CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20bb17092 Bijlage 1 behorende bij 20bb17094 - ontwerpbestemmingsplan Cool

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente RotterdamBij agendapunt: 23. Het voorstel tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Cool’.37.151 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

Verblijfplaatsen kunnen zich (onder andere) bevinden in de luchtspouw die toegankelijk is door open stootvoegen, ventilatieroosters, onder gevelpannen, in ruimten onder boeiborden, onder het dakvlak (dakpannen dak), achter (raam)luiken, in dilatatievoegen of onder metalen dakstrips. Nagenoeg alle in het plangebied aanwezige bebouwing heeft ten minste één van bovenstaande kenmerken waardoor deze geschikt is voor vaste rust- en verblijfplaatsen voor vleermuizen. In de bebouwing is potentie aanwezig voor de functies zomer-, paar-, kraam-, of (massa)winterverblijfplaats. Op enkele plaatsen in het plangebied, zoals aan de Westblaak, is hoogbouw (>8 verdiepingen) aanwezig. Deze gebouwen zijn in potentie geschikt als massawinterverblijfplaats voor met name Gewone dwergvleermuis. Het plangebied is redelijkerwijs ongeschikt voor boombewonende vleermuizen. De bomen staan in sterk verlicht habitat en/of hebben geen scheuren en holten die door vleermuizen gebruikt kunnen worden. Functioneel leefgebied voor vleermuizen is verspreid door het plangebied aanwezig in de vorm van de (grotendeels) onverlichte binnentuinen en bomenrijen langs de verkeerswegen. Grotere, aaneengesloten en donkere structuren zijn afwezig in of grenzend aan het plangebied.

Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is ongeschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdieren, doordat geschikte habitat in de vorm van sterk begroeide oevers en houtopstanden ontbreekt of het plangebied is gelegen buiten het natuurlijke verspreidingsgebied van de soorten. Reptielen en amfibieën Het plangebied is ongeschikt voor de habitatrichtlijnsoorten, doordat de geschikte habitat voor deze soorten ontbreekt of het plangebied is gelegen buiten het natuurlijke verspreidingsgebied van de soorten Vissen De singel binnen het plangebied is ongeschikt voor voortplantings- en vaste rust- en verblijfplaatsen van de habitatrichtlijnsoorten. Binnen het plangebied kunnen naar verwachting wel algemeen voorkomende vissoorten waaronder Brasem, Snoek en Blankvoorn. 6.8.4

Ontwikkelingen

Bij ruimtelijke ontwikkelingen die binnen een bestaande bestemming vallen, zoals sloop en nieuwbouw van woningen, renovaties of het herinrichting, dient voorafgaand nog flora- en faunaonderzoek te worden uitgevoerd. Bij bestemmingsplanwijzing of een projectbestemmingsplan dient opnieuw getoetst te worden aan de Wet natuurbescherming. Gezien het bovenstaande is de conclusie dat het bestemmingsplan "Cool" aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van de Wet natuurbescherming.

59

Hoofdstuk 7

Handhaving

In veel gevallen zijn illegale bebouwing en gebruik voor de gemeente niet direct kenbaar. Veelal komt de gemeente daar achter nadat door belanghebbenden is geklaagd over overlast. Inspectie ter plaatse en raadpleging van het ter plaatse geldende bestemmingsplan leert pas dan of er sprake is van strijd met de gegeven bestemming en of daartegen kan worden opgetreden. Op grond van gemeentebeleid wordt bij de huidige aanpak eerst gekeken of het gebruik/bouwwerk kan worden gelegaliseerd. Als legalisatie niet mogelijk of wenselijk is, zal de overtreder doorgaans met een dwangsom worden gesommeerd om binnen een bepaalde periode een einde te maken aan de overtreding.

60

Hoofdstuk 8

Financiële uitvoerbaarheid

Het bestemmingsplan legt overwegend de huidige planologische mogelijkheden vast. Daarmee biedt het bestemmingsplan ruimte voor nieuwe ontwikkelingen. Het betreft vooral bestemmingsverruimingen, waardoor er geen bouwplannen/ontwikkelingen op financiële haalbaarheid getoetst kunnen worden. Het bestemmingsplan is daarmee financieel uitvoerbaar.

61

Hoofdstuk 9 9.1

M aatschappelijke uitvoerbaarheid

Participatie

Ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerpbestemmingsplan, zal een ieder gedurende zes weken, in de gelegenheid worden gesteld een zienswijze in te dienen met betrekking tot het ontwerpbestemmingsplan.

9.2

Vooroverleg

In het kader van het overleg ex. art. 3.1.1 van het Besluit op de ruimtelijke ordening is het concept-ontwerpbestemmingsplan "Cool" toegezonden aan: 1. Evides 2. Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam; 3. Gasunie; 4. Tennet; 5. Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond; 6. Rijkswaterstaat West-Nederland Zuid; 7. Gedeputeerde Staten van provincie Zuid-Holland; 8. Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard; 9. Kamer van Koophandel; 10. KPN Telecom; 11. Luchtverkeersleiding Nederland; 12. Ministerie van Defensie; 13. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat; 14. Ministerie van Landbouw; 15. NV Rotterdam Rijn Pijpleiding Maatschappij; 16. Pro Rail; 17. Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed; 18. Rijksluchtvaartdienst; 19. Rotterdam-Antwerpen Pijpleiding; 20. Metropoolregio Rotterdam-Den Haag; 21. Stedin; 22. VWS Pipeline Control. Door de partijen vermeld onder de nummers 1, 2, 3, 4 en 5 (vetgedrukt) is schriftelijk gereageerd. Daarvan hadden de partijen vermeld onder nummers 2, 3, 4 en 5 geen inhoudelijke opmerkingen. Van de overige partijen is geen reactie ontvangen. 1. Evides Evides verzoekt de door het plangebied lopende waterleidingen op te nemen met de dubbelbestemming "Leiding - Water". Reactie De planregels en de verbeelding zijn aangepast en de betreffende dubbelbestemming is opgenomen.

62

Bijlagen

63

Bijlage 1 Huidige horecavestigingen

64

HORECAVESTIGINGEN TEN TIJDE VAN HET MOMENT VAN TERINZAGELEGGING VAN HET ONTWERPBESTEMMINGSPLAN "COOL" Horecacluster 1: Mauritsweg Mauritsweg 24-26 Mauritsweg 28-29 Mauritsweg 28 Mauritsweg 33 Mauritsweg 34 Mauritsweg 43A Mauritsweg 46B Mauritsweg 46B Mauritsweg 52 Mauritsweg 53B Horecacluster 2: Witte de Withstraat / Schilderstraat Witte de Withstraat 7A Witte de Withstraat 15A Witte de Withstraat 16 Witte de Withstraat 21 Witte de Withstraat 30 Witte de Withstraat 39A Witte de Withstraat 40B Witte de Withstraat 43B Witte de Withstraat 44B Witte de Withstraat 45B Witte de Withstraat 46A Witte de Withstraat 47 Witte de Withstraat 49A Witte de Withstraat 51A Witte de Withstraat 53 Witte de Withstraat 53A Witte de Withstraat 61B Witte de Withstraat 63 Witte de Withstraat 68A Witte de Withstraat 70 Witte de Withstraat 72-74 Witte de Withstraat 76-78 Witte de Withstraat 79A Witte de Withstraat 80 Witte de Withstraat 81-85 Witte de Withstraat 81B Witte de Withstraat 82B Witte de Withstraat 83-85 Witte de Withstraat 87 Witte de Withstraat 88B Witte de Withstraat 91A Witte de Withstraat 93B

Witte de Withstraat 94A Witte de Withstraat 94B Witte de Withstraat 96 Schilderstraat 20-22 Schilderstraat 24A Schilderstraat 57-59 Kromme Elleboog 85B Horecacluster 3: Karel Doormanstraat / Van Oldebarneveltstraat Karel Doormanstraat 243 Karel Doormanstraat 449 Van Oldebarneveltstraat 88 Van Oldebarneveltstraat 125A Van Oldebarneveltstraat 127A Van Oldebarneveltstraat 139 Van Oldebarneveltstraat 148A Van Oldebarneveltstraat 150 Van Oldebarneveltstraat 150A Van Oldebarneveltstraat 154 Horecacluster 4: Oude Binnenweg Oude Binnenweg 53A Oude Binnenweg 89 Oude Binnenweg 99 Oude Binnenweg 103B Oude Binnenweg 106A Oude Binnenweg 106C Oude Binnenweg 110C Oude Binnenweg 115B Oude Binnenweg 117-119 Oude Binnenweg 119A Oude Binnenweg 120A Oude Binnenweg 122 Oude Binnenweg 125B Oude Binnenweg 134 Oude Binnenweg 138 Oude Binnenweg 140A Oude Binnenweg 146A Oude Binnenweg 148A Oude Binnenweg 150A

Horecacluster 5: Hartmansstraat / William Boothlaan Hartmansstraat 16A Hartmansstraat 18A Hartmansstraat 20A Hartmansstraat 31 William Boothlaan 5A William Boothlaan 6-8 William Boothlaan 7A

Bijlage 2 Geluid

68

Ingenieursbureau

Bestemmingsplan Cool Akoestisch onderzoek

Projectcode 100019041/IB-2019-0002

Datum 12-03-2020

Versie Definitief V.1

Opdrachtgever Stadsontwikkeling

Opsteller

Paraaf Opsteller:

Ing. S. Haghighat

Collegiale toets

Paraaf Toetser:

Ing. E.T. Benjert

Projectleider Ing. S. Haghighat

Paraaf Projectleider:

Inhoudsopgave 1.

Inleiding

4

2.

Planbeschrijving

6

3.

Wetgeving en beleid

7

3.1

Wet geluidhinder

7

3.2

Rotterdams ontheffingsbeleid

8

3.3

Actieplan Geluid Rotterdam

9

3.4

Trillingen vanwege het spoor

9

4.

Uitgangspunten

11

4.1

Algemene uitgangspunten

11

4.2 4.2.1

Relevante geluidbronnen Wegverkeer

11 11

4.3 4.3.1 4.3.2

Akoestisch rekenmodel Software Rekenpunten per locatie

14 14 14

5.

Resultaten en toetsing

15

5.1 5.1.1 5.1.2

Wegverkeerslawaai Geluidbelasting zoneplichtige wegen Geluidbelasting 30 km/uur-wegen

15 15 16

5.2

Ontheffingsbeleid Rotterdam

17

5.3

Trillingen vanwege het spoor

17

6.

Maatregelen

18

6.1 6.1.1 6.1.2 6.1.3

Wegverkeer Bronmaatregelen Overdrachtsmaatregelen Ontvangersmaatregelen

18 18 22 22

7.

Conclusie en aanbevelingen

24

7.1

Conclusie

24

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

2 van 26

7.2

Aanbevelingen

26

Bijlagen Bijlage 1:

Wetgeving en beleid

Bijlage 2:

Plankaart bestemmingsplan Cool

Bijlage 3:

Verkeersgegevens a: overzicht linknummers wegvakken en weg- en verkeerintensiteiten b: snelheidsprofiel tramverkeer

Bijlage 4:

Rekenmodel a: overzicht rekenmodel wegverkeerslawaai b: overzicht rekenpunten (4 bladen)

Bijlage 5:

Rekenresultaten wegverkeerslawaai a: zoneplichtige wegen b: 30 km/uur-wegen c: cumulatieve geluidbelasting wegverkeerslawaai

Bijlage 6:

Onderzoekszone trillingen ondergrondse metro

Bijlage 7:

Overzicht geluidluwe gevels wegverkeerslawaai (4 bladen)

Bijlage 8:

Bronmaatregelen wegverkeerslawaai

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

3 van 26

1.

Inleiding Voor de vaststelling of herziening van een bestemmingsplan, dat realisatie van geluidgevoelige bestemmingen mogelijk maakt, moeten de Wet geluidhinder (Wgh) en de Luchtvaartwet in acht worden genomen. Geluidgevoelige bestemmingen zijn onder andere woningen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, kinderdagverblijven en onderwijsgebouwen. Het bestemmingsplan Cool biedt de planologische mogelijkheden om op 5 locaties op hogere bouwlagen nieuwe woningen te realiseren. Dit kan eventueel door middel van transformatie van horeca, winkels en kantoren. Op de begane grond komen niet-geluidgevoelige voorzieningen. Deze locaties zijn in figuur 1 als locaties W01 t/m W05 aangeduid. Tevens wordt in het bestemmingsplan bekeken of op 2 locaties op hogere bouwlagen realisatie van woningen mogelijk is. Omdat deze nieuwe ontwikkelingen nog niet geheel duidelijk zijn, is gekozen voor het opnemen van een wijzigingsbevoegdheid voor deze 2 locaties in het bestemmingsplan. Deze locaties zijn in figuur 1 als locaties WB01 en WB02 aangeduid. In figuur 1 is de ligging van deze locaties met hun maximale bouwhoogtes weergegeven. Figuur 1.1: Globale ligging van locaties voor nieuwe woningen in bestemmingsplan Cool

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

4 van 26

Het cluster Stadsontwikkeling (SO) heeft in het kader van het bestemmingsplan “Cool” aan het Ingenieursbureau van gemeente Rotterdam opdracht gegeven voor een akoestisch onderzoek. Wettelijke geluidbronnen Voor dit plan is de wettelijke geluidbron wegverkeer relevant. De aspecten luchtvaartlawaai, industrielawaai en railverkeerslawaai zijn voor dit bestemmingsplan niet van belang. De ontwikkellocaties liggen namelijk niet binnen de geluidzone van een luchtvaartterrein, een industrieterrein of een spoorweg. Relevante niet-wettelijke geluidbronnen Ten behoeve van een goede ruimtelijke onderbouwing (GRO) van het bestemmingsplan en conform het ontheffingsbeleid Wgh van gemeente Rotterdam wordt ingegaan op de invloed van andere relevante niet-wettelijke geluidbronnen binnen of in de directe omgeving van het plangebied op de beoogde locaties zoals 30 km/uur-wegen. Trillingen De ontwikkellocaties bevinden zich op korte afstand tot het (metro)spoor. Daarom is in dit onderzoek kwalitatief ingegaan op mogelijke hinder bij of schade aan de beoogde woningen op de ontwikkellocaties door trillingen als gevolg van de metropassages. Onderzoeksdoel Doel van het voorliggend onderzoek is om te bepalen of de beoogde woningen volgens de bepalingen van de Wgh en de Wet milieubeheer kunnen worden gerealiseerd.

Daarnaast is onderzocht of het plan voldoet aan het ontheffingsbeleid van de gemeente Rotterdam. Aangegeven wordt welke eventuele maatregelen getroffen dienen te worden, dan wel welke beperkingen door wet- en regelgeving kunnen optreden. Leeswijzer Het plan is beschreven in hoofdstuk 2. Hoofdstuk 3 geeft aan welke wetgeving en beleid relevant is voor dit plan. Hoofdstuk 4 beschrijft de uitgangspunten. In hoofdstuk 5 zijn de resultaten en de toetsing van de resultaten beschreven. Hoofdstuk 6 gaat in op mogelijke maatregelen. De conclusie is opgenomen in hoofdstuk 7. Het wettelijk kader is beschreven in bijlage 1.

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

5 van 26

2.

Planbeschrijving Het huidige bestemmingsplan “Cool” is vastgesteld op 5 november 2009. De Wet ruimtelijke ordening verplicht gemeenten om bestemmingsplannen iedere tien jaar te actualiseren. Het opstellen van het bestemmingsplan gebeurt in het kader van het Meerjarenprogramma actualisering bestemmingsplannen. Het huidige bestemmingsplan laat op locaties W01 t/m W05, WB01 en WB02, waar momenteel geen woningen aanwezig zijn of vergund, realisatie van woningen op hogere bouwlagen toe. Deze mogelijkheid wordt ook in het nieuwe bestemmingsplan opgenomen. Op grond van de Wgh moet bij het opstellen van een bestemmingsplan akoestisch onderzoek worden gedaan naar woonbestemmingen die nog niet zijn gerealiseerd, of waar nog geen bouwvergunning voor is afgegeven. De locaties zijn in figuur 1 weergegeven. In tabel 2.1 staan voor de beoogde ontwikkelingen per locatie de functie en de maximale bouwhoogte weergegeven. Tabel 2.1: Functie en hoogte per ontwikkellocatie bestemmingsplan Cool Locatie

Functie

Maximaal bouwhoogte*

W01

Wonen

30

W02

Wonen

30

W03

Wonen

30

W04

Wonen

21

W05

Wonen

24

WB01

Wonen

(m)

100

WB02 Wonen * Op de begane grond wordt geen geluidgevoelige functie toegelaten.

25 en 150

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

6 van 26

3.

Wetgeving en beleid De vigerende Wgh en het Rotterdamse beleid zijn beschreven in bijlage 1. Het akoestisch onderzoek is uitgevoerd binnen de kaders van genoemde wetgeving en beleid. In bijlage 1 is tevens een omschrijving gegeven van voorkomende akoestisch begrippen.

3.1

Wet geluidhinder Voor de geluidbron wegverkeer (inclusief tramverkeer) is de Wet geluidhinder (Wgh) van toepassing. Tramverkeer valt binnen de Wgh onder wegverkeer. Uitzondering hierop zijn 30 km/uur-wegen. Deze zijn vrijgesteld van toetsing aan de Wgh. Geluidzone wegverkeerslawaai (inclusief tramverkeer) Alle wegen of stedelijke spoorwegen (trams) met een maximumsnelheid die hoger is dan 30 km/uur hebben een geluidzone. De zonebreedte langs een weg of (tram)spoorweg is afhankelijk van de ligging van de weg of (tram)spoorweg in stedelijk of buitenstedelijk gebied en het aantal rijstroken of (tram)sporen van die weg of spoorweg. De voor dit onderzoek relevante wegen zijn stedelijke wegen bestaande uit 2 of meer rijstroken. De relevante stedelijke zoneplichtige wegen voor de onderzochte locaties zijn met hun zonebreedte in tabel 4.1 weergegeven. Geluidgevoelige bestemmingen Als een bestemming als geluidgevoelig is aangemerkt gelden de regels uit de Wgh. In de Wgh worden onder andere woningen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, kinderdagverblijven en scholen als geluidgevoelige bestemmingen aangemerkt. Dit bestemmingsplan maakt op alle ontwikkellocaties realisatie van woningen mogelijk. Optrektoeslag Door de aanwezigheid van kruispunten en snelheidsbeperkende maatregelen kan de geluidbelasting vanwege het wegverkeer door het afremmen en optrekken toenemen.

De Wgh schrijft voor om een straffactor toe te passen bij de berekende geluidbelasting voor de situaties waarbij sprake is van een met verkeerslichten geregeld kruispunt of snelheidsbeperkende maatregelen waardoor de gemiddelde snelheid ten minste gehalveerd wordt. Voorkeurswaarde en maximaal toelaatbare geluidbelasting In tabel 3.1 zijn de relevante voorkeurswaarde en maximaal toelaatbare geluidbelasting (met ontheffing) voor de geplande woningen in dit bestemmingsplan als gevolg van wegverkeerslawaai (inclusief tramverkeerslawaai) weergegeven. Bij overschrijding van de voorkeurswaarde is onderzoek naar maatregelen noodzakelijk en/of kan ontheffing in de vorm van een hogere grenswaarde worden aangevraagd bij het college van burgemeester en wethouders. De geluidbelasting op de gevel van de locaties mag de in de Wgh genoemde maximale grenswaarde niet overschrijden.

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

7 van 26

Tabel 3.1: Grenswaarden voor de geluidbelasting binnen de geluidzone van een stedelijke weg Locatie

Bestemming

Voorkeurswaarde

Maximaal toelaatbare geluidbelasting (met ontheffing) Vanwege een stedelijke weg

[dB]

[dB]

48

63

W01 t/m W05, Wonen WB01 en WB02

Cumulatie Er is sprake van cumulatie bij meerdere zoneplichtige geluidbronsoorten ten gevolge waarvan de voorkeurswaarde wordt overschreden. In onderhavig onderzoek is er alleen sprake van de zoneplichtige geluidbron wegverkeer. Cumulatie is derhalve niet van toepassing.

3.2

Rotterdams ontheffingsbeleid Het ontheffingsbeleid is alleen van toepassing op nieuwe woningen waarvoor hogere waarden moeten worden vastgesteld en geldt niet voor andere geluidgevoelige bestemmingen. Eén van de belangrijkste criteria van het gemeentelijke ontheffingsbeleid is het creëren van minimaal één geluidluwe gevel en indien van toepassing minimaal één geluidluwe buitenruimte per woning. Conform dit beleid wordt een gevel als geluidluw aangemerkt indien de geluidcumulatie van alle zoneplichtige (deel)bronnen binnen één bronsoort een bepaalde waarde niet overschrijdt. In tabel 3.2 is de grenswaarde voor een geluidluwe gevel voor het bronsoort wegverkeer weergegeven. Tabel 3.2: Grenswaarde geluidluwe gevel voor wegverkeer conform het ontheffingsbeleid Rotterdam Geluidbron

Grenswaarde ‘geluidluw’

Wegverkeer

53 dB

Toelichting De toetsing vindt plaats voor het totaal van alle wegen na aftrek conform artikel 110g Wgh

30 km/uur-wegen Conform het gemeentelijke ontheffingsbeleid alsmede ten behoeve van een Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO) van een ruimtelijk plan dient de geluidbelasting vanwege niet-zoneplichtige geluidbronnen bij dat plan inzichtelijk te worden gemaakt. Uit indicatief onderzoek is gebleken dat de geluidbelastingen als gevolg van 30km/u wegen met maximale verkeersintensiteiten van 600 mvt1/etmaal bij klinkers, 900 mvt/etmaal bij klinkers in keperverband en 1400 mvt/etmaal bij asfalt over het algemeen kleiner dan of gelijk aan 53 dB (inclusief aftrek artikel 110g Wgh) zijn. Met de DCMR is in maart 2009 afgesproken dergelijke wegen niet in een geluidonderzoek te betrekken. De geluidbelasting vanwege relevante 30 km/u wegen met etmaalintensiteiten boven de genoemde waarden wordt wel inzichtelijk gemaakt. Het college van burgemeester en wethouders zal de geluidbelasting afkomstig van de niet-zoneplichtige geluidbronnen in overweging nemen bij

1

Mvt = motorvoertuigen

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

8 van 26

het vaststellen van een hogere waarde.

3.3

Actieplan Geluid Rotterdam De EU-richtlijn omgevingslawaai stelt dat de gemeente Rotterdam verplicht is om elke vijf jaar naast de geluidkaarten ook een Actieplan Geluid te maken. De EU heeft deze verplichting ingevoerd om de gezondheid van de inwoners in Europa te bevorderen. In het Actieplan Geluid moet de gemeente aangeven wat de gemeente de komende vijf jaar gaat doen om geluidhinder te beperken. In het Actieplan 2019-2023 geeft de gemeente Rotterdam aan dat het Actieplan vooral is gericht op de grootste bron van geluidgehinderden: wegverkeerslawaai en dat alleen acties waarvoor de gemeente zelf bevoegd gezag is, terugkomen in het Actieplan. Het Actieplan Geluid is gebaseerd op de geluidbelasting kaarten die op 5 september 2017 zijn vastgesteld. Verder is het Actieplan Geluid 2013-2018 geëvalueerd en is op basis van die evaluatie het Actieplan Geluid aangepast. Het Actieplan Geluid gaat uit van 3 sporen: • Spoor 1: voorkomen of verminderen van geluidhinder door bij ruimtelijke ontwikkelingen nadrukkelijk rekening te houden met het aspect geluid; • Spoor 2: het treffen van fysieke geluidsmaatregelen waarmee het geluid wordt teruggedrongen; • Spoor 3: inzet op acties, maatregelen en innovaties die een positieve invloed hebben op de geluidsbeleving.

Voor het beoordelen of actie nodig is wordt in het Actieplan Geluid een plandrempel van 53 dB Lden, zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh, gehanteerd. De plandrempel is afgeleid van een advies van de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO). Vanaf 53 dB treden negatieve gezondheidsgevolgen op. In grote delen van de stad wordt de plandrempel van 53 dB overschreden. De plandrempel is een signaalwaarde en wordt alleen gebuikt voor het kiezen en afwegen van matregelen in het kader van het actieplan. Met voorliggend akoestisch rapport wordt nadrukkelijk invulling gegeven aan de sporen 1 en 2 uit het Actieplan Geluid.

3.4

Trillingen vanwege het spoor In Nederland bestaat tot op heden geen wetgeving voor het voorkomen van hinder of schade door trillingen. De richtlijnen van de Stichting Bouwresearch (SBR) vormen het belangrijkste toetsingskader voor trillingen. De ervaring leert dat trillingen niet onderscheidend zijn bij woningen op een minimale afstand van 25 meter van spoor. Het onderzoeksgebied van trillingen bij de (ondergrondse) spoortracés in Rotterdam beslaat daarom, naast de ruimte boven en onder het spoortracé, het gebied binnen een afstand van 25 meter vanaf de buitenste spoorstaaf. Buiten dit gebied treden vrijwel nooit voelbare trillingen op. Om schade aan gebouwen en trillinghinder bij personen in gebouwen als gevolg van de passages van de treinen te voorkomen, dient aandacht te worden besteed aan het trillingsniveau bij de gebouwen die boven, onder of binnen 25 meter afstand van het spoor zijn gepland.

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

9 van 26

Wat richt- en grenswaarden betreft, gaat de voorkeur (op grond van jurisprudentie) uit naar de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening als juridisch kader. In deze handreiking worden richt- en grenswaarden naar gebiedstypologie onderscheiden. Voor het bestemmingsplangebied worden, conform de Handreiking industrielawaai en vergunningverlening, de richt- en grenswaarden voor stadscentra als juridisch kader gehanteerd. Hierbij wordt de normstelling gerelateerd aan de woonfunctie. Dit betekent dat in de dag-, avonden nachtperiode de streefwaarden gelden zoals weergegeven in de tabel 3.3. Tabel 3.3: Richt- en grenswaarden trillingen Gebouwfunctie

Woning stadscentra

A1

A2

A3

(dag/avond/nacht)

(dag/avond/nacht)

(dag/avond/nacht)

0.15 / 0.15 / 0.1

2.5 / 1.5 / 0.2

0.07 / 0.07 / 0.05

A1 = streefwaarden voor de trillingssterkte Vmax (de grootste momentane waarde van de trillingssterkte - dimensieloos) A2 = hoogste streefwaarde voor de trillingssterkte V max A3 = streefwaarde voor de trillingssterkte Vper (gemiddelde trillingssterkte over de beoordelingsperiode - dimensieloos)

Bij deze waarden worden de volgende opmerkingen geplaatst: · de waarde van de maximale trillingssterkte van de ruimte (Vmax) dient kleiner te zijn dan A1, of; · de waarde van de maximale trillingssterkte dient kleiner te zijn dan de waarde A2 én de trillingssterkte over de beoordelingsperiode (Vper) dient kleiner te zijn dan de waarde A3. Toelichting: Een trillingssterkte Vmax van bijvoorbeeld 0,06 in de nachtperiode voldoet aan de streefwaarde. Een trillingssterkte Vmax van bijvoorbeeld 0,18 in de nachtperiode voldoet alleen aan de streefwaarde als de Vper niet hoger is dan 0,05.

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

10 van 26

4.

Uitgangspunten 4.1

Algemene uitgangspunten De volgende gegevens zijn als uitgangspunt gehanteerd bij het onderzoek: · Plankaart vigerend bestemmingsplan Cool met de bestandsnaam “647_plankaart.pdf”. · Kaart met de bestandsnaam “bp_cool_plankaart-geluid-A2.pdf”, geleverd door SO op 23 april 2019. · Concept Startnotie Bestemmingsplan Cool, geleverd door SO op 1 januari 2019. · Kaart met de bestandsnaam “BP COOL.dwg”, geleverd door SO op 20 februari 2019. · De posities van harde/zachte bodemgebieden, de ligging van de wegen, het wegdektype van de stedelijke wegen, de locaties en hoogte informatie van de bestaande bebouwing zijn verkregen door middel van het GisWeb 2.1 van gemeente Rotterdam. · De verwachte verkeersintensiteiten van de gemeentelijke wegen en tramlijnen voor het jaar 2030 zijn op 27 maart 2019 en 19 juni 2019 door SO/afdeling Verkeer en Vervoer verstrekt, zie bijlage 3a. · In dit onderzoek wordt voor de Coolsingel uitgegaan van de situatie na de reconstructiewerkzaamheden die in 2019 worden uitgevoerd. · Op de Schilderstraat en de Witte de Withstraat zal een 30 km/uur-regime worden ingevoerd.

4.2

Relevante geluidbronnen

4.2.1

Wegverkeer Voor het wegverkeerslawaai afkomstig van stedelijke wegen zijn de in tabel 4.1 genoemde wegen van belang. In bijlage 3a is een uitgebreid overzicht opgenomen van de gehanteerde verkeersgegevens. In deze bijlage zijn voor het prognosejaar 2030 de weekdaggemiddelde verkeersintensiteiten opgenomen die worden verwacht bij realisatie van alle mogelijke ontwikkelingen van het bestemmingsplan en de wijde omgeving van het plangebied. Deze gegevens moeten worden gehanteerd bij een geluidonderzoek naar wegverkeerslawaai. Niet alle aangeleverde wegen zijn onderzocht omdat de locaties niet binnen de geluidzones van deze wegen vallen of omdat ze voor de locaties geen relevante 30 km/uur-wegen zijn. Tabel 4.1 geeft een overzicht van de etmaalintensiteit, de snelheid, het wegdektype en de zonebreedte per wegvak van de relevante wegen die zijn onderzocht. De cursief weergegeven wegvakken zijn niet-zoneplichtig. Tabel 4.1: Verkeersgegevens relevante stedelijke wegvakken. LINKNR1)

NAAM

Weekdaggemiddelde

Snelheid

Type wegdek

Geluidzone

etmaalintensiteit 2030

[km/u]

681

Boompjes

23.975

50

DAB2)

350

[m]

684

ONDERDOORGANG

16.535

50

DAB

350

790

Westblaak

2.445

50

DAB

350

791

Churchillplein

11.595

50

DAB

350

792

Karel Doormanstraat

11.400

50

Kv3)

200

794

Hartmansstraat

2.860

50

Kv

200

796

Westblaak

3.990

50

DAB

350

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

11 van 26

LINKNR1)

NAAM

Weekdaggemiddelde

Snelheid

Type wegdek

Geluidzone

etmaalintensiteit 2030

[km/u]

797

Schiedamse Vest

3.230

50

Kv

200

[m]

799

Schilderstraat

2.790

50

Kv

200

801

Vasteland

34.865

50

DAB

350

807

Scheepstimmermanslaan

8.590

50

DAB

350

810

Westzeedijk

23.090

50

DAB

350

811

Schiedamse Vest

3.710

50

DAB

200

813

Schiedamsesingel

1.820

50

Kv

200

815

Witte de Withstraat

3.015

30

Kv

-

816

William Boothlaan

1.260

50

Kv

200

817

Hartmansstraat

2.890

50

Kv

200

819

Museumpark

2.410

50

Kv

200

14190

Gedempte Zalmhaven

800

50

DAB

200

14192

Erasmusbrug

29.050

50

DAB

350

17453

Westersingel

3.955

50

Kv

200

19161

Schiedamse Vest

1.150

50

Kv

200

19161

Schiedamse Vest

1.150

50

DAB

200

19162

Schiedamse Vest

5.350

50

Kv

200

19163

Schiedamse Vest

3.830

50

DAB

200

19164

Schiedamse Vest

1.365

50

DAB

200

19167

Scheepstimmermanslaan

8.990

50

DAB

350

19168

Scheepstimmermanslaan

11.640

50

DAB

350

30991

Boompjeskade

800

50

DAB

200

31066

Westblaak

21.185

50

DAB

350

31067

Westersingel

3.480

50

Kv

200

31069

Eendrachtsplein

5.170

50

Kv

350

31070

Eendrachtsplein

9.685

50

Kv

350

31071

Westersingel

4.570

50

Kv

200

33095

Blaak

3.130

50

DAB

350

33096

Blaak

3.130

50

DAB

350

33108

Westblaak

21.185

50

DAB

350

33841

Mauritsweg

2.290

50

Kv

200

33871

Coolsingel

11.695

50

DAB

350

33872

Schiedamsedijk

11.270

50

DAB

350

33873

Schiedamsedijk

11.270

50

DAB

350

33875

Vasteland

33.190

50

DAB

350

33893

Schiedamsedijk

12.575

50

DAB

350

33895

Schiedamsedijk

11.270

50

DAB

350

33896

Schiedamsedijk

11.270

50

DAB

350

33901

Blaak

2.250

50

DAB

350

33902

Blaak

2.250

50

DAB

350

33921

Eendrachtsplein

4.510

50

Kv

350

33922

Eendrachtsplein

4.510

50

Kv

350

662576

Terwenakker

5.575

50

DAB

200

662579

Westersingel

4.085

50

DAB

200

662582

Westersingel

5.260

50

Kv

200

668721

Eendrachtsweg

1.090

50

Kv

200

669402

Westblaak

2.625

50

DAB

350

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

12 van 26

LINKNR1)

NAAM

Weekdaggemiddelde

Snelheid

Type wegdek

Geluidzone

etmaalintensiteit 2030

[km/u]

669733

Schiedamsedijk

12.575

50

DAB

350

[m]

669739

Vasteland

33.190

50

DAB

350

669755

Eendrachtsweg

810

50

Kv

200

696346

Witte de Withstraat

3.170

30

Kv

-

696347

Witte de Withstraat

3.180

50

Kv

-

696350

Eendrachtsstraat

810

30

KV

-

696351 696468

Boomgaardsstraat Westblaak

800 21.185

30 50

Kv DAB

350

696470

Karel Doormanstraat

11.900

50

Kv

200

696471

Karel Doormanstraat

11.900

50

Kv

200

696472 696473

Boomgaardhof Westblaak

800 21.185

30 50

Kv DAB

350

696474

Westblaak

21.185

50

DAB

350

696475

Witte de Withstraat

3.030

30

Kv

-

696476

Witte de Withstraat

3.040

30

Kv

-

696477

Eendrachtsstraat

800

30

Kv

-

696479

Boomgaardsstraat

2.190

30

Kv

-

696480

Boomgaardsstraat

2.190

30

Kv

-

696481

Kromme Elleboog

800

30

Kv

-

696482 696585

Schiedamse Vesthof 1e Blekerhof

800 800

30 50

Kv DAB

200

696586

Baan

800

50

DAB

200

696587

Ketelaarstraat

800

50

DAB

200

696588

Baan

800

50

DAB

200

696589

Pierre Baylestraat

800

50

DAB

200

696590

Ketelaarstraat

800

50

DAB

200

696591

Hoornbrekersstraat

800

50

DAB

200

696633

Vasteland

2.750

50

KV

350

696634

Zalmhaven

2.750

50

DAB

200

696635

Vasteland

800

50

Kv

350

696636

Boompjeskade

800

50

DAB

200

1) Nummers komen overeen met wegvaknummers in bijlage 3 2) DAB = Dicht asfaltbeton 3) Kv = Klinkers in keperverband

Tramlijnen Door het plangebied rijden de tramlijnen 4, 7, 8, 20, 21, 23, 24 en 25. In bijlage 4a is de ligging van de tramlijnen weergegeven. De tramrails liggen op de Vasteland, Westzeedijk, (delen van) Scheepstimmermanslaan, Eendrachtsweg, Mauritsweg, Blaak en (delen van) Schiedamseweg in grasveld of ballastbed. Op deze tramtrajecten liggen de tramsporen ter hoogte van de tramhaltes en kruisingen in DAB, beton of straatstenen. De tramrails op de overige onderzochte tramtrajecten liggen in DAB. De tramsporen op alle onderzochte tramtrajecten met uitzondering van de Nieuwe Binnenweg waarop tramlijn 4 rijdt, zijn gescheiden tramsporen waarop alleen het tramverkeer mogelijk is. Op de Nieuwe Binnenweg is gemengd tram- en autoverkeer mogelijk. De

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

13 van 26

tramintensiteiten en het snelheidsprofiel voor deze tramlijnen zijn weergegeven in bijlage 3a respectievelijk 3b. Relevante 30 km/uur-wegen Een 30 km/uur-weg is relevant indien de weg direct langs een locatie ligt en een relatief hoge verkeersintensiteit verwerkt. De Boomgaardsstraat en de Witte de Withstraat zijn voor dit bestemmingsplan de enige relevante 30 km/uur-wegen. Op de overige 30 km/uur-wegen, gelegen binnen het plangebied, zijn de verwachte intensiteiten voor het jaar 2030 niet hoger dan 900 mvt/etm. Het wegdek van deze wegen bestaat nu en in de toekomst uit klinkers in keperverband. De geluidbelasting vanwege deze wegen is in dit onderzoek wegens hun lage intensiteiten buiten beschouwing gelaten, zie paragraaf 3.2. Optrektoeslag Bij de berekening van de geluidbelasting van wegen is een optrektoeslag meegenomen voor de met verkeerslichten geregelde kruisingen binnen een afstand van 150 meter tot de locaties. In bijlage 4a is te zien voor welke kruisingen een optrektoeslag is meegenomen bij de berekeningen. Artikel 110g Wgh De toe te passen aftrek conform artikel 110g Wgh bedraagt voor alle onderzochte wegen 5 dB, aangezien de maximumsnelheid op deze wegen 50 km/uur of lager is.

4.3

Akoestisch rekenmodel

4.3.1

Software Voor de wegen en tramsporen is een rekenmodel gemaakt met behulp van het programma WinHavik (versie 9.04) van DirActivity software. Het programma maakt bij de berekeningen gebruik van het Royal Haskoning rekenharten voor wegverkeerslawaai (versie 16) en railverkeerslawaai (versie 16). Het modelleren en rekenen is volgens SRMII conform het Rekenen meetvoorschrift geluid 2012. Een overzicht van het rekenmodel is opgenomen in bijlage 4a.

4.3.2

Rekenpunten per locatie Op de gevels van de onderzochte locaties zijn voor elke bouwlaag rekenpunten op 1,5 meter boven de vloerhoogte gekozen. Ter plaatse van de rekenpunten is op verschillende hoogten de equivalente geluidbelasting berekend. Een overzicht van de gehanteerde rekenpunten is weergegeven in bijlage 4b.

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

14 van 26

5.

Resultaten en toetsing 5.1

Wegverkeerslawaai

5.1.1

Geluidbelasting zoneplichtige wegen In bijlage 5a is een uitgebreid overzicht van de rekenresultaten weergegeven van de zoneplichtige wegen en tramsporen bij de onderzochte locaties. De geluidbelastingen vanwege de Jongkindstraat, Nieuwe Binnenweg inclusief tramverkeer, Mauritsweg inclusief tramverkeer, Museumpark, Schiedamsesingel, Pierre Baylestraat, 1e Blekerhof, Westzeedijk inclusief tramverkeer, Scheepstimmermanslaan inclusief tramverkeer, Boompjeskade, Terwenakker, Zalmhaven en Churchillplein inclusief tramverkeer zijn onderzocht en liggen ruim onder de voorkeurswaarde van 48 dB. Omwille van de overzichtelijkheid van dit rapport zijn deze rekenresultaten niet in de bijlage opgenomen. In tabel 5.1 is de hoogst berekende geluidbelasting voor de onderzochte locaties weergegeven als gevolg van de zoneplichtige wegen en tramsporen. De gepresenteerde resultaten zijn inclusief aftrek van 5 dB conform artikel 110g van de Wgh. Tabel 5.1: Hoogst berekende geluidbelasting op onderzochte locaties per zoneplichtige weg/tramspoorweg (incl. aftrek art. 110g Wgh) Locatie Weg Rekenpunt Hoogte Lden Overschrijding rekenpunt

W01

W02

W03

[m]

[dB]

Voorkeur [48 dB]

Maximaal [63 dB]

Westblaak

W01.10

5,5

63

Ja

(63) Nee

Rochussenstraat

W01.12

14,5

53

Ja

(63) Nee

Westersingel

W01.12

29,5

49

Ja

(63) Nee

Eendrachtsplein+tram

W01.12

14,5

57

Ja

(63) Nee

Karel Doormanstraat

W01.27

5,5

66

Ja

(63) Ja

Eendrachtsweg+tram

W01.12

17,5/20,5

50

Ja

(63) Nee

Overige

Alle

Alle

≤ 48

Nee

(63) Nee

Westblaak

W02.06

5,5

63

Ja

(63) Nee

Rochussenstraat

W02.15

20,5

53

Ja

(63) Nee

Westersingel

W02.16

29,5

51

Ja

(63) Nee

Eendrachtsplein+tram

W02.15

14,5

54

Ja

(63) Nee

Karel Doormanstraat

W02.03

11,5

55

Ja

(63) Nee

Hartmansstraat

W02.01

5,5

60

Ja

(63) Nee

Eendrachtsweg+tram

W02.17

11,5

57

Ja

(63) Nee

Overige

Alle

Alle

≤ 48

Nee

(63) Nee

Westblaak

W03.05

8,5

61

Ja

(63) Nee

Coolsingel+tram

W03.02

29,5

54

Ja

(63) Nee

Karel Doormanstraat

W03.08

17,5

54

Ja

(63) Nee

Schiedamse Vest

W03.01

5,5

59

Ja

(63) Nee

Hartmansstraat

W03.09

5,5

60

Ja

(63) Nee

Overige

Alle

Alle

≤ 48

Nee

(63) Nee

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

15 van 26

Locatie

W04

W05

WB01

WB02

Weg

Rekenpunt

Hoogte rekenpunt

Lden

Overschrijding

[m]

[dB]

Voorkeur [48 dB]

Maximaal [63 dB]

Hartmansstraat

W04.06

4,5

59

Ja

(63) Nee

William Boothlaan

W04.03

7,5

49

Ja

(63) Nee

Overige

Alle

Alle

≤ 48

Nee

(63) Nee

Hartmansstraat

W05.02

4,5

53

Ja

(63) Nee

William Boothlaan

W05.05

4,5

55

Ja

(63) Nee

Overige

Alle

Alle

≤ 48

Nee

(63) Nee

Westblaak

WB01.01, WB01.03

68,5

57

Ja

(63) Nee

Coolsingel+tram

WB01.18

98,5

54

Ja

(63) Nee

Schiedamsedijk+tram

WB01.13

,5/77,5

50

Ja

(63) Nee

Karel Doormanstraat

WB01.05

77,5

52

Ja

(63) Nee

Schiedamse Vest

WB01.13

80,5

51

Ja

(63) Nee

Overige

Alle

Alle

≤ 48

Nee

(63) Nee

Schiedamsedijk+tram

WB02.06

8,5

68

Ja

(63) Ja

Hoornbrekersstraat

Wb02.03

5,5

51

Ja

(63) Nee

Baan

WB02.19

1,5

59

Ja

(63) Nee

Ketelaarsstraat

WB02.03

1,5

55

Ja

(63) Nee

Vasteland+tram

WB02.17

11,5

61

Ja

(63) Nee

Boompjes

WB02.14

14,5

51

Ja

(63) Nee

Erasmusbrug+tram

WB02.10

23,5

58

Ja

(63) Nee

Overige

Alle

Alle

≤ 48

Nee

≤ 48 dB

49 – 53 dB

54 - 58 dB

59 - 63 dB

(63) Nee > 63 dB

Uit de tabel blijkt dat de voorkeurswaarde (48 dB) op alle onderzochte locaties vanwege één of meerdere wegen wordt overschreden. Daarbij wordt de maximaal toelaatbare geluidbelasting vanwege een stedelijke weg voor nieuwe woningen (63 dB) op locatie W01 vanwege de Karel Doormanstraat met maximaal 3 dB overschreden en op locaties WB02 vanwege de Schiedamsedijk inclusief tramverkeer met maximaal 5 dB. 5.1.2

Geluidbelasting 30 km/uur-wegen In bijlage 5b is een uitgebreid overzicht van de rekenresultaten weergegeven vanwege de Boomgaardsstraat en de Witte de Withstraat. De gepresenteerde geluidbelastingen in deze bijlage zijn conform artikel 110g van de Wgh met 5 dB gecorrigeerd. De hoogste geluidbelasting vanwege de Witte de Withstraat is berekend op locatie W04 (rekenpunt W04.01 en rekenhoogte 4,5 meter) en bedraagt (afgerond) 56 dB. De hoogste geluidbelasting vanwege de Boomgaardsstraat is berekend op locatie W02 (rekenpunt W02.24 en rekenhoogte 5,5 meter) en bedraagt eveneens 56 dB. Op deze waarden is, conform artikel 110g van de Wgh, een aftrek van 5 dB toegepast.

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

16 van 26

5.2

Ontheffingsbeleid Rotterdam Wegverkeer De gecumuleerde geluidbelasting inclusief aftrek conform artikel 110g van de Wgh is vanwege de zoneplichtige wegen bij de locaties per bouwlaag berekend en weergegeven in de laatste kolom van bijlage 5c. Deze waarden zijn tevens in bijlage 7 bij de locaties gevisualiseerd. Uit de genoemde bijlagen blijkt dat locatie W01 aan de achterzijde grotendeels geluidluw is. Locatie W02 en W03 beschikken aan de achterzijde over geluidluwe gevels. Locaties W04 en W05 beschikken aan twee zijden over geluidluwe gevels. Locatie WB01 beschikt aan de zuid- en zuidwestzijde op alle bouwlage over een geluidluwe gevel. Andere geveldelen hebben slechts op bepaalde bouwlagen een geluidluwe gevel. Locatie WB02 is ter plaatse van rekenpunten WB02.03, WB02.04, WB02.09, WB02.10, WB02.12, WB02.18 t/m WB02.20 op alle bouwlagen geluidbelast. Overige geveldelen beschikken op bepaalde bouwlagen over een geluidluwe gevel. Realisatie van minimaal één geluidluwe gevel per woning op locaties WB01, WB02 en een klein deel van locatie W01vraagt aandacht. De overige locaties beschikken wel over minimaal één geluidluwe gevel en voldoen daarmee aan het ontheffingsbeleid.

5.3

Trillingen vanwege het spoor De onderzoekzone voor trillingen (25 meter van spoor) is in bijlage 6 weergegeven. Uit de bijlage blijkt dat delen van locaties W01 en WB02 binnen de onderzoekszone voor trillingen vanwege de ondergrondse metro liggen. Bij de realisatie van de beoogde woningen op de onderhavige locaties zal aandacht besteed moeten worden aan trillinghinder en contactgeluid. Trillingen ten gevolge van de passages van de metrostellen zijn goed op te vangen door maatregelen aan de bron (bijvoorbeeld met tussenvloeren in tunnelconstructies of toepassing rubberen blokken bij bovengrondse systemen), maatregelen in overdracht (bijvoorbeeld afstandsvergroting, meer massa) en bij de ontvanger (gebouwimpedantie verhogen (zwaarder/stijver maken), zwevende dekvloeren, afveren gebouwen). Bij het indienen van een bouwaanvraag voor een gebouw op locaties W01 en WB02 (voor zover gelegen binnen 25 meter van spoor) moet worden aangetoond dat aan de in tabel 3.3 gepresenteerde richt- en grenswaarden wordt voldaan.

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

17 van 26

6.

Maatregelen Wet geluidhinder Bij een overschrijding van de maximaal toelaatbare waarde op de gevel, zoals gedefinieerd in artikel 1 van de Wgh, mogen geen geluidgevoelige bestemmingen in het bestemmingsplan worden toegelaten. Dit betekent dat de geluidbelasting bij deze bestemmingen in ieder geval moet worden beperkt tot de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Tevens bestaat bij een overschrijding van de voorkeurswaarde de verplichting om te onderzoeken of mogelijkerwijs de geluidbelasting door middel van maatregelen tot de voorkeurswaarde teruggebracht kan worden. Actieplan geluid De cumulatieve geluidbelasting, zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh, vanwege alle onderzochte zoneplichtige wegen is bij alle ontwikkellocaties hoger dan 53 dB, zie één na laatste kolom van bijlage 5c. De plandrempel van 53 dB wordt bij deze locaties overschreden. In het kader van het Actieplan geluid moeten geluidreducerende maatregelen ter beperking van de geluidbelasting worden overwogen. Mogelijke maatregelen Bij het toepassen van maatregelen wordt onderscheid gemaakt tussen maatregelen aan de bron, in de overdracht en bij de ontvanger. Een belangrijk criterium van het al dan niet treffen van maatregelen is de doeltreffendheid of redelijkheid van de maatregelen.

6.1

Wegverkeer Op alle onderzochte locaties wordt de voorkeurswaarde (48 dB) overschreden vanwege één of meerdere wegen. De maximaal toelaatbare geluidbelasting vanwege een stedelijke weg voor nieuwe woningen (63 dB) wordt daarbij op locatie W01 vanwege de Karel Doormanstraat met maximaal 3 dB overschreden en op locaties WB02 vanwege de Schiedamsedijk inclusief tramverkeer met maximaal 5 dB.

6.1.1

Bronmaatregelen Als bronmaatregel kan gedacht worden aan vermindering van (vracht)verkeer, snelheidsverlaging en/of toepassing van stillere wegdekken. Gelet op de (toekomstige) ontwikkelingen binnen en in de directe omgeving van het plangebied is een vermindering van (vracht)verkeer op de wegen die op de onderzochte locaties een overschrijding van de voorkeurswaarde veroorzaken niet aan de orde. Invoering van een 30 km/uur-regime op de Baan, Hartmanstraat, Hoornbrekersstraat, Ketelaarsstraat, Karel Doormanstraat, Schiedamse Vest, William Boothlaan en Westersingel behoort, gelet op de verkeersfunctie van deze wegen, tot de mogelijkheden en kan, naast een verbetering van de verkeersveiligheid, leiden tot een afname van de geluidbelasting met circa 4 dB. Bovendien worden deze wegen daarmee gedezoneerd waardoor een toetsing van deze wegen aan de normen van de Wgh niet meer aan de orde is.

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

18 van 26

Eendrachtsweg inclusief tram Op de Eendrachtsweg geldt nu een maximumsnelheid van 50 km/u. Invoering van een 30 km/uur-regime op deze weg kan de geluidbelasting vanwege deze weg, exclusief tramverkeer, met circa 4 dB reduceren. Echter, uit nader onderzoek blijkt dat het tramverkeer langs deze weg een grotere bijdrage levert aan de totale geluidbelasting vanwege de Eendrachtsweg inclusief trams. De totale geluidreductie vanwege de Eendrachtsweg inclusief trams bedraagt daardoor maximaal 1 dB. Deze rekenresultaten zijn niet in de bijlage opgenomen. Baan, Hartmanstraat, William Boothlaan, Hoornbrekersstraat, Ketelaarsstraat, Karel Doormanstraat, Westersingel Schiedamse Vest en (delen van) Vasteland Op de bovengenoemde wegen ligt momenteel Kv. Met het toepassen van stillere asfalttypes, bijvoorbeeld akoestisch geoptimaliseerd Steenmastiekasfalt (SMA-NL 8G+), op deze wegen is het mogelijk een geluidreductie van 4 á 5 dB te bereiken. Door de aanleg van een stiller wegdek op deze wegen kan de geluidbelasting vanwege de Westersingel op locaties W01 en W02, vanwege de William Boothlaan op locatie W04 vanwege de Karel Doormanstraat en de Schiedamse Vest op locatie WB01 en vanwege de Hoornbrekersstraat op locatie WB02 tot de voorkeurswaarde van 48 dB terug worden gebracht.

Tevens kan daarmee de geluidbelasting vanwege de Karel Doormanstraat op locatie W01 tot de maximaal toelaatbare geluidbelasting voor nieuwe woningen van 63 dB terug worden gebracht. Deze reductie is echter niet voldoende om daarmee de geluidbelasting vanwege de overige bovengenoemde wegen tot de voorkeurswaarde terug te dringen. Westblaak, Rochussenstraat, Boompjes Op de bovengenoemde wegen ligt momenteel DAB. Met het toepassen van stillere asfalttypes, bijvoorbeeld akoestisch geoptimaliseerd Steenmastiekasfalt (SMA-NL 8G+), op deze wegen is het mogelijk een geluidreductie van 2 á 3 dB te bereiken. Door de aanleg van een stiller wegdek op deze wegen kan de geluidbelasting vanwege de Boompjes op locatie WB02 tot de voorkeurswaarde van 48 dB terug worden gebracht. Deze reductie is echter niet voldoende om daarmee de geluidbelasting vanwege de Westblaak en Rochussenstraat op de ontwikkellocaties tot de voorkeurswaarde terug te dringen. Eendrachtsplein inclusief tram Het Eendrachtsplein is momenteel voorzien van klinkers in keperverband. De voor locaties W01 en W02 akoestisch relevante delen van de tramsporen liggen grotendeels in DAB2. Uit nader onderzoek, zie bijlage 8, blijkt dat het tramverkeer een belangrijke bijdrage levert aan de totale geluidbelasting op de locaties vanwege het Eendrachtsplein inclusief trams.

Met het toepassen van stillere asfalttypes (bijvoorbeeld SMA-NL 8G+) op deze weg is het mogelijk een geluidreductie van 4 á 5 dB te bereiken. Tevens kan met het leggen van delen van de tramsporen, die momenteel in DAB liggen, in grasveld of ballastbed de geluidbelasting vanwege het tramverkeer op de desbetreffende tramsporen met 5 á 6 dB teruggebracht worden. 2

Voor de Rotterdamse situatie zijn geen tramemissies bekend met betrekking tot de baanconstructie. Daarom wordt voor geluidonderzoeken in Rotterdam uitgegaan van de standaard tramemissies die zijn opgenomen in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. Daarin zijn twee soort types baanconstructies geintroduceerd, namelijk “Rails in asfaltbeton” en “Rails in ballastbed”. Wanneer de tramsporen in grasvald of ballastbed liggen wordt uitgegaan van “Rails in ballastbed”. In overige gevallen wordt uitgegaan van “Rails in asfaltbeton”.

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

19 van 26

Stillere trambaanconstructies zijn momenteel niet beschikbaar. Met het toepassen van deze maatregelen op de weg en de trambaan zal de te behalen totale geluidreductie op de totale geluidbelasting vanwege het weg- en tramverkeer op het Eendrachtsplein bij desbetreffende locaties maximaal 5 dB respectievelijk 3 dB zijn. Deze reductie is echter niet voldoende om daarmee de totale geluidbelasting vanwege het Eendrachtsplein inclusief trams op locaties W01 en W02 tot de voorkeurswaarde te beperken. Eendrachtsweg inclusief tram Op de Eendrachtsweg ligt momenteel Kv. Een klein deel van de voor locaties W01 en W02 akoestisch relevante tramsporen ligt in DAB. Wegens gemengd tram – en autoverkeer op dit deel is het niet mogelijk de tramsporen hier in grasveld of ballastbed te leggen. De overige delen van de tramsporen liggen in grasveld. Uit nader onderzoek, zie bijlage 8, blijkt dat het tramverkeer op deze locaties een grotere bijdrage levert aan de totale geluidbelasting vanwege de Eendrachtsweg inclusief trams. Met het toepassen van stillere asfalttypes (bijvoorbeeld SMA-NL 8G+) op deze weg is het (theoretisch) mogelijk een geluidreductie van 4 á 5 dB te bereiken. Naarmate de weg stiller wordt levert het tramverkeer een steeds grotere bijdrage aan de totale geluidbelasting op de ontwikkellocaties vanwege de weg inclusief trams.

De te behalen totale geluidreductie op de desbetreffende ontwikkellocaties zal daarom maximaal 1 dB zijn, zie bijlage 8. Deze reductie is echter niet voldoende om daarmee de totale geluidbelasting vanwege de Eendrachtsweg inclusief trams op locaties W01 en W02 tot de voorkeurswaarde te beperken. Coolsingel inclusief tram Op de Coolsingel ligt momenteel (en ook na de reconstructie die in 2019 wordt uitgevoerd) DAB. De tramsporen op de Coolsingel liggen eveneens (ook na de reconstructie) in DAB. Uit de rekenresultaten in bijlage 8 blijkt dat het tramverkeer een grote bijdrage levert aan (of soms bepalend is voor) de totale geluidbelasting vanwege de Coolsingel inclusief tram. Wegens gemengd weg- en tramverkeer op kleine delen van de voor locaties W03 en WB01 akoestisch relevante tramsporen is het niet mogelijk om hier een stillere baanconstructie (bijvoorbeeld rails in grasveld of ballastbed die 5 á 6 dB stiller zijn dan tramrails in DAB of betonplaat) aan te leggen. Indien de weg wordt voorzien van een stiller wegdek (bijvoorbeeld SMA-NL 8G+) en de overige delen van de tramsporen in grasveld (of ballastbed) worden gelegd, zal de totale geluidreductie op de genoemde ontwikkellocaties maximaal 5 dB bedragen. Deze reductie is echter niet voldoende om daarmee de totale geluidbelasting vanwege de Coolsingel inclusief trams op locaties W01 en WB01 tot de voorkeurswaarde te beperken.

Erasmusbrug inclusief tram Op de Erasmusbrug ligt momenteel DAB. De tramsporen op de Erasmusbrug liggen eveneens in DAB. Uit de rekenresultaten in bijlage 8 blijkt dat de bijdrage van het tramverkeer aan de totale geluidbelasting vanwege de Erasmusbrug inclusief tram gelijk is aan (of soms groter dan) die van het wegverkeer op de Erasmusbrug. Wegens gemengd weg- en tramverkeer op kleine delen van de voor locatie WB02 akoestisch relevante tramsporen (op de kruising met vasteland) is het niet mogelijk om hier een stillere baanconstructie (bijvoorbeeld rails in grasveld of ballastbed die 5 á 6 dB stiller zijn dan tramrails in DAB of betonplaat) aan te leggen.

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

20 van 26

Indien de weg wordt voorzien van een stiller wegdek (bijvoorbeeld SMA-NL 8G+) en de overige delen van de tramsporen in grasveld (of ballastbed) worden gelegd, zal de totale geluidreductie op locatie WB02 maximaal 4 dB bedragen. Deze reductie is echter niet voldoende om daarmee de totale geluidbelasting vanwege de Erasmusbrug inclusief trams op locatie WB02 tot de voorkeurswaarde te beperken. Vasteland inclusief tram Op de hoofdrijbaan van het Vasteland ligt momenteel DAB en op de ventwegen Kv. De tramsporen op de Vasteland liggen grotendeels in grasveld. Slechts op de kruisingen met de Erasmusbrug/Schiedamsedijk en Westersingel/Scheepstimmermanstraat liggen de tramsporen, wegens gemengd tram- en autoverkeer, in DAB. Op deze kruisingen is het daarom niet mogelijk een stillere baanconstructie (bijvoorbeeld rails in grasveld of ballastbed die 5 á 6 dB stiller zijn dan tramrails in DAB of betonplaat) aan te leggen. Uit nader onderzoek, zie bijlage 8, blijkt dat het wegverkeer op de locatie WB02 een grotere bijdrage levert dan tramverkeer aan de totale geluidbelasting vanwege het Vasteland inclusief trams. Indien de hoofdrijbaan en de ventwegen van het Vasteland worden voorzien van een stiller wegdek (bijvoorbeeld SMA-NL 8G+), zal de totale geluidreductie op locatie WB02 maximaal 4 dB bedragen.

Deze reductie is echter niet voldoende om daarmee de totale geluidbelasting vanwege het vasteland inclusief trams op locatie WB02 tot de voorkeurswaarde te beperken. Schiedamsedijk inclusief tram Op de Schiedamsedijk ligt momenteel DAB. De tramsporen op de Schiedamsedijk liggen grotendeels in asfalt. Slechts ter hoogte van locatie WB01 liggen de tramsporen in grasveld. Uit nader onderzoek, zie bijlage 8, blijkt dat het tramverkeer op locaties WB01 en WB02 een grotere bijdrage levert dan het wegverkeer aan de totale geluidbelasting vanwege de Schiedamsedijk inclusief trams. Wegens gemengd weg- en tramverkeer ter hoogte van de kruisingen is het niet mogelijk om hier een stillere baanconstructie (bijvoorbeeld rails in grasveld of ballastbed die 5 á 6 dB stiller zijn dan tramrails in DAB of betonplaat) aan te leggen. Indien de overige delen van de tramsporen in grasveld worden gelegd en de Schiedamsedijk wordt voorzien van een stiller wegdek (bijvoorbeeld SMA-NL 8G+) zal de totale geluidreductie maximaal 5 dB bedragen. Hierdoor is het mogelijk de geluidbelasting vanwege de Schiedamsedijk inclusief trams op locatie WB01 tot de voorkeurswaarde terug te dringen. Deze reductie is echter niet voldoende om daarmee de totale geluidbelasting vanwege de Schiedamsedijk inclusief trams op locatie WB02 tot de voorkeurswaarde te beperken.

Nader onderzoek stiller wegdek/baanconstructie De stillere asfalttypes zijn veelal slijtagegevoeliger dan DAB en ze kunnen veelal op wegen met hellingen, bochten of kruispunten (wegens wringend, optrekkend en afremmend verkeer) niet of slechts op een deel van de weg worden toegepast. Ze zijn daardoor minder effectief. Op de genoemde wegen is vanwege een groot aantal kruisingen een stiller asfalt op veel plaatsen niet mogelijk en de geluidreductie beperkt. Als toepassing van stille wegdekken op de onderhavige wegen als een mogelijke maatregel in overweging wordt genomen, zullen asfaltdeskundigen moeten worden gevraagd om te onderzoeken of voor deze wegen een stiller asfalt met de

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

21 van 26

gewenste geluidreductie civieltechnisch toepasbaar en financieel haalbaar is. Vervolgens moet uit een nader akoestisch onderzoek blijken hoe effectief dat stille type wegdek is in de onderhavige situaties. Daarnaast wordt opgemerkt dat op een deel van de onderhavige tramsporen gemengd weg- en tramverkeer plaatsvindt. Hierdoor is het niet mogelijk de tramsporen geheel in grasveld of ballastbed te leggen. Ook hiervoor geldt dat verkeersdeskundigen moeten aangeven op welke plaatsen de tramsporen in grasveld of ballastbed mogen worden aangelegd. Vervolgens moet uit een nader akoestisch onderzoek blijken hoe effectief deze maatregel in de onderhavige situaties is. 6.1.2

Overdrachtsmaatregelen Hierbij kan worden gedacht aan afstandsvergroting en/of afschermende maatregelen. Aangezien de ontwikkelingen binnen de (bebouwingsgrenzen van de) bestaande bebouwing plaatsvinden is een afstandsvergroting niet aan de orde. De onderhavige wegen en tramsporen bevinden zich in een stedelijk gebied. Het plaatsen van een geluidscherm langs deze wegen is vanuit verkeerskundig en stedenbouwkundig oogpunt niet mogelijk/wenselijk.

6.1.3

Ontvangersmaatregelen Indien bron- en/of overdrachtsmaatregelen niet mogelijk of onvoldoende blijken te zijn om de geluidbelasting tot de voorkeurswaarde te beperken, moet bij woningen met een geluidbelasting hoger dan 53 dB (norm voor de geluidluwe gevel conform het ontheffingsbeleid Rotterdam, zie tabel 3.2) door een adequate akoestische inrichting van het plan en een akoestisch gunstige indeling van woningen een goed akoestisch klimaat worden gecreëerd. Hierbij kan worden gedacht aan de situering van niet-geluidgevoelige functies aan de wegzijde en de situering van geluidgevoelige ruimtes, met name (hoofd)slaapkamers, voor zover mogelijk aan de minst belaste gevels. Gezien de omvang van ontwikkellocatie WB02 kan het inrichten van deze locatie in carré-vorm met binnentuin een mogelijke oplossing zijn voor het creëren van geluidluwe gevels. Op ontwikkellocaties waar sprake is van een overschrijding van de maximaal toelaatbare geluidbelasting (63 dB), kan door toepassing van een vliesgevel de geluidbelasting op de werkelijke gevel tot de maximaal toelaatbare waarde worden beperkt. In gevallen waar de geluidbelasting niet tot de maximaal toelaatbare waarde teruggebracht kan worden, kunnen dove gevels worden toegepast. Een ‘dove gevel’ wordt niet getoetst aan de Wgh.

Conform het Bouwbesluit 2012 bedraagt de maximaal toegestane geluidbelasting vanwege een weg in een verblijfsgebied 33 dB. Het realiseren van een binnenwaarde van 33 dB in de beoogde woningen is door middel van aanvullende geluidwerende gevelvoorzieningen technisch en financieel haalbaar. Ter bepaling van de benodigde gevelgeluidwering van de beoogde woningen kunnen in principe de rekenresultaten in de één na laatste kolom van bijlage 5c als uitgangspunt voor de berekeningen worden gebruikt. Echter, het bevoegd gezag kan bij het toetsen van de aanvraag voor een

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

22 van 26

bouwvergunning eisen dat de geluidbelasting vanwege de relevante 30 km/uur-wegen bij het onderzoek naar de benodigde gevelgeluidwering moet worden betrokken.

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

23 van 26

7.

Conclusie en aanbevelingen Het Ingenieursbureau van gemeente Rotterdam heeft in opdracht van het cluster Stadsontwikkeling akoestisch onderzoek uitgevoerd naar het bestemmingplan Cool. Het bestemmingsplan Cool maakt het mogelijk om op 5 locaties woningen te realiseren. Omdat deze functies nog niet zijn gerealiseerd noch vergund, worden ze in het kader van de Wgh als een nieuwe situatie aangemerkt. Deze 5 locaties zijn daarom akoestisch onderzocht. Voor het plan is wegverkeerslawaai (inclusief tramverkeerslawaai) van belang. Bepaald is wat de geluidbelasting vanwege deze bron op de gevels van de locaties is en of deze voldoet aan de eisen van de Wgh. Daarnaast is bepaald of het plan voldoet aan het ontheffingsbeleid van de gemeente Rotterdam.

7.1

Conclusie Op alle ontwikkellocaties wordt de voorkeurswaarde (48 dB) overschreden vanwege één of meerdere zoneplichtige wegen. De maximaal toelaatbare geluidbelastingen vanwege een stedelijke weg voor woningen (63 dB) wordt daarbij op locaties W01 en WB02 overschreden. Maatregelen zijn noodzakelijk. De cumulatieve geluidbelasting, zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh, vanwege alle onderzochte zoneplichtige wegen is op alle ontwikkellocaties hoger dan 53 dB. De plandrempel van 53 dB, zoals genoemd in het Rotterdams Actieplan geluid 2019-2023, wordt bij deze locaties overschreden. Indien geen bron- en/of overdrachtsmaatregelen (kunnen) worden getroffen om de geluidbelasting tot de voorkeurswaarde voor de geluidbelasting te verlagen, wordt geadviseerd om een van de onderstaande noodzakelijke maatregelen, eventueel in combinatie met elkaar, te treffen en hogere waarden aan te vragen bij het college van Burgemeester en Wethouders: - Dove gevels toepassen op de te hoog belaste gevels van locaties W01 en WB02. - Vliesgevel toepassen op de hiervoor genoemde gevels. Procedure hogere waarde Indien geen bron- en/of overdrachtsmaatregelen worden getroffen, is het niet mogelijk om de geluidbelasting vanwege het wegverkeerslawaai tot de voorkeurswaarde te beperken. In dat geval dienen de maximaal berekende geluidbelastingen als hogere waarden te worden aangevraagd.

De daarbij vast te stellen hogere waarden zijn in tabel 7.1 weergegeven. Deze waarden dienen bij het college van burgemeester en wethouders ten behoeve van het bestemmingsplan Cool als hogere waarden te worden aangevraagd.

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

24 van 26

Tabel 7.1 Aan te vragen hogere waarden voor het bestemmingsplan Cool. Locatie Bestemming Zoneplichtige weg

Lden incl. aftrek 110g Wgh [dB]

W01

W02

W03

W04

W05

WB01

WB02

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Wonen

Westblaak

63

Rochussenstraat

53

Westersingel

49

Eendrachtsplein+tram

57

Karel Doormanstraat

63*

Eendrachtsweg+tram

50

Westblaak

63

Rochussenstraat

53

Westersingel

51

Eendrachtsplein+tram

54

Karel Doormanstraat

55

Hartmansstraat

60

Eendrachtsweg+tram

57

Westblaak

61

Coolsingel+tram

54

Karel Doormanstraat

54

Schiedamse Vest

59

Hartmansstraat

60

Hartmansstraat

59

William Boothlaan

49

Hartmansstraat

53

William Boothlaan

55

Westblaak

57

Coolsingel+tram

54

Schiedamsedijk+tram

50

Karel Doormanstraat

52

Schiedamse Vest

51

Schiedamsedijk+tram

63*

Hoornbrekersstraat

51

Baan

59

Ketelaarsstraat

55

Vasteland+tram

61

Boompjes

51

Erasmusbrug+tram

58

* De maximaal berekende geluidbelasting op deze locatie is hoger dan de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 63 dB voor nieuwe woningen vanwege een stedelijke weg. In het bestemmingsplan moet dan worden opgenomen dat op deze locatie één of meerdere gevels met een geluidbelasting hoger dan 63 dB(A) als een dove gevel wordt uitgevoerd of moet middels een nader akoestisch onderzoek worden aangetoond dat eventueel met maatregelen (bijvoorbeeld toepassing van vliesgevel) de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting van 63 dB niet wordt overschreden.

Akoestisch onderzoek

Projectcode

Versie

Datum

Pagina

Bestemmingsplan Cool

100019041/IB-2019-0002

Definitief V.1

12-03-2020

25 van 26

Ontheffingsbeleid Rotterdam Delen van locaties W01, WB01 en WB02 beschikken niet over een geluidluwe gevel. De overige locaties beschikken wel over minimaal één geluidluwe gevel en voldoen daarmee aan het ontheffingsbeleid Wet geluidhinder van de gemeente Rotterdam. Bij realisatie van woningen op locaties WB01, WB02 en een klein deel van locatie W01 zal er aandacht moeten worden besteed aan geluidluwe gevels. In het kader van de procedure hogere waarden moet worden onderbouwd waarom de beoogde woningen op deze locaties gewenst zijn. Trillingen Delen van locaties W01 en WB02 liggen binnen de onderzoekszone voor trillingen vanwege de ondergrondse metro. Bij het indienen van een bouwaanvraag voor een gebouw op genoemde locaties (voor zover gelegen binnen 25 meter van spoor) moet worden aangetoond dat aan de in tabel 3.3 gepresenteerde richt- en grenswaarden wordt voldaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=b1303b03-82e4-42cd-b330-6c34aaa56dad