CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20bb18774 Bijlage 1 behorende bij 21bb2532 over Rotterdam Central District ontwerpbestemmingsplan

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 24. Het (herziene) voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Rotterdam Central District’.35.397 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Rotterdam Central District ontwerpbestemmingsplan

Opgesteld door: Stadsontwikkeling Ruimte & Wonen, Bureau Bestemmingsplannen Postbus 6575 3002 AN, Rotterdam

Vastgesteld d.d.:

........

Inhoudsopgave

Toelichting Hoofdstuk 1

5 Inleiding

5

1.1

Aanleiding

5

1.2

Ligging en begrenzing

5

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

5

Beleid

7

2.1

Rijksbeleid

7

2.2

Provinciaal beleid

7

2.3

Gemeentelijk beleid

9

Beschrijving van het plangebied

19

3.1

Ontstaansgeschiedenis

19

3.2

Archeologie

19

3.3

Huidig gebruik

21

3.4

Monumenten en beeldbepalende objecten

21

Beschrijving per locatie

23

4.1

Algemene uitgangspunten

23

4.2

Beschrijving per locatie met bijbehorende juridische regeling

24

4.3

Juridische planbeschrijving overig

28

Water

31

5.1

Beleidskader

31

5.2

Samenwerking met de waterbeheerder

31

5.3

Huidige watersysteem

31

5.4

De wateropgave

32

Milieu

34

6.1

Inleiding

34

6.2

Milieu effectrapportage

34

6.3

Milieuzonering

35

6.4

Geluid

36

6.5

Trillingen

39

6.6

Luchtkwaliteit

39

6.7

Bodem

41

6.8

Externe veiligheid

41

6.9

Natuur

46

6.10

Windhinder

49

6.11

Bezonning

50

Hoofdstuk 2

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

Hoofdstuk 5

Hoofdstuk 6

2

Hoofdstuk 7

Handhaving

51

Hoofdstuk 8

Financiële uitvoerbaarheid

52

Hoofdstuk 9

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

53

9.1

Participatie

53

9.2

Vooroverleg

53

Bijlagen

57

Bijlage 1

Archeologie

58

Bijlage 2

Hogere Waarden

59

Regels

60

Hoofdstuk 1

INLEIDENDE REGELS

61

Artikel 1

Begrippen

61

Artikel 2

wijze van meten

67

Hoofdstuk 2

BESTEMMINGSREGELS

68

Artikel 3

Bedrijf

68

Artikel 4

Gemengd - 1

69

Artikel 5

Gemengd - 2

70

Artikel 6

Gemengd - 3

72

Artikel 7

Gemengd - 4

73

Artikel 8

Gemengd - 5

74

Artikel 9

Gemengd - 6

76

Artikel 10

Gemengd - 7

77

Artikel 11

Gemengd - 8

78

Artikel 12

Gemengd - 9

79

Artikel 13

Groen

80

Artikel 14

Maatschappelijk

81

Artikel 15

Verkeer - Openbaar vervoerstation

82

Artikel 16

Verkeer - Parkeergarage

83

Artikel 17

Verkeer - Spoorverkeer

84

Artikel 18

Verkeer - Verblijfsgebied

85

Artikel 19

Verkeer - Wegverkeer

86

Artikel 20

Wonen - 1

87

Artikel 21

Wonen - 2

88

Artikel 22

Wonen - 3

89

Artikel 23

Leiding - Water

91

Artikel 24

Waarde - Archeologie 1

93

Artikel 25

Waarde - Archeologie 2

95

Artikel 26

Waarde - Archeologie 3

97

Artikel 27

Waarde - Archeologie 4

99

Artikel 28

Waarde - Archeologie 5

101

Artikel 29

Waarde - Archeologie 6

103

3

Hoofdstuk 3

ALGEMENE REGELS

105

Artikel 30

Anti-dubbeltelregel

105

Artikel 31

Algemene bouwregels

106

Artikel 32

Algemene aanduidingsregels

107

Artikel 33

Algemene afwijkingsregels

108

Artikel 34

Overige regels

109

Hoofdstuk 4

OVERGANGS- EN SLOTREGELS

110

Artikel 35

Overgangsrecht

110

Artikel 36

Slotregel

111

Bijlagen

112

Bijlage 1

Beleidskader hoog-risico biologische laboratoria

113

Bijlage 2

Toelichting lijst bedrijfsactiviteiten

114

Bijlage 3

bedrijvenlijst categorie 1 t/m 3.1

115

4

Toelichting Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Met het bestemmingsplan "Rotterdam Central District' worden de bestaande structuur en functies in het gebied vastgelegd. Het bestemmingsplan faciliteert tevens de ontwikkeling van een nieuw gebouw op het Delftseplein. De basis voor deze ontwikkeling is gelegd in het 'Ambitiedocument tender Delftseplein' en de definitieve gunning in maart 2020 aan ontwikkelaar Provast met het planconcept Tree House. Een klein deel van Rotterdam Central District (RCD) is eerder bestemd in andere bestemmingsplannen. Dit bestemmingsplan voorziet in een actualisatie van deze locaties.

1.2

Ligging en begrenzing

Het bestemmingsplan 'Rotterdam Central District' wordt globaal begrensd door de Provenierswijk aan de noordzijde van het spoor, het Schiekadeblok en de Schiekade aan de oostzijde. Aan de zuidzijde wordt de grens gevormd door het Weena. Ter hoogte van de Kruiskade steekt bestemmingsplangrens het Weena over tot aan het Kruisplein. Aan de westzijde van het plangebied ligt de Statentunnel en grenst het gebied aan het Oude Westen. Voor de ontwikkellocatie 'Schiekadeblok' en het Groot Handelsgebouw wordt een apart bestemmingsplan opgesteld.

1.3

Vigerende bestemmingsplannen

De volgende geldende plannen zijn geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied van het bestemmingsplan gelegen. Bij elk plan is aangegeven wanneer het is vastgesteld door de gemeenteraad en wanneer het is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van de provincie ZuidHolland: De volgende geldende plannen liggen geheel of gedeeltelijk binnen het plangebied van het bestemmingsplan. Bij elk plan is aangegeven wanneer het is vastgesteld door de gemeenteraad en wanneer het is goedgekeurd door Gedeputeerde Staten van de provincie Zuid-Holland: [410]

Het Oude Westen Vastgesteld: 06-01-1977

Ged. goedgek. GS: 28-02-1978 Ged. onherr.: 02-01-1990

5

[464]

Spoortunnel Rechter Maasoever (C.S. - Hoogstraat) Vastgesteld: 12-11-1987

[478]

Goedgekeurd: 16-01-1990

Onherroepelijk

Goedgekeurd: 05-07-1994

Onherroepelijk: 16-01-1996

Goedgekeurd: 28-1988

Onherroepelijk: 28-2-

Coolsingel en omgeving Vastgesteld: 02-12-1993

[473]

Onherroepelijk

Weena - Oost Vastgesteld: 24-08-1989

[504]

Goedgekeurd: 29-03-1988

Provenierswijk Vastgesteld: 26-11-1987

1990

6

Hoofdstuk 2

Beleid

2.1

Rijksbeleid

2.1.1

Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte

Vastgesteld op 13 maart 2012 Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig. Daar streeft het Rijk naar met een krachtige aanpak die gaat voor een excellent internationaal vestigingsklimaat, ruimte geeft aan regionaal maatwerk, de gebruiker voorop zet, investeringen scherp prioriteert en ruimtelijke ontwikkelingen en infrastructuur met elkaar verbindt. Dit doet het Rijk samen met andere overheden en met een Europese en mondiale blik. Voor de middellange termijn (2028) kiest het Rijk drie doelen om Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig te houden: 1) Het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke economische structuur; 2) Het verbeteren en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; 3) Het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn. Daarnaast benoemt het Rijk 13 nationale belangen, waar het Rijk verantwoordelijk voor is. Dit bestemmingsplan draagt bij aan het belang van een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren. 2.1.2

Beleidsvisie Erfgoed en Ruimte

Vastgesteld op 15 juni 2011 In de jaren 2012-2016 heeft de Rijksdienst in vijf programmalijnen uitvoering gegeven aan de beleidsnota 'Visie Erfgoed en Ruimte, Kiezen voor Karakter'. In de beleidsnota schetst het kabinet haar visie op het borgen van onroerend cultureel erfgoed in de ruimtelijke ordening. De beleidsvisie is complementair aan de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte van het ministerie van I&M. Het programma Erfgoed en Ruimte wordt met een paar jaar verlengd, tot aan de invoering van de Omgevingswet.

2.2

Provinciaal beleid

Naast de kaders maken uitvoeringsprogramma's en plannen, zoals het programma Ruimte en het programma Mobiliteit, onderdeel uit van het provinciale omgevingsbeleid. In de uitvoeringsprogramma's en plannen staan operationele doelstellingen opgenomen om zichtbaar te maken op welke wijze het beleid wordt gerealiseerd. 2.2.1

Omgevingsvisie

De provincie zet in op een groenblauwe structuur als samenhangend stelsel van verschillende groene ruimtes met land- en waterroutes die stad en land met elkaar verbinden. Opgave daarbij is om de groene kwaliteiten zowel binnen als buiten de stad te versterken en de samenhang tussen stedelijke parken, recreatiegebieden, natuurgebieden en agrarisch landschap te vergroten. Zes richtingsgevende ambities zijn daarbij relevant: 1. klimaatbestendige delta; 2. een nieuwe, circulaire economie; 3. een levendige meerkernige metropool; 4. energievernieuwing, geen fossiele brandstoffen meer; 5. bereikbare provincie, geen files; 6. gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.

7

Het omgevingsbeleid krijgt vorm via een opgave gerichte aanpak. Vanuit maatschappelijke opgaven wordt er, samen met belanghebbenden, bepaald welke onderdelen van het omgevingsbeleid worden toegepast. Op deze wijze wordt er een uitnodigend perspectief geboden, zonder een beoogde eindsituatie te schetsen. Daarom omvat de Omgevingsvisie geen eindbeeld voor 2030 of 2050 maar wel ambities die voortkomen uit actuele maatschappelijke opgaven. 2.2.2

Omgevingsverordening

De provinciale belangen zijn verankerd in de Omgevingsverordening. Uit de Omgevingsverordening zijn voor dit bestemmingsplan de volgende artikelen relevant: Artikel 6.10 stedelijke ontwikkelingen In dit bestemmingsplan worden de bestaande functies en gebouwen vastgelegd binnen het bestaand stedelijk gebied. Tevens worden voor twee locaties extra volumes toegestaan van 25.000 m2 en 50.000m2 waarbinnen kantoren, wonen en een hotel zijn toegestaan. Ter plaatse van Delftseplein is een nieuw gebouw mogelijk gemaakt met een combinatie van woningen en kantoren. Rotterdam Central District is een bestaand gebied met grote kantoren en enkele appartementencomplexen. De nieuwe ontwikkelingen, in de vorm van hoogbouw, passen binnen de structuur en de identiteit van het gebied zodat de ruimtelijke kwaliteit gelijk blijft. Voor de ontwikkeling van het Delftseplein (zie verder paragraaf 4.2.13) is het 'Ambitiedocument tender Delftseplein' vastgesteld door B&W (zie verder paragraaf 2.3.18). Hierin zijn de ambities en randvoorwaarden geformuleerd voor het gebouw, zodat dit past binnen de bestaande context. Ladder voor duurzame verstedelijking Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm van een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden.

Met de Ladder voor duurzame verstedelijking wordt een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd. Bij elk project dient allereerst te worden bepaald of er sprake is van een stedelijke ontwikkeling. Dit is gedefinieerd als 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Hiernaast dient te worden beoordeeld of het project ook gezien zijn schaal en aard moet worden getoetst aan de Ladder. Als sprake is van een stedelijke ontwikkeling, dan dient de toetsing aan de Ladder plaats te vinden. De ontwikkeling van Rotterdam Central District wordt aangemerkt als een stedelijke ontwikkeling, met name door de toevoeging van woningen en kantoren. Artikel 6.11 kantoren Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van kantoren mogelijk in een nieuw te bouwen gebouw aan het Delftseplein. Deze locatie ligt binnen de grootstedelijke toplocatie voor kantoren en is gelegen naast treinstation Rotterdam Centraal. In de Nota kantoren Rotterdam (zie paragraaf 2.3.11) is aangegeven dat Rotterdam Central District onderdeel uit maakt van het Central Business District. Toevoeging van nieuwe kantoren in dit gebied is in lijn met de provinciale en regionale kantorenstrategie.

Artikel 6.13 detailhandel De detailhandel die is opgenomen in dit bestemmingsplan zijn bestaande mogelijkheden aansluitend aan een bestaande winkelconcentratie. In de gemeentelijke visie 'Detailhandel Rotterdam 2017' (zie paragraaf 2.3.10) is Rotterdam Central District aangewezen als een gebied waar "winkels een rol hebben, maar niet de boventoon voeren". RCD is geen typisch winkelgebied waar de winkelfunctie de boventoon voert maar waar winkels wenselijk zijn, zeker nu Rotterdam Central District wordt uitgebreid met nieuwe kantoren en woningen. Rotterdam Central District betreft een locatie in de binnenstad van Rotterdam en de totale oppervlakte van nieuw toe te voegen detailhandel is kleiner dan 4000m2, zie 4.1.2 Detailhandel. De toevoeging van detailhandel is in exacte oppervlakten aangegeven in de bestemmingsregeling van elk gebouw.

8

2.3

Gemeentelijk beleid

2.3.1

Stadsvisie Rotterdam: Ruimtelijke ontwikkelingsstrategie 2030

Vastgesteld op 29 november 2007 door de gemeenteraad De Stadsvisie vormt het ruimtelijk kader voor alle investeringen, projecten en plannen die in de stad worden gerealiseerd. De Stadsvisie is een ontwikkelingsstrategie voor de stad Rotterdam, voor de periode tot 2030. De Stadsvisie heeft als missie een sterke economie en een aantrekkelijke woonstad. Deze missie is uitgewerkt in een aantal kernbeslissingen op de onderwerpen wonen en economie en deze bepalen wat er de komende jaren op deze gebieden gebeurt in de stad. Veel van de kernbeslissingen zullen worden omgezet in de uitvoering van een aantal (bouw) projecten in de stad, waardoor Rotterdam over pakweg vijftien jaar inderdaad een sterke economie heeft en aantrekkelijke woongebieden kent. 2.3.2

Woonvisie Rotterdam, koers naar 2030, agenda tot 2020

Vastgesteld op 15 december 2016 door de Rotterdamse gemeenteraad De Woonvisie verwoordt de ambities om van Rotterdam een aantrekkelijke woonstad te maken voor iedereen. Centraal in de opgave staat het beantwoorden van de groeiende vraag naar wonen in Rotterdam. Onlosmakelijk daaraan verbonden is de noodzaak om een betere balans in de woningvoorraad te creëren, de kwaliteit van woningen en woonmilieus te versterken en te borgen dat het voor iedereen en op een dagelijkse basis goed wonen is in de stad. In de Woonvisie zijn drie hoofddoelen en daarbij horende prioriteiten gesteld. Meer aantrekkelijke woonmilieus realiseren door: Ÿ de toenemende woningvraag van huishoudens met een modaal of hoger inkomen, sociale stijgers en young potentials te accommoderen; Ÿ te zorgen voor een meer gedifferentieerd woningbestand in gebieden waar dit nu nog eenzijdig is en waar de kwaliteit van het wonen onder druk staat; Ÿ woonmilieus versterken, met een duidelijke profilering en aandacht voor kindvriendelijkheid. Zorgen voor een woningvoorraad met toekomstwaarde door: Ÿ een goede woningkwaliteit te realiseren in de nieuwbouw en bestaande voorraad; Ÿ ruimte voor tijdelijkheid, flexibiliteit, innovatie en experiment te bieden; Ÿ energiezuinig en milieuvriendelijk wonen te bevorderen.

De basis op orde houden door: Ÿ het borgen van voldoende aanbod van goedkope huurwoningen; Ÿ betaalbaarheidproblemen aan te pakken bij de bron en met toepassing van maatwerk; Ÿ goed zelfstandig wonen voor iedereen mogelijk te maken; Ÿ toe te zien op goed verhuurschap en een transparante woningmarkt; Ÿ woningeigenaren en bewoners aan te spreken op hun verantwoordelijkheid voor een ongestoord woongenot in en om de woning. De Woonvisie is een visie op hoofdlijnen en doet geen gebiedsgerichte uitspraken. De Woonvisie is een instrumentele uitwerking van de Stadsvisie op het onderwerp wonen op de korte termijn. De Woonvisie richt zich op acties in de huidige woningmarkt, binnen de kaders van het collegeprogramma, om zo de ambitie van de Stadsvisie te helpen realiseren. Dit bestemmingsplan draagt bij aan de doelen uit de Woonvisie door het ruimte te bieden voor toevoeging van woningen op een bijzondere locatie. 2.3.3

Kwaliteitsbeleid woningen, onderdeel kleine woningen

Rotterdam zet in haar Woonvisie in op de realisatie van aantrekkelijke woonmilieus en een woningkwaliteit met toekomstwaarde. Beoogd effect is het vasthouden en aantrekken van midden- en hoge inkomens en hoger opgeleiden. Dit vraagt om variatie in woonprogramma met, voor nieuwbouw en transformatie, vooral ruime woningen in het midden en hoge segment.

9

Naar aanleiding van veel bouwinitiatieven voor kleine woningen is het 'Kwaliteitsbeleid woningen' opgesteld. Vooropgesteld dat Rotterdam inzet op toevoeging van grotere woningen zijn onder voorwaarden soms ook nieuwe kleine woningen toegestaan. Deze voorwaarden gaan over kwaliteitsaspecten op drie schaalniveaus, te weten: 1. kwaliteit van de locatie 2. kwaliteit van het gebouw 3. kwaliteit van de woning Definitie kleine woningen Onder kleine woningen wordt verstaan: zelfstandige woningen met een gebruiksoppervlakte kleiner dan 50m2. Maximaal 20% van de woningen in een gebouw mag bij herbestemming of nieuwbouw bestaan uit kleine woningen. In dit bestemmingsplan zijn deze voorwaarden opgenomen bij de nieuwbouw op het Delftseplein (Gemengd-2) en ter plaatse van het kantoor van Unilever (Gemengd5).

2.3.4

Binnenstad als City Lounge, binnenstadplan 2008-2020

Vastgesteld op 4 december 2008 door de gemeenteraad De verdere ontwikkeling van de binnenstad staat centraal in het stedelijk beleid van Rotterdam. De verdichting die in de jaren tachtig is ingezet, zet versneld en versterkt door. De kernopgave is: de binnenstad ontwikkelen als een vitale kwaliteitsplek voor ontmoeting, verblijf en vermaak om zodoende een essentiële bijdrage te leveren aan de Rotterdamse Quality of life. Het binnenstadplan geeft een vertaling van 'the City Lounge' voor onder andere Centraal District Rotterdam.

10

Dit bestemmingsplan draagt door middel van het bestemmen van ontwikkelruimte voor nieuwe kantoren en woningen met een mix aan functies in de plint bij aan de wens om tot een city lounge te komen. 2.3.5

Hoogbouwvisie 2019

Vastgesteld op 12 december 2019 door de gemeenteraad In de Hoogbouwvisie 2019 is de hoogbouwzone aangegeven die loopt van het Centraal Station tot aan de Wilhelminapier. Pompenburg en de omgeving Rijnhaven horen er ook bij. Hoogbouw is mogelijk tot 250 meter hoog. Er zijn ook drie andere gebieden waar hoogbouw is toegestaan tot 150 meter: Feyenoord City, Hart van Zuid en de Alexanderknoop (tot maximaal 150 meter). Hoogte De uitnodigende uitstraling van de benedenverdieping is essentieel. De programmering van de Rotterdamse laag moet een bijdrage leveren aan de stedelijke dynamiek en de continuïteit van het stadsbeeld. Denk hierbij aan lobby's voor kantoren, entrees voor woningen, commerciële en maatschappelijke functies. De hoogte van de Rotterdamse laag verschilt per plek in de stad. Aan het Weena is de Rotterdamse laag 40-45 meter, in de rest van RCD is dit 25-30 meter. Door de Rotterdamse laag onderdeel te maken van het gebouw, is er een goede aansluiting op de aangrenzende gebouwen en stimuleert dit de continuïteit van wanden, straten en pleinen. De omvang van de bovenbouw wordt door twee invalshoeken bepaald: een percentage voor de maximale oppervlakte van hoogbouw en een absolute maat, gebaseerd op het programma (wonen of kantoren). Naar boven toe zal de hoeveelheid oppervlakte afnemen.

Door beperkingen op te leggen aan hoogbouw, gerelateerd aan de maximale omvang van de bouwkavel, is er meer ruimte in de onderbouw om de utilitaire zaken een goede plek te geven in het gebouw. Hierdoor is er meer ruimte om de ambitie van de stad op ooghoogte goed vorm te geven. Boven de Rotterdamse laag (onderbouw grofweg tussen 15 tot 30 meter) mag maximaal 50 procent van de totale onderbouw als toren bebouwd worden. Boven de Rotterdamse laag mag de diagonaal van de toren niet groter zijn dan 56 meter. Door een diagonaal te gebruiken, wordt gestimuleerd dat er daadwerkelijk torens worden gemaakt in plaats van andere gebouwvormen. Bij gebouwen tussen de 70 en 150 meter heeft de toren vanaf 70 meter een diagonaal van 42 meter. Wind Om ervoor te zorgen dat het windklimaat binnen de grenzen blijft, zijn aan de voorkant van het ontwerpproces oriënterende windonderzoeken verplicht. Deze metingen worden op basis van volumestudies gedaan en geven een eerste beeld waar zich mogelijke knelpunten bevinden. Vorm, materiaal en hoogte kunnen op deze manier in een vroegtijdig stadium onderzocht worden en de uitkomsten kunnen worden meegenomen in het ontwerpproces. In paragraaf 6.10 Windhinder is het globale onderzoek naar het windklimaat beschreven. In een latere fase wordt op basis van het definitief ontwerp voor de (her)ontwikkeling van een locatie opnieuw een windonderzoek gedaan.

Bezonning openbare ruimte De hoogbouwvisie heeft nadere regels gesteld met betrekking tot de bezonning van de openbare ruimte. Bij het toevoegen van hoogbouw moet een goed woon- en leefklimaat aanwezig blijven. Per plek kan de invloed van extra schaduw door de hoogbouw anders beoordeeld worden. Om onderscheid te maken in de eisen die worden gesteld aan plekken in de stad en hoeveel vermindering er mag optreden in zonuren, zijn twee typen ruimtes gedefinieerd. In de gebieden en plekken die zijn aangewezen als de zogenaamde sunspot, mag géén vermindering van zonuren optreden binnen de aangewezen tijden. Daarnaast zijn er representatieve ruimtes waar zon belangrijk is, maar waar wel enige vermindering in zonuren mag optreden. In dit bestemmingsplan liggen 2 locaties die als 'representatieve ruimte' zijn aangemerkt, het Kruisplein en het Hofplein. Het overige gebied binnen de hoogbouwzone heeft een basiskwaliteit waar maximaal 2 uur verslechtering van de bezonning mag optreden. Zie paragraaf 6.11 Bezonning voor de bezonningsstudie van dit bestemmingsplan.

11

2.3.6

Stedenbouwkundig plan Rotterdam Centraal District 2007

Vastgesteld op 5 februari 2008 door college B&W Uit dit stedenbouwkundig plan is de leidraad voor de bezonning van de Provenierswijk nog steeds actueel. De leidraad gaat uit van de maatgevende situatie tussen 21 maart en 23 september. De extra schaduw op de woningen van de Provenierswijk mag in deze periode maximaal 1 uur bedragen. Zie paragraaf 6.11 Bezonning voor de bezonningsstudie van dit bestemmingsplan. 2.3.7

Horecanota Rotterdam 2017-2021

Vastgesteld op 1 november 2016 door B&W In de Horecanota 2017-2021 staat de balans tussen levendigheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat centraal. De nota beschrijft het instrumentarium dat hieraan invulling geeft. Gebiedsgericht werken, een verdere vereenvoudiging van het vergunningstelsel, verfijning van het handhavingskader en stimulering van eigen initiatief door experimenten zijn hiervan de elementen. Rotterdam is een levendige stad met een aantrekkelijke binnenstad, een groot cultureel aanbod en een gevarieerde samenstelling van bewoners, ondernemers en bezoekers. Horeca speelt een cruciale rol: een goede mix van kwaliteit en kwantiteit, een balans met andere stedelijke functies en openbare orde en veiligheid, bevordert de populariteit van Rotterdam. Uiteenzetting horecastelsel (vergunningen) Horeca kent enorm veel verschijningsvormen en dankzij creatieve ondernemers komen er naast hotels, restaurants en cafés nog steeds meer vormen bij. In Rotterdam wordt onder horeca verstaan; elk openbaar pand of openbare ruimte waar men structureel en tegen betaling kan eten en drinken (of afhalen) en/of waar amusement of ontspanning wordt aangeboden. De exacte definitie is in de Algemene Plaatselijke Verordening opgenomen onder het begrip: openbare inrichting. De Horecanota ziet niet toe op alle vormen van openbare inrichtingen.

Prostitutiebedrijven en coffeeshops kennen eigen beleidsregels en aparte vergunningen. Vestigingsvoorwaarden voor hotels zijn ook geen onderdeel van dit beleid. Exploitatievergunning In Rotterdam bestaan meerdere categorieën exploitatievergunningen. De aard van de activiteiten die in de horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt welke categorie vereist is. Hoe uitbundiger de bedrijfsvoering van een horeca-inrichting, hoe uitgebreider de vereiste exploitatievergunning. Dit geeft tevens de mogelijkheid om een deel van de ondernemers die beperkte en/of zeer lichte vormen van horeca exploiteren vrij te stellen van de vergunningplicht (categorie 0). Naast bedrijven waar horeca de primaire bedrijfsvoering is, kent Rotterdam ook talloze bedrijven, instellingen en clubhuizen waar horeca slechts een ondersteunende functie heeft. Ook hiervan kan een groot deel gebruik maken van de vrijstelling van de vergunningplicht. Omdat er op basis van landelijke wetgeving, zoals de Winkeltijdenwet, ruimtelijke ordeningswetgeving en de Drank- en Horecawet verschil zit tussen deze vormen van zeer lichte en/of ondersteunende horeca, worden drie varianten vrijgesteld van de exploitatievergunningplicht; exploitatiecategorie 0. Indien een horeca-inrichting een horecabestemming heeft, dan worden de basisvoorwaarden verruimd en deels vervangen met onderstaande voorwaarden.

De overige voorwaarden blijven gelijk.

12

Ook als er geen sprake is van een horecabestemming kan het zijn dat er ruimere voorwaarden gelden. Sommige instellingen en voorzieningen hebben traditiegetrouw een aanzienlijk horecadeel, maar waarbij de openbare orde niet in het geding komt. Dit is een verzamelcategorie van instellingen en bijzondere objecten (limitatief): muziek- en sportverenigingen, musea, theaters, filmhuizen, hotels/hostels, rouwcentra, ziekenhuizen, bejaarden- en verzorgingshuizen, gebedshuizen, bedrijfskantines en instelling voor hoger onderwijs. De overige voorwaarden blijven gelijk aan de basisvoorwaarden. (Voor muziek- en sportverenigingen geldt dat uit de bestemming dient te volgen dat sport en/of muziek de primaire functie van het object is.)

Indien het woon- en leefklimaat in een straat of buurt onder grote druk staat, kan de burgemeester verbieden dat horeca zich daar zonder vergunning vestigt. Dit gebeurt door middel van een aanwijzingsbesluit dat voor bepaalde of onbepaalde tijd van kracht is. De aanwijzing wordt genomen op basis van het Horecagebiedsplan (zie ook paragraaf Horecagebiedsplan Centrum 2019-2021) dat ter plaatse van kracht is, waarin ook gemotiveerd is waarom het gebied wordt aangewezen. In die gevallen is altijd een exploitatievergunning vereist om horeca-activiteiten te exploiteren, ook al is er sprake van één van de hierboven beschreven situaties. Wanneer een ondernemer meer of zwaardere activiteiten wil dan hierboven beschreven, is een exploitatievergunning noodzakelijk. Rotterdam hanteert hiervoor een duidelijk vergunningstelstel dat aan de hand van losse activiteiten is opgebouwd. Dit wil zeggen dat de activiteiten worden vergund die in een horeca-inrichting kunnen plaatsvinden. Het vergunningstelsel biedt ondernemers op deze manier ruimte voor verschillende horecaconcepten. Exploitatiecategorieën De combinatie van activiteiten die in een horeca-inrichting worden aangeboden bepaalt in welke exploitatiecategorie de inrichting valt. Daarbij is relevant in hoeverre de activiteiten effect hebben op de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf.

Hoe meer effect, des te zwaarder de exploitatiecategorie. Hoe zwaarder de categorie, des te zwaarder de toets bij vergunningverlening. Elke ondernemer kan gebruik maken van de voor hem of haar geldende vrijstelling van de exploitatievergunningplicht (categorie 0). Indien meer of zwaardere activiteiten worden aangeboden is een exploitatievergunning vereist in de categorie 1 t/m 4+ (licht, regulier, middelzwaar, zwaar, buiten categorie). 2.3.8

Horecagebiedsplan Centrum 2019-2021

Vastgesteld op 2 juli 2019 door B&W In de stedelijke Horecanota staat de balans tussen levendigheid en een aantrekkelijk woon- en leefklimaat centraal. Rotterdam Central District is een gemengde wijk die zich kenmerkt door een mix van diverse functies zoals wonen, werken, winkelen, cultuur en horeca. Over het algemeen zijn hier nieuwe horeca-inrichtingen mogelijk met ten hoogste een categorie 1 vergunning. Het moet in elke geval niet leiden tot een te grote druk van de horeca op de openbare orde. Stationsplein en Kruisplein Gezien de toename van horeca de afgelopen twee jaar wordt voorgesteld om de komende periode alleen nog ontwikkeling met categorie 1 toe te staan. Door horeca met beperkte openingstijden toe te staan, blijft het bestaande woon en leefklimaat in balans. Groot Handelsgebouw en Conradstraat Het Groot Handelsgebouw en de Conradstraat zijn geschikt voor de huisvesting van horeca, dagelijks komen hier duizenden bezoekers. Gelet op de ander functies in het Groot Handelsgebouw en de ontwikkelingen rondom het Centraal Station is zware horeca hier niet wenselijk. Ontwikkelen van nieuwe inrichtingen tot en met categorie 2 is mogelijk.

13

Weena Het Weena is een brede stadsstraat met gemengde functie waar ruimte lijkt voor verdere horecaontwikkeling (tot en met categorie 2) zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Dit geldt niet voor de Weenaflat (Weena 95-115), hiervoor geldt het consolideren van de bestaande horeca in de plint. Schiekadeblok Het Schiekadeblok, dat buiten dit bestemmingsplan valt, staat aan de vooravond van een grote herontwikkeling. Op dit moment is nog onduidelijk wat dit gaat betekenen voor de horeca. 2.3.9

Locatieprofielen evenementenlocaties

Vastgesteld op 24 maart 2020 door B&W In de locatieprofielen worden randvoorwaarden en spelregels voor evenementenlocaties vastgelegd waardoor ze kaderstellend zijn en bedoeld om de ‘speelruimte’ voor vergunningplichtige evenementen te definiëren. De Coolsingel, Weena en het Hofplein zijn als één evenemententerrein opgenomen.

2.3.10 Detailhandel Rotterdam 2017 Vastgesteld op 29 juni 2017 door de gemeenteraad Met het detailhandelsbeleid zet Rotterdam in op een krachtige, toekomstbestendige winkelstructuur, waarbij de consument centraal staat. De binnenstad is het belangrijkste winkelgebied van Rotterdam en draagt met al haar voorzieningen en kwaliteiten bij aan de aantrekkingskracht van Rotterdam als geheel. City Lounge is de leidraad voor de ontwikkeling van de binnenstad; dat wil zeggen dat de binnenstad het visitekaartje van Rotterdam is. Detailhandel is één van de belangrijkste functies die de binnenstad voor consumenten tot een recreatieve bestemming maakt maar het kan niet zonder de samenwerking met andere voorzieningen zoals horeca, leisure, dienstverlening en een aantrekkelijke buitenruimte. Begrenzing van de binnenstad als winkelgebied Het centrum van Rotterdam is groter dan het gebied dat vanuit detailhandelsperspectief als de binnenstad gedefinieerd wordt. Vanuit detailhandelsperspectief is een duidelijke begrenzing van de binnenstad als winkelgebied belangrijk zodat optimaal beantwoord wordt aan uitgangspunten van concentratie en profilering. In onderstaande kaart is de begrenzing van de binnenstad als winkelgebied weergegeven (aquablauw). De verschillende delen van de binnenstad hebben elk een eigen kwaliteit, profiel en dynamiek.

Verschillende gebieden kunnen verschillende doelgroepen aanspreken of een ander doel hebben. Door het onderscheid van de gebieden ontstaat een totale binnenstad die verrast en voor verschillende bezoekers kan bieden wat men zoekt. Winkels en winkelontwikkelingen horen bij uitstek in die gebieden. Nieuwe ontwikkelingen buiten deze binnenstadsgebieden worden waar mogelijk tegengegaan.

14

Functionele Mixzones Rond de binnenstad liggen verschillende gebieden waar winkels een rol hebben, maar niet de boventoon voeren. Het zijn stedelijke en gemixte milieus, veelal gelegen aan stadsstraten. Het gaat in het centrum om de Goudse Singel, Mariniersweg, Westblaak, Central District (paarse gebieden). Beleidsmatig worden deze gebieden gedefinieerd als functionele mixzones. Het zijn geen typische winkelgebieden waar de winkelfunctie de boventoon voert maar waar winkels wel een plek hebben. Uitbreiding van het winkelbestand is in deze gebieden niet gewenst.

Boodschappenclusters Hoewel de binnenstad grotendeels een recreatieve functie heeft, is ook de boodschappenfunctie noodzakelijk om te voorzien in de behoefte van de binnenstadbewoners. Dit wordt grotendeels opgevangen door de supermarkten die in de winkelgebieden van de binnenstad gevestigd zijn. Naast deze gebieden zijn ook de functionele mixzones plekken waar de supermarkten voorzien in de dagelijkse behoefte. Met de doorontwikkeling van de binnenstad en de komst van nieuwe bewoners liggen er kansen om naast recreatieve winkellocaties ook sterke dagelijkse clusters te behouden. In paragraaf 4.1 Algemene uitgangspunten is aangegeven op welke manier detailhandel in dit bestemmingsplan is opgenomen. 2.3.11 Nota kantoren Rotterdam Vastgesteld 19 juni 2019 door B&W De 'Nota Kantoren' volgt uit de 'Visie Werklocaties 2030' die eind 2009 door het college van B&W is vastgesteld. De doelstelling van de nota is om tot 2030 richting te geven aan de ontwikkeling van de Rotterdamse kantorenmarkt, met als bovenliggende doelen: 1 2 3

Het optimaal faciliteren van de (nieuwe) economie in gebieden en in vastgoed; Een goede balans tussen vraag en aanbod van kantoorruimte op stedelijk en gebiedsniveau; Een verduurzaming van de kantorenvoorraad en -omgeving.

De Nota kantoren Rotterdam vormt de Rotterdamse uitwerking van de regionale strategie werklocaties 2019-2030 van de Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH). In de regionale strategie is een programma afgesproken ten aanzien van nieuwbouw, transformatie en planreductie waarbinnen gemeenten een eigen uitwerking ontwikkelen. In de regionale kantorenvisie van de MRDH is 127.000 m2 aan plancapaciteit opgenomen voor de locatie Rotterdam Centraal Station e.o. In de Nota kantoren stelt dat het Central Business District dat in lijn met de provinciale en regionale kantorenstrategie als toplocatie zal worden versterkt. Rotterdam Central District valt binnen de afbakening van het 'Central Business District'. In dit gebied geldt vanuit de Rotterdamse ladder voor een toekomstbestendige kantorenvoorraad geen norm voor uitbreiding van de voorraad. In dit gebied wordt op alle initiatieven positief geadviseerd als deze ook positief zijn beoordeeld op de Ladder voor duurzame verstedelijking.

15

In dit bestemmingsplan wordt maximaal 116.000 m2 kantoor mogelijk gemaakt. Daarmee past de uitbreiding met betrekking tot het programma als de locatie binnen de regionale afspraken. 2.3.12 Beleidsnota Archeologie 2008-2011, Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK), lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), Archeologieverordening Rotterdam Beleidsnota Archeologie 2008-2011, vastgesteld op 17 juli 2008 door de gemeenteraad Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK), vastgesteld op 31 januari 2006 en vastgesteld op 29 september 2009 door B&W Archeologieverordening Rotterdam, vastgesteld op 5 november 2009 door de gemeenteraad In 1992 hebben de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen te Valletta (Malta) het Europese Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed ondertekend. Met het Verdrag van Malta is het streven vastgelegd naar onder meer: het behoud van het archeologisch bodemarchief ter plaatse (in situ); het documenteren van het archeologisch bodemarchief, indien behoud niet mogelijk blijkt; het vroegtijdig en volwaardig betrekken van de archeologie bij ontwikkelingen op het gebied van de ruimtelijke ordening; het verbreden van het draagvlak voor de archeologie; het toepassen van het beginsel 'de verstoorder betaalt'.

De afspraken van Malta zijn verwerkt in de Wet op de archeologische monumentenzorg, die op 1 september 2007 in werking is getreden. Het zwaartepunt van het archeologiebeleid is bij gemeenten komen te liggen. In een bestemmingsplan moet een gemeente aangeven welke archeologische waarden mogelijkerwijs aan de orde zijn. Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van het Rotterdamse archeologiebeleid is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden. De gemeente Rotterdam bezit een vastgestelde Archeologische Waarden- en Beleidskaart (AWK), een vastgestelde Beleidsnota Archeologie 2008-2011 en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de eveneens vastgestelde Archeologieverordening Rotterdam. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Zie paragraaf 3.2 Archeologie.

2.3.13 Beleidsnota "Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020" en de Monumentenverordening Rotterdam 2010 Beleidsnota "Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020, vastgesteld op 22 december 2016 door de gemeenteraad Monumentenverordening Rotterdam 2010, vastgesteld op 30 oktober 2010 door de gemeenteraad In de beleidsnota Erfgoedagenda Rotterdam 2017-2020 wordt de visie op het Rotterdams gebouwde erfgoed en de hieruit voortvloeiende ambities beschreven. Rotterdam verbindt de zorg voor behoud van het gebouwd erfgoed met de hedendaagse opgaven van de stad. Ingezet wordt op bescherming, behoud en hergebruik, en instandhouding van erfgoed. Steeds vaker wordt cultuurhistorie gekozen als uitgangspunt voor (gebieds-)ontwikkelingen, waardoor de historische gelaagdheid van de stad behouden blijft voor toekomstige generaties. Het wettelijke instrumentarium hiervoor is de Monumentenverordening Rotterdam 2010. Zie paragraaf 3.4 Monumenten en beeldbepalende objecten.

2.3.14 Stedelijk Verkeersplan Rotterdam, Aanpak Nul Emissie Mobiliteit, Rotterdamse MobiliteitsAanpak Stedelijk Verkeersplan Rotterdam (SVpR), vastgesteld op 11 mei 2017 door de gemeenteraad Aanpak Nul Emissie Mobiliteit (NEM), vastgesteld op 5 november 2019 door B&W Rotterdamse MobiliteitsAanpak (RMA), vastgesteld op 20 februari 2020 door de gemeenteraad De langetermijnvisie op mobiliteit uit het Stedelijk Verkeersplan Rotterdam zet in op een economisch sterke, aantrekkelijke en gezonde stad. Vanuit deze visie wordt de mobiliteitstransitie verder uitgewerkt langs drie sporen, de zogenaamde drie v's, in twee programmatische aanpakken.

16

Langs het spoor 'verschonen' stuurt de aanpak Nul Emissie Mobiliteit op het verschonen van personenmobiliteit, goederenvervoer en het gemeentelijk wagenpark alsook het realiseren van meer laad- en vulpunten voor deze voertuigen. Deze aanpak verstrekt de huidige exponentiële trend waarbij het aantal volledig elektrische personenauto's in Nederland sinds 2017 jaarlijks verdubbeld alsook de uitbreiding van 3.100 oplaadpunten in de stad nu tot ruim 10.000 over vijf jaar. Deze verschoning van de stedelijke mobiliteit gekoppeld aan de gestage afname van autogebruik in het centrum sinds 2000, zal zowel de CO2-reductie voor 2030 zoals gesteld in de verschillende Klimaatakkoorden alsook het verbeteren van de luchtkwaliteit tot de Europese gezondheidsnormen voor NO2 in de stad rond 2020 realiseren. De Rotterdamse MobiliteitsAanpak zal langs de sporen 'volumebeheersing' en 'veranderen' in samenhang met de aanpak Nul Emissie Mobiliteit de mobiliteitstransitie in de bredere zin vormgeven. Het OV krijgt een prominentere rol in het centrum en de RET zal haar vloot volledig verduurzaamd hebben voor 2030. Daarnaast zal langzaam verkeer ruim baan krijgen, wordt parkeren in het centrum verder ontmoedigd en zal de tweejaarlijkse verdubbeling van het aantal beschikbare deelauto's in Rotterdam worden versneld.

Verder zullen verschillende instrumenten worden ontwikkeld om de mobiliteitstransitie toegankelijk te maken voor alle bewoners en de stadslogistiek opnieuw in te richten. De nieuwe mobiliteitsmix die zal ontstaan in het centrum zal niet alleen de luchtkwaliteit verbeteren en geluidshinder drastisch verlagen, maar ook anticiperend inspelen op de mobiliteitsopgaven van een steeds groeiende stad. 2.3.15 Structuurvisie Rotterdam Central District Vastgesteld op 17 maart 2011 door de gemeenteraad De structuurvisie is gebaseerd op het stedenbouwkundig plan voor Rotterdam Central District uit 2007. In het stedenbouwkundig plan is het ontwikkelperspectief voor RCD geschetst met een hoog ambitieniveau. In de structuurvisie is de gefaseerde uitwerking van de ruimtelijke ontwikkeling opgenomen. Ten behoeve van de structuurvisie is een planm.e.r.procedure doorlopen. De m.e.r. beschrijft de milieueffecten van de voorgenomen ontwikkelingen in relatie tot de hudige situatie. De visie biedt een ruimtelijk en programmatisch raamwerk voor de ontwikkeling van RCD die nadien uitgewerkt kan worden in bestemmingsplannen. De opgave is als volgt geformuleerd: 'uitbouwen van een innovatief, aansprekend en gemengd stedelijk vestigingsmilieu van Rotterdamse signatuur in een internationale context rond een mobiliteitknooppunt van de eerste orde'.

De Mixone is hiervoor het gemeenschappelijk ontwikkelperspectief. De nieuwe en bestaande gebouwen van RCD en de openbare ruimte er om heen, het programma en de volumes moeten in harmonie zijn. De inhoud van de gebouwen is een mix van verschillende functies. Naast wonen en werken is er in het bijzonder in de Mixone ruimte voor service, dienstverlening, leisure, vergadering, tentoonstelling, ontmoeting etc. Ten behoeve van deze structuurvisie is PlanMER Rotterdam Central District opgesteld. 2.3.16 Mixone Rotterdam Central District (onderdeel van Gebiedsvisie Weena Glocal City District)

17

In dit document wordt het toekomstbeeld voor het Rotterdam Central District geschetst. Gestreefd wordt naar een attractief en levendig centraal stedelijk gebied, van internationale allure. Het gebied moet een visitekaartje van Rotterdam worden, dat haar reputatie waarmaakt als ontmoetingspunt door volop gebruik te maken van de potenties van het gebied in de vorm van optimaal openbaar vervoer en de ligging in de binnenstad. Het moet een gemengd en goed toegankelijk gebied worden dat veel ‘glocal’ bedrijven gaat huisvesten (bedrijven die geworteld zijn in Rotterdam en over wereldwijde netwerken beschikken). De term Mixone is ontstaan door samentrekking van twee begrippen en wordt uitgesproken als ‘mixed zone’. In de wereld van cultuur en sport staat de mixed zone voor het gebied waar kunstenaars en sporters de media en elkaar ontmoeten. Dat beeld is in een stedenbouwkundige context geplaatst, en levert het beeld op van een gebied, waar op termijn sprake is van een 24-uurs levendigheid. In paragraaf 4.1 Algemene uitgangspunten is dit begrip uitgewerkt voor dit bestemmingsplan. 2.3.17 Rotterdam Central District_next step Vastgesteld op 19 december 2017 door B&W De gemeente heeft samen met de Vereniging RCD een actualisatie gemaakt van de gebiedsvisie voor Rotterdam Central District.

Inzet is de doorontwikkeling van RCD als Glocal District en de Mixone door middel van drie thema's: Verbinden, Delen en Verduurzamen. 2.3.18 Ambitiedocument tender Delftseplein Vastgesteld op 19 december 2017 door B&W Dit document is opgesteld voor de tender Delftseplein. De locatie Delftseplein grenst aan de zuidelijke ingang van de stationsterminal en vormt een belangrijk onderdeel van het RCD. Sinds de realisatie van het nieuwe station is hier een van de meest aantrekkelijke en dynamische gebieden in de stad ontstaan. De ontwikkeling Delftseplein zal het gebied verrijken met kantoren, woningen en commerciële voorzieningen. Ten behoeve van de nieuwbouw op het Delftseplein zijn de ambities beschreven aan de hand van drie thema's: ruimtelijk, programmatisch en op het gebied van duurzaamheid. Het moet een gebouw worden met een aantrekkelijke print met functies die recht doen aan de Mixone. Met betrekking tot de architectuur wordt een zorgvuldige inpassing voorgesteld binnen de bestaande context en met een goede aansluiting op de markante stationskap. Het gebouw krijgt een gemixt programma van wonen en werken waarbij het belangrijk is dat delen van het gebouw makkelijk te transformeren zijn.

2.3.19 Welstandsparagraaf Central District Vastgesteld op 30 september 2010 door de gemeenteraad De welstandsparagraaf is geschreven om richting te geven aan de hoge ambities van de ontwikkeling van Rotterdam Central District. "Duurzame stedelijke omgevingen zijn het resultaat van een innige relatie tussen gebouwen, openbare ruimte en mensen. De gebouwen moeten een verrijking zijn van de skyline van Rotterdam en een stimulans voor de Mixone door een nauwe band aan te gaan met de straat en het publiek." In de welstandsparagraaf zijn richtlijnen geformuleerd die het hoge architectonische niveau van de nieuwbouw binnen het Rotterdam Central District vastleggen en die bijdragen aan het realiseren van samenhang tussen de individuele gebouwen onderling. De bestaande en nieuwe gebouwen vormen samen een ensemble (een samenhangend geheel) in plaats van een reeks van geïsoleerde architectonische hoogstandjes. Dit geldt in sterke mate voor de geometrie, de plinten en de luifels van gebouwen maar ook voor de aangrenzende openbare ruimte en verblijfsklimaat.

18

Hoofdstuk 3 3.1

Beschrijving van het plangebied

Ontstaansgeschiedenis

Het plangebied maakt deel uit van een omvangrijk veengebied, waar in het zuidelijk deel rond het begin van de jaartelling en in de eeuwen daarna klei is afgezet. De vroegste bewoningssporen dateren uit het laat Mesolithicum (8000-5500 voor Christus) en het Neolithicum (5300-2000 voor Christus). Aardewerk en vuurstenen werktuigen uit deze tijd werden onder meer aangetroffen tijdens het archeologisch onderzoek in het tracé van de Willemsspoortunnel in Rotterdam tussen 1988 en 1992. Laat Mesolithische bewoningssporen zijn ook aangetroffen onder het Centraal Station van Rotterdam. Op een diepte van circa 7,50 meter beneden NAP en dieper zijn bewoningslagen aangeboord op een in de ondergrond, onder het veen, aanwezige donk. Een donk is een rivierduin dat aan het einde van de laatste ijstijd, zo'n 10.000 jaar geleden, werd gevormd. Deze rivierduinen werden als hogere en drogere plaatsen in latere tijden, toen door de zeespiegelrijzing een groot deel van westelijk Nederland vernatte, als woonplaats benut. Een deel van de donk onder het Centraal Station is opgenomen in de lijst van Archeologische Belangrijke Plaatsen. In het bestemmingsplangebied wordt de aanwezigheid van meer donken vermoed. Bewoning uit de Bronstijd (2000-800 voor Christus) is uit de directe omgeving niet bekend.

Sporen uit de IJzertijd (800 voor Christus-begin jaartelling) en de Romeinse tijd komen in de omgeving van het plangebied wel voor. Ze zijn onder meer tijdens het onderzoek in de Willemsspoortunnel gedocumenteerd. Sporen van vroegmiddeleeuwse bewoning (ca. 450-1000 na Christus) zijn te verwachten op de oeverafzettingen direct langs de Nieuwe Maas. Vondsten uit de 9e/10e eeuw zijn aangetroffen langs de benedenloop van de Rotte en kunnen gerelateerd worden aan de in 1028 in historische bronnen genoemde nederzetting Rotta. Mogelijk zijn dergelijke bewoningssporen en vondsten ook aanwezig op de oever van een voormalige zijtak van de Rotte die in 2015 in het plangebied is ontdekt (boringen-onderzoek). Deze Rotte-tak liep van de plek van de huidige Kruispleingarage via het Schieblok naar de locatie van het Hofplein. De nederzetting Rotta ging in de 12e eeuw verloren door overstromingen. De overstromingen in dit deel van Zuid-Holland werden mede veroorzaakt door het feit dat de 10e-11e-eeuwse ontginningen, vanwege de ontwatering van het veen, resulteerden in een daling van het maaiveld, waardoor het land vatbaarder werd voor overstromingen. Vooral aan het einde van de 12e eeuw en in de 13e eeuw werden in dit deel van Rotterdam daarom van noord naar zuid een reeks dijken aangelegd. In het plangebied liggen delen van de Beukelsdijk en van het tracé Hofdijk- Kruiskade.

Op en langs de dijken concentreerde zich de bebouwing. Zo werden er boerderijen of andere bouwwerken (bijvoorbeeld kasteel Weena) gebouwd. In het zuidwestelijk deel van het plangebied stond ooit zo'n boerderij. In de omgeving Delftseplein – Delftsestraat lag vanaf de 15e eeuw een boezemwater met twee molens en enige andere bebouwing. Het ontstaan van de middeleeuwse stad Rotterdam hangt samen met de aanleg van Schielands Hoge Zeedijk in de tweede helft van de 13e eeuw. Daar waar de dijk de Rotte kruiste, werd een dam met sluizen aangelegd (de huidige Hoogstraat). Op de dam en aan weerszijden van de Rotte (Binnenrotte) verrees al spoedig bebouwing. In de 14e en 15e eeuw breidde de stad zich uit. Aan het eind van de 16e eeuw kreeg de stad Rotterdam de kenmerkende driehoekige vorm. In het uitbreidingsgebied van de stad langs de Rotterdamse Schie en westwaarts (tot circa 1850) kunnen zich belangwekkende bewoningssporen bevinden uit die periode.

3.2

Archeologie

Rotterdam draagt sinds 1960 zorg voor het eigen archeologisch erfgoed en is in het bezit van een door het rijk verleende opgravingsbevoegdheid. Het doel van de Rotterdamse archeologie is: (1) te zorgen voor het behoud van archeologische waarden ter plaatse in de bodem; (2) te zorgen voor de documentatie van archeologische waarden indien behoud ter plaatse niet mogelijk is; (3) te zorgen dat de resultaten van het archeologisch onderzoek bereikbaar en kenbaar zijn voor derden.

19

De gemeente Rotterdam bezit een Archeologische Waardenkaart (AWK) en een vastgestelde lijst met Archeologisch Belangrijke Plaatsen (ABP's), die opgenomen zijn in de gemeentelijke archeologieverordening. Genoemde beleidsinstrumenten moeten een tijdige en volwaardige inbreng van archeologische belangen bij ruimtelijke ontwikkelingen waarborgen. Dit instrumentarium sluit aan op en komt mede voort uit het rijksbeleid en het provinciale beleid dat naar aanleiding van het Europese 'Verdrag van Malta' is ontwikkeld. Het vaststellen, waarderen en documenteren van archeologische waarden vindt binnen de archeologische monumentenzorg gefaseerd plaats. Na een bureau-onderzoek kan het nodig zijn een archeologische inventarisatie in het veld uit te voeren. De resultaten van de inventarisatie kunnen vervolgens leiden tot een aanvullend archeologisch onderzoek. De resultaten van laatstgenoemd onderzoek vormen het uitgangspunt bij de keuze om een vindplaats te behouden, op te graven, waarnemingen uit te voeren tijdens het bouwproject of geen verdere stappen te ondernemen. Archeologische verwachting In het hele plangebied zijn bewoningssporen vanaf de Steentijd tot en met de Middeleeuwen te verwachten. De zones waar donken in de ondergrond worden verwacht, zijn met name kansrijk voor bewoningssporen uit het Mesolithicum.

Op één plek, onder het emplacement van het Centraal Station is de aanwezigheid van een vindplaats al bevestigd. Voor dit ABP-terrein geldt in principe behoud in situ, conform de bepalingen in de Archeologieverordening 2009 en de door het College van B&W vastgestelde Lijst van Archeologisch Belangrijke Plaatsen. De bebouwde locaties van de oudste kadastrale minuut uit de periode 1811-1832 kunnen ook archeologisch van belang zijn. Deze plekken kunnen een lange bewoningsgeschiedenis hebben. In de regels en op de verbeelding zijn 6 verschillende archeologiebestemmingen opgenomen. Elke regeling heeft andere eisen als gevolg van de archeologische verwachting op de bepaalde locatie. Voor een afbeelding van de verschillende archeologische regimes zie Bijlage 1 Archeologie. Waarde - Archeologie 1 Voor het ABP-terrein, het gebied met een vindplaats op een donk onder het Centraal Station en emplacement geldt in principe behoud in situ. Voor bodemingrepen geldt een bouwregeling en een omgevingsgunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 5,0 meter beneden NAP, ongeacht het oppervlak van de ingreep. Waarde - Archeologie 2 Voor de locatie van de op de kadastrale Minuut van 1811-1832 weergegeven boerderij geldt een bouwregeling en een omgevingsgunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 1,0 meter beneden maaiveld, ongeacht het oppervlak van de ingreep.

Waarde - Archeologie 3 Voor de overige op de kadastrale Minuut van 1811-1832 weergegeven bebouwing, gelegen in een hoger gelegen gebied van het plangebied geldt een bouwregeling en een omgevingsgunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 2,0 meter beneden maaiveld, ongeacht het oppervlak van de ingreep. Waarde - Archeologie 4 Voor het zuidwestelijk deel van het plangebied, ongeveer tot aan het groothandelskantoor (Waarde Archeologie 4) geldt een bouwregeling en een omgevingsgunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 1,0 meter beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlak beslaan groter dan 200 vierkante meter. Waarde - Archeologie 5 Voor het oostelijk deel van het plangebied, ongeveer van het Groot Handelskantoor tot de Stadsdriehoek geldt een bouwregeling en een omgevingsgunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan 2,0 meter beneden maaiveld en die tevens een terreinoppervlak beslaan groter dan 200 vierkante meter. Waarde - Archeologie 6 Voor het Centraal Station en het emplacement geldt een bouwregeling en een omgevingsgunning voor bouw- en graafwerkzaamheden die dieper reiken dan het ten behoeve van de bouw en aanleg van het Centraal Station en de sporen opgebrachte zand en die tevens een terreinoppervlak beslaan groter dan 200 vierkante meter.

20

3.3

Huidig gebruik

De wederopbouwperiode en de latere ontwikkelingen, zoals de bouw van de grote kantoren aan het Weena, zijn van grote invloed geweest op de huidige situatie. Ook de vooroorlogse situatie is op sommige plaatsen nog te herkennen. Met name de betekenis van het Hofplein als stadsentree en verkeersknoop is te herleiden tot de vooroorlogse situatie. In het gebied is sprake van hiërarchie tussen de pleinen en boulevards enerzijds en de achterliggende straten en expeditie hoven anderzijds. Dit heeft geleid tot een variatie van bouwblokken, gebouwtypologieën en bouwstijlen. Van de vooroorlogse bebouwing is niets meer te herkennen in het huidige gebied Central District. Naast de bouw van het Groot Handelsgebouw, het Hiltonhotel en het stationspostkantoor is 1948 gestart met de ontwikkeling van nieuwbouw aan de Delftsestraat en de Schiestraat, nu aangeduid als het Schiekadeblok. Het totaal van de bewaarde bebouwing van het Schiekadeblok is cultuurhistorisch waardevol. In de Rotterdamse binnenstad is geen bouwblok te vinden dat in de wederopbouwperiode op die manier is opgezet. De Delftsestraat wordt gezien als een uniek ensemble met een staalkaart van wederopbouw-architectuur, mits teruggebracht in oorspronkelijke staat. Het blok grenst direct aan dit het bestemmingsplan.

In het hart van Rotterdam Central District is in 2014 de 'motor' van de gebiedsontwikkeling, het nieuwe station Rotterdam Centraal geopend. Ondergronds is de Kruispleingarage aangelegd, de fietsenstalling onder het stationsplein en de vernieuwde metrohalte. Ten oosten van het bestemmingsplangebied liggen ontwikkellocaties die de verbinding gaan vormen met de noordelijk gelegen stadswijken en de aansluiting op de binnenstad versterken. Dit zijn het Schiekadeblok, Pompenburg en verder naar het noorden het Zomerhofkwartier. Dit worden gemengd stedelijke gebieden met een mix aan kantoren, wonen en (culturele)voorzieningen met goede wandelen fietsverbindingen van en naar het station. Eén van de routes loopt over het Delftseplein richting het Pompenburg door het Schiekadeblok. Hier is een gat in de gevel van het Schieblock gemaakt om de hoge wandelroute 'de luchtsingel' doorgang te geven. Daarnaast loopt een fietsroute over de Delftsestraat richting Pompenburg. Er zijn een aantal oversteken over het Weena richting de binnenstad. De fiets-/voetgangerstunnel ten westen van het station biedt een doorgang naar de Provenierswijk. Ten zuiden van het Rotterdam Central District worden grote bouwprojecten ontwikkeld: Weenapoint aan het Kruisplein en een aantal projecten rondom het Hofplein. Weenapoint is een mix van kantoren en woningen in de hoogbouw en voorzieningen in de plinten.

3.4

Monumenten en beeldbepalende objecten

De gemeente Rotterdam kent een groot aantal panden en gebieden die vanwege cultuurhistorische waarden worden beschermd. Voor de bescherming wordt gebruik gemaakt van bestaand instrumentarium – Erfgoedwet (2016) en Monumentenverordening Rotterdam 2010. Daarnaast krijgen rijks beschermde stadsgezichten, wederopbouwaandachtsgebieden en beeldbepalende panden op de verbeelding en in de regels van het bestemmingsplan de dubbelbestemming “Waarde – Cultuurhistorie”. 3.4.1

Rijksmonumenten

Een rijksmonument kan een gebouw, water, terrein of een ander object zijn dat van nationaal belang is vanwege de schoonheid, betekenis voor de wetenschap of de cultuurhistorische waarde. Bij een monument gaat het om één gebouw of complex, zowel buiten als van binnen. Voor een rijksmonument geldt dat het object ten minste vijftig jaar oud moet zijn. Het is verboden om wijzigingen aan te brengen aan een beschermd monument zonder vergunning. Binnen het bestemmingsplangebied liggen 1 rijksmonument; het voormalige Stationspostkantoor (Central Post).

21

Het Stationspostgebouw is gebouwd in de jaren 1955-1959. Het is een ontwerp van het architectenbureau E.H. en H.M. Kraaijvanger. Een streng en modern geleed gebouw van zwaar beton, van buiten vriendelijker gemaakt met geglazuurde baksteen in lichte kleuren. Kunst is in dit gebouw geïntegreerd in het ontwerp, de glasmozaïeken van Louis van Roode verlevendigen het trappenhuis. Het postgebouw was één van de eerste hoge gebouwen in de na de verwoesting weer opgebouwde stad. De hoogte en een zware betonconstructie waren nodig voor het onderbrengen van een omvangrijke postsorteermachine. Aan de spoorzijde ligt een overkapt laadperron voor posttreinen, een betonnen toerit maakt het perron voor auto’s toegankelijk. Door veranderingen in het postbedrijf raakte het gebouw in onbruik. In 2009 is het gebouw gerenoveerd tot verzamelgebouw Central Post naar het ontwerp van Claus en Kaan Architecten. 3.4.2

Beeldbepalende objecten

In Rotterdam is een groot aantal gebouwen te vinden die geen status hebben als monument maar wel cultuurhistorisch waardevol zijn; zogenaamde beeldbepalende objecten. Voor deze panden en objecten geldt geen wettelijke bescherming, maar de gemeente zet zich wel in om de waarden van deze panden te behouden. In de cultuurhistorische verkenning 'Schiekadeblok & Rotterdam Central District' uit 2017 is beschreven welke cultuurhistorisch waardevolle objecten in het gebied liggen. Binnen de grenzen van dit bestemmingsplan ligt een klein hoekje van de Hofpleinvijver. De achtkantige Hofpleinfontein heeft een hoge cultuurhistorische waarde als uniek en goed bewaard gebleven buitenruimteontwerp uit de wederopbouwperiode. De door Gemeentewerken ontworpen fontein en het beeldhouwwerk van Cor van Kralingen geven uitdrukking aan het naoorlogse gevoel van gemeenschapszin. De fontein is geen gebouw en eigendom van de gemeente Rotterdam, het risico op sloop is klein. Het grootste deel van de fontein is opgenomen in het bestemmingsplan 'Lijnbaankwartier - Coolsingel' en heeft daarin geen dubbelbestemming gekregen. Daarom is ervoor gekozen om ook in dit bestemmingsplan de fontein geen dubbelbestemming te geven.

22

Hoofdstuk 4 4.1

Beschrijving per locatie

Algemene uitgangspunten

Voor het grootste gedeelte van het plangebied was nog niet eerder een bestemmingsplan gemaakt. Dat maakte het noodzakelijk om uitgebreid en zorgvuldig te inventariseren. Om een goed beeld te krijgen van de invulling en maatvoering van alle verschillende gebouwen zijn gesprekken gevoerd met vertegenwoordigers van de gebouwen. Op deze manier is in beeld gebracht voor welke functies het pand wordt gebruikt en op welke plek in het gebouw ze zich bevinden. Voor het tekenen van de verbeelding is het plangebied grondig geanalyseerd ter plekke en via kadastrale gegevens om het volume, de hoogtes en onderdoorgangen op de juiste manier weer te geven. 4.1.1

Mixone

Een belangrijk onderdeel van het gebiedsconcept voor Rotterdam Central District is het realiseren van de Mixone, zie ook paragraaf 2.3.16 Mixone Rotterdam Central District. De Mixone is bedoeld als plek om te ontmoeten en te faciliteren waardoor het gebied een eigen identiteit en sfeer zal krijgen. De Mixone heeft in RCD vooral betrekking op de begane grond en (meestal) de daarboven gelegen verdieping. Soms ook de entresol of kelder. Maar het gaat ook om aantrekkelijke ontmoetingsplekken hoger in de gebouwen (zoals bars of dakterrassen) die voor een breder publiek toegankelijk zijn. Om een goede Mixone te realiseren is het wenselijk dat grote delen van de plinten een open en uitnodigend karakter krijgen en een semi-publieke uitstraling krijgen. Dichte gevels en service-ruimtes moeten zoveel mogelijk voorkomen worden. Hiertoe worden bij nieuwbouwlocaties voorwaarden geformuleerd door de gemeente. Ook is de gemeente in gesprek met eigenaren van bestaand vastgoed om de plinten transparanter en levendiger te maken. De openbare ruimte is een belangrijk onderdeel van de Mixone en medebepalend voor de sfeer. Op veel plaatsen in RCD is nog een kwaliteitsslag nodig om tot de gewenste kwaliteit te komen. Bij de verbetering van de plinten werkt de gemeente samen met de Vereniging RCD.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=5195d3e3-a17a-49ed-9004-28e7dfc2b44d