CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb15391 Herzien raadsvoorstel over Vaststelling Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022

Gemeenteraad 16 december 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 22. Het (herziene) voorstel tot vaststelling van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets Rotterdam 202212.168 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Rotterdam, 7 december 2021.

21bb015391

Aan: de gemeenteraad

Onderwerp: Vaststelling Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022.

Gevraagd besluit: Samenvattend stellen wij u voor: De Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 vast te stellen. Waarom dit voorstel?/Waarom nu voorgelegd? In februari 2018 is de beleidsregeling parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018 vastgesteld. De afgelopen jaren zijn veel bouwvergunningen afgegeven waarin de parkeereis voor de auto en de fiets op basis van deze regeling is berekend. Bij het werken met de beleidsregeling uit 2018 bestaan er soms onduidelijkheden waardoor een verduidelijking en juridische aanscherping van de beleidsregeling nodig is. De nieuwe beleidsregeling geeft een realistischer en op de toekomst gerichter beeld van de verwachte parkeerbehoefte bij nieuwe bouwontwikkelingen. Ons college biedt u hierbij de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 ter vaststelling aan. Relatie met het coalitieakkoord/collegewerkprogramma/eerder aangenomen moties en gedane toezeggingen: N.v.t. Toelichting: Op 23 november jl. is het raadsvoorstel 'Beleidsregeling Parkeernomen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022' in het college behandeld. Na vaststelling in het college is gebleken dat er sprake is van een aantal technische omissies in het betreffende raadsvoorstel. Onderstaand de betreffende omissies:

Oud Artikel 1. Begripsbepalingen transformatie: ingrijpend vernieuwen van een bestaand gebouw, waarbij de oorspronkelijke bestemming gewijzigd wordt; Nieuw Artikel 1. Begripsbepalingen transformatie: ingrijpend vernieuwen van een bestaand gebouw, waarbij het gebruik gewijzigd wordt;

Registratienummer cluster: BS2101504 - 21bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin

pagina 1

Oud Artikel 4. Kleine projecten 2. Bij kleine projecten die bestaan uit een combinatie van woonfuncties en nietwoonfuncties kunnen bij elkaar worden opgeteld. Nieuw Artikel 4. Kleine projecten 2. Bij kleine projecten die bestaan uit een combinatie van woonfuncties en nietwoonfuncties kunnen de oppervlakten uit lid 1 bij elkaar worden opgeteld. Oud Artikel 14. Korting van de parkeereis voor ontwikkelingen met een nietwoonfunctie in gebied Centrum Indien een ontwikkeling wordt gerealiseerd in gebiedstype A, hoogstedelijk gebied of gebied Centrum kunnen de normen in tabel 4.2 van bijlage 4 auto niet-woonfuncties worden toegepast als maximumnormen, met uitzondering van de functiecategorieën Werken, Onderwijs en Zorg. Nieuw Artikel 14. Korting van de parkeereis voor ontwikkelingen met een nietwoonfunctie in gebied Centrum Indien een ontwikkeling wordt gerealiseerd in gebiedstype A, hoogstedelijk gebied in gebied Centrum kunnen de normen in tabel 4.2 van bijlage 4 auto niet-woonfuncties worden toegepast als maximumnormen, met uitzondering van de functiecategorieën Werken, Onderwijs en Zorg.

Oud Artikel 17. Parkeereis fietsen woonfunctie

De fietsparkeereis voor woningen wordt opgelost in de bergingen voorgeschreven in het Bouwbesluit 2012 of, met ingang van het Besluit bouwwerken leefomgeving, in dat besluit. In appartementsgebouwen kunnen de fietsparkeerplaatsen in een gezamenlijke stalling uitgevoerd worden. De parkeernormen uit bijlage 2 zijn dan van overeenkomstige toepassing. Nieuw Artikel 17. Parkeereis fiets woonfunctie

De fietsparkeereis voor woningen wordt opgelost in de bergingen voorgeschreven in het Bouwbesluit 2012 of, met ingang van het Besluit bouwwerken leefomgeving, in dat besluit. Met behoud van een berging per woning kunnen de benodigde fietsparkeerplaatsen in een gezamenlijke stalling uitgevoerd worden. De parkeernormen uit bijlage 2 zijn dan van overeenkomstige toepassing.

Registratienummer cluster: BS2101504- 21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin

pagina 2

Oud Artikel 20. Overgangs- en slotbepalingen 4. Deze beleidsregeling treedt in werking op 1 januari 2022. Nieuw Artikel 20. Overgangs- en slotbepalingen 4. Deze beleidsregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst. Oud Bijlage 2. Normen fiets woonfunctie appartementsgebouwen als bedoeld in artikel 17 van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 Aan de parkeereis voor fietsen in appartementsgebouwen kan worden voldaan door deze in een gezamenlijke stalling uit te voeren. Hiervoor worden de volgende normen aanbevolen: Nieuw Bijlage 2. Normen fiets woonfunctie als bedoeld in artikel 17 van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 Aan de parkeereis voor fietsen kan worden voldaan door deze in een gezamenlijke stalling uit te voeren. Hiervoor gelden de volgende normen:

Oud Artikelsgewijze toelichting Artikel 17 Rotterdam kende voor de Beleidsregeling parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018 geen eigen regeling voor fietsparkeren. De eis voor een (fietsen-)berging bij nieuwbouw is vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Deze eis voor woonfuncties is in 2012 opnieuw in het Bouwbesluit opgenomen, maar voor appartementen ontbreekt de (expliciete) mogelijkheid voor een collectieve berging/stalling. Dit is nadelig omdat individuele stallingen vaak gebruikt worden voor andere doeleinden waardoor veel fietsen toch op straat belanden. Dit artikel biedt deze mogelijkheid wel en geeft in bijlage 2 de parkeernormen die in Rotterdam als gelijkwaardig worden gezien. Nieuw Artikelsgewijze toelichting Artikel 17 De eis voor een (fietsen-)berging is vastgelegd in het Bouwbesluit 2012. Deze eis voor woonfuncties is in 2012 opnieuw in het Bouwbesluit opgenomen, maar voor wooncomplexen ontbreekt de (expliciete) mogelijkheid voor een collectieve berging/stalling. Dit is nadelig omdat individuele stallingen vaak gebruikt worden voor andere doeleinden waardoor veel fietsen toch op straat belanden. Dit artikel biedt deze mogelijkheid wel en geeft in bijlage 2 de parkeernormen die in

Registratienummer cluster: BS2101504- 21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 3

Rotterdam als gelijkwaardig worden gezien in combinatie met een (kleinere) berging per woning. De beleidsregeling parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 is een aanscherping en verduidelijking van de huidige beleidsregeling. Bij het toepassen van de oude beleidsregeling is er vaak te veel ruimte voor (juridische) discussies en is gebleken dat het document te veel onnodige achtergrondinformatie bevat. Hierdoor ontstaat er regelmatig onduidelijkheid over de eigenlijke regeling. De nieuwe regeling is dus ontdaan van onnodige ballast. De wijzigingen in de beleidsregeling worden hieronder weergegeven: Artikel 4 Kleine projecten Verduidelijkt dat de m2 voor de woonfunctie en de m2 voor de niet-woonfunctie bij elkaar mogen worden opgeteld. Artikel 5 Dubbelgebruik Het dubbelgebruik van de parkeerplaatsen geldt nu ook voor de fietsparkeereis. Fietsparkeerplaatsen kunnen immers net als autoparkeerplaatsen ook door meerdere gebruikers op een dag worden gebruikt. Artikel 6 Salderen Twee wijzigingen zijn doorgevoerd: 1. Het salderen geldt nu ook voor de fietsparkeereis. Er is geen logica om de bestaande parkeereis voor auto's wel te kunnen salderen, maar voor fietsen niet. Met deze wijziging wordt dit gecorrigeerd. 2. Er is een onderscheid gemaakt tussen salderen met parkeerplaatsen op eigen terrein en parkeren in de openbare ruimte.

Parkeerplaatsen op eigen terrein kunnen altijd gesaldeerd worden, parkeerplaatsen in de openbare ruimte niet. Bij parkeerplaatsen in de openbare ruimte wordt gekeken naar de oude en de nieuwe functie. Bij functiewijziging moet goedkeuring worden gegeven door de gemeente. Artikel 11 Bijzondere vrijstelling van de parkeereis bij transformatie naar woonfunctie en studentenhuisvesting Dit artikel is gecreëerd omdat een speciale parkeernormering voor studentenwoningen niet nodig wordt geacht en bij transformaties waarbij salderen niet mogelijk is nu een volledige onderbouwing aangeleverd moet worden. In plaats daarvan wordt een algemene vrijstelling voor dit soort projecten gecreëerd waar de ontwikkelaar gebruik van kan maken. Uitsluiting van parkeervergunningen vindt hierdoor automatisch plaats en het is aan de ontwikkelaar om passende huurders/kopers te vinden voor dit soort woningen. Deze vrijstelling is alleen toepasbaar in betaald parkeergebied.

Registratienummer cluster: BS2101504 - 21bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 4

Artikel 12 Bijzondere vrijstelling op basis van nabijheid treinstation Rotterdam Alexander Tijdens de behandeling van de oude beleidsregeling in de gemeenteraad in 2018 was station Rotterdam Alexander opgenomen in de tabel voor een bijzondere vrijstelling op basis van de nabijheid van een ov-station. Deze verlaging van de parkeereis is er op het laatste moment specifiek voor Alexander uitgehaald door een amendement. De onderbouwing hiervoor was dat de Alexanderknoop een auto-centrisch gebied is waar de auto een belangrijke plek inneemt. Met de op stapel zijnde verdichting van de Alexanderpolder verandert deze wijk. Ook hier wordt ingezet op meer nabijheid en duurzaamheid. De mogelijkheid om de parkeereis te verlagen zoals dit ook in de rest van de stad kan past hierbij. De uitzondering voor Rotterdam Alexander verdwijnt en het station wordt opgenomen in de categorie bij de andere intercitystations. Artikel 12 en 13 Bestaande bijzondere vrijstellingen Bij de bestaande, bijzondere vrijstelling is verduidelijkt dat deze alleen toegepast kunnen worden bij gebouwen met een bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening. Toepassing van bijzondere vrijstellingen houdt immers in dat een project wordt uitgesloten van parkeervergunningen op straat. Er is dan ook geen combinatie mogelijk met straatparkeren.

Artikel 14 Maximumnormen niet-woonfuncties auto in gebied Centrum In de oude beleidsregeling golden de normen voor niet-woonfuncties in het Centrum als een maximumnorm. Vanwege het hoge aantal beschikbare openbare parkeergarages werd het niet nodig geacht om nog meer garages bij te bouwen. Deze maximumnormen zijn in de huidige beleidsregeling verdwenen. De huidige regeling geeft wel de mogelijkheid om het parkeren in een bestaande garage op te lossen, maar hiervoor zijn contracten nodig die garanties geven over het parkeren voor de komende 10 jaar. Voor vaste parkeerplaatsen (zoals personeel) zijn hier duidelijke afspraken over te maken, voor bezoekers is dit moeilijker. Voorgesteld wordt om hier nu een onderscheid in te maken. Voor niet-woonfuncties gelden in het centrum weer maximumnormen, met uitzondering van de functies werken, onderwijs en zorg. Voor deze functies blijft een eis gelden maar zijn wel andere bijzondere vrijstellingen mogelijk waardoor de parkeereis naar beneden kan worden bijgesteld. Artikel 15 Bijzonder gemeentelijk belang In de oude beleidsregeling (2018) kan op meerdere manieren worden afgeweken van de parkeereis (afgezien van de bijzondere vrijstellingen). Hiervoor kan artikel 3 (afwijken van de parkeereis) of artikel 6 lid 2 (bijzonder gemeentelijk belang) worden toegepast. De twee artikelen hebben hetzelfde doel, maar een verschillende toepassing.

Bij artikel 3 kan eventueel een deel van de parkeereis worden opgelost op de openbare weg, bij artikel 6 lid 2 kan dit niet. Bij toepassing van artikel 3 is uitsluiting van parkeervergunningen niet mogelijk, bij artikel 6 lid 2 kan dat wel. Artikel 3 wordt geschrapt en de toepassing van artikel 6 lid wordt veralgemeend. Deze twee artikelen samen vormen nu artikel 15.

Registratienummer cluster: BS2101504 - 21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin

pagina 5

Artikel 16 Algemene uitsluiting parkeervergunning bij parkeren op eigen terrein Onder het huidige systeem vindt uitsluiting van het recht op parkeervergunningen alleen plaats wanneer de aanvrager een bijzondere vrijstelling of (in de meeste gevallen) een bijzonder gemeentelijk belang toepast op de parkeereis. Hierdoor ontstaat een onderscheid waarbij voor gebouwen met een parkeereis die naar beneden is bijgesteld géén parkeervergunningen worden uitgegeven, maar voor gebouwen waarbij de parkeereis volgens de norm is gerealiseerd wel. Bewoners in deze gebouwen kunnen, wanneer de bijbehorende parkeervoorziening vol is, met een volverklaring een tijdelijke parkeervergunning aanvragen. Artikel 17 en tabel 4. 3 uit bijlage 4 Nieuwe parkeernormen fiets Woonfuncties In de huidige beleidsregeling is voor woonfuncties een fietsparkeereis opgenomen die in werking moet treden zodra het bouwbesluit vervalt en de omgevingswet in werking treedt. Tot die tijd gelden de regels uit het bouwbesluit, wat betekent dat voor iedere woning een bergingseis geldt en de fietsen in de bergingen gestald kunnen worden. Na enkele herzieningen van de omgevingswet blijkt de bestaande bergingseis te blijven bestaan, waardoor de huidige regel uit de beleidsregeling nooit in werking zal treden. Een fietsparkeernorm eisen boven op de bergingen die wordt geëist is niet wenselijk of haalbaar.

Een harde eis om in appartementsgebouwen een gezamenlijke fietsenstalling te realiseren kan juridisch gezien ook niet worden gesteld. Wel kan de gemeente een richtlijn opnemen bij de beleidsregeling waarin wordt aangegeven wat als een gelijkwaardige oplossing wordt beschouwd. Artikel 17 en bijlage 2 geven aan wat in Rotterdam als gelijkwaardig wordt gezien. Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de nieuwe kencijfers van het CROW, uitgegeven in februari 2019. Niet-woonfuncties De fietsparkeereis voor niet-woonfuncties is sinds 2018 opgenomen in de beleidsregeling en trad, in tegenstelling tot de fietsparkeereis voor woonfuncties, direct in werking. Door het opnemen van deze fietsparkeereis moet nu ook voor personeel en bezoekers in fietsparkeren worden voorzien. Ook voor de niet-woonfuncties heeft het CROW de normen aangepast in februari 2019 en zijn deze vooral naar beneden bijgesteld voor de functie horeca. Voor de functies café/bar en restaurant is deze norm dan ook naar beneden bijgesteld. Tabel 4.1 uit bijlage 4 Verlaging parkeernormen zone C Bij de herziening van de parkeernormen in 2018 is het aantal gebieden met verschillende normen teruggebracht van vier naar drie. Voor zone C werd aangesloten bij de oude hoogste normering, hierdoor is bij middelgrote woningen een groot verschil ontstaan in de parkeereis tussen een ontwikkeling in zone B en zone C.

Als hierbij wordt meegenomen dat in zone C vaak geen betaald parkeren is ingevoerd en de reductie op basis van de nabijheid van ov minimaal is, is het verschil tussen een parkeereis in zone B en C nog veel groter.

Registratienummer cluster: BS2101504 - 21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 6

Financiële en juridische consequenties/aspecten: Financiële consequenties:

Er zijn geen directe financiële consequenties. Indirecte financiële consequenties zijn er wel via de gemeentelijke gebiedsexploitatie en op het product erfpacht. Door deze beleidsregeling wordt in een aantal gebieden een beperkte afname van de parkeereis verwacht. Conclusie is dat, als er bij nieuwbouw of sloop/nieuwbouw van vastgoed minder parkeervoorzieningen op eigen terrein mogen worden gerealiseerd, dit zal leiden tot een minimaal positief verschil. Juridische aspecten:

Door de wijziging in de Wet ruimtelijke ordening worden parkeernormen per 1 juli 2018 opgenomen in bestemmingsplannen. Parkeerregelingen in bestemmingsplannen kunnen een verwijzing naar beleidsregels bevatten en dit wordt een dynamische verwijzing genoemd. De toets of sprake is van voldoende parkeergelegenheid vindt dan plaats aan de hand van die beleidsregels. Dit gebeurt al bij het verlenen van de omgevingsvergunning voor bouwen. Om invulling te geven aan die beleidsregels is in februari 2018 de "Beleidsregeling parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2018" vastgesteld door uw raad. Bij het werken met de beleidsregeling ontstaan soms onduidelijkheden, waardoor een verduidelijking en juridische aanscherping van de beleidsregeling nodig is. Het voorstel dat nu voorligt bevat al deze aanpassingen, maar hierin zijn ook beleidsmatige aanpassingen verwerkt. Omdat de vorige beleidsregeling door de raad is vastgesteld, is het vanuit dat oogpunt van belang dat de gemeenteraad ook de gewijzigde beleidsregeling vaststelt. In een aantal bestemmingsplannen, zoals Lijnbaankwartier-Coolsingel en Kleiwegkwartier, is een afwijkende dynamische verwijzing opgenomen.

In die bestemmingsplannen is als dynamische verwijzing opgenomen dat burgemeester en wethouders bevoegd zijn beleidsregels vast te stellen, welke in de plaats treden van de parkeerregels uit het desbetreffende bestemmingsplan. Omdat graag één lijn wordt aangehouden met betrekking tot het toepassen van de parkeernormen bij initiatieven waar een omgevingsvergunning voor nodig is, wordt ervoor gekozen om ons college ook de 'Beleidsregeling parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2022' vast te laten stellen. erende ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en Wethouders van Rotterdam,

Bijlage(n}:

Ontwerpbesluit Beleidsregeling 'Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022'

Registratienummer cluster: BS2101504 - 21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 1

Ontwerpbesluit

Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022

De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 december 2021; gelet op artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 3.1.2, tweede lid, sub a van het Besluit ruimtelijke ordening; overwegende dat parkeernormen in het bestemmingsplan moeten worden vastgelegd. Het bestemmingsplan hoeft op grond van artikel 3.1.2, tweede lid, sub a van het Besluit ruimtelijke ordening niet zelf de parkeernormen te bevatten, maar kan op dit punt verwijzen naar gemeentelijk beleid dat parkeernormen bevat; besluit:

vast te stellen de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022, inhoudende:

Paragraaf 1 Begrippen en gebiedstypen Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregeling wordt verstaan onder: auto: personenauto of bestelauto die past op een standaard autoparkeerplaats; autoparkeerplaats: de daarvoor bedoelde minimale benodigde ruimte om een auto te parkeren; buitenmodel fietsen: een fiets die niet in het rek van een stalling past, waarbij drie categorieën kunnen worden onderscheiden: a.

sterk afwijkende fietsachtige voertuigen;

b.

beperkt afwijkende fietsen vanwege accessoires;

c.

beperkt afwijkende fietsen vanwege onderdelen;

bvo: bruto vloeroppervlakte van één of meerdere ruimten van een vastgoedobject gemeten op vloerniveau volgens NEN 2580; CROW: onafhankelijk kennisinstituut op het gebied van infrastructuur, openbare ruimte en verkeer en vervoer; deelauto: een auto voor het herhaaldelijk en opeenvolgend gezamenlijk gebruik op grond van een overeenkomst tussen een aanbieder, die deze 24 uur per dag beschikbaar stelt voor autodate, en meerdere deelnemers en waarbij het voertuig is voorzien van een systeem dat ritgegevens registreert; deelautoparkeerplaats: autoparkeerplaats die alleen voor een deelauto te gebruiken is; dubbelgebruik: bij het gebruik wordt dezelfde autoparkeerplaats gebruikt voor verschillende functies; eigen terrein: de grond ten behoeve van de parkeerbehoefte die is voorzien in, op of onder de ontwikkeling, dan wel op of onder het daarbij behorende terrein; Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 2

fiets: voertuig op twee of meer wielen voortgedreven door spierkracht, al dan niet met elektrische ondersteuning; fietsparkeerplaats: de ruimte die nodig is om een standaard of buitenmodel fiets te kunnen stallen; gbo: gebruiksoppervlak is bvo minus het (grond)oppervlak van dragende wanden, vides en trapgaten indien groter dan 4 m?, ruimten met een vrije hoogte lager dan 1,5 meter, afzonderlijke constructies groter dan 0,5 m? en leidingschachten indien groter dan 0,5 m? conform NEN 2580; kortparkeren: parkereri tot 90 minuten door bezoekers; lang parkeren: parkeren langer dan 90 minuten geparkeerd door bewoners, personeel, medewerkers, scholieren of studenten; maatgevend moment: het tijdstip van de dag waarop de parkeerbehoefte van een functie het grootste is; Maas: Mobility as a service is een mobiliteitsconcept waarbij reizigers gebruik maken van mobiliteitsdiensten van een aanbieder in abonnementsvorm, in plaats van eigen vervoer, waarbij niet bezit van mobiliteit centraal staat, maar beschikbaarheid; omgevingsvergunning: omgevingsvergunning: vergunning als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het bouwen of het wijzigen van het gebruik van gronden of bouwwerken, of, met ingang van de inwerkingtreding van de Omgevingswet, een vergunning voor een omgevingsplanactiviteit als bedoeld in artikel 5.1 van die wet; OV-halte: haltevoorziening in

het openbaar vervoer; parkeerbalans: onderzoek waarin is aangetoond dat een gecombineerd gebruik van parkeerplaatsen mogelijk is; parkeereis: het aantal auto- of fietsparkeerplaatsen dat ten behoeve van een bepaalde ontwikkeling gerealiseerd dient te worden; parkeernorm: aantal auto- of fiets parkeerplaatsen behorende bij een functie, uitgedrukt in een aantal auto- of, fietsparkeerplaatsen per eenheid; parkeren op straat: parkeren op de openbare weg en op niet afgesloten openbare autoparkeerplaatsen; salderen: het bepalen van de parkeerbehoefte of -eis bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen of het gebruiken van gronden of bouwwerken, door de parkeerbehoefte of -eis van de nieuwe functie te verminderen met die van het laatste legale gebruik; sociale huurwoning: indien sprake is van een huurwoning met een huur onder de liberalisatiegrens; transformatie: ingrijpend vernieuwen van een bestaand gebouw, waarbij het gebruik gewijzigd wordt; woning: zelfstandige wooneenheid met een eigen adres; zorg- of aanleunwoning: indien sprake is van een woning die nadrukkelijk is bestemd als een aanleunwoning of appartement met zorg binnen handbereik, een ouderenwoning, een woning in een serviceflat of een zelfstandige seniorenwoning.

Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin

pagina 3

Artikel 2. Gebiedstypen 1. Bij de toepassing van deze beleidsregeling worden de volgende drie gebiedstypen onderscheiden: A.

hoogstedelijk gebied, met een stippellijn is het gebied Centrum aangeduid;

B. stadswijken; en C. overig gebied. 2.

De grenzen van deze gebieden lopen zoals aangegeven op de kaart in bijlage 3.

Paragraaf 2 Algemene bepalingen voor auto en fiets Artikel 3. Reikwijdte 1. Deze beleidsregels zijn van toepassing bij de beoordeling van aanvragen voor een omgevingsvergunning. 2.

Bij een omgevingsvergunning wordt een parkeereis gesteld conform de indeling in gebiedstypen en normen als bedoeld in artikel 2 en bijlage 4 van deze beleidsregeling.

3.

Bij een omgevingsvergunning voor het tijdelijk bouwen of het tijdelijk gebruiken van gronden of bouwwerken wordt maatwerk geboden. De parkeereis wordt in dit geval vastgesteld aan de hand van de termijn van de tijdelijkheid en specifieke kenmerken van de locatie, de functie en de doelgroep.

4.

De parkeereis wordt berekend in twee cijfers achter de komma, derhalve bij 0,50 of meer naar boven en bij minder dan 0,50 naar beneden.

5.

Bij verschillende functies wordt de parkeereis eerst berekend aan de hand van deze functies en pas na optelling afgerond.

6.

De parkeereis wordt volledig op eigen terrein gerealiseerd.

7.

Aanvullende eisen kunnen gesteld worden ten aanzien van.

8.

a.

inpassing in het gebouw of de omgeving: de aard, de plaats en de inrichting;

b.

laden of lossen: de aard, de capaciteit, de plaats en de inrichting van de gelegenheid;

c.

gehandicaptenparkeerplaatsen: de aanwezigheid en aanduiding van de parkeer- of stallingsgelegenheid;

d.

flexibiliteit van parkeervoorzieningen: de mogelijkheid tot, al dan niet gedeeltelijke, aanpassing parkeervoorziening van gebruik auto naar fiets en vice versa;

e.

gebruik en beheer van collectieve garages: eisen aan besluitvorming en kettingbeding en informatieoverdracht tussen initiatiefnemer en toekomstige eigenaren en gebruikers.

Bij de vaststelling van de parkeereis voor een functie die niet is opgenomen in tabel 4.2 of tabel 4.3 uit bijlage 4 wordt, voor zover mogelijk, aansluiting gezocht bij vergelijkbare functies die in de genoemde tabellen zijn opgenomen. Indien er geen vergelijkbare functies zijn opgenomen, wordt aansluiting gezocht bij de CROW kencijfers.

Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 4

Paragraaf 3 Bijzondere bepalingen parkeereis auto en fiets Paragraaf 3.1 Bijzondere bepalingen algemeen parkeereis auto en fiets Artikel 4. Kleine projecten 1. Bij kleine projecten wordt geen parkeereis gesteld. Onder kleine projecten wordt verstaan de ontwikkelingen die passen binnen de oppervlakten die zijn opgenomen in onderstaande tabel: Niet-woonfuncties (bvo) geen parkeereis tot 600 m? bvo, waarvan horecafuncties tot 200m2 bvo geen parkeereis tot 600 m? bvo, waarvan Parkeereis fiets Geen vrijstelling horecafuncties tot 200 m? bvo ' Bij kleine projecten die bestaan uit een combinatie van woonfuncties en niet-woonfuncties kunnen de oppervlakten uit lid 1 bij elkaar worden opgeteld. Parkeereis auto

2.

Woonfuncties (gbo} geen parkeereis tot 300 m? gbo

Artikel 5. Dubbelgebruik 1. Als bij de aanvraag om een omgevingsvergunning wordt aangetoond dat de parkeervoorziening voor meerdere functies zoals opgenomen in de tabellen in bijlage 4 kan worden gebruikt, kan de eis voor het aantal vereiste parkeerplaatsen voor fiets- en autoparkeren worden verlaagd. 2.

Er wordt alleen rekening gehouden met dubbelgebruik als de parkeervoorziening toegankelijk is voor alle mogelijke gebruikers van de ontwikkeling waarvoor de parkeervoorziening wordt gerealiseerd.

3.

Het dubbelgebruik wordt onderbouwd met een parkeerbalans, waarbij de aanwezigheidspercentages bedoeld in tabel 4.4 van bijlage 4 worden aangehouden.

Artikel 6. Salderen 1. De parkeereis voor fiets- en autoparkeren kan verminderd worden met de parkeereis van het laatste legale gebruik, waarbij onderscheid wordt gemaakt in: parkeren op eigen terrein: de nieuwe parkeereis wordt verminderd met het aantal beschikbare parkeerplaatsen op eigen terrein. a.

2.

parkeren op straat: de nieuwe parkeereis wordt verminderd met de oude parkeereis onder de volgende voorwaarden: 1 °.

het maatgevend moment van de oude parkeereis wordt in acht genomen;

2°.

er mag gedurende vijf achtereenvolgende jaren geen sprake zijn geweest van leegstand.

Het salderen wordt gemotiveerd aan de hand van tabel 4.4 van bijlage 4.

Artikel 7. Bijzondere parkeernorm auto De in tabel 4.1 van bijlage 4 opgenomen normen kunnen worden verlaagd tot 0,6 autoparkeerplaats per woning bij: a. een zorg- of aanleunwoning met een gbo van maximaal 100 m2; b.

een sociale huurwoning.

Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin

pagina 5

Paragraaf 3.2 Parkeerplaatsen op straat Artikel 8. Gebiedsontwikkeling Het bevoegd gezag kan in afwijking van artikel 3, zesde lid, besluiten dat autoparkeerplaatsen op straat worden aangelegd indien sprake is van een gebiedsontwikkeling die dit rechtvaardigt. Artikel 9. Kortparkeren fiets Het bevoegd gezag kan besluiten dat de parkeereis voor fietsen, genoemd in tabel 4.3 bijlage 4, kan worden opgelost in de openbare ruimte indien het kortparkeren betreft en er in de openbare ruimte voldoende fietsparkeerplaatsen beschikbaar zijn.

Paragraaf 3.3 Bijzondere bepalingen korting parkeereis auto en fiets Artikel 10 Alternatieve parkeervoorziening Een geheel of gedeeltelijke afwijking van de eis, genoemd in artikel 3, zesde lid, is mogelijk, indien voor een periode van ten minste 10 jaar alternatieve parkeervoorzieningen beschikbaar zijn op een ander privéterrein of in een andere garage of stalling binnen een loopafstand genoemd in onderstaande tabel. Tabel maximale loopafstanden bij realisatie buiten eigen terrein Autoparkeren Gebiedstype Autoparkeren niet-woonfunctie woonfunctie 900 m A. hoogstedelijk gebied 600 m 600 m B. stadswijken 300 m 300 m C. overig gebied 100 m

Fietsparkeren 300 m 100 m 50 m

Artikel 11. Korting van de parkeereis bij transformatie naar studentenhuisvesting in betaald parkeergebied De in tabel 4.1 van bijlage 4 opgenomen normen kunnen worden verlaagd tot O autoparkeerplaats per woning indien sprake is van een transformatie naar een studentenhuisvesting in betaald parkeergebied en geen mogelijkheid is om parkeergelegenheid op eigen terrein te realiseren of te salderen als bedoeld in artikel 6. Artikel 12. Korting van de parkeereis voor gebouwen met een bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening: nabijheid OV-halte 1. Indien een ontwikkeling wordt gerealiseerd in de nabijheid van de in onderstaande tabel genoemde OV-haltes kan de autoparkeereis verminderd worden met de in deze tabel genoemde percentages. 2.

Indien een ontwikkeling wordt gerealiseerd in de nabijheid van twee of meer van de in de tabel opgenomen OV-haltes, wordt het hoogst behaalde kortingspercentage als uitgangspunt genomen bij de berekening van de korting op de parkeereis.

3.

De vermindering van de parkeereis kan per aanvraag voor een omgevingsvergunning slechts éénmaal worden toegepast.

4.

Dit artikel is niet van toepassing op de gebieden Hoek van Holland, Pernis en Rozenburg.

5.

De bijzondere kortingen, genoemd in artikel 12 en artikel 13, kunnen bij elkaar worden opgeteld.

Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin

pagina 6

Tabel Korting parkeereis voor nabijheid openbaar vervoer OV-halte

Hemelsbrede afstand ontwikkeling - entree OV-halte O tot 400 meter

400 tot 800 meter

800 tot 1200 meter

Rotterdam Centraal

-50%

-40%

-30%

Beurs, Blaak, Alexander en Schiedam Centrum

-40%

-30%

-20%

Overige treinstations

-30%

-20%

-10%

Overige RSR/metrostations in gebiedstype A en B

-30%

-20%

-10%

Overige tramhaltes in gebiedstype A

-30%

-20%

-10%

RSR/metrostations in gebiedstype C (behalve Hoek van Holland en Nesselande)

-20%

-10%

-5%

Overige tramhaltes in gebiedstype B

-20%

-10%

-5%

RSR/metrostation in Nesselande

-10%

-5%

0%

Overige tramhaltes in gebiedstype C

-10%

-5%

0%

Artikel 13. Korting van de parkeereis voor gebouwen met een bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening: betaald parkeergebied 1. Indien een ontwikkeling in betaald parkeergebied voorziet in extra fietsparkeerplaatsen op eigen terrein, kan de autoparkeereis met ten hoogste 10% worden verlaagd in de verhouding twee fietsparkeerplaatsen in plaats van één autoparkeerplaats. Deze extra fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd op eigen terrein en zijn bedoeld voor lang parkeren. 2.

Indien bij een woningontwikkeling in betaald parkeergebied voor ten minste 10 jaar, commercieel aangeboden deelauto's beschikbaar worden gesteld op geoormerkte deelautoparkeerplaatsen in de bijbehorende of toegewezen parkeervoorziening, kan de autoparkeereis met ten hoogste 20% verlaagd worden in de verhouding één deelautoparkeerplaats in plaats van vijf gewone autoparkeerplaatsen.

3.

Indien bij een ontwikkeling in betaald parkeergebied gebied voor alle toekomstige gebruikers van Maas, voor ten minste 10 jaar beschikbaar wordt gesteld, kan de autoparkeereis met ten hoogste 20% worden verlaagd.

4.

De kortingen, genoemd in het eerste tot en met het derde lid, kunnen bij elkaar worden opgeteld.

5.

De kortingen, genoemd in het eerste tot en met het derde lid, zijn niet van toepassing op de gebieden Hoek van Holland, Pernis en Rozenburg.

6.

De bijzondere kortingen, genoemd in artikel 12 en artikel 13, kunnen bij elkaar worden opgeteld.

Registratienummer cluster: BS2101504 - 21bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 7

Artikel 14. Korting van de parkeereis voor ontwikkelingen met een niet-woonfunctie in gebied Centrum Indien een ontwikkeling wordt gerealiseerd in gebiedstype A, hoogstedelijk gebied in gebied Centrum kunnen de normen in tabel 4.2 van bijlage 4 auto niet-woonfuncties worden toegepast als maximumnormen, met uitzondering van de functiecategorieën Werken, Onderwijs en Zorg. Paragraaf 3.4 Bijzondere bepaling afwijken parkeereis auto Artikel 15. Bijzonder gemeentelijk belang Het bevoegd gezag kan bij het verlenen van de omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk afwijken van artikel 3, zesde lid, indien: a. een ontwikkeling uit economisch oogpunt of uit het oogpunt van milieu, hinder of woonomgeving door het bevoegd gezag bijzonder gewenst is en de initiatiefnemer motiveert dat het niet mogelijk is om op eigen terrein de bij de parkeereis verlangde parkeerplaatsen te realiseren; b.

het bij een ontwikkeling feitelijk onmogelijk is om geheel of gedeeltelijk aan de parkeereis te voldoen of waar het in alle redelijkheid onmogelijk of onwenselijk is om geheel of gedeeltelijk te voldoen aan de parkeereis, maar de ontwikkeling door de gemeente bijzonder gewenst is vanwege de locatie, de functie of de doelgroep.

Paragraaf 3.5 Parkeervergunning Artikel 16. Parkeervergunning op straat Gebruikers van ontwikkelingen met een omgevingsvergunning op basis van deze beleidsregeling hebben ingevolge het Uitvoeringsbesluit parkeren in beginsel geen recht op een parkeervergunning op straat binnen het betaald parkeergebied. Dit geldt ook voor ontwikkelingen op locaties waar pas ná vergunningverlening betaald parkeren wordt ingevoerd. De ontwikkelaar informeert toekomstige eigenaren en gebruikers hierover tijdig en voldoende. Uitzonderingen op deze regel kunnen worden gemaakt wanneer het parkeren op straat wordt opgelost door toepassing van artikel 4, artikel 6, eerste lid, onderdeel b, artikel 8 of artikel 15. Bij het toepassen van artikel 15 wordt in de omgevingsvergunning gemotiveerd naar het parkeren op straat verwezen.

Paragraaf 3.6 Bijzondere bepalingen fiets Artikel 17. Parkeereis fiets woonfunctie De fietsparkeereis voor woningen wordt opgelost in de bergingen voorgeschreven in het Bouwbesluit 2012 of, met ingang van het Besluit bouwwerken leefomgeving, in dat besluit. Met behoud van een berging per woning kunnen de benodigde fietsparkeerplaatsen in een gezamenlijke stalling uitgevoerd worden. De parkeernormen uit bijlage 2 zijn dan van overeenkomstige toepassing.

Artikel 18. Afwijken van de parkeereis 1. Het bevoegd gezag kan op verzoek van de aanvrager van een omgevingsvergunning afzien van het stellen van een parkeereis als bedoeld in artikel 3, tweede lid, dan wel een parkeereis stellen die afwijkt van de normen in tabel 4.3 bijlage 4. 2.

Het verzoek wordt onderbouwd aan de hand van de specifieke kenmerken van de locatie, de functie of de doelgroep van het project.

Registratienummer cluster: BS2101504 - 21bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 8

Artikel 19. Ontwerpkwaliteit van stallingen 1. Ten minste 40% van de fietsparkeerplaatsen is zodanig groot dat deze geschikt zijn voor het stallen van buitenmodel fietsen. Hiervan is ten minste 10% geschikt voor sterk afwijkende fietsachtige voertuigen. 2.

De fiets- en scooterstallingen voldoen aan de kwaliteitseisen, bedoeld in bijlage 1.

Paragraaf 4 Slot Artikel 20. Overgangs- en slotbepalingen 1. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning die is ingediend vóór de inwerkingtreding van deze beleidsregeling, wordt afgedaan op grond van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets Rotterdam 2018, tenzij de aanvrager aangeeft dat deze nieuwe beleidsregeling tot een gunstigere regeling leidt. 2.

Indien een aanvraag voor een omgevingsvergunning is ingediend na de inwerkingtreding van deze beleidsregeling, maar de aanvrager kan aantonen dat er overeenkomsten met de gemeente zijn gesloten vóór de vaststelling van deze nieuwe Beleidsregeling zijn op die aanvraag de parkeernormen zoals vastgelegd in de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets Rotterdam 2018 van toepassing. Geeft de aanvrager aan dat deze nieuwe Beleidsregeling Parkeernormen voor auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 gunstiger uitvalt, dan geldt deze.

3.

De Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets Rotterdam 2018 wordt ingetrokken.

4.

Deze beleidsregeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het gemeenteblad waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 21. Citeertitel Deze beleidsregeling wordt aangehaald als: Beleidsregeling Parkeernormen voor auto en fiets 2022. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van

De voorzitter,

De griffier,

Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 9

Bijlage 1. Ontwerpeisen voor stallingen fiets en scooter als bedoeld in artikel 19 van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 Het gebruik van een stalling hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort. Er zijn voorbeelden van stallingen waar fietsers onvoldoende gebruik van maken, terwijl er in de omgeving toch grote behoefte aan fietsparkeerplaatsen is. De aanwezigheid van een fietsenstalling is dus geen garantie dat hij goed wordt gebruikt. Er kunnen diverse redenen zijn voor tegenvallend gebruik van een stalling. Naast slechte vindbaarheid speelt slechte toegankelijkheid een rol: een moeizaam openende toegangsdeur, een te steile hellingbaan of een te steile trap met fietsgoot, lastig te nemen bochten, etc. Ook de routing binnen de stalling, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen en de stabiliteit van de fiets in de aangeboden voorzieningen beïnvloeden het gebruik, evenals de (on)mogelijkheid om fietsen met bijzondere afmetingen te stallen13 . In deze bijlage zijn de Rotterdamse kwaliteitseisen opgenomen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid. Toegankelijkheid De kwaliteitseisen voor een goed toegankelijke en bruikbare fietsenstalling zijn: • Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming(en).

De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming, De afstand van de stalling tot de hoofd-/neven-/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd mag maximaal ca. 75 meter zijn. De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.) Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm. Naast een trap worden fietsgoten geplaatst, bij voorkeur aan beide zijden. Voor een stalling waar ook scooters, bakfietsen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast. Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil door bakfietsen, elektrische fietsen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, met een eenvoudig te bedienen drukknop of chipkaartlezer. Voor bestemmingen voor kinderen moet rekening gehouden worden met het feit dat ze kleiner en minder sterk zijn dan volwassenen.

Denk bijvoorbeeld aan het hellingspercentage van de trap. Inrichting en bruikbaarheid De kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsenstalling zijn: • De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld. Binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling.

13Leidraad Fietsparkeren, CROW publicatie 291, hoofdstuk 6

Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 10

De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichting en bij voorkeur daglichttoetreding en bij een stalling die openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden. Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren. Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van Fietsparkeur14 of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 400 mm. De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm om dubbellaags rekken te kunnen plaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 2300 mm zijn, want dubbellaags rekken zijn ongeschikt voor kinderen. De hart-op-hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed; De hart-op-hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 400 mm breed voor zowel onder- als bovenlaag; De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000 mm breed, zowel voor fiets als scooter; •

•

De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor buitenmodel fietsen: o

minimaal 5% van de plaatsen is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 1000 mm breed);

o

minimaal 15% van de plaatsen is geschikt voor fietsen met beperkt afwijkende maten (hart-op-hart afstand minimaal 500 mm)15;

Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur. Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gestald. De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers. De netto-afmetingen van een scooterparkeerplek in een gebouwde stalling zijn minimaal 750 mm breed x 1800 mm lang.

Stallingen waar scooters met verbrandingsmotoren mogen staan, moeten aan de geldende milieu- en bouwvoorschriften voldoen, waaronder eisen aan de veiligheid (brand), aan installaties (ventilatie van (rook)gassen) en aan de kwaliteit van de vloerafwerking (vloeistofdichtheid).

1+Zie www.fietsparkeur.nl voor meer informatie. 1percentages ontleend aan 'Buitenmodel fietsen in stationsstallingen', p. 8 (CROW-Fietsberaad, juni 2016);

ProRail hanteert 2% (p. 15 'Bouw en ombouw fietsenstallingen bij stations', juni 2013); Programma van eisen fietsenstalling Leidseplein gaat uit van 40 m? voor fietsen die niet in standaard rekken passen op een totaal van 2.000 fietsparkeerplaatsen. Registratienummer cluster: BS2101504 - 21bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 11

Bijlage 2. Normen fiets woonfunctie als bedoeld in artikel 17 van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 Aan de parkeereis voor fietsen kan worden voldaan door deze in een gezamenlijke stalling uit te voeren. Hiervoor gelden de volgende normen: Soort woning (m2 gbo) Appartement <40 m? Appartement 40 tot 65 m? Appartement 65 tot 85 m? Appartement 85 tot 120 m2 Appartement 2120 m? Rij- en vrijstaande woningen Studentenhuizen

Aantal fietsparkeerplaatsen 2 2 3 3 4 5 1 per kamer

Dubbellaags parkeren is toegestaan, maar er moeten per woning altijd minimaal twee plekken in een laag rek beschikbaar zijn.

Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 12

Bijlage 3. Gebiedstypen als bedoeld in artikel 2, tweede lid van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022

yl•. . .~

-,✓

·v /

/ A

,

> s

y

l ···-►··- ......

.._ ....

\

_.. .... ~..

"'

.-\~ ., ......:...............

---,•.. - - ... /

s

!

....-•.(.t·

•

-:··,·••' \

: '

l'3%%_ %

····•

(

_

.,. .

"

1%

e

\

\.

d

I l

i

i

I

w

.....•·····;t(_ ·,

.

I

\

\

/' '·

I

!

i

\

"' 1

4 I I

r .,

I

3 #

f

Registratienummer cluster: BS2101504- 21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 13

Bijlage 4. Normen en aanwezigheidspercentages als bedoeld in artikel 3, tweede en achtste lid, artikel 5, eerste en derde lid, artikel 6, tweede lid, artikel 7, artikel 9, artikel 11, artikel 14 en artikel 18, eerste lid van de Beleidsregeling Parkeernormen auto en fiets gemeente Rotterdam 2022 Tabel 4.1 Normentabel auto woonfunctie Woonfunctie (m? gbo)

<40 m? 40 tot 65 m2 65 tot 85 m? 85 tot 120 m2 >120 m?

Aantal autoparkeerplaatsen per woning Gebiedstype B Gebiedstype A hoogstedelijk gebied stadswijken 0,10 0,10 0,50 0,40 0,80 0,60 1,00 1,00 1,20 1,20

Gebiedstype C overig gebied 0,10 0,60 1,00 1,40 1,80

Tabel 4.2 Normentabel auto niet-woonfuncties Functie

Werken

Opmerking

Aantal autoparkeerplaatsen per 100 m? bvo tenzij anders bepaald in de opmerking Gebiedstype Gebiedstype Gebiedstype B C A hoogstedelijk stadswijken overig gebied gebied 1,20 1,00 0,76 0,80 0,72 0,80

Kantoor Bedrijfsverzamelgebouw / Atelier 0,67 Arbeidsintensief / bezoekersextensief bedrijf (industrie, laboratorium, werkplaats, etc.) 0,19 Arbeidsextensief/ bezoekersextensief bedrijf (loods, opslag, transportbedrijf etc.) 1,20 Winkelen Commerciële dienstverlening en kantoren met baliefunctie 0,38 Detailhandel inclusief kringloopwinkel en apotheek 0,38 Supermarkt Maximale omvang 0,0 Mandjessupermarkt 500 m? bvo n.v.t. Grootschalige detailhandel n.v.t. Bouwmarkt, tuincentrum, kringloopwinkel 0,26 Showroom, meubelzaak

Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin

1,20

2,00

0,30

0,60

2,00

2,50

2,50

2,50

2,50 0,0

2,80 0,0

4,50 2,20

5,50 2,20

0,60

0,60

pagina 14

0,08

1,70

2,00

0,65

13,00

13,00

0,10 0,05 0,02 0,01 0,01

2,00 0,50 0,40 0,50 0,10

3,00 0,50 0,70 0,90 0,20

010

0,90

1,00

0,01

0,10

0,15

0,40 0,70 0,40 1,60 0,2 0,5 0,80

4,00 7,00 4,00 8,00 0,25 0,7 0,90

6,00 10,00 6,00 12,00 0,4 0,9 1,00

0,40

0,45

0,50

Voorbereidend 0,40 dagonderwijs (vmbo, havo, vwo) Beroepsonderwijs en WO Per lokaal 0,50 1, 10 Ziekenhuis Per bed Verpleeghuis, hersteltehuis, Per wooneenheid 0,40 hospice 1 e lijns gezondheidscentra Per 0,53 behandelkamer (huisarts, tandarts, therapeut)

0,45

0,50

2,00 1,30 0,45

3,00 1,50 0,50

1,70

2,00

Sport en Gymzaal, sporthal binnen recreatie (incl. squash, tennis) Sportveld buiten (incl. tennisbaan) Dansstudio, sportschool Jachthaven Cultuur Museum Bibliotheek Bioscoop, theater, schouwburg Sociaal cultureel centrum, wijkgebouw Religiegebouw

Normgrondslag: ha. netto terrein Per ligplaats

Per zitplaats

Per bezoekersplaats

Horeca

Cafetaria/snackbar Discotheek/ feestruimte Café I bar Restaurant Logies/pension Hotel Onderwijs Crèche, peuterspeelzaal, kinderdagverblijf Basisonderwijs

Zorg

Per kamer Per kamer

Per lokaal (excl. Kiss & Ridestrook) Per lokaal

Tabel 4.3 Normentabel fiets niet-woonfuncties Opmerking

Functie

.

Werken

Kantoor Bedrijfsverzamelgebouw/ Atelier

Met een minimum van 10

Registratienummer cluster: BS2101504 - 21bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

Aantal fietsparkeerplaatsen per 100 m bvo, tenzij anders bepaald in de opmerking. Aandeel kort stallen (bezoek) 5% 2 5% 2

pagina 15

1 Arbeidsintensief/ bezoekersextensief bedrijf (industrie, laboratorium, werkplaats etc.) 0,25 Arbeidsextensief/ bezoekersextensief bedrijf (loods, opslag, transportbedrijf etc.) Winkelen Commerciële dienstverlening (en Met een minimum van 5 kantoren met baliefunctie) 10 2,7 Detailhandel inclusief kringloopwinkel en apotheek Met een minimum van 2,9 Supermarkt 10 Met een minimum van 2,9 Mandjessupermarkt 10 Grootschalige detailhandel 0,4 0,4 Bouwmarkt, tuincentrum Showroom, meubelzaak 0,4 2,5 Sport en Gymzaal, sporthal binnen (incl. recreatie squash, tennis) Norm grondslag: 61 (of Sportveld buiten (incl. tennisbaan) maatwerk) ha. netto terrein 5 Dansstudio, sportschool maatwerk Jachthaven Per ligplaats Cultuur Museum 0,9 3 Bibliotheek 7,8 Bioscoop, theater, schouwburg 3 (of Sociaal cultureel centrum, maatwerk) wijkgebouw maatwerk Rel igiegebouw Horeca Cafetaria/snackbar 9 18 Discotheek/ feestruimte 10 Café I bar 10 Restaurant Per kamer 0,4 Logies/pension Per kamer 0,4 Hotel 1,9 Onderwijs Crèche I peuterspeelzaal / Minimaal 3 bakfietsplaatsen kinderdagverblijf Per lokaal 10 Basisonderwijs 15 Voorbereidend dagonderwijs Per lokaal (vmbo, havo, vwo) 13 Beroepsonderwijs en WO Per lokaal Zorg Ziekenhuis Per bed; 0,9

5%

5%

20% 85% 85% 85% 85% 85% 85% 95% 95% 90%

95% 95% 95% 95% 90% 90% 90% 90% 80% 50% 50% 0% 0% 11% 0% 30%

Verpleeghuis, hersteltehuis, hospice Per (woon-) eenheid;

0,2

55%

1 e lijns gezondheidscentra (huisarts, tandarts, therapeut)

1

55%

Per behandelkamer

Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin

pagina 16

Tabel 4.4 Aanwezigheidstabel voor dubbelgebruik Functie Wonen Werken

Woningen bewoners8

Werkdag Werkdag Werkdag Koop Zaterdagmiddag Zaterdagavond ochtend middag avond avond 50% 50% 80% 90% 80% 60%

Kantoor 100% Bedrijfsverzamelgebouw 100% I Atelier Arbeidsintensief/ 100% bezoekersextensief bedrijf (industrie, laboratorium, werkplaats etc.) Arbeidsextensief/ 100% bezoekersextensief bedrijf (loods, opslag, transportbedrijf etc.) Winkelen Commerciële 100% dienstverlening (en met baliefunctie) Detailhandel inclusief 30% kringloopwinkel en apotheek Supermarkt 30% Mandjessupermarkt 30% Grootschalige 30% detailhandel Bouwmarkt, tuincentrum 30% Showroom, meubelzaak 30% Sport en Gymzaal, sporthal 50% recreatie binnen (incl. squash, tennis) Sportveld buiten (incl. 25% tennisbaan) Dansstudio, sportschool 50% Jachthaven 25% Cultuur Museum 20% Bibliotheek 30% Bioscoop, theater, 5% schouwburg Sociaal I cultureel 10% centrum, wijkgebouw Religiegebouw 10% (afhankelijk van activiteiten) Horeca Cafetaria/snackbar 0% Discotheek/ feestruimte 0%

100% 100%

5% 5%

5% 5%

0% 0%

0% 0%

100%

5%

5%

0%

0%

100%

5%

5%

10%

0%

100%

5%

75% 0%

0%

60%

10%

75% 100%

0%

60% 60% 60%

40% 40% 70%

80% 100% 80% 100% 80% 100%

40% 40% 40%

60% 60% 50%

70% 70% 100%

80% 100% 80% 100% 100% 100%

40% 40% 100%

25%

50%

50% 100%

25%

50% 25% 45% 70% 25%

100% 50% 0% 100% 90%

100% 100% 50% 100% 0% 100% I70% 75% 90% 40%

100% 25% 0% 0% 100%

40%

100%

100% 60%

90%

10%

30%

30% 100%

10%

50% 10%

80% 50%

80% 50% 100% 50%

100% 100%

8Voor woningen bewoners geldt een aanwezigheidspercentage van 100% in de nacht.

Registratienummer cluster: BS2101504 - 21bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 17

Café I bar Restaurant Logies / pension Hotel Onderwijs Crèche I peuterspeelzaal / kinderdagverblijf Basisonderwijs Voorbereidend dagonderwijs (afhankelijk van mate van avondonderwijs) (vmbo, havo, vwo) Beroepsonderwijs en WO (afhankelijk van mate van avondonderwijs) Zorg Ziekenhuis Verpleeghuis, hersteltehuis, hospice 1e lijns gezondheidscentra (huisarts, tandarts, therapeut)

70% 70% 50% 50% 0%

100% 100% 100% 100% 0%

30% 30% 100% 100% 100%

40% 40% 50% 50% 100%

90% 90% 70% 70% 0%

85% 95% 70% 70% 0%

100% 100%

100% 100%

0% 30%

0% 0% 30% 0%

0% 0%

100%

100%

30%

30% 0%

0%

60% 50%

100% 50%

60% 100%

60% 60% 100% 60%

60% 80%

100%

75%

10%

10% 10%

10%

Registratienummer cluster: BS2101504- 21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

a

pagina 18

Algemene toelichting Inleiding Deze beleidsregeling is het instrument om het aantal auto- en fietsparkeerplaatsen te bepalen bij ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen, of het gebruiken van gronden of bouwwerken benodigd is. Met de invoering van de Wet ruimtelijke ordening in 2008 is beoogd de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening, inclusief de regeling voor het parkeren, werkingskracht te laten verliezen en deze op te nemen in het bestemmingsplan. Uiteindelijk is dit uitgesteld en door middel van de Reparatiewet BZK 2014 alsnog vormgegeven. Op 1 juli 2018 zijn de stedenbouwkundige voorschriften uit de Bouwverordening Rotterdam 2010 van de gemeente Rotterdam, waaronder de voorschriften over parkeernormen, komen te vervallen. Om aan het parkeerbeleid te kunnen toetsen is er in het bestemmingsplan een zogenaamde "dynamische verwijzing" opgenomen. Dat wil zeggen dat in het bestemmingsplan alleen wordt geregeld dat er voldoende parkeergelegenheid moet zijn voor fietsers en auto's, maar dat voor de verdere invulling wordt verwezen naar de het in de gemeente Rotterdam geldende parkeerbeleid. Parkeernormen: scharnier tussen mobiliteit en ruimtelijke ontwikkeling Deze beleidsregeling heeft als doel om voldoende parkeergelegenheid te genereren voor auto's en fietsen bij ontwikkelingen waarvoor een omgevingsvergunning benodigd is.

Om overlast in het openbaar gebied tegen te gaan, moet de parkeereis door de initiatiefnemer in beginsel op eigen terrein gerealiseerd worden. In de situaties waarin dit tot onoverkomelijke problemen leidt, kan beroep worden gedaan op de afwijk/vrijstellingsmogelijkheden. Deze mogelijkheden zijn geen recht van de initiatiefnemer, maar bij aanvraag van de initiatiefnemer, kan de gemeente besluiten af te wijken/vrijstelling te verlenen. Door te kiezen voor kortingen en vrijstellingen en niet voor verlaging van de parkeernormen zelf, wordt ontwikkelaars/initiatiefnemers ruimte geboden om minder parkeerruimte te bouwen als zij daarvoor een markt zien. De keuze voor de juiste parkeeraantallen binnen de bandbreedte wordt een verantwoordelijkheid voor de ontwikkelaars/initiatiefnemers, omdat zij bepalen voor wie zij bouwen. Het blijft dus ook mogelijk om te bouwen voor doelgroepen met een hoger autogebruik en -bezit, bijvoorbeeld bij duurdere appartementen en kantoren met veel mobiele werknemers. Feitelijk wordt een bandbreedte die groter wordt naarmate de alternatieven voor de auto aantrekkelijker zijn geboden. Het doel is tevens het realiseren van parkeercapaciteit voor auto en fiets die een optimale balans oplevert tussen de gemeentelijke beleidsdoelen: Stimuleren duurzaam vervoer in een aantrekkelijke, leefbare en gezonde stad.

Verhogen kwaliteit van de openbare ruimte (balans op straat) en van gebouwen. Versterken van de bereikbaarheid voor sociaal en economisch functioneren van de stad. Ruimtelijke (her)ontwikkeling: accommoderen woningvraag en (her)ontwikkelen van locaties. Evenwichtige verdeling financiële lasten over gemeente, investeerders, huurders en bezoekers. De beleidsregeling parkeernormen lijkt eenvoudig: het gaat om het vaststellen van het aantal auto- en fietsparkeerplaatsen, met een vaste maat en schaal als bijdrage aan het aantrekkelijker maken van wonen en leven in de stad. Toch zorgt de regeling in de praktijk voor veel discussie. Dat komt omdat de rijdende en stilstaande voertuigen in de stad aan veel verschillende beleidsdoelen raken. Samengevat gaat het om: Gezonde stad: stimuleren en faciliteren van duurzaam vervoer: lopen, de fiets, het OV (openbaar vervoer) en elektrische voertuigen ten behoeve van een leefbare stad met gezonde bewoners. Ook het beperken van risico op diefstal en beschadiging van fietsen behoort hiertoe.

Registratienummer cluster: BS2101504-21 bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Metin

pagina 19

Meer ruimtelijke kwaliteit: versterken van woonmilieus met een duidelijke profilering gericht op meer buitenruimte voor spelende kinderen, terrassen, winkelpubliek en groen, een rustiger straatbeeld en kwaliteit van gebouwen. Minder parkeerruimte op straat en een goede inpassing van parkeervoorzieningen voor auto en fiets kunnen hier veel aan bijdragen. Voldoende bereikbaarheid: dit betekent o.a. voldoende parkeerruimte voor auto en fiets voor het sociaal en economisch functioneren van de stad. Dat kan op eigen terrein, op loopafstand (als er ruimte is) of voor de auto op enige afstand op een P+R locatie. Ruimtelijke (her)ontwikkeling: accommoderen van de groeiende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials. Waar nodig: meer gedifferentieerd woningbestand. De belangrijkste bouwopgaven zijn: het verdichten van het Centrum, het vernieuwen van de Stadswijken, het herstructureren van transformatielocaties (Stadiondriehoek, Hart van Zuid, Merwe-Nierhaven, Wielewaal) en het afronden van de ontwikkeling van de uitleggebieden (Park Zestienhoven). Het bijbehorende parkeerbeleid is gericht op voldoende ruimte voor fiets en auto, optimaal benutten van de parkeercapaciteit en het vermijden van onnodige bouwkosten en exploitatierisico's. Evenwichtige verdeling financiële lasten.

Parkeernormen kunnen in stedelijk gebied leiden tot aanzienlijke investeringen (privaat en/of publiek), vooral als er gebouwde parkeervoorzieningen nodig zijn. Maar ook parkeervoorzieningen op maaiveld hebbén financiële effecten, bijvoorbeeld op de grondexploitatie vanwege de invloed op de bebouwingsdichtheid. Daarnaast hebben parkeernormen van bouwprojecten effect op de parkeerexploitatie van zowel (openbare) garages in de nabijheid als ook op het parkeren op straat. De totale financiële lasten (investeringen en maandlasten) dienen evenwichtig verdeeld te worden over gemeente, ontwikkelaars, toekomstige eigenaren, huurders en bezoekers. Werkwijze bepalen parkeereis Hieronder wordt een overzicht gegeven van de volgorde van het bepalen van de parkeereis: 1. Aan de hand van de gebiedsindeling en de daar geldende parkeernormen de parkeereis per functie bepalen. 2.

Is er sprake van een maximumnorm?

3.

De parkeereis van alle functies niet afgerond bij elkaar optellen.

4.

Is er sprake van een klein project?

5.

Is er sprake van dubbelgebruik?

6.

Is er sprake van saldering?

7.

Is er sprake van een korting of bijzondere bepaling?

8.

Is er sprake van een bijzonder gemeentelijk belang?

Bij het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning of bespreking van de parkeereis met de gemeente wordt een opgave gedaan van de berekening van de parkeereis zoals in de werkwijze aangegeven. De keuzes dienen gemotiveerd te worden. Bij het toetsen van de aanvraag om omgevingsvergunning wordt eveneens getoetst of voldaan wordt aan de eisen die gelden bij het bepalen van de parkeereis.

Registratienummer cluster: BS2101504 - 21bb015391 Portefeuillehouder: J. Bokhove Steller: S.N. Melin

pagina 20

Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Autoparkeerplaats Er is sprake van een autoparkeerplaats als bedoeld in de Beleidsregeling indien er voldoende ruimte is om een auto te parkeren (NEN 2443:2013). Artikel 2 In deze regeling zijn er drie gebiedstypen: hoogstedelijk gebied, stadswijken (incl. een aantal grote transitiegebieden) en overig gebied. Daarbij is aansluiting gezocht bij de gebiedsindeling in aanpalend beleid, met name de Woonvisie, de Kaart van de Stad en de Rotterdamse Stijl (handboek openbare ruimte). Het gebied Centrum is binnen gebiedstype A aangeduid. Artikel 3, lid 3 Bij aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het tijdelijk bouwen of tijdelijke wijziging van het gebruik van gronden of bouwwerken wordt maatwerk geboden door het initiatief te beoordelen aan de hand van de tijdelijkheid en specifieke kenmerken van de locatie, de functie en de doelgroep. Aan de hand daarvan wordt de parkeerbehoefte/-eis bepaald. Artikel 3, lid 4 Het afronden wordt aan de hand van twee voorbeelden toegelicht. Bij een parkeereis van bijv. 13,45 parkeerplaatsen, wordt dit afgerond naar 13,5 en daarna naar boven afgerond naar 14. Bij een parkeereis van bijv. 13,44 parkeerplaatsen, wordt dit afgerond naar 13,4 en daarna naar beneden afgerond naar 13. Artikel 3, lid 5 Aan de hand van een voorbeeld wordt het afronden bij verschillende functies toegelicht.

Als voorbeeld een project met diverse functies en woningen, zonder toepassing van kortingen en gelegen in gebiedstype C: = 7 plaatsen 5 x een oppervlakte woning 85 tot 120 m2 (5 x 1,4) = 1 plaats 1 x een oppervlakte woning 65 tot 85 m? (1x1) = 3,85 plaatsen 154 m? oppervlakte winkel (1,54 x 2,5) 126 m? oppervlakte loods/opslag arbeidsextensief (1,26 x 0,6) = 0, 75 plaatsen -----+ 12,60 plaatsen Totaal Het totaal geeft afgerond 13 parkeerplaatsen. Artikel 3, lid 8 Voor functies die niet voorkomen op de lijst wordt eerst aansluiting gezocht bij de functies die wel voorkomen in de lijst. Als het niet mogelijk is om aansluiting te zoeken, wordt verwezen naar de CROW-publicatie met kencijfers voor parkeren en verkeersgeneratie. Er kan ook gewerkt worden met een combinatie van meerdere functies als dat aan de orde is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=82b4ee75-6493-472d-9b92-4309078e1d16