CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20bb18263 Bijlage behorende bij 20b18264 - Onderzoek ' Omvang en karakter van de maatschappelijke activiteiten van levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam

Gemeenteraad 4 februari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 17. Uitkomsten onderzoek Tel je zegeningen.42.737 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

18 Informele zorg wordt omschreven als: “Alle zorg, hulp en ondersteuning die door mensen onderling aan elkaar wordt gegeven, dus niet door (betaalde) zorg- of welzijnsmedewerkers. (Gemeente Rotterdam, 2018: 14).

18

3

Wat is de omvang en het karakter van de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in Rotterdam?

In dit hoofdstuk beschrijven we eerst wat we weten uit de literatuur over de omvang en

De stad telt ook relatief veel moslims, met grote van oorsprong Turkse en Marokkaanse

het karakter van lbo’s in Rotterdam. Vervolgens beschrijven we de aard en omvang van de

gemeenschappen. Ook het islamitische Rotterdam is veel diverser geworden in de

organisatie die we zelf binnen het onderzoek hebben bevraagd. De vijf lbo’s in het consor-

laatste decennia, met de komst van moslims uit bijvoorbeeld Irak, Iran, Afghanistan en

tium schatten in dat Rotterdam zo’n 445 religieuze en levensbeschouwelijke organisaties

Somalië die soms ook eigen moskeeën stichtten. Een recentere trend is dat moskeeën

telt. Voor het uitzetten van onze vragenlijst hebben we in beeld gebracht welke organisaties

meer en meer bezocht worden door (vooral jongere) moslims met verschillende cultu-

we dachten te kunnen betrekken bij het onderzoek. Op basis van die inschatting hebben we

rele achtergronden. O.a. omdat sommige gemeenschappen te klein zijn om een eigen

220 organisaties benaderd om deel te nemen aan de verkennende vragenlijst van onder-

moskee op te richten.

havig onderzoek. Van hen vulden 176 organisaties de lijst volledig in, een respons van 80%. Gekeken naar het geschatte totaalaantal organisaties een bereik van 40%.

3.1

Belangrijk om ook te noemen is dat Rotterdam een van de steden is waar een relatief aanzienlijk deel van de naar schatting 160.000 Surinaamse-Hindoestanen in Nederland

Context en literatuur

woont (niet alle maar wel veel van hen zijn volgers van het hindoeïsme)19 en boeddhistische gemeenschappen in Rotterdam zijn klein. Rotterdam kent een actieve afdeling

Ruim de helft van de Rotterdammers heeft een migratieachtergrond. De stad telt meer

van het Humanistisch Verbond.

dan 170 nationaliteiten. Rotterdam kent – in volgorde van omvang - grote Surinaamse, Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse en Kaapverdische gemeenschappen (gemeente

Financiering

Rotterdam, 2018). Daarnaast woonden er in 2019 veel mensen uit andere landen van de

Geloof aan het werk (2010) liet zien dat ’lbo’s in Rotterdam toentertijd gemeentelijke

Europese Unie (8,3%) en bijna 9,6% mensen met een andere niet-westerse achtergrond.

subsidies kregen voor de ondersteuning van vrijwilligerswerk op verschillende gebieden

Aangezien mensen met een niet-westerse migratie achtergrond vaker religieus zijn dan

(o.a. aandacht voor kwetsbare ouderen, maatjesprojecten rond jongeren, schuldhulp-

mensen zonder migratieachtergrond leidt hun groeiende aandeel in de Rotterdamse

verlening, respijtzorg, opvang van dak- en thuislozen en ex-gedetineerden, voorlichting

bevolking tot meer religieuze betrokkenheid in Rotterdam.

aan moeilijk bereikbare groepen) maar dat op andere terreinen subsidies aan levensbeschouwelijke organisaties beperkt zijn, zeker aan religieuze gemeenschappen. Op

In Rotterdam is er verder veel meer dan in Nederland als geheel (maar wel vergelijkbaar

deelgemeentelijk niveau bleven destijds subsidies aan lbo’s onder de vier procent van

met Den Haag en Amsterdam) sprake van superdiversiteit op religieus gebied. Ook hier

de totale uitgaven aan het brede veld van armoedebestrijding, maatschappelijke onder-

is, over het geheel genomen, de ontkerkelijking de meest in het oog springende ontwik-

steuning en samenlevingsopbouw (Davelaar & Van den Toorn, 2010). Er werd destijds

keling. Maar er is ook groei van kleinere christelijke gemeenschappen, die evenwel in

vastgesteld dat de totale omvang van langer lopende subsidierelaties stabiel bleef.

kwantitatief opzicht niet de afkalving van het ledenbestand van de grootste kerken kan compenseren. De stad telt ook relatief veel internationale en migrantenkerken. Christelijke Rotterdam verkleurt steeds meer.

19

19

https://www.joodserfgoedrotterdam.nl/.

Er zat wel groei in de beschikbaarheid van meer tijdelijk geld rond bijvoorbeeld de

Veel verschillen zijn terug te leiden tot geografische spreiding van gemeenschappen,

Wmo, informele zorg, dialoog en middelen op basis van landelijke thema’s (eergerela-

mate van professionaliteit en (historische) verschillen in maatschappelijke betrokken-

teerd geweld, opvoedingsondersteuning, sociale wijkaanpak).

heid. Overheden blijken er zeer uiteenlopende visies op de lokale praktijk van subsidiëring op na te houden. Het gaat dan bijvoorbeeld om de vraag in hoeverre contact

Uit het landelijk onderzoek onder inloophuizen, straatpastoraat en buurt- en wijkpas-

of samenwerking met lbo’s gewenst is en of het onderscheid tussen religieuze en maat-

toraten - toch organisaties die behoorlijk gewend zijn projectmatig te werken en die

schappelijke activiteiten wel afdoende gemaakt en gecontroleerd kan worden.

bijdragen aan overheidsdoelen – blijkt ook de beperkte rol van overheidssubsidies. (Davelaar et al., 2017).

De laatste jaren is de discussie over de samenwerking tussen overheid en levensbeschouwelijke organisaties (verder) geluwd, mede door het uitblijven van incidenten en lokale controverses en besef dat samenwerking de overheid vaak verder helpt.20

Het recentste onderzoek (enquête en casusstudies) onder gemeenten naar subsidiering van levensbeschouwelijke organisaties dateert van 10 jaar geleden (Davelaar & Smits van Waesberghe, 2010). Daaruit bleek dat gemeenten subsidies verlenen voor concrete

Wellicht heeft ook het feit geholpen dat hier en daar afspraken en grenzen zijn verduide-

activiteiten die bijdragen aan lokale doelen, zoals de bevordering van sociale samen-

lijkt en aangescherpt, terwijl tegelijkertijd de dialoog tussen overheid en levensbeschou-

hang, integratie en participatie, het aanmoedigen van vrijwillige inzet, initiatieven om

welijke stromingen (vaak) is gebleven of versterkt. Wel zijn buitenlandse giften aan met

bepaalde groepen burgers (beter) te kunnen bereiken, het mogelijk maken van culturele

name moskeeorganisaties en aanverwante stichtingen meer onder een vergrootglas

evenementen, het bevorderen van dialoog en de opvang van kwetsbare groepen. Meer

terecht gekomen.21 Hierbij speelt vooral de zorg om ‘ongewenste’ buitenlandse beïn-

dan de helft van de gemeenten (53%) geeft aan geen (projecten van) levensbeschou-

vloeding een rol. Het lopende/recente onderzoek van de Tweede Kamer hiernaar heeft

welijk georiënteerde organisaties te subsidiëren. Voor zover vast te stellen is in veel

noch een duidelijk beeld van de precieze aard en omvang ervan, noch een duidelijke

gemeenten het aandeel van de totale lokale subsidies op bovengenoemde terreinen dat

aanbeveling voor andere opstelling van de overheid opgeleverd.

terecht komt bij levensbeschouwelijke organisaties klein (in verscheidene gemeenten onder de 4%), maar in Rotterdam bijvoorbeeld groter. Dat is terug te leiden naar het werk van levensbeschouwelijke organisaties rond de opvang en re-integratie van dak- en thuislozen, ex-gedetineerden, risicojongeren, e.d. (Davelaar & Smits van Waesberghe, 2010, Davelaar & Van den Toorn, 2010). Organisaties met een protestants-christelijke of rooms-katholieke achtergrond ontvangen beduidend vaker subsidie (in respectievelijk 37 en 26% van de gemeenten) dan humanistische (15%), islamitische (14%) en inter-levensbeschouwelijke organisaties. Niet-westerse christelijke groeperingen ontvangen in

20 https://www.trouw.nl/religie-filosofie/religieuze-organisaties-doen-er-wel-degelijk-toe-vindt-de-overheid~b5c872df/.

3% van de gemeenten subsidie (Davelaar & Smits van Waesberghe, 2010).

21

20

https://www.tweedekamer.nl/kamerleden_en_commissies/commissies/pocob.

3.2 Beschrijving van de deelnemende lbo’s

Tabel 3.1 Religies/levensbeschouwing van de organisaties in percentages (N=176).

Tabel 3.1 geeft een weergave van de achtergronden van de 176 organisaties die hebben deelgenomen aan het onderzoek.22 Voor deze indeling is aangesloten bij de onderverdeling die de lbo’s in het consortium hanteren. Onderverdelingen die op hun beurt weer gestoeld zijn op (internationale) kerkelijke verbanden, geleidelijk gegroeid zijn of door toeval tot stand zijn gekomen. De lbo’s in het consortium hebben toegang tot een belangrijk deel van de rooms-katholieke, protestantse en internationale kerken en de joodse

Rooms-Katholiek

37

21%

Protestants

51

29%

Islamitisch

26

15%

Internationale kerken

55

31%

Overig

7

4%

3.3 Leden en bezoekers

en islamitische organisaties in Rotterdam. Onder de internationale kerken vallen veelal gemeenschappen die zichzelf omschrijven als evangelische of pinksterkerk, maar ook als protestants of rooms-katholiek. De gemene deler van deze organisaties is dat ze zich

Om de omvang van de religieuze en levensbeschouwelijke organisaties in kaart te

in de eerste plaats identificeren als een internationale kerk en de gemeenschappen veelal,

brengen vroegen we aan de lbo’s om een schatting te maken van het aantal leden en

hoewel niet uitsluitend, bestaan uit christelijke migranten. Ook onder de organisaties

bezoekers dat hun organisatie bereikte in 2018. Het gaat hier om geregistreerde leden

die we in dit onderzoek onder rooms-katholiek of protestants hebben ingedeeld zijn er

van alle leeftijden die woonachtig zijn in Rotterdam.23 Bij bezoekers is er specifiek

die intercultureel zijn of vrijwel geheel door migranten bezocht en gedragen worden

gevraagd naar bezoekers van alle leeftijden die minstens eens per maand aanwezig zijn

(zoals bijvoorbeeld de Poolse parochie). Deze kanttekening in aanmerking nemende,

bij bijeenkomsten of activiteiten van de organisatie.

hebben we ervoor gekozen de meest gangbare indeling, die van lbo’s in het consortium, aan te houden: de rooms-katholieke organisaties met een internationaal karakter

Tabel 3.2 laat zien dat een derde (35%) van de organisaties relatief klein is en tussen de

die zijn aangesloten bij de rooms-katholieke kerk, zijn meegenomen in de analyse als

0 en 100 leden telt.24 Ook zijn er zeer grote organisaties: 11% had 1500 of meer gere-

’rooms-katholiek‘ en niet als ’internationale kerken’.

gistreerde leden in 2018 en nog eens 12% had tussen de 500 en 1500 leden. 15% geeft aan geen leden te hebben of dit niet bij te houden. Onder de organisaties die geen leden

Het grootste deel van de organisaties die hebben deelgenomen aan het onderzoek zijn

hebben vallen ook alle lbo’s uit het consortium. Zij hebben geen leden, maar wel beroeps-

internationale kerken (31%), gevolgd door protestants (29%), rooms-katholiek (21%) en

krachten en vrijwilligers.

islamitisch (15%). Onder de categorie overig (4%) vallen de humanistische en boeddhistische organisaties. 23 Veel lbo’s hebben ook leden van buiten de stadsgrenzen, maar in dit onderzoek voor de gemeente Rotterdam focussen we specifiek op de leden en bezoekers uit Rotterdam. 24 Juridisch gezien hebben stichtingen geen leden en veel van de lbo’s zijn stichtingen. Maar dan zijn het aantal vaste donateurs is gerekend.

22 Deze steekproef bevat niet alle levensbeschouwingen en religies in Rotterdam. Zo zijn de gemeenschappen van Jehova’s getuigen, hindoes, orthodoxe joden en sikhs niet vertegenwoordigd.

21

Waar bijna de helft (41%) meer dan 1500 leden heeft, hebben maar 11% van de organi-

Tabel 3.2 Aantal leden (N=176)

saties meer dan 1500 regelmatige bezoekers. Bij deze organisaties zijn er dus juist veel

0 tot 100

61

35%

100 tot 500

49

28%

meer leden dan vaste bezoekers.

500 tot 1500

21

12%

Tabel 3.4 Aantal bezoekers (N=176)

1500 of meer

19

11%

Geen leden/onbekend

26

15%

Met name de rooms-katholieke kerken en organisaties hebben veel leden: 41% van heeft 1500 of meer leden. Bij de protestantse kerken en organisaties heeft een groot deel (39%) tussen de 100 en 500 leden. De internationale kerken hebben naar verhouding minder leden, 62% van hen telt tussen de 0 en 100 geregistreerde leden. Daar moeten we tegelijker-

0 tot 100

77

44%

100 tot 500

68

39%

500 tot 1500

12

7%

1500 of meer

13

7%

Onbekend

6

4%

Tabel 3.5 Aantal bezoekers uitgesplitst naar religies/levensbeschouwing

tijd bij noemen dat internationale kerken geen ledenadministratie bijhouden. Bij de islamitische organisaties heeft een groot deel tussen de 0 en 100 leden (39%), daarnaast geeft

Rooms-Katholiek (n=37)

Protestants (n=51)

Islamitisch (n=26)

Internationale kerken (n=55)

Overig (n=7)

19% van de islamitische organisaties aan geen leden te hebben of dit niet te registreren.

0 tot 100

27%

47%

31%

60%

29%

Tabel 3.3 Aantal leden uitgesplitst naar religies/levensbeschouwing

100 tot 500

54%

39%

39%

33%

0%

500 tot 1500

3%

8%

15%

2%

29%

1500 of meer

11%

4%

15%

0%

43%

Onbekend

5%

2%

0%

6%

0%

Rooms-katholiek (n=37)

Protestants (n=51)

Islamitisch (n=26)

Internationale kerken (n=55)

Overig (n=7)

0 tot 100

16%

20%

39%

62%

14%

100 tot 500

14%

39%

23%

33%

0%

500 tot 1500

14%

20%

15%

2%

14%

1500 of meer

41%

2%

4%

0%

29%

geen/weet ik niet

16%

20%

19%

4%

43%

Wat betreft bezoekers had het overgrote deel (83%) van de organisaties in 2018 tussen de 0 en 500 regelmatige bezoekers (tabel 3.4). Uitschieters zijn de islamitische organisaties, waarbij 30% van de organisaties 500 of meer regelmatige bezoekers noemt. Verschil is ook te zien tussen de aantallen leden en bezoekers bij de rooms-katholieke organisaties.

22

Tabel 3.7 Aantal betaalde beroepskrachten (N=176)

3.4 Vrijwilligers en betaalde beroepskrachten

Geen

55

31%

We vroegen de organisaties ook hoeveel vrijwilligers zij in het jaar 2018 telden. Onder

1 tot 5

95

54%

een vrijwilliger verstaan wij iemand die uit eigen beweging onbetaald werk verricht. Het

6 tot 10

4

2%

gaat om vrijwilligerswerk dat gedaan wordt in georganiseerd verband namens de orga-

meer dan 10

8

5%

nisatie. De vrijwilligers kunnen dit werk doen in de organisatie of daarbuiten, bijvoor-

Onbekend

14

8%

beeld in de hulp aan andere mensen of groepen in de samenleving. We zien in tabel 3.6 dat het grootste deel van de organisaties (61%) tussen de 0 en 50 vrijwilligers had

Er is een verband te zien tussen het aantal betaalde beroepskrachten en het aantal vrij-

in 2018. Organisaties met meer dan 200 vrijwilligers hebben vaak een protestantse of

willigers bij een organisatie. Organisaties met meer dan 200 vrijwilligers hebben ook

humanistische achtergrond.

vaak meer beroepskrachten, terwijl de kleinere organisaties, met minder vrijwilligers, bijvoorbeeld geen beroepskrachten hebben (tabel 3.8).

Tabel 3.6 Aantal vrijwilligers (N=176) 0 tot 50

107

61%

50 tot 100

30

17%

100 tot 200

20

11%

Meer dan 200

16

9%

Onbekend

3

2%

Tabel 3.8 Aantal vrijwilligers x aantal betaalde beroepskrachten (N=176) Beroepskrachten

Geen

1 tot 5

6 tot 10

meer dan 10

Onbekend bij invuller

Vrijwilligers 0 tot 50

46

55

0

0

6

50 tot 100

6

19

0

0

5

100 tot 200

1

17

2

0

0

2018. In veel gevallen zijn betaalde krachten naast de voorganger een verantwoorde-

meer dan 200

1

4

2

8

1

lijke voor openstelling, ontvangst, onderhoud en beheer (koster) en wellicht nog een

weet ik niet

1

0

0

0

2

Daarnaast had het merendeel van de organisaties 1 tot 5 (54%) betaalde krachten in

persoon verantwoordelijk voor een speciale doelgroep (jongeren/ouderen) en in een enkel geval een aan de gemeenschap gelieerd project. Kerken hebben daarnaast vaak

Daarnaast is er voor elk van de bovenstaande groepen (leden, bezoekers, vrijwilligers

nog een parttime kerkmusicus (organist/cantor) in dienst. Moskeeën betalen vaak

en beroepskrachten) gevraagd naar de culturele samenstelling. De resultaten zijn weer-

alleen een imam en soms nog iemand voor de hierboven genoemde facilitaire zaken.

gegeven in tabel 3.9. Vooral de beroepskrachten zijn hoofdzakelijk mensen met een

31% van alle ondervraagde lbo’s geeft aan geen betaalde krachten te hebben. Dit zijn met

Nederlandse achtergrond (77%). Bij de andere groepen zien we dat ongeveer veertig

name de islamitische organisaties en de internationale kerken.

procent bestaat uit mensen met een niet-westerse migratieachtergrond.

23

Tabel 3.9 Culturele samenstelling leden, bezoekers, vrijwilligers en beroepskrachten Nederlandse achtergrond

Niet-westerse migratieachtergrond

Tabel 3.10 Culturele samenstelling leden, bezoekers, vrijwilligers en beroepskrachten uitgesplitst naar religie/levensbeschouwing

Westerse migratieachtergrond

Leden (n=142)

50%

43%

7%

Bezoekers (n=157)

47%

45%

8%

Vrijwilligers (n=162)

53%

40%

7%

Beroepskrachten (n=105)

77%

18%

5%

Leden (n=142)

Bezoekers (n=157)

Vrijwilligers (n=162)

Beroepskrachten (n=105)

(n=29)

(n=30)

(n=33)

(n=22)

Nederlandse achtergrond

56%

47%

60%

75%

Niet-westerse migratieachtergrond

31%

36%

29%

15%

Westerse migratieachtergrond

13%

17%

11%

10%

(n=41)

(n=49)

(n=50)

(n=47)

Nederlandse achtergrond

83%

74%

87%

96%

Niet-westerse migratieachtergrond

14%

21%

11%

3%

Westerse migratieachtergrond

3%

5%

2%

1%

(n=21)

(n=26)

(n=26)

(n=7)

Rooms-katholiek

Deze veertig procent leden met een niet-westerse achtergrond zijn verdeeld over 37 nationaliteiten. De top 5 bestaat uit Surinaams, Marokkaans, Turks, Antilliaans en Indone-

Protestants

sisch. Deze top 5 geldt ook voor de migratieachtergrond van bezoekers en vrijwilligers. Bij de uitsplitsingen naar levensbeschouwing/religie valt op dat bij de islamitische organisaties zowel de leden, vrijwilligers, bezoekers en beroepskrachten bijna allemaal een niet-westerse migratieachtergrond hebben. Bij de internationale kerken heeft ongeveer

Islamitisch

50% van leden, bezoekers en vrijwilligers een niet-westerse migratieachtergrond en de

Nederlandse achtergrond

4%

4%

2%

0%

rest een Nederlandse of Westerse-migratieachtergrond. Er zijn daarbij grote verschillen

Niet-westerse migratieachtergrond

94%

91%

95%

100%

tussen deze kerken. Bij de ene internationale kerk heeft 90% een niet-westerse migra-

Westerse migratieachtergrond

2%

5%

3%

0%

(n=48)

(n=47)

(n=48)

(n=26)

tieachtergrond, bij de ander maar 1%. Dit ligt anders bij de protestantse organisaties: daar heeft het merendeel van de leden, vrijwilligers, bezoekers en beroepskrachten een

Internationale kerken

Nederlandse achtergrond. Bij de rooms-katholieke organisaties is er een diverser beeld:

Nederlandse achtergrond

37%

42%

39%

65%

ongeveer de helft van de leden en bezoekers heefteen Nederlandse achtergrond, en 60%

Niet-westerse migratieachtergrond

55%

51%

50%

25%

van de vrijwilligers. Bij de beroepskrachten is dit 75%. Voor een gedetailleerde weergave

Westerse migratieachtergrond

8%

7%

11%

10%

Nederlandse achtergrond

67%

71%

69%

63%

Niet-westerse migratieachtergrond

22%

19%

20%

23%

Westerse migratieachtergrond

12%

10%

11%

13%

zie tabel 3.10.

Overig

24

3.5 Geografische spreiding

1. Professionele dienstverlening aan specifieke doelgroepen binnen de kaders van het (lokale) beleid en onder regie van de overheid.

De meeste organisaties (120 van de 176) zijn voornamelijk gevestigd of actief in één

2. Ondersteuning van kwetsbare personen en groepen die buiten het bereik en/of blik-

gebied. Hun leden kunnen uit de directe omgeving komen, of uit een groter gebied. De

veld van de officiële instanties vallen.

rest van de organisaties is actief in meerdere gebieden. Ongeveer 11% van de organi-

3. Het bieden van informele hulp en onderlinge ondersteuning.

saties is in meer dan vier gebieden actief. Acht organisaties geven aan in de gehele stad

4. Het werven, activeren en begeleiden van vrijwilligers uit specifieke geloofsgemeen-

actief te zijn. Daarbij zijn de meeste organisaties gevestigd of actief in de gebieden Char-

schappen ten behoeve van activiteiten gericht op kwetsbare individuen en groepen.

lois (53x), Rotterdam Centrum (48x), Feijenoord (45x), Delfshaven (42x) en Noord

5. Gemeenschapsopbouw en empowerment van de eigen of andere achtergestelde

(41x). Het minst worden de kleinere, perifere gebieden Hoek van Holland (12x), Pernis

groepen.

(12x) en Rozenburg (11x) genoemd als plaatsen waar de organisaties actief zijn. Met

6. Een brugfunctie vervullen: kwetsbare personen informeren over en in contact

name de organisaties die zijn geschaard onder de categorie ‘overig’ (e.g. boeddhistisch,

brengen met de beschikbare vormen van ondersteuning (op stedelijk- of wijkniveau).

hindoeïstisch) geven aan in de gehele stad actief te zijn. Een klein deel van de rooms-ka-

7. Politiek-maatschappelijke belangenbehartiging.

tholieke organisaties en internationale kerken geeft dit ook aan. Geen van de islamitische organisaties is in meer dan vier gebieden actief. Met uitzondering van twee kerken

Tabel 3.11 laat zien dat de organisaties in Rotterdam allereerst informele hulp, zorg

geldt dit ook voor de protestantse organisaties.

of onderlinge steun aan leden van de eigen gemeenschap bieden (89%). Ook doen velen aan gemeenschapsopbouw en empowerment van de eigen en andere achterge-

3.6 Maatschappelijke functies

stelde groepen (76%). Maar een klein deel van de organisaties houdt zich bezig met politiek-maatschappelijke belangenbehartiging (15%) en professionele dienstverlening

Om een globaal beeld te krijgen van wat de organisaties doen binnen Rotterdam is er

(in opdracht van de gemeente Rotterdam) aan specifieke doelgroepen (8%). Onder de

gevraagd naar welke maatschappelijke functies de organisaties vervullen. Eerder onder-

categorie ‘anders, namelijk’ noemen organisaties vooral hun bijdrage aan zingeving

scheidden Davelaar en Van den Toorn (2010) in een studie naar de rol van levensbe-

voor mensen. Het vervullen van een brugfunctie tussen moeilijk bereikbare groepen/

schouwelijke organisaties in Rotterdam zeven functies die lbo’s kunnen vervullen (zie

personen en reguliere instanties wordt voornamelijk door de islamitische organisaties

ook Van den Toorn et.al. 2018), te weten:

benoemd, ook benoemen zij politiek-maatschappelijke belangenbehartiging vaker dan organisaties met een andere religie/levensbeschouwing.

25

Tabel 3.11 Sociaal-maatschappelijke functies van de organisaties, aantal keer aangevinkt (N=176) Het bieden van informele hulp, zorg of onderlinge steun aan leden van de eigen gemeenschap

156 (89%)

Gemeenschapsopbouw en empowerment /versterken van de eigen of andere achtergestelde groepen

133 (76%)

Ondersteuning van kwetsbare personen en groepen die buiten het bereik/blikveld van officiële instanties vallen

122 (70%)

Het werven, activeren en begeleiden van vrijwilligers ten behoeve van activiteiten gericht op kwetsbare groepen en individuen

97 (55%)

Het vervullen van een brugfunctie tussen moeilijk bereikbare groepen/personen en reguliere instanties

91 (52%)

Politiek-maatschappelijke belangenbehartiging

26 (15%)

Professionele dienstverlening (in opdracht van de gemeente Rotterdam) aan specifieke doelgroepen (bijvoorbeeld opvang van dak- en thuislozen of ex-gedetineerden)

14 (8%)

Anders, namelijk

33 (19%)

in buurten en wijken: rond informele zorg, ontmoeting tussen mensen met een klein netwerk en armoedebestrijding. Vrijwel alle andere gemeentelijke subsidies komen terecht bij de stedelijk werkende organisaties als Stichting Humanitas, Leger des Heils, SKIN Rotterdam, Samen 010, SPIOR en Stichting Mara. De genoemde percentages zeggen alleen iets over de aanwezigheid van de verschil-

lende inkomstenbronnen binnen het totale inkomstenpakket van de organisaties, niet over het relatieve gewicht van de verschillende inkomstenbronnen.

3.8 Duiding van de resultaten25 Deze inventarisatie laat duidelijk zien hoe uiteenlopend de omvang van lbo’s in Rotterdam is: van organisaties met minder dan 100 leden tot organisaties met meer dan

3.7 Inkomsten

1500 leden. Van minder dan 50 tot meer dan 200 vrijwilligers. En van 0 tot meer dan 10 beroepskrachten in dienst. Ruim de helft van de organisaties telt 1 tot 5 beroeps-

Voor de meeste organisaties (144) zijn leden, bezoekers en deelnemers de belangrijkste

krachten. Daarbij is het opvallend dat een derde van de organisaties zonder beroeps-

inkomstenbron. Ook geeft ongeveer 39% van de organisaties aan dat ze inkomsten

krachten draait. Dat zijn vooral ‘jongere’ en kleinere gemeenschappen en organisaties.

verkrijgen van giften uit verschillende fondsen. Projectsubsidie vanuit de gemeente

De oudere, gevestigde rooms-katholieke en protestantse kerken hebben een lange

Rotterdam noemen zij het minst als inkomstbron (17%). Met name de internationale

traditie met een financieringsstructuur van bijvoorbeeld de kerkelijke bijdrage. Er zijn

kerken halen bijna geen inkomsten uit projectsubsidies van de gemeente Rotterdam. Bij

voor hen bovendien overkoepelende organen op landelijk niveau die ook de opleiding

de protestantse organisaties ligt dit het hoogst, een kwart van hen geeft aan inkomsten

en erkenning van de verschillende beroepsgroepen geregeld hebben. Er zijn bovendien

te ontvangen van de gemeente Rotterdam.

veel verbindingen met de formele zorg- en welzijnswereld. Voor de ‘jongere’ lbo’s, zoals internationale en migrantenkerken, geldt dat veel minder.

Nadere analyse laat zien dat het daarbij voor de protestantse en rooms-katholieke organisaties enerzijds gaat om directe subsidies aan (verzelfstandigde) inloop- en ontmoetingscentra in buurten en wijken en anderzijds om subsidies aan kerkelijke gemeenten

25 In deze paragraaf zijn we als consortium aan het woord: Verwey-Jonker Instituut en vijf grote Rotterdamse levensbeschouwelijke organisaties (Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010, Convent van kerken Rotterdam). In deze paragraaf hebben we ook de input van de klankbordgroep meegenomen.

en parochies voor vanuit deze gemeenschappen uitgevoerde laagdrempelige projecten

26

Zij vallen vooral terug op charisma, zending en persoonlijke geloofsovertuiging. Dat

Heel weinig als functie is genoemd de politiek-maatschappelijke belangenbehartiging

betekent dat dingen als opleiding en inbedding in structuren veel minder aanwezig zijn.

voor groepen in de knel. Of er vanuit de lbo’s minder ‘geagendeerd’ wordt richting poli-

Het zijn vaak kleine gemeenschappen die al hun inkomsten uit de eigen groep moeten

tiek is de vraag, maar het ‘helpen onder protest’ en ‘stem geven aan degenen zonder

halen. Er zijn geen of beperkte middelen voor een beroepskracht. Voorgangers van

stem’, eerder populair in de gevestigde kerken, lijkt naar de achtergrond gedrongen.

deze gemeenschappen hebben er doorgaans een betaalde baan naast. Soms ontvangen

‘Gewoon doen’ en ‘de dialoog aangaan’ zijn typeringen die beter bij de werkwijze anno

ze een onkostenvergoeding of onregelmatige bijdragen vanuit inzamelingen onder

2020 passen. Bij islamitische lbo’s wordt de politiek-maatschappelijke belangenbeharti-

de gemeenschap. Voor moskeeën geldt vaak dat naast de betaling van de voorganger,

ging wel vaker genoemd. Dit kan mede verklaard worden door het maatschappelijke en

het geld in het gebouw gaat zitten (nieuwbouw of onderhoud en verbouw van – soms

politieke klimaat, waar in verhouding veel (vaak negatieve) aandacht is voor de rol van

monumentale – gebouwen). Vrijwilligers zorgen vanuit het bestuur of anderszins voor

de islam en islamitische organisaties in Nederland.

het verdere reilen en zeilen. Overigens zien we bij de ‘oudere’ lbo’s ook dat voorgangers hun werk vrijwilliger doen, naast een betaalde baan of als gepensioneerde.

De financiering van de verschillende functies van lbo’s komt in de meeste gevallen van de eigen leden, bezoekers en deelnemers. 17% van de lbo’s geeft aan financiering van de

Ook zien we dat de verhouding tussen aantal leden en aantal bezoekers sterk uiteen kan

gemeente Rotterdam te ontvangen. Met name internationale kerken halen bijna geen

lopen. Dit valt goed te verklaren. Voor elke gemeenschap geldt dat lang niet alle leden

inkomsten uit projectsubsidies van de gemeente Rotterdam. Daarbij geldt dat aanspraak

elke religieuze dienst bijwonen en dat een deel zelfs vrijwel nooit een religieuze bijeen-

maken op publieke middelen ook samenwerking en het voldoen aan allerhande eisen

komst bijwoont. In hoofdstuk 2 zijn hierover de landelijke cijfers zoals verzameld door

vereist en niet alle kerken kunnen of willen dat opbrengen. Soms zijn subsidievoor-

SCP en CBS gepresenteerd. Anderzijds zijn er ook gemeenschappen waar dus veel meer

waarden ook te ingewikkeld of niet passend. Dat is zonder, want zij zouden in potentie

bezoeker komen dan dat er leden zijn. Daarnaast wordt bij internationale kerken vaak

een mooie bijdrage kunnen leveren aan doelen van de gemeente.

geen onderscheid gemaakt tussen leden en bezoekers. En tot slot is het bij de aantallen bezoekers goed om te beseffen dat het veelal om schattingen gaat. Veel lbo’s houden

Bovenstaande resultaten uit onze inventarisatie stemmen overeen met inzichten uit

aantallen niet structureel bij.

eerder onderzoek, zoals we in paragraaf 3.1 bespraken. De “hyperdiversiteit op levensbeschouwelijk gebied” is ook terug te zien in de grote verschillen in aard en karakter van

Ondanks de verschillen in schaalgrootte zien we een rode lijn in de functies die deze

de deelnemende lbo’s. En net als uit eerder onderzoek blijft verkrijgen lbo’s hun inkom-

organisaties vervullen binnen Rotterdam. Het overgrote deel biedt informele hulp, zorg

sten vooral uit bijdragen van leden, bezoekers en deelnemers.

of onderlinge steun aan leden van de eigen gemeenschap, omdat er zich veel mensen in kwetsbare posities onder bevinden. Ook houden velen zich bezig met gemeenschapsopbouw en empowerment van de eigen groep en van andere achtergestelde groepen en met de ondersteuning van mensen die niet in het blikveld van de formele instituties zijn. 27

Verder laat onze inventarisatie zien dat lbo’s voornamelijk gevestigd of actief zijn in één gebied. Hun leden kunnen uit de directe omgeving komen, of uit een groter gebied. Een mogelijke verklaring hiervoor is de keuze van organisaties die stedelijk (willen) werken of die een over de hele stad/regio verspreid wonende groep willen bedienen om redelijk centraal en goed bereikbaar gevestigd te zijn. Een andere mogelijke verklaring voor lbo’s van groepen met een migratieachtergrond, is dat deze groepen vaak geconcentreerd wonen in een aantal wijken. De lbo’s vestigen zich logischerwijs waar de meeste leden wonen. Nog een andere verklaring is de wijze van selectie en benadering van de organisaties opgenomen in ons onderzoek. De vijf lbo’s in het consortium vervulden daar een belangrijke rol in en zij hebben niet in alle gebieden van de stad evenveel contact. De respons uit die gebieden kan daardoor lager zijn, wat niet per se betekent dat daar minder lbo’s gevestigd zijn of dat die minder actief zijn. Tot slot kan het zijn dat lbo’s in sommige gebieden moeilijk aan geschikte gebouwen voor hun activiteiten kunnen komen. Het feit dat lbo’s veelal in één gebied actief zijn, maakt het in het kader van de gebiedsgericht werken interessant voor de gemeente om verder in te zoomen op de organisaties en activiteiten per gebied. En op dat niveau te zoeken naar relevante samenwerking.

Daarbij is het wel goed om te beseffen dat lang niet alle lbo’s een betaalde kracht in dienst hebben. Dat vraagt wellicht om andere manieren om samen op te trekken. Naast de focus op gebieden zien we dat 56 van de 176 deelnemende organisaties niet alleen naar hun eigen gebied kijken, maar breder binnen Rotterdam actief zijn. Dat betekent dat er naast een gebiedsgerichte aanpak ook ruimte moet zijn voor organisaties die gebied overstijgend werken. Daarnaast is het natuurlijk zo dat lbo’s zich in eerste instantie richten op de behoefte van hun gemeenschap en daarin niet direct de indeling van de gemeente volgen.

28

4

Sociale en culturele activiteiten gericht op ontmoeting

In dit hoofdstuk beschrijven we de activiteiten van religieuze en levensbeschouwelijke orga-

om de banden en de saamhorigheid binnen een (relatief) homogene groep te versterken

nisaties die zich richten op gemeenschapsvorming (versterken van de onderlinge contacten

of sterk te houden. ‘Bridging’ sociaal kapitaal houdt in dat er verbindingen (kunnen)

binnen de eigen geloofsgemeenschap, zorgen dat mensen zich thuis voelen binnen de

worden gelegd tussen verschillende groepen in de samenleving (Putnam, 2000). De mate

gemeenschap) en op het aangaan en onderhouden van relaties buiten de eigen geloofsge-

van participatie en vertrouwen in een samenleving zijn belangrijke graadmeters om dat

meenschap. Het gaat hierbij niet om activiteiten die in de eerste plaats/ vooral gericht zijn

sociale kapitaal mee in kaart te brengen (CBS, 2015). Door het meedoen van mensen in

op zorg en hulpverlening of educatieve. Deze activiteiten bespreken we in hoofdstuk 5.

de samenleving (door het onderhouden van contacten, in en buiten de eigen kleinere

4.1

kring, door vrijwilligerswerk of door op te komen voor je belangen of die van anderen)

Context en literatuur

en door vertrouwen in de medemens en in instellingen als de rechterlijke macht, de overheid, politici, religieuze leiders enzovoorts, kan samenwerking binnen en tussen

Lbo’s organiseren verschillende activiteiten die gericht zijn op ontmoeting. Deels vindt

groepen ontstaan (Schmeets, 2013: 2).

die ontmoeting als vanzelfsprekend plaats door het organiseren van bijeenkomsten, rituelen en andere vormen van gezamenlijke bezinning. Maar daarnaast hebben veel

Levensbeschouwelijke betrokkenheid wordt door veel onderzoekers gezien als een belang-

organisaties en gemeenschappen met ontmoeting ook expliciet gemeenschapsvorming

rijke factor voor de sociale samenhang in een samenleving, stelt het CBS (Schmeets, 2019

en verbinding voor ogen. In dit onderzoek zijn we op zoek naar die aspecten van ontmoe-

en 2013). (zie ook Putnam, 2000; Bekkers en Schuyt, 2008; De Hart, 2008 en 2010). Het

ting die bijdragen aan sociale cohesie of sociale samenhang – twee vrijwel identieke

CBS heeft onderzocht wat de betekenis van religie is voor twee pijlers van sociale cohesie:

begrippen die we hier verder afwisselend zullen gebruiken. Onder sociale cohesie of

participatie en vertrouwen. Onderzocht is in welke mate het behoren tot een religieuze

sociale samenhang verstaan we de binding van of relatie tussen groepen in de buurt en de

of levensbeschouwelijke groepering en het al dan niet bezoeken van religieuze diensten

stad, die tot stand komt door activiteiten die gericht zijn op de opbouw van de samenleving

gerelateerd is aan het meedoen met de samenleving en het hebben van vertrouwen hierin.

(De Hart, 2002). Ook op nationaal niveau kan gesproken worden over sociale samen-

Daarmee wordt inzichtelijk in hoeverre religie een bindende factor is in de samenle-

hang. Het gaat, ongeacht het niveau, steeds om collectieve verbanden in de samenleving

ving (Schmeets 2019). Het blijkt dat vooral op het punt van meedoen in de samenleving

(CBS, 2015).

mensen die religieus zeggen te zijn vaker vrijwilligerswerk verrichten en actiever zijn in het verenigingsleven dan anderen. Dat geldt het sterkst voor mensen die regelmatig

Het concept sociale samenhang is sterk gerelateerd aan het begrip sociaal kapitaal (CBS,

(minstens een keer per maand) een dienst bijwonen. Bij het vertrouwen in de medemens

2015). Sociale samenhang wordt gevoed door het in een samenleving (bij individuen

en instituties zijn de verschillen minder groot tussen religieus betrokkenen en degene

en groepen) aanwezige sociale kapitaal. Daarbij kunnen we onderscheid maken tussen

die niet religieus betrokken zijn en zijn er tussen en binnen religieuze stromingen grote

26

‘bonding’ en ‘bridging’. ‘Bonding’ sociaal kapitaal duidt kortgezegd op het vermogen

verschillen. Het CBS concludeert dat “religie een onderscheidende factor in de samenleving blijft, waarbij vooral het praktiseren van het geloof gepaard gaat met meer participatie en meer vertrouwen. Daarnaast zijn het vooral degenen die zeggen te behoren

26 Het is ook mogelijk te spreken over ‘linking’ sociaal kapitaal, zie 7.1.

29

tot de PKN, die meer meedoen en meer vertrouwen hebben. Bij moslims is het beeld

in de Verenigde Staten – meer dan voorheen van kerk wisselen, ‘minder sociaal kapitaal

wisselend: ze hebben meer sociale contacten, maar minder deelname in organisaties,

belichaamd.’ (Putnam, 2000: 74). De onderlinge banden worden zwakker, en de in veel

terwijl ze wantrouwender staan tegenover de medemens maar meer fiducie hebben in

religieuze gemeenschappen sterke combinatie van geloof en inzet voor de gemeenschap

sommige instituties.” (Schmeets, 2019: 16).

wordt minder vanzelfsprekend, zowel op het punt van de interne samenhang (bonding) als de inzet voor en samenwerking binnen de bredere maatschappij (‘bridging’).

Niet alle verschijningsvormen van religie dragen evenveel bij aan sociaal kapitaal. Dat hangt onder andere af van in hoeverre een stroming dienstbaarheid aan mede-

Een andere trend is de individualisering. Onder druk daarvan worden voorheen ‘zware’

mensen tot de kern van de religie heeft ontwikkeld. Sommige levensbeschouwingen

gemeenschappen waarin mensen veel deelden en samendeden ‘lichtere’ gemeen-

richten zich wat meer dan andere op een persoonlijke beleving of ontwikkeling van

schappen, waarin de (deels onder sociale druk geleverde) ‘vanzelfsprekende’ inzet

geloof, wat niet wil zeggen dat deze mensen met religieuze binding niet ook maatschap-

verdwijnt. Deels kan dat gecompenseerd worden door een meer individueel bepaald

pelijk betrokken zijn. En ook de positie van een religieuze gemeenschap in een maat-

maatschappelijk engagement, gebaseerd op bewuste keuzen. Maar ook die soms vluch-

schappij is van invloed. Nieuw gevestigde gemeenschappen zullen in de eerste fase(n)

tiger en vaak tijdelijke betrokkenheid vraagt wel om coördinatie.

meer bezig zijn met interne gemeenschapsopbouw (Davelaar en Van den Toorn, 2010). Dat geldt ook voor gemeenschappen waar de sociaaleconomische en maatschappelijke

Een aspect dat doorgaans minder aandacht krijgt, is dat vooral christelijke lbo’s via

status van de eigen leden relatief zwak is daar zal relatief weinig overbruggend sociaal

hun maatschappelijke werk ook bijdragen aan versterking van onderling contact

kapitaal aanwezig zijn en zullen de inspanningen vooral gericht zijn op het onder-

tussen mensen met zwakkere netwerken van buiten de religieuze gemeenschappen

steunen van de eigen leden (Davelaar en Van den Toorn, 2010).

zelf, bijvoorbeeld via het werk van inloophuizen, buurt/wijk- en straatpastoraat (zie Engbersen en Lupi, 2015; Ter Avest, 2014; Davelaar et al., 2017).

Anderzijds kunnen achtergestelde gemeenschappen via religieuze organisaties hun

4.2 Brede inventarisatie: activiteiten rondom sociale cohesie, ontmoeting en dialoog

leden sterker maken en een platform bieden voor bredere maatschappelijke actie. Zo waren de ‘zwarte’ kerken in de 19e en 20e eeuw in de Verenigde Staten de enige instituties die door de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap zelf gefinancierd en geleid werden. Ze vormden de basis in organisatie- en ideeënvorming voor tal van zwarte

Tabel 4.1. laat zien dat veel lbo’s bijeenkomsten organiseren voor stad- en buurtbewoners

sociale (burgerrechten) bewegingen (Putnam, 2000: 68-69).

met verschillende achtergronden (56%). Ontmoetingen met andere religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen vinden ook bij vrij veel organisaties plaats, namelijk bij 55%. Bij de categorie ‘anders, namelijk’ wordt bijvoorbeeld de burendag genoemd.

Putnam (2000) wijst er in navolging van andere onderzoekers op dat de trend in Westerse landen naar een meer geïndividualiseerde beleving van de (christelijke) religie, waarin mensen met religieuze binding hun eigen geloof vormgeven en – althans 30

4.3 Verdieping: aantal vrijwilligersuren rond sociale cohesie, ontmoeting en dialoog

Als het gaat om activiteiten die zich richten op de samenwerking tussen groepen met verschillende culturele achtergronden dan geeft het overgrote deel van de islamitische organisaties aan dat ze zich hierop richten.

Van 176 organisaties die we hebben meegenomen in het onderzoek, hebben we voor 41 organisaties de inzet van vrijwilligers op diverse activiteiten nauwkeurig in kaart

Tabel 4.1 Activiteiten rondom sociale cohesie, ontmoeting en dialoog, aantal keer aangevinkt (N=176) * Organisaties konden meerdere activiteiten aankruisen. Activiteiten die zich richten op het bevorderen van de samenwerking tussen groepen met verschillende (culturele, religieuze) achtergronden

86

Diensten/bijeenkomsten voor stad- en buurtbewoners met verschillende achtergronden

99

Ontmoetingen met andere religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen

97

Anders, namelijk

22

gebracht. Om een zo representatief mogelijk beeld te kunnen geven is er bij de selectie van de organisaties rekening gehouden met: •

Spreiding over de verschillende religies/denominaties.

•

Geografische spreiding over de stad: in hoeveel en welke gebieden zijn de organisaties actief.

•

Omvang van de organisatie in termen van aantal activiteiten.

•

Omvang van de organisatie in termen van aantal leden.

Veel lbo’s in ons onderzoek (52) vinden ‘gemeenschapsvorming’ één van de belang-

De verdiepende vragenlijst is door de lbo’s in het consortium uitgezet onder 50 geselec-

rijkste toegevoegde waardes van hun organisatie.

teerde organisaties. Van 41 organisaties is er een volledig ingevulde vragenlijst ontvangen. Voor een verdere uitleg van de selectie verwijzen we naar bijlage 1.

Daarbij zien we het onderscheid tussen bonding (versterken van het sociale kapitaal in de gemeenschap) en ‘bridging’ (versterken van de contacten en het vertrouwen tussen

Tabel 4.2 geeft een overzicht van de organisaties die in deze verdieping zijn meege-

gemeenschappen) terug:

nomen, uitgesplitst naar levensbeschouwing/religie.

“Als multiculturele kerkgemeente is de drempel voor mensen om hulp te vragen kleiner. Mensen vragen sneller hulp als ze dit in een taal kunnen doen die een ander begrijpt.” (internationale kerk over bonding). “Wij geloven ook dat er ontmoeting moet plaatsvinden tussen moslims en christenen op een laagdrempelige manier waarbij er vooral plek is voor de persoonlijke zorgen en vragen.” (protestantse organisatie over bridging).

31

Tabel 4.3 Vrijwilligersuren rondom activiteiten gericht op ontmoeting.

Tabel 4.2 Overzicht levensbeschouwelijke organisaties die de tweede vragenlijst hebben ingevuld27 Organisaties

Aantal

Islamitisch

9

Protestants

13

Rooms-katholiek

8

Internationale en migrantenkerken

10

Humanistisch

1

Totaal

41

Roomskatholiek (n=7)

Activiteiten gericht op ontmoeting zijn uitgesplitst naar vier verschillende subcategorieën. Per categorie is het aantal vrijwilligersuren weergegeven in tabel 4.3. De meeste vrijwilligersuren worden besteed aan sociale activiteiten gericht op contact en ontmoeting, vooral binnen de gemeenschap. Behalve bij de lbo’s in ons consortium, daar worden de meeste vrijwilligersuren ingezet bij sociale activiteiten voor de stad- en buurtbewoners. Een verschil is ook te zien bij activiteiten die zich richten op ontmoeting met andere religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen. De rooms-katholieke,

Protestants (n=12)

Islamitisch (n=9)

Internationale kerken (n=8)

Overig (n=1)

Lbo’s consortium (n=3)28

Totaal per activiteit (n=40)

Sociale activiteiten gericht op contact en ontmoeting (vooral binnen de gemeenschap)

12.180

44.507

125.588

18.335

416

7.852

208.878

Sociale activiteiten voor stad- en buurtbewoners

1.668

28.066

7.880

2.395

0

8.501

48.510

Ontmoetingen met andere religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen

319

856

2.499

1.046

200

1.920

6.840

Culturele activiteiten: muziek, dans en toneel

6.230

959

16.323

9.935

40

60

33.547

Totaal per religie/ levensbeschouwing

20.397

74.388

152.290

31.711

656

18.333

297.775

protestantse en internationale lbo’s zetten hier minder uren voor in dan de islamitische organisaties. Ook zien we dat de protestantse organisaties in vergelijking met de andere

4.4 Vrijwilligers aan het woord over ontmoeting

organisaties minder vrijwilligersuren besteden aan culturele activiteiten.

Veel lbo’s hebben aandacht voor onderlinge relaties binnen de gemeenschap. Zo blijkt ook uit de groepsgesprekken. Een vrijwilliger in een pastoraat (christelijk): “Als ik kijk naar de gemeenschap en je ziet de ouderen in het zangkoor dan zie je dat mensen het echt fijn vinden om bij elkaar te komen. Het is meer dan alleen oefenen voor het koor het is echt het samenkomen. Ook bij de voedselbank zie je dat het echt 27 Voor het berekenen van het gemiddeld aantal uren vrijwilligersinzet van lbo’s is gekozen een van de internationale kerken niet mee te tellen. Bij deze kerk weken de cijfers met meer dan een factor 10 af van het gemiddelde van de andere organisaties. Deze organisatie zou een dermate grote invloed op het gemiddelde hebben dat daarmee een vertekend beeld ontstaat. Daarom komen we in tabel 4.3 uit op een totaal van 40 lbo’s.

28 De lbo’s in het consortium zijn los weergegeven, drie van de vijf hebben de verdiepende vragenlijst ingevuld.

32

een groep is die naast de activiteit echt voor elkaar komen, ze zijn er dan even uit. Het

Dit maakt het ook laagdrempeliger voor anderen om te komen. Zo komt het wel

dient dan ook als een stukje ontmoeting en dagbesteding. Als ik dan kijk naar een

eens voor dat mensen met een islamitische afkomst liever niet in een kerk komen en

verzorgingstehuis dat daar zoveel organisatie zit zodat mensen niet vereenzamen

andersom. Hoewel dat ook sterk afhangt van de onderlinge relaties in de wijk. Het helpt

en bij de levensbeschouwelijke organisaties gebeurt dat als vanzelfsprekend.”

als mensen elkaar kennen. Er zijn wel verschillen tussen wijken, aldus een medewerker van een informele zorginstelling:

Sommige lbo’s, met name de ‘gevestigde’ organisaties, hebben ook een duidelijke structuur om onderling contact te bevorderen. Zo kennen veel gemeenschappen ‘kringen’ of

“In Delfshaven is er veel uitwisseling omdat daar ook veel diversiteit zit, maar ik

‘teams’, waarbij groepjes leden nauw met elkaar optrekken. Ze gaan bijvoorbeeld gere-

denk niet dat dat overal zo makkelijk is. Dan zie je juist dat de groepen niet mengen.

geld met elkaar eten, doen aan bijbelstudie of bereiden samen activiteiten voor. Een

Omdat er in Delfshaven geen meerderheid is, maar juist kleine clubs, zie je dat dat

christelijke vrijwilliger vertelt hierover:

wel makkelijker gaat.”

“Ik heb jaren een kring van 20 mensen gehad, in je huis ook, en dat houdt de groep

Juist de combinatie van ‘bonding’ en ‘bridging’ kan sociale cohesie ten goede komen. Zo

bij elkaar. Dat zijn echt je vrienden, daarmee doe je ook veel uitjes.”

stelt ook een vrijwilliger (protestants) in ons groepsgesprek:

Ook een vrijwilliger actief in een moskee onderschrijft dat waar onderling contact

“Een combinatie van ‘bonding’ en ‘bridging’. Als je je thuis voelt in de stad en met

binnen de gemeenschap groeit, de gemeenschap als geheel sterker wordt. Zeker nu de

mensen vertrouwd bent, dan is het ook makkelijker om de stap naar de ander te

moskee vaak de plek is voor mensen met diverse culturele achtergronden:

zetten. En kerken en andere levensbeschouwelijke organisaties zijn in potentie enorm goed in staat om die stap te zetten. Je hebt een netwerk je hebt een gebouw,

“In het verleden waren er geen gemixte moskeeën, nu wel. Ze letten niet meer op wie

je hebt gigantisch veel tot je beschiking. (…) Je kan ook een podium bieden aan

je bent en welke afkomst je hebt. En juist de jongere generatie, ze hebben ook niks

organisaties die met of voor je leden willen werken. Het gaat niet vanzelf maar je

aan een bepaalde etniciteit. Wij zijn Nederlands en hoeven alleen die taal te spreken.”

hebt een enorm sociaal kapitaal tot je beschikking.”

Maar vrijwilligers zien ook dat veel lbo’s de deuren openen voor mensen buiten de gemeenschap. Zo organiseren ze verschillende activiteiten voor kinderen en tieners (o.a. huiswerkbegeleiding), die toegankelijk zijn voor de hele wijk. Maar dialooggesprekken en bijeenkomsten vinden ook regelmatig plaats buiten het eigen gebouw; in zaaltjes en buurthuizen en soms op een plein.

33

4.5 Duiding van de resultaten29

structuren en plannen en soms veel meer organisch. Het feit dat de gemeente expliciet vraagt aan lbo’s om zich te verbinden met elkaar kan een aantal ‘bridging activiteiten’

Met hun activiteiten dragen lbo’s duidelijk bij aan het creëren van netwerken om mensen

mogelijk verklaren. Zo was er tot voor kort budget beschikbaar vanuit de gemeente voor

heen, een vangnet, een plek van ontmoeting. Vrijwilligers bij de lbo’s besteden naar

dialoogtafels.

verhouding 28% van al hun uren aan deze activiteiten (zie voor meer informatie hoofdstuk 9). De meeste vrijwilligersuren worden besteed aan sociale activiteiten gericht

De uitkomsten bevestigen ook dat sommige lbo’s vooral tijd besteden aan ontmoeting

op contact en ontmoeting, vooral binnen de gemeenschap. Behalve bij de lbo’s in ons

in eigen kring en minder bijdragen aan ontmoeting via sociale activiteiten in en voor de

consortium, daar worden de meeste vrijwilligersuren ingezet bij sociale activiteiten

bredere buurt. Daar is vaak geen capaciteit voor. Desalniettemin, dragen deze interne

voor de stad- en buurtbewoners. Naar verhouding zetten de islamitische lbo’s (binnen

‘bonding activiteiten’ net zo goed bij aan de samenredzaamheid van de gemeenschap,

ons onderzoek) de meeste vrijwilligersuren in voor ontmoetingen met andere religi-

inclusief haar kwetsbare leden, en zijn daarmee niet minder belangrijk. Overigens

euze en levensbeschouwelijke gemeenschappen, maar ook de internationale kerken zijn

geven verschillende participanten binnen ons onderzoek aan dat islamitische organi-

verhoudingsgewijs erg actief op dat gebied.

saties en internationale kerken geleidelijk aan meer activiteiten ontplooien gericht op sociale samenhang in buurt of wijk.

De resultaten uit de twee vragenlijsten, maar ook de inzichten uit de gesprekken met vrijwilligers onderbouwen de inzichten uit de literatuur dat levensbeschouwelijke betrokkenheid een belangrijke factor is voor de sociale samenhang in een samenleving. En daarbij heeft meer dan de helft van de lbo’s oog voor zowel verbindingen binnen de eigen gemeenschap (bonding) als verbindingen tussen verschillende groepen (bridging). Deze rol in het faciliteren van ontmoeting en sociale contacten is in de huidige participatiesamenleving, waarbij een sterk appèl wordt gedaan op zelfredzaamheid en samenredzaamheid van mensen, van groot belang. Zeker in het kader van de individualisering zoals we in 4.1 bespraken. Het is interessant om te zien dat deze activiteiten op verschillende manieren ontstaan en georganiseerd worden. Soms is dat vanuit duidelijke

29 In deze paragraaf zijn we als consortium aan het woord: Verwey-Jonker Instituut en vijf grote Rotterdamse levensbeschouwelijke organisaties (Stichting Mara, SPIOR, SKIN-Rotterdam, Samen 010, Convent van kerken Rotterdam). In deze paragraaf hebben we ook de input van de klankbordgroep meegenomen.

34

5

Zorg, ondersteuning en hulpverlening

In dit hoofdstuk bespreken we de aandacht die religieuze en levensbeschouwelijke orga-

Bij lbo’s is de eerste functie altijd van groot belang. Bezoekwerk, individuele counse-

nisaties hebben voor mensen die (tijdelijk) een steuntje in de rug kunnen gebruiken,

ling, gespreksgroepen, voorlichting over ontwikkelingen in de samenleving of over

binnen en buiten de religieuze en levensbeschouwelijke gemeenschappen en groepen.

problemen waar de leden mee te maken krijgen en inzamelingen voor individuen of

Het gaat om aandacht voor levensvragen of geestelijke zorg, om praktische ondersteu-

gezinnen in nood zijn activiteiten die vaak plaatsvinden. Hoe meer bezoekers of leden

ning en om intensievere vormen van hulpverlening.

een gemeenschap kent die zelf moeite hebben om zich staande te houden, hoe meer

5.1

het accent ligt op onderlinge steun binnen de gemeenschap. Voor veel moskeegemeen-

Context en literatuur

schappen, hindoeïstische gemeenschappen en internationale kerken is dat het geval. Veel van het aanwezige sociaal kapitaal gaat daar aan op. De meer gevestigde kerken

We schetsten in hoofdstuk 3 de (tenminste) zeven verschillende functies die levensbe-

hebben een surplus aan sociaal kapitaal en kunnen dat inzetten voor eenzame buurt-

schouwelijke gemeenschappen, stichtingen en verbanden kunnen vervullen op maat-

genoten of jongeren via inloop en maatjesprojecten bijvoorbeeld of voor armoedebe-

schappelijk terrein, nog afgezien van het feit dat ook religieuze samenkomsten en ritu-

strijding en schuldhulpverlening op bredere schaal. (Davelaar et al, 2011; Davelaar et al,

elen zelf positief kunnen uitwerken op het individuele en collectieve welbevinden van

2012; Van den Toorn et al., 2018).

de deelnemer(s). De variatie aan activiteiten is groot. We geven aan de hand van de literatuur twee voorIn de brede activiteitencategorie zorg, ondersteuning en hulpverlening aan personen

beelden. Het recente onderzoek “Armoede in Nederland 2019” (Bolwijn, 2019) toont

en groepen die in dit hoofdstuk besproken wordt zien we een aantal van deze functies

alleen al de breedte van het kerkelijke werk op het terrein van armoedebestrijding. Het

terug. Het gaat daarbij vooral om:

laat zien dat van alle diaconale organisaties (vaak verbonden aan lokale kerkelijke (wijk)

•

Informele hulp, zorg of onderlinge steun aan leden van de eigen gemeenschap.

gemeenten en parochies) zo’n 80% betrokken is bij de ondersteuning van personen en

•

Gemeenschapsopbouw en empowerment /versterken van de eigen of andere achter-

of huishoudens die niet goed kunnen rondkomen. Het betreft veelal een combinatie van

gestelde groepen.

individuele hulpverlening met materiële of immateriële hulp. Gemiddeld zijn landelijk

Ondersteuning van kwetsbare personen en groepen die buiten het bereik/blikveld

gezien zo’n 25.000 vrijwilligers hierbij vanuit de kerken actief geweest, ten opzichte van

van reguliere instanties vallen.

16.800 in 2015. In totaal zijn er 1.341.059 uren besteed door vrijwilligers aan individuele

Het vervullen van een brugfunctie tussen moeilijk bereikbare groepen/personen en

ondersteuning. Als je deze inzet zou laten verrichten door formele dienstverleners zijn

reguliere instanties.

er 853 fulltime beroepskrachten nodig. De diaconale organisaties hebben naast imma-

• •

teriële hulp in 2018 bovendien een totaalbedrag van ongeveer 15 miljoen aan individuele, financiële hulp besteed.

35

Zij zijn daarnaast ook vaak gewaardeerde samenwerkingspartners in lokale voedsel-

Tabel 5.1 Activiteiten rondom informele zorg en ondersteuning, aantal keer aangevinkt (N=176)

banken en zorgen voor de inzameling en distributie van kleding en huisraad voor (ex-)

Geestelijke begeleiding (begeleiding rond religieuze of zingevingsvragen)

151 (86%)

daklozen asielzoekers of vluchtelingen (Bolwijn, 2019).

Gespreksgroepen rond zorg- en opvoedingsthema’s

92 (52%)

Elkaar steunen binnen de gemeenschap

157 (89%)

Aandacht en steun voor buurtbewoners die dat nodig hebben

110 (63%)

Aandacht en steun voor specifieke kwetsbare groepen in de samenleving (buiten de eigen gemeenschap): eenzame ouderen, dak- en thuislozen, mensen zonder verblijfsvergunning

100 (57%)

Jeugd- en jongerenwerk

100 (57%)

achterban en ondersteuning bij de integratie in Nederland (waaronder taallessen). Ook

Culturele en recreatieve activiteiten voor de eigen leden of bezoekers (maaltijden, uitstapjes, sport)

141 (80%)

houden de organisaties zich bezig met het werven, activeren en begeleiden van vrijwil-

Anders, namelijk

De inzet op het terrein van de Wmo laat eenzelfde beeld zien: ‘Levensbeschouwelijke organisaties en de Wmo in Den Haag’ (Van den Toorn, 2018) laat zien dat de activiteiten variëren van individuele hulp bij praktische of sociaal-emotionele vragen en het bezoeken van zieken en ouderen, tot het verzorgen van voorlichtingsbijeenkomsten over allerlei inhoudelijke thema’s (gezondheid, ondersteuning vanuit de Wmo) voor de

12 (7%)

ligers, die bijvoorbeeld worden ingezet in maatjesprojecten voor jongeren, gezinnen, ouderen en mensen met schulden.

Er wordt ook veel hulpverlening geboden rondom integratie, zo blijkt uit citaten van lbo’s die de vragenlijst hebben ingevuld:

5.2 Brede inventarisatie: activiteiten rond zorg, ondersteuning en hulpverlening

“Wij helpen Poolse migranten een beter evenwicht te vinden tussen eigen identiteit en de Nederlandse samenleving.”

Zoals tabel 5.1 laat zien organiseren lbo’s in Rotterdam veel activiteiten op het gebied van informele zorg en ondersteuning. Bijna alle organisaties organiseren activiteiten

“Voor de nieuwkomers migranten, woonachtig in Rotterdam en omgeving, is deze

die zich richten op onderlinge steun binnen de gemeenschap (157 van de 176). Daar-

stichting een gigantische steun in hun integratie en participatie in de samenleving.”

naast houden veel lbo’s zich bezig met geestelijke begeleiding (151), voornamelijk de protestantse en internationale kerken. Ook bij jeugd- en jongerenwerk geeft vooral een

Ook zetten lbo’s zich in voor het bestrijden van armoede en voorkomen dan wel oplossen

groot deel van de internationale kerken aan dat ze dit doen. Bij de andere religies/levens-

van schulden, voornamelijk door middel van het bieden van praktische begeleiding

beschouwingen ligt dit percentage lager. Bijna alle islamitische organisaties geven aan

(64%). Activiteiten die in mindere mate plaatsvinden, zijn maatjesprojecten (24%) en

culturele en recreatieve activiteiten uit te voeren. Gespreksgroepen rond zorg- en opvoe-

werkervaringsplekken of stages aanbieden (24%).

dingsthema’s komen het minst voor, maar alsnog bij de helft van de organisaties (52%).

36

5.3 Verdieping: aantal vrijwilligersuren rond zorg, ondersteuning en hulpverlening

De islamitische organisaties zetten zich, vergeleken met de anderen, nog meer in op taallessen, computerlessen en empowerment. Ook geeft een groot deel van de islamitische organisaties aan voorlichtingen binnen de gemeenschap te geven. Ze zetten juist minder in op financiële hulp. De protestantse organisaties zijn vooral actief bij voedsel-

De activiteiten rondom zorg, ondersteuning en hulpverlening zijn in de verdiepende

banken en kledingbanken, meer dan bij de andere religies/geloofsovertuigingen.

vragenlijst uitgesplitst naar negen verschillende categorieën. In totaal hebben in 2018 de 40 organisaties, die de verdiepende vragenlijst invulden, hier 337.580 vrijwilligers

Tabel 5.2 Activiteiten rondom armoede en het voorkomen of oplossen van schulden, aantal keer aangevinkt (N=176)

uren voor ingezet.30 Verreweg de meeste uren zijn ingezet bij voor het ondersteunen van mensen tijdens bepaalde perioden of ingrijpende gebeurtenissen in het leven. Veel

Financiële hulp

93 (53%)

Praktische begeleiding: hulp bij invullen formulieren, meegaan naar sociale dienst

113 (64%)

Werkervaring en stages bieden

43 (24%)

bij het openstellen van het gebedshuis of gebouw voor bepaalde groepen (ouderen met

Taallessen, computerlessen, empowerment trainingen, etc.

65 (37%)

een klein netwerk, jongeren, buurtbewoners, dak- en thuisloze mensen). Net als de vijf

Inzet voor voedselbanken, kledingbanken

91 (52%)

lbo’s in het consortium zetten de internationale kerken het minst aantal vrijwilliger-

Maatjesprojecten voor mensen in armoede, voor mensen met schulden

43 (24%)

suren in bij de ondersteuning op het vinden van werk. Bij de andere organisaties gaan

Voorlichting binnen de gemeenschap over regels en wetten rond werk en inkomen, over omgang met geld, over mogelijkheden financiële ondersteuning te krijgen van de gemeente of van fondsen (voor sport of schoolactiviteiten voor kinderen)

70 (40%)

Anders, namelijk

26 (15%)

minder uren zijn ingezet voor tolken of vertalen. De internationale kerken, katholieke, protestantse en islamitische organisaties zetten allemaal de meeste vrijwilligersuren in

de minste uren naar het tolken en vertalen.

Over de hele linie zien de lbo’s hun toegevoegde waarde vooral in de laagdrempeligheid van hun activiteiten. Zo blijkt ook uit een aantal citaten: “Als gemeenschap zijn wij vaak laagdrempelig waardoor mensen met problemen eerder komen om zonder angst of schaamte hun verhaal te doen.” “Gemeenschapsopbouw en laagdrempelige dienst- en hulpverlening aan wijkbe30 In totaal hebben 41 lbo’s de vragenlijst ingevuld. Voor het berekenen van het gemiddeld aantal uren vrijwilligersinzet van lbo’s is echter gekozen om een van de internationale kerken niet mee te tellen. Bij deze kerk weken de cijfers met meer dan een factor 10 af van het gemiddelde van de andere organisaties. Deze organisatie zou een dermate grote invloed op het gemiddelde hebben dat daarmee een vertekend beeld ontstaat.

woners in een kansarme wijk van Rotterdam. Wij hebben nog tijd voor mensen die niet meekunnen in een hectische maatschappij.” 37

Tabel 5.3 Vrijwilligersuren rondom activiteiten gericht op zorg, ondersteuning en hulpverlening Rooms-Katholiek (n=7)

Protestants (n=12)

Islamitisch (n=9)

Internationale kerken (n=8)

Overig (n=1)

Lbo’s consortium (n=3)

Totaal per activiteit (n=40)

Bespreken van levensvragen, zingeving en geloof

2.062

18.316

7.112

12.536

0

11.296

51.322

Ondersteuning van mensen tijdens bepaalde perioden of (ingrijpende) gebeurtenissen in het leven

12.500

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=0ccc79d2-fa4d-4342-b153-e6eab73f3851