CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20bb18263 Bijlage behorende bij 20b18264 - Onderzoek ' Omvang en karakter van de maatschappelijke activiteiten van levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam

Gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 17. Uitkomsten onderzoek Tel je zegeningen.42.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

18.899

4.417

8.518

0

40.957

85.291

Bezoeken aan o.a. zieken

1.519

9.748

1.562

3.940

0

1.740

18.509

Openstellen gebedshuis/gebouw voor bepaalde groepen

11.980

33.000

7.724

10.438

0

0

63.142

Inzamelingsacties/armoede bestrijding

1.186

12.999

2.373

6.520

0

0

23.078

Ondersteuning bij / voorkomen van schulden

13.175

17.948

676

531

0

24.046

56.376

Ondersteuning bij (vergroten kans op) vinden werk

10.810

394

120

37

0

528

11.889

Overige training, scholing, cursus en voorlichting (niet religieus)

6.790

8.912

4.539,8

2.596

0

4.626

27.463,8

0

274

40

195

0

0

509

60.022

120.490

28.563,8

45.311

0

83.193

337.580

Tolken en vertalen Totaal per religie/levensbeschouwing

5.4 Vrijwilligers en (in)formele zorgaanbieders aan het woord over zorg, ondersteuning en hulpverlening

“Waar ik me mee bezig houdt is de sociale kant. De eerste generatie is de taal vaak niet machtig en is vaak rond de pensioenleeftijd. Invullen van een formulier en bijvoorbeeld voorlichting over gezondheid.” (islamitisch)

Vrijwilligers die we spraken in de groepsgesprekken onderstrepen dat de activiteiten die zij vanuit de lbo’s organiseren direct en indirect bijdragen aan zorg, ondersteuning en

Ook maatjesprojecten komen ter sprake in de gesprekken met de vrijwilligers:

hulpverlening. Zo vertellen vrijwilligers:

“Het is een mooi initiatief in het Oude Noorden. Het maakt niet uit wie je bent, “We hebben een vluchtelingen meldpunt, stichting voor mekaar [voedselpakketten

als je hulp nodig hebt met uit je isolement te komen dan is er een maatje. Ik werd

voor mensen thuis, buiten de Voedselbank], palet [diaconaal inloophuis in de

zelf uitgenodigd bij de bevalling bij iemand, dat vond ik zo mooi, dat je zo veel

wijk], (voedselbank) en een maandelijkse boekenmarkt, deze is sociaal gezien ook

vertrouwen hebt gekregen. Daar krijg ik nog steeds kippenvel van. Het is een hele

erg belangrijk voor oude mensen.” (rooms-katholiek)

mooie invulling van onze vrije tijd.” 38

Uit de gesprekken met (formele) aanbieders werd duidelijk dat lbo’s vooral effectief zijn

Ook zetten lbo’s zich in voor het bestrijden van armoede en voorkomen dan wel oplossen

in ondersteuning rond armoede en schulden, omdat zij laagdrempelig zijn. Zo stelt een

van schulden, voornamelijk door middel van het bieden van praktische begeleiding.

aanbieder:

Deze uitkomst is in lijn met de inzichten uit het onderzoek Armoede in Nederland 2019.

“Op schuld en armoede zit onwijs veel schaamte en de laagdrempeligheid van deze

Deze uitkomsten zijn geen verassing, aangezien het helpen van andere mensen veelal

organisaties helpt daar enorm bij.”

een kernwaarde is in het geloof of mensbeeld van lbo’s en gemeenschappen. Op de motivatie van vrijwilligers om dit werk te doen komen we uitgebreid terug in hoofdstuk 8.

Daarnaast zijn lbo’s aanvullend op ‘het reguliere systeem’, omdat ze vaak buiten kantooruren beschikbaar en minder beperkt zijn door voorwaarden of toelatingscriteria.

Over de hele linie zien de lbo’s hun toegevoegde waarde vooral in de laagdrempeligheid

Dezelfde aanbieder:

van hun activiteiten. Mensen komen daardoor wellicht eerder in beeld, waarna lbo’s kunnen doorverwijzen naar het juiste loket. Lbo’s zijn ook aan minder voorwaarden en

“Bij professionele organisaties gaan de medewerkers ook weer om 5 uur naar huis.

criteria gebonden en kunnen in die zin aanvullend zijn op het formele aanbod aan zorg

Juist die andere organisaties kunnen dan helpen, die mensen leven hiervoor.”

en ondersteuning. Ze hebben met andere woorden een belangrijke plek aan het begin en aan het einde van de zorgketen. Het is hierbij altijd wel de afweging wat vrijwilli-

5.5 Duiding van de resultaten

gers kunnen doen in samenspel met beroepskrachten. Dit is wellicht een mooi thema 31

om met lbo’s, zorgaanbieders en gemeente over door te praten. Hoe versterk en help je elkaar en wat is daarvoor nodig? Op de samenwerking tussen lbo’s en (in)formele

Uit de resultaten blijkt duidelijk dat lbo’s in Rotterdam veel activiteiten organiseren

aanbieders gaan we uitgebreid in, in hoofdstuk 7.

op het gebied van informele zorg en ondersteuning. Zowel voor mensen van de eigen gemeenschap die dat nodig hebben als voor mensen buiten de gemeenschap. Vrijwilligers bij de lbo’s besteden naar verhouding 25% van al hun uren aan deze activiteiten (zie voor meer informatie hoofdstuk 9). Verreweg de meeste vrijwilligersuren worden ingezet bij voor het ondersteunen van mensen tijdens bepaalde perioden of ingrijpende gebeurtenissen in het leven.

31 In deze paragraaf zijn we als consortium aan het woord: Verwey-Jonker Instituut en vijf grote Rotterdamse levensbeschouwelijke organisaties (Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010, Convent van kerken Rotterdam). In deze paragraaf hebben we ook de input van de klankbordgroep meegenomen.

39

6

Religieuze- en bestuursactiviteiten

In ons onderzoek staat de sociaal-maatschappelijke rol van religieuze en levensbeschou-

Het is wezenlijk om te benadrukken dat de samenhang tussen het religieuze/levens-

welijke organisaties centraal. In de vorige hoofdstukken bespraken we dan ook hoe vrij-

beschouwelijke en het maatschappelijke in veel opzichten complex is. Allereerst kan

willigers zich inzetten voor sociaal-maatschappelijke activiteiten, zoals het bevorderen

het religieuze aspect doorwerken in verschillende aspecten van de maatschappelijke

van ontmoeting, het geven van informele zorg en ondersteuning. Maar vrijwilligers bij

inzet van religieus geïnspireerde gemeenschappen en organisaties: in de motivatie van

lbo’s zijn vaak ook betrokken bij religieuze activiteiten én bij activiteiten rond het besturen

beroepskrachten en vrijwilligers, in identiteit en publiek profiel van de organisatie,

en beheren in algemene zin. Deze inzet is gericht op het bestaan en de continuïteit van

bij de selectie en werving van (vrijwillige) medewerkers en ook in de inhoud van de

de gemeenschap of organisatie als geheel en de zaken die daarbij horen, zoals overleg.

activiteiten die aangeboden worden en soms in de mogelijke selectie van cliënten en

In zekere zin maakt bovenstaande inzet het mogelijk voor lbo’s om hun sociaal-maat-

bezoekers op grond van hun geloofsachtergrond (zie ook Sider en Unruh, 2004; Ebaugh

schappelijke rol te vervullen en daarom bespreken we deze inzet in dit hoofdstuk. Zo

et al., 2006). Dat gebeurt steeds weer anders, de rol van religie in de organisatie en de

geven we met ons onderzoek een totaalbeeld van de inzet van vrijwilligers bij lbo’s en

activiteiten van een organisatie kan zeer uiteenlopende vormen aannemen. Dat hangt

zien we ook hoe deze verschillende activiteiten zich tot elkaar verhouden. Dat doen we

allereerst samen met het bovengenoemde onderscheid tussen religieuze/levensbe-

overigens in navolging van het onderzoek Tel je Zegeningen uit 2008.

schouwelijke gemeenschappen én organisaties geïnspireerd door religie of levensbeschouwing, die uitdrukkelijk opgericht zijn met een maatschappelijk doel voor ogen.

6.1 Context en literatuur

Doelen van deze tweede groep organisaties zijn bijvoorbeeld goede dienstverlening aan individuen of groepen, aanwezig zijn voor mensen die anders ‘vergeten’ dreigen te

Religieuze activiteiten

worden, of het verbinden van vrijwilligers en goede doelen. In deze categorie vallen in

Tot op zekere hoogte kan een onderscheid tussen het religieuze en het maatschappe-

Rotterdam bijvoorbeeld de koepelorganisaties, inloophuizen, wijk- en buurtpastoraten

lijke gemaakt worden. Dat geldt zeker voor maatschappelijke activiteiten van levensbe-

en bezoekprojecten (zie Davelaar & Hamdi, 2019).

schouwelijk geïnspireerde stichtingen en verbanden. Waar het gaat om de sociale rol van de gemeenschappen zelf is dat ingewikkelder. Het geloof/de levensbeschouwing biedt

Maar dat onderscheid zegt nog niet alles: als we kijken naar de mate waarin het geloof de

inspiratie aan mensen om zich te bekommeren om de kwetsbare medemens. Geloofs-

inhoud van de maatschappelijke activiteiten – van gemeenschappen of dienstverlenende

regels, levensbeschouwelijke filosofieën of uitgangspunten verplichten of motiveren tot

projecten- beïnvloedt, dan komen we in ieder geval vier hoofdvarianten tegen. (Davelaar

compassie en daden. En het deel uitmaken van de gemeenschap, de moskee, kerk, syna-

& Van den Toorn 2010, voortbouwend op Sider & Unruh, 2004). Op de volgende pagina

goge of het inloophuis als ‘tweede huis’, brengt vaak een cultuur tot stand van onderlinge

noemen we deze varianten in volgorde van meest naar minst voorkomend.

hulp en inzet voor anderen buiten de gemeenschap. Zonder geloof geen geloofsgemeenschap en geen maatschappelijke inzet. Daarom hebben we ervoor gekozen om in deze studie ook de vrijwillige inzet rond religieuze bijeenkomsten en religieuze educatie en voorlichting in kaart te brengen. 40

•

•

Geloofsgecentreerd: Er wordt gewerkt vanuit een duidelijk onderscheid tussen reli-

•

gieuze, geloofsgerelateerde activiteiten en maatschappelijke activiteiten; geloofsin-

organisaties, die kunnen adviseren en ondersteunen. Te denken valt aan het zorgen

houd wordt aangeboden afhankelijk van de behoefte van de persoon.

voor handreikingen en het aanbieden van trainingen.

Geloof als vanzelfsprekend decor: Geloof speelt een impliciete rol in de organi-

6.2 Verdieping: aantal vrijwilligersuren rond religieuze activiteiten

satie zelf én in de activiteiten en is zo altijd, als een vaste waarde, op de achtergrond aanwezig. •

•

Aansluiting van organisaties/gemeenschappen bij grotere verbanden, zoals koepel-

Geloofsdoordrongen: Geloofsaspecten zijn sterk verweven met de activiteiten. Ze kunnen daar niet los van worden gezien, omdat juist de geloofsfactor de activiteiten

In totaal zijn er door de 40 organisaties, die de verdiepende vragenlijst hebben ingevuld,

zo effectief zou maken.

64.174 vrijwilligers uren ingezet voor verschillende activiteiten rond religieuze en levens-

Geloofsgerelateerd: Geloof maakt deel uit van de inspiratie van de organisatie, maar

beschouwelijke educatie in brede zin.32 Het gaat daarbij om activiteiten die specifiek als

geloofsaspecten worden bewust weggelaten uit alle activiteiten.

doel hebben om religieuze / levensbeschouwelijke kennis over te brengen. De resultaten die in dit hoofdstuk worden besproken gaan alleen om de ureninzet van de 40 organisaties

Activiteiten rond bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging

die de vragenlijst hebben ingevuld. Later maken we een vertaling naar alle lbo’s in de stad.

Zowel de primair religieuze, levensbeschouwelijke activiteiten als de maatschappelijke activiteiten kunnen alleen plaatsvinden als er ook een vorm van bestuur en beheer is en in veel

Verreweg de meeste uren worden besteed aan religieuze lessen en vormingsactiviteiten.

gevallen ook niet zonder afstemming en overleg met anderen: er is visie, geld en coördinatie

De islamitische organisaties zetten hier erg veel vrijwilligersuren op in, op ruime afstand

nodig om gebouwen te beheren en om het vrijdaggebed, kinderkerkdienst of de koffieoch-

gevolgd door de internationale kerken en de protestantse organisaties. Bij de rooms-ka-

tend voor buurtbewoners te laten plaatsvinden. Vrijwilligers moeten worden geworven en

tholieke organisaties is dit heel beperkt. Dit betekent niet altijd dat ze deze activiteit niet

begeleid, giften verdeeld en verantwoord, bezoeken aan zieken worden ingepland. Kortom:

uitvoeren, maar wel dat er geen of weinig vrijwilligers bij betrokken zijn. Soms ligt de

de randvoorwaarden moeten op orde zijn. Vaak zijn overigens ook daar vrijwilligers voor

uitvoering in handen van betaalde krachten.

verantwoordelijk. Daarom hebben we er voor gekozen om ook deze activiteiten rond bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging in dit onderzoek mee te nemen. Verschillen in organisatiegraad en organiserend vermogen hangen samen met: •

Verschillen in sociaal kapitaal/sterkte van de netwerken beschikbaar binnen de gemeenschappen.

•

Financiële armslag van de organisaties/gemeenschappen.

32 Om de inventariserende vragenlijst onder 176 organisaties behapbaar te houden, zijn we daar niet ingegaan op dit onderwerp. Daarom geven we in dit hoofdstuk alleen de resultaten uit de verdiepende vragenlijst weer.

41

Tabel 6.1 Vrijwilligersuren rond religieuze en levensbeschouwelijke educatie (n=40) Rooms-katholiek (n=7)

Protestants (n=12)

Islamitisch (n=9)

Internationale kerken (n=8)

Overig (n=1)

Lbo’s consortium (n=3)

Totaal per activiteit (n=40)

Religieuze lessen en vormingsactiviteiten

100

2.410

34.288

9.364

0

0

46.162

Bijeenkomsten / conferenties / seminars

18

2.138

7.943

6.636

160

360

17.255

Religieuze reizen33

300

81

256

120

0

0

757

Totaal per religie/levensbeschouwing

418

4.629

42.487

16.120

160

360

64.174

Protestants (n=12)

Islamitisch (n=9)

Internationale kerken (n=8)

Overig (n=1)

Lbo’s consortium(n=3)

Tabel 6.2 Vrijwilligersuren rond religieuze bijeenkomsten en activiteiten (n=40) Rooms-Katholiek (n=7)

Totaal per activiteit (n=40)

Reguliere (gebeds)bijeenkomsten

82.542

11.510

10.660

17.962

80

0

122.754

(Gebeds)bijeenkomsten bij feestdagen

7.635

952

1.910

1.428

64

0

11.989

Gebedsdiensten en activiteiten bij overige specifieke gelegenheden

1.933

1.480

1.012

1.590

5.120

0

11.135

Activiteiten rond religieuze bijeenkomsten en feestdagen

13.745

7.456

1.985

19.316

0

0

42.502

Totaal per religie/levensbeschouwing

105.855

21.398

15.567

40.296

5.264

0

188.380

Aan activiteiten rond religieuze bijeenkomsten en activiteiten zijn 188.380 vrijwilliger-

De minste uren worden over het algemeen ingezet bij gebedsdiensten en activiteiten bij

suren ingezet door de 40 organisaties in 2018. De meeste uren gingen vanzelfsprekend

overige specifieke gelegenheden (zoals uitvaarten, bruiloften). Bij de christelijke orga-

naar de meestal wekelijks terugkerende reguliere bijeenkomsten, zoals zondagse kerk-

nisaties gaan veel vrijwilligersuren zitten in de muzikale omlijsting van de diensten.

diensten en het islamitische vrijdaggebed. De rooms-katholieke organisaties zetten hier in vergelijking met de andere lbo’s de meeste vrijwilligersuren op in. Daarna volgen de

Een categorie met minder subcategorieën zijn de activiteiten rond externe communicatie

vrijwilligersuren voor bijeenkomsten bij feestdagen als (einde) ramadan (Eid al Fitr),

en missionaire activiteiten. Het gaat daarbij om activiteiten die op de buitenwereld gericht

offerfeest (Eid alAdha), Pasen en Kerst.

zijn met als doel het bredere publiek bekend te maken met de inspiratiebronnen, doelen en missie van de religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen en organisaties.

33 Het betreft hier voornamelijk de (voorbereiding en begeleiding van) bedevaarten.

42

6.3 Verdieping: aantal vrijwilligersuren rond bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging

Het kan daarbij gaan om (het organiseren van) het verspreiden van informatie in de samenleving over activiteiten en om het vragen van aandacht voor wat de gemeenschap of organisatie als maatschappelijke problemen zien. Het kan, de missionaire kant, ook gaan om het geven van uiting aan het geloof of inspiratiebronnen, om het bevorderen van het

In totaal geven de 40 organisaties, die de verdiepende vragenlijst hebben ingevuld, aan

gesprek over levensbeschouwing in de samenleving of om het bijdragen aan verspreiding

dat er 183.720 vrijwilligersuren naar het bestuur, beheer en de vertegenwoordiging van de

van een specifiek geloof.

organisatie gaan (18% van alle vrijwilligersuren).34 Voor de context is het goed om daarbij te noemen dat meer dan de helft van deze 40 organisaties geen of slechts één beroeps-

Vrijwilligers bij de islamitische organisaties besteden de meeste uren aan deze cate-

kracht in dienst heeft. De meeste uren worden ingezet op bestuur en beleid gevolgd door

gorie, vooral bij de missionaire activiteiten. Hieronder wordt het openstellen van het

het fysiek beheren van de gebouwen. Met name de islamitische organisaties hebben veel

gebedshuis, het verspreiden van informatiemateriaal en het geven van lezingen en

vrijwilligersuren ingezet voor alle activiteiten gericht op beleid, beheer en vertegenwoor-

presentaties en het ontwikkelen van studiemateriaal onder verstaan. Bij de katholieke

diging. De rooms-katholieke organisaties en de lbo’s in het consortium doen dit minder.

organisaties worden de meeste vrijwilligersuren besteed aan informatieverspreiding,

Tabel 6.4 Vrijwilligersuren rond bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging (n=40)

hierbij gaat het om het beantwoorden van vragen over de activiteiten, doelen en missie

RoomsKatholiek (n=7)

Protestants (n=12)

Islamitisch (n=9)

Internationale kerken (n=8)

Overig (n=1)

Lbo’s consortium (n=3)

Totaal per activiteit (n=40)

Bestuur en beleid

8.500

24.892

24.965,5

12.788

1.156

2.000

74.301,5

Administratie

2.423

5.122

4.489,5

7.683

80

380

20.177,5

Vertegenwoordiging van de organisatie of gemeenschap

412

1.806

979,2

1.183

80

24

4.484,2

Fysieke beheer van gebouwen

1.094

8.206

44.847

9.702

0

752

64.601

van de organisatie aan individuen of organisaties en om het deelnemen aan conferenties en bijeenkomsten om bewustwording te creëren rond maatschappelijke problemen. De protestantse organisaties en de internationale kerken besteden om en nabij evenveel vrijwilligersuren aan missionaire activiteiten als aan informatieverspreiding. Tabel 6.3 Vrijwilligersuren rond externe communicatie en missionaire activiteiten (n=40) Roomskatholiek (n=7)

Protestants (n=12)

Islamitisch (n=9)

Internationale kerken (n=8)

Overig (n=1)

Lbo’s consortium (n=3)

Totaal per activiteit (n=40)

Missionaire activiteiten

3.612

3.712

10.642

4.317

200

192

22.675

Ondersteuning vrijwilligers

1.749

3.826

5.007

6.290

44

3.240

20.156

Informatieverspreiding

6.211

4.206

3.718,4

4.168

76

416

18.795,4

14.178

43.852

80.288,2

37.646

1.360

6.396

183.720

8.485

276

608

41.470,4

Totaal per religie/ levensbeschouwing

Totaal per religie/ levensbeschouwing

9.823

7.918

14.360,4

34 Om de inventariserende vragenlijst onder 176 organisaties behapbaar te houden, zijn we daar niet ingegaan op dit onderwerp. Daarom geven we in dit hoofdstuk alleen de resultaten uit de verdiepende vragenlijst weer.

43

6.4 Duiding van de resultaten35

Ook zien we verschillen in de manier waarop deze bestuurstaken georganiseerd worden. Zo vindt het bij protestantste kerken, moskeeën en kleine zelfstandige inter-

In dit onderzoek staat de sociaal-maatschappelijke rol van religieuze en levensbeschou-

nationale kerken vooral lokaal plaats, terwijl rooms-katholieke lbo’s deel uitmaken van

welijke organisaties centraal. Deze rol kunnen zij echter alleen vervullen als de conti-

een groter bestuurlijk verband. Bij deze laatste categorie ligt lokaal het accent meer op

nuïteit van de gemeenschap van de organisatie geborgd is. En ook hun religieuze activi-

het praktisch mogelijk maken van activiteiten en is er lokaal minder overhead, omdat de

teiten zijn onlosmakelijk verbonden met deze rol.

bestuurlijke verantwoordelijkheid in het grotere verband (parochie met meer locaties, federatie, bisdom) gedragen wordt.

Vrijwilligers bij de lbo’s besteden naar verhouding 29% van al hun uren aan religieuze activiteiten: 6% aan educatie, 19% aan bijeenkomsten en 4% aan externe communicatie

Tot slot willen we nog een keer benadrukken dat we hier alleen naar uren van vrijwil-

en missionaire activiteiten. Daarnaast besteden ze naar verhouding 18% van hun tijd aan

ligers hebben gekeken. Een deel van religieuze en bestuursactiviteiten wordt ook door

bestuur, beleid, beheer en vertegenwoordiging (zie voor meer informatie hoofdstuk 9).

betaalde krachten uitgevoerd en zijn dus niet terug te zien in de uren aantallen in dit hoofdstuk.

Als het gaat om religieuze activiteiten, dan zien we (grote) verschillen tussen de verschillende religieuze/levensbeschouwelijke stromingen. Zo besteden islamitische lbo’s relatief veel uren aan religieuze lessen en vormingsactiviteiten, terwijl rooms-katholieke lbo’s vooral veel uren inzetten voor het organiseren van reguliere (gebeds)bijeenkomsten. Een verklaring voor het laatste kan zijn dat in deze bijeenkomst vaak koren zingen, waarin veel vrijwilligers actief zijn. Maar ook het feit dat activiteiten en ontmoeting vaak in het verlengde van de zondagsviering plaatsvinden. Dit laatste geldt ook in sterke maten voor internationale kerken. Ook rond de bestuurlijke taken zien we aardig grote verschillen. Zo besteden met name de islamitische lbo’s veel tijd aan het beheer van gebouwen en zijn internationale kerken naar verhouding veel tijd kwijt aan administratie. Bij het beheer van panden gaat het o.a. om het in stand houden van, vaak historische, panden in de stad.

35 In deze paragraaf zijn we als consortium aan het woord: Verwey-Jonker Instituut en vijf grote Rotterdamse levensbeschouwelijke organisaties (Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010, Convent van kerken Rotterdam). In deze paragraaf hebben we ook de input van de klankbordgroep meegenomen.

44

7

Samenwerking tussen lbo’s, aanbieders van zorg en welzijn en de gemeente

In de vorige hoofdstukken stonden de omvang, het karakter en de activiteiten van lbo’s

•

in Rotterdam centraal. In dit hoofdstuk gaan we in op de onderlinge samenwerking, de

Op buurt- en wijkniveau samenwerking rond leefbaarheid, veiligheid, samenleven, zorg en welzijn (met wijkteams, welzijnswerk, politie, onderwijs).

samenwerking met (in)formele aanbieders in zorg en welzijn en de samenwerking met de gemeente.

7.1

We bespreken hier informatie uit eerder onderzoek, met de nadruk op inzichten rond de samenwerking rond de versterking van samenwerking in buurten en wijken rond infor-

Context en literatuur

mele zorg en ondersteuning en versterking van de verbinding en sociale samenhang.

In Rotterdam is er, zo blijkt uit recente beleidsdocumenten van de gemeente, activiteitenoverzichten van bijvoorbeeld Convent van Kerken en SPIOR, en eerder onder-

Eerder bespraken we de functie van ‘bonding’ en ‘bridging’ sociaal kapitaal, waarbij het

zoek (Davelaar & Van den Toorn, 2010), samenwerking tussen lbo’s onderling en

eerste, samengevat, zorgt voor saamhorigheid in eigen kring en het tweede voor verbin-

met anderen op de volgende vlakken:

ding tussen groepen in de samenleving. Soms wordt daarnaast ook van ‘linking’ sociaal kapitaal gesproken. Dat is relevant als het om samenwerking van Lbo’s met (overheids)

• •

•

•

•

Interreligieuze ontmoeting in de stad: zowel tussen vertegenwoordigers (voorgan-

instanties gaat. Het draait dan om de mate waarin mensen relaties kunnen leggen met

gers, bestuursleden) als tussen leden en bezoekers.

(personen in) instituties en netwerken die macht over hen uitoefenen en hen kunnen

Overleg met de overheid rond problemen en spanningen in de samenleving: het

voorzien of afhouden van ondersteuning of hulp, banen et cetera. (Claridge, 2018,

gaat om ‘weten wat er speelt’, het signaleren en agenderen van problemen van speci-

Hawkins & Maurer, 2010). Het gaat daarbij om ‘verticaal’ vertrouwen tussen individuen

fieke groepen en soms om gezamenlijk crisismanagement bij spanningen in de

en instanties. Als er veel linking sociaal kapitaal aanwezig is, dan vergemakkelijkt dat

samenleving.

de verbindingen tussen de ‘leefwereld’ van (kwetsbare) mensen en de ‘systeemwereld’

Samenwerking wordt ook gezocht rond het vinden van geschikte ruimten voor de

van de instanties. Lbo’s zijn vaak goed in staat die verbindingen te helpen tot stand te

religieuze en maatschappelijke activiteiten en het onderhoud van monumentale

brengen. Omdat ze via hun leden in beide werelden staan en/of omdat ze via hun activi-

gebouwen.

teiten langdurig present zijn in de leefwereld.

Stedelijke samenwerking via de koepelorganisaties van de levensbeschouwelijke stromingen ter ondersteuning van de vrijwillige inzet in stad, wijk en buurt door het

Transitie

onderhouden en versterken van een goede stedelijke infrastructuur.

Waar samenwerking tussen lbo’s onderling, met de gemeente en met aanbieders van

Thematische samenwerking door afzonderlijke lbo’s (op stedelijk en wijk/buurtni-

zorg en welzijn in de stad plaatsvindt, gebeurt dat voor een groot deel binnen het lokale

veau) met (andere) aanbieders van zorg en welzijn of de overheid, bijvoorbeeld rond

systeem van zorg en ondersteuning van (kwetsbare) mensen. Daarbij heeft er in de

integratie en emancipatie, armoedebestrijding en schuldhulpverlening, situatie van

laatste vijftien jaar - met een versnelling vanaf 2015 - een transitie plaatsgevonden naar

kwetsbare ouderen, ongedocumenteerde migranten en risicojongeren.

het steeds meer op wijk- en buurtniveau organiseren van deze ondersteuning.

45

Het kader daarvoor vormt de Wet op de Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) die

Ook ziet hij brede lokale samenwerking ontstaan via lokale platforms en dergelijke

gemeenten verantwoordelijk maakt voor het vormgeven van deze ondersteuning. Dit

waarin veel verschillende kerken samenwerken, die voorheen meer solistisch hun

kader kenmerkt zich door nabijheid van zorg, maatwerk en integrale zorg en ondersteu-

sociale rol vormgaven (Noordegraaf, 2014). Tegelijkertijd stelt hij vast dat het niet in

ning, preventie, meer eigen verantwoordelijkheid (zelfredzaamheid) en inschakeling

elke gemeente is gelukt de WMO in het brede kerkelijke veld te laten landen. Dit vergt

door mensen die ondersteuning nodig hebben van hun directe informele netwerk.

immers een vertaalslag en vereist het vermogen om zich de beleidstaal en het beleidsdenken van de (lokale) overheid eigen te maken. Ook haalt hij de belangrijke rol aan van

Nabijheid van zorg en welzijn

professionele kaders en “ter zake kundige en volhardende vrijwilligers” ofwel “voor-

Achter deze ontwikkelingen schuilt een bredere herziening van de verzorgingsstaat,

trekkers”. Dat laatste is een bron van zorg binnen de kerken, die te maken hebben met

ingezet vanaf de jaren tachtig, met als doel en resultaat een kleinere rol voor de overheid

krimp. Ze worden geconfronteerd met gebrek aan menskracht en financiën.

in het sociale domein. De economische crisis van 2008 –2012 versterkte deze versobering of terugtrekking van de verzorgingsstaat (Elander et al., 2012). Vanaf 2015 (Wmo,

Platform 31 (Engbersen & Lupi, 2015) onderzocht in Rotterdam onder andere de rol van

2015) kreeg deze ontwikkeling in Nederland de vorm van een grote decentralisatieope-

levensbeschouwelijke organisaties bij vernieuwing van het welzijnswerk, een belang-

ratie die de gemeenten verantwoordelijk maakte voor het sociale domein. De belofte

rijk werkveld binnen de Wmo. Ze constateerden dat het formele welzijnswerk onvol-

van nabijheid was een belangrijk uitgangspunt van deze ‘verhuizing van de verzorgings-

doende de ‘sluimerende kracht van informele netwerken’ kan benutten. Met de term

staat’ (Bredewold et al., 2018).

‘slow social work’ geven zij aan dat levensbeschouwelijke initiatieven vaak in staat zijn om aan te sluiten bij de sfeer en het tempo van kwetsbare mensen en daarmee als voor-

Verschillende publicaties gaan in op de samenwerking door lbo’s met anderen in het

beeld kunnen dienen voor andere initiatieven en organisaties in de buurt: ‘Niemand

licht van de Wmo (zie ook Davelaar et al., 2017: 21-23, 76-77). Jager-Vreugdenhil (2012)

(...) gelooft in gemakkelijke kunstjes van snel wisselende professionele passanten. Veel

onderzocht eerder hoe reëel de verwachtingen zijn van de overheid jegens kerken. Ze

maatschappelijk initiatief, ontplooid door religieuze organisaties, heeft kenmerken van

concludeerde dat kerken veel doen in de samenleving, maar dat ze primair geloofs-

(…) slow social work. Het zijn vertrouwde organisaties met vertrouwde gezichten die

gemeenschappen zijn en de overheid moet waken voor oneigenlijke verwachtingen.

niet uit zijn op snel succes.’ (Engbersen & Lupi, 2015: 5-6)

Noordegraaf (2012; 2014) pleitte op basis van zijn onderzoek naar de rol van kerken binnen de Wmo voor actieve maar kritische participatie van kerken in het lokale onder-

‘Slow social work’ kan helpen verbindingen tot stand te brengen in buurten en wijken,

steuningsaanbod van zorg en welzijn dat overheden en formele organisaties samen met

tussen formele organisaties en informele netwerken waar lbo’s deel van uitmaken. ‘Met

de civil society (willen) organiseren. Hij concludeert dat de introductie van de Wmo

name kerken hebben contact met zeer kwetsbare burgers in directe bestaansnood. Op

twee positieve effecten op kerken heeft gehad: ten eerste dwong het kerken scherper

het punt van samenwerking met het religieuze veld is daarom nog veel terreinwinst te

na te denken over de vraag hoe zij kerk willen zijn in de lokale samenleving en welke

boeken. Dit vraagt wel een andere manier van werken.’ (Engbersen & Lupi, 2015: 76)

verbindingen zij willen aangaan met overheid en maatschappelijke organisaties. 46

De beroepsmatig werkende ondersteuners moeten ook de kans krijgen vertrouwde

Tegelijkertijd benadrukken auteurs de schaduwzijden van de participatiesamen-

gezichten worden voor buurtbewoners en connectie willen en kunnen maken met de

leving met al haar nadruk op zelfredzaamheid, de afbraak van professionele zorg en

informele netwerken. De auteurs bepleiten daarbij de waarde van de in de stad aanwe-

de overheid die ‘affectieve burgers’ probeert te kweken. De meest kwetsbaren moeten

zige infrastructuur van kerkelijk maatschappelijk ondersteuningswerk (de koepelor-

het van breed beschikbare, goede professionele zorg en ondersteuning hebben en niet

ganisaties) goed te benutten: ‘Het is een unieke structuur en ze biedt unieke uitkijk-

afhankelijk zijn van overvraagde vrijwilligers of van vrijwilligers die ‘verplicht worden

posten op het omvangrijke religieuze veld. Ook is het belangrijk om vast te stellen dat

tot zorgzaamheid’ (Bredewold et al., 2018; Tonkens & Duyvendak, 2013; Kampen &

deze vier organisaties een omvangrijke groep vrijwilligers op de been weten te brengen.’

Duyvendak, 2016).

36

(Enbersen & Lupi, 2015: 77).

Anderen stellen daar tegenover dat de keuze niet beperkt moet worden tot òf de overheid 37

Ook door de Wmo-werkplaats Rotterdam is geschreven over ‘slow social work’ waarin

òf de verantwoordelijke burger en diens informele netwerk, vaak versmald tot vrienden

wordt gezocht naar het tempo van de ander om zo natuurlijkerwijs aansluiting te vinden

en familie. De echte slag naar de informele verbanden en netwerken, het particuliere

bij de leefwereld van de ander (Ter Avest, 2015) en over de zoektocht naar betekenisvolle

initiatief is nog niet gemaakt.38 Duidelijk is dat veel wijkteams die de laagdrempelige

plekken in wijken en buurten (Ter Avest, 2016). Levensbeschouwelijk geïnspireerde

toegang tot gemeenten moeten zijn nog worstelen met hoe ze de aansluiting maken met

gemeenschappen en professionals kunnen daar een rol in vervullen (Ter Avest & Van

informele zorg- en ondersteuningsnetwerken in wijken (Van Arum & Schoorl, 2016).

Voorst, 2014).

En op het punt van het betrokken van die informele hulpbronnen hebben levensbeschouwelijke organisaties vaak veel ervaring (Davelaar et al., 2017).

De laatste jaren woedt er landelijk een stevig debat over de vraag of er sprake is van ‘doorgeschoten zelfredzaamheid’. Aan de ene kant staan auteurs die stellen dat ondanks alle

Dat de aansluiting vaak moeizaam tot stand komt, bleek eveneens uit onderzoek in

aandacht voor eigen kracht, eigen initiatief en zelfredzaamheid, de kracht van mensen

Den Haag (Van den Toorn et al, 2018), waar er rond de Wmo sprake is van gescheiden

en hun informele verbanden nog steeds nauwelijks ruimte krijgt en de bureaucratische

werelden die elkaar maar moeizaam weten te bereiken. Veel gemeenschappen zouden

en van de werkelijkheid losgezongen systeemwereld professionals het verkeerde laat

goed hun leden kunnen empoweren met behulp van een collectief ondersteunings-

doen en kwetsbare mensen over één kam scheert, betuttelt en uitsluit (Hilhorst & Van

aanbod vanuit de Wmo, of bezoekers die aankloppen voor hulp beter wegwijs kunnen

der Lans, 2016). Kortom: de beloften van de participatiesamenleving worden niet inge-

maken in de wereld van buurtteams e.d. voordat problemen verergeren. Zij lopen echter

lost en de kracht van de samenleving wordt onvoldoende benut.

tegen een aantal problemen aan die ondanks grote verschillen in signatuur en werkwijze vaak overeenkomen.

36 De auteurs doelen hier op: SKIN-Rotterdam, SPIOR, Stichting MARA, Samen 010 en de wijkpastoraten. 37 Samenwerkingsverband van o.a. Hogescholen in de regio, inmiddels onder een andere naam actief: https://www.werkplaatssociaaldomeinzhz.nl/.

38 https://www.socialevraagstukken.nl/aan-de-keukentafel-ontbreekt-een-belangrijke-partij/.

47

Er gaat veel aandacht en energie zitten in het oplossen van basale problemen, zoals

De samenwerking is veelal incidenteel of betreft een verwijsfunctie, dit is in 55% het

onvoldoende beheersing van het Nederlands, ontbreken van werk, armoede, huisves-

geval. Bij de katholieke en protestantse organisaties zijn de meeste samenwerkingen

tingsproblemen, geen verblijfsrecht. Hierdoor is er weinig ruimte voor activiteiten in

incidenteel. Daarnaast hebben ze vooral een verwijsfunctie richting de sociale dienst

het kader van de Wmo.

van de gemeente, artsen en ziekenhuizen, thuiszorg, schuldsanering, GGZ en versla-

•

Overbelasting van leden en voorgangers, vanwege de vele hulpvragen uit de

vingszorg. De internationale kerken verwijzen hoofdzakelijk naar andere organisaties,

gemeenschappen.

ze gaan in mindere mate een incidentiele of structurele samenwerking aan. Bij de isla-

Met name kleinere lbo´s en lbo´s geworteld in migrantengemeenschappen - hebben

mitische organisaties is het meer verdeeld, zij zetten zowel in op incidentiele samenwer-

weinig tot geen contact met de gemeente, maar zouden dat wel graag willen.

kingen als verwijsfuncties.

•

Er is geen reden om aan te nemen dat de situatie tussen Den Haag en Rotterdam op dit

Structurele samenwerkingen komen veel minder voor. We zien dat de belangrijkste

punt heel erg verschilt.

structurele samenwerking met andere religieuze en levensbeschouwelijke organisaties is (39%). Daarna volgt de samenwerking met scholen (19%), wijkteams/buurtteams

7.2 Brede inventarisatie: lbo’s over samenwerking

(17%), maatschappelijk werk (16%) en gemeente (13%). Uitgesplitst naar religie/levensbeschouwing zien we dat bij de islamitische organisaties een kwart van hen aangeeft dat

In figuur 8.1 op de volgende pagina, zien we met wie de lbo’s in ons onderzoek samen-

ze structureel samenwerken met scholen, jongerenwerk, wijkteams, gemeente, politie

werken en of deze samenwerking incidenteel of structureel is of vooral bestaat uit door-

en andere levensbeschouwelijke organisaties. Dit is meer dan bij de andere religies/

39

verwijzen. Deze aantal zijn gebaseerd op de eigen inschatting van lbo’s.

levensbeschouwingen. De internationale kerken geven aan weinig structurele samenwerkingen te hebben, alleen het maatschappelijk werk en het jongerenwerk wordt door

De meeste organisaties geven aan samen te werken met andere religieuze en levensbe-

een aantal kerken als een structurele samenwerking bestempeld. Wel werkt 33% van de

schouwelijke organisaties (149x), maatschappelijk werk (126x) en de gemeente (120x).

internationale kerken structureel samen met andere religieuze en levensbeschouwe-

Het minst wordt er samengewerkt met zorg voor (ex-) gedetineerden (62x), Centra voor

lijke organisaties. Een substantieel deel van de rooms-katholieke organisaties geeft aan

Jeugd en Gezin (72x en de GGZ-instellingen (73x).

structureel samen te werken met asielzoekerscentra/vluchtelingenwerk, dit is meer dan bij de andere organisaties. Meer dan de helft van de protestantse organisaties geeft aan structureel samen te werken met andere religieuze en levensbeschouwelijke organisaties, bij de andere religies/levensbeschouwingen ligt dit rond de 30%.

39 We gaven hierbij de volgende uitleg: Met verwijsfunctie bedoelen we: u verwijst mensen uit uw eigen gemeenschap of uit de buurt door naar bijvoorbeeld een dokter, Wijkteam of gemeente. Incidentele samenwerking wil zeggen dat u af en toe met andere organisaties of instellingen samenwerkt, bijvoorbeeld door samen een bijeenkomst te organiseren of elkaar een enkele keer te ontmoeten en te spreken over een onderwerp. Bij structurele samenwerking gaat het om gezamenlijke projecten of ontmoetingen/ bijeenkomsten meerdere keren per jaar.

48

Figuur 8.1 Samenwerking met andere instellingen, in percentages (N=174)

Asielzoekerscentra/ vluchtelingenwerk

11%

Zorg voor (ex) gedetineerden

12%

Schuldsanering

GGZ Artsen en ziekenhuizen

SoZaWe (sociale dienst) Centra voor Jeugd en Gezin

19%

Maatschappelijk werk

23%

Wijkteams/ buurtteam

22%

Jongerenwerk

14%

Scholen

10%

Andere religieuze en levensbeschouwelijke organisaties

10%

0% Verwijsfunctie

50%

7%

14%

29%

58%

5%

18%

31%

17%

30%

49%

13%

25%

28%

16%

33%

37%

19%

34%

14%

39%

37% 20% Incidentele samenwerking

31%

13%

35%

21%

47%

4%

20%

29%

Gemeente

58%

4%

17%

21%

52%

5%

18%

25%

45%

6%

22%

28%

Thuiszorg

47%

8%

25%

20%

46%

7%

23%

24%

Politie

58%

5%

17%

21%

Opvangorganisaties

64%

5%

19%

Verslavingszorg

47%

9%

33%

40% Structurele samenwerking

49

60% Geen samenwerking

80%

100%

Verschillende lbo’s (36), die de inventariserende vragenlijst hebben ingevuld, noemen

Erkenning

het geven van tijd en aandacht aan kansarme of mensen die buiten de ‘blik’ van de

We hebben in de brede inventarisatie de lbo’s ook de vraag voorgelegd of ze vinden dat

gemeente vallen als een belangrijke meerwaarde dit zij hebben ten opzichte van andere

hun lbo voldoende erkenning krijgt voor de maatschappelijke en sociale activiteiten die

organisaties in de stad. Uit hun antwoorden blijkt dat de organisaties erg betrokken

ze verrichten.40 De meeste organisaties vinden dat ze voldoende erkenning uit eigen

zijn bij mensen die bijvoorbeeld eenzaam zijn en net buiten de boot vallen: “Waar in

kring krijgen voor de maatschappelijke activiteiten die zij organiseren (81%). Dit geldt

de samenleving de individualisering hard is gegroeid en de ‘zwakkeren’ in de samenle-

in veel minder mate voor erkenning vanuit de samenleving (30%) en nog minder voor

ving alleen komen te staan in hun sociale contacten en familie en financiële uitdagingen,

de erkenning van de zijde van de gemeentelijke overheid (18%).

mogen wij een open kerk zijn waar mensen gezien, gehoord en geholpen worden naar ons vermogen”. Verder blijkt uit de vragenlijst dat levensbeschouwelijke organisaties hulp

Bij de erkenning vanuit de eigen gemeenschap geven alle islamitische organisaties aan

bieden aan individuen die hulp nodig hebben buiten de reguliere zorg:

dat ze genoeg erkenning krijgen. Bij de internationale kerken zien we dat 7% aangeeft niet genoeg erkenning te krijgen van de eigen gemeenschap, dit percentage ligt hoger

“Ik denk dat wij vaak in het gat kunnen zitten dat de overheid openlaat. Wij kunnen

dan bij de andere organisaties. Ook als het gaat om erkenning van de gemeente geeft

bijvoorbeeld vaak wel even bijspringen met boodschappen of een fiets regelen. Wij

een groot deel van de internationale kerken aan niet genoeg erkenning te krijgen (46%).

hebben weer andere netwerken.”

Naar verhouding voelen de protestantse organisaties zich nog het meest erkend door de gemeente Rotterdam.

“Wij hebben onze oren en ogen open voor de samenleving. Waar nood is willen wij helpen, zeker als mensen net buiten de criteria van gemeentelijke hulpinstanties vallen. Wij helpen met geld, goederen en diensten.”

40 We hebben deze term niet verder toegelicht in de vragenlijst. We hebben aan lbo’s gelaten wat ze onder erkenning verstaan.

50

7.3 Vrijwilligers en (in)formele zorgaanbieders aan het woord over samenwerking

Tabel 8.2 Erkenning voor maatschappelijke en sociale activiteiten, uitgesplitst naar religie/levensbeschouwing (N=176) Ja

Een beetje

Nee

Niet van toepassing

Tijdens de groepsgesprekken zijn veel voorbeelden gegeven van samenwerking in de

Rooms-katholiek Van de eigen gemeenschap

78%

19%

3%

0%

Van de gemeente Rotterdam

14%

30%

38%

19%

Van de samenleving als geheel

24%

49%

16%

11%

Van de eigen gemeenschap

86%

10%

0%

4%

Van de gemeente Rotterdam

28%

45%

14%

14%

Van de samenleving als geheel

39%

39%

12%

10%

Van de eigen gemeenschap

96%

4%

0%

0%

Van de gemeente Rotterdam

15%

31%

39%

15%

Van de samenleving als geheel

35%

46%

15%

4%

Van de eigen gemeenschap

69%

20%

7%

4%

Van de gemeente Rotterdam

11%

29%

46%

15%

Van de samenleving als geheel

20%

40%

29%

11%

Van de eigen gemeenschap

86%

14%

0%

0%

Van de gemeente Rotterdam

29%

43%

29%

0%

Van de samenleving als geheel

57%

29%

14%

0%

stad tussen (in)formele aanbieders voor zorg en welzijn en levensbeschouwelijke initiatieven. Veelal wordt benadrukt dat waar er samenwerking is, deze vaak organisch is gegroeid. Het verloopt niet volgens vaste structuren of planning.

Protestants

Genoemd worden o.a. Leger des Heils, wijkpastoraten, moskeeën, kerken en levensbeschouwelijk geïnspireerde initiatieven als Motto (op levensvragen en zingeving gerichte huisbezoeken aan kwetsbare ouderen). Ook wordt gewezen op vrouwengroepen, voedselof kledingbanken die opgezet zijn door levensbeschouwelijk geïnspireerde verbanden.

Islamitisch

In verschillende gesprekken kwam naar voren dat het belangrijk is dat (in)formele aanbieders voor zorg en welzijn en levensbeschouwelijke organisaties elkaar beter kunnen vinden. Doorverwijzen en samenwerken is een stuk makkelijker als je elkaar

Internationale kerken

kent en weet van een ander wat hij/zij doet. De huidige samenwerking gaat twee kanten op, zo benadrukken ook vertegenwoordigers van formele aanbieders voor zorg en welzijn in de stad: wijkteams en welzijnsor-

Overig

ganisaties en stedelijke organisaties met loketfuncties maken gebruik van netwerken in wijken om mensen die zij onder hun hoede hebben extra en/of meer langdurige ondersteuning te kunnen geven. Daarvoor kloppen sommigen bij lbo’s aan. Een manager van meerdere wijkteams ziet veel en groeiende samenwerking, bijvoorbeeld met een wijkpastoraat: “Zij hebben allerlei vrijwilligers opgetrommeld voor het helpen bij belasting en administratie, bijvoorbeeld mensen die vroeger accountant waren.”

51

Omgekeerd verwijst het wijkpastoraat mensen met bijvoorbeeld grote verslavingspro-

vanuit levensbeschouwelijke achterbannen naar onze trainingen. We hebben het

blematiek door naar een wijkteam.

erover gehad hoe kunnen wij het op maat leveren voor die levensbeschouwelijke organisaties.”

“In die zin werken zij als voorselectie en doorverwijzing voor ons.” Vooral kleinere religieuze gemeenschappen doen veel zelf. De lbo’s in het consorNiet overal is het contact even sterk. Een wijkmakelaar vertelt dat ze weet dat lbo’s veel

tium vormen een belangrijke rol om de brug naar hen te slaan. (School)maatschappe-

doen in haar wijk, maar minder vaak aansluiten bij wijkoverleg. Er is wel contact, de

lijk werkers van deze instelling gaan soms op zoek naar contacten of sleutelpersonen

lbo’s staan er vaak ook voor open, maar dat verwatert soms weer. Deze respondent

binnen levensbeschouwelijke organisaties als er een link is: bijvoorbeeld rond jongeren

denkt dat het doorwijzen naar een lbo vaker gebeurt dan andersom. De wijkmakelaar

met lastig gedrag of rond schuldhulpverlening. Dezelfde manager:

wijst op het belang van aandacht voor zingeving. “Of als een wijkteam niet goed ’achter een voordeur’ kan komen. Als je dan weet er “Wanneer mensen behoefte hebben aan een diepzinnig gesprek, daar hebben zij

zit een geloofsgemeenschap achter dan kan je die juist inzetten [om die deur toch

vrijwilligers in getraind en wij niet. Andersom verwijzen zij mensen naar ons door

open te krijgen]. Of omdat daar ook bijvoorbeeld mensen bij zijn die mensen met

die praktische behoeften hebben.”

schulden kunnen helpen.”

Een manager van een stedelijk werkende instelling heeft contact met de lbo’s uit ons

Meestal is er rond maatschappelijke activiteiten van lbo’s geen subsidierelatie met de

consortium.

gemeente Rotterdam. Sommige lbo’s willen niet in die rol van opdrachtnemer van de gemeente komen omdat zij dan ook volgens de daarvoor geldende criteria zouden

“Een aantal keer per jaar zoeken we elkaar op. Kijken we wat er speelt in de stad,

moeten presteren en rapporteren. Er zijn echter ook lbo’s, zoals veel internationale

voornamelijk rond vrijwilligers en mantelzorgers.”

kerken, die wel subsidie zouden willen ontvangen, maar de weg daarnaartoe niet weten te vinden.

Er wordt gezocht naar samenwerking, bijvoorbeeld op het vlak van trainingen voor vrijwilligers. De manager constateert dat binnen de levensbeschouwelijke stromingen

Net als uit de vragenlijst blijkt, geven vrijwilligers aan dat ze vanuit hun eigen gemeen-

veel gebruik wordt gemaakt van de kennis uit de eigen gemeenschap.

schap genoeg waardering krijgen. Ze geven aan dat ze soms wel eens meemaken dat de mensen die ze helpen daar geen behoefte aan hebben. Als verklaring hiervoor geven

“Ik denk dat er meer binnenshuis wordt georganiseerd. Juist rond vrijwilligerswerk

ze dat de hulpbehoevende vaak zoveel problemen heeft dat hij/zij hulp niet goed kan

en mantelzorg. (…) “Dan is het ook de vraag, hoe krijgen we dan toch mensen

ontvangen. Wat belangrijk daarbij is, is dat er een gelijkwaardige relatie is.

52

Zo zegt een vrijwilliger (christelijk):

Samenwerking heeft begrijpelijkerwijs lang niet voor alle lbo’s prioriteit. Vooral kleine organisaties zijn vaak druk met hun eigen identiteit en de positie van de eigen groep.

“Wat ik zelf belangrijk vind: als je een relatie met mensen aangaat die je helpt dan

Ook hebben veel kleinere organisaties, zonder beroepskrachten, hun handen vol aan

is het belangrijk dat het een gelijkwaardige relatie is. Ik krijg ook veel van hen. Ik

het runnen van de dagelijkse zaken. We zagen in hoofdstuk 3 al terug dat lbo’s groten-

leer dingen en dan denk ik ‘bedankt dat je me dit hebt gegeven’. Als je investeert

deels draaien op vrijwilligers. Ze komen er vaak niet aan toe om daarnaast ook contact

krijg je het ook terug.”

en/of activiteiten met anderen op te tuigen. Er is in Rotterdam wel een sterk netwerk van beroepskrachten, die gelieerd zijn aan een lbo. Bij hen is zeker een wens om samen

Vanuit een interview met een beroepskracht vanuit de formele zorg wordt er veel waar-

te werken. Dat geldt ook voor anderen, zo bleek uit de gesprekken met formele aanbie-

dering uitgesprokken naar de lbo’s.

ders, die positieve ervaringen hebben opgedaan in de praktische samenwerking met moskeeën, kerken of inloopcentra rond mensen die ondersteuning nodig hebben.

“Lbo’s vervullen daarin een super wezenlijke aanvullende functie. Als zij niet zouden bestaan zou Nederland niet meer bestaan. Veel mensen zien dit niet eens,

Eerder bespraken we de functie van ‘bonding’ en ‘bridging’ sociaal kapitaal, waarbij het

zonder dat ze er erkenning voor krijgen stoppen zij heel erg veel energie in de ander.”

eerste, samengevat, zorgt voor saamhorigheid in eigen kring en het tweede voor verbin-

7.4 Duiding van de resultaten

ding tussen groepen in de samenleving. Soms wordt daarnaast ook van ‘linking’ sociaal 41

kapitaal gesproken. Dat is relevant als het om samenwerking van Lbo’s met (overheids) instanties gaat. Het gaat daarbij om ‘verticaal’ vertrouwen tussen individuen en instan-

De resultaten uit de brede inventarisatie laten zien dat lbo’s met name samenwerken

ties. Als er veel linking sociaal kapitaal aanwezig is, dan vergemakkelijkt dat de verbin-

met andere lbo’s (39%). Daarna volgen samenwerking met scholen (19%), wijkteams/

dingen tussen de ‘leefwereld’ van (kwetsbare) mensen en de ‘systeemwereld’ van de

buurtteams (17%), maatschappelijk werk (16%) en gemeente (13%). De samenwerking

instanties. Lbo’s zijn vaak goed in staat die verbindingen te helpen tot stand te brengen.

is veelal incidenteel of betreft een verwijsfunctie, structurele samenwerking komt veel

Omdat ze via hun leden in beide werelden staan en/of omdat ze via hun activiteiten

minder voor. Een kanttekening bij deze cijfers is dat lbo’s de vraag naar samenwerking

langdurig present zijn in de leefwereld.

wellicht verschillend hebben opgevat. Er is bijvoorbeeld vaak wel contact met de wijkagent, maar hebben lbo’s dit gezien als samenwerking?

Kansen zien lbo’s en (in)formele aanbieders in zorg en welzijn vooral in elkaar kennen en elkaar waar mogelijk aanvullen en naar elkaar verwijzen. Kansen liggen er ook bij complexe problemen, zoals GGZ problematiek in de wijk en de ontwikkeling dat mensen (met zorgvragen) steeds langer thuis blijven wonen. Wat kunnen lbo’s betekenen in de

41 In deze paragraaf zijn we als consortium aan het woord: Verwey-Jonker Instituut en vijf grote Rotterdamse levensbeschouwelijke organisaties (Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010, Convent van kerken Rotterdam). In deze paragraaf hebben we ook de input van de klankbordgroep meegenomen.

ondersteuning van deze mensen? Het is wel lastig om deze samenwerking op te bouwen

53

en vast te houden, omdat er door aanbestedingen steeds nieuwe partijen actief zijn in de

maar ook gemeente breed? Waar zit overlap, maar waar zitten ook de ‘witte vlekken’?

gebieden. Relaties moeten dus steeds opnieuw opgebouwd worden. Waar andere orga-

En waar zou je gezamenlijk kunnen of moeten optrekken? Vrijwilligers en beroeps-

nisaties en beroepskrachten gaan en komen, zijn de levensbeschouwelijke organisaties

krachten kunnen zo ook leren van elkaars ervaringen. We zien hierin een belangrijke rol

vaak de stabiele factor in de wijk, iets wat beroepskrachten van (in)formele aanbieders

voor de gemeente Rotterdam. Om dit gesprek tussen levensbeschouwelijke en niet-le-

in zorg en welzijn steeds vaker zien en benutten. Lbo’s hebben daarbij wel het gevoel dat

vensbeschouwelijke organisaties te faciliteren, door goede en wederzijds vertrouwde

zij vaker doorverwijzen naar deze aanbieders dan andersom.

intermediairs te zoeken en ondersteunen, en door lbo’s als vanzelfsprekende partij mee te nemen in gesprekken over opgaven voor de stad.

Erkenning is belangrijk voor samenwerking, ook in dit onderzoek komt dat weer prominent naar voren. Maar wat hebben de lbo’s hier precies onder verstaan tijdens

Een van de hoofddoelen van de decentralisatie is dat gemeenten welzijnstaken op lokaal

het invullen van de vragenlijst? Wat verstaan de lbo’s bijvoorbeeld onder dé gemeente?

niveau onder eigen regie en in samenwerking met (alle) lokale partners uitvoeren. Maar

Hebben ze het dan over de burgemeester, een wijkteam, een baliemedewerker waar je

lbo’s hebben het gevoel dat zij nog regelmatig worden overgeslagen als de gemeente uitno-

een vergunning aanvraagt? Sommige lbo’s denken ook dat een welzijnsorganisatie de

digingen stuurt voor overleg. Of bijeenkomsten worden tussen 9.00 en 17.00 gepland,

gemeente is. De gemeente voelt soms ook groot, abstract, ver weg. Het kan ook zijn

waardoor vrijwilligers en voorgangers met een betaalde baan ernaast niet kunnen

dat mensen strubbelingen ervaren, bijvoorbeeld in het regelen van een locatie/gebouw.

aanschuiven. We constateren uit de groepsgesprekken dat er daarbij wel verschillen

Als dat moeizaam verloopt voelen lbo’s zich waarschijnlijk ook niet gewaardeerd door

bestaan tussen de afzonderlijke gebieden/wijken. Beroepskrachten van welzijnsorga-

de gemeente. Dit kan verklaren waarom slechts 18% van de 176 lbo’s aangeeft dat ze

nisaties en wijkteams zijn zich lang niet altijd bewust van de aanwezigheid van lbo’s in

voldoende erkenning ontvangen vanuit de gemeentelijke overheid.

hun gebied en de mogelijkheden voor samenwerking. Het leggen van verbindingen met de (informele) verbanden in de civil society – is echter wel in lijn met de intentie van

Er is ook een verschil tussen erkenning en waardering. Zo is er volgens de lbo’s die

de Wmo. Dit streven sluit bovendien aan op de in hoofdstuk 2 besproken visie van de

contact onderhouden met de Coolsingel rond de informele hulp en ondersteuning die

gemeente op het samenspel van formele en informele zorg en ondersteuning, die uitgaat

lbo’s bieden over het algemeen waardering vanuit het stadsbestuur. Maar dat is nog iets

op een volwaardige plaats van informele zorgverleners en de netwerken waar zij op hun

anders dan het erkennen van hun bijdrage aan de samenleving en het aanspreken van

beurt ondersteuning en inspiratie vandaan halen.

lbo’s als gelijkwaardige en vanzelfsprekende partner in de wijk. Daarbij biedt ook de groeiende aandacht voor zingeving in de ondersteuning van kwetsBovenstaande geeft wat ons betreft voldoende aanleiding voor lbo’s, aanbieders en

bare mensen kansen voor meer lokale samenwerking. Lbo’s hebben op dit terrein niet

gemeente om het gesprek met elkaar aan te gaan. Welke beelden leven er over en weer?

de waarheid in pacht, maar wel de nodige ervaring en expertise rond de voorwaarden

Hoe verhoudt het werk van de diverse organisaties zich tot elkaar binnen gebieden,

waardoor contact met Rotterdammers hierover zin heeft.

54

8

Motivaties van vrijwilligers

In dit hoofdstuk verdiepen we ons wat verder in de motivaties van vrijwilligers. Waarom

•

doen zij het vrijwilligerswerk in de gemeenschappen en organisaties? We starten met de

een rolmodel te willen zijn, goed doen voor de ander als opdracht. Religieuze

inzichten uit de literatuur. Vervolgens zijn we over deze inzichten in gesprek gegaan met

motieven vallen hier ook onder.

vrijwilligers van diverse lbo’s in twee groepsgesprekken (één in Noord en één in Zuid).

8.1

Normatieve motieven: de wens om belangrijke normen en waarden uit te dragen,

Context en literatuur

•

Vrijwilligerswerk doen omdat het leuk is, voldoening geeft.

•

Iets voor een ander doen, waar je zelf ook iets aan hebt (persoonlijke ontwikkeling, kans op een baan).

•

Vrijwilligerswerk als uitdaging.

Een van de theorieën die meer inzicht kunnen geven in de motivatie van mensen om

•

Nuttig bezig zijn, regelmaat hebben in het dagelijks leven.

te handelen is de ‘self-determination theory’, ofwel de zelfbeschikkingstheorie (Ryan &

•

Vrijwilligerswerk doen omdat het er gewoon bij hoort (meer te horen bij oudere

Deci, 2002). Deze theorie benoemt drie basisbehoeften die, indien voldaan, een indi-

vrijwilligers).

vidu op zijn best laten functioneren. Deze basisbehoeften zijn: autonomie (ervaring van individuele vrijheid), verbondenheid (interactie en voor anderen willen zorgen) en

Onder invloed van de individualisering en informalisering in de laatste decennia

competentie (de uitkomst van een handeling willen beheersen).

doet zich een verandering voor in het type vrijwilliger dat zich aandient. Traditionele maatschappelijke verbanden zijn zwakker geworden waardoor de vanzelfsprekende

De motivatie van de mens kan voortkomen uit intrinsieke en extrinsieke overwegingen.

norm van de gemeenschap of de zuil om aan vrijwilligerswerk te doen, ook minder is

Intrinsiek handelt de mens vanuit bovengenoemde eigen behoeften en extrinsiek is er

geworden. De huidige vrijwilligers zouden hun inzet meer dan voorheen beoordelen

een externe factor aanwezig die aanzet tot de motivatie. Voorbeelden van het laatste zijn

op de potentiële bijdrage die het kan leveren aan hun eigen ontwikkeling en loopbaan.

je aan bepaalde regels houden om een vorm van bestraffing of afwijzing te voorkomen

Twee hoofdmotieven zijn te ontwaren:

of juist je inzetten omdat er een bepaalde vergoeding tegenover staat. De extrinsieke motivatie kan de intrinsieke motivatie wegdrukken. In het georganiseerde vrijwilligers-

1. Vrijwilligerswerk doen om de wereld te verbeteren.

werk is het dus belangrijk om sterk rekening te houden met de intrinsieke motivatie

2. Vrijwilligerswerk doen om het eigen leven te verbeteren.

van vrijwilligers. In onderzoek onder vrijwilligers in de zorg bracht het SCP (De Klerk

a. Instrumenteel motief (bijvoorbeeld werkervaring).

et al., 2014: 64-65) een reeks mogelijke motieven – te scharen onder ‘geven’ en ‘krijgen’

b. Emotioneel motief (bijvoorbeeld behoefte aan sociale contacten).

in beeld:

(Bochove et al, 2014: 47).

55

Hoewel lbo’s nog steeds deels kunnen bouwen op plichtsgetrouwe vrijwilligers ‘oude stijl’,

“Our religious faith promotes self-affirmation and respect for others. It demands a

merken zij dat ook in hun kring het nieuwe type vrijwilliger oprukt. Dat stelt nieuwe

positive response to human need and requires a commitment to maintenance of a

eisen aan begeleiding en coördinatie. Veel levensbeschouwelijk geïnspireerde organi-

healthy social and ecological environment.”

saties staan ook steeds meer open voor en zijn aantrekkelijk voor vrijwilligers die niet “Het beleid van de moskee is gestoeld op de vijf doelstellingen in de islam.

religieus gebonden zijn (Engbersen & Lupi, 2015; Davelaar & Van den Toorn, 2010).

Bescherming van godsdienst, van onderwijs, van intellect (studeren, leren), Lbo’s hebben soms moeite om het vrijwilligerswerk goed te organiseren. Uit een lande-

bescherming van lichaam en goederen. De doelen van de moskee zijn dus allen

lijk onderzoek onder laagdrempelige christelijk geïnspireerde voorzieningen voor

maatschappelijk.”

kwetsbare mensen (Davelaar et al., 2017) blijkt dat daarbij meespeelt: •

Een vluchtiger binding van nieuwe vrijwilligers aan organisaties en projecten, en

“De islam vraagt van zijn gelovige dat zij ten alle tijden het goede opdragen en het

daarmee een grotere moeite om ‘dragende’ vrijwilligers te vinden.

verkeerde corrigeren. Door te mengen in de samenleving kan men bijdragen aan

•

Een groter aandeel van oudere vrijwilligers met hun eigen kwetsbaarheden.

een goed functionerende maatschappij. Hierbij is respect een belangrijk aspect.”

•

Meer vrijwilligers uit kwetsbare doelgroepen: veel bezoekers/hulpvragers ‘groeien’

8.3 Vrijwilligers aan het woord over motivatie

door en worden vrijwilliger, dat ervaren organisaties als positief maar die ontwikkeling vraagt wel om relatief veel begeleiding van deze nieuwe vrijwilligers. •

Er is druk vanuit de overheid om met ‘tegenprestatie’ of ‘geleide’ vrijwilligers te

Met vrijwilligers van uiteenlopende lbo’s hebben we in twee groepsgesprekken door-

werken, hetgeen ook een extra belasting vormt voor de coördinerende vrijwilligers

gepraat over hun eigen motivatie om het werk te doen dat ze doen vanuit hun gemeen-

of de weinige beroepskrachten.

schap. De wijze waarop deze vrijwilligers actief zijn verschilt sterk, en vormde daarom een behoorlijke afspiegeling van de breedte van het werk: vrijwilligers in buurtprojecten

8.2 Brede inventarisatie: lbo’s over motivatie

(armoedebestrijding, inloop- en ontmoetingsprojecten), vrijwilligers die zich inzetten voor specifieke groepen zoals mensen met een lichamelijke beperking, vrijwilligers die

Veel lbo’s zien een één op één relatie tussen hun levensbeschouwelijke/ religieuze over-

binnen lbo’s als aanspreekpunt voor mensen met hulpvragen fungeren, en mensen die

tuiging en het werk dat zij doen, zo illustreren onderstaande citaten uit de brede inven-

binnen hun gemeenschap bestuurlijk de inzet van andere vrijwilligers mogelijk maken

tarisatie onder de 176 lbo’s:

en/of vrijwilligersprojecten in de wijk coördineren.

“Onze inzet vloeit voort uit ons geloof en is nauw verbonden. We zouden ons geloof niet volledig uitoefenen als wij ons niet inzetten voor onze medemens.”

56

Mensen helpen

“Je voelt ook dat mensen je nodig hebben en het is ook heel dankbaar.” (vrijwilliger

In de gesprekken met vrijwilligers noemen zij als belangrijkste drijfveer voor het vrij-

bij een inloophuis, protestants)

willigerswerk ‘mensen helpen’. Daar speelt geloof of mensbeeld een belangrijke rol in. De meeste vrijwilligers die deelnamen zijn gelovig opgevoed en de normen en waarden

“Het geeft mij heel veel voldoening als een leerling vooruitgaat of als een uitkering

die hen daarin zijn bijgebracht motiveren hen. Ze benoemen dat binnen de geloofs-

goed geregeld is. Dat geeft zoveel energie dat je gewoon door kan. Je doet uren

gemeenschap het helpen van anderen een kernwaarde is. Daar geloven ze in en dat

vrijwilligerswerk per week en je hebt het niet eens door.” (vrijwilliger bij een moskee)

proberen ze na te streven. Een manier om dat te doen is door vrijwilligerswerk. Hier“Mijn grootste voldoening is om andere te helpen en daar heb ik voor gekozen. Ook

onder een aantal citaten die dit laten zien:

als mensen om 3 uur ‘s nachts voor de deur staan dan help ik ze, daar heb ik voor “Als ik zie dat mensen in de ellende zitten dan kan je ze niet alleen laten zitten.

gekozen, dat je mensen wil helpen. Als je bepaalde dingen hebt meegemaakt in het

Mensen helpen, dat is belangrijk.” (vrijwilliger bij een christelijke organisatie)

leven, zie je wat er nodig is en wat mensen nodig hebben.” (christelijke vrijwilliger)

“Ik ben christelijk opgevoed in een dorpje en de liefde voor Christus die wil ik

Gelijkwaardigheid in de relatie tussen vrijwilliger en degene die ze helpen is belangrijk.

doorgeven. Als ik mensen in mijn buurt zie dan denk ik die gun ik de liefde van de heer

Tegelijkertijd geven meerdere deelnemers aan de groepsgesprekken aan dat gelijkwaar-

Jezus. Ik heb altijd veel gekregen en veel geluk en liefde en dan zie je het verschil dat je

digheid soms lastig is. Je moet openstaan voor wat de ander voor jou kan betekenen, wat

zoveel hebt en dat gun je een ander ook.” (vrijwilliger bij een christelijke organisatie)

je van de ander kunt ontvangen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=0ccc79d2-fa4d-4342-b153-e6eab73f3851