20bb18778 Bijlage 5 behorende bij 21bb2532 over Samenvatting en beantwoording van de zienswijzen
Tekst van het document
Samenvatting en beantwoording van de zienswijzen 1. Reclamant 1 1.1 Maatgevende periode bezonningsstudie Reclamant stelt dat de bezonningsstudie die in het kader van het ontwerpbestemmingsplan is uitgevoerd, is gebaseerd op onjuiste uitgangspunten. Met de Provenierswijk is afgesproken dat de maatgevende periode tussen 21 maart en 23 september is. Reactie: In het bezonningsonderzoek bij het ontwerpbestemmingsplan is foutief uitgegaan van de toetsingsdatum 21 september in plaats van 23 september. Zie W1. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en in het bezonningsonderzoek de datum van 21 september te wijzigen naar 23 september. 1.2 Afspraak Provenierswijk bezonning Reclamant stelt dat de bezonningsstudie die in het kader van het ontwerpbestemmingsplan geen rekening is gehouden met de afspraak dat maximaal één uur schaduw mag worden toegevoegd tot 13:00 uur en dat betekent geen extra schaduw in de middag (vanaf 13:00 uur). Reactie: De gemeente maakt een afweging of er sprake is van een goede ruimtelijke ordening op basis van een bezonningsonderzoek dat specifiek voor dit bestemmingsplan is uitgevoerd. Dit bestemmingsplan maakt drie nieuwe ontwikkelingen met hoogbouw mogelijk, op de locaties Delftseplein, Delftse Poort en het Unilevergebouw.
In het bezonningsonderzoek is getoetst op twee aspecten: de schaduwwerking van de nieuwe hoogbouw op de buitenruimte (waarvoor in de Hoogbouwvisie 2019 uitgangspunten zijn geformuleerd) en de schaduwwerking op de woninggevels in de Provenierswijk (zoals is opgenomen in het stedenbouwkundig plan 2008). In het stedenbouwkundig plan is niet specifiek bepaald dat de extra schaduwwerking als gevolg van de ontwikkelingen in RCD niet na 13:00 uur mag plaatsvinden. Uit het bezonningsonderzoek blijkt echter wel dat, als gevolg van de ontwikkelingen die mogelijk worden gemaakt in bestemmingsplan Rotterdam Central District, er geen verslechtering van de bezonning op de gevels van de woningen in de Provenierswijk plaatsvindt na 13:00 uur. Voorstel Wij stellen u voor om deze zienswijze ongegrond te verklaren. 1.3 Bezonning hoogbouwvisie Voor toetsing aan de gemeentelijke hoogbouwvisie is rekening gehouden met referentiemodellen van bebouwing die door de gemeente zijn opgesteld. De referentiemodellen zijn gebaseerd op de jaren 2011 en 2019. Reclamant meent dat bij de toets aan de bezonningsregel voor de Provenierswijk deze referentiemodellen ten onrechte niet zijn gebruikt, waardoor er geen compleet beeld is. Reactie: De Hoogbouwvisie 2019 heeft voorwaarden geformuleerd voor de kwaliteit van de buitenruimte, niet voor de gevels van de bestaande woningen. De Hoogbouwvisie 1
2019 onderscheidt daarbij ‘sunspots’, ‘representatieve ruimtes’ en ‘basiskwaliteit’. De buitenruimte van de Provenierswijk is getoetst op de ‘basiskwaliteit’ en voldoet aan de eisen die hieraan gesteld zijn. De referentiemodellen waarnaar reclamant verwijst, zijn uitsluitend van toepassing voor toetsing van de schaduwwerking in de buitenruimte door nieuwe hoogbouw (hoger dan 70 meter) conform Hoogbouwvisie 2019. De Provenierswijkregel ziet toe op de bezonning van de gevels en wel specifiek voor de woningen in de Provenierswijk en is daarmee een andere toets dan de toets aan de Hoogbouwvisie 2019. Bij deze toets wordt de schaduwwerking berekend ten opzichte van de huidige schaduwwerking als gevolg van de bestaande gebouwen in Rotterdam Central District op de bestaande woningen in de Provenierswijk. Deze regel komt terug in het Stedenbouwkundigplan RCD 2007. Dit document dateert van voor de vaststelling van de Hoogbouwvisie 2019. De stelling van reclamant dat voor de toetsing van de Provenierswijkregel ook de referentiemodellen moeten worden gebruikt is dus niet correct. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 1.4 Bezonningsstudie Schiekadeblok Reclamant merkt op dat bezonningsregel voor de Provenierswijk destijds is ingegeven vanuit de geplande hoogbouw in het Schiekadeblok.
Reclamant meent dat er in dit bestemmingsplan óók rekening moeten worden gehouden met de plannen in het Schiekadeblok inclusief het plan van Urban Minds, omdat er nu twee afzonderlijke bestemmingsplannen worden gemaakt (dit bestemmingsplan en een apart plan voor het Schiekadeblok). Reactie: In bestemmingsplan Rotterdam Central District is onderzocht wat de schaduwwerking is van de gebouwen die in dit bestemmingsplan planologisch mogelijk worden gemaakt. In het bestemmingsplan voor het Schiekadeblok zal een nieuwe afweging plaatsvinden op basis van een nieuw bezonningsonderzoek voor het dan uitgewerkte stedenbouwkundig plan voor dit gebied. Het uitgangspunt hierbij is, is dat wordt voldaan aan de afspraak dat er slechts één uur extra schaduw valt op de gevels van de woningen in de Provenierswijk. In de bezonningsstudie voor het Schiekadeblok wordt alle hoogbouw in het RCD meegenomen. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 2. Reclamant 2 2.1 Verduidelijking in bestemmingen Reclamant is van mening dat in Rotterdam op dit moment al meer dan voldoende bioscoopaanbod aanwezig is. Reclamant begrijpt uit de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan dat de gemeente geen nieuwe bioscopen, filmtheaters, filmhuizen en/of arthouses wil toestaan. Reclamant constateert dat dit niet goed is geborgd in de planregels.
Reclamant verzoekt, omwille van de rechtszekerheid, om in de planregels van het bestemmingsplan te verduidelijken dat bioscopen niet zijn toegestaan. Reactie:
2
In de toelichting van bestemmingsplan Rotterdam Central District is niet expliciet aangegeven dat de gemeente geen nieuwe bioscopen, filmtheaters, filmhuizen en/of arthouses wil toestaan. Bioscopen zijn niet uitgesloten in de regels. Een belangrijk onderdeel van het gebiedsconcept voor Rotterdam Central District is het realiseren van de Mixone. De Mixone is bedoeld als plek om te ontmoeten voor een breed publiek en heeft in RCD vooral betrekking op de begane grond en in een enkel geval een hoger of lagergelegen verdieping. In het bestemmingsplan zijn voor het mogelijk maken van de Mixone de volgende functies in de plint van de gebouwen opgenomen: horeca, recreatieve voorzieningen, dienstverlening, niet geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen en cultuur en ontspanning. De brede functie ‘maatschappelijke voorzieningen’ omvat ook culturele voorzieningen en daarbinnen past een bioscoop of filmhuis, dat geldt ook voor de functie ‘cultuur en ontspanning’. Ter verduidelijking wordt de begripsbepaling van artikel 1.24 Cultuur en ontspanning aangevuld met bioscopen/filmhuizen. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. Wij stellen voor om de begripsbepaling van artikel 1, lid 1.24 Cultuur en ontspanning aan te vullen met bioscopen en filmhuizen. Zie ambtshalve wijziging A1. 3 Reclamant 3 Reclamant 3 is een bewoner van de Stadhoudersweg.
3.1 Delftseplein Reclamant is van mening dat het ontwerpbestemmingsplan geen recht doet aan de beloofde ontwikkelopgave en verdichting in Rotterdam Central District. Verdichting van de bebouwing vergroot het draagvlak voor voorzieningen voorkomt dat er buiten de stad wordt gebouwd. Reclamant verzoekt dat de ontwikkeling van een nieuw gebouw op het Delftseplein blijft gehandhaafd. Reactie: In algemene zin wordt de ambitie voor verdichting van Rotterdam Central District om meer bewoners te huisvesten in de binnenstad, als bijdrage aan de ontwikkeling van de compacte stad, onderschreven. Daarmee worden bestaande voorzieningen ondersteund en worden onnodige uitbreidingen in het buitengebied voorkomen. In dit bestemmingsplan zijn nieuwe bouwvolumes mogelijk op de locaties Delftseplein, Delftse Poort en het Unilevergebouw. In totaal wordt maximaal 116.000 m2 b.v.o. nieuwbouw mogelijk gemaakt. Ook elders in Rotterdam Central District, op de locatie Weenapoint, en in het Schiekadeblok is nieuwbouw met kantoren en woningen gepland. Dit bestemmingsplan doet recht aan de ontwikkelopgave voor Rotterdam Central District. In ontwerpbestemmingsplan Rotterdam Central District is op het Delftseplein de nieuwe ontwikkeling ‘Tree House’ mogelijk gemaakt.
Een gebouw van 140 meter hoog met een mix van kantoren en woningen en een plint met horeca en andere voorzieningen (bestemmingen Gemengd – 2 en Gemengd - 9). Het college van B&W heeft in december 2017 hiervoor de ambities voor deze locatie vastgelegd in het Ambitiedocument Delftseplein. De gemeenteraad heeft op 22 februari 2018 ingestemd met de start van de tenderprocedure uitgeschreven waaruit ‘Tree House’ van ontwikkelaar Provast als winnaar is gekomen. Dit voorstel gaf het beste invulling aan de hoge ambities voor een gemengd programma, een aantrekkelijke plint met bijzondere verblijfsruimtes, duurzaamheid, een afwisselend gevelbeeld en een gevarieerd aanbod aan woningen. 3
Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. Naar aanleiding van deze zienswijze is het voorlopig ontwerp van het Tree House nader bestudeerd en daaruit bleek dat de hoogte van het Tree House 130 meter is. Daarom stellen wij u voor om de maximale hoogte van 140 meter te wijzigen naar 130 meter. Zie ambtshalve wijziging A2. 3.2 Conradstraat Reclamant verzoekt dat de ontwikkeling van de geplande nieuwbouw aan de Conradstraat met dit bestemmingsplan mogelijk wordt gemaakt. Reactie: In de Structuurvisie Rotterdam Central District (2011) is aan de Conradstraat een ontwikkellocatie aangewezen tussen het station, busstation en het spoor. Voor de gemeente blijft dit een toekomstige ontwikkellocatie, maar er zijn nog geen uitgewerkte plannen hiervoor. Er zal een nadere stedenbouwkundige uitwerking van deze locatie en directe omgeving worden gemaakt op basis waarvan in de toekomst mogelijk een nieuw bestemmingsplan kan worden gemaakt. In het bestemmingsplan Rotterdam Central District is deze locatie daarom bestemd als ‘VerkeerVerblijfsgebied’ die recht doet aan het huidige gebruik. In de toelichting is vermeld dat de Conradstraat in beeld blijft als ontwikkellocatie. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.
3.3 Maximale bouwhoogte Reclamant is van mening dat het ontwerpbestemmingsplan geen recht doet aan de beloofde ontwikkelopgave en verdichting in Rotterdam Central District. Reclamant verzoekt de maximale hoogte in het plangebied overal te verhogen naar 250 meter die ingevuld mag worden zolang wordt voldaan aan onder andere de normen voor bezonning en windhinder. Reactie: Hoewel het Rotterdam Central District in de hoogbouwzone ligt, waar volgens de Hoogbouwvisie 2019 in principe een maximale bouwhoogte van 250 meter geldt, is in dit bestemmingsplangebied de maximale hoogte anders begrensd. De maximale hoogte voor de locaties Delftse Poort en het Unilevergebouw is afgeleid van de maximale hoogte in het vigerende bestemmingsplan Weena-Oost. Voor de ontwikkellocatie Delftseplein is de hoogte afgeleid van het schema met (globale) maximale bouwhoogten van de ontwikkellocaties in Rotterdam Central District in de Structuurvisie Rotterdam Central District van 2011. Voor de overige locaties is de huidige gebouwhoogte vastgelegd. Bij de bepaling van de bebouwingsmogelijkheden is als uitgangspunt gehanteerd dat de extra schaduw op de woningen in de Provenierswijk als gevolg van de nieuwe bebouwing maximaal één uur mag bedragen in maatgevende periode tussen 21 maart en 23 september.
Hiermee wordt beoogd een balans te vinden tussen de wens om verdere verdichting in de binnenstad mogelijk te maken en de wens om een goed leefklimaat in Rotterdam Central District en de omringende wijken te garanderen. De bouwvolumes die in dit bestemmingsplan mogelijk worden gemaakt, zijn onder meer getoetst op de schaduweffecten en de windeffecten in Rotterdam Central District en omgeving. Ook andere milieueffecten zijn onderzocht ten behoeve van deze ontwikkelingen. Op deze manier wordt in het bestemmingsplan alleen ontwikkelruimte vastgelegd die past 4
binnen de bestaande wet- en regelgeving en rekening houdt met de kwaliteit van de leefomgeving. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 3.4 Busstation Conradstraat Reclamant is van mening dat het ontwerpbestemmingsplan geen recht doet aan de beloofde ontwikkelopgave en verdichting in Rotterdam Central District. Reclamant verzoekt de overkluizing van het busstation aan de Conradstraat, met bebouwing, mogelijk maakt. Reactie: Zoals onder 3.2 is aangegeven, zal er een nadere stedenbouwkundige studie gedaan worden voor de ontwikkellocatie Conradstraat. Daarbij zal ook het busstation worden betrokken. Gezien de complexe ondergrondse situatie (aanwezigheid metrotunnel) zal het naar verwachting technisch zeer complex zijn om hier bebouwing te realiseren. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 3.5 Verdichting van de stad Reclamant stelt dat verdichting zorgt voor meer draagvlak voor voorzieningen zoals winkels, horeca en openbaar vervoer. Bovendien gaat een hogere dichtheid gepaard met een duurzamere levensstijl, aldus reclamant. Het vermindert het autobezit en reizigerskilometers. Een compactere stad draagt bij aan een gezondere leefstijl van Rotterdammers door minder CO2-uitstoot en minder luchtvervuiling. Het is rond het OV-knooppunt Rotterdam Centraal logisch om fors in te zetten op woningbouw.
Dit is vastgelegd door het door de gemeente Rotterdam ondertekende Integraal Verstedelijkingsakkoord. Door in dit bestemmingsplan niet meer verdichting mogelijk te maken, handelt de gemeente niet in lijn met dit akkoord. Reactie: De gemeente zet met name in op een evenwichtige groei van de stad. Dit betekent dat er een evenwicht bestaat tussen verdichting en vergroening van de openbare ruimte. Op sommige plekken wordt dan ook extra bebouwing mogelijk gemaakt, op andere plekken wordt ingezet op vergroening. Dus naast de genoemde verdichtingslocaties zijn de mogelijkheden beperkt om dit evenwicht duurzaam in stand te houden. Zoals onder 3.1 aangegeven is, maakt dit bestemmingsplan 116.000 m2 b.v.o. nieuwbouw mogelijk. Naar verwachting zal in een later stadium nog aanvullende nieuwbouw mogelijk worden gemaakt op de locaties Conradstraat en Schiekadeblok met een grote nadruk op woningbouw. Hiervoor worden aparte bestemmingsplannen opgesteld. Ook buiten Rotterdam Central District, zoals het gebied Pompenburg, wordt woningbouw voorzien. Al deze plannen dragen in grote mate bij aan de doelstellingen van het Verstedelijkingsakkoord. Aan de verdichting zitten echter ook grenzen voor de bouwhoogte, vanwege vastgesteld beleid, en de leefbaarheid. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 3.6 Woningbouw Hoeksche Waard en de Zuidplaspolder 5
Reclamant stelt dat verdichting van de stad zorgt dat we efficiënter met de ruimte om gaan. Dit spaart groene ruimte rond de steden. Reclamant vindt dat overal rond Rotterdam weilanden onder een tapijt van suburban VINEX prut verdwijnen. Dit is niet in het belang van Rotterdam en de Rotterdammers. Reclamant roept de gemeente op dergelijke ontwikkelingen actief te bestrijden zoals verdere woningbouw in de Hoeksche Waard en de Zuidplaspolder. Reactie: Eén van de vijf perspectieven uit de Omgevingsvisie is de compacte stad. Dit betekent dat de gemeente Rotterdam sterk de nadruk legt op verdichting binnen de bestaande stad. In de grote behoefte aan woningen kan, naar verwachting, echter niet geheel in de bestaande stad worden voorzien. Gemeente Rotterdam heeft geen directe invloed op woningbouw in Zuidplaspolder (het is grondgebied van gemeente Zuidplas). Vanuit een deelneming in de Grondbank (40%) heeft de gemeente Rotterdam geadviseerd om bij ontwikkelingen in de Zuidplaspolder veel groen te behouden en te voorkomen dat er een aaneenschakeling van stedelijke agglomeraties ontstaat. Daarbij heeft de gemeente Rotterdam geadviseerd om alleen woningen te bouwen met een dorps en landelijk karakter; een complementair programma waar binnenstedelijk onvoldoende ruimte voor is. Bij woningbouw in de Hoeksche Waard is de gemeente Rotterdam niet betrokken.
Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 4
Reclamant 4
4.1 Hoogte scheidingswand In de planregels is een maximale hoogte van 3 meter opgenomen voor een scheidingswand op de grens van de bestemmingen Gemengd-9 en VerkeerSpoorverkeer. Volgens reclamant is de aanleiding van deze scheidingswand de realisatie van het Eurostar/douanegebied op Rotterdam Centraal Station. De benodigde afscheiding dient echter minimaal 3 meter hoog te zijn, zodat er geen personen overheen kunnen. Reclamant verzoekt om de planregel te wijzigen naar minimaal 3 meter vanaf perronniveau. Reactie: In het bestemmingsplan worden geen minimale afmetingen opgenomen maar maximale afmetingen. De hoogte in de regels kan worden aangepast naar maximaal 3,5 meter vanaf perronniveau. Voorstel: Wij stellen voor om dit deel van de zienswijze gegrond te verklaren en artikel 12, lid 12.2.4 sub b, van de planregels te wijzigen naar “met een maximumhoogte van 3,5 meter vanaf perronniveau”. Zie W2. Naar aanleiding van deze zienswijze is een ambtshalve wijziging noodzakelijk omdat blijkt dat de aanduiding in artikel 12.2.4 sub b “op de grens tussen Gemengd – 9 en Verkeer – Spoorverkeer” niet juist is. Wij stellen u voor om deze zinsnede als volgt te wijzigen “binnen bestemming Gemengd – 9”. Zie ambtshalve wijziging A3.
4.2 Luifel In de toelichting bij het ontwerpbestemmingsplan is vermeld dat op de verbeelding is aangegeven waar een luifel mag komen voor de ontwikkeling van Tree House. Het is 6
voor reclamant niet duidelijk welke verbeelding wordt bedoeld en reclamant kan niet beoordelen of de luifel boven de spoorbaan of de perrons kan komen. Reclamant geeft aan dat het niet is toegestaan een luifel te bouwen boven de spoorbaan en de perrons en verzoekt om te verduidelijken waar de luifel is toegestaan. Reactie: De luifel aan Tree House (‘Gemengd – 2’) is op de verbeelding aangegeven met een specifieke bouwaanduiding (specifieke bouwaanduiding – 2). In de regels van de onderliggende bestemmingen (‘Gemengd – 9’ en ‘Verkeer – Wegverkeer’) is opgenomen dat de ter plaatse van de specifiek bouwaanduiding een luifel is toegestaan ten behoeve van de bebouwing van ‘Gemengd-2’. Deze aanduiding is aan drie zijden rondom ‘Gemengd – 2’ getekend en niet aan de noordzijde (spoorzijde) van het gebouw. Op basis van dit bestemmingsplan is het niet mogelijk om een gebouwgebonden luifel te bouwen aan de noordzijde van ‘Gemengd – 2’ die boven het spoor of de perrons hangt. De bestemming ‘Verkeer – Spoorverkeer’ staat windwerende voorzieningen toe ter plaatse van het perron, zie artikel 18.2.1 b. Voorstel: Wij stellen voor om de zienswijze ongegrond te verklaren. 4.3 Schimmelpennickstraat bestemming ‘Spoor’ Reclamant constateert dat de bestemming ‘Spoor’ op de gronden ter plaatse van de Schimmelpennickstraat is gewijzigd naar de bestemming ‘Bedrijf’.
Reclamant verzoekt om de gronden te voorzien van de bestemming ‘Verkeer – Spoorverkeer’ in verband met de bereikbaarheid van het spoor en het gebruik van de gronden. Reactie: In het vooroverleg heeft reclamant aangegeven het niet eens te zijn met de wijziging van de bestemming van ‘Verkeer – Spoorverkeer’ in ‘Bedrijf’. In paragraaf 9.2.2 van de toelichting van het bestemmingsplan is uitgelegd dat voor deze gronden, waarvan de gemeente eigenaar is, de bestemming 'Verkeer - Spoorverkeer' niet de juiste bestemming is. Uitbreiding van de sporen op deze locatie is niet wenselijk. Het gebruik van de gronden door ProRail is in de regels van de bestemming ‘Bedrijf’ wel gefaciliteerd door op te nemen dat de gronden gebruikt mogen worden voor de opslag van materialen ten behoeve van het spoor. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 4.4 Schimmelpenninkstraat bestemming ‘Bedrijf’ In het geval een bestemmingswijziging, zoals onder 4.3 is besproken, niet mogelijk is, stelt reclamant voor om artikel 3 van de planregels zodanig te wijzigen zodat het mogelijk blijft voor reclamant om de gronden op een optimale manier te gebruiken. Hiertoe is een tekstvoorstel gedaan: De voor 'Bedrijf aangewezen gronden zijn bestemd voor a. bedrijven; b.
gebruik voor activiteiten en installaties ten dienste van het spoorwegverkeer, waaronder opslag van materialen ten behoeve van het spoor; c. sportvelden; d. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals erf, parkeervoorzieningen, fietsenstalling, voorzieningen voor openbaar nut, groen, ontsluitingswegen en -paden. 3.2 Bouwregels
7
3.2.1 Algemeen Op de voor 'Bedrijf bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke in de bestemming passen; b. voor het functioneren van het spoorwegverkeer nodige gebouwen, bouwwerken en installaties, waaronder mede wordt begrepen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals duikers, bovenleidingen, seinpalen, overwegbomen, straatmeubilair, reclameinrichtingen, zonnepanelen, geluids- en windwerende voorzieningen, voorzieningen voor warmte- en koudeopslag, voorzieningen voor afvalopslag en afvoer van afval, voorzieningen voor providers, onderhoudsvoorzieningen e.d. c. voorzieningen ten behoeve van de sportvelden, zoals kleedruimte, materialenhok, met een afmeting van 10 bij 10 meter en een maximale hoogte van 4 meter; bedrijfsbebouwing en gebouwen ten behoeve van het gebruik zoals bedoeld onder artikel 3.1 lid b, met oppervlakte van maximaal 1000 m2 en een hoogte van maximaal 10 meter.
Reactie: Reclamant stelt drie schuingedrukte aanvullingen in de regels voor zodat reclamant de gronden op een optimale manier kan gebruiken. Er zijn geen redenen om niet aan dit verzoek tegemoet te komen. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en de regels aan te vullen zodat deze als volgt luiden: 3.1b gebruik voor activiteiten en installaties ten dienste van het spoorwegverkeer, waaronder opslag van materialen ten behoeve van het spoor; 3.2.1b voor het functioneren van het spoorwegverkeer nodige gebouwen, bouwwerken en installaties, waaronder mede wordt begrepen bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals duikers, bovenleidingen, seinpalen, overwegbomen, straatmeubilair, reclame-inrichtingen, zonnepanelen, geluidsen windwerende voorzieningen, voorzieningen voor warmte- en koudeopslag, voorzieningen voor afvalopslag en afvoer van afval, voorzieningen voor providers, onderhoudsvoorzieningen e.d. 3.2.1c voorzieningen ten behoeve van de sportvelden, zoals kleedruimte, materialenhok, met een afmeting van 10 bij 10 meter en een maximale hoogte van 4 meter; bedrijfsbebouwing en gebouwen ten behoeve van het gebruik zoals bedoeld onder artikel 3.1 lid b, met oppervlakte van maximaal 1000 m2 en een hoogte van maximaal 10 meter. Zie W3. 5
Reclamant 5
5.1 Aanpassing bestemming ‘Verkeer – Openbaar vervoerstation’ In artikel 16.1 van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan is opgesomd waar de gronden met de bestemming ‘Verkeer – Openbaar vervoerstation’ voor zijn bestemd. Reclamant mist, in het bijzonder in sub m: voorzieningen van warmte- en koudeopslag (WKO). Reclamant vermeldt dat de WKO inclusief kabels en leidingen zich in het gehele station bevinden. Reactie: De gemeente komt aan deze zienswijze tegemoet. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en aan artikel 16.1.m “voorzieningen van warmte- en koudeopslag (WKO)” toe te voegen. Zie W4.
8
5.2 Aanpassing bestemming ‘Verkeer – Openbaar vervoerstation’ In artikel 16.1 van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan is opgesomd waar de gronden met de bestemming ‘Verkeer – Openbaar vervoerstation’ voor zijn bestemd. Reclamant mist, in het bijzonder in sub m: reclame-uitingen en -borden. Reactie: De gemeente komt aan deze zienswijze tegemoet. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en aan artikel 16.1.m “reclameuitingen en -borden” toe te voegen. Zie W5. 5.3 Aanpassing bestemming ‘Verkeer – Openbaar vervoerstation’ In artikel 16.1 van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan is opgesomd waar de gronden met de bestemming ‘Verkeer – Openbaar vervoerstation’ voor zijn bestemd. Reclamant mist, in het bijzonder in sub m, evenementen, met een eventuele specifieke aanduiding op de plankaart. Reactie: De gemeente komt aan deze zienswijze tegemoet. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en aan artikel 16.1.m “kleinschalige evenementen” toe te voegen. Zie W6. 5.4 Aanpassing bestemming ‘Verkeer – Openbaar vervoerstation’ en ‘VerkeerSpoorverkeer’ In artikel 16.1 van de planregels van het ontwerpbestemmingsplan is opgesomd waar de gronden met de bestemming ‘Verkeer – Openbaar vervoerstation’ voor zijn bestemd. Reclamant mist, in het bijzonder in sub m: mediavoorzieningen zoals sampling.
Reactie: Het uitdelen van attenties en producten aan reizigers wordt niet in het bestemmingsplan geregeld. Dit betekent dat deze activiteit ook niet onmogelijk is op basis van het bestemmingsplan. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren 5.5 Openingstijden horeca en detailhandel blijven handhaven Reclamant geeft aan ervan uit te gaan dat de openingstijden van de horeca en detailhandel op het station mogelijk blijven. Reactie: Het bestemmingsplan voorziet niet in een regeling voor de openingstijden van horeca en/of detailhandel. Voorstel: Wij stellen voor om deze zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. 6
Reclamant 6
9
6.1 Omvang horecavestiging beperken In de plint van de Weenaflat is, aan de zijde van het Weena, een horecavestiging toegestaan van maximaal 300 m2. Reclamant vindt dat de huidige horecavestiging van 150 m2 niet moet worden vergroot. Reactie De huidige horecavestiging is ongeveer 150 m2 groot. Aangezien het Horecagebiedsplan hier voorschrijft de bestaande horeca te consolideren, moet de maximale oppervlakte van de horecavestiging worden aangepast. Voorstel Wij stellen u voor de zienswijze gegrond te verklaren en de oppervlakte in artikel 23, lid 23.3.2 te wijzingen naar 150 m2 b.v.o. Zie W7. 6.2 Horecacategorie Reclamant is van mening dat de toegestane horecacategorie niet hoger mag zijn dan categorie 1, in verband met de geur- en geluidoverlast voor de woningen erboven. Reactie: Horecacategorieën worden niet geregeld via het bestemmingsplan. Dit is vastgelegd in het Horecagebiedsplan. In 2021 wordt een nieuw Horecagebiedsplan Centrum opgesteld. Tijdens de participatie, die de gebiedscommissie Centrum organiseert, kan de wens tot aanpassing van de categorie worden geuit. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 7
Reclamant 7
7.1 Herontwikkeling Weenahuis en parkeergarage Reclamant zegt dat momenteel wordt onderzocht of herontwikkeling van het pand en de aanpalende parkeergarage mogelijk is. Het toekomstige programma ziet toe op een gemengd programma aan de zijde van de Delftsestraat en het toevoegen van de bestemming ‘Wonen’. Op de hoek van de Delfstestraat en de Poortstraat is de maximale bouwhoogte 5 meter. Reclamant ziet graag dat de bouwhoogte wordt gewijzigd en een groter volume wordt toegestaan. Reactie: De gemeente is in gesprek met reclamant over mogelijke herontwikkeling van het Weenahuis en de achtergelegen parkeergarage. Op dit moment zijn de plannen hiervoor nog onvoldoende uitgewerkt om hiervoor de bestemming van het pand te wijzigen naar wonen. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 7.2 Milieu-, parkeer-, en verkeersonderzoeken voldoen niet Reclamant stelt dat de onderzoeken in het kader van milieu, parkeren en verkeer ten behoeve van het Tree House niet voldoen aan de eisen. Reactie: De stelling dat de onderzoeken ten behoeve van de ontwikkeling van het Tree House met betrekking tot verkeer, parkeren en milieueffecten niet aan de eisen voldoen, is te 10
globaal om specifiek op te kunnen reageren. De onderzoeken zijn zorgvuldig uitgevoerd, volgens de regels opgesteld en gecontroleerd door de DCMR. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 8
Reclamant 8
8.1 Hoogbouw leidt tot verslechtering van leefklimaat Reclamant is van mening dat de hoogbouw en superhoogbouw die mogelijk wordt gemaakt met ontwerpbestemmingsplan RCD en de ontwikkeling van het Schiekadeblok leidt tot een verslechtering van het leefklimaat omdat de straten in de buurt, die voornamelijk smal of zelfs zeer smal zijn, voornamelijk in de wintermaanden nog minder of helemaal geen zonlicht meer krijgen. Verdergaande verloedering dreigt als gevolg hiervan. Reclamant roept de gemeente op om de hoogbouw aan de zuidzijde van Rotterdam Centraal te beperken tot 80 meter. Reactie: Het bestemmingsplan Rotterdam Central District legt de maximale bouwhoogten vast van bestaande bebouwing en drie nieuwe hoogbouwontwikkelingen. Van superhoogbouw is geen sprake. Hoewel het Rotterdam Central District ligt binnen de hoogbouwzone van de binnenstad, waar volgens de Hoogbouwvisie 2019 bebouwing mogelijk is tot 250 meter, is binnen dit bestemmingsplan de hoogte van nieuwbouw beperkt tot 150 meter voor de locaties Unilevergebouw en Delftse Poort en 130 (zie ambtshalve wijziging A2) meter voor het Delftseplein. Deze maximale bouwhoogtes zijn getoetst in een bezonningsonderzoek en voldoen aan de richtlijnen van de Hoogbouwvisie 2019 (voor de buitenruimte) en regel voor bezonning van de woninggevels in de Provenierswijk.
Deze regel gaat uit van toetsing van de schaduwwerking in maatgevende periode tussen 21 maart en 23 september, zie ook de reactie op zienswijze 1.1. Hiermee is volgens de gemeente de kwaliteit van de leefomgeving voor het Rotterdam Central District en de omringende wijken gegarandeerd. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 8.2 (Nader) onderzoek naar fauna in bomen Reclamant geeft aan dat er aanleiding is om aan te nemen dat er dieren in de bomen leven die moeten worden gekapt als gevolg van de ontwikkelingen die het ontwerpbestemmingsplan mogelijk maakt. Reclamant dringt erop aan hier nader onderzoek naar te laten doen. Reactie: In de flora- en faunatoets is de potentie van het gebied voor beschermde soorten onderzocht. Ook zijn de effecten van de ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt op beschermde functies beoordeeld. Uit de uitgevoerde quick scan blijkt dat de te kappen bomen geen functie hebben voor beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming, maar wel rekening dient te worden gehouden met broedende vogels. Door kapwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit te voeren, wordt overtreding van de Wet natuurbescherming voorkomen.
11
Het kappen van bomen en de daarvoor benodigde omgevingsvergunning is een ander proces dan die van het bestemmingsplan. Ten behoeve van een omgevingsvergunning worden andere eisen gesteld aan het flora en faunaonderzoek. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 9
Reclamant 9
9.1 ‘Wokkel’ op de parkeerstrook Op de parkeerstrook is op dit moment een expeditiestraat (in de vorm van een wokkel) aanwezig. In het ontwerpbestemmingsplan wordt deze positief bestemd. Reclamant stelt dat dit in strijd is met de Nota van Uitgangspunten voor het Schiekadeblok omdat de wokkel niet terugkomt in de voorkeursvariant stedenbouwkundig model 2a. Binnen dit model is geen plaats voor het behoud van de wokkel. Reclamant verzoekt om dit deel van de parkeerstrook uit het bestemmingsplan te knippen, temeer omdat dit gedeelte van de parkeerstrook geen zelfstandige functie heeft binnen het gebied. Dit gedeelte van de parkeerstrook zou stedenbouwkundig gezien tot het Schiekadeblok behoren. Reactie: De oprit, in de vorm van een wokkel, tot de hoger gelegen parkeergarage ligt op het grondgebied van reclamant en is onderdeel van Rijksmonument Central Post. Vanwege de monumentale status van de wokkel als onlosmakelijk deel van het voormalige stationspostkantoor is de wokkel bestemd in bestemmingsplan Rotterdam Central District, net als het gebouw Central Post. In de vastgestelde Nota van Uitgangspunten voor het Schiekadeblok is het volgende opgenomen: ‘De ‘wokkel’ (oprit Central Post) is functioneel verbonden met het monument.
Een belangrijke opgave is het met respect voor de cultuurhistorische waarde integreren van de wokkel, of de functie van de wokkel, in het bouwplan voor de spoorstrook’ ‘De Nota van Uitgangspunten maakt een gedeeltelijke overbouwing of aanpassing mogelijk van de oprit naar het laadperron (ook wel de ‘wokkel’’ genoemd) naast Central Post. Er wordt nader onderzocht wat mogelijk is. Hiervoor geldt de wet ‘Bouwen in de nabijheid van een monument’. De manier waarop de oprit kan worden geïntegreerd in het ontwerp voor het Schiekadeblok wordt nog onderzocht. Daarbij wordt een afweging gemaakt tussen de monumentale waarde van de oprit en de gewenste ontwikkelingsruimte op de spoorstrook. De Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) is daarbij betrokken. Daarom is de wokkel in bestemmingsplan RCD bestemd als onderdeel van Central Post op de manier waarop de wokkel nu is vormgegeven en wordt gebruikt. Als overeenstemming is met alle partijen over een nieuw ontwerp ter plaatse van de wokkel, zal de nieuwe ontwikkeling ter plaatse van de oprit worden vastgelegd in het bestemmingsplan Schiekadeblok, waar bij het bestemmen rekening wordt gehouden met de functie van de wokkel. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 9.2 Cumulatieve planologische en milieukundige gevolgen onvoldoende onderzocht en onderzoeken zijn onzorgvuldig uitgevoerd 12
Reclamant vraagt zich af of de cumulatieve planologische en milieukundige gevolgen van dit bestemmingsplan wel voldoende zijn onderzocht in samenhang met andere ontwikkelingen, zoals de ontwikkeling van het Schiekadeblok volgens de ontwikkelkaders uit de Nota van Uitgangspunten. Reclamant vraagt zich af of het bestemmingsplan en het m.e.r.-beoordelingsbesluit wel kunnen worden vastgesteld als alle milieuaspecten integraal worden onderzocht. Los daarvan is reclamant van oordeel dat de uitgevoerde onderzoeken onzorgvuldig zijn uitgevoerd en dat de hierover opgenomen tekst in de plantoelichting onzorgvuldig is geformuleerd. Reactie: De gemeente heeft onderzocht wat de milieueffecten zijn van de totale beoogde gebiedsontwikkeling van RCD. Ten behoeve van de gebiedsontwikkeling van Rotterdam Central District is in 2011 een structuurvisie vastgesteld. De milieueffecten van de totale gebiedsontwikkeling zijn destijds in beeld gebracht door middel van een planMER. De structuurvisie vormt het kader voor vervolgbesluiten zoals gedetailleerdere uitwerking van de ontwikkelingen in bestemmingsplannen. Vanwege verschillende redenen (fasering, financieel, organisatorisch) wordt de gebiedsontwikkeling van RCD via meerdere bestemmingsplannen mogelijk gemaakt.
Het totaal van de ontwikkelingsruimte in de afzonderlijke bestemmingsplannen valt binnen het totaal dat is onderzocht in de structuurvisie en in het planMER. Daarmee blijft de conclusie uit de visie, dat door verdichting in Rotterdam Central District negatieve effecten kunnen worden verwacht door toename van meer bewoners, werknemers en autoverkeer, maar dat de totaal ontwikkeling past binnen de wettelijke milieunormen. Voor dit bestemmingsplan is nieuw onderzoek gedaan naar de effecten van de nieuwe ontwikkelingen ten aanzien van geluid, wind, bezonning, natuur, water, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Onderzoeksrapporten zijn als bijlagen toegevoegd aan het bestemmingsplan. Bovendien houden de onderzoeken voor dit bestemmingsplan, bijvoorbeeld voor geluid en externe veiligheid, wel rekening met de toekomstige ontwikkeling van het Schiekadeblok en de toekomstige ontwikkeling van Pompenburg (volgens de huidige stand van zaken) omdat deze het meest ver zijn uitgewerkt. In de verkeerscijfers en populatiegegevens worden deze nieuwe ontwikkelingen opgeteld, ze worden niet afzonderlijk van elkaar onderzocht. Reclamant maakt niet duidelijk welke aspecten onvoldoende onderzocht zijn, daar kan dus niet meer specifiek op worden ingegaan. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren.
10 Reclamant 10 Reclamant heeft een zienswijze ingediend namens de Bewonersvereniging Provenierswijk. De strekking van de zienswijze is dat er in alle plannen voor Rotterdam Central District vanaf 2011, geen rekening wordt gehouden met de bewoners van de Provenierswijk. De zienswijze wordt hieronder puntsgewijs behandeld. 10.1 Eerdere bezwaren Reclamant wil met deze zienswijze eerdere (pro forma) bezwaren onder de aandacht brengen. Zo heeft reclamant (pro forma) bezwaar gemaakt tegen: - De vergunning inrichting laad- en losruimte Proveniersplein 13
-
De kapvergunning voor de bomen op het Delftseplein.
Ook heeft reclamant een (pro forma) bezwaar ingediend bij het college van burgemeester en wethouders om voor het ontwerpbestemmingsplan geen MER op te stellen. Reactie: Dit punt wordt voor kennisgeving aangenomen. De genoemde (pro forma) bezwaren worden in een separate procedure behandeld. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze voor kennisgeving aan te nemen. 10.2 MER nodig Reclamant verwijst in haar zienswijze naar het bezwaar tegen het m.e.r.beoordelingsbesluit dat als bijlage bij de zienswijze is gevoegd. Reclamant vindt dat er een MER opgesteld had moeten worden voor dit bestemmingsplan. Het ontwerpbestemmingsplan is een gatenkaas: belangrijke gebouwen (Nationale Nederlanden, het Unilevergebouw, het Groot Handelsgebouw en de torens op het Schiekadeblok, de Conradstraat en de toren aan de overzijde van de Schiekade) vallen erbuiten. Reactie: Het bestemmingsplan voorziet in een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in kolom 1 van categorie 11.2 van onderdeel D bij de bijlage bij het Besluit m.e.r.. De drempelwaarden in kolom 2 (categorie 11.2 onderdeel D) worden niet overschreden. Het bestemmingsplan maakt minder dan 2000 woningen mogelijk en de totale ontwikkelomvang bedraagt 116.000 m2 b.v.o. (onder de drempelwaarde van 200.000 m2 b.v.o.). Dit betekent dat de ontwikkelingen in het bestemmingsplan niet m.e.r.beoordelingsplichtig zijn.
Voor bestemmingsplan Rotterdam Central District is een vormvrije m.e.r-beoordeling opgesteld. In bestemmingsplan Rotterdam Central District worden drie ontwikkellocaties opgenomen (Tree House, gebouw Delftse Poort en het Unilevergebouw). Andere ontwikkelingen worden in separate plannen gefaseerd mogelijk gemaakt. Reclamant stelt ten onrechte dat Nationale Nederlanden (Delftse Poort) en het Unilevergebouw buiten dit bestemmingsplan zijn gelaten. Deze gebouwen zijn wel opgenomen in dit bestemmingsplan. Het Groot Handelsgebouw is in de onderzoeken van het bestemmingsplan meegenomen al is in de ontwerpfase besloten om hiervoor een apart bestemmingsplan op te stellen. De ontwikkeling van het Schiekadeblok en Pompenburg worden mogelijk gemaakt in twee aparte bestemmingsplannen. De locatie Conradstraat is in de Structuurvisie genoemd als ontwikkellocatie maar in het bestemmingsplan is deze ontwikkeling niet planologisch mogelijk gemaakt. Het Zomerhofkwartier is niet meegenomen vanwege de afstand tot het RCD-gebied. De ontwikkelingen moeten los van elkaar worden bezien, ze zijn niet afhankelijk van elkaar in de uitvoering of in de fasering. Er is ook geen sprake van een bepaalde volgorde dat de ontwikkelingen uitgevoerd moeten worden. Het is bijvoorbeeld niet zo dat het Schiekadeblok niet wordt ontwikkeld als het Tree House er niet komt, of andersom.
Daarnaast maken de ontwikkelingen geen deel uit van dezelfde 14
grondexploitatie en is er geen financiële afhankelijkheid tussen de verschillende ontwikkelingen. Samengevat vertonen de ontwikkelingen die de reclamant noemt geen samenhang met het bestemmingsplan RCD en bovendien zijn de ontwikkelingen, de omvang ervan en de milieueffecten, onvoldoende voorzienbaar op grond waarvan bij de ontwikkelingen in het bestemmingsplan RCD hiermee rekening zou moeten worden gehouden. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit gaat dus uit van juiste uitgangspunten. Er is geen sprake van het opknippen van ontwikkelingen om tot gunstigere resultaten te komen. Vanwege verschillende redenen wordt de gebiedsontwikkeling van RCD via meerdere bestemmingsplannen mogelijk gemaakt. Het totaal van de ontwikkelingsruimte in de afzonderlijke bestemmingsplannen valt binnen het totaal dat is onderzocht in de Structuurvisie en in de bijbehorende planMER. Daarmee blijft de conclusie uit de visie van toepassing; dat door verdichting in Rotterdam Central District negatieve effecten kunnen worden verwacht door toename van meer bewoners, werknemers en autoverkeer maar dat de totaal ontwikkeling past binnen de wettelijke milieunormen. Voor dit bestemmingsplan is onderzoek gedaan naar de effecten van de nieuwe ontwikkelingen ten aanzien van geluid, wind, bezonning, natuur, water, luchtkwaliteit en externe veiligheid.
De onderzoeken voor dit bestemmingsplan, bijvoorbeeld voor geluid en externe veiligheid, houden rekening met de toekomstige ontwikkeling van het Schiekadeblok en de toekomstige ontwikkeling van Pompenburg (volgens de huidige stand van zaken) omdat deze het meest ver zijn uitgewerkt, gebruik maken van ontsluiting via dezelfde wegen en allen pal naast het spoor liggen. In de verkeerscijfers en populatiegegevens worden deze nieuwe ontwikkelingen opgeteld, ze worden niet afzonderlijk van elkaar onderzocht. Op basis van deze onderzoeken is in het m.e.r.-beoordelingsbesluit geconcludeerd dat er geen MER hoeft te worden opgesteld. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 10.3 Verkeersstromen onvoldoende onderzocht Reclamant verwijst in haar zienswijze naar het bezwaar tegen het m.e.r.beoordelingsbesluit dat als bijlage bij de zienswijze is gevoegd. De verkeersstromen en ontwikkelingen in vervoer kunnen onvoldoende in samenhang worden aangepakt. Als voorbeeld de snel toegenomen behoefte aan voldoende parkeerplaatsen voor fietsen, bakfietsen, scooters en overige tweewielers, al dan niet als onderdeel van een deeleconomie hype. Het is natuurlijk prijzenswaardig dat er wordt gekeken naar een openbare fietsenstalling onder de nieuwe hoogbouw, maar dat is volstrekt onvoldoende en ook zeker niet de enige mogelijke oplossing.
Zeker Nationale Nederlanden en het Groothandelsgebouw kunnen een bijdrage leveren en liggen logistiek gezien ideaal. De beoogde extra fietstunnel onder het spoortalud naar Rotterdam Noord zou meegenomen moeten worden. Een extra argument voor een complete MER en een compleet bestemmingsplan voor het gehele gebied inclusief alle gebouwen. Reactie: Voor een nieuwe fiets- en voetgangerstunnel onder het spoor is er nog geen concreet initiatief, dus dit is niet nader onderzocht.
15
De beleidsregeling Parkeernormen voor auto’s en fietsen Rotterdam 2018 voorziet in duidelijke parkeereisen voor fietsen in nieuwbouw. Voor een nieuw gebouw of een gebouw dat wordt getransformeerd, dienen voor alle gebruikers op eigen terrein fietsparkeerplaatsen te worden aangebracht. Per type gebruiksfunctie is een norm per 100 m2 vastgelegd. In appartementsgebouwen dienen fietsparkeerplaatsen in een gezamenlijke stalling te worden ondergebracht. Deze recente parkeereisen leiden tot grote fietsenstallingen in de nieuwe gebouwen, zoals in Tree House op het Delftseplein. Indien er sprake is van transformatie van bestaande gebouwen, zal de fietsparkeernorm ook toegepast worden. Wanneer er geen transformatie plaatsvindt, kan de gemeente niet afdwingen dat er extra fietsparkeerplaatsen worden gerealiseerd. Voor de fietsparkeerbehoefte van het Centraal Station zullen nieuwe tijdelijke en permanente plaatsen worden gemaakt. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 10.4 Planschaderisico wordt overdreven Reclamant verwijst in haar zienswijze naar het bezwaar tegen het m.e.r.beoordelingsbesluit dat als bijlage bij de zienswijze is gevoegd. Reclamant vindt dat het planschaderisico wordt overdreven. Als voorbeeld worden het Unileverkantoor en het Nationale Nederlandengebouw genoemd. Het Unilever hoofdkantoor gaat weg uit Nederland.
Die verandering moet voor de gemeente voldoende ruimte creëren om te sturen en het bestemmingsplan aan te passen aan de nieuwste ontwikkelingen. Het Nationale Nederlandengebouw is in eigendom van CBRE Global Investors. Dergelijke mondiale vastgoedreuzen zijn belangrijk voor Rotterdam maar het publiek belang moet niet uit het oog worden verloren. Het Nationale Nederlandengebouw vraagt als jaren om een meer publieke invulling van de begane grond en daar vlak onder en boven. Het gebouw zou ook in dit bestemmingsplan opgenomen moeten worden en bovendien zou dit bestemmingsplan dan voldoende duidelijk moeten maken wat de verantwoordelijkheid is van dit gebouw voor de omgeving. Daar hoort een fietsparkeerruimte bij, maar ook de verantwoordelijkheid voor windhinder. Reactie: De gemeente heeft in bestemmingsplan Rotterdam Central District een balans gevonden tussen de bestaande planologische rechten en de wenselijke stedenbouwkundige ontwikkeling van het gebied, met aandacht voor het leefklimaat in de ruime omgeving. Het bestemmingsplan biedt ruimte voor verschillende functies in de plinten van de gebouwen, waardoor hier een levendige invulling mogelijk is. Hiervoor is het begrip Mixone uitgewerkt. De gemeente kan dit echter niet afdwingen via het bestemmingsplan. Wel voert de gemeente overleg met de eigenaren over het aantrekkelijker maken van de plinten.
Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 10.5 Hoogbouw heeft gevolgen voor grondwaterpeil Reclamant geeft dat de Provenierswijk op veengrond ligt. Tevens wordt aangenomen dat er een stevige fundering moet worden gelegd voor de hoogbouw die dit ontwerpbestemmingsplan mogelijk gemaakt. Dit heeft effect op het grondwaterpeil in de Provenierswijk en daarmee op de houten funderingen van de woningen. Volgens reclamant kunnen er niet ongelimiteerd diepe funderingen worden aangelegd op veenbodem, zonder dat de gevolgen voor de omgeving worden ingeschat en 16
gecompenseerd. Reclamant meent dat het noodzakelijk is om het grondwater weg te pompen, te bevriezen en er moeten damwanden worden geslagen. Alleen wanneer er maatregelen worden getroffen ter compensatie van de diepe funderingen die moeten worden aangelegd voor de ontwikkelingen in Rotterdam Central District, wordt de al bestaande overstromingsproblematiek in de wijk niet erger. Reactie: In het bestemmingsplan worden geen technische aspecten voorgeschreven, zoals de manier van bemalen of funderen. Ten tijde van het verlenen van de omgevingsvergunning zal het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard erop toezien dat bemalingsactiviteiten geen onaanvaardbare effecten in de omgeving veroorzaken. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 10.6 Toename hitte-eilanden en windoverlast door (te) hoge bebouwing Reclamant uit zorgen over de toename van hitte-eilanden als gevolg van hoogbouw en verstening Rotterdam Central District. Het gebied tussen het Groothandelsgebouw en het spoor kwalificeert nu al als ondraaglijk en scoort hoog in de Nederlandse lijst met onleefbare buitenruimte. Dat is voor een busstation waar veel mensen gebruik van maken een onacceptabele situatie. Oude mensen worden er simpelweg onwel, of durven de bus niet te nemen. Het is onbegrijpelijk dat de notitie “Rotterdams Weerwoord” niets betekent.
Verder zal de wind verblijf in Rotterdam Central District onaangenaam maken. Volgens reclamant wordt de hoogbouw te hoog. Reactie: Rotterdam Central District heeft op warme zomerdagen een hogere omgevingstemperatuur dan veel andere delen van de stad. Dit hitte-eilandeffect heeft de aandacht van de gemeente, zoals verwoord in het Urgentiedocument Rotterdams Weerwoord. Daarom wordt gewerkt aan plannen voor vergroening van de buitenruimte in Rotterdam Central District, zoals het Hofplein, en wordt de aanleg van groene daken op bestaande en nieuwe gebouwen gestimuleerd. Zo heeft het gebouw Delftse Poort recent een groen dak gekregen (waar ook water opgevangen wordt) en zal ook het Tree House voorzien worden van groenelementen. Naar de windhinder is een globaal onderzoek uitgevoerd waaruit blijkt dat door de geplande nieuwbouw geen onaanvaardbare windhinder ontstaat. Bij de verdere uitwerking van de bouwplannen en de buitenruimte zullen maatregelen uitgewerkt worden om de windeffecten te verminderen onder andere door het aanbrengen van reliëf in de gevels en luifels. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 10.7 (Te) dure woningen worden gefaciliteerd Reclamant vindt dat de gemeente te dure woningen faciliteert en dit geld beter kan steken in de Rotterdammers die als gevolg van de corona-crisis in (financiële) problemen raken.
Daarnaast vindt reclamant het belangrijk dat wordt geïnvesteerd in betaalbare starterswoningen. Reactie:
17
De gemeente heeft in overeenstemming met het Actieplan Middenhuur als uitgangspunt dat bij nieuwbouw 20% sociale woningen en 30% van woningen in de categorie ‘middensegment’ wordt gerealiseerd. Deze woningen dienen minimaal 15 jaar in deze prijsklasse behouden te blijven. Dit is uitgangspunt bij alle nieuwbouwplannen en daarmee faciliteert de gemeente naast dure woningen ook betaalbare woningen. Door de complexiteit van de locatie is voor de locatie Delftseplein (Tree House) geen sociale woningbouw opgenomen, is wel als voorwaarde gesteld dat minimaal 30% van de woningen in de categorie ‘middensegment’ moet worden gerealiseerd. Dit is opgenomen in het Ambitiedocument Delftseplein, dat uitgangspunt was voor de tender voor bebouwing op deze locatie. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 10.8 Procedures in verkeerde volgorde doorlopen Reclamant geeft aan dat er onduidelijkheden zijn ontstaan over de maatvoering en de plaats van de Tree Housetoren. Daarnaast is reclamant het niet eens met de volgorde van de procedures die zijn doorlopen: De gemeente is eerst een civielrechtelijke overeenkomst aangegaan met Provast, terwijl de procedure van het bestemmingsplan nog niet was doorlopen. Juist in die laatste procedure wordt de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de ontwikkeling gemotiveerd en is er ruimte voor inspraak van burgers.
Burgers zijn benadeeld door de handelwijze van de gemeente. Reactie: Door middel van een tenderprocedure is voor het Delftseplein een schetsontwerp voor een gebouw en een ontwikkelaar geselecteerd. De basis hiervoor was het Ambitiedocument Delftseplein waarover op 22 februari 2018 een raadsbesluit is genomen. Pas na vaststelling van het bestemmingsplan waarin de bouw van Tree House planologisch wordt mogelijk gemaakt, zal de grond door de gemeente worden verkocht aan de ontwikkelaar. Dat is conform de werkwijze die door het college van B&W met de gemeenteraad is afgesproken bij de bestuurlijke behandeling van het Ambitiedocument Delftseplein in februari 2018, waarbij de raad heeft ingestemd met de tender. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. Bezonning Zienswijze 10.9 tot en met 10.21 hebben betrekking op het bezonningsonderzoek 10.9 Haagse Bezonningsnorm Reclamant is van mening dat de resultaten van de bezonningsstudie die is uitgevoerd in het kader van het ontwerpbestemmingsplan zijn niet getoetst aan de Haagse Bezonningsnorm. Volgens reclamant moet deze norm als vaste gedragslijn worden geïnterpreteerd, nu de gemeente deze norm heeft toegepast in de plannen Zalmhaventoren en Post Rotterdam. Dat de gemeente eerder in 2007 een aparte afspraak heeft gemaakt over de bezonning van de Provenierswijk, doet aan de gebondenheid aan deze norm niets af.
De gemeente zal ter waarborging van het woon- en leefklimaat in de Provenierswijk ervoor moeten zorgen dat het bestemmingsplan voldoet aan de Haagse Bezonningsnorm.
18
Reactie: De zogenaamde Haagse bezonningsnorm is afgeleid van de ‘lichte TNO-norm’ voor de beoordeling van schaduweffecten door hoogbouw. Beide normen toetsen, net als de speciale regel voor de Provenierswijk, de bezonning van de gevels van woningen (op 75 cm hoogte). De gemeente wil geen twee normen toepassen voor de beoordeling van de mate waarin er nog zon blijft vallen op de gevels van woningen in de Provenierswijk. Wanneer zowel voldaan wordt aan de voorwaarden van de Hoogbouwvisie 2019, als de Provenierswijkregel, is er volgens de gemeente sprake van een goede afweging van de verschillende belangen. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 10.10 Provenierswijkregel niet meegenomen in studie Met de bewoners van de Provenierswijk is afgesproken dat de extra schaduw op de woningen in de Provenierswijk als gevolg van de nieuwe bebouwing maximaal 1 uur mag bedragen in maatgevende periode tussen 21 maart en 23 september. Dit uur valt in de ochtend (tot 13:00 uur) en betekent dat er geen extra schaduw in de middag (vanaf 13:00 uur) valt. Reclamant stelt dat de bezonningsstudie die is uitgevoerd geen blijk geeft van deze afspraak en dat in de studie ten onrechte is gemeten op 21 september (in plaats van 23 september).
Reclamant heeft een afbeelding bijgevoegd van de site cadmapper.com waaruit blijkt dat er ook ná 13:00 uur sprake is van schaduwhinder in de Provenierswijk als gevolg van de bouw van het Tree House. Reactie: Zoals reclamant terecht stelt, is de toetsingsdatum voor de Provenierswijkregel 23 september en niet 21 september (deze laatste datum wordt in de Hoogbouwvisie 2019 gehanteerd voor de toetsing van de bezonning van de openbare ruimte). In het bezonningsonderzoek bij het ontwerpbestemmingsplan is foutief uitgegaan van de toetsingsdatum 21 september in plaats van 23 september (zie de reactie op zienswijze 1.1). Dit is hersteld in het geactualiseerde bezonningsonderzoek bij dit bestemmingsplan. De hoogbouw is getoetst aan de zogenaamde Provenierswijkregel. Dit is een regel die geldt voor de schaduwval op de gevels van woningen in de Provenierswijk als gevolg van de hoogbouw in het RCD. In 2008 is door onderzoeksbureau ARUP uitgebreid onderzoek gedaan naar de invloed van de hoogbouw, zoals is neergelegd in het Stedenbouwkundigplan Central District Rotterdam, op de bezonning van de Provenierswijk. Hierbij is een vergelijking gemaakt tussen bezonning in de Provenierswijk zónder nieuwbouw als met nieuwbouw conform het Stedenbouwkundigplan Central District Rotterdam.
Bij het bepalen van de locaties voor hoogbouw en de maximale bouwhoogte in het RCD is uitgegaan van de woonbebouwing in de Provenierswijk. Als uitgangspunt voor het onderzoek gold dat de extra schaduw op de gevels van de woningen in de Provenierswijk als gevolg van de nieuwe bebouwing maximaal 1 uur mag bedragen in maatgevende periode tussen 21 maart en 23 september. Dit heeft geresulteerd in een schematische weergave van maximale bouwhoogten van ontwikkellocaties in het RCD. Op basis van dit schema is geconcludeerd dat de schaduw in de ochtend valt en niet in de middag (na 13:00 uur). Dit laatste gold niet als uitgangspunt voor het bepalen van de bouwhoogten, maar het is een vertaling van het schema dat op basis van het onderzoek van ARUP. Dit is zo ook door toenmalig wethouder Karakus in februari 2011 aan de Commissie Fysieke infrastructuur en Buitenruimte gecommuniceerd. Dit schema komt terug in het
19
Stedenbouwkundigplan Central District Rotterdam (p. 46) en de Structuurvisie RCD (p. 66). Op grond van het bezonningsonderzoek dat ten grondslag ligt aan dit bestemmingsplan kan worden geconcludeerd dat er niet meer dan 1 uur extra schaduw valt op de gevels van de woningen in de Provenierswijk als gevolg van de hoogbouw die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. Er wordt dus voldaan aan de Provenierswijkregel. Los daarvan kan op basis van het onderzoek worden geconcludeerd dat er na 13:00 uur geen verslechtering optreedt door de hoogbouw die dit bestemmingsplan mogelijk maakt. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. Voor zover de zienswijze ziet op de onjuiste datum in de bezonningsstudie heeft reclamant gelijk. Dit wordt aangepast nav zienswijze 1.1. 10.11 Afspraken over hoogte bebouwing Delftseplein / Tree House Reclamant stelt dat de gemeente zich niet houdt aan de afspraak over de hoogte van de Tree Housetoren. Volgens reclamant is de bewoners door wethouder Hulman toegezegd dat de toren niet hoger dan 130 meter zal worden (in tegenstelling tot de toegestane 140 meter). Daarnaast zou er volgens reclamant nog eens 10 meter bij kunnen komen doordat de planregels toestaan dat de bouwhoogte met 5 meter overschreden mag worden vanwege installaties op het dak.
Ook kan het gebouw volgens reclamant nog 5 meter hoger worden gebouwd doordat het volgens de plantoelichting mogelijk is om het maaiveld met 5 meter te verhogen ten behoeve van het openbaar gebied en terrassen. Deze extra meters hebben een negatief effect op de bezonning. Reactie: In het ambitiedocument, dat in december 2017 door het college van Burgemeester en Wethouders is vastgesteld, was een maximale bouwhoogte van 140 meter opgenomen voor Tree House. Deze maximale hoogte was gebaseerd op het schema met de (globale) maximale bouwhoogten in het stedenbouwkundig plan Rotterdam Central District en de Structuurvisie Rotterdam Central District. De Structuurvisie is in 2011 door de gemeenteraad vastgesteld. Middels ambtshalve wijziging A2 wordt voorgesteld de hoogte van deze toren op het Delftseplein aan te passen naar 130 meter. Deze hoogte mag met 5 meter worden overschreden voor technische voorzieningen op het dak. Het bezonningsonderzoek is gebaseerd op de toegestane hoogte uit het ontwerpbestemmingsplan. Uit dit onderzoek blijkt dat het Tree House voldoet aan de bezonningsregel voor de Provenierswijk. Omdat de voorgestelde hoogte van 130 meter (135 meter inclusief technische installaties) lager is dan 140 meter hoeft het bezonningsonderzoek op dit punt niet geactualiseerd te worden.
Het verlagen van de bouwhoogte van het Tree House zal een positief effect hebben op de bezonning van de Provenierswijk. De reclamant veronderstelt ten onrechte dat het maaiveld ter plaatse van Tree House integraal 5 meter opgehoogd kan worden waardoor het Tree House extra hoog zou kunnen worden. Het Tree House is bestemd als ‘Gemengd – 2’. De ophoging is alleen toegestaan in de bestemming ‘Gemengd – 9’. Deze bestemming bevat regels over de buitenruimte rond het Tree House. Deze buitenruimte mag worden opgehoogd. Naar
20
aanleiding van deze zienswijze blijkt dat de hoogte in ‘Gemengd – 9’ niet op de juiste manier op de verbeelding staat. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. Naar aanleiding van deze zienswijze is gebleken dat op de verbeelding ter plaatse van Gemengd – 9 aan de oostzijde van het Tree House niet de juiste hoogte is opgenomen. In plaats van de maximale hoogte van 6 meter staat hier abusievelijk 5 meter vermeld. Bovendien is het voor de herinrichting van de buitenruimte noodzakelijk dat de oppervlakte van bestemming Gemengd-9 aan de oostzijde wordt vergroot. Zie ambtshalve wijziging A4. 10.12 Bezonning en cumulatie van torens Reclamant benoemt dat wethouder Karakus per brief heeft aangegeven dat bij meerdere hoogbouwprojecten in hetzelfde gebied de opstelsom van de diverse schaduwen moet worden meegenomen. De tijden die in de hoogbouwvisie staan met betrekking tot bezonning, gelden dus niet per toren. Er is volgens reclamant onvoldoende rekening gehouden met cumulatie van torens. De toegestane hoogbouw (200 meter) aan Weena-Zuid moet ook worden meegenomen in de bezonningsstudie, net als het Groot Handelsgebouw dat tot 200 meter hoog mag worden gebouwd, de ontwikkeling op het Schiekadeblok en Weenapoint. Ook de torens van Pompenburg zijn, tegen de afspraken in, niet meegenomen in de bezonningsstudie.
Reactie: Het bezonningsonderzoek dat voor dit bestemmingsplan is uitgevoerd heeft betrekking op drie mogelijke hoogbouwontwikkelingen (voor het Tree House, Delftse Poort en de Unileverlocatie). Deze zijn getoetst aan de voorwaarden met betrekking tot de bezonning uit de Hoogbouwvisie 2019 en de Provenierswijkregel. Bij andere hoogbouwontwikkelingen in Rotterdam Central District, zoals voorzien wordt op de Conradstraat en het Schiekadeblok, zal het cumulatieve effect voor de schaduwwerking op de omgeving, waaronder de Provenierswijk, inzichtelijk worden gemaakt. Wanneer er andere ontwikkelingen, buiten het Rotterdam Central District, planologisch mogelijk worden gemaakt, zal een aparte afweging met betrekking tot de bezonning en andere aspecten worden gemaakt. De bezonningsregel voor de Provenierswijk geldt alleen voor ontwikkelingen die vallen binnen de Structuurvisie Rotterdam Central District uit 2011 en geldt daarom niet voor nieuwe ontwikkelingen in Pompenburg. Voorstel: Wij stellen u voor de zienswijze ongegrond te verklaren. 10.13 Randvoorwaarden Tree House uit tender opgerekt Reclamant merkt op dat de randvoorwaarden uit de tender van het Tree House niet overeenstemmen met de maximale maten die zijn opgenomen in het bestemmingsplan. Het Tree House mag hierdoor massiever worden dan eerder is overeengekomen door de gemeente.