CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20251204- Notulen van de raadsvergadering van 4 december 2025

Gemeenteraad 8 januari 2026, gemeente RotterdamBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van de openbare raadsvergadering van:62.078 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

U hebt een aantal programma's en beste bestuur, u hebt inzicht en visie en u doet het fantastisch. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Voorzitter, met permissie. Ik spreek de wethouder aan als wethouder. Hij moet de wet uitvoeren. Wat hij nu doet, is mij proberen een lesje te geven hoe je een stad bestuurt. U dient zich aan de wet te houden. Wat u doet, met dit hele verhaal, is de wet eigenhandig herschrijven. Oh nee, die spreidingswet gaat over het ontstoppen van de asielketen. Nee, die spreidingswet gaat over een verplichte opvang van asielzoekers. U herschrijft die wet hier in de raadszaal van Rotterdam en ik spreek u als raadslid aan op uw verantwoordelijkheid als wethouder. Ik zeg u: u voert de wet niet uit, u maakt een schimmige deal in Den Haag om uw coalitie te redden. Dat is wat u gedaan hebt. De VOORZITTER: De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Graag, voorzitter. Wat ik heb gedaan, is binnen die spreidingswet een heel proces doorlopen. Die ruimte die er dan is, u noemt het een schimmige deal, ik vind het fatsoenlijk besturen en goed besturen. Dus op het moment dat ik dan, in het belang van Rotterdam, aangeef dat we het op deze manier doen en daarmee bijdraagt aan de opgave, dan is dat een woordkeus die u hebt om het schimmig te noemen. Ik noem dat juist handig en slim besturen.

Want op het moment dat het niet past binnen die wet, dat is het verwijt dat u mij doet, had de minister nooit akkoord kunnen geven, lijkt mij. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn, afronden. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Afrondend. Op dat laatste: jawel. Ik zei al in mijn betoog: we hebben vrijwel alleen maar demissionaire staatssecretarissen en ministers gehad, dus waar u die deals mee afrondde zou zomaar een minister van de PVV bijvoorbeeld zijn geweest. Die heeft 2 jaar lang net gedaan alsof die wet er niet was. Zeker, dat soort deals waren mogelijk in dit land, ernstig. Afrondend, voorzitter: alles mag de wethouder zeggen wat hij wil en hij mag zijn eigen woorden kiezen, maar mag ik hem alstublieft vragen om hier niet het woord fatsoenlijk op te plakken, want dat is het zeker niet. De VOORZITTER: De heer Dekkers.

raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2481

De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, aanvullend. De wethouder zegt: er worden hier verhalen opgehangen. Ik heb nog geen feitelijke onjuistheid gehoord die het CDA vertelt. Dan ben ik wel benieuwd waar u dan op doelt, als u zegt: er worden hier verhalen opgehangen. De VOORZITTER: De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Ik vat hem niet, voorzitter. De VOORZITTER: U mag hem herhalen in technische tijd. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, eerder in het debat, dit gaat dan weer 3 keer heen en weer, maar dan is de eerste reactie op het CDA dat er allerlei verhalen worden gehouden, op worden gehangen en dan gaat u een heel verhaal houden. Maar ik hoor geen een inhoudelijke correctie op het verhaal van het CDA. Maar goed, laten we maar afronden, want anders moeten we het helemaal gaan terugspoelen. De VOORZITTER: De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Wat ik heb gezegd, is dat er uitspraken worden gedaan op basis van aannames waarbij ik een poging heb gedaan en geschetst van waar we vandaan komen binnen coalitieafspraken en uiteindelijk waar we nu staan. Dan is het aan u om dat op elkaar te leggen en of het klopt of niet. Maar in mijn overtuiging, dat allemaal aanhorend, dat er toch echt wel aannames worden gedaan die mijns inziens niet helemaal kloppend zijn. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, een vraag aan de heer Segers-Hoogendoorn.

Ik hoor dat hij zeer verbolgen is over het feit dat we dan gekoppelde statushouders opvangen hier in Rotterdam. Maar dit zijn ook mensen die in een azc zitten en dat is de essentie van de spreidingswet, om overal in het land, eerlijk, de opvang voor azc's te delen onder de gemeenten. Bent u het dan met mij eens dat het wel degelijk bijdraagt aan dat doel, namelijk dat iedereen een stukje van die azc-opvang op zich neemt. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Voorzitter, ik zal het nog 1 keer proberen uit te leggen, maar ik heb niet de illusie dat mevrouw Maassen niet heel precies weet hoe het in elkaar zit. Er zijn allerlei maatregelen te nemen op die hele asielketen. Dat heeft ook met de IND te maken en de capaciteit bijvoorbeeld en natuurlijk heeft dat ook met de woningmarkt in alle gemeenten in dit land te maken, dat er niemand een huis kan krijgen. Natuurlijk hebben allerlei aspecten invloed op het vastzitten van die keten. Waar ik de hele tijd op wijs, daar blijf ik iedere keer heel zuiver in en het zou u sieren als u dat eens een keer met mij eens bent, is dat ik mijn wethouder, in deze stad, aanspreek op het uitvoeren van de wet. Ik constateer, de heer Dekkers heeft daar groot gelijk in, want er komt geen enkele feitelijke weerlegging van wat ik zeg.

Ik constateer dat daar waar de spreidingswet voor bedoeld is, namelijk het opvangen van een x-aantal asielzoekers, dat deze gemeente zich daar niet aan houdt onder dit stadsbestuur. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): Voorzitter, we hebben het toch over mensen die in een azc zitten? Dat zijn al gekoppelde statushouders, die hebben dan toevallig al een status gekregen, maar daarmee ontlasten we toch de asielketen? Als we ons niet aan de spreidingswet zouden

raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2482

houden, dan zou de provincie toch optreden, wat ze precies niet doet. Dus ik begrijp echt niet zo goed waar de Segers-Hoogendoorn het over heeft. De VOORZITTER: Mijnheer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Mevrouw Maassen snapt het echt niet. In een asielzoekerscentrum, als daar statushouders zitten, dan heeft dat te maken met het feit dat gemeenten die mensen geen woning kunnen geven. Een statushouder is namelijk iets anders dan een asielzoeker. Ik hoop dat ik mijn zure tijd er niet aan hoef te verdoen om dat u nog een keer uit te leggen. Dat is dat. Vervolgens zeg ik: u maakt hier, uw stadsbestuur en ook het mijne helaas, maakt hier een deal met de staatssecretaris/minister. De provincie is hier totaal buiten gelaten. Dit is een deal tussen rijk en gemeente Rotterdam en daar hebben ze later mogelijkerwijs, want ik zie de wethouder al non-verbaal, heeft u ongetwijfeld commissaris ook van ingelicht, maar het was een deal tussen Rotterdam en het rijk. U voert de spreidingswet niet uit, u hebt hem herschreven en u voert iets anders uit hier. Nu ga ik er ook niets meer over zeggen, want mijn tijd gaat nu echt snoeihard, anders moet er een uur spreektijd bij. Maar ik heb hopelijk toch nog een keer uitgelegd wat het verschil is. De VOORZITTER: De heer Becker. De heer BECKER (vvd): Dat denk ik wel, voorzitter.

Het is bijzonder dat de heer SegersHoogendoorn de wethouder gaat uitleggen hoe hij zijn werk heeft gedaan. De provincie is hier zeker aan zet. Het is een regiodeal, hier zijn allerlei regiogemeenten bij betrokken, dus het beeld dat hier geschetst wordt, klopt niet. De VOORZITTER: De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, als ik toch een voorbeeld mag pakken waar ik dan zeg: er worden toch echt dingen gezegd op basis van aannames die echt niet volledig juist zijn. Laat ik dat zo dan formuleren van dat ik niet zeg dat het verkeerd is, maar dat het niet volledig is. Ik vraag me oprecht af of men weet hoe dat proces van die spreidingswet en totstandkoming van de afspraken is doorlopen. Op het moment dat er dan wordt geroepen: de provincie is er niet bij betrokken, het is een schimmige afspraak met de demissionaire staatssecretaris/minister, notabene wellicht van een PVV-minister. Ik vind dat wel ingewikkeld, voorzitter. Ik vind dat oprecht ingewikkeld, omdat ik heb gezien hoe dit proces is doorlopen, welke inbreng Rotterdam heeft gedaan vanuit Rotterdams belang en de behoefte die Rotterdam aankan. Als ik dan dit hoor, vind ik het oprecht jammer. Ik vind het oprecht jammer dat dat dan op die manier gezegd wordt, want dat geeft mij een beeld van: voeren wij wel op gelijk niveau de discussie? Dat idee heb ik niet als ik dit soort dingen hoor, voorzitter.

Dan gaat het met name om de rollen vanuit regioverband, maar ook zeker de rol vanuit provincie in dezen en op het moment dat je zegt: je moet je aan de wet houden, dan zijn er echt wel instituties, waaronder de provincie, als je dat niet doet, dat je echt wel een brief krijgt van: beste gemeente, u voldoet niet aan de wettelijke eisen. Dat is dus niet het geval, omdat die afspraak zo is gemaakt. De VOORZITTER: De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda): Nu echt afrondend, want ik constateer dat de wethouder geen enkel concreet feit wat ik hier te berde heb gebracht, weerlegt. De VOORZITTER: De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Ik noem er 1. U zegt dat de provincie er niet bij betrokken is geweest. De provincie is heel dat proces betrokken geweest, want vanuit de provincie is het raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2483

aanbod gedaan. Dat zijn precies de discussies waar ik het over heb, voorzitter. Er worden dingen gezegd, aannames gedaan, die helaas niet volledig juist zijn. Maar terug naar de inhoud, wat mij betreft, voorzitter. De VOORZITTER: Niet voordat mevrouw Vlieger nog het woord heeft gehad. Mevrouw VLIEGER (gl): Toch heel kort, want ja, de heer Segers-Hoogendoorn is vergeten om te benoemen dat de provincie erbij betrokken was, maar dat neemt niet weg dat het inderdaad een heel schimmige deal is geweest. Dat hele punt, wat de heer SegersHoogendoorn heel goed heeft uitgelegd, wat nou daadwerkelijk de bedoeling was van de spreidingswet en wat ervan gekomen is voor Rotterdam, daar staat hij volledig in zijn recht. De VOORZITTER: De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, een schimmige deal, dat roept wel het een en ander bij mij op. Maar op het moment dat het transparant, open is in regioverband en provincie is besproken en afgesproken, dan ben ik heel erg benieuwd wat er wordt bedoeld met een schimmige deal, voorzitter. Ik zou er graag echt een betere duiding op willen hebben waarom die dan schimmig is, terwijl ik heb uitgelegd dat wij een afspraak hebben in regioverband en provincie om op onze manier bij te dragen aan de asielopgave die we in het land hebben. Dan vind ik het jammer dat er een duiding aan wordt geven zonder een extra toelichting waarom dat het geval is.

Dus het zou mij helpen als daar enige duiding op komt. De VOORZITTER: Dat hoeft men niet. Men is niet verplicht om te reageren op vragen van de wethouder. Dat is meestal omgekeerd hier: de wethouder is verplicht om te antwoorden op de vragen van de raad. De heer Vonk heeft een vraag. De heer VONK (cu): Misschien in technische tijd, voorzitter, want de interruptie begon namelijk met 2 vragen. Eentje van mij en eentje van de SP. Die zijn nog niet beantwoord. Gaat u die dan nu beantwoorden of ging u door met uw betoog? Ik wil ze wel herhalen, daarom vroeg ik technische tijd. De ene vraag was: het onderscheid tussen mensen in Rotterdam en niet in Rotterdam, waarom? Want het geldt voor alle mensen dat ze niet langer dan 6 maanden op een noodlocatie moeten verblijven. De vraag van de SP, die zei: maar zijn er dan gemeenten die zich niet aan die 6 maanden houden en welke gemeenten zijn dat dan? De VOORZITTER: De wethouder vervolgt zijn betoog. De heer ACHBAR (wethouder): Volgens mij heb ik daar geprobeerd een antwoord op te geven, waarbij u zegt, toen kwam de heer Segers-Hoogendoorn met zijn interruptie door te zeggen: dat is een te makkelijk antwoord. Wat ik daarvan heb gezegd, is, vanuit Rotterdam, daar kunnen we op sturen. Dat is de invloed die we hebben. Het is een COA-locatie, dus COA is verantwoordelijk.

Ik heb in de commissie wel aangeven, op een vraag van mevrouw Maassen, van hoe ga je daar wel op sturen, zeker als het gaat om de doelgroep kinderen, om in regioverband het gesprek te blijven voeren met die andere gemeentes. Iedere keer als er een vergadering is of een overleg is met regiobestuurders, kaart ik dat echt aan: beste collega's, ik ben erbij geholpen als we met zijn allen ervoor zorgen dat de mensen binnen 6 maanden worden gehuisvest. Dat is een oproep die ik doe, iedere keer weer, ook om aan te geven: het is een politieke discussie die ik krijg hier in de raad van Rotterdam, waar ik geen antwoord op kan geven, omdat u zelf daar verantwoordelijk voor bent. Tegelijkertijd neem ik dezelfde vraag ook op provincieniveau. Nadat we hebben gezegd: we gaan niet alleen voor de regio opvangen, maar ook voor de provincie. Toen heb ik dat dus ook herhaaldelijk op tafel gelegd van: beste collega's op provincieniveau, help mij en dus de mensen op die boot om ervoor te zorgen dat ze binnen 6 maanden gehuisvest worden. Tot zo ver rijkt mijn invloed. Ik heb wel toen gezegd, nu met die uitbreiding naar Nederland, wordt het voor mij ingewikkeld raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2484

om een tafel te vinden waar ik dat kan doen. Ik heb volgens mij wel enige toezegging gedaan van als we signalen krijgen dat er een gemeente is die echt achterblijft, nogmaals, dit is iets van COA, maar dan is er een bestuurlijke geste die ik naar een collega van oproep van: beste collega, in die specifieke gemeente, waar loop je op vast? Kunnen wij vanuit Rotterdam meedenken om aan die opgave te voldoen? Dat is de rol die ik heb, waar die niet groter gemaakt kan worden dan misschien gewenst is. Maar dit is wel het verhaal. De VOORZITTER: De heer Vonk. De heer VONK (cu): Ik snap dat uw invloed beperkt is, want u stelt dat regelmatig aan de orde, dus kennelijk heeft u ook signalen dat dan die 6 maanden grens wordt overschreden. Mijn vraag is dan: op grond van welke informatie doet u dat? De heer ACHBAR (wethouder): Aan tafel, zoals u die vraag stelt, krijg ik ook wel eens te horen: hoe doet Rotterdam het? Geldt dat ook voor andere gemeentes? We weten dat een aantal gemeentes dat niet halen. Dat zien we bijvoorbeeld in regioverband, als je dat gesprek met elkaar voert. We weten ook wie niet voldoet aan het huisvesten van statushouders, daarom zit er ook een prop in die asielketen. Het is niet dat we dat ergens geagendeerd hebben met lijstjes en dergelijke, omdat het echt van COA is en ik vraag het op. Voor Rotterdam vraag ik het wel op, om daarop te kunnen sturen.

Het liefst zou elke gemeente dat moeten doen. De VOORZITTER: De heer Vonk. De heer VONK (cu): Voorzitter, deze mensen wonen op ons grondgebied in Rotterdam. Dan kunnen ze wel gekoppeld zijn aan Leeuwarden, Stadskanaal of waar dan ook, maar ze wonen op ons grondgebied en daarmee hebben wij een verantwoordelijkheid. Wij hebben deze locatie aangeboden als noodlocatie, maximaal 6 maanden, op ons grondgebied. Dan hebben wij dus ook de verantwoordelijkheid om op zijn minst te weten of mensen langer dan 6 maanden op die boot verblijven. U weet dat ook, want ik hoorde mevrouw Maassen bijvoorbeeld ook zeggen dat de gemeente kennelijk, ik wist dat niet, maar die kennelijk langer dan een jaar soms op deze boot verblijven. Dat was nieuw voor mij. Dat soort informatie heeft u, maar ik heb ze niet. De VOORZITTER: De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, nogmaals, ik wil niet een al te grote broek aantrekken, omdat ik die rol en die verantwoordelijkheid niet heb. Tegelijkertijd wil ik echt maximaal, waar ik mijn verantwoordelijkheid kan nemen, zal ik het ook nemen. Volgens mij hoort u mij dat ook zeggen. Alleen we moeten niet doen alsof ik iets kan afdwingen van COA, want op het moment dat ik die vraag stel, het is iets van een gemeente. Dan moet die gemeente toestemming geven om dat eventueel met mij te delen, want het is informatie van de gemeente.

Dat geldt andersom ook: als mensen informatie willen vanuit de gemeente Rotterdam, zou ik daar ook toestemming voor willen geven of überhaupt dat dat opgevraagd wordt. Ik begrijp uw redenatie dat u zegt: het is een locatie in Rotterdam. Dat is ook hoe de afspraak is. Het is een aanbod dat wij hebben gedaan, maar wel onder verantwoordelijkheid van het COA. We hebben meegegeven dat wij er enorm veel waarde aan hechten om ervoor te zorgen dat het een doorstroomlocatie blijft, dat mensen daar niet te lang in zitten. Ik heb in de commissie ook gezegd, daar komt, denk ik, het verhaal vandaan, dat we ook wel gezinnen hebben die er langer dan 6 maanden zitten en uitzonderlijke gevallen langer dan een jaar. Alleen de insteek is en de inzet zal erop zijn, dat we ernaar streven om het naar 6 maanden te brengen. Kan ik dat afdwingen? Nee, dat is het eerlijk verhaal. Heb ik een overzicht met dat lijstje? Nee, dat heb ik heb ik niet. Daarom geef ik aan waar het wel kan, dat is onder andere

raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2485

regionale regietafel en de provinciale regietafel. Daar blijf ik dat steeds onder de aandacht brengen. De VOORZITTER: Mijnheer Vonk. De heer VONK (cu): Voorzitter, nogmaals, deze mensen wonen op ons grondgebied. Deze mensen worden ingeschreven op dat schip. We hebben die informatie. We weten ook de geboortedatum en daarmee is op 1 druk op de knop uit te vragen van welke mensen langer dan 6 maanden op dat schip zitten en wie daarvan kinderen zijn. We weten dat het voor alle mensen, waar ze ook vandaan komen, slecht is als ze langer dan 6 maanden op ons grondgebied in een noodlocatie zitten. Dus u bent natuurlijk echt, werkelijk waar, geen knip voor de neus waard als u als bestuurder zegt: dat is mijn verantwoordelijkheid niet, ik laat het maar gebeuren. Dat kunnen we niet accepteren. Die informatie moeten we hebben. De VOORZITTER: De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Dan kom ik bij de motie, voorzitter, ‘monitor het maximum’. Die ga ik ontraden om de reden die ik net gaf. Nogmaals, het is een locatie van COA en daarmee de inwoners onder de verantwoordelijkheid van COA. Wij beschikken niet over die informatie. Dat u zegt: geen knip voor de neus waard, voilà. Ik weet welke inzet ik pleeg en daarmee kan ik mezelf ook iedere dag in de spiegel aankijken, want ik doe er alles aan om dat in goede banen te leiden. Meer dan dat kan ik er ook niet van maken, voorzitter.

De VOORZITTER: Afrondend, de heer Vonk. De heer VONK (cu): Voorzitter, wij raken elkaar op dit moment echt kwijt. Ik geloof er ook geen bal van dat u die informatie niet heeft, dat geloof ik niet. Het is een locatie van de COA, maar het is uw deal. U hebt gezegd: dit schip, dit is een noodlocatie, mag op Rotterdams grondgebied komen, als noodlocatie, maximaal 6 maanden. Dan kan het er bij mij niet in dat wij dan vervolgens niet met elkaar kunnen constateren: welke mensen zitten er dan langer dan 6 maanden en dat u zegt: het is van de COA, ik heb die informatie niet. Werkelijk waar, wij zijn elkaar echt helemaal kwijt. Ik geloof u op dit punt helemaal niet. De VOORZITTER: De heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, aanvullend. Ik zou het willen omdraaien. Dus als wij iets beschikbaar stellen voor andere gemeenten, dan kunt u daar toch afspraken en voorwaarden aan haken? Dan kunt u zeggen: wij willen nog blijven helpen, maar dan wel onder deze voorwaarden. We willen die inzichten, dan kunnen we ook rappelleren en u aanmoedigen om snel in te stappen. Maar we zitten er zo echt enorm passief in. Dus ik zou dan graag wel, als we de motie ontraden, een andere manier vinden om te kijken dat we dat gesprek voeren om dat te veranderen, want dit moeten we niet willen. De VOORZITTER: De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, nogmaals.

Op het moment dat je daar wel een inzicht in krijgt, hypothetisch, maar de gemeente zegt: wij hebben er geen huizen voor op dit moment, wat wil je dan uiteindelijk gaan doen richting die gemeente? Het is toch niets anders dan mijn rol. U gaat over Rotterdam. Dat moet u zich heel goed realiseren. U gaat over Rotterdam, dus daar kunt u mij maximaal op aanspreken. Want we hebben gevraagd om dat binnen 6 maanden te doen, maar ik kom er niet bij dat u wilt gaan over, in dit geval, allerlei andere gemeentes in Nederland, waarbij u zegt: ik wil weten hoe lang iemand daar zit en vervolgens die informatie hebt en dan met die informatie het gesprek met die gemeente of met mij of met COA. Nogmaals, wij dringen erop aan, binnen die afspraak die we hebben raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2486

gemaakt: jongens, laten we streven naar maximaal 6 maanden. We zien dat gemeentes een enorme uitdaging hebben als het gaat om tijdig huisvesten van statushouders, daarom zie je daar ook een uitloop in langer dan 6 maanden, met een aantal uitzonderingen langer dan een jaar. Maar vervolgens hebben we nu een discussie over dat we een overzicht willen wie daar zit. Dat verandert de situatie niet. Het gesprek wordt gevoerd in regioverband, het gesprek wordt gevoerd op provinciaal verband en in Rotterdam hebben we het gefikst. Dat is de discussie die we met elkaar kunnen voeren en met elkaar kunnen hebben. De VOORZITTER: De heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, we gaan over Rotterdam, dat vind ik wel te makkelijk. Als mensenrechten ergens in de wereld worden geschonden, dan kunnen we ons als raad daar zorgen over maken. Als we op ons gebied opvang hebben dat we niet op de lange termijn humaan vinden, dan vind ik het ons recht om ons daar zorgen over te maken. Als dan cijfers delen helpt en als dat helpt om druk op te voeren om gemeenten om het beter te doen, dan zou ik me daar uiterst voor willen inspannen. Dat meen ik echt. De VOORZITTER: Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Voorzitter, ik wilde me met de discussie niet bemoeien, maar wat er nu gebeurt, is iets dat ik toch echt onbegrijpelijk vind.

Los van welke discussie die hier op dit moment plaatsvindt, gaat geen wethouder mij vertellen dat wij niet weten wat er gebeurt met mensen en welke mensen we hebben op Rotterdams grondgebied. Sorry, los van welke discussie dan ook, alleen al in het kader van veiligheid, alleen al in het kader van wat ermee moet gebeuren. Er zal iets gebeuren. U was er met de minister die u op het vestje spuugde en dat kan u allemaal niet doen, want u weet niets van die heel Silja. Dat is allemaal niet van u, dat is van het COA. Daar ga ik niet mee. Daarom, wat de heer Vonk ook zegt, het is onbegrijpelijk dat u hier komt vertellen dat u geen informatie hebt over wat er op de Silja gebeurt, hoeveel mensen er zitten, wie er zitten, wat er zitten. Ik kan me ook niet voorstellen dat mijn coalitiepartners in dezen dat akkoord vinden. Dat is de boodschap en dat is precies wat de heer Vonk vroeg: wat zit er, hoe zit het, wij willen het precies weten en hoe is die doorstroming. Dat moet u precies weten. Dat u er niets mee wil doen omdat het niet van u is, maar van andere gemeentes, prima, maar u hebt de informatie toch wel? Kom op. De VOORZITTER: De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, ik wil terug naar de heer Dekker. Natuurlijk, als er inhumane situaties zijn, ben ik de eerst die reageert. Ik heb in Oud-Mathenesse een bijeenkomst gehad.

Daar heb ik mogen vertellen wat de situatie is rondom de Silja en ten aanzien van die verlenging. Het was een goed gesprek. Dat heb ik ook gezegd naar aanleiding van die signalen van GZA, dan hebben we het over inhumane situaties. Maar of iemand er 6 maanden of een jaar zit, betekent niet dat het per definitie inhumaan is, want ik wil er dan ook voorzichtig mee zijn hoe we dingen weer aan het schetsen zijn in de discussie die we met elkaar aan het voeren zijn. Want ik heb naar aanleiding van die brief gezegd: als die aantijgingen die erin staan waar zijn, dan zou, wat mij betreft, die Silja meteen dicht moeten gaan. Dat hebben we onderzocht, daar hebben we duidelijk gemaakt of dat echt op die manier aan de orde was en u hebt inmiddels ook een brief van directeur van GZA van er zijn wel situaties, maar niet van die orde. Dus op het moment dat we classificeren in de vorm van inhumaan, ik zou bijna willen vragen, daar moeten we echt voorzichtig mee zijn. Maar als het gaat om de discussie: het is geen ideale oplossing, maar wel een creatieve oplossing. Ik heb ook in de commissie gezegd: jongens, het is altijd nog beter dan te slapen in Ter Apel op het gras. Die discussie hebben we hier ook gehad in de raad.

Daar was de aanleiding dat we zijn gaan nadenken: hoe kunnen we die keten gaan ontlasten met elkaar? Nu voeren we een discussie over andere gemeentes of ze nou 6 maanden langer zitten of niet. Spreek me aan raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2487

als wethouder Rotterdam die een bijdrage probeert te leveren in het oplossen van die asielketen, om vervolgens een bijdrage te leveren aan de rest van de gemeentes. Die oproep doe ik regelmatig, maar ik vind het te makkelijk om te zeggen: er moet een lijstje komen, want dat geeft ons inzicht. Het is een creatieve oplossing, we zetten maximaal in op allerlei faciliteiten. Het is geen ideale oplossing. We streven ernaar dat mensen snel doorstromen. In Rotterdam gaat dat goed, in een aantal gemeentes gaat dat goed en ik denk dat we echt een discussie aan het voeren zijn die niet nodig is, omdat we naar zijn totaliteit zouden moeten kijken hoe het georganiseerd is ten aanzien van Silja als doorstroomlocatie. De VOORZITTER: De heer Ceulemans heeft een vraag. De heer CEULEMANS (lr): Voorzitter, het is alweer geleden, maar een interruptie op de heer Vonk. Want ik moet, als het gaat om de gegevens, de wethouder volledig gelijk geven. De heer Vonk zegt, dat zou nogal wat zijn, zeg, als het gaat om wetgeving over gegevensdeling. De heer Vonk zegt: met 1 druk op de knop moet het allemaal bekend zijn, met namen, geboortedata, noem maar op. Dit is geen gemeentelijke locatie, dit is een locatie van het COA, het COA is verantwoordelijk voor de personen die daar worden opgevangen.

Het enige dat Rotterdam, als onderdeel van een deal, gedaan heeft, is een locatie ter beschikking stellen waar het COA dat kan doen. De heer Vonk is kennelijk in de veronderstelling dat het volgens de wet is, überhaupt, dat een bestuurder die niets te zeggen heeft over wat zich op dat schip afspeelt, met 1 druk op de knop lijsten met persoonsgegevens van mensen kan krijgen. Wat nog erger is, want ik overwoog om een punt van orde te maken, de wethouder zegt: ik heb die gegevens niet en de heer Vonk staat op en die zegt: ik geloof er geen bal van. Daarmee beticht u deze wethouder van liegen. Dat is wat u aan het doen bent. U staat nog ja te knikken ook. Dan moet u of een man zijn en daar consequenties aan verbinden, dat is een politieke doodzonde, of u moet gaan zitten en heel stil zijn. De VOORZITTER: De heer Ceulemans er is hier niemand die stil hoeft te zijn, anders dan dat ik zeg dat iemand stil moet zijn. De heer CEULEMANS (lr): U bent de hele dag mij aan het corrigeren, maar volgens mij mag ik zeggen wat ik vind. Ik gebruik geen schuttingtaal, ik scheld niemand uit. De VOORZITTER: De heer Ceulemans, ik wil nu dat u stopt. Klaar. Ik zeg alleen: op het moment dat u mensen hier persoonlijk de maat gaat nemen en ik ben degene die bepaalt of iemand het woord krijgt of niet. Niet u. De heer Vonk heeft nu het woord. De heer VONK (cu): Dank u wel, voorzitter.

Het laatste dat ik zal doen, is inderdaad zwijgen. Inderdaad, ik geloof dat niet. Of u daar consequenties aan moet verbinden, werkelijk waar, ik sta bijna op het punt. Dat is puur omdat ik denk: als je al zegt dat je op bestuurlijke tafels aan de orde stelt dat mensen langer dan 6 maanden in de locatie zitten en dat gemeenten hun verantwoordelijkheid moeten nemen, dan heb je die informatie. Hij is zo eenvoudig, je hoeft helemaal geen persoonsinformatie te delen, alleen het feit wanneer mensen op de Silja zijn gekomen. Dat weten wij, want die mensen zijn op dat moment op Rotterdams grondgebied gekomen. Dus de datum hebben we. We weten uiteraard de basisgegevens van deze mensen, bijvoorbeeld geboortedatum. Meer hoef je niet te weten. Dan hoef je alleen maar te rapporteren: 6 mensen verblijven langer dan 6 maanden. Daar zit geen persoonlijke informatie aan, dus met AVG heb je helemaal niets te maken. Deze informatie is beschikbaar en deze informatie kan eenvoudig gedeeld worden en die informatie is belangrijk. Dat is mijn punt. De VOORZITTER: De heer Ceulemans.

raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2488

De heer CEULEMANS (lr): Deze wethouder heeft helemaal niets te maken met geboortedata van personen in een COA-locatie die niet eens aan Rotterdam toegewezen zijn. Daar heeft deze wethouder helemaal niets mee te maken. Deze wethouder kan die informatie helemaal niet met 1 druk op de knop opvragen. Maar nogmaals, u zei: ik sta op het punt om het te doen. Ik zou zeggen, mijn tip zou zijn, ik moet vandaag kennelijk heel erg op mijn woorden passen, maar mijn tip aan u zou dan zijn: doe het dan, verbindt daar consequenties aan. U beticht een wethouder vierkant van liegen en als u daar geen consequenties aan verbindt, zijn uw woorden vrij weinig waard. De VOORZITTER: De heer Vonk. De heer VONK (cu): Voorzitter, ik hoop nog steeds dat de wethouder uiteindelijk bakzeil haalt en dat die met deze informatie gaat komen. Dat is waar ik op hoop. Dat hij helemaal niets zou weten van die locatie, we krijgen wel rapportage over dat er 600 kinderen op de Silja zitten. Dan weet je dus de geboortedata, anders kun je ook niet vaststellen dat het kinderen zijn. Dus je hebt die informatie. Ik zeg het de hele tijd en u moet dat ook toegeven, ik zou bijna zeggen, anders moet u een keer stil zijn, maar dat ga ik natuurlijk niet zeggen, maar u weet heel goed dat die informatie beschikbaar is en daar vraag ik om.

Daar blijf ik om vragen net zolang tot de wethouder die geeft, want hij heeft die informatie. De VOORZITTER: Afrondend, de heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr): U wilt geboortedata van mensen die op een schip zitten. Wat wilt u daarmee? U begint er zelf 3 keer over. U suggereert van alles, u suggereert dat de wethouder liegt, u suggereert dat hij informatie heeft en dat hij die onder het tapijt schuift en dat hij ten onrechte tegen de raad zegt dat hij dat niet heeft. U zegt: het gaat alleen om geboortedata. Het is me totaal onduidelijk, ook daar ben ik het met de wethouder over eens, wat u er überhaupt mee zou willen als u het al kon krijgen? Dit zijn mensen, daar is Rotterdam op geen enkele manier verantwoordelijk voor. Rotterdam heeft gezegd: wij vinden het goed dat het COA daar dat schip neerlegt, dat daar statushouders op worden opgevangen en als onderdeel van een deal vinden wij dat goede. Dat is wat de wethouder heeft gezegd, verder niet. Verder is het ook geen gemeentelijke verantwoordelijkheid wie daar wordt opgevangen, zeker niet als het mensen zijn die … Ik weet niet, wat is er aan de hand? Is er een intermezzo met de griffie? Van mij mag u 30 seconden hebben. Ik interrumpeer, dus dan krijgt u 30 seconden. Het is mij überhaupt ook onduidelijk wat u met die informatie wil, maar nogmaals, het meest ernstige vind ik dat u de wethouder van liegen beticht.

Nogmaals, u zegt: ik overweeg om er iets mee te doen. Ik zou het echt aanraden. Als u dat niet doet, dan is het ook weinig geloofwaardig dat u die claim maakt. De VOORZITTER: De heer Vonk. De heer VONK (cu): Voorzitter, de vraag over die kinderen, dat is heel simpel, lees het dictum. Ik vraag namelijk in de motie om aan te geven welke mensen er langer verblijven dan 6 maanden en wie daarvan zijn kinderen? Dan moet je natuurlijk wel de geboortedatum van hebben. Die hebben we, anders wisten we ook niet dat er 600 kinderen op de Silja zitten. Zo makkelijk is het, daar hebben we het over. De VOORZITTER: Mijnheer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Voorzitter, ik had een interruptie, maar het wordt misschien een punt van orde. Ik wil toch wel de heer Ceulemans op dit punt gelijk geven. Er wordt inderdaad een wethouder beticht van liegen. Ik kan mij herinneren, in een eerder debat, waarbij een van mijn raadsleden aangaf of een vraag stelde: welk verhaal klopt er, wethouder? Die werd door

raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2489

de voorzitter enorm terechtgewezen en nu wordt er niet ingegrepen. Dat wilde ik wel met u delen, om daar geen willekeur in toe te passen. Mevrouw VLIEGER (gl): Punt van orde. De VOORZITTER: Nu gaan er wel heel veel punten van orde komen. Nu gaan we het debat over het debat voeren. Het wordt echt een metadebat op deze manier. Ik zal proberen daar scherp op te zijn. Ik heb geen aanziens des persoons. Als dat de suggestie is die nu gewekt wordt, dan wil ik dat ook weerleggen. Volgens mij is het debat juist goed gevoerd op het moment en dat de heer -Ceulemans ook de scherpte zocht richting de heer Vonk om te zeggen: luister, kan u dit zo zeggen? Maar als daar problemen mee zijn, ik zal er weer beter op gaan letten. Maar laten we niet het debat op mij gaan afleiden. Ik denk dat het een heel zinvol debat is dat er nu gevoerd wordt. Mevrouw Vlieger. Mevrouw VLIEGER (gl): Volgens mij is het heel duidelijk dat de heer Vonk niet heeft gezegd dat er wordt gelogen en dat de heer Vonk zegt: ik probeer juist nog de dialoog aan te gaan en ik wil horen hoe het zit, want ik denk dat we elkaar wel ergens kunnen vinden. Daarom vind ik dat de woorden die hem nu in de mond worden gelegd ook best ver gaan. De VOORZITTER: Ik vind wel dat we een inhoudelijk goed debat aan het voeren zijn op het scherpst van de snede en we krijgen nu een debat over mij.

Dat mag, maar laten we doorgaan in de inhoud, want volgens mij is dat wat hier nu wel goed gaat. De heer CEULEMANS (lr): Het punt van orde gaat niet over u. Ik heb het niet over u. Mevrouw Vlieger zegt: de heer Vonk wordt hier nu woorden in de mond gelegd. De heer Vonk zei: ik geloof er geen bal van dat u die informatie hebt. Vervolgens zeg ik tegen de heer Vonk: dan beticht u de wethouder van liegen en op dat moment knikt hij. Hij doet het nu weer, dus hij bevestigt mijn suggestie. Dus ik leg hem geen woorden in de mond, hij bevestigt hier ronduit dat hij vindt dat de wethouder ligt en ik vind, op het moment dat een raadslid een wethouder daarvan beticht, vind ik niet per se dat de voorzitter mag ingrijpen, ik vind dat de vrijheid van het debat, maar ik vind het dan wel de verantwoordelijkheid van een raadslid om daar consequenties aan te verbinden. De VOORZITTER: Wij gaan door met het debat. Ik weet niet meer waar we gebleven zijn, eerlijk gezegd. Is de wethouder Helemaal klaar met zijn beantwoording? U hebt nog moties. Dan stel ik voor dat u nu de moties gaat behandelen. Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Wel een punt van orde. Er werd een heel antwoord gegeven aan allen. Ik zei, in het kader van veiligheid. Ik hoef ze niet te hebben, zei ik, maar ik ga er niet voor dat er geen wethouder hier precies weet hoe de wereld in elkaar zit op die boot.

Ik hoef ze niet te hebben, daar gaat het mij niet om, maar ik wil niet een wethouder die suggereert dat hij niets weet. Daar ging het mij om. Het kan toch alleen al in het kader van veiligheid niet anders zijn of de wethouder heeft informatie. Als ik dat krijg, ben ik al tevreden. Want er wordt nu gesuggereerd dat hij er helemaal niets van weet. De VOORZITTER: Mijnheer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk): Dit was geen punt van orde. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Het was wel een punt van orde. Dit heb ik gesteld voordat het aan de orde was en ik stelde nog een keer opnieuw de vraag, omdat ik daar geen antwoord op heb gehad, mijnheer Soytekin. U zit de hele middag al te zitten en nou gaat u in 1 keer aan het springen omdat u in 1 keer uw wethouder moet verdedigen. Snap ik, moet u ook

raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2490

vooral doen, maar laten we het nou wel eerlijk houden. Dit was de vraag die ik zojuist gesteld heb en die herhaal ik nu, omdat ik daar een antwoord op wil krijgen. De VOORZITTER: Helder. De heer SOYTEKIN (denk): Op het moment dat het debat zo'n niveau gaat krijgen, moet je misschien ook wijselijk soms stil zijn. Dus dat raad ik mevrouw Verkoelen ook aan, want die roept dingen als dat de wethouder spuugt op de minister et cetera. Prima, whatever. Op haar vestje, inderdaad. De VOORZITTER: Mijnheer Soytekin, stop even. Mevrouw Verkoelen gaat zitten. Volgens mij zijn de punten helder gemaakt. Iedereen wil terug naar het debat. De heer Soytekin, ik vraag u echt te gaan zitten, want ik had de wethouder het woord gegeven om te starten met de beantwoording van de moties. Er zijn nog een aantal onbeantwoorde vragen, die zou de wethouder ook mee kunnen nemen. Ik wil nu echt de rust in het debat dat de wethouder kan antwoorden, want anders blijven we elkaar in de haren vliegen en dat komt de beantwoording, schat ik in, niet ten goede. Het woord is aan de wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, ik ga toch nog heel kort in op de vraag van de heer Vonk, of eerder een opmerking. Op het moment dat de heer Vonk overtuigd is dat ik die informatie heb en die deel, dan kan ik niets anders zeggen dan: ik zou niet beter weten dan dat ik u maximaal informeer, zeker op dit dossier.

Als u de indruk hebt dat ik wel iets achter de hand hou, dan zou ik niet weten hoe ik dat bij u weg moet nemen. Ik moet het doen met de informatie en de gesprekken die ik heb in regioverband en met COA, vanuit het idee: ik stuur echt aan op gemiddeld zo'n 6 maanden mensen op dat schip hebben en we weten, ook vanuit de ervaring, dat een aantal gemeentes niet voldoen aan een bijdrage om statushouders te huisvesten, want ook dat bespreek je in regioverband. Dat is wel wat je te zien krijgt. Op basis daarvan kun je al de conclusie trekken dat een bepaalde gemeente in de regio, als die niet voldoet aan zijn huisvesting, het waarschijnlijk ingewikkelder vindt om iemand door te laten stromen. Maar dat is gezond verstand gebruiken en niet dat ik van COA iets heb, regelmatig, waar ik lijstjes heb van andere gemeentes waar ik een gemiddelde kan zien. Maar nogmaals, als ik u niet kan overtuigen, dan is dit waar u het mee moet doen. De moties. Wat weet ik nou wat er gebeurt op dat schip? Natuurlijk, voldoende. Het is niet zo dat ik mijn kop in het zand steek en denk: het ligt er en succes. Dat is natuurlijk niet zo. Periodiek heb ik hier het gesprek over. Ik wil echt wel weten, als er zich situaties voordoen, dat ik daar tijdig over geïnformeerd wordt.

Er is geen portefeuille waar ik zowat dagelijks contact over heb, in den breedte, omdat ik het belangrijk vind dat we er draagvlak voor moeten hebben, maar dat we het ook goed met elkaar organiseren. Dat geldt ook voor Silja. U gooit hem op veiligheid, ook daarvan heb ik gezegd, ik dacht dat ik dat had meegenomen in het verhaal van de heer Dekker, daar valt niet over te soebatten. Dus op het moment dat dat aan de orde is, heb je een heel andere discussie met elkaar. Dan de moties, voorzitter. De motie van GroenLinks. We hebben de discussie gehad over de Silja. Ik vind het een creatieve oplossing, geen ideale oplossing, vanuit het idee: het moet wel een doorstroomlocatie zijn, dus die aandacht moeten we hebben. Maar ik ga deze motie ontraden, omdat die vraagt om meteen vanaf 2026 het laatste jaar te hanteren voor die Silja. Dan denk ik dat we helemaal een groot probleem hebben in onze opvangopgave. Het tweede dictum, derhalve direct te starten met het onderzoek van alternatieve locaties op land. Die vraag werd ook gesteld door de heer Vonk. Van bent u al op zoek naar landlocaties? Ook in de commissie aangegeven: we doen niets anders dan continu zoeken naar beschikbare locaties in de stad voor de totale opgave die we hebben. Dan kijken we ook of die geschikt zijn voor een bepaalde doelgroep.

Dat is niet alleen voor mensen die hier naartoe vluchten, maar dat geldt ook voor kwetsbare doelgroepen waar we ook een opgave hebben. Dus we bekijken hem integraal vanuit het college. Dus we zijn al op zoek naar locaties en als die past voor deze doelgroep, zullen we daarover nadenken. Als dat het geval is, zal ik u daar ook over informeren. Dus die motie zal ik ontraden. Dan hebben we een raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2491

motie om in gesprek te gaan met het COA, zeker met die afschaling van VluchtelingenWerk. VluchtelingenWerk blijft wel op dat schip in een afgepelde vorm, dus we zitten daar wel minimaal. Maar ik wil best in gesprek gaan met COA, met het idee: we hebben gezegd, het moet wel rijksfinanciering zijn, het mag niet dan voor Rotterdam, zoals u zelf aangeeft, tot nieuwe kosten voor de gemeente leiden. Dus deze motie kan ik omarmen. Dan hebben we een motie om een advieskader voor wijkraden te ontwikkelen voor de inrichting. Het is een terechte vraag van mevrouw Vlieger van er zijn wel al processen, waarbij je zegt: het loopt goed, maar het kan altijd beter. Dus vanuit die gedachte, mevrouw Maassen, zal ik deze motie omarmen, zodat je daarmee enige uniformiteit kunt creëren. U stelt ook dat het gaat om een advies en niet zozeer om een om een definitief besluit of stem te hebben. Dan kan ik deze zeker omarmen. Dan hebben we een motie van de PvdA, te onderzoeken of leegstaande kantoorgebouwen kunnen worden ingezet. Dat ga ik ontraden vanuit het idee dat ik zei. We zijn echt wel alle panden die we beschikbaar hebben in de stad aan het verkennen voor de totale opgave die we hebben. Dus daarmee is die hij overbodig, dus ontraden. De motie ‘vroeg begonnen, is half gewonnen’ opvang naar werk. Dit is ook een overbodige motie, omdat we dit al op deze manier doen, voorzitter.

Dus deze ook ontraden. Dan een motie heldere garanties voor omwonenden, te garanderen dat de opvangvoorziening voor Oekraïense vluchtelingen echt voor Oekraïners blijft, met de nadruk op zolang het contract duurt. Het werkt vanuit rijksmiddelen ook op die manier, maar ik begrijp de vraag, voorzitter. Dus ik kan deze motie omarmen, juist om het draagvlak te kunnen creëren in die wijk op die manier. Dan heb ik een motie nog van GroenLinks. Sorry, ik heb ze door de war gegooid, denk ik. Demp effect bezuiniging vluchtelingen. Dat is een zelfde, die heb ik net gehad. Het CDA, in overleg met COA en het ministerie duurzame invulling van de spreidingswet. Volgens mij hebben we een uitgebreid debat daarover gehad, hoe ik daartegen aankijk en welke visie ik daarop heb om bij te dragen aan die asielketen. Dus deze ga ik ontraden, voorzitter. Het welzijn van de kinderen die zich bevinden in de gemeentelijke opvang, Child Friendly City Initiative. Volgens mij hebben we net een handtekening gezet met UNICEF om dat als Rotterdam te zijn, daar gaan we naartoe werken. Dat was, volgens mij, een motie van DENK destijds. Dit is een aanvulling daarop, dus ik kan deze omarmen. Dan de motie van Forum, voorzitter. Ik begrijp de gedachte, echter ga ik deze motie ontraden, omdat het een taak is van, in dit geval, echt DT&V, die doet dat ook vanuit de VN met IOM, zoals u zelf aangeeft.

We hebben gezegd, als het gaat om asielzoekers die terug moeten, want als het statushouders zijn, hebben ze het recht om te blijven. Maar de doelgroep waar u naar verwijst, valt in de categorie ongedocumenteerden, dan hebben we gezegd: daar gaan wij geen middelen voor vrijmaken of iets aan doen vanuit het college. Dus om die reden zal ik deze ontraden. Dan heb ik ze gehad, voorzitter. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Nog een veegronde of vragen naar aanleiding van de reactie. De heer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr): Misschien heb ik het gemist, maar heeft u mijn motie nou gehaald of niet? Die werd? Nou, top. De VOORZITTER: Ik kijk of er nog een veegronde nodig is. Dat is niet het geval. Dan is het verzoek ook nog of er behoefte is aan een tweede termijn. Daar is ook geen behoefte. De heer Vonk. Het is nu of nooit. De heer VONK (cu): Voorzitter, het is altijd lastig in deze raad dat je zo snel naar de tweede termijn gaat. Je moet schakelen: wat vind ik hier nou van enzovoort. Het is nogal wat. Het is nogal wat, wat hier allemaal gezegd is en hoe ook moties worden ontraden op grond van de suggestie dat er geen informatie beschikbaar zou zijn van alleen maar het feit wanneer mensen hier op de Silja terecht zijn gekomen, dat weten wij, en wat de geboortedatum van deze mensen is, want we weten of het wel of geen kinderen betreft.

Daar moet ik mij toe verhouden, maar ik heb tijd nodig om dat te laten bezinken. Je kunt zeggen: dien een motie raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2492

van wantrouwen in als je de wethouder werkelijk niet gelooft. Ik heb gezegd: richting dat punt wordt je ook wel gebracht. Ik weet ook dat dat geen enkele zin heeft, zo'n instrument is ook op dit moment, in ieder geval, misschien ook niet sterk. Maar ik ga me hier nog op bezinnen wat ik hier mee moet doen. De VOORZITTER: Anderen een tweede termijn? De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp): Voorzitter, ik begrijp volledig de frustratie van collega Vonk. Ik heb ook begrepen, bij dit debat, dat de COA is de schuld van alle ellende. Ik heb ook begrepen waar COA voor staat: dat is coalitieakkoord. De VOORZITTER: De heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, 1 vraag. Ik was benieuwd, waren er ook alternatieven voor de Silja? Zo niet, wanneer kunnen we daar eens een update over krijgen, want anders zitten we volgend jaar weer met hetzelfde debat en volgens mij hebben we dat al 3 keer gevraagd en komen we geen stap verder. De VOORZITTER: Anderen? Niet. De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Ik dacht dat ik daar, ook in de commissie, richting uw fractie, duidelijk antwoord op had gegeven. Maar ik zal het nogmaals doen, dat wij een enorme opgave hebben in Rotterdam. Dan heb ik het niet over de kwetsbare doelgroep waar we ook een goede voorziening voor proberen te creëren, denk aan daklozen, maar denk ook aan andere kwetsbare doelgroepen.

Maar als ik hem platsla, hebben wij op dit moment 5500 vluchtelingen die wij opvangen in Rotterdam. 5500, waarbij we continu op zoek moeten gaan naar creatieve oplossingen. Dan heb ik het niet over de wettelijke taakstelling waar we reguliere huisvesting voor vinden. Dat zijn ook nog een keer bijna 1000 mensen ieder jaar. Dus op het moment dat wij plek hebben voor 5500 vluchtelingen, ben ik hartstikke blij met de creatieve oplossing waar je in 1 keer 2000 plekken realiseert. We hebben een uitgebreide discussie gehad over dat het niet ideaal is, maar het is wel creatief. Als u mij vraagt: kun je dat nu wegzetten in de stad? Dan zeg ik: ja, dat kan. Dat kan, maar dat gaat wel ten koste van andere groepen. U hebt ook van mij meegekregen hoe wij nu de opgave van Oekraïners aan het vullen zijn, waarvan we zeggen: die groep zetten we weg in kantoorpanden, onder andere kantoorpanden of oude panden gaan we renoveren en om die daar neer te zetten. Daarmee kunnen we de faciliteiten ook op 1 locatie organiseren, zodat die softe landing plaatsvindt in Rotterdam voor die specifieke doelgroep.

Op dit moment kunt u me aanspreken op de opgave dat ik niet voldoe aan 2000 voor Oekraïners, dus alle landlocaties die eventueel beschikbaar zijn voor opvang voor vluchtelingen, gaan die in eerste instantie naar Oekraïners, omdat ik vind dat ik, ook weer vanuit het afspraak is afspraak idee, eerst aan die opgave moet voldoen. Dat is hoe de situatie nu is. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan zijn wij hiermee aan het einde gekomen van het agendapunt 6.5. Dan stel ik voor dat we een kwartier gaan schorsen voor de theepauze, dus dat we om 15.50 uur hier weer terugkomen. Ik schors de vergadering. (De vergadering is geschorst.) Heropening 6.6

Het herziene voorstel tot vaststelling van het gebiedsambitiedocument ‘BloemhofMidden’.

raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2493

De VOORZITTER: We zijn bij agendapunt 6.6, de vaststelling van het gebied ambitiedocument ‘Bloemhof-Midden’. Het is handig als de wethouder er ook is, maar we zijn al 10 minuten te laat. Ik heb al gebeld. Ik zou toch willen voorstellen om wel alvast te beginnen, want er zit in ieder geval 1 wethouder hier die deze vragen kan beantwoorden. Het woord is aan mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, dank u wel. Voorzitter, de hele wijk Bloemhof heeft te maken met bodemdaling, funderingsproblemen, verzakkingen en de noodzaak tot rioolvervanging. Ik herhaal: de hele wijk. Voor ligt nu het gebiedsdocument BloemhofMidden, met daaronder het principebesluit dat het college heeft genomen om in heel Bloemhof de buitenruimte met circa een halve meter op te hogen, tot ongeveer uitgiftepeil, ten behoeve van de rioolvervangingsopgave. Een besluit waar volgens het college geen participatie op mogelijk was. Wel werd door dit college op 18 maart aan alle bewoners van Bloemhof een brief gestuurd waarin gezegd werd: investeer de komende 15 jaar maar niet in uw huis, want we gaan het riool vervangen en de straten ophogen. Beste eigenaar, bewoner, de kosten daarvan mag u zelf dragen. We spraken veel bewoners van Bloemhof en hielden 2 bewonersavonden waar zo'n 100 mensen op afkwamen.

Bewoners maken zich zorgen over de vraag of hun huis er over 20 jaar nog wel staat en ze voelen zich niet gehoord en niet gezien, omdat er een besluit is genomen zonder hen eerst te raadplegen. We hebben als raad een hoorzitting gehad waar ook veel bewoners zich lieten horen, vervolgens een hele dag debat gevoerd, 7 maanden gewacht op verbeteringen van het college en toen weer een hele dag gedebatteerd, maar het college hield zich doof en blind voor de zorgen van bewoners in heel Bloemhof. GroenLinks heeft een aantal grote bezwaren bij dit voorstel, op dit moment en in deze vorm en zullen dit dan ook niet steunen. De gemeente opereert, in onze ogen, solistisch en kiepert een probleem over de schutting bij bewoners. Het besluit was al genomen voordat er ook maar 1 bewoner van Bloemhof met de gemeente aan tafel had gezeten. Dit besluit is tot stand gekomen zonder mogelijkheid tot participatie en zonder een breed gesprek in de wijk met bewoners, de wijkraad en corporaties. Nu ligt er uitsluitend een gebiedsdocument voor Bloemhof-Midden voor. Dat terwijl de gevolgen van dit besluit voor bewoners in heel Bloemhof, met name ook in Bloemhof-Zuid, groot zijn. GroenLinks vindt het de verkeerde volgorde eerst een vergaand besluit nemen voor een deel van Bloemhof, maar zonder perspectief voor een open en transparant gesprek met bewoners, corporaties, het waterschap en anderen.

Bovendien zijn de gevolgen van voorliggende besluiten onvoldoende in beeld. Bouwblokken zijn nog niet ingemeten, de peilniveaus van riool en grondwater niet in kaart gebracht. Wij vinden dat bewoners het recht hebben op transparante informatie, participatie en zeggenschap over een duurzame toekomst van hun woning in hun wijk. Het college schrijft zelf dat er onder bewoners wantrouwen bestaat over de gemeentelijke intenties. Er zijn bewoners die vermoeden dat de gemeente deze kwestie gebruikt als middel om marktprijzen te laten dalen, met als doel woningen goedkoop op te kopen en vervolgens te herstructureren. Deze bewoners maken zich zorgen over mogelijke verdringing. Een andere groep bewoners erkent het probleem en wil weten welke stappen zij nu kunnen ondernemen om met de situatie om te gaan. Zij weten nu niet waar ze aan toe zijn en dat leidt ertoe dat bewoners zelf gaan speculeren met bijvoorbeeld verhalen over sloop. Voorzitter, ik zie niet hoe het college met dit besluit bewoners wel perspectief biedt voor hun woning en hun wijk. GroenLinks, PvdA, SP, Volt en de ChristenUnie vinden dat het anders moet.

Niet nu een ambitie voor een deel van Bloemhof vaststellen, met vergaande consequenties voor Bloemhof-Zuid, maar terug naar de tekentafel om in de juiste volgorde, samen met bewoners, de wijkraad, corporaties en het waterschap te werken aan een routekaart voor heel Bloemhof. Eerst alle informatie op tafel en een breed gesprek, dan pas een besluit. Eerst als gemeente zorg dragen dat alle benodigde informatie voor deze gesprekken op tafel komt, zoals metingen van de hoogteligging van alle bouwblokken, de gevolgen van mogelijk maatwerk voor de riolering en de buitenruimte, het grondwaterpeil, de bouwblokken en de financiële gevolgen voor pandeigenaren. Kortom, een duidelijk toekomstperspectief voor bewoners met een routekaart Bloemhof, een fasering en planning, zodat bewoners en raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2494

corporaties weten wanneer ze aan tafel kunnen en wat ze kunnen verwachten, met als allerbelangrijkste uitgangspunt het belang van bewoners in heel Bloemhof om in hun eigen wijk Bloemhof te kunnen blijven wonen. Hiervoor dienen wij dan ook een motie in: ‘toekomst voor bewoners Bloemhof, volgorde op orde’. De VOORZITTER: De heer De Haan heeft een vraag. De heer DE HAAN (d66): Dank u wel, voorzitter. Ik vroeg me af, want ik heb een iets ander beeld als ik kijk, onder andere op het participatiedocument, dat er is geweest, is dat er wel degelijk heel veel gesprekken hebben plaatsgevonden. Mensen zijn betrokken, dat er nu ook wordt gewerkt met een blok voor blok aanpak. U schetst een beeld alsof er helemaal niet is gesproken, helemaal niets is opgehaald, helemaal niets is gebeurd en geen enkel perspectief wordt geboden. Ik vind het toch lastig te rijmen met het voorstel, zoals ik het heb gelezen, zoals mijn fractie het heeft gelezen, waar er wel degelijk flink is geïnvesteerd in gesprekken, in die participatiemomenten en ook in het bieden van perspectief. De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, ik heb natuurlijk ook gehoord, ook van bewoners in de wijk, dat er wel degelijk gesprekken gevoerd zijn, maar er is geen gesprek gevoerd over de hoogteligging van het riool. Dat is natuurlijk een essentieel punt in dit hele vraagstuk.

Je kunt aan 3 knoppen draaien: je kunt als gemeente op de hoogte van het riool maatwerk toepassen, je kunt als eigenaar maatwerk toepassen over hoe jij je woning met de fundering aangaat en je kunt als waterschap het waterpeil aanpassen. Maar als jij als gemeente de knop waar jij aan kan draaien, als voldongen feit neerlegt, als ononderhandelbaar besluit, dan vind ik dat geen zeggenschap, dan vind ik dat geen participatie, dan vind ik dat je daar de problemen over de schutting kiepert bij bewoners, zonder aan jouw kant van het verhaal het gesprek te willen voeren. De VOORZITTER: De heer Verhoef. De heer VERHOEF (lr): Dank u wel, voorzitter. Voorzitter, ik heb een vraag aan mevrouw Kockelkoren. Ik hoor haar spreken over het waterpeil waar je wat aan kan doen, maar dat is nu juist, volgens mij, het probleem in Bloemhof. Daar is een heel gespikkeld funderingsprobleem: huizen op staal hebben juist een lagere grondwaterstand nodig en je hebt huizen hebben huizen op houten palen, die hebben juist een hogere grondwaterstand nodig. Omdat dat zo door elkaar zit in die wijken, is dat toch geen optie? De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, dat is nu precies het probleem.

Er zijn allerlei variabelen hierin en als je nu het voorstel neemt zoals wij dat neerleggen: eerst een routekaart met per wijk die verschillende aspecten op tafel, met de belanghebbenden, de corporaties, de bewoners en eigenaren, de gemeente en het waterschap, dan kan je per wijk kijken: wat is hier de gunstige mix om aan te draaien. Dan snap ik best wel het verhaal van de wethouder die zegt: sorry, ik wil ook een duurzame riolering hebben, je wilt niet een soort waterbed, van de ene plek is hoog en de andere plek is laag. Maar zeggen dat het niet onderhandelbaar is, geen onderdeel van het gesprek is, terwijl je uiteindelijk weet dat gemeentelijke monumenten daarom de grond inzakken, dat vind ik de verkeerde volgorde der dingen. Ik zou zeggen, je gaat eerst per wijk met de betrokken partijen kijken: wanneer bent u aan de beurt, hoe voeren wij open het gesprek en dan pas neem je een besluit. Dus dit is de verkeerde volgorde. De VOORZITTER: Mijnheer Van Dommelen. raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2495

De heer VAN DOMMELEN (vvd): Dank u wel, voorzitter. Ik heb toch 2 vragen. Allereerst, u doet net alsof de rioolverbetering het probleem van de wijk is. Maar u bent ongetwijfeld, zo ken ik u, ook in de wijk geweest en u hebt ook gezien wat de huidige status is van de wijk, van veel woningen in Bloemhof en dat er überhaupt, los van wat we met die regulering gaan doen, een wijkverbetering nodig is. Dat is mijn eerste vraag. De tweede vraag is: de wethouder komt met een blokgerichte werkwijze, juist om per blok met de bewoners in gesprek te gaan. De wethouder neemt tot 2050. Dat is toch een heel mooi zuiver proces? Wat gaat hier dan mis? Ik snap dat niet goed. De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Op vraag 1, daar begon ik mijn betoog mee. Ik zie heel goed dat er verschillende problemen te tackelen zijn en dat het goed is om daar als gemeente ook een regierol in te nemen en het voortouw in te nemen. Maar 2, wat gaat hier mis? Dat probeer ik nu uit te leggen. Wij halen een aantal zaken naar voren, zonder het perspectief voor een heel grote groep bewoners met dit besluit voor ogen te hebben. Dus als wij dit besluit nemen, heb ik morgen geen verhaal naar bewoners in Bloemhof-Zuid, geen enkel verhaal. De VOORZITTER: De heer De Haan. De heer DE HAAN (d66): Volgens mij is er wel degelijk een duidelijk verhaal. U had het over een routekaart.

Volgens mij hebben we die ook in ons ruimtelijk besluitvormingsmodel. We gaan nu over het gebiedsambitiedocument. Aansluitend gaan we door met de masterplannen, door met de nota van uitgangspunten. Dat is, volgens mij, een heel helder plan waar we aan werken. Wat we, sterker nog, ook doen, is dat we ook nog het blok voor blok hier in kaart gaan brengen, zodat we duidelijk per blok perspectief hebben en vanuit dat perspectief verder gaan werken. De VOORZITTER: Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Maar wat ik zeg, is dat je dat dus nu eerst neer moet leggen. Maak een kaart met welke wijk je wanneer gaat aanpakken. Dan weten bewoners waar ze aan toe zijn, wanneer ze aan tafel kunnen, wat dan de opties zijn die op tafel liggen. Nu gaan we eerst voor Bloemhof-Midden een besluit nemen we hebben een vergaand onderliggend besluit over een riooluitgiftepeil, ongeveer. Dat is dus de verkeerde volgorde. De VOORZITTER: Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda): Voorzitter, de VVD vraagt: wat is er nou mis? De bewoners hebben natuurlijk een brief gehad op 18 maart en er staat heel duidelijk in die brief: ter info, de gemeente heeft al besloten om Bloemhof terug te brengen naar het uitgiftepeil en by the way, zoek het ook zelf uit als je je huis nog bewoonbaar wilt houden. Dat is, volgens ons, niet de juiste gang van zaken. De VOORZITTER: Mijnheer Van Dommelen.

De heer VAN DOMMELEN (vvd): Naar mevrouw Reitema toe: ik denk dat u dan onrecht doet aan alle inspanningen die al geleverd zijn, al heel lang, om met bewoners in gesprek te zijn. Naar mevrouw Kockelkoren toe, volgens mij is het verschil tussen hoe u erin zit en hoe wij erin zitten: u zit er heel procesmatig in. U kijkt naar het proces. Daar mag u van alles van vinden. Ik kijk naar de bewoners. Ik zeg: er is een wijk die echt verbetering nodig heeft, waar echt fors verbeterd moet worden om die wijk weer leefbaar te maken. Er zijn plannen van de woningcorporaties, er zijn voorstellen vanuit de wethouders. Het riool moet verbeterd raadsvergadering van 4 december 2025

Notulen pagina

2496

worden, dat wordt aangepakt, daar wordt de tijd genomen. Er wordt gezegd: we doen dat gefaseerd tot 2050. We gaan daar per blok mee aan de gang. Dat vind ik een heel zuiver proces naar die bewoners toe, juist omdat er zoveel verschillende situaties komen. Dan zegt u, ik vind dat altijd een beetje makkelijk: de participatie is onvoldoende geweest. Participatie is nooit voldoende. Maar juist hier, waarin zo zorgvuldig met die bewoners wordt omgegaan, zit u weer op het proces. Dat begrijp ik niet. De VOORZITTER: De vraag was aan mevrouw Kockelkoren. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl): Voorzitter, ik zit op het verhaal wat we te vertellen hebben aan bewoners nadat we dit besluit zouden nemen. Dat is geen verhaal voor een groot deel van de bewoners in Bloemhof. Dus dat is niet een procesverhaal, je spreekt die mensen, je hoort hun zorgen en wat heb ik dan morgen aan hen te melden als wij dit besluit hebben genomen? Dan heb ik geen duidelijk verhaal. Dan kan ik niet tegen hen zeggen: ik begrijp uw zorgen, maar in juni 2027 bent u aan de beurt om met de gemeente aan de slag te gaan. Dat is mijn probleem hier. Ik wil juist dat heldere verhaal hebben aan bewoners. Daarom snap ik niet waarom we nu een voldongen collegebesluit nemen over dat riool. Ik snap ook niet waarom hier uitsluitend een ambitiedocument voor Bloemhof-Midden voorligt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=e69ffb5e-5b51-4d02-bdd5-b03234d40bc5