20bb18263 Bijlage behorende bij 20b18264 - Onderzoek ' Omvang en karakter van de maatschappelijke activiteiten van levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam
Tekst van het document
gemeente. Zij weten de weg naar de bijbehorende subsidies echter lang niet altijd
hebben er alleen voor te staan, of de gaten die anderen laten vallen te moeten dichten.
te vinden. Zoek met elkaar naar mogelijkheden om deze weg zichtbaarder en laagdrempeliger te maken.
Aanbeveling voor vervolg
5. Erken met elkaar het belang van bridging én bonding voor een inclusieve samenleving.
Rotterdam kent een in vergelijking tot verschillende andere grote(re) steden in Neder-
6. Het levensbeschouwelijke is voorwaardelijk aan het sociaal-maatschappelijke,
land grote mate van levensbeschouwelijk geïnspireerde sociaal-maatschappelijke acti-
daar ontstaat de motivatie en inspiratie voor het maatschappelijke handelen. Deze
viteiten. Dit onderzoek heeft (wederom) aangetoond dat deze lbo’s en hun vrijwilligers
voorwaardelijke relatie wil overigens niet zeggen dat het religieuze en sociaal-maat-
een zeer substantiële waarde voor de Rotterdamse samenleving creëren. Onze sterke
schappelijke binnen activiteiten niet gescheiden (kunnen) worden. In het kader van
aanbeveling is dan ook om verder met elkaar in gesprek te gaan over kansen voor samen-
subsidies kan dit betekenen dat helder omschreven is dat levensbeschouwing als
werking tussen lbo’s en (in)formele aanbieders in de stad. We zien hierin een belangrijke
middel wordt ingezet en niet als doel.
rol voor de gemeente Rotterdam. Zij kunnen het gesprek tussen levensbeschouwelijke en
7. Het vrijwilligersbestand van lbo’s is heel divers. Dit vraagt van lbo’s maatwerk om al
niet-levensbeschouwelijke organisaties faciliteren, door goede en wederzijds vertrouwde
deze vrijwilligers aan zich te blijven binden en om nieuwe vrijwilligers te werven.
intermediairs te zoeken en te ondersteunen, en door lbo’s als onmisbare partij mee te
Het biedt ook kansen voor gemeente en formele organisaties om voor bijvoorbeeld
nemen in gesprekken over opgaven voor de stad. We eindigen deze rapportage met de
werkervaringsplekken naar mogelijkheden bij lbo’s te kijken.
tien belangrijkste handvatten om dit gesprek over samenwerking aan te gaan:
8. Lang niet alle lbo’s hebben een betaalde kracht in dienst. Dat vraagt om andere
1. Erken het verschil tussen basishulp en (onvoorwaardelijke) aandacht enerzijds
manieren van samen optrekken, zoals overleggen na 17.00 uur omdat mensen nog
(veelal de rol van lbo’s) en activering gericht op maatschappelijke deelname en zelf-
een betaalde baan ernaast hebben.
redzaamheid anderzijds (veelal de rol van formele dienstverlenende organisaties).
9. Veel lbo’s zijn gevestigd of actief in één stadsdeel, wijk of buurt. Zoek dus vooral
En vooral: benut elkaar.
op deze gebiedsniveaus naar relevante samenwerking. Het is daarbij goed om
2. Voorkom dat samenwerking alleen op toevallige contacten berust. Zoek elkaar
te beseffen dat waar andere organisaties en beroepskrachten gaan en komen, de
actief op in een buurt of gebied. Ken elkaar en weet ook van elkaar wat je doet. En
levensbeschouwelijke organisaties vaak een stabiele factor in de wijk zijn.
plan bijvoorbeeld in ieder geval tweemaal per jaar een overleg met elkaar. Het zou
10. Naast een gebiedsgerichte aanpak moet er ook oog zijn voor de maatschappelijke bijdrage
helpen als de gemeente Rotterdam samenwerking tussen lbo’s en zorg- en welzijns-
van lbo’s die gebied overstijgend werken. Deze organisaties ontsluiten vaak het sociale en 76
culturele kapitaal van hun leden en vrijwilligers ten gunste van de samenleving.
11
Literatuur
Arum, S. van & Schoorl, R. (2016). Sociale (wijk)teams in beeld: stand van zaken na de
Bolwijn, R. (2019). Armoede in Nederland 2019. Onderzoek naar hulpverlening door
decentralisaties (najaar 2015). Utrecht: Movisie.
diaconieën, parochiële caritasinstellingen en andere kerkelijke organisaties in Nederland. Utrecht: deelnemende kerken.
Avest, D. ter (2015). Religieuze betrokkenheid is een voordeel voor de sociaal werker. Gedownload op 7-12-2016 van: http://www.socialevraagstukken.nl/sociale-praktijk/
Boutellier, H. (2015). De seculiere samenleving. Hoe we van God los gingen samenleven.
religieuze-betrokkenheid-is-een-voordeel-voor-de-sociaal-werker/.
Amsterdam: Boom filosofie.
Avest, D. ter (2016). Betekenisvolle ontmoetingsplekken zijn belangrijker dat ooit. In:
Bredewold, F, Duyvendak, J.W., Kampen, Th., Tonkens, E. & Verplanke L. (2018). De
Sociaal Bestek, februari-maart, p 27-28. Avest D. ter & Voorst, P. van (2014). De huis-
verhuizing van de verzorgingsstaat Hoe de overheid nabij komt. Jaarboek Tijschrift voor
kamer van de wijk. House of Hope - een religieus geïnspireerde praktijk. Rotterdam:
Sociale Vraagstukken. Amsterdam: Van Gennep.
Wmo Werkplaats Rotterdam Hogeschool Inholland / Hogeschool Rotterdam. Centraal Bureau voor de Statistiek (2015). Sociale samenhang: wat ons bindt en verdeelt. Baart, A. (2001). Een theorie van de presentie. Utrecht: Lemma.
Den Haag: CBS
Bekkers, R. H. F. P., & Schuyt, T. N. M. (2008). And who is your neighbor?: Explaining
Castillo Guerra, J.E., Glashouwer, M. & Kregting, J. (2008). Tel je zegeningen. Het maat-
the effect of religion on charitable giving and volunteering. Review of Religious Research,
schappelijk rendement van christelijke kerken in Rotterdam en hun bijdrage aan sociale
50(1), 74-96.
cohesie. Nijmegen: NIM, p. 25.
Berghuijs, J., Schilderman, H., Van Der Braak, A., & Kalsky, M. (2018). Exploring Single
Claridge, T. (2018). Functions of social capital – bonding, bridging, linking. Dunedin,
and Multiple Religious Belonging. Journal of Empirical Theology, 31(1), 18-48. https://
New Zealand: Social Capital Research & Training.
doi.org/10.1163/15709256-12341365. Davelaar, M. & Hamdi, A. (2018). Factsheet verkenning werkzaamheid Budgetmaatjes Berkhout, B., Chenderling, P. & Dam, F. van (2019). Evaluatie AMvB reele prijs Wmo
010. Rotterdam: Samen 010.
2015. Zorg en Welzijn. Rapport tweede meetronde. Utrecht: Beerenschot. Davelaar, M., Hurkens, H., & Opstal, J. van (2017). Meer dan een dak. Laagdrempelige Bochove, Marianne & Tonkens, Evelien & Verplanke, L. (2014). Kunnen we dat (niet)
presentie voor kwetsbare burgers. Utrecht: Netwerk DAK.
aan vrijwilligers overlaten? Nieuwe verhoudingen tussen vrijwilligers en professionals in zorg en welzijn. 77
Davelaar, M. , Hamdi, A. , Verheijen, J., Dongen, M.-C. van, Verleun, A. (2013). Gezien
Elander, I., Davelaar, M., & Walliser, A. (2012). Faith-based organisations, urban gover-
en gehoord. Maatschappelijk rendement van project Motto: zingeving en levensvragen bij
nance and welfare state retrenchment. In J. Beaumont & P. Cloke, Faith-based organisa-
ouderen. Utrecht/Rotterdam: Verwey-Jonker Instituut/Ecorys.
tions and exclusion in European cities (pp. 81-104). Bristol: The Policy Press.
Davelaar, M., Damacena Martins, A., Doude van Troostwijk, I. (2012). Naar een hoger
Gemeente Rotterdam, 2019). Relax. Dit is Rotterdam. Samenleven in een stad waar
plan. De vrijwillige inzet van internationale en migrantenkerken in Den Haag. Utrecht:
niemand in de meerderheid is. Actieprogramma Integratie & Samenleven 2019 – 2022.
Verwey-Jonker Instituut.
Rotterdam: gemeente Rotterdam.
Davelaar, M. & Kerstens, W. (2012). A shelter from the storm: Faith-based organisations
Gemeente Rotterdam (2018). De Staat van de Stad 2018. Feiten en cijfers over Rotterdam.
and providing relief for the homeless, in: Beaumont, J., & Cloke, P. (eds). Faith-based
Rotterdam: Gemeente Rotterdam.
Organisations and Exclusion in European Cities, Bristol: The Policy Press, 199–218. Gemeente Rotterdam (2018b). In Rotterdam doen we iets voor een ander. Het gesprek met Davelaar, M., Toorn, J. van den, Witte, N. de, Beaumont, J. & Kuiper, C. (2011). Faith-
de stad. Startdocument met een gedeelde visie op Informele Zorg en Ondersteuning 2.0
based Organisations and Social Exclusion in the Netherlands. Leuven: Acco.
2018 – 2022. Rotterdam: Gemeente Rotterdam.
Davelaar, M. & Toorn, J. van den (2010). Geloof aan het werk. De rol van levensbe-
Gemeente Rotterdam (2015). Nieuw Rotterdams welzijn 2016 – 2019. Rotterdam:
schouwelijke organisaties bij het bestrijden van sociale uitsluiting in Rotterdam. Utrecht:
Gemeente Rotterdam.
Verwey-Jonker Instituut. Graaf, P. de (2019). Vrijwilligerswerk en informele hulp in Rotterdam 2019. Resultaten Davelaar, M. & Smits van Waesberghe, E. (2010). Tussen principes en pragmatisme. Een
uit de Omnibusenquête 2019. Rotterdam: gemeente Rotterdam, afdeling Onderzoek en
onderzoek onder Nederlandse gemeenten naar de subsidiëring van levensbeschouwelijke
Business Intelligence (OBI).
organisaties. Utrecht: Forum. Handy, F., en Srinivasan, N. (2004). Improving quality while reducing costs? An economic Engbersen, R. & Lupi, T. (2015). Het belang van slow social work. Op zoek naar nieuwe
evaluation of the net benefits of hospital volunteers. Nonprofit and Voluntary Sector
welzijnsfuncties in Rotterdam. Den Haag: Platform31.
Quarterly. Vol. 33, pp. 28-54.
78
Hart, J. de & Houwelingen P. van (2018). Christenen in Nederland. Kerkelijke deelname
Huijnk, W. (2018). De religieuze beleving van moslims in Nederland. Diversiteit en veran-
en christelijke gelovigheid. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
dering in beeld. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
Hart J. de (red.) (2002). Zekere banden: Sociale cohesie, leefbaarheid en veiligheid. Den
Jager-Vreugdenhil, M. (2012). Nederland participatieland? De ambitie van de Wet
Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
maatschappelijke ondersteuning (Wmo) en de praktijk in buurten, mantelzorgrelaties en kerken. Amsterdam: Amsterdam University Press.
Hart, J. de (2014). Geloven binnen en buiten verband. Den Haag: Sociaal en Cultureel Kampen, Th. & Duyvendak, J.W. (2016). Betwist het doorgeschoten ideaal van zelfred-
Planbureau.
zaamheid, niet de zorgzame professional. Gedownload op 14-12-2016 van: http://www. Hawkins, R.L. & Maurer, K. (2010). Bonding, Bridging and Linking: How Social Capital
socialevraagstukken.nl/betwist-het-doorgeschoten-ideaal-van-zelfredzaamheid-niet-
Operated in New Orleans following Hurricane Katrina, British Journal of Social Work
de-zorgzame-professional/.
(2010) 40, 1777–1793. Kuyper, L., Houwelingen, P. van, Dekker, P. & Steenbekkers, A. (2019). Maatschappelijke Hilhorst, P. & Lans, J. van der (2016). Collectief kijken blijkt blinde vlek van wijkteams.
en politieke participatie en betrokkenheid. Hoofdstuk 9 van De Sociale staat van Neder-
Gedownload op 2-1-2017 van: http://www.socialevraagstukken.nl/29-collectief-kij-
land. Den Haag: Sociaal en cultureel Planbureau.
kenblijkt-blinde-vlek-van-wijkteams/. Lammerts, R. & Hakvoort, S. (2004). Humanisme in beeld. Een onderzoek naar daadwerkelijke affiniteit met het humanisme. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
Hilhorst, P. & Lans, J. van der (2016). Nabij is beter II. Over het inlossen van de beloften van de decentralisaties. Den Haag: KING/VNG.
Meijs, L.C.P.M. & Roza, L. (2009). Economische waarde van het vrijwilligerswerk door de Zonnebloem. Rotterdam: RSM Erasmus Universiteit.
Hintum, van, M. (2015). Spanning en veerkracht: De opgave van de transities en transformaties in 2015. Utrecht: Movisie.
Minister van VWS (2018). Kamerbrief over aanpak geestelijke verzorging/levensbegeleiding. Den Haag: ministerie van VWS.
Houwelingen, P. van & Dekker, P. Maatschappelijke en politieke participatie en betrokkenheid. In: De sociale staat van Nederland 2017, hoofdstuk 8. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau.
79
Noordegraaf, H. (2014). Kritische participatie: herbezinning op de rol van de kerken in
Schmeets, H. (2013). Het belang van religie voor sociale samenhang. Bevolkingstrends.
de samenleving. Inleiding op de studiedag Kerken en Wmo: een kritische zoektocht.
Den Haag: CBS.
Utrecht: Kerk in Actie. Taylor, C. (2007). A secular age. Cambridge (Mass.: Belknap Press of Harvard University Noordegraaf, H. (2012). Kerk en Wmo. De eerste vijf jaren (2007-2011). Een onderzoek
Press.
naar (kritische) participatie van kerken in de Wmo. Groningen: Stichting Rotterdam. Tonkens, E. & Duyvendak, J.W. (2013). Een hardhandige affectieve revolutie. Conclusie. Putnam, R.D. & Campbell, D. (2010). American Grace: How Religion Divides and Unites
In: Kampen, Th., Verhoeven, I., & Verplanke, L. (red.) De affectieve burger. Hoe de over-
Us. New York: Simon & Schuster.
heid verleidt en verplicht tot zorgzaamheid. Amsterdam: Van Gennep.
Putnam, R.D. (2000) Bowling alone. The collapse and revival of American community.
Toorn, J. van den, Davelaar, M., Winter-Koçak, S. de & Badou, M. (2018). Levensbe-
New York: Simon & Schuster.
schouwelijke organisaties en de Wmo in Den Haag. Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
Ryan, Richard & Deci, Edward. (2002). An overview of self-determination theory: An
Trees Pels (2019). Wat zijn, gezien de scheiding tussen kerk en staat, de marges voor
organismic dialectical perspective. Handbook of Self Determination Research, 3-36.
contact tussen gemeenten en religieuze organisaties? Utrecht: Verwey-Jonker Instituut.
Sar, J. van der, Lombo -Visser, R. & Boender, W. (2008). Moskeeën gewaardeerd. Een
Links:
onderzoek naar het maatschappelijk rendement van moskeeën. Den Haag: Ministerie
https://conventvankerken.nl/
van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.
https://kerken010.nl/kerken/wijkpastoraat-crooswijk/ https://www.trouw.nl/religie-filosofie/religieuze-organisaties-doen-er-wel-dege-
Schmeets, H. (2019) Religie en sociale Cohesie. CBS Statistische trends.
lijk-toe-vindt-de-overheid~b5c872df/ https://www.werkplaatssociaaldomeinzhz.nl/publicaties/verslagen-evenemen-
Schmeets, H. (2018). Wie is religieus, en wie niet? CBS Statistische trends.
ten-en-activiteiten/verslag-religieus-geinspireerde-praktijken-/ https://www.trouw.nl/nieuws/humanisten-softer-dan-ooit~b054b4b6/
Schmeets, H. & Arends J. (2017). Vrijwilligerswerk: wie doet het? Den Haag: CBS.
https://www.humanistischverbond.nl/humanisme/humanisme-in-nederland/ https://nl.wikipedia.org/wiki/Humanisme_(levensbeschouwing)
Schmeets, H. (2016). De religieuze kaart van Nederland, 2010-2015. Bevolkingstrends.
https://www.humanitas.nl/
Den Haag: CBS. 80
Bijlage 1. Onderzoekverantwoording
Literatuurstudie
Op basis van die inschatting zijn er circa 350 organisaties benaderd om deel te nemen aan
Een beknopte studie van beschikbare literatuur en Rotterdamse beleidsdocumenten is
de verkennende vragenlijst van onderhavig onderzoek. Van hen vulden 176 organisaties
uitgevoerd om het onderzoek van een context te voorzien. Uitgangspunt vormden de
de lijst volledig in, een respons van 50%. Gekeken naar het geschatte totaal aantal orga-
volgende hoofdvragen:
nisaties een bereik van 40%. Deze vragenlijsten zijn verstuurd naar personen die daartoe
•
Wat zijn trends en ontwikkelingen rond betrokkenheid bij religieuze en levensbe-
zijn geselecteerd door de leden van het consortium, waarbij elk haar eigen achterban
schouwelijke organisaties in Nederland en Rotterdam en hoe is de situatie in 2018?
benaderde en men gezamenlijk verantwoordelijk was voor het benaderen van verte-
Wat zijn trends en ontwikkelingen rond de maatschappelijke inzet door/vanuit reli-
genwoordigers van levensbeschouwelijke stromingen die niet in het consortium verte-
gieuze en levensbeschouwelijke organisaties in Nederland en Rotterdam?
genwoordigd zijn. Als gevolg van deze werkwijze zijn de verschillende stromingen op verschillende manieren benaderd:
Daarnaast is, op basis van de vraagstelling van dit onderzoek, specifiek gekeken naar inzichten uit de literatuur rond:
Van de protestantse kerken in Rotterdam zijn per kerk de predikant, de kerkenraad en de
•
Motivatie vrijwilligers.
diaco-nie aangeschreven door Samen 010 om mee te doen aan het onderzoek. Dat ging in
•
Bijdrage van levensbeschouwelijke organisaties aan sociale cohesie.
totaal om 37 kerken. Daarnaast zijn ook de christelijk maatschappelijke initiatieven bena-
•
Lokale relaties tussen overheid, formele aanbieders van zorg en welzijn en levensbe-
derd. Dat waren er in totaal ook 37. In totaal zijn er 45 ingevulde vragenlijsten ontvangen.
schouwelijke organisaties. De katholieke kerken in Rotterdam zijn georganiseerd in drie grote samenwerkingsDe uitkomsten van de studie zijn verwerkt in Hoofdstuk 2 en in paragrafen aan het
verbanden van verschillende parochies. Alle individuele parochies zijn gevraagd door
begin van de daarna volgende hoofdstukken.
stichting Mara om deel te nemen. Het merendeel deed dit ook. Daarnaast zijn de overkoepelende organisaties (bisdom, regiobesturen, federaties, etc.) gevraagd om ook de
Verkennende vragenlijst
vragenlijsten in te vullen, voor die parochies die niet konden deelnemen en voor die
In de eerste fase van het onderzoek is een verkennende vragenlijst opgezet waarmee
onderdelen van de maatschappelijke inzet, die parochie-overstijgend worden aange-
gegevens zijn opgehaald over de levensbeschouwelijke organisaties. Er is gekeken naar
boden. Er zijn verder ook een aantal maatschappelijke organisaties gevraagd deel te
geografische ligging, grootte van de organisatie, culturele achtergronden van de leden,
nemen die een katholieke signatuur hebben en een duidelijke relatie met de kerk. Op deze
bezoekers en beroeps-krachten, motivaties, activiteiten, inkomsten en samenwerkings-
manier zijn in totaal 43 vragenlijsten verstuurd naar katholieke deelnemers, waarvan er
partners. De vijf lbo’s in het consortium schatten in dat Rotterdam zo’n 445 religieuze en
uiteindelijk 35 ingevuld zijn ontvangen.
levensbeschouwelijke organisaties telt. Voor het uitzetten van onze vragenlijst hebben we in beeld gebracht welke organisaties we dachten te kunnen betrekken bij het onderzoek.
81
Het Convent van Kerken functioneert als Raad van Kerken voor de gezamenlijke kerken
gekozen organisaties eerst telefonisch of face tot face te benaderen om het onderzoek toe
van Rotterdam. Anders dan in de meeste andere plaatsen denkt ook Joods Rotterdam mee
te lichten en medewerking te vragen. Uiteindelijk zijn er 26 vragenlijsten meegenomen
in dit orgaan. Elk lid van het Convent is gevraagd om zoveel mogelijk gemeenschappen
in dit onderzoek.
die hij, zij vertegenwoordigt te benaderen die niet al door Samen 010 of stichting Mara waren benaderd. Daarnaast heeft het Convent een vertegenwoordiger van de Joodse
De 176 organisaties die de vragenlijst hebben ingevuld zijn verdeeld over de verschil-
gemeenschap gevraagd de vragenlijst in te vullen. Op deze wijze zijn er aanvullend 8
lende geloofsovertuigingen. De gemeenschappen van Jehova’s getuigen, hindoes, ortho-
ingevulde vragenlijsten verzameld.
doxe joden en sikhs niet vertegenwoordigd, maar wel benaderd. Vanuit de Hindoeïstische gemeenschap kwam ondanks aandringen geen reactie. De orthodox Joodse Synagoge (die
In Rotterdam zijn naast de hierboven genoemde christelijke kerken en organisaties onge-
geen lid is van het Convent) zag af van deelname. Er is geprobeerd om ook andere groepen
veer 200 christelijke internationale gemeenschappen bekend met alle mogelijke christe-
te vinden die wilden deelnemen. Dit bleek moeilijk omdat deze vaak zeer kleine groepen
lijke denominaties en variërend van kleine groepen van 50 tot gemeenschappen met meer
geen of maar zeer beperkt maatschappelijke initiatieven ontplooien. In het onderzoek zijn
dan 1000 leden. Veel van deze gemeenschappen herbergen meerdere culturele en taal
uiteindelijk dus alleen de 7 vragenlijsten van Humanisten en Boeddhisten meegenomen.
achtergronden. SKIN-Rotterdam heeft na verificatie van contactgegevens 173 vragenlijsten kunnen uitzetten. De katholieke, en deels de orthodoxe internationale gemeen-
Selectie verdiepende vragenlijst
schappen, zijn uitgezet via de katholieke infrastructuur. Daarnaast zijn er keuzes gemaakt
Voor de selectie van organisaties die zijn benaderd voor de verdiepende vragenlijst is
in de verwerking van de vragenlijsten. Zo zijn bijvoorbeeld interculturele pioniersplekken
gekeken naar het aantal organisaties dat in de eerste vragenlijst heeft ingestemd met
van de Protestantse Kerk Nederland verwerkt onder de protestantse denominatie. Al
deelname aan het verdiepende onderzoek. Van de 176 organisaties waren er 124 orga-
met al zijn er 55 valide ingevuld vragenlijsten ontvangen van christelijke internationale
nisatie die aangaven deel te willen nemen aan de verdiepende vragenlijst. Om een zo
gemeenschappen. Deze ontvangen lijsten vormen een afspiegeling van de grote diversiteit
representatief mogelijk beeld te kunnen geven is er bij de selectie van d organisaties
in denominatie en culturele achtergrond.
rekening gehouden met:
SPIOR richt zich op organisaties met een Islamitische achtergrond. Voor dit onderzoek
•
Spreiding over de verschillende religies/denominaties.
•
Geografische spreiding over de stad: in hoeveel en welke gebieden zijn de organi-
zijn Rotterdamse organisaties met besturen en bezoekers uit verschillende herkomst-
saties actief.
landen benadert die naast religieuze activiteiten ook een maatschappelijk programma
•
Omvang van de organisatie in termen van aantal activiteiten.
hebben. Het betreft bij SPIOR aangesloten organisaties en een aantal organisaties die dat
•
Omvang van de organisatie in termen van aantal leden.
in de zomer van 2019 nog net niet waren maar al wel betrokken bij vanuit SPIOR georganiseerde projecten. Omdat de taal in veel gevallen een beletsel zou zijn om mee te doen is
82
Aan de hand hiervan zijn er van de 124 organisaties die deel wilden nemen aan de
zijn bij de activiteit, hoeveel uren per week een vrijwilliger gemiddeld met de activi-
verdiepende vragenlijst, 50 organisaties geselecteerd. De verdiepende vragenlijst is
teit bezig is en hoeveel weken per jaar de activiteit plaatsvindt. Als er geen vrijwilligers
door de lbo’s in het consortium uitgezet onder de geselecteerde organisaties.
betrokken waren bij een bepaalde activiteit of als deze helemaal niet plaatsvond bij de organisatie dan kon dit ook worden aangegeven.
Van 41 organisaties is er een volledig ingevulde vragenlijst ontvangen, een respons van 84%. De overige organisaties gaven aan dat het invullen van de verdiepende vragenlijst
De activiteiten waren onderverdeeld in zes hoofdcategorieën:
hen bij nader inzien te veel tijd zou kosten en zij zagen daarom af van deelname.
1. Sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting (binnen en buiten de eigen gemeenschap). 2. Zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen (binnen en buiten
Voor het berekenen van het gemiddeld aantal uren vrijwilligersinzet en de waarde die
de eigen gemeenschap).
dat vertegenwoordigt per organisatie is gekozen om vier organisaties uit de selectie te halen. Dit zijn de drie lbo’s in het consortium die de vragenlijst hebben ingevuld (Stich-
3. Bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging.
ting Mara, Samen 010 en SKIN) en van een van de internationale kerken. Bij deze laatste
4. Religieuze/ levensbeschouwelijke educatie.
organisatie wijken de cijfers met meer dan een factor 10 af van het gemiddelde van de
5. Religieuze/ levensbeschouwelijke bijeenkomsten en activiteiten.
andere organisaties. Deze organisatie zou een dermate grote invloed op het gemiddelde
6. Externe communicatie en missionaire activiteiten.
hebben dat daarmee een vertekend beeld ontstaat. De lbo’s in het consortium zijn niet bij de berekening van het gemiddelde meegenomen, omdat zij een ander type organi-
Binnen deze zes categorieën zijn in totaal 27 subcategorieën ondergebracht. Deze waren
satie zijn en ook het gemiddelde beeld zouden beïnvloeden. Als gevolg van voorgaande
breed geformuleerd en er is daarom voor gekozen om de subcategorieën uit te splitsen naar
zijn de cijfers die gemiddelden per organisatie weergeven in dit hoofdstuk gebaseerd
voorbeelden en onderdelen. Dit bracht de vragenlijst tot 100 activiteiten waar de respon-
op 37 organisaties. De gemiddelde ureninzet vanuit de deze 37 organisaties is als basis
denten het aantal vrijwilligers, uren en weken voor konden invullen. Ook was er per subca-
genomen voor de doorvertaling naar het niveau van alle organisaties in de stad. Daar
tegorie de mogelijkheid om zelf activiteiten toe te voegen bij de optie ‘anders, namelijk’.
zijn vervolgens de uren bij opgeteld van de vier organisaties die eerder niet bij het berekenen van het gemiddelde zijn opgenomen. We nemen deze organisaties uiteindelijk
Dataschoning en -analyse
dus wel mee in de berekening van de totale ureninzet en de waarde daarvan.
Voor ieder van de 100 activiteiten is het aantal uur dat deze per organisatie plaatsvinden in een jaar berekend. Dit is gedaan door het aantal vrijwilligers op de activiteit te verme-
De verdiepende vragenlijst
nigvuldigen met het gemiddeld aantal uren per week en het aantal weken per jaar. Bij
De 41 organisaties hebben bij de verdiepende vragenlijst een lijst met activiteiten
sommige organisaties kon dit voor bepaalde activiteiten niet worden berekend, omdat
gekregen waarbij ze bij elke activiteit konden invullen hoeveel vrijwilligers betrokken
een van de drie waarden (aantal vrijwilligers, uren of weken per jaar) niet was ingevuld.
83
De uitkomsten van deze sommen zijn gemarkeerd als missende waarden en worden
en opvoedingsthema’s, zorg voor de gemeenschap; buurtwerk; jeugd- en jongerenwerk,
niet meegenomen in de berekening. Er is voor gekozen om de organisaties met enkele
culturele en recreatieve activiteiten, bepaalde maatjesprojecten; etc. Bij het bestrijden
missende waarden niet geheel te verwijderen uit de dataset, aangezien hun antwoorden
van armoede gaat het onder meer over: inzamelingsacties, ondersteuning bij werkerva-
bij andere activiteiten wel konden worden meegenomen.
ring en stages vinden, inzet voor voedselbanken, schuldhulpmaatje, etc.
De antwoorden gegeven bij ‘anders namelijk’ zijn gehercodeerd, waarbij gekeken is of
Vergelijking met de studie uit 2018
de antwoorden passen onder een van de 100 bestaande categorieën. Als dit het geval
De basis voor de berekening in 2020 is hetzelfde als die in 2018; inventarisatie van
was dan zijn ze onder de betreffende categorie meegenomen. Wanneer anders namelijk
de ureninzet van vrijwilligers verdeeld over verschillende categorieën activiteiten en
niet kon worden ondergebracht onder een van de 100 benoemde activiteiten is gekeken
vervolgens een waardering van deze uren met behulp van uurtarieven. In de uitwerking
53
onder welk van de 27 subcategorieën deze vallen en zijn deze meegenomen onder de
van de inventarisatie en berekeningen zijn in overleg met de opdrachtgever en de bege-
categorie ‘overig’ daarbinnen.
leidingscommissie op verschillende punten wel afwijkende methodologische keuzes gemaakt. De belangrijkste zijn:
De 100 categorieën zijn vervolgens teruggebracht naar de 27 subcategorieën. Onder
•
Vanwege de verbreding van de studie in 2020, met naast kerken ook andere levens-
elke subcategorie vallen een aantal activiteiten die samenvallen onder deze bredere cate-
beschouwelijke organisaties, is voor deze studie een nieuwe indeling van activiteiten
gorie. De berekende uren zijn daarbij opgeteld zodat de uren per subcategorie beschik-
opgesteld. Dit is ook gebeurd om verschillende type activiteiten duidelijk van elkaar
baar werden. Dit bracht de dataset tot een lijst waarbij per organisatie het aantal uren
te scheiden en het gevaar van overlap tussen categorieën te voorkomen (en daarmee
voor 27 categorieën berekend is.
ook het gevaar van dubbeltellingen). •
In 2008 is per categorie een procentuele inschatting gemaakt van de mate waarin
Naast de indeling in bovengenoemde categorieën hebben we categorie 2. “Informele
wordt bijgedragen aan maatschappelijk rendement, 0%, 25%, 50%, 75% en 100%.
zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen (binnen en buiten de
De precieze inschattingen per categorie waren niet inzichtelijk voor ons. Voor de
eigen gemeenschap)” ook nog verdeeld in “a. activiteiten gericht op informele zorg
studie in 2020 vonden we het maken van inschatting in de hierboven weergegeven
en ondersteuning” (alle zorg, hulp en ondersteuning die door mensen onderling aan
percentages niet goed genoeg te onderbouwen. Voor de marktwaardebenadering
elkaar wordt gegeven en dus niet door betaalde zorg- of welzijnsmedewerkers) en “b.
zijn alleen de activiteiten van vrijwilligers berekend die direct een maatschappe-
het bestrijden van armoede en voorkomen van schulden”. Bij informele zorg en onder-
lijke meerwaarde voor de stad hebben en waarvoor ook een commerciële markt
steuning kan worden gedacht aan: geestelijke begeleiding; gespreksgroepen rond zorg-
bestaat. Dit betreft alle activiteiten van de categorieën 1. Sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting en 2. Informele zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen (zie ook paragraaf 9.4). De andere activiteiten zijn in de marktwaarde berekening niet meegenomen.
53 Zie tabel bijlage 2 voor de 27 categorieën.
84
•
Met de methoden van de vervangingswaarde en de marktwaarde is er voor gekozen om niet een maar twee methoden voor de waardering van de ureninzet te kiezen, omdat niet gesteld kan worden dat de ene of andere methode betere/ betrouwbaarder uitkomsten geeft. De methode die in 2008 is gehanteerd sluit meer aan bij de marktwaardemethoden en markttarieven.
•
In studie in 2008 is gewerkt met (door het College Tariefstelling Gezondheidszorg (CTG) vastgestelde) tarieven voor de gezondheidszorg. Daarbij is toen gewerkt met tarieven uit 2003, omdat het financieringssysteem binnen de zorgsector daarna is aangepast waardoor voor latere jaren geen vergelijkbare lijst met tarieven beschikbaar was. Voor de studie in 2020 zijn we voor de vervangingswaarde uitgegaan van de tarieven (cao uurloon) van de sector Sociaal Werk. De werkzaamheden binnen deze sector komen het meest overeen met de activiteiten van vrijwilligers bij de lbo’s en zijn daardoor passender om te gebruiken dan die vanuit de gezondheidszorg. Voor de marktwaarde hebben gewerkt met tarieven en inschattingen van diverse organisaties die actief zijn in het sociaal werk en de welzijnssector in Rotterdam en daarbuiten. Daarbij hebben we gevraagd naar indicaties van tarieven, zie ook paragraf 9.4. Vooral bij de vervangingswaarde verschillen de gehanteerde tarieven met die van de studie in 2008. Hierdoor zijn de berekende waarden van niet direct met elkaar vergelijkbaar.
85
Bijlage 2. Gedetailleerde weergaven tijdsinzet 27 subcategorieën Onderstaande tabel geeft een gedetailleerde weergaven van de tijdsinzet van de 27
Islamitisch
Protestants
Roomskatholiek
Internationale kerken
Overig
2.7 Ondersteuning bij (vergroten kans op) vinden werk
3
3
2
2
0
2.8 Overige training, scholing, cursus en voorlichting (niet religieus)
6
7
4
3
0
2.9 Tolken en vertalen
2
2
2
2
0
subcategorieën. Per religie/levensbeschouwing is het weergeven hoeveel van de organisaties vrijwilligers inzet bij bepaalde activiteiten. Hierbij zijn de lbo’s in het consortium niet meegenomen, waardoor het een beeld geeft van 37 organisaties. Zo geeft maar een klein aantal (8) van de organisaties aan dat er vrijwilligers worden ingezet om te tolken of te vertalen (2.9). En bijna alle organisaties (35) geven aan dat ze sociale activiteiten binnen de gemeenschap (1.1) uitvoeren.
Totaal 2. Zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen
Tabel bijlage 2. Gedetailleerd overzicht tijdsinzet per type organisatie naar activiteiten (n=37) Islamitisch
Protestants
Roomskatholiek
Internationale kerken
Totaal aantal organisaties dat vragenlijst 2 heeft ingevuld
9
12
7
8
1
1.1 Sociale activiteiten (vooral binnen de gemeenschap).
9
11
6
8
1
1.2 Sociale activiteiten voor stad- en buurtbewoners.
9
10
5
7
1.3 Ontmoetingen met andere gemeenschappen.
7
7
5
1.4 Culturele activiteiten: muziek, dans en toneel.
9
5
3
Overig
3.1 Bestuur en beleid
9
11
5
8
1
3.2 Administratie
9
11
6
8
1
3.3 Vertegenwoordiging van de organisatie of gemeenschap
7
7
5
7
1
3.4 Fysiek beheer van gebouwen
9
9
6
8
1
3.5 Ondersteuning vrijwilligers
8
8
5
5
1
Totaal 3. Bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging 4.1 Religieuze lessen en vormingsactiviteiten
9
5
2
6
0
0
4.2 Bijeenkomsten / conferenties / seminars
9
5
3
6
1
4.3 Religieuze reizen
3
2
1
1
1
5
1
Totaal 4. Religieuze / levensbeschouwelijke educatie
6
1
Totaal 1. Sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting 2.1 Bespreken van levensvragen, zingeving en geloof
9
9
3
5
1
2.2 Ondersteuning van mensen tijdens bepaalde perioden of gebeurtenissen
9
7
5
6
1
2.3 Bezoeken
8
9
6
7
1
5.1 Reguliere (gebeds)bijeenkomsten
7
7
5
5
1
5.2 (Gebeds)bijeenkomsten bij feestdagen
9
7
5
4
1
5.3 Gebedsdiensten en activiteiten bij overige specifieke gelegenheden
6
6
5
7
1
5.4 Activiteiten rond religieuze bijeenkomsten en feestdagen
9
8
5
8
1
6.1 Missionaire activiteiten
7
6
5
5
1
9
8
6
7
1
Totaal 5. Religieuze bijeenkomsten / activiteiten
2.4 Openstellen gebedshuis/gebouw voor bepaalde groepen
7
10
4
3
1
6.2 Informatieverspreiding
2.5 Inzamelingsacties/armoede bestrijding
5
9
4
5
1
Totaal 6. Externe communicatie en missionaire activiteiten
2.6 Ondersteuning bij / voorkomen van schulden
5
7
5
5
0
86
Bijlage 3: Vervangingswaarde
CAO
Schaal
Uurtarief
1.1 Sociale activiteiten gericht op contact en ontmoeting (vooral binnen de gemeenschap).
CAO Sociaal Werk
4
€14,92
1.2 Sociale activiteiten voor stad- en buurtbewoners.
CAO Sociaal Werk
6
€17,15
1.3 Ontmoetingen met andere religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen.
CAO Sociaal Werk
8
€19,85
CAO podiumkunsten
5
€12,42
2.1 Bespreken van levensvragen, zingeving en geloof
CAO Sociaal Werk
8
€19,85
2.2 Ondersteuning van mensen tijdens bepaalde perioden of (ingrijpende) gebeurtenissen in het leven
CAO Sociaal Werk
8
€19,85
2.3 Bezoeken aan o.a. zieken
CAO Sociaal Werk
8
€19,85
CAO kerkelijk werkers
A
€16,64
CAO Sociaal Werk
8
€19,85
CAO
Schaal
Uurtarief
CAO Sociaal Werk
4
€14,92
1. Sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting
1.4 Culturele activiteiten: muziek, dans en toneel. 2. Zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen
2.4 Openstellen gebedshuis/gebouw voor bepaalde groepen 2.5 Inzamelingsacties/armoede bestrijding 2.6 Ondersteuning bij / voorkomen van schulden
CAO Sociaal Werk
8
€19,85
CAO Sociaal Werk
4
€14,92
2.7 Ondersteuning bij (vergroten kans op) vinden werk
CAO Sociaal Werk
8
€19,85
CAO Sociaal Werk
4
€14,92
2.8 Overige training, scholing, cursus en voorlichting (niet religieus)
CAO Sociaal Werk
6
€17,15
CAO Sociaal Werk
L11
€19,98
2.9 Tolken en vertalen
€19,85
3. Bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging 3.1 Bestuur en beleid
CAO Sociaal Werk
8
€19,85
3.2 Administratie
CAO Sociaal Werk
4
€14,92
3.3 Vertegenwoordiging van de organisatie of gemeenschap
CAO Sociaal Werk
10
€23,21
3.4 Fysiek beheer van gebouwen
CAO Sociaal Werk
1
€13,06
3.5 Ondersteuning vrijwilligers
CAO Sociaal Werk
10
€23,21
CAO Sociaal Werk
8
€19,85
4.1 Religieuze / levensbeschouwelijke lessen en vormingsactiviteiten
CAO Sociaal Werk
6
€17,15
CAO voortgezet onderwijs
L11
€19,98
4.2 Bijeenkomsten / conferenties / seminars
CAO Sociaal Werk
6
€17,15
CAO voortgezet onderwijs
L11
€19,98
4.3 Religieuze reizen
CAO Sociaal Werk
6
€17,15
CAO voortgezet onderwijs
L11
€19,98
4. Religieuze / levensbeschouwelijke educatie
87
CAO
Schaal
Uurtarief
CAO
Schaal
Uurtarief
5. Religieuze bijeenkomsten / activiteiten 5.1 Reguliere (gebeds)bijeenkomsten
CAO kerkelijk werkers
A
€16,64
CAO Sociaal Werk
10
€23,21
5.2 (Gebeds)bijeenkomsten bij feestdagen
CAO kerkelijk werkers
A
€16,64
CAO Sociaal Werk
10
€23,21
5.3 Gebedsdiensten en activiteiten bij overige specifieke gelegenheden
CAO Sociaal Werk
6
€17,15
CAO Sociaal Werk
10
€23,21
5.4 Activiteiten rond religieuze/ levensbeschouwelijke bijeenkomsten en feestdagen
CAO Sociaal Werk
6
€17,15
CAO Sociaal Werk
10
€23,21
6.1 Missionaire activiteiten
CAO kerkelijk werkers
A
€16,64
CAO voortgezet onderwijs
L11
€19,98
6.2 Informatieverspreiding
CAO kerkelijk werkers
A
€16,64
CAO voortgezet onderwijs
L11
€19,98
6. Externe communicatie en missionaire activiteiten
88
Colofon Opdrachtgever Gemeente Rotterdam Auteurs J. van den Toorn, MSc Drs. M. F. Davelaar Dr. A. Hamdi L. H. L. Reches, MSc M. F. van Keulen Met medewerking van Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010 en Convent van Kerken Rotterdam Uitgave Verwey-Jonker Instituut Kromme Nieuwegracht 6 3512 HG Utrecht T (030) 230 07 99 E secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl Foto op de omslag: De Dijkwerkers - Maashaven Rotterdam: een symbolische herinnering dat Rotterdam groot is geworden door (samen) te werken. Metafoor voor hoe de stad nog altijd gedragen wordt door de inzet van velen, ongeacht afkomst of overtuiging. Foto gemaakt door Anna Boukema (www.annaboukema.nl) De publicatie kan gedownload worden via onze website: http://www.verwey-jonker.nl. ISBN 978-94-6409-021-5 © Verwey-Jonker Instituut, Utrecht 2020. Het auteursrecht van deze publicatie berust bij het Verwey-Jonker Instituut. Gedeeltelijke overname van teksten is toegestaan, mits daarbij de bron wordt vermeld. The copyright of this publication rests with the Verwey-Jonker Institute. Partial reproduction of the text is allowed, on condition that the source is mentioned.
Deze rapportage beschrijft de omvang en het karakter van religieuze en levensbeschouwelijke organisaties (lbo’s) in Rotterdam. We gaan specifiek in op de rol die lbo's spelen in het leven van hun leden en bezoekers en in het leven van de Rotterdammers die zij met sociaalmaatschappelijke activiteiten ondersteunen of bij elkaar brengen. Ook brengen we in kaart hoeveel vrijwilligersuren hiervoor worden ingezet en wat het de maatschappij zou kosten als beroepskrachten deze activiteiten zouden uitvoeren (vervangingswaarde), of als burgers zelf deze ondersteuning zouden moeten inkopen (marktwaarde). We besteden bovendien aandacht aan de motivatie van de vrijwilligers en geven inzicht in wat dit vrijwilligerswerk bijdraagt aan sociale cohesie. In nauwe samenwerking met vijf grote Rotterdamse levensbeschouwelijke organisaties (Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010, Convent van kerken Rotterdam) verzamelden we daartoe informatie bij 176 Rotterdamse lbo’s, gingen we in gesprek met vrijwilligers en beroeps-krachten en zetten we onze inzichten af tegen de inzichten uit de literatuur.
verwey-jonker instituut Kromme Nieuwegracht 6 3512 HG Utrecht
t 030 230 07 99 e secr@verwey-jonker.nl I www.verwey-jonker.nl