CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20bb18263 Bijlage behorende bij 20b18264 - Onderzoek ' Omvang en karakter van de maatschappelijke activiteiten van levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 17. Uitkomsten onderzoek Tel je zegeningen.42.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 5

gemeente. Zij weten de weg naar de bijbehorende subsidies echter lang niet altijd

hebben er alleen voor te staan, of de gaten die anderen laten vallen te moeten dichten.

te vinden. Zoek met elkaar naar mogelijkheden om deze weg zichtbaarder en laagdrempeliger te maken.

Aanbeveling voor vervolg

5. Erken met elkaar het belang van bridging én bonding voor een inclusieve samenleving.

Rotterdam kent een in vergelijking tot verschillende andere grote(re) steden in Neder-

6. Het levensbeschouwelijke is voorwaardelijk aan het sociaal-maatschappelijke,

land grote mate van levensbeschouwelijk geïnspireerde sociaal-maatschappelijke acti-

daar ontstaat de motivatie en inspiratie voor het maatschappelijke handelen. Deze

viteiten. Dit onderzoek heeft (wederom) aangetoond dat deze lbo’s en hun vrijwilligers

voorwaardelijke relatie wil overigens niet zeggen dat het religieuze en sociaal-maat-

een zeer substantiële waarde voor de Rotterdamse samenleving creëren. Onze sterke

schappelijke binnen activiteiten niet gescheiden (kunnen) worden. In het kader van

aanbeveling is dan ook om verder met elkaar in gesprek te gaan over kansen voor samen-

subsidies kan dit betekenen dat helder omschreven is dat levensbeschouwing als

werking tussen lbo’s en (in)formele aanbieders in de stad. We zien hierin een belangrijke

middel wordt ingezet en niet als doel.

rol voor de gemeente Rotterdam. Zij kunnen het gesprek tussen levensbeschouwelijke en

7. Het vrijwilligersbestand van lbo’s is heel divers. Dit vraagt van lbo’s maatwerk om al

niet-levensbeschouwelijke organisaties faciliteren, door goede en wederzijds vertrouwde

deze vrijwilligers aan zich te blijven binden en om nieuwe vrijwilligers te werven.

intermediairs te zoeken en te ondersteunen, en door lbo’s als onmisbare partij mee te

Het biedt ook kansen voor gemeente en formele organisaties om voor bijvoorbeeld

nemen in gesprekken over opgaven voor de stad. We eindigen deze rapportage met de

werkervaringsplekken naar mogelijkheden bij lbo’s te kijken.

tien belangrijkste handvatten om dit gesprek over samenwerking aan te gaan:

8. Lang niet alle lbo’s hebben een betaalde kracht in dienst. Dat vraagt om andere

1. Erken het verschil tussen basishulp en (onvoorwaardelijke) aandacht enerzijds

manieren van samen optrekken, zoals overleggen na 17.00 uur omdat mensen nog

(veelal de rol van lbo’s) en activering gericht op maatschappelijke deelname en zelf-

een betaalde baan ernaast hebben.

redzaamheid anderzijds (veelal de rol van formele dienstverlenende organisaties).

9. Veel lbo’s zijn gevestigd of actief in één stadsdeel, wijk of buurt. Zoek dus vooral

En vooral: benut elkaar.

op deze gebiedsniveaus naar relevante samenwerking. Het is daarbij goed om

2. Voorkom dat samenwerking alleen op toevallige contacten berust. Zoek elkaar

te beseffen dat waar andere organisaties en beroepskrachten gaan en komen, de

actief op in een buurt of gebied. Ken elkaar en weet ook van elkaar wat je doet. En

levensbeschouwelijke organisaties vaak een stabiele factor in de wijk zijn.

plan bijvoorbeeld in ieder geval tweemaal per jaar een overleg met elkaar. Het zou

10. Naast een gebiedsgerichte aanpak moet er ook oog zijn voor de maatschappelijke bijdrage

helpen als de gemeente Rotterdam samenwerking tussen lbo’s en zorg- en welzijns-

van lbo’s die gebied overstijgend werken. Deze organisaties ontsluiten vaak het sociale en 76

culturele kapitaal van hun leden en vrijwilligers ten gunste van de samenleving.

11

Literatuur

Arum, S. van & Schoorl, R. (2016). Sociale (wijk)teams in beeld: stand van zaken na de

Bolwijn, R. (2019). Armoede in Nederland 2019. Onderzoek naar hulpverlening door

decentralisaties (najaar 2015). Utrecht: Movisie.

diaconieën, parochiële caritasinstellingen en andere kerkelijke organisaties in Nederland. Utrecht: deelnemende kerken.

Avest, D. ter (2015). Religieuze betrokkenheid is een voordeel voor de sociaal werker. Gedownload op 7-12-2016 van: http://www.socialevraagstukken.nl/sociale-praktijk/

Boutellier, H. (2015). De seculiere samenleving. Hoe we van God los gingen samenleven.

religieuze-betrokkenheid-is-een-voordeel-voor-de-sociaal-werker/.

Amsterdam: Boom filosofie.

Avest, D. ter (2016). Betekenisvolle ontmoetingsplekken zijn belangrijker dat ooit. In:

Bredewold, F, Duyvendak, J.W., Kampen, Th., Tonkens, E. & Verplanke L. (2018). De

Sociaal Bestek, februari-maart, p 27-28. Avest D. ter & Voorst, P. van (2014). De huis-

verhuizing van de verzorgingsstaat Hoe de overheid nabij komt. Jaarboek Tijschrift voor

kamer van de wijk. House of Hope - een religieus geïnspireerde praktijk. Rotterdam:

Sociale Vraagstukken. Amsterdam: Van Gennep.

Wmo Werkplaats Rotterdam Hogeschool Inholland / Hogeschool Rotterdam. Centraal Bureau voor de Statistiek (2015). Sociale samenhang: wat ons bindt en verdeelt. Baart, A. (2001). Een theorie van de presentie. Utrecht: Lemma.

Den Haag: CBS

Bekkers, R. H. F. P., & Schuyt, T. N. M. (2008). And who is your neighbor?: Explaining

Castillo Guerra, J.E., Glashouwer, M. & Kregting, J. (2008). Tel je zegeningen. Het maat-

the effect of religion on charitable giving and volunteering. Review of Religious Research,

schappelijk rendement van christelijke kerken in Rotterdam en hun bijdrage aan sociale

50(1), 74-96.

cohesie. Nijmegen: NIM, p. 25.

Berghuijs, J., Schilderman, H., Van Der Braak, A., & Kalsky, M. (2018). Exploring Single

Claridge, T. (2018). Functions of social capital – bonding, bridging, linking. Dunedin,

and Multiple Religious Belonging. Journal of Empirical Theology, 31(1), 18-48. https://

New Zealand: Social Capital Research & Training.

doi.org/10.1163/15709256-12341365. Davelaar, M. & Hamdi, A. (2018). Factsheet verkenning werkzaamheid Budgetmaatjes Berkhout, B., Chenderling, P. & Dam, F. van (2019). Evaluatie AMvB reele prijs Wmo

010. Rotterdam: Samen 010.

2015. Zorg en Welzijn. Rapport tweede meetronde. Utrecht: Beerenschot. Davelaar, M., Hurkens, H., & Opstal, J. van (2017). Meer dan een dak. Laagdrempelige Bochove, Marianne & Tonkens, Evelien & Verplanke, L. (2014). Kunnen we dat (niet)

presentie voor kwetsbare burgers. Utrecht: Netwerk DAK.

aan vrijwilligers overlaten? Nieuwe verhoudingen tussen vrijwilligers en professionals in zorg en welzijn. 77

Davelaar, M. , Hamdi, A. , Verheijen, J., Dongen, M.-C. van, Verleun, A. (2013). Gezien

Elander, I., Davelaar, M., & Walliser, A. (2012). Faith-based organisations, urban gover-

en gehoord. Maatschappelijk rendement van project Motto: zingeving en levensvragen bij

nance and welfare state retrenchment. In J. Beaumont & P. Cloke, Faith-based organisa-

ouderen. Utrecht/Rotterdam: Verwey-Jonker Instituut/Ecorys.

tions and exclusion in European cities (pp. 81-104). Bristol: The Policy Press.

Davelaar, M., Damacena Martins, A., Doude van Troostwijk, I. (2012). Naar een hoger

Gemeente Rotterdam, 2019). Relax. Dit is Rotterdam. Samenleven in een stad waar

plan. De vrijwillige inzet van internationale en migrantenkerken in Den Haag. Utrecht:

niemand in de meerderheid is. Actieprogramma Integratie & Samenleven 2019 – 2022.

Verwey-Jonker Instituut.

Rotterdam: gemeente Rotterdam.

Davelaar, M. & Kerstens, W. (2012). A shelter from the storm: Faith-based organisations

Gemeente Rotterdam (2018). De Staat van de Stad 2018. Feiten en cijfers over Rotterdam.

and providing relief for the homeless, in: Beaumont, J., & Cloke, P. (eds). Faith-based

Rotterdam: Gemeente Rotterdam.

Organisations and Exclusion in European Cities, Bristol: The Policy Press, 199–218. Gemeente Rotterdam (2018b). In Rotterdam doen we iets voor een ander. Het gesprek met Davelaar, M., Toorn, J. van den, Witte, N. de, Beaumont, J. & Kuiper, C. (2011). Faith-

de stad. Startdocument met een gedeelde visie op Informele Zorg en Ondersteuning 2.0

based Organisations and Social Exclusion in the Netherlands. Leuven: Acco.

2018 – 2022. Rotterdam: Gemeente Rotterdam.

Davelaar, M. & Toorn, J. van den (2010). Geloof aan het werk. De rol van levensbe-

Gemeente Rotterdam (2015). Nieuw Rotterdams welzijn 2016 – 2019. Rotterdam:

schouwelijke organisaties bij het bestrijden van sociale uitsluiting in Rotterdam. Utrecht:

Gemeente Rotterdam.

Verwey-Jonker Instituut. Graaf, P. de (2019). Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2019. Resultaten Davelaar, M. & Smits van Waesberghe, E. (2010). Tussen principes en pragmatisme. Een

uit de Omnibusenquête 2019. Rotterdam: gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en

onderzoek onder Nederlandse gemeenten naar de subsidiëring van levensbeschouwelijke

Business Intelligence (OBI).

organisaties. Utrecht: Forum. Handy, F., en Srinivasan, N. (2004). Improving quality while reducing costs? An economic Engbersen, R. & Lupi, T. (2015). Het belang van slow social work. Op zoek naar nieuwe

evaluation of the net benefits of hospital volunteers. Nonprofit and Voluntary Sector

welzijnsfuncties in Rotterdam. Den Haag: Platform31.

Quarterly. Vol. 33, pp. 28-54.

78

Hart, J. de & Houwelingen P. van (2018). Christenen in Nederland. Kerkelijke deelname

Huijnk, W. (2018). De religieuze beleving van moslims in Nederland. Diversiteit en veran-

en christelijke gelovigheid. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

dering in beeld. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

Hart J. de (red.) (2002). Zekere banden: Sociale cohesie, leefbaarheid en veiligheid. Den

Jager-Vreugdenhil, M. (2012). Nederland participatieland? De ambitie van de Wet

Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de praktijk in buurten, mantelzorgrelaties en kerken. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Hart, J. de (2014). Geloven binnen en buiten verband. Den Haag: Sociaal en Cultureel Kampen, Th. & Duyvendak, J.W. (2016). Betwist het doorgeschoten ideaal van zelfred-

Planbureau.

zaamheid, niet de zorgzame professional. Gedownload op 14-12-2016 van: http://www. Hawkins, R.L. & Maurer, K. (2010). Bonding, Bridging and Linking: How Social Capital

socialevraagstukken.nl/betwist-het-doorgeschoten-ideaal-van-zelfredzaamheid-niet-

Operated in New Orleans following Hurricane Katrina, British Journal of Social Work

de-zorgzame-professional/.

(2010) 40, 1777–1793. Kuyper, L., Houwelingen, P. van, Dekker, P. & Steenbekkers, A. (2019). Maatschappelijke Hilhorst, P. & Lans, J. van der (2016). Collectief kijken blijkt blinde vlek van wijkteams.

en politieke participatie en betrokkenheid. Hoofdstuk 9 van De Sociale staat van Neder-

Gedownload op 2-1-2017 van: http://www.socialevraagstukken.nl/29-collectief-kij-

land. Den Haag: Sociaal en cultureel Planbureau.

kenblijkt-blinde-vlek-van-wijkteams/. Lammerts, R. & Hakvoort, S. (2004). Humanisme in beeld. Een onderzoek naar daadwerkelijke affiniteit met het humanisme. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.

Hilhorst, P. & Lans, J. van der (2016). Nabij is beter II. Over het inlossen van de beloften van de decentralisaties. Den Haag: KING/VNG.

Meijs, L.C.P.M. & Roza, L. (2009). Economische waarde van het vrijwilligerswerk door de Zonnebloem. Rotterdam: RSM Erasmus Universiteit.

Hintum, van, M. (2015). Spanning en veerkracht: De opgave van de transities en transformaties in 2015. Utrecht: Movisie.

Minister van VWS (2018). Kamerbrief over aanpak geestelijke verzorging/levensbegeleiding. Den Haag: ministerie van VWS.

Houwelingen, P. van & Dekker, P. Maatschappelijke en politieke participatie en betrokkenheid. In: De sociale staat van Nederland 2017, hoofdstuk 8. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.

79

Noordegraaf, H. (2014). Kritische participatie: herbezinning op de rol van de kerken in

Schmeets, H. (2013). Het belang van religie voor sociale samenhang. Bevolkingstrends.

de samenleving. Inleiding op de studiedag Kerken en Wmo: een kritische zoektocht.

Den Haag: CBS.

Utrecht: Kerk in Actie. Taylor, C. (2007). A secular age. Cambridge (Mass.: Belknap Press of Harvard University Noordegraaf, H. (2012). Kerk en Wmo. De eerste vijf jaren (2007-2011). Een onderzoek

Press.

naar (kritische) participatie van kerken in de Wmo. Groningen: Stichting Rotterdam. Tonkens, E. & Duyvendak, J.W. (2013). Een hardhandige affectieve revolutie. Conclusie. Putnam, R.D. & Campbell, D. (2010). American Grace: How Religion Divides and Unites

In: Kampen, Th., Verhoeven, I., & Verplanke, L. (red.) De affectieve burger. Hoe de over-

Us. New York: Simon & Schuster.

heid verleidt en verplicht tot zorgzaamheid. Amsterdam: Van Gennep.

Putnam, R.D. (2000) Bowling alone. The collapse and revival of American community.

Toorn, J. van den, Davelaar, M., Winter-Koçak, S. de & Badou, M. (2018). Levensbe-

New York: Simon & Schuster.

schouwelijke organisaties en de Wmo in Den Haag. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.

Ryan, Richard & Deci, Edward. (2002). An overview of self-determination theory: An

Trees Pels (2019). Wat zijn, gezien de scheiding tussen kerk en staat, de marges voor

organismic dialectical perspective. Handbook of Self Determination Research, 3-36.

contact tussen gemeenten en religieuze organisaties? Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.

Sar, J. van der, Lombo -Visser, R. & Boender, W. (2008). Moskeeën gewaardeerd. Een

Links:

onderzoek naar het maatschappelijk rendement van moskeeën. Den Haag: Ministerie

https://conventvankerken.nl/

van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

https://kerken010.nl/kerken/wijkpastoraat-crooswijk/ https://www.trouw.nl/religie-filosofie/religieuze-organisaties-doen-er-wel-dege-

Schmeets, H. (2019) Religie en sociale Cohesie. CBS Statistische trends.

lijk-toe-vindt-de-overheid~b5c872df/ https://www.werkplaatssociaaldomeinzhz.nl/publicaties/verslagen-evenemen-

Schmeets, H. (2018). Wie is religieus, en wie niet? CBS Statistische trends.

ten-en-activiteiten/verslag-religieus-geinspireerde-praktijken-/ https://www.trouw.nl/nieuws/humanisten-softer-dan-ooit~b054b4b6/

Schmeets, H. & Arends J. (2017). Vrijwilligerswerk: wie doet het? Den Haag: CBS.

https://www.humanistischverbond.nl/humanisme/humanisme-in-nederland/ https://nl.wikipedia.org/wiki/Humanisme_(levensbeschouwing)

Schmeets, H. (2016). De religieuze kaart van Nederland, 2010­-2015. Bevolkingstrends.

https://www.humanitas.nl/

Den Haag: CBS. 80

Bijlage 1. Onderzoekverantwoording

Literatuurstudie

Op basis van die inschatting zijn er circa 350 organisaties benaderd om deel te nemen aan

Een beknopte studie van beschikbare literatuur en Rotterdamse beleidsdocumenten is

de verkennende vragenlijst van onderhavig onderzoek. Van hen vulden 176 organisaties

uitgevoerd om het onderzoek van een context te voorzien. Uitgangspunt vormden de

de lijst volledig in, een respons van 50%. Gekeken naar het geschatte totaal aantal orga-

volgende hoofdvragen:

nisaties een bereik van 40%. Deze vragenlijsten zijn verstuurd naar personen die daartoe

•

Wat zijn trends en ontwikkelingen rond betrokkenheid bij religieuze en levensbe-

zijn geselecteerd door de leden van het consortium, waarbij elk haar eigen achterban

schouwelijke organisaties in Nederland en Rotterdam en hoe is de situatie in 2018?

benaderde en men gezamenlijk verantwoordelijk was voor het benaderen van verte-

Wat zijn trends en ontwikkelingen rond de maatschappelijke inzet door/vanuit reli-

genwoordigers van levensbeschouwelijke stromingen die niet in het consortium verte-

gieuze en levensbeschouwelijke organisaties in Nederland en Rotterdam?

genwoordigd zijn. Als gevolg van deze werkwijze zijn de verschillende stromingen op verschillende manieren benaderd:

Daarnaast is, op basis van de vraagstelling van dit onderzoek, specifiek gekeken naar inzichten uit de literatuur rond:

Van de protestantse kerken in Rotterdam zijn per kerk de predikant, de kerkenraad en de

•

Motivatie vrijwilligers.

diaco-nie aangeschreven door Samen 010 om mee te doen aan het onderzoek. Dat ging in

•

Bijdrage van levensbeschouwelijke organisaties aan sociale cohesie.

totaal om 37 kerken. Daarnaast zijn ook de christelijk maatschappelijke initiatieven bena-

•

Lokale relaties tussen overheid, formele aanbieders van zorg en welzijn en levensbe-

derd. Dat waren er in totaal ook 37. In totaal zijn er 45 ingevulde vragenlijsten ontvangen.

schouwelijke organisaties. De katholieke kerken in Rotterdam zijn georganiseerd in drie grote samenwerkingsDe uitkomsten van de studie zijn verwerkt in Hoofdstuk 2 en in paragrafen aan het

verbanden van verschillende parochies. Alle individuele parochies zijn gevraagd door

begin van de daarna volgende hoofdstukken.

stichting Mara om deel te nemen. Het merendeel deed dit ook. Daarnaast zijn de overkoepelende organisaties (bisdom, regiobesturen, federaties, etc.) gevraagd om ook de

Verkennende vragenlijst

vragenlijsten in te vullen, voor die parochies die niet konden deelnemen en voor die

In de eerste fase van het onderzoek is een verkennende vragenlijst opgezet waarmee

onderdelen van de maatschappelijke inzet, die parochie-overstijgend worden aange-

gegevens zijn opgehaald over de levensbeschouwelijke organisaties. Er is gekeken naar

boden. Er zijn verder ook een aantal maatschappelijke organisaties gevraagd deel te

geografische ligging, grootte van de organisatie, culturele achtergronden van de leden,

nemen die een katholieke signatuur hebben en een duidelijke relatie met de kerk. Op deze

bezoekers en beroeps-krachten, motivaties, activiteiten, inkomsten en samenwerkings-

manier zijn in totaal 43 vragenlijsten verstuurd naar katholieke deelnemers, waarvan er

partners. De vijf lbo’s in het consortium schatten in dat Rotterdam zo’n 445 religieuze en

uiteindelijk 35 ingevuld zijn ontvangen.

levensbeschouwelijke organisaties telt. Voor het uitzetten van onze vragenlijst hebben we in beeld gebracht welke organisaties we dachten te kunnen betrekken bij het onderzoek.

81

Het Convent van Kerken functioneert als Raad van Kerken voor de gezamenlijke kerken

gekozen organisaties eerst telefonisch of face tot face te benaderen om het onderzoek toe

van Rotterdam. Anders dan in de meeste andere plaatsen denkt ook Joods Rotterdam mee

te lichten en medewerking te vragen. Uiteindelijk zijn er 26 vragenlijsten meegenomen

in dit orgaan. Elk lid van het Convent is gevraagd om zoveel mogelijk gemeenschappen

in dit onderzoek.

die hij, zij vertegenwoordigt te benaderen die niet al door Samen 010 of stichting Mara waren benaderd. Daarnaast heeft het Convent een vertegenwoordiger van de Joodse

De 176 organisaties die de vragenlijst hebben ingevuld zijn verdeeld over de verschil-

gemeenschap gevraagd de vragenlijst in te vullen. Op deze wijze zijn er aanvullend 8

lende geloofsovertuigingen. De gemeenschappen van Jehova’s getuigen, hindoes, ortho-

ingevulde vragenlijsten verzameld.

doxe joden en sikhs niet vertegenwoordigd, maar wel benaderd. Vanuit de Hindoeïstische gemeenschap kwam ondanks aandringen geen reactie. De orthodox Joodse Synagoge (die

In Rotterdam zijn naast de hierboven genoemde christelijke kerken en organisaties onge-

geen lid is van het Convent) zag af van deelname. Er is geprobeerd om ook andere groepen

veer 200 christelijke internationale gemeenschappen bekend met alle mogelijke christe-

te vinden die wilden deelnemen. Dit bleek moeilijk omdat deze vaak zeer kleine groepen

lijke denominaties en variërend van kleine groepen van 50 tot gemeenschappen met meer

geen of maar zeer beperkt maatschappelijke initiatieven ontplooien. In het onderzoek zijn

dan 1000 leden. Veel van deze gemeenschappen herbergen meerdere culturele en taal

uiteindelijk dus alleen de 7 vragenlijsten van Humanisten en Boeddhisten meegenomen.

achtergronden. SKIN-Rotterdam heeft na verificatie van contactgegevens 173 vragenlijsten kunnen uitzetten. De katholieke, en deels de orthodoxe internationale gemeen-

Selectie verdiepende vragenlijst

schappen, zijn uitgezet via de katholieke infrastructuur. Daarnaast zijn er keuzes gemaakt

Voor de selectie van organisaties die zijn benaderd voor de verdiepende vragenlijst is

in de verwerking van de vragenlijsten. Zo zijn bijvoorbeeld interculturele pioniersplekken

gekeken naar het aantal organisaties dat in de eerste vragenlijst heeft ingestemd met

van de Protestantse Kerk Nederland verwerkt onder de protestantse denominatie. Al

deelname aan het verdiepende onderzoek. Van de 176 organisaties waren er 124 orga-

met al zijn er 55 valide ingevuld vragenlijsten ontvangen van christelijke internationale

nisatie die aangaven deel te willen nemen aan de verdiepende vragenlijst. Om een zo

gemeenschappen. Deze ontvangen lijsten vormen een afspiegeling van de grote diversiteit

representatief mogelijk beeld te kunnen geven is er bij de selectie van d organisaties

in denominatie en culturele achtergrond.

rekening gehouden met:

SPIOR richt zich op organisaties met een Islamitische achtergrond. Voor dit onderzoek

•

Spreiding over de verschillende religies/denominaties.

•

Geografische spreiding over de stad: in hoeveel en welke gebieden zijn de organi-

zijn Rotterdamse organisaties met besturen en bezoekers uit verschillende herkomst-

saties actief.

landen benadert die naast religieuze activiteiten ook een maatschappelijk programma

•

Omvang van de organisatie in termen van aantal activiteiten.

hebben. Het betreft bij SPIOR aangesloten organisaties en een aantal organisaties die dat

•

Omvang van de organisatie in termen van aantal leden.

in de zomer van 2019 nog net niet waren maar al wel betrokken bij vanuit SPIOR georganiseerde projecten. Omdat de taal in veel gevallen een beletsel zou zijn om mee te doen is

82

Aan de hand hiervan zijn er van de 124 organisaties die deel wilden nemen aan de

zijn bij de activiteit, hoeveel uren per week een vrijwilliger gemiddeld met de activi-

verdiepende vragenlijst, 50 organisaties geselecteerd. De verdiepende vragenlijst is

teit bezig is en hoeveel weken per jaar de activiteit plaatsvindt. Als er geen vrijwilligers

door de lbo’s in het consortium uitgezet onder de geselecteerde organisaties.

betrokken waren bij een bepaalde activiteit of als deze helemaal niet plaatsvond bij de organisatie dan kon dit ook worden aangegeven.

Van 41 organisaties is er een volledig ingevulde vragenlijst ontvangen, een respons van 84%. De overige organisaties gaven aan dat het invullen van de verdiepende vragenlijst

De activiteiten waren onderverdeeld in zes hoofdcategorieën:

hen bij nader inzien te veel tijd zou kosten en zij zagen daarom af van deelname.

1. Sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting (binnen en buiten de eigen gemeenschap). 2. Zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen (binnen en buiten

Voor het berekenen van het gemiddeld aantal uren vrijwilligersinzet en de waarde die

de eigen gemeenschap).

dat vertegenwoordigt per organisatie is gekozen om vier organisaties uit de selectie te halen. Dit zijn de drie lbo’s in het consortium die de vragenlijst hebben ingevuld (Stich-

3. Bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging.

ting Mara, Samen 010 en SKIN) en van een van de internationale kerken. Bij deze laatste

4. Religieuze/ levensbeschouwelijke educatie.

organisatie wijken de cijfers met meer dan een factor 10 af van het gemiddelde van de

5. Religieuze/ levensbeschouwelijke bijeenkomsten en activiteiten.

andere organisaties. Deze organisatie zou een dermate grote invloed op het gemiddelde

6. Externe communicatie en missionaire activiteiten.

hebben dat daarmee een vertekend beeld ontstaat. De lbo’s in het consortium zijn niet bij de berekening van het gemiddelde meegenomen, omdat zij een ander type organi-

Binnen deze zes categorieën zijn in totaal 27 subcategorieën ondergebracht. Deze waren

satie zijn en ook het gemiddelde beeld zouden beïnvloeden. Als gevolg van voorgaande

breed geformuleerd en er is daarom voor gekozen om de subcategorieën uit te splitsen naar

zijn de cijfers die gemiddelden per organisatie weergeven in dit hoofdstuk gebaseerd

voorbeelden en onderdelen. Dit bracht de vragenlijst tot 100 activiteiten waar de respon-

op 37 organisaties. De gemiddelde ureninzet vanuit de deze 37 organisaties is als basis

denten het aantal vrijwilligers, uren en weken voor konden invullen. Ook was er per subca-

genomen voor de doorvertaling naar het niveau van alle organisaties in de stad. Daar

tegorie de mogelijkheid om zelf activiteiten toe te voegen bij de optie ‘anders, namelijk’.

zijn vervolgens de uren bij opgeteld van de vier organisaties die eerder niet bij het berekenen van het gemiddelde zijn opgenomen. We nemen deze organisaties uiteindelijk

Dataschoning en -analyse

dus wel mee in de berekening van de totale ureninzet en de waarde daarvan.

Voor ieder van de 100 activiteiten is het aantal uur dat deze per organisatie plaatsvinden in een jaar berekend. Dit is gedaan door het aantal vrijwilligers op de activiteit te verme-

De verdiepende vragenlijst

nigvuldigen met het gemiddeld aantal uren per week en het aantal weken per jaar. Bij

De 41 organisaties hebben bij de verdiepende vragenlijst een lijst met activiteiten

sommige organisaties kon dit voor bepaalde activiteiten niet worden berekend, omdat

gekregen waarbij ze bij elke activiteit konden invullen hoeveel vrijwilligers betrokken

een van de drie waarden (aantal vrijwilligers, uren of weken per jaar) niet was ingevuld.

83

De uitkomsten van deze sommen zijn gemarkeerd als missende waarden en worden

en opvoedingsthema’s, zorg voor de gemeenschap; buurtwerk; jeugd- en jongerenwerk,

niet meegenomen in de berekening. Er is voor gekozen om de organisaties met enkele

culturele en recreatieve activiteiten, bepaalde maatjesprojecten; etc. Bij het bestrijden

missende waarden niet geheel te verwijderen uit de dataset, aangezien hun antwoorden

van armoede gaat het onder meer over: inzamelingsacties, ondersteuning bij werkerva-

bij andere activiteiten wel konden worden meegenomen.

ring en stages vinden, inzet voor voedselbanken, schuldhulpmaatje, etc.

De antwoorden gegeven bij ‘anders namelijk’ zijn gehercodeerd, waarbij gekeken is of

Vergelijking met de studie uit 2018

de antwoorden passen onder een van de 100 bestaande categorieën. Als dit het geval

De basis voor de berekening in 2020 is hetzelfde als die in 2018; inventarisatie van

was dan zijn ze onder de betreffende categorie meegenomen. Wanneer anders namelijk

de ureninzet van vrijwilligers verdeeld over verschillende categorieën activiteiten en

niet kon worden ondergebracht onder een van de 100 benoemde activiteiten is gekeken

vervolgens een waardering van deze uren met behulp van uurtarieven. In de uitwerking

53

onder welk van de 27 subcategorieën deze vallen en zijn deze meegenomen onder de

van de inventarisatie en berekeningen zijn in overleg met de opdrachtgever en de bege-

categorie ‘overig’ daarbinnen.

leidingscommissie op verschillende punten wel afwijkende methodologische keuzes gemaakt. De belangrijkste zijn:

De 100 categorieën zijn vervolgens teruggebracht naar de 27 subcategorieën. Onder

•

Vanwege de verbreding van de studie in 2020, met naast kerken ook andere levens-

elke subcategorie vallen een aantal activiteiten die samenvallen onder deze bredere cate-

beschouwelijke organisaties, is voor deze studie een nieuwe indeling van activiteiten

gorie. De berekende uren zijn daarbij opgeteld zodat de uren per subcategorie beschik-

opgesteld. Dit is ook gebeurd om verschillende type activiteiten duidelijk van elkaar

baar werden. Dit bracht de dataset tot een lijst waarbij per organisatie het aantal uren

te scheiden en het gevaar van overlap tussen categorieën te voorkomen (en daarmee

voor 27 categorieën berekend is.

ook het gevaar van dubbeltellingen). •

In 2008 is per categorie een procentuele inschatting gemaakt van de mate waarin

Naast de indeling in bovengenoemde categorieën hebben we categorie 2. “Informele

wordt bijgedragen aan maatschappelijk rendement, 0%, 25%, 50%, 75% en 100%.

zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen (binnen en buiten de

De precieze inschattingen per categorie waren niet inzichtelijk voor ons. Voor de

eigen gemeenschap)” ook nog verdeeld in “a. activiteiten gericht op informele zorg

studie in 2020 vonden we het maken van inschatting in de hierboven weergegeven

en ondersteuning” (alle zorg, hulp en ondersteuning die door mensen onderling aan

percentages niet goed genoeg te onderbouwen. Voor de marktwaardebenadering

elkaar wordt gegeven en dus niet door betaalde zorg- of welzijnsmedewerkers) en “b.

zijn alleen de activiteiten van vrijwilligers berekend die direct een maatschappe-

het bestrijden van armoede en voorkomen van schulden”. Bij informele zorg en onder-

lijke meerwaarde voor de stad hebben en waarvoor ook een commerciële markt

steuning kan worden gedacht aan: geestelijke begeleiding; gespreksgroepen rond zorg-

bestaat. Dit betreft alle activiteiten van de categorieën 1. Sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting en 2. Informele zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen (zie ook paragraaf 9.4). De andere activiteiten zijn in de marktwaarde berekening niet meegenomen.

53 Zie tabel bijlage 2 voor de 27 categorieën.

84

•

Met de methoden van de vervangingswaarde en de marktwaarde is er voor gekozen om niet een maar twee methoden voor de waardering van de ureninzet te kiezen, omdat niet gesteld kan worden dat de ene of andere methode betere/ betrouwbaarder uitkomsten geeft. De methode die in 2008 is gehanteerd sluit meer aan bij de marktwaardemethoden en markttarieven.

•

In studie in 2008 is gewerkt met (door het College Tariefstelling Gezondheidszorg (CTG) vastgestelde) tarieven voor de gezondheidszorg. Daarbij is toen gewerkt met tarieven uit 2003, omdat het financieringssysteem binnen de zorgsector daarna is aangepast waardoor voor latere jaren geen vergelijkbare lijst met tarieven beschikbaar was. Voor de studie in 2020 zijn we voor de vervangingswaarde uitgegaan van de tarieven (cao uurloon) van de sector Sociaal Werk. De werkzaamheden binnen deze sector komen het meest overeen met de activiteiten van vrijwilligers bij de lbo’s en zijn daardoor passender om te gebruiken dan die vanuit de gezondheidszorg. Voor de marktwaarde hebben gewerkt met tarieven en inschattingen van diverse organisaties die actief zijn in het sociaal werk en de welzijnssector in Rotterdam en daarbuiten. Daarbij hebben we gevraagd naar indicaties van tarieven, zie ook paragraf 9.4. Vooral bij de vervangingswaarde verschillen de gehanteerde tarieven met die van de studie in 2008. Hierdoor zijn de berekende waarden van niet direct met elkaar vergelijkbaar.

85

Bijlage 2. Gedetailleerde weergaven tijdsinzet 27 subcategorieën Onderstaande tabel geeft een gedetailleerde weergaven van de tijdsinzet van de 27

Islamitisch

Protestants

Roomskatholiek

Internationale kerken

Overig

2.7 Ondersteuning bij (vergroten kans op) vinden werk

3

3

2

2

0

2.8 Overige training, scholing, cursus en voorlichting (niet religieus)

6

7

4

3

0

2.9 Tolken en vertalen

2

2

2

2

0

subcategorieën. Per religie/levensbeschouwing is het weergeven hoeveel van de organisaties vrijwilligers inzet bij bepaalde activiteiten. Hierbij zijn de lbo’s in het consortium niet meegenomen, waardoor het een beeld geeft van 37 organisaties. Zo geeft maar een klein aantal (8) van de organisaties aan dat er vrijwilligers worden ingezet om te tolken of te vertalen (2.9). En bijna alle organisaties (35) geven aan dat ze sociale activiteiten binnen de gemeenschap (1.1) uitvoeren.

Totaal 2. Zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen

Tabel bijlage 2. Gedetailleerd overzicht tijdsinzet per type organisatie naar activiteiten (n=37) Islamitisch

Protestants

Roomskatholiek

Internationale kerken

Totaal aantal organisaties dat vragenlijst 2 heeft ingevuld

9

12

7

8

1

1.1 Sociale activiteiten (vooral binnen de gemeenschap).

9

11

6

8

1

1.2 Sociale activiteiten voor stad- en buurtbewoners.

9

10

5

7

1.3 Ontmoetingen met andere gemeenschappen.

7

7

5

1.4 Culturele activiteiten: muziek, dans en toneel.

9

5

3

Overig

3.1 Bestuur en beleid

9

11

5

8

1

3.2 Administratie

9

11

6

8

1

3.3 Vertegenwoordiging van de organisatie of gemeenschap

7

7

5

7

1

3.4 Fysiek beheer van gebouwen

9

9

6

8

1

3.5 Ondersteuning vrijwilligers

8

8

5

5

1

Totaal 3. Bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging 4.1 Religieuze lessen en vormingsactiviteiten

9

5

2

6

0

0

4.2 Bijeenkomsten / conferenties / seminars

9

5

3

6

1

4.3 Religieuze reizen

3

2

1

1

1

5

1

Totaal 4. Religieuze / levensbeschouwelijke educatie

6

1

Totaal 1. Sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting 2.1 Bespreken van levensvragen, zingeving en geloof

9

9

3

5

1

2.2 Ondersteuning van mensen tijdens bepaalde perioden of gebeurtenissen

9

7

5

6

1

2.3 Bezoeken

8

9

6

7

1

5.1 Reguliere (gebeds)bijeenkomsten

7

7

5

5

1

5.2 (Gebeds)bijeenkomsten bij feestdagen

9

7

5

4

1

5.3 Gebedsdiensten en activiteiten bij overige specifieke gelegenheden

6

6

5

7

1

5.4 Activiteiten rond religieuze bijeenkomsten en feestdagen

9

8

5

8

1

6.1 Missionaire activiteiten

7

6

5

5

1

9

8

6

7

1

Totaal 5. Religieuze bijeenkomsten / activiteiten

2.4 Openstellen gebedshuis/gebouw voor bepaalde groepen

7

10

4

3

1

6.2 Informatieverspreiding

2.5 Inzamelingsacties/armoede bestrijding

5

9

4

5

1

Totaal 6. Externe communicatie en missionaire activiteiten

2.6 Ondersteuning bij / voorkomen van schulden

5

7

5

5

0

86

Bijlage 3: Vervangingswaarde

CAO

Schaal

Uurtarief

1.1 Sociale activiteiten gericht op contact en ontmoeting (vooral binnen de gemeenschap).

CAO Sociaal Werk

4

€14,92

1.2 Sociale activiteiten voor stad- en buurtbewoners.

CAO Sociaal Werk

6

€17,15

1.3 Ontmoetingen met andere religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen.

CAO Sociaal Werk

8

€19,85

CAO podiumkunsten

5

€12,42

2.1 Bespreken van levensvragen, zingeving en geloof

CAO Sociaal Werk

8

€19,85

2.2 Ondersteuning van mensen tijdens bepaalde perioden of (ingrijpende) gebeurtenissen in het leven

CAO Sociaal Werk

8

€19,85

2.3 Bezoeken aan o.a. zieken

CAO Sociaal Werk

8

€19,85

CAO kerkelijk werkers

A

€16,64

CAO Sociaal Werk

8

€19,85

CAO

Schaal

Uurtarief

CAO Sociaal Werk

4

€14,92

1. Sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting

1.4 Culturele activiteiten: muziek, dans en toneel. 2. Zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen

2.4 Openstellen gebedshuis/gebouw voor bepaalde groepen 2.5 Inzamelingsacties/armoede bestrijding 2.6 Ondersteuning bij / voorkomen van schulden

CAO Sociaal Werk

8

€19,85

CAO Sociaal Werk

4

€14,92

2.7 Ondersteuning bij (vergroten kans op) vinden werk

CAO Sociaal Werk

8

€19,85

CAO Sociaal Werk

4

€14,92

2.8 Overige training, scholing, cursus en voorlichting (niet religieus)

CAO Sociaal Werk

6

€17,15

CAO Sociaal Werk

L11

€19,98

2.9 Tolken en vertalen

€19,85

3. Bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging 3.1 Bestuur en beleid

CAO Sociaal Werk

8

€19,85

3.2 Administratie

CAO Sociaal Werk

4

€14,92

3.3 Vertegenwoordiging van de organisatie of gemeenschap

CAO Sociaal Werk

10

€23,21

3.4 Fysiek beheer van gebouwen

CAO Sociaal Werk

1

€13,06

3.5 Ondersteuning vrijwilligers

CAO Sociaal Werk

10

€23,21

CAO Sociaal Werk

8

€19,85

4.1 Religieuze / levensbeschouwelijke lessen en vormingsactiviteiten

CAO Sociaal Werk

6

€17,15

CAO voortgezet onderwijs

L11

€19,98

4.2 Bijeenkomsten / conferenties / seminars

CAO Sociaal Werk

6

€17,15

CAO voortgezet onderwijs

L11

€19,98

4.3 Religieuze reizen

CAO Sociaal Werk

6

€17,15

CAO voortgezet onderwijs

L11

€19,98

4. Religieuze / levensbeschouwelijke educatie

87

CAO

Schaal

Uurtarief

CAO

Schaal

Uurtarief

5. Religieuze bijeenkomsten / activiteiten 5.1 Reguliere (gebeds)bijeenkomsten

CAO kerkelijk werkers

A

€16,64

CAO Sociaal Werk

10

€23,21

5.2 (Gebeds)bijeenkomsten bij feestdagen

CAO kerkelijk werkers

A

€16,64

CAO Sociaal Werk

10

€23,21

5.3 Gebedsdiensten en activiteiten bij overige specifieke gelegenheden

CAO Sociaal Werk

6

€17,15

CAO Sociaal Werk

10

€23,21

5.4 Activiteiten rond religieuze/ levensbeschouwelijke bijeenkomsten en feestdagen

CAO Sociaal Werk

6

€17,15

CAO Sociaal Werk

10

€23,21

6.1 Missionaire activiteiten

CAO kerkelijk werkers

A

€16,64

CAO voortgezet onderwijs

L11

€19,98

6.2 Informatieverspreiding

CAO kerkelijk werkers

A

€16,64

CAO voortgezet onderwijs

L11

€19,98

6. Externe communicatie en missionaire activiteiten

88

Colofon Opdrachtgever Gemeente Rotterdam Auteurs J. van den Toorn, MSc Drs. M. F. Davelaar Dr. A. Hamdi L. H. L. Reches, MSc M. F. van Keulen Met medewerking van Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010 en Convent van Kerken Rotterdam Uitgave Verwey-Jonker Instituut Kromme Nieuwegracht 6 3512 HG Utrecht T (030) 230 07 99 E secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl Foto op de omslag: De Dijkwerkers - Maashaven Rotterdam: een symbolische herinnering dat Rotterdam groot is geworden door (samen) te werken. Metafoor voor hoe de stad nog altijd gedragen wordt door de inzet van velen, ongeacht afkomst of overtuiging. Foto gemaakt door Anna Boukema (www.annaboukema.nl) De publicatie kan gedownload worden via onze website: http://www.verwey-jonker.nl. ISBN 978-94-6409-021-5 © Verwey-Jonker Instituut, Utrecht 2020. Het auteursrecht van deze publicatie berust bij het Verwey-Jonker Instituut. Gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. The copyright of this publication rests with the Verwey-Jonker Institute. Partial reproduction of the text is allowed, on condition that the source is mentioned.

Deze rapportage beschrijft de omvang en het karakter van religieuze en levensbeschouwelijke organisaties (lbo’s) in Rotterdam. We gaan specifiek in op de rol die lbo's spelen in het leven van hun leden en bezoekers en in het leven van de Rotterdammers die zij met sociaalmaatschappelijke activiteiten ondersteunen of bij elkaar brengen. Ook brengen we in kaart hoeveel vrijwilligersuren hiervoor worden ingezet en wat het de maatschappij zou kosten als beroepskrachten deze activiteiten zouden uitvoeren (vervangingswaarde), of als burgers zelf deze ondersteuning zouden moeten inkopen (marktwaarde). We besteden bovendien aandacht aan de motivatie van de vrijwilligers en geven inzicht in wat dit vrijwilligerswerk bijdraagt aan sociale cohesie. In nauwe samenwerking met vijf grote Rotterdamse levensbeschouwelijke organisaties (Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010, Convent van kerken Rotterdam) verzamelden we daartoe informatie bij 176 Rotterdamse lbo’s, gingen we in gesprek met vrijwilligers en beroeps-krachten en zetten we onze inzichten af tegen de inzichten uit de literatuur.

verwey-jonker instituut Kromme Nieuwegracht 6 3512 HG Utrecht

t 030 230 07 99 e secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d660a00b-1083-4319-b4c5-87ad8701f26e