CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb11873 Herzien raadsvoorstel vaststelling bestemmingsplan Oranjebonnen

Gemeenteraad 30 september 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 18.1 Het (herziene) voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Oranjebonnen’14.606 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

De voorschriften die volgen uit de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de lijkbezorging vormen daarmee belangrijke randvoorwaarden voor natuurbegraven. Hieronder valt ook de bescherming van de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater. In de procedures van de bestemmingsplannen Natuurbegraafplaats Maashorst en Natuurbegraafplaats Huis ter Heide (uitspraak ECLI:NL:RVS:2015:3316 AbRS, 28 oktober 2015 en uitspraak ECLI:NL:RVS:2020:2913 AbRS, 9 december 2020) oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging door natuurbegraven is geregeld in de Wet op de lijkbezorging. In een geactualiseerde bijlage van de Inspectierichtlijn Lijkbezorging (2014) wordt specifiek verwezen naar natuurbegraven. Hierin wordt aangegeven: “Vanuit de gedachte dat er alleen van natuurbegraven sprake is als er eeuwigdurend grafrust is, zal de grond- en grondwatercriteria geen belemmerend thema zijn.” (pagina 2, uit de bijlage geactualiseerde Inspectierichtlijn Lijkbezorging (2014). In dit kader is in het Waterhuishoudkundig plan (bijlage 4 bij de Toelichting) onderzocht hoeveel het duinbos moet worden opgehoogd en wat de hydrologische effecten zijn van het natuurbegraven.

Uit het Waterhuishoudkundig plan blijkt dat op basis van de voorgenomen inrichtingsmaatregelen wordt voldaan aan de eisen uit het Besluit op de lijkbezorging (artikel 5, lid 2 en 4) die worden gesteld aan de minimale diepte van het natuurgraf en de minimale ontwateringsdiepte ter plekke van het natuurgraf. Zodoende ligt het lichaam boven de gemiddeld hoogste grondwaterstand en staat dit niet in directe verbinding met het watersysteem. Uiteindelijk wordt de afstand tussen de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de natuurgraven beoordeeld door het op grond van die wet bevoegde gezag. Deze beoordeling wordt niet uitgevoerd in het bestemmingsplan. Door regenval vindt er uitloging van stoffen plaats naar het grondwater en vervolgens het oppervlaktewater. Dit proces is zeer traag en concentraties zullen zeer laag zijn, zodat er geen effect op de kwaliteit van het grond- en oppervlaktewater wordt

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 21

verwacht. Aandachtspunt hierbij is dat onderzoeken vaak uitgaan van grotere grafdichtheden (tot 1.500 graven per hectare), terwijl in de Bonnenpolder aan het einde van de tijdshorizon van de natuurbegraafplaats circa 333 graven per hectare aanwezig zullen zijn (gemiddeld acht begrafenissen per jaar, per hectare), wat leidt tot een lagere concentratie van uitgelogde stoffen. Er zijn verschillende wetenschappelijke onderzoeken uitgevoerd naar de effecten van (natuur)begraven, waarmee wordt onderbouwd dat het planvoornemen voor natuurbegraven geen nadelige invloed heeft op de waterkwaliteit binnen en in de omgeving van het plangebied. In 2009 is door Alterra (tegenwoordig Wageningen Environmental Research) een onderzoek naar de milieubelasting van natuurbegraven uitgevoerd. Daarin werd de conclusie getrokken dat natuurbegraven geen impact heeft op de waterkwaliteit en dat de milieubelasting verwaarloosbaar is, zelfs bij 1.500 begravingen per hectare (paragraaf 3.5.2, Terug naar de Natuur). Daarbij is ook gekeken naar de metalen die vrijkomen, naar protheses en naar organische ontbindingsprocessen.

Deze conclusie is door Alterra in 2013 (Natuurbegraafplaatsen in Nederland) nader onderzocht, maar wordt voornamelijk versterkt door de resultaten uit onderzoek van Alterra in 2017, waar de resultaten uit eerdere onderzoeken daadwerkelijk zijn onderzocht in de praktijk op Natuurbegraafplaats Heidepol. In het onderzoek van Alterra naar de effecten van natuurbegraven op de vegetatie op Natuurbegraafplaats Heidepol wordt opnieuw geconcludeerd dat natuurbegraven geen wezenlijk effect heeft op het milieu (paragraaf 5.2, Effecten van natuurbegraven op de vegetatie op Natuurbegraafplaats Heidepol). Dit geldt ook voor medicijnenresten. Medicijnen worden na inname snel uit het lichaam gescheiden of reageren met lichaamseigen stoffen tot andere verbindingen. Over het algemeen zullen in een lichaam ten hoogste geringe hoeveelheden medicijnen aanwezig zijn, waarvan de meesten vervolgens worden afgebroken tijdens het verteringsproces. De gehaltes van niet of langzaam afgebroken medicijnen zullen zo gering zijn dat deze geen effect hebben op milieu of ecosysteem (Alterra rapport 1789, 2009). De conclusies van Alterra worden tevens bevestigd in een onderzoek naar de effecten van natuurbegraven op water, bodem en natuur in Gelderland, uitgevoerd door B-ware in 2017. Hieruit blijkt dat de hoeveelheden kalium, calcium, fosfor, zwavel, zware metalen etc.

die vrijkomen uit een menselijk lichaam, niet kunnen leiden tot een noemenswaardige belasting van het grondwater, in die zin dat het leidt tot een significante verhoging van de concentraties die toch al in het grondwater aanwezig zijn (paragraaf 2, bijlage 4 bij de oplegnotitie Natuurbegraven in Gelderland: Verkennend onderzoek naar effecten op water, bodem en natuur). De conclusie in dit onderzoek is dat dergelijke stoffen mogelijk alleen leiden tot effecten als per hectare meer dan 50 begravingen per jaar plaatsvinden. Uit het Inrichtings- en beheerplan Natuur in de Bonnen (paragraaf 4.3, bijlage 4 bij de regels) blijkt dat wordt uitgegaan van gemiddeld 250 natuurbegrafenissen per jaar, verdeeld over 30 hectare. Dit komt neer op gemiddeld acht natuurbegrafenissen per hectare per jaar. Verschillende reclamanten wijzen op een citaat op pagina 43 in het rapport van Alterra (Terug naar de Natuur, 2009) waarin wordt geadviseerd om situaties waarbij het gronden oppervlaktewater op of rondom de (natuur)begraafplaats direct of indirect in contact komt met de mens, zoveel mogelijk te vermijden. Honing et al. (1988) beveelt om na te

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 22

gaan op welke wijze gebruik wordt gemaakt van het grond- en oppervlaktewater op en rondom een begraafplaats. Situaties die leiden tot direct of indirect contact met de mens, zoals het recreëren (lees: zwemmen) in het water en het gebruik van het water voor het besproeien van consumptiegewassen zouden zoveel mogelijk moeten worden vermeden. Uit het achterliggende onderzoek (Honing et al., 1988) blijkt dat deze overweging wordt gegeven vanwege kennisleemte in het onderzoek, niet op basis van waarnemingen. Uit het desbetreffende onderzoek is verder geen meetbare vervuiling gebleken door medicijnen of andere stoffen die in de bodem en het grond- en oppervlaktewater terechtkomen bij begraven. Uit de diverse wetenschappelijke onderzoeken die na 1988 zijn uitgevoerd, zoals hierboven beschreven, blijkt (natuur)begraven geen nadelige invloed te hebben op de waterkwaliteit. Als er oppervlaktewater of grondwater wordt onttrokken uit of aangrenzend aan de Bonnenpolder, dan zal dit gelet op de situering van glastuinbouwbedrijven ter plekke zijn van de Dwarshaak en Haakweg. De watergangen aldaar liggen bovenstrooms ten opzichte van de natuurbegraafplaats. Het water afkomstig van de natuurbegraafplaats kan zich niet richting deze locaties bewegen. Ook hier geldt weer dat er geen normoverschrijdende concentraties van stoffen uit het ontbindingsproces worden verwacht.

Uit het Waterhuishoudkundig plan Natuurinrichting Bonnenpolder (bijlage 4 bij de toelichting) blijkt dat in de Bonnenpolder sprake is van een natuurlijk afwateringssysteem, waarbij door middel van zandkoffers onder het duinbos een voorkeursrichting wordt gegeven aan de afvoer van het grondwater. Het grondwater uit de ophoging in de Bonnenpolder stroomt af richting de Rel, om vervolgens richting oostelijke richting te worden afgevoerd naar het Oranjekanaal (de stroomrichting van het oppervlaktewater is aangegeven in afbeelding 5.4 van bijlage 4 bij de toelichting). Dit geldt ook voor grondwater ter hoogte van het glastuinbouwgebied De Haak en de bedrijventerreinen De Zekken en De Kulk, respectievelijk ten zuiden en ten westen van de Bonnenpolder. De Lange Bonnen wateren met behulp van een poldergemaal aan de noordoostkant eveneens af op het Oranjekanaal. Het Oranjekanaal valt onder de KRW-wateren. Maatregelen in het bestemmingsplangebied mogen om deze reden geen effect hebben op de waterkwaliteit in het Oranjekanaal. Op basis van de bovenstaande informatie kan worden geconcludeerd dat natuurbegraven niet leidt tot verontreiniging van het grond- en oppervlaktewater binnen en in de omgeving van de Bonnenpolder.

Daarbij komt ook dat het water uit de Bonnenpolder vanwege de stroomrichting van het oppervlaktewatersysteem niet terecht komt in omliggende oppervlaktewateren zoals de Dwarshaak of de Haakweg. Effecten van natuurbegraven op de kwaliteit van grond- en oppervlaktewateren aangrenzend aan de Bonnenpolder zijn hierdoor uit te sluiten. Tuinbouwbedrijven in de omgeving of andere gebruikers van oppervlaktewateren die in verbinding staan met de Bonnenpolder hoeven niet te vrezen voor de kwaliteit van het water dat zij gebruiken. Om ook na de realisatie aan te blijven tonen dat er geen effecten zijn, is in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland afgesproken dat de waterkwaliteit zal blijven worden gemonitord. Dit betreft het monitoren van grond- en oppervlaktewater op een aantal representatieve locaties. Een plan daarvoor zal bij de aanvraag voor de watervergunning bij het Hoogheemraadschap van Delfland worden voorgelegd en de

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 23

resultaten daarvan zullen worden gedeeld met het bevoegd gezag (Hoogheemraadschap van Delfland). 4. Natuurontwikkeling en natuurbescherming Een vierde onderwerp waar in meerdere zienswijzen op wordt ingegaan, is hoe de werkzaamheden die uitgevoerd worden om de beoogde natuurontwikkeling te realiseren, zich verhouden ten aanzien van wet- en regelgeving op het gebied van natuurbescherming, met bijzondere aandacht voor de regelgeving rondom stikstof. Dit punt van de thematische beantwoording gaat in op het onderzoek dat op dit vlak is uitgevoerd, waarbij zowel ingegaan wordt op de stikstofberekening als de verdere toetsing van de natuurontwikkeling ten aanzien van natuurwetgeving. In het Inrichtings- en beheerplan (paragraaf 6.2, bijlage 4 bij de regels) is opgenomen dat het nieuwe duinbos ten opzichte van het huidige maaiveld met gemiddeld 2,25 meter wordt opgehoogd. Waar mogelijk gebeurt de ophoging zoveel mogelijk met bodemmateriaal dat elders in het plangebied vrijkomt bij de natuurinrichting, zodat de totale grondaanvoer aanzienlijk kan worden beperkt. In het Inrichtings- en beheerplan Natuur in de Bonnen (hoofdstuk 6, bijlage 4 bij de regels) is berekend dat circa 270.000 m3 grond uit het plangebied vrijkomt door het afplaggen van de bouwvoor ten behoeve van de ontwikkeling van natuurgrasland en het afgraven van het moeras.

De vrijkomende grond zal worden ingezet voor de ophoging van het duinbos. De overige grond die nodig is voor de ophoging en niet wordt verkregen door de natuurwerkzaamheden binnen het plangebied komt van buiten het plangebied. De stikstofdepositie als gevolg van de ontwikkeling van de natuurbegraafplaats is berekend met behulp van de AERIUS Calculator (maart 2020, bijlage 13 bij de toelichting van het ontwerpbestemmingsplan). In deze berekening is enerzijds het wegvallen van het huidige agrarische gebruik en anderzijds de beoogde ingrepen zoals de ophoging van 20 hectare duinbos, de hiervoor benodigde aanvoer van grond, en het afgraven van het natuurgrasland en moeras meegenomen. De verschilberekening van de stikstofdepositie voor de natuurontwikkeling en natuurbegraven laat voor zowel de aanleg- als de gebruiksfase een aanzienlijke afname van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden zien ten opzichte van het huidige agrarische gebruik van de Bonnenpolder. Deze conclusie wordt ook getrokken in de nieuwe stikstofberekening. Ten behoeve van de vaststelling van het bestemmingsplan is deze berekening recentelijk opnieuw uitgevoerd met de nieuwste AERIUS Calculator (oktober 2020). Details van de stikstofberekening en de resultaten zijn te vinden in de Natuurtoets natuurontwikkeling Bonnenpolder (bijlage 13 bij de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan).

Initiatiefnemers dienen zich te allen tijde te houden aan de Wet natuurbescherming. Uit de Natuurtoets natuurontwikkeling Bonnenpolder (bijlage 13 bij de toelichting van het vast te stellen bestemmingsplan) blijkt dat de natuurontwikkeling en de natuurbegraafplaats in overeenstemming met de Wet natuurbescherming zal worden beheerd. In het kader van de Wet natuurbescherming heeft Bureau Waardenburg de natuurontwikkeling in de Bonnenpolder, inclusief de inrichtingsmaatregelen en het natuurbegraven, uitgebreid getoetst in deze Natuurtoets. Zo is onderzocht of de

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 24

ontwikkeling van Natuur in de Bonnen effecten heeft op nabijgelegen beschermde (Natura 2000-)gebieden, of verbodsbepalingen ten aanzien van beschermde flora en fauna (kunnen) worden overschreden en of regels ten aanzien de omgang met houtopstanden worden overschreden. Geconcludeerd is dat negatieve effecten als gevolg van de natuurontwikkeling en het natuurbegraven in de Bonnenpolder op de instandhoudingsdoelen van Natura 2000gebieden zijn uitgesloten (paragraaf 4.5, bijlage 13 bij de toelichting). Ten aanzien van beschermde flora en fauna wordt geconcludeerd dat de natuurontwikkeling en het natuurbegraven in de Bonnenpolder geen negatieve effecten heeft (mits wordt gewerkt volgens voorgeschreven randvoorwaarden uit paragraaf 8.2 van de Natuurtoets), mede doordat wordt gewerkt conform een Werkprotocol. Om dit zeker te stellen, is het betreffende Werkprotocol als bijlage 12 aan de regels van het vast te stellen bestemmingsplan gekoppeld en is in de bestemming Natuur een koppeling met enkele onderdelen van dit Werkprotocol gelegd. Ten aanzien van de omgang met houtopstanden wordt geconcludeerd dat de regels van de Wet natuurbescherming niet van toepassing zijn, omdat geen sprake is van de kap van houtopstanden (paragraaf 7.1, bijlage 13 bij de toelichting). 5.

Ruimtelijke uitgangspunten natuurbegraven en de wijze van bestemmen Een vijfde onderwerp betreft de ruimtelijke uitgangspunten en de wijze van bestemmen voor het initiatief Natuur in de Bonnen. Hier zijn weinig directe opmerkingen over gemaakt, maar in meerdere zienswijzen komen zaken aan de orde die hier verband mee houden zoals de borging die zorgt voor de bedoelde inpassing in het landschap, de tijdelijkheid van het natuurbegraven en de spreiding in tijd en ruimte van het toegestane aantal bevragingen. Dit punt van de thematische beantwoording gaat nader op in de wijze van bestemmen. In het 128 hectare nieuwe natuurgebied zal binnen 30 hectare een laatste rustplaats in de natuur mogelijk worden gemaakt. De ambitie voor deze ontwikkeling is voortgekomen vanuit de wens om meer natuur te realiseren in de provincie ZuidHolland. De ontwikkeling van een natuurbegraafplaats maakt het mogelijk om extra natuur toe te voegen. Een natuurbegraafplaats is allereerst en vooral een natuurgebied, maar dan met een extra functie. De natuurbegraafplaats is dan ook bestemd als ‘natuur’, wat inhoudt dat het gebied als zodanig moet worden beheerd en in stand gehouden.

De ontwikkeling van de natuurbegraafplaats draagt bij aan de beleving van de Bonnenpolder, door het openstellen van extra natuur voor publiek, door de investering in natuurontwikkeling en door het versterken en beschermen van cultuurhistorisch en ecologisch waardevolle elementen. Natuurbegraven is begraven in harmonie met de natuur. In lijn met de doelstelling om bestaande natuur te verbeteren en nieuwe natuur te creëren, wordt zeer zorgvuldig begraven en worden uitsluitend gebiedseigen en afbreekbare materialen gebruikt zoals een lijkwade van katoen of een onbehandelde kist van vurenhout. Op een natuurbegraafplaats mogen geen grafzerken of andere kunstmatige grafornamenten worden geplaatst. Een ander kenmerk is dat op een hele persoonlijke wijze invulling kan worden gegeven aan een afscheid en de wijze waarop men wil herdenken. Op een natuurbegraafplaats heerst eeuwigdurende grafrust, de graven worden niet geruimd. Na de laatste natuurbegrafenis beëindigd de tijdelijke functie van natuurbegraven, de natuurgraven blijven onderdeel van de natuur. Nadat de laatste

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 25

natuurbegrafenis heeft plaatsgevonden, zal het beheer worden overgedragen aan het Zuid-Hollands Landschap. Door de natuurgraven met behulp van GPS-coördinaten vast te leggen, kunnen de natuurgraven altijd worden teruggevonden. In het Inrichtings- en beheerplan Natuur in de Bonnen (pagina 34, bijlage 4 bij de regels) is beschreven dat in de ontwikkeling van de Bonnenpolder het behoud van de karakteristieke openheid van het polderlandschap en de versterking van de natuurwaarden centraal staat. In dat kader blijft de Bonnenpolder een open gebied, ontwikkeld tot natuur. Het Staelduinse Bos zal worden uitgebreid met circa 20 hectare door de strook aan de noordzijde van de Bonnenpolder op te hogen, zodat hierop een duinbos zich kan ontwikkelen. Door deze uitbreiding van het Staelduinse Bos wordt verdroging van het Staelduinse Bos tegengegaan en ontstaat meer ruimte voor planten en dieren in het gebied. De drogere omstandigheden van het duinbos bieden ook de mogelijkheid tot natuurbegraven. Het Besluit op de lijkbezorging (artikel 5, lid 2 en 4) stelt namelijk eisen aan de minimale diepte van begraven ten opzichte van het maaiveld (minimaal 65 cm) en de afstand tussen de onderkant van een graf en de gemiddeld hoogste grondwaterstand (minimaal 30 cm).

Vanwege deze eisen uit het Besluit op de lijkbezorging biedt de 10 hectare natuurbegraven in de polder ruimte voor het begraven van asurnen. Deze 10 ha vormt samen met de eerder genoemde 20 ha duinbos het totaal van 30 ha voor het natuurbegraven. Voor het begraven van asurnen binnen het gebied van 10 ha gelden geen voorschriften vanuit milieuhygiënisch oogpunt. Op de verbeelding is expliciet onderscheid gemaakt tussen natuurbegraven in het duinbos en natuurbegraven in de polder door de twee aanduidingen ‘specifieke vorm van natuur – natuurbegraven in het duinbos’ en ‘specifieke vorm van natuur – natuurbegraven in de polder’. Om de tijdelijkheid van natuurbegraven te borgen, is in de planregels (artikel 10.3, lid a) vastgelegd dat maximaal 10.000 natuurgraven zijn toegestaan, voor zover dit niet meer dan 10% van het oppervlak voor natuurbegraven (met aanduiding ‘specifieke vorm van natuur – duinbos’ en ‘specifieke vorm van natuur – natuurbegraven in de polder’) daadwerkelijk wordt gebruikt voor het feitelijk graven van natuurgraven.

In de procedures over de bestemmingsplannen Natuurbegraafplaats Maashorst en Natuurbegraafplaats Landgoed Jachtslot de Mookerheide (uitspraak AbRS ECLI:NL:RVS:2015:3316, 28 oktober 2015 en uitspraak AbRS ECLI:NL:RVS:2019:1264, 17 april 2019) is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geoordeeld dat een grafdichtheid van 10% als gering kan worden aangemerkt. In totaal zal in de Bonnenpolder maximaal 3 hectare grond daadwerkelijk gebruikt worden voor natuurgraven. Er is op deze manier ruimte voor maximaal 10.000 plekjes. Om met respect voor de natuur te kunnen natuurbegraven is flexibiliteit vereist, zodat kan worden ingespeeld op de verscheidenheid van de natuur in de Bonnenpolder. Hierdoor wordt ruimte geboden om steeds daar te begraven waar de natuur de ruimte biedt. De draagkracht van het plangebied kan door ontwikkeling van natuurwaarden in de loop der tijd veranderen. Met het Werkprotocol beheer en gebruik conform de Wet natuurbescherming kan daarop worden ingespeeld. Het Werkprotocol zal worden toegevoegd aan het bestemmingsplan in bijlage 12 bij de regels. In het Werkprotocol staan leidende principes voor onder andere het maken van een natuurgraf en het begeleiden van ceremonies. Het Werkprotocol geeft daarnaast handvatten hoe zorgvuldig met aanwezige (beschermde) flora en fauna om te gaan. Het Werkprotocol

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 26

bevat hiermee richtlijnen voor een ruimtelijke invulling ter bescherming van natuurwaarden in het plangebied. Daarbij is in de planregels (artikel 1.45) vastgelegd dat zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van onbehandelde en/of onbewerkte natuurlijke materialen. Dit betekend dat voor de kist, urn of wade alleen natuurlijke afbreekbare materialen worden gebruikt. Grafmonumenten, zoals zerken of grafbeplanting, zijn niet toegestaan. Als grafmarkering is alleen een liggend houten gedenkteken mogelijk dat in de loop der tijd vergaat. Los van de regels uit het bestemmingsplan en het Werkprotocol zijn initiatiefnemers te allen tijde gehouden om te voldoen aan de wettelijke kaders van de Wet natuurbescherming en de Wet op de lijkbezorging. Op basis van de Natuurtoets natuurontwikkeling Bonnenpolder (bijlage 13 bij de toelichting) kan worden geconcludeerd dat de Wet natuurbescherming de uitvoerbaarheid van de natuurbegraafplaats niet in de weg staat. Sterker nog, de natuurontwikkeling met natuurbegraafplaats leidt juist tot een versterking en vergroting van de aanwezige waarden en kenmerken van het gebied. Met het planvoornemen wordt invulling gegeven aan de ambities voor het Natuurnetwerk Nederland in de Bonnenpolder en uitvoering van het provinciale natuurbeleid (pagina 41, bijlage 13 bij de toelichting).

Het natuurbegraven binnen de Bonnenpolder zal verspreid plaatsvinden over circa 30 hectare, over een periode van circa 40 jaar. In het Inrichtings- en beheerplan Natuur in de Bonnen (bijlage 4 bij de regels) wordt uitgegaan van gemiddeld 250 natuurbegrafenissen per jaar na een aanloopperiode van drie tot vijf jaar. Dit komt neer op gemiddeld acht natuurbegrafenissen per hectare per jaar. Dit aantal is afgeleid van de ervaringscijfers van andere, vergelijkbare natuurbegraafplaatsen. Op basis van de genoemde kaders wordt niet uitgegaan van de noodzaak om het aantal te verkopen grafrechten of het aantal begrafenissen per jaar (of per hectare) vast te leggen of te maximaliseren. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de procedure voor bestemmingsplan Natuurbegraafplaats Huis ter Heide (uitspraak ECLI:NL:RVS:2020:2913 AbRS, 9 december 2020) uitgesproken dat geen grond wordt gezien voor het verbinden van een maximaal aantal begravingen per hectare per jaar, gelet op de eisen die voortvloeien uit de Wet op de lijkbezorging en het Besluit op de lijkbezorging en gelet op de conclusie uit de Natuurtoets dat effecten op flora en fauna zijn uit te sluiten bij het werken conform het Werkprotocol en het Inrichtings- en beheerplan. 7.

Nieuwe en weggevallen ontwikkelingen In meerdere zienswijzen hebben (nieuwe) initiatiefnemers nieuwe ontwikkelingen aangedragen met het verzoek of deze mogelijk gemaakt kunnen worden in het vast te stellen bestemmingsplan. Het gaat hier voor de goede orde dus om ontwikkelingen die nog geen onderdeel uitmaakten van het ontwerpbestemmingsplan. Daarnaast zijn er ook een tweetal ontwikkelingen uit het ontwerpbestemmingsplan, die niet langer in het vast te stellen bestemmingsplan zijn opgenomen. Dit punt van de thematische beantwoording geeft een overzicht van nieuwe en vervallen ontwikkelingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Van de nieuw aangedragen ontwikkelingen uit de zienswijzen, is uitsluitend de aanleg van ruiterpaden in diverse bestemmingen (mede) mogelijk gemaakt. Andere nieuwe ontwikkelingen die in de zienswijzen zijn aangedragen, zijn niet in het bestemmingsplan verwerkt. De redenen hiervoor zijn uiteenlopend en deze worden in

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 27

de beantwoording van de afzonderlijke zienswijzen verder toegelicht. De gemene deler is dat het gaat om: •

voorgestelde ontwikkelingen waarvan we als gemeente op dit moment hebben beoordeeld dat ze in principe passend (kunnen) zijn in het plangebied maar dat ze op dit moment onvoldoende zijn uitgewerkt of onderzocht om ze in dit stadium nog in het bestemmingsplan op te nemen;

•

of dat het om voorgestelde ontwikkelingen gaat waarvan de gemeente heeft beoordeeld dit niet toe te kunnen of willen staan, bijvoorbeeld omdat zij dit niet passend vindt binnen het plangebied of omdat provinciale regelgeving dat niet toestaat.

Daar waar het gaat om verzoeken die in die eerste categorie vallen, heeft de gemeente aan de initiatiefnemers laten weten dat zij bereid is om verder te bekijken of de betreffende ontwikkeling op een later moment en via een eigen planologische procedure alsnog mogelijk kan worden gemaakt. Dit laatste geldt ook voor de twee ontwikkelingen die niet opgenomen zijn in het vast te stellen bestemmingsplan (initiatief glastuinbouwsanering met ontwikkeling van twee compensatiewoningen aan de Bonnenweg 30 en het initiatief voor de Voedselbos en Outdooractiviteiten). Voorgestelde aanpassingen als gevolg van gegronde zienswijzen Naar aanleiding van gegronde zienswijzen stellen wij u voor om de planregels en verbeelding op onderstaande punten te wijzigen. Planregels De cursief weergegeven passages betreffen de gewijzigde, nieuwe formulering van de betreffende bepalingen. W1 Artikel 8 Groen • Lid 8.1 (Bestemmingsomschrijving) sub a is als volgt aangevuld: ‘groenvoorzieningen, met bijbehorende voet- en fietspaden, ruiterpaden en watergangen’. W2 Artikel 10 Natuur • Aan lid 10.3 zijn een nieuw sub d en sub e toegevoegd, deze luiden als volgt: d.

het graven van natuurgraven ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraven in het duinbos' en 'specifieke vorm van natuur natuurbegraven in de polder' is uitsluitend toegestaan voor zover wordt voldaan aan paragraaf 2.1.1 van het Werkprotocol beheer en gebruik zoals opgenomen in Bijlage 10; e. het houden van een natuurbegraafceremonie ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraven in het duinbos' en 'specifieke vorm van natuur - natuurbegraven in de polder' is uitsluitend toegestaan voor zover wordt voldaan aan paragraaf 2.2 van het Werkprotocol beheer en gebruik zoals opgenomen in Bijlage 10.

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 28

W3 Artikel 13 Verkeer • Aan lid 13.1 (Bestemmingsomschrijving) is een nieuw sub f toegevoegd, dat als volgt luidt: ‘f. ruiterpaden’. De opvolgende subleden zijn vernummerd. W4 Artikel 14 Verkeer – Metro/sneltram • Lid 14.1 (Bestemmingsomschrijving) is als volgt aangevuld: ‘De voor 'Verkeer - Metro/sneltram' aangewezen gronden zijn bestemd voor ondergrondse en bovengrondse spoorbanen ten dienste van de metro/sneltram, met de bijbehorende voorzieningen, alsmede groen, water, ontsluitingswegen en -paden, ruiterpaden, e.d.’ W5 Bijlage 3 Landschapsvisie • Deze bijlage is vervangen door de gewijzigde versie van de Landschapsvisie. W6 Bijlage 4 Inrichtings- en beheerplan • Deze bijlage is vervangen door de gewijzigde versie het Inrichtings- en beheerplan. W7 Bijlage 10 (nieuwe nummering) • Er is in de nieuwe nummering een nieuwe bijlage 10 toegevoegd genaamd ‘Werkprotocol beheer en gebruik’. Verbeelding W8 Sanering glastuinbouw Polderhaakweg 15 • Achter de woning Polderhaakweg 15 en het ten zuiden daarvan ingetekende bouwvlak voor een nieuwe compensatiewoning, is de bestemming Wonen – 1 naar achteren toe uitgebreid ten koste van de bestemming Tuin, zodanig dat de bestemming Wonen – 1 even diep is als achter de bestaande woning Polderhaakweg 13.

W9 Bestemmingslegging watergang • Ten westen van het duinbos is ter plaatse van de hoofdwatergang POL 3060170 de bestemming Natuur gewijzigd in Water. W10 Aanduiding ‘veehouderij’ • De aanduiding ‘veehouderij’ binnen de bestemming Agrarisch, behorende bij het agrarisch bedrijf aan de Bonnenlaan 5 te ’s-Gravenzande, is in zuidelijke richting uitgebreid.

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 29

Ambtshalve voorgestelde aanpassingen van het ontwerpbestemmingsplan Wij stellen u voor om de planregels en verbeelding op onderstaande punten te wijzigen. Planregels De cursief weergegeven passages betreffen de gewijzigde, nieuwe formulering van de betreffende bepalingen. A1 Artikel 1 Begrippen • Lid 1.9 (Archeologisch monument) is geredigeerd en luidt nu als volgt: ‘Een archeologisch monument als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet’. A2 Artikel 3 Agrarisch • Lid 3.1 (Bestemmingsomschrijving) sub g is komen te vervallen. Een nieuw sub g is toegevoegd dat als volgt luidt: 'g. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag 1': tevens opslag ten behoeve van het kassenbouwbedrijf zoals toegestaan binnen de saangrenzende bestemming Bedrijf;'. •

De voorwaarden bij lid 3.3.1 (Afwijkingsbevoegdheid ‘Bouwen buiten bouwvlak’) zijn op onderdelen gewijzigd, deze luiden nu als volgt: a. het oppervlak per gebouw niet meer dan 45 m² mag bedragen; b. de goothoogte van gebouwen niet meer dan 3 m mag bedragen; c. gebouwen wordt afgedekt met een zadeldak of een asymmetrische nok, met dien verstande dat de bouwhoogte niet meer dan 4,5 m mag bedragen; d. de noodzaak van deze bouwwerken met het oog op de agrarische bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf kan worden aangetoond; e. aangetoond is dat de betreffende bouwwerken redelijkerwijs niet binnen het bouwvlak gerealiseerd kunnen worden; f. sprake dient te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op een zorgvuldig gekozen locatie, die bovendien niet in het verlengde en daarmee in de zichtlijn vanaf de openbare weg ligt; g. gebouwen dienen een natuurlijke uitstraling te hebben en mogen geen container betreffen.

•

Aan lid 3.4 (Specifieke gebruiksregels) zijn een nieuw sub b en c toegevoegd, deze luiden als volgt: b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag 1' mag de totale (stapel)hoogte van buitenopslag van goederen niet meer dan 2 m bedragen; c. het gebruiken en laten gebruiken van gronden als bedoeld in lid 3.1 onder g is uitsluitend toegestaan voor zover:

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 30

1. de landschappelijke inpassing, zoals opgenomen in Bijlage 6 binnen ten hoogste 1 jaar na de vaststelling van dit bestemmingsplan is aangelegd en daarna in stand wordt gehouden; 2. op het perceel binnen ten hoogste 1 jaar na vaststelling van dit bestemmingsplan is voorzien in de aanleg van ten minste 93 m² aan watercompensatie en deze daarna in stand wordt gehouden. A3 Artikel 4 Agrarisch – Sierteelt • Aan lid 4.2.1 (Bouwregels, Algemeen) is een nieuw sub b toegevoegd dat als volgt luidt: ‘b. kassen zijn niet toegestaan;’ De opvolgende subleden zijn vernummerd. A4 Artikel 5 Bedrijf •

In lid 5.1 (Bestemmingsomschrijving) sub a is de volgende zinsnede komen te vervallen: ‘, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag 1' uitsluitend opslag behorende bij deze bedrijfsvoering mag plaatsvinden’.

•

In lid 5.2.1 (Bouwregels, Algemeen) sub b is de volgende zinsnede komen te vervallen: ‘, met uitzondering van gronden ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag 1'’.

•

In lid 5.3 (Specifieke gebruiksregels) zijn sub d en sub e komen te vervallen en is sub f vernummerd in sub d.

A5 Artikel 7 Gemengd • Lid 7.1 (Bestemmingsomschrijving) sub a is als volgt aangevuld: ‘natuur- en landschapsbeheer en het aanbieden van daarop gerichte educatie en informatie’. •

De aanhef boven lid 7.1 sub g (horeca) en h (detailhandel) is als volgt aangevuld: ‘met daaraan gerelateerde en ondergeschikte’.

•

Lid 7.4 (Gebruiksregels) sub b, onder 1 is komen te vervallen. De opvolgende subleden zijn vernummerd.

A6 Artikel 10 Natuur • In lid 10.3 (Gebruiksregels) sub a is de naam van de aanduiding ‘specifieke vorm van natuur – duinbos’ gecorrigeerd in ‘specifieke vorm van bos – duinbos’.

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 31

A7 Artikel 11 Recreatie • In lid 11.1 (Bestemmingsomschrijving) is sub d komen te vervallen. De opvolgende subleden zijn vernummerd. •

In lid 11.2.1 (Bouwregels, Algemeen) is sub a is de volgende zinsnede komen te vervallen: ‘, met uitzondering van recreatieve nachtverblijven’.

•

In lid 11.2.1. is sub e komen te vervallen. De opvolgende subleden zijn vernummerd.

•

Lid 11.2.3 (Bouwregels, Recreatieve nachtverblijven) is komen te vervallen. De opvolgende leden zijn vernummerd.

•

Lid 11.4 (Gebruiksregels) sub a en sub b zijn komen te vervallen. Het opvolgende sublid is vernummerd.

A8 Artikel 12 Tuin • Aan lid 12.1 (Bestemmingsomschrijving) is een nieuw sub d toegevoegd, dat als volgt luidt: ‘d. ter plaatse van de aanduiding 'horeca': tevens een terras ten behoeve van een aangrenzende horecagelegenheid.’ A9 Artikel 14 Verkeer – Metro/sneltram • Lid 14.1 (Bestemmingsomschrijving) is als volgt aangevuld: ‘De voor 'Verkeer - Metro/sneltram' aangewezen gronden zijn bestemd voor ondergrondse en bovengrondse spoorbanen ten dienste van de metro/sneltram, met de bijbehorende voorzieningen, alsmede groen, water, ontsluitingswegen en -paden, voet- en fietspaden, ruiterpaden*, e.d. * zie de betreffende wijziging in paragraaf 5.1. A10 Artikel 17 Wonen – 2 • Dit artikel is in zijn geheel komen te vervallen. De opvolgende artikelen zijn vernummerd. A11 Artikel 27 Waarde – Cultuurhistorie 1 • De aanhef van lid 27.1 (Bestemmingsomschrijving) is aangevuld, dit luidt nu als volgt: ‘De voor 'Waarde - Cultuurhistorie 1' aangewezen gronden zijn behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor bescherming en herstel van cultuurhistorische waarden in de vorm van:’.

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 32

A12 Bijlage 3 Landschapsvisie • Deze bijlage is vervangen door de gewijzigde versie van de Landschapsvisie. A13 Bijlage 4 Inrichtings- en beheerplan • Deze bijlage is vervangen door de gewijzigde versie het Inrichtings- en beheerplan. A14 Bijlage 6 Landschappelijke inpassing Haakweg 40 • Deze bijlage is vervangen. A15 Bijlage 8 Landschappelijke inpassing woningbouwlocatie Bonnenweg • Deze bijlage is komen te vervallen. De opvolgende bijlagen zijn vernummerd. A16 Bijlage 10 (oude nummering) Landschappelijke inpassing Outdoor-Voedselbos • Deze bijlage is komen te vervallen. De opvolgende bijlagen zijn vernummerd. A17 Bijlage 11 (oude nummering) Ontwerp hogere waardenbesluit • Deze bijlage is vervangen door het definitieve hogere waarden besluit. De naam van de bijlage is gewijzigd in Hogere waardenbesluit. Verbeelding A18 Plangrens • Aan de zuidzijde van het plangebied is ter plaatse van de Nieuwe Waterweg de plangrens binnen de bestemming Water gewijzigd. De nieuwe plangrens ligt nog steeds binnen de bestemming Water. •

Aan de zuidzijde van het plangebied is ter plaatse van het perceel Bonnenweg 30 de plangrens gewijzigd, zodat de gronden van dit glastuinbouwbedrijf buiten het plangebied liggen. De bestemmingen Groen en Natuur zijn ter plaatse komen te vervallen.

A19 Bonnenweg 30 • Ter plaatse van de twee compensatiewoningen naast het glastuinbouwbedrijf aan de Bonnenweg 30, zijn de bestemmingen Wonen – 2 en Groen, met de aanduidingen ‘specifieke bouwaanduiding (nood)-uitgang’, ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing 4’ en de verschillende maatvoeringsaanduidingen komen te vervallen. Ter plaatse is de bestemming Natuur opgenomen.

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 33

A20 Bonnenweg 2 • De strook met de bestemming Groen rondom het perceel Bonnenweg 2 is enkele meters naar binnen verschoven. • De voortuin heeft de bestemming Tuin in plaats van Bedrijf gekregen. Voor een deel van de voortuin is de aanduiding ‘horeca’ opgenomen. A21 Haakweg 40 • De bestemming van het achterste perceelsgedeelte is gewijzigd van Bedrijf naar Agrarisch. Ter plaatse is verder alleen de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - opslag 1' nog van toepassing. A22 Voedselbos / Outdoor • Bij de locatie voor Voedselbos en Outdoor zijn binnen de bestemming Recreatie de aanduidingen ‘specifieke vorm van recreatie – voedselbos en outdoor’, ‘verblijfsrecreatie’, specifieke bouwaanduiding – (nood)uitgang’ en ‘bedrijfswoning’ en het daarbij behorende bouwvlak met maatvoeringsaanduidingen komen te vervallen. •

Tevens is de omliggende bestemming Groen met de aanduiding ‘specifieke vorm van groen – landschappelijke inpassing 6’ komen te vervallen. Hier is de bestemming Recreatie opgenomen.

•

Aangrenzend binnen de bestemming Agrarisch is de aanduiding ‘ontsluiting’ komen te vervallen.

A23 Natuurontwikkeling en natuurbegraven • Langs de zuidrand van het duinbos is de bestemming Water, die parallel ligt aan de bestemming Natuur en aan het duinbos, in zuidelijke richting verplaatst. De gronden ter plaatse van de eerder ingetekende watergang zijn bestemd als Natuur. •

Het bestemmingsvlak en bouwvlak van de bestemming Maatschappelijk voor het ceremoniegebouw voor het natuurbegraven zijn minimaal gedraaid. De afmetingen zijn ongewijzigd.

•

De bestemming Gemengd aan de Bonnenweg 50 is in oostelijke richting uitgebreid. De bestemming Groen langs de oostzijde van de bestemming Gemengd is mee verplaatst, zodat deze nog steeds langs het gewijzigde bestemmingsvlak Gemengd ligt.

A24 Renvooi • In het renvooi bij de verbeelding is de afkorting van de aanduiding ‘specifieke vorm van recreatie – informatiecentrum’ gecorrigeerd in (sr-icm).

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 34

Financiële en juridische consequenties/aspecten: Voor het initiatief Natuurontwikkeling met natuurbegraven en het initiatief Glastuinbouwsanering met ontwikkeling van vijf compensatiewoningen Polderhaakweg 15 die met dit voorliggende vast te stellen bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, worden met de initiatiefnemers anterieure overeenkomsten gesloten. Ondertekening van de anterieure overeenkomsten is voorzien vóór vaststelling door uw raad. Daarmee zijn de gemeentelijke kosten voor deze ontwikkelingen gedekt. Dit betekent dat op grond van artikel 6.12 lid 2 Wet ruimtelijke ordening (Wro) geen exploitatieplan behoeft te worden vastgesteld. De gronden van het zonnepark zijn in eigendom bij de gemeente Rotterdam. De ontwikkeling van het zonnepark betreft een separaat gemeentelijk project. De financiële onderbouwing hiervan wordt te zijner tijd via de reguliere procedure aan uw raad voorgelegd. De gemeentelijke maatregelen worden gefinancierd uit de reeds toegekende provinciale subsidie Uitvoeringsprogramma Groen. Het bijbehorende ontwerpbesluit bieden wij u hierbij ter vaststelling aan. Burgemeester en Wethouders van Rotterdam, De secretaris,

De burgemeester,

V.J.M. Roozen

A. Aboutaleb

Bijlagen: Dit raadsvoorstel bevat de volgende bijlagen: 1. 2a. 2b. 2c. 2d. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

Ontwerpbestemmingsplan “Oranjebonnen” toelichting en bijlagen; Verbeelding “Oranjebonnen” blad 1; Verbeelding “Oranjebonnen” blad 2; Verbeelding “Oranjebonnen” blad 3; Verbeelding “Oranjebonnen” blad 4; Ingekomen zienswijzen; Namenlijst reclamanten; Nota zienswijzen Oranjebonnen; Advies Gebiedscommissie Hoek van Holland; Beantwoording advies Gebiedscommissie Hoek van Holland; Landschapsvisie Oranjebonnen (gewijzigd).

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 35

Ontwerpbesluit:

De Raad van de gemeente Rotterdam, gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 13 juli 2021 (raadsvoorstel nr. *dit vult de griffie later in*); gelet op de Wet ruimtelijke ordening en het Besluit ruimtelijke ordening; besluit: 1. De zienswijzen 2 en 32 voor kennisgeving aan te nemen. 2. De zienswijzen 17 en 40 gegrond te verklaren. 3. De zienswijzen 1, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 14, 15, 18, 19, 22, 23, 24, 25, 26, 29, 30, 41 en 44 deels gegrond te verklaren. 4. De zienswijzen 3, 4, 11, 12, 13, 16, 21, 27, 28, 31, 33, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 42 en 43 ongegrond te verklaren. 5. Het bestemmingsplan "Oranjebonnen”, NL.IMRO.0599.BP2104Oranjebonnen-va01 in elektronische en papieren vorm vast te stellen, conform het voorstel van burgemeester en wethouders. 6. Geen exploitatieplan vast te stellen. Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van "Dit vult griffie later in" De griffier,

De voorzitter,

Registratienummer cluster: BS21/00731 Portefeuillehouder: drs. S.A. Kurvers MPA Steller: Priscilla van der Haar

pagina 36

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=72e0ff01-de94-46d5-a04f-b61e630f609a