21bb13697 Bijlage behorende bij 21bb13695 over Tussenrapportage impactmeting Brede herstelaanpak jongeren COVID-19 en aanpak Jeugdwerkgelegenheid
Tekst van het document
Evaluatie Rotterdamse Herstelaanpak jongeren Tussenrapportage September 2021 www.rotterdam.nl
Inhoudsopgave Management samenvatting 3 1
Aanleiding Herstelaanpak 6
2
Toelichting Evaluatie Herstelaanpak 7
3
Ontwikkeling Rotterdamse jongeren tijdens COVID-19
4 De innovaties van de Rotterdamse Herstelaanpak
8 20
5 Veldonderzoek bij kansrijke innovaties 26 Bijlage 1 Verdeling van innovaties over (sub)pijlers
2
Evaluatie Rotterdamse Herstelaanpak jongeren
32
Oktober 2021
Management samenvatting Achtergrond Al kort na de uitbraak van corona krijgt de gemeente Rotterdam signalen dat jongeren op verschillende leefdomeinen - waaronder arbeidsmarktpositie, mentale gezondheid, vorderingen op school - negatieve gevolgen ondervinden. Het percentage jongeren dat een beroep deed op voorzieningen nam toe, evenals het percentage jongeren dat aangeeft zich onvoldoende gehoord te voelen. De gemeente Rotterdam besloot hierop een brede Herstelaanpak in te zetten, om bovenstaande negatieve ontwikkelingen te dempen en samen met jongeren te werken aan meer perspectief en zelfredzaamheid. Rotterdamse jongerenorganisaties werden uitgenodigd om ‘innovaties’ te bedenken die aansluiten bij deze doelen. Dit zijn tijdelijke plusaanpakken boven op de al bestaande basisaanpak van de programma’s1. Sinds januari 2021 zijn vanuit de Herstelaanpak (gefaseerd) 42 innovaties van de Rotterdamse jongerenprogramma’s gefinancierd. Binnen de Herstelaanpak zijn de innovaties onder drie pijlers ondergebracht, te weten: 1: bereiken en betrekken van jongeren. Innovaties specifiek gericht op de (moeilijke bereikbare) jongeren en het samen met de jongeren organiseren van het hulpverleningsaanbod. 2: basis op orde. Innovaties die trachten om jongeren op andere manieren in beeld te krijgen en drempels verlagen naar hulp en ondersteuning.
Daarbij zijn het beter aansluiten bij de leefwereld van jongeren en het versterken van de mentale weerbaarheid de kernelementen. 3: perspectief op onderwijs en werk. Innovaties die specifiek op de ontwikkeling en het opbouwen van een zelfstandig bestaan inzetten, door jongeren te informeren over en te ondersteunen bij zaken zoals scholing, huisvesting, financiën, werk/stage en het ontwikkelen van een sociaal netwerk. De Rotterdamse aanpak Jeugdwerkgelegenheid (JWG) is een (zelfstandig) onderdeel2 van de Herstelaanpak; een aantal innovaties in pijler 3 vallen hieronder. De aanpak JWG intensiveert de reguliere gemeentelijke inzet op jeugdwerkeloosheid, aangezien corona voor veel jongeren tot inkomensonzekerheid heeft geleid. JWG leidt Rotterdamse jongeren3 die (dreigend) werkloos zijn toe naar banen in kansrijke sectoren,
Tussenrapportage
waarbij ook nadruk ligt op het versterken van de regionale economie.
Evaluatie en tussentijdse evaluatie De uitvoering en de resultaten van de brede Herstel aanpak worden ambtelijk gevolgd. Daarnaast is twee externe onafhankelijke onderzoekers (auteurs van deze rapportage) gevraagd om evaluatieonderzoek te doen tussen juni en december 2021. De eindrapportage over de evaluatie is in januari 2022 klaar. Door niet alleen achteraf, maar ook tussentijds de impact en ontwikkelingen van de Herstelaanpak te evalueren, ontstaat de mogelijkheid om tijdens de looptijd van de innovaties bij te stellen en aan te scherpen waar nodig. Op deze manier is er sneller inzicht in welke innovaties mogelijk kansrijk zijn (en waarom) en welke geleerde lessen van belang zijn voor toekomstig beleid. De voorliggende tussenevaluatie beschrijft zodoende de ontwikkelingen tot 1 augustus 2021. Het eerste onderdeel van deze evaluatie betreft de beschrijving4 van algemene trends onder Rotterdamse jongeren tijdens corona (2020-1e helft 2021) op het gebied van o.a. werk- en inkomenssituatie, schulden, schoolsituatie, mentale gezondheid en zelfredzaamheid (Hoofdstuk 3). Het tweede onderdeel belicht de achtergrondkenmerken van de innovaties en hun doelgroepen, evenals de eerste bereikcijfers, de verwachte succesfactoren en indicatie van de mate waarin de innovaties methodisch te werk gaan (Hoofdstuk 4).
In het derde onderdeel van deze tussenevaluatie staat - via veldonderzoek - een beperkte selectie van kansrijke innovaties centraal. De eerste maanden van het veldonderzoek zijn besteed aan de selectie van kansrijke innovaties, het leren kennen van de bijbehorende organisaties en het verzamelen van de geleerde lessen voor de tweede fase van de Herstelaanpak en toekomstig beleid (Hoofdstuk 5).
Tussentijdse uitkomsten Ontwikkeling Rotterdamse jongeren tijdens COVID-19 De Rotterdamse jongeren hebben tijdens de COVID-19 crisis, en dan met name tijdens de twee lockdowns, een groter beroep gedaan op de Rotterdamse voorzieningen dan in voorgaande jaren. In de eerste helft van 2021 zijn de aanvragen bij het KBR (+64% in 2020), het Jongerenloket (+65% in 2020) en de WW (+100% in 2020) weer aan het dalen richting de aantallen van voor de COVID-19 crisis. Er zijn echter ook signalen dat de kwetsbare jongeren langer gebruik blijven maken van
Oktober 2021
3
de dienstverlening dan de relatief kansrijke jongeren. In de tweede helft van 2021 blijft het voor de Herstelaanpak van belang de meest kwetsbare doelgroep(en) te monitoren en te bedienen. Ook de inzet op mentale weerbaarheid, zowel vanuit de Herstelaanpak als vanuit algemeen beleid, is onverminderd urgent. Naast de algemene stijgende trend van mentale gezondheidsproblemen bij Rotterdamse jongeren, rapporteert een derde van hen eind 2020 een verslechtering van de mentale gezondheid door de COVID-19 crisis. Zij zeggen meer stress (42%), meer eenzaamheid (38%), vaker verlies van controle over het eigen leven (37%) en meer angst- en depressie klachten (30%) te ervaren door COVID-19. Ook is het aandeel jongeren met een hoog risico op een angststoornis of depressie van 2016 naar 2020 sneller gestegen (+4%) dan in de jaren daarvoor. Jongeren uit lage SES-huishoudens (sociaal economische status), die voor de crisis al moeite hadden met rondkomen en krappe behuizing, zijn getroffen door de COVID-19 crisis. Het verlies van (bij)banen, de beperkte mogelijkheden om buitenshuis te studeren en elkaar buitenhuis in een veilige omgeving te ontmoeten hadden extra impact op deze groep. De sportparticipatie is onder 15 tot 17-jarigen in 2020 afgenomen (-17%) t.o.v. 2019; van de 18 tot 26-jarigen geeft 42% aan minder te zijn gaan sporten door de crisis.
Waarschijnlijk geldt dit ook voor cultuurparticipatie en recreatie. Een vermoedelijk gevolg van de sociale beperkingen van de COVID-19 crisis, is de toename van de overlast door jeugdigen. Het aantal incidenten waarbij Rotterdamse jongeren betrokken waren, is in 2020 met 72% toegenomen ten opzichte van 2019. Dit is ook terug te zien in de enorme stijging van het aantal HALTverwijzingen (+180%) in 2020. Ook in 2021 blijven er tot nu toe meer overlastincidenten plaatsvinden dan in 2019. Geïnterviewde jongerenwerkers (veldonderzoek) schetsen dat jongeren van verschillende leeftijdsgroepen, als gevolg van het sluiten van sport- en welzijnslocaties en horeca, meer tijd doorbrengen op straat. De ontmoeting met jongeren boven de 18 jaar heeft volgens jongerenwerkers een negatieve impact gehad op de jongere groep en de overlast verhoogd. In de tweede helft van 2021 blijft het voor innovaties binnen de Herstelaanpak dan ook van belang om jongeren creatieve alternatieven te bieden voor ontmoeting.
4
Evaluatie Rotterdamse Herstelaanpak jongeren
Landelijke cijfers tonen dat in 2020 bijna een kwart van de mbo-studenten een studieachterstand heeft opgelopen en dat velen zich zorgen maakten over een gebrek aan stages en leerbanen5. Vooralsnog lijken de studieachterstanden zich niet te vertalen in een toename van het aantal Rotterdamse voortijdig schoolverlaters (VSV’ers). Het aantal VSV’ers is in 2020 weer afgenomen t.o.v. eerdere jaren, al blijft Rotterdam het hoogste aandeel houden binnen de G4. Een belangrijke ontbrekende indicator in de huidige analyse van de ontwikkeling onder Rotterdamse jongeren is de stem van de jongeren zelf. Het is nog niet duidelijk in hoeverre zij zich betrokken voelen bij de aanpak en uitvoering van de Rotterdamse aanpak. Innovaties van de Rotterdamse Herstelaanpak Op 1 augustus 2021 zijn 28 organisaties bezig (geweest) met een of meerdere innovaties binnen de Herstelaanpak. De Herstelaanpak bestaat op dat moment uit totaal 42 innovaties6, waarvan de meerderheid (74%) actief was en 18% nog ging starten. Een klein deel (7%) was al afgerond op 1 augustus 2021, met een mogelijk uitzicht op vervolg. Voor deze tussenevaluatie zijn de contactpersonen van de innovaties gevraagd om het verwachte en actuele bereik van jongeren te rapporteren.
Op basis van het verwachte bereik wordt ingeschat dat de Herstelaanpak uiteindelijk ten goede kan komen aan minimaal 6000 Rotterdamse jongeren tussen 12 en 27 jaar. Het aantal bereikte jongeren op 1 augustus 2021 is 1.370 jongeren. We verwachten echter dat het actuele bereikcijfer fors hoger ligt, omdat informatie van vier grote7 innovaties op het moment van schrijven nog ontbrak. Het bereik van jongeren wordt door de meeste innovaties maandelijks bijgehouden. Ongeveer een kwart van de innovaties (26%) volgt de ontwikkelingen van jongeren ook met behulp van de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM); bijna de helft van de innovaties gebruikt een zelf samengestelde vragenlijst (45%). Het versterken van ‘persoonlijke vaardigheden, mentale gezondheid en arbeidsmarktkansen’ zijn kernelementen van veel innovaties. Over de gehele linie verwachten innovaties dat het ‘helpen van jongeren om hun vaardigheden te verbeteren’ (79%) en het ‘uitgaan van de talenten van de jongeren’ (67%) de belangrijkste succesfactoren zijn. Een aanzienlijk deel van alle innovaties (81%) is (deels) gericht op het leefgebied werk. Ook zegt 60% van de innovaties problemen te signaleren en verwijst 48% door naar andere instanties. Iets meer dan de helft van de innovaties (52%) richt zich specifiek
Oktober 2021
op de moeilijk bereikbare jongeren. Deze uitkomsten sluiten aan bij de doelen en pijlers van de Herstelaanpak. Het valt op dat veel innovaties breed inzetten op verschillende doelgroepen, leefgebieden en te bereiken doelen. Ook zijn doelen en verwachte uitkomsten vaak nog weinig specifiek beschreven. Dit maakt het vooralsnog lastig om richting de eindevaluatie specifieke impact en output te voorspellen. Het is positief dat de meerderheid van de innovaties aangeeft in zekere mate methodisch te werken, bijvoorbeeld door het gebruik van (gestandaardiseerde) vragenlijsten. Dit biedt mogelijkheden om in ieder geval voor een deel van de jongeren zicht te krijgen op hun ontwikkeling als gevolg van de Herstelaanpak. De mate waarin het innovaties daadwerkelijk lukt om hun doelen te expliciteren en (mogelijk) te bereiken is daarnaast ook onderwerp van de eindevaluatie. Uit de kwantitatieve analyse blijkt dat de huidige innovaties van de Herstelaanpak zich relatief weinig bezighouden met het leefgebied huisvesting (17%); en dat dit bij deze innovaties slechts een (klein) onderdeel is binnen de inzet op verschillende leefgebieden. Relatief weinig innovaties (17%) geven aan (deels) LVB-jongeren (licht verstandelijke beperking) in hun doelgroep te verwachten; er is geen enkele innovatie specifiek gericht op LVB.
Voor de subsidieaanvragen die vanaf september ’21 nog binnenkomen bij de Herstelaanpak lijkt het daarom van belang om ook te letten op: 1. het bereiken en bedienen van de LVB-doelgroep. 2. jongeren die een begeleide of zelfstandige woonsituatie nodig hebben. De eerste kwalitatieve bevindingen onderstrepen dat dit twee kwetsbare groepen zijn die momenteel weinig aandacht krijgen.
mogelijk is binnen de huidige evaluatie en wordt daarom (nu) niet verder onderzocht. Voor bovengenoemde geselecteerde kansrijke innovaties, geldt dat de ‘vernieuwing’ vaak een (nu officiële) uitbreiding is van een werkwijze waar voorheen al (onofficieel) mee geëxperimenteerd werd. Hierbij valt op dat de innovatie Zelfmelders bij de Rotterdamse Douwers momenteel het meest ingebed is in de organisatie. Naar verwachting zal de evaluatie van succes- en risicofactoren en randvoorwaarden voor mogelijke doorontwikkeling hier het meest opleveren. Voor de Jongerenbijdrageregeling en The Room geldt dat zij (sterk) afhankelijk zijn van de betrokkenheid en inzet van het jongerenwerk. Het is te verwachten dat het succes van deze innovaties mede afhankelijk is van afspraken met het jongerenwerk over uren, einddoelen en verantwoording. Ook voorlichting over de innovatie aan zowel jongerenwerk als jongeren is vermoedelijk een randvoorwaarde voor succes. Het veldonderzoek zal richting de eindevaluatie in kaart moeten brengen hoe goed georganiseerd de ketenstructuur is en of aan bovengenoemde randvoorwaarden wordt voldaan.
Veldonderzoek bij kansrijke innovaties Vanaf juni 2021 keek een van de onderzoekers bij een aantal kansrijke innovaties mee op locatie, kreeg inzage in dossiers en sprak met betrokken stafleden en medewerkers. Bij één innovatie is ook gesproken met samenwerkingspartners in de wijk. Op basis van de eerste kwalitatieve bevindingen is besloten dat in ieder geval bij de volgende drie innovaties verdiepend veldonderzoek zal worden uitgevoerd. Een netwerk van informele steun, waaronder een 1. Zelfmelders van Rotterdamse Douwers 2. The Room van Huis van Asporaat 3. Jongerenbijdrageregeling uitgevoerd door TOS Voor Jongerenhub Zone-Z en Jong en Sterk! wordt op korte termijn besloten over de wenselijkheid en mogelijkheid van aanvullend veldonderzoek. Pedagoog op de Club vraagt om een uitgebreider onderzoek dan
Tussenrapportage
1 Naast de innovaties financiert de Herstelaanpak een aantal ‘initiatieven’; dit zijn (in tegenstelling tot de innovaties) eenmalige activiteiten voor jongeren die buiten het bereik van huidige evaluatie vallen. 2 Voortgangsrapportage JWG is terug te vinden in tertaalmonitor W&I. 3 Nadruk op mbo (1-4) en hbo niveau. 4 Vanuit gemeentelijke monitoren en nationale databanken. 5 MBO Raad (26-10-2020) https://www.mboraad.nl/nieuws/coronaupdate-mbo-raad-waar-schuwt-de-scholen-lopen-vast. 6 In juli 2021 zijn nog 6 innovaties goedgekeurd die om verschillende redenen niet meegenomen konden worden in de inventarisatie voor de tussenevaluatie. Over deze en vanaf 1 augustus 2021 goedgekeurde innovaties wordt in de eindevaluatie gerapporteerd. 7 Verwacht bereik > 500 jongeren.
Oktober 2021
5
1 Aanleiding Rotterdamse Herstelaanpak Uit een recente overzichtsstudie8 blijkt dat Nederlandse jongeren op veel leefdomeinen (o.a. arbeidsmarktpositie, mentale gezondheid, vorderingen op school) negatieve gevolgen van de COVID-19 crisis ondervinden. Hoewel de meesten van hen veerkrachtig zijn en positief naar de toekomst kijken, is er voor kwetsbare jongeren reden tot zorg. Kansenongelijkheid groeit doordat de armoede binnen lage SES-groepen stijgt. Deze jongeren hebben het meeste moeite met het afstandsonderwijs en het bemachtigen van een stage en/of baan. Een ander belangrijk signaal is dat voor alle groepen jongeren geldt dat zij zich te weinig gehoord voelen tijdens de crisis. Het Bestuurlijk Team Gelijke Kansen heeft de Rotterdamse Herstelaanpak ‘Help jongeren door de crisis’ ontwikkeld om de impact van corona op jongeren (16-27 jaar) die kwetsbaar zijn of dreigen te worden te dempen. In de Herstelaanpak zijn recente aanbevelingen voor herstelbeleid vanuit (o.a.) de drie planbureaus (Centraal Planbureau, Planbureau voor de Leefomgeving en Sociaal en Cultureel Planbureau) verwerkt door een integrale aanpak (werk en schulden, onderwijs, mentale weerbaarheid) met snelle acties en tijdig ingrijpen (vroegsignalering) voor te staan9. Daarnaast wordt de aanpak expliciet gemaakt en uitgevoerd met en door jongeren en belanghebbenden.
Dat gaat deze zowel over crisismaatregelen op de korte termijn als over innovaties met impact op de middellange en langere termijn. Doel van de Herstelaanpak is om samen met jongeren te werken aan meer perspectief, een grotere zelfredzaamheid en meer zelfoplossend vermogen. Dit wordt bereikt door bestaande Rotterdamse jongerenprogramma’s met elkaar te verbinden, te versnellen en te innoveren. Vanuit de Herstelaanpak worden vanaf januari ’21 (gefaseerd) ‘innovaties’ van de Rotterdamse jongerenprogramma’s gefinancierd. Dit zijn tijdelijke plusaanpakken boven op de al bestaande basisaanpak van de programma’s. Naast de innovaties financiert de Herstelaanpak een aantal ‘initiatieven’; dit zijn (in tegenstelling tot de innovaties) eenmalige activiteiten voor jongeren die buiten het bereik van huidige evaluatie vallen. Binnen de Herstelaanpak zijn drie pijlers te onderscheiden. De innovaties zijn op een of meerdere pijlers gericht. Pijler 1: bereiken en betrekken van jongeren. Actief contact zoeken blijkt een effectieve methode om (geïsoleerde) jongeren te bereiken en om bij hen problematiek te signaleren die vaak verborgen blijft
6
Evaluatie Rotterdamse Herstelaanpak jongeren
voor de reguliere hulpverlening10. Daarnaast is sociaal beleid gericht op jongeren efficiënter en (kosten) effectiever wanneer jongeren zelf betrokken zijn bij het plannen, uitvoeren en evalueren hiervan11. Binnen pijler 1 zijn innovaties erop gericht om (moeilijke bereikbare) jongeren nu wél te bereiken en samen met hen het aanbod te organiseren. Pijler 2: basis op orde. Niet alle jongeren zijn gemotiveerd om hulp te vragen en sommigen blijven uit het zicht van gemeentelijke instanties zoals het Jongerenloket12. Innovaties binnen pijler 2 streven ernaar jongeren op andere manieren in beeld te krijgen, bijvoorbeeld door (intensief) samen te werken met de wijkvoorzieningen en het jongerenwerk. Door beter aan te sluiten bij de leefwereld van jongeren wordt getracht hen tóch toe te leiden naar bestaande trajecten. Ook investeren deze innovaties in de mentale weerbaarheid van jongeren. Pijler 3: perspectief op onderwijs en werk. Kwetsbare jongvolwassenen hebben vaak meer baat bij (integrale) coachende begeleiding bij praktische zaken, zoals scholing, huisvesting, financiën, werk/stage en het ontwikkelen van een sociaal netwerk dan bij de meer ‘vraaggerichte’ volwassenenzorg13. Innovaties binnen pijler 3 zorgen ervoor dat jongeren kansen krijgen om zich te ontwikkelen en een zelfstandig bestaan op te bouwen.
De Rotterdamse aanpak Jeugdwerkgelegenheid (JWG) is een (zelfstandig) onderdeel14 van de Herstelaanpak; een aantal innovaties in pijler 3 vallen hieronder. De aanpak JWG intensiveert de reguliere gemeentelijke inzet op jeugdwerkeloosheid, aangezien de COVID-19 crisis voor veel jongeren tot inkomensonzekerheid heeft geleid. Doel van de JWG is om Rotterdamse jongeren15 die (dreigend) werkloos zijn, toe te leiden naar banen in kansrijke sectoren, waarbij ook nadruk ligt op het versterken van de regionale economie.
08 Nederlands Jeugdinstituut (2021). Effect van corona op jeugd, gezin en jeugdveld. 09 Gemeente Rotterdam (2021). Programmatische jongerenaanpak COVID-19. Quickscan ter onderbouwing van de Rotterdamse herstel aanpak 10 Movisie (2017). Dossier: Wat werkt bij outreachend werken? 11 Head, B.W. (2011). Why not ask them? Mapping and promoting youth participation. Children and Youth Services Review, 33(4), 541–547. 12 Spies, Tan & Davelaar (2016). De jeugd maar geen toekomst? 13 Steketee, M., Vandenbroucke, M., & Rijkschroeff, R. (2009). (Jeugd) zorg houdt niet op bij 18 jaar. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut. 14 Voortgangsrapportage JWG is terug te vinden in tertaalmonitor W&I. 15 Nadruk op mbo (1-4) en hbo niveau.
Oktober 2021
2 Toelichting Evaluatie Rotterdamse Herstelaanpak Om inzicht te krijgen in de werking van de Herstelaanpak, voeren twee externe onafhankelijke onderzoekers tussen juni 2021 en januari 2022 een evaluatieonderzoek uit. De eindrapportage over de evaluatie is in januari 2022 klaar. Door niet alleen achteraf, maar ook tussentijds de impact en ontwikkelingen van de Herstelaanpak te evalueren, ontstaat de mogelijkheid om tijdens de looptijd van de innovaties bij te stellen en aan te scherpen waar nodig. Op deze manier is er sneller inzicht in welke innovaties mogelijk kansrijk zijn en welke geleerde lessen van belang zijn voor toekomstig beleid. Deze tussenrapportage bespreekt de stand van zaken tot 1 augustus 2021. Het eerste onderdeel van de tussenevaluatie brengt de ontwikkelingen in de situatie van Rotterdamse jongeren tijdens COVID-19 in kaart (Hoofdstuk 3). Algemene trends tijdens de COVID-19 periode (2020-1e helft 2021) op het gebied van o.a. werk- en inkomenssituatie, schulden, schoolsituatie, mentale gezondheid en veerkracht en zelfredzaamheid bij Rotterdamse jongeren worden beschreven en vergeleken met eerdere jaren. Deze cijfers zijn afkomstig uit verschillende gemeentelijke monitoren en nationale databanken.
Het derde onderdeel brengt richting de eindevaluatie de werkzame elementen van een beperkte selectie van kansrijke innovaties en de geleerde lessen voor toekomstig beleid in kaart. Dit betreft een verdiepende kwalitatieve studie waarbij door middel van veldonderzoek niet alleen zicht komt op het succes van de programma’s maar ook op de condities (tijd, geld, fte, locatie, netwerk, kennis) die nodig zijn om de innovaties in te bedden in bestaand beleid. Vanaf juni ’21 loopt een onderzoeker meerdere dagen mee bij de desbetreffende innovaties en neemt interviews af met projectmanagers, projectmedewerkers en jongeren. In deze tussenrapportage wordt een korte toelichting per kansrijke innovatie gegeven en worden de eerste bevindingen en conclusies van de onderzoeker besproken (Hoofdstuk 5).
Het tweede onderdeel brengt richting de eindevaluatie de brede opbrengsten van de innovaties (bereik en betrokkenheid jongeren, output, kosten en opbrengsten) in kaart. In deze tussenrapportage worden de achtergrondkenmerken van de innovaties en hun doelgroep besproken, evenals de eerste bereikcijfers, de verwachte succesfactoren en indicatie van de mate waarin de innovaties methodisch te werk gaan (Hoofdstuk 4). Deze eerste inventarisatie helpt om (succes)indicatoren vast te stellen die in het laatste kwartaal van 2021 uitgevraagd kunnen worden bij alle innovaties, zodat er zicht komt op de opbrengsten op programmaniveau.
Tussenrapportage
Oktober 2021
7
3 Ontwikkeling Rotterdamse jongeren tijdens COVID-19 Werkwijze
30
3.1 Aantal kwetsbare en risicojongeren
20
Figuur 1 Aantal kwetsbare- en risicojongeren Rotterdam 2015-2019 (x 1.000 jongeren) 35 25
rticipatie
zondheid
Justitie
Oktober 2021
ntale ADL
isvesting
e relaties
zondheid
Evaluatie Rotterdamse Herstelaanpak jongeren
Financiën
15 Sinds 2015 brengt de gemeente Rotterdam cijfermatig in kaart hoeveel van de gemiddeld 125.000 10 Rotterdamse jongeren (12 tot 27 jaar) te maken hebben 5 met een stapeling van problemen op verschillende 0 2015 2017 2018 2019 2016 leefgebieden. Hiervoor worden databestanden van het CBS over de leefgebieden werk, onderwijs, Kwetsbaar zorg en veiligheid op persoonsniveau gekoppeld16 3.2 Betrekken jongeren Risico breed Risico scherp en geanalyseerd. Binnen deze analyse worden In de Omnibusenquête worden Rotterdammers (16-85 drie groepen jongeren onderscheiden: kwetsbare jaar) jaarlijks bevraagd over hoe tevreden ze zijn met2019-juni 2021 Figuur 2 Aantal intakegesprekken Jongerenloket jongeren, risicojongeren volgens de brede definitie en 1000 hun betrokkenheid bij de leefomgeving. risicojongeren volgens de scherpe definitie. 800 Betrekken jongeren tijdens COVID-19 Kwetsbare en risicojongeren tijdens COVID-19 In 2020 was 16% (N=527) van de respondenten tussen 600 Op het moment van schrijven zijn de cijfers van 2019 16 en 27 jaar. Dit betrof echter maar 0,4% van de totale 400 niet bekend: er valt dus nog geen conclusie te trekken populatie Rotterdamse jongeren, onvoldoende om over eventuele toe- of afname van het aantal kwetsbare een representatieve afspiegeling van de Rotterdamse 200 en risicojongeren tijdens de COVID-19 periode. jongerenpopulatie te kunnen waarborgen.
Dit betekent 0 er momenteel geen betrouwbare informatie dat jan mrt apr jul aug jun Kwetsbare en risicojongen 2015-2019 beschikbaar isfeb over in hoeverre jongerenmei zich betrokken De kwetsbare jongeren vormen in alle jaren de voelen bij de stad. 2019 2020 grootste groep (bijna 23.000 jongeren in 2019). Dit zijn 2021 jongeren die onderwijs volgen lager dan mbo 3/geen Het is een al langer bekend gemeentelijk probleem onderwijs volgen en geen werk hebben. Een positieve dat jongeren veel minder goed deelnemen aan 18 ontwikkeling is dat het aandeel kwetsbare jongeren steekproefonderzoek dan volwassenen . Enerzijds Figuur3 Aandeel niet-zelfredzame jongeren Jongerenloket tussen 2015-2019 daalde (van 24% van de totale 90doordat jongeren doorgaans minder gemotiveerd zijn 80om deel te nemen, anderzijds omdat zij lastiger te populatie jongeren in 2015 naar 18% in 2019; zie 70bereiken zijn. Het bereiken en betrekken van jongeren Figuur 117). 60bij de ontwikkeling, uitvoering en verbetering van beleid 50 Risicojongeren volgens de brede definitie zijn jongeren 40is voor de gemeente Rotterdam dan ook steeds hoger op die op twee of drie van bovengenoemde leefgebieden 30de agenda komen te staan. 20 10 0 asale ADL
8
risico lopen (5,5% van de totale populatie Rotterdamse jongeren in 2019). Risicojongeren volgens de scherpe definitie zijn jongeren die naast deze twee of drie risico’s geen onderwijs volgen onderwijs lager dan mbo 3 volgen en niet werken (of max. 11 uur/week). In 2019 voldeed 4,3% van de Rotterdamse jongeren aan deze definitie. Het aantal risicojongeren bevindt zich sinds 2015 stabiel tussen de 6000 en 7000 jongeren, afhankelijk van de definitie. In alle groepen is het aandeel mannen relatief hoger dan vrouwen en aandeel jongeren 12 – 18 jaar groter dan het aandeel jongeren 18 – 27 jaar.
Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de positie van Rotterdamse jongeren op achtereenvolgens de volgende leefdomeinen: aantal kwetsbare en risicojongeren, betrekken jongeren, participatie, zelfredzaamheid, mentale gezondheid en veerkracht, schulden, wonen, veiligheid, onderwijs en werk en inkomen. Hierbij wordt hun positie tijdens het eerste COVID-jaar 2020, toen de Herstelaanpak geschreven werd, (waar mogelijk) vergeleken met hun positie in de eerste helft van 2021. Voor veel indicatoren geldt echter dat er op moment van schrijven nog geen informatie over 2021 beschikbaar is. Daarom wordt 2020 ook vergeleken met eerdere jaren. Op enkele onderdelen was het mogelijk de positie van Rotterdamse jongeren te vergelijken met de ontwikkeling van jongeren in de G4 en Nederland. Het hoofdstuk sluit af met een korte conclusie.
Tussen juni ’21 en december ’23 financiert de Herstelaanpak de innovatie ‘Jongerenpanel’ van I&O Research. Dit beoogt een representatief en interactief jongerenpanel te zijn, waarbij een brede groep jongeren een stem krijgt bij de aanpak van diverse beleidsthema’s. In de eindrapportage evaluatie Herstelaanpak kan naar verwachting gerapporteerd worden over de eerste peiling van het I&O jongerenpanel.
3.3 Participatie Maatschappelijke participatie gaat over de mate waarin iemand deelneemt aan maatschappelijke, gestructureerde activiteiten en organisaties. Een indicator die hier iets over zegt is of jongeren aan vrijwilligerswerk doen en of zij mantelzorger zijn. Ook lidmaatschap van of deelname aan een sport(club) wordt als maatschappelijke participatie beschouwd. Participatie tijdens COVID-19 De maatschappelijke participatie onder Rotterdamse jongeren kon tussen 2020 en 2021 nog niet worden vergeleken. Wel was het mogelijk om het eerste COVIDjaar (2020) te vergelijken met eerdere jaren. Participatie 2016-2020 In 2020 deed 18% van de Rotterdamse 18- tot Figuur Aantal kwetsbare26-jarigen aan1vrijwilligerswerk. Ditenisrisicojongeren iets minder Rotterdam 2015-2019 (x 1.000 jongeren) dan Nederlandse jongeren in totaal (21%), maar 35 vergelijkbaar met de G4 (19%). Ten opzichte van 2016 30 (19%) is het aandeel Rotterdamse jongvolwassenen in 25dat aan vrijwilligerswerk doet stabiel gebleven19. 2020 20 Er is een licht dalende trend van het aandeel 15 jongvolwassenen dat mantelzorger is (van 5% in 2012 naar10 3% in 2020). 5 Tijdens 0 de COVID-19 periode is het wekelijks sporten 2015 2017afgenomen 2018 (van 2019 2016 beperkt voor alle leeftijdsgroepen 65% in 2019 naar 58% in 2020), maar voor jeugd (15-17 jaar) Kwetsbaar het meest (van Risico 67% inbreed 2019 naar 50% in 2020)20.
Risico scherp
In november 2020 is de sportdeelname voor alle groepen weer op het niveau van 2019, behalve bij de jeugd. Van de 18- tot 26-jarigen geeft 42% aan minder te zijn gaan sporten door de COVID-19 crisis21; voor 34% is dit gelijk gebleven. Er is geen verandering waar te nemen tussen 2012 en 2020 in het aandeel Rotterdamse jongeren dat zegt minimaal wekelijks te sporten (66%). Wel is er een afname van 10% te zien van het aandeel jongeren dat aan de beweegrichtlijn voldoet tussen 2016 (66%) en 2020 (56%).
3.4 Zelfredzaamheid Het Jongerenloket ondersteunt Rotterdamse jongeren van 18 tot en met 26 jaar op het gebied van onderwijs, werk, onderdak, inkomen, zorg en geldproblemen. Bij de intake wordt de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) afgenomen. Zelfredzaamheid tijdens COVID-19 In 2019 waren er in totaal 3.331 intakegesprekken bij het Jongerenloket Rotterdam; gemiddeld 278 intakegesprekken per maand. In 2020 zijn er 64% meer intakegesprekken gehouden (totaal: 5.446/454 per maand) dan in 2019. In de eerste helft 2021 gaat het gemiddeld aantal intakegesprekken per maand (332) weer meer richting het niveau van 2019.
Fig 140
In Figuur 222 is het aantal intakegesprekken weergegeven. Een duidelijke piek is te zien in april ‘20 (776 intakegesprekken), de maand waarin de eerste lockdown van kracht werd. Na april daalt het aantal intakegesprekken weer, met uitzondering van oktoberdecember ’20 (begin tweede lockdown). Kortom, tijdens de lockdownperiodes hebben veel meer jongeren een beroep gedaan op het Jongerenloket dan normaal, waarschijnlijk vooral vanwege financiële problemen. Sinds april 2021 zit het aantal intakegesprekken weer op het niveau van 2019.
120 100 80 60 40 20 0
Figu moe
Figuur 2 Aantal intakegesprekken Jongerenloket 2019-juni 2021 1000
30
800
25
600
20
400
15 10
200 0
5 jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
0
dec
2
2019 2020 2021 Tussenrapportage Figuur3 Aandeel niet-zelfredzame jongeren Jongerenloket
90 80
Oktober 2021
9
Figu jong 500 400
jan
feb
mrt
apr
mei
jul 15
jun
aug
sep
okt
2015
2016
2017
0
dec
2
10
2019 2020 2021
5 0
Figuur3 Aandeel niet-zelfredzame jongeren Jongerenloket
2018
2019
Figu jonge
Kwetsbaar Risico breed Risico scherp
500
100
400
0
jan
feb
2019 2020 2021
mrt ‘19 tot mrt’20 mrt ‘20 tot sept ’20 sept ‘20 tot feb ’21 feb ‘21 tot aug ’21
Tijdsbestelding
0
Middelengebruik
200
Werk en opleiding
600 Sociaal netwerk
200
Maatsch. participatie
800
Lichamelijke gezondheid
Justitie
Instrumentale ADL
Huisvesting
Huiselijke relaties
Geestelijke gezondheid
Financiën
400 Figuur 2 Aantal intakegesprekken Jongerenloket 2019-juni 2021 300 1000
Basale ADL
90 80 70 60 50 40 30 20 10 0
nov
mrt
apr
mei
jun
jul
aug Figuur (%) 90
10
Figuur 6 Ontwikkeling mentale
Evaluatie Rotterdamse Herstelaanpak gezondheidsproblemen (%jongeren Rotterdamse jongeren)
14 12
Oktober 2021
Figuur5 Veranderingen COVID naar financiën/opleiding (%) 70
Maatsch. participatie
Lichamelijke gezondheid
Justitie
Instrumentale ADL
Huisvesting
Huiselijke relaties
Geestelijke gezondheid
Financiën
Basale ADL
Figuur3 Aandeel niet-zelfredzame jongeren Jongerenloket 86 90 80 82 70 Figuur 3 geeft de ontwikkeling van het aandeel niet78 60Mentale gezondheid tijdens COVID-19 23 Zelfgerapporteerde veranderingen mentale Figuur4 zelfredzame jongeren bij het Jongerenlokettussen 50De mentale gezondheid van Rotterdamse jongeren door COVID-19 (%)verschillende 74 40kon tussen 2020 en 2021 nog niet worden vergeleken. maartgezondheid 2019 en augustus 2021 op de 60 30 domeinen van de Zelfredzaamheidsmatrix (ZRM) weer. Wel is in de Gezondheidsmonitor (najaar 2020) aan 70 2008 De50 meeste jongeren zijn niet zelfredzaam op het domein 20respondenten gevraagd of zij zelf vinden dat hun 10 40 ‘financiën’ (75% tussen maart ’19 en maart ’20) en dit mentale gezondheid is veranderd n.a.v. de COVID-19 0 aandeel stijgt langzaam naarmate de COVID-19 crisis crisis. 30 vordert (82% tussen februari ’21 en augustus ’21). Verder 20 Figuur 11 U valt het op dat het aandeel niet-zelfredzame jongeren Ongeveer drie tot vier op de tien Rotterdamse 2017-juli 20 per10 leefgebied (met uitzondering van financiën) in de jongvolwassenen rapporteren een verslechtering 600 periode van (aspecten van) hun mentale gezondheid door de 0 maart ’20 tot februari ’21 lager lag dan voor de AngstDepressie EenzaamControle Stress 500 COVID-19 sinds februari ’21 weer COVID-19 crisis.
Figuur 4 toont deze veranderingen in gevoelens heid levencrisis begon, maar 400 toeneemt. Mogelijk heeft dit te maken met de uitstroom mentale gezondheid. Beter van de meest kansrijke jongeren. 300 mrt ‘19 tot mrt’20 Gelijk gebleven mrt ‘20 tot sept ’20 Controle leven Slechter 200 ‘20van tot feb ’21 3.5 MentaleNVT gezondheid en veerkracht Ongeveer sept de helft de jongvolwassenen merkt geen 100 feb ‘21 tot aug ’21 Met de Gezondheidsmonitor brengt de GGD Rotterdamverschil in hun controle over het eigen leven. Voor 37% 0 Rijnmond door middel van vragenlijstonderzoek de 2017 Figuur5 Veranderingen COVID naar financiën/opleiding (%) gezondheid van de inwoners van alle regiogemeenten Un Figuur4 Zelfgerapporteerde veranderingen mentale in 70 kaart. Vragen over eenzaamheid, angst- en gezondheid door COVID-19 (%) 60 depressieve gevoelens, mate van controle over eigen 60 50 en stress, geven een indicatie van de mentale leven 50 gezondheid en veerkracht van Rotterdammers. De 40 40 hieronder gerapporteerde cijfers zijn afkomstig uit 30 800 de20 Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 30 700 24 2020 10 . Er is voor de tussenevaluatie Herstelaanpak een 20 600 aparte 0 selectie gemaakt voor de groep Rotterdamse 500 10 Minder controle Meer eenzaam Meer stress jongvolwassenen 18-26 jaar.
Meer Cijfers uit de regio Meer depressieve leven angstgevoelens gevoelens 400 0 zijn hierbij buiten beschouwing gelaten. Deze AngstDepressie EenzaamControle Stress 300 gevoelens Gezondheidsmonitor werd in het najaar van 2020 heid leven moeite met rondkomen 200 Geen moeite met rondkomen uitgevoerd. Nederland zat destijds in de tweede 100 Beter COVID-19 golf.Lager opleidingsniveau 0 Gelijk gebleven Hoger opleidingsniveau Slechter NVT
400 Beter Gelijk gebleven Slechter NVT
300 200 100 0
Figuur5 Veranderingen COVID naar financiën/opleiding (%)
2017
Unie
70 60 50
F J
40 30
800 700 600 500 400 300 200 100 0
20 10 0
Minder controle leven
Meer angstgevoelens
Meer depressieve gevoelens
Meer eenzaam
Meer stress
moeite met rondkomen Geen moeite met rondkomen Lager opleidingsniveau Hoger opleidingsniveau geldt dat zij door de COVID-19 crisis minder controle Figuur 6 Ontwikkeling mentale ervaren. Dit is meer dan Nederlandse jongvolwassenen gezondheidsproblemen (% Rotterdamse jongeren) (30%) en iets minder dan jongvolwassenen in de G4 14 (41%). 12
10 Stress 8 van de Rotterdamse jongvolwassenen zegt meer 42% 6 te ervaren door de COVID-19 crisis. Voor 43% stress 4 bleef het gelijk en 7% ervaart minder stress. Voor 8% is 2 (al dan niet door COVID-19) niet van toepassing. stress Het 0 aandeel dat zegt meer stress te ervaren door 2016 2020 2012 2008 COVID-19 is groter dan het aandeel Nederlandse jongvolwassenen (32%) en vergelijkbaar met het Hoog risico angststoornis/depressie aandeel jongvolwassenen inernstig de G4 (44%). Voelt zich (zeer) eenzaam Psychische stoornis vastgesteld In totaal zegt 32% van de Rotterdamse jong volwassenen in de afgelopen 4 weken (heel) veel stress te hebben ervaren. Dit vergelijkbaar met de jongvolwassenen in de G4 (35%) en iets meer dan de jongvolwassenen in Nederland (28%). De Rotterdamse jongvolwassenen ervaren vooral stress op het gebied van hun studie, werk en social media. Angst 30% van de Rotterdamse jongvolwassenen zegt meer angstgevoelens te ervaren door de COVID-19 crisis. Voor 32% bleef het gelijk en 4% van de jongvolwassenen ervaart minder angst. Voor het grootste deel van de jongvolwassenen zijn angstgevoelens niet van toepassing (34%). Het aandeel dat meer angstgevoelens ervaart door de crisis is groter dan het aandeel Nederlandse jongvolwassenen (21%) en vergelijkbaar met het aandeel jongvolwassenen in de G4 (33%).
Depressie 30% van de Rotterdamse jongvolwassenen zegt meer depressieve klachten te ervaren. Voor 29% bleef
Tussenrapportage
het gelijk en 5% van de jongvolwassenen ervaart minder klachten. Voor het grootste deel van de jongvolwassenen zijn depressieve klachten niet van toepassing (36%). Het aandeel dat meer depressieve klachten ervaart is groter dan het aandeel Nederlandse jongvolwassenen (23%) en vergelijkbaar met het aandeel jongvolwassenen in de G4 (32%). Eenzaamheid 38% van de Rotterdamse jongvolwassenen voelt zich door de COVID-19 crisis eenzamer dan voor de crisis. 28% voelt zich even eenzaam en 4% voelt zich minder eenzaam. Voor 30% is eenzaamheid niet van toepassing. Het aandeel dat zich eenzamer voelt door de crisis is iets groter dan het aandeel Nederlandse jongvolwassenen (34%) en iets kleiner dan het aandeel jongvolwassenen in de G4 (41%). In het algemeen zegt 13% van de Rotterdamse jongvolwassenen zich zeer ernstig eenzaam te voelen. Dit is hetzelfde aandeel als de jongvolwassenen in de G4 en een iets groter aandeel dan de jongvolwassenen in Nederland (10%). Kenmerken jongeren mentale gezondheids problemen Uit een recente studie van het CPB blijkt dat financiële problemen negatief samenhangen met de mentale gezondheid van mensen. GGZ-kosten stijgen wanneer mensen in de Regeling Wanbetalers terecht komen25.
Ook de groep Rotterdamse jongvolwassenen met minder financiële zekerheid zegt meer negatieve veranderingen in de mentale gezondheid te ervaren ten gevolge van de COVID-19 crisis dan de jong volwassenen met meer financiële zekerheid. Aan de andere kant blijkt dat jongvolwassenen met een lagere opleiding26 minder negatieve gevolgen ervaren van de crisis dan jongeren met hogere opleiding27 (Figuur 5).
Oktober 2021
11
Beter Gelijk gebleven Slechter NVT
300 200 100 0
Figuur5 Veranderingen COVID naar financiën/opleiding (%) Mentale gezondheid 2008-2020 opschorting van tijdelijke contracten en een vertraagde 70 Figuur 6 toont de ontwikkeling van mentale of moeizamere instroom op de arbeidsmarkt. Het 60 gezondheidsproblemen bij Rotterdamse jong jaarlijks aantal oriëntatiegesprekken met 18- tot 50 volwassenen op een drietal indicatoren tussen 2008 26-jarigen dat bij de Kredietbank Rotterdam (KBR) 40 en 2020. De meest opvallende ontwikkeling is dat wordt gevoerd en het aandeel jongeren dat zelf aangeeft 30 het aandeel jongvolwassenen met een risico op een moeite te hebben met rondkomen, zijn indicatoren voor 20 angststoornis of een depressie tussen 2008 (6%) de toe- of afname van de schuldenproblematiek onder 10 en 2020 (12%) verdubbeld is. Tussen 2016 en 2020 Rotterdamse jongeren. is0de grootste toename (+4%) te zien. Het aandeel Minder controle Meer Meer depressieve Meer eenzaam Meer stress leven jongeren bij wie angstgevoelens gevoelens Rotterdamse minimaal één psychische Schulden tijdens COVID-19 stoornis door een arts is vastgesteld is tussen 2016 (8%) In 2019 werden er in totaal 610 oriëntatiegesprekken moeite met rondkomen en 2020 (9%) redelijk stabiel gebleven. Het percentage bij het KBR gevoerd; gemiddeld 51 per maand (Figuur Geen moeite met rondkomen Rotterdamse jongvolwassenen dat zich zeer ernstig 7)28.
In 2020 vonden 64% meer gesprekken plaats Lager opleidingsniveau eenzaam voelt is gestegen ten opzichte van 2008 (10%), (1006 totaal; gemiddeld 84 per maand). In 2021 zet Hoger opleidingsniveau maar gelijk gebleven ten opzichte van 2016. de toename van 2020 vooralsnog door. Tot juli 2021 vonden 567 gesprekken plaats; gemiddeld 95 per Figuur 6 Ontwikkeling mentale maand. Kortom, Rotterdamse jongeren lijken vaker te gezondheidsproblemen (% Rotterdamse jongeren) worstelen met schuldenproblematiek als gevolg van de 14 COVID-19 crisis. 12 Moeite met rondkomen 2008-2020 10 Eind 2020 bleek dat 22% van de Rotterdamse 8 jongvolwassenen (18-26 jaar) zelf aangaf de afgelopen 6 24 maanden (enige of veel) moeite te hebben met 4 rondkomen. Dit is een stuk meer dan de Nederlandse 2 jongvolwassenen (13%), maar vergelijkbaar met de 0 G4 (24%)29. Tussen 2008 en 2020 is het aandeel 2016 2020 2012 2008 Rotterdamse jongvolwassenen dat aangeeft moeite te Hoog risico angststoornis/depressie hebben met rondkomen jaarlijks gedaald en deze trend Voelt zich (zeer) ernstig eenzaam heeft zich ook tijdens COVID-19 crisis voortgezet. In Psychische stoornis vastgesteld 2020 geeft bijna een vijfde (19%) van de jongeren aan ‘enige moeite te hebben met rondkomen’.
Het aandeel 3.6 Schulden dat aangeeft ‘grote moeite met rondkomen’ te hebben Vanaf het begin van de COVID-19 crisis werd verwacht is gedaald naar 4%, het laagste niveau in de afgelopen dat (vooral) jongeren financieel hard geraakt zouden twaalf jaar (Figuur 8). worden vanwege het wegvallen van (bij)banen,
2017
2
Unie
Fi Ja 800 700 600 500 400 300 200 100 0
Figuur 7 Aantal oriëntatiegesprekken KBR 2019-juni 2021
Fi
140
800
120 100
600
80 400
60 40
200
20 0
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
0
dec
2019 2020 2021 Figuur 8 Ontwikkeling jongvolwassenen moeite met rondkomen (%)
Figuur 15 Aantal High Impact Crimes 2016-augustus 2021
30
12
25 Evaluatie Rotterdamse Herstelaanpak jongeren 20
15
180 160 140 120
Oktober 2021
ngeren n)
0
Figuur 7 Aantal oriëntatiegesprekken KBR 2019-juni 2021 jan
feb
mrt
apr
mei
2019 2020 2021
jun
jul 140aug 120
sep
okt
nov
0
dec
100 80
60 bankslapers dat zich per kwartaal meldde bij een 40 Rotterdams loket in de periode 2019-tweede kwartaal Figuur 15 Aantal High Impact Crimes 20 30 2021. In 2020 waren er 25% minder meldingen per 2016-augustus 2021 0 31 25 maand (279) dan in feb 2019 (348) lijkt jun jan mrt . Deze aprafname mei jul aug 180 2019 door te zetten in 2021 (gemiddeld 192 meldingen per 20 160 2019 kwartaal). 140 2020 15 120 2021 10 100 Wonen 2008-2020 80 dat 76% van de Rotterdamse In 2020 bleek Figuur 8 Ontwikkeling jongvolwassenen gerenloket 2019-juni52021 60 moeite met rondkomen (%) voldoende gaf voor jongvolwassenen (18-26 jaar) een 0 40 Figuur oriëntatiegesprekken KBR 30 2008 7 Aantal 2012 2016 20202019-juni 2021 de woonomgeving (t.o.v. 80% van de jongvolwassenen F 20 140 in de Enige moeite met rondkomen 0 82% een voldoende gaf voor de 25G4) en dat 800 2016 2018 2019 2020 2017 2021 32 Grote moeite met rondkomen 120 woning (t.o.v. 85% van de jongvolwassenen in de 20 Overval 100 G4).
Hierbij valt op dat hoogopgeleiden vaker (86%) 600 15 Straatroof tevreden zijn met hun woning dan laagopgeleiden 80 Figuur 9 Ontwikkeling aantal bankslapers Woninginbraak 10 en dat jongeren die jongeren jaar) 3.7 Wonen(<27 en dakloosheid (74%) geen moeite hebben met 400 60 500 De40 afgelopen jaren waarschuwen nationale denktanks rondkomen tevredener zijn (88%) dan jongeren die wel 5 Figuur 16 Jeugdbeschermingsmaatregelen 200 voor moeite hebbenRotterdam met rondkomen (72%). Het aandeel 20de onzekerheid waar jongeren mee te maken 2015-2020 400 0 ei jul aug sep okt nov jun dec krijgen ten gevolge van de crisis op de woningmarkt. Rotterdamse jongvolwassenen dat een voldoende geeft 2008 2012 2016 2020 0 1800 0 300 Op dit moment er beperkt voor daalt sinds 2008. Het jan zijn feb mrt gegevens apr voorhanden mei jul de woonomgeving aug sep moeite oktmet nov jun decaandeel rondkomen 1600 Enige moeite rondkomen om een inschatting te maken van het effect van de dat een voldoende geeft voormet de woning neemt sinds 1400 Grote 200 2019 COVID-19 crisis op de woonmogelijkheden voor 2016 weer licht toe (Figuur 10). 1200 2020 1000 9 Ontwikkeling aantal bankslapers 100 jongeren.
Wel is er informatie beschikbaar over het 2021 Figuur 800 (<27 jaar) aantal meldingen van bankslapers bij Rotterdamse 3.8 Veiligheid jongeren eren Jongerenloket 0 600 30 Figuur 8 Ontwikkeling jongvolwassenen 500 de COVID-19 crisis was er regelmatig medialoketten 2019 en is er zicht op de ontwikkeling van de Tijdens 2020 2021 400 moeite met (%)jongeren met hun tevredenheid vanrondkomen Rotterdamse aandacht voor die, waarschijnlijk als gevolg 200 jongeren KW1 Figuur 15 Aantal High Impact Crimes 400 30 woning en woonomgeving tot en met 2020. van verveling door schoolsluiting en minimaal sociaal 0 KW2 2016-augustus 2021 18 2016 2017 2018 2015 2019 2020 25 KW3 300 contact, overlast 180 veroorzaakten. Ook maakte men 16 KW4 Dakloosheid tijdens COVID-19 zich tijdens 160 de lockdowns zorgen over een mogelijke 20 Crisis 14 200 De toename van huiselijk geweld. 140 OTS In deze paragraaf gaan 12 15term ‘bankslapers’ wordt gebruikt voor licht 120 Voogdij Figuur 10mensen Ontwikkeling tevredenheid woonsituatie 10 kwetsbare die geen eigen onderdak hebben, we100 eerst in op veranderingen die kunnen duiden op een 10 UHP totaal 100 (%) 8 maar dit wel graag zouden willen. Ze verplaatsen zich toename in onveilige situaties door jongeren tijdens de 0 80 6 90 vaak 5 letterlijk van bank naar bank in hun eigen netwerk. COVID-19 periode.
Daarna op2020 ontwikkelingen 2021 tot 2020 2019 60 4 kunnen duiden op een toename onveilige situaties voor 40Figuur 86 Ze 0hebben uiteenlopende problematiek maar zijn 2 KW1 17 Niet schoolgaande Rotterdamse jongeren 2008genoeg om 2012 2016 te maken 2020op zelfredzaam geen aanspraak jongeren. 202016-2021 KW2 82 de maatschappelijke Enige moeite metFiguur rondkomen 0KW3 opvang. 9 toont het aantal 6000 2016 2017 2018 2019 2020 2021 Grote moeite met rondkomen KW4 78 Overval 5000 Straatroof 74 Figuur 9 Ontwikkeling aantal bankslapers 4000 Figuur 10 Ontwikkeling tevredenheid woonsituatie Woninginbraak jongeren (<27 jaar) (%) 3000 70 5002008 90 2012 2016 2020 2000 Figuur 16 Jeugdbeschermingsmaatregelen Voldoende voor woonomgeving Rotterdam 2015-2020 400 86 1000 Voldoende voor woning 1800 300 82 1600 60 Figuur 11 Unieke verdachten (gem. per maand) 2016 2017 2018 2019 2020 2021 1400 200 78 2017-juli 2021 50 1200 ngen mentale 600 1000 100 74 40 800Figuur 18 Aandeel nieuwe VSV’ers per schooljaar 500 0 30 6002017-2020 70 2020 2021 400 2019 2008400 2012 2016 2020 20 3,5 200 KW1 300 Voldoende voor woonomgeving 10 0 3,0 KW2 Voldoende voor woning 200 2016 2017 2018 2015 2019 2020 KW3 2,5 KW4 100 Figuur 11 Unieke verdachten Crisis(gem.
per maand) 2,0 2017-juli 2021 OTS 0 1,5 2017 2018 2019 tevredenheid 2020 2021 Voogdij Figuur 10 Ontwikkeling woonsituatie 600 1,0 UHP totaal (%) Unieke verdachten e Eenzaam500 0,5 heid 90 400 Tussenrapportage Oktober 2021 0,0 2018-2019 2019-2020 2017-2018 86 Figuur 17 Niet schoolgaande Rotterdamse jongeren 300 2016-2021 Figuur 12 Woongebied verdachten ‘s-Gravenhage Werk en opleiding
Tijdsbestelding
Sociaal netwerk
Middelengebruik
Maatsch. participatie
Lichamelijke gezondheid
Justitie
Instrumentale ADL
Figuur 8 Ontwikkeling jongvolwassenen moeite met rondkomen (%)
13
ngerenloket
jongeren (<27 jaar)
moeite met rondkomen (%) 30
500
25
400
20
300
Figuur 15 Aantal High Impact Crimes 2016-augustus 2021
Fig Ro
Werk en opleiding
Tijdsbestelding
Sociaal netwerk
Middelengebruik
Maatsch. participatie
Lichamelijke gezondheid
Werk en opleiding
Justitie
180 1800 160 1600 140 15 1400 200 120 Onveilig Er was recent media-aandacht voor de CBS-bevindingen 1200 10door jongeren tijdens COVID-19 100 1000 In 2020 is een stijging van het aantal unieke verdachten100 dat de jeugdcriminaliteit in Nederland sinds jaar en 80 5 800 60aandeel ernstige delicten stijgt39. te zien (Figuur 1133). In totaal werden 5.574 verdachten dag daalt, terwijl het 0 600 0 dec geregistreerd (gemiddeld 465 per maand34). Deze Deze toename werd40 echter als 2020 2020zowel in 2019 2021 2019 2008 2012 2016 400 2020 20 stijging zet door in de eerste helft van 2021. Er werden waargenomen 200 KW1 en het0is niet duidelijk of de crisis dit Enige moeite met rondkomen tot 1 augustus 3943Grote unieke verdachten geregistreerd versterkt heeft. In Rotterdam is het zo dat de jongeren 0 KW2 2016 2018 2019 2017 2020 2021 moeite met rondkomen 2 KW3 meer overlast zijn gaan veroorzaken in (gemiddeld 563 per maand). aantoonbaar Overval KW4 2020, maar dat het aantal HighStraatroof Impact Crimes (HIC)40 Figuur 9 Ontwikkeling aantal bankslapers Woninginbraak De verdachten zijn vooral afkomstig uit Feijenoord niet toenam tijdens de afgelopen anderhalf jaar (zie jongeren (<27 jaar) 41 Figuur 1015 Ontwikkeling tevredenheid woonsituatie (N= 685), Charlois (N=657) en Delfshaven (N=643), Figuur ).
HIC is een verzamelnaam voor impactvolle 500 (%)delicten als woninginbraak, Figuur 16 Jeugdbeschermingsmaatregelen zie Figuur 1235. overvallen, straatroof en Rotterdam 2015-2020 90 400 geweldsmisdrijven. 1800 De stijging van het aantal unieke verdachten in 86 300 Fig 2020-eerste helft 2021 is waarschijnlijk voornamelijk Opvallend is dat1600 de dalende trend van woninginbraken 20 1400 toe te 200 schrijven aan het feit dat jongeren meer overlast82 (2016-2019) in 2020 tot staan werd gebracht, ondanks 1200 6000 veroorzaakten tijdens de COVID-19 periode. In 2020 78 de maatregelen die de lockdowns met zich meebrachten 1000 100 5000 mentale blijkt het aantal incidenten overlast waar Rotterdamse (avondklok en het800 feit dat veel mensen thuisbleven). In 74 0 600 4000 jongeren bij betrokken waren met 72% toegenomen te 2021 lijkt het aantal woninginbraken (tot nu toe) weer 2020 2021 2019 400 evenals straatroof. Het aantal zijn ten opzichte van 201936. Ook uit de ontwikkeling 70 sterk minder te worden, 3000 200 KW1 2008 2012 2016 2020 van het aantal HALT-verwijzingen tussen 2019 en 2020 persoonsgerichte aanpakken jeugd stijgt licht tussen 0 2000 KW2 42 blijkt dat het totaal KW3 aantal verwijzingen is afgenomen 2019 Voldoende en 2020 (346, 2019; 356, 2020; .
2016+3%) voor woonomgeving 2015 2017 2018 2019 2020 1000 Voldoende voor woning (-27%), maar dat hetKW4 aantal verwijzingen voor vernieling Crisis 0 (+180%) en verstoren openbare orde (+34%) is Onveilig voor jongeren 2015-2020 OTS Figuur 11 Unieke verdachten (gem.43per maand) 2 37 toegenomen (Figuur 13 ). Het aantal unieke verdachten Voogdij onder Rotterdamse Figuur 10 Ontwikkeling tevredenheid woonsituatie 2017-juli 2021 jongeren 16-27 jaar lag tussen 2017 en 2019 redelijk UHP totaal (%) 600 38 Figuur 14 toont het aantal overlast-incidenten door stabiel rond 5.000 jongeren. Dat betekent dat ongeveer 90 aam500 Fi Rotterdamse jongeren per maand tussen 2019 en 1 op de 25 Rotterdamse jongeren jaarlijks minstens 20 86 Figuur 17 Niet schoolgaande Rotterdamse jongeren 400 juni 2021. Aan het begin van de COVID-19 crisis vond eenmaal wordt verdacht van een strafbaar feit. 2016-2021 3,5 een grote Gemiddeld komt dit uit op 422 unieke verdachten per 82 stijging plaats; later in 2020 daalde het 300 3,0 6000 maandelijkse aantal incidenten wel, maar het bleef maand. 200 78 2,5 structureel hoger dan voor de crisis. Ook in 2021 blijven 5000 100 er meer 2,0 74 incidenten plaatsvinden dan in 2019.
4000 0 1,5 2017 2018 2019 2020 2021 3000 70 n/opleiding (%) 1,0 2008 2012 2016 2020 Unieke verdachten 2000 0,5 Voldoende voor woonomgeving 1000 Voldoende voor woning 0,0 0 Figuur 12 Woongebied 2016 verdachten 2017 2018 Januari-juli 2021
600 500
eer depressieve voelens
400
Meer eenzaam
300
Meer stress
200 100 0
2017
2018
2019
2020
2021
Unieke verdachten
800 700 600 500 400 300 200 100 0
Figuur 12 Woongebied verdachten Januari-juli 2021
14
800 700 600 500 Evaluatie Rotterdamse Herstelaanpak jongeren 400 300
2020
2021
Figuur 18 Aandeel nieuwe VSV’ers per schooljaar 2017-2020 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5
1,0
0,5
0,0
eren)
2019
Feijenoord Charlois Delfshaven Prins Alexander Kralingen-Crooswijk IJsselmonde Rotterdam Centrum Noord Hillegersberg Hoogvliet Overschie Hoek van Holland Rozenburg Pernis Overig
Figuur 11 Unieke verdachten (gem. per maand) 2017-juli 2021
2017-2018
2018-2019
‘s-Gravenhage Amsterdam Rotterdam Utrecht
Oktober 2021
2019-2020
Figuur 13 Ontwikkeling HALT-verwijzingen Rotterdamse jongeren 2018-2020 Verwijzigingen - bureau Halt
2018
Totaal aantal verwijzingen Baldadigheid Baldadigheid Openbare orde Alcohol APV-feiten Drugs Openbare dronkenschap Openbare orde Verboden toegang Schoolverzuim Leerplicht Vermogensdelicten Diefstal Heling Oplichting Verduistering Verkeer Vermogensdelicten Vernieling Openlijke geweldpleging goederen Vernieling Vuurwerkovertredingen Vuurwerkdelict Overig Bedreiging Belediging Mishandeling Overig Sexting
2019
585 17 17 49 0 0 0 0 49 0 178 178 227 0 0 0 0 0 227 15 0 15 45 45 54 0 0 0 54 0
2020
583 49 49 32 0 0 0 0 32 0 163 163 201 0 0 0 0 1 200 10 0 10 29 29 99 0 0 0 99 0
Ontwikkeling 2019-2020 Absoluut Relatief
425 34 34 43 3 19 3 4 0 14 58 58 138 102 19 3 8 6 0 28 13 15 34 34 90 5 9 17 57 2
-158 -15
-27% -31%
+11
34%
-105
-64%
-63
-31%
+18
180%
+5
17%
-9
-9%
Figuur 14 Aantal overlastincidenten 2019-juni 2021 800 600 400 200 0
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
aug
sep
okt
nov
dec
2019 2020 2021
imes
Figuur 19 Lopende WW-uitkeringen tot 27 jaar 2019-juni 2021 3000 2500 Tussenrapportage 2000
1500
Oktober 2021
15
40
jan
20 0
jan
feb
mrt
apr
mei
jun
jul
feb
mrt
2019 2020 sep okt 2021
aug
apr
nov
mei
jul aug 200
jun
0
dec
sep
jan
f
2019 2020 2021 Figuur 15 Aantal High Impact Crimes 2016-augustus 2021 Figuur 8 Ontwikkeling jongvolwassenen 180 moeite met rondkomen (%) 160 30 140 19-juni 2021 25 120 100 20 80 15 60 40 10 20 5 0 2016 2017 2018 2019 2020 0 2008 2012 2016 Overval 2020 Straatroof Enige moeite met rondkomen Woninginbraak met rondkomen jul aug Grote sepmoeite okt nov un dec
201 202 3.9 Onderwijs Figuur 19 Lopende WW-uitkeringen tot 27 jaar 2019-juni202 20 In 2020 was er veel aandacht voor studenten die tijdens 3000 de crisis kampten met stressproblemen. Bijna een kwart 2500 15 Aantalgaf van deFiguur mbo-studenten aan een studieachterstand High Impact Crimes 2016-augustus 2000 opgelopen te hebben.2021 Veel van hen maakten zich zorgen 3000 Figuur 14 Aantal overlastincidenten 2019-juni 2021 180een1500 over gebrek aan stages en leerbanen46. Het aantal 2500 160 800voortijdig schoolverlaters (VSV’ers) geeft aan hoeveel 140 1000 2000 jongeren school verlaten zonder startkwalificatie47. 120 500 600Over 1500 100studieachterstanden en een gebrek aan stages en 0 voor de periode 2020-2021 geen cijfers leerbanen zijn 80 1000 jan feb mrt apr mei jul jun 400 60 beschikbaar. 2021 500 40 2019 200 20 0 Voortijdig schoolverlaters 2020tijdens COVID-19 0 2021 Vooralsnog lijken2017 de studieachterstanden zich niet2021 te 2016 2018 2019 2020 0 jan in een feb mrtvan het apraantalmei jul aug s jun vertalen toename Rotterdamse Overval Figuur 16 Jeugdbeschermingsmaatregelen VSV’ers.
Het totaal aantal niet-schoolgaande jongeren Straatroof 2019 Figuur 20 Uitstroom uitkeringen levensonderhoud t/m 26 j Figuur 9 Ontwikkeling aantal bankslapers 2015-2020 AchtRotterdam procent van de Rotterdamse jongvolwassenen (12-22 jaar) zonder startkwalificatie neemt sinds Woninginbraak 2020 jongeren (<27 jaar) 2021 gestaag af (Figuur 1748). Ook tijdens (18-26 jaar) is ooit slachtoffer geweest van huiselijk 2016 (N=5370) 1800 300 500 1600 Figuur 16 Jeugdbeschermingsmaatregelen geweld44; 1,4% heeft dit in 2020 meegemaakt. De de COVID-19 periode waren minder VSV’ers dan 250 1400 Rotterdam 2015-2020 400 afgelopen twaalf jaar is er een lichte afname in in de jaren daarvoor (2020: 4109; 2021: 3815). Deze 1200 200 Figuur 15 Aantalgeweld High Impact Crimes Lopende WW-uitkeringen 2 1800 meegemaakt huiselijk onder jongvolwassenen bevinding komt Figuur overeen19 met landelijke trends. Na eentot 27 jaar 2019-juni 300 300 1000 2016-augustus 2021 1600 150 (2008: 11%, 2012 & 2016: 9%). lichte daling in 2019 is de gediplomeerde uitstroom in 800 3000 250 1400 op het 200 180 2020 MBO gestegen en daalt het aantal VSV’ers 600 100 1200 2500 200 160 2015 en 2020 is er een constante afname 400 Tussen met 4,6%49.
1000 100 50 140 200 2000 150 van het aantal Rotterdamse jongeren met een 800 120 0 0 0 jeugdbeschermingsmaatregel Als we daarnaast het aandeel 600 1500 jan 2016 2017 (Ondertoezichtstelling 2018 100 2015 feb nieuwe mrt VSV’ers apr van mei jul100 jun 2020 2021 2019 2020 2019 400 (OTS), Voogdij en Uithuisplaatsing (UHP). Het het totaal aantal leerlingen per schooljaar bekijken 80 1000 50 Crisis KW1crisisinterventies 2019 60 aantal neemt sinds 2017 toe. Deze en200 vergelijken met de G4, blijkt dat het aandeel in 0 OTS KW2 500 0 20202019-2020 licht daalt maar 40 tendens lijkt in 2020 tot staan gebracht (Figuur 1645). Rotterdam in het2016 schooljaar 2015 2017 2018 2019 2020 Voogdij KW3 2021 20 0 grootst blijft ten opzichte van de andere Waarschijnlijk is dit een direct gevolg van de COVID-19 nog steeds het UHP totaal KW4 0 jan feb mrt apr mei jul jun Crisis crisis omdat professioneel zicht was op steden (Figuur 1850). 2016 er minder 2018 2019 2017 2020 2021 OTS Figuur 21 Interventieniveaus inn kinderen (scholen gesloten, minder zorg achter de Overval Voogdij 2019 (%) Figuur 10 Ontwikkeling tevredenheid woonsituatie Figuur 17Straatroof Niet schoolgaande Rotterdamse jongeren voordeur). UHP totaal2020 (%) 2016-2021 2021 Woninginbraak Ondersteunen/ontwikkelen 90 6000
86
5000
82
4000 1800 1600 3000 78 1400 2000 74 1200 1000 1000 70 2008 800 2012 2016 2020 0 600 2016 2018 2019 2020 2017 2021 Voldoende voor woonomgeving 400 Voldoende voor woning 200 0 2016 Figuur 11 Unieke verdachten (gem.nieuwe per maand) 201518 Aandeel 2017 2018 per 2020 2019 Figuur VSV’ers schooljaar 2017-juli 2021 2017-2020 Crisis 600 3,5 OTS Voogdij e 500 3,0 UHP totaal 400 2,5 300
2,0
200
1,5 Figuur 17 Niet schoolgaande Rotterdamse jongeren 1,0 2016-2021
100 0
2017
16
Doorverwijzen Figuur 17 Niet schoolgaande Rotterdamse jongeren uitkeringen levensonderhoud t/m 26 2016-2021Figuur 20 Uitstroom Signaleren
Figuur 16 Jeugdbeschermingsmaatregelen Rotterdam 2015-2020
0,5 6000 0,0 2018 5000
2019 2020 2021 2018-2019 2019-2020 2017-2018 Evaluatie Rotterdamse Herstelaanpak jongeren Unieke verdachten 4000 ‘s-Gravenhage Amsterdam 3000 Rotterdam
6000
300
Informeren
5000
250
Ontmoeten
4000
200
Observeren
3000
150
2000
100
1000
50
0
0
10
20
30
40
50
Figuur 22 Frequentie bijhouden
2018 feb 2019 mrt 2020 apr 2021 mei jul jun Per bijeenkomst 2019bij afsluiting Alleen 2020 InAandeel ieder geval half jaarlijks Figuur 18 nieuwe VSV’ers per schooljaar 2021 2017-2020 In ieder geval maandelijks 3,5 Dagelijks Figuur 21 Interventieniveaus i (%) 3,0 2,5 2,0
2016
0
2017 jan
Ondersteunen/ontwikkelen0 Doorverwijzen
1,5 1,0
Signaleren
0,5
Informeren
0,0
10
2017-2018
Oktober 2021
Ontmoeten 2018-2019 2019-2020
20
30
Observeren 1000
0
0
2016
2017
2018
2019
2020
10
20
30
40
50
2021
Figuur 22 Frequentie bijhouden Figuur 18 Aandeel nieuwe VSV’ers per schooljaar 2017-2020 3,5 3,0 2,5 2,0 1,5 1,0
Werk en inkomen tijdens PerCOVID-19 bijeenkomst In 2020 deden Rotterdamse jongeren twee keer zo Alleen bij afsluiting vaak (gemiddeld 1.890 lopende uitkeringen per maand) In ieder geval jaarlijks dan in 2019 (gemiddeld 950 half lopende uitkeringen) een beroep op eenIn WW-uitkering. In figuur 1951 is te zien dat ieder geval maandelijks dit aantal sinds september 2020 weer daalt en in juni Dagelijks 2021 bijna weer op het oude niveau zit. 0 10 20 De belangrijkste redenen voor instroom jongeren in een uitkering levensonderhoud (Participatiewet: bijstandsuitkering) waren zowel in 2020 (28%) als in 2021 (21%) het wegvallen van werk, de beëindiging Wet Studiefinanciering (2020: 22%; 2021: 21%) en wegvallen ander inkomen (2020: 8%, 2021: 12%). In 2021 wordt, in vergelijking met 2020, dus iets vaker een beroep op deze uitkering gedaan omdat ander inkomen wegvalt en iets minder vaak omdat werk wegvalt.
0,5
30
0,0 Figuur 14 Aantal overlastincidenten 2019-juni 2021 2018-2019 2019-2020 2017-2018 2019-juni 2021 800 Figuur 14 Aantal overlastincidenten ‘s-Gravenhage 800 Amsterdam Rotterdam 600 Utrecht 600 400 400 200 3.10 Werk en Inkomen 200 Figuur 23 Ve Tijdens de COVID-19 crisis verloren veel jongeren De uitstroom van jongeren uit de uitkering 0 20 hun (bij)baan en de verwachting was dat ze hierdoor levensonderhoud neemt sinds juli 2020 fors toe jan feb mrt apr mei jul aug sep okt nov jun dec 0 Figuur van (methodisch) werken (%)(na beëindiging tweede vaker een beroep op zowel de WW-uitkering als op de24 Manier (Figuur 2052). In mei en juli 2021 jan feb mrt apr mei jul aug sep okt nov jun dec N-42 2019 bijstandsuitkering (Participatiewet) zouden doen. lockdown) oversteeg de uitstroom de instroom (evenals 15 2020 2019 in augustus-september 2020, beëindiging eerste Digitaal- App 2021 2020 10 lockdown). 2021 Op papier- Persoonlijke administratie