CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20bb18774 Bijlage 1 behorende bij 21bb2532 over Rotterdam Central District ontwerpbestemmingsplan

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 24. Het (herziene) voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Rotterdam Central District’.35.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

de oppervlakte van een bouwwerk

Tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van een bouwwerk. 2.6

de breedte van een gebouw

Van en tot de buitenkant van een zijgevel dan wel het hart van een gemeenschappelijke scheidingsmuur, met dien verstande, dat wanneer de zijgevels verspringen of niet evenwijdig lopen, het gemiddelde wordt genomen van de kleinste en de grootste breedte. 2.7

de afstand van een gebouw tot de zijdelingse perceelsgrens

Vanaf het punt van de gevel van een gebouw welke het dichtst bij de perceelsgrens is gelegen, haaks op de perceelsgrens.

67

Hoofdstuk 2 Artikel 3 3.1

BESTEMMINGSREGELS

Bedrijf

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Bedrijf' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. bedrijven; b. opslag van materialen ten behoeve van het spoor; c. sportvelden; d. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals erf, parkeervoorzieningen, fietsenstalling, voorzieningen voor openbaar nut, groen, ontsluitingswegen en -paden. 3.2 Bouwregels 3.2.1

Algemeen

Op de voor 'Bedrijf' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke in de bestemming passen; b. voorzieningen ten behoeve van de sportvelden, zoals kleedruimte, materialenhok, met een afmeting van 10 bij 10 meter en een maximale hoogte van 4 meter; c. bedrijfsbebouwing, met oppervlakte van maximaal 1000 m2 en een hoogte van maximaal 10 meter. 3.3 Specifieke gebruiksregels Uitsluitend bedrijven t/m categorie 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels zijn toegestaan. 3.4

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 3.3 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.

68

Artikel 4

Gemengd - 1

Voor het Groot Handelsgebouw wordt een separaat bestemmingsplan opgesteld

4.1

Bestemmingsomschrijving

4.2

Bouwregels

4.3

Specifieke gebruiksregels

4.4

Afwijken van de gebruiksregels

69

Artikel 5 5.1

Gemengd - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren; b. woningen; c. horeca, uitsluitend op de begane grond, 1e en 7e verdieping en op het dakterras van de 7e verdieping; d. recreatieve voorzieningen, uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping; e. niet geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping; f. cultuur en ontspanning, uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping; g. dienstverlening, uitsluitend op de begane grond en 1e verdieping; h. vergader- en bijeenkomstfaciliteiten; i. distributieruimten en opslag voor station; j. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals erf, fietsparkeervoorzieningen, serviceruimtes, ontluchtings/ afvoerinstallaties, voorzieningen voor openbaar nut, verblijfsgebied, groen, ontsluitingswegen en -paden. 5.2 Bouwregels 5.2.1

Algemeen

Op de voor 'Gemengd - 2' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 5.2.2 Bebouwingsnormen a. Het gebouw mag niet hoger worden dan met de bouwaanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven; b. Het gebouw dient tot 30 meter hoog vanaf het maaiveld te voldoen aan artikel 2.4 tot en met 2.10 van de Regeling Bouwbesluit 2012; c. Voor het gebouw is boven maaiveld een vloeroppervlakte toegestaan van maximaal 44.500 m2 b.v.o.; d. Minimaal één uitgang van het gebouw dient van het spoor af gerealiseerd te worden. 5.2.3 Trillingshinder spoorverkeer Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen kan alleen worden verleend wanneer er is aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden met betrekking tot het aspect trillingshinder vanwege spoorverkeer. 5.3

Specifieke gebruiksregels

5.3.1

Kantoren

Voor kantoren is een gezamelijk b.v.o. toegestaan van maximaal 15.000 m2. 5.3.2 Woningen a. In totaal zijn maximaal 320 woningen toegestaan; b. Aan de zijde van het treinspoor zijn geen woningen toegestaan vanaf het maaiveld tot 30 meter hoogte; c. De woningen dienen een Gebruiksoppervlakte te hebben van minimaal 40m2; d. Maximaal 20% van de woningen mag een Gebruiksoppervlakte hebben kleiner dan 50m2. 5.3.3 Werken aan huis Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; c. de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen;

70

d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 5.4 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in '5.3.3' terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.

71

Artikel 6 6.1

Gemengd - 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren; b. vergaderfaciliteiten; c. hotel; d. recreatieve voorzieningen, uitsluitend tot en met de vijfde verdieping; e. dienstverlening, uitsluitend tot en met de vijfde verdieping; f. niet geluidsgevoelige maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend tot en met de vijfde verdieping; g. horeca, uitsluitend tot met met de vijfde verdieping en op het dakterras van de derde /vierde verdieping; h. detailhandel, uitsluitend op de begane grond; i. showrooms, uitsluitend op de begane grond; j. ter plaatse van op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'tunnel' tevens voor een tunnel ten behoeve van de metro; k. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals erf, parkeervoorzieningen, fietsenstalling, ontluchtings/ afvoerinstallaties, voorzieningen voor openbaar nut, verblijfsgebied, groen, ontsluitingswegen en -paden. 6.2 Bouwregels 6.2.1

Algemeen

Op de voor 'Gemengd - 3' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 6.2.2 Bebouwingsnormen a. Gebouwen mogen niet hoger worden dan met de bouwaanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven; b. Op de derde/vierde verdieping is een dakterras toegestaan ten behoeve van de horeca; c. In uitzondering van bepaalde onder a is een uitbreiding toegestaan van maximaal 25.000 m2 b.v.o. ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven bouwvlak, waarbij een hoogte is toegestaan van maximaal 150 meter. Voor het gedeelte tussen de onderbouw tot 70 meter mag de diagonaal maximaal 56 meter zijn. Voor het gedeelte van 70 meter tot de maximum bouwhoogte mag de diagonaal maximaal 42 meter zijn. De diagonaal wordt berekend over de verst van elkaar liggende hoeken. Balkons, die ingesloten zijn door ten minste drie geveldelen worden meegerekend. 6.2.3 Trillingshinder spoorverkeer Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen kan alleen worden verleend wanneer er is aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden met betrekking tot het aspect trillingshinder vanwege spoorverkeer 6.2.4

Overkraging

Terplaatse van op de verbeelding aangegeven bouwaanduiding 'overkraging' is een overkraging van minimaal 4,5 meter verplicht. 6.3

Specifieke gebruiksregels

6.3.1

Hotel

Voor hotel is een b.v.o. toegestaan van 12.500 m2. 6.3.2

Detailhandel

Voor detailhandel is maximaal 1500 m2 b.v.o.toegestaan, met maximaal 350 m2 b.v.o. per vestiging, met uitzondering van één vestiging aan de zijde van het Weena waarvoor een b.v.o. van 1150 m2 is toegestaan.

72

Artikel 7 7.1

Gemengd - 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren; b. bedrijven; c. vergaderfaciliteiten; d. recreatieve voorzieningen, uitsluitend tot en met de eerste verdieping; e. horeca, uitsluitend op de begane grond; f. dienstverlening, uitsluitend op de begane grond; g. niet geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend op de begane grond en de eerste verdieping; h. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals erf, parkeervoorzieningen, fietsenstalling, ontluchtings/ afvoerinstallaties, voorzieningen voor openbaar nut, verblijfsgebied, groen, ontsluitingswegen en -paden. 7.2 Bouwregels 7.2.1

Algemeen

Op de voor 'Gemengd - 4' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 7.2.2

Bebouwingsnormen

Gebouwen mogen niet hoger worden dan met de bouwaanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven. 7.3

Specifieke gebruiksregels

7.3.1

Bedrijven

Uitsluitend bedrijven t/m categorie 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels zijn toegestaan. 7.3.2

Biologisch laboratorium

Ten aanzien van het bepaalde in lid 7.3.1 geldt dat een nieuw hoog-risico biologisch laboratorium niet is toegestaan. 7.4

Afwijken van de gebruiksregels

a.

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.3.1 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn; b. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 7.3.2. Alvorens deze omgevingsvergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de VRR en de GGD, waarbij VRR en GGD hun advies baseren op het 'Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond'.

73

Artikel 8 8.1

Gemengd - 5

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 5' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen; b. kantoren; c. vergaderfaciliteiten; d. recreatieve voorzieningen, uitsluitend op de begane grond; e. horeca, uitsluitend op de begane grond; f. dienstverlening, uitsluitend op de begane grond; g. detailhandel, uitsluitend op de begane grond; h. maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend aan de zijde van de Delftsestraat; i. ter plaatse van op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'tunnel' tevens voor een tunnel ten behoeve van de metro; j. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals erf, parkeervoorzieningen, fietsenstalling, ontluchtings/ afvoerinstallaties, voorzieningen voor openbaar nut, verblijfsgebied, groen, ontsluitingswegen en -paden. 8.2 Bouwregels 8.2.1

Algemeen

Op de voor 'Gemengd - 5' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 8.2.2 Bebouwingsnormen a. Gebouwen mogen niet hoger worden dan met de bouwaanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven; b. In uitzondering van bepaalde onder a is een uitbreiding toegestaan van maximaal 50.000 m2 b.v.o., ter plaatse van het op de verbeelding aangegeven bouwvlak, waarbij een hoogte is toegestaan van maximaal 150 meter in de vorm van een toren. Voor het gedeelte tussen de onderbouw (40 meter) tot 70 meter, mag de diagonaal van de toren maximaal 56 meter zijn. Voor het gedeelte van 70 meter tot de maximum bouwhoogte mag de diagonaal maximaal 42 meter zijn. De diagonaal wordt berekend over de verst van elkaar liggende hoeken. Balkons, die ingesloten zijn door ten minste drie geveldelen worden meegerekend. 8.2.3 Trillingshinder spoorverkeer Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen kan alleen worden verleend wanneer er is aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden met betrekking tot het aspect trillingshinder vanwege spoorverkeer. 8.2.4

Overkraging

Ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven bouwaanduiding 'overkraging' is een overkraging van minimaal 4,5 meter verplicht aan de zijde van het Weena, en van minimaal 3 meter aan de zijde van de Poortstraat. 8.3

Specifieke gebruiksregels

8.3.1

Maatschappelijke voorzieningen

Maatschappelijke voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van onderwijsvoorzieningen, waarbij basisonderwijs is uitgesloten. 8.3.2 Woningen a. Nieuwe woningen zijn uitsluitend toegestaan indien deze beschikken over minimaal één Geluidluwe gevel; b. Aan de zijde van het Delftseplein zijn geen woningen toegestaan tenzij met een akoestisch onderzoek wordt aangetoond dat er geen overschrijding van de maximaal toegestane geluidbelasting is. c. De woningen dienen een Gebruiksoppervlakte te hebben van minimaal 40m2; d. Maximaal 20% van de woningen mag een Gebruiksoppervlakte hebben kleiner dan 50m2. 8.3.3 Werken aan huis

74

Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; c. de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 8.3.4 Detailhandel Voor detailhandel mag is een b.v.o.toegestaan van 500 m2, met maximaal 350 m2 b.v.o. per vestiging. 8.4

Afwijken van de gebruiksregels

a. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.3.2 onder a terzake van het toestaan van nieuwe woningen indien deze niet beschikken over een geluidluwe gevel indien wordt aangetoond, gehoord de milieudeskundige, dat er sprake is van een goed woon- en leefklimaat; b. Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.3.3 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.

75

Artikel 9 9.1

Gemengd - 6

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 6' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. kantoren, uitsluitend tot en met de dertiende verdieping; b. woningen, uitsluitend vanaf de veertiende verdieping; c. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals erf, parkeervoorzieningen, bergingen, fietsenstalling, ontluchtings/ afvoerinstallaties, voorzieningen voor openbaar nut, verblijfsgebied, groen, ontsluitingswegen en -paden. 9.2 Bouwregels 9.2.1

Algemeen

Op de voor 'Gemengd - 6' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 9.2.2

Bebouwingsnormen

Gebouwen mogen niet hoger worden dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven; 9.2.3

Overkraging

Ter plaatse van op de verbeelding aangegeven bouwaanduiding 'overkraging' is een overkraging van minimaal 4,5 meter verplicht. 9.3

Specifieke gebruiksregels

Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; c. de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 9.4 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.3 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.

76

Artikel 10 10.1

Gemengd - 7

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 7' aangewezen gronden zijn bestemd voor a. hotel; b. kantoren; c. dienstverlening, uitsluitend op de begane grond; d. horeca, uitsluitend op de begane grond; e. recreatieve voorzieningen, uitsluitend op de begane grond; f. detailhandel uitsluitend op de begane grond, ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; g. ter plaatse van op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'tunnel' voor een tunnel ten behoeve van de metro; h. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals erf, parkeervoorzieningen, fietsenstalling, ontluchtings/ afvoerinstallaties, voorzieningen voor openbaar nut, verblijfsgebied, groen, ontsluitingswegen en -paden. 10.2 Bouwregels 10.2.1 Algemeen Op de voor 'Gemengd - 7' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 10.2.2 Bebouwingsnormen Gebouwen mogen niet hoger worden dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven. 10.2.3 Trillingshinder spoorverkeer Een omgevingsvergunning voor het bouwen van gebouwen kan alleen worden verleend wanneer er is aangetoond dat een goed woon- en leefklimaat gegarandeerd kan worden met betrekking tot het aspect trillingshinder vanwege spoorverkeer 10.2.4 Overkraging Ter plaatse van op de verbeelding aangegeven bouwaanduiding 'overkraging' is een overkraging van minimaal 4,5 meter verplicht. 10.3

Specifieke gebruiksregels

10.3.1 Detailhandel Voor detailhandel is een b.v.o.toegestaan van maximaal 490 m2, met maximaal 350 m2 b.v.o. per vestiging.

77

Artikel 11 11.1

Gemengd - 8

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 8' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. horeca; b. ingang parkeervoorzieningen; c. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies. 11.2 Bouwregels 11.2.1 Algemeen Op de voor 'Gemengd - 8' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 11.2.2 Bebouwingsnormen Gebouwen mogen niet hoger worden dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven.

78

Artikel 12 12.1

Gemengd - 9

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Gemengd - 9' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven; b. dienstverlening; c. kiosk; d. toiletgebouw; e. toegang voor fietsparkeren, f. inrit voor bevoorrading; g. terrassen ten behoeve van een horecavestiging die is toegelaten op grond van een aangrenzende bestemming; h. verblijfsgebied; i. distributieruimten en opslag voor station; j. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals ontluchtings/ afvoerinstallaties, ontsluitingsweg, voorzieningen voor openbaar nut. 12.2 Bouwregels 12.2.1 Algemeen Op de voor 'Gemengd - 9' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 12.2.2 Bebouwingsnormen a. Bouwwerken mogen niet hoger worden dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven. b. Ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-2' is een luifel toegestaan ten behoeve van de bebouwing van 'Gemengd - 2'; 12.2.3 Kiosk Voor het kiosk is een b.v.o. toegestaan van maximaal 32 m2. 12.2.4 Terrassen a. Terrasafscheidingen zijn toegestaan tot een maximum hoogte van 1,50 meter, waarbij voldaan moet worden aan de op dat moment van toepassing zijnde door B&W vastgestelde kwaliteitseisen voor terrassen; b. In uitzondering van bepaalde onder a is een terrasafscheiding toegestaan met een maximum hoogte van 3 meter op de grens tussen Gemengd-9 en Verkeer-Spoorverkeer.

12.3 Specifieke gebruiksregels 12.3.1 Toegestane bedrijven Uitsluitend bedrijven t/m categorie 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels zijn toegestaan. 12.4

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 12.3.1 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.

79

Artikel 13 13.1

Groen

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen, met bijbehorende voet- en fietspaden en watergangen; b. ter plaatse van op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'parkeergarage' tevens voor een ondergrondse parkeergarage; c. ter plaatse van op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'tunnel' tevens voor een tunnel ten behoeve van de metro; d. uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming; e. kleinschalige voorzieningen voor openbaar nut en verkeer en vervoer. 13.2 Bouwregels 13.2.1 Algemeen Op de voor 'Groen' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, welke in de bestemming passen, zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers, niet groter dan 10 m3 (al dan niet ondergronds), bovenleidingsmasten c.q. portalen ten behoeve van trambanen, bruggen, duikers, alsmede vlaggenmasten; b. voorzieningen ten behoeve van de ondergrondse parkeergarage, metro; c. uitstekende delen aan gebouwen, niet dieper dan 2 meter uit de gevel en ten minste 2,2 meter boven maaiveld; d. kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, zoals gemaalgebouwtjes, telefooncellen, gasdrukregel- en meetstations, wachthuisjes e.d., niet groter dan 80 m3.

80

Artikel 14 14.1

Maatschappelijk

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Maatschappelijk' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. maatschappelijke voorzieningen; b. kantoren; c. bedrijven; d. vergaderfaciliteiten; e. terplaatse van op verbeelding aangegeven aanduiding 'luchtbrug' is een luchtbrug toegestaan; f. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals erf, parkeervoorzieningen, fietsenstalling, voorzieningen voor openbaar nut, verblijfsgebied, groen, ontsluitingswegen en paden. 14.2 Bouwregels 14.2.1 Algemeen Op de voor 'Maatschappelijk' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 14.2.2 Bebouwingsnormen Gebouwen mogen niet hoger worden dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven. 14.3

Specifieke gebruiksregels

14.3.1 Maatschappelijke voorzieningen Maatschappelijke voorzieningen zijn uitsluitend toegestaan in de vorm van onderwijsvoorzieningen, waarbij basisonderwijs is uitgesloten. 14.3.2 Toegestane bedrijven Uitsluitend bedrijven t/m categorie 2 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels zijn toegestaan. 14.3.3 Biologisch laboratorium Ten aanzien van het bepaalde in lid 14.3.2 geldt dat een nieuw hoog-risico biologisch laboratorium niet is toegestaan. 14.4

Afwijken van de gebruiksregels

a.

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.3.2 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn; b. Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 14.3.3. Alvorens deze omgevingsvergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders schriftelijk advies in bij de VRR en de GGD, waarbij VRR en GGD hun advies baseren op het 'Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria Rotterdam-Rijnmond'.

81

Artikel 15 15.1

Verkeer - Openbaar vervoerstation

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Openbaar vervoerstation' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een openbaar vervoersstation; b. stationsvoorzieningen; c. detailhandel; d. horeca; e. kantoor; f. dienstverlening; g. vergaderfaciliteiten; h. logistieke- en facilitaire voorzieningen; i. voorzieningen voor providers; j. schoonmaakruimtes; k. terplaatse van op verbeelding aangegeven functieaanduiding 'railverkeer' zijn de gronden tevens l. bestemd voor 'Verkeer - Spoorverkeer'; m. ter plaatse van op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'tunnel' voor een tunnel ten behoeve van de metro; n. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals verkeer- en verblijfsruimten, parkeervoorzieningen, fietsenstalling, fiets/voetgangerstunnels, voorzieningen voor openbaar nut, zonnepanelen, geluidsschermen, onderhoudsvoorzieningen (oa glaswasinstallatie), voorzieningen voor afvalopslag en afvoer van afval, verblijfsgebied, groen, ontsluitingswegen en paden. 15.2 Bouwregels 15.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer - Openbaar vervoerstation' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 15.2.2 Bebouwingsnormen a. Het stationsgebouw mag niet hoger worden dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven; b.

terplaatse van op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'specifieke vorm van gemengd' (hal van het station) is bebouwing uitsluitend toegestaan ten behoeve van het openbaar vervoersstation en de stationsvoorzieningen (met bijbehorende voorzieningen zoals genoemd onder lid 1m), alsmede ten behoeve van de functies horeca, detailhandel en dienstverlening, met een gezamenlijk b.v.o. van maximaal 950 m2.

82

Artikel 16 16.1

Verkeer - Parkeergarage

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Parkeergarage aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. een parkeergarage (al dan niet ondergronds); b. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals erf, parkeervoorzieningen, fietsenstalling, voorzieningen voor openbaar nut, verblijfsgebied, groen, ontsluitingswegen en paden. 16.2 Bouwregels 16.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer - Parkeergarage' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 16.2.2 Bebouwingsnormen a. De parkeergarage bij de 'Schaatsbaan' mag niet meer dan 4 lagen omvatten; b. De parkeergarage bij 'Central Post' mag niet meer dan 2 lagen omvatten.

83

Artikel 17 17.1

Verkeer - Spoorverkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Spoorverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. spoorbanen ten dienste van het spoorwegverkeer, met de bijbehorende voorzieningen, alsmede groen, water, tunnels, ontsluitingswegen en -paden e.d; b. ter plaatse van op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'tunnel' voor een tunnel ten behoeve van de metro, of wegverkeer; 17.2 Bouwregels 17.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer - Spoorverkeer' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. de in lid 17.1 bedoelde spoorbanen, kunstwerken, zoals viaducten, tunnels, bruggen en duikers en overige voor het functioneren van het spoorwegverkeer en metroverkeer nodige bouwwerken; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zoals bovenleidingen, seinpalen, overwegbomen, straatmeubilair, reclame-inrichtingen, zonnepanelen, geluids- en windwerende voorzieningen, voorzieningen voor warmte- en koudeopslag, voorzieningen voor afvalopslag en afvoer van afval, voorzieningen voor providers, onderhoudsvoorzieningen e.d. 17.2.2 Bebouwingsnormen Gebouwen mogen niet hoger zijn dan 10 meter.

84

Artikel 18 18.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen ten behoeve van wandelen, verblijven en spelen, zoals trottoirs, voetpaden en trappen; b. voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen, zoals rijstroken, fietspaden, parkeerplaatsen; c. voorzieningen ten behoeve van het tramverkeer; d. voorzieningen ten behoeve van het metroverkeer; e. ter plaatse van op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'parkeergarage' tevens voor een ondergrondse parkeergarage; f. ter plaatse van op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'tunnel' voor een tunnel ten behoeve van de metro; g. ter plaatse van op de verbeelding aangegeven bouwaanduiding 'overkraging' tevens voor een overkraging ten behoeve van het openbaar vervoersstation; h. ondergrondse fietsenstalling, met bijbehorende reparatiewerkplaats en ondergeschikte detailhandel; i. ter plaatse van op verbeelding aangegeven bouwvlakken tevens voor ingang fietsenstalling (Stationsplein) en ingang parkeergarage (Kruisplein); j. geluids- en windwerende voorzieningen; k. terrassen ten behoeve van een horecavestiging die is toegelaten op grond van een aangrenzende bestemming; l. uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming; m. bouwwerken voor kleinschalige openbaar nutsvoorzieningen; n.

groenvoorzieningen, waterpartijen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen; 18.2 Bouwregels 18.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a. in de bestemming passende bouwwerken (geen gebouwen zijnde), zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers (al dan niet ondergronds) niet groter dan 10 m3, abri's, voorzieningen voor warmte- en koudeopslag, bovenleidingmasten c.q. portalen ten behoeve van trambanen, afscheidingen ten behoeve van de parkeergarages, alsmede niet voor bewoning bestemde kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, welke gebouwen niet groter mogen zijn 80 m3, met dien verstande dat bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van terrassen uitsluitend zijn toegelaten indien deze vergund zijn op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; b. voorzieningen ten behoeve van het bus/tram station; c. voorzieningen ten behoeve van het metroverkeer; d. voorzieningen ten behoeve van de ondergrondse fietsenstalling; e. voorzieningen ten behoeve van de ondergrondse parkeergarage; f. uitstekende delen aan gebouwen als bedoeld in lid 18.1 onder f., niet dieper dan 2 meter uit de gevel en ten minste 2,2 meter boven maaiveld; g. in uitzondering op het gestelde in lid 18.2.1 onder f.

zijn uitstekende delen toegestaan tot 2,5 meter uit de gevel grenzend aan de bestemming Gemengd - 2. 18.3 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 18.2.1 sub a, voor de bouw van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van terrassen, tot een maximum hoogte van 1,50 meter. Bij de afweging betrekken burgemeester en wethouders de op dat moment van toepassing zijnde en door hen vastgestelde kwaliteitseisen voor terrassen.

85

Artikel 19 19.1

Verkeer - Wegverkeer

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Verkeer - Wegverkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voorzieningen voor rijdende en stilstaande voertuigen, zoals rijstroken, trambanen, fietspaden, parkeerplaatsen, met de daarbij behorende kunstwerken zoals viaducten, bruggen, duikers; b. voorzieningen ten behoeve van wandelen en verblijven, zoals trottoirs, paden en trappen; c. bouwwerken ten behoeve van kleinschalige openbaar nutsvoorzieningen, verkeer en vervoersvoorzieningen; d. ter plaatse van op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'tunnel' voor een tunnel ten behoeve van het wegverkeer danwel metro; e. ter plaatse van op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'parkeergarage' tevens voor een ondergrondse parkeergarage; f. terplaatse van op verbeelding aangegeven aanduiding 'luchtbrug' is een luchtbrug/oprijlaan toegestaan, met daaronder, aan de zijde van de Schaatsbaan, een fietsenstalling; g. terrassen ten behoeve van een horecavestiging die is toegelaten op grond van een aangrenzende bestemming; h. geluidswerende voorzieningen; i. uitstekende delen aan gebouwen die toegelaten zijn krachtens een aangrenzende bouwbestemming. j. groenvoorzieningen, waterlopen en overige in het kader van de waterhuishouding nodige voorzieningen, zoals taluds, keerwanden en beschoeiingen; 19.2 Bouwregels 19.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer - Wegverkeer' bestemde gronden mag niet worden gebouwd, behoudens: a.

in de bestemming passende bouwwerken (geen gebouwen zijnde), zoals straatmeubilair, huisvuilcontainers (al dan niet ondergronds) niet groter dan 10 m3, abri's, voorzieningen voor warmte- en koudeopslag, bovenleidingmasten c.q. portalen ten behoeve van trambanen, alsmede niet voor bewoning bestemde kleine gebouwen voor openbaar nut, verkeer en vervoer, welke gebouwen niet groter mogen zijn 80 m3, met dien verstande dat bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van terrassen uitsluitend zijn toegelaten indien deze vergund zijn op het moment van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan; b. voorzieningen ten behoeve van de tunnel; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-1' voor een balkon ten behoeve van een terras van de aangrenzende horecabestemming in 'Gemengd - 1'; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding-2' voor een luifel ten behoeve van de bebouwing van 'Gemengd - 2''; e. uitstekende delen aan gebouwen als bedoeld in het eerste lid onder f., niet dieper dan 2 meter uit de gevel en ten minste 2,2 meter boven maaiveld. 19.2.2 Afwijken van de bouwregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in artikel 19.2.1 sub a, voor de bouw van bouwwerken geen gebouwen zijnde ten behoeve van terrassen, tot een maximum hoogte van 1,50 meter.

Bij de afweging betrekken burgemeester en wethouders de op dat moment van toepassing zijnde en door hen vastgestelde kwaliteitseisen voor terrassen.

86

Artikel 20 20.1

Wonen - 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen, vanaf de tweede verdieping, m.u.v. Weenapad 13, 15, 17, 19, 21 en 23, waar woningen ook op de begane grond zijn toegestaan; b. ter plaatse van de op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'hotel' zijn woningen vanaf de vierde verdieping toegestaan; c. hotel, terplaatse van op de verbeelding aangegeven functieaanduiding 'hotel', uitsluitend op de begane grond en de eerste, tweede en derde verdieping; d. niet geluidgevoelige maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend op de begane grond; e. bedrijven, uitsluitend op de begane grond en in de kelder; f. horeca, uitsluitend op de begane grond; g. recreatieve voorzieningen, uitsluitend op de begane grond en in de kelder; h. kantoren, uitsluitend op de eerste verdieping aan de Weena zijde; i. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functie, zoals erf, parkeervoorzieningen, fietsenstalling, voorzieningen voor openbaar nut, verblijfsgebied, groen, ontsluitingswegen en paden. 20.2 Bouwregels 20.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen - 1' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 20.2.2 Bebouwingsnormen Gebouwen mogen niet hoger worden dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven; 20.3

Specifieke gebruiksregels

20.3.1 Bedrijven Uitsluitend bedrijven t/m categorie 1 van de lijst van bedrijfsactiviteiten behorende bij deze regels zijn toegestaan. 20.3.2 Werken aan huis Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; c. de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 20.4 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 20.3.1 en 20.3.2 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.

87

Artikel 21 21.1

Wonen - 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; b. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functie, zoals erf, parkeervoorzieningen, fietsenstalling, voorzieningen voor openbaar nut, verblijfsgebied, groen, ontsluitingswegen en paden. 21.2 Bouwregels 21.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen - 2' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 21.2.2 Bebouwingsnormen Gebouwen mogen niet hoger worden dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven; 21.3

Specifieke gebruiksregels

Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; c. de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 21.4 Afwijken van de gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 21.3 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.

88

Artikel 22 22.1

Wonen - 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Wonen - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. woningen, op de eerste verdieping en hoger; b. dienstverlening, uitsluitend op de begane grond en eerste verdieping; c. recreatieve voorzieningen, uitsluitend op de begane grond; d. detailhandel, uitsluitend op de begane grond ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel'; e. niet geluidsgevoelige maatschappelijke voorzieningen, uitsluitend op de begane grond; f. een hotel: uitsluitend op de 1e verdieping en toegang tot hotel op de begane grond; g. horeca; h. kantoren, uitsluitend op de begane grond en de eerste verdieping; i. voorzieningen behorend bij bovengenoemde functies, zoals erf, parkeervoorzieningen, fietsenstalling, voorzieningen voor openbaar nut, verblijfsgebied, groen, ontsluitingswegen en paden. 22.2 Bouwregels 22.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen - 3' bestemde gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten behoeve van de aldaar genoemde functies. 22.2.2 Bebouwingsnormen Gebouwen mogen niet hoger worden dan met de aanduiding 'maximum bouwhoogte' op de verbeelding staat aangegeven. 22.2.3 Overkraging Terplaatse van op de verbeelding aangegeven bouwaanduiding 'overkraging' is een overkraging van minimaal 3 meter verplicht. 22.3

Specifieke gebruiksregels

22.3.1 Werken aan huis Woningen mogen mede worden gebruikt voor de uitoefening van een aan huis gebonden beroep of bedrijf, mits: a. de woonfunctie in overwegende mate gehandhaafd blijft, waarbij het bruto vloeroppervlak van de woning voor ten hoogste 30% mag worden gebruikt voor een aan huis gebonden beroep of bedrijf; b. ten aanzien van een aan huis gebonden bedrijf sprake is van een bedrijf tot en met categorie 1 als bedoeld in de bij deze regels horende lijst van bedrijfsactiviteiten; c. de gevel en dakrand van de woning niet worden gebruikt ten behoeve van reclame-uitingen; d. er geen bedrijfsmatige activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op het onderhouden en repareren van motorvoertuigen; e. er geen detailhandel plaatsvindt, tenzij als ondergeschikt onderdeel van het aan huis gebonden beroep of bedrijf. 22.3.2 Horeca Horeca is uitsluitend toegestaan op de begane grond, aan de zijde van het Weena, met maximaal 1 horecavestiging van 300 m2 b.v.o.. 22.3.3 Detailhandel Ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' is maximaal 455 m2 b.v.o detailhandel toegestaan, met maximaal 350 m2 b.v.o. per vestiging.

89

22.4

Afwijken van de gebruiksregels

Burgemeester en wethouders kunnen bij een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 22.3.1 terzake van de toegestane bedrijfsactiviteiten ten behoeve van andere bedrijfsactiviteiten dan die primair zijn toegelaten, welke - gehoord de milieudeskundige - daarmede naar aard en invloed op de omgeving gelijk te stellen zijn.

90

Artikel 23 23.1

Leiding - Water

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Leiding - Water' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor een ondergrondse drinkwater transportleiding, inclusief de bijbehorende voorzieningen, alsmede de bijbehorende belemmeringenstroken. 23.2

Bouwregels

23.2.1 Verbod Op de voor 'Leiding - Water' bestemde gronden mag, in afwijking van de bouwregels voor de andere voorkomende bestemming(en) dan 'Leiding - Water', binnen bedoelde zone niet worden gebouwd. 23.2.2 Uitzondering op verbod Het bouwverbod bedoeld in 23.2.1 geldt niet voor bebouwing welke is toegestaan ingevolge de bestemming 'Leiding - Water' en (vervangende nieuwbouw van) bebouwing welke aanwezig is op het tijdstip van ter inzage legging van het ontwerp van dit bestemmingsplan. 23.2.3 Toegestane bouwwerken Ten behoeve van de functie 'Leiding - Water' mogen worden gebouwd in de bestemming passende bouwwerken zoals pomp-, regel-, meetstations e.d., elk niet groter dan 80 m3 en niet hoger dan 3 meter 23.3

Afwijken van de bouwregels

23.3.1 Omgevingsvergunning Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen waarbij wordt afgeweken van het bepaalde in lid 23.2.1 ten behoeve van bouwwerken welke toegelaten zijn krachtens de andere toegelaten bestemming(en) dan 'Leiding - Water', mits het belang van de leiding hierdoor niet wordt geschaad. 23.3.2 Advies Alvorens de omgevingsvergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders het schriftelijk advies in van de beheerder van de leiding aan de hand waarvan zij desgewenst voorwaarden kunnen verbinden aan de vergunning, ter bescherming van het belang van de leiding. 23.4 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 23.4.1 Verbod Op de voor 'Leiding - Water' bestemde gronden is het verboden zonder schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de onderstaande werken (geen bouwwerken zijnde) en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het aanbrengen/rooien van diepwortelende beplantingen en/of bomen; b. het indrijven van voorwerpen in de bodem (incl. heiwerkzaamheden); c. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven alsmede door ophogen; d. het aanbrengen van gesloten verhardingen; e. het verrichten van grondroer werkzaamheden, anders dan ten behoeve van leidingen; f.

het aanleggen van waterlopen of het vergraven, verruimen of dempen van bestaande waterlopen; g. het plaatsen van objecten zoals lichtmasten, wegwijzers en ander straatmeubilair; h. het permanent opslaan van goederen waaronder begrepen afvalstoffen.

91

23.4.2 Uitgezonderde werkzaamheden Zulks geldt niet voor werken en werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden en de betreffende leiding en evenmin voor werken en werkzaamheden welke ten tijde van het van kracht worden van het plan in uitvoering waren, alsmede graafwerkzaamheden als bedoeld in de Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten. 23.4.3 Omgevingsvergunning Een omgevingsvergunning wordt verleend, indien de uitvoering van de werken c.q. werkzaamheden zoals vermeld in lid 23.4.1 geen gevaar oplevert voor de ondergrondse leidingen of het goed functioneren daarvan. 23.4.4 Advies Alvorens de omgevingsvergunning te verlenen winnen burgemeester en wethouders het schriftelijk advies in van de beheerder van de leiding, aan de hand waarvan zij desgewenst voorwaarden kunnen verbinden aan de vergunning, ter bescherming van het belang van de leiding.

92

Artikel 24 24.1

Waarde - Archeologie 1

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 1' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 24.2

Bouwregels

24.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in 24.3.1. 24.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

24.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 24.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 24.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 5 meter beneden NAP. 24.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen. 24.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.

93

24.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend, nadat de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 24.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

94

Artikel 25 25.1

Waarde - Archeologie 2

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 25.2

Bouwregels

25.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in 25.3.1. 25.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

25.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 25.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 25.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 1 meter beneden maaiveld. 25.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen. 25.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.

95

25.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend, nadat de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 25.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

96

Artikel 26 26.1

Waarde - Archeologie 3

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 3' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 26.2

Bouwregels

26.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in 26.3.1. 26.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

26.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 26.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 26.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 2 meter beneden maaiveld. 26.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen. 26.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.

97

26.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend, nadat de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 26.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

98

Artikel 27 27.1

Waarde - Archeologie 4

Bestemmingsomschrijving

De voor 'Waarde - Archeologie 4' aangewezen gronden zijn, behalve voor de daar voorkomende bestemmingen, mede bestemd voor behoud van de aan de gronden eigen zijnde archeologische waarden. 27.2

Bouwregels

27.2.1 Rapport archeologisch deskundige In het belang van de archeologische monumentenzorg dient de aanvrager van een omgevingsvergunning voor het bouwen een rapport aan burgemeester en wethouders te overleggen van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. Deze bepaling heeft uitsluitend betrekking op aanvragen om omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken (waaronder begrepen het heien van heipalen en het slaan van damwanden) die een groter oppervlak hebben en tevens dieper reiken dan de oppervlakte- en dieptematen die genoemd zijn in 27.3.1. 27.2.2 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan omgevingsvergunning voor het bouwen Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de archeologische monumentenzorg aan een omgevingsvergunning voor het bouwen de volgende regels verbinden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt, te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

27.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 27.3.1 Verbod In het belang van de archeologische monumentenzorg is het verboden zonder of in afwijking van een schriftelijke vergunning van burgemeester en wethouders de hierna onder 27.3.2 genoemde werken, geen bouwwerken zijnde, of werkzaamheden uit te voeren of te doen c.q. te laten uitvoeren die dieper reiken dan 1 meter beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlak groter dan 200 m2 beslaan. 27.3.2 Het vergunningvereiste betreft de volgende werken c.q. werkzaamheden a. grondbewerkingen (van welke aard dan ook); b. het aanbrengen van diepwortelende beplantingen en/of bomen; c. het indrijven van voorwerpen in de bodem; d. het wijzigen van het maaiveldniveau door ontginnen, bodemverlagen, afgraven; e. het ingraven van ondergrondse kabels en leidingen en daarmee verband houdende constructies e.d.; f. het aanleggen van waterlopen of het vergraven van bestaande waterlopen. 27.3.3 Uitgezonderde werkzaamheden Het vergunningvereiste geldt niet voor werken (geen bouwwerken zijnde) of werkzaamheden gericht op het normale onderhoud en beheer van de betreffende gronden, niet voor bedoelde activiteiten welke in uitvoering waren ten tijde van inwerkingtreding van dit bestemmingsplan en evenmin voor bestaande weg- en leidingcunetten.

99

27.3.4 Vergunning Vergunning wordt verleend, nadat de aanvrager van een omgevingsvergunning een rapport aan burgemeester en wethouders heeft overgelegd van een archeologisch deskundige waarin de archeologische waarde van het terrein dat blijkens de aanvraag zal worden verstoord, naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is vastgesteld. 27.3.5 Mogelijke voorwaarden te verbinden aan vergunning Aan een vergunning kunnen de volgende regels worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen waardoor archeologische monumenten in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting de activiteit die tot bodemverstoring leidt te laten begeleiden door een archeologisch deskundige.

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=5195d3e3-a17a-49ed-9004-28e7dfc2b44d