CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb15167 Bijlage 1 behorende bij 21bb15168 - ontwerpbestemmingsplan Hoofdweg 480 - 490 inclusief verbeelding

Gemeenteraad 24 februari 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: 17. Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Hoofdweg 480-490’30.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

figuur 1

Plangebied Hoofdweg 480-490 te Rotterdam De geluidsbelastingen van de bovenstaande wegen en het spoor moeten worden bepaald en getoetst aan de eisen uit de Wet Geluidhinder. Mocht dit leiden tot overschrijdingen, dan worden deze getoetst aan de eisen uit het beleid bij vaststelling hogere grenswaarden van de Gemeente

6

M+P.MEES.20.09.1

Rotterdam. Daarnaast moet de geluidsbelasting vanwege de overige niet-zoneplichtige wegen in en om het plangebied worden beoordeeld in kader van een ‘goede ruimtelijke ordening’. Het bouwplan betreft de realisatie van appartementen, commerciële functies en daarbij behorende voorzieningen. De nieuwbouw bestaat uit meerdere hoogtematen: circa 32 meter, 42 meter en 70 meter, zie figuur 2. Het aantal appartementen per gebouw is nog niet bekend. Er worden op dit moment nog een aantal uitwerkingsvarianten opgesteld.

figuur 2

Het bouwplan aan Hoofdweg 480-490 te Rotterdam (bron: 20MEERM018-008)

2.2

Uitgangspunten Voor de modellering van de relevante wegen zijn onderstaande uitgangspunten gehanteerd: ▪ Bestemmingsplan Hoofdweg 480-490, 20MEERM018 d.d. ontwerp 12-03-2021; ▪ de verkeersgegevens van het prognosejaar 2030 van de genoemde gemeentelijke wegen zijn ontvangen van Gemeente Rotterdam, Stadsontwikkeling, afdeling Mobiliteit. Voor Djeddalaan is aangegeven dat de rijsnelheid 30 km/u behoort. Voor in het rekenmodel is een deel van de weg aangepast naar 50 km/u zoals naar werkelijkheid; ▪ de verkeersgegevens van A20 en de geluidmaatregelen langs de weg zijn geïmporteerd uit het geluidregister van Rijkswaterstaat, gedownload op 25 maart 2020; ▪ de gegevens van het spoor zijn geïmporteerd van het geluidregister spoor van Rijkswaterstaat, gedownload op 25 maart 2020; ▪ de gebouwen in de omgeving zijn gemodelleerd op basis van de BAG3D.

M+P.MEES.20.09.1 | 31 maart 2021

7

3

Wettelijk kader

3.1

Wegverkeerslawaai De regelgeving voor wegverkeerslawaai, met uitzondering voor Rijkswegen, is vastgelegd in de Wet geluidhinder [1]. In artikel 74 van de Wgh is bepaald dat een weg een zone heeft die zich uitstrekt vanaf de as van de weg tot de volgende breedte aan weerszijden van de weg: a. in stedelijk gebied: 1°. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 200 meter; 2°. voor een weg, bestaande uit drie of meer rijstroken: 350 meter; b. in buitenstedelijk gebied: 1°. voor een weg, bestaande uit een of twee rijstroken: 250 meter; 2°. voor een weg, bestaande uit drie of vier rijstroken: 400 meter; 3°. voor een weg, bestaande uit vijf of meer rijstroken: 600 meter. De geluidzones van de in dit onderzoek beschouwde wegen zijn als volgt:

tabel I

geluidzones onderzochte wegvakken weg

zonebreedte (binnenstedelijk)

Djeddalaan, Grote Beer, Hoofdweg, Kleine Beer/ Schorpioenstraat en Watermanweg

200

Capelseweg

350

Rijksweg A20

600

Voor onderstaande wegen is een uitzondering gemaakt. Deze wegen hebben geen geluidszone. het betreffen dan een weg: a. die gelegen is binnen een als woonerf aangeduid gebied, of b. waarvoor een maximum snelheid van 30 km per uur geldt. Binnen de geluidszone dient de geluidsbelasting te worden getoetst aan de voorkeursgrenswaarde. De geluidsbelasting wordt uitgedrukt in Lden [dB]. Dit is een dosismaat voor het gewogen gemiddelde geluidniveau per etmaal. De voorkeursgrenswaarde voor het wegverkeerslawaai bij nieuw te bouwen woningen bedraagt Lden = 48 dB. Aftrek Toetsing aan de voorkeursgrenswaarde vindt plaats per weg. Alvorens de berekende geluidsbelasting wordt getoetst aan de voorkeursgrenswaarde mag, conform artikel art. 110g Wgh [1], een correctie worden toegepast. De hoogte van deze aftrek is aangegeven in artikel 3.4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 [3]. De aftrek is afhankelijk van de ter plaatse als representatief te beschouwen snelheid van de lichte motorvoertuigen: Voor rijsnelheden v ≥ 70 km/uur geldt een aftrek: ▪ 4 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 57 dB is. ▪ 3 dB voor situaties dat de geluidsbelasting zonder aftrek 110g Wgh 56 dB is; ▪ 2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting. 8

M+P.MEES.20.09.1

Voor rijsnelheden v < 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te beschouwen snelheid van de lichte motorvoertuigen van v ≥ 70 km/uur, wordt afhankelijk van het toegepaste wegdek tevens een aftrek voor stille banden toegepast. Deze aftrek bedraagt 1 of 2 dB en is opgenomen in artikel 3.5 van het RMG2012. Dove gevels Een uitzondering die in de Wet Geluidhinder is gemaakt om woningbouw in situaties met een hoge geluidsbelasting mogelijk te maken is het toepassen van een zogenaamde dove gevel. Een dove gevel is een bouwkundige constructie: ▪ waarin geen te openen delen aanwezig zijn en die een voldoende geluidwering heeft (binnenniveau 33 dB); ▪ waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn (bijvoorbeeld een nooduitgang), mits de delen niet direct grenzen aan een geluidsgevoelige ruimte. Grenswaarden Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden kan in veel gevallen door Burgemeester en Wethouders een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Het verlenen van een hogere waarde moet nader gemotiveerd worden. De ontheffingsgronden zijn in principe vastgesteld in het gemeentelijke geluidsbeleid (zie paragraaf 3.3). De maximale grenswaarde die kan worden verleend is afhankelijk van de situatie en is in beginsel voor stedelijke situaties maximaal 63 dB en voor buitenstedelijke situaties maximaal 53 dB.

Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden zal onder andere onderzoek moeten plaatsvinden naar de geluidswering van de betreffende woningen. De eisen met betrekking tot de minimale geluidswering van de gevel zijn opgenomen in het Bouwbesluit 2012.

3.2

Railverkeerslawaai In de Wet geluidhinder [1] zijn de grenswaarden gegeven voor railverkeerslawaai. Binnen de geluidszone van een spoorweg wordt de hoogte van de geluidsbelasting vastgesteld en getoetst aan de voorkeursgrenswaarde voor railverkeerslawaai. Deze waarde bedraagt voor woningen in nieuwe situaties Lden = 55 dB. Indien de grenswaarde wordt overschreden kan in veel gevallen door Burgemeester en Wethouders een hogere grenswaarde worden vastgesteld. Het verlenen van een hogere grenswaarde moet nader gemotiveerd worden. De ontheffingsgronden voor hogere grenswaarden zijn vastgesteld in het gemeentelijke geluidsbeleid (zie paragraaf 3.3). De maximale grenswaarde die wettelijk voor spoorweglawaai kan worden verleend bedraagt bij nieuwe woningen Lden = 68 dB.

3.3

Gemeentelijk beleid Rotterdam In hoofdlijnen omtrent het Hogere Waardenbeleid van in de regio Rijnmond staat het volgende beschreven in ‘Handreiking Bouwen op geluidbelaste locatie’ van mei 2011. Gemeenten hebben ingezet om de leefomgevingskwaliteit in het algemeen te optimaliseren. Dit impliceert dat ook voor de geluidsbelaste locaties nieuwe ontwikkelingen nadrukkelijk zullen worden getoetst aan de leefomgevingskwaliteit. Het gaat immers niet (alleen) om de cijfertjes, maar vooral om het voorkomen van hinder voor toekomstige bewoners en/of gebruikers. De uitdaging is om de

M+P.MEES.20.09.1 | 31 maart 2021

9

bestaande geluidsbelasting in een gebied zodanig te verminderen door aanpak van de bron of door het treffen van overdrachtsmaatregelen om de geluidsbelasting in het plangebied geheel of deels te verlagen. Als deze maatregelen niet doeltreffend of efficiënt zijn, dan is het van belang om in de ontwerpfase de aspecten als ‘minimalisering van het aantal blootgestelde woningen1’, ‘bouwen met een geluidluwe zijde’, ‘creëren van een geluidluwe buitenruimte al of niet een gezamenlijke’, ‘een akoestisch goede indeling van woningen’ mee te nemen. Gesteld kan worden dat “hoe verder de geluidsbelasting af ligt van de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting” en “hoe dichter de maximaal te ontheffen waarde wordt benaderd” er meer akoestische en/of non- akoestische maatregelen moeten worden getroffen om de leefomgevingskwaliteit binnen bepaalde marges te houden. Van belang is te voorkomen dat “hinder” op “hinder” wordt gestapeld. Als de geluidsbelasting hoog is, dan moeten andere hinderlijke factoren zo goed mogelijk worden geminimaliseerd en moeten positieve factoren zo veel mogelijk worden ingebracht in het plan.

Kernpunten van het beleid zijn: ▪ In een zo vroeg mogelijk stadium van de planvorming en bij verdere uitwerking van ruimtelijke plannen rekening houden met het geluidaspect; ▪ Het aantal blootgestelden in een plan minimaliseren door bij planontwikkeling rekening te houden met de aanwezige geluidsbron(nen); ▪ Bij voorkeur maatregelen aan de bron en in de overdracht treffen; ▪ Woningen in principe voorzien van een geluidluwe zijde en een buitenruimte aan de geluidluwe zijde; ▪ Woon- en slaapvertrekken in principe niet aan de geluidbelaste zijde situeren; ▪ Het aantal blootgestelden bij reconstructie van een (spoor)weg minimaliseren door het treffen van bij voorkeur maatregelen aan de bron en in de overdracht. ▪ Maatregelen overwegen bij bouwen boven de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting.

3.4

Cumulatie In de Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 [3] is in bijlage I een rekenmethode opgenomen “cumulatie geluidsbelasting”. Indien de zogenaamde voorkeurswaarde (48 dB wegverkeer, 55 dB railverkeer of 50 dB industrielawaai) wordt overschreden, zal worden vastgesteld of er bijvoorbeeld bij een woning sprake is van een relevante geluidsbelasting vanwege meerdere bronnen. In deze rekenmethode wordt de cumulatieve geluidsbelasting (totaal gesommeerde geluidsbelasting) vanwege de relevante geluidsbronnen bepaald. In artikel 110a van de Wet geluidhinder 2012 [1] staat dat alleen een hogere grenswaarde mag worden vastgesteld als de gecumuleerde geluidsbelastingen niet leiden tot een onaanvaardbare geluidsbelasting. Er dient gemotiveerd te worden dat er rekening is gehouden met eventueel getroffen bron- en overdrachtsmaatregelen.

1

10

Geluidsgevoelige bestemmingen M+P.MEES.20.09.1

4

Bepalingsmethode en invoergegevens

4.1

Wegverkeer Rekenmethode II De geluidbelastingsberekeningen zijn, per weg, uitgevoerd volgens de standaard rekenmethode II van het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 [3]. Bij de berekeningen is uitgegaan van gegevens inzake: ▪ de verkeersintensiteiten, onderverdeeld naar lichte, middelzware en zware motorvoertuigen; ▪ de rijsnelheden; ▪ het type wegdek; ▪ de weghoogte en het wegprofiel. Voorts is rekening gehouden met: ▪ de afstand tussen de weg en de nieuw te bouwen woning; ▪ de aanwezigheid van groenstroken in verband met bodemdemping; ▪ reflecties afkomstig van tegenoverliggende bebouwing; ▪ afscherming vanwege tussenliggende bebouwing, schermen of wallen. De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma geomilieu versie 5.21.

4.2

Railverkeer Rekenmethode II De geluidbelastingsberekeningen zijn, per weg, uitgevoerd volgens de standaard rekenmethode II van het Reken- en Meetvoorschrift Geluid 2012 [3]. Bij de berekeningen is uitgegaan van gegevens inzake: ▪ het aantal rekeneenheden per uur, onderverdeeld naar voertuigcategorie; ▪ de rijsnelheden en remfracties; ▪ het type bovenbouw; ▪ de spoorhoogte en het spoorprofiel. Voorts is rekening gehouden met: ▪ de afstand tussen het spoor en de nieuw te bouwen woning; ▪ de aanwezigheid van groenstroken in verband met bodemdemping; ▪ reflecties afkomstig van tegenoverliggende bebouwing; ▪ afscherming vanwege tussenliggende bebouwing, schermen of wallen. De berekeningen zijn uitgevoerd met het programma geomilieu versie 5.21.

4.3

Invoergegevens wegverkeer Voor de berekeningen van de geluidsbelastingen van de rijksweg zijn de gegevens uit het geluidregister van Rijkswaterstaat gebruikt (www.rijkswaterstaat/geluidregister). De gegevens zijn gedownload op 25-03-2020. Voor de berekeningen van het wegverkeerslawaai zijn de verkeersgegevens gebruikt van Gemeente Rotterdam, Stadsontwikkeling, afdeling Mobiliteit, voor het prognosejaar 2030.

M+P.MEES.20.09.1 | 31 maart 2021

11

In tabel II zijn de verkeersgegevens opgenomen. tabel II

Verkeersgegevens t.b.v. akoestisch onderzoek Hoofdweg 480-490 te Rotterdam Voertuigcategorie

Gem. uurintensiteit, periode

Wegvak

Capelseweg, ten noorden van Hoofdweg

Capelseweg, ten zuiden van Hoofdweg

Djeddalaan

Grote Beer, ten noorden van Hoofdweg secundair

Grote Beer, ten noorden van Zuiderkruisstraat

Grote Beer, ten zuiden van Zuiderkruisstraat

Hoofdweg

Hoofdweg

Hoofdweg

Hoofdweg

12

Rijsnelheid [km/h] dag

avond

nacht

LV

2115

1095

302

MV

123

33

21

ZV

48

17

10

LV

1282

664

184

MV

26

7

4

ZV

10

4

2

LV

214

99

16

MV

4

1

0

ZV

1

0

0

LV

550

254

47

MV

23

6

2

ZV

7

2

0

LV

538

248

45

MV

23

6

2

ZV

7

2

0

LV

329

151

27

MV

9

2

0

ZV

2

0

0

LV

1375

712

196

MV

26

7

4

ZV

10

4

2

LV

1942

1005

278

MV

31

9

5

ZV

12

4

2

LV

1347

697

193

MV

40

10

6

ZV

16

6

4

LV

54

24

4

MV

2

0

0

ZV

0

0

0

50

50

30

50

50

50

50

50

50

30

M+P.MEES.20.09.1

Voertuigcategorie

Gem. uurintensiteit, periode

Wegvak

Kleine Beer

Schorpioenstraat

Watermanweg

Watermanweg

4.4

Rijsnelheid [km/h] dag

avond

nacht

LV

781

360

61

MV

5

1

0

ZV

1

0

0

LV

679

314

53

MV

4

1

0

ZV

1

0

0

LV

451

208

35

MV

18

5

3

ZV

5

1

1

LV

110

50

9

MV

2

0

0

ZV

0

0

0

30

30

30

30

Invoergegevens railverkeer Voor de berekeningen van het railverkeerslawaai zijn de gegevens uit het geluidregister van ProRail gebruikt (www.geluidregisterspoor.nl). De gegevens zijn gedateerd op 25-03-2020 en gedownload op 25-03-2020.

M+P.MEES.20.09.1 | 31 maart 2021

13

5

Rekenresultaten, beoordeling een aanbeveling

5.1

Rekenresultaten In Bijlage A worden zowel het model wegverkeerslawaai als het model railverkeerslawaai voor Hoofdweg 480-490 te Rotterdam weergegeven. De waarneempunten aan de gebouwen zijn weergegeven in figuur 6 van Bijlage A. Een volledig overzicht van de berekende geluidsbelastingen voor zowel weg- als railverkeer is terug te vinden in Bijlage B.

5.1.1

Wegverkeer Uit de berekeningen blijkt dat de maximale geluidsbelasting vanwege de wegen: Djeddalaan en Hoofdweg (primair) op het gebouw Lden respectievelijk 53 dB en 61 dB na aftrek (zie paragraaf 3.1) bedraagt. Deze waarden overschrijden de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai. Er zijn hogere waarden nodig. De maximale ontheffingswaarde bedraagt voor deze wegen 63 dB. Deze waarde wordt niet overschreden. Uit de berekeningen blijkt dat de geluidsbelasting vanwege de wegen secundaire Hoofdweg, Capelseweg, Grote Beer, Kleine Beer/ Schorpioenstraat, Watermanweg Lden ≤48 dB na aftrek bedraagt. Deze waarde voldoet aan de voorkeursgrenswaarde op een gevel van de geluidsgevoelige bestemming en is daarmee niet relevant. Voor de rijksweg A20 bedraagt de maximale geluidsbelasting 51 dB na aftrek. Deze waarde overschrijdt de voorkeursgrenswaarde voor wegverkeerslawaai. Er zijn hogere waarden nodig. De maximale ontheffingswaarde bedraagt hier 53 dB. Deze waarde wordt niet overschreden. I (61 dB) IV (58 dB)

I (61 dB // cum 65 dB) II (58 dB)

Noord Blok

III (<48 dB)

IV (58 dB)

Noord Toren

II (57 dB // cum 61 dB)

I (54 dB // cum 61 dB) III (<48 dB) IV (54 dB)

Zuid Toren

II (50 dB)

I (51 dB) IV (<48 dB)

III (<48 dB)

figuur 3

14

Zuid Blok

II (54 dB)

III (<48 dB)

Berekende maximale Lden op het bouwplan Hoofdweg 480-490 te Rotterdam vanwege de maatgevende Hoofdweg M+P.MEES.20.09.1

5.1.2

Railverkeer Uit de berekeningen blijkt dat de geluidsbelasting vanwege het spoor maximaal 54 dB bedraagt. Deze waarde voldoet aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB. Er zijn vanwege railverkeer geen hogere waarden nodig.

5.2

Beoordeling en aanbeveling De geluidsbelasting afkomstig van de wegen Djeddalaan, Hoofdweg en de Rijksweg A20 is hoger dan de voorkeursgrenswaarde en lager dan de maximale ontheffingswaarde die de wettelijke kader van wegverkeerslawaai toestaat. Er is geen overschrijding van de voorkeursgrenswaarde van railverkeerslawaai. Er zijn hogere waarden nodig vanwege wegverkeerslawaai afkomstig van verschillende wegen. Er is sprake van cumulatie van geluid van verschillende bronnen. De gecumuleerde geluidsbelasting bedraagt maximaal 65 dB (in wegverkeerslawaai-equivalenten, exclusief aftrek). In het kader van een goede ruimtelijke ordening kan er overwogen worden diverse maatregelen te treffen voor het reduceren van de geluidsbelasting. Er kan gedacht worden aan de volgende maatregelen: ▪ Het toepassen van stil asfalt op de niet-rijkswegen, zoals een stil steenmastiekasfalt (SMA) of dunne geluidsreducerende deklaag. Echter hierbij moet de kanttekening worden geplaatst dat voor langzaam rijdend verkeer met veel optrekken, afremmen, op- en afdraaien de meeste wegdekken niet duurzaam genoeg zijn; ▪ Bij de rijksweg is een geluidsreducerend wegverharding toegepast. Het geluidsniveau zou kunnen worden beperkt met een scherm. Vanwege de afstand tot de weg zou de schermlengte ten minste 2.000 m moeten bedragen om effectief te zijn.

Een dergelijk scherm is voor alleen dit plan zeer kostbaar en daarmee niet doelmatig. Daarbij komt het feit dat andere geluidsbronnen het geluid van de rijksweg overstemmen, waarmee het effect op de woonbeleving nihil zou zijn; ▪ Door een slimme situering van bepaalde bestemmingen (bijvoorbeeld niet geluidsgevoelige bestemmingen) aan de hoog geluidsbelaste gevels, kan door de afschermende werking voor andere geluidsgevoelige bestemmingen een goed akoestisch woon-en leefklimaat gecreëerd worden; ▪ Uiteraard kunnen er ook maatregelen toegepast worden bij de ontvanger: loggia’s, geluidschermen aan gevel (vlies of raam) of indeling van de woningen (slaapkamers aan minst belaste zijde). Bij de bouwvergunningsaanvraag dient een rapport ingediend worden met daarin berekeningen van de geluidswering conform het Bouwbesluit 2012 [2] om zo het binnenniveau te garanderen. Deze verplichting is aanwezig omdat er een hogere waarden verleend moet worden.

M+P.MEES.20.09.1 | 31 maart 2021

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=da0b635d-f051-4477-b599-2d72387fe418