21bb13888 Bijlage 1 behorende 21bb13887 - - Rapport Kwartiermaker Ook van Jou
Tekst van het document
Ook van Jou! De nieuwe stadsmuseale functie Rotterdam
Ook van jou! De Nieuwe Stadsmuseale Functie Rotterdam
30 september 2021 Marco van Vulpen (kwartiermaker) Anouk Estourgie (programmamaker)
Omslag: Marktportretten 2021, Zahra Reijs Eindredactie: Priscilla de Putter Vormgeving: Bianca Enthoven
Samenvatting
Het ontwikkeltraject Nieuwe Stadsmuseale Functie (NSF) Op advies van de Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur (RRKC) besloot de gemeente de locatie van Museum Rotterdam in het Timmerhuis te sluiten. Museum Rotterdam krijgt alleen nog subsidie voor het beheer van de collectie en de openstelling van museumonderdeel ’40-’45 NU aan de Coolhaven. Om ervoor te zorgen dat Rotterdam de beschikking krijgt over een goed functionerend museum van en voor de stad, gaf de gemeente opdracht om een nieuwe stadsmuseale functie - NSF1 - te onderzoeken. Een kwartiermaker (Marco van Vulpen) en programmamaker (Anouk Estourgie) gaven uitvoering aan deze onderzoeksfase (juni – september 2021) met als doel: • scenario’s uit te werken t.b.v. bestuurlijke besluitvorming over wel/niet mede-huisvesting van een NSF bij (herontwikkeling van) de hoofdvestiging van de bibliotheek. • een plan van aanpak op te stellen voor het experimenteren met de stadsmuseale functie in de komende jaren.
Aanleiding
De meeste gemeentelijke Rotterdamse musea ontwikkelden zich na de verzelfstandiging in 2006, soms met vallen en opstaan, positief. Met Museum Rotterdam ging het minder goed, deels door verkeerde huisvestingsbeslissingen en deels door bezuinigingen. Het museum is er onvoldoende in geslaagd de verbinding met de stad te leggen en substantieel publiek te bereiken. Ook heeft het museum zich niet kunnen ontwikkelen tot de vanzelfsprekende aanjager en partner van samenwerking in het Rotterdamse museum- en erfgoedveld.
Er is nu geen samenhangend beleid op de Collectie Rotterdam
1
Om nog weg te blijven van het naamgevings-vraagstuk spreken we in dit rapport consequent van de Nieuwe Stadsmuseale Functie, afgekort als NSF.
3
Ook van jou!
Samenvatting
Daarnaast constateert de RRKC in haar ‘sectoranalyse museale collecties en erfgoed’ (2020) dat de sector als geheel niet goed functioneert. Het ontbreekt aan afstemming tussen de musea en gemeentelijke erfgoeddiensten die de gemeentelijke collectie beheren. Er is geen samenhangend beleid op de Collectie Rotterdam. De RRKC schetst het beeld van een versnipperde, ieder-voor-zich sector en pleit voor een heroriëntatie op de Rotterdamse museum- en erfgoedsector. Meer afstemming en samenwerking is nodig, waarbij een goed werkende stadsmuseale functie noodzakelijk wordt geacht.
Stip op de horizon: visie en museaal concept
De kwartiermaker en de programmamaker ontwikkelden als eerste stap een visie op de nieuwe stadsmuseale functie. Dit op basis van gesprekken met tal van partijen in de stad en de vele rapporten en adviezen die al over dit onderwerp zijn verschenen. Deze visie vertaalden zij in een globaal concept voor een NSF in Rotterdam. Niet in beton gegoten, maar als stip op de horizon: om richting te geven aan de gezamenlijke zoektocht en om een perspectief te bieden. Deze stip op de horizon gaat uit van een stevig ambitieniveau; Rotterdam verdient een sterke, nieuwe stadsmuseale functie. Doe dit goed of doe het niet! De tweede stad van Nederland, met een bewogen geschiedenis en een enorme diversiteit aan bewoners, kan niet zonder een plek waar het verhaal van stad wordt verteld. De NSF vertelt het verhaal van Rotterdam en zijn bewoners, voedt het collectieve geheugen en maakt de veelkleurige identiteit van de stad inzichtelijk, bespreekbaar en beleefbaar voor zowel de inwoners als de bezoekers van de stad. NSF Rotterdam doet dit op een voor iedereen toegankelijke, inspirerende en tot de verbeelding sprekende manier, waarbij verbanden worden gelegd tussen heden, verleden en toekomst. De NSF Rotterdam opereert vanuit een professionele basis op een aantrekkelijke plek met topstukken uit de Collectie Rotterdam.
Met allerhande partners in de stad en in co-creatie met inwoners, communities en makers wordt van daaruit samengewerkt. Op deze wijze wil de NSF de betrokkenheid van bewoners bij hun stad versterken en voor bezoekers de beleving van de stad vergroten. Kernfuncties van NSF Rotterdam zijn: • Museale presentatie van het verhaal van Rotterdam. Voor alle inwoners interessant en herkenbaar: hier neem je je vrienden en familie mee naartoe. • Een must see voor het toenemende aantal toeristen aan de stad. Enerzijds met een vaste opstelling van de belangrijkste thema’s van de stad. Deze zijn interactief, multi mediaal, groots en meeslepend gepresenteerd. Anderzijds is er ruimte voor actuele wisseltentoonstellingen, in eigen huis en op locatie. • Breed online bereik middels een sterke online identiteit waarbij bezoekers toegang krijgen tot o.a. de collectie, thematische platforms en online interactie met publiek. • Faciliteren en ondersteunen van andere Rotterdamse organisaties bij het veiligstellen en ontsluiten van collecties en het vertellen van hun verhaal over de stad. • Spilfunctie in het Rotterdamse museum- en erfgoedveld, gericht op meer samen werking m.b.t. de Collectie Rotterdam, outreach programma’s, educatieprogramma’s en collectieve marketing, om het geheel aan museum- en erfgoedpresentaties beter en aansprekender te maken.
4
Ook van jou!
Samenvatting
De NSF Rotterdam kan niet zonder vaste huisvesting als herkenbare plek voor het verhaal van de stad De NSF Rotterdam kan niet zonder vaste huisvesting: een herkenbare plek waar het verhaal van de stad vertelt, verrijkt en verdiept wordt. Het verdient een aansprekend, iconisch gebouw dat als zodanig het verhaal van Rotterdam verbeeldt, op een locatie die er vanuit historisch perspectief toe doet.
Gezien in andere steden: één organisatie, iconisch gebouw
Als inspiratiebron is een benchmark uitgevoerd naar stadsmusea in een aantal vergelijkbare havensteden in ons omringende landen: Antwerpen (MAS), Hamburg (Hamburg Museum) en Liverpool (Museum of Liverpool). Elk van deze steden kent grote musea die een aspect of thema van het verhaal van die stad vertellen, zoals een maritiem museum, een (haven-) arbeidersmuseum en een wereldmuseum. Daarnaast kennen deze steden stuk voor stuk een minstens zo groot, overkoepelend stadsmuseum dat het hele verhaal van de stad vertelt, gehuisvest is in een iconisch gebouw dat veel publiek bereikt. Wat opvalt is dat in deze steden de ‘themamusea’ en het overkoepelende stadsmuseum vanuit één organisatie worden aangestuurd, met een samenhangende aanpak van collectiebeheer, doelgroepprogramma’s, marketing, et cetera. In de benchmark keken we ook naar Amsterdam Museum, eveneens een sterk stadsmuseum dat veel publiek bereikt en weliswaar kleiner, maar ook iconisch is gehuisvest (Burgerweeshuis). Waar de stadsmusea in de vergeleken havensteden veel publiek naar het museum zuigen, zoekt Amsterdam Museum het publiek juist op in vaste sublocaties (o.a. Portretgallerij in de Hermitage) en met tal van publieksactiviteiten bij collega-instellingen, in de wijken en online. Een ander concept dus, met eveneens aansprekend resultaat. Als kers op de taart is ook het MuCEM Marseille in de benchmark opgenomen.
Niet zozeer een stadsmuseum, maar wel interessant en actueel in de verbinding met maatschappelijke vraagstukken, bereik van een divers publiek en omgang met de collectie.
Plan van aanpak experimenteerfase
Ook van jou! biedt een concreet plan van aanpak voor de experimenteerfase. Deze experimenteerfase loopt vanaf nu tot aan het moment dat de NSF beschikt over een vaste organisatie en accommodatie. Ook van jou! gaat daarom uit van verschillende ontwikkelingsfasen: • Fase 1: huidige cultuurplanperiode (2021-2024), experimenteren zonder vaste plek en pop-ups, binnen en buiten. • Fase 2: volgende cultuurplanperiode (2025-2028), uitlijnen met een tijdelijke vaste plek als uitvalsbasis. • Fase 3: als het kan vanaf 2029 (navolgende Cultuurplanperiode) vanuit een definitieve huisvesting. Het programmaplan voor fase 1 biedt een basisstructuur voor programmatisch experiment met verhalen en collectie. Het doel ervan is om het verhaal van de stad, een diversiteit van verhalen uit het verleden en heden, helder te krijgen en zichtbaar te maken. Collectiestukken zijn dragers van verhalen en kunnen deze op allerlei manieren overbrengen en verbinden aan de huidige stad en actualiteit. Deze fase geeft inzicht in hoe je een collectie presenteert
5
Ook van jou!
Samenvatting
op een wijze waarop deze zichtbaar en relevant wordt voor Rotterdammers. Door de deuren actief te openen voor usual en vooral ook u nusual suspects, komen er nieuwe inzichten op de waarde en waardering van deze collectie voor Rotterdam. De experimenteerfase moet daarnaast draagvlak, enthousiasme en netwerken creëren voor de NSF. De basisstructuur van het Programmaplan voor fase 1 bevat de volgende elementen: • Jaarlijkse kick-off bijeenkomst in het najaar om vanuit de actualiteit thema’s voor het volgende jaar te verkennen, mogelijke projecten te benoemen en samenwerkingspartijen in beeld te krijgen en te betrekken. Bijeenkomst zoals het Stadsmakerscongres. • De Vuurpijl. Het centrale thema vertaald in een grote tijdelijke expositie of event en presentaties in de buitenruimte. • Stadsprogramma, eveneens in het teken van het centrale thema, met het hele jaar door kleinere onderzoeksopdrachten, exposities in de wijken, samenwerkingsinitiatieven, buitenpresentaties en continue online zichtbaarheid.
Voor de organisatie in fase 1 (2021-2024) gaat Ook van jou! uit van: • een klein NSF-kernteam bestaande uit een stadscurator, een projectmedewerker en een medewerker marketingcommunicatie; • een jaarlijks in relatie tot het thema aan te stellen gastcurator; • opdrachten aan wisselende (programma-)makers en samenwerkingspartners; • een breed en divers samengestelde denktank, als sparringpartner van de stadscurator om het jaarthema te bepalen en voor monitoring van de uitvoering. Voor de uitvoering van het Programmaplan in de experimenteerfase (2021-2024) is jaarlijks € 500.000,- beschikbaar. Dat is aan de krappe kant. Het is wenselijk om het restantbudget 2021 beschikbaar te stellen voor komende jaren en samen met de NSF-organisatie te zoeken naar aanvullende middelen. Opnieuw beginnen vraagt ook in organisatorisch opzicht om een frisse start. Het voorstel is voor de NSF een nieuwe stichting op te richten die het programmaplan uitvoert. Deze nieuwe stichting wordt door de jaren heen verder uitgebouwd tot een NSF Rotterdam. Het oprichten van een stichting NSF en het interesseren van een hoogwaardig en divers samengesteld bestuur (en mogelijk een Raad van Advies), vraagt tijd en zorgvuldigheid. Het idee is om in de loop van 2022 hiermee te beginnen, na realisatie van de eerste NSF-projecten en wanneer de eerste reacties positief zijn.
De organisatie van Museum Rotterdam kan vanaf de volgende cultuurplanperiode (2025-2028) deel uitmaken van de stichting NSF. Voor de korte termijn is van belang de organisatie van Museum Rotterdam aan te haken bij de NSF-projecten, met name ten behoeve van optimale zichtbaarheid van de collectie.
Huisvestingsscenario’s
De gemeente heeft met inschakeling van bureau BBN een generiek programma van eisen opgesteld voor realisering van de NSF in/bij de centrale vestiging van de bibliotheek. Dit programma van eisen beslaat in totaal 4.956 m2. Om ook hoge museale ruimtes te creëren, moet 1.650 m2 extra worden gebouwd. Het generiek programma van eisen van 4.956 m2 vraagt dus een ruimtebeslag 6.606 m2. BBN heeft berekend wat hiervan de investeringslast is: € 48 miljoen (excl. btw, excl. inrichtingskosten).
6
Ook van jou!
Samenvatting
Huisvestingsscenario’s ‘Anker van de Stad’ en ‘Thuishaven’ gaan beide uit van een iconisch gebouw
De kwartiermaker heeft met de input van verkenner Johan Moerman twee huisvestingsscenario’s uitgewerkt: Scenario Anker van de Stad en scenario Thuishaven2. Het scenario Anker van de Stad voorziet in een groot en iconisch gebouw van ca. 10.000 m2 bvo. Dit is qua vloeroppervlak zo’n beetje het gemiddelde van de sterke stadsmusea van Liverpool, Hamburg en Antwerpen. Het museumgebouw van Anker van de Stad biedt ruimte aan: • een goed geoutilleerd museaal deel met een grote vaste opstelling van het Verhaal van Rotterdam, interactieve labs voor kinderen en jongeren en volop ruimte voor wissel tentoonstellingen (‘NSF Experience’); • een social space met uiteenlopende publieksvoorzieningen voor ontmoeting, presentaties, uitwisseling en debat (‘NSF Forum’). En een etalage/infoplek voor de gemeentelijke erfgoeddiensten (Stadsarchief, Archeologie, Monumentenzorg). Anker van de Stad wordt een plek met veel dynamiek en een grote aanzuigende werking op inwoners en bezoekers van de stad. Een publieksbereik van 150.000 tot 200.000 bezoekers per jaar lijkt realistisch. Ook scenario Thuishaven voorziet in een iconisch museumgebouw, maar minder groot dan Anker van de Stad.
Scenario Thuishaven kent evenzeer een groot museaal deel ‘NSF Experience’ en een vrij toegankelijk deel ‘NSF Forum’ voor publieksprogramma’s, maar anders dan Anker van de Stad worden in dit scenario de wisseltentoonstellingen en de publieks programma’s overwegend op andere locaties georganiseerd. Scenario Thuishaven gaat uit van een museumaccommodatie van ca. 5.000 m2, min of meer vergelijkbaar met de omvang van Amsterdam Museum en vergelijkbaar met het generiek programma van eisen dat voor de optie Hoogstraat 110 is opgesteld. Het museumgebouw in Thuishaven zal minder publiek (in eigen huis) trekken dan Anker van de Stad, maar naar verwachting altijd nog zo’n 100.000 tot 150.000 bezoekers per jaar. In het geval van Rotterdam is er veel te zeggen voor het scenario Thuishaven: NSF Rotterdam in een iconisch gebouw met een grote museale presentatie, waarbij de NSF tegelijkertijd de stad in trekt om gezamenlijk met andere partijen en op wisselende locaties activiteiten te organiseren. Dit scenario sluit het beste aan op de kernfuncties ‘faciliteren en ondersteunen’ en ‘spilfunctie van de museum- en erfgoedsector’. Om tot een weloverwogen keuze te komen met betrekking tot de huisvestingsoptie in de bibliotheek, voerde de kwartiermaker samen met betrokken afdelingen van de gemeente een eerste locatiestudie naar alternatieve locatie-scenario’s uit.
Verschillende potentiële locaties zijn in beeld gebracht en beoordeeld op beschikbaarheid en aantrekkelijkheid. De volgende locaties zijn als beste vijf beoordeeld (in willekeurige volgorde): Plot Rijnhaven, Oogziekenhuis, De Hef/Stieltjesstraat, Cultuurcampus i.o. en plot Churchillplein.
2
Deze benamingen zijn anders dan de verkenner heeft voorgesteld (Huis van de Geschiedenis en Huis van de Stad) omdat daarin de geschiedenis en stedelijke actualiteit van elkaar worden losgeknipt, terwijl een basisuitgangspunt voor de NSF juist is geschiedenis en stedelijke actualiteit met elkaar te verbinden.
7
Ook van jou!
Samenvatting
BBN heeft voor deze locaties een eerste indicatieve kostenraming gemaakt. Voor wat betreft het scenario Thuishaven (vergelijkbaar met het generiek pve voor de stadsmuseale functie in/bij de bibliotheek) geeft BBN aan dat nieuwbouw op gemeentelijke grond (bijvoorbeeld De Hef of Cultuurcampus) een investering vraagt € 42 - 49 miljoen (excl. btw en inrichtingskosten). Herbestemming van een bestaand gebouw komt qua investeringslast in beginsel nog wat lager uit, afhankelijk van specifieke kwaliteiten en omstandigheden van het gebouw. Deze kostenindicatie van BBN leidt tot de voorzichtige conclusie dat scenario Thuishaven op een alternatieve locatie voor eenzelfde bedrag als het bibliotheek scenario gerealiseerd kan worden, mogelijk voor minder.
Voor wat betreft de optie om de stadsmuseale functie bij de centrale vestiging van Bibliotheek Rotterdam te huisvesten adviseert de kwartiermaker negatief: niet doen.
Voor wat betreft de optie om de stadsmuseale functie bij de centrale vestiging van Bibliotheek Rotterdam te huisvesten adviseert de kwartiermaker negatief: niet doen. Het belangrijkste argument hiervoor is dat het huisvestingsconcept voor de NSF nog onvoldoende is uitgekristalliseerd. Wordt het scenario Thuishaven of Anker van de Stad of iets daartussen in? Ook wijst de kwartiermaker op de optie om een mogelijke herhuisvesting van het gemeentelijk depot (Metaalhof) te bundelen met huisvesting van de NSF. Dat zou goed aansluiten bij de spilfunctie van de NSF en inspelen op de trend om depots steeds meer een openbaar karakter te geven met publieks- en onderzoeksfuncties. Een scenariostudie naar de toekomst van depot Metaalhof staat voor volgend jaar gepland. Andere argumenten om af te zien van huisvesting van de stadsmuseale functie bij de centrale vestiging van Bibliotheek Rotterdam zijn: • Een gemeentelijke risicoanalyse geeft aan dat onzekerheden in het programma van eisen voor het museum waarschijnlijk leiden tot vertraging en mede daardoor tot stijging van kosten. Dit risico wordt als hoog ingeschat. • De kwartiermaker plaatst twijfels bij het kunnen realiseren van voldoende eigen identiteit voor het museum, als onderdeel van het grotere geheel Hoogstraat 110.
• Huisvesting van het museum in Hoogstraat 110 is een relatief dure oplossing: om het generiek programma van eisen van 4.956 m2 te realiseren moet 1.650 m2 extra worden gecompenseerd in de aanbouw om hoge expositieruimte te creëren. • Synergievoordelen van dubbel ruimtegebruik (o.a. educatie en vergaderruimten, auditorium, filmzaal) doen zich ook voor bij scenario Thuishaven. • Weliswaar zullen in het gebouw Hoogstraat 110 grote publieksaantallen binnenkomen, maar het is zeer de vraag of deze ook naar (de betaalde zone van) het museum zullen komen. Bezoekmotieven van bibliotheekbezoekers en museumbezoekers zijn verschillend. • Uit interviews met sleutelpersonen in de Rotterdamse museum- en erfgoedsector blijkt er geen draagvlak te zijn voor de bibliotheekoptie. • Last but not least: er zijn interessante alternatieven in beeld waar huisvesting van NSF Rotterdam beter tot zijn recht komt.
8
Ook van jou!
Samenvatting
Advies aan de gemeente
1. Stel de rapportage Ook van jou! vast als richtinggevend kader voor de ontwikkeling van de Nieuwe Stadsmuseale Functie Rotterdam. 2. Geef opdracht aan een stadscurator om uitvoering te geven aan het voorgestelde Programmaplan 2021-2024. 3. Stel het restantbudget stadsmuseale functie 2021 beschikbaar voor het Programmaplan 2021-2024. 4. Stel een kwartiermaker aan die in de loop van 2022: − voorbereidingen treft voor de oprichting van een nieuwe stichting NSF; − zorg draagt voor een goede samenwerking tussen de NSF en Museum Rotterdam en uiteindelijk voor de invoeging van Museum Rotterdam in NSF Rotterdam, een en ander in overleg met betrokken partijen; − in samenspraak met alle organisaties die gemeentelijke collecties beheren vorm en inhoud geeft aan duurzame samenwerking m.b.t. de Collectie Rotterdam. 5. Zie af van de optie huisvesting stadsmuseale functie in/bij Hoogstraat 110. 6. Geef opdracht het huisvestingsvraagstuk voor de NSF verder uit te werken op basis van onderstaand overzicht van actiepunten en tijdspad, mogelijk onder begeleiding van de kwartiermaker in samenwerking met de stadscurator.
2022 Q1
2023 Q2
Q3
Q4
Q1
Uitwerken huisvestingsconcept Nader onderzoek voorkeurslocaties Opstellen businesscase Onderzoek mogelijke combinatie nieuw depot Voorstel tijdelijke huisvesting Go-/no go besluit definitieve + tijdelijke huisvesting
9
Ook van jou!
Samenvatting
Inhoudsopgave
Samenvatting vooraf Inleiding 1 Beeld van de sector 1.1 Musea en erfgoedinstellingen Rotterdam 1.2 Collecties 1.3 Knelpunten 1.4 Stadsmusea in omringende landen
19 20 23 25
2 Stip op de horizon; concept NSF 2.1 Visie en missie 2.2 Positionering 2.3 Doelgroepen en publieksbereik 2.4 Wat is er te zien en te beleven? 2.5 Spilfunctie 2.6 Organisatie en exploitatie
36 39 39 40 44 45
3 Programmaplan experimenteerfase 3.1 Inleiding 3.2 Experimenteerfase 2021-2024 3.3 2025 en verder 3.4 Concretisering experimenteerfase 3.5 Evaluatie en monitoring
49 50 55 57 60
4 Organisatie en financiën 4.1 Opnieuw beginnen 4.2 Organisatorische vormgeving 4.3 Positie Museum Rotterdam 4.4 Kwartiermaker 4.5 Meerjarenbegroting
63 64 66 66 67
5 Huisvestingsscenario’s 5.1 Inleiding 5.2 Scenario Anker van de Stad 5.3 Scenario Thuishaven 5.4 Programma van eisen 5.5 Projectie op mogelijke locaties 5.6 Advies wel/niet museum bij centrale vestiging Bibliotheek 5.7 Voorstel verdere uitwerking h uisvesting
10
Ook van jou!
72 75 76 77 79 81 84
Bijlagen: • Benchmark stadsmusea in omringende landen (BMC). • Quikscan Collectie Museum Rotterdam (RaadSaam Erfgoedprojecten).
Inhoudsopgave
▲ Bovenop spoorbrug De Hef in aanbouw in 1926, stadsarchief Rotterdam
inleiding
De eerste stap naar een nieuw Rotterdams verhaal Het ontwikkeltraject van de nieuwe Rotterdamse stadsmuseale functie
12
Ook van jou!
Inleiding
Met het besluit van gemeente Rotterdam om de hoofdlocatie van Museum Rotterdam te sluiten, eindigde het museum van en voor Rotterdam. V anaf 2021 ontvangt Museum Rotterdam uitsluitend subsidie voor beheer en o penstelling van museumonderdeel ‘40-‘45 NU aan de Coolhaven. Hoe nu verder? De stadsmuseale functie (NSF), de invulling en het doel ervan, moeten we opnieuw uitvinden. Dit keer in dialoog met de stad, het is er immers voor de bezoekers en bewoners van de stad! Wat is het doel van dit ontwikkeltraject? Dat is te komen tot een museaal antwoord op de vraag van de Rotterdamse samenleving. Met een functie die relevant is voor alle bewoners en bezoekers. Een stadsmuseale functie die de samenwerking opzoekt, met oude én nieuwe spelers en met een programma dat toont dat de stedelijke geschiedenis, het heden en de toekomst, onlosmakelijk verbonden zijn. Het doel is om te komen tot een stadsmuseale functie die het verhaal van Rotterdam aantrekkelijk presenteert aan zowel de bewoners als toeristen van de stad. Een nieuwe, volledige en frisse visie is daartoe noodzakelijk. Een visie op de omgang met de gemeentelijke (stads-)collectie en immaterieel erfgoed, publieksbereik en specifieke doelgroepen, eigentijdse presentatievormen en publieksactiviteiten als educatie, onderzoek, debat en het vormen van samenwerkingsverbanden.
De RRKC adviseerde een procesmatige zoektocht naar een nieuwe stadsmuseale functie voor Rotterdam, met veel ruimte voor experiment. Dit als basis voor besluiten over de uiteindelijke organisatorische vormgeving en huisvesting ervan. Op basis van dit advies besloot de gemeente een gefaseerd ontwikkeltraject te doorlopen met een verkenningsfase, onderzoeksfase en concretiseringsfase. 1. Verkenningsfase: uit te voeren door een verkenner in de periode februari - mei 2021, met als doel het benoemen van en adviseren over de mogelijke toekomst voor een stadsmuseale functie, alsook het adviseren over de verder uit te werken scenario’s door de kwartiermaker. 2. Onderzoeksfase: uit te voeren door een aan te stellen kwartiermaker in de periode mei - oktober 2021, met als doel het nader uitwerken en doorrekenen van de scenario’s t.b.v. bestuurlijke besluitvorming over wel/niet mede-huisvesting van een NSF bij de (renovatie van de) hoofdvestiging van de bibliotheek. Deze fase is inclusief een plan van aanpak voor het experimenteren met de stadsmuseale functie. 3. Concretiseringsfase: deze opdracht sluit aan op de onderzoeksfase. De kwartiermaker of iemand anders met de benodigde competenties kan dit uitvoeren. Hiertoe vindt een evaluatie plaats aan het einde van fase 2.
In de derde fase wordt het gekozen scenario geconcretiseerd tot een gedetailleerd plan met een businesscase en huisvestingsplan, dat als basis kan dienen voor de uiteindelijke realisatiefase. Deze derde fase is inclusief experimenteren met de collectie, presentatievormen, doelgroepen en samenwerkingspartners. Voor de ontwikkeling van de NSF is in de lopende Cultuurplanperiode jaarlijks € 500.000,aan gemeentelijke subsidie beschikbaar.
13
Ook van jou!
Inleiding
Uitkomst verkenningsfase
Johan Moerman (oud-directeur Rotterdam Festivals) voerde in februari en maart 2021 de verkenningsfase uit. Hij sprak met verschillende partijen uit de museum- en erfgoedsector, de gemeente en leden van de gemeenteraad. In zijn rapport stelt de verkenner dat er veel kansen liggen voor een nieuwe stadsmuseale functie die zowel bezoekers van de stad als een brede doelgroep Rotterdammers bedient. Het heeft de potentie om het verhaal van Rotterdam zichtbaar en voelbaar maken. Niet alleen via tentoonstellingen, maar ook via andere kanalen en activiteiten zoals discussies, evenementen, media en publicaties. Het verdient aanbeveling om, meer dan eerst, in te spelen op de actualiteit. Denk daarbij aan gesprekken over het Rotterdamse slavernijverleden. De verkenner voorziet ook verregaande samenwerking tussen Museum Rotterdam, het Stadsarchief en Archeologie Rotterdam. Een belangrijk punt uit de verkenningsfase is het vinden van passende huisvesting. De verkenner geeft aan dat de nieuwe locatie idealiter ook ruimte biedt aan het nu in de Coolhaven gevestigde Museum ‘40-’45 NU. Ook een presentatieruimte voor andere partijen zoals het Stadsarchief, Verhalenhuis Belvédère en grassroots organisaties als Dig It Up zijn aan te bevelen. Net als ruimte voor bijvoorbeeld de Rotterdam Maquette van Rotterdam Partners en collectiestukken van andere musea en o.a. de Erasmus Bibliotheek.
De verkenner benoemt enkele huisvestingsscenario’s ter onderzoek in de volgende fase: • Huis van de Geschiedenis in gebouw Hoogstraat 110 De focus van dit scenario ligt op de geschiedenis van de stad en op de samenwerking met erfgoedpartijen zoals het Stadsarchief, afdeling Archeologie Rotterdam en andere partners. Vanuit hier worden presentaties en activiteiten ook elders in de stad gerealiseerd, voor en door bewoners. • Huis van de Stad in gebouw Hoogstraat 110 Dit scenario is net als het voorgaande, maar dan uitgebreid met functies op het gebied van actuele ontwikkelingen in de stad, zoals debatten en presentaties over de toekomst van de stad en andere activiteiten voor een breed in de stad geïnteresseerd publiek. Een goede samenwerking met de bibliotheek is hierin cruciaal. • Huisvesting op een alternatieve locatie Hierbij noemt de verkenner geen concrete locaties, maar wel dat er mogelijk kansen zijn in het kader van ontwikkelingen rondom het Churchillplein, de Rijnhaven en de Maashaven. De verkenner geeft in zijn rapportage verder aan dat er op termijn voor een NSF een structurele subsidie nodig is, in lijn met de bedragen die Maritiem Museum Rotterdam en het Wereldmuseum ontvangen.
Aanpak Onderzoeksfase
Eind mei 2021 kregen wij als kwartiermaker (Marco van Vulpen) en programmamaker (Anouk Estourgie) de opdracht om de onderzoeksfase van het ontwikkeltraject stadsmuseale functie uit te voeren. We pakten de opdracht als team op, waarbij de programmamaker zich meer op de inhoudelijke kant van de opdracht concentreerde en de kwartiermaker op de organisatorische en financiële elementen en het huisvestingsvraagstuk. Voor de begeleiding van het ontwikkeltraject is een stuurgroep ingesteld, bestaande uit Alice Vlaanderen (hoofd Afdeling
14
Ook van jou!
Inleiding
Cultuur gemeente Rotterdam; voorzitter), Patrick van Thiel (voorzitter Raad van Toezicht Museum Rotterdam) en Andrea Svedlin (senior beleidsadviseur Afdeling Cultuur; secretaris). De eerste stap van onze opdracht was de formulering van een concrete visie op de rollen, functies en positionering van een echt Rotterdamse stadsmuseale functie. Dit deden we op basis van eerdere rapportages, interviews, verkenningen en gesprekken die we zelf voerden met diverse personen en organisaties. Deze visie vertaalden we in een globaal museaal concept: een stip op de horizon voor richting en inspiratie in het ontwikkeltraject. Ook de opzet van de stadsmuseale functie in een aantal andere grote havensteden namen we onder de loep. Bij de tweede stap stelden we een programmaplan voor de komende jaren op, mede gebaseerd op gesprekken met (grote en kleine) organisaties in de Rotterdamse museum- en erfgoedsector. Mogelijke thema’s, werkwijzen en organisatorische en financiële opzet passeerden daarbij de revue. Nadrukkelijk keken we naar het belang van de (stads)collectie, de potentie ervan en de omgang daarmee de komende jaren.
Nadrukkelijk keken we naar het belang van de (stads)collectie en de potentie ervan
▲ Portret van Maria van der Werff (1692-1731), 1704 door haar vader Adriaen van der Werff, Museum Rotterdam
15
Ook van jou!
▲ Iwan Smit, Rotterdam 2021. Artistieke reactie op het portret van Maria van der Werff uit 1704, Museum Rotterdam
Inleiding
Het huisvestingsvraagstuk bespraken we met de gemeentelijke werkgroep Maatschappelijk Vastgoed, gebruikmakend van de inzichten van gebiedsaccountmanagers met kennis van de actualiteit in stedelijke ontwikkeling. Mede op basis van de input van de verkenner stelden we enkele huisvestingsscenario’s op en projecteerden die op mogelijke locaties in de stad, waaronder de locatie Hoogstraat 110 (centrale vestiging Bibliotheek). De scenario- en locatiestudie diende een advies over het al dan niet huisvesten van de NSF bij het te her ontwikkelen bibliotheekgebouw. Ook brachten we in beeld welke processtappen nodig zijn in de aanloop naar een eindbestemming, zowel in geval van een definitieve als tijdelijke huisvesting.
Leeswijzer
In vijf hoofdstukken nemen we u mee in ons ontwikkeltraject. Hoofdstuk 1 schetst een beeld van de Rotterdamse museum- en erfgoedsector. Welke spelers en collecties vertellen over Rotterdam? En wat zijn de belangrijkste knelpunten in de sector? Dit hoofdstuk bevat verder de conclusies van een benchmark die we lieten uitvoeren naar stadsmusea in andere (haven-)steden: Antwerpen, Hamburg, Liverpool, Marseille en Amsterdam. Ook geven we in dit hoofdstuk de belangrijkste uitkomsten van een quickscan naar kwaliteit en potentie van de Museum Rotterdam-collectie, in het bredere perspectief van de Collectie Rotterdam. Hoofdstuk 2 behandelt de stip op de horizon: een eerste concept van een nieuwe stadsmuseale functie voor Rotterdam. Niet in beton gegoten, maar als wenkend perspectief. Hoofdstuk 3 presenteert het programmaplan als input voor de concretiseringsfase en een advies over de vorm en inhoud daarvan. Hoofdstuk 4 geeft een organisatorische en financiële uitwerking van het programmaplan op hoofdlijnen. Hoofdstuk 5 bevat tenslotte de resultaten van de scenario- en locatiestudie die we uitvoerden, met afrondend een advies van de kwartiermaker over wel of niet medehuisvesting van de stadsmuseale functie in het te transformeren en verduurzamen bibliotheekgebouw aan de Hoogstraat.
De NSF
Dan nog het begrip ‘stadsmuseale functie’. Dit begrip is bewust door RRKC en gemeente gekozen om aan te geven dat rollen, functies, organisatorische vormgeving en huisvesting er geheel anders kunnen uitzien dan zoals bij Museum Rotterdam het geval was. Dit plan gaat niet over een nieuwe naam voor een museum, maar over de inhoud daarachter. We hebben om die reden het begrip ‘stadsmuseale functie’ overgenomen en daar ‘nieuwe’ aan toegevoegd. De aanduiding ‘nieuwe stadsmuseale functie’ (NSF) pasten we zo consequent mogelijk toe in dit rapport.
16
Ook van jou!
Inleiding
Beeld van de sector
1 Wie vertelt het Verhaal van Rotterdam? Zicht op de musea en erfgoedinstellingen die dit verhaal kunnen en moeten vertellen
17
Ook van jou!
1
Beeld van de sector
Lakshmi: “Ik vind dat Rotterdam een eigen museum nodig heeft. Ik mis dat heel erg. Ik heb 12 jaar in Rotterdam gewoond, heb hier gestudeerd, ben een tijdje weggeweest en nu weer terug. De echte Rotterdammer bestaat, zeker weten, maar we worden overspoeld door expats, studenten en mensen van buiten de stad. De echte Rotterdammer is niet genoeg zichtbaar en dat is jammer. Wie is de Rotterdammer? Een museum kan bijdragen aan dat antwoord. We moeten terug naar de kern en dat in een tentoonstelling laten zien.”
In dit hoofdstuk schetsen we een beeld van de Rotterdamse musea en erfgoedinstellingen en hoe ze zich verhouden tot het Cultuurplan en het Verhaal van Rotterdam.
1.1
Musea en erfgoedinstellingen in Rotterdam
Elk een eigen hoofdstuk
Rotterdam kent een grote verscheidenheid aan musea en erfgoedorganisaties. Al deze organisaties vertellen een deel van het Verhaal van Rotterdam, elk op hun eigen manier en soms aan de hand van de collectie. Je zou kunnen zeggen dat elk een eigen hoofdstuk voor zijn rekening neemt. Vanuit het gemeentelijk cultuurbudget worden onderstaande instellingen gesubsidieerd voor de cultuurplanperiode 2021-20243: • Museum Boijmans van Beuningen • Maritiem Museum • Wereldmuseum • Nederlands Fotomuseum • CBK Rotterdam • Natuurhistorisch Museum Rotterdam • Chabot Museum • RoMeO OV/Trammuseum • Dig it Up • Kunsthal • Verhalenhuis Belvédère • Laurenskerk (alleen programma, niet gebouw) Ook Museum Rotterdam is opgenomen in het Cultuurplan 2021-2024. De gemeente subsidieert Museum Rotterdam met een bedrag van € 1.719.000,- voor het beheer van de collectie en voor de openstelling van Museum Rotterdam ‘40 - ‘45 NU, gevestigd aan de Coolhaven. Tot 2021 bedroeg de jaarlijkse subsidie afgerond € 3,5 miljoen. Na 2024 zal, afhankelijk van de ontwikkeling van de NSF, meer duidelijk worden over de subsidiëring van Museum Rotterdam. Voor de concretiseringsfase van de stadsmuseale functie stelt de gemeente in de Cultuurplanperiode 2021-2024 jaarlijks € 500.000,- beschikbaar om te experimenteren.
Naast bovengenoemde gesubsidieerde organisaties kent de gemeente enkele (eigen) afdelingen/diensten die zich bezighouden met erfgoed en collecties: • Stadsarchief Rotterdam • Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (archeologische dienst) • Afdeling Monumentenzorg Verder ondersteunt de gemeente de Bibliotheek Rotterdam, die twee belangrijke collecties beheert: • Atlas van Stolk (particuliere collectie) • Erasmus Bibliotheek (eigendom gemeente Rotterdam)
3
19
Bedragen inclusief subsidies uit de BKV-regeling en de regeling Fair Pay.
Ook van jou!
1
Beeld van de sector
Het Nederlands Fotomuseum is een landelijke (rijks gesubsidieerde) BIS-instelling die ook gemeentelijk subsidie ontvangt. Ook Het Nieuwe Instituut (museum en agentschap voor architectuur, design en digitale cultuur) is een BIS-instelling. Met name de architectuurcollectie van HNI heeft een belangrijke link met Rotterdam. Twee andere door het rijk gesubsidieerde Rotterdamse musea zijn het Belasting- en Douanemuseum en het Mariniersmuseum. Deze laatste twee musea hebben geen inhoudelijke link met Rotterdam. Behalve de gesubsidieerde organisaties kent het Rotterdamse museum- en erfgoedveld een groot aantal musea en erfgoedorganisaties die niet in het Cultuurplan zitten, maar wel (een deel van) het Verhaal van Rotterdam vertellen. Waaronder Stichting Wijkcollectie, ss Rotterdam, Huis Sonneveld, Feyenoord Museum, Stichting Open Monumentendag, Stichting Rotterdam is vele dorpen, Platform Wederopbouw, Streekarchief Eiland IJsselmonde, Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst en Vesting Hoek van Holland/Atlantikwall Museum. Ook zijn er tientallen historische verenigingen actief zoals Historisch Genootschap Roterodamum, Stichting Oudheid kamer Pernis, Stichting Museum Oud-Overschie, enzovoorts.
En dan is er nog Hiphop in je Smoel, dat Rotterdamse verhalen vertelt met onder andere tentoonstellingen en tevens in het Cultuurplan is opgenomen, maar niet onder de sector Museale collecties en erfgoed valt. Een bijzondere nieuwkomer in het Rotterdamse museum- en erfgoedveld is FENIX (ook wel: Landverhuizersmuseum), mogelijk gemaakt door Stichting Droom en Daad. Dit particuliere museum wordt momenteel gerealiseerd in Fenixloods II op Katendrecht: vanaf de kades rondom dit historische havengebouw vertrokken miljoenen mensen naar een onbekende wereld. In het hier te realiseren museum wordt het verhaal van deze landverhuizers verteld door kunst en geschiedenis samen te presenteren in een universeel en tijdloos verhaal over hoop, liefde, afscheid en een nieuw begin.
1.2
Collecties
De Collectie Rotterdam
Het begrip ‘Collectie Rotterdam’ heeft in formele zin betrekking op de collecties die gemeentelijk eigendom zijn. Deze zijn divers van aard en worden beheerd door een aantal musea, de gemeentelijke erfgoeddiensten en Bibliotheek Rotterdam (Erasmus Collectie). De musea die de gemeentelijke collecties beheren waren voor 2006 onderdeel van de gemeente Rotterdam en zijn daarna verzelfstandigd. Collecties en gebouwen zijn in gemeentelijke handen gebleven; voor het beheer en het (museale) gebruik daarvan (exploitatie) zijn afzonderlijke stichtingen opgericht, waarmee de gemeente een subsidierelatie onderhoudt. De Collectie Rotterdam bestaat uit de volgende collecties: • Museum Boijmans van Beuningen: collectie Westerse kunst van middeleeuwen tot heden (150.000 objecten) • Maritiem Museum Rotterdam: maritieme collectie verleden en heden ontwikkeling havenstad (850.000 objecten) • Wereldmuseum: collectie culturele diversiteit van de stad en de wereld (83.000 objecten) • Nederlands Fotomuseum: fotocollectie Wereldmuseum (94.000 objecten). Het museum heeft daarnaast ook eigen collectie en een grote collectie van het Rijk • CBK Rotterdam: collecties kunstuitleen en beeldende kunst in de openbare ruimte • Museum Rotterdam: historische collectie en nieuw Rotterdams erfgoed (115.000 objecten)
20
Ook van jou!
1
Beeld van de sector
Naast museale collecties bestaat de Collectie Rotterdam ook uit andere gemeentelijke collecties die het verleden en heden van Rotterdam tonen: • Stadsarchief Rotterdam beheert een grote gemeentelijke collectie (overheids)archieven, prenten, tekeningen, foto’s, geluidsopnamen, films, video’s, plattegronden, kranten, tijdschriften, boeken, websites en social media. • Bureau Archeologie Rotterdam beheert en onderzoekt de gemeentelijke collectie bodemvondsten. • Bureau Monumenten & Cultuurhistorie zet zich in voor behoud van de omvangrijke ‘collectie’ monumenten in de stad. Rotterdam kent Unesco Werelderfgoed (Van Nelle fabriek), 600 rijksmonumenten, gemeentelijke monumenten en beschermde stads gezichten. Een deel is gemeentelijk eigendom. • Bibliotheek Rotterdam beheert de gemeentelijke Erasmus Collectie.
Collectie Rotterdam in ruime zin betreft alle collecties die het verhaal van Rotterdam vertellen Maar het begrip Collectie Rotterdam is nog breder. In enge zin gaat het om bovengenoemde collecties die in eigendom van de gemeente zijn, maar in ruime zin heeft ‘Collectie Rotterdam’ betrekking op alle collecties die het verhaal van Rotterdam vertellen. Niet alleen de gemeentelijke collecties, maar ook particuliere collecties, waaronder de collecties van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam, Atlas van Stolk, het Chabot Museum, RoMeO en het Landverhuizersmuseum (i.o.). Een groot deel van deze ruime Collectie Rotterdam is evenwel in eigendom van de gemeente.
Cultuurplan musea, met gemeentelijke collectie
De gemeentelijke erfgoedafdelingen
Zoals Museum Boijmans,
Zoals het Stadsarchief,
Wereldmuseum, Martiem
Archeologie, Monumentenzorg
Museum
Cultuurplan musea met eigen collectie
Collectie
Rotterdam
Zoals Chabot Museum, Natuurhistorisch Museum
Privaat erfgoed
Rijksgesubsidieerde instellingen
Zoals ss Rotterdam,
Zoals Nederlands Fotomuseum
Laurenskerk
21
Ook van jou!
en HNI
1
Beeld van de sector
Collectie Museum Rotterdam
Als onderdeel van de Collectie Rotterdam beheert Museum Rotterdam een brede historische stadscollectie van ca. 115.000 objecten. De collectie toont de ontwikkeling van Rotterdam vanaf de vroegste stadsgeschiedenis tot de diverse en internationale havenstad die het nu is. Vrijwel elk aspect van de stadsgeschiedenis is in meer of mindere mate in de collectie vertegenwoordigd. De collectie vormt hiermee een belangrijke kennisbron en is onderdeel van het geheugen van de stad. Twee pijlers vormen de kerncollectie van Museum Rotterdam: • De stadsgeschiedenis gericht op het ‘Verhaal van Rotterdam’ en zijn bewoners; • Het cultureel erfgoed van de Rotterdamse grootstedelijke samenleving. Binnen deze twee pijlers onderscheiden we de volgende deelcollecties: Deelcollecties
Aantal objecten
1
Bedrijf en techniek
10.200
2
Kunst en kunstnijverheid
7.850
3
Mode en kledingcollectie
26.040
4
Moderne stadscultuur
22.560
5
Numismatiek
9.520
6
Oude drukken en Werken op papier
2.000
7
Pre-industriële stadscultuur
22.720
8
Stedelijke instellingen en openbaar leven
6.490
9
Tweede Wereldoorlog en Wederopbouw
7.680
Totaal
115.060
In het kader van de onderhavige onderzoeksfase van de NSF hebben we de collectie op hoofdlijnen middels een quickscan laten beoordelen door RaadSaam Erfgoedprojecten, een bureau gespecialiseerd in collectiewaardering. We vroegen RaadSaam Erfgoedprojecten de collectie van Museum Rotterdam te typeren, te plaatsen in het licht van de bredere Collectie Rotterdam, te benoemen wat opvallende accenten in de collectie zijn, welke aanknopingspunten de collectie biedt voor mogelijk interessante thema’s voor de NSF en in hoeverre de collectie topstukken bevat.
De collectie van Museum Rotterdam is breed en gevarieerd en biedt goede aanknopingspunten om het Verhaal van Rotterdam museaal te vertellen.
22
Ook van jou!
1
Beeld van de sector
Onder verwijzing naar de rapportage Quick Scan Collectie Museum Rotterdam (bijlage 1) vatten wij de bevindingen van RaadSaam Erfgoedprojecten als volgt samen: • De collectie van Museum Rotterdam is breed en gevarieerd en biedt goede aanknopings punten om het Verhaal van Rotterdam museaal te vertellen. • De collectie kent ook (cultuurhistorische) topstukken om dit verhaal te verbeelden. • In het bijzonder de schilderijencollectie bevat veel waardevolle stukken en stadsgezichten. • Ook de textielcollectie is interessant en veelzijdig, maar ook zeer omvangrijk. • Er is veel collectie die nooit de depots uitkomt. • RaadSaam Erfgoedprojecten beveelt aan het verzamelbeleid te heroverwegen, waarbij de collectie op inhoudelijke overwegingen (meer focus op het Verhaal van Rotterdam) ingedikt mag worden (conform ontzamelprotocol) en de collectie meer getoond wordt, ook buiten het museum. • RaadSaam Erfgoedprojecten beveelt ook aan om voor meer samenhang te zorgen tussen de verschillende collecties van de bredere Collectie Rotterdam.
1.3
Knelpunten
Versnipperde sector met veel ruimte voor verbetering
In het Cultuurplanadvies 2021-2024 maakte de RRKC onder andere voor de sector ‘Museale collecties en Erfgoed’ een analyse. De RRKC constateert veel ruimte voor verbetering in deze sector: • Sinds de verzelfstandiging van de musea in 2006 ontbreekt het aan formele afstemming tussen de musea en de gemeentelijke erfgoeddiensten die gemeentelijke collectie beheren. De visie Schatten van Rotterdam (2017) bevatte goede aanknopingspunten om meer samenhang in de Collectie Rotterdam te krijgen: inhoudelijke visie op de collectie, afstemming in verzamel-/ontzamelbeleid, harmoniseren collectieregistratie, digitalisering en digital curation. Maar van uitvoering is het nooit gekomen. Elke instelling vaart zijn eigen koers. • De bezoekersaantallen liggen in Rotterdam verhoudingsgewijs lager dan bij musea en erfgoedinstellingen in andere steden. De RRKC noemt als belangrijke oorzaak het ontbreken van collectieve marketing. Daarnaast signaleert de RRKC een gebrek aan afstemming in het bedienen van het onderwijs (educatie) en het leggen van verbindingen met culturele en maatschappelijke organisaties in/en de wijken in de stad. De online performance van musea en erfgoedinstellingen is qua samenwerking niet veel beter: voor de ontwikkeling van digitale portals zijn er veel (voorgenomen) activiteiten, maar het ontbreekt aan afstemming en wederzijdse beïnvloeding.
• Overall schetst RRKC het beeld van een versnipperde, ieder-voor-zich sector. De RRKC pleit daarom voor een heroriëntatie op de museum- en erfgoedsector. Daarin moet meer aandacht komen voor nieuwkomers met nieuwe aanpakken, zoals Dig It Up en Gedeeld Verleden Gezamenlijke Toekomst (GVGT) en voor het relatieve succes van kleinere musea zoals het Chabot Museum en het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. De RRKC ziet graag dat afstemming en samenwerking in het Rotterdamse museum- en erfgoedveld beter wordt georganiseerd. Een goed werkende stadsmuseale functie acht de RRKC hierbij noodzakelijk.
23
Ook van jou!
1
Beeld van de sector
Schatten van Rotterdam
Er is te weinig samenhang tussen en samenwerking aan de Collectie Rotterdam. En dat, terwijl in 2017 de visie ‘Schatten van Rotterdam’ werd gepresenteerd. Sander de Iongh onderzocht daarom in opdracht van de gemeente in hoeverre de collectiebeherende partijen die visie nog onderschrijven. Daartoe maakte hij een ronde langs een groot aantal organisaties en sleutelpersonen in het Rotterdamse museum- en erfgoedveld. Kernpunten van de visie ‘Schatten van Rotterdam’ waren: • De te verzamelen of te ontzamelen objecten van de Collectie Rotterdam worden beoordeeld vanuit hun (cultuur)historische en/of artistieke betekenis voor de stad of de respectievelijke (deel)collectie. Kwaliteit, uniciteit en artistieke waarde zijn daarin belangrijke elementen. • De bewoner en bezoeker moet zich kunnen herkennen in de Collectie Rotterdam en daaraan kunnen bijdragen. • De kenmerken voor het DNA van de stad zijn de woorden Internationaal, Ondernemend en Rauw. Deze zijn herkenbaar in Collectie Rotterdam aanwezig.
Er is een breed gedragen behoefte aan meer samenhang en samenwerking in het collectiebeleid Sander de Iongh geeft aan dat de visie van 2017 nog steeds onderschreven wordt, met de kanttekening dat de Collectie Rotterdam feitelijk breder moet worden opgevat dan de collecties die gemeentelijk eigendom zijn. Er moet meer oog zijn voor actuele thema’s als het veranderende beeld van het slavernijverleden. Ook constateert hij in de gesprekken een breed gedragen behoefte aan meer samenhang en samenwerking in het collectiebeleid. Daarbij is de rol van de NSF belangrijk, net als de actieve betrokkenheid van de collectiebeherende organisaties. Verder geeft Sander de Iongh als terugkoppeling aan dat in de gesprekken steevast de huisvesting van de stadsmuseale functie aan de orde kwam. De breed gedragen conclusie was: stel de discussie over huisvesting uit, ga eerst experimenteren en zie af van de optie ‘museum in de bibliotheek’.
Depot-problematiek
Net als veel andere steden kampt Rotterdam met een depot-vraagstuk. Het gemeentelijke depot aan de Metaalhof is een pand van 42 jaar oud dat verouderd is en toe is aan vervanging. De depot-problematiek voor de collectie van M useum Boijmans Van Beuningen is met de realisering van het Depot weliswaar opgelost, maar het beheer en behoud van de collecties in het gezamenlijke depot aan de Metaalhof kost de nodige hoofdbrekens. Deze vertoont fysieke tekortkomingen, onder andere met betrekking tot klimatisering en vloerbelasting. In dit gezamenlijke depot zijn (delen van) de collecties ondergebracht van Museum Rotterdam, Wereldmuseum, Maritiem Museum, collectie archeologie en – in de voorheen door Boijmans gebruikte ruimte - de particuliere collectie van het Chabot Museum. Ook onder andere musea met particuliere collecties is behoefte aan (betere) depotruimte, waaronder het Natuurhistorisch Museum Rotterdam. De gemeente gaf inmiddels opdracht tot het zoeken naar een oplossing voor dit ‘depot-vraagstuk’. De eerste stap is een Ambitiedocument. Deze geeft antwoord op vragen over de omvang van de depot-behoefte, of het depot er alleen voor gemeentelijke of ook voor particuliere collecties moet komen en welke functionaliteiten nodig zijn: alleen beheer en behoud of een open depot met een publieksfunctie en/of een onderzoeksfunctie. En tot slot: wat is de juiste locatie?
24
Ook van jou!
1
Beeld van de sector
Het Ambitiedocument vormt de input voor een scenariostudie vanaf medio 2022. Hierbij zijn in beginsel drie scenario’s aan de orde: • renovatie bestaand depot aan de Metaalhof; • gemeente realiseert nieuw depot op een nieuwe locatie; • commerciële partij realiseert nieuwe depotvoorziening in opdracht.
1.4
Beeld van stadsmusea in omringende landen
Benchmark: Antwerpen, Hamburg, Liverpool, Marseille en Amsterdam
Om de Rotterdamse museale situatie te vergelijken, voerden we een benchmark uit naar stadsmusea in min of meer vergelijkbare steden in omringende landen. Deze steden vertonen overeenkomsten in hun ontwikkeling als internationale havensteden en daarmee in hun demo grafische opbouw en economisch belang voor het land. De geselecteerde steden voor deze benchmark zijn Antwerpen, Hamburg, Liverpool en Marseille. Ook keken we naar Amsterdam, vanwege de herpositionering van het Amsterdam Museum. De uitkomsten van de benchmark zijn als bijlage (2) opgenomen. Hieronder vatten we de benchmark kort samen.
MAS Antwerpen
MAS is het stadsmuseum van Antwerpen waarin de geschiedenis, de kunst en cultuur van de havenstad, de internationale handel en scheepvaart en kunst en cultuur uit Europa, Afrika, Azië, Amerika en Oceanië centraal staan. Met als credo: ‘In het MAS maak je kennis met Antwerpen in de wereld en met de wereld in Antwerpen’. Hier zie je de geschiedenis gekoppeld aan stedelijke actualiteit en maatschappelijke vraagstukken. In 2019 bezochten 650.000 mensen het MAS. MAS ontstond in 2011 als samenvoeging van voorheen afzonderlijke musea: het Vleeshuis, het Nationaal Scheepvaartmuseum, Volkskundemuseum en etnografische collecties. De meningen zijn verdeeld over de mate waarin deze samenvoeging een succes is; de voorheen afzonderlijke musea zijn nog steeds herkenbaar op ‘eigen’ verdiepingen. Wat zeker wel een succes is, is het iconische gebouw dat in 2011 opende, ontworpen door het Rotterdamse architectenbureau Neutelings Riedijk. Het gebouw kent een vloeroppervlak van 14.500 m2, waarvan 8.500 m2 publiek toegankelijke ruimten en 5.700 m2 museale ruimten. De stichtingskosten bedroegen € 56 miljoen, plus € 10 miljoen museale inrichting. MAS is bewust neergezet in een destijds scharrige havenkwartier, als aanjager van de gebiedsontwikkeling. Ook dat slaagde. MAS is onderdeel van het Autonoom Gemeentebedrijf, Culturele Instellingen/Erfgoed.
Hieronder vallen ook de musea het Red Star Line Museum, Museum Rubenshuis, Museum Plantin-Moretus, Museum Middelheim en het Letterenhuis. Zaken als administratie, verhuur, marketing, collectiebeheer, educatie en outreach programma’s organiseert het Autonoom Gemeentebedrijf centraal.
25
Ook van jou!
1
Beeld van de sector
Hamburg Museum
Hamburg Museum (officieel: Museum für Hamburgische Geschichte) vertelt het (cultuur)historische verhaal van Hamburg. Dat gaat vanaf de eerste nederzetting Hammaburg en de trotse Hanzestad die het in de late middeleeuwen was, tot de ontwikkeling van Hamburg als moderne metropool en grote Europese havenstad. In 2019 bezochten ca. 100.000 mensen het museum. Hamburg Museum maakt deel uit van de Stiftung Historische Museen Hamburg, waaronder ook het Hafenmuseum en Museum der Arbeit vallen. Vanuit hier worden administratie, verhuur, marketing, collectiebeheer, educatie en outreach programma’s centraal georganiseerd. Voor educatie- en outreach programma’s werkt de Stiftung HMH voor alle musea en erfgoedinstellingen in de stad (‘Museumdienst’). Hamburg Museum is gehuisvest in een historisch gebouw uit de jaren dertig dat speciaal als stadsmuseum ontworpen is. Het gebouw heeft een vloeroppervlak van ca. 7.000 m2, waarvan 5.000 m2 museale ruimten. Gebouw en museale presentatie zijn enigszins gedateerd. De gemeente reserveerde € 36 miljoen voor een upgrade van gebouw en nieuwe vaste presentaties.
Museum of Liverpool
Museum of Liverpool gaat over de internationale, wereldwijde bekendheid van de stad Liverpool en diens onderscheidende geschiedenis en cultuur. Bezoekers ontdekken in het museum hoe de haven, de inwoners en de rijke creatieve en sportieve geschiedenis Liverpool maakte tot de stad die het nu is. Het museum trok in 2019 zo’n 900.000 bezoekers (museumbezoek in Engeland is gratis). Naast museale presentaties biedt het museum volop podium- en presentatie plekken voor verhalen van en over de stad. Samen met acht andere musea - waaronder het Maritime Museum, Slavery Museum en World Museum - maakt Museum of Liverpool deel uit van de rijksinstelling National Museums of Liverpool. Vanuit hier worden zaken als administratie, verhuur, marketing, collectiebeheer, educatie en outreach programma’s centraal georganiseerd. Museum of Liverpool beschikt over ca. 11.000 m2 publieksruimten, waarvan ca. 6.000 m2 museaal. Het museum is gehuisvest in een iconisch gebouw (2011) aan de Waterfront met groot zichtvenster. Het gebouw was aanjager van een succesvolle gebiedsontwikkeling.
26
Ook van jou!
1
Beeld van de sector
MuCEM Marseille
Musée des Civilisations de l’Europe et de le Méditerrannée (MuCEM) gaat over de maatschappelijke en economische ontwikkeling van de volkeren in het Middellandse Zeegebied. MuCEM wil hiervan het middelpunt zijn, met een aansluitende culturele diversiteit, om zo de onderlinge banden van deze beschavingen tonen. Ook wil MuCEM de verschillende facetten van de voortdurende dialoog tussen de Mediterrane beschavingen en Europa tonen. De collectie is omvangrijk en toont vooral de alledaagse voorwerpen die kenmerkend zijn voor de verschillende samenlevingen. Het culturele programma verweeft antropologie, geschiedenis, archeologie, kunstgeschiedenis en hedendaagse kunst met elkaar en tentoonstellingen zijn vaak thematisch van opzet. MuCEM is dus veel breder dan een stadsmuseum, maar is wel een museum dat Marseille positioneert als culturele hoofdstad van het mediterrane gebied. Het is een vreemde eend in deze benchmark, maar te mooi qua museaal beleid, met name het relateren van het verleden aan de huidige stad en toekomst, om buiten beschouwing te laten. MuCEM is een rijksinstelling met een bezoekersaantal (2019) van 1,2 miljoen. Het museum bestaat uit drie locaties, te weten J4, het Fort Saint-Jean en het CCR. Elke locatie omvat zo’n 15.000 m2: • J4: Het hart van MuCEM.
Het iconische gebouw met een zeer gevarieerd programma biedt ruimte voor debat, voorstellingen en filmprojecties die worden afgespeeld in het auditorium of in de mediatheek. In Galerie de la Méditerranée, een semi- permanente expositieruimte, vindt men de geschiedenis van de mediterrane beschavingen, vanaf steentijd tot heden. • Fort Saint-Jean: Met de komst van MuCEM werd dit historische fort toegankelijk voor publiek. Hier worden permanente en tijdelijke exposities over kunst en populaire tradities getoond. Verder biedt de locatie 15 mediterrane tuinen en een uitkijkpunt over Marseille en de zee. • Centre de Conservation et de Resources (CCR): deze locatie bevindt zich in de wijk Belle de mai en werd ontworpen door architect Corinne Vezooni. Het CCR biedt documentaires, een bibliotheek en artistieke archieven. Conservering, bestudering, restauratie en het op andere manieren verder brengen van de collecties staan hier centraal. De collecties zijn toegankelijk voor museum professionals, onderzoekers, studenten en nieuwsgierigen. Een ‘show appartment’ en een tentoonstellingshal op de begane grond bieden de mogelijkheid om een kijkje te nemen achter de schermen.
27
Ook van jou!
1
Beeld van de sector
Amsterdam Museum
Amsterdam Museum brengt de geschiedenis van Amsterdam tot leven en geeft inzicht in de identiteit van de stad. Het museum daagt bewoners en bezoekers uit hun relatie tot de stad te verdiepen door historische objecten, verhalen en gebeurtenissen aan actuele thema’s en maatschappelijke vraagstukken te verbinden. Het beleid van Amsterdam Museum is erop gericht om Amsterdammers te betrekken bij hun stad. Amsterdam Museum kent meerdere locaties. Hoofdlocatie is het Burgerweeshuis, neven vestiging Museum Willet-Holthuysen (stijlkamers negentiende-eeuws patriciërshuis), Amsterdamgallerij (overdekt geschiedenisstraatje) en Portrettengalerij in de Hermitage. Daarnaast programmeert Amsterdam Museum actief op uiteenlopende plekken in de stad: buurthuizen, Stadsarchief, OBA, enzovoorts. Ook kent het museum een sterke online performance met platforms (stadsdelen en thematisch), wekelijks museum-tv en podcasts. Bezoekersaantallen (2019): Amsterdam Museum 171.000, Portrettengalerij Hermitage 151.000, Museum Willet-Holthuysen 45.000, Amsterdam Gallerij 473.000 (gratis entree). De hoofdlocatie van Amsterdam Museum wordt gerenoveerd, verbeterd en verduurzaamd door Rotterdams architectenbureau Neutelings Riedijk. Het gebouw krijgt meer publieks capaciteit. In totaal ca. 9.000 m2, waarvan 5.000 m2 publiek toegankelijke en 3.000 m2 museaal. De verbouwingskosten zijn geraamd op € 56 miljoen.
De museale (her)inrichting kost nog eens € 15 miljoen.
Alle steden investeren fors in iconische huisvesting Conclusies benchmark:
• Missie, museale presentaties, thema’s en collecties van deze stadsmusea vertonen een behoorlijke mate van overeenkomst. Bottom line: interactie tussen geschiedenis en actualiteit, iconisch gebouw, positieve vibe, veel bezoek. • Naast een stadsmuseum kennen deze steden ook andere musea die een specifiek deel van het verhaal van de stad vertellen. De stadsmusea vertellen het hele verhaal op hoofdlijnen en vormen een introductie of portal op andere erfgoedpresentaties en musea. • Opvallend is dat de stadsmusea van Antwerpen, Hamburg en Liverpool deel uitmaken van een grotere museumorganisatie die ook andere musea omvat, zoals een Museum voor Volkenkunde en een Maritiem Museum. Die grotere museumorganisaties zorgen voor een collectieve aanpak in publieksbereik, een gedeelde visie op het verhaal van de stad, collectiebeheer, programmering van tentoonstellingen en digitalisering. • Amsterdam wijkt qua organisatievorm af van de andere referentiesteden, omdat het geen onderdeel is van een grotere museumorganisatie. Wel is Amsterdam Museum als zodanig zelf al een relatief grote museumorganisatie en omvat het enkele kleinere musea (Willet-Holthuysen) c.q. museale presentaties (Amsterdam Gallerij en Portretten gallerij Hermitage).
Daarnaast kent Amsterdam Museum verschillende samenwerkings verbanden met andere grote musea in de stad, onder andere op het gebied van publieksbereik en collectiebeheer. Voor het MuCEM in Marseille geldt min of meer hetzelfde.
28
Ook van jou!
1
Beeld van de sector
• Alle musea in deze benchmark beschikken over een relatief grote, thematisch opgezette (semi-)permanente presentatie en daarnaast ruimte voor wisseltentoonstellingen. Ook beschikken alle musea in hun accommodatie over veel multifunctionele m2 voor educatie, ontmoeting, debat, optredens, enzovoorts. • Alle musea voeren een intensief doelgroepenbeleid en doen veel aan educatie en out reach programma’s. Wat opvalt is dat de publieksactiviteiten bij MAS, Museum of Liverpool, MuCEM en Hamburg Museum vooral in eigen huis plaatsvinden, terwijl Amsterdam Museum ervoor kiest ook te programmeren op tal van andere locaties in de stad, met steeds wisselende samenwerkingspartners. Mede hierdoor volstaat Amsterdam Museum met een wat kleinere accommodatie. Het Burgerweeshuis als hoofdlocatie van Amsterdam Museum wordt gepositioneerd als centrale hub van waaruit het museum zich op veel andere locaties in de stad en online manifesteert. • Alle stadsmusea zijn stand alone gehuisvest in aansprekende, overwegend iconische gebouwen. • Alle steden investeren fors in de iconische huisvesting, landmarks, en museale presentatie van hun stadsmuseum. In Liverpool en Marseille is de rijksoverheid de grootste financier, zowel qua bijdrage in investering als exploitatie. • In het kader van deze benchmark keken we ook naar exploitatie- (subsidies).
Omdat Hamburg Museum en Museum of Liverpool deel uitmaken van een grotere organisatie met een geïntegreerde exploitatie, bleek het niet mogelijk de uitsplitsing te maken op museumniveau. Bij MAS Antwerpen is dat wel gelukt; dit museum ontvangt € 7,5 miljoen van de gemeente. En Amsterdam Museum (één museumorganisatie met verschillende museumpresentaties/-locaties) ontvangt aan gemeentelijk subsidie € 10,4 miljoen.
De onderzochte stadsmusea vertellen het hele verhaal van de stad op hoofdlijnen
Als we Rotterdam vergelijken met de musea in de andere steden, valt het volgende op:
• Anders dan bij de ‘benchmark musea’ is in Rotterdam sprake van een versnipperd, niet gecoördineerd geheel aan musea dat elk voor zich een deel van het verhaal van de stad vertellen. • Anders dan bij de ‘benchmark musea’ investeerde Rotterdam (nog?) niet substantieel in zijn stadsmuseum. • Anders dan bij de ‘benchmark musea’ is/was Museum Rotterdam karig gehuisvest, met weinig vierkante meters, in een weinig aantrekkelijk gebouw en niet stand alone, maar als onderdeel van een groter gebouw met verschillende andere functies.