21bb15391 Herzien raadsvoorstel over Vaststelling Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022
Tekst van het document
Registratienummer cluster: BS2101504 - 21bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin
pagina 21
Artikel 4, lid 1 Voor kleine projecten wordt tot een bepaalde oppervlakte geen auto- en fietsparkeereis gesteld. Het aantal m2 van het totale project is gekoppeld aan de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Een klein project kan bestaan uit een woonfunctie, een niet-woonfunctie of een combinatie van een woonfunctie en een niet-woonfunctie. De eis voor een fietsenberging voor woningen is geregeld in het bouwbesluit. Binnen de niet-woonfunctie gaat het om het totaal van functies tot 600 m?, waar tot 200 m2 aan horeca daar onderdeel van uitmaakt. Het totaal aan niet-woonfuncties kan dus nooit meer zijn dan 599 m2. Voorbeeld 1 gebiedstype A Gebouw met een woonfunctie van 290 m2 gbo en commerciële dienstverlening (winkels) van 550 m2 bvo: • Geen parkeereis auto voor de woonfunctie, want er is sprake van een woonfunctie kleiner dan 300 m? gbo; voor de parkeereis fiets gelden de eisen uit het Bouwbesluit. •
Geen parkeereis auto en parkeereis fiets voor de niet-woonfunctie, want sprake van een nietwoonfunctie kleiner dan 600 m2 bvo.
Voorbeeld 2 gebiedstype A Gebouw met een woonfunctie van 290 m? gbo en commerciële dienstverlening (winkels} van 550 m2 bvo en horeca van 150 m2: • Geen parkeereis auto voor de woonfunctie, want er is sprake van een woonfunctie kleiner dan 300 m? gbo voor de parkeereis fiets gelden de eisen uit het Bouwbesluit. •
Wel parkeereis auto voor de niet-woonfunctie, want er is sprake van een niet-woonfunctie groter dan 600 m2 bvo, nl. 800 m2 (550 m2 + 150 m2); wel parkeereis fiets, want sprake van een niet-woonfunctie groter dan 600 m2 bvo, nl. 800 m?. De bijzondere korting uit artikel 14 kan worden toegepast wanneer het een ontwikkeling in het Centrum betreft.
Voorbeeld 3 qebiedstype A Gebouw met een woonfunctie van 290 m? gbo en commerciële dienstverlening (winkels) van 650 m2 bvo: • Geen parkeereis auto voor de woonfunctie, want er is sprake van een woonfunctie kleiner dan 300 gbo voor de parkeereis fiets gelden de eisen uit het Bouwbesluit.
m
•
Wel parkeereis auto voor de niet-woonfunctie, want er is sprake van een niet-woonfunctie groter dan 600 m? bvo; wel parkeereis fiets, want sprake van een niet-woonfunctie groter dan 600 m? bvo. De bijzondere korting uit artikel 14 kan worden toegepast wanneer het een ontwikkeling in het Centrum betreft.
Voorbeeld 4 gebiedstype A Gebouw met een woonfunctie van 290 m2 gbo en horeca van 150 m2 bvo: • Geen parkeereis auto voor de woonfunctie, want er is sprake van een woonfunctie kleiner dan 300 m2 gbo; voor de parkeereis fiets gelden de eisen uit het Bouwbesluit. •
Geen parkeereis auto en parkeereis fiets voor de niet-woonfunctie, want sprake van een nietwoonfunctie kleiner. dan 600 m? bvo, nl. horeca kleiner dan 200 m? bvo.
Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin
pagina 22
Voorbeeld gebiedstype B Gebouw met een woonfunctie van 290 m? gbo en commerciële dienstverlening (winkels) van 550 m? bvo: • Geen parkeereis voor de woonfunctie, want er is sprake van een woonfunctie kleiner dan 300 m? gbo •
Geen parkeereis voor de niet-woonfunctie, want en er is sprake van een niet-woonfunctie kleiner dan 600 m2 bvo
Voorbeeld gebiedstype C Gebouw met een woonfunctie van 350 m? gbo en commerciële dienstverlening (winkels) van 550 m? bvo: • Wel een parkeereis voor de woonfunctie, want er is sprake van een woonfunctie groter dan 300 m? gbo •
Geen parkeereis voor de niet-woonfunctie, want en er is sprake van een niet-woonfunctie kleiner dan 600 m2 bvo
Artikel 4, lid 2 Een klein project kan bestaan uit een combinatie van woonfuncties en niet-woonfuncties. In dat geval mogen de oppervlakten die in het eerste lid zijn opgenomen bij elkaar worden opgeteld. Een klein project kan in dat geval niet meer zijn dan 299 m2 gbo aan woonfuncties en 599 m2 bvo aan nietwoonfuncties bij elkaar opgeteld. Artikel 5 Met dubbelgebruik wordt bedoeld dat bij het ontwikkelen van meerdere functies, zoals wonen, bedrijfsfuncties winkelfuncties e.a. die op verschillende tijdstippen gebruik maken van parkeerplaatsen, een deel van de parkeerplaatsen dubbel gebruikt kan worden. De totale parkeereis voor het geheel wordt hierdoor lager dan de parkeereisen per functie afzonderlijk, omdat de daadwerkelijke vraag naar parkeerplaatsen per functie niet de hele dag hetzelfde is. Overdag is maar een deel van de bewoners thuis, zodat niet alle parkeerplaatsen bij de woningen bezet zijn. Het omgekeerde geldt voor andere functies zoals kantoren: overdag zijn de medewerkers aanwezig en 's avonds en in het weekend zijn zij er niet. De aanwezigheidspercentages7 (zie tabel 4.4) worden gebruikt om de parkeerbehoefte op het maatgevende (drukste) moment te bepalen.
Voorbeeld Gebouw in gebiedstype A, hoogstedelijk gebied met een woonfunctie en commerciële dienstverlening en kantoren met baliefunctie (winkels), waarbij het maximaal aantal parkeerplaatsen wordt gerealiseerd: •
Woonfunctie: 100x een woning van 100 m? (norm 1,0): dus een eis van 100 parkeerplaatsen.
•
Winkelen: 10.000 m? met een maximumnorm van 1,2, dus maximaal 120 parkeerplaatsen.
Tabel met aanwezigheidspercentages en verwerking parkeereis per functie: Functie
Wochtend
Wmiddag
Wavond
Koopavond
Zaterdagmiddag
Zaterdagavond
Nacht
Aanwezigheidspercentages zijn grotendeels gebaseerd op de CROW-publicatie 317 en aangepast aan de Rotterdamse functie/ijst.
7
Registratienummer cluster: BS2101504- 21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin
pagina 23
%wonen
50%
50%
90%
80%
60%
80%
100%
Wonen
50
50
90
80
60
80
100
%
100%
100%
5%
75%
0%
0%
0%
Winkelen
120
120
6
90
0
0
0
Totaal
170
170
96
170
60
80
100
winkelen
De parkeereis is hier dus niet 220 parkeerplaatsen omdat de twee functies bij elkaar worden opgeteld, maar 170 parkeerplaatsen. Voorbeeld Gebouw in gebiedstype A, hoogstedelijk gebied met een woonfunctie en commerciële dienstverlening en kantoren met baliefunctie (winkels) waarbij voor de niet-woonfunctie artikel 14 wordt toegepast: • •
Woonfunctie: 100x een woning van 100 m? (norm 1,0): een eis van 100 parkeerplaatsen. Winkelen: 10.000 m? met een norm van 1,2, een eis van 120 parkeerplaatsen die door het
toepassen van artikel 14 is teruggebracht tot 0. Functie
Wochtend
Wmiddag
Wavond
Koopavond
Zaterdagmiddag
Zaterdagavond
Nacht
%wonen
50%
50%
90%
80%
60%
80%
100%
Wonen
50
50
90
80
60
80
100
%
100%
100%
5%
75%
0%
0%
0%
Winkelen
0
0
0
0
0
0
Totaal
50
50
90
60
80
100
winkelen
80
De parkeereis is hier dus 100 parkeerplaatsen.
Artikel 6 Bij transformatie, herbestemming, functiewijziging en sloop-nieuwbouw wordt een bestaande functie vervangen door een nieuwe. De bestaande functie heeft een (theoretische) parkeerbehoefte die aan de hand van de normen bepaald kan worden, net als de nieuwe functie. Door het salderen wordt de parkeerbehoefte van de nieuwe functie verminderd met die van de oude functie. Daarbij zijn er twee situaties die van toepassing kunnen zijn, namelijk parkeerplaatsen op eigen terrein en parkeerplaatsen die in het openbaar gebied zijn gelegen.
Parkeren op eigen terrein Als de parkeervraag die bij de nieuwe functie hoort, lager dan of gelijk is aan de parkeervraag van de oude functie hoeven in dat geval geen extra parkeerplaatsen te worden gerealiseerd als deze op eigen terrein voorhanden zijn. Als de norm voor de nieuwe functie hoger is, moet het verschil aan parkeerplaatsen tussen de nieuwe parkeereis en de bestaande, aan de oude functie toe te wijzen, parkeerplaatsen extra worden gerealiseerd. Hierbij wordt uitgegaan dat het huidige aantal parkeerplaatsen gehandhaafd blijft.
Registratienummer cluster: BS2101504 -21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin
pagina 24
Voorbeeld Een gebouw in gebiedstype B met een kantoorfunctie heeft een oppervlakte van 8.000 m2 en een parkeergarage met 100 parkeerplaatsen. Wanneer het pand een woonfunctie krijgt kunnen de 100 parkeerplaatsen gesaldeerd worden. Parkeren op straat Als er sprake is van langdurige leegstand - uitgangspunt is minimaal 5 jaar - mag niet meer gesaldeerd worden. Bij salderen moet rekening gehouden worden met aanwezigheidspercentages omdat het maatgevend moment van de nieuwe functie op een (heel) ander tijdstip kan liggen. Als dat zo is, is er feitelijk sprake van een nieuwe parkeerbehoefte die niet gesaldeerd kan worden. Salderen bij functiewijziging moet altijd gemotiveerd worden maar wordt bij wijziging van bijvoorbeeld scholen en bedrijven naar woningen niet toegestaan. De parkeerdruk van woningen is 's avonds en 's nachts op zijn hoogst en op die moment was er geen parkeerdruk van de school of het bedrijf. Er is dus sprake van een nieuwe parkeerbehoefte en er kan niet gesaldeerd worden. Voor andere gevallen wordt in de basis aansluiting gezocht bij tabel 4.5 "Aanwezigheidstabel voor dubbelgebruik". In dit voorbeeld kan artikel 11 ook van toepassing zijn als er sprake is van betaald parkeergebied. Voorbeeld Een gebouw in gebiedstype B met een schoolfunctie (basisonderwijs) heeft 30 lokalen en deels een eigen parkeergelegenheid voor 10 parkeerplaatsen.
De oude schoolfunctie heeft een parkeereis van 14 parkeerplaatsen. Het maatgevende moment voor deze 14 parkeerplaatsen is de werkdag in de ochtend en middag. Wanneer het pand een woonfunctie krijgt ligt het maatgevende moment voor de nieuwe parkeereis in de nacht. Er is dan sprake van een volledig nieuwe eis en de oude parkeereis van 14 parkeerplaatsen kan niet volledig gesaldeerd worden. Er zal een oplossing gezocht moeten worden voor de resterende 4 parkeerplaatsen die niet op eigen terrein opgelost kunnen worden. In dit voorbeeld kan artikel 11 ook van toepassing zijn als er sprake is van betaald parkeergebied. Artikel 7 Het parkeernormenbeleid uit 2012 met betrekking tot het afwijken van de autoparkeernorm bij 55pluswoningen en sociale huurwoningen blijft ook in deze beleidsregeling in principe van toepassing, waarbij de autoparkeernorm bij 55-pluswoningen in het verlengde hiervan is omgevormd naar een norm voor zorgwoningen. Het bevoegd gezag kan afwijken van de parkeernorm indien: er bij zorgwoningen sprake is van een woning met een gebruiksoppervlakte van maximaal 100 m2 gbo die nadrukkelijk bestemd is als zorg-/aanleunwoning (aanleunwoningen/appartementen met zorg binnen handbereik, ouderenwoning, serviceflat, woonzorgcomplex en zelfstandige seniorenwoning). Er kan dan een norm van 0,6 per woning worden toegepast.
Voorwaarde hierbij is dat er met de ontwikkelaar hierover goede afspraken gemaakt worden. Op het moment dat zorgwoningen wijzigen in een andere (woon)functie/bestemming en er een omgevingsvergunning daarvoor nodig is, kan een aanvullende op te lossen parkeereis worden gesteld. er bij sociale huurwoningen sprake is van een sociale huurwoning met een huur onder de liberalisatiegrens. Er kan dan een norm van 0,6 per woning worden toegepast. Artikel 8 Van een gebiedsontwikkeling kan sprake zijn indien het project de ontwikkeling van één of meerdere functie(s) betreft waarbij de samenhang tussen de verschillende functies in het gebied verbetert, en/of de kwaliteit van het gebied als geheel wordt versterkt. Dit met het oog op de (her)ontwikkeling van een gebied.
Registratienummer cluster: BS2101504 -21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin
pagina 25
Artikel 9 Van kortparkeren met de fiets is sprake indien de fietsbezoekers naar verwachting korter dan 90 minuten hun fiets zullen stallen. Artikel 10 Aan de hand van een overeenkomst of intentieverklaring met worden aangetoond dat dat de alternatieve parkeervoorziening beschikbaar zal zijn. Hierover kunnen voorschriften worden opgenomen in een omgevingsvergunning. Als maat voor de situering van de par.keerplaatsen ten opzichte van de functies dienen de maximale loopafstanden. Of de loopafstand acceptabel is hangt af van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres. De acceptatie van loopafstanden wordt mede bepaald door de aantrekkelijkheid van de looproute, de hoogte van de parkeertarieven, de parkeerduur en de concurrentiekracht van alternatieven zoals openbaar vervoer en fiets. Vandaar dat de maximaal acceptabele loopafstanden van de gebieden verschillend is. In de tabel zijn de maximale loopafstanden voor de verschillende doelgroepen opgenomen. Deze afstanden gelden voor de kortste looproute over de openbare weg vanaf het pand tot aan de parkeerplaats of de ingang van de parkeervoorziening. De afstand wordt bepaald met behulp van het programma Google Maps.
Wanneer de parkeereis voor auto's of fietsen wordt opgelost in een bestaande parkeervoorziening is het aan de aanvrager en de eigenaar van de parkeervoorziening om de financiële bijdrage voor het gebruik van de parkeervoorziening te bepalen. Artikel 11 In dit geval gaat het om panden in betaald parkeergebied die voorheen geen woonfunctie hadden en vaak ook jarenlang leeg staan. Bij transformatie van deze panden is er vaak geen mogelijkheid om parkeergelegenheid op eigen terrein te realiseren en is salderen ook niet mogelijk. Om ervoor te zorgen dat leegstaande panden een nieuwe functie kunnen krijgen is de mogelijkheid geboden om de norm voor autoparkeren te kunnen verlagen naar O parkeerplaatsen wanneer het betreft de transformatie naar studentenhuisvesting. Studenten hebben er wetenschap van dat de woonruimte voor studenten is ontworpen en hier geen parkeergelegenheid wordt geboden. Daarnaast is het autobezit onder studenten dermate gering, of zal dit door de wetenschap dat er geen parkeerplaats wordt geboden gering tot afwezig zijn. Artikel 12 Voorheen werd de Alexanderknoop gezien als een autocentrisch gebied waar de auto een belangrijke plek inneemt. Met de op stapel zijnde verdichting van de Alexanderpolder verandert deze wijk. Ook hier wordt ingezet op meer nabijheid en duurzaamheid.
De mogelijkheid om de parkeereis te verlagen zoals dit ook in de rest van de stad kan past hierbij en het station wordt opgenomen in de categorie bij de andere intercity stations. Verduidelijkt is dat deze korting alleen toegepast kan worden met gebouwen met een bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening. Toepassing van korting houdt immers in dat een project wordt uitgesloten van parkeervergunningen op straat. Er is dan ook geen combinatie mogelijk met parkeren op straat. Artikel 13 Verduidelijkt is dat deze alleen toegepast kunnen worden met gebouwen met een bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening. Toepassing van bijzondere kortingen houdt immers in dat een project wordt uitgesloten van parkeervergunningen op straat. Er is dan ook geen combinatie mogelijk met parkeren op straat.
Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin
pagina 26
Artikel 14 Vanwege het hoge aantal beschikbare openbare parkeergarages werd het niet nodig geacht om nog meer garages bij te bouwen. De Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018 gaf de mogelijkheid om het parkeren in een bestaande garage op te lossen, maar hiervoor zijn contracten nodig die garanties geven over het parkeren voor de komende 10 jaar. Voor vaste parkeerplaatsen (zoals personeel) zijn hier duidelijke afspraken over te maken, voor bezoekers is dit moeilijker. In gebiedstype A, hoogstedelijk gebied, gebied Centrum is er daarom voor gekozen om voor de functies Winkelen, Sport en recreatie, Cultuur en Horeca als opgenomen in de normentabel auto niet-woonfuncties tabel als maximumnormen op te nemen. Het doel hiervan is erop gericht dat bezoekers van centrumvoorzieningen zoveel als mogelijk met het openbaar vervoer komen of in openbare parkeergarages parkeren en niet op straat. De maximumnormen zijn ook bedoeld om de bereikbaarheid en leefbaarheid van de binnenstad te verbeteren. Op de kaart is binnen gebiedstype A, hoogstedelijk gebied aangegeven waar de grenzen lopen van het gebied Centrum. Het gemeentelijk beleid streeft er nl. naar om de gebruikers van niet-woonfuncties te laten kiezen voor een duurzame verplaatsing. In recente jaren is de parkeervergunningverlening voor werknemers in de binnenstad al aan banden gelegd.
Voor bezoekers van de niet-woonfuncties die met de auto willen komen, biedt de binnenstad meer dan voldoende parkeercapaciteit. De combinatie van private garages en door de gemeente geëxploiteerde garages in het centrum hebben een capaciteit van rond de 7.500 parkeerplaatsen. Het doel van de gemeente is echter om de bezoekers aan de stad niet helemaal door te laten rijden tot aan het centrum maar deze al eerder te laten parkeren. Daarvoor beschikt de gemeente Rotterdam over meer dan 3.000 P+R parkeerplaatsen die binnen een kwartier bereikt kunnen worden en de auto tot 72 uur gratis geparkeerd kan worden. Stadsgarages: Schouwburgplein en Meent, Q Park de Bijenkorf, Koopgoot en Weena en lnterparking WTC Beursplein, Kruiskade, Lijnbaan, Central Plaza, Markthal en Wijnstraat. De Boompjes, Erasmusbrug, Kiphof, Museumpark, Oude Haven, Kruisplein. P+R: Slinge, Noorderhelling, Kralingse Zoom, Alexander, Meijersplein.
Artikel 15 Het gaat hierbij om situaties waarbij met gegronde redenen aangetoond is, dat het niet mogelijk is om (een deel van) de parkeereis op eigen terrein te voldoen. De gemeente vindt de ontwikkeling zodanig gewenst vanuit economisch oogpunt of uit het oogpunt van milieu, hinder of woonomgeving dat er geen of slechts een gedeeltelijke een parkeereis wordt gesteld. Tenzij expliciet in de omgevingsvergunning wordt aangegeven dat het parkeren op straat kan plaatsvinden zijn deze situaties uitgesloten van het recht op parkeervergunningen. Dit wordt geregeld in het Uitvoeringsbesluit parkeren.
Artikel 16 De toenemende druk op de openbare ruimte en het beleid om de buitenruimte meer in te richten voor groen, spelen, terrassen e.d. vragen om een goede regeling. Dit is geregeld in het Uitvoeringsbesluit Parkeren en deze beleidsregeling ondersteunt dit beleid. Hiermee krijgen marktpartijen ook meer ruimte om zelf de juiste parkeercapaciteit te bepalen, passend bij de beoogde doelgroep. Wanneer de gebouwde parkeercapaciteit niet toereikend blijkt worden geen parkeervergunningen afgegeven aan de bewoners.
Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin
pagina 27
Bewoners van nieuwe projecten verliezen in principe hun recht op een parkeervergunning op straat, zodat de openbare ruimte niet onnodig belast wordt door de intensivering van de stad. Dat geldt ook voor projecten waar pas ná de oplevering betaald parkeren wordt ingevoerd. De ontwikkelaar informeert toekomstige eigenaren en gebruikers hierover tijdig en voldoende. Er zijn een aantal uitzonderingen waarvoor het recht op een parkeervergunning blijft bestaan. In die gevallen wordt in de omgevingsvergunning verwezen naar het parkeren op straat, en gaat het om de gevallen zoals salderen, gebiedsontwikkeling of een bijzonder gemeentelijk belang. Als uitzondering is het bijzonder gemeentelijk belang opgenomen als situatie die niet is uitgesloten van het recht op een parkeervergunning op straat als expliciet in de omgevingsvergunning wordt aangegeven dat het parkeren op straat kan plaatsvinden. Het vergunningenbeleid is geregeld in het Uitvoeringsbesluit parkeren. Artikel 17 De eis voor een (fietsen-)berging is vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Deze eis voor woonfuncties is in 2012 opnieuw in het Bouwbesluit opgenomen, maar voor wooncomplexen ontbreekt de (expliciete) mogelijkheid voor een collectieve berging/stalling. Dit is nadelig omdat individuele stallingen vaak gebruikt worden voor andere doeleinden waardoor veel fietsen toch op straat belanden.
Dit artikel biedt deze mogelijkheid wel en geeft in bijlage 2 de parkeernormen die in Rotterdam als gelijkwaardig worden gezien in combinatie met een (kleinere) berging per woning. Artikel 18 Bij deze mogelijkheid moet er sprake zijn van een locatie waar het feitelijk onmogelijk is om geheel of gedeeltelijk aan de parkeereis te voldoen of waar het in alle redelijkheid onmogelijk of onwenselijk is om geheel of gedeeltelijk te voldoen aan de parkeereis. De functie en de doelgroep spelen hierbij ook een rol. Artikel 20, lid 2 In het tweede lid van dit artikel is een mogelijkheid opgenomen om de parkeernormen zoals vastgelegd in de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets Rotterdam 2018 van toepassing te verklaren in het geval van overeenkomsten die met de gemeente zijn gesloten waarin bepalingen rond auto- en fietsparkeren zijn overeengekomen. In dit geval kan gedacht worden aan een Nota van Uitgangspunten of stedenbouwkundige randvoorwaarden die zijn opgesteld. Een conceptaanvraag voor een omgevingsvergunning valt hier niet onder. Toelichting op bijlage 4 Tabel 4.3 Normentabel fiets niet-woonfuncties In de praktijk werden vóór de Beleidsregeling parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018 in werking trad bij de bouw van voorzieningen en kantoren geen eisen gesteld aan extra fietsvoorzieningen. Dit levert vooral in het gebiedstype A en B steeds vaker problemen op.
De openbare ruimte is nodig om meer groen, leef- en speelruimte te bieden, maar wordt rondom deze voorzieningen soms vol gezet met wild gestalde fietsen van bezoekers. En personeel dat naar het werk wil fietsen, kan geen veilige stallingsplek vinden. Met de huidige normering wordt wel in deze vraag voorzien.
Registratienummer cluster: BS2101504 - 21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin
pagina 28