21bb12980 Bijlage 1 behorende bij 21bb12979 - Omgevingsvisie Rotterdam_ De Veranderstad, werken aan een wereldstad voor iedereen
Tekst van het document
Daarnaast levert vergroening een bijdrage aan de fysieke en mentale gezondheid van de inwoners. Maar ook een grotere biodiversiteit, meer recreatieve routes, een betere bereikbaarheid van de landschappen net buiten de stad.
Creëren van nieuw groen Rotterdam zet in op meer groen van formaat. Dit doen we de komende jaren met zeven grote openbare ruimte projecten: ‘De 7 Stadsprojecten’. Een onderdeel hiervan is de vergroening van de boulevards zoals de Westblaak. Deze moeten naast een groenimpuls zorgen voor meer werkgelegenheid, een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor ondernemers en meer ruimte voor festivals. We zetten in op het aanleggen van parken in wijken met weinig groen, zoals de binnenstad en de vooroorlogse stadswijken. Ook stimuleren we vergroening op kleinere schaal door de hele stad; bijvoorbeeld via het aanleggen van groene daken, vergroening van bedrijventerreinen en het ‘ontharden’ van straten door overbodige verharding te vervangen door beplanting. Parken versterken We koesteren het bestaande groen en maken dit nog aantrekkelijker voor onze inwoners, mens en dier. Rotterdammers zoeken steeds vaker het groen op. Om rustig op een bankje in de zon te zitten, maar ook om in de zomer met een vriendengroep te barbecueën, te sporten zoals bootcamp, of om een festival te bezoeken. Om dit intensievere gebruik aan te kunnen, moeten onze parken versterkt worden. De groei van het aantal Rotterdammers vraagt om het koesteren van het bestaande groen zoals de stadsparken. Ook met het oog op bodemdaling - en daarmee vernatting van de grond - is dit een belangrijke opgave.
Daarnaast faciliteren we de diverse manieren van gebruik van de groengebieden door slim te programmeren. Om te voorkomen dat één park teveel wordt belast, stimuleren we de spreiding van evenementen over de verschillende groengebieden in de stad. Tegelijkertijd garanderen we ook rustige plekken in het groen om even aan de drukte van de stad te kunnen ontsnappen. Om de biodiversiteit in ons stadslandschap te verbeteren, voegen we in de oudere stadswijken meer groen toe en in de naoorlogse
78
hierbij om de stadsranden maar ook de groene en agrarische gebieden zoals Midden Delfland, de Krimpenerwaard en de polders van Voorne en Putten.
We leggen ontbrekende schakels aan tussen singels en parken in de stad en maken meer verbinding naar het groen en water buiten de stad.
Rotterdam heeft eigenlijk 15.000 hectare recreatieruimte méér nodig om aan de behoefte te kunnen voldoen. Dat is een enorme opgave. Gelukkig liggen op enige afstand van de stad verschillende nationale parken, deels in ontwikkeling. Bijvoorbeeld het Nationaal Park NLDelta in de Biesbosch en het Nationaal Park Hollandse Duinen dat zich langs de hele Zuid-Hollandse kust uitstrekt. Hoek van Holland wordt met de toekomstige metrohalte Hoek van Holland Strand een volwaardige entree tot het park.
tuinsteden gaan we aan de slag met een kwaliteitsimpuls. We brengen afwisseling aan in de plantensoorten om de biodiversiteit te vergroten en passen beheer en onderhoud hierop aan. Zo is de natuur beter bestand tegen ziekten en plagen. De verdichting van de stad biedt, als we die integraal aanpakken, kansen om groenstructuren te versterken. Bijvoorbeeld door te zorgen voor betere randen en grenzen van parken en het aanvullen van ontbrekende schakels in groene routes. Soms creëren we wat minder maar aantrekkelijk en ecologisch verantwoord groen. Ook in bestaande parken en op boulevards maken we een kwaliteitsslag zodat gebruikers de plekken diverser kunnen
gebruiken; bijvoorbeeld voor sport en evenementen maar ook om tot rust te komen. Schakels We leggen ontbrekende schakels aan tussen singels en parken in de stad en maken meer verbindingen naar het groen en water buiten de stad. Deze groen- en waterstructuur koppelen we nog meer met wandelof fietsroutes. Dit is een belangrijk speerpunt: de landschappen rondom de stad en de natuur aan de rand van de stad verbinden en bereikbaar maken. Het gaat
Waterkwaliteit Een goede inrichting van boven- en ondergrond en voldoende water en doorstroming van het watersysteem dragen bij aan een gezonde waterkwaliteit en leefomgeving. Het watersysteem speelt een cruciale rol bij het functioneren van de natuur. Het voert overtollig hemel- en grondwater af en houdt de ecologische diversiteit in stand. Een goede waterkwaliteit is essentieel voor het in stand houden van de biodiversiteit. Schoon water huisvest planten en dieren die een belangrijke rol spelen in ecosystemen, zoals insecten. We zetten in op goed beheer en inrichting van het watersysteem om het zo gezond te houden. We moeten oppassen voor kwaliteitsvermindering door verontreiniging door afval,
79
chemicaliën, microplastics en medicijnresten en door opwarming. Maar ook weersextremen zoals droogte hebben een grote negatieve invloed op de waterkwaliteit. Met het versterken van water- en groenstructuren dragen we bij aan een veerkrachtiger watersysteem in een groeiend stedelijk gebied.
Ruim baan voor fietsers en voetgangers Om de aantrekkelijkheid van de stad te vergroten en om een meer gezonde stad te creëren zetten we in op de mobiliteitstransitie en geeft Rotterdam ruim baan aan fietsers en voetgangers. We zetten in op: • In de binnenstad en bij ov-knooppunten geven we meer ruimte aan de voetganger, fietser en het ov. De auto is te gast. • We ontmoedigen doorkruisend autoverkeer, binnen het stedelijk gebied faciliteren we alleen autoverkeer met een bestemming in Rotterdam. • Autoverkeer accommoderen we op de hoofdinfrastructuur tot aan de randen van de verblijfsgebieden. • We stimuleren lopen en fietsen met een fijnmazig netwerk van routes op regionaal, stedelijk, wijk- en buurtniveau . • We verbeteren de verkeersveiligheid door de maximumsnelheid op alle wegen binnen verblijfsgebieden naar 30 kilometer per uur te verlagen. • We maken van boulevards en (stads)straten veilige en gezonde verbindingen.
Zo verbeteren we de verkeersveiligheid en aantrekkelijkheid van een gebied. En we beperken hiermee het autoverkeer binnen de verblijfsgebieden: autoverkeer leiden we zoveel mogelijk via de hoofdwegen tot aan de randen van de verblijfsgebieden. Binnen de Ruit faciliteren we alleen autoverkeer met een bestemming in de stad. Voor het gemotoriseerd verkeer zetten we in op de overgang naar elektrisch, daarom zorgen we voor voldoende oplaadmogelijkheden. We realiseren in het stedelijk gebied aantrekkelijke wandel- en fietsroutes tussen wijken en langs groen-blauwe structuren . Deze verbindingen verminderen de barrières tussen wijken en stimuleren mensen om gebruik te maken van actieve
mobiliteitsvormen (lopen en fietsen). Daarnaast zetten we in op aantrekkelijke wandel- en fietsroutes tussen het stedelijk gebied, het buitenstedelijk landschap en de kernen. Zo verbeteren we de bereikbaarheid van natuur en recreatie buiten de stad voor inwoners van het stedelijk gebied. Een aantal grote boulevards en stadsstraten door de stad pakken we op door verder te vergroenen en een veilige inrichting voor voetgangers en fietsers. Op die boulevards komen meer opgaven samen, in de boven- en ondergrond. Met stakeholders in de stad bespreken we hoe we gezamenlijk de verkeersveiligheid verbeteren in combinatie met behoud en verbetering van de bereikbaarheid voor onder meer nood- en hulpdiensten. We zetten in op groener, gezonder en veiliger.
P
Er komen meer parkeerplaatsen voor fietsen en minder voor auto’s. Ook bieden de wegen fysiek meer ruimte voor fietsers en minder voor auto’s. Voor zowel de snelle als langzame fietsers creëren we voldoende ruimte, bijvoorbeeld met brede of aparte fietsstroken. Binnen verblijfsgebieden wordt voor autoverkeer maximaal 30 kilometer per uur de norm.
80
Verbeteren kwaliteit leefomgeving Rotterdam is een bruisende stad die de afgelopen jaren een enorme groei heeft doorgemaakt in aantallen bezoekers. Ook het aantal inwoners en arbeidsplaatsen blijft stijgen. Dit levert dynamiek op, maar legt ook druk op de kwaliteit van de leefomgeving. Functies komen soms dichter op elkaar te liggen en de toenemende drukte kan leiden tot overlast. Om het populairder worden van de stad in goede banen te leiden, zet Rotterdam in op het verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving. Enerzijds sturen we op de ontwikkeling van levendige locaties met behulp van evenementen, vestiging van culturele en toeristische voorzieningen en horeca. Anderzijds zorgen we ervoor dat de leefomgeving gezond en veilig is en dat bewoners voldoende plekken hebben waar ze rust kunnen vinden. Concreet betekent dit: • We spreiden reuring zoals evenementen, horeca, cultuur en toeristische attracties over de stad en in de tijd. • We creëren ruimte voor rustpunten in de stad waar het zo stil mogelijk is. • We beperken de geluidsbelasting op woningen door maatregelen aan de geluidsbron, slimme inpassing, inrichting en goede geluidsisolatie. • We hebben aandacht voor gezondheid en omgevingsveiligheid bij de ruimtelijke inrichting van de stad.
Door de groeiende populariteit van de stad, groeit de horeca, het aantal evenementen en de culturele en toeristische attracties. En het aantal bezoekers groeit mee. Door het spreiden van dit soort functies over de stad en in de tijd, vermindert de druk en profiteert de hele stad van deze groei.
Door de groeiende populariteit van de stad groeit de horeca, het aantal evenementen en de culturele en toeristische attracties. En het aantal bezoekers groeit mee. Door het spreiden van dit soort functies over de stad en in de tijd, profiteert de hele stad van deze groei. Tegelijkertijd zorgen we met dit spreidingsbeleid dat de ‘bekende plekken’ niet overbelast raken met toeristen en bezoekers.
81
Zo kiezen we voor een gecontroleerde groei van de hotelsector in de stad en we spreiden het hotelaanbod ook buiten het centrum. In het centrum is toevoeging van het hotelaanbod op de meeste plekken niet gewenst, met uitzondering voor het Rotterdam Central District en de Rijnhaven. Het is belangrijk dat we naast de druk op de openbare ruimte, met bijvoorbeeld festivals, voldoende vrije openbare ruimte hebben waar iedereen onbetaald kan verblijven en ontmoeten. Dezelfde mensen die genieten van reuring, hebben op andere momenten behoefte aan rust, ontspanning en bezinning. Plekken waar het stiller is, waar het aantal prikkels beperkt is en waar je je veilig voelt. Deze rustpunten kunnen goed gekoppeld worden aan groene plekken of plekken bij het water. Zo’n plek moet visueel en auditief aantrekkelijk zijn. De geluidsbeleving is te beïnvloeden, bijvoorbeeld met materiaalgebruik of door het maskeren van ongewenst geluid. We willen rust bieden op verschillende schaalniveaus. Het beperken van geluidsoverlast begint bij de bron. Die bronnen zijn divers, denk aan mobiliteit, bedrijvigheid en nachthoreca. Per bron zetten we in op passende maatregelen. Bij woningen moet er genoeg afstand zijn van geluidsproducerende functies om de ergste overlast te beperken. Vervolgens is stilte in de woning van belang voor de gezondheid van bewoners.
We maken met ontwikkelaars afspraken om bij nieuwe projecten een stille, aangename zijde te realiseren door een slimme situering van de woning of technische toepassingen, zoals goede geluidsisolatie. Een stad heeft altijd ruimte nodig voor bedrijvigheid, logistiek en verkeer. Dit kan spanning opleveren met ons streven naar een gezonde en veilige leefomgeving. In de ruimtelijke inrichting proberen we een balans te vinden. Soms is geluid op bepaalde plekken onvermijdelijk, dan zoeken we compensatie in de directe woonomgeving, zoals rustige gezamenlijke binnentuinen of dakterrassen. Gevoelige functies
82
(woningen, scholen, kinderdagverblijven) plaatsen we bij voorkeur niet langs drukke wegen. We zorgen voor stille plekken, voldoende groene wijk- en stadsdeelparken op loop- en fietsafstand en groene routes die het groen in de stad en regio onderling verbinden. Per saldo verbeteren we zo de kwaliteit van de leefomgeving. Via periodieke monitoring en evaluatie houden we bij of we voldoende vooruitgang boeken. In de Rotterdamse omgevingseffectrapportage (ROER) is daarvoor een basis gelegd. Als uit evaluatie blijkt dat we niet op koers liggen, brengen we in kaart met welke instrumenten we kunnen bijsturen.
Klimaatadaptieve inrichting van de stad en wijken Het klimaat verandert wereldwijd en ook op lokaal niveau gaan bewoners dat merken. Rotterdam krijgt steeds meer te maken met de negatieve effecten van klimaatverandering: de zomers worden warmer en droger, de winters natter en regen gaat steeds meer in ‘piekbuien’ vallen. De zeespiegel stijgt en bodemdaling gaat onverminderd door. Klimaatadaptatie betekent letterlijk je aanpassen aan een ander klimaat en veranderende weersomstandigheden. Rotterdam bereidt zich voor op klimaatverandering en wil de stad hiermee sterker, veiliger maar ook socialer en mooier maken. Klimaatadaptatie beschouwen we als een vanzelfsprekend onderdeel in iedere ontwikkeling in de Rotterdam. In de gebouwde omgeving, openbare ruimte en tuinen. Zo werken we samen met andere partners zoals waterschappen, woningcorporaties en projectontwikkelaars aan de verdere uitbreiding van de klimaatadaptieve stad.
83
Om Rotterdam ook in de toekomst een veilige en leefbare stad te houden, zetten we in op: • Ruimte voor vergroening en waterberging om overtollig water uit piekbuien op te kunnen slaan • Klimaatbestendig vastgoed, bijvoorbeeld door het gebruik van daken voor vergroening of waterberging • Bodemdaling bestendig bouwen en renoveren • Beperken van de gevolgen van een overstroming Veel problemen zoals extreme neerslag, hitte, droogte, overstromingen en bodemdaling kunnen worden opgelost in de buitenruimte door inzet van groen en water. Dat geldt voor de openbare ruimte, maar ook eigenaren van veel particuliere terreinen kunnen een bijdrage leveren. Veel oude stadswijken in Rotterdam zijn op dit moment stenig ingericht met weinig plek voor groen en water in de buitenruimte. In deze wijken is de woningdichtheid hoog en zien we de grootste kwetsbaarheid voor hittestress, wateroverlast en verdroging. In deze wijken wonen nog relatief veel ouderen en huishoudens met een bescheiden inkomen die weinig mogelijkheden hebben om thuis zelf maatregelen te nemen. Dit zijn ook de wijken met de meeste gezondheidsproblemen. Om de problemen van hittestress en wateroverlast tegen te gaan, is aanleg van groen en water in deze wijken het meest urgent, in combinatie met gezonde verduurzaming van de woning. Ook de gebouwde omgeving heeft een rol in het klimaatbestendig worden van de stad.
We streven ernaar dat alle nieuwbouw klimaatadaptief ontwikkeld en natuurinclusief gebouwd wordt. Hiermee voorkomen we schade, (dure) herstelmaatregelen en overlast in de toekomst. In samenwerking met woningcorporaties, eigenaren en particuliere verhuurders gaan we bestaand vastgoed verduurzamen. Hierbij zetten we in op het multifunctioneel gebruik
van daken. Door de grote hoeveelheid naoorlogse gebouwen, zijn veel daken in de stad plat. Platte daken zijn uitermate geschikt voor vergroening, het opvangen en langer vasthouden van water. We stimuleren particulieren om hun daken in te zetten voor klimaatadaptatie. Zelf geven we zelf het goede voorbeeld door daken van gemeentelijk vastgoed ook multifunctioneel in te zetten.
“Veel oude stadswijken in Rotterdam zijn op dit moment stenig ingericht met weinig plek voor groen en water in de buitenruimte. In deze wijken is de woningdichtheid hoog en zien we de grootste kwetsbaarheid voor hittestress, wateroverlast en verdroging.” Bodemdaling Veel Rotterdamse wijken kampen met de gevolgen van bodemdaling. Door steeds meer droge periodes in de zomer en natte winters fluctueert de grondwaterstand aanzienlijk. Het gevolg is dat de bodem nog meer inklinkt en niet-onderheide gebouwen verzakken tijdens droogte en wateroverlast ondervinden tijdens extreme regenval Gebouwen die met houten palen zijn onderheid ondervinden ook problemen. Als houten palen bij een lagere grondwaterstand langdurig droog komen te staan, treedt paalrot op. Hierdoor wordt de constructie instabiel en kunnen gebouwen verzakken. Door water tijdens droge periodes langer vast te houden, kunnen we problemen beperken of vertragen. Hiervoor is het nodig dat we vergroenen, maar richten we ons ook op het langer vasthouden van water in droge periodes.
84
Droge voeten De kans op een overstroming groeit door de stijging van de zeespiegel, hoger rivierwater en bodemdaling. Daarnaast zijn er door ruimtelijke ontwikkelingen ook meer mensen aanwezig in buitendijkse gebieden. Bij het ontwikkelen in buitendijkse gebieden houden we rekening met het overstromingsrisico. Per gebied bepalen we waar leven met water (acceptatie) en waar we het water buiten de deur houden (preventie). In onze deltastad liggen grote delen buitendijks. Zo’n 50.000 Rotterdammers wonen, werken en recreëren buitendijks en met name in de haven zijn er ook veel bedrijven gevestigd. De overstromingsrisico’s nemen toe tenzij we maatregelen blijven nemen. Op drie manieren zorgen we ervoor dat we de voeten van de Rotterdammers droog houden voor water uit de rivier: 1. Buitendijks bouwen we ‘hoog genoeg’ en we ontwikkelen adaptieve strategieën hoe in de toekomst deze gebieden slim te (her)ontwikkelen. De haven heeft deze strategieën al ontwikkelt en handelt ernaar. Het stedelijk gebied is hiermee aan de slag. 2. We integreren tijdig de stedelijke opgaven met (toekomstige) dijkversterkingen. Denk aan de dijken die tegelijkertijd als groene aders door de stad lopen en die ook dienst doen als fiets- en wandelpaden.
3. Bij binnendijkse (her)ontwikkelingen voorkomen we dat het risico op schade en slachtoffers door een dijkdoorbraak toeneemt (voor zover dat redelijkerwijs haalbaar is).
Verstedelijken & verbinden. Tussen 2010 en 2020 nam het aantal inwoners van de stad met ruim 50 duizend toe en ook de komende jaren verwachten we een groei in zowel inwoners als arbeidsplaatsen. Rotterdam kiest ervoor om de groei van de stad in te zetten voor een betere en volwaardige stad op twee oevers. We verdichten delen van de stad en accommoderen de groei binnen de bestaande stadsgrenzen. Hiermee zorgen we voor een levendige, compacte stad, vergroten we het draagvlak voor voorzieningen en en behouden we de landschappen en natuurgebieden buiten de stad.
Groei heeft ook impact op het stedelijke mobiliteitspatroon, meer inwoners betekent meer verplaatsingen. We zetten in op meer ruimte en veilige verbindingen voor de voetganger, fietser en het openbaar vervoer. De auto krijgt een minder prominente positie binnen de stad. Hiermee wenden we groei aan om de stad schoner en aantrekkelijker te maken.
Om verstedelijking in het oostelijk deel van de stad mogelijk te maken en voor een betere integratie tussen noord en zuid, zet Rotterdam in op een nieuwe multimodale oeververbinding tussen Kralingen en Feijenoord/IJsselmonde. Deze moet er bovendien voor zorgen dat de bereikbaarheid van werk, onderwijs en voorzieningen wordt verbeterd.
Tussen 2010 en 2020 nam het aantal inwoners van de stad met ruim 50 duizend toe. Maar groei gaat over meer dan het bouwen van woningen. Verstedelijking betekent het toevoegen van (een combinatie van) wonen, bedrijvigheid en voorzieningen. De groei van de stad leidt tot kansen om de stad beter te maken. We zetten de groei van de stad in om een volwaardige stad op twee oevers te maken, waarin alle stadsdelen evengoed profiteren van de grootstedelijke kwaliteiten en ontwikkelingen om de hoek. Rotterdam zet in op de realisatie van een divers woningaanbod met geschikte woningen voor alle doelgroepen en voldoende maatschappelijke voorzieningen zoals huisartsen, scholen, sportvoorzieningen, Huizen van de Wijk en cultuur. Bij de groei van de stad hoort een gebalanceerde vorm van verstedelijking, dat is randvoorwaardelijk om Rotterdam toegankelijk en beschikbaar te houden voor alle bevolkingsgroepen.
86
Hoek van Holland
Rozenburg
88
Om een complete groei van de stad binnen de bestaande stadsgrenzen te accommoderen nemen we de volgende kernbeslissingen:
We verstedelijken binnen de bestaande stad om de stad te versterken Rotterdam kiest ervoor om de vraag naar woningen en arbeidsplaatsen binnen de bestaande stad op te lossen, hiervoor maken we de volgende keuzes: • Tot 2040 hebben we in de stad behoefte aan 50 tot 75 duizend nieuwe woningen. Om in te spelen op deze vraag, realiseren we een constante bouwstroom van circa 3.000 woningen per jaar. • We verwachten dat het aantal arbeidsplaatsen tot 2040 met circa 70 duizend toeneemt. We accommoderen deze vraag. • Hoogwaardig openbaar vervoer is de drager voor verstedelijking. Nieuwe woningen, arbeidsplaatsen en voorzieningen realiseren we voor het grootste deel nabij knooppunten of haltes van bestaande of nieuwe hoogwaardige ov-verbindingen. • In gebieden van verdichting zetten we in op het concentreren van mobiliteitsdiensten in hubs. Zoals eerder beschreven, ondervinden we de afgelopen jaren een grote trek naar de stad. Tegelijkertijd verandert de samenstelling van de huishoudens: het aantal eenpersoonshuishoudens neemt toe en het aantal grote gezinnen juist af. Dit vangen we op door verschillende wooncarrières mogelijk te maken. We willen dat alle inwoners en de hele (bestaande) stad profiteren van de groei en trek naar de stad. Zo ontstaat er een groter draagvlak voor voorzieningen, zoals detailhandel of publieke voorzieningen.
Juist in de wijken waar deze functies het moeilijk hebben, biedt dit kansen. Daarnaast biedt binnenstedelijke verdichting kansen voor
verbetering in routes tussen onderlinge wijken en het aanpakken van barrières. Door wonen, werken en voorzieningen op kortere afstand van elkaar te organiseren, en slim en efficiënt te combineren, neemt de verplaatsingsafstand en -tijd af. Zo ontstaat een ‘stad om de hoek’.
Een kortere reistijd om ergens te komen, stimuleert wandelen en fietsen, het is gezond, duurzaam en leidt tot ontmoeting. Hierbij hebben we natuurlijk oog voor de eigen identiteit en het karakter van buurten. De openbare ruimte richten we zo in zodat die voldoet aan de behoeften van verschillende groepen gebruikers, met de focus op ontmoeting.
89
We kiezen voor bundeling en concentratie van een groot deel van de verstedelijkingsopgave in de zones en gebieden rondom knooppunten van hoogwaardig openbaar vervoer (in het vervolg ‘HOV’ ). Het grootste deel van de verstedelijking tot 2040 vindt plaats in Merwe-Vierhavens, de Binnenstad en Alexander-Zuidplein. Die laatste twee zijn ook de gebiedsuitwerkingen die in hoofdstuk 6 terugkomen. De nieuwbouw wordt aardgasvrij met een lage energievraag voor verwarming en koeling gerealiseerd. Circulair bouwen leidt tot ander materiaalgebruik en andere afwegingen ten aanzien van de levensduur en adaptiviteit.
In de gebieden van verdichting en intensief ruimtegebruik, gaan we voor goede verblijfskwaliteit , schone manieren van verplaatsen en is de auto steeds meer te gast. We concentreren mobiliteitsdiensten in hubs. Deelmobiliteit biedt een alternatief voor eigen autobezit, individuele parkeerplekken en korte autoritten. Voor bezoekersparkeren in de binnenstad bieden we andere opties aan, zo vangen we auto’s eerder op via goede ovhubs aan de stadsranden.
90
Niet alles past in een verdichtende stad Een verdichtende stad leidt tot concurrentie om de ruimte. Alle woningen, kantoren, bedrijven en voorzieningen die nodig zijn om de groei van de stad mogelijk te maken, nemen ruimte in. Verdichting brengt voor sommige huidige bewoners en gebruikers ingrijpende veranderingen met zich mee. Bijvoorbeeld door slimmere combinaties van functies of het intensiever gebruik van de ruimte. Maar ook door het toevoegen van nieuw programma en het verdwijnen van extensieve, exclusief gebruikte functies.Op dit moment huisvest Rotterdam een aantal ruimteextensieve functies . Komende jaren moeten we beslissen hoe we deze ruimte voor meer gebruikers of functies toegankelijk maken. Of dat ze verplaatst moeten worden, ten behoeve van andere functies. Niet in alle delen van de gemeente is deze opgave van meervoudig ruimtegebruik even urgent, bijvoorbeeld in de vrijliggende kernen is de druk op de ruimte kleiner.
Verdichting in een prettige en gezonde leefomgeving Verdichting van de stad leidt tot meer mensen op een beperkt oppervlak. De stad wordt drukker, mensen wonen dichter op elkaar en de openbare ruimte moet gedeeld worden met meer mensen. Meerdere woningbouwlocaties zijn gelegen binnen de invloedssfeer van infrastructuur en de haven. Het is voor een prettige en gezonde leefomgeving belangrijk dat iedereen voldoende groen in de directe omgeving heeft. En dat iedereen een prettige woning heeft met voldoende ruimte waarbinnen bewoners geen overlast ervaren van omgevingsgeluid. Dit komt niet automatisch goed, het vereist keuzes en investeringen. Hoe we omgaan met een verdichtende stad en zorgen voor een prettige en gezonde leefomgeving is een opgave die aandacht vraagt. Een belangrijk vraagstuk is hierbij de inpassing van delen van de Ruit, waar kansen zijn voor verstedelijking. Het verminderen van de barrièrewerking van de Ruit tussen gebieden binnen en buiten de Ruit wordt gerealiseerd door het verbeteren van verbindingen over en onder de snelwegen. Een voorbeeld hiervan is dat in samenwerking met het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) invulling gegeven wordt aan de verdere ontwikkeling van Merwe-Vierhavens. En we onderzoeken samen hoe walstroom op bepaalde plekken kan worden gerealiseerd om de geluidsoverlast te beperken en de luchtkwaliteit te verbeteren. Zo zal
op de Landtong in Rozenburg in 2030 een groot deel van de scheepsbezoeken met gebruik van walstroom plaatsvinden. Op die manier kunnen de rivieroevers met aanlegplekken levendige én gezonde plekken worden. Ondergrond De groei van de stad, het toevoegen van nieuwe woningen, kantoren, bedrijven en voorzieningen zorgt voor een enorme belasting op de ondergrond. Nieuwe ontwikkelingen vereisen namelijk uitbreiding van het netwerk aan kabels en leidingen. Tegelijkertijd is er een energietransitie gaande, waarin we weer een beroep doen op de ondergrond. Nieuwe warmteleidingen, geothermie en warmte / koudeopslag hebben allemaal een gevolg op de ondergrond, terwijl ook daar de ruimte beperkt is. Om dit in goede banen te leiden, werken we met een 3D ordeningsprincipe waarin we keuzes voor de ondergrond kunnen afwegen.
91
Ontwikkeling oeververbindingen en hoogwaardig openbaar vervoer op stedelijke en regionale schaal Rotterdam versterkt het netwerk van het hoogwaardig openbaar vervoer (HOV) en zet de komende jaren in op de volgende lijnen en plekken: • Nieuwe multimodale oeververbinding tussen Kralingen en Feijenoord/IJsselmonde inclusief een HOV-verbinding tussen Kralingse Zoom en Zuidplein • Treinstation Stadionpark • HOV-verbinding tussen Rotterdam Centraal en Zuidplein via de Maastunnel met een snelbus • Opwaardering van de Oude Lijn (spoorlijn Leiden-Dordrecht) tot ‘lightrail’ , inclusief een nieuw station Van Nelle • We reserveren ruimte voor de ontwikkeling op lange termijn (>2040) van een nieuwe westelijke oeververbinding met een HOV-verbinding tussen Zuidplein en Rotterdam-West/Schiedam De ontwikkeling van het ov-netwerk gaat in Rotterdam samen op met de verstedelijking. Om de groei op te vangen, zetten we in op een mobiliteitstransitie . We investeren meer in ov-, fiets- en loopverbindingen om de groeiende stroom woonwerkverkeer in de stedelijke regio’s op te vangen. Ook van en naar het openbaar vervoer zijn goede looproutes, fietsroutes en fietsparkeervoorzieningen erg belangrijk. Deelfietsen en deelscooters spelen een steeds grotere rol. Op het stedelijke en regionale schaalniveau zet Rotterdam in op versterking van een aantal ov-verbindingen.
Bovendien verknopen we deze ov-, fietsen loopverbindingen op goed bereikbare knooppunten, waar ook aanbod van deelmobiliteit aanwezig is. Dit zijn goed bereikbare plekken in de stad en aan de rand van de stad waar de uitwisseling
tussen verschillende vormen van vervoer goed kan plaatsvinden: de mobiliteitshub . Door te kiezen voor de voetganger, fietser en het ov, creëren we meer ruimte voor een betere openbare ruimte en leefbaarheid.
Door te kiezen voor de voetganger, fietser en het ov, creëren we meer ruimte voor een betere openbare ruimte en leefbaarheid.
92
De nieuwe multimodale oeververbindingen (tussen Kralingen en Feijenoord/IJsselmonde en HOV tussen Zuidplein en Rotterdam Centraal via de Maastunnel) leiden tot een betere bereikbaarheid van banen en voorzieningen voor bewoners op de twee oevers en tot kansen voor verstedelijking. Daarnaast leidt het tot een afname in de verkeersknelpunten op de A16 en in het metro- en tramnetwerk. De aanleg van de Maasdeltatunnel tussen Rozenburg en Maassluis en de nieuwe Rijksweg A24 maken ook een nieuwe buslijn mogelijk. Hierbij kan Rozenburg worden aangesloten op de Hoekse Lijn. Daarnaast zet Rotterdam in op een grootschalige verbetering, een schaalsprong van het ov op de Oude Lijn. De Oude Lijn (spoorlijn Leiden-Dordrecht) loopt dwars door de stad heen. Voor deze lijn beogen we een zeer hoge frequentie (City)sprinters en intercity’s. We zetten in op een regulier bediend station Stadionpark en realisatie van een nieuw station Van Nelle. Met Feyenoord City wordt er al flink verdicht bij Stadionpark, in de Van Nelleknoop zoeken we naar verstedelijkingsmogelijkheden. Verder onderzoeken we de mogelijkheden van een nieuw station ter hoogte van de Entrepothaven. Onze bestaande stations aan de Oude Lijn maken integraal onderdeel uit van de schaalsprong en worden ook bediend met de nieuwe hoogfrequente citysprinters.
Tot slot zet Rotterdam voor de verdere toekomst, na 2040, in op de komst van een westelijke oeververbinding (brug of tunnel). We voorzien deze globaal tussen Schiemond en de oostelijke Waalhaven. Deze westelijke oeververbinding biedt op langere termijn opnieuw grote verbetering in bereikbaarheid en kansen voor mensen in Zuid en in Rotterdam-West, nieuwe verstedelijkingsmogelijkheden en leidt tot een ontlasting van binnenstedelijke hoofdwegen, zoals het Maastunneltracé. Na 2040 kan ook een schaalsprong op de Goudse lijn (spoorlijn Rotterdam-Gouda) met kansen voor extra stations binnen Rotterdam een nieuw ontwikkelperspectief bieden.
93
Ontwikkelen van een netwerk van complementaire hoogstedelijke centra Rotterdam heeft op dit moment één centrum en daaromheen een ring aan goed bereikbare ov-knooppunten. De meeste van deze ovknooppunten zijn echter geen aantrekkelijke plekken en benutten de goede bereikbaarheid niet. Om Rotterdam als polycentrische stad - een stad met meerdere centra - te versterken, zetten we rond de ov-knooppunten in op verstedelijking door: • Toevoegen van wonen, werken en voorzieningen in hoge dichtheden. • Hoge mate aan functiemenging. • Het creëren van nieuwe interactiemilieus waar ontmoeting en uitwisseling van kennis en kunde tussen mensen, bedrijven en instellingen centraal staat. • Verbeteren toegankelijkheid van de knooppunten voor voetgangers en fietsers en voorzieningen voor deelmobiliteit. • Verbeteren van de kwaliteit en aantrekkelijkheid van de openbare ruimte rondom de ov-knooppunten en het verminderen van de barrièrewerking van grote spoor- en weginfrastructuur.
Voor alle stedelijke centra zijn er verbeteringen nodig in de openbare ruimte en in de inbedding in de directe omgeving. Op dit moment worden alle knopen gedomineerd door spoor- of weginfrastructuur en is er vaak weinig groen.
Rotterdam kent, naast de binnenstad, een aantal belangrijke centra gekoppeld aan hoogwaardig openbaar vervoer. Bijvoorbeeld de knooppunten met een regionale en nationale bereikbaarheid doordat ze (nu of in de toekomst) gekoppeld zijn aan het spoornetwerk. Hierbij gaat het om de Alexanderknoop en de toekomstige knoop Stadionpark. Op deze plekken zetten we in op een concentratie van hoogwaardige werkgelegenheid (kantoren) en de versterking en komst van een aantal ‘topfuncties’, dat zijn functies waar bezoekers van (ver) buiten de stad op afkomen om er gebruik van te maken. Denk aan het (nieuwe) Feyenoordstadion. Daarnaast is er een aantal stedelijke centra dat niet gekoppeld is aan het spoornetwerk en daarmee vooral een stedelijke bereikbaarheid heeft, zoals Zuidplein, Kralingse Zoom en Marconiplein. Qua huidige inrichting en programmering verschillen deze centra op dit moment enorm. Ook op deze plekken zetten we in op functiemenging en toevoeging van wonen, werken en (stedelijke) voorzieningen. Door de andere manier van bereikbaarheid krijgen deze plekken vooral functies op stedelijk of stadsdeelniveau, bijvoorbeeld een ziekenhuis, theater of detailhandel. De focus ligt minder op kantoren of regionale functies.
Op deze manier blijven de knooppunten zowel in programmering als in ruimtelijke zin aanvullend aan elkaar en voorkomen we dat er concurrentie ontstaat tussen de verschillende plekken. Voor alle stedelijke centra zijn er verbeteringen nodig in de openbare ruimte en in de inbedding in de directe omgeving. Op dit moment worden alle knopen gedomineerd door spoor- of weginfrastructuur en is er vaak weinig groen. Voor fietsers en voetgangers zijn het meestal onaantrekkelijke plekken. We verbeteren de openbare ruimte bij alle knooppunten door te vergroenen. Ook creëren we meer ruimte voor de fietser en voetganger door het spoor en de weg minder dominant te maken en beter in te passen. Een passend aanbod van slimme, gezonde deelmobiliteit per knoop is van belang. We creëren plekken die prettig zijn om doorheen te reizen en te verblijven.
94
Vitale wijken. Het moet niet uitmaken waar je opgroeit om dezelfde kans te hebben op goed onderwijs, een goede woning en passend werk. We scheppen de voorwaarden om alle Rotterdammers mee te kunnen laten doen. We pakken bestaande wijken aan om ze toekomstbestendig te maken. In alle wijken is er een divers aanbod van woon- en werkruimte en zijn het voorzieningenniveau en de openbare ruimte op orde. We doen dit niet alleen voor, maar ook samen met de Rotterdammers. Juist als het gaat om de eigen wijk, is het belangrijk dat bewoners nauw en vroegtijdig betrokken zijn bij veranderingen en er tevens een structurele dialoog ontstaat over wat er nodig is om de wijk vitaal te houden. Hierbij geven we geen blauwdruk voor een complete wijk, het zijn al buurten met een eigen karakter. Dit karakter is een belangrijk uitgangspunt voor het werken aan wijken. De bewoners zijn de dragers van dit eigen karakter en het is ook daarom dat we hen structureel betrekken bij het werken aan wijken. De veelzijdige en meerkleurige identiteit van de Rotterdamse wijken - en zo van heel Rotterdam - blijft behouden. Met die identiteit als startpunt gaan we integraal aan de slag met een brede kwaliteitsopgave: sociaalmaatschappelijk, economisch, verduurzaming, klimaatadaptatie en bodemdaling. Dit noemen we ook wel de gebundelde aanpak voor toekomstbestendige wijken.
We hebben daarbij in het bijzonder ook oog voor de meekoppelkansen van de bestaande stadswijken met /in relatie tot de grotere gebiedsontwikkelingen verspreid over de stad.
Gelijktijdig met het verduurzamen van de woningvoorraad pakken we sociale opgaven op. Om een inclusieve, gezonde wijk te zijn, kijken we naar de gebouwde omgeving en de openbare ruimte. Meedoen vindt overwegend plaats via school, werk en de invulling van vrije tijd. Mensen ontmoeten elkaar op straat, in het park, op het schoolplein, langs het voetbalveld en in het winkelcentrum. Voor meedoen en ontmoeten is de inrichting van de wijken, en met name van de publieke ruimte, inclusief de maatschappelijke voorzieningen, van groot belang.
“We scheppen de voorwaarden om alle Rotterdammers mee te kunnen laten doen.” Nieuwe ontwikkelingen, of het nu op blok- of wijkniveau is, zien we als een kans om een duurzaam verschil te maken. We kijken hierbij goed naar het al aanwezige aanbod van voorzieningen. In sommige wijken is het onderling verbinden van wijken wenselijk voor een sterkere of completere wijk en stad. Bijvoorbeeld omdat een park of het sportveld dan via een fijne fiets- of looproute te bereiken is. Ook dat hoort bij het toekomstbestendig maken van wijken. In een aantal wijken en gebieden is de optelsom van deze bovengenoemde opgaven extra groot en zijn rigoureuze keuzes nodig om dezelfde kansen te kunnen bieden aan de Rotterdammers die er nu wonen en de Rotterdammers die er in de toekomst zullen wonen. Wij wijzen deze wijken aan als focuswijken voor stedelijke vernieuwing.
95
Hoek van Holland
Rozenburg
97
In vitale wijken komen alle vijf de perspectieven terug. Vitale wijken zijn zowel gezond als productief, als duurzaam, als compact, als inclusief. Om te verbeelden aan welke functies en plekken we denken bij het realiseren van vitale wijken op basis van de vijf perspectieven worden deze in een aantal fictieve ontwerpen weergegeven: de buurttegels. De exacte invulling is voor elke Rotterdamse wijk anders, maar de buurttegels geven alvast kleuring aan wat we onder vitale wijken verstaan.
De Compacte Stad. Bij de compacte stad hoort:
Binnenstedelijk verdichten verdichten rondom bestaande en nieuwe OV haltes
Mobiliteit door een veranderende mobiliteit is er meer ruimte nodig voor de fiets en het OV, minder voor de auto
Stapelen functies in een intensiever worden stad gaan we steeds vaker functies stapelen
Verlevendigen plinten van gebouwen ruimte bieden aan verschillende functies op de begane grond van gebouwen met een goede relatie met de straat KA
NT OO R ST AD HU IS BI EB
Nabijheid groen en routes er naar toe, stedelijk park als vestigingsvoorwaarde extra woningen
EL
NK
WI
EL
NK
WI
I
X TA
Ontwikkelen groene oevers als onderdeel van de rivier als stedelijk parklandschap
98
De Gezonde Stad.
De Inclusieve Stad.
Bij de gezonde stad hoort:
Bij de inclusieve stad hoort:
Balans rood en groen zicht op groen, groene daken en infiltratieruimtes moet groene tuinen triggeren Sport en beweging bereikbare ruimte voor georganiseerd en ongeorganiseerd sporten
Rotterdam fietsstad snelle fietsverbindingen van buitenwijken naar het centrum en het ommeland met strategische fietsparkeerplekken Getijdenpark klimaatoevers bieden een groene en gezonde omgeving voor (informele) sportroutes
ZO RG CE NT RU M
Voorzieningen goede en betaalbare voorzieningen in de wijk in clusters of gekoppeld, ook aan openbare ruimte Aantrekkelijke wandelroutes voor ouderen zien en kennis hebben van wat er gebeurt
Toegankelijkheid OV en publieke voorzieningen zorg ervoor dat publieke functies en openbaar vervoer toegankelijk zijn, ook voor minder validen BI
BL
IO TH
Wooncarrière in de buurt mogelijk maken Gevarieerd woningaanbod nastreven qua typologie en prijssegment
EE
K
RK
KE
M GY SC
SC
HO
Balans rust en ruring alle woningen moeten beschikken over minimaal één aangename geluidarme zijde. Nieuwbouw kan als geluidscherm dienen
HO
OL
Halte Maas koppeling van het OV aan de rivier Gezonde schoolomgeving autovrije zones rondom schoolpleinen, sportveldjes en speeltuinen met groene en veilige aanlooproutes
OL
Ruimte voor burgerinitiatieven aanbod van betaalbare (werk)ruimte en samenmaken, klusprojecten Schoolomgeving als ankerpunt in de wijk gemengde scholen op loopafstand met veilige aanloopstraten
Barrières slechten OV en fietsnetwerk moet goed en fijnmazig zijn
Gebruik openbare ruimte openbare ruimte zo inrichten en programmeren dat het door diverse groepen gebruikt wordt en ontmoeting mogelijk maakt
99
De Duurzame Stad. Bij de duurzame stad hoort: Duurzame opwek uit hernieuwbare energiebronnen op gebouwniveau voorzien huizen in hun eigen energiebehoefte, de ondergrond speelt een belangrijke rol bij de opslag hiervan
DE circulaire STAD
Energiedak de daken gebruiken om zonne- en windenergie op te wekken
Van eigendom naar gebruik deelauto’s beperken het ruimtegebruik van auto’s
Repair cafe repareer en deel kleding, elektronica en meubels voor hergebruik van goederen
De Productieve Stad. Bij de productieve stad hoort: Levenlang leren leren en werken wordt steeds meer met elkaar verweven, ook ruimtelijk
Uitstootvrije mobiliteit Efficiëntere logistiek en vermindering uitstoot verkeer Verduurzamen bestaande gebouwen bestaande gebouwen moeten beter geïsoleerd worden en aangeloten worden op een duurzame warmtebron
Maker Space toegang tot machines voor creatieve productie
Betaalbare werkruimten in de wijk voor kleine en beginnende bedrijven
Stadsstraten een mix van detailhandel en werkruimte, goed bereikbaar met de tram
R KE MAACE
Ruimte voor nieuwe maakindustrie in de stad bedrijvigheid geeft vaak minder overlast, dat maakt een mix van maken en wonen mogelijk
SP
OL
HO
SC
WK O
+
-
E
CL CY RE
De circulaire straat gebruik duurzame materialen +en nieuwe technieken, slim gebruik van ondergrondse systemen Smart grid gebruik van accu’s in stilstaande auto’s en gebouwen om energie van het net in op te slaan
AM RD TE OT R IN DE MA
I
X TA
Distributie, omvorming & opslag warmtehub vangt pieken en dalen in warmtedistributie op
I
X TA
Doorgroeimogelijkheden voor start-ups, grown-ups en scale-ups passende ruimte bieden voor opkomende bedrijven in verschillende fases Ontmoetingsplekken voor kenniswerkers behoefte aan plekken waar je elkaar toevallig kunt tegenkomen
Havenidentiteit versterken en voelbaar maken van de identiteit van de stad
100