20bb16815 Bijlage 1 behorende bij 21bb1280 - Gemeentelijk Rioleringsplan 2021 - 2025
Tekst van het document
1.2 Actualisatie vervangingsstrategie riolering: van buis naar buitenruimte Vervangingsstrategie vrijvervalriolering periode 000-2020 2 Het is noodzakelijk jaarlijks riolen te vervangen om het gemeentelijke rioolstelsel robuust te houden. Vuistregel is dat een rioolbuis in Rotterdam een levensduur heeft van veertig tot zestig jaar. In de periode tussen 1965 en 1985 is er – vanwege de grote stadsuitbreidingen – veel nieuwe riolering aangelegd. Op basis van de gehanteerde levensduur is al deze riolering aan vervanging toe in de periode tussen 2015 en 2035. Om tijdig voorbereid te zijn op deze grote vervangingspiek is in het GRP 2000-2005 de strategie voor de rioolvervanging veranderd. Om deze klus te bewerkstelligen, is het aantal kilometers aan riool dat we per jaar vervangen destijds flink verhoogd. We hanteren deze strategie tot 2020 nog steeds maar hebben in de afgelopen periode wel ervaringen opgedaan die op bepaalde onderdelen aanpassingen van de strategie vragen. Analyse vervangingsstrategie De prioritering van de rioolvervanging is in de zogenaamde meerjarenonderhoudsbehoeften (MJOB) vastgelegd. Daarbij maken we onderscheid in singuliere en integrale projecten. In singuliere projecten wordt alleen het riool vervangen en de straat tussen de trottoirbanden hersteld.
Bij integrale projecten wordt naast het riool ook de weg van erfgrens tot erfgrens vervangen en, indien nodig, opgehoogd tot het uitgiftepeil. De afgelopen planperiode was een verhouding 50 procent integraal en 50 procent singulier het uitgangspunt, in de praktijk kwam dit echter uit op een hoger integraal percentage. We streven in de komende planperiode naar zo veel mogelijk integrale projecten. Daarbij spelen de volgende drie aspecten een belangrijke rol: 1. Klimaatbestendig en robuust stelsel De doelstelling vanuit het stedelijk watersysteem is dat we het stelsel robuust willen houden en klimaatadaptief willen maken. Dit vraagt om een integrale uitvoering. Een aanpak die wordt gesterkt door onze volgende bevindingen: • We merken steeds meer dat de oude strategie met singuliere projecten ten koste gaat van de robuustheid van het huidige rioolstelsel. Wanneer er niet tot het uitgiftepeil wordt opgehoogd, ontstaat onvoldoende afschot en moet afvalwater lokaal omhoog worden gepompt. Hierdoor ontstaan er allemaal kleine bemalingsgebieden die kwetsbaarder zijn en meer
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
23
Deel II Strategie
energie kosten. De ophoging van de buitenruimte is eigenlijk altijd noodzakelijk voor een goed functionerend rioolstelsel. • Bij singuliere projecten zijn er nagenoeg geen mogelijk heden om maatregelen te treffen die zorgen voor extra waterberging of die de sponswerking van de stad bevorderen. Bij integrale projecten zijn er juist veel kansen om klimaatadaptieve maatregelen onder- en bovengronds in de buitenruimte te nemen. • Per 1 januari 2020 beheert de gemeente ook de rioolaansluitingen (de huisaansluiting van het pand op de gemeentelijke riolering) in de openbare ruimte. Deze worden dan ook in het kader van rioolvervangings projecten vervangen tot aan de erfgrens. Bij singuliere projecten blijft de ingreep door de gemeente dus niet meer beperkt tot de straat (band tot band), maar ook van erfgrens tot erfgrens, evenwel zonder ophoging en klimaatadaptieve maatregelen. 2. Samenhang met andere assets De samenhang met andere assets en het feit dat nu de naoorlogse wijken aan de beurt zijn voor rioolvervanging vraagt om een integrale benadering. Om meerdere redenen: • Voor het realiseren van voldoende ontwateringsdiepte – voldoende afstand van het maaiveld tot het grondwater nodig voor draagkracht voor de wegconstructie e.d. – en het realiseren van voldoende gronddekking voor kabels en leidingen, waaronder het riool, is een ophoging tot uitgiftepeil nodig.
• De komende jaren vindt er vooral rioolvervanging plaats in de naoorlogse wijken. Deze wijken hebben veelal een open verkavelingsstructuur waarbij de gebouwen los in de ruimte staan en omgeven zijn door groengebieden en verhardingsvlakken. Hier is doorgaans beperkt riolering aanwezig. Deze wijken zijn op veel plekken al meer dan dertig centimeter verzakt. Het riool kan in
deze wijken alleen met ophoging van de buitenruimte, en dus een integrale aanpak, worden vervangen. • In de wijken met een meer open verkavelingsstructuur beperkt de integrale rioolvervanging zich tot het wegprofiel. Groengebieden – paden en plantsoenen tussen bouwblokken – worden in de huidige aanpak meestal niet meegenomen. Deze gebieden resteren na afloop van de vernieuwing als dieper gelegen gebieden. Dit kan nadelige gevolgen hebben voor het groen, omdat vernatting optreedt. Soms kan een lagergelegen gebied bewust een bestemming krijgen voor waterberging maar dan moet de groene inrichting daar wel toe worden aangepast. Dit pleit voor een bredere integrale benadering. 3. Koppeling met andere transities Het werken in integrale projecten is effectiever. We kunnen dan werk met werk maken door verschillende opgaven in de buitenruimte aan elkaar te koppelen. Dat maakt de werkzaamheden goedkoper en duurzamer. Voorbeelden hiervan zijn: • Bij gebiedsgerichte projecten vanuit andere actoren – zoals Stadsontwikkeling en de woningcorporaties – waarbij Stadsbeheer soms volgend is voor het onderhoudsgedeelte binnen deze projecten. Door vroegtijdig de koppeling te maken, vormen deze projecten onderdeel van de MJOB en verhogen we het integratie percentage.
De mogelijkheden voor een vroegtijdige koppeling van investeringen worden in beeld gebracht door het team van de stedelijke programmering openbare ruimte (SPOR), een samenwerking tussen de clusters Stadsbeheer, Stadsontwikkeling en Dienstverlening. • Vanuit de Nota Onderhoud Kapitaalgoederen 2019-2022 [11] is voor de assets wegen, groen en openbare verlichting de afgelopen planperiode ingezet op een strategie met een verhouding 50 procent integraal en
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
24
Deel II Strategie
50 procent singulier. Gedurende het voorbereidings traject van de singuliere werkzaamheden blijkt dat een deel daarvan door allerlei bijkomende aspecten toch integraal moet worden uitgevoerd. Dit leidde in de praktijk tot een verhouding van 70 procent integraal en 30 procent singulier. De aanvullig van het budget voor wegen en groen is dus noodzakelijk. De bovenstaande aspecten leiden tot de noodzaak van een andere vervangingsstrategie waarbij zoveel mogelijk gewerkt wordt in integrale projecten en de buitenruimte waar mogelijk teruggebracht wordt naar het uitgiftepeil. Het uitgangspunt van de strategie voor de rioolvervanging is het tegengaan van de veroudering van het stelsel en vooral het klimaatbestendig maken van de stad. De strategie om tweehonderd kilometer riool te vervangen in de planperiode gebruiken wij als sturingsfactor voor de invulling van de meerjarenonderhoudsbehoefte en de bepaling van de benodigde financiële middelen. Vanwege de integrale uitvoering van projecten is dit niet strikt veertig kilometer per jaar maar tweehonderd kilometer in de GRP periode. Ook voor de tweehonderd kilometer geldt dat een afwijking van enkele kilometers per jaar, vanuit kwaliteits oogpunt, acceptabel is. In de loop van de GRP periode ontwikkelen we een wijze om de voortgang van het GRP meer in samenhang met het Rotterdams Weerwoord te rapporteren.
De nadruk komt te liggen op het effect van de maatregelen ten aanzien van de kwaliteitsverbetering en de klimaatbestendigheid van het stedelijk watersysteem. De consequentie van een hoger integratiepercentage is dat de investeringsbudgetten voor wegen en groen wel toereikend moeten zijn voor een integrale aanpak van de buitenruimte. Zoals eerder al aangegeven is de planning van de rioolvervanging en andere assets vastgelegd in MJOB. De invloed van een gemeentebrede programmering en een investeringsprogramma voor de grote transitie opgaven zal zich hierin moeten vertalen.
1.3 Slim gebruik van het rioolstelsel Het verwerken van afvalwater Schoonhouden, scheiden en terugwinnen zijn leidend in de aanpak van de verwerking van het afvalwater. De gemeentelijke riolering voert het stedelijk afvalwater af naar de rioolwaterzuivering. We beperken het ontstaan van afvalwater uiteraard zoveel mogelijk. En we zien erop toe dat het afvalwater vervolgens zo min mogelijk wordt verontreinigd met ongewenste stoffen en zaken als zware metalen, vet en doekjes. Door het scheiden van de waterstromen maken we de terugwinning en het hergebruik van grondstoffen beter mogelijk. De riooloverstorten uit het gemengd rioolstelsel blijven aandacht houden. Daarbij ligt de nadruk op het monitoren en beperken van ongezuiverde lozingen. Bij riooloverstorten of bij incidenten, zoals persleidingbreuken, handelen we volgens vastgestelde richtlijnen en procedures die de negatieve gevolgen voor de omgeving beperken.
Het in werking treden van de nieuwe Omgevingswet betekent een wijziging van de regels voor directe en indirecte lozingen. Particulieren en bedrijven hebben een lozingsvergunning nodig wanneer een lozing van afvalwater niet algemeen is geregeld. Ook als het gaat om een lozing in het riool of op het oppervlaktewater. Bedrijven zijn bovendien gehouden aan milieuregels. In Rotterdam houdt de Milieudienst Rijnmond (DCMR) toezicht op de naleving hiervan. De DCMR voert aangekondigd en onaangekondigd controles uit en controleert bedrijven frequenter als hun activiteiten grote risico’s vormen voor het milieu en/of als eerder is geconstateerd dat zij de milieuregels slecht aleven. n Met het in werking treden van de Omgevingswet vervallen diverse rijksregels, waaronder een aantal regels over directe en indirecte lozingen. Het is dan aan decentrale overheden de taak deze regels in te vullen en te handhaven. Verwerken hemelwater Bij het verwerken van hemelwater houden we ons aan de volgorde: toepassen, vasthouden/bergen, afvoeren en accepteren. Onder accepteren verstaan we het accepteren van een bepaalde mate van overlast en een bepaalde hinder die nu eenmaal hoort bij de verwerking van hemelwater.
Waar voorheen het stelsel van riolen, rioolgemalen en persleidingen hemelwater afvoerde, houden we met onze nieuwe strategie hemelwater vast in de buitenruimte, zowel bovengronds als ondergronds (sponswerking van de stad). Dit doen we zowel in de openbare ruimte als op private terreinen. Het hemelwater wordt zoveel vertraagd als mogelijk afgevoerd naar de ondergrond en het oppervlaktewater. Voor situaties waarvoor wel een versnelde afvoer noodzakelijk is – bijvoorbeeld hevige neerslag – onderzoeken gemeente en samenwerkingspartners in de Regionale Studie of de overstortbemaling in de toekomst ingezet kan worden voor het u itmalen van schoon regenwater. Circa 60 procent van de stad is privé-eigendom. De eigenaren van private terreinen zijn in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het verwerken van het hemelwater. Nu verwerkt de gemeente Rotterdam nog het overgrote deel; dat verandert dus. We betrekken particulieren meer bij deze transitie van de verwerking. Daar is de afgelopen jaren al actief aan gewerkt in het Rotterdamse Weerwoord en via Watersensitive. Dat laatste is een beweging om bewoners te informeren over en te mobiliseren voor het samenwerken bij het treffen van lokale maatregelen. Via een gemeentelijke verordening stellen we verplichtingen aan verwerking van regenwater (zie paragraaf 2.2).
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
25
Deel II Strategie
Nieuwe Omgevingswet maakt samenwerken over lozingsregels en oppervlaktewaterkwaliteit nodig Voor een goede overgang van de oude naar de nieuwe situatie is er de zogenoemde bruidsschat. Deze bevat de regels over de gedecentraliseerde onderwerpen. De bruidsschatregels voor de gemeente komen bij inwerkingtreding van de Omgevingswet automatisch in het omgevingsplan terecht, zie hieronder bij figuur 8. Ditzelfde geldt voor de bruidsschatregels voor de waterschapsverordening. Dat betekent dat de voormalige rijksregels voor lozen op oppervlaktewater en de voormalige rijksregels voor lozen op of in de bodem of de riolering, die nu nog bij elkaar staan in onder andere het Activiteitenbesluit, van elkaar worden losgetrokken. In de praktijk betekent dit dat er een belangrijke wissel werking zal ontstaan tussen de aanpassing van de lozingsregels van de bruidsschat in het omgevingsplan en de aanpassing van de corresponderende lozings regels in de waterschapsverordening. Deze regelgeving moet goed op elkaar blijven aansluiten. Om dat te bewerkstelligen is samenwerking en afstemming in een vroegtijdig stadium noodzakelijk.
OMGEVINGSWET
De bruidsschat
De gemeente moet het waterschap betrekken bij het opstellen van lozingsregels. Wijzigt een lozingsregel in het omgevingsplan van de gemeente, dan kan dit voor het waterschap aanleiding zijn om ook de lozingsregels in de waterschapsverordening aan te passen. En andersom. Omdat Rotterdam in het gebied van drie waterschappen ligt, is het noodzakelijk om hierin samen op te trekken. Het nieuwe beleid uit de waterbeheerprogramma’s van de waterschappen – die eind 2021 worden vastgesteld – wordt vertaald in regels die in de waterschapsverordening komen. Deze programma’s bevatten onder andere maatregelen voor het verbeteren van de oppervlakte waterkwaliteit. Ook komen in het nieuwe stelsel bepa lingen ter bescherming van de oppervlaktewaterkwaliteit. Onder de oude regelgeving zijn lozingen op het oppervlaktewater vanuit een openbaar ontwateringsstelsel of een openbaar hemelwaterstelsel toegestaan (artikel 3.14 van het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi)). Uitgangspunt hierbij is dat hemelwater in beginsel als ‘schoon’ wordt beschouwd en dat voor kwetsbare oppervlaktewateren maatwerkoplossingen worden afgesproken. De handhaving van regels voor deze kwetsbare gebieden is erg belangrijk voor de samenwerking met de waterschappen.
Op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt, komen verschillende rijksregels te vervallen. Denk bijvoorbeeld aan regels over geluid en geur voor horeca. Deze regelgeving wordt aan de decentrale overheden overgelaten. Zij kunnen hiervoor hun eigen afwegingen maken. Voor een goede overgang van de oude naar de nieuwe situatie is er de bruidsschat.
Gemeente
Bruidsschat
Set regels over de gedecentraliseerde onderwerpen die wordt toegevoegd aan het omgevingsplan of de waterschapsverordening.
Gemeente
Invoeringsbesluit De bruidsschat wordt uitgewerkt in het Invoeringsbesluit van de Omgevingswet.
Gemeenten en waterschappen kunnen de regels uit de bruidsschat vanaf dag één van de Omgevingswet aanpassen of laten vervallen.
Waterschap Omgevingswetportaal.nl | maart 2018
Figuur 7 De bruidsschat [6]
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
26
Deel II Strategie
De waterkwaliteit in watergangen en plassen We streven naar een gezonde oppervlaktewaterkwaliteit. Voorheen hadden verbetermaatregelen vooral betrekking op de overstorten vanuit het gemengde rioolstelsel. Het effect van deze overstorten op de oppervlaktewaterkwaliteit is in voorgaande GRP-perioden aangepakt en uitgewerkt. De riooloverstortingen uit de gemengde riolering blijven wel een punt van aandacht. Regenbuien worden door de klimaatverandering immers heftiger en frequenter. Daarom moeten we afstromend hemelwater zoveel mogelijk lokaal vasthouden. Nu stroomt dat veelal nog af via een gemengd rioolstelsel. Door hemelwater lokaal vast te houden en te verwerken, dringen we de vervuiling van het oppervlaktewater terug. Echter, lokaal vasthouden is lang niet overal mogelijk. Dan lozen we ook rechtstreeks op het oppervlaktewater. Het onderzoek van Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer (10) over afkoppelen geeft inzicht in de effecten. Het netto effect van minder overstortend rioolwater vanuit een gemengd stelsel, minder gebiedsvreemd inlaatwater, meer verversing en doorspoeling maar tegelijkertijd een toename van de belasting op jaarbasis vanuit de hemelwaterriolen is uiteindelijk veelal positief voor de waardering van de lokale oppervlaktewaterkwaliteit. De waterschappen spreken daarbij echter wel hun zorg uit over de lokale waterkwaliteit.
De gemeente Rotterdam bespreekt daarom deze plannen met de waterschappen. Op plekken waar het oppervlaktewater extra kwetsbaar is voor verontreiniging, kiezen we samen met de waterbeheerder voor gebiedsgericht maatwerk. Verwerken grondwater Een belangrijk uitgangspunt in de verwerking van het grondwater is een grondwaterstand die niet beïnvloed wordt door mechanische middelen maar alleen door de aanvulling van neerslag, interactie met aanwezige oppervlaktewater, door de bodemopbouw en aanwezige infrastructuur zoals bijvoorbeeld drainage-infiltratieleidingen. Dat noemen we een robuust en klimaatbestendig grondwatersysteem. Dat is van belang voor een duurzaam gebruik van de buitenruimte en het behoud van een robuust grondwatersysteem, nu en in de toekomst. Meerdere factoren beïnvloeden de grondwaterstand in het stedelijk gebied. Zoals de hoeveelheid hemelwater, de aanwezige ondergrondse infrastructuur, de bodemopbouw en – wanneer dit in de nabijheid aanwezig is – het oppervlaktewater. In een onverstoorde bodem vormen hemelwater, grondwater en oppervlaktewater een samenhangend systeem. Een versnippering van het grondwatersysteem is onwenselijk, omdat dit het grondwatersysteem omplexer maakt. c
Voor een goede verwerking zijn er bepaalde aandachtspunten en -gebieden: • Bij een grote mate van verharding en – lokaal – weinig groen komt het hemelwater nauwelijks ten goede aan de grondwateraanvulling; • Een verstoring van het grondwaterverloop door aanwezige ontwateringsmiddelen op zowel gemeentelijk als privaat terrein en ondergrondse constructies; • Lokaal (on)gewenste verhoging of verlaging van de grondwaterstand door ingrepen en activiteiten in het stedelijk gebied. Deze lokale beïnvloeding heeft een negatief effect op het gebruik van de buitenruimte voor andere activiteiten. Gelet op het gebruik van de buiten ruimte is de gewenste drooglegging – het hoogteverschil tussen het oppervlaktewaterpeil en het maaiveld – bij nieuwbouw en herstructureringsgebieden minimaal 1,20 meter. Voor de bestaande bebouwde omgeving hanteren we een drooglegging van 1 meter, omdat aansluiting bij bestaande bebouwing anders lastig is. De gewenste drooglegging is belangrijk voor voldoende ontwateringsdiepte voor bovengrondse infrastructuur, zoals bestrating en wegfundering, hiervoor geldt een minimale ontwateringsdiepte van 0,80 meter ten opzichte van uitgiftepeil.Voor het openbaar groen zoals plantsoenen en parken geldt een minimale ontwateringsdiepte van 0,50 meter ten opzichte van het uitgiftepeil.
In verzakte gebieden met ongefundeerde panden is deze minimaal gewenste ontwateringsdiepte meestal niet haalbaar. Voor deze gebieden – en in funderingsrisicogebieden – hanteren we geen algemene richtlijn. Onze ambitie is om hemelwater lokaal te verwerken. Met andere woorden: we houden het hemelwater vast en bergen en verwerken het op de plaats waar het valt. In stedelijke gebieden zorgen een waterpasserende verharding en infiltratievoorzieningen ervoor dat het regenwater tot het grondwater doordringt (sponswerking van de stad). De grondwaterstand is te beïnvloeden door de aanleg van geperforeerde leidingen zoals drainage-infiltratie (DI) leidingen. Deze leidingen functioneren op basis van natuurlijk verval. De grondwaterstand in deze DI-leidingen stelt zich in op het niveau van het oppervlaktewater. Hiermee faciliteren we stedelijke activiteiten zoals wonen. Met uitleggers (aftakkingen) vanaf deze DI-leidingen tot aan de erfgrens reikt dit effect zo ver mogelijk, liefst tot aan de erfgrens. De bewoners hebben dan de mogelijkheid hierop aan te sluiten. Met een grondwatermeetnet monitoren we de grondwaterstanden en brengen deze in kaart. Deze gegevens worden gepubliceerd via het gemeentelijke GISWEB, het Geodata Informatie Systeem, en zijn voor iedereen in te zien.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
27
Deel II Strategie
2
Klimaatgerichte normering 2.1 Klimaatgerichte normering rioolstelsel en buitenruimte Voor de verwerking van het hemelwater wordt de buitenruimte steeds belangrijker. Daarnaast is het essentieel dat ook private percelen worden benut voor hemelwater verwerking. De klimaatgerichte normering geeft aan hoe we dit op een doelmatige wijze gaan doen. In de klimaatgerichte normering geven we aan welke neerslaggebeurtenissen maatgevend zijn bij het verwerken van (hevige) neerslag, welke situaties in de stad we onderscheiden en welke hinder als gevolg van (hevige) neerslag we acceptabel vinden, en welke niet. Daarbij gaan we uit van twee vormen van zorgplicht: de gemeentelijke zorgplicht voor het verwerken van het hemelwater in openbare ruimte en de particuliere zorgplicht voor de verwerking op het particuliere terrein. In de komende planperiode doen we ervaring op met de toepassing van de normering en werken deze verder uit. Maatgevende regengebeurtenissen Voor het stedelijk gebied ligt de focus van een klimaat gerichte normering op de verwerking van het hemelwater tijdens piekbuien in de zomerperiode. Tijdens en na deze hevige buien moet de neerslag in een hoog tempo verwerkt worden om grote hinder te voorkomen. Maar de afvoercapaciteit van het rioolstelsel en de buitenruimte is uiteraard beperkt.
Hindergradatie en knelpunten Niet alle hinder is gelijk. Daarom onderscheiden we drie hindergradaties: • hinder: er ontstaan kortdurend beperkte hoeveelheden ‘water op straat’; • ernstige hinder: er ontstaan forse hoeveelheden ‘water op straat’ en ‘water op de stoep’. Met een tijdsduur die oploopt tot enkele uren; • zeer ernstige hinder: een zodanige hevige en langdurige regenval dat er op grotere schaal overlast ontstaat. Overlast die van invloed is op infrastructuur en gevolgen heeft voor panden, kwetsbare objecten en vitale voorzieningen. Door hinder ontstaan knelpunten. We onderscheiden de volgende type knelpunten door wateroverlast: • overlast die ontstaat bij overstromingen in panden; • uitval van vitale voorzieningen en objecten, denk aan ziekenhuizen, zorginstellingen, culturele instellingen, voorzieningen voor elektriciteit, communicatie en calamiteitenorganisatie; • een verminderde bereikbaarheid, waarbij wegen niet meer begaanbaar zijn en het openbaar vervoer stilvalt. Binnen een verminderde bereikbaarheid is ook nog onder scheid tussen verschillende vormen van infrastructuur binnen de stad. Denk bijvoorbeeld aan tunnels, OV-infrastructuur, wijkontsluitingswegen voor auto’s en calamiteiten verkeer. Sommige onderdelen zijn gevoeliger voor het onderlopen dan andere.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
28
Deel II Strategie
In de klimaatgerichte normering (tabel 1) categoriseren we welke knelpunten ontstaan bij verschillende neerslag gebeurtenissen. Per risicocategorie geven we aan of we dit acceptabel, onwenselijk of onacceptabel vinden. We gaan uit van neerslaggebeurtenissen met een bepaalde herhalingstijd, namelijk de buien die eens in de 2 jaar (T=2), 10 tot 25 jaar (T=10/25) of 100 jaar (T=100) vallen. Indicatief kunnen daar hoeveelheden neerslag aan gekoppeld worden. Zo hoort bij een T=100 een bui van 70 mm in één uur in het klimaatscenario 2050 van het KNMI. Vervolgens hebben we per risicocategorie een handelingsperspectief bepaald (tabel 2).
Toepassing bij ontwerp en toetsing De komende planperiode werken we uit welke risico’s en mate van overlast we (on)acceptabel vinden. Daarvoor moeten we meer ervaring opdoen met deze klimaatgerichte normering. We kijken naar de impact van neerslag op panden, uitval van vitale, potentieel kwetsbare voor zieningen en verminderde begaanbaarheid. En we geven een extra invulling aan de hindergradaties: wat is bijvoorbeeld e rnstige hinder bij een pand of object? Hierbij betrekken we interne en externe partijen. Kanttekening bij de normering blijft dat ze gebaseerd is op modelberekeningen en dat de werkelijkheid kan afwijken.
Herhalingstijd neerslaggebeurtenis
T=2
T=10 ~ T=25
T=100 (in 2050)
Hoeveelheid neerslag (indicatief)
20 mm/h
48 mm/h
70 mm/h
Doel
Ontwerp rioolstelsel
Ontwerp en toetsen rioolstelsel en inrichting openbare ruimte
Toetsen Stresstest risico’s
Beschouwde assets1
Riolering en primaire deel openbare ruimte voor zover gekoppeld aan de riolering
Riolering, primair en secundair deel openbare ruimte
Riolering, primair en secundair deel openbare ruimte, oppervlaktewater en privaat terrein
Te gebruiken gegevens
Ontwerpgegevens
Ontwerp- en schouwgegevens
Schouwgegevens
Hindergradatie
T=2
T=10 ~ T=25
T= 100 (2050)
Hinder
l Onwenselijk
l Acceptabel
l Acceptabel
Ernstige hinder
l Onacceptabel
l Onwenselijk
l Acceptabel
Zeer ernstige hinder
l Onacceptabel
l Onwenselijk
l Onwenselijk
: Verdeling assets in de openbare ruimte onderscheiden in een: • primair deel, zoals waterpleinen, wadi’s, watergangen, waterbergende straten (waterpasserende verharding) en ondergrondse bassins; • secundair deel, zoals parken, plantsoenen, parkeerplaatsen en wegen.
1
Tabel 1 Klimaatgerichte normering
Risicocategorie
Handelingsperspectief
Onacceptabel
Bij T=2: Meenemen bij ontwerp van het rioolstelsel bij rioolvervanging
Onwenselijk
Combineren met geplande werkzaamheden aan het rioolstelsel en in de buitenruimte (meekoppelen). Aanvullende onderhoudsmaatregelen zoals bijvoorbeeld extra reinigingsacties van kolken kunnen ook tot verbetering leiden.
Acceptabel
Geen directe aanleiding tot fysieke aanpassingen van het rioolstelsel en openbare ruimte door de gemeente
Tabel 2 Risicocategorie en bijbehorend handelingsperspectief
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
29
Deel II Strategie
2.2 Klimaatgerichte normering privaat terrein De Wet milieubeheer biedt de gemeente de bevoegdheid bij verordening regels te stellen voor de verwerking van het hemelwater op particulier terrein. Nieuwe regels zijn gewenst, in lijn met de doelen van het Rotterdams Weerwoord. Daarom legt de gemeente deze regels vast in t oegespitste verordeningen. Onderscheid nieuwbouw en bestaande bebouwing We begrijpen dat het wijzigen van de verwerking van hemel water bij bestaande bebouwing een lastige opgave is. Toch is het van blijvend belang dat bewoners en bedrijven in de eerste plaats worden gestimuleerd dit zelf op te pakken. Het Rotterdams Weerwoord zet hier ook op in; de bestaande stimuleringsregeling Klimaatadaptatie moet daarbij helpen. Daarnaast is het bij rioolvervangings projecten waarbij ook hemelwaterriool wordt aangelegd van belang dat hemelwater van het gemengde stelsel zo veel mogelijk wordt afgekoppeld en aangesloten op centrale hemelwatersystemen in het openbaar gebied. We stelen hiervoor een hemelwaterverordening op. Daarnaast stellen we nieuwe regels op voor de verwerking van hemelwater voor nieuwbouw, waarbij hemelwater zo min mogelijk via de openbare ruimte wordt afgevoerd. Woningcorporaties Woningcorporaties bezitten 46 procent van alle huizen in Rotterdam. Dat maakt de corporaties een belangrijke partij om mee samen te werken.
In het kader van het Rotterdams Weerwoord willen we de komende planperiode meer en betere afspraken maken over klimaatadaptieve maatregelen bij renovatieprojecten. We gaan hiervoor een duurzame relatie aan met de corporaties. Afstemming en implementatie De verordeningen hebben ook invloed op de regels die de waterschappen stellen ten aanzien van de uitbreiding van verhard oppervlak en het lozen van afstromend hemelwater op het oppervlaktewater. Met deze partijen heeft in het voortraject afstemming plaatsgevonden. De waterschappen ondersteunen de vaststelling van de verordeningen.
We registreren de maatregelen. Dit is noodzakelijk om het overzicht over het totale stedelijk watersysteem te behouden. In de komende planperiode werken we het registratiesysteem en de controle, monitoring en handhaving van de voorzieningen nader uit. Minimale eis waterberging bij nieuwbouw De minimale capaciteitseis om hemelwater op eigen terrein te bergen bij nieuwbouw is 50 millimeter. Op deze manier wordt het overgrote deel van de neerslag op eigen terrein verwerkt. De 50 millimeter is onder vrijwel alle omstandig heden een redelijke eis, als we afgaan op de te verwachten 70 millimeter neerslag in één uur zoals weergeven in tabel 3. Deze tabel is afkomstig van de Werkgroep standaardisatie stresstest wateroverlast (Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie, 14 juni 2018, ‘Standaardisatie neerslag gebeurtenissen stresstest wateroverlast). De tabel geeft de verwachte herhalingstijden weer voor neerslag gebeurtenissen. Dit zowel voor het huidige klimaat als voor het k limaat in 2050. De neerslaghoeveelheid sluit ook aan bij de ontwerpnorm waarmee we de komende planperiode ervaring opdoen in het ontwerp van de buitenruimte.
Beleidsregels Voor de toepassing van de bevoegdheid om in een ver ordening een omgevingsvergunning te verlenen waarmee wordt toegestaan dat niet wordt afgekoppeld of de vereiste waterberging niet (of niet volledig) wordt gerealiseerd zijn onderstaande beleidsregels van toepassing: • het college van B&W kan een omgevingsvergunning verlenen als bij nieuwbouw de maatregelen voor hemelwater in de directe omgeving of binnen de hydraulische eenheid genomen worden in plaats van op eigen terrein. Het alternatief moet op korte en langere termijn een meerwaarde hebben voor de omgeving op waterhuishoudkundig en ruimtelijk gebied; • het college van B&W verleent een omgevingsvergunning om af te wijken van de verplichting tot afkoppelen als aantoonbaar is dat de te maken private kosten voor het afkoppelen van de bestaande woning hoger uitvallen dan € 500,-. Dan wordt redelijkerwijs geen inspanning van de perceeleigenaar verwacht. Bij grotere gebouwen (en terreinen) zoals wooncomplexen, onderwijsinstellingen e.d. wordt een inspanning tot € 10 per m² als redelijk beschouwd.
Schaal
Duur
Herhalingstijd huidig klimaat (jaar)
Hoeveelheid huidig klimaat (mm)
Hoeveelheid klimaat 2050 (mm)
Lokaal
1 uur
100 250
60 75
70 90
2 uur
1000
130
160
48 uur
100 250 1000
100 (115) 115 (140) 135 (190)
120 (135) 130 (165) 160 (220)
Regionaal
Tabel 3 Statistiek neerslaggebeurtenissen stresstest wateroverlast [7]
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025 Deel II Strategie
2.3 Klimaatadaptief bouwen Het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie is een gezamenlijk plan van gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk. Het plan betreft de aanpak van wateroverlast, hittestress, droogte en de gevolgen van overstromingen. De gemeente Rotterdam is actief betrokken bij dit proces, zowel in de stuurgroep als in verschillende werkgroepen. Binnen het Deltaplan Ruimtelijke adaptatie werken we onder andere aan een standaardisatie van de stresstest en de neerslaggebeurtenissen. Het Rijk heeft knelpunten onderzocht bij klimaatadaptief bouwen en inrichten. In de daaruit voortgekomen Hand reiking is een voorstel voor decentrale regelgeving voor klimaatadaptief bouwen en inrichten opgenomen. Wanneer we overgaan tot het hanteren van regels bij klimaatadaptief bouwen kunnen we deze Handreiking gebruiken als inspiratiebron. De regels kunnen betrekking hebben op het tegengaan van wateroverlast, hittestress, droogte en gevolgen van overstromingen.
30
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
31
Deel II Strategie
3
Gebiedsgericht 3.1 We werken gebiedsgericht en samen met anderen
met (en afgestemd op) beleidsmatige en financiële kaders en gegevens over onze assets. De afstemming leidt tot het op elkaar aansluiten van initiatieven. In figuur 8 is een overzicht geschetst van de samenwerkingen in de buitenruimte.
Het stedelijk watersysteem overstijgt de wijk, daarom gaan we gebiedsgericht te werk. Gebiedsgericht werken vormt ook het uitgangspunt bij het samenwerken in de buitenruimte en bij het betrekken van de inwoners en organisaties bij de opgaven die in hun buurt van belang zijn, in de geest van de nieuwe Omgevingswet. Ook de drie waterschappen benoemen in hun Waterbeheerplannen de noodzaak om samen met andere partners te werken aan het stedelijk watersysteem. Bijlage 7 geeft een overzicht van de relevante samenwerkingsverbanden.
De uitkomst van het SPOR gaat naar het Programma Overleg Buitenruimte (POB). In het POB komen per gebied per half jaar verschillende partijen uit het betreffende gebied samen voor een overleg. Ook stakeholders die eerder niet aangesloten waren bij de SPOR kunnen nu aanhaken. Tijdens het overleg stemmen de partners allerlei zaken op elkaar af. Zowel interne partijen die gaan over verkeerslichten, blackspots, bruggen en tunnels, als externe partijen zoals netbeheerders waaronder Stedin, waterbedrijf Evides, traminfra (RET), woningcorporaties en water schappen. Voor de verschillende initiatieven stellen de partijen een projectscope en een tijdsvenster voor de uitvoering vast. Deze initiatieven vertalen we in jaarplannen.
In de gemeente Rotterdam hanteren we een gebieds gerichte strategie voor het scheiden van waterstromen, het creëren van berging bij hevige neerslag en voor grondwater. Dit werken we uit in een Functioneel Advies Water (FAW). Dit advies is het uitgangspunt in de samenwerking met andere partners in de buitenruimte.
3.2 Gebiedsgerichte strategie Scheiden waterstromen Het is onze opgave om waterstromen te scheiden. De mogelijkheden voor het afkoppelen van de neerslag van de riolering variëren per gebied. Binnen RoSA is gebiedsgericht onderzocht wat haalbaar en realistisch is. Hierbij is rekening gehouden met het verwachte vervangingsmoment van de bestaande riolering. Daarnaast lenen sommige gebieden zich beter voor het gescheiden afvoeren van waterstromen dan andere gebieden. Daarom verschilt de strategie voor het scheiden van waterstromen per gebied:
Samenwerken in de buitenruimte Fysieke projecten en activiteiten in de openbare ruimte komen tot stand tijdens een proces van planning en voorbereiding. Voor de buitenruimte bepalen we een integrale onderhoudsbehoefte, waarbij we de verschillende assets op elkaar afstemmen. De uitkomsten dienen we in bij de Stedelijke Programmering Openbare Ruimte (SPOR). Deze beschrijft de strategische opgave voor de hele stad Rotterdam voor een periode van vier tot twintig jaar. Dat doet de gemeente met diverse partners en in samenhang
Lange Termijn Investeringen Programma (LTP)
Begroting
Programma’s:
Nota Kapitaalgoederen Coalitieakkoord Beleidsmatige en financiële kaders
SAMP & AMP en
Stadsbeheer
Integrale onderhoudsbehoefte Groot onderhoud en einde levensduurvervanging
GRP
Data assets Figuur 8 Afstemming werken in de buitenruimte
4-20 jaar
Stadsontwikkeling
SPOR
Stedin Evides
1-4 jaar
en vele anderen
POB Matchen & makelen
Fysiek project
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
32
Deel II Strategie
• In het centrum en het dicht stedelijk gebied is weinig open water aanwezig en streven we naar voldoende alternatieve waterberging, infiltratie en vertraging van de afvoer van hemelwater. We zetten kleinschalig in op het afkoppelen van verhard oppervlak en de aanleg van gescheiden stelsels. De stedelijke verdichting vormt een extra uitdaging en het streven naar het volledig scheiden van afvalwater en hemelwater vergt dan ook een lange adem; • In de naoorlogse wijken zoals Schiebroek, Pendrecht, Zuidwijk, IJsselmonde, Prins Alexander en Hoogvliet (de groene stedelijke gebieden) is meer open water aanwezig. In deze wijken streven we een gescheiden inzameling en transport van hemelwater en afvalwater na. We verbinden grondwater met behulp van infiltratieen drainagesystemen – zonder bemaling – met de singels; • In het havengebied verwerken en lozen bedrijven zelf het opgevangen hemelwater op het oppervlaktewater. Bedrijven in het havengebied investeren ook zelf in het hergebruik van hun afval- en proceswater.
Een pers riolering verzamelt en transporteert het huishoudelijk afvalwater van de bedrijven naar de rioolwaterzuivering; • In de hoge duingebieden van Hoek van Holland zetten we in op de infiltratie van hemelwater als aanvulling op het grondwater; • Voor buitendijkse gebieden voeren we het hemelwater zoveel mogelijk rechtstreeks – zo mogelijk wel vertraagd – af naar de rivier. Bij soortgelijke gebieden als Schiemond, dat erg stenig is, kan een combinatie van water vasthouden ten behoeve van een groene aankleding, de leefbaarheid bevorderen.
Gebieden met hoge en lage grondwaterstanden De gemeente Rotterdam, de waterschappen en particulieren hebben allemaal hun eigen verantwoordelijkheid in het voorkomen van de structureel nadelige gevolgen van een hoge of lage grondwaterstand. De gemeentelijke grondwaterzorgplicht is een inspanningsverplichting (en dus geen resultaatverplichting) en is van toepassing op de openbare ruimte. Grondwater gaat voorbij aan grenzen en wensen. In een robuust stedelijk grondwatersysteem wordt de grondwaterstand niet beïnvloed door mechanisch voorzieningen. Onder sommige omstandigheden hebben hoge en lage grondwaterstanden nadelige gevolgen voor verschillende stedelijke functies. Om deze structureel nadelige gevolgen van grondwater te beperken en te voorkomen is er een collectieve samenwerking nodig. Hiervoor geldt het principe van ‘samenwerken vanuit eigen verantwoordelijkheden voor een gedragen gezamenlijk belang’. We volgen hiervoor drie stappen: 1. het (helpen) invullen van de particuliere grondwaterzorgplicht door particulieren; 2. het invullen van de gemeentelijke grondwaterzorgplicht wanneer er van een particulier niet gevraagd kan worden om zelf maatregelen te treffen om nadelige gevolgen zo veel mogelijk te voorkomen, míts het nemen van maatregelen in de openbare ruimte doelmatig is; 3.
het maken van een afweging tussen particulier en algemeen belang, gelet op effecten op de openbare ruimte en het stedelijk watersysteem.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
33
Deel II Strategie
1. De particuliere grondwaterzorgplicht Het is de eigen verantwoordelijkheid van particulieren dat hun percelen en gebouwen in goede staat verkeren; dat is dus nadrukkelijk níet de verantwoordelijkheid van de gemeente. De particulier is verantwoordelijk voor de uitvoering van het benodigde onderzoek en daaruit voortkomende maatregelen. En dus ook voor de bekostiging van de aanvullende maatregelen
De particulier is in eerste instantie zelf verantwoordelijk voor het benodigde onderzoek en de uitvoering van maatregelen op het eigen terrein. En dus ook voor de kosten die daarbij komen kijken. Maar wanneer er een redelijk vermoeden bestaat dat grondwaterproblemen in de openbare ruimte van invloed zijn op het functioneren van het systeem op het particuliere terrein, verricht de gemeente onderzoek.
De gemeente komt alléén in beeld wanneer er niet van een particulier gevraagd kan worden om dergelijke maatregelen te treffen.
De gemeente toetst het benodigde maatregelenpakket dat voortvloeit uit het onderzoek. Het pakket bestaat in principe uit particuliere maatregelen en eventueel uit een (aanvullende) set van algemene maatregelen. Het particuliere en het algemene belang moeten in balans zijn. Het oplossen van een probleem op één plek - of binnen één gebied - mag zogezegd niet leiden tot nadelige gevolgen op een andere plek of in een ander gebied - zoals een naastgelegen perceel of wijk.
2. De invulling van de gemeentelijke grondwaterzorgplicht In situaties waar structurele nadelige gevolgen van hoge of lage grondwaterstanden worden ervaren, is het vaak effectiever om maatregelen in het openbare gebied te treffen dan in particuliere gebied. We brengen in zulke situaties geperforeerde leidingen (z.g drainage-infiltratie (DI) leidingen) aan in het openbare gebied rondom het particuliere terrein. Deze DI-leidingen functioneren op basis van natuurlijk verval en verbinden we met het oppervlaktewater. De grondwaterstand in deze DI-leidingen past zich min of meer aan aan het niveau van het oppervlaktewater. De DI-leidingen worden beheerd door de gemeente. Ook legt de gemeente Rotterdam bij rioolvervangingsprojecten, indien mogelijk, waterpasserende verharding. Bij nieuwbouw gebieden geven we voorwaarden mee aan de ontwikkelaar en toetsen we de plannen. Na het aanleggen van de DI-leidingen legt de gemeente Rotterdam uitleggers (aftakkingen) aan tussen deze leidingen en de particuliere erfgrens. Dat maakt het voor bewoners eenvoudiger en toegankelijker om hierop aan te sluiten met een particulier drainagesysteem. Ook brengt de gemeente waar mogelijk waterpasserende verharding aan, zodat het regenwater snel terechtkomt in het grondwater. Voor een goed en compleet beeld monitoren we de grondwaterstanden.
De gemeente Rotterdam hanteert als algemeen uitgangspunt dat het grondwater op een natuurlijke manier op peil blijft, bij voorkeur zonder actieve beïnvloeding door mechanische middelen. Het grondwatersysteem is dan namelijk minder gevoelig voor externe invloeden, het loopt minder risico op falen en is in staat om zichzelf te corrigeren. Het waterschap is verantwoordelijk voor het peilbeheer van het oppervlaktewater. Wijziging van oppervlaktewaterpeilen – via peilbesluiten - komt slechts sporadisch voor in het stedelijk gebied. Daardoor is de grondwaterstand in het stedelijke gebied over het algemeen redelijk stabiel. 3. Afweging tussen particulier en algemeen belang De gemeente kijkt bij doelmatigheidsafwegingen in het openbare gebied naar meerdere facetten, waaronder de aard, omvang, schaal, financiën en duur van te verwachten of ontstane problemen. Uit dit onderzoek blijkt wat de meest doelmatige aanpak is.
Bodemdaling en funderingen In sommige situaties is het geheel voorkomen van (grond) wateroverlast en/of -onderlast vrijwel onmogelijk. Ook op de langere termijn. Als gevolg van een slappe bodem is Rotterdam onderhevig aan zettingen. daardoor komen straten en wijken in de loop der tijd steeds lager te liggen. In het algemeen geldt dat de buitenruimte bij periodiek onderhoud of bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen weer wordt opgehoogd tot het uitgiftepeil. Om diverse redenen is dit niet altijd en overal mogelijk. Bijvoorbeeld als gevolg van de staat van de (verouderde) bebouwing die niet nderheid is. o De belangrijkste risicogebieden voor droogstand van houten paalfunderingen zijn bekend bij de gemeente (funderingsrisicogebieden). In het vorige GRP is de ambitie opgenomen om in de periode 2011-2021 in de meest urgente risicogebieden de riolen die vóór 1980 zijn aangelegd te vervangen of op een andere manier waterdicht te maken. Diverse projecten waarvan de voorbereiding voor uitvoering reeds was gestart, zijn doorgeschoven in de planning. Dit heeft diverse redenen, van afhankelijkheid van andere stakeholders tot nieuwbouwontwikkelingen en de gevoeligheid van ontvangend oppervlaktewater. Tot 2019 is 32 p rocent van deze riolen vervangen. Het streven is om de overige riolen – die niet voor 2021 vervangen konden worden – alsnog te vervangen in de periode 2021-2025.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
34
Deel II Strategie
3.3 Gebiedsgericht maatwerk op basis van een Functioneel Advies Water (FAW) Het ontwerpproces voor het vervangen van de gemeentelijke riolering stemmen we af op andere ontwerpprocessen in de buitenruimte. Daarvoor maken we gebruik van het FAW.
Het Functioneel Advies Water (FAW) Het startpunt voor het werken aan het stedelijk watersysteem is het FAW. We maken een ontwerp waarbij we kijken naar het rioolstelsel, de grondwaterstand, het oppervlaktewater en de gehele buitenruimte. Het FAW-proces is ingedeeld in drie fasen: inventarisatie, variantenstudie en Functioneel Advies Water (figuur 9).
Abstract
beleidsmatig
1x 40-60 jaar
FAW
Fasering: • Inventarisatie • Variantenstudie • Functioneel Advies Water
Concreet fysiek
Figuur 9 FAW-proces als schakel tussen beleid en uitvoering van fysieke projecten
Deze planperiode werken we het FAW-proces verder uit, met een nadruk op: • het eerder betrekken van de bewoners, waterschappen en stedenbouwkundig ontwerpers; • het gebruiken van gidsprincipes als vertrekpunt. Deze gidsprincipes leiden in de eerste gesprekken tot inzicht en afspraken over de mogelijkheden en opgaven voor het stedelijk watersysteem, de buitenruimte en de ondergrond. In elke fase van het FAW-proces bepalen we of deze bakens voor het functioneel ontwerp voor het betreffende gebied bijgesteld moeten worden; • het koppelen het FAW-proces aan het ontwerpproces van de (her)inrichting van de buitenruimte. De eerste stappen van het proces worden eerder dan gepland opgestart, zodat de uitkomsten hiervan input leveren voor het te doorlopen ontwerpproces voor de buitenruimte. Op deze manier zorgen we ervoor dat het functioneel ontwerp van de riolering en het stedelijk watersysteem gelijk oplopen met het ontwerp van de buitenruimte. Alle maatregelen om het afvalwater, hemelwater en grondwater te verwerken worden uiteindelijk vastgelegd in het FAW. Dat vormt de basis voor de uitwerking van het voorlopig en definitief ontwerp.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
35
Deel II Strategie
Gidsprincipes We maken gebruik van gidsprincipes (ontwerpuitgangspunten) om vroegtijdig het gesprek aan te gaan met andere belanghebbenden zoals waterschappen, bewoners en gebruikers van de buitenruimte. Gidsprincipes dragen bij aan een uitwerking van beleid en geven richting aan concrete oplossingen. Zolang het gidsprincipe eenvoudig te realiseren is, handelen we volgens dit principe. Loopt iets niet zoals gewenst, is er overleg nodig. Medewerkers vanuit verschillende afdelingen moeten gezamenlijk tot de best passende oplossing komen. Op deze manier wordt dreigende frictie tijdig gesignaleerd zodat er ruimte is om problemen voor te zijn of snel op te lossen. Kortom: een goed gidsprincipe geeft richting aan de dialoog. De door ons te gebruiken gidsprincipes zijn nog in ontwikkeling. De komende planperiode experimenteren we met de opgestelde gidsprincipes. Enkele voorbeelden zijn opgenomen in figuur 10.
3.4 Het uitgiftepeil als uitgangspunt Het uitgiftepeil is de beoogde hoogte van de buitenruimte, meestal aangeduid op een punt op de perceelgrens, tussen openbaar en particulier terrein. Omdat in grote delen van Rotterdam bodemdaling plaatsvindt, is ophoging van het maaiveld tot het uitgiftepeil nodig. Dit gebeurt bij nieuwbouwprojecten, herstructurering en riool- of wegonderhoud.
Afvalwater
Gidsprincipe
Voor de meeste gebieden in Rotterdam zijn de uitgiftepeilen vastgelegd in de Peilenkaart Rotterdam. Voor nieuwe ontwikkelingen moet een uitgiftepeil aangevraagd worden bij de uitgiftepeilencommissie (UPC). Om het besluit van de UPC te borgen, is het wenselijk dat de vastgestelde uitgifte peilen worden opgenomen in het omgevingsplan, de omgevingsvergunningen en in overeenkomsten met projectontwikkelaars. Maatwerk is nodig als het beoogde uitgiftepeil leidt tot inpassingsproblemen of buitenpropor tioneel hoge kosten voor ophoging. Hierbij kan ook gekeken worden naar mogelijkheden om ophoging in de nabije toekomst te realiseren. Voor buitendijks gebied zijn voor de waterveiligheid generieke uitgiftepeilen vastgelegd in het Uitgiftepeilen beleid Buitendijks Gebied [8]. Tabel 4 geeft de generieke uitgiftepeilen weer. Hierbij is het basis+ peil bestemd voor vitale en kwetsbare functies. Voor het havengebied is met het Havenbedrijf Rotterdam (HbR) tot en met 2020 een tijdelijk beleid afgesproken.
Uitgiftepeil
Buiten de Maeslantkering
Binnen de Maeslantkering
Basis
NAP + 5,10 m
NAP + 3,60 m
Basis+
NAP + 5,50 m
NAP + 3,90 m
Tabel 4 Uitgiftepeilen buitendijks
Grondwater
Grondwaterstanden zijn het resultaat van het oppervlaktewaterpeil, bodemopbouw, be- / ontwateringsmiddelen onder vrijverval en hemelwater aanvulling (ofwel: geen actieve beïnvloeding met pompen)
Na rioolvervanging ligt het maaiveld op uitgiftepeil
Rioolbuizen en de stabiliteitskluit van bomen mogen elkaar niet raken
Gidsprincipe
Oppervlaktewater Riooloverstorten zitten op goed doorspoelbaar water
Hemelwater Afstromend regenwater is schoon genoeg voor oppervlaktewater Figuur 10 Voorbeelden gidsprincipes
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
Deel III
Rotterdams GRP-programma 2021-2025
36
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
37
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
Doelen, functionele eisen en maatstaven geven richting aan het stedelijk watersysteem.
Wat moeten we nú ondernemen om ervoor te zorgen dat het stedelijk watersysteem ook in de toekomst goed blijft functioneren? In dit deel van het Gemeentelijk Rioleringsplan beschrijven we de concrete maatregelen en onderzoeken die daarvoor nodig zijn. Het Strategisch Assetmanagement Plan vormt de basis van de beheerstrategie van de gemeentelijke riolering en de in stand houding van het robuuste stedelijk watersysteem. De wettelijke zorgplichten zijn het uitgangspunt binnen het programma. We vullen de zorgplichten aan met doelen die van belang zijn voor de stad Rotterdam en haar inwoners. Deze doelen bereiken we door strategische principes omgevingsbewust toe te passen. Aspecten die daarbij een rol spelen, zijn in de voorgaande delen toegelicht. In dit deel werken we de doelen uit in functionele eisen. Onder functionele eisen verstaan we de eisen die de gemeente Rotterdam stelt aan de systemen en objecten. Dit betreft zowel de toepassing als de werking. Dus: wat ligt waar en wat moet het kunnen. Deze eisen zijn – net zoals de gestelde doelen – zoveel mogelijk beredeneerd en geformuleerd vanuit wenselijke en te bereiken effecten. Dus niet meer – zoals in het verleden – vanuit de te leveren inspanningen. We koppelen meetbare maatstaven aan de functionele eisen.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
38
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
1
Deelprogramma stedelijk afvalwater 1.1 Uitgangspunten voor het programma stedelijk afvalwater Doel Doelmatig hergebruik, benutten, inzameling en transpor teren van stedelijk afvalwater. Dat doen we met het oog op de volksgezondheid, een aantrekkelijke leefomgeving en een circulaire stad. Dit doel volgt uit de zorgplicht voor de inzameling en het transport van stedelijk afvalwater. Deze zorgplicht is ook opgenomen in de nieuwe Omgevingswet. De gemeente Rotterdam vult dit hoofddoel aan met extra doelen, gericht op het creëren van een circulaire stad. De functionele eisen en maatstaven die we aanhouden, zetten we aan het eind van deze paragraaf uiteen. De gemeente zamelt stedelijk afvalwater in van particuliere percelen en transporteert dit naar de afvalwaterzuiveringsinstallaties. Met het oog op de volksgezondheid zorgen we
ervoor dat Rotterdammers niet in contact komen met verontreinigd afvalwater. Héél sporadisch kunnen Rotterdammers in uitzonderlijke situaties toch in contact komen met dit afvalwater. Bijvoorbeeld wanneer na een hevige regenbui (sterk verdund) afvalwater tijdelijk op straat staat, wanneer er overstortingen optreden of wanneer er inpandige wateroverlast ontstaat, bijvoorbeeld omdat de afvoer vanuit kelders en souterrains niet mogelijk is. Om deze doelen te bereiken, hanteert de gemeente Rotterdam de volgende strategische principes: Schoonhouden – scheiden – terugwinnen Deze strategische principes gaan ervan uit dat het ontstaan van afvalwater wordt voorkomen of beperkt. En dat verontreiniging van stedelijk afvalwater met andere stoffen of zaken, zoals doekjes of uitlogende stoffen (uit bouwstoffen) wordt voorkomen. Verder scheiden we de waterstromen zo veel mogelijk zodat het onder andere mogelijk wordt om grondstoffen en energie uit het afvalwater terug te winnen en te hergebruiken.
Functionele Eis
Maatstaf
Meetmethoden
Rotterdamse huishoudens en bedrijven zijn aangesloten op riolering of een gelijkwaardige voorziening.
Aansluitmogelijkheden op de gemeentelijke riolering zijn helder en geborgd in regel geving: Verordening beheer ondergrond/via Omgevingswet
Regels in relevante v erordening(en).
De inwoners van Rotterdam kunnen altijd bij reguliere weersomstandig heden (T=2) het huishoudelijk fvalwater lozen. a
• Bij verstoring van bedrijfsvoering treedt alternatieve bedrijfsvoering in werking; • Storingen aan de hoofdgemalen worden binnen 24 uur opgelost; • Onverwachte gebeurtenissen of incidenten worden adequaat opgepakt; • Bij hoogwater blijft de buitendijkse riolering functioneren.
Monitoring: De procesvoering is 24 uur per dag en zeven dagen per week operationeel.
Elke ingreep in het afvalwater transportsysteem draagt bij aan de circulaire economie en een circulaire waterketen.
• Het afvalwater wordt getransporteerd naar een zuivering waar grondstoffen worden teruggewonnen; • Materialen worden zoveel mogelijk hergebruikt; • Minimaal energieverbruik.
Monitoring circulaire projecten in het stedelijk afvalwatersysteem.
Rioolvervangingsprojecten voeren we integraal uit. De gemeentelijke riolering gaat ook bij nieuwbouw uit van uitgiftepeilen.
• Bij vervanging van riolering brengen we de buitenruimte terug naar uitgiftepeil, waar mogelijk; • Uitgiftepeilen en vloerpeilen zijn geborgen in het omgevingsplan; • Veroudering van het rioolstelsel gaan we zoveel mogelijk tegen.
De rioolvervangingsprojecten voeren we integraal uit. We monitoren gerealiseerde uitgiftepeilen en vloerpeilen bij nieuwbouw.
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
39
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
1.2 Dit doen we de komende planperiode 1.2.1 Rotterdams Bestuursakkoord Water & Klimaat
• Opstellen Rotterdams Bestuursakkoord Water & Klimaat Voorheen verleenden de waterschappen aansluitvergunningen aan de gemeente voor de aansluiting van de eindgemalen op de RWZI’s. Dit is door veranderde wetgeving niet meer aan de orde. Om toch afspraken ten aanzien van de aanlevering van afvalwater aan de zuivering te maken is landelijk voorgesteld afvalwaterakkoorden te maken. Wij willen dit verbreden. Deze planperiode hebben we de intentie in samenspraak met andere samenwerkingspartners een bestuursakkoord Water & Klimaat op te stellen. Een bestuurlijk akkoord onderstreept onze ambitie om resultaten te behalen in het gehele stedelijk watersysteem. Specifieke zaken die in een afvalwaterakkoord worden afgesproken kunnen daarvan onderdeel uitmaken. Belangrijke onderwerpen, die een plaats krijgen, zijn: 1. de afspraken uit de (bestaande) kostenverdeling- en beheersovereenkomsten; 2. de afspraken over het afkoppelen van hemelwater. Water dat niet meer naar de zuiveringen wordt verpompt, moet elders worden verwerkt. Met name in het oppervlaktewatersysteem; 3. de afspraken over indirecte lozingen. Met de komst van de Omgevingswet, het Besluit Activiteiten Leefomgeving en de zogeheten ‘bruidsschat’ veranderen de regels rondom het afvalwater. In de komende GRP-periode onderzoeken we welke gebiedsgerichte regels er nodig zijn.
De gemeente en het waterschap geven samen met de DCMR invulling aan het risicogestuurd toezicht op indirecte lozingen van industriële bedrijven. Afhankelijk van de risico’s, stemmen ze de intensiteit van het toezicht daarop af.
1.2.2 Riolering bij nieuwbouw
• De gemeente stelt eisen • De aanlegkosten van de riolering zijn voor de initiatiefnemer Bij nieuwbouw is het de taak van de ontwikkelaar om een toekomstbestendig stedelijk watersysteem aan te leggen. Daarbij dient hij of zij rekening te houden met de strate gische principes en de regels in de verordening voor de aanleg van waterberging bij nieuwbouw. De voorwaarden die we hieraan stellen, zijn te vinden in het programma van eisen, te vinden op het (online) Waterloket. De aansluitingskosten van nieuwbouw op de gemeentelijke riolering zijn voor de eigenaar/initiatiefnemer. Tenzij de kosten voor de aansluiting zijn verwerkt in de grond exploitatie.
1.2.3 Assetmanagement vrijvervalriolering
Rioolvervanging vrijvervalriolering • We actualiseren de vervangingsstrategie en we verbreden de prioritering rioolvervanging • Deze vervangingsstrategie wordt toegepast in de Meerjarenonderhoudsbehoefte, waarbij we de 200 km als sturingsfactor gebruikenn • Daarvoor gebruiken we het FAW-proces We gaan geleidelijk over op een nieuwe vervangingsstrategie, zoals beschreven staat in deel II van dit GRP. Per situatie wegen we af wat de beste manier is om de levensduurverlenging te realiseren. Daarbij ontwikkelen we een voortgangsrapportage in samenhang met het Rotterdams Weerwoord gericht op kwaliteitsverbetering en de klimaatbestendigheid van het stedelijk watersysteem. Dat doen we door middel van vervanging, renovatie of reparatie. Daarbij letten we op klimaatadaptatie en de ambitie om stromen te scheiden. We houden ook rekening met meer én andere typen maatregelen dan puur alleen het vervangen van ‘buis-door-buis’. Het vervangen doen we gebieds gericht en zoveel mogelijk integraal. De stadsparken zijn een punt van aandacht bij een integrale aanpak. Met name in de naoorlogse wijken. Bij de toepassing van de normering van wateroverlast is het van belang dat de gevolgen voor
Van buis naar buitenruimte – Gemeentelijk Rioleringsplan Rotterdam 2021-2025
40
Deel III Rotterdams GRP-programma 2021-2025
deze groengebieden in kaart worden gebracht en waar nodig meegenomen in de integrale uitwerking.
toe. Het is dus zaak om vervuilde riolen op tijd te reinigen om dichtslibben en verstoppingen te voorkomen.
De gemaakte keuzes maken we transparant – in het kader van het FAW-proces. Bij voorkeur werken we integraal, maar als dat nodig is bekijken we of op beperkte schaal een werk ook singulier uitgevoerd kan worden.
In het reinigingsplan leggen we de strategie voor de rioolreiniging vast. Hierin staat de prioritering van de te reinigen riolen beschreven. De reinigingsacties voeren we gebiedsgericht uit op basis van inspectiegegevens, klachten en meldingen, specifieke stelselkenmerken en vervangingsbehoeftes.
Onderhoud vrijvervalriolen • Onderhoud aan de objecten regelen we in programma overeenkomsten (POK’s) Het onderhoud van het rioleringsstelsel is uiteraard noodzakelijk, en is een reguliere taak voor de gemeente. We maken onderscheid in periodiek en correctief onderhoud. Het periodiek onderhoud voeren we risicogestuurd uit op basis van gegevens die door analyses en metingen voorhanden zijn. Het correctief onderhoud voeren we uit zodra dat noodzakelijk is. Bijvoorbeeld naar aanleiding van klachten en meldingen of op basis van eigen waar nemingen. Voor ingrepen die jaarlijks plaatsvinden, stellen we programmaovereenkomsten (POK’s) op. We maken onderscheid tussen diverse POK’s: POK rioolreiniging Wanneer een riolering niet goed functioneert – bijvoorbeeld als gevolg van een verstopping – leidt dat tot overlast voor de inwoners. Wateroverlast kan leiden tot water op straat, ongedierte en – in extreme situaties – zelfs tot ziektes. Daarnaast kunnen riolen dichtslibben. Als gevolg daarvan neemt het beschikbare volume voor het bergen van (regen)water in het rioolstelsel af. De overstortfrequentie vanuit het rioolstelsel op het oppervlaktewater neemt dan
POK inspectie vrijvervalriolering Voor een risicogestuurd beheer is het van belang dat we inzicht hebben in de conditie van de riolering. Riool inspecties van vrijvervalriolen brengen de staat in beeld. De gegevens leggen we vast volgens de NEN EN-13508-2. Op basis van de uitkomsten beoordelen we of er vervolgstappen en maatregelen nodig zijn. Door middel van putvideo’s inspecteren we jaarlijks een groot gedeelte van het vrijvervalrioolstelsel. Aan de hand daarvan beoordelen we of een gedetailleerde inspectie nodig is. Een uitgebreidere inspectie doen we met een rijdende videocamera. We inspecteren rioleringen als ze dertig jaar geleden – of langer – zijn aangelegd. Uit ervaring weten we dat na dertig jaar de risico’s op falen toenemen. Aan het begin van de nieuwe planperiode actualiseren we de inspectiestrategie. POK inmeten We meten jaarlijks de diepteligging van een deel van het rioolstelsel. Zo komen we te weten of het afvalwater nog goed afstroomt richting het collecteurriool en het riool gemaal. Zetting – en met name ongelijkmatige zetting –