CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20bb18263 Bijlage behorende bij 20b18264 - Onderzoek ' Omvang en karakter van de maatschappelijke activiteiten van levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 17. Uitkomsten onderzoek Tel je zegeningen.42.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

“Zodra je bent begonnen kan je het niet meer loslaten, het is verslavend bijna.”

“Ik heb laatst een dakloze een warme maaltijd gegeven en hij gaf mij zijn zegen. Dat

(vrijwilliger bij een islamitische organisatie)

vond ik een prima deal.” (vrijwilliger bij een protestantse kerk)

Bij de Humanisten is dit gedachtegoed onderdeel van hun mensbeeld: je kunt voor jezelf

Een ander benoemt dat ook vrijwilligers zich steeds in de ander moeten verplaatsen, of

kiezen, maar je leeft in deze wereld samen met anderen.

het nu jongeren zijn waarvoor je je inzet of ouderen:

De vrijwilligers geven aan dat het heel dankbaar werk is, je helpt mensen die je nodig

“Als jij niet vraagt: wat heb je nodig, dan ga je vanuit jezelf handelen, waarmee je

hebben. Als iemand geholpen is dan geeft dat de vrijwilligers voldoening en vaak ook

niet per se de behoefte van de ander vervult.” (vrijwilliger bij een protestantse kerk)

nieuwe energie.

57

Actief bezig zijn

“Bij ons is er een steunpunt van de voedselbank. Daar komen mensen van

Meerdere vrijwilligers benoemen dat ze blij zijn met hun vrijwilligerswerk, omdat het een

verschillende kerken om vrijwilliger te zijn. Je ziet wel dat ze op elkaar bouwen

goede dagbesteding geeft, na hun pensionering, of na een verhuizing naar Rotterdam,

en het dus niet helemaal vrijblijvend is.” (vrijwilliger bij een pastoraat, christelijk)

bijvoorbeeld. Een minderheid van de vrijwilligers noemt als motivatie het ontwikkelen van de eigen vaardigheden en talenten. Door vrijwilliger bij de lbo te worden is er ruimte

Maar de keuze om vrijwilliger te worden moet volgens de respondenten geen verplich-

gecreëerd om vaardigheden en talenten te ontwikkelen. Het vrijwilligerswerk zorgt

ting zijn. En het soort taak moet bij iemand passen. Zo zagen de vrijwilligers die we

ervoor dat je taken uitvoert waarvan je niet wist of die bij jou zouden passen.

spraken weinig heil in vrijwilligerswerk als tegenprestatie voor een uitkering. Degenen die er ervaring mee hadden, zagen dat deze mensen vaak moeilijk te motiveren en

“Het is fijn dat je werk en taken oppakt die bij je passen en daarin groei je dan, dan

bewegen zijn om activiteiten op te pakken.

kan je zelf kiezen welke taken je wil doen. Je wordt niet gedwongen om iets te doen, Samen hetzelfde doel

het wordt gevraagd maar niks is verplicht.” (vrijwilliger bij een protestantse kerk)

Enkele vrijwilligers gaven aan dat ze veel steun ervaren aan het feit dat hun partner ook Tijdens één van de groepsgesprekken werd opgemerkt dat veel vrijwilligers heel druk zijn

vrijwilliger is. Door samen bezig te zijn binnen de gemeenschap en het er samen over

met verschillende vrijwilligerstaken, of dat ook nog naast een betaalde baan doen. Het

te hebben wordt er veel steun gevoeld. Ook dat de constante inzet voor andere mensen

leidt tot de vaststelling dat als een gemeenschap of stichting nieuwe vrijwilligers nodig

als belangrijke waarde wordt ervaren en nageleefd door de partner wordt als positief

heeft, deze zich paradoxaal genoeg het best kan richten op drukke mensen. Dit zijn vaak

ervaren. Het delen van verhalen en ervaringen met het thuisfront maar ook met andere

mensen die betrokken en gemotiveerd zijn en kennelijk efficiënt met hun tijd omgaan.

vrijwilligers heeft een motiverende werking.

“Je moet altijd mensen vragen die heel druk zijn. Mensen die heel druk zijn hebben

“Het is het delen met elkaar en het horen van positieve verhalen van anderen dat

het meeste tijd.” (vrijwilliger bij een christelijke organisatie)

motiveert mij.” (vrijwilliger christelijk)

Geen verplichting

Knelpunten

Belangrijk aan vrijwilligerswerk is verder dat het vanuit jezelf komt, het is geen verplich-

Naast de motivaties om vrijwilliger te worden en te blijven is er ook gevraagd of er

ting. Er is wel een bepaalde mate van commitment aan verbonden, vanuit de organisatie

factoren zijn die vrijwilligers demotiveren tijdens hun activiteiten bij de lbo’s.

wordt op je gerekend en het is dus wel van belang dat afspraken worden nagekomen.

58

Een van de belangrijke knelpunten is dat het werk op de schouders van een kleine groep

Wat ook kan demotiveren is het gevoel dat er meer gedaan kan worden voor bepaalde

rust. Vroeger was het vanzelfsprekender om actief te zijn voor of vanuit je gemeenschap.

mensen. Het helpen en ondersteunen van iemand heeft z’n grenzen, maar het kan belas-

En hielp anders druk van de voorganger wel:

tend zijn als je het gevoel hebt als vrijwilliger dat je meer zou willen doen voor iemand, of voor een groep, dan mogelijk is. Veel vrijwilligers benadrukken in dit verband het

“De dominee kwam op bezoek. En die zei: wat hebben we aan jou? Wat ga je doen?

belang van onderling overleg en van samenwerking met andere organisaties in de stad

Iedereen deed ook wel wat.”(vrijwilliger protestants)

(zie hoofdstuk 5).

Die druk past nu niet meer, en moeten we ook niet meer willen, is de gedeelde mening van

Als vrijwilliger moet je ook nee kunnen zeggen en grenzen moeten kunnen aangeven

de respondenten. Je inzet moet je eigen keuze zijn en bij je passen. Maar vragen moet wel:

als het gaat om hulp geven. Een deel van de vrijwilligers geeft aan dat ze geen grenzen kennen en eigenlijk naast hun baan altijd bezig zijn met het helpen van anderen. Zij

“Je mag mensen best aanspreken op vrijwilligerswerk. Dat gebeurt ook bij een

geven aan dat ze hun grootste voldoening halen uit het helpen van mensen en dat ze daar

voetbalclub met rijden en shirtjes wassen. Sommige mensen willen alleen maar

hun leven aan wijden. Het niet hebben of aangeven van grenzen kan negatieve gevolgen

consumeren.”(vrijwilliger bij een christelijke organisatie)

hebben voor de vrijwilliger. Sommige geven ook aan dat ze het gevoel hebben gehad dat de taken voor de lbo soms ten koste zijn gegaan van de aandacht voor het eigen gezin.

De betrokkenheid van jongeren is ook een moeilijk punt. Vooral de betrokkenheid op de langere termijn. Ervaren wordt dat veel jongeren onder grote druk staan om te pres-

“Ik vind het moeilijk om te zeggen nee of stop, ik weet ook niet goed waar mijn grens

teren in de maatschappij. Ook zij moeten worden aangesproken, uitgenodigd worden

ligt daarin.” (vrijwilliger christelijk)

en gevraagd worden wat ze zelf willen bijdragen. Het voorbeeld wordt gegeven van een “Ik merk dat je je eigen grenzen moet stellen, want niemand anders doet dat voor

moskee, bezig met een verbouwing.

mij. Dat klinkt wel egoïstisch maar je moet het zelf doen. Omdat ik kinderen heb “Ze hebben tijdens het vrijdaggebed opgeroepen: we zoeken jongeren die een

stel ik wel grenzen.” (vrijwilliger christelijk)

commissie willen starten. De ene is architect, de andere juridisch. Zo is het gegaan. Er zijn ook moskeeën, er is weleens conflict tussen een oudere en jongere generatie.

“Ik heb ook geen grenzen, ik ben 24 uur inzetbaar. Als het nodig is dan ben ik

Dan moeten jongeren zichzelf organiseren.” (vrijwilliger bij een moskee)

beschikbaar. Als ik niet op mijn werk ben dan ben ik hier.” (vrijwilliger islamitisch)

59

8.4 Duiding van de resultaten42

Daarbij moet niet te veel druk worden uitgeoefend: als mensen voelen dat ze moeten helpen, roept dat weerstand op (De Klerk, 2014; Duyvendak & Tonkens, 2013;

Hoewel alle vrijwilligers die we spraken hun eigen verhalen en redenen hebben om het

Engbersen & Lupi, 2015).

werk te doen dat ze doen, zien we toch een duidelijke kern in alle verhalen: mensen doen het omdat ze intrinsiek sterk gemotiveerd zijn. De vrijwillige inzet is geheel in lijn

De meerwaarde van lbo’s wordt door een beroepskracht werkzaam in de zorg ook

met hun normen en waarden en vaak ook met de manier waarop ze zijn opgevoed. Ze

verwoord als het creëren van een ‘thuis gevoel’. In een samenleving waar zelfredzaam-

kunnen vaak niet anders en velen gaan ver in het helpen van anderen. Ze onderstrepen

heid voorop staat en mensen erg op zichzelf zijn aangewezen kan een lbo mensen een

daarbij het belang van intrinsieke overwegingen, zoals we ook bespraken in paragraaf

gemeenschap bieden, een wij-gevoel, waardoor men zich gesteund en gehoord voelt.

8.1. Ook zien we de diverse motieven voor vrijwilligerswerk die het SCP eerder schetste terug in onze bevindingen. De bevindingen uit de groepsgesprekken sluiten ook aan bij de algemene trends in vrijwilligerswerk. Een deel van de mensen voelt zich geroepen, stelt weinig of geen grenzen aan de eigen inzet en doet het ook jarenlang. Een nieuwe groep vrijwilligers is kritischer. Zij binden zich vaak voor kortere tijd en willen ook meer grenzen. Het vraagt van lbo’s maatwerk om al deze vrijwilligers aan zich te blijven binden. Een ander punt van aandacht is dat de vragen en problemen die op vrijwilligers afkomen steeds complexer worden. Vrijwilligers(organisaties) willen graag helpen, maar willen niet het gevoel hebben er alleen voor te staan, of de gaten die anderen laten vallen te moeten dichten. Het bestuurlijk ideaal van de ‘participatiesamenleving’ doet immers een steeds groter beroep op ‘het maatschappelijk middenveld’ en de inzet van vrijwilligers. Een goede samenwerking met overheid en formele zorg en welzijnsaanbieders kan daarbij helpen.

42 In deze paragraaf zijn we als consortium aan het woord: Verwey-Jonker Instituut en vijf grote Rotterdamse levensbeschouwelijke organisaties (Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010, Convent van kerken Rotterdam). In deze paragraaf hebben we ook de input van de klankbordgroep meegenomen.

60

9

De vrijwillige inzet van religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in uren en euro’s 9.1

In de voorgaande hoofdstukken hebben we in beeld gebracht hoe de levensbeschou-

Selectie lbo’s voor de verdiepende vragenlijst

welijke organisaties in Rotterdam georganiseerd zijn en wat ze aan activiteiten doen waarbij vrijwilligers actief zijn. Ook brachten we in kaart hoeveel uren vrijwilligers aan

Voor de selectie van organisaties die zijn benaderd voor de verdiepende vragenlijst is

al deze activiteiten besteden.

gekeken naar het aantal organisaties dat in de eerste vragenlijst heeft ingestemd met deelname aan het verdiepende onderzoek. Van de 176 organisaties waren er 124 orga-

In dit hoofdstuk bekijken we welke waarde deze vrijwillige inzet vertegenwoordigt.

nisatie die aangaven deel te willen nemen aan de verdiepende vragenlijst. Om een zo

De achterliggende gedachte is dat vrijwilligerswerk economische waarde heeft, omdat

representatief mogelijk beeld te kunnen geven is er bij de selectie van d organisaties

diensten (goedkoper of beter) worden aangeboden (Meijs, 2009). Deze diensten

rekening gehouden met:

komen anderen ten goede en vertegenwoordigen daarmee een bepaalde waarde voor

•

Spreiding over de verschillende religies/denominaties.

de maatschappij.

•

Geografische spreiding over de stad: in hoeveel en welke gebieden zijn de organi-

Deze waarde kan worden benaderd door de ingezette uren van de vrijwilligers om te zetten

•

Omvang van de organisatie in termen van aantal activiteiten.

in een geldwaarde, ofwel te monetariseren. Dit kan op verschillende manieren worden

•

Omvang van de organisatie in termen van aantal leden.

saties actief.

uitgevoerd. Om de resultaten uit dit onderzoek zo veel als mogelijk te kunnen vergelijken met die van het onderzoek uit 2008, hanteren we voor een groot deel dezelfde methode.

Aan de hand hiervan zijn er van de 124 organisaties die deel wilden nemen aan de

Dat houdt in dat we de tijdsbesteding door vrijwilligers per activiteit omrekenen naar wat

verdiepende vragenlijst, 50 organisaties geselecteerd. De verdiepende vragenlijst is

43

dit zou hebben gekost als de activiteiten door beroepskrachten waren uitgevoerd.

door de lbo’s in het consortium uitgezet onder de geselecteerde organisaties. Van 41 organisaties is er een volledig ingevulde vragenlijst ontvangen, een respons van 84%. De

Deze berekening hebben we op twee manieren gedaan:

overige organisaties gaven aan dat het invullen van de verdiepende vragenlijst hen bij

•

De methode van de vervangingswaarde (9.2).

nader inzien te veel tijd zou kosten en zij zagen daarom af van deelname.

•

De methode van de marktwaarde (9.3). Voor het berekenen van het gemiddeld aantal uren vrijwilligersinzet en de waarde die

Op het einde van het hoofdstuk gaan we in op de vergelijking met het onderzoek Tel je

dat vertegenwoordigt per organisatie is gekozen om vier organisaties uit de selectie te

zegeningen uit 2008.

halen. Dit zijn de drie lbo’s in het consortium die de vragenlijst hebben ingevuld (Stichting Mara, Samen 010 en SKIN) en een van de internationale kerken. Bij deze laatste organisatie wijken de cijfers met meer dan een factor 10 af van het gemiddelde van de andere organisaties. Deze organisatie zou een dermate grote invloed op het gemiddelde

43 In afstemming met de BC en de opdrachtgever is besloten dat het Verwey-Jonker instituut het onderzoek uit 2008 niet 1 op 1 hoeft te herhalen. Er zijn daarom andere keuzes gemaakt, o.a. rond tarieven.

61

Tabel 9.1. Overzicht van de gemiddelde tijdsinzet vrijwilligers per organisatie (n=37)

hebben dat daarmee een vertekend beeld ontstaat. De lbo’s in het consortium zijn niet bij de berekening van het gemiddelde meegenomen, omdat zij een ander type organi-

Uren (afgerond op tienduizenden)

Categorieën

satie zijn en ook het gemiddelde beeld zouden beïnvloeden. Als gevolg van voorgaande

1. Sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting

7.600

genomen voor de doorvertaling naar het niveau van alle organisaties in de stad. Daar

2. Zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen

6.900

2a. Informele zorg en hulpverlening

4.800

zijn vervolgens de uren bij opgeteld van de vier organisaties die eerder niet bij het bere-

2b. Voorkomen en bestrijden van armoede en schulden

2.100

kenen van het gemiddelde zijn opgenomen. We nemen deze organisaties uiteindelijk

3. Bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging

4.800

dus wel mee in de berekening van de totale ureninzet en de waarde daarvan.

4. Religieuze / levensbeschouwelijke educatie

1.700

5. Religieuze/ levensbeschouwelijke bijeenkomsten en activiteiten

5.100

6. Externe communicatie en missionaire activiteiten

1.100

Totaal

27.100

zijn de cijfers die gemiddelden per organisatie weergeven in dit hoofdstuk gebaseerd op 37 organisaties. De gemiddelde ureninzet vanuit deze 37 organisaties is als basis

9.2 De totale vrijwillige inzet van lbo’s in Rotterdam Tabel 9.1 en figuur 9.1 geven een overzicht van de tijdsinzet van vrijwilligers uitgesplitst naar de zes hoofdcategorieën van activiteiten en naar informele zorg en hulpverlening

Figuur 9.1 Procentuele verdeling van de gemiddelde tijdsinzet van de vrijwilligers naar activiteiten per organisatie (n=37)

en activiteiten gericht op het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden. Zie bijlage 3 voor een gedetailleerde uitsplitsing naar de 27 subcategorieën. In tabel 9.1 zijn de gemiddelde uren per categorie weergeven die de vrijwilligers van de 37 organisaties

4%

inzetten. Hierbij is er gekeken naar het totaalaantal uren van de 37 organisaties per

19%

categorie en vervolgens berekend hoeveel uur dit gemiddeld per organisatie is. Zo is

28%

6%

te zien dat de tijdsinzet van vrijwilligers bij sociale en culturele activiteiten gericht op

18%

ontmoeting 7.600 uur bedraagt.

62

25%

1. Sociale en culturele activiteiten

2. Informele zorg, ondersteuning en hulp

3. Bestuur en beheer

4. Educatie

5. Religieuze activiteiten

6. Externe communicatie

Tabel 9.2 Percentage vrijwilligers uren per hoofdcategorie, uitgesplitst naar religie/levensbeschouwing44

De vrijwilligers van de 37 organisaties besteden op jaarbasis bijna 1 miljoen uur aan vrijwilligerswerk aan de verschillende activiteiten. Ruim de helft van deze tijdsinzet,

Islamitisch

Protestants

Roomskatholiek

Internationale kerken

1. Sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting

45,7%

27,3%

9,7%

17,7%

2. Zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen

8,6%

44,2%

28,6%

25,2%

3. Bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging

24,1%

16,1%

6,7%

21,0%

4. Religieuze / levensbeschouwelijke educatie

12,7%

1,7%

0,2%

9,0%

5. Religieuze / levensbeschouwelijke bijeenkomsten / activiteiten

4,7%

7,8%

50,2%

22,4%

6. Externe communicatie en missionaire activiteiten

4,3%

2,9%

4,7%

4,7%

ruim 500.000 uur, wordt besteed aan sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting en aan informele zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen (respectievelijk hoofdcategorieën 1 en 2). De overige ureninzet wordt in volgorde van omvang besteed aan religieuze en levensbeschouwelijke activiteiten (190.000 uur), interne zaken als bestuur en beheer van locaties (180.000 uur), het verzorgen van religieuze en levensbeschouwelijke lessen (60.000 uur) en aan externe communicatie en het uitdragen van het geloof aan anderen buiten de eigen gemeenschap (missionaire activiteiten - 40.000 uur). Bij de verdere uitsplitsing naar religie/levensbeschouwing valt op dat bij de protestantse organisaties, 44% van de vrijwillige uren naar categorie 2 (zorg, ondersteuning en aan

9.3 De waarde van de inzet volgens de vervangingswaarde

hulpverlening aan personen en groepen) gaan. Bij de islamitische organisaties is dit maar 9% van de uren, bij de internationale kerken 25% en bij de rooms-katholieken 29%. De islamitische organisaties zetten het grootste deel van hun vrijwilligersuren in op sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting (46%). Dit is aanzienlijk meer

Over de methode

dan de andere organisaties.

Bij de methode van de vervangingswaarde, wordt de waarde van de tijdsinzet van vrijwilligers bepaald door de kosten te berekenen als zij beroepskrachten zouden zijn

Bij religieuze en levensbeschouwelijke educatie valt op dat de Islamitische organisaties

geweest. In deze methode wordt gekeken wat per type activiteit de kosten (waarde)

daar een groter deel van uren van vrijwilligers aan besteden dan de andere organisaties.

zouden zijn geweest als het door een beroepskracht zou zijn uitgevoerd (Handy en

Bij de Islamitische organisaties is dit 13%, terwijl dit bij de andere religies/levensbe-

Srinivasan, 2004). Per activiteit is daarbij gekeken door wat voor soort beroepskracht

schouwingen tussen de 0 en 9 procent is. In tabel 9.2 is het percentage uren van vrijwil-

deze uitgevoerd had kunnen worden. Vervolgens is voor de berekening van de waarde

ligers per categorie voor elke religie/levensbeschouwing opgenomen.

van de ureninzet het bruto uurloon van een dergelijke beroepskracht genomen.

44 Onder de categorie overig valt maar één organisatie, bij deze vergelijking is die daarom niet meegenomen.

63

Deze methode geeft, met andere woorden, aan hoeveel het een organisatie zou kosten

Met behulp van de CAO Sociaal Werk is het uurloon van deze functie genomen en het

45

als zij beroepskrachten zouden hebben ingezet voor dezelfde taken.

totaalaantal uur dat de vrijwilligers deze werkzaamheden hebben uitgevoerd maal dit uurloon komt uit op de vervangingswaarde van deze specifieke activiteit.

De werkzaamheden van de vrijwilligers uit de verdiepende vragenlijst zijn onderverdeeld in 27 specifieke activiteiten. Bij elk van deze activiteiten is vervolgens het func-

Kortom: per type activiteit is het bruto uurloon van een beroepskracht vermenigvul-

tieprofiel van een betaalde beroepskracht gezocht die vergelijkbare werkzaamheden

digd met het aantal uren dat vrijwilligers deze activiteit hebben uitgevoerd. Dit geeft

uitvoert volgens het functieboek van de CAO Sociaal werk (voorheen welzijn en

per subcategorie een bedrag dat laat zien hoeveel geld het zou kosten als de activiteiten

maatschappelijke dienstverlening), de CAO Kerkelijk Werkers en de CAO Voortgezet

zouden worden uitgevoerd door een beroepskracht in plaats van door een vrijwilliger.

Onderwijs. We hebben het vergeleken met deze sectoren, omdat het type activiteiten

Dit is vervolgens voor alle 27 activiteiten zo uitgevoerd. In bijlage 2 is per subcategorie

van de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties grotendeels overeenkomen met

de CAO, salarisschaal en uurtarief weergegeven. Er is daarbij steeds uitgegaan van de

die in deze sectoren. Zoals we in de vorige paragraaf hebben kunnen zien, valt ruim de

middelste trede van de betreffende salarisschaal. Ten slotte zijn de bedragen van de 27

helft van de ureninzet van de vrijwilligers onder sociale en culturele activiteiten gericht

subcategorieën teruggebracht tot de 6 hoofdcategorieën en is er ook een totaalbedrag

op ontmoeting en onder informele zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen

berekend door de bedragen op te tellen.

en groepen. Veel van de activiteiten komen vooral overeen met activiteiten die vallen De uitkomst

onder sociaal werk.

Gemiddeld besteden vrijwilligers per levensbeschouwelijke organisatie in Rotterdam Zo komt de activiteit ‘ondersteuning van mensen tijdens bepaalde perioden of (ingrij-

circa 27.000 uur per jaar aan maatschappelijke activiteiten. Uitgaande van de vervan-

pende) gebeurtenissen in het leven’ bijvoorbeeld grotendeels overeen met de functiebe-

gingswaarde vertegenwoordigt deze inzet een monetaire waarde van circa € 470.000 per

schrijving van de maatschappelijk werker uit het functieboek CAO Sociaal Werk:

organisatie per jaar. Dit betreft een gemiddeld rendement, waarbij er grote verschillen bestaan tussen organisaties. Zo loopt het aantal uren van vrijwilligers bij de organisaties

“De Maatschappelijk Werker 1 richt zich op kwetsbare (groepen) mensen die

die de vragenlijst hebben ingevuld uiteen van geen of enkele duizenden uren per jaar

problemen hebben met of tekorten ondervinden in hun sociaal functioneren, in de

tot meer dan honderdduizend uur per jaar. De monetaire waarde van die uren loopt van

wisselwerking met hun primaire leefomgeving en/of in de relatie met maat-

geen of enkele tienduizenden euro’s tot meer dan een miljoen euro’s per jaar.47

schappelijke instituties.” 46

47 Gezien de relatief kleine aantallen organisaties waarvoor deze gedetailleerde gegevens beschikbaar zijn is geen uitsplitsing van de monetaire waarde van de vrijwilligersinzet naar religie of levensovertuiging gemaakt. Van elk van deze groepen zijn van minder dan 10 organisaties dit type gegevens beschikbaar.

45 Meijs, L.C.P.M. & L. Roza (2009) Economische waarde van het vrijwilligerswerk door de Zonnebloem, RSM Erasmus Universiteit. 46 CAO Sociaal Werk 2019-2021, bijlage 2, Functieboek.

64

Tabel 9.3 Gemiddelde inzet en monetaire waarde vrijwilligers per organisatie per jaar48

De categorie waar de grootste maatschappelijke bijdrage wordt geleverd door de vrij-

Aantal uur

Monetaire waarde ureninzet

willigers betreffen de zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen.

27.000

€ 470.000

Gemiddelde vervangingswaarde

Ruim een kwart van de totale vervangingswaarde wordt hiermee gerealiseerd. Bijna een kwart van de waarde komt daarna voor rekening van sociale- en culturele activi-

Figuur 9.2 geeft de uitsplitsing van de gemiddelde monetaire vervangingswaarde naar de

teiten gericht op ontmoeting binnen de eigen gemeenschap en daarbuiten. De grootste

6 hoofdcategorieën van activiteiten. Daarbij is categorie 2 (Informele zorg, ondersteuning

bijdragen binnen deze categorie wordt geleverd met activiteiten op het gebied van de

en hulpverlening) verder verdeeld in 2a (activiteiten gericht op informele zorg en onder-

informele zorg en hulpverlening (circa €88.000, ofwel circa 18% van de totale waarde).

steuning) en 2b (bestrijden van armoede en voorkomen en/of oplossen van schulden).

Daarnaast draagt binnen deze categorie het voorkomen en bestrijden van armoede en schulden voor nog €38.000 bij (circa 8 procent van de totale waarde).

Figuur 9.2. Gemiddelde monetaire vervangingswaarde van de ureninzet vrijwilligers (€ *1.000)

Om tot de totale waarde voor alle organisaties in heel Rotterdam te komen is inzicht in het aantal religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in de stad nodig. Zoals eerder vermeld komt uit een inventarisatie onder de vijf lbo’s in het consortium in de stad een schatting van 445 organisaties. Hierbij is wel duidelijk geworden dat het precieze aantal organisaties niet bekend is en ook fluctueert. Zoals eerder al gesteld betreft de berekening van de (vervangings)waarde van de vrijwilligersinzet een globale indicatie. Om recht te doen aan de onzekerheid over het precieze aantal organisaties in de stad en de invloed die dit aantal heeft op de einduitkomsten werken we met een grove bandbreedte en hanteren we hierbij een conservatieve benadering. We gaan uit van de aanwezigheid van 400 tot 450 organisaties in de stad. Tabel 9.4 geeft een overzicht van het totaalaantal vrijwilligersuren en de vervangingswaarde voor geheel Rotterdam uitgaande van deze bandbreedte. De vrijwilligers besteden per jaar in totaal tussen de 11 en 13 miljoen uur aan activiteiten. Deze inzet is goed voor een vervangingswaarde van circa 195 tot 220 miljoen euro. 48 Gebaseerd op cijfers van 37 organisaties die de tweede vragenlijst hebben ingevuld.

Dit is exclusief de cijfers van drie lbo’s in het consortium zelf (Stichting Mara, Samen 010 en SKIN) en van een van de SKIN-kerken waarvan de cijfers met meer dan een factor 10 afwijken van het gemiddelde van de andere organisaties. Deze organisatie zou daarmee een dermate grote invloed op het gemiddelde hebben dat daarmee een vertekend beeld ontstaat. Bij de berekening van de totalen voor de gehele stad verder in deze paragraaf zijn de cijfers van deze vier organisaties wel meegenomen.

65

Tabel 9.4 Vervangingswaarde voor geheel Rotterdam (€ * mln)

De uitkomst Via de marktwaardebenadering zijn die activiteiten van vrijwilligers berekend die direct

n=400

n=445

n=450

Totaal aantal uren

11,4

12,5

12,7

een maatschappelijke meerwaarde voor de stad hebben en waarvoor ook een commer-

Vervangingswaarde (afgerond op vijftallenmiljoen)

€ 195

€ 215

€ 220

ciële markt bestaat. Dit betreft de categorieën 1. Sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting en 2. Informele zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen en groepen. Deze activiteiten zijn direct gericht op het bij elkaar brengen en in contact

9.4 De waarde van de inzet volgens de marktwaarde

brengen van groepen mensen of het direct helpen van mensen. Daarbij dragen deze activiteiten (in)direct bij aan onder meer sociale cohesie, voorkomen/bestrijden van

Over de methode

eenzaamheid, voorkomen/bestrijden van schulden en armoede en het activeren van

Een andere methode voor het monetariseren van de ureninzet is via de marktwaarde.

mensen. De activiteiten komen grotendeels overeen met wat organisaties in het sociaal

Wat zouden de vrijwilligers kosten en opleveren als zij hun activiteiten zouden verrichten

werk/ welzijn en de maatschappelijke dienstverlening (kunnen) bieden en wat in de

vanuit een externe organisatie en hun inzet op de markt zou zijn ingekocht? De basis van

markt commercieel wordt aanbesteed.

deze aanpak werkt vrijwel hetzelfde als de vervangingswaarde, echter wordt in plaats van het bruto uurloon conform een functieprofiel, de prijs die de ontvanger van de

Voor de waardering van de tijdsinzet van vrijwilligers is een vergelijking gemaakt met

dienst normaal gesproken zou betalen voor de dienst in de markt gebruikt. Met andere

inschattingen van markttarieven voor dit soort activiteiten. Deze tarieven komen op de

woorden: het uitgangspunt is niet alleen dat de vrijwilliger een beroepskracht zou zijn,

markt tot stand door vraag en aanbod en kunnen per geval (afsluiten van een contract)

maar dat de hele activiteit op de markt zou worden ingekocht. Voor het bepalen van de

verschillen. Tevens betreft het concurrentiegevoelige informatie. Om toch inzicht te

waarde dient dan vervolgens de ureninzet te worden gewaardeerd tegen het commer-

krijgen in markttarieven om mee te kunnen rekenen hebben we navraag gedaan bij

ciële uurtarief van de beroepskracht (en niet alleen het bruto uurloon). Daarmee wordt

diverse organisaties die actief zijn in het sociaal werk en de welzijnssector in Rotterdam

dan naast loon ook rekening gehouden met alle kosten die de tijdsinzet met zich mee

en daarbuiten. Daarbij hebben we gevraagd naar indicaties van tarieven. Op basis van

brengt (zoals bijvoorbeeld voor training en overhead in de vorm van huisvesting/werk-

deze inventarisatie en gehanteerde tarieven in verschillende relevante studies/publi-

plekken, administratieve ondersteuning, ICT, et cetera).

caties (onder andere van overheden) komen we tot de volgende uurtarieven die zijn gehanteerd bij de berekening van de marktwaarde:

Deze benadering hebben we alleen uitgevoerd voor die activiteiten waar redelijkerwijs

•

Laagste niveau (ongeschoold): €25

een vergelijking kan worden gemaakt met marktactiviteiten.

•

MBO: €50

•

HBO: €70

•

WO: €90

66

Figuur 9.3 Verdeling marktwaarde van categorie sociale en culturele activiteiten

In tabel 9.5 is op basis van de hierboven toegelichte bandbreedte van het aantal levensbeschouwelijke organisaties in de stad de marktwaarde van de inzet van vrijwilligers voor de gehele stad gepresenteerd. De totale marktwaarde komt uit op circa 330 – 365 miljoen euro. Circa 56 procent hiervan wordt gerealiseerd met zorg, ondersteuning en hulpverlening die vrijwilligers aan anderen bieden. Hiervan bestaat circa 29 procent uit het voorkomen of bestrijden van armoede en circa 71 procent uit informele zorg en overige hulpverlening.De overige circa 44 procent komt voor rekening van sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting. Tabel 9.5 Marktwaarde van inzet vrijwilligers (€ * mln) n=400

n=445

n=450

1. Sociale en culturele activiteiten (ontmoeting)

€ 144

€ 159

€ 162

2. Zorg, ondersteuning en hulpverlening

€ 182

€ 200

€ 203

2a. Informele zorg en hulpverlening

€ 128

€ 141

€ 143

2b. Voorkomen en bestrijden armoede&schulden

€ 53

€ 59

€ 60

Totaal (afgerond op vijftallenmiljoenen)

€ 330

€ 360

€ 365

Figuur 9.4 Verdeling marktwaarde van categorie informele zorg en ondersteuning 0%

2.1 Bespreken levensvragen&zingeving

8%

Binnen deze hoofdcategorieën vallen uiteenlopende activiteiten. Figuren 9.3 en 9.4

18%

4%

geven voor achtereenvolgens de sociale en culturele activiteiten rond ontmoeting en de informele zorg en ondersteuning de verdeling van de marktwaarde. Bij de Sociale

2.2 Ondersteuning tijdens (ingrijpende) gebeurtenissen 2.3 Bezoeken

13%

en culturele activiteiten komt ruim 90 procent van de marktwaarde voort uit activiteiten gericht op ontmoeting en contact binnen vooral de eigen gemeenschap en daarnaast sociale activiteiten gericht op stad- en buurtbewoners. De activiteiten die vanuit

22%

7%

informele zorg en ondersteuning de grootste bijdrage leveren aan de marktwaarde zijn ondersteuning bij ingrijpende/bijzondere gebeurtenissen (bijvoorbeeld overlijden,

2.4 Openstellen gebedshuis/gebouw 2.5 Inzamelingsacties/armoede bestrijding 2.6 Ondersteuning&voorkomen schulden

22%), openstellen gebouwen voor bepaalde groepen (19%), gesprekken over levens-

19%

vragen en zingeving (18%) en voorkomen van en ondersteuning bij schulden (13%).

67

8%

2.7 Ondersteuning vinden werk

9.5 Vergelijking met het onderzoek Tel je zegeningen uit 2008

Als gekeken wordt naar de gemiddelde waarde per organisatie zien we een berekende vervangingswaarde van gemiddeld circa €465.000 en een marktwaarde van €780.00049

In dit hoofdstuk hebben we de maatschappelijke waarde van de inzet van vrijwilligers

per jaar. Het gemiddelde maatschappelijk rendement van een kerk bedroeg in de studie

via twee methoden berekend: de vervangingswaarde en de marktwaarde. Tabel 9.6 geeft

in 2008 € 442.000, wat rekening houdend met inflatie50 uitkomt op circa € 590.000 in

de belangrijkste uitkomsten weer.

2020, waarmee het tussen de waarden ligt die zijn berekend met de methoden van de vervangingswaarde en de marktwaarde. 51 Als we kijken naar het gemiddeld aantal uur

Tabel 9.6 Totaal overzicht vervangingswaarde en marktwaarde (mln €)

per organisaties zien we dat in 2008 werd uitgegaan van circa 12.000 uur aan vrijwilli-

n=400

n=445

n=450

gersinzet met een direct maatschappelijk rendement. Dit komt overeen met de 12.500

Vervangingswaarde

€ 195

€ 215

€ 220

uur die we hebben gehanteerd bij de berekening van de marktwaarde van activiteiten

Marktwaarde

€ 330

€ 360

€ 365

met een direct maatschappelijk rendement. In de studie in 2008 is ook verwezen naar afwijkende uitkomsten van voorgaande studies. Zo lag het gemiddelde maatschappelijk

In elk van de twee methoden is een uur vrijwilligersinzet op een andere manier gewaar-

rendement van PKN-kerken in Utrecht in een studie uit 2004 op 550.000 euro (Van der

deerd. De uitkomsten van de twee methoden zijn dan ook niet vergelijkbaar en lopen

Sar, 2004) en dat van migrantenkerken in Den Haag in 2006 op 180.000 euro (Van der

uiteen. Hierbij kan niet worden gesteld dat de ene aanpak en uitkomst beter of correcter

Sar & Visser, 2006). Als mogelijke verklaring van de verschillen wordt daarbij gewezen

is dan de ander. Het betreft twee manieren waarop naar de waarde van vrijwilligers-

op verschillen in context, met name dat het verschillende type kerken betreft en ook

werk kan worden gekeken. Op basis van beide berekeningen kan worden gesteld dat

verschillende steden.

de vrijwilligersinzet van levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam in de meest conservatieve van de uitgevoerde berekeningen een waarde van ruim € 195 miljoen vertegenwoordigt (gebaseerd op alle soorten uitgevoerde activiteiten). In de meest positieve berekening loopt die waarde zelfs op tot € 365 miljoen (gebaseerd op alleen de activiteiten waarvan een direct maatschappelijk effect kan worden verwacht, zoals informele zorg en hulpverlening). In vergelijking met de uitkomsten van de studie uit 2008 (berekende waarde van € 110-133 miljoen) betekent dit een substantieel hogere waarde. De belangrijkste (en voor de hand liggende) verklaring hiervoor is dat in 2008 alleen

49 Dit betreft het gemiddelde van de 37 organisaties die de tweede vragenlijst hebben ingevuld.

de christelijke kerken zijn onderzocht en in de voorliggende studie is uitgegaan van alle

50 Hierbij is uitgegaan van het prijsindexcijfer voor personele kosten, https://www.nza.nl/documenten/vragen-en-antwoorden/wat-ishet-prijsindexcijfer-voor-personele-kosten

levensbeschouwelijke en religieuze organisaties. Daar waar in 2008 in de berekening

51 Een directe inhoudelijke duiding of verklaring van de verschillende uitkomsten is op basis van de uitgevoerde studie niet goed mogelijk vanwege verschillen in de berekeningswijzen in de studies van 2008 en 2020, zie verder in bijlage 1 voor de onderzoeksverantwoording.

werd uitgegaan van 250-300 kerken, is er nu in 2020 uitgegaan van 400-450 organisaties.

68

9.6 Duiding van de resultaten52

Verder zijn islamitische lbo’s en internationale kerken naar verhouding meer vrijwilligersuren kwijt aan bestuurstaken dan de rest. Dit valt wellicht te verklaren, omdat bij

Afsluitend kunnen we stellen dat met de twee gehanteerde berekeningswijzen een

deze lbo’s minder betaalde krachten aanwezig zijn. Maar om de verschillen echt goed

globale indicatie van de waarde van de vrijwilligersactiviteiten is verkregen. Deze bere-

te kunnen duiden is nader onderzoek nodig. In elk geval laat de berekende theoreti-

kende waarden dienen daarbij te worden gezien als een theoretische waardering van

sche waarde van het vrijwilligerswerk wel zien dat de lbo’s en hun vrijwilligers een zeer

de werkzaamheden van de vrijwilligers, waarbij geen inzicht is meegenomen in de

substantiële waarde voor de Rotterdamse samenleving creëren. En vergeleken met 2008

maatschappelijke effecten en de economische waarde van de impact van de diensten,

lijkt die waarde alleen maar gestegen.

bijvoorbeeld in de vorm van gezondheidswinst van geholpen mensen. Daarbij is wel een interessante discussie in hoeverre de inzet van vrijwilligers te vergeAls gekeken wordt naar de gemiddelde waarde per organisatie zien we een berekende

lijken is met die van een beroepskracht. Dit werkt twee kanten op. Zo is een logische

vervan-gingswaarde van circa €465.000 en een marktwaarde van €780.000 per jaar. Van

assumptie dat de beroepskracht ‘ervoor opgeleid is’ en het werk wellicht beter zou

belang hierbij is op te merken dat er grote verschillen bestaan tussen de organisaties en

kunnen uitvoeren. Aan de andere kant kan een vrijwilliger informeler en vertrouwelijker

dat de weergegeven bedragen een inschatting zijn van de gemiddelde waarden per orga-

contact hebben met een cliënt, juist omdat de vrijwilliger zich niet hoeft te conformeren

nisatie. Zo loopt de band-breedte van de vervangingswaarde bij de onderzochte organi-

aan bepaalde voorschriften en tijdsbepalingen. Daarnaast zijn (of waren) vrijwilligers in

saties van een enkele tientallendui-zenden euro’s tot ver boven de miljoen euro per jaar.

het dagelijks leven veelal ook beroepskrachten, met relevante opleidingen, ervaringen, kennis en vaardigheden die ze vervolgens meenemen naar hun vrijwilligerswerk.

Uitgaande van de vervangingswaarde is de inzet van lbo’s in Rotterdam goed voor circa 195 tot 220 miljoen euro. De totale marktwaarde komt uit op circa 330 – 365 miljoen

Een vrijwilliger, die ook in de zorg werkt, kan dit mooi verwoorden:

euro. Daarbij zien we grote verschillen tussen lbo’s. Het aantal uren van vrijwilligers bij de organisaties die de vragenlijst hebben ingevuld loopt uiteen van enkele uren per jaar

“Ik ben ook hulpverlener van beroep en dat doe ik vanuit dezelfde houding om

tot meer dan honderdduizend uur per jaar. Ook valt op dat vrijwilligers hele diverse

mensen te helpen maar vanuit je werk ben je wel altijd bezig met ‘krijg je wel je

taken oppakken. Zo hebben islamitische lbo’s het grootste aandeel in sociale en cultu-

geld’. Het is een ingewikkelde discussie: de drijfveer is misschien hetzelfde maar

rele activiteiten gericht op ontmoeting (45,7%) en zijn het vooral de protestantse lbo’s

je verantwoordelijkheden zijn anders. Ik werk voor een instelling waarin iedereen

die inzetten op activiteiten rond zorg en ondersteuning (44%).

betaald moet worden, het voelt vervelend om vanuit geld bezig te zijn want je doet het voor de mensen, maar het moet wel.”

52 In deze paragraaf zijn we als consortium aan het woord: Verwey-Jonker Instituut en vijf grote Rotterdamse levensbeschouwelijke organisaties (Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010, Convent van kerken Rotterdam). In deze paragraaf hebben we ook de input van de klankbordgroep meegenomen.

69

Het gaat om, zoals de gemeente Rotterdam (2018) verwoordt in haar visie op informele zorg (zie ook hoofdstuk 2) om het samenspel tussen informele en formele zorg en ondersteuning “waarbij altijd de zorgvrager centraal moet staan, maar waar voldoende ondersteuning moet zijn voor de informele zorgverleners in dat netwerk.” (Gemeente Rotterdam, 2018: 17). Juist bij die ondersteuning vervullen intermediaire organisaties als Mara, Samen 010, SKIN en SPIOR een belangrijke rol, evenals de lokale gemeenschappen en de organisaties die laagdrempelig present proberen te zijn voor kwetsbare burgers (zoals wijkpastoraten en inloophuizen). Want informele zorgverleners kunnen lang niet altijd automatisch de door de gemeente gewenste rol van “gelijkwaardig partner in de zorg” vervullen. Bijvoorbeeld waar het gaat om het vaststellen van de behoefte aan ondersteuning van mensen die zeer kwetsbaar zijn. Of als de informele zorgverlener zelf ook de weg niet weet in de regels en procedures van de formele systemen of het moeilijk vindt de grenzen van de eigen belastbaarheid aan te geven.

Levensbeschouwelijke organisaties kunnen bijdragen aan een sociale basis in de stad die maakt dat, om in de woorden van de gemeente te spreken: informele zorgverleners “zich gehoord, gezien en gewaardeerd [voelen] door mede-Rotterdammers, de gemeente en partijen in het veld zoals de professionele zorg.” (Gemeente Rotterdam 2018: 19).

70

10

Slot beschouwing

We begonnen dit onderzoek met de vraag welke rol religieuze en levensbeschouwelijke

gemeenschapsopbouw en empowerment van de eigen groep en van andere achterge-

organisaties en verbanden (lbo’s) spelen in het leven van hun leden en bezoekers. Maar

stelde groepen en met de ondersteuning van individuele Rotterdammers die buiten het

ook in het leven van de Rotterdammers die zij met sociaal-maatschappelijke activi-

blikveld van de formele instituties vallen.

teiten ondersteunen of bij elkaar brengen. Daarbij wilden we specifiek inzicht geven in de vrijwilligersuren die deze lbo’s daarvoor inzetten en wat het de maatschappij zou

In dit verband is het goed het verschil tussen basishulp en (onvoorwaardelijke)

kosten als beroepskrachten deze activiteiten zouden uitvoeren. In nauwe samenwer-

aandacht enerzijds en activering gericht op maatschappelijke deelname en zelfred-

king met vijf grote Rotterdamse levensbeschouwelijke organisaties (Stichting Mara,

zaamheid anderzijds te benoemen. Dit is terug te zien in het verschil in oriëntatie tussen

SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010, Convent van kerken Rotterdam) verzamelden

lbo’s en wijkteams/andere formele ondersteunende organisaties: lbo’s zijn meer gericht

we daartoe informatie bij 176 Rotterdamse lbo’s, gingen we in gesprek met vrijwilligers

op basishulp en (onvoorwaardelijke) aandacht, formele organisaties meer op active-

en beroepskrachten en zetten we onze inzichten af tegen de inzichten uit de literatuur.

ring. Dat verschil moet erkend en benut worden in de samenwerking ten behoeve van kwetsbare burgers: je kunt elkaar aanvullen en versterken, zo geven de geïnterviewde

In deze slotbeschouwing zijn we als consortium aan het woord: de onderzoekers van het

vertegenwoordigers van beide ‘kanten’ aan. Via voorgangers, inloopcentra, huisbe-

Verwey-Jonker Instituut en de vertegenwoordigers van vijf grote Rotterdamse levens-

zoeken, cursussen, trainingen en (materiele) hulpverlening komen lbo’s met mensen

beschouwelijke organisaties (Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010,

in en buiten de eigen kring in contact die gebaat kunnen zijn bij ondersteuning door

Convent van kerken Rotterdam).

een wijkteam, welzijns- of zorgorganisatie. En omgekeerd maken die dienstverleners (als het goed is) gebruik van netwerken in wijken, waaronder lbo’s, om mensen die zij

Grote diversiteit in aard en omvang

begeleiden extra, andere en/of meer langdurige ondersteuning te kunnen geven. Extra

Deze inventarisatie laat allereerst zien hoe uiteenlopend de omvang van lbo’s in Rotterdam

hulp om de administratie op orde te brengen, een maatjescontact of andere vorm van

is: van organisaties met minder dan 100 leden tot organisaties met meer dan 1500 leden.

ruimhartige aandacht, of een plek om van door het leven gebutste bezoeker rustig op te

Van minder dan 50 tot meer dan 200 vrijwilligers. En van 0 tot meer dan 10 beroeps-

kunnen bloeien tot vrijwilliger.

krachten in dienst. Ruim de helft van de organisaties telt 1 tot 5 beroepskrachten. Daarbij is het opvallend dat een derde van de organisaties zonder beroepskrachten draait.

Levensbeschouwelijke organisaties mogen soms meer durven mensen in de ‘activeringsstand’ te zetten. Maar daarbij is het wel van belang dat het tot contact en samen-

Belangrijkste functie: informele hulp, zorg en onderlinge steun aan eigen gemeenschap

werking komt met wijkteams, wijkwelzijnsorganisaties en dergelijke. Dit onderzoek

Ondanks de verschillen in schaalgrootte zien we een rode lijn in de functies die deze

laat zien dat dat nog te vaak op toevallige contacten berust. Dat toeval kan een handje

organisaties vervullen binnen Rotterdam. Het overgrote deel biedt informele hulp, zorg

geholpen worden door te investeren in kennismaking met elkaar en door elkaars werk-

of onderlinge steun aan leden van de eigen gemeenschap, omdat er zich in die gemeen-

wijze leren kennen.

schap veel mensen in kwetsbare posities bevinden. Ook houden velen zich bezig met 71

Financiering komt vooral van eigen leden, bezoekers en deelnemers

Desalniettemin, dragen deze interne ‘bonding activiteiten’ net zo goed bij aan de samen-

De financiering van de verschillende functies van lbo’s komt in de meeste gevallen van

redzaamheid van de gemeenschap, inclusief haar kwetsbare leden, en zijn daarmee niet

de eigen leden, bezoekers en deelnemers. Ook geeft ongeveer 39% van de organisa-

minder belangrijk. Bonding kan bovendien tot bridging leiden: op individueel niveau

ties aan dat ze inkomsten verkrijgen van giften uit verschillende fondsen. 17% van de

(mensen ontwikkelen vaardigheden om een rol te kunnen spelen in de bredere maat-

lbo’s geeft aan financiering van de gemeente Rotterdam te ontvangen voor maatschap-

schappij) en op collectief niveau (een sterkere gemeenschap heeft meer ruimte, kennis

pelijke projecten, waarbij onderling grote verschillen waarneembaar zijn. Meestal is

en kunde om te bridgen). Om tot een inclusieve samenleving te komen zijn daarom

er rond maatschappelijke activiteiten van lbo’s geen subsidierelatie met de gemeente

zowel bonding als bridging nodig.

Rotterdam. Sommige lbo’s willen niet in een rol van opdrachtnemer van de gemeente komen omdat zij dan ook volgens de gemeentelijke criteria zouden moeten presteren

Een kwart van vrijwilligersuren gaat naar informele zorg en ondersteuning

en rapporteren. Er is ook behoedzaamheid vanuit de lbo’s vanwege wisselingen in het

Vrijwilligers bij de lbo’s besteden naar verhouding 25% van al hun uren aan activiteiten

beleid van de overheid. Men vertrouwt ook rond de vrijwillige inzet het meest op de

op het gebied van informele zorg en ondersteuning. Daarbij gaat het met name om het

eigen bronnen. Er zijn echter ook lbo’s, zoals veel internationale kerken, die wel subsidie

ondersteunen van mensen tijdens bepaalde perioden of ingrijpende gebeurtenissen in

zouden willen ontvangen, maar de weg daarnaartoe niet kunnen vinden.

het leven. Ook zetten lbo’s zich in voor het bestrijden van armoede en voorkomen dan wel oplossen van schulden, voornamelijk door middel van het bieden van praktische

Lbo’s dragen bij aan ontmoeting: bonding en bridging

begeleiding. Deze uitkomsten zijn geen verassing, aangezien het helpen van andere

Met hun activiteiten dragen lbo’s duidelijk bij aan het creëren van netwerken om

mensen veelal een kernwaarde is in het geloof of mensbeeld van lbo’s en gemeen-

mensen heen, een vangnet, een plek van ontmoeting. Vrijwilligers bij de lbo’s besteden

schappen.

naar verhouding 28% van al hun uren aan deze activiteiten. Ons onderzoek bevestigt de inzichten uit de literatuur dat religieuze betrokkenheid een belangrijke factor is voor de

Zonder religieuze/levensbeschouwelijke activiteiten en organisatorische inzet geen

sociale samenhang in een samenleving. En daarbij heeft meer dan de helft van de lbo’s

sociaal-maatschappelijke rol

oog voor zowel verbindingen binnen de eigen gemeenschap (bonding) als verbindingen

Lbo’s kunnen hun sociaal-maatschappelijke rol alleen vervullen als de continuïteit van

tussen verschillende groepen (bridging). Deze rol in het faciliteren van ontmoeting en

de inzet vanuit de betrokken gemeenschap(pen) bij de activiteiten geborgd is. Dat vraagt

sociale contacten is in de huidige participatiesamenleving, waarbij een sterk appèl wordt

om bestuurlijke en coördinerende taken (intern en extern). Vrijwilligers steken hier

gedaan op zelfredzaamheid en samenredzaamheid van mensen, van groot belang. De

ongeveer 18% van hun tijd in. Een deel van deze activiteiten wordt ook door betaalde

uitkomsten bevestigen ook dat sommige lbo’s vooral tijd besteden aan ontmoeting in

krachten uitgevoerd. Anderzijds doen vrijwilligers hier veel in, juist omdat er vaak geen

eigen kring en minder bijdragen aan ontmoeting via sociale activiteiten in en voor de

of weinig beroepskrachten bij het werk betrokken zijn.

bredere buurt. Vaak is dat een kwestie van gebrek aan capaciteit.

72

Ook hun religieuze/levensbeschouwelijke activiteiten zijn vaak verbonden met de

Vrijwilligers komen af op de uitstraling van een project, een gebouw/plek of werkwijze

maatschappelijke rol. Vrijwilligers bij de lbo’s besteden ongeveer 29% van al hun uren

binnen projecten. Zij hoeven ook niet alle ‘codes’ van een organisatie te kennen of te

aan religieuze activiteiten, waarvan 6% aan educatie, 19% aan bijeenkomsten en 4% aan

onderschrijven. Er zijn vrijwilligers die zich gewoon willen inzetten, of dat nu voor

externe communicatie en missionaire activiteiten. Zonder de op religie en zingeving

iets van een lbo is of niet. Het is dus ook zeker interessant om naar mogelijkheden voor

gerichte activiteiten is er in veel gevallen ook geen sprake van sociaal-maatschappelijke

werkervaringsplekken bij lbo’s te kijken.

activiteiten. Het levensbeschouwelijke is voorwaardelijk aan het sociaal-maatschappelijke, daar ontstaat de motivatie en inspiratie voor het maatschappelijke handelen. Deze

De inzet van lbo’s in aantal vrijwilligersuren en euro’s

voorwaardelijke relatie wil overigens niet zeggen dat het religieuze en sociaal-maat-

Gemiddeld besteden vrijwilligers per levensbeschouwelijke organisatie in Rotterdam

schappelijke binnen activiteiten niet gescheiden (kunnen) worden. Daarnaast is duide-

circa 27.000 uur per jaar aan maatschappelijke activiteiten. Aan de hand van twee

lijk dat regelmatig ook mensen met andere motivatie-bronnen betrokken kunnen zijn

verschillende berekeningswijzen hebben we een globale indicatie van de waarde van deze uren verkregen. Bij de methode van de vervangingswaarde, wordt gekeken wat per

bij religieus geïnspireerde organisaties en activiteiten.

type activiteit de kosten (waarde) zouden zijn geweest als het door een beroepskracht Vrijwilligers van lbo’s zijn sterk intrinsiek gemotiveerd om anderen te helpen

zou zijn uitgevoerd. Per activiteit is daarbij gekeken door wat voor soort beroepskracht

Uit onze gesprekken met vrijwilligers is heel duidelijk geworden dat zij intrinsiek sterk

deze uitgevoerd had kunnen worden uitgevoerd. Deze methode geeft, met andere

gemotiveerd zijn om zich in te zetten voor anderen. De vrijwillige inzet is geheel in lijn

woorden, aan hoeveel het een organisatie zou kosten als zij vrijwilligers voor beroeps-

met hun normen en waarden en vaak ook met de manier waarop ze zijn opgevoed. Deels

krachten zou vervangen. Via de marktwaarde benadering zijn die activiteiten van vrij-

is er ook sprake van groepsnormen die vrijwillige inzet bevorderen.

willigers berekend die direct een maatschappelijke meerwaarde voor de stad hebben en waarvoor ook daadwerkelijk een (commerciële) markt bestaat. Met andere woorden:

De bevindingen uit de gesprekken sluiten aan bij de algemene trends in vrijwilligers-

wat zou een inwoner voor de dienst betalen?

werk. Een deel van de mensen voelt zich geroepen, stelt weinig of geen grenzen aan de eigen inzet en is vaak jarenlang actief. Nieuwe groepen jongere vrijwilligers zijn vaak

Uitgaande van de vervangingswaarde is de totale inzet van lbo’s in Rotterdam goed

kritischer. Zij binden zich vaak voor kortere tijd en begrenzen hun inzet vaak scherper.

voor circa 195 tot 220 miljoen euro. De totale marktwaarde komt uit op circa 330

Het vraagt van lbo’s maatwerk om al deze vrijwilligers aan zich te blijven binden.

– 365 miljoen euro. In vergelijking met de uitkomsten van de studie uit 2008 (bere-

Tenslotte zijn er binnen het vrijwilligersbestand van de organisaties ook relatief veel

kende waarde van € 110-133 miljoen) betekent dit een substantieel hogere waarde. De

kwetsbare vrijwilligers, mensen van hoge leeftijd en daarnaast vrijwilligers die tevens

belangrijkste (en voor de hand liggende) verklaring hiervoor is dat in 2008 alleen de

leunen of leunden op de (immateriële of materiele) steun vanuit de organisaties. Er zijn

christelijke kerken zijn onderzocht en in de voorliggende studie is uitgegaan van alle

verschillende voorbeelden aangedragen van projecten waarmee organisaties bruggen

levensbeschouwelijke en religieuze organisaties. Daar waar in 2008 in de berekening

slaan naar vrijwilligers buiten de eigen kring.

werd uitgegaan van 250-300 kerken, is er nu in 2020 uitgegaan van 400-450 orga73

nisaties. Als gekeken wordt naar de gemiddelde waarde per organisatie zien we een

kunnen uitvoeren. Aan de andere kant kan een vrijwilliger informeler, vertrouwelijker

berekende vervangingswaarde van circa €465.000 en een marktwaarde van €780.000

en vaak ook langduriger contact hebben met een cliënt, juist omdat de vrijwilliger zich

per jaar. Van belang hierbij is op te merken dat er grote verschillen bestaan tussen de

niet hoeft te conformeren aan bepaalde voorschriften en tijdsbepalingen.

organisaties en dat de weergegeven bedragen een inschatting zijn van de gemiddelde waarden per organisatie. Zo loopt de bandbreedte van de vervangingswaarde bij de

Kansen voor samenwerking

onderzochte organisaties van een enkele tientallenduizenden euro’s tot ver boven de

Het bestuurlijk ideaal van de ‘participatiesamenleving’ doet een steeds groter beroep op

miljoen euro per jaar.

‘het maatschappelijk middenveld’ en de inzet van vrijwilligers. Een goede samenwerking met overheid en formele zorg en welzijnsaanbieders kan daarbij helpen. Daarbij

Het gemiddelde maatschappelijk rendement van een kerk bedroeg in de studie in

gaat de gemeente Rotterdam in haar beleid uit van een volwaardige plaats van infor-

2008 € 442.000, wat rekening houdend met inflatie, uitkomt op circa € 590.000 in

mele zorgverleners en de netwerken waar zij op hun beurt ondersteuning en inspiratie

2020, waarmee het tussen de waarden ligt die zijn berekend met de methoden van de

vandaan halen. Daarbij biedt ook de groeiende aandacht voor zingeving in de onder-

vervangingswaarde en de marktwaarde. Als we kijken naar het gemiddeld aantal uur

steuning van kwetsbare mensen kansen voor meer lokale samenwerking. Lbo’s hebben

per organisaties zien we dat in 2008 werd uitgegaan van circa 12.000 uur aan vrijwilli-

op dit terrein niet de waarheid in pacht, maar wel de nodige ervaring en expertise rond

gersinzet met een direct maatschappelijk rendement. Dit komt overeen met de 12.500

de voorwaarden waaronder contact met (kwetsbare) Rotterdammers hierover zinvol

uur die we hebben gehanteerd bij de berekening van de marktwaarde van activiteiten

is. Er valt van elkaar te leren op dit punt. Startpunt is echter dat partijen elkaar kennen,

met een direct maatschappelijk rendement.

erkennen, waarderen en als gelijkwaardig zien.

De berekende financiële waarden moeten vooral gezien worden als theoretische benade-

Eerder bespraken we de functie van ‘bonding’ en ‘bridging’ sociaal kapitaal, waarbij het

ringen van waardering van de werkzaamheden van de vrijwilligers. Het gaat bovendien

eerste, samengevat, zorgt voor saamhorigheid in eigen kring en het tweede voor verbin-

om de waardering van de werkzaamheden sec, waarbij de maatschappelijke effecten en

ding tussen groepen in de samenleving. Soms wordt daarnaast ook van ‘linking’ sociaal

de achterliggende economische waarde van de impact van de verrichtte vrijwilligers-

kapitaal gesproken. Dat is relevant als het om samenwerking van Lbo’s met (overheids)

diensten (bijvoorbeeld in de vorm van gezondheidswinst van geholpen mensen) niet

instanties gaat. Het gaat daarbij om ‘verticaal’ vertrouwen tussen individuen en instan-

zijn meegenomen.

ties. Als er veel linking sociaal kapitaal aanwezig is, dan vergemakkelijkt dat de verbindingen tussen de ‘leefwereld’ van (kwetsbare) mensen en de ‘systeemwereld’ van de

Ook blijft het een interessante discussie in hoeverre de inzet van vrijwilligers te verge-

instanties. Lbo’s zijn vaak goed in staat die verbindingen te helpen tot stand te brengen.

lijken is met die van een beroepskracht. Dit werkt twee kanten op. Zo is een logische

Omdat ze via hun leden in beide werelden staan en/of omdat ze via hun activiteiten

assumptie dat de beroepskracht ‘ervoor opgeleid is’ en het werk wellicht beter zou

langdurig present zijn in de leefwereld.

74

Beroepskrachten van welzijnsorganisaties en wijkteams zijn zich echter lang niet altijd

In het samenspel met (in)formele aanbieders zien de lbo’s hun toegevoegde waarde

bewust van de aanwezigheid van lbo’s in hun gebied en nog minder van wat ze precies

vooral in de laagdrempeligheid van hun activiteiten. Mensen komen daardoor wellicht

doen en daarmee van de mogelijkheden voor samenwerking. Maar ook voor lbo’s heeft

eerder in beeld, waarna lbo’s kunnen doorverwijzen naar het juiste loket. Lbo’s zijn ook

samenwerking lang niet altijd prioriteit. Vooral kleine organisaties zijn vaak druk met

aan minder voorwaarden en criteria gebonden en kunnen in die zin aanvullend zijn op

hun eigen identiteit en de positie van de eigen groep. Ook hebben veel kleinere organi-

het formele aanbod aan zorg en ondersteuning. Ze hebben met andere woorden een

saties, zonder beroepskrachten, hun handen vol aan het runnen van de dagelijkse zaken.

belangrijke plek aan het begin en aan het einde van de zorgketen. Kansen liggen er ook

Ons onderzoek laat zien dat 39% van de lbo’s samenwerkt met andere lbo’s. Daarnaast

bij complexe problemen, zoals GGZ problematiek in de wijk en de ontwikkeling dat

is er samenwerking met scholen (19%), wijkteams/buurtteams (17%), maatschappe-

mensen (met zorgvragen) steeds langer thuis blijven wonen. Wat kunnen lbo’s bete-

lijk werk (16%) en gemeente (13%). De samenwerking is veelal incidenteel of betreft

kenen in de ondersteuning van deze mensen?

een verwijsfunctie, structurele samenwerking komt veel minder voor. Er zijn zeker kansen om de rol van lbo’s in ‘de sociale basis’ te versterken en samenwerking te bevor-

Het is wel lastig om deze samenwerking op te bouwen en vast te houden, wanneer er

deren tussen lbo’s en reguliere, formele zorg- en welzijnsaanbieders. Kansen voor meer

door aanbestedingen steeds nieuwe partijen actief zijn in de gebieden. Relaties moeten

samenwerking zien lbo’s en (in)formele aanbieders in zorg en welzijn vooral in elkaar

dan telkens opnieuw opgebouwd worden. Waar andere organisaties en beroepskrachten

kennen en elkaar waar mogelijk aanvullen en naar elkaar verwijzen. Aangezien we zien

gaan en komen, zijn de levensbeschouwelijke organisaties vaak de stabiele factor in de

dat lbo’s voornamelijk gevestigd of actief zijn in één gebied, is het vooral ook interessant

wijk, iets wat beroepskrachten van (in)formele aanbieders in zorg en welzijn overigens

om op gebiedsniveau te zoeken naar relevante samenwerking. Daarbij is het wel goed

steeds vaker zien en benutten. Lbo’s hebben daarbij wel het gevoel dat zij vaker doorver-

om te beseffen dat lang niet alle lbo’s een betaalde kracht in dienst hebben. Dat vraagt

wijzen naar deze aanbieders dan andersom.

om andere manieren van samen optrekken en rekening houden met het karakter van lbo’s als vrijwilligersorganisaties, waar vaak pas na vijf uur mensen beschikbaar zijn,

Erkenning is belangrijk voor samenwerking, ook in dit onderzoek komt dat weer

omdat ze ernaast een betaalde baan hebben.

prominent naar voren. Maar wat betekent dat precies en betekent het voor alle gemeenschappen en organisaties hetzelfde? We stellen vast dat het beeld niet eenduidig is. Rond

Naast de focus op gebieden zien we dat bijna een derde van de lbo’s breder binnen

de informele hulp en ondersteuning die lbo’s bieden is er over het algemeen waardering

Rotterdam actief zijn. Dat betekent dat er naast een gebiedsgerichte aanpak ook ruimte

vanuit het stadsbestuur, althans zo ervaren de organisaties het die contact onderhouden

moet zijn voor organisaties die gebied overstijgend werken. Dat rekening houden met

met de Coolsingel. Maar er is een verschil tussen erkenning en waardering. Waardering

verschillende schaalniveaus waarop organisaties werken is essentieel. Gemeente en

betekent niet automatisch dat lbo’s als gelijkwaardige en vanzelfsprekende partners in

instellingen kunnen hierin meer naar lbo’s toe bewegen: nu worden buurtgerichte of

de wijk worden erkend. In dat opzicht geeft slechts 18% van de 176 lbo’s aan dat ze

kleine lbo’s nog niet automatisch gezien en uitgenodigd voor overleg of samenwerking.

voldoende erkenning ontvangen vanuit de gemeentelijke overheid.

75

Het is belangrijk om daarover het gesprek met elkaar aan te gaan. Welke beelden leven er

partners in buurten en wijken actief aanmoedigt via haar (meerjaren-) afspraken

over en weer? Hoe verhoudt het werk van de diverse organisaties zich tot elkaar binnen

met deze organisaties.

gebieden, maar ook gemeentebreed? Waar zit overlap, maar waar zitten ook de ‘witte

3. Zorg dat in het contact tussen lbo’s en overheid het bespreken van (oplossingen voor)

vlekken’? En waar zou je gezamenlijk kunnen of moeten optrekken? Een ander punt van

knelpunten in regelgeving en uitvoering van overheidsbeleid een sterkere plek krijgt.

aandacht is dat de vragen en problemen die op vrijwilligers afkomen steeds complexer

4. Er zijn lbo’s die een mooie bijdrage zouden kunnen leveren aan doelen van de

worden. Vrijwilligers(organisaties) willen graag helpen, maar willen niet het gevoel

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=d660a00b-1083-4319-b4c5-87ad8701f26e