CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20bb17401 Bijlage 2 behorende bij 21bb1071 over Lokale Agenda Toegankelijkheid ( LAT )

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 15.1 Het voorstel tot vaststelling van het Rotterdamse beleidsplan voor maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp 2021-2026 ‘Heel de stad’, alsmede de Lokale Agenda Toegankelijkheid.28.219 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

‘Hij doet nu zelfs vrijwilligerswerk. Zo gaaf om te horen’

Inclusief sporten ‘Wat er beter kan in Rotterdam? Wij zouden graag zien dat er nog meer ruimte komt voor inclusief sporten. Dat het vanzelfsprekend is dat mensen met en zonder een beperking met elkaar sporten.

31

Vrije tijd

Rotterdam is een bruisende stad waar veel te beleven is. Er is ruim sportaanbod, maar er is ook veel gelegenheid voor culturele uitstapjes. Daarnaast zijn er, met name gedurende de zomerperiode, veel festivals en evenementen. Om ervoor te zorgen dat ook mensen met een beperking of chronische ziekte aan al dit aanbod kunnen deelnemen en op de juiste wijze begeleid worden wanneer nodig, werkt Rotterdam niet alleen aan de toegankelijk­heid van sport en cultuur, maar ook in het toerisme­ beleid wordt gedacht aan toegankelijkheid.

Cultuur Algemene inleiding In de langetermijnvisie Rotterdamse Cultuurvisie: cultuur ondersteunt de veranderingen in de stad is inclusiviteit een speerpunt. Het thema staat ook centraal in de Uitgangspuntennota voor het de nieuwe cultuurplanperiode ­ 021-2024 Stad in transitie, cultuur in verandering: 2 • Cultuur in Rotterdam is voor iedereen bereikbaar en toegankelijk, zodat alle Rotterdammers kunst en cultuur kunnen ervaren, beoefenen en beleven. • Alle Rotterdammers kunnen in de lokale culturele infrastructuur participeren en vaardigheden en talenten te ontwikkelen. De Rotterdammer merkt dit door meer aandacht voor een (beter) toegankelijke culturele infrastructuur en meer ­differentiatie in het aanbod, ook voor jeugd en volwassenen met een beperking.

Terugblik op thema toegankelijkheid in de afgelopen jaren • Stimuleren van toegankelijkheid als norm binnen de culturele sector: de instellingen zijn op verzoek ­geïnformeerd over het belang van toegankelijkheid van de fysieke locatie, daarnaast hebben diverse culturele instellingen activiteiten ontwikkeld die zowel de sociale als de ­informatie toegankelijkheid van het aanbod ­vergroten; • Pilot-onderzoek in 2019 ‘Iedereen is Kunstenaar’ van initiatiefnemer Dirk Monsma met als doel cultuurparticipatie onder jeugd en jongeren met een beperking te vergroten in samenwerking met: vso de Hoge Brug en Rotterdam College, Theater Babel Codarts, Erasmus Universiteit, Hogeschool Rotterdam, Jeugdtheater ­Hofplein KCR, Maas theater dans podium, MEE Rotterdam, Misiconi Dance Company, My Breath, My Music, Rijnland revalidatiecentrum en SKVR;

32

Lokale Agenda Toegankelijkheid - Gemeente Rotterdam

• Dance Ability: kennisdeling binnen landelijk platform voor het faciliteren van (dans)makers met een beperking op initiatief van het Holland Dance Festival; • Ontwikkeling van toegankelijk cultuuraanbod in Rotterdam: zoals ‘Ongezien’ en ‘Ongehoord’ van Boijmans Van Beuningen en toegankelijke dans Scapino Ballet; • Misiconi Dance Company van Joop Oonk biedt samen met Theatergroep Mangrove in de SKAR Broedplaats ‘Spot op Zuid’ inclusieve podiumkunsten (Dans en ­theater) aan; • Theater Babel werkt volledig inclusief en vergroot ­daarmee de zichtbaarheid van makers en uitvoerenden met een beperking door middel van theaterproducties, workshops en de academie en landelijk en internationaal onderzoek naar inclusief theater i.s.m. de Hogeschool Rotterdam.

Voorgenomen beleid en acties in de komende jaren • Inclusiviteit is een speerpunt in het nieuwe Rotterdamse cultuurbeleid en de nieuwe cultuurplanperiode ­2021-2024. Instellingen dienen in hun beleidsplan aan te geven hoe zij omgaan met inclusiviteit en toegankelijkheid, in het bijzonder wat betreft fysieke en informatie/ digitale toegankelijkheid van hun aanbod en organisatie. • Culturele instellingen worden geacht de landelijke Code Diversiteit & Inclusie toe te passen op het gebied van personeel, programma, partners en publiek. • Gelijke kansen voor elk talent, door kwalitatief goed cultuuronderwijs voor alle Rotterdamse basisschool­ leerlingen, o.a. door de inzet van meer cultuurcoaches in het speciaal onderwijs, met passende doelstellingen en werkwijzen. • Per gebied worden de culturele voorzieningen in kaart gebracht, daarbij is toegankelijkheid een aandachtspunt; • Bewustwording over toegankelijkheid vergroten, intern en extern, door o.a. een themabijeenkomst, met aandacht voor good practices uit de culturele sector van o.a. ­Scapino Ballet, Boijmans Van Beuningen en Theater Babel. • In het kader van het nieuwe beleid Creatieve Industrie wordt de inzet van de creatieve sector gestimuleerd bij belangrijke maatschappelijke opgaves, onder ander op het gebied van inclusiviteit en toegankelijkheid.

Evenementen Uit de evaluatie van het evenementenbeleid bleek de toegankelijkheid van Evenementen een belangrijk aandachtspunt. Daarbij gaat het niet alleen om fysieke aanpassingen, maar ook over informatieverstrekking en bejegening ten behoeve van sociale toegankelijkheid. In het nieuwe evenementenbeleid is de toegankelijkheid van evenementen opgenomen. Wat gaat veranderen is dat het evenementen-

aanbod inclusiever wordt door het samenstellen van een divers aanbod en het vergroten van de toegankelijkheid voor mensen met een beperking.

Terugblik op thema toegankelijkheid in de afgelopen jaren • De Brede Raad 010 heeft in 2019 een advies uitgebracht over betere toegankelijkheid en meer inclusieve Evenementen. • De gemeente heeft naar aanleiding daarvan desk­ research uitgevoerd naar de informatievoorziening over toegankelijkheid op de websites van de B/C-evenementen en de toegankelijkheid van de websites zelf. • De gemeente heeft tevens een scan naar inclusiviteit laten uitvoeren van een aantal grote evenementen, waarvan de uitkomsten zijn meegenomen in het te ­ontwikkelen informatieproduct over toegankelijkheid. • In de nieuwe vergunningennota is plaatsing van een toegankelijk toilet op het terrein verplicht gesteld bij B/C-evenementen en bij A-evenementen indien het ­evenement zich daarvoor leent.

Voorgenomen acties in de komende jaren • Een consequentie van het nieuwe evenementenbeleid is dat het evenementenaanbod inclusiever wordt door het samenstellen van een divers aanbod en het vergroten van de toegankelijkheid voor mensen met een beperking. • Op basis van het advies van de Brede Raad, Desk­ research en de scan van een aantal evenementen is een informatieproduct opgesteld met aanbevelingen voor het verbeteren van de toegankelijkheid en inclusie van evenementen en festivals. Deze checklist zal online beschikbaar worden gesteld en op verschillende ­manieren worden verspreid. • In 2021 wordt geëvalueerd of het advies van de Brede Raad, het onderzoek en het informatieproduct hebben geleid tot een vergroting van de toegankelijkheid bij evenementen en de communicatie hierover is verbeterd. Daarna zal worden bezien of aanvullende maatregelen nodig zijn.

Sport De visie van de afdeling Sport is: “in 2030 is Rotterdam door bewegen en sport vitaler en aantrekkelijker. Rotterdammers hebben volop mogelijkheden om met plezier en elk op zijn of haar eigen manier te sporten en te bewegen”. De vier ambities zijn: • De stad nodigt uit tot bewegen en sport. Er zijn ­voldoende goede en toegankelijke sportvoorzieningen en faciliteiten die verleiden tot bewegen, zowel binnen als buiten.

33

• Nog meer Rotterdammers hebben plezier in bewegen. In 2030 kan elke Rotterdammer op zijn eigen niveau, manier en moment met plezier bewegen. • Sport brengt meer in beweging. Het is vanzelfsprekend om sport en bewegen in te zetten op het gebied van zorg, welzijn, jeugd(hulp), onderwijs, werk etc. om ­daarmee positieve effecten op talentontwikkeling, ­gezondheid, economie en meedoen in de samenleving te behalen. • Rotterdam ademt sportambitie en -innovatie. Rotterdam straalt nog meer sport en topsport uit met toonaangevende evenementen, innovatieve concepten op sporten beweeggebied en een goede topsportstructuur.

Inzet op toegankelijkheid van de afgelopen jaren Afgelopen jaren is er veel gedaan op gebied van sport. In de Sportnota Rotterdam 2017-2020 is opgenomen dat ook voor Rotterdammers met een beperking er aantrekkelijk sportaanbod is en dat de toegankelijkheid van gemeentelijke sportaccommodaties en sportaccommodaties in ­eigendom van verenigingen met incidenteel budget wordt verbeterd. Met dit incidentele budget zijn 25 gemeentelijke sportaccommodaties en 8 buitenaccommodaties van ­verenigingen toegankelijker gemaakt. Daarnaast zijn er nog meer goede voorbeelden van de inzet op toegankelijkheid:

Plasvriendelijk Rotterdam Onderdeel van toegankelijkheid is de beschikbaarheid van (toegankelijke) toiletten. Voor veel mensen is dit een voorwaarde om naar buiten te kunnen. Door het plaatsen van nieuwe openbare toiletten en het opzetten van de Pilot Propere Plee is in de Rotterdamse binnenstad de 500 m ­ eter-norm van de Maag Lever Darm Stichting ­bereikt. Dat betekent dat er in het centrum van Rotterdam op iedere 500 meter een toiletvoorziening te vinden is. Eerder ontving Rotterdam met haar toiletbeleid al het ­ redicaat ‘Koploper gemeente’. Het gaat de gemeente p niet alleen om het voorkomen van wildplassen. Alhoewel dat op sommige plekken tot veel overlast leidt. Voor velen is een toilet simpelweg noodzakelijk. Mensen met buik- of blaasproblemen durven er niet op uit, zonder zeker te weten dat er een toilet in de buurt is. Ook ouderen en hele jonge kinderen moeten vaak onverwachts naar het toilet. In veel andere Europese landen is een toilet in de supermarkt bijvoorbeeld heel normaal. Daarom maakt de gemeente zich hard voor meer toegankelijke openbare en opengestelde toiletten. Op het overzichtskaartje is te zien waar de ­inmiddels meer dan 60 Rotterdamse openbare toiletten te vinden zijn. Hoge Nood Afgelopen periode zijn acht nieuwe zelfreinigende openbare toiletten geplaatst in de openbare ruimte en daar komen er nog meer bij.

Daarnaast is de ‘Propere Plee’ geïntroduceerd. De cafés, restaurants en hotels die hieraan meewerken laten met een groene sticker op de deur zien dat het p ­ ubliek gratis van het toilet gebruik mag maken. De sticker geeft ook aan of het kleinste kamertje toegankelijk is voor rolstoelgebruikers. De bedrijven zijn te vinden in de H ­ ogeNood-app. De app laat de route naar het dichtst­bijzijnde toegankelijke toilet zien, net als het soort ­voorzieningen.

34

Lokale Agenda Toegankelijkheid - Gemeente Rotterdam

Pilot Propere Plee De deelnemende horeca-instellingen ontvangen van de gemeente een kleine bijdrage voor het onderhoud en schoonmaken van de toiletten. Het gaat om een proef die duurt tot eind 2020. Deelnemende horeca-instellingen zijn te herkennen aan een sticker op hun deur. Hierop staat ook of het toilet rolstoeltoegankelijk is. De gemeente test met mysteryguests de klantvriendelijkheid van de ­‘propere plees’. Mysteriebezoeken De tot dan toe deelnemende horecaondernemers aan de Propere Plee zijn afgelopen zomer allemaal bezocht door een Mysteriebezoeker van de gemeente. Tijdens deze mysteriebezoeken is gecontroleerd op een drietal punten: 1. Kan een passant gratis gebruik maken van het toilet? 2. Is de groene propere plee sticker zichtbaar bij de ­entree geplakt? 3. Staat de horecaondernemer vermeld in de hoge nood app? Ook heeft de mysteriebezoeker ondernemers adviezen meegegeven om het toilet voor meer doelgroepen ­toegankelijk te maken. Meer omzet met een gastvrij toilet Deelnemende ondernemers vinden het belangrijk dat ­mensen die afhankelijk zijn van het een toilet niet thuis­ blijven maar ook gewoon uitgaan en meedoen. Daarnaast merken zij dat hun omzet stijgt bij een gastvrij toiletbeleid. Een gratis toilet trekt nu eenmaal meer klanten. Horeca­ondernemers die ook mee willen doen kunnen zich a ­ anmelden via 14010 o.v.v. Propere Plee.

• Een beleidsregel waarin is vastgesteld dat alle nieuw te bouwen en te renoveren gemeentelijke binnensport­ accommodaties moeten voldoen aan richtlijnen voor binnensportaccommodaties. • Financiële ondersteuning voor sport- en beweeg­ aanbieders die extra kosten hebben voor het aanbieden van sport en bewegen voor mensen met een beperking door middel van subsidie. • Bemiddeling van mensen met een beperking naar ­passend sportaanbod door MEE Rotterdam Rijnmond. • De netwerkorganisatie Sport op Maat zet zich in om drempels weg te nemen om te gaan sporten. Met MEE Rotterdam Rijnmond en het Sportbedrijf hebben ze zicht op het sport- en beweegaanbod, werken zij samen om nieuw sport- en beweegaanbod te starten en het huidige aanbod te verbeteren en om de mogelijkheden zichtbaar te maken. • Onderzoek naar de behoeftes van sporten en bewegen op speciaal onderwijs en een heroriëntatie van het ­aanbod van de gemeente. Er loopt bijvoorbeeld een pilot ‘LekkerFit!’ op een speciaal basisonderwijs school en het Sportbedrijf Rotterdam werkt aan een opdracht om schoolsport verder uit te breiden naar het speciaal (basis) onderwijs. • Bij (topsport)evenementen zijn er verschillende ­voorbeelden waarbij reguliere sporten en aangepaste sporten samengaan: ABN World Tennis Tournament, CHIO, EK beachvolleybal en zitvolleybal.

• In april 2019 hebben de gemeente, Rotterdam Sportsupport, het Sportbedrijf Rotterdam en Rotterdam Topsport toegezegd om een Play Unified-stad te worden. Dit houdt in dat mensen met en zonder beperking elkaar ontmoeten en (waar mogelijk) samen sporten. • Er zijn sportverenigingen, kinderboerderijen, educatieve tuinen en speeltuinen waar mensen met en zonder ­beperking vanzelfsprekend welkom zijn en samen ­sporten en bewegen. • Er heeft een pilot voor doven en slechthorenden plaats gevonden bij het EK herenvolleybal op 13 september 2019 om uit te proberen hoe een sportevenement beter toegankelijker gemaakt kan worden voor hen. Onderzocht wordt hoe hier een vervolg aan kan worden gegeven.

• Verbeteren van randvoorwaarden die nodig zijn voor mensen met een beperking om te kunnen sporten en bewegen. Er wordt ingezet op: - de aanwezigheid van passend sport- en ­beweeg­aanbod; - vindbare en toegankelijke informatie over het sport- en beweegaanbod; - toegankelijke sportlocaties; - betaalbaar sport- en beweegaanbod. Dit wordt bereikt door de huidige inzet te continueren en te borgen, en te onderzoeken welke extra inzet nodig is.

Voorgenomen beleid en acties de komende jaren

De komende jaren zet de afdeling Sport in op eSports. Binnen eSports staat inclusiviteit centraal. Doordat eSports digitaal is, vallen belemmeringen vanwege iemands leeftijd, fysieke of mentale gezondheid, etnische achtergrond, seksuele geaardheid of sociale positie weg. Je speelt met elkaar, met of zonder handicap, ook als je elkaar fysiek niet ontmoet.

Afgelopen periode is het huidige beleid voor het sporten en bewegen voor mensen met een beperking geëvalueerd. Naar aanleiding van deze evaluatie worden de volgende doelen opgenomen in toekomstig beleid, zoals de Sportnota 2020, beleidsregels, opdrachtverleningen, subsidie­ verleningen, etc.

Voor randvoorwaarden welke niet binnen de verantwoordelijkheid van de afdeling Sport, Natuur en Recreatie valt, vindt integrale afstemming plaats met andere ­afdelingen en partners. Denk aan: - de financiële mogelijkheden om te kunnen sporten; - vervoer om naar het sport- en beweegaanbod te komen; - indien noodzakelijk sporthulpmiddelen of ­-voorzieningen om te kunnen sporten. • Mensen met een beperking stimuleren en indien nodig begeleiden om te gaan sporten en bewegen. Door bijvoorbeeld meer bekendheid te geven aan de mogelijkheden en deze zichtbaarder te maken, en bemiddeling door intermediairs zoals Sport MEE en zorgverleners. Ook hiervoor is integrale samenwerking wenselijk, ­omdat verschillende afdelingen zich inzetten voor ­mensen met een beperking of een chronische ziekte. • Binnen de afdeling en bij partners is er een inclusief sport- en beweegbeleid voor mensen met een ­beperking door: - het vergroten van de bewustwording, sociale toe­ gankelijkheid en gastvrijheid voor mensen met een beperking bij collega’s, partners en sport- en ­beweegaanbieders; - sportverenigingen en andere sport- en beweeg­ aanbieders te ondersteunen bij het inclusiever maken van het aanbod (mensen met een beperking sporten mee met mensen zonder een beperking).

Eén van de onderwerpen die tijdens de inventarisatie en de hackathon van Rotterdam Onbeperkt naar voren is gekomen, is dat het niet goed zichtbaar is welke mogelijkheden er zijn voor mensen met een beperking om te kunnen sporten en bewegen in Rotterdam. Het zichtbaar maken

35

van de mogelijkheden is opgenomen in het tweede doel. Dit wordt samen met Sportbedrijf ­Rotterdam en Rotterdam Sport op Maat opgepakt.

Toerisme Gastvrije stad, nu en in de toekomst Met toerisme streeft de gemeente Rotterdam naar een gastvrije stad, nu en in de toekomst. Door te laten zien dat toerisme bijdraagt aan de ambities van de stad, ook op het gebied van toegankelijkheid. Bijvoorbeeld door te investeren in goede informatievoorziening en een toegankelijke stad waar bewoners en bezoekers de weg kunnen vinden. Een van de concrete acties is dat de Routes applicatie wordt vernieuwd, waarbij er meer aandacht komt voor toegankelijkheid.

36

Lokale Agenda Toegankelijkheid - Gemeente Rotterdam

Rotterdam Sport op Maat

37

ELVERA VAN LEEUWEN

Blind zijn en toch kunst kijken Kun je als blinde of slechtziende een schilderij bekijken? ‘Zeker’, vertelt Elvera van Leeuwen. Zij traint museumgidsen in het rondleiden van mensen die blind of slechtziend zijn.

‘Ik ben geïntrigeerd door de vraag hoe je blinden en slechtzienden kunt helpen om kunst en cultuur te beleven, vertelt Elvera. ‘Ik volgde een e-learning om een gids te worden voor blinden en slechtzienden bij Nevero in België. In Nederland was daarover nog niets bekend. Daarom heb ik zelf een ­training voor museumgidsen gemaakt.’ Speciale brillen ‘Mijn training duurt twee halve dagen en draait vooral om beleven. Ik laat de deelnemers met speciale brillen op ervaren hoe het is om een bepaalde oogaandoening te hebben. En met die oogaandoening naar bijvoorbeeld een schilderij te kijken. Want de een kijkt als het ware door een klein gaatje en een ander ziet in het midden ­ elemaal niets.’ h Vertellen wat je ziet ‘Verder oefenen we met technieken om blinden en slechtzienden te helpen zich een voorstelling van een kunstwerk te maken. Een belangrijk onderdeel is een audiodescriptie geven.

38

Lokale Agenda Toegankelijkheid - Gemeente Rotterdam

Dat is een bepaalde methode waarmee je vertelt wat er op een schilderij te zien is. Hoe doe je dat zo duidelijk en objectief mogelijk? Die audiodescriptie ondersteun je met andere materialen om alle zintuigen te prikkelen. Je kunt bijvoorbeeld tekeningen met reliëf maken. Of geur­ potjes van iets dat op het schilderij staat. De rode draad is dat je je steeds in de ander met zijn visuele beperking verplaatst. En creatief denkt.’ Boijmans van Beuningen ‘Met de training onder de arm heb ik bij museum Boijmans van Beuningen aangeklopt en zij waren direct ­enthousiast over de training. Sinds de zomer van 2018 is er elke maand een rondleiding voor blinden en slechtzienden geweest. Die rond­ leidingen duren anderhalf uur en ze worden goed bezocht.’ NB Naast deze rondleiding Ongezien heeft Boijmans ook de rondleidingen Ongehoord en Onvergetelijk.

Rotterdam Onbeperkt ‘De training voor museumgidsen is maar een deel van wat ik doe met mijn bedrijf Mikxs. We maken nu bijvoorbeeld toegankelijke stadswandelingen in Rotterdam. Samen met Mirjam Koornneef en Raimond Kuckelkorn ontwikkel ik wandelingen waarbij de zintuigen worden geprikkeld en de stad niet alleen met je ogen wordt bekeken.

De toegankelijkheid van de stad speelt hierbij ook een rol. Zodoende ben ik in contact gekomen met Rotterdam Onbeperkt. In oktober 2019, in de landelijke Week van de Toegankelijkheid, hebben we samen de stadswandelingen zes keer aangeboden voor geïnteresseerde Rotterdammers.’

Dit is een mooie activiteit voor blinden en slechtzienden en doven en slechthorenden, maar ook voor mensen die de stad net even iets anders willen beleven.

‘Ik ontwikkel wandelingen waarbij de stad niet alleen met je ogen wordt bekeken’

39

Minister Hugo de Jonge opent Koplopersbijeenkomst VNG

40

Lokale Agenda Toegankelijkheid - Gemeente Rotterdam

Opgroeien

In dit onderdeel wordt aandacht besteed aan kinderen. Het gaat hierbij niet alleen om beleid op het gebied van jeugd(zorg), maar ook over onderwijs. Ieder kind heeft recht op passend onderwijs, maar hoe zorgen we daarvoor in Rotterdam? Ten slotte gaat het ook over spelen en ontmoeten. We vinden het in Rotterdam belangrijk dat kinderen met en zonder beperking met elkaar kunnen spelen, maar ook dat hun ouders of begeleiders (met een beperking) mee kunnen naar de speelplek.

Onderwijs Goed onderwijs stelt mensen in staat hun talenten te ­ontdekken en te benutten, een plaats te vinden in de ­samenleving, werk te vinden dat bij hen past en zich ­verder te ontwikkelen. Goed onderwijs leert mensen met elkaar en met nieuwe omstandigheden om te gaan. In het Masterplan Onderwijs ‘Bouwen aan de Toekomst’ (2017) wordt aangegeven hoe de gemeente streeft naar een ­inclusieve samenleving en dus ook inclusief onderwijs. Dat betekent dat niemand buiten de boot valt en dat 99% van de kinderen in zijn eigen wijk naar de basisschool kan. Daarvoor is een verdere integratie van regulier en speciaal onderwijs noodzakelijk, zodat er op wijkniveau voor alle kinderen een passende plek is en iedereen een vliegende start kan maken ongeacht intelligentie, beperkingen of wijk waarin ze opgroeien. Op basis van het Masterplan is een verkenning gestart naar de mate waarin speciaal en regulier onderwijs samenwerken en hun werkzaamheden kunnen integreren om passend onderwijs te realiseren. De grotere basisscholen maken het mogelijk om in en rondom de school meer expertise te organiseren en een passende school te maken. Leraren en andere medewerkers worden toegerust op het gebied van zorg en passend onderwijs. Het zorglandschap wordt ­eenvoudiger gemaakt en meer ondersteunend aan het onderwijs. Zorgvragen niet in de klas, maar jeugdhulp en andere expertise wel op school.

Meer mensen met ­verschillende specialisaties in één team. Meer docenten op de groep die speciale aandacht kunnen geven in de reguliere les, niet alleen aan de zorgvraag, maar ook op het gebied van ICT en persoonlijke ontwikkeling. Waar mogelijk worden de specialistische onderdelen van speciaal onderwijs gebundeld, waarbij scholen samenwerken en deels gebruikmaken van dezelfde voorzieningen. De Inspectie van het Onderwijs laat zien dat de verschillen in prestaties van scholen groot zijn. Dit is onafhankelijk van de schoolpopulatie, -denominatie of schoolsoort. Naast de kwaliteit is de toegankelijkheid een belangrijke factor voor

41

kansengelijkheid. Dat begint bij de financiële toegankelijkheid van de voorschool. De voorschool is een voorziening voor alle Rotterdamse kinderen. In de periode voor de basisschool kunnen peuters in de peuteropvang of ­kinderopvang een aantal uren spelen en leren met andere kinderen. Er is daarbij aandacht voor sociale, emotionele en motorische ontwikkeling, en taal- en rekenontwikkeling via spel. Het educatieve programma van de voorschool (voor- en vroegschools programma) bestaat uit thema’s met speelse activiteiten. Ook in ander opzicht is toegankelijkheid een belangrijk punt. De gemeente heeft de taak te zorgen voor adequate onderwijshuisvesting voor het primair en voortgezet ­onderwijs, inclusief het (voortgezet) speciaal onderwijs. De afgelopen jaren heeft de gemeente hier veel in ­geïnvesteerd. Desondanks staat de gemeente de komende jaren voor een enorme opgave. Voor de verbinding van kinderen met elkaar, met hun buurt en met hun wijk is het van belang dat alle kinderen zoveel mogelijk in de buurt of in hun wijk naar school gaan. Zo wordt kansengelijkheid bevorderd en wordt er gestreefd naar vermindering van de segregatie. Ook in het (voortgezet) speciaal onderwijs wordt toegewerkt naar een toekomstbestendig stedelijk onderwijsaanbod.

Aansluiting onderwijs – jeugdhulp In het onderwijsbeleid 2019-2022 ‘Gelijke kansen voor elk talent’ wordt expliciet aandacht besteed aan de aansluiting onderwijs en jeugdhulp. Ieder kind heeft recht op onderwijs. Dat staat in het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind, het regeerakkoord en de G4-thuiszittersaanpak. Het gaat met de meesten van onze jeugdigen goed. Zij groeien kansrijk op. Het is belangrijk dat hun ontwikkeling doorzet en dat groep waarmee het goed gaat groter wordt. Onderwijs levert daaraan een belangrijke bijdrage. Toch kunnen kinderen in de praktijk niet altijd gebruik maken van hun recht op onderwijs, bijvoorbeeld vanwege een fysieke of psychische beperking. De kansen van deze kinderen zijn mede afhankelijk van een goede aansluiting tussen onderwijs en jeugdhulp. Belemmeringen of vertragingen die ontstaan omdat er geen passende plek (onderwijs en/of jeugdhulp) door zorgbehoefte, cognitieve of lichamelijke beperkingen. De beschikbaarheid van goede zorg en ondersteuning is bovendien een randvoorwaarde voor goed onderwijs. Er wordt zowel in het passend onderwijs als in de jeugdhulp gewerkt aan een transformatie waarbij meer wordt gedaan aan preventie, het stimuleren van de eigen kracht en het bieden van een laagdrempelig en passend aanbod.

Dit moet ertoe leiden dat alle kinderen in het primair en voortgezet onderwijs een passend onderwijsaanbod krijgen en zoveel mogelijk binnen het reguliere onderwijs naar school gaan. Er is een gezamenlijke ontwikkelagenda van de gemeente en de samenwerkingsverbanden passend

42

Lokale Agenda Toegankelijkheid - Gemeente Rotterdam

onderwijs op de thema’s onderwijszorgarrangementen, thuiszitters en de ‘stevige basis’. Verschillende werkgroepen werken verschillende prioriteiten uit en geven uitvoering aan projecten. Hierbij worden scholen, schoolbesturen, professionals uit onderwijs en zorg maar ook ouders en leerlingen betrokken. De resultaten van deze opgave wordt op diverse manieren behaald door concrete veranderingen en ontwikkelingen in de stad. In de voorschoolse periode werken professional in en om de kinderopvang samen om meer kinderen en hun ouders zo vroeg mogelijk kennis te laten maken met en deel te nemen aan de kinderopvang, zodat mogelijke achterstanden bij de start aan het basisonderwijs worden voorkomen. Samen met partners uit het veld wordt gewerkt aan de herijking van de regelingen kinderopvang Plus en Sociaal Medische Indicatie (SMI). In verschillende werkgroepen wordt op deelterreinen gezocht naar structurele oplossingen om jonge kinderen in de voorschoolse fase een passende plek te bieden waar zorg en (plus)opvang en later onderwijs zoveel mogelijk op elkaar aansluiten en elkaar versterken. Het streven is om kinderen met zorgvragen binnen de voorscholen te kunnen plaatsen en de condities te realiseren om deze kinderen zo vroeg mogelijk te bereiken en te begeleiden.

Subsidiekader Jeugdpreventie Voorkomen en versterken Het Subsidiekader Jeugdpreventie ‘Voorkomen en Versterken’ is een vertaling van de uitgangspunten en beleidsdoelen van het Beleidskader Jeugd ‘Rotterdam Groeit’. Door de ontwikkeling van kinderen en jongeren te versterken hopen we ernstige problemen te voorkomen. Met een bredere inzet op preventie willen we nog meer kinderen en jongeren in Rotterdam een eerlijke kans geven op een veilige, gezonde en kansrijke toekomst. Het subsidiekader, met daaraan gekoppeld een subsiederegeling, gaat uit van het Rotterdamse factorenmodel waarbij op wetenschappelijke grond in kaart is gebracht welke belangrijke factoren een rol spelen bij het veilig, gezond en kansrijk opgroeien van onze jeugd. Door dit grondige wetenschappelijk onderzoek hebben we de meest invloedrijke factoren in het ontwikkelende kinderleven achterhaald. Deze factoren zijn de basis van de rationele benadering van ons preventiebeleid. Ze geven focus en richting bij onze activiteiten. De inzet binnen het Subsidiekader Jeugdpreventie richt zich op de sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen, op ouderlijke psychopathologie en ouders met een (licht) verstandelijke beperking, op opvoedingsvaardigheden en psychosociale problematiek bij kinderen.

Het doel is om zo vroeg en integraal mogelijk in te zetten op een kansrijke ontwikkeling van alle kinderen en meer specifiek kinderen die belemmeringen ervaren. We geven hen en hun ouders extra ondersteuning, aandacht en ruimte, zoveel mogelijk op school en in het gezin. Daarmee voorkomen we dat ze zwaardere problematiek ontwikkelen en uiteindelijk zonder diploma’s of

met een rugzak vol problemen hun volwassen leven ingaan. Vroegsignalering Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) Vanuit het Basispakket Jeugd Gezondheidszorg (JGZ) voeren CJG-professionals de lichamelijke anamnese uit, waardoor vroeg signalering van een fysieke beperking kan worden geconstateerd. Bij signalen van een mogelijke fysieke beperking verwijst het CJG door naar de kinderarts en houdt contact met oudersom het verloop van de verwijzing en eventuele onderzoeken die plaatsvinden te kunnen monitoren. Wanneer een diagnose is gesteld kan het CJG ondersteuning bieden aan het gezin. Deze ondersteuning richt zich op de brede leefwereld van het gezin, bijvoorbeeld door hulp te bieden bij het vinden van een geschikt Medisch Kinderdagverblijf maar ook door handvaten te bieden en te ondersteunen in de opvoeding of het (helpen bij) inschakelen van de juiste ondersteuning/zorg. Het team speciaal onderwijs van het CJG is werkzaam op alle scholen voor speciaal- en clusteronderwijs. Dit team biedt ook in de jaren na de diagnose en eerste inzet van hulp/ zorg samen met het lokale CJG-ondersteuning aan kind, ouder en gezin. Dit alles met als doel om de talenten van het kind optimaal te kunnen laten ontplooien.

Jeugdvervoer Vanuit de Jeugdwet heeft de gemeente de plicht te voorzien in een passend aanbod van jeugdhulp. Het hebben van een beperking mag de toegang tot de hulp niet belemmeren, daarom is het jeugdvervoer ingericht. De Rotterdamse jeugd die vanwege een fysieke of mentale beperking niet zelfstandig op de zorglocatie kan komen, geen mantelzorger heeft die in vervoer kan voorzien, en geen andere mogelijkheden heeft, kan aanspraak maken op dit vervoer. Trevvel voert het vervoer uit voor de gemeente. Niet alleen voor de Jeugdzorg, maar ook al het andere vervoer, waaronder de WMO en het leerlingenvervoer. Bij het vervoer houden zij rekening met de situatie van de jongere. Zo mogelijk vindt het vervoer plaats per bus en waar nodig in kleinere aantallen of zelfs individueel. Ook wordt er altijd voor gezorgd dat het voertuig goed toegankelijk is. Daarnaast heeft Trevvel van de gemeente de opdracht meegekregen om de komende jaren over de hele breedte van het vervoer te investeren in de dienstverlening, maar ook in de ontwikkeling van middelen en methoden om andere vormen van vervoer, zoals het openbaar vervoer, meer toegankelijk te maken.

43

DANIEL SCHOBER

Campagne ‘Houd de lijn vrij’ Rotterdammers bewust maken van de functie van geleidelijnen voor slechtziende en blinde mensen op perrons, op de stoep en bij oversteek­ plaatsen. Dat is het doel van de campagne ‘Houd de lijn vrij’. Ook de gemeente Rotterdam deed daar in 2019 aan mee. De campagne is helemaal in lijn met de ratificatie van het VN-verdrag.

‘Bewustwording blijft altijd nodig’

44

‘De geleidelijnen zijn bedoeld om mensen met een visuele beperking veilig gebruik te laten maken van de openbare ruimte’, vertelt Daniel ­Schober, voorlichter bij Koninklijke Visio, het expertisecentrum voor ­mensen met een visuele beperking en een van de deelnemers aan de ­campagne. ‘Veel Rotterdammers weten niet waarvoor de lijnen bedoeld zijn. Ze blijven er bijvoorbeeld op staan, of zetten er een tas, fiets of reclamebord op. Dat is geen onwil, maar mensen staan er gewoon niet bij stil. In onze campagne draait het daarom om bewustwording. Wij ­merken dat iedereen die hoort waarvoor de geleidelijnen bedoeld zijn, er graag op de juiste manier mee wil omgaan.’ Behalve Koninklijke Visio doen ook Bartiméus, de Robert ­Coppes Stichting, de Oogvereniging, NS, ProRail en de ANWB en 23 g ­ emeenten in Nederland mee met ‘Houd de lijn vrij’.

Lokale Agenda Toegankelijkheid - Gemeente Rotterdam

Groot bereik met sociale media ‘In Rotterdam hebben we twee keer geflyerd, bij het Centraal Station en bij Blaak. Dat heeft leuke gesprekjes opgeleverd. Verder hebben de NS en ProRail aan­dacht aan de campagne besteed, via hun schermen op de stations. En RTV Rijnmond heeft er een item over gemaakt, net als Hart voor ­Nederland, de NOS en andere ­regionale omroepen. Op sociale ­media deed de campagne het ook goed, mede dankzij de gemeente Rotterdam, die er mooie updates over heeft gemaakt. Alleen al via sociale media hebben we zo ruim 800.000 mensen bereikt. We merken steeds weer dat mensen openstaan voor onze boodschap, maar die zakt ook snel weer weg. Bewustwording blijft altijd nodig. Daarom herhalen we de campagne elk jaar.’

45

Buitenruimte

Hoe gemakkelijk kun je over straat? Zijn er afritjes? En is er voldoende ruimte voor de rollator of de scootmobiel? Bij het onder­ houden van de buitenruimte wordt ook gedacht aan toegankelijkheid. In Rotterdam gaan we nog een stapje verder: er zijn in samenwerking met mensen met een beperking plusrichtlijnen opgesteld om de buitenruimte nog toegankelijker en dus aantrekkelijker te maken. In dit hoofdstuk worden deze richtlijnen, evenals de eerste plusroute, verder toegelicht.

Toegankelijkheidsrichtlijnen actueel houden en verbeteren Rotterdam heeft standaardrichtlijnen en plusrichtlijnen om de stad toegankelijker te maken. Deze richtlijnen zijn ­gemaakt voor de mensen met een fysieke beperking en betreffen de inrichting, en het beheer en onderhoud van de openbare buitenruimte. Deze uitgangspunten zijn in 2014 gemaakt door een werkgroep bestaande uit ­Stadsontwikkeling, Stadsbeheer en de Vereniging van ­Gehandicaptenorganisaties Rotterdam (VGR). De afspraken zijn als ‘Toegankelijkheidsrichtlijnen’ vastgesteld door ­Directieraad Buitenruimte en bestuurlijk door de wethouder bekrachtigd. Daarmee vormen deze richtlijnen staand beleid. Deze richtlijnen moeten voortdurend worden ­geactualiseerd, verbeterd, afgestemd en uitgedragen worden. De actualisering en verbetering vindt plaats met 010Toegankelijk. Afstemming en uitdragen kan nog worden verbeterd. Voorbeeld is het maken van richtlijnen voor ­verlichting ten behoeve van ouderen in het verkeer.

Versneld toegankelijk maken van de buitenruimte Rotterdam kent standaardrichtlijnen en plusrichtlijnen om de stad toegankelijker te maken. De standaardrichtlijnen zijn eisen welke Rotterdam minimaal stelt aan de toegankelijkheid van de buitenruimte. Denk aan voldoende breedte van de trottoirs (minimaal 1.80 meter); ruime trottoirafritten bij oversteekplaatsen en bij voorkeur om de 200 meter; het stoplicht langer op groen en voldoende parkeerplaatsen voor scootmobielen en auto’s nabij openbare, publieks­ trekkende functies. De plusrichtlijnen zijn extra richtlijnen bovenop de standaard richtlijnen. Het gaat dan bijvoorbeeld om de plaatsing van bankjes; intensiever onderhoud (eerder ingrijpen bij oneffen­ heden in trottoirs); vergroten van de herkenbaarheid van routes door plaatsing van straatmeubilair; een gelijkmatigere verlichting en de (ver)plaatsing van brievenbussen.

46

Lokale Agenda Toegankelijkheid - Gemeente Rotterdam

Verkenning In maart 2020 is het initiatiefvoorstel mw. A. Kockelkoren (GroenLinks), “Fysiek toegankelijke stad voor iedereen” ingediend. Hierin worden voorstellen gedaan om de stad, gebouwen en buitenruimte, beter toegankelijk te maken voor mensen met een fysieke beperking. Naar aanleiding van dit initiatiefvoorstel is op 1 september 2020 bij Stadsontwikkeling een verkenning gestart. Tijdens de verkenning worden de wenselijkheid en haalbaarheid van de voorstellen onderzocht en worden oplossingen aangedragen (inclusief een schatting van de kosten, dekking, opdrachtgeverschap en voorwaarden). Het eindresultaat is een advies, waarmee een uitvoeringsagenda kan worden opgesteld. Uiteraard worden alle relevante gemeentelijke afdelingen betrokken in de verkenning, plus de belangrijkste partners buiten de gemeentelijke organisatie, zoals 010Toegankelijk. Bij de verkenning zal worden bekeken hoe signalen met betrekking tot toegankelijkheid vanuit de gebieden en wijken het meest efficiënt en effectief kunnen worden gecommuniceerd met Stadsontwikkeling en/of Stadsbeheer. Ook wordt onderzocht hoe signalen bij ervaringsdeskundigen kunnen worden opgehaald. zodat zij kunnen meedenken over de gewenste verbeterpunten en prioriteiten op toegankelijkheid. Dit uiteraard met als doel om signalen omtrent toegankelijkheid op te kunnen pakken.

Daarnaast wordt onderzocht hoe ondernemers hun vragen over toegankelijkheid het beste kunnen adresseren bij de gemeente. Andere onderwerpen die in de verkenning zullen worden meegenomen zijn onder meer toegankelijkheid van horeca en winkels, (openbaar) vervoer, vastgoed, wonen en (openbare) toiletten.

Rotterdam wil dat de buitenruimte in 2064 overal goed toe­ gankelijk is voor iedereen. Alle onderhouds- en inrichtings­ plannen moeten daarom sinds 2014 aan de Toegankelijkheidsrichtlijnen voldoen. Het versneld uitvoeren van de richt­lijnen is kostbaar. Het aanwijzen van gebieden en plusroutes die met voorrang worden opgepakt, kan voor de gewenste versnelling en het aaneengesloten netwerk zorgen. Op de kaart zijn de gebieden te zien waar de gewenste versnelling bereikt kan worden. Ingezet wordt op die ­gebieden waar al veel ouderen wonen en in grote ­concentraties bij elkaar (tuinsteden en wijken uit de jaren 1970-1990) en waar de komende periode veel onderhoudsprojecten plaatsvinden. Ook de binnenstad, een plek die goed toegankelijk moet zijn voor iedereen, wordt aangepast naar de standaard toegankelijkheidsrichtlijnen. Daarnaast worden in de stad plusroutes aangewezen die versneld naar de standaard toegankelijkheidsrichtlijnen worden aangepast.

Ketenbenadering aanpak van de buitenruimte Bij het toegankelijk maken van openbare gebouwen is het verstandig om tegelijk omliggende openbare ruimte mee te nemen. Dat betekent een toegankelijke aansluiting van gebouw en buitenruimte, maar ook bijvoorbeeld gehandicapten­parkeerplaatsen en een toegankelijke ­aansluiting op het openbaar vervoer. Bij sporthallen en zwembaden is met succes de afgelopen jaren een ­dergelijke aanpak afgrond. De aanpak van de buitenruimte bleek relatief weinig te kosten maar had een zeer grote meerwaarde. Een zwembad welke intern toegankelijk ­gemaakt is, maar nog slecht ­bereikbaar is door een ­gebrekkige aansluiting op het openbaar gebied, zou ­namelijk anders nog steeds beperkt toegankelijk zijn.

Plusroute Plusroutes zijn routes die potentieel veel gebruikt worden en langs voorzieningen en fijne verblijfsplekken lopen. Bij deze routes ligt de nadruk op de functionele wandeling die indien mogelijk ook nog een paar fijne rustplekjes aandoen. Deze routes worden op een zogenoemd plus niveau gebracht voor een betere toegankelijkheid. Dit gebeurt volgens de plusrichtlijnen van Rotterdam. Naast een basis toegankelijkheid met bijvoorbeeld goede afritjes biedt de pluskwaliteit ook bankjes, verkeerslichten die langer groen blijven en rateltikkers die aan staan en op een goed volume. In gezamenlijkheid is vanuit Rotterdam Onbeperkt in 2019 één plusroute gerealiseerd in Overschie. Deze toegankelijke plusroute kan als inspiratie dienen voor toekomstige (plus)routes. Met de plusrichtlijnen wordt Rotterdam een stuk toegankelijker, dus zeker ook voor mensen met een beperking. De plusroute in Overschie is een zeer volledige ­plusroute. Op deze route is aandacht voor de beschikbaarheid van een openbaar toilet en de toegankelijkheid van openbare gebouwen en voorzieningen aan de route zoals een toegankelijk zwembad, Huis van de Wijk, bibliotheek en toegankelijke scholen. In Overschie bevat de route ook bij wijze van pilot een ‘Blokkie om’ (een dementie-vriendelijke route) met duidelijk herkenbare bewegwijzering en herkenningselementen.

De plusroute Overschie is een samenwerking tussen Stadsontwikkeling, Stadsbeheer, Maatschappelijke Ontwikkeling en 010Toegankelijk. In 2020 realiseren we in samenwerking met het programma Ouder en Wjjzer nog een aantal Plusroutes.

47

Spelen, sporten, bewegen en ontmoeten in de buitenruimte In Rotterdam staat de gemeente voor onbeperkt spelen en ontmoeten. Kinderen, jongeren en volwassenen kunnen meedoen in het spel en samen komen in de buitenruimte. De activiteiten spelen, sporten, bewegen en ontmoeten zijn goed en belangrijk voor iedereen: het stimuleert de cognitieve, motorische, emotionele en sociale ontwikke­ lingen van jong tot oud. Daarom is in het beleidsdocument ‘Kom op naar buiten’ het onderwerp onbeperkt spelen, sporten, bewegen en ontmoeten benoemd. Tijdens de implementatie van de visie zijn verschillende producten ontwikkeld en resultaten behaald. Echter, er is nog meer mogelijk. Het doel is dat op de verblijfsplekken in de buitenruimte iedereen zich welkom voelt en de plekken toegankelijk zijn en samen spelen wordt gestimuleerd.

ONBEPERKT SPELEN EN ONTMOETEN Behaalde resultaten buiten:

• Eerste Esther Vergeer Foundation Court – een inclusieve en interactieve voetbalmuur aan Dokhaven (Charlois) - van Nederland in Rotterdam. Met de Esther Vergeer Foundation Court worden jong en oud gestimuleerd om samen te sporten. Door de toegankelijkheid en het inter-

actieve toestel kunnen meerdere soorten spellen met verschillende moeilijkheidsgraden worden gespeeld. Op deze manier worden nieuwe manieren van spelen en sporten aangemoedigd in de stad. • Jeugdvakantieland; het thema was in 2018 onbeperkt spelen. Hier werd een stukje bewustwording gecreëerd bij de Rotterdammers, door het aanbieden van een parcours waar kinderen en ouders overheen konden met een taststok of in een rolstoel. Dit is in samenwerking gedaan met Stichting MEE. Naast de activiteit zelf ­ontstond ook het gesprek met onder andere ouders over toegankelijkheid. • Verschillende speel- en sportplekken met inclusief ­ontwerp, zoals de Nieuwemeer en Move Fits (verplaatsbare calisthenics plateaus met op- en afrit). Dit is onder andere bereikt door slimme padenstructuren, diversiteit van verschillende soorten ondergronden en de positionering van toestellen en met oog voor toestellen die samenspel stimuleren. • In juli 2019 is de Jan van Tilburgstraat geopend. Deze plek is tijdens de vervangingsopgave ook inclusief ­gemaakt door middel van vlonders en speelaanleidingen aan het pad, net als een waterpomp en waterbakken die voor iedereen bereikbaar en bespeelbaar zijn. Deze locatie was voorheen niet toegankelijk. Met slimme ­ontwerpkeuzes is deze plek wel toegankelijk geworden en stimuleert deze samen spelen.

Ontwerpprincipes verblijfsplekken Visuele routing

100% welkom

Zonering

Ondergronden

70% toegankelijk

Mindervalideparkeerplaats

Padenstructuur Mindervalide toilet

Verblijfskwaliteit

Speelwaarde

50% bespeelbaar

Omheining

48

Lokale Agenda Toegankelijkheid - Gemeente Rotterdam

Rust en beschutting

Duidelijke entree

Resultaten in proces en ondersteuning: • In het Programma van Eisen wordt standaard voor alle speelprojecten het onderwerp toegankelijkheid meegenomen als aandachtspunt. Afhankelijk van de grote van de plek en de opgave worden de type aandachtspunten op toegankelijkheid, bereikbaarheid en de speelwaarde meegegeven. • Eerste sessie met de speeltuinbende - voor bewust­ wording bij collega’s en voor het ontwikkelen van het inspiratieboek. Naast een presentatie en inspiratiesessie vanuit de Speeltuinbende waren er ook kinderen met en zonder beperking uitgenodigd om in de natuurspeelplek te spelen. Hierbij hebben medewerkers van de gemeente Rotterdam kunnen observeren hoe het spel van kinderen samengaat. Daarnaast konden ze ook zien wat wel en geen obstakels zijn voor het spel en welke obstakels soms zelfs onderdeel zijn van het spel. • Participatiecafé. Tijdens deze sessie werden mede­ werkers van de gemeente Rotterdam geïnformeerd en geïnspireerd over de verschillende onderdelen die komen kijken bij het organiseren van (jeugd)participatie en welke mogelijkheden hierin zijn. Hier was ook een stand over het thema toegankelijkheid, zodat ook al aan de voorkant bij een project rekening wordt gehouden met mensen met een beperking, bijvoorbeeld bij de participatie en de keuze van de locatie, werkvorm, de brief etc.

Al deze activiteiten hebben ertoe bijgedragen dat ­medewerkers van de gemeente Rotterdam zich meer ­bewust zijn geworden van het belang van toegankelijkheid van speel- en verblijfsplekken. Vaak wordt bij toegankelijkheid gedacht aan de fysieke toegankelijkheid, bijvoorbeeld door het plaatsen van aangepaste toestellen. Door bovenstaande bijeenkomsten is men zich er echter bewust van

geworden dat toegankelijkheid ook gaat om je ergens welkom voelen en de mogelijkheid om samen te kunnen spelen. Niet alle toestellen hoeven helemaal toegankelijk te zijn, maar je bereikt al veel door te zorgen dat ieder kind bij de leukste toestellen kan komen en daar in interactie kan gaan met anderen. Bovendien is toegankelijkheid niet alleen gericht op kinderen met een beperking: ook ouders of opa’s en oma’s met een beperking willen met hun kind mee. Bovendien is toegankelijkheid voor iedereen. Immers, een ouder met een kinderwagen is ook geholpen bij een brede toegang. In ontwikkeling in proces en ondersteuning: • Momenteel wordt een inspiratieboek ontwikkeld voor ontwerpers, met daarin een apart deel ‘Onbeperkt ­spelen en ontmoeten’. Hierin staan ontwerpprincipes beschreven en toegelicht die je allemaal kunt toepassen, en keuzes die je daarbij kan maken. Met als doel om de verschillende plekken fysiek en sociaal toegankelijk, bereikbaar en uitdagend te maken voor sport, spel en ontmoeting. Op de poster staan de verschillende ­ontwerpprincipes afgebeeld om een gehele plek sociaal en fysiek toegankelijk te krijgen. In het algemeen wordt het steeds meer een vanzelf­ sprekendheid om na te denken over een fysiek en sociaal welkomsgevoel voor iedereen door een goede toegankelijkheid, bereikbaarheid van speelelementen en samenspeelmogelijkheden.

Met alle ontwikkelingen en behaalde resultaten worden onbeperkt spelen en ontmoeten standaard gemaakt, want de ontwerpprincipes leiden tot inrichtingen die voor ­iedereen prettig zijn.

49

ARJA DEN OUDEN & COCK VAN BAVEL-GROENENDAAL

‘Ons ideaal is dat mensen met een beperking mee kunnen doen zoals iedereen’ De Brede Raad 010 (BR010) adviseert de gemeente gevraagd en ongevraagd over het sociaal gemeentelijk beleid van de gemeente Rotterdam. Het adviesteam VN-verdrag van de Brede Raad 010 adviseert over alles wat te maken heeft met het VN-verdrag Handicap. Het doel: een onbeperkt Rotterdam, in de brede zin van het woord. De leden van BR010 zetten zich daar op vrijwillige basis voor in. ‘Omdat wij in ons dagelijks leven zien wat er nodig is om met een beperking gewoon mee te kunnen doen in Rotterdam.’ ‘Wij zijn bijna allemaal ervarings­ deskundigen, dus wij weten waar je als Rotterdammer met een beperking tegenaan loopt in de stad’, vertellen Arja den Ouden en Cock van Bavel-­ Groenendaal, al enkele jaren lid van BR010. ‘Hoe welwillend veel mensen bij de gemeente ook zijn, je merkt toch regelmatig dat zij de praktijk niet kennen. In je beleid “rekening houden met” is niet genoeg voor echte inclusie van mensen met een beperking.’ Werkconferentie ‘In 2017 hebben wij samen met ­Rotterdam Onbeperkt de werk­ conferentie ‘Onbeperkt in Rotterdam’,

50

Lokale Agenda Toegankelijkheid - Gemeente Rotterdam

georganiseerd’, vertelt Arja. ‘Ongeveer 40 Rotterdammers met uiteenlopende beperkingen en mantelzorgers ­bespraken toen waaraan zij behoefte hebben en wat er volgens hen in Rotterdam veranderd moet worden om de inclusie te verbeteren.’ ‘Dat leverde veel praktische verbeterpunten op. Die heeft de Brede Raad vastgelegd in het magazine Op weg naar een onbeperkt Rotterdam’, ­vervolgt Cock. ‘Maar een groot punt was ook de bejegening. Mensen met een beperking zijn niet beperkt, maar de maatschappij zorgt ervoor dat zij beperkt worden. Mensen met een

beperking willen met respect en als een zelfstandige volwassene ­benaderd worden. Daar schort het nogal eens aan; iedereen heeft wel ervaring met gekleineerd of ­ enegeerd ­worden.’ g

‘Rond ontwerpen en bouwen is nog een wereld te winnen’ Goed bejegend worden ‘Al die ervaringen hebben we verwerkt in een prioriteitenlijst voor leefomgeving, activiteiten en mobiliteit’, vertelt Arja. ‘Die lijst is input voor de Lokale Agenda Toegankelijkheid van de gemeente Rotterdam. Prioriteiten zijn bijvoorbeeld meer aanpasbare woningen, genoeg betaald werk en

onderwijs dat beter afgestemd is op het individuele kind met een beperking. Maar vooral ook: een betere beeldvorming over mensen met een beperking.’ Cock: ‘Wij leggen de LAT straks voor aan de Rotterdammers. Want zij ­kunnen het beste bepalen of dit is wat er moet gebeuren voor een onbeperkt Rotterdam. Als Brede Raad gaan we nog een stap verder, wij gaan ook ideeën ophalen bij bedrijven en sportclubs. Wat hebben zij nodig om hun bedrijf of club toegankelijk te maken? De stad heeft die brede blik nodig.’

Dit is ook helemaal in lijn met inclusief denken: de samenleving zo inrichten dat iedereen automatisch kan meedoen. Als inclusief denken de norm is, hoeven mensen met een beperking zich dan niet meer ‘bijzonder’ of ­‘anders’ te voelen. En kunnen ze ­meedoen zoals iedereen. Dat is ons ideaal.’

Een ander belangrijk thema is aanpasbaar bouwen. Cock: ‘ Bij het ­inrichten van de buitenruimte van Rotterdam gaat de samenwerking met de gemeente heel goed, wat toegankelijkheid betreft. Maar rond ontwerpen en bouwen is nog een wereld te winnen. Wij maken ons daarom sterk voor aanpasbaar ­ ouwen. b

51

Wonen

Rotterdam is een aantrekkelijke woonstad voor iedereen. Ook voor mensen met een beperking of chronische ziekte biedt Rotterdam een fijn thuis. Daar waar het nodig is biedt Rotterdam ondersteuning in een bestaande of naar een passende woonsituatie.

Goed (zelfstandig) wonen voor iedereen mogelijk maken Ondanks een beperking, chronische ziekte of hoge leeftijd zullen Rotterdammers steeds langer in een zelfstandige woning blijven wonen. Dat komt door veranderende ­woonwensen en nieuwe wet- en regelgeving. We willen Rotterdammers hierbij zo goed mogelijk ondersteunen. De strategie is erop gericht dat mensen zo goed mogelijk binnen hun sociale netwerk kunnen blijven functioneren, ondersteund door de juiste voorzieningen in de omgeving.

Inzet op toegankelijkheid de afgelopen jaren Programma Rotterdam, ouder en wijzer De ambitie van het programma Rotterdam, ouder en wijzer is dat Rotterdam een stad is waar ouderen, samen met anderen, in hun eigen wijk gezond en vitaal oud kunnen worden. En waar passende zorg en ondersteuning is als het niet meer zelfstandig kan. Het programma heeft vier pijlers; vitaal, ertoe doen, wonen en woonomgeving en zorg en ondersteuning. Binnen de pijler wonen en woonomgeving is doorgepakt op het geleerde uit het vorige programma ‘Langer Thuis’. Dit programma verbond ook de fysieke en sociale componenten die nodig zijn om zo lang mogelijk zelfstandig te kunnen blijven wonen. Binnen ‘fysiek’ werden en worden oplossingen gezocht in de combinatie wonen, buitenruimte en voorzieningen. Voorbeelden van projecten van de afgelopen jaren die gericht zijn op het verbeteren van de toegankelijkheid van woningen en het vergroten van het aanbod van toegankelijke woningen zijn: • Thuisblijven in de eigen woning (fonds collectieve woningaanpassingen, domotica, brandveiligheid). • Verhuizen naar een geschikte woning (verleiden, aanbod beter bekend maken, woningcoach).

52

Lokale Agenda Toegankelijkheid - Gemeente Rotterdam

• Meer variatie in het woningaanbod (aanpassen ­bestaande voorraad, nieuwe woonzorgconcepten, meer rolstoelgeschikte woningen, transformatie zorgvastgoed en kantoren). Naast het programma Langer Thuis was er de vorige ­collegeperiode ook het actieprogramma ‘Eerder Thuis’. Dit programma was gericht op de GGZ doelgroep (Openbare Geestelijke Gezondheidszorg) en is gericht op het voor­ komen van instroom in instellingen en het bevorderen van doorstroming naar een zelfstandig woning met zo nodig zorg en ondersteuning aan huis. Woonvisie Rotterdam 2030 In de Woonvisie Rotterdam 2030 is er veel aandacht voor ouderen en mensen met een beperking en/of chronische ziekte. De inzet richt zich onder andere op: • toevoeging van toegankelijke, zorggeschikte zelfstandige woningen in alle prijssegmenten; • het verbeteren van toegankelijkheid in de bestaande woningvoorraad; • innovatieve woonvormen, contractvormen, woonzorgconcepten en woontechnologieën, waarmee wordt ­ingespeeld op veranderende woonwensen van ouderen en mensen met een beperking. • gerichte inzet van woonruimtebemiddeling en huurprijsbeleid, o.a. voor doorstroming en zorgvuldige huis­ vesting van ouderen en mensen met een beperking.

Voorgenomen beleid en acties de komende jaren Concrete acties en projecten voor de komende jaren zijn onder andere: • Toevoegen van (betaalbare) toegankelijke woningen met de focus op het centrum en de wijken rondom het centrum. • Inzet van een seniorenmakelaar (praktische hulp bij verhuizen) • Inzet van twee adviseurs voor mensen met een ­medische urgentieverklaring • Plan van aanpak/ subsidie scootmobielstallingen. • Subsidie collectieve woningaanpassingen (voor het toegankelijk maken van bijvoorbeeld galerijen en ­centrale deur) • Plan van aanpak toegankelijke buitenruimte (zie vorige hoofdstuk) • Inzet op brandveiligheid (oa brandveilig stallen van scootmobielen)

Addendum Woonvisie 2030 Ook in het vastgestelde ‘Addendum Woonvisie 2030’ wordt nog eens het belang bevestigd van het toevoegen van voor ouderen geschikte woningen (maar ook toegankelijk voor andere doelgroepen en mensen met een beperking). Deze woningen zijn vooral nodig in het centrum en in de oude stadswijken. Hier zal de komende jaren dan ook de focus op liggen. Langer Thuis Akkoord 2020-2025 Op 17 februari 2020 hebben 41 partijen het Langer Thuis Akkoord 2020-2025 ondertekend. Deze marktpartijen, corporaties, zorg- en welzijnspartijen, zorgverzekeraars en ouderenbonden onderstrepen met dit akkoord het belang om samen te werken aan de Rotterdamse opgave voor geschikte(re) en toegankelijke woningen voor ouderen, aan een groter maar ook gevarieerder aanbod van woon(zorg) concepten, tussenvoorzieningen en aan de ontwikkeling van ouderenhubs. In mogelijke coalities van partijen vanuit wonen, welzijn en zorg draagt iedere partij vanuit hun ­ambitie en verantwoordelijkheid bij aan de kwantitatieve en kwalitatieve Rotterdamse opgave voor ouderen.

53

AZIZA SBITI

‘Op een inclusieve arbeidsmarkt benut je alle kansen’ Een Inclusieve Rotterdamse arbeidsmarkt. Dat is het doel van 010Inclusief, het platform tegen discriminatie op de arbeidsmarkt. Steeds meer Rotterdamse werkgevers doen eraan mee, onder andere de RET, Hogeschool Inholland en WoonStad Rotterdam.

‘Als werkgever wil je alle talenten benutten die er op de arbeidsmarkt zijn’, vertelt Aziza Sbiti, projectleider en adviseur diversiteit bij zorgorganisatie Pameijer, die ook lid is van 010inclusief. ‘Als je inclusief werkt, krijg je beter zicht op die talenten, kom je makke­ lijker in contact en blijven mensen meestal langer bij je werken. Het gaat dus om kansen bieden, maar vooral ook om kansen benutten. Mijn droom: dat iedereen in het Rotterdamse die wil werken dat ook echt kan doen.’ Automatismen 010Inclusief richt zich helemaal op werkgevers. Want inclusief werken begint bij een inclusief werving- en -selectieproces. ‘Bij werving en ­selectie spelen persoonlijke aannames nu vaak nog een grote rol. Onbewust selecteer je al snel iemand die op jou lijkt. Bovendien werf je vaak in ­bekende kringen. Als je je bewust wordt van je automatismen in dit ­proces, ga je anders werven en ­selecteren. Als partners in 010Inclusief maken we ons daar ook intern sterk

54

Lokale Agenda Toegankelijkheid - Gemeente Rotterdam

voor. Soms zijn er drempels waardoor medewerkers niet doorstromen. Dat willen we ook in onze eigen organisaties aanpakken.’ Korte lijnen In 2016 nam de gemeente het initiatief voor 010Inclusief. Inmiddels is het een zelfstandig netwerk. ‘We zijn echt een doe-netwerk. De partners hebben veel vertrouwen in elkaar. Dat is ook nodig om samen verder te komen. We stellen bijvoorbeeld kandidaten aan elkaar voor en wisselen ervaringen uit over wat echt werkt om inclusief te werken. Onze lijnen zijn kort en we weten elkaar makkelijk te vinden.’ Rotterdamse beweging 010Inclusief heeft drie opdrachten: de doelstellingen van 010Inclusief actief in praktijk brengen, onderling kennis uitwisselen en andere partijen op de arbeidsmarkt stimuleren om ook inclusief te werken. 010Inclusief wil graag een Rotterdamse beweging worden. ‘We zijn goed op weg, want we zijn al met achttien partners.

­Allemaal stimuleren we andere ­Rotterdamse werkgevers om zich ook bij ons aan te sluiten. Wat we verder al hebben bereikt? Een van onze successen is de samen­ werking tussen uitzendorganisaties (partners en niet-partners) om ­discriminatie in de eigen sector tegen te gaan. Uitzendbureau Unique biedt consulenten bijvoorbeeld interne coaching aan. De hamvraag daarin: hoe ga je het gesprek aan als je het gevoel hebt dat er bij een aanvraag discriminatie speelt?’

‘Bij kennis­ uitwisseling hoort ook een concrete actie’

Netwerk van doeners ‘Hopelijk merkt de Rotterdammer dat er meer aandacht is voor een inclusieve arbeidsmarkt. In elk geval zoeken steeds meer partijen uit zichzelf ons netwerk op. Ook in andere steden zijn vergelijkbare netwerken. Rotterdam was wel een van de eerste steden die met dit thema aan de slag ging. En ook een verschil: in andere steden zijn het vaak netwerken van bestuurders, bij ons bestaat het ­netwerk uit doeners uit de organisaties. Natuurlijk zijn er kruisverbanden met andere partijen binnen Rotterdam Onbeperkt, maar tegelijkertijd: zorgen voor fysieke toegankelijkheid in je gebouw vraagt andere inzet dan zorgen voor waardenvrije communicatie in je advertentietekst. Zo legt elke partij die betrokken is bij Rotterdam Onbeperkt andere accenten.’

Daarom hebben ze andere werkgevers uitgenodigd voor een gesprek over stagediscriminatie: wat doe je als je discriminatie vermoedt? Hoe herken je het? En wat kun als opleiding en werkgever doen? Want de lijn van 010Inclusief is altijd: bij kennisuitwisseling hoort ook een concrete actie.’ Slagkracht vergroten ‘We zitten nu als netwerk midden in een fundamenteel veranderings­ proces; we zijn aan het verzelf­ standigen. Dankzij de subsidie van de gemeente houden we wel een klein projectbureau, maar we gaan wel anders werken. We pakken het ­thematischer aan, met een projectteam rond een actueel onderwerp. Zo willen we onze slagkracht vergroten. Want inclusief werkgeverschap is nooit af; er zijn altijd weer thema’s om op te pakken.’

Stagediscriminatie ‘Diverse werkgevers binnen ­010Inclusief zijn ook opleider. Zij willen ook stagediscriminatie terugdringen.

55

Zorg, welzijn en ondersteuning Rotterdammers in staat stellen (zo lang mogelijk) zelfstandig te wonen en te leven, en deel te nemen aan de maatschappij. En jonge Rotterdammers gezond, veilig en kansrijk laten opgroeien. Dat is waar Rotterdam zich voor inzet, zodat er gelijke kansen zijn voor iedereen.

De gemeente bevordert de gezondheid van haar bewoners en stimuleert hen zo lang mogelijk zelfstandig, of met hulp van mensen of beschikbare voorzieningen in hun omgeving, mee te doen. Daarnaast bieden we welzijn, zorg en ondersteuning aan Rotterdammers die – al dan niet tijdelijk – hulp nodig hebben. Bijvoorbeeld omdat ondersteuning nodig is bij de opvoeding of om zelfstandig te kunnen (blijven) wonen. Of als er (sport)hulpmiddelen of vervoersvoorzieningen nodig zijn om te kunnen sporten of deel te nemen aan sociale activiteiten. De gemeente biedt tijdig en passende zorg. Dat vraagt om een goede basisinfrastructuur van welzijn, zorg en jeugdhulp in de stad, zodat Rotterdammers die ondersteuning nodig hebben vroeg in beeld komen en ondersteuning op maat krijgen. Dit kan alleen worden gerealiseerd in ­samenwerking met Rotterdammers zelf, zorg- en welzijns­ aanbieders, huisartsen, woningcorporaties, de Brede Raad010 en andere partners op wijk- en stadsniveau.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=3fc551eb-34bd-4742-a287-e424e8a5e735