21bb10635 Bijlage behorende bij 21bb10634 - voortgangsrapportage Woonvisie
Tekst van het document
IJkpunt 1A. aantal verhuringen in sociaal basis segment bron: Maaskoepel, bewerking OBI/Stadsontwikkeling 7.000 5.376 5.474
6.000
5.899
5.525 5.354 4.799
5.000
4.298
4.000 3.000 2.000
1.000 0 2010
2011
2012
2013
verhuringen
2014
2015
2016
2017
2018
2019
2020
ijkpunt: ten minste 5.376 woningen
Onderdeel B: aandeel toewijzing aan primaire doelgroep In ijkpunt 1B meten we, hoeveel woningen in het gehele sociale segment (prijs tot liberalisatiegrens, 737 euro maandhuur in 2020) worden toegewezen aan de primaire doelgroep. Dat zijn eenpersoonshuishoudens met een inkomen tot 23.200 euro en meerpersoonshuishoudens met een inkomen tot 31.500 euro (in 2020). Jaarlijks moet ten minste 75% van de vrijkomende corporatiewoningen tot de liberalisatiegrens worden toegewezen aan de primaire doelgroep. Met deze formulering sluiten we aan bij afspraken in het regioakkoord Nieuwe woningmarktafspraken regio Rotterdam 2030.
Verhuringen door corporaties - Hoofdstuk 6
35
We meten de voortgang van het ijkpunt via de jaarmonitor woonruimtebemiddeling, opgesteld door OBI. Het ijkpunt werd in 2020 met 74,7% nipt niet gehaald. Wel is er een lichte stijging ten opzichte van 2019 zichtbaar. Dit is mede het gevolg van prestatieafspraken met corporaties. Figuur 28
IJkpunt 1B. % primaire doelgroep in sociale verhuringen bron: Maaskoepel, bewerking OBI/Stadsontwikkeling 100% 80%
77,5%
76,6%
2016
2017 verhuringen
75,2%
74,7%
72,5%
60% 40% 20% 0% 2018 2019 ijkpunt: ten minste 75%
2020
6.3.2 IJkpunt 2 voldoende beschikbaarheid van woningen tot kwaliteitskortingsgrens Onderdeel A: aantal verhuringen tot kwaliteitskortingsgrens In ijkpunt 2A meten we het aantal verhuurde woningen met een prijs onder 432 euro (prijsgrens in 2020). Dit is de zogeheten kwaliteitskortingsgrens. Jaarlijks moeten ten minste 582 vrijkomende corporatiewoningen worden verhuurd met een prijs tot de kwaliteitskortingsgrens. In 2020 is het ijkpunt voor het eerst niet gehaald: er waren 448 verhuringen. Dit komt door de dalende mutatiegraad in het gehele sociaal basis segment van de corporaties. Om de beschikbaarheid en mutatiegraad te verbeteren, is er een Actieplan Beschikbaarheid opgesteld en worden er prestatieafspraken gemaakt met de Rotterdamse corporaties. Figuur 29
IJkpunt 2A. aantal verhuringen tot kwaliteitskortingsgrens bron: Maaskoepel, bewerking OBI/Stadsontwikkeling 1.200
1.000 800
677
600
582
664
589
589
598 448
400 200 0
2010
2011
2012
2013
2014
verhuringen
36
Verhuringen door corporaties - Hoofdstuk 6
2015
2016
2017
2018
2019
ijkpunt: ten minste 582 woningen
2020
Onderdeel B: aandeel toewijzing aan jongeren tot 23 jaar In ijkpunt 2B meten we, hoeveel van de woningen uit ijkpunt 2A worden toegewezen aan jongeren tot 23 jaar. Die leeftijdsgroep kan alleen huurtoeslag krijgen, als ze een woning huren onder de kwaliteitskortingsgrens. Jaarlijks moet ten minste 75% van de vrijkomende woningen tot de kwaliteitskortingsgrens worden verhuurd aan jongeren tot 23 jaar. Sinds de invoering van en sturing op dit ijkpunt medio 2020, is het aandeel gestegen. Het wordt weliswaar nog niet gehaald, maar is met 52,2% in 2020 hoger dan in alle voorgaande jaren. Naar verwachting loopt het percentage op, door sturing en opname in prestatieafspraken. Figuur 30
IJkpunt 2B. % van 2A, verhuurd aan jongeren bron: Maaskoepel, bewerking OBI/Stadsontwikkeling 100% 80% 60%
49,2%
46,1%
2016
2017 verhuringen
43,5%
52,2%
44,7%
40% 20% 0% 2018 2019 ijkpunt: ten minste 75%
2020
6.3.3 IJkpunt 3 percentage verhuringen aan regulier woningzoekenden en kwetsbare groepen Onderdeel A: verhuringen in het sociaal basis segment aan regulier woningzoekenden In ijkpunt 3A meten we hoeveel woningen in het sociaal basis segment worden verhuurd aan regulier woningzoekenden, zonder enige vorm van urgentie of directe bemiddeling. Jaarlijks moet ten minste 45% van de vrijkomende woningen in het sociaal basis segment worden verhuurd aan regulier woningzoekenden. Door een teruglopend aantal verhuurde woningen in het sociaal basis segment en een niet afnemend aantal urgent woningzoekenden, is dit percentage in 2020 niet behaald. Zo was er sprake van een stijgende groep uitstroom uit voorzieningen en herstructureringskandidaten. Eind 2020 zijn er afspraken gemaakt met de corporaties, om meer te sturen op dit ijkpunt. Dit gebeurt onder andere door alternatieve huisvesting te realiseren voor statushouders.
Verhuringen door corporaties - Hoofdstuk 6
37
Figuur 31
IJkpunt 3A. % sociaal basis verhuurd aan regulier woningzoekenden bron: Maaskoepel, bewerking Stadsontwikkeling 100%
80% 60%
50,9%
49,0%
44,7%
2017
2018
2019
41,8%
40% 20% 0%
2016
verhuringen
2020
ijkpunt: ten minste 45%
Onderdeel B: verhuringen in het sociaal basis segment aan kwetsbare doelgroepen In ijkpunt 3B meten we verhuringen aan kwetsbare groepen in het sociaal basis segment. De definitie van kwetsbare doelgroepen sluit aan bij het ‘Plan van Aanpak Kwetsbare Rotterdammers’ en de verordening woonruimtebemiddeling. Tot de kwetsbare doelgroep rekenen we: •
Uitstroom op basis van artikel 5.5 en 5.7 van de verordening (zelfzoekende en direct bemiddelde)
•
Directe bemiddeling van CIZ, WMO en instelling
•
Urgentie en directe bemiddeling op basis van geweld en bedreiging (zonder opvang en niet artikel 5.5)
Jaarlijks mag ten hoogste 25% van vrijkomende corporatiewoningen in het sociaal basis segment worden verhuurd aan kwetsbare doelgroepen. Dit ijkpunt is in 2020 niet overschreden en ligt op hetzelfde niveau als in 2019. Figuur 32
IJkpunt 3B. % sociaal basis verhuurd aan kwestbare groepen bron: Maaskoepel, bewerking Stadsontwikkeling 100% 80% 60% 40%
17,9%
20,6%
24,4%
24,4%
2017
2018
2019
2020
20% 0% 2016
verhuringen
ijkpunt: ten hoogste 25%
IJkpunten 3A (regulier woningzoekenden) en 3B (kwetsbare groepen) tellen niet op tot 100%. In de overige categorie zitten de niet kwetsbare urgenten, bijvoorbeeld herhuisvestingsurgenten, sociaal medische urgenten en statushouders. We zien dat het percentage overschreden is door een groot aandeel herhuisvestingsurgenten.
38
Verhuringen door corporaties - Hoofdstuk 6
Middenhuur De raad heeft in 2019 het Actieplan Middenhuur vastgesteld. Doel van het plan is om het aanbod van huurwoningen in het middensegment te vergroten en de beschikbaarheid voor middeninkomens te verbeteren. Eind 2021 volgt een Actieplan Middenkoop, om ook het percentage koopwoningen voor middeninkomens in de bouwproductie te vergroten.
7.1 Nieuwbouw Het Actieplan Middenhuur is breed bekend bij ontwikkelende partijen in Rotterdam. De programmatische sturing gebeurt onder andere bij bestemmingswijziging en via tenders; aanbesteding van grond in bezit van de gemeente. De sturing gaat niet alleen om een aantal of aandeel middenhuur in projecten. Ook de voorwaarden voor langdurige betaalbaarheid vanuit het actieplan (zoals 15 jaar instandhouding en gematigd huurbeleid) worden meegenomen.
7.1.1 Naar 20% middenhuur en 10% middenkoop in bouwprogramma Planvorming voor de bouwproductie in de eerste helft van deze collegeperiode was vaak al vergevorderd, toen het Actieplan Middenhuur werd vastgesteld. Daardoor hadden we beperkt invloed op de prijsstelling van bijna te starten woningbouwprojecten. In combinatie met sterk gestegen prijzen in de koopsector, stond zodoende het aandeel middensegment in de bouwproductie onder druk. In de jaren 2018 tot en met 2020 viel 16% van de gestarte bouwproductie in het middensegment, waarvan 13% huur en 3% koop. Kijken we vooruit, dan liggen de percentages echter hoger. De planvoorraad in 2021 bestaat voor circa 26% uit woningen in het middensegment. Daarvan is 23% huur en 3% koop. Op de langere termijn (tot 2030) zien we een vergelijkbaar beeld. Het aandeel middenhuur in de bouwproductie gaat dus de goede kant op. Middenkoop is op achterstand geraakt en deze lijkt in de komende jaren niet vanzelf te worden ingelopen. Met een Actieplan Middenkoop – dat eind 2021 wordt gepresenteerd – zal geprobeerd worden het percentage middenkoop richting de 10% van de bouwproductie te brengen, conform de doelstelling uit de Woonvisie. Gezien de hoge marktdruk en beperkte mogelijkheden voor gemeenten om in te grijpen in de koopsector, zal voor het realiseren van meer middenkoop ook een langere adem nodig zijn.
Die opwaartse beweging van het totale percentage middenhuur in de bouwproductie komt, doordat we ons de afgelopen jaren sterk hebben gefocust op vergroten en borgen van het aandeel middensegment in bouwplannen. Gezien de planfase waarin we die invloed kunnen uitoefenen, betreft het veelal projecten die in 2021 of daarna van start zullen gaan. De projecten liggen verspreid over de stad. Denk bijvoorbeeld aan de Binnenstad (Delftseplein), Noord (ZOHO), Lloydkwartier (Blok D en F), Katendrecht (Rijnhaven), Afrikaanderwijk (Leeuwenkuil, KOER, Huis op Zuid), Het Lage Land (Grote Beer), Feijenoord (Dukdalf), Vreewijk (Daniel den Hoed), Groot IJsselmonde (Stadionpark, Sportcampus), Ommoord (Binnenhof, Romeynshof) en Hoek van Holland (Langeweg). Afspraken over het middensegment worden privaatrechtelijk in contracten vastgelegd. Als publiekrechtelijke terugvaloptie is in juli 2021 een doelgroepenverordening vastgesteld. Deze verordening krijgt werkingskracht bij opname in een bestemmingsplan. Gebruik van het bestemmingsplan kan in sommige gevallen wenselijk zijn, om het middensegment bij particuliere ontwikkelingen en voor langere termijn goed te borgen.
Middenhuur - Hoofdstuk 7
39
Bij grote gebiedsontwikkelingen zoals Rijnhaven, Feyenoord City en het Schiekadeblok heeft de raad besloten ook een zelfbewoningsplicht op te leggen bij koopwoningen in het middensegment. Dit zorgt er naar verwachting voor, dat ook de koopwoningen na oplevering langer in het middensegment beschikbaar blijven.
7.1.2 Voorwaarden uit het Actieplan Middenhuur vaker ter discussie Vanwege de huidige marktomstandigheden zien we, wat betreft de voorwaarden uit het actieplan, dat marktpartijen deze vaker ter discussie stellen dan eerder in deze collegeperiode. Binnenstedelijk bouwen is complex, geschikte arbeidskrachten schaars en bouwkosten blijven stijgen, niet alleen door materialentekort maar ook door nieuwe wet- en regelgeving. Door de grote vraag naar woningen is het aantrekkelijk om aan de knop prijsstelling te draaien, om met hogere opbrengsten de gestegen kosten af te dekken. De minimale woninggrootte is het vaakst onderwerp van discussie. Om woningen betaalbaar te houden, worden ze vaker kleiner gemaakt. In wijken verder van het centrum zouden woningen volgens zowel het Nieuw Rotterdams Kwaliteitsbeleid Wonen als het Actieplan Middenhuur groter moeten zijn, dan in het hart van de stad. Voor beleggers is dat financieel niet altijd eenvoudig. Dit komt mede door de stijgende bouwkosten, in combinatie met de begrenzing op de opbrengstpotentie (er is een maximum aan te vragen huurprijs), de stapeling van (gemeentelijke) eisen en de hogere parkeernormering in deze gebieden. Voor het laatste punt wordt een oplossing gezocht. De maximale gemiddelde aanvangshuur wordt ook vaker als belemmering gezien. Liever zouden markpartijen bovenin de bandbreedte van het middensegment blijven.
De gematigde jaarlijkse huurverhoging wordt over het algemeen goed opgenomen in de planontwikkeling. De coronacrisis lijkt weinig invloed te hebben gehad op de bereidbaarheid van beleggers, om te investeren in middenhuur. Woningbouw blijft een relatief veilige investering, waar goed rendement te behalen is. Over de praktische uitvoering van de voorwaarden valt nu nog niets te melden. Monitoring van de contractuele voorwaarden wordt bij oplevering van nieuwe woningen opgestart. Vanaf eind 2020 worden de eerste woningen opgeleverd, waarop het Actieplan Middenhuur van toepassing is.
7.1.3 Verruimde mogelijkheden voor corporaties in middenhuur Corporaties mogen wettelijk gezien alleen onder strikte voorwaarden commerciële activiteiten ontplooien. Dit doen zij in beperkte mate, doorgaans als onderdeel van herstructurering en op eigen grond. Denk aan projecten in Pendrecht, Noord en Crooswijk. Voor nieuwbouw van middenhuurwoningen op grond die nog niet in hun bezit is, moesten corporaties tot medio 2020 een tijdrovende procedure met onzekere uitkomst doorlopen. Deze zogenaamde markttoets werd nauwelijks gebruikt en stond de snelle bouw van voldoende middenhuurwoningen in de weg. De minister heeft medio 2020 de markttoets voor een periode van drie jaar buiten werking gesteld, om corporaties te stimuleren zich meer te bewegen in het middenhuursegment. Door de tijdelijk versoepelde rijksregels is het nu mogelijk om meer vaart te zetten achter corporatieprojecten met middenhuur, zoals Common Green in Nesselande en Kopblok van het Dakpark bij Bospolder. De grotere corporaties in Rotterdam verkennen welke mogelijkheden zij nog meer zien voor middenhuur in nieuwbouw.
7.2 Bestaande bouw In de bestaande voorraad zijn signalen, dat huurprijzen van nieuwe contracten flink worden opgetrokken. Dit doet zich bij grote (institutionele) beleggers in veel mindere mate voor dan bij de kleinere particuliere verhuurders. Daar waar geen afspraken met gemeente zijn vastgelegd uit recente bouwontwikkelingen. Er is geen instrument beschikbaar, dat ons inzage geeft in de exacte huurhoogte. In hoeverre er sprake is van excessen, valt ook niet met zekerheid te zeggen. Maar
40
Middenhuur - Hoofdstuk 7
ingrijpen daarop is eveneens niet mogelijk. Daar waar geen afspraken met gemeente zijn vastgelegd uit recente bouwontwikkelingen, is de vrije sector ongereguleerd. In mei 2020 kondigde de minister maatregelen aan, om de betaalbaarheid te verbeteren. Deze maatregelen (met een tijdelijk karakter) zijn vervolgens uitgewerkt en in wetsvoorstellen vervat. Zo is vanaf 2021 de jaarlijkse huurverhoging voor de vrije sector gemaximeerd op inflatie+1%. Ook mogen gemeenten, als de Eerste Kamer haar goedkeuring geeft op de wet, een opkoopbescherming invoeren voor betaalbare woningen. Bovendien wil de minister met partijen in de huursector komen tot een convenant transparantie aanvangshuur, en in de koopmarkt tot een duidelijker biedingsproces op te koop staande woningen. De maatregelen bieden mogelijk kansen voor verbeteren van het speelveld, maar vergen nog een hoop uitwerking. Rotterdam en andere grote steden willen daarbij betrokken zijn en blijven.
7.3 Verhuur aan middeninkomens en beroepsgroepen 7.3.1 Pilots beroepsgroepen in ontwikkeling Met marktpartijen werken wij aan mogelijkheden om nieuw te bouwen middenhuurwoningen met voorrang toe te wijzen aan specifiek beroepsgroepen als hulpverleners en onderwijzers. Inmiddels zijn er drie projecten, waar voorrang bij toewijzing is geregeld of wordt onderzocht: Leeuwenkuil, OurDomain Blaak (Bright) en Parkhaven. Bij pilotproject Leeuwenkuil in Afrikaanderwijk geldt dit voor circa 30% van de middenhuurwoningen. Met corporatie Havensteder is inmiddels afgesproken om in Lombardijen middenhuurwoningen met voorrang beschikbaar te stellen voor leraren en hulpverleners. Het gaat de komende twee jaar om circa 30 woningen per jaar. Op basis van artikel 9 Rotterdamwet is een voorrangsregeling opgesteld en ingevoerd in de wijken Bloemhof en Hillesluis. In 2020 zijn bij deze pilot 15 sociale huurwoningen met voorrang aan maatschappelijke beroepsgroepen toegewezen. In 2021 zal dit aantal toenemen, door het toepassen van artikel 9 Rotterdamwet in meer Rotterdamse straten Er zijn afspraken gemaakt over huisvesting van studenten in het onderwijsveld, zorgopleidingen en de politieacademie, die dringend op zoek zijn naar woonruimte in Rotterdam. Voor deze groep stelt Stadswonen vanaf juli 2020 als pilot circa 25 kamers beschikbaar. In 2020 zijn uiteindelijk vier kamers met voorrang toegewezen.
Daarnaast hebben ook vele tientallen studenten aan maatschappelijke opleidingen op reguliere wijze een kamer gekregen.
7.3.2 Vrije toewijzingsruimte in sociale segment wordt beperkt gebruikt Corporaties zijn er in principe voor huisvesting van inkomens tot 39.055 euro (peil 2020). Zij moeten hun sociale woningen (tot 737 euro, peil 2020) voornamelijk toewijzen aan deze groep. Tot eind 2020 mochten corporaties wettelijk 10% van hun sociale woningen vrij toewijzen en nog eens 10% mocht specifiek worden ingezet voor lage middeninkomens (39.055 tot 43.574 euro, peil 2020). In totaal was er dus potentieel tot 20% ruimte om sociale woningen aan andere doelgroepen te verhuren. Met ingang van 2021 is de vrije toewijzingsruimte teruggebracht naar 10%. In 2022 daalt dit verder naar 7,5%. Maar als er sprake is van een gespannen woningmarkt, kunnen corporaties met gemeenten afspreken om deze vrije toewijzingsruimte te vergroten naar 15%. Rotterdam is blij met die mogelijkheid tot verruiming, al zal er wegens dalende beschikbaarheid in de sociale huur voorlopig geen gebruik van worden gemaakt. Vanwege wijken in balans en met het oog op leefbaarheid willen wij echter wel, dat corporaties een deel van hun vrije ruimte inzetten. Dat is goed voor de diversiteit in buurten en voor de woningmarktpositie van middeninkomens. Corporaties gebruikten in 2020 zo’n 5% voor toewijzing van sociale woningen aan andere inkomens dan de sociale doelgroep. In voorgaande jaren was dit beeld vergelijkbaar.
Middenhuur - Hoofdstuk 7
41
7.3.3 Corporaties maakten onderlinge afspraken over aanbod middenhuur Volgens informatie uit de monitor van het “Regioakkoord nieuwe woningmarktafspraken” valt in 2020 bijna 9% (12.150 woningen) van de Rotterdamse corporatievoorraad in de vrije sector. Dit is hun commerciële portefeuille. Een aanzienlijk deel van de commerciële portefeuille heeft een huur in het middensegment. In juni 2020 is de Verordening Woonruimtebemiddeling 2020 door de raad vastgesteld. De toewijzing van corporatiewoningen in het middensegment is daarin echter geen onderdeel. In regioverband hebben de corporaties eind 2020 eigen afspraken gemaakt over het aanbieden van hun middeldure huurwoningen. Het aanbod is vanaf 1 januari 2021 te vinden via Woonnet Rijnmond, dezelfde plek waar ook de sociale woningen van de corporaties worden geadverteerd. Middeninkomens hebben voorrang bij reacties op woningen met een prijs in het middensegment. Uitgangspunt is dat de helft van de advertenties wordt gelabeld met voorrang voor huurders van een sociale huurwoning van een corporatie uit de regio. De afspraken worden na een jaar geëvalueerd.
42
Middenhuur - Hoofdstuk 7
Bijlage: prijsgrenzen In het coalitieakkoord zijn de prijssegmenten voor nieuwbouw afgebakend. De daarin genoemde bedragen hebben peildatum 1 januari 2018. Om actueel te blijven, worden de grenzen jaarlijks aangepast. De methodiek daarvoor is beschreven in “Thuis in Rotterdam, addendum op de woonvisie” en de herziening daarvan in 2020. Toen is de sociale koopgrens in overeenstemming gebracht met regionale afspraken.
Prijsgrenzen nieuwbouw Prijsklassen voor nieuwbouw zijn verdeeld in koop en huur. De laatste kolom in onderstaande tabel toont de huidige grensbedragen, geldig in 2021. De kolommen daarvoor tonen de voorgaande jaren. Alle bedragen gelden per 1 januari van het genoemde jaar. Huur is kale maandhuur, zonder servicekosten. Koop is vrij op naam, zonder parkeerplaats.
2018
2019
2020
2021
KOOP
van
tot
van
tot
van
tot
van
tot
sociaal basis
…
180.000
…
141.000
…
141.000
…
142.000
sociaal
180.000
220.000
141.000
174.000
141.000
174.000
142.000
181.000
midden
220.000
265.000
174.000
290.000
174.000
310.000
181.000
325.000
hoger
265.000
400.000
290.000
440.000
310.000
470.000
325.000
495.000
top
400.000
…
440.000
…
470.000
…
495.000
…
HUUR
van
tot
van
tot
van
tot
van
tot
sociaal basis
…
640,16
…
651,03
…
663,40
…
678,66
sociaal
640,16
710,68
651,03
720,42
663,40
737,14
678,66
752,33
midden
710,68
1.000
720,42
1.015
737,14
1.040
752,33
1.060
hoger
1.000
1.300
1.015
1.320
1.040
1.350
1.060
1.380
top
1.300
...
1.320
…
1.350
…
1.380
…
Voor jaarlijkse indexering zijn de volgende percentages gehanteerd: 2018 - ‘19
2019 - ‘20
2020 - ‘21
van toepassing op:
NHG kostengrens
+ 9,4%
+ 6,9%
+ 4,8%
koop, m.u.v. grenzen in sociale segment
CPI (inflatie)
+ 1,37%
+ 2,32%
+ 2,06%
huur, m.u.v. grenzen in sociale segment
De ontwikkeling van NHG kostengrens wordt gebruikt voor aanpassing van alle koopgrenzen, behalve in het sociale segment. De ontwikkeling van de CPI (inflatie) wordt gebruikt voor alle huurgrenzen, behalve in het sociale segment.
Bijlage: prijsgrenzen
43
Prijsgrenzen Actieplan Middenhuur In het Actieplan Middenhuur staan verschillende bedragen genoemd. Denk aan de bandbreedte van het segment en aan maximaal gemiddelde aanvangshuren per type woonmilieu. Ook is er een grens bepaald voor betaalbare huurwoningen in het middensegment. Onderstaande tabel toont de geïndexeerde grenzen uit het Actieplan Middenhuur. Daaronder staat een korte toelichting op de gebruikte systematiek. Bedragen gelden per 1 januari van het genoemde jaar.
2018
2019
2020
2021
710,68
720,42
737,14
752,33
max. gemiddelde aanvangshuur van betaalbare middenhuur
850,00
869,72
887,64
max. gemiddelde aanvangshuur in groenstedelijk milieu
900
920
940
max. gemiddelde aanvangshuur in centrum- en rustig stedelijk milieu
950
970
990
1.015
1.040
1.060
ondergrens middensegment
bovengrens middensegment
o
1.000
de ondergrens en bovengrens van het middensegment zijn overgenomen uit het coalitieakkoord en Addendum op de woonvisie; zij volgen de tabel op de vorige pagina, met 2018 als startjaar;
o
grenzen binnen het middensegment hebben 2019 als startjaar, toen het Actieplan werd vastgesteld;
o
de maximaal gemiddelde aanvangshuur per woonmilieu volgt de consumentenprijsindex (inflatie) van het CBS; waarden worden afgerond op veelvouden van vijf euro;
o
de grens voor betaalbare middenhuur volgt ook de consumentenprijsindex (inflatie) van het CBS; waarden worden niet afgerond.
44
Bijlage: prijsgrenzen
Bijlage: prijsgrenzen
45