21bb14393 Bijlage 6 behorende bij 21bb14397 Jaarplan 2022
Tekst van het document
Centrale kosten – zoals de kosten voor administratie, beheer en bestuur (ABB)– worden over de sectoren verdeeld volgens een vaste verdeelsleutel.
De financiële resultaten van de scholen worden toegevoegd aan het weerstandsvermogen van de individuele scholen.
Scholen hebben een rendement van 1% opgenomen in hun begroting als het weerstandsvermogen in de sector lager is dan 10%. Als het weerstandsvermogen in de sector en van de scholengroep meer dan 10% is, is de eis gesteld een rendement van minimaal 0% te begroten.
Ook in 2022 zal er nog geen structurele oplossing zijn voor het lerarentekort. Door actieve werving van personeel, inclusief zij-instromers, en door anders organiseren wordt getracht de externe inhuur tot een minimum te beperken. Dit is niet van toepassing op de inzet voor NPO en andere subsidies in het kader van pandemie.
30
Er is nog geen rekening gehouden met de ophanden zijnde (landelijke) wijziging in de voorziening groot onderhoud. In 2020 heeft er een extra dotatie plaatsgevonden van € 2,7 miljoen, vooruitlopend op de definitieve invoering.
In onderstaande tabel is de begroting voor het jaar 2022 opgenomen. Bedragen in € 1.000
Omschrijving
Realisatie 2020
Begroting 2021
Prognose 2021
Begroting 2022
Baten Rijksbijdragen Ministerie van OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal baten
269.347 16.206 11.935 297.488
267.203 14.005 10.459 291.667
297.380 18.929 12.623 328.931
303.923 15.406 11.359 330.688
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten
245.002 5.322 22.701 27.585 300.610
237.157 5.994 19.965 27.552 290.668
263.181 6.444 21.523 31.034 322.182
273.312 7.112 20.314 32.583 333.321
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering
-3.121
999
6.749
-2.633
Financiële baten en lasten
-1260
-480
-481
-465
Resultaat
-4.381
519
6.268
-3.097
Dotatie bestemmingsreserve Vrijval bestemmingsreserve Resultaat na bestemmingsreserve
0 5.763 1.382
0 475 994
0 642 6.910
0 542 -2.555
Toelichting Het totaalbeeld over de prognose 2021 en begroting 2022 wijkt sterk af van de begroting 2021. Dit komt door de extra bijdragen van het Rijk ter bestrijding van de vertragingen van de leerachterstanden als gevolg van corona, zoals NPO. Hier staan extra lasten tegenover voor het uitvoeren van de activiteiten hiervoor. Ook de tariefsverhoging van de Rijksbekostigingen heeft tot een toename van de baten geleid. In de resultaatbestemming over 2021 gedurende het jaarrekeningproces zal worden beoordeeld of er een extra dotatie aan de voorziening groot onderhoud gedaan zal worden in verband met de aanstaande stelselwijziging. Tevens kan beoordeeld worden of er een bestemmingsreserve gevormd kan worden ten behoeve van het vervallen van de vordering op OCW in 2022, door de invoering van de vereenvoudigde bekostiging in het primair onderwijs. In 2022 vervalt door de invoering van de vereenvoudigde bekostiging po per 1 januari 2023 de vordering op OCW. In de huidige situatie hanteert het rijk een betaalritme
31
waarbij in het eerste deel van het schooljaar niet 41,7% (5/12) maar slechts 34,5% wordt uitbetaald. In onze baten gaan wij er van uit dat we wel 41,7% ontvangen, dit resulteert in een vordering op OCW op balansdatum. We doen dit omdat de kosten lineair verdeeld zijn. Het ministerie heeft aangegeven dit betaalritme niet te zullen wijzigen bij de overgang naar de nieuwe bekostiging. Dit betekent dat wij over de laatste vijf maanden van 2022 ook slechts 34,5% uitbetaald krijgen en dat het ontbrekende deel niet gecompenseerd wordt. Dit betekent dat er in 2022 voor de sectoren (s)bao en (v)so € 8 miljoen minder bekostiging (minder baten) ontvangen zal worden. Voor nadere toelichting zie de toelichtingen op de baten en lasten en de toelichting op de meerjarenbegroting en sectorbegrotingen. In onderstaande tabel zijn de belangrijkste verschillen in de Rijksbijdragen tussen 2020, 2021 en 2022 opgenomen. De in bovenstaande toelichting genoemde redenen, worden hierin inzichtelijk gemaakt. Rijksbijdragen Ministerie van OCW Reguliere Rijksbijdragen Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Arbeidsmarkttoelage NPO Inhaal- en ondersteuningsprogramma Slim organiseren/Extra hulp voor de klas Overgangsregeling vereenvoudigde bekostiging vo Correctie betaalritme po Totaal Rijksbijdragen
Realisatie 2020 268.111
1.237
269.347
Begroting 2e Forecast 2021 2021 267.203 271.468 13.995 3.194 6.123 2.600
267.203
297.380
Begroting 2022 274.030 26.836 7.665 4.056 -670 -7.994 303.923
Het verschil tussen de begroting 2021 en de prognose 2021 wordt nader toegelicht in de 2e voortgangsrapportage.
5.2.
Meerjarenbegroting 2022-2026 In de meerjarenbegroting 2022-2026 is, naast de reeds genoemde uitgangspunten, rekening gehouden met:
De structurele doorwerking van de cijfers uit de prognose 2021.
De ontwikkeling van het leerlingaantal.
Alle overige van belang zijnde verwachtingen.
32
Bedragen in € 1.000
Omschrijving Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten Lasten Personele lasten Afschrijvingslasten Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten
2022
2023
2024
2025
2026
303.923 15.406 11.359 330.688
296.532 14.916 10.665 322.113
280.431 14.434 10.327 305.191
281.976 14.425 10.387 306.789
283.416 14.481 10.596 308.494
273.312 7.112 20.314 32.583 333.321
259.090 7.503 20.010 31.251 317.853
247.923 7.421 20.352 28.114 303.810
248.905 7.010 20.412 28.392 304.719
249.569 6.471 20.441 28.680 305.162
-2.633
4.260
1.382
2.070
3.331
-465
-436
-414
-392
-372
-3.097
3.824
968
1.678
2.960
0 542
0 55
0 55
0 55
0 5
-2.555
3.878
1.022
1.732
2.964
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten Resultaat Dotatie bestemmingsreserve Vrijval bestemmingsreserve Resultaat na bestemmingsreserve
Het resultaat over 2023 is hoger dan waar in een normale situatie op gestuurd wordt, omdat een klein deel van de NPO activiteiten door reguliere formatie wordt uitgevoerd. Als de tarieven voor het tweede jaar van de NPO middelen hoger worden vastgesteld dan waar in de begroting van uitgegaan is, zullen zowel de baten als de lasten hoger worden. De gehanteerde tarieven voor het tweede jaar zijn conform de informatie van OCW, € 500,- per leerling. Dit is beduidend lager dan de tarieven voor het eerste jaar. Eventuele bijstelling wordt bekendgemaakt na de evaluatie in het voorjaar van 2022. Momenteel wordt gewerkt aan de voorbereiding van een internationale campus. Stichting BOOR heeft de bereidheid uitgesproken hieraan financieel bij te dragen. Dit is nog niet verwerkt in de begroting, omdat dit buiten de planperiode valt. Verder zijn de opvallende ontwikkelingen:
Dalende Rijksbekostiging vanaf 2024. Dit komt door het tijdelijke karakter van de NPO bekostiging (nadere toelichtingen zijn opgenomen in de begrotingen per sector). Vanaf 2025 volgen de inkomsten de verwachte stijging van de leerlingaantallen.
Personele lasten. Vanaf 2023 dalen de personele lasten door de afloop van de NPO bekostiging. Vanaf 2024 stijgen de personele lasten door groei van de formatie, die gelijke tred houdt met de ontwikkeling van de leerlingaantallen.
Stijgende afschrijvingskosten vanaf 2021 tot 2023. De afschrijvingskosten stijgen in 2023 en 2024 door de ingebruikname van de nieuwbouw en renovaties, de investeringen in het kader van het ICT verbeterprogramma en investeringen in het kader van NPO. Vanaf 2025 dalen de afschrijvingslasten, omdat op dit moment investeringen nog niet bekend zijn.
33
5.3.
Overige materiele lasten In 2022 en 2023 zijn voor de uitvoering van de plannen voor NPO extra kosten opgenomen voor leerling activiteiten en leermiddelen. Vanaf 2024 vallen deze kosten weg en daardoor zijn de overige materiele lasten lager.
Ontwikkeling resultaat voor bestemmingsreserve. Het resultaat is in 2022 negatief door het wegvallen van de vordering op OCW in het primair onderwijs. Vanaf 2023 zijn alle begrotingsjaren positief, waardoor het bedrag van het weerstandsvermogen verder opgebouwd gaat worden.
Meerjarige balansprognose Naast de begroting van onze baten en lasten, is ook een prognose gemaakt van de verwachte ontwikkeling van onze balans. Deze is als volgt: Bedragen in € 1.000 per 31 december
Activa Vaste activa Materiële vaste activa Financiële vaste activa
Jaarverslag 2020
Prognose 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
61.046 65
65.417 65
70.002 65
71.191 65
67.629 65
63.109 65
58.726 65
Vlottende activa Voorraden Vorderingen Liquide middelen
13.936 33.837
14.869 42.148
15.196 47.142
14.827 42.849
14.022 39.947
14.099 38.827
14.171 36.601
Totaal activa
108.884
122.499
132.405
128.932
121.663
116.100
109.563
2020 29.249 19.395 16.216 44.024
2021 35.517 12.508 15.575 58.899
2022 32.419 11.724 14.934 73.327
2023 36.243 14.522 14.293 63.874
2024 37.211 18.394 13.652 52.406
2025 38.888 22.697 13.011 41.503
2026 41.848 24.739 12.370 30.606
108.884
122.499
132.405
128.932
121.663
116.100
109.563
Passiva Eigen vermogen (incl. bestemmingsreserves) Voorzieningen Langlopende schulden Kortlopende schulden Totaal passiva
De meest opvallende ontwikkelingen zijn:
De toename van de materiele vaste activa in 2021, 2022 en 2023 komt door nieuwbouw van scholen.
De liquide middelen stijgen in 2021, 2022 en 2023 door de ontvangst van de NPO middelen.
Het eigen vermogen neemt meerjarig toe door de positieve resultaten.
De post voorzieningen betreft de personele voorzieningen en de voorziening voor het groot onderhoud van de gebouwen. De dotatie aan de voorziening groot onderhoud is het gemiddelde over een onderhoudsperiode van 20 jaar. De onderhoudslasten zijn echter niet jaarlijks gelijk, waardoor de omvang van de voorzieningen ook niet jaarlijks gelijk is. Tot 2025 stijgt de voorziening onderhoud, omdat er minder onttrekkingen zijn gepland dan de hoogte van de dotatie. Dit wordt na de begrotingsperiode rechtgetrokken. De voorziening groot onderhoud zal worden omgezet naar de componenten methode, dit is nog niet verwerkt.
De langlopende schulden nemen af door de aflossing van de leningen voor de nieuwbouw en de uitbreiding in Lansingerland.
34
5.4.
Kengetallen De cijfers in de meerjarenbegroting en de balansprognose komen tot uitdrukking in een aantal kengetallen die een beeld geven van de financiële positie van BOOR. De ontwikkeling van de kengetallen is als volgt: Kengetallen exploitatie Rentabiliteit Kosten per leerling totaal Kosten per leerling (s)bao Kosten per leerling vo Kosten per leerling (v)so Aandeel personele lasten Aandeel materiële lasten
2020 -1,47% € 9.862 € 7.660 € 10.258 € 25.518 81,50% 18,50%
2021 1,91% € 10.601 € 8.197 € 11.253 € 26.749 81,69% 18,31%
2022 -0,94% € 11.086 € 8.500 € 11.746 € 28.226 82,00% 18,00%
2023 1,20% € 10.602 € 8.055 € 11.428 € 25.251 81,51% 18,49%
2024 0,33% € 9.775 € 7.377 € 10.506 € 23.912 81,60% 18,40%
2025 0,56% € 9.736 € 7.318 € 10.470 € 23.998 81,68% 18,32%
2026 0,96% € 9.667 € 7.259 € 10.379 € 23.937 81,78% 18,22%
De kengetallen over 2021 zijn gebaseerd op de prognose. De rentabiliteit 2021 is hoger door de extra middelen. In 2022 is de rentabiliteit negatief door het wegvallen van de vordering op OCW in het primair onderwijs. De kosten per leerling in 2021, 2022 en 2023 zijn hoger door de extra inzet voor NPO, vanaf 2024 komen deze weer uit op het normale niveau. Kengetallen balans Solvabiliteit 2 (> 30%) ¹ Liquiditeit (> 75%)
²
Kapitalisatiefactor (< 35%)
³
Weerstandsvermogen (> 10%) ⁴ Weerstandsvermogen excl. wegvallen vordering OCW Weerstandsvermogen + voorzieningen
⁵
2020 44,68%
2021 39,20%
2022 33,34%
2023 39,37%
2024 45,70%
2025 53,05%
2026 60,77%
108,52%
96,80%
85,01%
90,30%
102,98%
127,52%
165,89%
27,30%
29,94%
26,67%
26,30%
24,72%
22,96%
21,02%
9,83% 9,83% 14,54%
10,80% 10,80% 14,60%
9,80% 12,22% 13,35%
11,25% 13,73% 15,76%
12,19% 14,81% 18,22%
12,68% 15,28% 20,07%
13,57% 16,16% 21,58%
1. De solvabiliteit is de verhouding tussen het eigen vermogen plus de voorzieningen en het totale vermogen. De Inspectie hanteert een ondergrens van 30%, daar zitten we sinds 2015 boven. 2. Het kengetal voor de liquiditeit wordt berekend door de vlottende activa uit te drukken in een percentage van de kortlopende schulden. De daling vanaf 2020 wordt verklaard door de oplevering van de gebouwen in Lansingerland en oplevering van panden in de sector (v)so en (s)bao. In 2022 zien we een daling door het wegvallen van de vordering op OCW. In bijlage 1 is een meerjarige liquiditeitsprognose opgenomen waaruit de kasstromen van BOOR blijken. 3. De kapitalisatiefactor wordt berekend door het balanstotaal (exclusief gebouwen) te delen door de totale baten. Een te hoge factor zou kunnen impliceren dat het vermogen te groot is ten opzichte van de totale baten. Bij grote onderwijsinstellingen – zoals BOOR – zou deze ratio maximaal 35% mogen bedragen. Daar blijft BOOR de komende jaren onder. 4. Het weerstandsvermogen (buffer voor het opvangen van risico’s) wordt berekend door het eigen vermogen te delen door de totale baten. De Inspectie hanteert daarbij een ondergrens van 5%. BOOR heeft zichzelf in 2015 een eigen norm van 10% opgelegd, waarbij op scholengroep gestuurd wordt. Het weerstandsvermogen zal na afloop van 2021 ook boven de eigen norm van 10% uitkomen. Op basis van
35
de huidige begroting zal door het wegvallen van de vordering op OCW het percentage voor een jaar dalen tot net onder de eigen norm, waarna er weer een herstel optreedt vanaf 2023. In de tabel is cursief weergegeven wat het percentage weerstandsvermogen zou zijn indien de vordering op OCW niet weg zou vallen. In onderstaande grafiek de grafische weergave van de ontwikkeling van het weerstandsvermogen inclusief bestemmingsreserves.
De jaartallen geven de stand weer per 31 december van het betreffende jaar
5. Het weerstandsvermogen en de voorzieningen samen vormen de basis voor de solvabiliteit van BOOR. De fluctuaties die er zijn, zijn een gevolg van de exploitatieresultaten en schommelingen in de voorziening groot onderhoud. De waarde blijft vanaf 2021 boven de 13%. De kengetallen laten een gezond beeld zien en blijven boven de door de Inspectie gehanteerde ondergrenzen.
5.5.
Ontwikkeling leerlingenaantal De verwachte ontwikkeling van de leerlingenaantallen per sector is als volgt: Begrotingsjaar 2017 2018 2019 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 teldatum 1-10-2016 1-10-2017 1-10-2018 1-10-2019 1-10-2020 1-10-2021 1-2-2022 1-2-2023 1-2-2024 1-2-2025 Sector (speciaal) basisonderwijs 17.955 17.621 17.710 17.427 17.023 16.773 17.464 17.490 17.547 17.643 Sector (voortgezet) speciaal onderwijs 1.980 2.042 2.045 2.082 2.134 2.283 2.365 2.358 2.363 2.363 Totaal primair onderwijs 19.935 19.663 19.755 19.509 19.157 19.056 19.829 19.848 19.910 20.006 teldatum 1-10-2016 1-10-2017 1-10-2018 1-10-2019 1-10-2020 1-10-2021 1-10-2022 1-10-2023 1-10-2024 1-10-2025 Sector voortgezet onderwijs 10.823 10.872 10.728 10.882 10.910 10.925 11.250 11.451 11.657 11.864 Totaal 30.758 30.535 30.483 30.391 30.067 29.981 31.079 31.299 31.567 31.870
Het leerlingaantal in de sector (s)bao daalt per 1 oktober 2021, enerzijds door het sluiten van twee scholen en anderzijds door het saldo van dalende en stijgende
36
leerlingenaantallen op de scholen. Het verschil tussen de teldata 2021 en 2022 wordt in de volgende alinea toegelicht. Het (v)so prognosticeert een flinke eenmalige groei van het aantal leerlingen per 1 oktober 2021, o.a. door grotere reguliere instroom en toename van het aantal leerrecht leerlingen. Meerjarig is het vervolgens de verwachting dat het aantal leerlingen ongeveer gelijk blijft.
Vanaf het bekostigingsjaar 2023 wordt voor de vereenvoudigde bekostiging po de teldatum gehanteerd van 1 februari voorafgaand aan het bekostigingsjaar. Daardoor lijkt er in bovenstaande tabel een stijging in het leerlingenaantal van vooral de sector (s)bao verwacht te worden. Dit geeft echter een vertekend beeld, omdat er op de nieuwe teldatum vier maanden meer instroom heeft plaatsgevonden. Het aantal leerlingen in de sector po van de laatste jaren en de prognose op 1 februari laat het volgende beeld zien; Begrotingsjaar 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 teldatum 1-2-2019 1-2-2020 1-2-2021 1-2-2022 1-2-2023 1-2-2024 1-2-2025 Sector (speciaal) basisonderwijs 18.384 18.204 17.345 17.464 17.490 17.547 17.643 Sector (voortgezet) speciaal onderwijs 2.058 2.100 2.163 2.365 2.358 2.363 2.363 Totaal 20.442 20.304 19.508 19.829 19.848 19.910 20.006
Het vo verwacht per 1 oktober 2021 een kleine stijging, vanaf 2022 wordt een sterkere stijging verwacht. Deze stijging meerjarig is een gevolg van de ingebruikname van nieuwe gebouwen van de Wolfert groep en een conceptwijziging bij Thorbecke.
5.6.
Toelichting baten De geraamde baten bestaan uit diverse onderdelen. In onderstaande tabel zijn deze onderdelen weergegeven. Grote en bijzondere posten worden toegelicht.
37
Bedragen in € 1.000
Omschrijving Rijksbijdragen Ministerie van OCW Rijksbijdrage personeel Vereenvoudigde bekostiging vo Rijksbijdrage materieel Overige subsidies OCW Rijksbijdrage Personeels- en arbeidsmarktbeleid Ontvangen doorbetalingen rijksbijdragen SWV Totaal rijksbijdragen
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
194.445
194.383
30.590 22.046 17.205 5.060 269.347
30.255 20.485 17.473 4.606 267.203
150.272 92.288 17.875 19.025 19.722 4.741 303.923
Overige overheidsbijdragen Subsidie ROB Gemeentelijke bijdragen overig Gemeentelijke bijdragen – Huisvesting Overige Totaal overige overheidsbijdragen
13.792 443 1.494 477 16.206
12.462 174 1.100 270 14.005
12.898 110 1.131 1.267 15.406
Overige baten Ouderbijdragen Doorberekende salarissen aan derden Verhuur lokaliteiten Overige bijdragen Totaal overige baten
5.926 493 879 4.637 11.935
7.073 208 560 2.619 10.459
7.337 345 556 3.121 11.359
Totaal Baten
297.488
291.667
330.688
Rijksbijdragen De rijksbijdragen voor het voortgezet onderwijs zijn berekend op basis van het verwachte leerlingaantal per 1 oktober 2021 en voor het primair onderwijs op basis van het leerlingaantal op 1 oktober 2020 (voor schooljaar 2021/2022) en de verwachting voor 1 oktober 2021 (de maanden augustus tot en met december voor schooljaar 2022/2023). Voor de vereenvoudigde bekostiging primair onderwijs vanaf kalenderjaar 2023 is de teldatum 1 februari, de eerste keer dus op 1 februari 2022. Door middel van scenarioberekeningen in de begrotingstool kan worden vastgesteld of fluctuaties in het geprognosticeerde leerlingaantal, kunnen worden opgevangen binnen de begroting. Vanaf 2022 zijn voor het vo de personele -, materiele - en leermiddelenbekostiging samengevoegd in de vereenvoudigde bekostiging vo. De NPO middelen zijn opgenomen in de Rijksbijdrage personeel. In de Overige subsidies OCW zijn in 2020 en 2021 de Inhaal- en ondersteuningssubsidie, Slim organiseren en Extra hulp voor de klas opgenomen.
38
Personeel- en arbeidsmarktbeleid is hoger in 2022 omdat de opgeheven subsidie Prestatiebox gedeeltelijk hiernaar verschoven is. Het andere deel van Prestatiebox is overgegaan naar de subsidie Professionalisering en begeleiding starters en directeuren. Overige overheidsbijdragen De Subsidie Rotterdams Onderwijsbeleid (ROB) is gebaseerd op toekenningen door de gemeente Rotterdam. De verdeling van de beschikbare middelen voor alle scholen in Rotterdam vindt grotendeels plaats op basis van de leerlingaantallen. De stijging van de overige overheidsbijdragen/overige komt voor € 0,8 miljoen door de gemeentelijke subsidie voor de Opleidingsschool Rotterdam (OSR) opgenomen. Overige baten De overige bijdragen wordt gevormd door diverse bijdragen, variërend van de opbrengst van diverse schoolprojecten tot de opbrengst van kantines.
5.7.
Toelichting lasten De geraamde lasten bestaan uit diverse onderdelen. In de tabel hierna zijn deze onderdelen weergegeven. Grote en bijzondere posten worden toegelicht.
39
Bedragen in € 1.000
Omschrijving Personele lasten Lonen en salarissen Dotaties personele voorzieningen Personeel niet in loondienst Overige personele lasten Totaal personele lasten
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
220.613 -1.053 16.099 9.342 245.002
217.727 907 9.264 9.259 237.157
244.497 1.270 17.432 10.112 273.312
Afschrijvingen
5.322
5.994
7.112
Huisvestingslasten Huur Onderhoud Energie en water Schoonmaakkosten Heffingen Overige huisvestingslasten Totaal huisvestingslasten
1.400 10.350 3.964 6.513 137 337 22.701
1.564 7.944 4.073 5.670 248 467 19.965
1.570 7.819 4.293 5.990 225 418 20.314
Overige materiële lasten Administratie en beheerlasten Inventaris, apparatuur en leermiddelen Overige instellingslasten Totaal overige materiële lasten
9.715 8.600 9.270 27.585
13.356 7.753 6.443 27.552
11.264 8.828 12.491 32.583
Totaal lasten
300.610
290.668
333.321
Personele lasten De in de meerjarenbegroting 2022-2026 opgenomen personele lasten zijn afgeleid van de formatieplannen voor de komende (school)jaren. In het meerjarig bestuursformatieplan voor (s)bao en (v)so wordt de geprognosticeerde formatie voor deze sectoren nader toegelicht. Bij de bepalen van de formatie is, naast de onderwijsinhoudelijke afwegingen, rekening gehouden met de ontwikkeling van het leerlingenaantal en de verwachte financiële ontwikkelingen binnen de sectoren en scholen. In de raming zijn ook de voorzienbare mutaties, zoals uitstroom, wijzigingen in werktijdfactor en periodieken meegenomen. Door de extra uitbetaling in 2020 van achterstallig salaris in het primair onderwijs (convenant 2019) zijn in dit jaar de salarislasten € 5,1 miljoen hoger. De reguliere salarislasten waren € 215,1 miljoen. In 2021 (augustus t/m december) en 2022 zijn de salariskosten hoger door extra personele inzet voor de extra middelen die beschikbaar zijn gekomen voor het inlopen van leerachterstanden door corona. Onderstaand een overzicht van de formatie in fte’s:
40
Formatie in fte's (s)bao vo (v)so ABB Totaal
2020 1.365 991 559 128 3.043
2021 1.398 1.017 576 127 3.118
2022 1.414 1.030 613 131 3.188
De lasten voor personeel niet in loondienst zijn geraamd aan de hand van de individuele beoordelingen van de schooldirecties voor extra inzet. Hierbij wordt rekening gehouden met de extra inzetverplichtingen vanwege gesubsidieerde activiteiten en de verwachte extra inhuur van interim medewerkers en inhuur van leerkrachten. De kosten voor inhuur stijgen in 2021, 2022 en 2023 door de inzet voor NPO, het niet kunnen invullen van vacatures als gevolg van het personeelstekort en overige tijdelijke activiteiten. Onderstaand een nadere specificatie van de bedragen die we in de meerjarenbegroting hebben voorzien voor externe inhuur van leerkrachten, directeuren en onderwijsondersteuners, inclusief de inhuur voor activiteiten voor het inlopen van leerachterstanden. Indien door het lerarentekort blijkt dat de activiteiten voor NPO niet met tijdelijke eigen medewerkers kan worden uitgevoerd, zullen de kosten van inhuur stijgen. Realisatie 2020 sector (S)BAO 6.852 sector (V)SO 3.193 sector VO 4.572 ABB 1.545 TOTAAL 16.162 Externe inhuur
Begroting 2021 3.730 3.037 3.179 649 10.594
Begroting 2022 6.067 3.780 6.918 667 17.432
Begroting 2023 4.518 3.132 5.110 522 13.282
Begroting 2024 3.625 2.933 2.512 516 9.586
Begroting 2025 3.450 2.867 2.499 516 9.333
Begroting 2026 3.450 2.867 2.484 516 9.317
Huisvestingslasten De onderhoudskosten over 2020 zijn hoger door een extra dotatie die is gedaan aan de onderhoudsvoorziening, vooruitlopend op de invoering van de wijziging inzake de voorziening onderhoud. De schoonmaakkosten in 2020 zijn hoger, in verband met de extra schoonmaak door corona. Overige materiele lasten In de administratie- en beheerslasten in de begroting 2021 is de doorbetaling aan andere besturen opgenomen, omdat wij penvoerder zijn voor Sterk Techniek Onderwijs (STO). Door een administratieve wijziging wordt deze doorbetaling vanaf 2022 verdeeld over de administratie- en beheerslasten en de overige instellingslasten.
De overige instellingslasten nemen af in de begroting 2021 omdat de kosten en opbrengsten van Opleidingsschool Rotterdam nog niet waren verwerkt bij het opstellen van de begroting. In de realisatie 2020 en begroting 2022 zijn de baten en lasten wel
41
verwerkt. Daarnaast zijn de kosten voor leerling activiteiten, o.a. schoolreizen en activiteiten voor NPO, in 2022 naar verwachting hoger. Toelichting financiële baten en lasten De saldi van de financiële baten en lasten bestaan uit opbrengst op uitstaande gelden en uit rentelasten voor opgenomen leningen. Het bedrag van € 5K betreft een interne lening. Per saldo wordt een last verwacht voor 2022 van € 465.000,-, dit heeft betrekking op de rente op de leningen voor de panden in de gemeente Lansingerland. Dit bedrag is als volgt opgebouwd: Bedragen in € 1.000
Realisatie 2020
Omschrijving Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten
5.8.
Begroting 2021
Begroting 2022
0 -480 -480
5 -469 -465
0 -1.260 -1260
Begroting per sector De begroting 2022 geeft het volgende beeld per sector: Omschrijving Baten Rijksbijdragen Ministerie van OCW Overige overheidsbijdragen Overige baten Totaal Baten Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Resultaat Dotatie bestemmingsreserve Vrijval bestemmingsreserve Resultaat na bestemmingsreserve
(S)BAO
Bedragen in € 1.000
VO
ABB¹
(V)SO
Totaal
129.454 11.958 2.715 144.128
118.116 3.863 7.020 128.999
54.325 1.535 1.461 57.320
0 78 163 241
301.895 17.434 11.359 330.688
114.343 3.269 9.864 17.221 144.696
97.336 2.769 6.772 21.273 128.149
50.095 843 3.242 6.054 60.235
11.538 231 437 -11.965 241
273.312 7.112 20.314 32.583 333.321
-568
850
-2.914
0
-2.633
0 -4 -4
5 -465 -461
0 0 0
0 0 0
5 -469 -465
-572 0
389 0 542 931
-2.914 0
0
-2.914
0
-3.097 0 542 -2.555
-572
Verdeling lasten De totale lasten van BOOR in 2022 zijn als volgt verdeeld over de drie sectoren en administratie, beheer en bestuur (ABB):
42
Het percentage ABB in 2022 bedraagt op basis van voorliggende begroting 4,3%, dit is iets lager dan vorig jaar, door lasten die de extra middelen NPO en Slim organiseren met zich meebrengen. Begroting (speciaal) basisonderwijs De meerjarenbegroting van het (speciaal) basisonderwijs is als volgt: Bedragen in € 1.000 Omschrijving
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten
119.471 11.090 2.271 132.832
115.919 9.783 2.331 128.033
129.454 11.958 2.715 144.128
126.250 9.840 2.236 138.327
118.218 9.514 2.106 129.837
117.840 9.463 1.962 129.265
117.632 9.463 1.977 129.072
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten
106.112 2.473 11.157 15.909 135.652
99.592 2.567 9.879 15.223 127.260
114.343 3.269 9.864 17.221 144.696
105.784 3.403 9.711 16.212 135.110
100.051 3.258 9.673 15.847 128.829
99.477 2.999 9.668 15.854 127.998
99.271 2.617 9.664 15.821 127.373
-2.820
773
-568
3.217
1.008
1.266
1.698
0 -4 -4
0 0 0
0 -4 -4
0 -4 -4
0 -4 -4
0 -4 -4
0 -4 -4
-2.824
773
-572
3.213
1.004
1.262
1.694
4.027 1.203
773
-572
3.213
1.004
1.262
1.694
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Resultaat Dotatie bestemmingsreserve Vrijval bestemmingsreserve Resultaat na bestemmingsreserve
Bijzonderheden:
De baten stijgen ten opzichte van de begroting 2021 door de NPO inkomsten en een stijging van de tarieven van de Rijksbijdrage. Meerjarig daalt deze door het wegvallen van de NPO inkomsten en de negatieve effecten van de invoering van de vereenvoudigde bekostiging. Hiervoor is een overgangsregeling ingesteld, waardoor het negatieve effect geleidelijk over drie kalenderjaren wordt toegepast. Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de reguliere en de tijdelijke Rijksbijdragen.
43
Rijksbijdrage Ministerie van OCW Reguliere Rijksbijdragen Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Arbeidsmarkttoelage NPO Inhaal- en ondersteuningsprogramma Slim organiseren/Extra hulp voor de klas Overgangsregeling vereenvoudigde bekostiging Correctie betaalritme Totaal Rijksbijdragen
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 118.528 115.919 114.522 116.717 116.765 117.102 117.632 13.718 4.883 4.331 2.526 944 1.715 2.124 1.453 738 -4.832 119.471 115.919 129.454 126.250 118.218 117.840 117.632
De personele lasten in de realisatie 2020 zijn hoger door de uitbetaling van de convenantgelden. In 2022 en 2023 stijgen de personele lasten door inzet van extra personeel voor NPO, Slim organiseren en andere tijdelijke inkomsten.
De stijging van de overige materiele lasten in de 2022 en 2023 is een gevolg van de activiteiten voor NPO.
In 2019 is op basis van de extra bekostigingen (convenant) een bestemmingsreserve gevormd. De lasten zijn verwerkt in 2020 en in dat jaar heeft de vrijval bestemmingsreserve plaatsgevonden.
Begroting voortgezet onderwijs De begroting van het voortgezet onderwijs is als volgt: Bedragen in € 1.000
Omschrijving
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten
101.115 3.266 7.483 111.864
101.499 2.977 6.658 111.134
118.116 3.863 7.020 128.999
114.146 3.776 6.949 124.871
108.047 3.621 7.147 118.815
110.080 3.663 7.367 121.110
111.912 3.718 7.576 123.207
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten
87.743 2.017 5.716 14.573 110.049
84.385 2.515 6.180 18.008 111.087
97.336 2.769 6.772 21.273 128.149
94.417 2.801 6.648 20.988 124.853
90.109 2.810 6.938 18.331 118.187
91.592 2.677 7.092 18.530 119.892
92.502 2.528 7.126 18.827 120.984
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering
1.815
47
850
17
628
1.218
2.223
Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten
5 -503 -498
0 -480 -480
5 -465 -461
5 -436 -432
5 -414 -410
5 -393 -388
5 -372 -368
Resultaat
1.317
-433
389
-414
218
830
1.855
Dotatie bestemmingsreserve Vrijval bestemmingsreserve Resultaat na bestemmingsreserve
658 1.975
475 43
542 931
55 -360
55 272
55 884
5 1.859
Toelichting: De baten stijgen ten opzichte van de begroting 2021 door de NPO inkomsten en een stijging van de tarieven van de Rijksbijdrage. Meerjarig stijgt de Rijksbijdrage door toename van het aantal leerlingen. Vanaf 2024 dalen de baten door het aflopen van de regelingen NPO en Sterk Techniek Onderwijs. Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de reguliere Rijksbijdragen en de tijdelijke.
44
Rijksbijdrage Ministerie van OCW Reguliere Rijksbijdragen Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Arbeidsmarkttoelage NPO Inhaal- en ondersteuningsprogramma Sterk Techniek Onderwijs Overgangsregeling vereenvoudigde bekostiging Totaal Rijksbijdragen
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 100.027 98.887 103.930 106.559 108.382 110.248 111.912 10.655 4.592 1.686 984 292 795 2.612 2.514 2.514 -670 -503 -335 -168 101.115 101.499 118.116 114.146 108.047 110.080 111.912
De overige overheidsbijdrage stijgt vanaf 2022 door de inkomsten vanuit het penvoerderschap Opleidingsschool Rotterdam (OSR). Dit was in de begroting nog niet verwerkt.
De personele lasten stijgen in 2022 en 2023 door de inzet voor NPO en de stijging van de reguliere personele inzet. De stijging vanaf 2024 is passend bij de groei van het aantal leerlingen.
De overige materiele lasten stijgen in 2022 en 2023. Dit betreft de uitgaven voor schoolreizen. Vanaf 2024 is het programma Sterk Techniek Onderwijs niet meer in de begroting opgenomen omdat de regeling dan afgelopen is.
De vrijval bestemmingsreserve in 2020 betrof de eenmalige uitkering vo en een deel van het convenant 2019. In de begrotingen 2021 en 2022 betreft de vrijval van de convenantmiddelen.
Begroting (voortgezet) speciaal onderwijs De begroting van het (voortgezet) speciaal onderwijs is als volgt: Bedragen in € 1.000 Omschrijving
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten
48.753 1.448 1.769 51.969
49.758 1.123 1.307 52.189
54.325 1.535 1.461 57.320
56.135 1.222 1.317 58.675
54.166 1.222 910 56.298
54.056 1.222 895 56.173
53.872 1.222 880 55.974
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Totaal lasten
42.662 551 3.175 5.797 52.185
42.235 665 3.419 5.691 52.010
50.095 843 3.242 6.054 60.235
47.423 1.085 3.214 5.927 57.649
46.249 1.163 3.214 5.926 56.552
46.288 1.160 3.214 5.926 56.588
46.271 1.153 3.214 5.926 56.564
-216
179
-2.914
1.025
-255
-415
-589
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
-216
179
-2.914
1.025
-255
-415
-589
1.078 862
179
-2.914
1.025
-255
-415
-589
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Resultaat Dotatie bestemmingreserve Vrijval bestemmingsreserve Resultaat na bestemmingsreserve
Toelichting:
De baten stijgen ten opzichte van de begroting 2021 door de NPO inkomsten en een stijging van de tarieven van de Rijksbijdrage. Meerjarig daalt deze enerzijds door het wegvallen van de NPO inkomsten en de negatieve effecten
45
van de invoering van de vereenvoudigde bekostiging. Anderzijds stijgt de Rijksbijdrage door toename van het aantal leerlingen. Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de reguliere Rijksbijdragen en de tijdelijke. Rijksbijdrage Ministerie van OCW Reguliere Rijksbijdragen Nationaal Programma Onderwijs (NPO) Arbeidsmarkttoelage NPO Inhaal- en ondersteuningsprogramma Slim Organiseren/Extra hulp voor de klas Overgangsregeling vereenvoudigde bekostiging Correctie betaalritme Totaal Rijksbijdragen
Realisatie Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting Begroting 2020 2021 2022 2023 2024 2025 2026 48.752 49.758 49.902 53.975 53.804 53.872 53.872 2.462 666 1.648 961 1 313 533 362 184 -3.162 48.753 49.758 54.325 56.135 54.166 54.056 53.872
De overige baten dalen vanaf 2024 door het vervallen van de subsidie Impuls baankansen.
De personele lasten stijgen ten opzichte van de begroting 2021 als gevolg van de toename van de leerlingaantallen. Vanaf 2022 wordt er in de begroting van uit gegaan dat de benodigde personele inzet wordt ingevuld met vaste formatie (vacatures). In de jaren 2020 en 2021 zijn deze vacatures tijdelijk ingevuld door externe medewerkers, in verband met het lerarentekort.
De afschrijvingslasten stijgen door investeringen in nieuwbouw en/of renovatie van meerdere onderwijslocaties.
Begroting administratie, beheer en bestuur (ABB) De begroting van de kosten voor administratie, beheer en bestuur (ABB) is als volgt: Bedragen in € 1.000 Begroting 2021
Begroting 2022
Begroting 2023
Begroting 2024
Begroting 2025
Begroting 2026
8 403 600 1.011
26 121 163 311
0 78 163 241
0 78 163 241
0 78 163 241
0 78 163 241
0 78 163 241
Lasten Personele lasten Afschrijvingen Huisvestingslasten Overige materiële lasten Doorberekening sectoren Totaal lasten
11.923 281 3.198 1.618 -13.350 3.670
11.115 248 487 2.506 -14.045 311
11.538 231 437 2.915 -14.881 241
11.466 214 437 3.004 -14.881 241
11.514 190 527 2.891 -14.881 241
11.548 174 437 2.963 -14.881 241
11.525 173 437 2.988 -14.881 241
Saldo baten en lasten gewone bedrijfsvoering
-2.659
0
0
0
0
0
0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
0 0 0
-2.659
0
0
0
0
0
0
Omschrijving Baten Rijksbijdrage Ministerie van OCW Overige overheidsbijdrage Overige baten Totaal Baten
Financiële baten en lasten Financiële baten Financiële lasten Totaal financiële baten en lasten Resultaat
Realisatie 2020
Toelichting:
46
De kosten van administratie, beheer en bestuur (ABB) bestaan uit de kosten van het bestuur van de stichting en van BOOR Services. BOOR Services ondersteunt het bestuur en de scholen. Onder de kosten ABB is een budget opgenomen voor bestuurlijke initiatieven. Dit zijn initiatieven die een strategisch belang dienen van het openbaar onderwijs en bij individuele scholen zonder inzet van extra geld niet van de grond komen. Het college van bestuur besluit in samenspraak met de sectoren tot een bestuurlijk initiatief. Het budget is ten opzichte van 2021 gelijk gebleven.
In 2020 heeft er een extra dotatie aan de onderhoudsvoorziening plaatsgevonden van € 2,7 miljoen, vooruitlopend op de definitieve invoering van de (landelijke) wijziging in de voorziening groot onderhoud.
47
6.
Inventarisatie risico’s en onzekerheden Alle gebeurtenissen die BOOR kunnen hinderen om de strategische doelstellingen te behalen worden als risico’s beschouwd. Om inzicht in en grip op de risico’s te houden, is risicomanagement geïmplementeerd binnen BOOR. Dit omvat niet alleen het tijdig signaleren en identificeren van potentiële dreigingen, maar vooral het met een bepaalde mate van zekerheid ervoor zorgen dat ze binnen aanvaardbare proporties blijven. Belangrijkste risico’s en onzekerheden De belangrijkste risico’s en onzekerheden zien wij op het terrein van Coronavertragingen, Personeel en Bedrijfsvoering. Deze thema’s hebben met elkaar gemeen dat ze een essentiële impact hebben op de kwaliteit van het onderwijs zoals wij dit op onze scholen willen bieden. Die onderwijskwaliteit is afhankelijk van de beschikbaarheid van voldoende en goed personeel en vraagt om een efficiënte wijze van uitvoering met ondersteuning van een goede bedrijfsvoering. Om die reden kijken we ook met zorg naar de onderlinge afhankelijkheid van de risico’s en eventuele beheersmaatregelen Coronavertragingen De coronapandemie heeft grote gevolgen voor het funderend onderwijs en in het bijzonder voor de leerlingen.
Ondanks dat scholen hard gewerkt hebben om via afstands- en hybride onderwijs voldoende aandacht te geven aan de ontwikkeling van leerlingen is in het afgelopen jaar bij veel leerlingen een vertraging op hun individuele leerlijn ontstaan ten opzichte van andere schooljaren. Om deze uitdagingen voor leerlingen en voor het onderwijs het hoofd te bieden is een omvangrijk meerjarenprogramma gestart: het Nationaal Programma Onderwijs (NPO). Dit plan zorgt voor herstel van de coronagerelateerde vertragingen in het onderwijs binnen 2,5 jaar, met aandacht voor de kwaliteit van het onderwijs en het welbevinden van leerlingen. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: o Iedere school heeft aan de hand van een probleem- en behoefteanalyse (‘schoolscan’) een schoolplan met maatregelen opgesteld voor de schooljaren 2021/2022 en 2022/2023. o Per sector is in kaart gebracht welke interventies worden ingezet ten aanzien van deze achterstanden. De scholen pakken de uitvoering van het NPO gezamenlijk op binnen hun sector en leren op die manier van elkaar. Voor het (s)bao en (v)so worden hiervoor de structuren van Anders organiseren benut.
48
o o
Voor de uitvoering zijn zowel op landelijk- als op gemeentelijk niveau additionele middelen beschikbaar gesteld. In het jaarverslag rapporteren we over de aanpak en resultaten.
Personeel Een belangrijke randvoorwaarde voor goed onderwijs is voldoende en vitaal personeel. De risico’s en onzekerheden op het gebied van Personeel ervaren we op verschillende vlakken. Enerzijds heeft dit risico betrekking op het aantrekken van voldoende en van voldoende kwalitatief goed personeel en anderzijds heeft het risico betrekking op het behouden en duurzaam inzetbaar houden van de bestaande medewerkers. In het Rotterdamse onderwijs zijn zowel in het basis- als voorgezet onderwijs grote lerarentekorten, onder andere door een relatief grote uitstroom van medewerkers die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken en onvoldoende instroom vanuit de pabo’s en lerarenopleiding. De urgentie is groot. Er is zorg over de wijze waarop kennis en expertise in de scholen kan worden behouden. Door het Nationaal Programma Onderwijs (npo) zien we dat het tekort verder oploopt. Veel scholen gebruiken het tijdelijke npo-geld voor extra handen in de klas of hebben tijdelijke functies gecreëerd om leerlingen met achterstanden te begeleiden. De vraag naar leerkrachten is daardoor gegroeid en komt bovenop het tekort dat er al was. Daarnaast zien we bij scholen met een complexe leerlingpopulatie veel leerkrachten vertrekken naar scholen waar je voor hetzelfde salaris minder werkdruk hebt. De huidige en geraamde lerarentekorten op de langere termijn zijn zorgelijk.
Met name in de grote steden. Hierbij liggen de uitdagingen in het PO net anders dan in het VO. Dit heeft ook de landelijke aandacht. Inmiddels zijn additionele budgetten vrijgemaakt om een arbeidsmarkttoeslag te kunnen toekennen aan het personeel op scholen met een complexe leerlingpopulatie. Deze noodgreep is tijdelijk en is niet structureel geborgd. Daarnaast zijn middelen vrijgemaakt voor de grote steden om het onderwijs anders te organiseren. Dit verlicht de druk op de begroting en maakt de uitvoering van het slim anders organiseren van het onderwijs mogelijk. BOOR stelt alles in het werk om de risico’s met betrekking tot Personeel adequaat te managen. Desondanks blijft het restrisico dat overblijft voor BOOR hoog. De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: o
Meer differentiatie in de taakverdeling in het basisonderwijs, waardoor de continuïteit en kwaliteit niet alleen afhankelijk is van bevoegde leerkrachten. Leerkrachten zijn nog steeds de spil van het onderwijs, maar kunnen zich doordat ze worden ondersteund door andere onderwijsprofessionals, richten op de kern van hun vak: het ontwikkelen en geven van onderwijs. Er ontstaat dan ook ruimte voor specialisaties en in combinatie met loopbaanpaden gekoppeld aan functiebeschrijvingen en salarisschalen biedt dit nieuwe
49
loopbaanperspectieven (uitvoering Programma Anders Organiseren / noodplan Slim Organiseren po en so Rotterdam); o
Participatie in de Opleidingsschool Rotterdam (OSR), waarin goed begeleide opleidingsplaatsen in de aangesloten scholen wordt geboden aan ambitieuze, gemotiveerde eerste- en tweedegraads studenten en docenten. Door regionale samenwerking speelt de OSR een belangrijke rol bij de aanpak van problemen op de arbeidsmarkt in het onderwijs;
o
Participatie in het BOSS-traject, een samenwerkingsverband tussen de Pabo, het Kenniscentrum Talentontwikkeling (KCTO) van Hogeschool Rotterdam (HR) en stichtingen (besturen) voor primair onderwijs, waardoor de instroom uit de PABO’s wordt vergroot;
o
Uitvoering van Strategisch HR-beleid voor het binden, boeien en laten bloeien
o
o
van medewerkers; Uitvoering leiderschapstrajecten interne en externe opleidingstrajecten om de medewerkers te ondersteunen bij het ontwikkelen van hun talenten en daarmee een aantrekkelijk werkgever te zijn; Uitvoering actief mobiliteitsbeleid.
Bedrijfsvoering Op het gebied van bedrijfsvoering zien wij als belangrijkste risico de ontoereikendheid van de bekostiging voor het funderend onderwijs. Onderzoeksbureau McKinsey berekende vorig jaar in opdracht van ocw dat de bekostiging voor het funderend onderwijs toereikend is voor niet meer dan het realiseren van de basiskwaliteit. Het is niet voldoende voor de hogere ambities die voor het onderwijs gelden. Om daaraan te kunnen voldoen zijn extra investeringen noodzakelijk. Voor de korte termijn zijn relatief forse budgetten beschikbaar gesteld in het kader van het Nationaal Programma Onderwijs om door covid-19 opgelopen onderwijsachterstanden in te lopen en kansenongelijkheid te verkleinen. Deze middelen worden ook ingezet om een duurzaam verbetereffect te bewerkstelligen. Vraagt om professionele schoolteams en leiding om dit zelfstandig te kunnen uitvoeren. De laatste jaren is huisvesting een groter risico geworden. We zijn content met het relatief grote aantal nieuwbouw- en renovatieprojecten voor onze scholen. Tegelijkertijd hebben we zorg over de hoge kosten van onderhoud, het vervallen van de overgangsregeling groot onderhoud (2023), de alsmaar stijgende energiekosten en de toegenomen wensen en eisen rondom bijvoorbeeld luchtkwaliteit en duurzaamheid. De noodzakelijke financiële uitgaven die daarmee gepaard gaan zijn zeer hoog.
De beheersing van deze risico’s is cruciaal omdat ze ons in staat stellen om effectief en efficiënt te werken zodat voldoende tijd en middelen beschikbaar te maken om aan de ontwikkeling en levering van een goede kwaliteit onderwijs. Daarnaast zien wij risico’s op het gebied van IT (o.a. cybersecurity) en meer in z’n algemeenheid de wijze waarop de bedrijfsvoering is georganiseerd en functioneert.
50
De volgende preventieve en detectieve maatregelen zijn onder andere getroffen om het restrisico binnen de beïnvloedingssfeer van BOOR te beheersen: o Actueel houden van strategische huisvestingsplannen en uitvoering daarvan. o
o
Uitvoering van het meerjarig ICT programmaplan, dat erin voorziet dat in 2023 de voorzieningen, de vaardigheden van medewerkers en de ICTdienstverlening het proces op de scholen toereikend ondersteunen. Uitvoering van een meerjarig programma ‘transitie Bedrijfsvoering’. Lonkend perspectief is te komen tot een Bedrijfsvoering die: weinig aandacht vraagt, wendbaar is, ruimte biedt voor investering en innovatie, staat voor een goede kwaliteit van de dienstverlening en grote slagkracht geeft voor het geheel én voor de individuele scholen. Dat er een duidelijker onderscheid komt tussen kaderstelling, uitvoering en controle. Hiervoor is nodig dat we de bedrijfsvoering anders gaan organiseren. Binnen de afgesproken kaders kan de bedrijfsvoering vervolgens zowel centraal als decentraal worden georganiseerd.
51
Bijlage 1. Meerjarige liquiditeitsprognose Omschrijving Baten Rijksbijdragen ministerie OCW Overige overheidsbijdragen en subsidies Overige baten Totaal baten
2021
2022
2023
2024
2025
2026
279.910.405 14.968.635 19.513.160
297.681.395 16.673.233 11.242.257
282.602.376 14.915.975 10.547.802
263.641.071 14.434.230 10.209.607
265.144.191 14.425.093 10.270.378
266.631.790 14.481.015 10.479.231
314.392.200
325.596.885
308.066.153
288.284.908
289.839.662
291.592.036
Lasten Personele uitgaven Groot onderhoud Overige kosten Totaal lasten
231.566.241 13.805.021 57.153.107
244.449.442 7.118.847 56.697.738
236.272.048 3.536.452 53.217.404
229.126.676 2.624.123 49.935.445
230.292.387 2.192.983 50.343.658
230.954.006 4.455.202 50.679.025
302.524.370
308.266.027
293.025.904
281.686.244
282.829.028
286.088.233
Operationele kasstroom
11.867.830
17.330.858
15.040.249
6.598.664
7.010.634
5.503.803
Financieringskasstroom
-640.977
-640.980
-640.980
-640.980
-640.980
-640.980
Investeringskasstroom
-10.814.899
-11.695.903
-18.692.201
-8.859.681
-7.489.886
-7.088.145
411.953
4.993.974
-4.292.932
-2.901.997
-1.120.231
-2.225.323
41.735.906 42.147.859
42.147.859 47.141.834
47.141.834 42.848.902
42.848.902 39.946.905
39.946.905 38.826.674
38.826.674 36.601.351
Kasstroom Beginstand liquide middelen Eindstand liquide middelen
Jaarplan 2022 stichting BOOR
53