20bb16002 Bijlage behorende bij 20bb16001 - Visie Openbare Ruimte Rotterdam 2020 - 2030
Tekst van het document
Visie Openbare Ruimte Rotterdam 2020 - 2030 Een gezond en groen Rotterdam voor iedereen
VOORWOORD Met veel plezier woon ik al jaren in Rotterdam. Ik heb de stad onder mijn ogen zien verbeteren en die verandering valt ook anderen op. Niet voor niets schrijven internationale kranten en zelfs de Lonely Planet over Rotterdam als de stad die je gezien moet hebben. Om dit te bereiken investeerden we de afgelopen jaren onder andere met volle kracht in de openbare ruimte van Rotterdam. Deze is veel groener en aantrekkelijker geworden. Ik zie Rotterdammers zitten op terrasjes op gezellige vergroende pleinen, winkelen in verbeterde stads straten, hun rondje (hard)lopen of lekker liggen in het gras op de mooi ingerichte oevers van de rivieren. Met, voor en door Rotterdammers, bewoners en ondernemers, is gewerkt aan deze veiligere, schonere en groenere stad. Ook in de tijd van de covid-19 crisis is het belang van aantrekkelijke en groene openbare ruimte voor veel Rotterdammers prominent aangetoond. Maar we zijn er nog niet. Rotterdam is een stad met talloze mogelijkheden, ruimte om te groeien en bruisend van energie. De dynamiek is hier ongekend en de druk op de buitenruimte neemt steeds meer toe. De komende twintig jaar verwelkomen we zo’n 60.000 nieuwe inwoners in deze stad en die willen allemaal goed kunnen wonen, werken en ontspannen.
Onze inwoners blijven langer thuis wonen en het is onze taak om voor hen en andere kwetsbare inwoners de openbare ruimte veiliger en toegankelijker te maken met meer ontmoeting van 0-100 jaar. De komende tijd willen we stevig inzetten op klimaatadaptatie, we zorgen dat Rotterdammers hun voeten drooghouden. Fiets en voetganger krijgen ruim baan. Er komen steeds meer alternatieven voor de auto en waar nodig
blijft er parkeerruimte voor de autogebruiker. En we gaan vooral veel meer vergroenen in de stad. We groeien als stad. Dit betekent dat we voor de langere termijn, keuzes maken. We gaan als gemeente actief sturen, afwegen, werk met werk maken, zaken koppelen en slim samenwerken met partijen. Daarvoor is focus nodig en die is verwoord in deze Visie op de Openbare Ruimte 2020-2030. Onze stad kan alleen gezond groeien als er blijvend geïnvesteerd wordt in het meegroeien en aantrekkelijker, groener en gezonder maken van de openbare ruimte. Bert Wijbenga - van Nieuwenhuizen Wethouder Handhaving, Buitenruimte, Integratie en Samenleving
INHOUDSOPGAVE VOORWOORD INLEIDING
3 6
Scope Ambitie Leeswijzer
11 11 12
DOELEN
14
RANDVOORWAARDEN
28
5 SPEERPUNTEN
36
UITVOERINGSTRATEGIE
64
COLOFON
67
Doel 1: Groenere en duurzame stad Doel 2: Openbare ruimte van en voor iedereen Doel 3: Ruim baan voor fietser en voetganger
Randvoorwaarde 1: Balans in ruimtegebruik Randvoorwaarde 2: Beheer en onderhoud Randvoorwaarde 3: Bewustwording, naleving en handhaving
Speerpunt 1: Groenstructuur Speerpunt 2: Rivieren, kust en regio Speerpunt 3: Binnenstad Speerpunt 4: Focuswijken Rotterdam-Zuid Speerpunt 5: Boulevards en Stadsstraten
Strategie Investeringsgelden voor de openbare ruimte Aanpak
14 20 24
28 30 34
40 45 51 55 58
64 65 66
INLEIDING De openbare ruimte wordt steeds aantrekkelijker… Rotterdam werkt continu aan het aantrekkelijker, groener en gezonder maken van de stad. Niet alleen voor de huidige maar zeker ook voor de toekomstige generatie Rotterdammers. Dit vergt een gezamenlijke inspanning van gemeente, bewoners, ondernemers, instellingen, natuurorganisaties, bedrijven, provincie, Rijk en vele anderen. Een goed functionerende en aantrekkelijke openbare ruimte is een van de belangrijkste voorwaarden voor fijn wonen, werken en leven. De buitenruimte is dé plek waar mensen elkaar ontmoeten. Iedereen gebruikt haar vrijwel dagelijks om zich te verplaatsen en te verblijven; een groot deel van de stedelijke dynamiek speelt zich hier af. De openbare ruimte is ook hét visitekaartje van Rotterdam. Investeringen in de buitenruimte zijn cruciaal voor het vestigingsklimaat en de afgelopen vijftien jaar investeerde Rotterdam fors en mét succes. Gevolg: meer groen en verblijfsplekken in de binnenstad. Opgeknapte pleinen en straten in stadswijken en tuinsteden. Herinrichting van de rivieroevers en investeringen in de stadsparken.
Ook de realisatie van waterpleinen, groene daken, de stadslandbouw, initiatieven als Park(ing) Day, Happy Streets en Droomstraten, inzet op de waterkant en groene gordels van de kleine kernen en Hoogvliet en verbindingen vanuit de stad naar regionale landschappen zijn zichtbare verbeteringen. Het gebruik van de openbare ruimte is hierdoor enorm
6
INLEIDING
gegroeid. Mensen van alle leeftijden en achtergronden komen er met veel plezier. Voor een bootcamp in een van de parken of om te joggen langs de rivier. Om buiten te spelen, te picknicken, samen de straat op te knappen of even uit te rusten op een bankje tijdens het ommetje naar de supermarkt. Het blijft urgent om te investeren in een groene, gezonde openbare ruimte. Op dit moment is de druk op de buitenruimte hoog. De ontwikkelingen en transities die boven en onder de grond op ons af komen bieden weliswaar kansen maar voeren deze druk ook nog verder op. Denk aan de mobiliteitsen energietransitie. Waterberging in het kader van klimaatverandering. Circulariteit en verbetering van natuurwaarden. Bovendien is de impact van deze ontwikkeling voor verschillende delen van Rotterdam anders. Voor de binnenstad hebben transities en verdichting een andere betekenis dan voor bijvoorbeeld de kleine kernen. Voor de Stadswijken een andere dan voor de wijken buiten de ring. Daarnaast hebben we de komende tijd ook een antwoord te geven op de 1.5 m samenleving die zowel incidentiele als structurele effecten op de ruimteverdeling en het gebruik van de openbare ruimte kan hebben.
Van Balkon-woonstraat-(school)straat - stadspark - binnenstad tot en met regio
Openbare ruimte draagt bij aan Gezondheid, Sporten, Verblijven, Klimaat, WOZ, Cultuur, Toerisme
Verblijf en verplaatsen, (utilitair en recreatief)
INLEIDING
7
…en we hebben nog veel te doen! Hierna volgt een kort overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen en trends en hun invloed op de openbare ruimte:
Dit heeft grote betekenis voor de inrichting van de buitenruimte.
Groei van de stad
Naar verwachting groeit Rotterdam de komende twintig jaar tot een stad van 700.000 inwoners; ruim 60.000 meer dan in 2018. Deze bevolkingstoename leidt tot een grotere woningbehoefte (+50.000 woningen tot 2040) en een grotere ruimtebehoefte voor bedrijven, voorzieningen en infrastructuur. Meer bewoners, werknemers en bezoekers betekent ook een grotere behoefte aan groen. Het wordt steeds lastiger om ruimte voor dat nieuwe groen te vinden, ook gezien de andere fucties die ruimte nodig hebben. De zoektocht naar deze balans is de opgave, niet alleen voor de komende decennia, maar ook al op kortere termijn.
Rotterdam wil een stad zijn voor iedereen. Het VNverdrag Handicap (2016) verplicht gemeenten om de openbare ruimte en gebouwen toegankelijk te maken voor mensen met een beperking. Daarnaast neemt het aantal ouderen dat langer thuis woont en op zichzelf aangewezen is toe. Vanuit gezondheidsmotieven is het nodig dat de openbare ruimte meer uitnodigt tot bewegen en sporten. Alle Rotterdammers zijn gebaat bij een veilige openbare ruimte waar je een praatje maakt en mensen leert kennen. Voor kwetsbare inwoners is toegankelijkheid van en betrokkenheid bij de buurt des te belangrijker, want hierdoor blijven ze meedoen in de samenleving.
Mobiliteitsveranderingen
Afname biodiversiteit
Eén transitie die bijzondere aandacht verdient is die naar duurzame mobiliteit. Electrificering, het openbaar vervoer, de fiets en de voetganger komen hierin centraler te staan. De groei en de verdichting van de stad vragen – vanwege van de leefbaarheid en de beperkte ruimte – om minder autogebruik en om schone en slimme logistiek. Het Stedelijk Verkeersplan (2017), tegenwoordig de Rotterdamse Mobiliteits Aanpak, zet dan ook in op het gebruik van OV en de fiets en op schone mobiliteitsoplossingen.
8
INLEIDING
Toegankelijke openbare ruimte
Net als in de rest van Nederland neemt de biodiversiteit in Rotterdam al jaren af. Behoud van biodiversiteit is van belang voor de weerbaarheid van flora en fauna, waarbij de stadsnatuur en de natuur in het ommeland elkaar versterken. Rotterdam heeft bijvoorbeeld een te eenzijdig bomenbestand en is daarmee kwetsbaar voor ziekten.
Gevolgen bodemdaling
Een andere zorgelijke ontwikkeling is de bodem daling. Veertig procent van de stad is meer dan dertig centimeter verzakt; dit zijn de delen waar de ondergrond uit veen en slappe klei bestaat. Deze zettingsproblematiek heeft grote consequenties voor de inrichting van de buitenruimte. Ze veroorzaakt hoogteverschillen tussen gebouw en trottoir, moeilijkheden met de riolering, wateroverlast in parken en wortelproblemen voor bomen.
Transities vragen ruimte
Rotterdam staat voor grote transities: de overgang naar een duurzame, circulaire en digitale stad. De openbare ruimte vervult hierbij een sleutelrol; hier spelen deze transities zich grotendeels af. Vooral de energietransitie en het klimaatvraagstuk vereisen veel (ondergrondse) ruimte. Voor alle transities geldt dat een integrale aanpak noodzakelijk is om de ruimte optimaal te verdelen, zowel in de onder- als in de bovengrond.
Teruglopend budget, andere financiering
Het budget voor investeringen in en beheer van de openbare ruimte is de afgelopen jaren veranderd. Zo viel na 2015 de Rijkssubsidie ISV-3 (Investeringsfonds Stedelijke Vernieuwing) weg en werd de stadsregio opgeheven. Met het nieuwe Besluit Begroting en Verantwoording (BBV, 2017) is de regelgeving rond grondexploitaties, vervangingsinvesteringen en exploitatiegelden voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte en fysieke infrastructuur gewijzigd. Daarnaast bestaat er een structureel tekort aan beheer- en onderhoudsbudget. Tegelijkertijd blijft de behoefte aan financiering groot.
INLEIDING
9
VERKENNING OMGEVINGSVISIE
VIJF PERSPECTIEVEN DIE RICHTING GEVEN AAN DE STAD DIE WE WILLEN ZIJN Transitie naar duurzame energie, circulaire productie en recycling
Meer groen, klimaatadaptatie en wandel- en fietsroutes
Gemengde wijken, voorzieningen en betaalbaarheid
10
INLEIDING
50.000 woningen erbij i.s.m. mobiliteit, groen en voorzieningen
Condities voor werken en leren in de nieuwe economie
Scope
De uitdagingen van vandaag en morgen vragen om een visie op de openbare ruimte van Rotterdam voor de komende tien jaar. Deze Visie Openbare Ruimte Rotterdam 2020-2030 zorgt voor samenhang en geeft sturing aan dat wat er in de buitenruimte staat te gebeuren. We bieden een leidraad bij het verder ontwikkelen van een aantrekkelijke openbare ruimte voor alle Rotterdammers, ondernemers en bezoekers. We leggen een stevige basis voor een gezonde groei en geven ruimte aan de verschillende transities en ontwikkelingen. De visie bouwt voort op vele beleidsvelden zoals mobiliteit, duurzaamheid, wonen, spelen, langer thuis, Deltaplan Water (Rotterdamse Weerwoord) en beheer en onderhoud. Met het Groenoffensief voor 2022 beoogt het huidige college bijvoorbeeld twintig hectare groen toe te voegen aan de stad. Tot nu toe ontbrak een helder kader voor afwegingen van verschillende claims op dezelfde openbare ruimte; deze visie voorziet hierin. De visie is een deeluitwerking van de Verkenning Omgevingsvisie en biedt input aan de Omgevingsvisie die in 2020 ter besluitvorming wordt voorgelegd. De visie is geformuleerd door en met bewoners, stakeholders en professionals, aan de hand van gegevens uit omnibusenquêtes en andere onderzoeken.
Ambitie
In de Visie Openbare Ruimte 2020-2030 staat de volgende ambitie centraal:
Rotterdam heeft in 2030 een duurzame, groene en gezonde openbare ruimte die bijdraagt aan een prettig leefklimaat voor bewoners, bezoekers en ondernemers.
INLEIDING
11
Leeswijzer In hoofdstuk 1 lichten we de drie doelen toe: • Groenere en duurzame stad • Openbare ruimte van en voor iedereen • Ruim baan voor fietser en voetganger Vanaf nu draagt elke herinrichting bij aan een of meer van die doelen. In hoofdstuk 2 beschrijven we de randvoorwaarden die nodig zijn om de doelen te bereiken. De vijf speerpunten komen in hoofdstuk 3 aan bod. Vier speerpunten zijn gebiedsgericht: ‘Rivieren, kust en regio’, ‘Binnenstad’, ‘Focuswijken Rotterdam-Zuid’ en ‘Boulevards en stadsstraten’. Het gaat om karakteristieke gebieden van Rotterdam waar we de openbare ruimte groener, levendiger en inclusiever maken en fietsers en voetgangers meer bewegingsvrijheid geven. Het vijfde speerpunt, ‘Groenstructuur’, is niet aan één (type) gebied gekoppeld maar voor de hele stad van belang. Bij elk speerpunt geven we het handelingsperspectief voor de verschillende schaalniveaus: stadsniveau (belangrijk voor de hele stad), stadsdeelniveau (belangrijk voor stadsdelen en gebieden) en wijk en buurtniveau (belangrijk voor wijken en buurten). In hoofdstuk 4 volgt een aanzet voor de uitvoeringsstrategie. Een deel van de uitdagingen wordt al binnen de collegeperiode 2018-2022 opgepakt zoals met het Groenoffensief en 12
INLEIDING
Deltaplan Water (Rotterdams Weerwoord en in de 7 Stadsprojecten). Door de verschillende programma’s slim te combineren kun je beschikbaar geld efficiënt inzetten. Voor de opgaven is het nodig om een investeringsstrategie voor de middellange en lange termijn op te stellen, dus ook over de huidige collegeperiode heen. Bovendien verkennen we welke stakeholders en partners willen bijdragen aan de realisatie van de speerpunten en daarmee aan de doelen van deze visie.
Opbouw visie openbare ruimte 3 DOELEN
Groener & duurzaam
Van & voor iedereen
3 RANDVOORWAARDEN
Balans ruimte gebruik
Basis op orde: +
Ruim baan voor fiets & voetganger
Handhaven
5 SPEERPUNTEN Groenstructuur
Rivieren Kust Regio
Binnenstad
Openbare Ruimte Focuswijken NPRZ
Boulevards en Straten
INLEIDING
13
3 DOELEN Doel 1: Groenere en duurzame stad Een aantrekkelijke en groene openbare ruimte is noodzakelijk om inwoners en bedrijven aan de stad te binden. Onderzoek wijst uit dat één op de drie ondernemingen in Nederland een hoogwaardige, groene openbare ruimte van groot belang vindt voor het vestigingsklimaat. Het Programma WeerWoord bereid Rotterdam voor op de klimaatverandering met adaptieve maatregelen. Veel van de klimaatproblemen ten gevolge van neerslag, hitte, droogte, overstromingen en bodemdaling kunnen worden opgelost in de buitenruimte door inzet van groen en water. Meer en diverser groen en blauw verbetert bovendien de biodiversiteit en luchtkwaliteit. En groene, prettige en goed begaanbare routes nodigen uit tot meer bewegen en sporten. Wat betreft de verdichting van de stad: die biedt, mits integraal aangepakt, juist kansen om groenstructuren te versterken. Bijvoorbeeld door het realiseren van betere randen en grenzen van parken, het aanvullen van ontbrekende schakels in groene routes en het creëren van wellicht soms wat minder maar aantrekkelijker, ecologisch verantwoord groen. De groei van de stad zorgt hoe dan ook voor meer druk op stadsparken, kades en singels. Steeds meer mensen gaan gebruik maken van de buitenruimte. Rotterdam staat voor een enorme energietransitie.
Deze vraagt zowel bovengronds (laadpaalinfrastructuur, warmtepompen, buurtaccu’s etc.) als ondergronds veel ruimte. De uitvoering hiervan heeft grote impact en genereert, mits er goed 14
DOELEN
afgestemd wordt, kansen voor integrale aanpak van de openbare ruimte. Rotterdam wil ook duurzamer worden als het gaat om hergebruik. In de openbare ruimte wordt daarbij vooral gekeken naar circulair (modulair) straatmeubilair, materiaal en ontwerp. Andere manieren van afval scheiden, andere manieren van beheer qua verwerken, depots voor tijdelijke opslag, vragen hun ruimte. Dit maakt het doel ‘Groenere en duurzame stad’ tot een flinke uitdaging. Ook Rotterdammers vinden dit: ‘groen’ en ‘duurzaamheid’ staan in de top drie van thema’s waarin de stad volgens hen moet investeren (Verhaal van de Stad).
WEINIG GROEN IN DE BUURT
Meeste mensen wonen op plekken met minste privé en openbaar groen. Rood = plekken met het minste groen. DOELEN
15
WATEROPGAVE
Met name de oude stadswijken en de tuinsteden op Zuid hebben grote behoefte aan meer waterberging
16
DOELEN
INZET OP Meer groen: we willen groen voor mens en dier in de openbare ruimte uitbreiden. Daarmee zetten we ook in op meer waterberging, minder hittestress en grotere biodiversiteit. Maatregelen zijn: • Meer parken aanleggen in gebieden met weinig groen en waar de behoefte het grootst is. Denk aan binnenstad en stadswijken. • De ontbrekende schakels aanleggen tussen groengebieden zoals singels en parken om tot een grote groene gebruiksstructuur voor mens en dier te komen, ook met verbindingen naar de regiolandschappen. • Meer groene daken en gevels realiseren; het zogenaamde tweede maaiveld. Creatieve inzet op (drie)dubbelgebruik en stimuleren (zelfbeheer) initiatieven (ook privaat) en aandacht voor de overgang van pilot naar structurele aanpak. Hier kunnen we - samen met de partners - meerdere subdoelen combineren: gebruiks- en kijkgroen voor bewoners, waterbuffering, verkoeling en een aangenaam straatbeeld. • Groene werklocaties stimuleren; veel bedrijventerreinen zijn compleet verhard. Hier liggen kansen om groene parkeerplaatsen aan te leggen, tijdelijke inzaai te doen en bomen te planten. • Steen vervangen door groen in straten en op pleinen en groen tussen de tramrails aanleggen.
beter & bestendig groen
meer groen
DOELEN
17
HITTE
Met name de binnenstad en de stadswijken rondom hebben hoge temperaturen en dus meer kans op hittestress
18
DOELEN
INZET OP Beter & bestendig groen: we willen de openbare ruimte prettig in het gebruik en ecologisch verantwoord maken. Maatregelen zijn: • Groen in bestaande parken en singels verbeteren en groen in tuinsteden een kwaliteitsimpuls geven. • Een grotere diversiteit bereiken in het gebruik en de programmering van parken, waardoor meer spreiding van bezoekers ontstaat. • Betere en effectievere verbindingen leggen naar regiolandschappen. • De biodiversiteit vergroten om massale dierenen bomensterfte door ziekten te voorkomen en ecologische verbindingen te versterken. • Ecologisch maaibeheer doorontwikkelen. • De gevolgen van de bodemdaling voor bomen aanpakken. • Regenwater opvangen en bufferen voor hergebruik waarbij ook aandacht voor bewatering in droge tijden, niet alleen in de openbare ruimte maar ook in de private ruimte.
Van principes naar meetbare doelen
De voortgang op het doel ‘Groenere en duurzame stad’ monitoren we aan de hand van indicatoren en streefwaarden. Denk aan de tevredenheid van bewoners over buurtgroen en stadsparken. Dit doen we via de Omnibusenquête en de prestatie-indicator gemeente Rotterdam. De ecologische ranking meten we via de Telos-monitor.
DOELEN
19
Doel 2: Openbare ruimte van en voor iedereen Rotterdam is een wereldstad waar veruit de meeste mensen meedoen en respectvol met elkaar omgaan, wat hun leeftijd, afkomst, huidskleur, seksualiteit en levensovertuiging ook is. De ‘superdiversiteit’ van de stad vraagt om een inclusieve, toegankelijke openbare ruimte waar iedereen, van 0 tot 100 jaar, een plek heeft. Waar iemand die minder goed ter been of slechtziend is of een andere beperking heeft zich veilig en zo makkelijk mogelijk verplaatst. Waar ouders met kinderwagens en kleintjes veilig over straat gaan. Waar kinderen spelen. Waar jongeren elkaar ontmoeten.
20
DOELEN
INZET OP Toegankelijkheid: we willen een stad die sociaal en fysiek toegankelijk is voor iedereen.
Maatregelen zijn: • Een gastvrije en sociaal toegankelijke openbare ruimte creëren waar iedereen zich welkom en veilig voelt. • De fysieke toegankelijkheid en begaanbaarheid van de openbare ruimte verbeteren. • De oversteekbaarheid van wegen optimaliseren. • De overgangszones tussen woning en trottoir verbeteren. De wisselwerking tussen gebouw en openbare ruimte in de zogeheten drempelzones versterken. Aandacht voor de stad op ooghoogte. • Zorgen dat bewoners zich meer betrokken voelen
bij hun woonomgeving en het groen in de buurt. Dit kan met zelfbeheer, eventueel ondersteund door een wijktuinman en coaches. • De balans bewaken tussen exclusief ruimtegebruik (terrassen, festivals, evenementen) en semi-openbaar gebruik (volkstuinen) enerzijds en openbaar gebruik anderzijds. • Evenementen spreiden over de stad en door het jaar, waardoor de parken voor alle gebruikers toegankelijk blijven en ook de noodzakelijke rust kunnen bieden.
DOELEN
21
Ontmoeten en bewegen, sporten en spelen
We willen een openbare ruimte die ontmoetingen mogelijk maakt en uitnodigt tot allerdaags en recreatief bewegen met aandacht voor sport en spel. Maatregelen zijn: Meer en betere groene verbindingen binnen de stad en met het ommeland aanleggen, voor alle doelgroepen. Een openbare ruimte scheppen die gevarieerde speel- en sportactiviteiten aanbiedt, prettige zones heeft om te kunnen verblijven en ontmoeten en voldoende ruimte geeft voor het vrije spel. Bij de programmering van activiteiten en evenementen rekening houden met de identiteit van gebieden. De verbinding tussen bewoners centraal stellen. Verbindende thema’s in Rotterdam zijn food, architectuur, muziek, kinderen, en kunst en cultuur.
Van principes naar meetbare doelen
De voortgang op het doel ‘Openbare ruimte van en voor iedereen’ monitoren we aan de hand van indicatoren en streefwaarden. Denk aan de Gezondheidsmonitor Kinderen (GGD) die de geschiktheid van buurten voor kinderen meet, de Gezondheidsmonitor Volwassen (GGD) die het aantal Rotterdammers dat voldoende beweegt meet en de Staat van de Stad die de bezoekers aantallen en de waardering van festivals meet.
toegankelijkheid
22
DOELEN
ontmoeten & bewegen sporten & spelen
DOELEN
23
Doel 3: Ruim baan voor fietser en voetganger De behoefte aan gezonde, schone, innovatieve en actieve mobiliteit groeit. De verdichting van de stad kan alleen als lopen, fietsen en OV-gebruik in de ‘modal split’ toenemen. Dit vraagt om meer bewegingsruimte voor de voetganger en de fietser in de openbare ruimte met aandacht voor gebruikscomfort. Denk aan oversteekbaarheid, toegankelijkheid, aantrekkelijkheid en veiligheid. Ook de OV-knopen spelen een cruciale rol in de groei van de stad, hier kan verdicht worden. Deze knopen vormen de entree van Rotterdam en zijn een schakel in het stedelijk OV-systeem. Lopen en fietsen zijn natuurlijk ook heel goed voor de gezondheid en bieden meer kans op ontmoetingen. De voetganger en fietser zijn bovendien economisch gezien interessant. Studies naar koopstromen wijzen uit dat ze binnen verschillende sectoren al meer geld uitgeven dan automobilisten.
vanuit voetganger en fietser
actieve mobiliteit
24
DOELEN
DOELEN
25
INZET OP Actieve mobiliteit: we willen een stad waar gewandeld en gefietst wordt. Maatregelen zijn: • Meer ruimte maken voor de fietser en de voetganger. • In het ontwerp van wegen rekening houden met de verschillende snelheden van alle vormen van mobiliteit naast elkaar. • We passen waar mogelijk het ‘omgekeerd ontwerp-principe’ toe, waarbij in de ruimtelijke inrichting van straten de positie van voetganger en fietser centraal gesteld wordt. Dit is maatwerk per buurt. • Stimuleren aanwezigheid, toegankelijkheid en gebruik van OV. Bij de OV-knopen en OV-haltes loopt gebruikscomfort gelijk op met functionaliteit. Bij de inrichting van bushaltes rekening houden met klimaatomstandigheden zoals hitte en heftige regenbuien. • In de woonwijken en de binnenstad meer ruimte creëren voor fietsers, voetgangers en vergroening, en werken aan de parkeerstrategie. Slimmer gebruik maken van al bestaande parkeervoorzieningen. • Meer mogelijkheden scheppen voor fietsparkeren, ook inpandig. • De ontbrekende schakels aanleggen in de fijnmazige fietsstructuur. En aandacht voor de fietsverbindingen met het ommeland. • Maken en markeren van herkenbare en logische ommetejes in de wijken en buurten voor meer beweging en ontmoeting. • Experimenten blijven doen, zoals Park(ing) Day en Happy Streets. 26
DOELEN
• Onderzoek en pilots doen op het gebied van schone en slimme mobiliteit. Neem elektrisch vervoer, uitbreiding van vervoer over water, last mile-oplossingen, zelfrijdende voertuigen en hybride fietsen. Voorgaande is in lijn met de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak, die inzet op het stimuleren van fiets en OV, het realiseren van een aantrekkelijke en levendige (binnen)stad en het versterken van nieuwe vervoerswijzen over water en voor de last mile. Ook sluiten de voorgestelde maatregelen aan bij de nieuwe Fietsvisie van de stad en het nog te ontwikkelen voetgangersbeleid.
Van principe naar meetbare doelen
De voortgang op het doel ‘Ruim baan voor fietser en voetganger’ monitoren we aan de hand van indicatoren en streefwaarden. Denk aan de Staat van de Stad over het gebruik van de fiets en de verkeersveiligheid, de Gezondheidsmonitor Volwassenen (GGD) over slaapverstoring door verkeer, en de Rotterdamse Mobiliteits Aanpak over het verminderen van het aantal parkeerplaatsen in de binnenstad en de verdeling van de mobiliteit over de verschillende modaliteiten (‘modal split’).
DOELEN
27
3 RANDVOORWAARDEN Randvoorwaarde 1: Balans in ruimtegebruik De drie beschreven doelen in hoofdstuk 2 zijn alleen realiseerbaar wanneer we aan een aantal randvoorwaarden voldoen. Deze voorwaarden gaan over de balans tussen opgaven en objecten in de buitenruimte, over het op orde zijn van de kwaliteit van beheer en onderhoud en over de handhaving van regels. Ze gelden voor alle programma’s, projecten, activiteiten en vormen van regulier beheer in de openbare ruimte.
Gezien de toenemende druk op de openbare ruimte, boven en onder de grond, is het steeds belangrijker om te streven naar een evenwichtiger ruimteverdeling en een optimale balans in ruimtegebruik. Op stedelijk niveau gaat het dan over ‘Goede Groei’ en over de spreiding van woningen, werklocaties, voorzieningen, infra en groen. De ruimtelijke ordening heeft niet op al deze nieuwe ruimteclaims een direct antwoord, het vraagt enerzijds om maatwerk maar anderzijds ook op het ontwikkelen van criteria voor bijvoorbeeld aantallen woningen en hoeveel gewenst groen. Op inrichtingsniveau gaat het om de ruimtelijke verdeling tussen drie verschillende onderdelen, voetgangers, fietsers, auto’s en trams. De functionaliteiten zoals afvalbakken, fiets- en autoparkeren, meubilair, reclame, laadpaleninfrastructuur,
warmteoverdrachtstations
en elektrahuisjes en 5G-infrastructuur. En tot slot de verblijfsruimte met groen. Ruimtebeslag per vervoersmiddel. De voetganger neemt de minste plek in.
28
RANDVOORWAARDEN
De
energietransitie
bovengronds en
als
vraagt
om
laadpalen,
warmteoverdrachtsstations.
elementen
energieopslagVoor
deze
en
functionaliteiten als nuts-, regel- en meterkastjes streven we naar uniform en inpandig, verdiept of integraal geplaatst. Soms is de inrichting van de openbare ruimte bedoeld voor tijdelijk gebruik, bijvoorbeeld The Flying Grass Carpet, terrasvlonders en Droomstraten. Soms voor dubbel gebruik. Denk aan de combinatie van terrassen en foodtrucks of aan schoolpleinen die na schooltijd open zijn voor de buurt, aan speelpleinen waar ook water opgevangen wordt. En soms voor gezamenlijk
gebruik,
bijvoorbeeld
mensen
die
samen op bootcamp gaan in een park. Vooral tijdelijk en dubbel gebruik gaan we stimuleren. Mocht er sprake zijn van exclusief gebruik, wat bij terrassen en festivals vaak het geval is, dan voorziet Rotterdam ook in voldoende openbaar toegankelijke buitenruimte met veel plek voor spelen en groen. Door een meer integrale aanpak en intensievere samenwerking combineren we verschillende transities en creëren we win-winsituaties.De locatiekeuze voor nieuwe energie is een goed voorbeeld: zonnepanelen op groene daken. En ‘slimme ondergronden’ bieden meer ruimte aan bovengronds groen.
Toename druk in de openbare ruimte.
RANDVOORWAARDEN
29
Randvoorwaarde 2: Beheer en onderhoud BASIS OP ORDE +
‘Basis op orde’ betekent dat alle elementen in de buitenruimte technisch op orde zijn. Dus veilig en beschikbaar. Een van de grote problemen in dat opzicht is de zettingsproblematiek. Rotterdam zakt gemiddeld anderhalve centimeter per jaar. Dit heeft grote gevolgen voor de bereikbaarheid van de stad, voor de toegankelijkheid van particulier eigendom zoals woningen, winkels en bedrijven, en voor de kosten van beheer en onderhoud. Met tijdelijke maatregelen, zoals traptreden, overbruggen we een deel van de zetting. Maar bij ernstiger vormen van zetting (meer dan dertig centimeter) treffen we ingrijpende maatregelen, zoals volledig ophogen. Dit speelt met name in de naoorlogse wijken.
30
RANDVOORWAARDEN
Geel is het onderhoudsprogramma en vervanging riolering 2020 - 2030
RANDVOORWAARDEN
31
Naast het technische aspect vereisen de doelen in deze en andere visies investeringen in de openbare ruimte om de basis ook functioneel op orde te krijgen. We noemen dat ‘Basis op orde +’. In dat verband moet er nog heel wat gebeuren. Een duurzame stad staat voor meer groen, klimaatbestendige oplossingen en maatregelen tegen bodemdaling (programma Weerwoord). Het doel ‘Openbare ruimte van en voor iedereen’ vraagt om betreedbare ruimte voor ontmoetingen. Het doel ‘Ruim baan voor fietser en voetganger’ vraagt om functionele verbeteringen langs boulevards, plekken voor fietsparkeren en aantrekkelijke OV-knopen (in aansluiting op de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak). In het algemeen vergroten de transities die op de stad afkomen de urgentie om te investeren in functionele verbeteringen, voor een beter straatbeeld en meer gebruikscomfort. De afgelopen jaren zijn de budgetten voor beheer en onderhoud van de openbare ruimte naar beneden bijgesteld. Tot niet lang geleden was er bij de rioolvervanging slechts budget om ca. 50% van de rioolvervangingsopgave van gevel tot gevel (integraal) her in te richten. Juist omdat er nu veel meer functionele opgaven zijn (zoals klimaatvriendelijk, meer groen, materiaalgebruik, Rotterdamse Stijl, meer ruimte voor fiets en voetganger en bodemophoging) is er meer financiering nodig om overal integraal te werk te gaan.
In de bestuursopdracht vervangingsinvesteringen kapitaalgoederen openbare ruimte (juni 2020) en het Gemeentelijk Rioleringsplan 2021-2025 wordt de ambitie uitgesproken voor een meer integrale aanpak waardoor de verschillende opgave en financieringsstromen gebundeld kunnen worden. 32
RANDVOORWAARDEN
Tegelijkertijd neemt de behoefte aan structureel beheer alleen maar toe door het toevoegen van groen aan de stad, het intensievere gebruik van de buitenruimte en de kwaliteitsslag in de openbare ruimte. Bovendien gaan we op een duurzame en circulaire manier beheren: groenafval uit de openbare ruimte wordt hergebruikt als grondstof (bijvoorbeeld compost) en ingezet bij de aanleg of het beheer van groen. Bestaand materiaal, zoals straatstenen of meubilair in de Rotterdamse Stijl, gaan we hergebruiken. Kortom, deze tijden vragen om een optimale afstemming van investeringsmiddelen en middelen voor onderhoud en vervanging. Van belang hier is het koppelen van de verschillende programma’s: riolering, onderhoud wegen, Deltaplan Water (Rotterdams Weerwoord), het Groenoffensief, woningbouw, energietranstie en mobiliteitstransitie. Zo maken we werk met werk, verlagen we de kosten en, minstens zo belangrijk, veroorzaken we minder overlast voor bewoners, ondernemers en bezoekers.
Parkmanagement
Parken en singels zijn het groene goud van de stad. Om het gebruik ervan onder diverse doelgroepen aan te moedigen en de kwaliteit van het groen te bewaken, is eigenaarschap en gastheerschap nodig. Parkmanagement draagt hieraan bij, door de verantwoordelijkheden voor ontwikkeling, programmering, onderhoud en financiering samen te brengen. Samenwerking met externe partijen die ook financieel bijdragen is een van de mogelijkheden.
RANDVOORWAARDEN
33
Randvoorwaarde 3: Bewustwording, naleving en handhaving De doelen in deze visie halen we voor een belangrijk deel door de openbare ruimte op de juiste manier in te richten. Door bijvoorbeeld bij bouwprojecten in gebieden met weinig groen de uitdaging van waterbergende groene daken mee te geven en samen te werken met stakeholders. Maar er is ook een maar. Met een - op papier - voor fietsers veilige weg valt niet altijd te voorkomen dat automobilisten te hard rijden. Pleinen met genoeg vuilnisbakken liggen toch nog vol met zwerfafval. En een stoep is onbegaanbaar omdat winkeliers hun koopwaar buiten de afgesproken zones etaleren. Daarom zijn bewustwording, inzicht in het belang van gewenst gedrag, naleving van regels én handhaving essentieel voor een groene, gezonde en veilige openbare ruimte voor iedereen. Bewustwording stimuleren we, afhankelijk van de doelgroep en het onderwerp, op uiteenlopende manieren. Bijvoorbeeld smileys langs de weg die reageren op de snelheid van automobilisten, campagnes gericht op veilig rijden en voldoende aanbod van afvalverzamelpunten die afvalscheiding eenvoudig maken. Heeft dat alles geen of te weinig effect, dan volgt handhaving door gemeente en politie. Denk aan snelheidscontroles van autoverkeer, controle van terrasomvang, en optreden als reclame-uitingen afwijken van het reclamebeleid waardoor er verrommeling optreedt.
Nu de stad drukker en voller wordt kunnen we er niet aan ontkomen om ook voor deze handhaving meer financien vrij te maken. De afgelopen jaren werken we steeds vaker samen met andere partijen in de stad, niet alleen bewoners (via o.a. Right to challenge) maar ook particuliere instellingen. We beogen hiermee het eigenaarschap en de zorg voor de openbare ruimte te verbeteren.
34
RANDVOORWAARDEN
RANDVOORWAARDEN
35
5 SPEERPUNTEN De drie doelen ‘Groenere en duurzame stad’, ‘Openbare ruimte van en voor iedereen’ en ‘Ruim baan voor fietser en voetganger’ gelden voor elke (her)inrichting van de openbare ruimte, overal in de stad. Daarnaast kiezen we ervoor om de komende tien jaar te focussen op vijf speerpunten. Veel van de maatschappelijk relevante thema’s en ontwikkelingen komen in die speerpunten namelijk samen: verdichting, klimaatadaptatie, groen en duurzaamheid, toegankelijkheid, energie en mobiliteit. Vier van de Rotterdamse speerpunten zijn gebiedsgericht: ‘Rivieren, kust en regio’, ‘Binnenstad’, ‘Focuswijken Rotterdam Zuid’ en ‘Boulevards en stadsstraten’. Het vijfde speerpunt, ‘Groenstructuur’, is niet aan één (type) gebied gekoppeld maar voor de hele stad van belang.
Groenstructuur Rivieren Kust Regio Binnenstad Focuswijken Rotterdam Zuid Boulevards Stadsstraten
36
SPEERPUNTEN
AMBITIEKAART GROENSTRUCTUUR
Legenda Hoofdgroenstructuur Regionaal landschap binnen gemeentegrens Rivier Maas, Rotte en Schie Dijk en Buitendijks: programma rivieroevers Tuinsteden/wijken 70-90 Recreatieve hoofdstructuur (fiets)
SPEERPUNTEN
37
GROENSTRUCTUUR OPGAVENKAART
Legenda Missing Links Maatwerk Vergroenen omgeving Nieuwe parken Kwaliteitsimpuls parken en groengebieden Onderzoek semi-openbaar groen Onderzoek groenstructuur tuinsteden irt de verdichtende stad Dijk en Buitendijks: programma rivieroevers Verbinding met landschap Recreatieve hoofdstructuur (fiets) Steilrand Gordel van Smaragd
38
SPEERPUNTEN
SPEERPUNTEN
39
Speerpunt 1: Groenstructuur Het effect van een verdichtende stad lossen we op door groen toe te voegen. Groen voor een gezond klimaat. Groen voor een aantrekkelijk verblijfsgebied, voor de stad. Groen tegen hittestress en wateroverlast. Groen als aanjager van grotere biodiversiteit en als letterlijke en figuurlijke ademruimte als anwoord op de mindere luchtkwaliteit. Inzet is één robuuste, verbonden groenstructuur voor Rotterdam. Parken, singels en kades die samen een netwerk vormen over de hele stad, aangevuld met fijnmazige vergroening in buurten en wijken.
OPGAVEN De groenstructuur is gebaseerd op vier principes voor alle schaalniveaus: regio, stad, stadsdeel, gebied, wijk, buurt en straat.
Uitbreiden
Maak meer groen waar een tekort is, waar schakels ontbreken en waar in het kader van klimaatadaptatie de nood hoog is.
Koesteren
Koester de groene parels die er zijn en maak ze toekomstbestendig, juist ook waar de bodem daalt.
Verbeteren
Verbeter diversiteit, natuurwaarden en gebruiks waarden.
Verbinden
Verbindt de huidige groenstructuur tot een stedelijk en regionaal weefsel voor mens en dier.
40
SPEERPUNTEN
SPEERPUNTEN
41
Deze principes zijn vertaald in een Groenstructuur kaart. De bijbehorende opdrachtenkaart geeft aan waar investeringen nodig zijn om een robuuste groenstructuur te realiseren op het niveau van de hoofdstructuur. Daarnaast hebben we opgaven voor het groen in buurten en wijken (pleinen, straten, gemeenschappelijke binnentuinen), werklocaties en privaat bezit zoals tuinen, daken en binnenterreinen van bouwblokken. Voor de stenige stadswijken rondom de binnenstad gaat het vooral om de uitbreiding van groen. Bij de tuinsteden ligt het accent op het verbeteren van bestaand naoorlogs groen en het aanbrengen van heldere en logische verbindingen. Ook voor de regio, buiten de stadsgrenzen, ligt er een belangrijke taak vanuit de groenstructuur. De landschappen in de regio zijn, gezien de groeiende ruimtedruk in de stad, cruciaal voor de biodiversiteit én voor mensen. De opgave is om stad en regio goed te verbinden voor mens en natuur. Op die manier ontstaan gebieden waar mensen graag tijd doorbrengen omdat ze behoefte hebben aan rust, ruimte, natuur en beweging.
42
SPEERPUNTEN
Groenstructuur tot 2030
In de tabel hiernaast is het handelingsperspectief voor ‘Groenstructuur’ voor de verschillende schaalniveaus weergegeven: • Stadsniveau belangrijk voor de hele stad • Stadsdeelniveau belangrijk voor stadsdelen en gebieden • Wijk- en buurtniveau belangrijk voor wijken en buurten Een deel van de uitdaging pakt het college op met het programma Rotterdam gaat voor Groen in de periode 2018-2022 door het toevoegen van twintig hectare groen. Het programma biodiversiteit in de groen-blauwe structuren is in ontwikkeling mede in relatie tot het programma rivieroevers. Ook wordt er gewerkt aan een visie en de uitvoering ervan voor het vergroten van de biodiversiteit.
STADSDEELNIVEAU
WIJK- EN BUURTNIVEAU
• Nieuwe stadsparken: Rijn- en Maashaven, Maasboulevard, Stadionpark en Hofbogen
• Vergroenen werklocaties in zowel de openbare ruimte als de private terreinen Schiebroek, Ommoord, Noordwest Gadering en Spaanse Polder
• Vergroenen van circa twintig pleinen en omgeving in ‘stenige wijken’ • Privaat groen: vergroenen private tuinen, daken en binnenterreinen
• Verbeteren kwalilteit bestaande stadsparken om up-to-date te blijven en drukte aan te kunnen: Kralingse Bos, Het Park, Zuiderpark
• Kwaliteitsimpuls plus programmering stadsdeelparken, onder andere Roel Langerak, Vroesenpark, Prinsenlandpark
• Betere groenstructuur en kwaliteitsimpuls naoorlogse wijken met behoud van gelaagdheid (landschap-, wijk-, buurt- en woongroen): IJsselmonde, Prins Alexander en Hoogvliet
• Verbeteren groene routes langs Nieuwe Maas, Rottewig, Schie, Gordel van Smaragd, Steilrand
• Ontbrekende schakels tussen groengordel van Hoogvliet en Pernis, Heemraadsingel, Coolhavenpark en de oostelijke groenzone van kralingsebos tot en met de Oude Plantage
• Ontbrekende schakels tussen Maashaven en Tarwewijk
• Programmering van en routes naar recreatiegebieden rond de stad bevorderen: Midden-Delfland, Rottemerengebied, de Blauwe Verbinding naar het Waaltje, kuststrook Hoek van Holland en het Buijtenland van Rhoon
• Verbeteren groengordel en oostrand Rozenburg en Oranjebonnen.
• Onderzoek semi-openbaar groen (volkstuinen, sportvelden) vanwege de verdichting
STADSNIVEAU (HOOFDSTRUCTUUR)
SPEERPUNTEN
43
REGIOLANDSCHAPPEN
44
SPEERPUNTEN
Speerpunt 2: Rivieren, kust en regio De twee grote beeldbepalende natuurlandschappen, de rivieren en de kust bij Hoek van Holland, geven Rotterdam een unieke uitgangspositie. Vlakbij liggen bovendien waardevolle cultuurlandschappen zoals Midden-Delfland, het Groene Hart en de kleipolders, waar het goed recreëren is. Nabijheid van natuur is een van de belangrijkste vestigingsvoorwaarden voor nieuwe inwoners (Atlas voor Nederlandse gemeenten).
Marlet Atlas Stedelijke Gemeente Nabijheid van groen bepaald voor 18% de vestigingswaarde
Veiligheid 15%
Aanbod podiumkunsten 16% Culinaire kwaliteit 7%
Bereikbaarheid banen (agglomeratie) 28%
Nabijheid natuur 18% Kwaliteit woning 5%
SPEERPUNTEN
45
TOEKOMSTPERSPECTIEF NIEUWE MAAS
46
SPEERPUNTEN
Juist de rivieren - Nieuwe Maas, Rotte en Schie - bieden een antwoord op de verdichting. Midden in de stad, waar de druk op de openbare ruimte alleen nog toeneemt, zijn dit de meest centrale open ruimten. Hier liggen kansen om substantieel nieuwe en karakteristieke groene plekken toe te voegen. En ook de fietser en voetganger meer bewegingsruimte te geven en recreatieve en functionele routes en ommetjes te realiseren. Vergroenen maakt de biodiversiteit groter, bijvoorbeeld meer paaiplaatsen voor vissen en vooroevers ter bescherming van dijken en kades. Daarnaast levert vergroening van de rivieroevers een belangrijke bijdrage aan de reductie van hittestress: de rivieren bieden veel Rotterdammers op fiets- of loopafstand een plek voor verkoeling op hete dagen. Via de Nieuwe Maas is de stad verbonden met de kust en de Biesbosch. Aan zee ligt het nieuwe Nationaal Park Hollandse Duinen, dat zich over de hele Zuid-Hollandse kust uitstrekt. Rotterdam trekt de metro door naar Hoek van Holland en gaat het dorp ontwikkelen tot een vierseizoensbadplaats. Verder verbinden de Rotte en de Schie Rotterdam met belangrijke regiolandschappen. Buitenplaatsen als De Tempel en Nieuw Rhodenrijs komen dichterbij.
Ook op Zuid is geïnvesteerd in groenblauwe verbindingen met het buitengebied, zoals de Blauwe Verbinding: een belangrijke route voor recreanten naar buiten maar ook voor de watervoorziening in tegengestelde richting.
Rondje Maasparcours
Stadsparken
SPEERPUNTEN
47
OPGAVEN Routes en verbinden
Verlevendigen
Vergroenen
Rivieren, kust en regio tot 2030
Investeer in betere en meer routes naar en langs de rivieren. Voetgangers en fietsers staan hierbij centraal en er is aandacht nodig voor recreatieve vaarverbindingen. Drie opgaven zijn van bijzonder belang: • Het Nieuwe Maasparcours verder uitwerken en de ontbrekende schakels aanbrengen zodat een aaneengesloten groene route ontstaat. • Verbeter en voeg verbindingen toe binnen de zogeheten Rottewig, dus langs de Rotte ‘van bron tot dam’, om de buurten en wijken van binnenuit te verbinden met het grotere natuur- en recreatiegebied buiten de stad. • Maak een ontwikkelkader voor de Schie waarin recreatie, beroepsvaart en natuur in balans zijn, met volop ruimte voor verblijf en verbindingen.
• Ontwikkel de Nieuwe Maas tot een centraal stedelijk parklandschap met nieuwe stads(getijde) parken van formaat en diverse kleine groene verblijfsplekken aan de oevers. • Ontwikkel het gebied aan weerszijden van de Rotte, de zogeheten Rottewig, tot een aantrekkelijk groen en hedendaags recreatiegebied. • Kom tot schone, veilige en toekomstbestendige duurzame rivieren en rivieroevers.
• Voeg bestemmingen en tijdelijke activiteiten toe zodat de rivieroevers meer dan nu uitnodigen tot verblijf en ontmoetingen. • Benut en versterk daarbij het eigen karakter van de Nieuwe Maas (‘mix van stad, haven en rivier’) en de Rotte (‘plezierrivier’). • Realiseer aan de Nieuwe Maas een aantal stedelijke ontmoetingsplekken zoals Rijn- en Maashaven, Stadionpark en Boompjes. • Voeg nieuwe functies toe aan de binnenstedelijke Rotte zoals waterfestivals, buitenactiviteiten en meer horeca. • Ontwikkel de kust, maak van Hoek van Holland een volwaardige entree van Nationaal Park Hollandse Duinen. • Benut de rivieren beter als recreatief vaarnetwerk.
In de tabel hiernaast is het handelingsperspectief voor ‘Rivieren, kust en regio’ voor de verschillende schaalniveaus weergegeven: • Stadsniveau belangrijk voor de hele stad • Stadsdeelniveau belangrijk voor stadsdelen en gebieden • Wijk- en buurtniveau belangrijk voor wijken en buurten Een deel van de uitdagingen pakt het college op met het programma Rivieroevers in de periode 2018-2022.
48
SPEERPUNTEN
STADSNIVEAU (HOOFDSTRUCTUUR)
STADSDEELNIVEAU
WIJK- EN BUURTNIVEAU
• Meer stads(getijden)parken aan de rivier: Rijnhaven, Maashaven, Stadionpark en Maasboulevard • Ontwikkelen Rotte en haar omgeving ‘van bron tot dam’ tot een aantrekkelijk, groen recreatiegebied • Hoek van Holland vormgeven als entree tot Nationaal Park Hollandse Duinen • Ontwikkel een visie op de Schie waarin vergroenen, verbeteren routes en verblijf
• Bestaande parken beter verbinden met de rivier: onder andere Eiland van Brienenoord, Het Park en Oude Plantage • Crooswijksebocht als schakel tussen binnen- en buitenstedelijke Rotte, met activiteiten, buitensportcentrum en programmering voor bewoners uit de dichtbevolkte stenige wijken
• Nieuwe (getijden)parken voor wijk en buurt aan de Nieuwe Maas (bijvoorbeeld M4H, Schiehaven) en meer groene koppen (zichtlijnen benutten) • Meer groene verblijfsplekken aan de Rotte • Aanbrengen vispassage Leuvekolk en herstellen waterinlaat tussen Nieuwe Maas en Rotte voor hogere waterkwaliteit in de binnenstad
• Groene fiets- en wandelverbindingen langs de Nieuwe Maas en de Rotte en naar regiolandschappen • Intensiveren en verbeteren van het vaarnetwerk op de rivieren, met goede samenhang met functies op water en land • Zorgvuldig ontwerp van de nieuwe oeververbindingen
• Meer routes met hoogstedelijke kwaliteit, zoals het Rondje Bruggen • Goede routes tussen (H)OV-haltes en waterhaltes • OV-verbinding naar Rottemerengebied verbeteren
• Aantrekkelijke routes aanleggen vanuit wijken en buurten naar rivieroevers in de stad, oversteekbaarheid van barrières als boulevards en dijken verbeteren
• Meer horeca, tijdelijke initiatieven en attracties langs de rivieren • Meer ruimte voor nietwatergebonden activiteiten op water en oevers • Visie op activiteiten op de rivieren
• Versterk de identiteit van de verschillende gebieden en kwartieren langs de Nieuwe Maas • Beter benutten van havenbekkens
SPEERPUNTEN
49
AMBITIEKAART BINNENSTAD 2030
50
SPEERPUNTEN
Speerpunt 3: Binnenstad Mede door grote ingrepen als de vergroening en de verhoging van verblijfskwaliteit is de binnenstad van Rotterdam de afgelopen tien jaar aantrekkelijker geworden als plek om te werken, te wonen en te vertoeven. Het is het meest bezochte deel van de stad en zal door de verdichting en de verwachte groei van het toerisme alleen maar drukker worden. Tot 2040 stijgt het aantal inwoners van de binnenstad naar verwachting naar 60.000; bijna een verdubbeling vergeleken met het aantal nu. Ook het aantal werknemers in dit gebied en het aantal bezoekers neemt fors toe. Voor een gezonde groei en een gezonde stad (lucht, geluid) en de energie- en mobiliteitstransitie is het extra belangrijk om de balans te vinden tussen de diverse opgaven in de openbare ruimte.Er komt meer vraag naar groen(verbindingen), klimaatbestendigheid (tegen extreme neerslag of hittestress), bereikbaarheid (primair voor langzaam verkeer en OV), en verblijfskwaliteit en bewegingsvrijheid (vooral ook voor spelende kinderen). Gezien de ‘superdiversiteit’ die Rotterdam kenmerkt, is inclusiviteit een thema van betekenis. Ook is het economische belang van een aantrekkelijk bereikbaar centrum voor de stad en de regio groot. Het gaat erom dat we ruimte creëren voor de gebruikers en groen, bijvoorbeeld door minder parkeerplaatsen op straat en door ruimte slimmer en dubbel te gebruiken.
De Rotterdamse Mobiliteitsaanpak, voorziet in een groter gebruik van de openbare ruimte voor fietser, voetganger en ov en minder door de auto. Dit vraagt om een andere indeling van de bestaande boulevard profielen waardoor deze ruimte ontstaat.
SPEERPUNTEN
51
OPGAVEN Vergroenen
Verbeter en breid het groen uit, voeg parken toe langs de rivier en de boulevards, zet in op groene daken.
Inclusieve binnenstad
Maak een openbare ruimte voor jong en oud, arm en rijk, en zorg voor een goede balans in de openbare ruimte tussen openbaar gebruik en de programmering van evenementen en horeca.
Verbinden
Zorg voor balans tussen stromen en verblijven: creëer aantrekkelijke plekken met meer en betere verbindingen voor toenemende stromen voetgangers, fietsers en OV-gebruikers. Verminder de barrièrewerking van boulevards en stadsstraten.
52
SPEERPUNTEN
Binnenstad tot 2030
In de tabel hiernaast is het handelingsperspectief voor ‘Binnenstad’ voor de verschillende schaal niveaus weergegeven: • Stadsniveau belangrijk voor de hele stad • Stadsdeelniveau belangrijk voor stadsdelen en gebieden • Wijk- en buurtniveau belangrijk voor wijken en buurten
STADSNIVEAU (HOOFDSTRUCTUUR)
STADSDEELNIVEAU
WIJK- EN BUURTNIVEAU
• Centrumboulevards met meer ruimte voor fietser en voetganger, meer groen, meer verblijfskwaliteit, meer oversteekbaarheid: Schiedamsedijk, Blaak, Westblaak, Goudsesingel, Mariniersweg, ‘s-Gravendijkwal, Weena, Burgermeester van Walsumweg, Maasboulevard
• Investeren in verblijfscomfort en groene stadsstraten: Straat met 5 namen, Binnenweg, Hoogstraat, Aert van Nesstraat
• Kwalitatieve verbetering van straten en pleinen meer ruimte voor voetganger, groen en verblijf: Baankwartier, Hoogkwartier
• Stadspleinen en OV-knopen aantrekkelijker maken door de inrichting voor voetgangers te verbeteren, ruimte te scheppen voor fietsenstallingen etc.: Hofplein, Churchillplein, Oostplein, Eendrachtsplein en Koopgoot
• Overige OV-haltes verbeteren
• Vergroenen stadswijken in en nabij centrum en versterken groene verbindingen. • Toevoegen van sport- en spelmogelijkheden: Baankwartier, Hoogkwartier
• Groen en parken langs de rivier aanpakken: Willemsplein, Parkkade
• Logische en aantrekkelijke looproutes door de binnenstad ontwikkelen, zonder barrières
• Goede verbindingen voor voetgangers en fietsers, meer zicht op water, meer verblijfskwaliteit: Lombardkade
SPEERPUNTEN
53
AMBITIEKAART NPRZ FOCUSWIJKEN 2019-2030
54
SPEERPUNTEN
Speerpunt 4: Focuswijken Rotterdam-Zuid Ongeveer een derde van de inwoners van de stad woont Rotterdam-Zuid. Het Nationaal Programma Rotterdam-Zuid (NPRZ) is een gezamenlijke aanpak waarin gemeente, Rijk en een groot aantal partners zich inspannen om in twintig jaar tijd de achterstanden in te lopen en het leven op Zuid te verbeteren. Het programma richt zich op de focuswijken Oud-Charlois, Carnisse, Tarwewijk, Afrikaanderwijk, Feijenoord, Hillesluis, Bloemhof en Vreewijk/Landbouwbuurt.Na vijf jaar NPRZ is het beeld dat de achterstand in onderwijs, werkgelegenheid en kwaliteit van de woningvoorraad afneemt, maar kwalitiet van woningvoorraad neemt toe! Voor de huidige bewoners, en ook om sociale stijgers vast te houden, is het belangrijk een groen, inclusief en veilig woonmilieu te creëren. Dit vereist plekken en structuren die de identiteit van Rotterdam (-Zuid) versterken, voldoende aanbod van groen en speelvoorzieningen en meer ruimte op straat voor fietsers en voetgangers. Daarbij moeten we de nabijheid van mooie gebieden als het Hart van Zuid, het Zuiderpark en de oevers van de Nieuwe Maas beter benutten.
SPEERPUNTEN
55
OPGAVEN Verbeteren
• Creëer meer ruimte in de straten voor groen en spelen en verleid de mensen om minder auto’s op straat te zetten. • Maak groene, prettige, verblijfspleinen in de wijken en buurten. • Verbeter stadspleinen, parken en singels en ontwikkel nieuwe getijdenparken langs de rivieroevers. • Waarborg de openbare toegankelijkheid van grote projecten als Stadionpark / Feyenoord City en de Kop van Zuid.
Verbinden
• Maak op wijk- en buurtniveau routes voor ommetjes die voorzieningen als scholen, winkels en OVhaltes met elkaar verbinden. • Verbeter de oversteekbaarheid zodat winkels, scholen en speelplekken op de Pleinweg en Dorpsweg beter bereikbaar worden voor voetgangers van alle leeftijden. • Creëer op stads- en gebiedsniveau (respectievelijk boulevards en straten) betere routes, meer verbindingen en meer ruimte voor fietsers en voetgangers. • Richt de openbare ruimte van de rivieroevers beter in en benut ze als verbinding tussen de noordoever en de zuidoever.
56
SPEERPUNTEN
Versterken
• Schep meer ruimte voor festivals en evenementen die aansluiten bij de identiteit van het gebied en de bewoners van Zuid. • Versterk de sociale cohesie en de betrokkenheid van bewoners, bijvoorbeeld door inzet van buddy’s en wijk(groen)coaches.
Focuswijken Rotterdam-Zuid tot 2030
In de tabel is het handelingsperspectief voor ‘Focuswijken Rotterdam-Zuid’ voor de verschillende schaalniveaus weergegeven: • Stadsniveau belangrijk voor de hele stad • Stadsdeelniveau belangrijk voor stadsdelen en gebieden • Wijk- en buurtniveau belangrijk voor wijken en buurten
STADSNIVEAU (HOOFDSTRUCTUUR)
STADSDEELNIVEAU
WIJK- EN BUURTNIVEAU
• Betere voetgangers-, fiets- en OVverbindingen langs stadsboulevards en betere oversteekbaarheid Pleinweg • Betere inrichting klimaatbestendig, gebruikscomfort en uitstraling van de boulevards Dorpsweg, Strevelsweg, Pleinweg, Brielselaan, Posthumalaan • Betere oversteekbaarheid en gebruik van de waterkering voor heel zuid met behoud van continue groene karakter
• Betere oversteekbaarheid stadsstraten: Dordtsestraatweg, Goereesestraat, Oranjeboomstraat • Betere voetgangers- en fietsverbindingen naar Zuiderpark, Nieuwe Maas en Havenbekkens (inclusief brug over de Maashaven)
• Meer ommetjes in de wijk realiseren: Tarwewijk, Vogelbuurt, Bloemhof, Walravenbuurt, Slaghekbuurt
• Optimaal verblijfscomfort en veel groen bij getijdenpark Maashaven, Stadionpark en rijnhaven
• Investeren in stadspleinen: Afrikaanderplein en Strevelsplein
• Inpassen buitenruimte rond nieuwbouw- en transformatieprojecten: Mijnkintbuurt, Maliekos, Vogelbuurt, Bloemhof Zuid, Simonsblokken • Minder ruimte voor de auto op straat • Vergroenen van tien stenige buurtpleinen
•
Betere spreiding van verschillende festivals Paleis, Maashaven, Rijnhaven, Afrikaanderplein en Afrikaplein
• Met tuincoaches buurtactiviteiten en groene initiatieven van bewoners ondersteunen en Droomstraten en Droompleinen mogelijk maken
SPEERPUNTEN
57
PROGRAMMA BUITENRUIMTE FOCUS WIJKEN NPRZ
58
SPEERPUNTEN
SPEERPUNTEN
59
Speerpunt 5: Boulevards en Stadsstraten Boulevards als de Pleinweg, de Posthumalaan en Blaak vormen het cement van de stad. Dit geldt ook voor stadsstraten als de Nieuwe Binnenweg en de Beijerlandselaan. Ze vormen niet alleen belangrijke routes die de stad en haar wijken verbinden, door hun woon-werkfunctie en de bijbehorende voorzieningen zijn ze ook van groot economisch belang. Een groot deel van de Rotterdamse banen en werkgelegenheid vind je er. Langs deze wegen manifesteert de identiteit van gebieden en wijken zich. Boulevards en stadsstraten zorgen voor de herkenbaarheid van de stad. Bewoners uit verschillende buurten ontmoeten elkaar hier. Het is dan ook niet verwonderlijk dat veel uitdagingen en transities in de openbare ruimte samenkomen op deze boulevards en stadsstraten. Het verdichtingsvraagstuk, de energie- en mobiliteitstransitie en de milieuproblematiek (geluid, lucht) vergen een inrichting waar de auto minder centraal staat en er meer plek is voor fietser, voetganger en groen. Juist hier zorgen deze en andere transities voor veel ruimteclaims en is het zoeken naar een goede balans.
STEDELIJK VERKEERSPLAN
60
SPEERPUNTEN
SPEERPUNTEN
61
OPGAVEN
Verblijfskwaliteit en inclusiviteit
Verbinden
• Maak op de boulevards en stadsstraten meer ruimte voor voetgangers en fietsers. • De weginrichting zo doen dat alle mobiliteitsstromen met hun verschillende snelheden veilig naast elkaar bewegen. • Zoek flexibele vormen van inrichting om de mobiliteitstransitie een plek te geven en veranderingen in de tijd op te vangen. • Leg meer dwarsverbindingen aan en vergroot de oversteekbaarheid van de boulevards voor voetgangers van alle leeftijden. • Zet in op experimenten en innovatieve vormen van (last mile-) vervoer langs de boulevards en stadsstraten.
Vergroenen
• Maak de boulevards en stadsstraten groener en versterk de verbindingen met groene wandelroutes door de stad en ommetjes in de wijk. • Maak de boulevards en stadsstraten schoner door afval op straat terug te dringen. • Verminder luchtvervuiling en geluidsoverlast van verkeer voor omwonenden en bezoekers. • Bied voldoende ruimte voor fietsparkeren, bankjes en ander straat– en speelmeubilair. • Richt alle boulevards en stadsstraten klimaat adaptief en duurzaam in door warmte- en water absorberend groen aan te leggen en circulair materiaal te gebruiken.
Opgavenkaart Boulevards en Stadsstraten
62
SPEERPUNTEN
• Verbeter de verblijfskwaliteit met ruimte voor voetgangers, bankjes, fietsnietjes en bomen voor alle doelgroepen en leefijden. • Zorg voor meer levendigheid met evenementen en experimenten. • Zorg dat het aangenamer vertoeven is bij OV-haltes.
Boulevards en stadsstraten tot 2030
In de tabel is het handelingsperspectief voor ‘Boulevards en stadsstraten’ voor de verschillende schaalniveaus weergegeven: • Stadsniveau belangrijk voor de hele stad • Stadsdeelniveau belangrijk voor stadsdelen en gebieden • Wijk- en buurtniveau belangrijk voor wijken en buurten
STADSNIVEAU (HOOFDSTRUCTUUR)
STADSDEELNIVEAU
WIJK- EN BUURTNIVEAU
• Stadscentrum, centrumboulevards WestBlaak, weena, Schiekade en waterboulevards: betere ruimtelijke kwaliteit, vergroening en oversteekbaarheid • Bij Maasboulevard, versmallen Zuiderparkweg/Zuidplein, en Schiekade, Stadhoudersweg, Strevelsweg, Boezemweg • OV knooppunt Alexander • transformatie van verkeerspleinen als Hofplein, Drooglever Fortuyn,oostplein, maasboulevard-honingerdijk, Maastunnelplein, Zuidplein
• Investeren in de kwaliteit, vergroening en oversteekbaarheid van stadsstraten, met prioriteit voor Kleiweg, Stieltjesstraat, Middellandstraat, Beijerlandselaan en Oranjeboomstraat • OV knooppunten
• Op wijk- en buurtniveau boulevards en straten deel laten uitmaken van groene ommetjes
SPEERPUNTEN
63
UITVOERINGSSTRATEGIE Deze visie schetst de ambities in de openbare ruimte voor de komende 10 jaar en is richtinggevend voor de openbare ruimte van Rotterdam bij werkzaamheden in de stad. Het huidige college heeft voor de periode 2018-2022 een aantal middelen ter beschikking gesteld om deze ambities aan te jagen. Om de ambities in deze visie te realiseren zijn echter aanvullende middelen nodig. De visie Openbare Ruimte heeft veel raakvlakken met andere programma’s en in samenwerking daarmee wordt gewerkt aan een meerjarige uitvoerings- en investeringsstrategie voor de openbare ruimte. Als opmaat naar zo’n strategie vindt u hier een eerste denklijn. In deze strategie staat samen optrekken en slim combineren van projecten, opgaven en budgetten centraal.
Strategie
Voor de uitvoering van de visie Openbare Ruimte wordt de een slimme fasering uitgewerkt. Op dit moment worden de opgaven voor 20 hectare vergroening, drie ecologische verbindingen en het programma Rivieroevers via het coalitieakkoord uitgevoerd. Ook wordt stevige inzet geleverd op de grote stadsprojecten voor de komende jaren. Dat zijn de projecten Hofbogen, Alexanderknoop, Rijnhaven, Feijenoord City, Maashaven, Hofplein/Blaak en Schouwburgplein. De inzet is verder om zoveel mogelijk te combineren en mee te werken met andere trajecten waar financiële middelen aan gekoppeld zijn. Vervangingsinvesteringen kunnen aanleiding zijn om functionele wijzigingen en aanvullende opgaven en beleidsdoelstellingen (klimaatadaptatie, energietransitie etc.) te realiseren, al vraagt dit vaak wel extra budget. Dit is onder andere in de bestuursopdracht/nota vervangingsinvesteringen kapitaalgoederen openbare ruimte opgenomen. Het nieuwe Gemeentelijk Rioleringsplan “van buis naar buitenruimte” heeft de ambitie bij rioolvervanging een 100% integrale aanpak toe te passen. Via de Stedelijke Programmering van de Openbare Ruimte (SPOR) 64
UITVOERINGSSTRATEGIE
en de strategische woningbouwplanning worden de verschillende ontwikkelingen samengebracht en afgestemd met elkaar. Via samenwerking met andere programma’s kunnen ook kansen gerealiseerd worden (werk met werk maken). Denk daarbij aan programma’s als Rotterdams WeerWoord, de woningbouwopgave, de Rotterdamse Mobiliteitsaanpak (RMA), Energietransitie en Rotterdam Circulair. Ook worden consequenties voor beheer, onderhoud en handhaving meegenomen. De slimme fasering biedt mogelijkheden om tijdig toekomstige projecten in de Lange Termijn investeringsplanning (LTIP) te kunnen agenderen en in het (te herijken) Investeringsfonds Rotterdam (IFR) op te nemen. Voor de uitvoering hiervan wordt tevens een nieuw investeringsbeleid voorbereid voor de Groei van de Stad, hierin komt jaarlijks circa €100 miljoen beschikbaar voor stedelijke investeringen. Verder kunnen kansen voor innovatieve financieringsstrategieën gegenereerd worden voor de openbare ruimte, zoals bij inkomsten uit anterieure overeenkomsten, airrights reclameinkomsten, nieuwe aanbestedingsvormen, slim stapelen van programma’s en creatieve allianties.