CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[21bb015042] Bijlage behorende bij 21bb15040 over raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp eerste helft 2021

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 24 augustus 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken16.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Opname Bed & Behandeling (GRJR Rotterdam) C. Langdurig verblijf (GRJR Rotterdam) D. Steun, hulp of behandeling overdag (GRJR Rotterdam)

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

2e half jaar 2019

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

1e half jaar 2021

111 128 39

94 136 58

111 102 38

106 156 50

140

176

164

192

Datum

Pagina

december 2021

31 van 50

E. Ambulante hulpverlening in de thuissituatie (GRJR Rotterdam)

811

853

1.099

1.033

Totale aantal nieuwe arrangementen

1.229

1.317

1.514

1.537

Tabel 6.2 Instroom specialistische ondersteuning Jeugd – regionaal ingekochte hulp

De gemeente zet in op een verschuiving van het aantal arrangementen bij ‘opname Bed & Behandeling’ (B) naar behandeling overdag. De instroom bij B is in de tweede helft van 2021 relatief hoog, maar tabel 6.7 toont dat het totaal aantal cliënten met zorg in B vrijwel gelijk blijft. De instroom van ambulante jeugdhulp (E) neemt licht af. Tabel 6.7 toont wel dat het totaal aantal cliënten groeit. Cliënten blijven langer in zorg, doordat de zorg tijdens de pandemie niet op volle sterkte doorgang vond. Dat er toch meer cliënten in zorg ontvangen in E (tabel 6.7) is het resultaat van ingezet beleid. We zetten extra middelen in om de boeggolf en meer problematiek, als gevolg van de pandemie, aan te kunnen. We verwachten dat de instroom vanaf de tweede helft 2021 en in 2022 duidelijk toeneemt. Via de GRJR zetten we dan ruim €10 mln euro in om nog meer cliënten in E te helpen en wachttijden te verkorten. 6.3.2 Wmo voorzieningen In onderstaande tabel staat de instroom van nieuwe cliënten met een indicatie voor de verschillende soorten Wmo-maatwerkvoorzieningen10 voor de verschillende halfjaren. Iemand wordt gezien als nieuwe cliënt wanneer hij/zij niet binnen een periode van 6 maanden daarvoor ook een indicatie had voor een maatwerkvoorziening.

Instroom tweedelijns ondersteuning Wmo Instroom vanuit: VraagWijzer Wijkteam Centraal Onthaal Volwassenen Centraal Onthaal Jongeren Totaal 11 Instroom per soort ondersteuning: Wmo-arrangement per cliëntgroep * Ouderen/Somatiek * Lichamelijk Beperkten * Verstandelijk Beperkten extramuraal * Verstandelijk Beperkten intramuraal * (O)GGZ extramuraal12 * (O)GGZ intramuraal

Aantal cliënten 2e halfjaar 2019

Aantal cliënten 1e halfjaar 2020

Aantal cliënten 2e halfjaar 2020

Aantal cliënten 1e halfjaar 2021

5.352 335 564 189 6.518

5.788 408 436 212 6.916

5.096 357 415 177 6.126

5.050 387 479 238 6.232

1.941 62

2.140 51

1.860 63

1.841 66

122

144

130

133

4

6

5

13

1.284 205

1.339 112

1.322 95

1.374 181

Een Wmo-maatwerkvoorziening is een individuele voorziening waar een cliënt op grond van de door de gemeente afgegeven indicatie recht op heeft. Wmo-maatwerkvoorzieningen worden onderscheiden in Wmo-arrangementen (ondersteuning in de vorm van diensten), vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen. 11 De totalen zijn geen optellingen van de aantallen erboven: er zijn cliënten die zijn ingestroomd waarvan onbekend is via welk loket zij de indicatie afgegeven hebben gekregen. 12 Binnen deze cliëntgroep vallen ook de cliënten die behoren tot de bijzondere doelgroepen Dak- en thuisloze volwassenen, Dak- en thuisloze jongeren, Slachtoffers huiselijk geweld, (O)GGZ met kinderen in de opvang. De uitsplitsing naar deze bijzondere doelgroepen is in de systemen niet waar te nemen en cijfers zijn hierover dus niet te presenteren. 10

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

32 van 50

* Zintuiglijk beperkten Vervoer * waarvan: collectief aanvullend vervoer * waarvan: vervoer naar dagbesteding Hulpmiddel Woningaanpassing

7 1.592

5 1.698

4 1.402

5 1.418

1.415

1.523

1.236

1.251

114

93

113

107

889 413

905 519

826 418

771 455

Tabel 6.3 Instroom tweedelijns ondersteuning Wmo

Voor de Wmo-arrangementen is de grootste instroom te zien, waarbij de instroom in de cliëntgroepen Ouderen/Somatiek en (O)GGZ extramuraal het grootste is. De instroom in de cliëntgroep Ouderen en somatiek lijkt zich te stabiliseren. Waardoor dit wordt veroorzaakt is moeilijk hard te maken; mogelijk is Corona hiervoor een oorzaak. Een aantal nieuwe cliënten is op meer dan één soort ondersteuning ingestroomd. Zij zijn in bovenstaande cijfers dubbel meegeteld. Als we deze dubbelingen eruit halen, dan zijn er in de eerste helft van 2021 5.664 unieke cliënten ingestroomd. De grootste instroom van nieuwe cliënten vindt plaats via indicaties afgegeven door de medewerkers van de VraagWijzer. Hier worden naast indicaties voor Wmo-arrangementen ook indicaties gesteld voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen. Een beperkt aantal wijkteammedewerkers is bevoegd voor het stellen van een indicatie voor een Wmo-arrangement. Dat verklaart de relatief lage instroom via de wijkteams. Daarnaast zijn er ook cliënten van het wijkteam die een Wmo-indicatie krijgen via één van de andere loketten. Bij Centraal Onthaal Volwassenen en Centraal Onthaal Jongeren stromen cliënten in die vanwege hun multiproblematiek een intensief Wmo-arrangement nodig hebben, waar ook nachtelijk toezicht en/of huisvesting onderdeel van uitmaakt.

6.3.3 Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond (Rotterdamse cliënten) Rotterdamse cijfers VTTR Adviezen Meldingen

2e half jaar 2019

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

1e half jaar 2021

2.944 4.350

3.251 3.926

4.280 3.801

4.480 4.005

Tabel 6.4 Instroom VTTR

Sinds de aanscherping van het Besluit verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling in 2019 heeft Veilig Thuis landelijk te maken met een stijgende instroom. Deze stijging is hoger dan verwacht. Ook in onze regio heeft VTRR te maken met een hoge instroom. In de eerste helft van 2021 is er een stijging van het aantal adviesvragen van bijna 38% ten opzichte van het eerste half jaar van 2020. Het aantal meldingen daalde in 2020 licht, waarschijnlijk als gevolg van de perioden van lockdown waardoor er minder zicht was op de gezinnen. Inmiddels stijgt het aantal meldingen weer. Naast de stijgende instroom geeft VTRR aan dat de zwaarte van de casuïstiek is toegenomen waardoor VTRR vaker dan voorheen eigen diensten als onderzoek of ‘voorwaarden en vervolg’ (veiligheidsafspraken) moet inzetten. Ook dit is een mogelijk gevolg van de coronamaatregelen: spanningen lopen meer op voordat hulp wordt ingezet.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

33 van 50

Het verschil tussen advies en melding is, naar aanleiding van een toezegging van wethouder Bokhove, uitgelegd in een brief aan de commissie ZOCS (20bb005135). De kwartaalrapportages van het tweede en derde kwartaal van 2020 zijn verstuurd naar de gemeenteraad (20bb18718).

6.3.4 Jeugdbescherming Rijnmond (Rotterdamse cliënten) De Gecertificeerde Instelling (GI) wordt ingezet wanneer de veiligheid en/of ontwikkeling van een kind wordt bedreigd. De rechter kan dan een Ondertoezichtstelling (OTS) of een Voogdij-maatregel opleggen die door een GI wordt uitgevoerd. Ook kan een rechter een Jeugdreclasseringsmaatregel (JR) opleggen in strafrechtelijk kader. Wanneer er een acute crisis optreedt kan de GI JBRR ingeschakeld worden. Instroom jeugdbescherming

2e half jaar 2019

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

1e half jaar 2021

Ondertoezichtstelling (OTS)

208 148 19

283 142 35

178 94 21

195 121 15

Jeugdreclasseringsmaatregel (JR) Voogdij Tabel 6.5 Instroom jeugdbescherming

Na een daling van de OTS-cijfers in 2020 lijken we nu een stabilisatie van de instroomcijfers te zien. De instroom JR lijkt zelfs weer iets te stijgen ten opzichte van 2020, maar er is nog steeds sprake van een afname ten opzichte van 2019 en 2020.

6.4 Huidig cliëntenbestand 6.4.1 Huidig cliëntenbestand jeugdhulp Onderstaande tabellen tonen het aantal cliënten dat jeugdhulp ontving in desbetreffende perioden. Het is mogelijk dat een cliënt meerdere soorten jeugdhulp ontvangt (bijvoorbeeld ambulante hulpverlening thuis en dyslexie). In dat geval staat deze cliënt bij beide typen zorg. Alleen de laatste regel van elke tabel laat het unieke aantal cliënten zien dat Jeugdhulp ontvangt. De eerste tabel heeft betrekking op de jeugdhulp die de gemeente zelfstandig inkoopt. Aantal cliënten lokale Jeugdhulp Jeugd met een beperking (lokaal Rotterdam) Basis JGGZ (lokaal Rotterdam) Dyslexie (lokaal Rotterdam)

2e half jaar 2019 849 723 537

1e half jaar 2020 850 949 566

2e half jaar 2020 839 865 554

1e half jaar 2021 808 924 574

Pgb (lokaal Rotterdam)

1.089

1.138

1.191

1.204

Totaal aantal unieke cliënten

3.043

3.328

3.280

3.489

Tabel 6.6 cliënten specialistische ondersteuning Jeugd – lokaal ingekochte hulp.

Bij de lokale jeugdhulp is het aantal cliënten iets gegroeid. In paragraaf 6.3.1 schreven we reeds dat het aantal cliënten met een dyslexiebehandeling groeit als gevolg van een inhaalslag na corona. Voor jeugd met een beperking verwachten vanaf de tweede helft 2021 een groei te zien van het cliëntenbestand door een extra gunning. Het totaal aantal unieke cliënten groeit harder dan de som raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

34 van 50

van de groei van de verschillende soorten lokale jeugdhulp. Dit heeft te maken met het feit dat in de tweede helft van 2020 relatief meer cliënten tegelijkertijd meerdere soorten jeugdhulp ontvingen. Dergelijke cliënten tellen bij het totaal één keer mee, maar in de verschillende categorieën jeugdhulp, tellen ze wel beide keren mee. De volgende tabel toont het aantal Rotterdamse cliënten die gebruik maken van jeugdhulp die regionaal via de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) is ingekocht. Clienten Jeugdhulp specialistische ondersteuning – regionale inkoop 13 A. Pleegzorg (GRJR Rotterdam) B. Opname Bed & Behandeling (GRJR Rotterdam) C. Langdurig verblijf (GRJR Rotterdam) D. Steun, hulp of behandeling overdag (GRJR Rotterdam) E. Ambulante hulpverlening in de thuissituatie (GRJR Rotterdam)

2e half jaar 2019

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

1e half jaar 2021

1.078 425 146

1.091 435 175

1.025 370 150

996 376 153

374

409

409

433

3.822

3.727

3.230

3.510

5.931

5.339

4.746

5.010

Opt out14 Totaal aantal unieke cliënten

Tabel 6.7 Aantal cliënten specialistische ondersteuning Jeugd – regionaal ingekochte hulp

Het aantal cliënten in perceel ‘Ambulante hulpverlening in de thuissituatie’ laat de meest duidelijke beweging, een groei, zien. Voor de tweede helft en 2022 verwachten we dat deze groei doorzet. We zetten stevig in op het wegwerken van wachttijden. Verder helpen we cliënten met problematiek die is ontstaan door de nadelige effecten van de pandemie. Enerzijds zetten we in op gunning van extra jeugdhulp in dit perceel, anderzijds breiden we de mogelijkheid uit om ook onder het lokale contract meer GGZ-zorg te kunnen aanbieden. Een jeugdige kan zowel lokale als regionale ingekochte jeugdhulp ontvangen en dus zowel in tabel 6.6 als 6.7 voorkomen. Indien we alleen kijken naar het aantal unieke cliënten dat Jeugdhulp ontving in Rotterdam, dan komt dit uit op 8.201 cliënten in de eerste helft van 2021 en 7.504 in de tweede helft van 2020. Een groei van ruim 9%. In deze totaalcijfers telt een client die zowel regionale als lokale hulp ontvangt, éénmaal mee. Collegetarget jeugdhulp Het college heeft de volgende collegetarget geformuleerd voor jeugdhulp: Van 2018 naar eind 2021 wordt ingezet op een daling van 10% jeugdigen in instellingen. De achterliggende gedachte is om een verschuiving te realiseren van jeugdhulp in instellingen naar jeugdhulp in de thuissituatie. De jeugdhulp moet zoveel mogelijk aansluiten op de leefsituatie van de jeugdigen.

Mijlpaal realisatie

31-12-2018 nulmeting 245 245

31-12-2019 (peildatum) 237 245

31-12-2020 (peildatum) 229 189

31-12-2021 (peildatum) 221 177 (zie toelichting

Tabel 6.8 collegetarget jeugdhulp Van crisishulp zijn geen aantallen bekend, omdat hierover niet op individueel niveau wordt aangeleverd Cliënten hebben via de opt out regeling de mogelijkheid het type zorg dat zij ontvangen niet door te geven aan de gemeente. Hierdoor is onbekend onder welke van genoemde categorieën deze cliënten vallen. 13

14

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

35 van 50

De nulmeting in 2018 was 245. De target wordt behaald bij 221 of minder cliënten in verblijft ultimo 2021. Dit berekenen we door middel van extrapolatie. Dit doen we op basis van input van de zorgaanbieders. Volgens de extrapolatie van de cijfers zijn er 177 cliënten ultimo 2021 in verblijf. Dat is een daling van ruim 25%. Indien de rekenkamer dit cijfer vaststelt, na bestudering stukken zorgaanbieders, dan wordt de target officieel behaald. 6.4.2 Huidig cliëntenbestand Wmo voorzieningen In onderstaande tabel staat informatie over het aantal cliënten dat in een bepaald halfjaar een indicatie had voor een maatwerkvoorziening. Cliënten kunnen een indicatie hebben voor meerdere soorten maatwerkvoorzieningen. Zij worden dan zowel bij de ene als bij de andere soort(en) maatwerkvoorziening(en) meegeteld als cliënt. Cliënten met tweedelijnsondersteuning Wmo Totaal aantal unieke cliënten -waarvan ZIN -waarvan PGB (totaal) -waarvan PGB (enkel Wmo-arrangementen) Bestaand uit: - Wmo-arrangement Waarvan per cliëntgroep * Ouderen/Somatiek * Lichamelijk Beperkten * Verstandelijk Beperkten extramuraal * Verstandelijk Beperkten intramuraal * Zintuiglijk beperkten * (O)GGZ extramural * (O)GGZ intramural - Overgangsrecht AWBZ-Wmo GGZ-C intramuraal - Vervoer - Hulpmiddel - Woningaanpassingen

Aantal cliënten 2e halfjaar 2019 50.043 47.792 5.265 4.237

Aantal cliënten 1e halfjaar 2020 51.009 48.777 5.261 4.204

Aantal cliënten 2e halfjaar 2020 51.254 48.986 5.310 4.234

Aantal cliënten 1e halfjaar 2021 51.108 48.771 5.335 4.244

30.821

31.894

32.578

33.102

16.167 959

16.859 963

17.106 934

17.278 915

1.685

1.714

1.765

1.774

103

108

115

138

98 10.652 1.645

97 10.923 1.716

93 11.300 1.784

90 11.623 1.874

648

446

402

123

26.408 10.656 1.872

26.704 10.851 2.301

26.196 11.059 2.888

25.577 10.979 3.103

Tabel 6.9 Informatie over cliënten met een Wmo-indicatie

Het aantal cliënten met een indicatie voor tweedelijnsondersteuning Wmo is met zo’n 2% gestegen tussen het 2e halfjaar 2019 (50.043 unieke cliënten) en het 1e halfjaar 2021 (51.108 unieke cliënten). Het overgrote merendeel ontvangt deze ondersteuning in natura (ZIN). Een beperkt aantal cliënten kiest voor een persoonsgebonden budget (PGB). Ook zijn er cliënten die een deel van de ondersteuning in natura en een deel via een persoonsgebonden budget ontvangen. Hierdoor is de optelsom van de uitsplitsing in ZIN en PGB groter dan het totaal aantal unieke cliënten. De meeste cliënten hebben een indicatie voor een Wmo-arrangement, maar er zijn ook veel Rotterdammers met een indicatie voor een vervoersvoorziening, hulpmiddel of woningaanpassing. In het 1e halfjaar van 2021 waren er nog 123 cliënten met een indicatie voor Overgangsrecht AWBZraadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

36 van 50

Wmo GGZ-C intramuraal. Deze indicaties lopen af met het oog openstelling van de Wet Langdurige Zorg voor de GGZ-doelgroep. Een gevolg hiervan is dat een deel van de mensen met een AWBZindicatie en/of een GGZ-intramurale indicatie een beroep kunnen doen op beschermd wonen vanuit de Wlz wanneer zij permanent toezicht of 24-uurs zorg in de nabijheid nodig hebben. Vanwege vertragingen in de beoordeling van de Wlz-aanvragen bij het CIZ (Centrum Indicatiestelling Zorg) is het overgangsrecht voor 123 cliënten met een half jaar verlengd. Daarnaast zijn lopende GGZintramurale indicaties ambtshalve verlengd tot aan 1 juli 2021, ter voorkoming dat mensen tussen wal en schip vallen. Binnen de maatwerkvoorziening Wmo-arrangement onderscheiden wij verschillende cliëntgroepen. De meeste cliënten behoren tot de cliëntgroepen Ouderen/Somatiek of (O)GGZ extramuraal. De groei van de cliëntgroep (O)GGZ extramuraal is zichtbaar sinds de doordecentralisatie. Het aantal cliënten in beide cliëntgroepen neemt verder toe. Sinds 1 januari 2018 bestaat de cliëntgroep Verstandelijk Beperkten intramuraal. In deze cliëntgroep is een groeiend aantal cliënten waarneembaar, ondanks dat de instroom in deze cliëntgroep beperkt is (zie tabel 6.2). De cliëntgroep vult zich ook doordat de cliënten eerst geïndiceerd werden bij de cliëntgroepen (O)GGZ extramuraal of (O)GGZ intramuraal.

Zij zijn nu na herindicatie in de juiste cliëntgroep (Verstandelijk Beperkten intramuraal) geïndiceerd. Een Wmo-arrangement bestaat uit ondersteuning op één of meer van in totaal zeven resultaatgebieden. Onderstaande tabel geeft informatie voor welke resultaatgebieden cliënten geïndiceerd zijn. Aantal indicaties Wmoarrangementen per resultaatgebied - Sociaal en persoonlijk functioneren waarvan met opvoedingsondersteuning - Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden - Financiën - Dagbesteding waarvan sociaal waarvan arbeidsmatig - Ondersteuning bij zelfzorg en gezondheid - Nachtelijk Toezicht - Nachtelijk Toezicht en Huisvesting - Mantelzorgondersteuning met verblijf Aantal indicaties dat bestaat uit * één resultaatgebied * twee resultaatgebieden * drie resultaatgebieden * vier resultaatgebieden * vijf resultaatgebieden * zes resultaatgebieden

2e halfjaar 2019 15.375

1e halfjaar 2020 15.845

2e halfjaar 2020 16.343

1e halfjaar 2021 16.844

699

721

791

788

18.563

19.367

19.743

19.995

9.779 6.000 4.970 1.030

9.506 5.828 4.859 969

9.543 5.678 4.768 910

9.302 5.651 4.765 886

4.088

4.242

4.391

4.580

334 1.737 33

396 1.819 28

434 1.892 20

470 2.003 16

17.957 7.629 4.306 2.046 1.083 14

18.743 7.873 4.377 2.086 1.037 18

19.410 8.198 4.434 2.088 1.045 15

19.869 8.484 4.474 2.136 1.022 9

Tabel 6.10 Aantal indicaties Wmo-arrangementen per resultaatgebied

De meeste cliënten met een Wmo-arrangement hebben een indicatie voor één resultaatgebied. Voor 77% van hen gaat dat om een indicatie voor het resultaatgebied Ondersteuning en regie bij het raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

37 van 50

voeren van een huishouden. Het aantal indicaties voor dit resultaatgebied is de afgelopen jaren sterk toegenomen. Een verklaring hiervoor is het abonnementstarief voor de eigen bijdrage die per 1 januari 2019 geldt. Een combinatie van twee of drie resultaatgebieden binnen een Wmo-arrangement komt ook veel voor. Na Ondersteuning en regie bij het voeren van een huishouden, komen respectievelijk de resultaatgebieden Sociaal en persoonlijk functioneren, Financiën en Dagbesteding veelvuldig voor in de indicaties die cliënten hebben. Het resultaatgebied Mantelzorgondersteuning met verblijf wordt relatief weinig geïndiceerd. In totaal hebben 788 cliënten een indicatie voor een gezinsarrangement (1e halfjaar 2021). Bij hen zit opvoedingsondersteuning inbegrepen in het Wmoarrangement. Wanneer cliënten met een indicatie voor een Wmo-arrangement een herindicatie hebben gekregen in de periode waarover gerapporteerd wordt, of wanneer het tweede deel van hun getrapte indicatie15 in deze periode is ingegaan, komen zij dubbel voor in de uitsplitsing van het aantal resultaatgebieden per indicatie. 6.4.3 Jeugdbescherming Rijnmond (Rotterdamse cliënten) In onderstaande tabel staat informatie over het aantal jeugdigen dat een lopende jeugdbeschermingsmaatregel of crisisinterventie had.

Huidig bestand jeugdbescherming

2e half jaar 2019

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

1e half jaar 2021

976 461 290 402

1.095 455 315 348

962 428 271 455

961 415 239 561

Ondertoezichtstelling Jeugdreclasseringsmaatregel Voogdij Crisisinterventies Tabel 6.11 huidig clientbestand jeugdbescherming

De huidige aantallen OTS, JR en Voogdij zijn stabiel of dalen. Mogelijk kan het aantal zaken dat momenteel bij de Raad voor de Kinderbescherming op een onderzoek wacht, op den duur nog voor een lichte stijging zorgen bij het aantal OTS en JR. Het aantal crisisinterventies (geen crisisplaatsingen) is fors gestegen, zeker in vergelijking tot het eerste half jaar van 2020. Het niveau van 2019 is weer bereikt. De aanname is dat de daling in de eerste helft van 2020 vooral veroorzaakt werd door de coronacrisis. Dit betekende minder professionals in de gezinnen en scholen dicht.

6.5 Financieel beeld

Een indicatie kan uit twee delen bestaan waarin in de eerste periode een andere vorm of intensiteit aan ondersteuning wordt geboden dan in de tweede periode. Bijvoorbeeld omdat in de beginperiode meer inzet nodig is om de situatie te stabiliseren. Dit wordt een getrapte indicatie genoemd. 15

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

38 van 50

Wmo-maatwerk Raadsmonitor 2021

Realisatie 2020

(bedragen x € 1 mln)

Oorspronkelijke Begroting 2021

Begroting 2021 (na 8-maands)

Prognose 2021

Afwijking

Wmo-arrangementen met verblijf (intramuraal)

81,6

59,6

66,6

79,7

13,1

Wmo-arrangementen zonder verblijf (extramuraal)

177,7

181,0

186,1

181,1

-5,0

Overige maatwerkvoorzieningen Wmo

31,5

32,8

32,0

32,0

0,0

Totaal maatwerkvoorzieningen Wmo

290,8

273,4

284,8

292,8

8,1

Tabel 6.12 Financiën tweedelijns Wmo-ondersteuning

Er is gekeken hoe de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdhulp zich naar verwachting in 2021-2025 ontwikkelen, rekening houdend met de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen zoals die in het eerste kwartaal van 2021 bekend waren. Naast een toename van het aantal cliënten zien we ook dat de uitgaven voor de ondersteuning toenemen. In de prognose die in de zomer is opgesteld voor de Wmo-arrangementen is voor 2021 sprake van een minder snelle cliëntgroei dan eerder voorzien. Onduidelijk is welke rol de coronacrisis speelt bij deze minder snelle stijging van het aantal cliënten. Tegenover de minder snelle stijging van het aantal cliënten staat dat de gemiddelde uitgaven harder stijgen dan in eerdere prognoses. Per saldo is sprake van een verwachte overbesteding voor geheel 2021. Hierbij is nog geen rekening gehouden met nog te ontvangen compensatie voor de latere overgang van Wmo-cliënten naar de Wet Langdurige Zorg. Voor de hogere Wmo-uitgaven worden gemeenten gecompenseerd in de septembercirculaire (Rotterdam € 2,9 mln), wat verwerkt zal worden in de 10-maands 2021. De verwachte overbesteding komt daarmee uit op € 5,2 mln. 6.5.2 Jeugdhulp Jeugdhulp Raadsmonitor 2020

Realisatie 2020

(bedragen x € 1 mln)

Oorspronkelijke Begroting 2021

Begroting 2021 (na 8-maands)

Prognose 2021

Afwijking

Lokale Jeugdhulp

35,0

38,1

41,3

42,7

1,4

Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond

131,4

122,5

134,1

134,1

0,0

Totaal Jeugdhulp

166,3

160,6

175,4

176,8

1,4

Tabel 6.13. Financiën specialistische jeugdhulp

De aanvullende Rijksmiddelen jeugd voor 2021 zijn de begroting verwerkt. Deze worden ingezet om de wachtlijsten in de jeugdzorg te verkleinen. De in de tabel gepresenteerde overbesteding wordt veroorzaakt omdat de deel van de Rijksmiddelen pas in de septembercirculaire beschikbaar is gekomen.

6.6 Wachttijden Goed toegankelijke en tijdige zorg is van groot belang. Daarom blijven we ons inzetten om de wachttijden tot het minimum te beperken. Wachttijden tweedelijns ondersteuning Jeugd retrospectieve wachttijd (GRJR Rotterdam), gemiddelde wachttijd in weken Treeknorm jeugdhulp (% clienten binnen 14 weken gehlopen) (GRJR Rotterdam) Wmo: Aantal cliënten met een overbruggingsarrangement

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

2e halfjaar 2019

1e halfjaar 2020

2e halfjaar 2020*

1e halfjaar 2021*

3,9 weken

7,3 weken

15,9 weken*

14,0 weken*

87%

84%

67%*

67%*

464

487

437

448

Datum

Pagina

december 2021

39 van 50

Waarvan behorende tot cliëntgroep Verstandelijk Beperkten intramural Waarvan behorende tot cliëntgroep (O)GGZ intramural - Wmo: norm aanvang start zorg behaald

51

68

75

81

413

419

362

367

Geen gegevens

Geen gegevens

77%

80%

Tabel 6.14 Informatie over wachttijd Jeugd, aanvang zorgstart Wmo en overbruggingsarrangementen Wmo *vanaf tweede helft 2020 is de systematiek voor wachttijdberekening veranderd, waardoor cijfers niet goed te vergelijken zijn, zie hieronder.

De bovenstaande tabel toont bij jeugd de retrospectieve wachttijd. Het betreft de wachttijd van cliënten die startten met specialistische jeugdhulp in desbetreffende perioden. Vanaf de 2e helft 2020 wordt de wachttijd op een nieuwe manier berekend. Deze berekening doet meer recht aan de wachttijd die cliënten werkelijk ervaren. Met het afdoeningsvoorstel (21bb4936) op de motie ‘Gemeentelijke regie op wachttijden’ (19bb16114) beschrijven we de nieuwe methodiek. Het cijfer van de eerste helft 2021 is op dezelfde wijze berekend als van de tweede helft 2020. Deze cijfers kunnen we niet vergelijken met eerdere cijfers, omdat met de registratie destijds alleen de oude berekeningswijze mogelijk is. In de vorige raadsmonitor is van de tweede helft 2020 het cijfer nog berekend op de oude manier, dan komt de wachttijd uit op 12,5 weken. De gemiddelde wachttijd in het eerste half jaar van 2021 nam ten opzichte van de tweede helft 2020 af met 1,9 week tot 14 weken (nieuwe berekeningswijze). De afname is te danken aan de extra beschikbare plekken, zoals eerder beschreven in dit hoofdstuk. Desalniettemin blijft de wachttijd te hoog. Dit komt door de grote behoefte aan jeugdhulp. We schreven in de vorige monitor over de boeggolf die ontstaan is door de coronapandemie en meer cliënten die hierdoor lijden aan psychische problemen.

De komende tijd blijven we daarom in samenwerking met de zorgaanbieders extra plekken creëren. Hiervoor gebruiken we de extra door het Rijk toegekende jeugdhulpmiddelen. Ook de Treeknorm is vanaf de tweede helft 2020 berekend op de nieuwe wijze. De Treeknorm beschrijft de landelijk maximaal aanvaardbare termijn van wachten binnen de zorg, namelijk maximaal 14 weken. In totaal is 67% van de cliënten binnen de landelijke Treeknorm geholpen in de eerste helft van 2021, evenveel als een half jaar eerder. Goede toegankelijke en tijdige zorg is van groot belang. Daarom blijven we ons inzetten om de wachttijden tot het minimum te beperken. Meer over onze ingezette maatregelen leest u in de brieven 20bb8823 en 21bb4936. Het aantal Wmo-cliënten met een overbruggingsarrangement is in het eerste halfjaar van 2021 vergelijkbaar met het aantal Wmo-cliënten over het tweede halfjaar van 2020. Binnen de plaatsingscommissie beschermd wonen wordt prioriteit gegeven aan cliënten die urgent wachtend zijn. Voor 80% van de nieuw gestarte indicaties koppelden de zorgaanbieders aan de gemeente op tijd terug dat de zorg voor een cliënt met een Wmo-arrangement is gestart. Dit percentage is vergelijkbaar met het vorig halfjaar.

6.7 Vervolg na indicatie Uitstroom is gedefinieerd als duurzame uitstroom. Als het ondersteuningstraject van een cliënt beëindigd wordt en binnen zes maanden toch weer hulp nodig heeft, dan registreert de gemeente deze cliënt niet als uitstroom. Om het aantal duurzaam uitgestroomde cliënten te bepalen moet de gemeente dus beoordelen of zes maanden na beëindiging van het traject weer een nieuw traject

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

40 van 50

gestart is. Daarom tonen onderstaande tabellen de duurzame uitstroom van cliënten in het eerste half jaar van 2019 tot en met het tweede half jaar van 2020. 6.7.1 Jeugdhulp We zien een duidelijke afname bij de uitstroom van ‘ambulante hulpverlening in de thuissituatie’ in de tweede helft van 2020. Dit komt overeen met het beeld dat cliënten langer in zorg blijven, omdat gedurende de pandemie de zorg niet in de meest optimale vorm geboden kon worden. Dit leidde tot een langere behandelduur. Door de extra investeringen van de gemeente helpen we in de tweede helft van 2021 wel ruim 9% meer cliënten in dit perceel (zie paragraaf 6.4.1). De uitstroom bij pleegzorg is hoog, een verklaring voor het gehele verschil is er niet. Wel is het tweede half jaar de periode dat jeugdigen voor studie meer zelfstandig gaan wonen. Dat verklaart niet het gehele verschil, wel een deel. Een hogere uitstroom biedt ook ruimte voor meer instroom. Per saldo is de uitstroom wel groter dan de instroom, want het aantal cliënten met pleegzorg nam met ruim 2% af in de tweede helft van 2021. Vervolg na indicatie Jeugd specialistische ondersteuning Uitstroom Pleegzorg (GRJR Rotterdam)

1e half jaar 2019

2e half jaar 2019

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

63

120

91

160

101

147

145

150

42

45

52

70

133

146

122

145

660

1.274

936

885

Uitstroom Opname Bed & Behandeling (GRJR Rotterdam) Uitstroom Langdurig verblijf (GRJR Rotterdam) Uitstroom Steun, hulp of behandeling overdag (GRJR Rotterdam) Uitstroom Ambulante hulpverlening in de thuissituatie (GRJR Rotterdam) Tabel 6.15 Informatie over uitstroom Jeugd

6.7.2 Wmo Vervolg na afloop indicatie Wmo tweedelijns ondersteuning16

1e halfjaar 2019

2e halfjaar 2019

1e halfjaar 2020

2e halfjaar 2020

Duurzame uitstroom

5.513

5.766

5.623

6.772

Gemiddelde duur tweedelijns ondersteuning (in maanden)

37

37

41

43

Tabel 6.16 Informatie over afgelopen Wmo-indicaties

Uit bovenstaande tabel wordt duidelijk dat in het tweede halfjaar van 2020 6.772 indicaties (5.411 unieke cliënten) geen opvolging hebben door een nieuwe indicatie. Deze uitstroom kan verschillende redenen hebben. De meeste cliënten stromen uit omdat ze geen vervolgarrangement meer nodig hebben. De overige vaak voorkomende redenen zijn: • Het overlijden van cliënt; • Verhuizing van cliënt naar een andere gemeente; • Cliënt is opgenomen in een Wlz-instelling of heeft Wlz-indicatie gekregen; In de vorige monitor was het aantal afgelopen indicaties opgenomen. Aangezien deze veelal administratief beëindigd zijn en opgevolgd worden door een herindicatie, zegt dit niet veel over de duurzame uitstroom. Daarom is duurzame uitstroom nu uitsluitend in deze tabel opgenomen. 16

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

41 van 50

•

Beëindigd op verzoek van cliënt.

De gemiddelde duur van de aflopende indicaties in de periode juli tot en met december 2020 bedroeg circa 43 maanden. De gemiddelde duur van de aflopende indicaties is berekend over alle cliënten en hun zorgproducten die wij op of sinds 1-1-2015 kennen. Dit betreft aflopende indicaties voor zowel Wmo-arrangementen als voor vervoersvoorzieningen, hulpmiddelen en woningaanpassingen. 6.7.3 Urgentieaanvragen In de eerste 6 maanden van 2021 zijn er in totaal 678 complete aanvragen via de 1-route ingediend. In vergelijking met 2020 zien we een stijging van het totaal aantal aanvragen. Deze stijging was vooral zichtbaar in de eerste 3 maanden, dat heeft te maken met het project versnelde uitstroom Nachtopvang. Het aandeel directe bemiddeling met huurzorgcontract is gestegen ten opzichte van 2020, namelijk respectievelijk 56 en 64 procent. De doorlooptijd van urgentie naar plaatsing is bij huurzorgcontracten in de eerste 6 maanden van 2021 gedaald ten opzichte van 2020, namelijk van 2,3 maanden naar 1,9 maanden. Onderstaande tabel bevat informatie over het aantal toegekende urgenties voor directe bemiddeling - huurzorgcontract (zelfstandig wonen met begeleiding/nazorg) en het aantal toegekende reguliere urgenties (urgenties zonder huurzorgcontract). De cijfers tot en met 2020 betreffen gehele kalenderjaren. 2017

2018

Totaal toegekend

875

966

885

973

2021 t/m juni 678

Directe bemiddelingen

493

581

505

554

432

Regulier

382

385

380

419

246

Jaar

2019

2020

Tabel 6.17 Urgenties, uitgesplitst naar reguliere urgenties en directe bemiddelingen

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

42 van 50

6.8 Publieksreacties

Clienttevredenheid specialistische hulp 2e halfjaar 2019 8,2

1e halfjaar 2020 8,1

2e halfjaar 202017

1e halfjaar 2021

Zie voetnoot 19

Zie voetnoot 19

% langer thuis

69%

58%

Zie voetnoot 19

Zie voetnoot 19

Jeugd

2017

2018

2019

geen kwantitatief onderzoek

7,6

7,6

2020 Zie toelichting bij paragraaf 6.8.1

WMO: Algemene tevredenheid

Rapportcijfer tevredenheid uit cliëntervaringsonderzoek Tabel 6.18 Cliënttevredenheid specialistische hulp

6.8.1 Cliëntervaring jeugd Het rapportcijfer over 2020 wordt bepaald bij het cliëntervaringsonderzoek van 2021. Dit onderzoek is nu in de afrondende fase. We verwachten de resultaten hiervan in het voorjaar 2022 te publiceren. Onderstaande tekst heeft betrekking op het meest actuele afgeronde cliëntervaringsonderzoek, deze tekst stond ook in de vorige raadsmonitor. Gemeenten zijn vanuit de Jeugdwet verplicht jaarlijks een cliëntervaringsonderzoek uit te voeren. Cliëntervaring is een manier om zicht te krijgen op de ervaren kwaliteit en effectiviteit van de geboden hulp en ondersteuning. De kwantitatieve resultaten kunnen worden vergeleken met de eerdere onderzoeken. In tegenstelling tot eerdere onderzoeken zijn cliënten die jeugdbescherming of jeugdreclassering krijgen in het huidige onderzoek niet meegenomen. De reden daarvoor is dat er bij JBRR onduidelijkheden waren rondom het waarborgen van de privacy van hun cliënten. In 2021 worden zij wel weer meegenomen. Het algemene rapportcijfer van 2019 (CEO 2020) is gelijk met het rapportcijfer dat in 2018 (CEO 2019) is gegeven. Voor de basishulp is dat een 7,6 en voor de specialistische hulp een 7,4. Bij de basishulp was men vaker tevreden over wachttijden, bij de specialistische hulp is geen verschil ondanks een langere wachttijd. Beide groepen cliënten zijn positiever over de samenwerking van hulpverleners.

Ze hebben met minder hulpverleners te maken en ook voor de samenwerking tussen organisaties zien ze verbeteringen. Voor verschillende aspecten in de uitvoering van de hulp en de effecten van de hulp is er nog ruimte voor verbetering. Te denken valt dan bijvoorbeeld aan de samenwerking van de verschillende organisaties rondom de hulp van het kind en het veiligheidsgevoel van het kind. De komende periode gaan we met de zorgaanbieders hierover in gesprek om te kijken hoe we tot verbeteringen kunnen komen. Indien mogelijk nemen we dat ook mee bij onze nieuwe inkoop. 6.8.2 Cliëntervaring Wmo Er zijn in de eerste helft van 2021 in totaal 66 klachten door aanbieders van Wmo-arrangementen Er is geen meer recent cliëntervaringsonderzoek dan de meting van september 2020. In het najaar 2021 wordt een volgend cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd. 17

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

43 van 50

afgehandeld. Signalen van ontevreden cliënten worden door zorgaanbieders in het algemeen al onderzocht en opgelost, voordat er een klacht wordt ingediend. Ingediende klachten worden via de reguliere klachtenprocedure van de zorgaanbieder afgehandeld. Het laatst uitgevoerde cliëntervaringsonderzoek dat is uitgevoerd over de Wmo-ondersteuning (Wmo-arrangementen) is de meting van september 2020. Over dit onderzoek is in een eerdere raadsmonitor gerapporteerd. In het najaar 2021 wordt een volgend cliëntervaringsonderzoek uitgevoerd waarover in de volgende raadsmonitor zal worden gerapporteerd.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

44 van 50

7

Beschikbaarheidsvoorzieningen

7.1 De bedoeling van beschikbaarheidsvoorzieningen Het doel van de beschikbaarheidsvoorzieningen zoals dagopvang, nachtopvang en crisisopvang is het creëren van een vangnet voor Rotterdammers18. In het geval van huiselijk geweld: het bieden van bescherming, een veilige plek, om van daaruit toe te leiden naar zelfstandig wonen en/of passende Wmo ondersteuning. Die ondersteuning is gericht op het vergroten van de zelfredzaamheid. De gemeente zet zich samen met zorgaanbieders en andere ketenpartners in om dak- en thuisloze volwassenen, gezinnen, jongeren en slachtoffers van huiselijk geweld direct te helpen. Dak- en thuisloze jongeren verblijven doorgaans in hun netwerk. Crisisopvang wordt ingezet als jongeren niet (meer) in hun netwerk terecht kunnen en acuut dakloos zijn. Crisisopvang voor slachtoffers van huiselijk geweld vindt plaats als er sprake is van acuut gevaar, danwel levensbedreigende situaties.

7.2 Huidige stand 7.2.1 Aantal toegekende CO-passen

Figuur 7.1 Het aantal nieuw toegekende CO-passen per maand 2019-202119

In de eerste zes maanden van 2021 zijn er in totaal 486 nieuwe CO-passen verstrekt. In vergelijking met de eerste zes maanden van 2019 (514) en 2020 (540) is sprake van een daling in de instroom. De afspraak in coronatijd dat bij betalingsachterstand corporaties terughoudend zijn met huisuitzettingen speelt hier een rol in.

18 19

NB, Rotterdam is een centrumgemeente Deze grafiek is dus van toepassing op de doelgroep vanaf 23 jaar

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

45 van 50

7.2.2 Capaciteit en bezettingsgraad Aantal volwassenen in nachtopvang

Figuur 7.2 Aantal unieke cliënten per maand in de nachtopvang 2019-2021

In de bovenstaande grafiek is te zien dat het aantal unieke slapers in de eerste zes maanden van 2021 langzaam afneemt, nadat het aantal in de herfst van 2020 is opgelopen. Deze daling sluit aan bij de inzet die vanaf november 2020 is gepleegd op de versnelde uitstroom van slapers naar een (zelfstandige) woning. Gemiddeld sliepen in de eerste zes maanden van 2021 410 (unieke) volwassenen in een maand in de opvang. Dit komt overeen met het gemiddeld aantal unieke slapers in de eerste zes maanden van 2019 en 2020 Binnen het elektronisch dossier GIDSO is het helaas nog steeds niet mogelijk een geautomatiseerd overzicht te genereren van het aantal gezinnen dat is toegelaten tot de opvang. Er wordt gewerkt aan een oplossing. De registratie is momenteel in ontwikkeling. Om toch een indicatie te geven van het aantal toelatingen, kunnen wij voor Centraal Onthaal Gezinnen (COG) kijken naar het aantal afgeronde ondersteuningsverslagen in de eerste helft van 2021. Voor iedere cliënt die is toegelaten tot de maatschappelijke opvang voor gezinnen, wordt namelijk een ondersteuningsverslag opgesteld. Op basis van deze methode blijkt dat er in de eerste helft van 2021 circa 84 gezinnen zijn toegelaten tot de gezinsopvang.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

46 van 50

Bezettingsgraad van de nachtopvang

Figuur 7.3 Capaciteit en bezetting per maand van de nachtopvang 2019-2021

Vanaf september 2019 wordt het percentage ‘niet geregistreerd’ meegenomen. Dit betreft mensen die zich zonder een CO-pas hebben gemeld bij de locatie, omdat CO in het weekend gesloten is, of mensen die door de politie naar de opvang zijn gebracht. Vanwege de uitbraak van het coronavirus is met ingang van eind maart 2020 de capaciteit van nachtopvanglocaties verhoogd naar ca. 350 bedden. Deze uitbreiding heeft ook geleid tot verschuiving in de capaciteit tussen de verschillende (nieuwe tijdelijke) nachtopvanglocaties, waarbij de maximaal in te zetten capaciteit door de tijd heen fluctueerde. Door de vele wijzigingen in de capaciteit van de locaties en de afbouw van tijdelijke locaties is er niet altijd sprake van betrouwbare bezettingscijfers. De uitbreiding van de capaciteit was tijdelijk vanwege de Corona uitbraak. Eind 2020 is gestart met de afbouw van de tijdelijke locaties. Zo is half maart afscheid genomen van de tijdelijke nachtopvanglocatie (het hotel). Hierdoor zijn er nu 315 plekken in de nachtopvang. De gemiddelde bezettingsgraad over de eerste zes maanden van 2021 is 81,5%. Crisisopvang jongeren Voor dakloze jongeren hebben we in Rotterdam 27 plekken in de crisisopvang; dit zijn voor een groot deel 1-persoonskamers. Jongeren hebben hier na toewijzing een vast bed en zijn dus iedere avond verzekerd van onderdak.

Overdag kunnen deze jongeren terecht in de pas gerealiseerde dagopvang ‘Post West’. In de eerste helft van 2021 hebben in totaal 130 dakloze jongeren gebruikt gemaakt van de crisisopvang. Dit is vergelijkbaar met de tweede helft van 2020, waarbij 127 jongeren in de crisisopvang verbleven.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

47 van 50

De ketenafspraak is dat jongeren maximaal 6 weken (42 dagen) in de crisisopvang mogen verblijven, met maximaal 1 verlenging van 6 weken (totaal 84 dagen). Gemiddeld verbleven jongeren 64 dagen in de crisisopvang. Negen jongeren verbleven meer dan 84 dagen in de crisisopvang (gemiddeld 104 dagen). De reden hiervoor is dat er voor hen niet direct een passende vervolgplek beschikbaar was en deze jongeren dus langer in de crisisopvang verbleven. De crisisbedden waren continu bezet, waardoor een jongere na aanmelding soms moest wachten op een plek. De gemiddelde wachttijd bedroeg 6 dagen. Uitgangspunt is dat jongeren niet op straat slapen. Bij gebrek aan een crisisbed werden jongeren soms tijdelijk in een hotel geplaatst. Ten opzichte van de tweede helft van 2020 is de wachttijd met 3 dagen toegenomen. Een wachttijd mag niet te groot zijn, maar een gemiddelde wachttijd van 6 dagen is voor een jongere te overzien. De meeste jongeren vinden in deze periode nog een slaapplek bij familie of vrienden. En als dit niet lukt, zorgen we voor een hotelplaatsing. Reden voor de wachttijd is de soms moeizame doorstroom van de crisisopvang naar een passende vervolgplek. Middels de plaatsingscommissie en de actietafel wordt samen met de zorgaanbieders hard gewerkt om de doorstroom zo goed mogelijk te houden.

Dit lukt over het algemeen goed, gezien de relatief lage gemiddelde verblijfsduur van jongeren. Tegelijk wordt gekeken naar de uitbreiding van vervolgplekken en het uitbreiden van Project 010. Tenslotte zijn in augustus twee Time-out plekken gerealiseerd, waar jongeren worden opgevangen en gescreend die vanwege hun zware problematiek niet opgevangen kunnen worden in de crisisopvang. Volwassenen in crisisopvang huiselijk geweld

Figuur 7.4 Aantal unieke cliënten per maand in de crisisopvang 2019/2021

In Rotterdam zijn 40 crisisopvangplaatsen voor volwassen slachtoffers van huiselijk geweld. In de eerste helft van 2021 zijn 105 nieuwe cliënten (met en zonder kinderen) ingestroomd. In de tweede helft van 2020 waren dit er 112, een gebruikelijk aantal na een iets achterblijvende instroom in de eerste helft van 2020, als gevolg van de coronacrisis. Het niveau van de instroom in de eerste helft van 2021 is iets lager dan de tweede helft van 2020, maar nog steeds gebruikelijk te noemen.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

48 van 50

7.2.3 Verblijfsduur in beschikbaarheidsvoorzieningen Indien een cliënt gedurende een half jaar meer dan 90 nachten gebruik heeft gemaakt van de nachtopvang is sprake van langdurig gebruik (langslaper).

Figuur 7.5 Percentage cliënten dat langdurig gebruik maakt van de nachtopvang per maand 2019-2021

In de eerste helft van 2021 is gemiddeld 52% van de volwassenen een langslaper. In vergelijking met dezelfde periode in 2019 (39%) en 2020 (40%) is dit een stijging. De toename in het aandeel langslapers is gestart met name sinds de start van de Corona crisis. Sinds het begin van 2021 neemt dit percentage langzaam af dankzij de operatie versnelde uitstroom uit de opvang waarbij 100 daklozen aan een (eigen) woning geholpen.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

49 van 50

7.2.4 Buitenslapers

Figuur 7.6 Aantal buitenslapers per maand 2019/2021

Op basis van een signaallijst van veldwerkers wordt een inschatting gemaakt van het aantal mensen dat buiten slaapt (of in een niet voor bewoning geschikte plek). Het gaat hierbij zowel om min of meer structurele buitenslapers, als om mensen die de veldwerkers incidenteel zien. Veldwerkers van Stichting Ontmoeting gaan dagelijks de straat op om contact te zoeken met buitenslapers en mensen die marginaal gehuisvest zijn. Door het werk van de veldwerkers en contacten met andere partijen ontstaat een beeld van het aantal buitenslapers. Maandelijks wordt een overzicht aangeleverd van de buitenslapers die de betreffende maand zeer waarschijnlijk een of meer nachten buiten sliepen. In 2020 is als gevolg van de Corona-uitbraak en de oproep vanuit het Rijk om iedereen op de vangen een noodopvang geopend voor buitenslapers en niet-rechthebbende daklozen. In deze periode, april tot en met juni, zijn alle slapers in deze noodopvang geregistreerd als buitenslaper, dus ook mensen die niet eerder op straat zijn aangetroffen. Daarnaast verliep in deze periode de instroom van nieuwe CO-pashouders via de noodopvang. Als gevolg hiervan laten de cijfers in de maanden april, mei en juni (ten onrechte) een flinke toename zien. Als gevolg van het Coronavirus was conform de landelijke richtlijn in de periode van eind 2020 tot 1 juni 2021 noodopvang voor alle daklozen wederom geopend.

In deze maanden zijn als buitenslaper enkel de mensen meegeteld die daadwerkelijk buiten zijn aangetroffen. Dit verklaart waarom de cijfers van de buitenslapers in deze periode lager uitvallen. Conform de landelijke richtlijn is de maatregel om iedereen op de vangen per 1 juni komen te vervallen, waardoor er geen noodopvang meer geboden wordt. Dit verklaart de toename in de aantallen buitenslapers in de maand juni. Dankzij de inzet van veldwerk is het gelukt om in de eerste zes maanden van 2021 meer dan 150 buitenslapende EU-migranten naar werk of terugkeer naar het land van herkomst te begeleiden.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

50 van 50

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=766644ef-5b6c-4a98-82dc-399c344487f2