CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

21bb1050 Bijlage behorende bij 21bb1049 over Milieueffectrapport windpark Maasvlakte 2

Gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 20.1 Tweeminutendebat over 'Het Rotterdamse strandparadijs op de Tweede Maasvlakte gaat verloren', aangevraagd door het lid Simons.31.414 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Beoordelingskader Voor de beoordeling van het aspect slagschaduw is aangesloten bij de Rarim. Bepaald wordt hoeveel woningen binnen de toegestane schaduwduurcontour liggen. Hiervoor wordt conservatief een slagschaduwduur van maximaal 6 uur per jaar aangehouden. Hiervoor is de maximale duur van slagschaduw (gemiddeld niet meer dan 17 dagen met meer dan 20 minuten per dag) vertaald naar een slagschaduwduur op jaarbasis. Dit betekent een totale slagschaduwduur van 6 uur per jaar (17+1=18 dagen x 20 minuten = 360 minuten of 6 uur). Rekening houdend met deze afronding en onnauwkeurigheden in de weergave op kaart wordt de 5 uur contour representatief geacht voor een slagschaduwduur van 6 uur per jaar op een gevel/woning. Het is om deze reden dat de contour ook als de 6 uurs-contour wordt betiteld. Op deze berekende contour zijn dus alle combinaties van tijden mogelijk die tot deze duur van

Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 | 719071 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

52

slagschaduw leiden. Het gaat hier dus om een worst-case benadering. Daarom kan voor de woningen die buiten de 6 uurs (per gevel/woning) contour liggen met zekerheid gesteld worden dat aan de Regeling algemene regels voor inrichtingen milieubeheer (het Rarim) is voldaan. Aanvullend op de 6 uurs-contour worden twee andere slagschaduwduurcontouren (0 en 16 uur) gepresenteerd. Dit is uitsluitend ten behoeve van de vergelijking van de alternatieven gedaan. Naast het aantal woningen binnen de slagschaduwcontouren wordt ten behoeve van de vergelijking ook het aantal niet gevoelige objecten (bedrijven en kantoren) binnen de slagschaduwcontouren beoordeeld, ondanks dat deze niet aan de slagschaduwnorm hoeven te voldoen. De beoordelingscriteria voor het aspect slagschaduw zijn in Tabel 6.2 weergegeven en Tabel 6.3 geeft een toelichting op de scores. Tabel 6.2 Beoordelingscriteria slagschaduw Beoordelingscriterium

Effectbeoordeling

Aantal woningen met slagschaduwduur van 0 tot 6 uur per jaar

Kwantitatief

Aantal woningen met slagschaduwduur van 6 tot 16 uur per jaar

Kwantitatief

Aantal woningen met slagschaduwduur van meer dan 16 uur per jaar

Kwantitatief

Aantal niet gevoelige objecten binnen slagschaduwcontouren

Kwantitatief

Tabel 6.3 Toelichting scores slagschaduw Beoordelings-

negatief

licht negatief

geen effect

criteria

(--)

(-)

(0)

Aantal woningen met slagschaduwduur van 0 tot 6 uur per jaar

Meer dan 5

0 -5 woningen

0

Aantal woningen met slagschaduwduur van 6 tot 15 uur per jaar

Meer dan 5 woningen

0 -5 woningen

0

Aantal woningen met slagschaduwduur van meer dan 15 uur per jaar

Meer dan 5 woningen

0 -5 woningen

0

Aantal niet gevoelige objecten binnen de

Meer dan 5

0 -5 woningen

0

contouren

woningen

woningen

Referentiesituatie Huidige situatie In de huidige situatie bestaat het plangebied uit de harde en zachte zeewering. Er staan geen windturbines in het plangebied. In de omgeving zijn wel windturbines aanwezig die reeds slagschaduw veroorzaken. In onderstaande tabel is de huidige slagschaduwduur op toetspunten opgenomen. In de huidige situatie treedt er geen slagschaduw op gevoelige objecten op. Tabel 6.4 Huidige slagschaduwduur op toetspunten Toetspunt

Verwachte slagschaduw [u:mm per jaar]

1

Brandweer

1:24

2

Maasvlaktestrand (grens intensieve strand)

1:10

719071 | Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

53

3

Rotterdam World Gateway 1

--

4

Rotterdam World Gateway 2

--

5

Prinsessenhavenweg

4:51

6

Euromax Terminal

26:27

Autonome ontwikkelingen Er zijn geen autonome ontwikkelingen die van invloed zijn op het aspect slagschaduw.

Effectenbeoordeling In tabel 6.5 is voor elk toetspunt de verwachte hinderduur per jaar gegeven. In figuur 6.2 en 6.3 zijn de contouren weergegeven van de verwachte slagschaduwduur van de alternatieven. Tabel 6.5 Slagschaduw alternatieven op toetspunten, duur in u:mm per jaar Toetspunt

Alternatief 1

Alternatief 2

1

Brandweer

15:43

18:57

2

Maasvlaktestrand (grens intensieve strand)

--

--

3

Rotterdam World Gateway 1

80:02

89:52

4

Rotterdam World Gateway 2

75:57

84:49

5

Prinsessenhavenweg

--

--

6

Euromax Terminal

--

--

Figuur 6.2 Slagschaduwcontour alternatief 1

Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 | 719071 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

54

Figuur 6.3 Slagschaduwcontour alternatief 2

Voor beide alternatieven geldt dat ter hoogte van alle gevoelige objecten aan de slagschaduwnorm wordt voldaan. Er treedt ter hoogte van gevoelige objecten geen slagschaduw op en er zijn derhalve geen mitigerende maatregelen nodig om aan de norm te kunnen voldoen. Voor de referentietoetspunten die op basis van de Wet geluidhinder niet als gevoelig object zijn aangemerkt (toetspunt 1 – 6) geldt dat er op drie toetspunten slagschaduw optreedt. Alternatief 2 heeft in vergelijking met alternatief 1 op deze drie toetspunten een hogere slagschaduwduur per jaar. Ondanks dat bedrijven niet wettelijk beschermd zijn tegen slagschaduw afkomstig van windturbines, kan dit voor personen die bij deze bedrijven en kantoren werken, wel als hinderlijk worden ervaren. In de tenderfase is reeds voorgesteld om met deze bedrijven in gesprek te gaan (indien gewenst) om te kijken in hoeverre slagschaduwhinder kan worden beperkt, bijvoorbeeld door het toepassen van zonwering voor de momenten dat er slagschaduw op een gevel van een kantoor of bedrijf optreedt.

Aantal woningen en bedrijven met slagschaduw Voor zowel alternatief 1 als alternatief 2 geldt dat er geen gevoelige objecten liggen binnen de slagschaduwcontouren. Beide alternatieven scoren daarmee neutraal op het criterium. Voor het aantal (niet gevoelige) bedrijven en kantoren binnen de contouren geldt dat er bij beide alternatieven vier objecten met industriefunctie21 binnen de >16:00u contour vallen. En twee objecten met industriefunctie binnen de 0 – 6 uurs contour. Beide alternatieven scoren daarmee

21

op basis van BAG-gegevens 2020

719071 | Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

55

licht negatief op het aspecten slagschaduw ter hoogte van bedrijven. Hierbij moet worden opgemerkt dat zich in de toekomst meer bedrijven op Maasvlakte 2 zullen gaan vestigen. Tabel 6.6 Aantal woningen met slagschaduw Criterium

Alternatief 1

Alternatief 2

Aantal woningen met 0:01 - 6:00u slagschaduw

0

0

Aantal woningen met 6:01 - 16:00u slagschaduw

0

0

Aantal woningen met >16:00u slagschaduw

0

0

Aantal niet gevoelige objecten binnen slagschaduwcontouren

-

-

Cumulatie Ter plaatse van gevoelige objecten is geen sprake van cumulatie van slagschaduw vanwege de afstand tot windpark Maasvlakte II. Mogelijke cumulatie ter plaatse van de beschouwde (nietgevoelige) toetspunten kan optreden met de bestaande turbines nabij de Slufter en Zuidwal/Maasmond. In onderstaande tabel is de cumulatieve slagschaduwduur ten opzichte van de huidige situatie weergegeven voor de toetspunten. Ten opzichte van de referentiesituatie treedt er op een aantal (niet gevoelige) toetspunten een toename aan slagschaduwduur op. De verschillen in slagschaduwduur tussen alternatief 1 en 2 zijn beperkt. Tabel 6.7 Cumulatieve slagschaduwduur op toetspunten, duur in u:mm per jaar Toetspunt

Huidig

Alternatief 1

Alternatief 2

1

Brandweer

1:24

17:07

20:21

2

Maasvlaktestrand

1:10

1:10

1:10

3

Rotterdam World Gateway 1

--

80:02

89:52

4

Rotterdam World Gateway 2

--

75:57

84:49

5

Prinsessenhavenweg

4:51

4:51

4:51

6

Euromax Terminal

26:27

26:27

26:27

Effecten aanlegfase en netaansluiting Aanlegfase Slagschaduw treedt alleen op tijdens de operationele fase van het windpark; er is geen sprake van slagschaduw tijdens de aanlegfase.

Netaansluiting Slagschaduw treedt alleen op als gevolg van het draaien van de rotoren van de windturbines. Slagschaduw is niet van toepassing op het kabeltracé en het inkoopstation.

Cumulatie Cumulatieve effecten voor het aspect slagschaduw is beschouwd in paragraaf 6.3.2.

Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 | 719071 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

56

Mitigerende maatregelen Voor beide alternatieven geldt dat er zonder mitigerende maatregelen ter hoogte van gevoelige objecten aan de slagschaduwnorm wordt voldaan. Er is derhalve geen stilstandvoorziening benodigd. Voor bedrijven geldt dat dit geen gevoelige objecten zijn op basis van de Wet geluidhinder en om die reden niet beschermd zijn tegen slagschaduw door windturbines. Er wordt echter wel slagschaduw veroorzaakt op een aantal bestaande (en mogelijk toekomstige) bedrijven op Maasvlakte 2. Gezien het feit dat ter hoogte van deze objecten niet aan de slagschaduwnorm hoeft te worden voldaan, wordt hier geen stilstandvoorziening voor getroffen. Desalniettemin kan de slagschaduw ter hoogte van deze bedrijven wel als hinderlijk worden ervaren. Voor deze bedrijven is reeds voorgesteld om waar gewenst en relevant in overleg te gaan over de mogelijkheden voor het toepassen van zonneschermen om op die wijze slagschaduwhinder te voorkomen.

Samenvatting effectscores In onderstaande tabel zijn de samenvattende effectscores opgenomen. Aangezien er voor beide alternatieven geen gevoelige objecten binnen de slagschaduwcontouren vallen, wordt op alle criteria neutraal gescoord. Wel ligt er een aantal bedrijven binnen de slagschaduw contouren van beide alternatieven. Ondanks dat deze objecten niet wettelijk beschermd zijn tegen slagschaduw van windturbines, wordt hier wel licht negatief gescoord. Tabel 6.8 Samenvatting beoordeling slagschaduw Criterium

Alternatief 1

Alternatief 2

Aantal woningen met slagschaduwduur van 0 tot 6 uur per jaar

0

0

Aantal woningen met slagschaduwduur van 6 tot 16 uur per jaar

0

0

Aantal woningen met slagschaduwduur meer dan 16 uur per jaar

0

0

Aantal niet gevoelige objecten binnen slagschaduwcontouren

-

-

Cumulatie slagschaduw

-

-

719071 | Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

57

NATUUR Beleid, wetgeving en beoordelingskader In dit hoofdstuk worden de effecten van het initiatief op natuur beschreven en beoordeeld. Windturbines kunnen in potentie effect hebben direct of indirect op diverse soortgroepen (zoals vogels, vleermuizen en flora), door bijvoorbeeld vernieling van groeiplaatsen of verstoring van soorten tijdens de aanlegfase of als gevolg van het optreden van aanvaringsslachtoffers. Voor de potentiële effecten zijn diverse kaders relevant. Dit betreft: •

De bescherming van leefgebieden voor soorten via het spoor van de gebiedsbescherming in het kader van Natura 2000, Natuurnetwerk Nederland (NNN); en

•

De bescherming van soorten op zichzelf via de soortenbescherming;

•

Provinciaal natuurbeleid.

Voor de potentiële effecten op de natuurlijke kenmerken van Natura 2000-gebieden, door middel van toetsing aan de Natura 2000-instandhoudingsdoelstellingen, is tevens een Passende Beoordeling opgesteld. Dit betreft een separatie bijlage bij het MER. In onderhavig hoofdstuk worden de effecten van de onderzochte alternatieven beschreven, terwijl in de Passende Beoordeling alleen de effecten van het voorkeursalternatief zijn beschreven. Aangezien de Passende Beoordeling ook een zelfstandig leesbaar document is, is sprake van overlap tussen dit hoofdstuk en de Passende Beoordeling. De passende beoordeling gaat in meer detail in op de effecten van het voorkeursalternatief op de natuurlijke kenmerken en de instandhoudingsdoelstellingen voor Natura 2000gebieden. In het MER is de effectbeschrijving gericht op de vergelijking van de alternatieven. Ten behoeve van het MER is onderzoek verricht door Bureau Waardenburg. Dit hoofdstuk is gebaseerd op de betreffende rapportage die is opgenomen in bijlage 2. Hierin zijn in meer detail de achterliggende ecologische informatie, de gehanteerde uitgangspunten en resultaten opgenomen. Dit hoofdstuk beschrijft de effecten van de inrichtingsalternatieven. Regelgeving in Nederland

Wet- en regelgeving in Nederland Wet natuurbescherming (Wnb) Het juridisch kader voor de gebiedsbescherming en de soortenbescherming ligt vast in de Wet natuurbescherming. Het betreft een uitwerking van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Gebiedsbescherming Door middel van het beschermen van specifiek aangewezen Natura 2000-gebieden wordt de functie van deze gebieden voor flora (habitattypen) en fauna (leefgebieden en aantallen) geborgd. Deze gebieden zijn onderdeel van het Europese Natura 2000-netwerk. Aanwijzing van gebieden door middel van een aanwijzingsbesluit op grond van de Wnb leidt tot de status als Natura 2000-gebied22. Hiervoor gelden algemene doelstellingen ten aanzien van de kwaliteit van de gebieden, de natuurlijke kenmerken, en (veelal) kwantitatieve instandhoudingsdoelstellingen voor de soorten en habitattypen in het gebied. Natura 2000-gebieden zijn geen reservaten

22

Veelal zijn deze gebieden voorafgaand aan de aanwijzing al in een eerder stadium aangewezen als Speciale Beschermingszone op grond van de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen

Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 | 719071 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

58

hetgeen onder meer betekent dat economische activiteiten kunnen plaatsvinden in deze gebieden, echter moet bij het realiseren van dergelijke activiteiten de potentiële ecologische waarden in acht genomen worden genomen. De status van deze gebieden is in het leven geroepen om de ecologische waarden te beschermen voor negatieve effecten van activiteiten in of bij deze gebieden. Bepaald dient te worden of significant negatieve effecten (ook wel ‘gevolgen’) kunnen optreden. In de leidraad van het Steunpunt Natura 2000 van het (toenmalige) ministerie van LNV wordt dit toegelicht: ‘er sprake is van een significant gevolg wanneer de kwaliteit van een habitattype of leefgebied ten gevolge van menselijk handelen…in de toekomst, gemiddeld genomen, lager zal zijn dan bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling´. Bij de beoordeling van eventuele negatieve effecten kan sprake zijn van directe effecten op het gebied of de soorten die in het gebied verblijven maar ook indirecte effecten via de zogenaamde externe werking. Activiteiten buiten het Natura 2000-gebied kunnen tot effecten leiden op de soorten uit het gebied of het gebied zelf. Soorten die beschermd zijn in een Natura 2000-gebied passeren of gebruiken soms andere gebieden vanuit het betreffende gebied, bijvoorbeeld als foerageergebied.

In de nabijheid van het plangebied van Windpark Maasvlakte 2 bevinden zich diverse Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming De Wnb vormt eveneens het wettelijk kader voor de (individuele) bescherming van in het wild levende in- en uitheemse planten- en diersoorten. Op grond van deze wet geldt voor eenieder een zorgplicht voor alle in het wild levende dieren en planten, en voor hun directe leefomgeving. De mate van bescherming volgt uit het wettelijk kader en is mede afhankelijk van de kwetsbaarheid van de soorten. Op grond van de Wnb gelden diverse verbodsbepalingen, zoals op doden en verstoren, waarvan onder voorwaarden voor specifieke situaties (specifiek benoemde ‘belangen’) ontheffing kan worden verleend. Onderscheid wordt gemaakt naar: •

Algemene soorten; hiervoor geldt dat een vrijstelling gekregen kan worden als het gaat om een activiteit met bestendig beheer en onderhoud en bestendig gebruik of een ruimtelijke ontwikkeling. In andere gevallen dient een ontheffing aangevraagd te worden

•

Overige soorten; ook voor deze soorten geldt dat een vrijstelling verkregen kan worden door de provincie.

•

Soorten die voorkomen op bijlage IV van de Habitatrichtlijn (zoals veel vleermuissoorten) en alle vogelsoorten op grond van de Vogelrichtlijn. Voor deze soorten geldt dat in de meeste gevallen een ontheffing aangevraagd moet worden.

De bescherming is niet locatie specifiek maar het voorkomen van soorten kan wel verbonden zijn aan het gebied of specifieke gebiedskenmerken. Voor de effectbeschrijving van het initiatief wordt niet alleen ingegaan op soorten die beschermd zijn op grond van de Wet natuurbescherming maar ook overige soorten, bijvoorbeeld soorten die vermeld zijn op de Rode lijst vanwege de kritische staat van instandhouding van deze soorten. Deze lijst leidt niet tot een andere status qua bescherming.

719071 | Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

59

Natuurnetwerk Nederland Het Natuurnetwerk Nederland (NNN) is het nationale netwerk van natuurgebieden, deels gerealiseerd deels te realiseren. De Natura 2000-gebieden zijn onderdeel van het NNN. Het NNN is oorspronkelijk in nationaal beleid vastgelegd. Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) is hiervoor het juridisch kader. Tegenwoordig ligt de verantwoordelijk voor het NNN bij de provinciale overheid. De provincie Zuid Holland heeft daartoe regels opgenomen in de Omgevingsverordening Zuid-Holland. Ingrepen in deze gebieden zijn alleen toegestaan als ze geen negatieve effecten hebben op de wezenlijke kenmerken en waarden van deze gebieden, of als negatieve effecten niet kunnen worden vermeden door het nemen van mitigerende maatregelen. Heeft een ingreep wel een (significant) negatief effect op de wezenlijke kenmerken en waarden van een gebied dat behoort tot het NNN, dan geldt het ‘nee, tenzij-regime’. Een project kan dan alleen doorgaan als er geen reële alternatieven zijn en als sprake is van een groot openbaar belang. Overige gebieden Op basis van het provinciaal beleid zijn er tevens speciale gebieden aangewezen met een bijzondere natuurwaarde, bijvoorbeeld Weidevogelgebieden of Ganzenopvanggebieden.

Dergelijke gebieden liggen echter op zeer ruime afstand van het plangebied en zijn om die reden niet relevant voor de effectbeoordeling van Windpark Maasvlakte 2.

Bepaling effecten Aangezien de windturbines en bijbehorende voorzieningen van Windpark Maasvlakte 2 zich in industrieel gebied bevinden en daar over het algemeen geen beschermde planten of dieren voorkomen zijn de voornaamste effecten van een windpark op ecologische waarden de potentiele effecten op vogels en vleermuizen. Overige soorten zullen eveneens worden beschouwd, maar zullen minder bepalend zijn in dit MER. Hierbij geldt dat sprake kan zijn van aanvaringsslachtoffers, verstoring en barrièrewerking en beïnvloeding van foerageergebieden, verblijfplaatsen en vliegroutes. De bepaling van deze effecten vindt plaats door onderzoek te doen op basis van onderzoek naar: •

De ligging en kenmerken van beschermde (leef)gebieden en de stand van zaken van deze gebieden;

•

De soorten en habitattypen die voorkomen in het plangebied, hetzij doordat zij het gebied gebruiken, hetzij dat zij dit passeren;

•

De potentiele effecten van het initiatief direct, op de soorten en habitattypen in het plangebied of indirect. Dit betreft de effecten van de verschillende fasen van het windpark (bouw, exploitatie en verwijdering);

Hiervoor is een ecologisch onderzoeksrapport opgesteld dat is opgenomen in bijlage 2. Ten behoeve van het onderzoek is geïnventariseerd welke soorten voorkomen in of gebruiken van het gebied op basis beschikbare data, zoals uit de NDFF, en literatuur. Voor soorten waar een kennisleemte bestond is aanvullend veldonderzoek uitgevoerd. Het volgende veldonderzoek is uitgevoerd ten behoeve van het MER: •

In 2019 is veldonderzoek uitgevoerd gericht op voorkomen van lokale vogelpopulaties

•

In 2019 is veldonderzoek (radaronderzoek) uitgevoerd naar de aantallen en bewegingen van trekvogels (najaar) boven de kustzone.

Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 | 719071 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

60

•

In 2019 is veldwerk uitgevoerd ten aanzien van de aanwezigheid van vleermuissoorten in het gebied.

De resultaten van deze onderzoeken zijn onderdeel van de ecologische achtergrondrapportage die onderdeel is van het MER. De informatie die gebruikt is voor de effectbepaling en -beoordeling van Windpark Maasvlakte 2 representeert de best beschikbare kennis en de meest recente wetenschappelijke inzichten. Ten aanzien van gebruikte data uit het verleden zijn er geen aanwijzingen dat deze niet meer actueel is. Op basis van de effecten die bekend zijn ten gevolge van windturbines op soorten zijn de verschillende potentiële effecten bepaald voor de alternatieven en is beoordeeld wat de gevolgen zijn vanuit de geldende kaders. Voor de gebiedsbescherming betreft dit de vraag of er potentieel significant negatieve effecten optreden door de aantasting van de natuurlijke kenmerken. De invloed op de gestelde instandhoudingsdoelstellingen zijn hiervoor bepalend gezien de ligging buiten Natura 2000-gebied. Voor de soortenbescherming is bepaald of er aanleiding is te verwachten dat de gunstige staat van instandhouding van individuele soorten kan worden aangetast. Voor de alternatieven is beoordeeld of sprake is van een risico als het gaat om de effecten vanuit de beleidskaders. Dit maakt een vergelijking van de alternatieven mogelijk.

Voor het VKA wordt middels een Passende Beoordeling vastgesteld of significant negatieve effecten en negatieve effecten op de gunstige staat van instandhouding met zekerheid kunnen worden uitgesloten.

Beoordelingskader Op basis van het voorgaande is het volgende beoordelingskader gehanteerd voor het aspect Natuur. Tabel 7.1 Beoordelingskader Aspect

Beoordelingscriterium

Vogels o

Verstoring tijdens aanleg

o

Verstoring tijdens exploitatie

Barrièrewerking

o

Effect van barrièrewerking

Aanvaringsslachtoffers

o

Aanvaringsslachtoffers onder vogels

o

Verstoring

o o

Vleermuizen o

Verstoring

o o

Verstoring tijdens aanleg Verstoring tijdens exploitatie

o

Aanvaringsslachtoffers

o

Aanvaringsslachtoffers onder vleermuizen

Natura 2000-gebieden

o

Beoordeling kans op significant negatieve effecten

Overige gebieden

o

Effecten op gebieden

Beschermde en bedreigde soorten

o

Effect op beschermde en bedreigde soorten

(overig)

719071 | Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

61

In onderstaande tabellen is de toekenning van de effectscores per criterium weergegeven. Tabel 7.2 Toekenning effectscores aanvaringsslachtoffers beschermde soorten Score --

Meer dan incidentele sterfte, gunstige staat van instandhouding mogelijk in geding (> 1% natuurlijke mortaliteit)

-

Meer dan incidentele sterfte, gunstige staat van instandhouding niet in geding (> 1% natuurlijke mortaliteit) Incidentele sterfte, gunstige staat van instandhouding niet in geding (> 1%

0

natuurlijke mortaliteit)

Tabel 7.3 Toekenning effectscores Natura 2000-gebieden Score

Toelichting

--

Significant negatief effect niet uit te sluiten, instandhoudingsdoelstelling van soort mogelijk in geding

-

Negatief niet significant effect, instandhoudingsdoelstelling van soort niet in geding

0

Verwaarloosbaar effect op instandhoudingsdoelstelling

Tabel 7.4 Toekenning effectscores verstoring en barrièrewerking Score

Toelichting

--

Verstoring en/of barrièrewerking leidt tot een significant negatief effect op de lokale populatie

-

Verstoring en/of barrièrewerking leidt tot een negatief, niet significant, effect op de lokale populatie

0

Verwaarloosbaar effect

Tabel 7.5 Toekenning effectscores NNN en overige gebieden Score

Toelichting

--

Significant negatief effect niet uit te sluiten, wezenlijke waarden en kenmerken mogelijk in geding

-

Negatief niet significant effect, wezenlijke waarden en kenmerken niet in geding

0

Verwaarloosbaar effect op wezenlijke waarden en kenmerken

Referentiesituatie Huidige situatie Natura 2000-gebieden Het plangebied van Windpark Maasvlakte 2 is niet gelegen in Natura 2000-gebieden. In de ruime omgeving van het plangebied (straal van 30 km) zijn meerdere Natura 2000gebieden gelegen die zijn aangewezen als Habitat- en/of Vogelrichtlijngebieden. In onderstaande tabel zijn de relevante gebieden weergegeven en is de afstand tot het plangebied opgenomen. Het plangebied grenst direct aan het Natura 2000-gebied Voordelta. Overige gebieden liggen op grotere afstanden. De gebieden zijn weergegeven in figuur 7.1.

Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 | 719071 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

62

Figuur 7.1 Ligging Natura 2000-gebieden in relatie Windpark Maasvlakte 2

Bron: Pondera Consult Tabel 7.6 Nabijgelegen Natura 2000-gebieden Afstand vanuit plangebied tot de

Natura 2000-gebied

grens van het Natura 2000-gebied

aangewezen onder:

Voordelta

Grenst aan plangebied

Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn

Voornes Duin

≥ 4,5 km

Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn

Haringvliet

≥ 12 km

Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn

Duinen Goeree & Kwade Hoek

≥ 10 km

Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn

Grevelingen

≥ 15 km

Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn

Krammer-Volkerak

≥ 30 km

Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn

Oosterschelde

≥ 27 km

Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn

Solleveld & Kapittelduin

≥ 6 km

Habitatrichtlijn

Natura 2000-gebied

Soorten Natura 2000-gebieden Voor de Natura 2000-gebieden zijn instandhoudingsdoelstellingen gesteld voor verschillende soorten en habitats. Aangezien het windplan niet in Natura 2000-gebied is gelegen kunnen effecten alleen indirect optreden. Het betreft dan zogenaamde externe werking. Als soorten waarvoor instandhoudingsdoelstellingen gelden het Natura 2000-gebied verlaten, bijvoorbeeld om te foerageren op een andere locatie, en daarbij het plangebied van Windpark Maasvlakte 2 benutten of passeren kunnen effecten ontstaan. In de ecologische beoordeling is bepaald voor welke soorten en habitattypen sprake kan zijn van een effect.

719071 | Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

63

Habitattypen Alle benoemde Natura 2000-gebieden zijn aangewezen voor beschermde habitattypen. Omdat de windturbines buiten de begrenzing van de Natura 2000-gebieden gebouwd zullen worden, is met zekerheid geen sprake van verlies van areaal van de beschermde habitattypen door ruimtebeslag. Daarnaast is er geen sprake van relevante emissie van schadelijke stoffen naar water en of bodem (voor stikstof, zie volgende alinea) of van veranderingen in grond- of oppervlaktewateren. Tijdens de bouw van het windpark wordt onder andere gebruik gemaakt van vracht- en kraanwagens die stikstof kunnen uitstoten. Vanwege de beperkte omvang van de werkzaamheden, de tijdelijkheid van de werkzaamheden, en gezien de grote afstand tot Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige habitattypen, is de omvang van dergelijke emissie verwaarloosbaar. Dit zal volledigheidshalve voor het Voorkeursalternatief nader worden onderbouwd in de Passende Beoordeling met behulp van een zogenoemde Aerius-berekening, maar vormt geen onderdeel van de alternatievenvergelijking, ook omdat beide alternatieven op voorhand niet onderscheidend zullen zijn voor dit aspect (de wijze van aanleg is hetzelfde). Soorten van bijlage II Habitatrichtlijn Alle benoemde Natura 2000-gebieden zijn aangewezen voor Habitatrichtlijnsoorten van bijlage II.

Het plangebied ligt buiten de begrenzing van deze Natura 2000-gebieden, maar grenst wel direct aan het Natura 2000-gebied Voordelta. Het overgrote deel van de aangewezen Habitatrichtlijnsoorten zijn gebonden aan habitattypen die voorkomen binnen de begrenzing van de Natura 2000-gebieden. Er bestaat voor deze soorten daarom geen relatie met het plangebied. De geplande windturbines van Windpark Tweede Maasvlakte staan (ruim) buiten voornoemde Natura 2000-gebieden. Hierdoor is gedurende de gebruiksfase met zekerheid geen sprake van verstoring (inclusief sterfte) van de betrokken soorten of verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats van deze soorten in de Natura 2000-gebieden als gevolg van het gebruik van het windpark. Gedurende de aanlegfase worden de funderingen van de windturbines in de zachte zeewering getrild met behulp van een vibrohamer of geheid en in de harde zeewering geschroefd. Dit kan potentieel leiden tot verstoring van onder meer de aangewezen soorten trekvissen zeeprik, rivierprik, elft en fint en de zeezoogdiersoorten grijze zeehond, gewone zeehond en bruinvis in het aangrenzende Natura 2000-gebied Voordelta. Broedvogels Zes van de acht Natura 2000-gebieden zijn aangewezen voor een aantal broedvogelsoorten.

Enkele soorten vogels met een grote actieradius, waarvoor deze Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, kunnen op en nabij de Tweede Maasvlakte foerageren. Door de externe werking van de bescherming van Natura 2000-gebieden, kan de realisatie van een windpark op en langs de buitencontour van de Tweede Maasvlakte effect hebben op de realisatie van de Instandhoudingsdoelstellingen (IHD’s) van deze vogels in de betreffende gebieden. Voor de verschillende nabijgelegen Natura 2000-gebieden (die zijn aangewezen voor broedvogels) is in bijlage 2 (paragraaf 4.2.3) in meer detail beschreven welke vogelsoorten in het broedseizoen mogelijk een effect van het geplande windpark ondervinden en voor welke soorten significant verstorende effecten (inclusief sterfte) van het windpark op voorhand uitgesloten kunnen

Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 | 719071 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

64

worden. In tabel 7.7 is samengevat voor welke vogelsoorten effecten op voorhand niet zijn uit te sluiten en die in de effectbeoordeling nader worden beschouwd. Niet-Broedvogels Vier Natura 2000-gebieden zijn aangewezen voor een aantal niet-broedvogelsoorten. Enkele soorten vogels met een grote actieradius, waarvoor deze Natura 2000-gebieden zijn aangewezen, kunnen op en nabij de Tweede Maasvlakte foerageren. Door de externe werking van de bescherming van Natura 2000-gebieden, kan de realisatie van een windpark op en langs de buitencontour van de Tweede Maasvlakte effect hebben op de realisatie van de IHD’s van deze vogels in de betreffende gebieden. Voor de verschillende nabijgelegen Natura 2000gebieden (die zijn aangewezen voor niet-broedvogels) is in bijlage 2 (paragraaf 4.2.4) in meer detail beschreven welke soorten buiten het broedseizoen mogelijk een effect van het geplande windpark ondervinden en voor welke soorten significant verstorende effecten (inclusief sterfte) van het windpark op voorhand uitgesloten kunnen worden. In tabel 7.7 is samengevat voor welke niet-broedvogelsoorten effecten op voorhand niet zijn uit te sluiten en die in de effectbeoordeling nader worden beschouwd.

Relevante voor Natura 2000-gebieden aangewezen soorten In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de broedvogels en niet-broedvogels (en overige habitatsoorten waarvoor Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied zijn aangewezen. Voor deze soorten geldt dat een nadere beoordeling wordt uitgevoerd. Voor de overige, niet in de tabel genoemde, habitattypen, Habitatrichtlijnsoorten, broedvogels en nietbroedvogels waarvoor omliggende Natura 2000-gebieden zijn aangewezen (zie bijlage 2), zijn effecten van de bouw en het gebruik van Windpark Tweede Maasvlakte op voorhand met zekerheid uit te sluiten en derhalve niet nader beschouwd. Voor een nadere onderbouwing wordt verwezen naar de natuurtoets in bijlage 2. Tabel 7.7 Soorten waarvoor Natura 2000-gebieden zijn aangewezen en die nader worden behandeld Natura 2000-

Kwalificerende

Kwalificerende

Kwalificerende niet-broedvogel

gebied

Habitatsoort

broedvogel soort

soort

-

-Roodkeelduiker - Fuut

Voordelta

- Rivierprik, - Zeeprik, - Elft, - Fint, - Gewone zeehond, - Grijze zeehond, - Bruinvis

- Kuifduiker - Aalscholver - Lepelaar - Grauwe gans - Bergeend - Smient - Krakeend - Wintertaling - Pijlstaart - Slobeend - Toppereend - Eider - Zwartezee-eend - Brilduiker - Middelste Zaagbek - Scholekster - Kluut

719071 | Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

65

- Bontbekplevier - Zilverplevier - Drieteenstrandloper - Bontestrandloper - Rosse Grutto - Wulp - Tureluur - Steenloper - Dwergmeeuw - Grote Stern - Visdief Voornes Duin

-

Haringvliet -

Grevelingen

- Aalscholver - Lepelaar

-

- Grote stern

-

- Zwartkopmeeuw

- Grote stern

-

-

-

-

-

Duinen Goeree & Kwade Hoek

-

Solleveld & Kapittelduinen

-

Vleermuizen Tussen 11 juni en 23 september 2019 is viermaal het plangebied onderzocht op aanwezigheid van vleermuizen. De resultaten van dit onderzoek zijn gepubliceerd in Boonman 2019. Op grond van het veldwerk dat is verricht komt naar voren dat vleermuissoorten slechts beperkt in het gebied voorkomen. Tijdens de vier veldbezoeken zijn slechts acht geluidsopnames van vleermuizen verzameld. Dit betrof de soorten Laatvlieger, Rosse vleermuis een de Ruige Dwergvleermuis. Figuur 7.2 geeft de waarnemingen op basis van het veldwerk weer. Overige data Vanuit een bestaande windturbine langs de Maasmond (de meest westelijke windturbine van Windpark Maasmond) op de Eerste Maasvlakte juist ten oosten van het geplande windpark op de harde zeewering, zijn de periode mei - november 2019 slechts twee opnames gemaakt van rosse vleermuis (Boonman 2019). Deze opnames vonden kort na elkaar plaats op 4 augustus 2019 net na middernacht en hebben daarom waarschijnlijk betrekking op hetzelfde individu. Vanuit een bestaande windturbine in Windpark Slufter zijn in twee maanden tijd (september en oktober 2019) in totaal 12 vleermuisopnames verzameld (Boonman 2019). Rosse vleermuis is 11 keer opgenomen, in drie 10 minuten intervallen. De ruige dwergvleermuis is één keer opgenomen. Alle opnames vonden plaats bij relatief lage windsnelheden (2,5 tot 6 m/s) en hoge temperatuur (13 tot 27 °C).

Door het lage aantal waarnemingen heeft het geen toegevoegde waarde om een nauwkeurige vergelijking te maken met de weersomstandigheden gedurende de studieperiode.

Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 | 719071 15-01-2021 | Definitief

Pondera Consult

66

Figuur 7.2 Vleermuiswaarnemingen veldwerk

Bron: Bureau Waardenburg

Op voorhand kan gesteld worden dat het plangebied niet beschikt over landschappelijke elementen, zoals water, vegetatie en of gebouwen die een verhoogde aantrekkende werking kunnen hebben op vleermuizen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouw- en/of boombewonende soorten zoals gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger is in het plangebied uit te sluiten door het ontbreken van gebouwen en opgaande begroeiing binnen het plangebied. Overige soorten en flora In paragrafen 7.1 tot en met 7.6 van bijlage 2 is een weergave gegeven van de overige beschermde soorten en flora in het plangebied. Voor de beschermde soorten en flora in het plangebied geldt dat de voorziene posities van de windturbine geen geschikt habitat voor de beschermde soorten en flora bieden. Mogelijk dat er Biggekruid wordt aangetroffen op het duin bij de zachte zeewering. Hier zal in de aanlegfase rekening mee gehouden moeten worden. Effecten, en daarmee overtreding van verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming voor beschermde soorten en flora zijn derhalve op voorhand uitgesloten. Natuurnetwerk Nederland De beoogde turbinelocaties zijn niet gepland in, maar grenzen wel direct aan gebieden die behoren tot het NNN. Een overdraaigebied van de windturbines over deze NNN-gebieden is niet aan de orde. Het NNN kent in de provincie Zuid-Holland geen externe werking.

719071 | Milieueffectrapport Windpark Maasvlakte 2 15-01-2021 | Definitief

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=f8651d03-eeea-43f4-b72e-47a587d3a4e8