersleidingen, waterleidingen, hoogspanningslijnen of straalpaden gelegen. Conclusie Geconcludeerd wordt dat het aspect kabels en leidingen de uitvoering van het plan niet in de weg staat.
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
33
6.9 Molenbiotoop Beleidskader Het plangebied valt binnen de molenbiotoop van de molen ‘de Vier Winden’. In het gebied rondom deze molen is een molenbiotoop vastgesteld met een straal van 400 meter vanuit het middelpunt van de molen. Het plangebied is gelegen op circa 60 meter vanaf het middelpunt van de molen. Ter bescherming van de molenbiotoop is in het vigerend bestemmingsplan ‘Molenlaankwartier en Lage Limiet’ de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ opgenomen. Ten aanzien van het realiseren van bebouwing en/of beplanting binnen deze zone gelden de volgende richtlijnen: • Ten behoeve van de windvang van de molen en het zicht op de molen, mogen bouwwerken binnen een straal van 100 meter rond de molen niet hoger zijn dan de onderste punt van de verticaal staande wiek (5,04 meter + NAP); • Binnen een straal tussen de 100 en 400 meter rond de molen mag de hoogte van bebouwing niet meer zijn dan 1/30 van de afstand tussen bouwwerk en molen, gerekend vanaf de onderste punt van de verticaal staande wiek.
Plangebied
circa 60 meter
Positie nieuwe woning
Afbeelding 13: Plangebied t.o.v. molen
Onderzoek Dit bestemmingsplan betreft uitsluitend van een juridisch-planologische wijziging (bestemmingswijziging). De bestaande bebouwing binnen het plangebied blijft ongewijzigd, waardoor wat betreft de windvang en het zicht op de molens sprake is van een gelijkblijvende situatie. Ter bescherming van de molen wordt de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’ overgenomen in dit bestemmingsplan. In geval van (vervangende) nieuwbouw dient op grond van de hieraan gekoppelde regels in dit bestemmingsplan aangetoond te worden dat het bouwplan geen negatieve invloed heeft op het zicht en de windvang van molen. Conclusie Het bestemmingsplan heeft geen significante negatieve invloed op de molen ‘de Vier Winden’.
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
34
6.10 Lichthinder Beleidskader Op het gebied van lichthinder zijn geen normwaarden vastgelegd in de (inter)nationale wetgeving. In het Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer) is alleen vastgelegd dat verlichting voor sportvelden is uitgeschakeld tussen 23.00 uur en 7.00 uur. De bescherming van lichtgevoelige functies gaat via de invulling van een "goede ruimtelijke ordening" (Wro/Wabo). Bij hinder door licht zal het feit dat mogelijk mensen langdurig aanwezig zijn, bepalend zijn of een bestemming als gevoelig kan worden beschouwd. Onderzoek In de omgeving van het plangebied zijn geen sportvelden met verlichting gelegen. Derhalve is het uitvoeren van een onderzoek naar lichthinder niet noodzakelijk. Conclusie Het bestemmingsplan ondervindt voor wat betreft het aspect lichthinder geen belemmeringen.
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
35
Hoofdstuk 7 Juridische planopzet 7.1 Algemeen Het bestemmingsplan ‘Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88’ bestaat uit drie delen de verbeelding en regels, vergezeld van een toelichting. De verbeelding en de regels vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. De verbeelding heeft de rol van visualisering van de bestemmingen. De regels regelen de gebruiksmogelijkheden van de gronden, de bouwmogelijkheden en de gebruiksmogelijkheden van de aanwezige en/of op te richten bebouwing. De toelichting heeft weliswaar geen bindende werking, maar heeft wel een belangrijke functie bij de weergave en onderbouwing van het bestemmingsplan en bij de uitleg van de verbeelding en regels. In dit hoofdstuk wordt de systematiek van de regels uiteengezet en wordt een uitleg per bestemming gegeven. De systematiek van het bestemmingsplan sluit aan bij de gestandaardiseerde opbouw uit de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012). Het bestemmingsplan ‘Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88’ is conform de landelijke ROstandaarden (2012) opgesteld. Het plan voldoet daarmee aan de digitale verplichting.
7.2 Systematiek van de regels Voor wat betreft de regels van het bestemmingsplan ‘Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88’ is zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het vigerende bestemmingsplan ‘Molenlaankwartroer en Lage Limiet’ (IMRO-codering: NL.IMRO.0599.BP1057MolenlnLaLi-va04). Wat betreft parkeren is aansluiting gezocht bij het bestemmingsplan ‘Parapluherziening parkeernormering Rotterdam’. De regels bestaan uit vier hoofdstukken, waarin achtereenvolgens de inleidende regels, de bestemmingsregels, de algemene regels en de overgangs- en slotregels aan de orde komen.
7.3 Bestemmingen Wonen – 1 Ter plaatse van de bestaande woning Terbregse Rechter Rottekade 88 en de geplande nieuwe woning worden de bestemmingen ‘Gemengd – 2’ en ‘Bedrijf’ gewijzigd naar ‘Wonen – 1’. Op deze gronden worden twee bouwvlakken opgenomen waarbinnen de woningen dienen te worden gerealiseerd. Tuin Op het overige deel van het plangebied worden de bestemmingen ‘Gemengd – 2’ en ‘Bedrijf’ gewijzigd naar ‘Tuin’. Op gronden met de bestemming ‘Tuin’ zijn de bebouwingsmogelijkheden beperkt. Waarde – Archeologie 1 Ter bescherming en veiligstelling van de archeologische waarden is de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 1’ overgenomen in dit bestemmingsplan. Waterstaat – Waterkering Ter bescherming van de waterkering wordt de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ opgenomen. Waterstaat – Waterstaatkundige functie Ter bescherming van de hoofdwatergang ten noorden van het plangebied wordt de dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterstaatkundige functie’ opgenomen.
7.4 Aanduidingen • •
Gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop; Bouwvlak.
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
36
Hoofdstuk 8 Financiële uitvoerbaarheid Vanwege het private initiatief komt het onderzoek naar de economische uitvoerbaarheid van het bouwplan, voor verantwoordelijkheid van de opdrachtgever, welke aangeeft dat de financiële haalbaarheid gewaarborgd is. Ter zekerheid voor de gemeente wordt er een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer getekend, waarin onder andere is geregeld dat eventuele planschade voor rekening van de initiatiefnemer komt. Conclusie Op basis van het vorenstaande kan worden vastgesteld dat de economische uitvoerbaarheid gewaarborgd is.
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
37
Hoofdstuk 9 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 9.1 Vooroverleg ex art. 3.1.1 Bro Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) artikel 3.1.1 geeft aan dat de gemeente Rotterdam bij de voorbereiding van een ruimtelijke ontwikkeling overleg moeten plegen met haar overlegpartners. In het kader van het vooroverleg, zoals bedoeld in artikel 3.1.1 Bro, is het plan voorgelegd aan de overlegpartners. Op 22 augustus 2019 heeft Gasunie Transport Services B.V. per mail gereageerd op het bestemmingsplan. Het plan is door de Gasunie getoetst aan het huidige externe veiligheidsbeleid van het Ministerie van I&M voor onze aardgastransportleidingen, zoals bepaald in het per 1 januari 2011 in werking getreden Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Op grond van deze toetsing komen wij tot de conclusie dat het plangebied buiten de 1% letaliteitgrens van onze dichtst bij gelegen leiding valt. Daarmee staat vast dat deze leiding geen invloed heeft op de verdere planontwikkeling. Op 30 september 2019 heeft de afdeling Risicobeheersing van de Veiligheidsregio Rotterdam Rijnmond in het kader van externe veiligheid een advies uitgebracht over de verantwoording van het groepsrisico en de mogelijkheden voor hulpverlening en zelfredzaamheid.
Voor dit plan geldt het volgende advies: “Draag zorg voor een goede voorlichting en instructie van de aanwezige personen zodat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit door middel van de campagne “Goed voorbereid zijn heb je zelf in de hand”. Doorgaans is schuilen in een gebouw de beste optie; sluit ramen en deuren, schakel het ventilatiesysteem af, blijf weg bij ramen en schuil bij voorkeur in dat deel van het gebouw dat zo ver mogelijk van het incident af is gelegen. Op de website “www.rijnmondveilig.nl” vindt u meer informatie over wat te doen in geval van een incident.” Het Hoogheemraadschap Schieland en de Krimpenerwaard heeft op 5 augustus 2019 een vergunning verleend voor het bouwen van een woning aan de Terbregse Rechter Rottekade naast huisnummer 88 te Rotterdam (D2019-08-000527). Het bouwen van een woning binnen de kernzone van de regionale waterkering ter plaatse van de Terbregse Rechter Rottekade naast huisnummer 88 in Rotterdam.
9.2 Ter inzage legging ontwerp-bestemmingsplan Op de voorbereiding van een ruimtelijke procedure is afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing. De ontwerp-bestemmingsplan en bijbehorende stukken worden gedurende zes weken ter inzage gelegd, waarbij eenieder in de gelegenheid wordt gesteld om zienswijzen kenbaar te maken.
Rotterdam, Terbregse Rechter Rottekade 88
38