CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

[21bb015042] Bijlage behorende bij 21bb15040 over raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp eerste helft 2021

Commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport (2022 - 2026) 24 augustus 2022, gemeente RotterdamBij agendapunt: Daarbij betrekken16.829 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Raadsmonitor over het Rotterdamse stelsel van welzijn, zorg en jeugdhulp eerste half jaar 2021

Inhoudsopgave 1

Samenvatting

4

2

Zorg en welzijn in Rotterdam

7

2.1

Rotterdamse context

11

2.1.1

Algemene monitors in het sociale domein

11

2.1.2

Contextindicatoren samengevat

12

3

Wijknetwerk

13

3.1

De bedoeling van het wijknetwerk

13

3.2

Hoe gaat het met welzijn?

13

3.2.1

Voortgang 2021

14

3.2.2

Publieksreacties

17

4

Toegang

18

4.1

De bedoeling van de toegang

18

4.2

Hoe gaat het met de toegang?

18

4.2.1

Aantallen bezoekers per loket/meldpunt

18

4.2.2

Doorlooptijd

21

4.2.3

Publieksreacties

22

5

Wijkteams

23

5.1

De bedoeling van de wijkteams

23

5.2

Hoe gaat het met de wijkteams?

23

5.2.1

Dienstverlening tijdens de corona pandemie

23

5.2.2

Instroom

24

5.2.3

Actieve casussen

25

5.2.4

Uitstroom

27

5.2.5

Publieksreacties

28

6

Specialistische hulp/ tweedelijns ondersteuning

29

6.1

De bedoeling van de specialistische hulp / tweedelijns ondersteuning?

29

6.2

Hoe gaat het met de specialistische hulp / tweedelijns ondersteuning?

29

6.3

Instroom

30

6.4

Huidig cliëntenbestand

34

6.5

Financieel beeld

39

6.6

Wachttijden

39

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

2 van 50

6.7

Vervolg na indicatie

40

7

Beschikbaarheidsvoorzieningen

45

7.1

De bedoeling van beschikbaarheidsvoorzieningen

45

7.2

Huidige stand

45

7.2.1

Aantal toegekende CO-passen

45

7.2.2

Capaciteit en bezettingsgraad

46

7.2.3

Verblijfsduur in beschikbaarheidsvoorzieningen

49

7.2.4

Buitenslapers

50

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

3 van 50

1

Samenvatting

Voor u ligt de zevende raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp. De raadsmonitor is een hulpmiddel voor de gemeenteraad om de werking van het stelsel van welzijn, zorg en jeugdhulp in Rotterdam te kunnen volgen. Deze raadsmonitor toont de cijfers de eerste helft van 2021 bij de verschillende onderdelen van zorg en ondersteuning in Rotterdam. De raadsmonitor toont de breedte qua activiteiten en doelgroepen waarin welzijn en zorg actief is. We vergelijken, waar mogelijk, deze cijfers met de cijfers van 2019 en 2020. De effecten van het herstel na het opheffen van de meeste coronamaatregelen zijn waarneembaar in de cijfers. Zo zien we het aantal jeugdigen met een dyslexiebehandeling weer op het oude niveau komen. Het aantal jeugdigen in het perceel ‘Ambulante hulpverlening in de thuissituatie’ nam in de eerste helft van 2021 behoorlijk toe. Jeugdigen hadden het zwaar tijdens de pandemie en de onzekerheid die deze crisis met zich meebracht. Om deze jeugdigen zo snel mogelijk te helpen stelden we extra middelen beschikbaar, het is goed om te zien dat dit effect heeft. Ook de komende tijd blijven we inzetten op meer plekken. Het aantal contactmomenten bij de VraagWijzer is in 2020 afgenomen en in het 1e half jaar van 2021 weer toegenomen, maar nog niet op het niveau van voor de Covid-19 pandemie.

Door Corona konden de spreekuren op locaties in de wijken het grootste deel van 2020 en ook in het 1e half jaar van 2021 geen doorgang vinden. Telefonisch contact is daardoor belangrijk geworden. Bij volwassenen zien de wijkteams in de eerste helft van 2021 een daling in de instroom. Dit schrijven we toe aan de coronapandemie, waardoor er hier minder hulp gevraagd werd. Het is goed om te zien dat het aantal aanmeldingen vanuit het netwerk en de loketten inmiddels weer toeneemt. Deze zijn echter nog niet allemaal op het niveau van vóór de pandemie. Bij jeugd constateren de wijkteams een stijging in de instroom ten opzichte van de tweede helft van 2020. Gelet op die huidige instroom bij jeugd is de verwachting dat deze het komende half jaar verder toe zal nemen nu de samenleving zich weer opent en jongeren weer zichtbaar worden doordat zij weer functioneren binnen de sociale context van school, vrienden etc. We menen in de ontwikkeling van de cijfers de invloed te zien van het gevoerde beleid, maatschappelijke ontwikkelingen (als de groei van de Rotterdamse bevolking en van de vergrijzing) en van landelijk beleid zoals het abonnementstarief voor de eigen bijdrage voor Wmomaatwerkvoorzieningen. De instroom van cliënten van tweedelijns Wmo-ondersteuning groeit bijvoorbeeld gestaag. Nieuwe cliënten blijken vooral te behoren tot de cliëntgroep Ouderen/Somatiek en GGZ extramuraal.

Bij de jeugdhulp zien we een groei van het aantal cliënten dat gebruik maakt van de basis-GGZ, hiermee willen we voorkomen dat zwaardere hulp nodig is. De beweging naar voren, dichterbij de gezinnen, is gaande, maar ondertussen is de druk op de gespecialiseerde jeugdhulp nog niet minder. Terwijl dat ons doel is: door eerder en dichterbij in gezinnen te ondersteunen willen we bereiken dat meer kinderen veilig en kansrijk opgroeien en niet in de problemen komen. Dat betekent concreet dat we inzetten op voorkomen van problemen door vroegtijdig te signaleren en te ondersteunen. Een voorbeeld om hulp sneller en dichter bij gezinnen in te zetten zijn de IBT (Intensieve Behandeling Thuis) -teams. Het IBT team biedt hulp indien de cliënt door psychiatrische problemen in crisis is of dreigt te raken en er een opname indicatie is. Het IBT voorkomt en verkort een (vrijwillige) opname door een kortdurende, intensieve behandeling thuis. Een andere inzet betreft het project FACT. De hulpverleners zoeken de jongeren actief op, waar ze ook verblijven. De contacten vinden plaats in de directe omgeving van de jongere. Dat kan thuis zijn, raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

4 van 50

maar ook op straat of op school. We zien in de eerste helft 2021 het aantal jeugdigen bij het perceel ‘opname bed & behandeling’ met 10% afnemen vergeleken met 2019. Deze afname is de beweging die we voor ogen hebben door meer vroegtijdig hulp in te zetten om verblijfzorg te voorkomen. De raadsmonitor laat zien op welke wijze de burgers in contact komen met de zorg. Zo blijkt dat in de eerste helft van 2021 ruim 86.000 keer contact was met het CJG, en in de eerste helft van 2020 ruim 74.000 keer. Vooral het aantal digitale contacten is sinds vorig jaar gestegen, waarschijnlijk als gevolg van de Corona pandemie. Met de VraagWijzer namen ruim 70.000 klanten contact op in de eerste helft van 2021, tegenover bijna 65.000 in de eerste helft van 2020. De vragen waarvoor Rotterdammers contact opnemen met de VraagWijzer zijn divers van aard. De VraagWijzer beantwoordt deze of er kan aanleiding zijn voor verder onderzoek, dan wordt het een melding. Deze melding wordt afgehandeld door de VraagWijzer of doorgeleid naar het wijkteam. In de eerste helft van 2021 had de VraagWijzer ruim 16.500 meldingen, in dezelfde periode 2020 ruim 15.500. Bij Centraal Onthaal Volwassenen (inclusief Gezinnen) waren er in de eerste helft van 2021 ongeveer 1.200 meldingen, terwijl dit aantal een jaar eerder bijna 1.350 was.

Financieel beeld Onderstaande tabel biedt inzicht in het financiële beeld voor het Rotterdamse zorgdomein. Hiervoor is in de bijgestelde begroting 2021 een bedrag van € 773,3 mln opgenomen, als saldo van lasten en baten (exclusief reserves). De begroting 2021 bevat circa € 7,5 mln (in de begroting 2020 was dit € 16,3 mln) aan tijdelijke middelen (beschikbaar gesteld bij de Voorjaarsnota 2017 en het coalitieakkoord 2018-2022). Met ingang van 2020 is afgestapt van deze dalende begroting, omdat de eerder verwachte afname van de zorguitgaven na de decentralisaties onrealistisch bleek. Rekening houdend met de demografische en maatschappelijke ontwikkelingen zoals die in het eerste kwartaal van 2021 bekend waren én de gesignaleerde toename van uitgaven voor de ondersteuning, is de verwachting dat het aantal cliënten en de uitgaven voor zorg, welzijn en jeugdhulp structureel op een hoger niveau blijven dan eerder werd voorzien. Het college heeft gekozen voor een realistische begroting die past bij deze ontwikkelingen. Met de hierboven geschetste omslag in de meerjarenfinanciering van zorg, welzijn en jeugdhulp zet het college een stabiele aanpak neer voor de komende jaren.

In dit kader heeft het college bij de Begroting 2021 én de Voorjaarsnota 2021 in totaal circa € 87,1 mln beschikbaar gesteld om de begroting aan te laten sluiten op de verwachte uitgaven voor zorg, welzijn en jeugd (Begroting 2021: € 67,6 mln, Voorjaarsnota 2021: € 19,5 mln).

Taakvelden (netto lasten exclusief reserves)

1

Jaarrekening 2020

Begroting 2021 (na 2e herziening)

6.1 Samenkracht en burgerparticipatie1

€ 79,3

€ 85,3

6.2 Wijkteams en Wmo-loketten

€ 105,8

€ 104,4

6.6 Maatwerkvoorzieningen

€ 11,7

€ 13,3

6.71a Maatwerkdienstverlening 18+ - Wmo

€ 200,2

€ 210,8

Van dit taakveld betreft het dat deel van activiteiten dat gericht is op zorg, welzijn en jeugdhulp, waaronder Nieuw Rotterdams Welzijn, uitvoeringsprogramma ‘Rotterdam, ouder en wijzer’, programma ‘Elke jongere telt’ en ‘Kansrijk opgroeien’.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

5 van 50

6.72 Maatwerkdienstverlening 18-

€ 44,8

€ 54,7

6.81 Geëscaleerde zorg 18+

€ 145,0

€ 134,0

6.82 Geëscaleerde zorg 18-

€ 130,4

€ 133,1

7.1 Volksgezondheid

€ 28,4

€ 37,7

Totaal

€ 745,7

€ 773,3

Bedragen x € 1 mln

Voor een toelichting verwijzen wij u naar de begroting 2021 en de voorjaarsnota 2021 en 2e herziening 2021 Leeswijzer Hoofdstuk twee van de raadsmonitor bevat een beschrijving van het stelsel van welzijn, zorg en jeugdhulp in Rotterdam. In dit hoofdstuk staan ook verwijzingen naar verschillende monitors waarin u uitgebreidere informatie vindt over het betreffende onderwerp en een aantal indicatoren die relevant zijn voor de context waarin welzijn, zorg en jeugdhulp in Rotterdam wordt uitgevoerd. In de hoofdstukken drie tot en met zeven wordt achtereenvolgens informatie gegeven over het wijknetwerk, de toegang, de wijkteams, specialistische hulp en beschikbaarheidsvoorzieningen zoals de nachtopvang.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

6 van 50

2

Zorg en welzijn in Rotterdam

De tekst in dit hoofdstuk is grotendeels gelijk aan de vorige versies van de raadsmonitor, omdat het stelsel afgelopen half jaar niet significant veranderd is. Een aantal contextindicatoren in paragraaf 2.1.2 is herzien, voor zover er recentere informatie beschikbaar was. In Rotterdam kijken we naar elkaar om. We bouwen samen – Rotterdammers, zorgverleners en gemeente - aan een stelsel waarvan we met zijn allen de ruggengraat zijn. Zo brengen we de menselijke maat in de zorg en de zorg in de wijk. We maken de zorg minder bureaucratisch door op de professionals in welzijn, zorg en jeugdhulp te vertrouwen. We stimuleren de professional oog te hebben voor het netwerk om de cliënt heen. Waar mogelijk zorgen mensen samen met hun netwerk voor passende oplossingen, zonder daarbij de mogelijkheden van het netwerk te overschatten. Onze kinderen moeten veilig, gezond en kansrijk kunnen opgroeien en onze ouderen krijgen de aandacht die zij verdienen. We vinden het belangrijk dat Rotterdammers een duurzaam bestaan kunnen opbouwen, waarbij ze in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien en regie hebben over hun eigen leven. Tegelijkertijd zijn we ons ervan bewust dat (volledige) zelfredzaamheid niet voor iedereen haalbaar is. Daarom zetten we in op het bevorderen van zelfredzaamheid en eigen regie daar waar dat kan en ondersteunen we waar dat nodig is.

De gemeente is sinds 2015 verantwoordelijk voor hulp en ondersteuning aan Rotterdammers in het kader van de Wmo 2015, de Jeugdwet en de Participatiewet. Deze wetten willen zoveel mogelijk Rotterdammers in staat stellen om op eigen kracht op te groeien en deel te nemen aan de samenleving. Waar nodig zetten we daarbij professionele, deskundige hulp en begeleiding in. De gemeente Rotterdam greep de kansen die de decentralisaties boden aan om per 1 januari 2015 de zorg, hulp en ondersteuning voor Rotterdammers dichtbij te organiseren, in de eigen buurt of wijk. Er zijn verspreid over de stad VraagWijzers en Centra voor Jeugd en Gezin (CJG). Mensen kunnen hier terecht voor informatie en vragen voor hulp en ondersteuning. Ook de Huizen van de Wijk bieden een belangrijke ingang voor vragen van mensen. Voor jongeren en volwassenen zonder vaste woon- of verblijfplaats en (O)GGZ problematiek zijn er stedelijke loketten (Centraal Onthaal en het Centraal Onthaal Jongeren). Voor meldingen en advies over situaties rond huiselijk geweld en kindermishandeling is het meldpunt Veilig Thuis Rotterdam Rijnmond. Professionals van deze loketten en meldpunten geven informatie en advies en verhelderen de vraag. Zij denken met bewoners mee en verkennen de mogelijkheden om binnen het eigen netwerk of het wijknetwerk een oplossing te vinden.

Zij verwijzen of zetten de vraag door naar professionele ondersteuning. Waar nodig grijpen zij in. Het wijknetwerk en de wijkprogrammering bieden voor veel Rotterdammers een eerste mogelijkheid om hulpvragen kenbaar te maken, maar ook voor ontmoeting en het komen tot sociale netwerken. Het versterken van netwerken en het (preventief) welzijnsaanbod in de wijken hangen voor jeugd en volwassenen met elkaar samen en zijn onderdeel van het Nieuw Rotterdams Welzijn (NRW). Een sterk wijknetwerk en welzijnsaanbod, waaronder de Huizen van de Wijk, draagt bij aan de zelf- en samenredzaamheid van Rotterdammers en aan een kansrijke, veilige buurt en opvoedomgeving raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

7 van 50

voor kinderen en jongeren. De wijkteammedewerkers in de 43 wijken zijn de spil in het speelveld van het wijknetwerk, verschillende vormen van hulpverlening, ondersteuning en waar nodig specialistische hulp. Elke wijk in Rotterdam heeft een eigen wijkteam. Het wijkteam kent de eigen wijk goed: de problemen, maar ook de oplossingen. In het wijkteam zitten verschillende hulpverleners. Ze weten bijvoorbeeld veel over jeugdhulp en hulp bij opvoeden, financiën en schulden, volwassenen en kinderen met een beperking, huiselijk geweld, geestelijke gezondheidszorg en ouderen. Het wijkteam gaat met Rotterdammers aan de slag om hun regie op het eigen leven (weer) te helpen versterken. Als er voor jeugdigen en hun ouders hulp nodig is die het wijkteam zelf niet kan bieden, onderzoekt het wijkteam samen met de cliënt wat er aan de hand is, welk resultaat er behaald moet worden en welke gecontracteerde aanbieder deze hulp het beste kan uitvoeren. Voor inkoop van de tweedelijns Jeugdhulp werkt de gemeente Rotterdam samen met de omliggende gemeenten (Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond). Een deel van de ondersteuning koopt de gemeente ook zelfstandig in. Voor volwassenen die langdurige professionele ondersteuning nodig hebben kan de VraagWijzer (al dan niet na kortdurende inzet van het wijkteam) of het wijkteam doorverwijzen naar een Wmomaatwerkvoorziening.

De professionele ondersteuning aan Rotterdammers in het kader van de Wmo en de Jeugdwet is gericht op het vergroten van zelfredzaamheid, samenredzaamheid en de eigen regie op het leven. Die Rotterdammers maken gebruik van de netwerken van bewoners, het wijknetwerk en het welzijnsaanbod. De gecontracteerde aanbieders bieden professionele ondersteuning (zorg in natura) of cliënten organiseren zelf de zorg via een persoonsgebonden budget (pgb). Bij de laatste vorm van ondersteuning zien we erop toe dat een cliënt of zijn vertegenwoordiger de verantwoordelijkheden die een pgb vraagt, op zich kan nemen. Tevens is er een toets of de voorgestelde invulling van de ondersteuning past bij de ondersteuningsbehoefte. De gemeente biedt daarnaast voorzieningen aan zoals nachtopvang en crisisopvang. Op de volgende pagina is een schematisch overzicht opgenomen van het stelsel van zorg en welzijn in Rotterdam. In 2020 heeft uw raad het Beleidsplan Maatschappelijke Ondersteuning en Jeugdhulp 2021-2026 ‘Heel de Stad’ ontvangen (21bb1119)2. In het plan staat beschreven hoe Rotterdam in de periode 2021-2026 ervoor zorgt dat tijdige en passende hulp en ondersteuning beschikbaar blijft voor inwoners die dat nodig hebben. Het vormt daarmee onder andere het kader voor het opdrachtgeverschap en de inkooptrajecten die we daarvoor nu of in de nabije toekomst gaan opstarten.

2 https://rotterdam.raadsinformatie.nl/document/9675711/2/21bb1119

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

8 van 50

In het landelijke stelsel van zorg en welzijn spelen nog twee andere wetten een belangrijke rol: de Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz). Medisch-geneeskundige, paramedische en verpleegkundige hulp en behandeling valt onder de Zvw. Deze wordt gecontracteerd door de zorgverzekeraars. Ook persoonlijke verzorging en verpleging in de thuissituatie is onderdeel van de Aanspraak wijkverpleging binnen de Zvw. Voor jeugdigen vallen de GGZ-behandeling en gespecialiseerde zorg (Jeugd met beperking, Jeugd ggz) onder de Jeugdwet. Wie permanent 24 uurs zorg in de nabijheid nodig heeft, kan voor zorg in een instelling of thuis een beroep doen op de Wlz. In de uitvoering en afbakening van deze wetten zijn er in de praktijk grensvlakken. Landelijk loopt hierover een aantal discussies. De gemeente Rotterdam werkt samen met zorgverzekeraars Zilveren Kruis en VGZ om de grensvlakken goed in beeld te krijgen en een goede afstemming te realiseren van de indicering en de inzet van behandeling en ondersteuning in de thuissituatie. De ontwikkelingen op het gebied van de (grensvlakken met) andere segmenten maken geen onderdeel uit van deze monitor. Als hier relevante ontwikkelingen te melden zijn, nemen wij dit op in de bestuurlijke informatie over programma’s en/of begrotingscyclus.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

9 van 50

Figuur 2.1. Schematische weergave van het stelsel van zorg en welzijn in Rotterdam

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

10 van 50

2.1 Rotterdamse context Er zijn al veel gegevens bekend over Rotterdammers. Om deze raadsmonitor hanteerbaar te houden nemen we deze niet allemaal op. In paragraaf 2.1.1. vindt u een overzicht van een aantal algemene monitors waar u verdere informatie vindt. In paragraaf 2.1.2 staan een aantal indicatoren die relevant zijn voor de context waarbinnen we zorg, welzijn en jeugdhulp in Rotterdam organiseren. 2.1.1 Algemene monitors in het sociale domein Op het gebied van welzijn, zorg en jeugdhulp zijn er verschillende monitors die jaarlijks, tweejaarlijks of vierjaarlijks uitkomen. Deze bevatten op verschillende onderwerpen meer of verdiepende informatie. Omnibusenquête: Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2020. Resultaten uit de Omnibusenquête 2020 (onderzoek010.nl) Mantelzorgers in Rotterdammers 2007 - 2020 (onderzoek010.nl) Deze enquête onder Rotterdammers van 16 t/m 85 jaar die naar eigen keuze, schriftelijk dan wel via internet, kan worden ingevuld. Komt eens per jaar uit. Monitor Sociaal Domein (landelijk): https://www.waarstaatjegemeente.nl/dashboard/GemeentelijkeMonitor-Sociaal-Domein--c635881125744245959/ Deze landelijke monitor geeft een beeld van de situatie van het sociaal domein in de verschillende gemeenten. Het biedt vergelijkingsmogelijkheden met het landelijk beeld of andere gemeenten. Komt eens per twee jaar uit.

Wijkprofiel: Wijkprofiel Rotterdam Met het wijkprofiel kan een samenhangend beeld worden gevormd van de feitelijke en door bewoners beleefde situatie over de veiligheid en de sociale en fysieke staat van de wijken. Komt om de twee jaar uit. Gezondheidsmonitor GGD: GGD Rotterdam-Rijnmond | Gezondheidsmonitor De monitor geeft inzicht in de gezondheid, het welzijn en de leefstijl van volwassen Rotterdammers. Verschijnt normaal gesproken eens per vier jaar. Vanwege de COVID-pandemie is er een extra meting in 2022. Staat van de Jeugd: https://www.rotterdam.nl/werken-leren/staat-van-de-jeugd/ De staat van de Jeugd geeft een beeld van de ontwikkeling van de Rotterdamse Jeugd. Verschijnt jaarlijks.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

11 van 50

2.1.2 Contextindicatoren samengevat Demografische informatie Aantal Rotterdammers tot 18 jaar Aantal Rotterdammers tot 27 jaar Aantal Rotterdammers van 18 tot 75 jaar Aantal Rotterdammers 75 jaar en ouder Totaal aantal Rotterdammers Informele zorg en eenzaamheid

Aantal mantelzorgers aantal en % zwaar- en overbelaste mantelzorgers aantal en % overbelaste mantelzorgers Aantal vrijwilligers 13-75 jaar - waarvan in ongeorganiseerd verband - waarvan in georganiseerd verband % eenzame oudere Rotterdammers Sociaal emotionele gezondheid Rotterdamse jongeren % jeugdigen in 1e klas VO met een zorgelijke score op de vragenlijst voor psychosociale problemen % kinderen in groep 2 basisonderwijs met een zorgelijke score op de vragenlijst voor psychosociale problemen Ervaren gezondheid en regie % Rotterdammers dat de gezondheid als (zeer) goed ervaart % Rotterdammers dat aangeeft voldoende regie te hebben over het eigen leven (vragenset omvat meerdere stellingen) Overige informatie Aantal bijstandsuitkeringen % Rotterdammers dat aangeeft met het huishoudinkomen (zeer) moeilijk rond te kunnen komen

2021 120.945 223.7163 485.868 44.256 651.069 De cijfers over mantelzorg en vrijwilligers komen uit de Omnibusenquête 2020, meting eerste half jaar 2020 81.000 6.000 (7%) 3.000 (4%) 250.000 175.000 190.000 53% (gezondheidsmonitor 2020) Deze cijfers komen uit de Staat van de Jeugd 2020 28,1% 11,5% Deze cijfers zijn afkomstig uit de gezondheidsmonitor 2020 18-23 jarigen: 87% 24-64 jarigen: 80% 65 jaar en ouder: 63% 18-23 jarigen: 93% 24-64 jarigen: 91% 65 jaar en ouder: 85% 36.324 (stand 30 juni 2021) 15% (wijkprofiel peiljaar 2019)

Deze categorie wordt buiten beschouwing gelaten bij de optelling voor het totaal aantal Rotterdammers om dubbeltellingen te voorkomen. 3

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

12 van 50

3

Wijknetwerk

3.1 De bedoeling van het wijknetwerk Rotterdam gaat uit van de kracht van Rotterdammers, van wat zij wél kunnen en van hun drive om dingen mogelijk maken, zonder daarbij de eigen oplossingsmogelijkheden te overschatten. Dat doet de gemeente uit de overtuiging dat zorg, hulp en ondersteuning effectiever is als die in de eigen omgeving van Rotterdammers geworteld is. Het gaat om bewoners en professionals die hun wortels hebben in de wijk en die actief werken aan ‘samen leven’ en naar elkaar omkijken. Het wijknetwerk bestaat uit allerlei organisaties en hun initiatieven, zoals scholen, sportverenigingen, vrijwilligers, levensbeschouwelijke organisaties, sociaal ondernemers, maar ook de VraagWijzers, de Centra voor Jeugd en Gezin (CJG) en de stedelijke loketten. Het is van groot belang dat zij elkaar op wijkniveau kennen en actief opzoeken. Het CJG ziet alle jeugdigen en biedt reguliere en zo nodig extra contactmomenten. Samen met Welzijn hebben zij de taak om de samenwerking in het wijknetwerk vorm te geven. Een sterk wijknetwerk draagt bij aan preventief werken, eerder en sneller signaleren en vergroting van het sociaal netwerk. Dit gebeurt in aanvulling op het aanbod van zwaardere hulp en ondersteuning. Het wijknetwerk betreft een breed scala aan activiteiten en initiatieven. Een deel hiervan vindt plaats in opdracht van of met financiering van de gemeente.

Dit hoofdstuk zoomt vooral in op welzijn.

3.2 Hoe gaat het met welzijn? Welzijn vervult vier functies, te weten: 1. (Vroeg)Signaleren Tijdig signaleren en het tijdig inzetten van interventies is geboden om erger te voorkomen. De focus van preventie richt zich op ouderen en met het CJG op jeugd vanuit het opvoedmilieu, vrije tijd en de straat. 2. Het aanjagen van de eigen kracht en talenten van bewoners (jeugd en volwassenen) Initiatieven van bewoners faciliteren en stimuleren. Jongeren uitdagen om invloed uit te oefenen op hun directe leefomgeving (talentontwikkeling). Het aanbieden van professionele ondersteuning, indien nodig. Talenten van kinderen ontwikkelen en hun leefwereld vergroten door hen te prikkelen en te stimuleren, zodat hun zelfvertrouwen en motivatie groeien. 3. Activering & participatie Maatschappelijke participatie en contacten met anderen zijn essentieel voor alle Rotterdammers. Welzijn organiseert participatie-, stage- en werk-leerplekken voor bewoners (jeugd en volwassenen, met een uitkering).

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

13 van 50

4. Ondersteuning & dienstverlening Welzijn werkt complementair aan de VraagWijzer, CJG, stedelijke loketten en de wijkteams. Aanbod is daar waar het kan collectief, en daar waar nodig individueel. De wijze waarop welzijn invulling geeft aan de ondersteuning van Rotterdammers in hun directe omgeving is tweeledig. Uitgangspunt is de ondersteuning zo dichtbij mogelijk te organiseren, in de wijken en buurten van de stad. Dat gebeurt door de welzijnspartijen die van de gemeente de opdracht hebben gekregen om het welzijn binnen de 4 beschreven functies in een gebied uit te voeren. Zij werken daarbij onder andere aan verschillende stedelijke uitvoeringsdoelen (zie 3.2.1). Daarnaast zijn er in ieder gebied vele lokale initiatieven die met gebruikmaking van vele vrijwilligers zich inzetten voor de bewoners in het gebied/de wijk. Een deel van deze organisaties ontvangt in het kader van Couleur Locale subsidie van de gemeente. Er zijn ook voorzieningen op stedelijk niveau (stedelijk welzijn) die niet gebiedsgericht georganiseerd zijn, maar waar de dienstverlening wel gericht is op de Rotterdammer of groepen Rotterdammers. Voorbeelden daarvan zijn de ondersteuningsstructuur voor vrijwilligersorganisaties en mantelzorg, Rotterdammers voor elkaar/ Zorgzaam 010 (online matchings-instrument op het gebied van vrijwilligerswerk) en Opzoomer Mee.

3.2.1 Voortgang 2021 We sluiten voor het welzijn aan bij de prestaties die in de opdrachten en subsidies zijn opgenomen. Stedelijke

Inzet welzijnspartijen

uitvoeringsdoelen Huisbezoeken 75+

Aantal bezochte 75+ers

2e half jaar

1e half jaar

2e half jaar

1e half jaar

2019

2020

2020

2021

2.760

460

617

365

637

146

622

506

784

600

688

606

40.867

36.2574

32.525

33.207

19.796

23.877

25.476

27.040

Doorverwijzingen 75+ huisbezoeken naar: wijkteam/wijknetwerk/ Vraagwijzer Preventieve

Aantal Rotterdammers

dagbesteding, Huizen

dat deelnam aan

van de Wijk plus

preventieve dagbesteding in de Huizen van de wijk plus.

Centrum voor Jeugd en Gezin Contactmomenten

Dit betreft het aantal

jeugdgezondheidszorg

uitgevoerde standaard contactmomenten.

Extra contactmomenten

Dit betreft het aantal

jeugdgezondheidszorg

uitgevoerde extra contactmomenten (bovenop de standaard contactmomenten).

In de eerder gerapporteerde aantallen over het eerste halfjaar 2020 heeft het CJG een correctie moeten toepassen. Abusievelijk zijn over het eerste halfjaar niet de aantallen contactmomenten opgevoerd die uitgevoerd waren in de periode januari tot en met juni maar in de afgelopen 12 maanden voor de kinderen 0 tot 4 jaar en voor het afgelopen schooljaar voor de jongeren 4 tot 18 jaar. 4

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

14 van 50

Doelen Stedelijk

2e half jaar

1e half jaar

2e half jaar

1e half jaar

Welzijn

2019

2020

2020

2021

Rotterdammers voor

Aantal inwoners dat

elkaar

gebruik heeft gemaakt van Rotterdammers voor

Opgegaan 6.355

7.770

in Zorgzaam

elkaar. Zorgzaam010

010

Aantal Rotterdammers

20.044

met een actief profiel

(gemeten 30 juni 2021)

Opzoomer Mee

Aantal Opzoomer straten Aantal Lief en Leed straten.

1.837

2.150

2.503

1.795

731

973

965

956

Tabel 3.1 Overzicht van verschillende prestaties van (stedelijk) welzijn en het CJG

Huisbezoeken 75+ De huisbezoeken 75+ hebben als gevolg van het COVID-19 virus maar in beperkte mate plaatsgevonden. Er heerst zowel bij ouderen als vrijwilligers angst om bezoek te ontvangen cg een huisbezoek af te leggen. Dat verklaart de lage aantallen als je die vergelijkt met 2019. In de loop van 2021 is een alternatieve vorm van huisbezoek ontwikkeld, te weten de gesprekken met ouderen aan de voordeur. Dat wordt gedaan aan de hand van een korte vragenlijst (5 vragen) die door alle welzijnspartijen wordt gebruikt. In 2021 is aan de welzijnspartijen gevraagd deze gesprekken aan de voordeur ook te registreren. In de eerste 6 maanden van 2021 hebben er in totaal 2.379 gesprekken aan de voordeur plaatsgevonden. De informatie uit deze gesprekken is verzameld en verwerkt. De gesprekken aan de voordeur hebben er mede toe geleid dat het aantal doorverwijzingen in de 1e helft van dit jaar flink hoger is als je die vergelijkt met het eerste halfjaar van 2020. Het aantal is wel iets lager dan de 2de helft van 2020. Ook toen zijn in alle gebieden al gesprekken aan de voordeur gehouden, die mede hebben geleid tot de nodige doorverwijzingen. In de eerste maanden van 2021 waren de Huizen van de Wijk grotendeels gesloten en konden ouderen maar beperkt worden doorverwezen naar activiteiten.

Preventieve dagbesteding/Huizen van de Wijk plus De preventieve dagbestedingsactiviteiten hebben, ondanks het COVID-19 virus, doorgang kunnen vinden. Het aantal deelnemers is al jaren redelijk stabiel. Zelfredzaam en Kansrijk Jongerenconsulenten van het Regionaal Meld- en Coördinatiecentrum (RMC) screenen alle jongeren die dreigen uitgeschreven te worden of die door de school zijn uitgeschreven. De meldingen komen binnen via de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Gekeken wordt: heeft de jongere een dagbesteding, staat hij/zij in het bevolkingsregister, volgt de jongere onderwijs, woont deze nog in Rotterdam, is de jongere al elders in behandeling voor dakloosheid, werk of uitkering, woont de jongere op een bijzonder adres (opvang e.d.). De jongeren worden van de lijst gehaald als alsnog blijkt dat ze een startkwalificatie, werk, uitkering, hulp, onderwijs of zorg hebben. Jongerenconsulenten RMC zoeken vervolgens contact met alle jongeren die overblijven na de screening. Waar nodig dragen ze jongeren over aan een welzijnspartij. Deze nieuwe werkwijze is in het eerste halfjaar van 2019 ingevoerd en geïmplementeerd. Afgesproken is dat de door het RMC

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

15 van 50

doorverwezen jongeren een intake krijgen bij een welzijnspartij. Als blijkt dat de jongere bij de welzijnsinstelling geholpen kan worden en de inzet van deze instelling ertoe kan leiden dat de jongere meer zelfredzaam dan wel kansrijker kan worden, volgt er een plan van aanpak en een bijbehorend coaching traject, dat door de welzijnspartij wordt uitgevoerd. Als de welzijnspartij de jongere niet verder kan helpen wordt de jongere terug gemeld bij de jongerenconsulent RMC. Dan wordt er opnieuw bekeken hoe de jongere het beste begeleid en/of geholpen kan worden. Het aantal doorverwezen jongeren wordt niet geregistreerd. Contactmomenten jeugdgezondheidszorg De aard van de contacten is voor een groot deel vergelijkbaar met het voorafgaande jaar namelijk: informatie en voorlichting, vaccinatie en opvoedings-/gezondheidsvragen. De afgelopen periode zijn de zorgsignalen tijdens de contactmomenten toegenomen. Het aantal contactmomenten over het eerste halfjaar 2021 is bovendien weer hoger dan over het tweede halfjaar 2020. Twee contactmomenten (4 en 6 maanden) zijn vanuit inhoudelijke argumenten samengevoegd tot één contactmoment (5 maanden). Ingegeven door de corona-maatregelen zijn in de peuterleeftijd twee contactmomenten (2- en 3-jaar) samengevoegd tot één peutercontactmoment. Er is een toename van het aantal extra contactmomenten.

Als gevolg van de lockdown periodes is er vanaf maart 2020 sprake geweest van een toename van telefonisch contact met klanten. Deze manier van contact heeft het CJG gebruikt om contact te blijven houden en bereikbaar te zijn voor vragen, naast de beperkte fysieke contactmogelijkheden als gevolg van de Corona maatregelen. Zorgzaam010 (voorheen Rotterdammersvoorelkaar) Het aantal Rotterdammers met een actief profiel op Zorgzaam010 wordt vanaf 1 januari 2021 gemeten. Dit is een overgangssituatie; Rotterdammersvoorelkaar was onderdeel van het stedelijk aanbod in het kader van de Informele Zorg en Ondersteuning. Vanaf 1 mei 2020 is er een nieuw online platform voor vrijwilligers, Zorgzaam010. Dit platform is breder van opzet voor zowel Rotterdammers als Informele zorgpartijen. Omdat Rotterdammersvoorelkaar tijdens de eerste lockdown-periode een onderdeel was van de corona-hulplijn, is de naam Rotterdammersvoorelkaar langer in de lucht gebleven. Per 1 juni 2020 is Zorgzaam010 aangevuld met een aanbod van opleidingen en trainingen en advies voor vrijwilligers(organisaties). Per 1 oktober 2020 is Rotterdammers voor elkaar opgegaan in Zorgzaam010. In de vorige raadsmonitor is aangegeven dat vanaf 1 mei 2021 hierover cijfermatig gerapporteerd wordt. Omdat op het nieuwe contract andere Kritische Prestatie Indicatoren zijn afgesproken, is vergelijking met de vorige situatie niet mogelijk.

Opzoomer Mee Het aantal Opzoomerstraten is lager dan in de eerste helft van 2020. Dit komt omdat aan het aanmelden als Opzoomerstraat in 2020 het verstrekken van zogenaamde coronapakketjes was verbonden. Dat heeft tot een enorme toename geleid in 2020. Het aantal straten in 2021 is wel substantieel hoger dan in 2019 en eerdere jaren. Het lijkt erop dat 40 tot 50 procent van de nieuwe straten in 2020 ook in 2021 zich weer als Opzoomerstraat hebben aangemeld. De stijging van het aantal Lief en Leedstraten in 2020 zie je ook weer terug in 2021. Het aantal straten is ongeveer gelijk gebleven.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

16 van 50

3.2.2 Publieksreacties In de vorige raadsmonitor was gemeld dat de cijfers over de klant -en partnertevredenheid over 2020 in de eerste raadsmonitor van 2021 beschikbaar zouden komen. Vanwege de coronacrisis hebben wij in 2020 de tevredenheid van klanten en partners niet gemeten. Een dergelijke meting zou geen reëel beeld geven van de prestaties van welzijn, omdat in 2020 veel activiteiten niet hebben kunnen plaatsvinden. Er wordt nog bekeken of over 2021 een meting kan plaatsvinden.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

17 van 50

4

Toegang

4.1 De bedoeling van de toegang Rotterdammers kunnen met hun vraag voor hulp en ondersteuning terecht bij de VraagWijzer, de stedelijke loketten (Centraal Onthaal Volwassenen, Centraal Onthaal Jongeren en Centraal Onthaal Gezinnen) of bij het Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG). Rotterdammers krijgen hier informatie en advies of worden doorgeleid naar verdere ondersteuning, hulp of zorg. Rotterdammers kunnen natuurlijk ook telefonisch of online bij de gemeente terecht. Rotterdam hanteert dus drie ‘dienstverleningskanalen’ -telefonisch, digitaal, en fysiek – om aan te sluiten bij de behoefte van Rotterdammers. De gemeente optimaliseert deze verschillende dienstverleningskanalen doorlopend.

4.2 Hoe gaat het met de toegang? 4.2.1 Aantallen bezoekers per loket/meldpunt Instroom toegang5

2e half jaar

1e half jaar

2e half jaar

1e half jaar

2019

2020

2020

2021

62.424

62.8556

65.763

73.635

8.735

11.405

13.001

12.894

213

161

208

80.054

64.971

72.877

70.358

16.155

15.507

17.530

16.609

CJG -

aantal telefonische contacten Service & Contact

-

Digitale Contacten Service & Contact

-

Aantal meldingen7

VraagWijzer -

Aantal klanten dat binnenloopt bij of contact opneemt met Vraagwijzer

-

Aantal meldingen

Aantal meldingen Centraal Onthaal

993

Volwassenen (COV) Aantal meldingen Centraal Onthaal

222

Gezinnen (COG) Totaal aantal meldingen COV en COG

1.446

Aantal meldingen Centraal Onthaal Jongeren

Niet

(COJ) Aantal actieve briefadressen wijkteams

beschikbaar 1.346

1.348

1.308

1.215

665

792

1.255

1.613

1.750

1.194

Tabel 4.1. Aantal contacten en meldingen van verschillende loketten

Het aantal meldingen VraagWijzer en COJ is inclusief herindicaties Dit betreft het aantal ‘opgenomen’ telefonische contacten. Het aantal opgenomen contacten geeft een realistischer beeld dan het aantal aangeboden contacten. Voorheen werd op het aantal aangeboden telefoontjes gerapporteerd. 7 Het aantal meldingen geregistreerd door het CJG. 5 6

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

18 van 50

CJG Op het gebied van het call-aanbod is een forse toename te zien ten opzichte van het tweede kwartaal van vorig jaar. Dit heeft waarschijnlijk alles te maken met start van de Corona pandemie vorig jaar en de opvolgende strenge lock-down. Het hoge volume wordt vooral veroorzaakt door veel logistieke en informatieve vragen, dat wil zeggen vragen over de RIVM-vaccinaties, vragen over COVID-19 vaccinaties, vragen over afspraken et cetera. Het aantal digitale contacten ten opzichte van vorig jaar is ongeveer gelijk gebleven. Het CJG houdt bij welk type vragen er gesteld worden en de laatste periode – en nu zeker ook door Corona – zien we een groei in de vragen over de toegang tot hulp. Dit is vermoedelijk toe te schrijven aan de overbruggingszorg (wachtlijsten bij het wijkteam) maar ook aan Corona, waardoor er meer problemen/hulpvragen zijn en er bovendien door de wijzigingen van de dienstverlening van de verschillende partners door Corona veel onduidelijkheid is ontstaan bij wie ze terecht kunnen met hun vragen en hoe ze toegang kunnen krijgen tot hulp. Het CJG registreert ook het aantal meldingen dat wordt gedaan in het wijkteam. Het gaat dan om meldingen vanuit de reguliere en aanvullende contactmomenten JGZ en meldingen die worden gedaan van uit de aanvullende contactmomenten met (ortho)pedagogen.

De instroom van jeugdigen via het CJG is relatief veel lager en daardoor niet te vergelijken met de instroom van volwassenen via de VraagWijzer. De verklaring voor dit lage aantal is dat de Vraagwijzer hét kanaal is voor de meldingen van volwassenen uit het volwassenenwijknetwerk, maar het CJG is niet hét kanaal voor meldingen van jeugd uit het jeugdwijknetwerk, er worden ook jeugdigen gemeld vanuit andere netwerkpartners (zoals school/SMW, huisartsen, welzijn). VraagWijzer Contact met de VraagWijzer kan digitaal, telefonisch of persoonlijk aan de balie plaatsvinden. Het aantal contactmomenten is nog niet terug op het oude niveau van voor de covid-19 pandemie. Dat zien we als we kijken naar het aantal klanten dat binnenloopt bij of contact opneemt met de VraagWijzer. Dit aantal ligt in de eerste helft van 2021 op 70.358. Ter vergelijking: in 2019 (het jaar voor de pandemie) lag dit aantal in de eerste helft van het jaar op 89.093 en in de tweede helft op 80.054; en in 2020 (bij de start van de pandemie) lag dit aantal op 64.971 in de eerste helft van het jaar en 72.877 in de tweede helft van 2020 (tijdens de pandemie). Sinds de pandemie wordt de klant ook de mogelijkheid geboden om via Cityportal Rotterdam aan te geven of telefonisch contact met de VraagWijzer gewenst is.

Op het door de klant aangegeven tijdstip wordt vervolgens door de VraagWijzer telefonisch contact opgenomen. Het aantal meldingen is ten opzichte van het voorgaande half jaar iets afgenomen, namelijk van 17.530 in de tweede helft van 2020 naar 16.609 in de eerste helft van 2021. Wel zien we dat het aantal meldingen gedurende de afgelopen twee jaar nagenoeg stabiel is, gemiddeld rond de 16.800 meldingen per half jaar. COV en COG Het aantal meldingen aan de balie van Centraal Onthaal betrof tot en met de vorige raadsmonitor steeds een gezamenlijk aantal van Centraal Onthaal Volwassenen (COV) en Centraal Onthaal Gezinnen (COG). Vanaf deze raadsmonitor zijn aparte cijfers beschikbaar voor COV en COG. Door de cijfers voor deze beide loketten op te tellen is nog steeds een goede vergelijking mogelijk met

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

19 van 50

voorgaande perioden. Een specifieke vergelijking voor COV en COG apart is mogelijk als er meer raadsmonitoren zijn geweest met de nieuwe werkwijze. Het totaal aantal meldingen is met 1.215 lager dan het vorige halfjaar. Deze 1.215 meldingen zijn te splitsen in 993 meldingen COV en 222 meldingen van gezinnen (COG). De dalende trend zet door. Het is aannemelijk dat de coronacrisis hierin een voorname rol speelt. Nu de maatschappij steeds meer teruggaat naar de periode van voor deze crisis, is daarom de verwachting dat het aantal meldingen weer zal stijgen. Of dit effect zich daadwerkelijk voordoet, zal blijken uit de cijfers van de volgende raadsmonitoren. COJ In het eerste half jaar van 2021 hebben 1.255 jongeren een melding gedaan bij COJ. Dit aantal lijkt veel hoger in vergelijking met de tweede helft van 2020 (er meldden zich toen 792 jongeren). In 2021 is het voor COJ echter voor het eerst mogelijk om ook de gerouteerde meldingen uit het registratiesysteem (Gidso) te halen. Een gerouteerde melding is een melding, waarbij de jongere zich heeft gemeld bij een ander loket dan COJ, maar daarna is doorverwezen naar COJ. Dit verklaart het verschil ten opzichte van 2020. Als we de gerouteerde meldingen ook zouden meetellen in de tweede helft van 2020, dan zien we dat in de tweede helft van 2020 totaal 1.220 meldingen binnen zijn gekomen.

Conclusie is dat de meldingen in 2021 ten opzichte van 2020 slechts een fractie zijn toegenomen. Briefadressen Het gebruik van het aantal briefadressen (veelal door bankslapers) is gedurende de coronacrisis niet gestegen. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat er minder terugkeer was van Nederlanders die in het buitenland woonden en minder Rijksgenoten de stap naar Nederland gezet hebben in 2020 als gevolg van de Coronacrisis. Daarentegen is de uitstroom vertraagd, vermoedelijk als gevolg van de krappe woningmarkt. Dit heeft als gevolg dat langer dan voorheen gebruik gemaakt wordt van het briefadres. Voor jongeren tot 23 jaar die een WMO arrangement -beschermd of begeleid wonen hebben en op een wachtlijst staan, bestaat er ook een mogelijkheid een briefadres te krijgen via het jongerenloket. Dit betreft circa 500 jongeren. De achterliggende problematiek bij hen is breder dan alleen bankslapen. Daarom hebben wij deze groep in de cijfers over 2021 niet meer meegenomen.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

20 van 50

4.2.2 Doorlooptijd Doorlooptijd loketten en meldpunten Gemiddelde doorlooptijd Wmo meldingen in dagen VraagWijzer Centraal Onthaal Volwassen (COV) Centraal Onthaal Gezinnen (COG) COV en COG Centraal Onthaal Jongeren

2e half jaar 2019

1e half jaar 2020

2e half jaar 2020

1e half jaar 2021

56

44

28

29 Niet beschikbaar

38 57

38 45

40 34 45 37 47

Tabel 4.2 Gemiddelde doorlooptijd

VraagWijzer Een Wmo-melding kent een onderzoeksfase van maximaal 6 weken. Eind 2019 was er sprake van een achterstand; hierover is de gemeenteraad in 2020 meerdere keren geïnformeerd. Met diverse interventies en doordat er minder meldingen binnen kwamen, is deze achterstand in de loop van 2020 ingehaald. De gemiddelde doorlooptijd is langzaam opgelopen van gemiddeld 36 over heel 2020 naar 40 in de eerste helft van 2021. Er zijn meerdere oorzaken voor het stijgen van de doorlooptijd. Met een grote uitstroom van ervaren Wmo-adviseurs en krapte op de arbeidsmarkt is de capaciteit een blijvende uitdaging Tevens komt het in toenemende mate voor dat achter een melding complexere casussen schuilgaan, waardoor het afhandelen van dergelijke meldingen meer tijd kost. Er is een plan van aanpak opgesteld, en in uitvoering, om de gemiddelde afhandelingstermijn in te korten, namelijk het vrijmaken van structurele middelen voor extra Wmo-consulenten, extra inhuur van medewerkers en een aangepaste wervingsprocedure voor Wmo-adviseurs. COV en COG Net als bij het aantal meldingen aan de balie van Centraal Onthaal, is ook voor de doorlooptijden een splitsing gemaakt in COV en COG. De totaal gemiddelde doorlooptijd is 37 dagen, een lichte daling ten opzichte van de twee daar aan voorafgaande halfjaren. De doorlooptijd voor COV is 34 dagen, die van COG 45 dagen.

Het gaat bij het COG vaak om complexere casuïstiek die meer onderzoekstijd vergt. COJ De gemiddelde doorlooptijd van alle ondersteuningsverslagen bedraagt 47 dagen. Dit is hoger dan de maximale doorlooptijd van 42 dagen. Er is namelijk een aantal ondersteuningsverslagen (13% van het totaal) die een doorlooptijd van meer dan 100 dagen heeft. Hieronder een nadere toelichting op deze groep. De overige ondersteuningsverslagen (87%) hebben een gemiddelde doorlooptijd van 39 dagen en blijven wel binnen de maximale doorlooptijd. Bij de dossiers die een doorlooptermijn kennen van meer dan 100 dagen gaat het veelal om jongeren waarbij sprake is van dusdanig complexe (psychiatrische) problematiek dat de onderzoeksperiode moet worden verlengd. Het bereiken van deze jongeren en het tijdig verkrijgen van de juiste informatie vergt meer tijd.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

21 van 50

Overigens krijgen alle kwetsbare jongeren in principe een toeleider toegewezen die de basis op orde brengt. Deze toeleider wordt vanaf dag 1 ingezet en is het vaste aanspreekpunt voor de jongere. De jongere hoeft dus niet te wachten op zijn/ haar indicatie; de hulp start direct. Ook is voor een verwijzing van acuut dakloze jongeren naar de cisisopvang geen indicatie nodig. 4.2.3 Publieksreacties Algemene Cliënttevredenheid Cliënttevredenheid VraagWijzers Aantal ingediende klachten VraagWijzers Aantal gegronde klachten VraagWijzers Aantal ingediende bezwaarschriften8 % afgehandelde gegronde bezwaarschriften

2e half jaar 2019 8,1 162 86 128 10,5%

1e half jaar 2020 8,3 160 36 120 12,6%

2e half jaar 2020 8,5 107 7 97 21,1%

1e half jaar 2021 8,3 102 6 110 23,5%

Tabel 4.3 Cliënttevredenheid en klachten VraagWijzer en informatie over bezwaren

Gedurende het eerste half jaar van 2021 beoordeelden klanten de dienstverlening van de VraagWijzer met een 8,3. Het aantal bezwaarschriften is ten opzichte van het voorgaande half jaar toegenomen: van 97 in de tweede helft van 2020 naar 110 in de eerste helft van 2021.

8

Dit betreft het totaal aantal bezwaren voor de Wmo en Jeugdwet.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

22 van 50

5

Wijkteams

5.1 De bedoeling van de wijkteams Het toekomstperspectief van de Rotterdammer is het uitgangspunt van de wijkteams. Dat is de drive om resultaten te behalen. Wijkteams Rotterdam bieden met het inzetten van basishulp, integraal en tijdig professionele ondersteuning aan Rotterdammers met (complexe) problemen, in de wijk waar ze wonen en leven. Wijkteams zetten in op het duurzaam versterken van zelf- of samenredzaamheid, zodat mensen weer zoveel mogelijk op eigen kracht kunnen leven. En dat doen we samen: bewoner, netwerk en hulpverlener. Waar nodig betrekt en activeert het wijkteam niet alleen het netwerk rondom de bewoner, maar ook tweedelijns specialistische ondersteuning. Het wijkteam biedt dan casusregie. In totaal zijn er 43 integrale wijkteams voor jeugd en volwassenen, met medewerkers vanuit verschillende organisaties en aansturing vanuit de gemeente Rotterdam. In het Rotterdamse stelsel van zorg en welzijn nemen de wijkteams een sleutelpositie in. Inwoners worden verwezen vanuit de loketten VraagWijzer, JongerenLoket, Stedelijke Zorg, of zij worden direct naar het wijkteam verwezen door het brede netwerk, onder andere door school, Centrum Jeugd & Gezin, huisartsen of andere hulpverleners vanuit welzijnsorganisaties.

5.2 Hoe gaat het met de wijkteams? Vanaf begin 2015 bieden de wijkteams hulp en ondersteuning aan Rotterdammers die te maken hebben met complexe problematiek. Na een fase van innovatie en ontwikkeling is een fase aangebroken van optimalisatie. De wijkteams hebben een sterke positie in de wijk en in het netwerk, waarvan uit medewerkers met zelfvertrouwen en daadkracht werken aan het versterken van de zelfof samenredzaamheid van Rotterdammers. De tevredenheid van cliënten over het handelen en de effectiviteit van de wijkteams is hoog. Het aantal klachten is in de 1e helft 2021 met 16 ten opzichte van de 2e helft 2020 weliswaar toegenomen (was 50), maar het aantal (deels) gegrond verklaarde klachten is onverminderd laag (5 in 2e helft 2020 ten opzichte van 8 in de eerste helft 2021). Er wordt continu gewerkt aan het verbeteren van werkwijzen binnen het taakgebied, het terugdringen van de administratieve lastendruk en het vergroten van het lerend vermogen van de organisatie. Registratie en managementinformatie De managementinformatie in deze Raadsmonitor komt uit GIDSO, het frontoffice registratiesysteem dat in de 2019 werd ingevoerd. Tot slot is vanaf de Raadsmonitor over geheel 2020 (gepubliceerd in juli 2021) zowel basishulp als casusregie inzichtelijk gemaakt, omdat beide taken inzicht geven in de inzet van de medewerkers wijkteam.

5.2.1 Dienstverlening tijdens de corona pandemie De dienstverlening van de wijkteams is gecontinueerd tijdens de verschillende lockdowns. In de eerste weken is de hulp zoveel mogelijk digitaal verleend. Al snel bleek dat voor sommige doelgroepen of situaties de online hulpverlening niet toereikend te zijn en zijn er andere instrumenten raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

23 van 50

ingezet. Denk hierbij aan wandelingen met de cliënt of andere ontmoetingen in de buitenruimte. Sinds de zomer van 2020 zijn er weer huisbezoeken afgelegd, waarbij de medewerkers beschermingsmiddelen zijn aangereikt. De wijkteamlocaties waren toegankelijk voor hun klanten. In de eerste helft van 2021 is deze werkwijze gecontinueerd. De hulpverlening vanuit het wijkteam heeft, in dat opzicht, geen effecten ondervonden van de pandemie.

5.2.2 Instroom

Instroom wijkteams

2e half

2e half jaar 1e half 1e half jaar 2e half 2e half jaar 1e half 1e half jaar jaar 2019 2019 jaar 2020 2020 jaar 2020 2020 jaar 2021 2021 Basishulp Casusregie Basishulp Casusregie Basishulp Casusregie Basishulp Casusregie

Totaal instroom Volwassenen in periode

3.575

327

3.218

364

2.948

357

2784

362

Totaal instroom Jeugd in periode

2.552

735

2.017

713

1.568

445

1740

361

Wijknetwerk

3.342

657

3.468

702

3.045

574

3405

565

VraagWijzer

1.129

47

913

65

656

50

751

98

JongerenLoket

72

2

68

1

64

2

29

3

Stedelijke Zorg

94

1

52

3

45

5

71

2

Loket niet te bepalen

1.490

355

734

306

706

171

268

55

Aangemeld door:

Tabel 5.2 Instroom wijkteams en informatie van waaruit de aanmelding plaatsvond

De bovenstaande tabel laat de instroom in de wijkteams zien. Bij volwassenen zien de wijkteams in de 1e helft van 2021 een daling in de instroom. Dit wordt toegeschreven aan de corona pandemie, die er in de volle breedte van de samenleving voor zorgt dat burgers minder hulp vragen. Het is goed om te zien dat het aantal aanmeldingen vanuit het netwerk en de loketten weer toeneemt. Deze zijn echter nog niet allemaal op het niveau van vóór de pandemie. Bij jeugd wordt 1e helft van 2021 een toename in de instroom ten opzichte van het vorige half jaar geconstateerd. Gelet op die huidige instroom bij jeugd is de verwachting dat deze het komende half jaar verder toe zal nemen nu de samenleving zich weer opent en jongeren weer zichtbaar worden, doordat zij weer binnen de sociale context van school, vrienden etc. functioneren.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

24 van 50

5.2.3 Actieve casussen

Actieve casussen en caseload wijkteams 2e helft 2019 tot en met 1e helft 2021 Jeugd

Volwassenen

(Norm 9,95 x fte)

(Norm 15,65 x fte)

2e helft

1e helft

2e helft

1e helft

2e helft

1e helft

2e helft

1e helft

2019

2020

2020

2021

2019

2020

2020

2021

fte

348,2

349,3

349,3

348,5

251,6

252,5

254,3

263,8

Casus per fte

17,3

16,7

15,4

15,4

15,8

16

15,5

15

Basishulp

4.444

3.241

2.936

2.958

3.529

3.429

3.203

3.156

Casusregie

1.596

2.344

2.429

2.368

441

573

681

808

Totaal casussen

6.053

5.585

5.365

5.326

3.944

3.582

3.884

3.964

Jaar

Tabel 5.2 Informatie over het aantal actieve casussen bij de wijkteams

Actieve casussen en caseload wijkteams 2e helft 2019 tot en met 1e helft 2021 Totaal jeugd en volwassenen Jaar

2e helft 2019

1e helft 2020

2e helft 2020

1e helft 2021

fte

599,8

600,2

603,6

612,3

Casus per fte

16

16

15,4

15,2

Basishulp

7.973

6.670

6.139

6.114

Casusregie

2.037

2.917

3.110

3.176

Totaal casussen

10.010

9.587

9.249

9.290

De wijkteams bieden integrale hulp. Dat betekent dat zowel volwassenen als jonge Rotterdammers ondersteuning krijgen vanuit hetzelfde wijkteam. De wijkteams bestaan uit hulpverleners op verschillende terreinen, zoals financiën, jeugdhulpverlening, OGGZ, verstandelijke beperkingen enzovoorts gespecialiseerd in zorg voor volwassenen, jeugd- en gezinscoaches en wijkcoaches.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

25 van 50

Naast basishulp, waarbij de wijkteams zelf de rol van hulpverlener vervullen, wordt er ook in die situaties waarin specialistische hulp nodig is, deze hulp voor de burger ingekocht (arrangementen). Het wijkteam blijft in die situaties actief de voortgang van die specialistische hulpverlening monitoren en blijft ook gedurende die periode naast de burger, zijn situatie en/of gezin staan. Een caseload van een medewerker bestaat dan ook uit zowel het verlenen van hulp, als uit het monitoren van de voortgang van de specialistische hulpverlening (casusregie). De beide activiteiten maken onderdeel uit van de caseload. Casusregie nam in 2020 in aandeel sterk toe, tot 52% bij Jeugd en 54% bij volwassenen ten opzichte van 2019. Deze stijging zet zich op het volwassendomein door met een stijging van bijna 18%, maar is daarmee niet meer zo substantieel als in het voorgaande jaar. Ten opzichte van 2e helft 2019 en de 1e helft 2020 lijkt het aantal actieve casussen zich te stabiliseren. Na een stagnatie door corona in de 1e helft van 2020 en een grote toename in het najaar is het aantal weer op het reguliere niveau. De caseload, het aantal actieve casussen per fte, is licht gedaald (volwassenen) of stabiel gebleven (jeugd). De daling in het volwassendomein is toe te schrijven aan het vervullen van openstaande vacatures.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

26 van 50

5.2.4 Uitstroom

Vervolg na wijkteams

Totale uitstroom uit de wijkteams (Basishulp en casusregie)

Uitstroom Volwassenen

Gemiddelde ondersteuningsperiode in weken % Langer dan 6 maanden in hulp en/of ondersteuning

2e helft 2019

1e helft 2020

2e helft 2020

1e helft 2021

7.639

6.303

5.594

5.107

4.023

3.579

3.380

3.089

31,78

23,6

25,15

27,8

38%

32%

38%

2.996

2.724

2.214

2.018

32,15

28,9

34,01

40,5

23%

17%

23%

35%

41%

Volwassenen

Uitstroom Jeugd

Gemiddelde ondersteuningsperiode in weken % Langer dan 12 maanden in hulp en/of ondersteuning Jeugd

Ondersteuning vanuit het wijkteam is in principe kortdurend. Hiervoor zijn richtlijnen opgesteld. De gemiddelde ondersteuningsperiode zit aan de bovenkant van deze richtlijn: 3 tot 6 maanden bij volwassenen, 9 tot 12 maanden bij jeugd. Er zijn altijd Rotterdammers die meer nodig hebben dan de richtlijn. Het wijkteam blijft hen dan gewoon ondersteunen. We constateren een toename in de duur van de ondersteuningsperiode. Bij Jeugd is de duur van de ondersteuningsperiode met 52% gestegen. Bij de volwassenen is er sprake van 8% stijging. In de daling in de uitstroom à gemiddeld 10% in de 1e helft 2021 ten opzichte van de 2e helft 2020 bij zowel Jeugd als Volwassenen moet in ditzelfde licht geïnterpreteerd worden.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

27 van 50

5.2.5 Publieksreacties

Klachten Aantal ingediende klachten bij klachtenbureau cluster MO Aantal (deels) gegronde klachten bij klachtenbureau cluster MO

2e helft

1e helft

2e helft

1e helft

2019

2020

2020

2021

65

55

50

66

29

6

6

8

Van de 66 klachten over de wijkteams, zijn er vijf gegrond en drie deels gegrond. Er staan 38 klachten op “afgehandeld”, daar is geen oordeel over gegeven. Vaak omdat er bijvoorbeeld een oplossing gezocht is voor een probleem dat speelde. Het grootste aantal ontvangen klachten gaat over de kwaliteit van de dienstverlening, namelijk 45. Drie van de gegronde klachten betroffen de dienstverlening van het, in oktober 2020 opgerichte, Hulpteam Toeslagen 010 dat de burgers die slachtoffer zijn van de kinderopvangtoeslagen affaire ondersteunt.

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

28 van 50

6 6.1

Specialistische hulp/ tweedelijns ondersteuning De bedoeling van de specialistische hulp / tweedelijns ondersteuning?

De gemeente wil graag dat alle Rotterdammers kunnen meedoen in de stad. Sommige inwoners hebben daar hulp bij nodig, als gevolg van bijvoorbeeld een verstandelijke beperking, dyslexie of ouderdomsbeperkingen. In Rotterdam organiseren we de zorg en ondersteuning dichtbij de Rotterdammers. Dat betekent dat we zorg en ondersteuning inzetten die de eigen kracht van mensen en hun omgeving bevordert, met aanvullende professionele, tweedelijnsondersteuning waar dat nodig is. De professionele ondersteuning aan Rotterdammers in het kader van de Wmo en de Jeugdwet is gericht op het vergroten van zelfredzaamheid en samenredzaamheid, daarbij gebruik makend van de netwerken van bewoners, het wijknetwerk en het welzijnsaanbod.

6.2 Hoe gaat het met de specialistische hulp / tweedelijns ondersteuning? In dit hoofdstuk presenteren we de cijfers over de eerste helft 2021 voor jeugdhulp en de maatwerkvoorzieningen Wmo met vergelijkingscijfers van 2019 en 2020. Bij de jeugdhulp maken we onderscheid tussen regionale, lokale en landelijke ingekochte jeugdhulp. Hoe dit en de toeleiding

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

29 van 50

zich tot elkaar verhoudt laat zich het beste zien in onderstaande Infographic9. Deze geeft weer welke ondersteuningsmogelijkheden mogelijk zijn binnen het stelsel van jeugdhulp. Globaal gaat het om ondersteuning van licht naar zwaar. Er is geen standaard route die een gezin moet doorlopen binnen de specialistische jeugdhulp, het betreft ondersteuning op maat. Dit kan van lokaal naar regionaal, van regionaal naar landelijk ingekocht maar ook afwisselend. De in te zetten ondersteuning is afhankelijk van de problematiek en ondersteuningsbehoefte van de jeugdige en het gezin. Bij enkele typen jeugdhulp zien we een inhaalslag als gevolg van de coronapandemie. Zo herstelt de instroom van dyslexie cliënten zich en zien we meer cliënten in zorg met een GGZ indicatie. Dit is het resultaat van ingezet beleid om wachttijden te verkorten en het wegwerken van een ontstane boeggolf, die ontstaan is door de pandemie.

6.3 Instroom 6.3.1 Jeugdhulp Deze paragraaf toont het aantal nieuwe arrangementen afgegeven in de eerste helft van 2021 in vergelijking met eerdere jaarhelften. Instroom in een jaarhelft is gedefinieerd als een nieuw arrangement van een cliënt die het half jaar daarvoor geen zorg ontvangen heeft. De nieuwe uitstroom is uitgesplist naar de volgende drie financieringsstromen: 1. 2.

Rotterdam lokaal betreft: Basis GGZ (BGGZ) voor jeugdigen, dyslexie en extramurale hulp voor jeugdigen met een beperking. De gemeente koopt deze zorg zelfstandig in. PGB: dit is de instroom van het aantal nieuwe indicaties Jeugdhulp dat met een persoonsgebonden budget (PGB) wordt ingekocht.

Een toelichting op de Infographic vindt u in het stuk ‘Bijlage 1 behorende bij 20bb6506 - Infographic Jeugdhulp en toelichting op onderdelen’, onder registratienummer ‘20bb6507’. 9

raadsmonitor welzijn, zorg en jeugdhulp -

Datum

Pagina

december 2021

30 van 50

3.

Rotterdams deel van de GRJR: een groot deel van de specialistische jeugdhulp wordt via de Gemeenschappelijke Regeling Jeugdhulp Rijnmond (GRJR) ingekocht. Naast Rotterdam nemen nog 14 andere gemeenten uit de regio Rijnmond deel aan deze inkoop.

De instroom betreft afgegeven indicaties. Niet elke indicatie hoeft verzilverd te worden. Het aantal arrangementen/hulptrajecten dat daadwerkelijk start kan dus lager liggen dan het totale instroomcijfer. Daarnaast kunnen sommige cliënten meerdere indicaties hebben en meerdere keren voorkomen in de tabellen. Aantal nieuwe arrangementen/ PGB’s 2e half jaar 2019

Aantal nieuwe arrangementen/ PGB’s 1e half jaar 2020

Aantal nieuwe arrangementen/ PGB’s 2e half jaar 2020

Aantal nieuwe arrangementen/ PGB’s 1e half jaar 2021

Jeugd met een beperking

185

165

202

162

Basis JGGZ

150

311

295

275

Dyslexie

212

164

135

215

Instroom PGB

236

233

243

240

Totale aantal nieuwe arrangementen/PGB’s

783

873

875

892

Jeugd: Instroom specialistische hulp (lokaal)

Tabel 6.1 Instroom specialistische jeugdhulp – ingekocht door de gemeente

De instroom bij jeugd met een beperking (JmeB) is in de eerste helft van 2021 afgenomen ten opzichte van de tweede helft 2020, toen was de instroom ook relatief hoog. De instroom afgelopen half jaar is vergelijkbaar met het eerste half jaar 2020. Voor JmeB heeft in het najaar van 2021 een extra gunning plaats gevonden, om 150 extra cliënten te helpen vanaf eind 2021 en in 2022. De instroom bij basis GGZ is met 275 cliënten iets lager dan de perioden ervoor. Uit tabel 6.6 blijkt dat het totaal aantal cliënten met basis GGZ in de eerste helft van 2021 wel gegroeid is. Cliënten zijn langer in zorg, waarschijnlijk door de pandemie. Desondanks blijft de instroom op peil. De komende tijd zetten we door middel van een extra gunning in op een verdere groei van de basis-GGZ. Deze inkoop ronden we eind 2021 af. Hiermee kunnen meer dan 1.000 jeugdigen tot eind 2022 helpen. Dyslexie laat in de afgelopen periode een hoge instroom zien. Door de coronamaatregelen was de instoom in 2020 lager. Scholen verwijzen cliënten bij mogelijke dyslexie door naar een aanbieder, dit was door de schoolsluitingen minder mogelijk. Met de hogere instroom in 2021 maken de scholen hier een inhaalslag. Onderstaande tabel toont het aantal nieuw afgegeven arrangementen voor Rotterdamse cliënten binnen de GRJR. Instroom Jeugdhulp specialistische ondersteuning – regionale inkoop A. Pleegzorg (GRJR Rotterdam) B.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=766644ef-5b6c-4a98-82dc-399c344487f2