21bb11748 Bijlage 1 behorende bij 21bb11757 - ontwerpbestemmingsplan Parapluherziening Cultuurhistorie Crooswijk
Tekst van het document
Parapluherziening Cultuurhistorie Crooswijk Ontwerpbestemmingsplan
Opgesteld door:
datum:
25 april 2021
Stadsontwikkeling Bouw- en Woningtoezicht, Team Bestemmingsplannen
Vastgesteld d.d.:
........
Postbus 6575 3002 AN, Rotterdam
Inhoudsopgave
Toelichting Hoofdstuk 1
5 Inleiding
5
1.1
Samenvatting
5
1.2
Aanleiding
5
1.3
Gekozen planopzet
5
1.4
Ligging en begrenzing
5
1.5
Geldende bestemmingsplannen
6
Beleid
7
2.1
Rijksbeleid
7
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
7
2.3
Gemeentelijk beleid
7
Gebiedsbeschrijving
10
3.1
Historie
10
3.2
Beschermd Stadsgezicht Waterproject
11
3.3
Waardevolle structuren
13
3.4
Waardevolle objecten en ensembles
15
Hoofdstuk 4
Planbeschrijving
23
4.1
Opzet van het plan
23
4.2
Behoud waardevolle structuren
23
4.3
Behoud waardevolle objecten en ensembles
24
4.4
Uitzonderingen
27
4.5
Aanpassing maximale bouwhoogte
29
4.6
Juridische planbeschrijving
30
Hoofdstuk 5
Financiële uitvoerbaarheid
32
Hoofdstuk 6
Maatschappelijke uitvoerbaarheid
33
Hoofdstuk 2
Hoofdstuk 3
Regels
35
Hoofdstuk 1
INLEIDENDE REGELS
36
Artikel 1
Begrippen
36
Artikel 2
wijze van meten
37
BESTEMMINGSREGELS
38
Hoofdstuk 2
Artikel 3
Waarde - Cultuurhistorie 1
38
Artikel 4
Waarde - Cultuurhistorie 2
41
Artikel 5
Toepassingsverklaring
42
Hoofdstuk 3
ALGEMENE REGELS
43
2
Hoofdstuk 4
OVERGANGS- EN SLOTREGELS
44
Artikel 6
Overgangsrecht
44
Artikel 7
Slotregel
45
3
4
Toelichting Hoofdstuk 1 1.1
Inleiding
Samenvatting
In Rotterdam is meer aandacht gekomen voor cultuurhistorie en de stad wil de zorg voor het historisch erfgoed verbinden met de opgaven van de stad. Voor de wijken Crooswijk en Rubroek is een historische verkenning gemaakt. Hierin zijn waarderingen gegeven vanuit cultuurhistorisch oogpunt en worden aanbevelingen gedaan die gebruikt kunnen worden als kader bij verschillende ontwikkelingen. Dat afwegingskader wordt vastgelegd in een bestemmingsplan. In de huidige bestemmingsplannen zijn de waarden van het historisch erfgoed in (Oud en Nieuw) Crooswijk en Rubroek nog onvoldoende beschermd. Een herziening van de bestemmingsplannen op het thema cultuurhistorie is nodig voor een betere bescherming van de waarden. De parapluherziening legt meer precies vast welke regels er gelden binnen het beschermd stadsgezicht Waterproject waar het gaat om sloop, herbouw of gedeeltelijke herbouw. Tevens zorgt de parapluherziening ervoor dat er een drempel wordt opgeworpen tegen sloop van aangewezen waardevolle beeldbepalende panden. In de parapluherziening is ook aangegeven welke waardevolle objecten toch geen extra bescherming krijgen, vanwege een brede afweging van belangen bij al bekende ontwikkelingen.
1.2
Aanleiding
Op 3 maart 2020 is de 'Cultuurhistorische Verkenning Crooswijk - Rubroek' (hierna: 'CV') vastgesteld door het college van B&W. De CV beschrijft de ontwikkeling van Crooswijk en Rubroek en geeft een beschrijving van cultuurhistorische waarden van het gebied. Daarnaast worden aanbevelingen gedaan om deze waarden planologisch te borgen. Uit de CV blijkt dat het gebied rijk is aan cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren. Op dit moment zijn deze zaken nog onvoldoende geborgd in een bestemmingsplan, waardoor er geen sprake is van planologische bescherming. Deze parapluherziening is opgesteld om de cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren alsnog van planologische bescherming te voorzien.
1.3
Gekozen planopzet
Dit bestemmingsplan is een thematische parapluherziening over cultuurhistorie. Dit betekent dat de regels voor bepaalde locaties uit geldende bestemmingsplannen door dit bestemmingsplan herzien worden. Met een dubbelbestemming kunnen de cultuurhistorische waarden op de locaties planologisch beschermd worden. Zie voor verdere uitleg paragraaf 4.1.
1.4
Ligging en begrenzing
Het bestemmingsplan gaat over het gebied met de onherroepelijke bestemmingsplannen 'Nieuw Crooswijk II' (2012), 'Paradijshof, Nieuw Crooswijk' (2016) en 'Crooswijk' (2018) en ligt tussen de Rotte, de Boezemlaan, de Boezem en de Goudsesingel.
5
Figuur ligging plangebied Crooswijk De begrenzing van het plangebied komt nagenoeg overeen met het onderzoeksgebied van de CV. Alleen de Boezemlaan ligt buiten het plangebied en is inmiddels onderdeel van het naastgelegen bestemmingsplan 'Boezembocht - Veilingterrein'.
1.5
Geldende bestemmingsplannen
In het plangebied gelden de volgende bestemmingsplannen: 1001
Nieuw Crooswijk II
vastgesteld 15-12-2011 onherroepelijk 03-10-2012;
2105
Paradijshof, Nieuw Crooswijk
vastgesteld 18-02-2016 onherroepelijk 17-04-2016;
1086
Crooswijk
vastgesteld 30-11-2017 onherroepelijk 27-01-2018;
alsmede de Parapluherzieningen: 1077
Terrassen
vastgesteld 11-11-2014 onherroepelijk 25-04-2015;
1097
Parkeernorming Rotterdam
vastgesteld 14-12-2017 onherroepelijk 31-03-2018;
1104
Biologische Veiligheid
vastgesteld 14-06-2018 onherroepelijk 18-08-2018.
6
Hoofdstuk 2 2.1
Beleid
Rijksbeleid
Voor bestemmingsplannen zijn op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR), het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) relevant. Het betreft beleid met een hoog abstractieniveau dat alleen relevant is bij ontwikkelingen van nationale betekenis of wanneer een bestemmingsplan nieuwe stedelijke functies mogelijk maakt. Dit bestemmingsplan heeft geen raakvlakken met ontwikkelingen van nationaal belang en maakt ook geen stedelijke ontwikkelingen mogelijk. Toetsing aan het nationaal beleid kan daarom achterwege blijven.
2.2
Provinciaal en regionaal beleid
Het provinciale omgevingsbeleid voor de fysieke leefomgeving bestaat uit twee kaderstellende instrumenten: de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Deze kaders zijn vastgesteld door provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 en zijn op 1 april 2019 in werking getreden. Het beleid bevat zes algemene, richtinggevende ambities voor de provincie, zoals het realiseren van een klimaatbestendige delta en een nieuwe, circulaire economie. Daarnaast bevat het beleid twaalf meer concrete ambities voor verschillende thema's. Voorbeelden van thema's zijn gezondheid, veiligheid, natuur, klimaatadaptatie en cultuurhistorie. Dit bestemmingsplan geeft invulling aan het laatstgenoemde thema. Ten aanzien van cultuurhistorie is de ambitie: het beschermen, versterken en beleefbaar maken van de kwaliteit van het landschap, cultuurhistorische waarden en natuurlijke karakteristieken van de leefomgeving. Door het opnemen van onder andere beschermende dubbelbestemmingen en maatvoeringsbepalingen wordt voorkomen dat de cultuurhistorische waarden binnen het plangebied aangetast worden.
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1
Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020
Vastgesteld door de gemeenteraad in 2016 Rotterdam heeft een inmiddels volwassen monumententraditie. Er is sprake van een toenemend historisch bewustzijn in de stad. De karakteristieke vermenging van tijdlagen en de daarbij horende afwisseling van oud en nieuw zorgt voor een belangrijke en onderscheidende identiteit van het stadsbeeld. In de beleidsnota Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020 wordt de visie op het Rotterdams gebouwde erfgoed en de hieruit voortvloeiende ambities beschreven. Rotterdam verbindt de zorg voor behoud van het gebouwd erfgoed met de hedendaagse opgaven van de stad. Ingezet wordt op bescherming, behoud en hergebruik, en instandhouding van erfgoed. Steeds vaker wordt cultuurhistorie gekozen als uitgangspunt voor (gebieds-)ontwikkelingen, waardoor de historische gelaagdheid van de stad behouden blijft voor toekomstige generaties. De ‘Kadernotitie Cultuurhistorie in bestemmingsplannen’ geeft aan hoe verder invulling kan worden gegeven aan de selectie en borging van cultuurhistorische waarden in bestemmingsplannen. 2.3.2
Kadernotitie Cultuurhistorie in bestemmingsplannen: de Rotterdamse Aanpak
In 2008 is door het toenmalige college besloten om bij gebiedsontwikkelingen een cultuurhistorische verkenning (cv) te laten opstellen zodat er een cultuurhistorisch afwegingskader beschikbaar is. Daarnaast is ook besloten om cultuurhistorie structureel mee te nemen in de ruimtelijke planvorming, zoals een bestemmingsplan. Dit besluit wordt versterkt door de kadernotitie ‘Cultuurhistorie in bestemmingsplannen: de Rotterdamse Aanpak’ (2015). De cv wordt opgesteld door onafhankelijke, externe deskundigen in opdracht van Stadsontwikkeling. Bij
7
het opstellen van de cv wordt altijd overleg en medewerking gezocht met de lokale historische verenigingen en erfgoedstichtingen. Een bredere participatie is afhankelijk van de grootte van het gebied waarvoor een cv wordt geschreven en de wensen vanuit het gebied. Voor het definitief vastleggen van een cv wordt voor advies naar de gebieds- en wijkvertegenwoordiging en de Commissie voor Welstand en Monumenten gestuurd, zodat beide instanties de mogelijkheid hebben om een reactie te geven. Inhoudelijke opmerkingen worden vervolgens verwerkt in de cv's. Met de vaststelling van de cv's is er een cultuurhistorisch kader beschikbaar op het moment dat zich ontwikkelingen aandienen in de betreffende gebieden. De uitkomsten van de cv's worden na een integrale afweging overgenomen in de op te stellen beleidskaders, zoals bestemmingsplannen. Als afgeweken wordt van het deskundige advies wordt dat gemotiveerd in de beleidskaders. Tegen het vaststellen van de cv kan geen bezwaar gemaakt worden omdat het geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Dit is pas van toepassing op het moment dat de uitkomsten van de cv in andere beleidsplannen zijn geïmplementeerd. Deze beleidsplannen kennen hun eigen zienswijzeen bezwaarprocedure.
Borgen in het bestemmingsplan De uitgangspunten voor doorvertaling van de bevindingen van een cv naar een bestemmingsplan zijn als volgt: Nauwkeurige wijze van bestemmen De navolgende elementen worden nauwkeurig overeenkomstig de bestaande situatie bestemd: Unesco Werelderfgoed, rijks- en gemeentelijke monumenten worden in hun geheel nauwkeurig bestemd (bouwvlak, hoogte, geleding bouwmassa, kapvorm, tuinen). Bovendien krijgen ze een plek op de verbeelding (gekoppeld aan de regels van het bestemmingsplan). In het bestemmingsplan worden voor deze panden geen extra regels opgenomen, omdat deze panden al voldoende beschermd zijn via wet- en regelgeving; Beeldbepalende en beeldondersteunende panden worden nauwkeurig bestemd voor wat betreft de verschijningsvorm naar het openbaar gebied. Dat kan zijn: bouwvlak, bouwhoogte, bouwmassa, kapvorm; Beeldbepalende en beeldondersteunende structuurelementen worden nauwkeurig bestemd wat betreft hun specifieke waardevolle aspecten. Dat kan zijn: rooilijn, geleding gevelwand (zowel horizontaal als verticaal), bouwhoogte/hoogteaccent, percelering/korrelgrootte, rooilijn, dwarsprofiel, maaiveldinrichting (indeling groen, water, verharding), zichtlijn/uitkijkpunt; Rijksbeschermde stadsgezichten, rijks- en gemeentelijke wederopbouwaandachtsgebieden en waardevolle ensembles worden nauwkeurig bestemd wat betreft hun specifieke waardevolle aspecten.
Omdat het hierbij altijd een combinatie van bovengenoemde objecten en/of structuurelementen betreft, is daarbij altijd een specifieke selectie van bovengenoemde aspecten aan de orde. Rondom Unesco Werelderfgoed is bovendien sprake van een bufferzone waarbinnen bouwhoogtes beperkt worden, zichtlijnen in stand moeten blijven en dergelijke. Dubbelbestemming cultuurhistorie Een nauwkeurige wijze van bestemmen garandeert nog geen extra bescherming van waardevolle objecten. Daarom wordt in een aantal gevallen een zogeheten dubbelbestemming cultuurhistorie toegepast: Doorgaans wordt de dubbelbestemming WR-C1 gebruikt voor rijksbeschermde stadsgezichten. De dubbelbestemming WR-C2 voor beeldbepalende panden en overige objecten. Door middel van de dubbelbestemming worden (gedeeltelijke) sloop van bestaande gebouwen en/of ingrepen in het onbebouwde maaiveld verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van het college van B&W. Alvorens een sloopvergunning of aanlegvergunning verkregen wordt moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan. Deze voorwaarden worden opgenomen in de regels van het bestemmingsplan, waarbij voor specifieke inhoudelijke aspecten kan worden doorverwezen naar de cultuurhistorische verkenning.
8
2.3.3
Cultuurhistorische Verkenning Crooswijk - Rubroek
De 'Cultuurhistorische Verkenning Crooswijk - Rubroek', hierna CV, is op 3 maart 2020 vastgesteld door het college van B&W. De CV beschrijft de ontwikkeling van Crooswijk en Rubroek, geeft een beschrijving van de cultuurhistorische waarden van het gebied en doet aanbevelingen om deze waarden planologisch te borgen. De CV is te downloaden via: Ingekomen stukken gemeenteraad 3 maart 2020 Uit de CV blijkt dat het gebied rijk is aan cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren. Op dit moment zijn deze zaken nog onvoldoende geborgd in een bestemmingsplan, waardoor er geen sprake is van planologische bescherming. Deze parapluherziening is opgesteld om de cultuurhistorisch waardevolle objecten en structuren alsnog van planologische bescherming te voorzien. Verder is de ontstaansgeschiedenis van Crooswijk en Rubroek beschreven.
9
Hoofdstuk 3 3.1
Gebiedsbeschrijving
Historie
Tussen 1240 en 1280 wordt het dijkenstelsel ontwikkeld dat ook nu nog in en rond de stad aanwezig is. Aan de noordoostkant van de (toenmalige) stad Rotterdam ontstond de polder Rubroek (de huidige wijken Rubroek en Crooswijk). Midden door het gebied loopt de Crooswijkseweg die als ontginningsbasis voor de polder diende. In de 16e en 17e eeuw ontwikkelt Rubroek zich tot een zogenaamd “lanengebied”. Hier vinden allerlei activiteiten plaats, waarvoor binnen de stadsmuren geen plaats meer is. Het gaat om tuinbouw, fruitteelt en het houden van varkens en pluimvee, en daarnaast om ambachtelijke industrie, blekerijen en drie loodwitfabrieken. In ongeveer 1770 worden naast elkaar de hoge en lage Boezem gegraven (deze zijn later gedeeltelijk gedempt en samengevoegd tot één waterloop). Tussen circa 1820 en 1880 wordt de wijk Rubroek in hoog tempo volgebouwd door speculanten die in hoge dichtheden slechte woningen realiseren. In 1862 wordt de Boezemsingel gegraven, deze waterloop vormt de grens tussen de wijken Crooswijk en Rubroek. In 1883 wordt het gemeentelijke slachthuis geopend aan de pas aangelegde Boezemstraat. Het complex wordt langzaam uitgebreid naar het noordelijk deel van het terrein en er vestigen zich ook aan het slachthuis gerelateerde bedrijven, zoals een huidenlooierij, een lijmfabriek en vleesverwerkende bedrijven.
Crooswijk is tussen 1895 en 1910 volgebouwd door projectontwikkelaars. Dit gebeurde eveneens in hoog tempo en met kwalitatief slechte huizen in hoge dichtheden. Er worden grote bedrijvencomplexen gebouwd. Een van de grotere bedrijven is een brouwerij van Heineken. Het hoofdgebouw van deze brouwerij is gebouwd in de jaren ’20 van de vorige eeuw en maakt nu onderdeel uit van een kantorencomplex. In mei 1940 gaat het grootste deel van de bebouwing van Rubroek verloren door het bombardement en de daarop volgende branden. Alleen ten noorden van de Veemarktstraat en de Goudse Rijweg blijft de bebouwing gespaard. In de jaren ’50 worden er woningen gebouwd in een veel ruimere opzet en met een nieuwe verkaveling. In 1975 begint in Rubroek een stadsvernieuwingsoperatie met een aantal grote (ver)nieuwbouwprojecten langs de Rotte en op het vroegere Veemarktterrein. Crooswijk komt gezien de slechte kwaliteit van de bebouwing bijna helemaal in aanmerking voor stadsvernieuwing. Hier wordt in 1976 mee begonnen, tot in de jaren ’90 wordt in hoog tempo vernieuwd en gerenoveerd. Als onderdeel van de stadsvernieuwing worden er plannen gemaakt om het slachthuisterrein te ontruimen voor woningbouw. Het slachthuis wordt in 1979 gesloopt en er wordt op het terrein een grootschalig woningbouwproject gerealiseerd.
10
Figuur bouwperioden, overgenomen uit de CV
3.2
Beschermd Stadsgezicht Waterproject
Als beschermd stadsgezicht aangewezen per besluit van 5 november 2014
11
3.2.1
Algemeen
De Crooswijksesingel/Boezemsingel, inclusief de woonhuizen en de achtertuinen van de woonhuizen die daaraan grenzen, valt binnen het door het Rijk beschermde stadsgezicht Waterproject. Dit als beschermd stadsgezicht aangewezen project van stadsarchitect W.N. Rose en fabriekslandmeter van het Hoogheemraadschap J.A. Scholten is een fraai voorbeeld van een grootschalig, samenhangend waterstaatkundig en stedenbouwkundig concept. Het stadsgezicht Waterproject is van grote historische en stedenbouwkundige waarde als tastbare erfenis van de strijd tegen een van de grootste maatschappelijke problemen van de Negentiende Eeuw: de explosieve bevolkingsgroei in de steden met alle stedenbouwkundige, sociale en hygiënische problemen die daarbij hoorden. Het unieke van het Waterproject ligt vooral in de bijzondere combinatie van maatschappelijke, waterstaatkundige en stedenbouwkundige doelstellingen, samengebracht in een integraal planconcept. Het Waterproject is tevens een geplande stedenbouwkundige structuur uit de tweede helft van de 19e eeuw. Het gaat om een langgerekte gordel van singels, met aangrenzende bebouwing, op enige afstand van de oude binnenstad van Rotterdam. Dit gebied, dat bekend stond als de 'polderstad', kende in de loop van de 19e eeuw een explosieve groei, die voor de nodige problemen zorgde. Het Waterproject moest hierop een antwoord geven.
Het project kende meerdere doelstellingen: verbetering van de waterhuishouding en de stedelijke hygiëne, ordening van de snelle groei, verfraaiing van de stedelijke omgeving, en het bieden van een kader voor toekomstige stadsuitbreiding. Deze ingreep heeft geleid tot een stedenbouwkundige structuur die enerzijds uniek is voor Nederland. Het Waterproject is een ontwerp van ingenieur-architect (en rijksbouwmeester van 1858-1867) W.N. Rose (1801-1877), in zijn functie als respectievelijk stadsarchitect (1839-1854) en ingenieur-adviseur van Rotterdam (1854-1877). Het uiteindelijke plan werd in 1854 door Rose uitgewerkt in samenwerking met de 'fabriekslandmeter' van het Hoogheemraadschap Schieland J. A. Scholten. De singelaanleg is later voortgezet door directeur gemeentewerken G.J. de Jongh, die in aansluiting op het Waterproject de Provenierssingel (1896) en de Bergsingel (1910) ontwierp. Het Waterproject is van belang als voorbeeld van het oeuvre van ingenieur-architect en rijksbouwmeester W.N. Rose en de landschapsarchitect J.D. Zocher jr. Het beschermd stadsgezicht Waterproject beoogt nadrukkelijk om deze belangrijke 19e-eeuwse structuur weer als één samenhangend ontwerp te beschouwen. Als 19e eeuwse 'groene wandeling' en als 'gouden rand', gekenmerkt door sierlijke vormgeving, is het Waterproject van grote beeldbepalende waarde en nog steeds goed herkenbaar.
Het beschermd stadsgezicht Waterproject omvat een tweetal singeltrajecten door de stad, respectievelijk westelijk en noordoostelijk gesitueerd van de oude stadsdriehoek. Het westelijk tracé bestaat uit twee delen die oorspronkelijk met elkaar verbonden waren, maar nu van elkaar zijn gescheiden door het stationsgebied. Het noordelijk deel omvat globaal de Spoorsingel en de Provenierssingel. Het zuidelijk deel globaal de Westersingel tussen Kruiskade en Westzeedijk, inclusief Eendrachtsplein. Het oostelijk tracé is een aaneengesloten gebied en omvat globaal de Bergsingel, de Noordsingel, het Noordplein, de brug over de Rotte, de Crooswijksesingel en het noordwestelijk deel van de Boezemsingel. De singeltrajecten bestaan alle uit een strikt profiel met centraal de wetering (aI dan niet gedempt) met in landschappelijke stijl aangelegde taluds, deels voorzien van wandelcircuit, deels van tramsporen, de singelstraten aan weerszijde van de wetering, met aanpalende bebouwing, inclusief de eventuele voor- en achtertuinen of -terreinen. 3.2.2
Nadere typering van te beschermen waarden
Het beschermd gezicht Waterproject is van grote historische en stedenbouwkundige waarde als tastbare erfenis van de strijd tegen een van de grootste maatschappelijke problemen van de 19e eeuw. Het unieke van het Waterproject ligt vooral in de bijzondere combinatie van maatschappelijke, waterstaatkundige en stedenbouwkundige doelstellingen, samengebracht in een integraal planconcept. Hierdoor is een stedenbouwkundige structuur ontstaan die zowel uniek als exemplarisch is voor Nederland. Water De singels/weteringen zijn van grote historische waarde doordat zij refereren aan de belangrijke hygiënische doelstelling van het 19e-eeuwse Waterproject. Met hun karakteristieke slingerende vorm dragen de weteringen bij aan de typische landschapstijl van de singelgordel en hebben zij een grote
12
historische waarde als voorbeeld van een bijzondere 19e-eeuwse stadsuitleg. Vanwege het duurzame karakter van de water- (en groen) structuur heeft het Waterproject tegenwoordig ook een belangrijke functie als ecologische verbindingszone. Bebouwing Het Waterproject is van grote stedenbouwkundige architectuurhistorische waarde, omdat het met zijn lint van hoogwaardige, beeldbepalende bebouwing - variërend van riante eclectische villa's tot herenhuizen en middenklasse-etagewoningen - als het ware een gouden rand vormt tussen de overwegend met arbeiderswoningen volgebouwde 19e-eeuwse uitbreidingswijken. Speciale waarde hebben de historische bebouwingselementen die het specifieke karakter als waterhuishoudkundige project benadrukken: in Crooswijk de rustieke houten brug, de Spiegelnisserbrug en het 'vuilvishuisje' aan het uiteinde van de Boezemsingel. Groen Het Waterproject is van grote historische en stedenbouwkundige waarde vanwege de parkachtige vormgeving, naar ontwerp van en deels ook aangelegd door J.D. en L.P. Zocher. Wandeling Het Waterproject is ook van grote waarde vanwege de bijzondere uitvoering van het typisch 19e-eeuwse stedenbouwkundige idee van de 'wandeling', die onlosmakelijk is verbonden met het ontwerp van het project. De 'wandeling' refereert aan de tijd waarin de openbare groenvoorziening opgang maakte.
In Rotterdam werd dit thema gecombineerd met een waterstaatkundig en stedenbouwkundig programma. Ook de functie als verbindende schakel tussen groene verblijfsruimten elders in de stad, waardoor een 'groene wandeling' van meer dan 30 kilometer lengte ontstaat, is tot in de huidige tijd van belang.
3.3
Waardevolle structuren
Crooswijk en Rubroek worden gekenmerkt door een sterke gelaagdheid die voortkomt uit verschillende concepten van ruimtelijke ontwikkeling: Deze sterke gelaagdheid vormt een bijzondere ruimtelijke karakteristiek van Crooswijk en Rubroek. De eerste laag is die van de middeleeuwse ontginningen waarvan de structuren en polderverkaveling gedeeltelijk nog in het stratenpatroon te herkennen zijn. Deze structuren en polderverkaveling zijn uit praktische overwegingen door de systemen van de particuliere ontwikkelaars overgenomen. De tweede laag is die van de negentiende-eeuwse hygiënische ingrepen die een nieuwe structuur en schaal in het gebied invoegden: de aanleg van grootschalige elementen als de begraafplaatsen, de veemarkt en slachthuis, het exercitieveld en de singels van het Waterproject. De derde laag is die van het vroeg twintigste-eeuwse monumentale stadsbeeld waarin de straten als assen zijn opgevat en monumentaliteit ontstaat door gesloten bouwblokken met portiekwoningen. De vierde laag is die van de wederopbouw waar de historische structuur van het gebied geheel is losgelaten en waar het te bebouwen gebied deel uitmaakt van een stedenbouwkundig plan op het niveau van de gehele stad. De vijfde laag is die van de stadsvernieuwing waarin de focus weer naar de schaal van de stadswijk en de woonbuurt verschoof.
Het gebied binnen de brandgrens is aangeheeld en ernstig verval is gesaneerd. Bestaande structuren en patronen zijn zelden gehandhaafd of als inspiratiebron opgevat. De focus lag weliswaar weer op de wijk en de buurt, maar de schaal van de nieuwbouw was niet eerder zo groot. De zesde laag is die van de stedelijke vernieuwing waarbij de stedenbouwkundige structuur is gecorrigeerd en nog meer monumentaliteit is ingebracht. Structuurlijnen De beeldbepalende historische structuurlijnen hebben een structurerende groene inrichting. Een laanbeplanting van platanen bijvoorbeeld versterkt de wandelroute langs de Rotte en de Boezem. Door de groene inrichting van de middenberm van de Rusthoflaan en de groene randen rond de begraafplaatsen blijven de zichtlijnen naar de begraafplaatsen open. Begraafplaatsen
13
De begraafplaatsen blijven als historische structuurelementen behouden, omgeven door een brede groenstrook. Openbaar groen Het Schuttersveld met daarbij de contouren van het voormalige exercitieveld zijn in de huidige situatie goed herkenbaar. De Crooswijksesingel en Boezemsingel maken belangrijke onderdelen uit van Rose’s Waterproject. Waardevol is het brede profiel, de groene inrichting, de relatief lage gevelwanden erlangs (4-5 bouwlagen) en de aanwezigheid van voor Crooswijk en Rubroek zeldzame bebouwing van herenhuizen. De brede groenstrook langs de Warande, die overloopt in de binnenhoven van de woningen erlangs is van waarde als herinnering aan de middeleeuwse stadsgrens. Het is een herinnering aan de ‘groene wig’ die stedenbouwkundige W.G. Witteveen hier in zijn wederopbouwplan gedacht had. Het is tevens een integraal onderdeel van het waardevolle ensemble langs de Veemarkstraat. Enkele bomen afkomstig van het oude veemarktterrein werden geïntegreerd in het parkontwerp. Pleinruimten De twee waardevolle pleinruimten, Koeweide en plantsoen aan de Spiegelnisserkade, zijn zorgvuldig ingericht. De inrichting van de Koeweide herinnert aan de veeverzamelplaats van dit voormalige slachthuisterrein en als bewust opgenomen onderdeel van de serie ruimten in het stedenbouwkundig plan van dit gebied.
De inrichting van het plantsoen aan de Spiegelnisserkade herinnert aan de kloostertuin die hier lag. Binnenhoven De als waardevol structuurelement aangegeven binnenhoven zijn eveneens zorgvuldig en met veel groen ingericht.
14
Figuur en legenda, overgenomen uit de CV
3.4
Waardevolle objecten en ensembles
Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten Een monument kan een gebouw, water, terrein of een ander object zijn dat van nationaal belang is (rijksmonument), of dat van algemeen belang is voor Rotterdam (gemeentelijk monument). Monumenten zijn van belang vanwege de schoonheid, de betekenis voor de wetenschap en architectuur of de cultuurhistorische waarde. Dit is voor rijksmonumenten vastgelegd in de Erfgoedwet en voor gemeentelijke monumenten in de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Bij een monument gaat het om één gebouw of complex, zowel buiten als van binnen. Als vanzelfsprekend is het verboden om wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument zonder vergunning. Rijksmonumenten zijn beschermd op basis van de Erfgoedwet en gemeentelijke monumenten op basis van de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Om die reden is planologische bescherming niet aan de orde. Rijksmonumenten: Boezembrug in Jugendstil door architect S.J. Rutgers, 1903. Boezemsingel 57, vuilvishuisje in Chalet-stijl door architect W.A. Scholten, 1890. Crooswijksebocht 31, Algemene Begraafplaats Crooswijk door architect P. Adams, 1832. Crooswijksesingel 50, bedrijfsgebouw Heineken Brouwerij in de stijl van het zakelijk expressionisme
15
door architect W. Kromhout, 1932. Goudse Rijweg 403-417, woningen in neorenaissance stijl, 1885. Gemeentelijke monumenten: Boezemstraat 450, woning in neorenaissance stijl door architect C.N. van Goor, 1893. Crooswijksesingel 18-20, schoolgebouw door architect B. Hooykaas, 1998. Hendrik de Keyserstraat 72, Burgerhotel 'De Zon' in eclectische stijl door Ch. Eckhart. Kantoor behorende bij Eckhart's Meubelfabriek, 1877. Jonker Fransstraat 41, brandgrenspand,1874. Nieuwe Crooswijkseweg 123-125, Rooms Katholieke Begraafplaats met arcade in traditionalistische stijl door architect J.P.L. Hendriks, 1936. Noorderbrug door Dienst Gemeentewerken, 1910. Pootstraat 43, schoolgebouw voor lager onderwijs in utilitaire stijl door Dienst Gemeentewerken, 1900. Spiegelnisserbrug door Dienst Gemeentewerken, 1899. Van Galenbrug door Dienst Gemeentewerken, 1896. Waardevolle ensembles Wereldhaven door W.G. Witteveen en J. Wils, 1941-1943; J.C. Bolten, D. Dürrer, 1946-1953. Van cultuurhistorisch belang als het eerste wederopbouwproject in Rotterdam en bovendien het enige dat na de afgekondigde bouwstop toch uitgevoerd kon worden. Van architectuurhistorisch belang door de eenheid van stijl en karakteristiek voor de overgang tussen de traditionele baksteenarchitectuur van de jaren dertig en de geïndustrialiseerde woningbouw van de jaren vijftig.
Van stedenbouwkundig belang als kamstructuur met hoogbouw aan de doorgaande weg en de daarachter gelegen laagbouw in een open verkaveling aan woonstraten en groene binnenhoven waardoor het ensemble een groen-stedelijk karakter heeft. Dit gebied is onderdeel van het door de RCE aangewezen 'Wederopbouwgebied van nationaal belang - Oostelijke binnenstad Rotterdam' en verdient daarom een goede bescherming. Van Alkemadekwartier door C. van Traa en diverse architecten, 1950-1958. Van cultuurhistorisch belang als onderdeel van het Basisplan (1946) dat als leidend plan voor de wederopbouw van Rotterdam gold. Van architectuurhistorische belang door de combinatie van een eenduidige typologie en een gevarieerde architectuurbeeld; dat wil zeggen, portiekwoningen met winkels in de plint en expeditiehoven in de bouwblokken, uitgevoerd in de stijl van de Delftse School, de shake-hands-architectuur en het naoorlogs functionalisme.Van stedenbouwkundig belang door de ruimtelijke consistentie van grote bouwblokken met steeds dezelfde rangschikking van bestemmingen: winkels op de begane grond langs de doorgaande wegen, woningen op de verdiepingen, bedrijven aan de expeditiehoven en secundaire straten. Ensemble Veemarktstraat, woningbouwproject, uitgevoerd vanaf 1976 (Bureau Leo de Jonge).
Stedenbouwkundig en typologisch van waarde door de opzet als een meanderende structuur met ruim driehonderd woningen rondom open hoven. Beeldbepalende locatie op de hoek van de Warande en de Boezemweg. Duidelijk onderscheid tussen een lommerrijke groene kant met wandelpaden en een sterk verharde kant met parkeerplaatsen. De inrichting van de openbare ruimte was nauw verbonden met de opzet van de architectuur. Een wandelpad in oost-westrichting verbond alle binnenhoven met elkaar, dwars door het gebouw. Precies op de plek waar beide elkaar ontmoeten verspringt ook de bouwhoogte van vier naar drie verdiepingen. De doorgangen zijn inmiddels dichtgezet, maar nog wel herkenbaar. Ensemble Heinekenterrein, woningbouwproject uit 1976 (bureau Mol en Reijenga). Van cultuurhistorische waarde als onderdeel van het landelijke programma Experimentele Woningbouw, dat van 1968 tot 1980 geldelijke steun verleende aan vernieuwende woningbouwprojecten. Van stedenbouwkundige waarde door de opbouw uit gesloten bouwblokken rondom binnenhoven, de inrichting van de openbare ruimte als autovrije woonerven en leefstraten en de relatief zorgvuldige aansluiting op het bestaande. Van architectuurhistorische waarde als onderdeel van het oeuvre van architectenbureau Mol en Reijenga en door de ontworpen overgangen tussen openbaar en privé (trappartijen, balkons, in- en uitspringende gebouwdelen, muurtjes).
16
Ensemble Slachthuisterrein, woningbouwproject uit 1980 (bureau Apon, v.d. Berg, Ter Braak en Tromp). Van cultuurhistorische waarde als het grootste herstructureringsproject van Crooswijk en als herinnering aan het voormalige slachthuisterrein. Van Beschermd Stadsgezicht Waterproject stedenbouwkundige waarde door de ruime verkaveling van bijna gesloten bouwblokken rondom langgerekte binnenhoven. Waardevol in de openbare ruimte zijn de looproutes die de binnenhoven met elkaar verbinden, de parkzone langs de Boezem en de Koeweide als herinnering aan het gemeentelijk slachthuis.
Figuur overgenomen uit de CV Beeldbepalende objecten In de CV zijn de beeldbepalende objecten in Crooswijk en Rubroek aangegeven. Daarbij is meegegeven welke aspecten waardevol zijn en wordt aanbevolen om deze objecten te beschermen. Het gaat om de volgende objecten met samengevat bijbehorende kenmerken: Boezemdwarsstraat 1-3/Slachthuiskade 38-40: Openbare Basisschool met onderwijzerswoning, 1882. Waardevol als een van de oudste schoolgebouwen in Crooswijk. Bijzonder als complex met meerdere schoolgebouwen en een onderwijzerswoning in een ingetogen architectuur. Boezemsingel 13: Openbare Basisschool, 1876. Van belang als oudste schoolgebouw in Crooswijk. Het markante gebouw moet door zijn afmetingen in vergelijking met de oorspronkelijke omringende bebouwing indrukwekkend zijn geweest. Boezemsingel 18-19, 21-25: Woonhuizen, 1871-1875. Waardevol als een van de oudste woonhuizen in Crooswijk. Woningen voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. De woningen staan achter de rooilijn. De voortuinen dragen bij aan het lommerrijke karakter van de Boezemsingel. De traditioneel vormgegeven woningen dragen bij aan een schilderachtig straatbeeld. Boezemstraat 188, 192-222, 238-240: Poortgebouwen Slachthuis, 1899. Waardevol als herinnering aan het Openbare Slachthuis van Rotterdam, een van de grootse van Nederland.
De poortgebouwen zijn ontworpen in de eclectische stijl. Door de symmetrische opzet vormen de poortgebouwen een markant en herkenbaar ensemble aan de Boezemstraat. Boezemweg 166-170/Gerdesiaweg 492-494: Gereformeerde Nieuwe Oosterkerk naar ontwerp van architecten B. van Heijningen en B. Uyterlinde, 1950-1952. Van belang als kerk uit de periode van de
17
wederopbouw. Markant gebouw door de gemetselde gevels met rasters van vierkante betonnen kozijnen, het daklandschap en opengewerkte klokkentoren. Fraai gelegen kerkplein aan de kruising Boezemweg-Gerdesiaweg. Boezemweg 172-174: B.L.O. School met gymnastiekzaal, 1958. Van belang als schoolgebouw uit de periode van de wederopbouw. Eenvoudige, maar verzorgde architectuur met geprefabriceerde puien in gave staat. Crooswijksesingel 2-3: Boven- en benedenwoningen met hoekwinkel, 1899. Waardevol als woning voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Stijlinvloeden van de neorenaissance. Vormgegeven met aandacht voor de hoekoplossing. Vormt met de andere woningen aan de Crooswijksesingel een schilderachtig straatbeeld. Crooswijksesingel 4: Boven- en benedenwoning, 1902. Waardevol als woning voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Fraaie architectuur met verfijnde detaillering. Stijlinvloeden van de neorenaissance en rationalisme. Vormt met de andere woningen aan de Crooswijksesingel een schilderachtig straatbeeld. Crooswijksesingel 5: Boven- en benedenwoning, 1895. Waardevol als woning voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Fraaie architectuur met verfijnde detaillering. Stijlinvloeden van de neorenaissance en chaletstijl.
Vormt met de andere woningen aan de Crooswijksesingel een schilderachtig straatbeeld. Crooswijksesingel 6: Boven- en benedenwoning, 1902. Waardevol als woning voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Fraaie architectuur met verfijnde detaillering. Stijlinvloeden van de Jugendstil. Vormt met de andere woningen aan de Crooswijksesingel een schilderachtig straatbeeld. Crooswijksesingel 7: Boven- en benedenwoning, 1898. Waardevol als woning voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Fraaie architectuur met verfijnde detaillering. Stijlinvloeden van het eclecticisme. Vormt met de andere woningen aan de Crooswijksesingel een schilderachtig straatbeeld. Crooswijksesingel 8-15: Boven- en benedenwoningen, 1898. Waardevol als woningen voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Fraaie architectuur met verfijnde detaillering. Stijlinvloeden van het eclecticisme. Vormt met de andere woningen aan de Crooswijksesingel een schilderachtig straatbeeld. Crooswijksesingel 16-17: Boven- en benedenwoningen, 1894 of 1899. Waardevol als woningen voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Stijlinvloeden van de neorenaissance.
Vormt met de andere woningen aan de Crooswijksesingel een schilderachtig straatbeeld. Crooswijksesingel 23: Boven- en benedenwoning, 1900. Waardevol als woning voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Fraaie architectuur met verfijnde detaillering. Stijlinvloeden van de neorenaissance. Vormt met de andere woningen aan de Crooswijksesingel een schilderachtig straatbeeld. Crooswijksesingel 24-25: Boven- en benedenwoningen, 1899. Waardevol als woningen voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Fraaie architectuur met verfijnde detaillering. Stijlinvloeden van de neorenaissance en chaletstijl. Vormt met de andere woningen aan de Crooswijksesingel een schilderachtig straatbeeld. Crooswijksesingel 26-29: Boven- en benedenwoningen, 1899. Waardevol als woningen voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Fraaie architectuur met verfijnde detaillering. Stijlinvloeden van de neorenaissance. Vormt met de andere woningen aan de Crooswijksesingel een schilderachtig straatbeeld. Crooswijksesingel 30-31: Boven- en benedenwoningen, 1899. Waardevol als woningen voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Fraaie architectuur met verfijnde detaillering. Stijlinvloeden van de neorenaissance.
Vormt met de andere woningen aan de Crooswijksesingel een schilderachtig straatbeeld.
18
Crooswijksesingel 32: Herenhuis, 1873. Waardevol als woning voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Fraaie architectuur met verfijnde detaillering. Stijlinvloeden van de rondboogstijl. Vormt met de andere woningen aan de Crooswijksesingel een schilderachtig straatbeeld. Crooswijksesingel 33: Herenhuis, 1899. Waardevol als woning voor de gegoede klasse aan de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Fraaie architectuur met verfijnde detaillering. Stijlinvloeden van de neorenaissance en chaletstijl. Vormt met de andere woningen aan de Crooswijksesingel een schilderachtig straatbeeld. Crooswijkseweg 38; pastorie, 1951. Van belang als pastorie bij de in 1977 gesloopte Sint Barbarakerk. Goed en zeer fraai voorbeeld van traditionalistische architectuur (Delftse School) uit de vroege wederopbouwperiode. Vanwege het ontbreken van de oorspronkelijke cultuurhistorische en stedenbouwkundige context, is de pastorie een ‘gemankeerd’ beeldbepalend object. Crooswijkseweg 83/Marnixstraat 2: Hoekwinkel, 1895. Waardevol door de uitbundige decoraties in de stijl van de neorenaissance. Vormgegeven met aandacht voor de hoekoplossing. Crooswijkseweg 99/ Isaäc Hubertstraat 3-19: Hoekwinkel, 1927-1930. Van belang door de vormgegeven met aandacht voor de hoekoplossing en de gevels met expressief metselwerk.
Crooswijkseweg 92-96: Winkels met bovenwoningen, 1915. Van belang door zowel de winkelpuien op de hoeken als de gevels van de bovenwoningen in de stijl van het rationalisme. Vormgegeven met aandacht voor de hoekoplossing. Crooswijkseweg 127-129: Herenhuizen,1885-1886. Twee identieke herenhuizen die van waarde zijn als woningen voor de gegoede klasse nabij de lommerrijke singel zoals bedoeld door stadsarchitect W.N. Rose. Fraaie architectuur in de stijl van de neorenaissance met verfijnde detaillering. Schilderachtig silhouet door de trapgevels. Markante ligging op de kruising van de Crooswijksesingel en Crooswijkseweg. Crooswijkseweg 192-250 en Vondelweg 2-14 / Goudse Rijweg 414-500: woningbouwproject bestaande uit twee woonblokken, 1976, bureau Leo de Jonge. Stedenbouwkundige en ensemblewaarde door belangrijke ligging op twee hoeken van de kruising van de Goudse Rijweg en Crooswijkseweg. Typologisch van waarde door de experimentele opzet met tweekamerwoningen op de begane grond en een ontsluiting buitenom naar de tweede verdieping naar de bovenliggende maisonnettes. Architectonisch steken deze projecten boven het niveau uit van veel van de andere stadsvernieuwingsprojecten in de wijk. De horizontale betonbanden, trappartijen, de balkons, gevelbeëindigingen en verschillende formaten vensters dragen bij aan de gevelplastiek.
Dirk Smitsstraat 76: Openbare Basisschool, 1877- 1878 en ingrijpend verbouwd in 1910. Van belang als een van de oudste schoolgebouwen in Rubroek. In de gevel is het negentiende-eeuwse gebouw nog gedeeltelijk zichtbaar (eerste en tweede bouwlaag). De toegevoegde derde bouwlaag is representatief voor de architectuur van schoolgebouwen van Gemeentewerken in de beginjaren van de twintigste eeuw en bovendien een geslaagde uitbreiding. Exercitiestraat 2/ Paradijslaan 104: Hoekwinkels, 1924. Van belang als hoekwinkels in pand met grote etalages. Vormgegeven met aandacht voor de hoekoplossing. Door afgeschuinde hoek is een kleine pleinruimte ontstaan. Exercitiestraat 4-27: Woonhuizen, 1924. Van belang door de zorgvuldig gedetailleerde gevels met decoratief metselwerk en markante gevelbeëindigingen in de stijl van het expressionistisme. Het geheel vormt een gevarieerde straatwand langs een parkstrook bij de Rooms Katholieke Begraafplaats. Exercitiestraat 28/Schuttersweg 89-95: Hoekwinkel en woningen, 1923-1924. Van belang als hoekwinkel met grote etalages en expressionistische roedeverdeling. Vormgegeven met aandacht voor de hoekoplossing. De gevels van de woningen hebben decoratief metselwerk. Frederikstraat 155: Woonhuis, 1880. Waardevol als een van de weinige woonhuizen uit de negentiende eeuw in deze buurt dat niet tijdens het interbellum of de stadsvernieuwing is gesloopt.
Goudseweg 15: School voor Lager Onderwijs, naar ontwerp van B.M. den Hollander (Gemeentewerken), 1953. Waardevol vanwege de functie voor de wederopbouwbuurt in Rubroek (hoewel nu geïsoleerd
19
gelegen tussen stadsvernieuwing). Goed voorbeeld van naoorlogse gestandaardiseerde scholenbouw, een van de eerste stenen ‘Den Hollanderscholen’ met twee bouwlagen. Typologische uitdrukking van nieuwe onderwijsopvattingen van grote lokalen met verplaatsbaar meubilair. Eenvoudige, maar verzorgde architectuur in gave staat. Sterke ensemblewaarde door de functionele, stilistische en ruimtelijke samenhang met de Waalse School aan de overzijde van het schoolplein (Goudseweg 25). Goudseweg 25: Waalse School, 1954. School voor Lager Onderwijs. Waardevol vanwege de functie voor de wederopbouwbuurt in Rubroek (hoewel nu geïsoleerd gelegen tussen stadsvernieuwing). Goed voorbeeld van naoorlogse gestandaardiseerde scholenbouw. Eenvoudige, maar verzorgde architectuur Sterke ensemblewaarde door de functionele, stilistische en ruimtelijke samenhang met de school aan de overzijde van het schoolplein (Goudseweg 15). Goudse Rijweg naast nr. 90: Gietijzeren hekwerk met invloeden van de Jugendstil tussen de veemarkt en naastgelegen bebouwing als een van de weinige tastbare herinneringen aan de veemarkt. Goudse Rijweg 419-599: R.K. Allerheiligste Verlosserkerk, naar ontwerp van architect J. Kayser, 1882-1884. Waardevol als de enige overgebleven vooroorlogse kerk in Rubroek en Crooswijk. De kerk is ontworpen in de stijl van de neogotiek.
Nadat de kerk in 1978 aan de eredienst is onttrokken kreeg het gebouw een nieuwe bestemming als huisvesting van studenten en jongeren en was daarmee een vroeg voorbeeld van herbestemming. Inbegrepen is ook de aangebouwde woningbouw, die door de markante getrapte gevelopbouw de overgang vormt van de grotere stadsvernieuwingscomplexen in de omgeving naar het kerkgebouw. Haverlandstraat 12: Openbare Basisschool, 1909. Van belang als vooroorlogs schoolgebouw in Rubroek. Interessant door contrast tussen de gesloten gevel aan de straatzijde en gevel met grote vensters aan het binnenterrein. Hendrikstraat 1: Hoekwinkels, 1909. Van belang door de winkelpuien. Vormgegeven met aandacht voor de hoekoplossing. Hendrik de Keyserstraat 60-62: Eckhart’s Meubelfabriek, 1877. Van belang als een van de weinig overgebleven fabrieksgebouwen in Crooswijk. De meubelfabriek is in 2012 gerenoveerd en herbestemd als appartementencomplex. Hugo de Grootstraat 6-58/ Goudse Rijweg 260-264: Woonhuizen, 1913. Waardevol als de enige vooroorlogse bebouwing in Rubroek ten zuiden van de Goudse Rijweg. Schilderachtig gevelbeeld door de drukke ornamentiek en afwisseling van erkers en balkons. Flankerende bebouwing langs de zichtlijn naar de Allerheiligste Verlosserkerk. Isaac Hubertsstraat 151: Oscar Romeroschool, 1984.
Van belang vanwege oorspronkelijk multifunctionele opzet, namelijk school en buurthuis, kenmerkend voor de stadsvernieuwing. Gevarieerd architectuurbeeld door dakenplan, geknikte gevels, overgangen tussen binnen en buiten. Maakt deel uit van een stadsvernieuwingsbuurt. Jonker Fransstraat 71-83: Winkels met bovenwoningen, 1951-1952. Van belang als uitwerking van het Basisplan. Fraai voorbeeld van wederopbouwarchitectuur in de stijl van de Delftse School met zorgvuldige detaillering. Jonker Fransstraat 82-100: Winkels met bovenwoningen, 1952-1953. Van belang als uitwerking van het Basisplan. Goed voorbeeld van wederopbouwarchitectuur in de stijl van shake-hands met gevarieerd gevelbeeld. Jonker Fransstraat 106-122: Winkels met bovenwoningen, 1954. Van belang als uitwerking van het Basisplan. Overtuigend voorbeeld van zorgvuldig gedetailleerde wederopbouwarchitectuur in de stijl van shake-hands met ritmisch gelede gevel. Kerkhoflaan 47-155: portiekwoningen, 1921-1923. Van belang als een van de eerste blokken met portiekwoningen in Rotterdam die voldeden aan de eisen van de Woningwet. De portiekwoningen vormden oorspronkelijk een gesloten bouwblok en behoorden tot het woningbouwproject Reserveboezem. Eenvoudige, maar verzorgde architectuur die bijdroeg aan het monumentale stadsbeeld dat stedenbouwkundige P. Verhagen voor ogen stond toen hij Nieuw-Crooswijk ontwierp.
Linker Rottekade 1-4: Hoekcafé, 1911. Van belang als hoekpand met café. Vormgegeven met aandacht
20
voor de hoekoplossing. Linker Rottekade 292: Ziederijgebouw van de Heineken Bierbrouwerij naar ontwerp van W. Kromhout, een reconstructie uit 1981. Van belang als herinnering aan een van de grootste fabrieken in Crooswijk. Goed voorbeeld van de expressionistische bouwstijl. Ruimtelijk-functionele relatie met de Rotte. Door markant silhouet fungeert het ziederijgebouw als landmark. Nieuwe Boezemstraat 3-9/Nieuwe Crooswijkseweg 20-30: Portiekwoningen, 1920. Waardevol als een van de eerste blokken met portiekwoningen in Rotterdam die voldeden aan de eisen van de Woningwet. Verzorgde architectuur die bijdroeg aan het monumentale stadsbeeld dat stedenbouwkundige P. Verhagen voor ogen stond toen hij Nieuw-Crooswijk ontwierp. Het blok voegt zich in de patte d’oie. De hoeken van het blok worden gemarkeerd door torentjes met tentdak. Nieuwe Crooswijkseweg 60-82/ Rusthoflaan 43/Vaandrigstraat 23-27: Hoekcafé, hoekwinkel, bedrijfspanden met bovenwoningen, beneden- en bovenwoningen, 1923. Gevelwand vormt door eenheid in hoogte en materiaal een waardevolle architectonische eenheid. De hoekoplossingen zijn met aandacht vormgegeven. Markante gevelbeëindigingen in de stijl van het expressionisme. Van belang door de ligging tegenover de poort van de Rooms Katholieke Begraafplaats Paradijslaan 81-89/Rusthoflaan 29-31/Rusthofstraat 4-88: portiekwoningen, 1922.
Van belang als een van de eerste blokken met portiekwoningen in Rotterdam die voldeden aan de eisen van de Woningwet. De portiekwoningen vormden oorspronkelijk een gesloten bouwblok en behoorden tot het woningbouwproject Reserveboezem. Eenvoudige, maar verzorgde architectuur die bijdroeg aan het monumentale stadsbeeld dat stedenbouwkundige P. Verhagen voor ogen stond toen hij Nieuw-Crooswijk ontwierp. Paradijslaan 126-130/Rakstraat 2: Hoekwinkel, winkel en woningen, 1904. Van belang als hoekwinkel en winkel met grote etalages. Vormgegeven met aandacht voor de hoekoplossing in de stijl van het rationalisme. De winkels en woningen vormen een architectonische eenheid. Paradijslaan 141: Stoomwasserij ‘De Rijzende Zon’ en kantoorgebouw van F. Overmans, 1881, ca.1910. Fabriek met hoge schoorsteen (1881) en representatief kantoorgebouw (ca. 1910). Van belang als een van de weinige bedrijfsgebouwen die Crooswijk rijk was. Representatieve gevels van kantoor aan Paradijslaan is zorgvuldig gedetailleerd en heeft fraaie tegeltableaus met bedrijfsnamen. Markant silhouet door hoge schoorsteen. Pootstraat 41: Openbare Bewaarschool, 1907. Van belang als schoolgebouw voor kleuters. Zorgvuldig vormgegeven met stijlinvloeden van de neorenaissance en chaletstijl. Rusthoflaan 56: Schoolgebouwen, 1914-1915.
Van belang als schoolgebouwen op binnenterreinen die een vorm van pragmatisch ruimtegebruik vertegenwoordigen en tegelijkertijd bescherming bieden aan kleine kinderen. Tamboerstraat 2-20/Boezemstraat 39: Woonhuizen en hoekcafé, 1909-1910. Waardevol als een van de weinige woonhuizen met hoekcafé uit deze periode in Crooswijk met invloeden van de neorenaissance en het rationalisme. Vormgegeven met aandacht voor de hoekoplossing. De woonhuizen en het hoekcafé vormen een architectonische eenheid en versterken het karakter van de Tamboerstraat waar veel bebouwing uit de eerste decennia van de twintigste eeuw staat. Dat is voor Crooswijk een zeldzaamheid. Aangezien het een grote architectonische eenheid betreft, heeft het geheel een hoge zeldzaamheidswaarde. Tamboerstraat 9: Christelijke Ambachtsschool met trafohuisje, 1908. Waardevol als schoolgebouw voor technisch onderwijs in Crooswijk. In de stijl van het rationalisme. Met een monumentale entree. Het gebouw is recentelijk gerenoveerd en de bebouwing op het binnenterrein is geheel vernieuwd. [De uitbreiding uit 1914, aan de Vaandrigstraat wordt later in dit hoofdstuk beschreven.] Tamboerstraat 11-17: Woonhuizen, 1908-1909. Waardevol als een van de weinige woonhuizen uit deze periode in Crooswijk met invloeden van de neorenaissance, de chaletstijl en het rationalisme.
De woonhuizen versterken het karakter van de Tamboerstraat waar veel bebouwing uit de eerste decennia van de twintigste eeuw staat. Dat is voor Crooswijk een zeldzaamheid. Tamboerstraat 26: Winkelpand, 1911. Waardevol als winkelpand met fraaie winkelpui. Het winkelpand
21
versterkt het karakter van de Tamboerstraat waar veel bebouwing uit de eerste decennia van de twintigste eeuw staat. Dat is voor Crooswijk een zeldzaamheid. Aangezien het een grote architectonische eenheid betreft, heeft het geheel een hoge zeldzaamheidswaarde. Tamboerstraat 28-30: Woonhuizen, 1914. Waardevol als een van de weinige woonhuizen uit deze periode in Crooswijk met invloeden van de neorenaissance en het rationalisme. De woonhuizen versterken het karakter van de Tamboerstraat waar veel bebouwing uit de eerste decennia van de twintigste eeuw staat. Dat is voor Crooswijk een zeldzaamheid. Willem Schümannstraat 2, Rioolgemaal, 1954. Waardevol als rioolgemaal dat deel uitmaakt van een keten van gemalen dat afvalwater transporteert. Het gemaal is ontworpen in de stijl van de Delftse School (naoorlogs traditionalisme) met aan straatzijde grote glaspuien. Vaandrigstraat 2-8/Boezemstraat 9-15: Woonhuizen en hoekcafé, 1914. Van belang als een van de weinige woonhuizen met hoekcafé uit deze periode in Crooswijk. Met invloeden van de neorenaissance en het rationalisme. Vormgegeven met aandacht voor de hoekoplossing. De woonhuizen en het hoekcafé vormen een architectonische eenheid. Vaandrigstraat (zonder huisnummer): Christelijke Ambachtsschool, 1914.
Van belang omdat het een grootschalige uitbreiding betreft van de Ambachtsschool in de Tamboerstraat, wat aangeeft hoe belangrijk de Ambachtsschool voor Crooswijk was. Vormgegeven in een meer traditionalistische stijl dan het gebouw in de Tamboerstraat. Vaandrigstraat 14: Badhuis, 1922. Waardevol als het nog enige bewaard gebleven badhuis In Crooswijk waardoor het grote zeldzaamheidswaarde heeft. Van bijzondere waarde door zijn typologie. Representatief voorbeeld van badhuizen die door Gemeentewerken werden gebouwd tijdens het interbellum met gesloten gevels en kleine vensters. Van Alkemadestraat 2: GEB onderverdeelstation, 1956. Van belang door de kubistische hoofdvorm en het markante silhouet van de ventilatieschachten. Van Alkemadestraat 5-7: LOM-scholen Sint Martinusschool (RK) en Dr. Abraham Kuyperschool (gereformeerd), Instituut Bender, naar ontwerp van Van den Broek en Bakema Architecten, 1967 Cultuurhistorische waarde: Van belang als scholen voor kinderen met Leer- en Opvoedings Moeilijkheden. Bijzonder omdat geloofszuilen in één gebouw waren ondergebracht: op de begane grond en 1e etage de gereformeerde LOM-school, en op de 2e en 3e etage de rooms-katholieke LOM-school. Architectuurhistorische waarde: Middenhoogbouw met sterke horizontale geleding door vensterstroken, contrast tussen open en gesloten gevels.
Stedenbouwkundige waarde: Schoolplein aan voorzijde grensde oorspronkelijk aan de Vondelweg waardoor de plaatsing van de vleugels het gebouw een open en uitnodigend karakter had. Dat verband is door het in 2001 gebouwde appartementencomplex verstoord geraakt. NB: een deel van de hierboven beschreven objecten is gelegen in het beschermd stadsgezicht. De CV geeft de volgende drie aanbevelingen ten aanzien van de bebouwing: Renoveer alle aangetaste bebouwing uit de eerste twee bouwperioden (de periode tot 1915 en die van 1915 - 1940). Ga daarbij uit van herstel van de oorspronkelijke kwaliteiten van de gevels. Koester de hoekoplossingen van de bebouwing uit de eerste twee bouwperioden die met aandacht zijn gemaakt, zowel qua vormgeving als functie (winkels en cafés). Koester het afwisselende bebouwingsbeeld aan de Crooswijkseweg en de vooroorlogse hoekgebouwen die als historische ankerpunten fungeren.
22
Hoofdstuk 4 4.1
Planbeschrijving
Opzet van het plan
Zoals aangegeven in de inleiding is dit bestemmingsplan een herziening van de onderliggende bestemmingsplannen op een thema, te weten de cultuurhistorie. Daarom noemen we dit een parapluherziening. Dit betekent dat de regels voor bepaalde locaties door dit bestemmingsplan herzien worden. De locaties krijgen een dubbelbestemming om de waarden planologisch te beschermen. Aanvullende voorwaarden in beschermd stadsgebied De dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 1 geeft aanvullende voorwaarden voor het beschermd stadsgebied Waterproject. In de Rotterdamse praktijk blijkt dat de huidige voorwaarden van het beschermd stadsgezicht onvoldoende bescherming bieden aan de te beschermen waarden van beeldbepalende objecten. Met aanvullende regels wordt meer duidelijkheid gegeven over de bouwmogelijkheden bij sloop, herbouw en gedeeltelijke herbouw die wel zijn toegestaan met behoud van te beschermen waarden. Dubbelbestemming met drempel tegen sloop De dubbelbestemming Waarde - Cultuurhistorie 2 werpt een drempel op tegen sloop. De onderliggende bestemmingsplannen blijven van kracht, hier geldt dus zowel dit plan als 'Nieuw Crooswijk II', 'Paradijshof, Nieuw Crooswijk' en bestemmingsplan 'Crooswijk', inclusief de andere parapluherzieningen over de thema's horecaterrassen, parkeren en biologische veiligheid.
Juridische opzet Nadrukkelijk geldt dat dit een thematische herziening is voor het aspect cultuurhistorie. Om die reden zijn de gebruiksmogelijkheden van de locaties niet aangepast. Milieuonderzoek Dit bestemmingsplan maakt geen nieuwe ontwikkelingen mogelijk, omdat de gebruiksmogelijkheden niet zijn aangepast ten opzichte van de bestemmingsplannen. Er worden geen mogelijkheden geboden voor nieuwe bebouwing. Milieuonderzoek is niet nodig.
4.2
Behoud waardevolle structuren
Structuurlijnen De beeldbepalende historische structuurlijnen blijven in de onderliggende bestemmingsplannen behouden. Met behulp van de inrichting zoals de laanbeplanting van platanen, de wandelroute langs de Rotte en Boezem worden de structuurelementen versterkt. De inrichting van deze elementen wordt niet in het bestemmingsplan geregeld. Het zijn aspecten die de uitvoering van een bestemmingsplan betreffen. De inrichting van de middenberm van de Rusthoflaan heeft een groenbestemming en kan open blijven, zodat de zichtlijn naar de begraafplaats open blijft. Parkeren kan idealiter aan de gevelzijde en hoeft niet langs de middenberm. Begraafplaatsen De begraafplaatsen en de omringende groenstroken blijven als historische structuurelementen behouden. Openbaar groen Het Schuttersveld met daarbij de contouren van het voormalige exercitieveld blijft in het onderliggende bestemmingsplan goed herkenbaar. De Crooswijksesingel en Boezemsingel maken belangrijke onderdelen uit van Rose’s Waterproject. Waardevol is het brede profiel, de groene inrichting, de relatief lage gevelwanden erlangs (4-5 bouwlagen) en de aanwezigheid van voor Crooswijk en Rubroek zeldzame bebouwing van herenhuizen
23
wordt beschermd door de aanwijzing als beschermd stadsgezicht. De brede groenstrook langs de Warande, die overloopt in de binnenhoven van de woningen erlangs is van waarde als herinnering aan de middeleeuwse stadsgrens. Het is een herinnering aan de ‘groene wig’ die stedenbouwkundige W.G. Witteveen hier in zijn wederopbouwplan gedacht had. Het is tevens een integraal onderdeel van het waardevolle ensemble langs de Veemarkstraat. In het onderliggende bestemmingsplan geldt de bestemming 'Groen'. Enkele bomen afkomstig van het oude veemarktterrein werden geïntegreerd in het parkontwerp. Het ontwerp van het park betreft het niveau van uitvoering en wordt niet in het bestemmingsplan geregeld. Pleinruimten De twee waardevolle pleinruimten zijn als verblijfsgebied bestemd (Koeweide en plantsoen aan de Spiegelnisserkade). De inrichting van de Koeweide herinnert aan de veeverzamelplaats van dit voormalige slachthuisterrein en als bewust opgenomen onderdeel van de serie ruimten in het stedenbouwkundig plan van dit gebied. De inrichting van het plantsoen aan de Spiegelnisserkade herinnert aan de kloostertuin die hier lag. Binnenhoven De als waardevol structuurelement aangegeven binnenhoven zijn in het onderliggende bestemmingsplan alle bestemd als 'Groen'.
4.3
Behoud waardevolle objecten en ensembles
4.3.1
Beschermd stadsgezicht Waterproject
Het beschermd stadsgezicht is met een dubbelbestemming 'Waarde - Cultuurhistorie' in het onderliggende bestemmingsplan Crooswijk (2018) beschermd. In de regels is daarin bepaald dat voor de gebouwen binnen het stadsgezicht bij herbouw geen andere kapvorm is toegestaan dan de huidige kapvorm. In het onderliggende bestemmingsplan is onvoldoende duidelijk dat deze regeling ook betrekking dient te hebben op gedeeltelijke herbouw van de kap. Een aanscherping van de regels in deze parapluherziening is daarvoor nodig. Met de bestemming Waarde - Cultuurhistorie 1 wordt in de parapluherziening duidelijk dat het handhaven van de kapvorm niet alleen bij sloop, herbouw, maar ook bij gedeeltelijke herbouw van toepassing is. 4.3.2
Rijksmonumenten en gemeentelijke monumenten
Rijksmonumenten zijn beschermd op basis van de Erfgoedwet en gemeentelijke monumenten op basis van de Erfgoedverordening Rotterdam 2020. Om die reden is planologische bescherming niet aan de orde. 4.3.3
Waardevolle ensembles
Wereldhaven door W.G. Witteveen en J. Wils, 1941-1943; J.C. Bolten, D. Dürrer, 1946-1953. Van cultuurhistorisch belang als het eerste wederopbouwproject in Rotterdam en bovendien het enige dat na de afgekondigde bouwstop toch uitgevoerd kon worden. Van architectuurhistorisch belang door de eenheid van stijl en karakteristiek voor de overgang tussen de traditionele baksteenarchitectuur van de jaren dertig en de geïndustrialiseerde woningbouw van de jaren vijftig. Van stedenbouwkundig belang als kamstructuur met hoogbouw aan de doorgaande weg en de daarachter gelegen laagbouw in een open verkaveling aan woonstraten en groene binnenhoven waardoor het ensemble een groen-stedelijk karakter heeft.
24
Bovenop de bescherming als serie waardevolle beeldbepalende objecten is het nodig om het ensemble als geheel te beschermen. Ter behoud van de karakteristiek van het ensemble Wereldhaven zijn aan voor- en achterzijde van de bouwblokken geen nieuwe dakkapellen toegestaan, anders dan de al aanwezige dakkapellen. Dit is aangegeven met de bouwaanduiding 'karakteristiek'.