20250619- Notulen van de raadsvergadering van 19 juni 2025
Tekst van het document
Havenindustrie, MedTech, maakindustrie, Cleantech, AI, digitalisering. Dat zijn de thema's. Dat zijn niet zaken die wij hier hebben bedacht, maar gewoon echte ondernemers uit onze mooie stad. Ik kijk ernaar uit en ik denk dat dat ook een goede aanleiding is om over life sciences and health verder te praten, want we hebben dat ook al een aantal keren in de commissie gehad. Dan ligt er een mooi rapport aan ten grondslag. Tegelijkertijd zijn we ook met de havenvisie bezig. Het concept komt ook een deze dagen naar u toe en naar alle stakeholders om daar ook op te kunnen reageren. Dat geeft ons allemaal ook richting en ook weer ideeën hoe we onze economie kunnen diversifiëren. Want dat is ook terecht een punt, de heer Van Dommelen, wat u maakt. Dat is eigenlijk ook het antwoord op uw eerste vraag: hoe kijkt u tegen andere sectoren aan dan de traditionele haven en industrie? Overigens, als ik de cijfers goed heb, de haven is inderdaad een beetje in het slop, 0 procent economische groei en de rest van Rotterdam 2 procent. Dus dat geeft ook al aan dat er andere sectoren zijn die het eigenlijk beter doen dan het landelijk gemiddelde. Dus er zijn ook allemaal lichtpuntjes te zien en ook eigenlijk heel mooie voorbeelden van verschillende bedrijven. U raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1155
vraagt ook: waarom participeert Rotterdam in verschillende fondsen? Zoals u weet hebben we vrij bescheiden mensen en middelen als economie en door te investeren in die fondsen gebruiken we ze ook als een hefboom die in goedlopende fondsen, die trekken ook weer privaat kapitaal aan en zo proberen we toch de wensen van die nieuwe economie, de innovatieve economie, de mooie startups die naar scale-ups gaan, om die daarbij te helpen. U kent ze allemaal: IQ, Swanbridge. We hebben ook nog ons eigen fonds, natuurlijk, EFTR, waar ook economische initiatieven uitputten. Dat is 100 miljoen, dus dat is echt een mooi bedrag. Recent hebben we nog fonds SOFIE waar ook 7,1 miljoen in zit voor de bedrijfsruimten. Daar hebben we ook als stad en als college een target opgezet. Sterk live science cluster. We hebben daar ook al uitvoerig over gepraat en daar hebben wij onze krachten en onze middelen op Rotterdam Square ingezet. Dat weet u. Dat is ook in samenhang met Erasmus MC. Die fysieke campus heeft wat vertraging opgelopen. U hebt natuurlijk ook het masterplan wat we hebben behandeld, daar hebben we het ook uitgebreid besproken, maar het mooie is wel dat op korte termijn de 4 plaatsen in Rotterdam worden bekendgemaakt waar ondernemers in de MedTech zich kunnen vestigen, totdat ze straks op de campus van Erasmus MC gaan landen. De VOORZITTER: De heer Van Dommelen.
De heer VAN DOMMELEN (vvd): Dat laatste word ik nou blij van. Dat is heel concreet. Dat zijn de stappen die we moeten maken. TU Delft naar Rotterdam, investeren in die MedTech en die andere sectoren en zorgen voor ruimte, bereikbaarheid, et cetera, et cetera. Dus ik ben blij met dat laatste. Wat ik u nog wel zou willen vragen: die fondsen, dat is allemaal prima, maar waar ik een beetje naar op zoek ben, is welke keuzes maakt u? We kunnen het geld overal in stoppen, maar dan weet u ook dat het versnippert uiteindelijk allemaal wegvloeit. Welke keuzes maakt u? We kunnen wachten op het rapport, ik ben erg benieuwd, maar ik neem aan dat u daar zelf ook wel gedachtes over hebt. Dus waar investeren wij in? Dat was eigenlijk de achtergrond van mijn vraag. De heer SIMONS (wethouder): Twee dingen: dat rapport van de denktank is natuurlijk de visie voor 2040 als het aan onze ondernemers ligt. Ik kan nog een paar concrete voorbeelden noemen van onze fondsen. Het ETFR moge duidelijk zijn, dat zijn alleen maar duurzame en circulaire zaken die we daarmee aanjagen. ICOS, gericht op Cleantech. SOFIE, gericht op bedrijfsruimte. Fonds Vitale Kerngebieden. We hebben vorige week nog een mooi pand op de Nieuwe Binnenweg kunnen openen om ook nieuwe ondernemers die in zo'n plaatje passen de straat een upgrade te geven. Swanbridge. Dat is life sciences and health. IQ Capital, dat zijn scale-ups.
Dat is even op grote lijnen in welke fondsen, alle onderwerpen die ik net noemde, zijn ook de onderwerpen die u gewoon vaak naar voren brengt. Er zijn eigenlijk 2 problemen die scale-ups hebben: dat is 1 ruimte, letterlijk fysieke ruimte en 2 is risicodragend kapitaal. Dat risicodragend kapitaal is in de Verenigde Staten en in het verre oosten ruim aanwezig en hier veel minder. Dus dit soort specifieke fondsen, waar ook vaak private investeerders, in ieder geval een aantal, meedoen, of die investeringen uitlokken, is ook een manier om wat meer risicodragend kapitaal voor die specifieke fondsen of voor die specifieke scale-ups te krijgen. De VOORZITTER: De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd): Wellicht nog een suggestie, voorzitter, richting de wethouder. Ik weet dat er ook particulier best wel veel initiatieven worden genomen om fondsen aan te trekken. Ik weet bijvoorbeeld van Platform Zero, dat zult u kennen, dat ze bezig zijn om een fonds van 100 miljoen, een Europees fonds, op te zetten voor de maritieme industrie. Wat ik mooi zou vinden als u met dit soort partijen in gesprek gaat en zegt: wat kan de gemeente bijdragen, niet in geld, maar hoe kunnen wij bijdragen om dit tot een succes te maken? Om zo’n fonds voor Rotterdam ook dan een succes te maken. raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1156
De VOORZITTER: De wethouder. De heer SIMONS (wethouder): Nee. Het fonds wat u ook noemt, hebben we mee helpen oprichten. Volgens mij een van de bekende investeerders in de Rotterdamse maritieme maakindustrie is Peter Goedvolk. Die is er, volgens mij, ook bij betrokken. Dus dank u wel voor uw steuntje in de rug, zo zie ik het, uw advies en dat pakken we zeker verder op. Krijgt de wethouder signalen van ondernemers die zich zorgen maken en omzet verliezen? Dan krijgen we eigenlijk een aantal clusters, dat was de vraag van de heer Soytekin. Een deel van de horeca heeft nog problemen. Die moeten de schulden vanuit de coronatijd, de belastingschulden voornamelijk, terugbetalen. Dat is best nogal ingewikkeld. Marktondernemers, in ieder geval een aantal marktondernemers hebben gewoon echt te maken met de concurrentie van webshops, met idioot goedkope spullen. Ook ondernemers met de stijgende huurprijzen in sommige winkelcentra. Maar goed, daar hebben we dan weer de vitale kernenaanpak bij. Dat zijn een aantal dingen die ik terugkrijg en die zijn ook heel herkenbaar. Dan de heer Oostdijk. U vraagt: zorgelijke signalen vanuit het bedrijfsleven over stijgende kosten door klimaatmaatregelen.
Daar is eigenlijk geen eenduidig antwoord op te geven, want we hebben in de haven eigenlijk 12 miljard op de plank liggen van bedrijven die juist willen investeren in de groene industrie, noem ik het maar even, ik sla het helemaal plat. Dan kunt u denken aan sustainable aviation fuel. Alleen, ironisch genoeg, die kunnen letterlijk niets doen zolang de stikstofproblematiek niet is opgelost. Want na de uitspraak in december ligt alles stil. Dat is echt een heel zorgelijke zaak en ik hoop ook dat het kabinet, demissionair of niet, dat zo snel mogelijk oppakt met ontheffingen voor dat soort groene projecten. Klimaatmaatregelen. De netcongestie heeft natuurlijk twee kanten. De elektrificatie is natuurlijk ook op gang gekomen door de Oekraïne-crisis met een enorm stijgende gasprijs. Dus toen hebben bedrijven eigenlijk massaal gezegd: wij willen elektrificeren. Burgers gingen steeds meer zonnepanelen op hun dak zetten en toen kwamen er toch wel een beetje achter, ik vond het heel ontluisterend, want we zijn er al 10 jaar aan het roepen, dat ons net niet voldoende capaciteit had. Dus dat heeft er wel mee te maken, maar het had, naar mijn bescheiden mening, met iets meer visie ook voor een deel kunnen worden voorkomen. Dat zijn de dingen die het vestigingsklimaat wel onder druk zetten.
Maar aan de andere kant zijn er ook heel veel bedrijven die juist in nieuwe technologieën willen investeren, scale-ups, startups. Ik zeg ook altijd: sommige mensen zijn nog wel eens bang dat er nieuwe fossiele bedrijven terugkomen in Rotterdam, raffinaderijen. Dat kun je helemaal vergeten. Die gaan allemaal naar Afrika, naar Azië, minder toezicht, dan kunnen ze productie draaien, die komen nooit meer terug. Elke fabriek die nu weggaat, kreeg ik ook de vraag nog gisteren, van: die landen toch wel ergens anders in Europa. Het antwoord is nee, een enkele uitzondering daargelaten. Die bedrijven zijn voorgoed weg. Maar goed, ik zal het nog maar een keer zeggen en ik was eigenlijk van plan om er niets over te zeggen, want ik heb er al veel te veel over gezegd, ik ben met de heer Van Dommelen eens, we moeten ook een beetje de spirit hooghouden en ook vanuit het glas halfvol. Dan heb ik nog de heer Vonk over het college met een plan om de collegedoelen wel te halen. Volgens mij heeft mijn collega Van Rij daar al iets over gezegd. Elke wethouder kan nog iets over zijn eigen collegetargets zeggen. Ik heb er 2: bedrijfsruimte, die gaan we halen en 75 procent van de plannen uit de wijken, we staan nu op 74 procent. Die gaan we ook halen. Voor de andere specifieke targets verwijs ik naar de wethouders die daar aan het roer staan. Voorzitter, dat waren de vragen.
De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan is nu het woord aan de heer Versnel. De heer VERSNEL (wethouder): Dank u wel, voorzitter. Over 1 van die targets gesproken, het target om het aantal mensen in de bijstand terug te brengen naar 30.000. Er is natuurlijk ook door een aantal van u op gewezen dat we die mijlpaal in het afgelopen jaar niet hebben gehaald. Daar kunnen we kort over zijn: dat is ongelooflijk vervelend. Ik baal daar zelf ook zeer van. Dat kunt u van me aannemen. Een heel aantal van u weet dat je mij op elk moment van de week kunt bellen en dan heb ik het actuele getal voor u paraat, vandaag is dat 32.236. raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1157
Dat is nog steeds te veel, in allerlei opzichten. Het is hier vandaag over de economie gegaan. Welke ondernemer je ook spreekt, een van de belangrijkste knelpunten voor groei, op dit moment, is beschikbaarheid van werknemers, van personeel. Dat is een heel belangrijke reden om te zorgen dat we de menskracht die we in onze stad hebben, echt volledig slagen in te zetten. We weten: van die mensen die nog in de bijstand zitten, kan niet iedereen vandaag of morgen werken, maar een heel grote groep wel. Dus we hebben de opdracht om te zorgen, alleen al vanuit economisch belang, dat zoveel mogelijk van die mensen weer lekker aan de slag gaan. Het gaat natuurlijk ook om het belang van die mensen zelf. Wij geloven met zijn allen dat, het is hier vandaag gegaan over veerkracht en over het glas halfvol, wij geloven dat mensen het in zich hebben om tegenslag te overwinnen. Dat is ook iets wat de mensen in de bijstand over het algemeen kenmerkt, dat ze te maken hebben gehad met een forse portie tegenslag waardoor ze in die bijstand terecht zijn gekomen. Mijnheer Roskam vroeg: wat zeg je dan tegen die mensen? Tegen die mensen zeggen wij: wij trekken alles uit de kast om jou te helpen om hier weer uit te komen.
Ik zeg tegen mensen: je moet nooit jezelf laten aanpraten dat de mooie, fijne dingen van het leven niet voor jou zijn en dat jij genoegen moet nemen met die troostprijs die de bijstand is. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen het in zich heeft om volledig tot zijn recht te komen, met goede hulp, en aan het werk te gaan en ook een beetje van het goede leven te kunnen genieten. Dus dat is waar wij alles voor uit de kast trekken. We doen in Rotterdam meer dan welke andere gemeente dan ook en ik ben zeer ontevreden met het resultaat dat we de mijlpaal niet hebben gehaald, maar waar ik enige troost uit put en waardoor ik ook mezelf toesta om wel gewoon te slapen ‘s nachts is dat we desondanks landskampioen zijn geworden als het gaat om uitstroom uit de bijstand in 2024. Geen enkele andere gemeente deed het beter dan wij. Sterker nog, waar in heel Nederland de bijstand toenam, bleef die bij ons in Rotterdam stevig dalen en binnen Rotterdam, in Rotterdam-Zuid, mede dankzij het NPRZ, zelfs het sterkst. Dat is omdat we hier echt kiezen voor een positieve benadering van mensen. We trekken alles uit de kast, maar we zijn ook streng waar het moet. Dus als wij zien dat je wel kunt, maar je vertikt het, dan zitten we er ook heel kort bovenop.
En we zorgen dat het kleine aantal bijstandsgerechtigden die denken dat ze niet hoeven uit te stromen omdat ze prima naast de uitkering een beetje zwart kunnen bijverdienen, daar zitten we met onze fraudeaanpak heel kort bovenop. We zien dat die combinatie heel goed werkt. Beter, in ieder geval, dan wat de rest van Nederland heeft gepresteerd in het afgelopen jaar. Daarmee blijft staan dat we nog een lange weg te gaan hebben. U kunt mij daar op elk moment van de dag op aanspreken dat we vol gas geven, met maximale ambitie, om te zorgen dat zoveel mogelijk mensen die tegenslag overwinnen en weer aan de bak komen en samen met ons aan een nog sterkere stad bouwen. Dank u wel. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan is de volgende spreker wethouder Kasmi. De heer KASMI (wethouder): Klopt, voorzitter. Ik heb op mijn portefeuille 1 vraag, welgeteld, gehoord. Die kwam van de heer Van der Velden van de fractie van de Partij voor de Dieren. Uw vraag ging over de Rivièrahal. Ik zie u ja knikken. Dat ging om die 900.000 euro, hoe dat precies zat. We hadden begroot, in 2024, dat er een eerste aanvraag zou komen vanuit het Diergaarde Blijdorp voor de renovatie van de Rivièrahal. Deze aanvraag is nog niet gedaan in 2034, dus die middelen blijven gereserveerd in de bestemmingsreserve voor Diergaarde Blijdorp.
In de gesprekken die we nu hebben met Diergaarde Blijdorp blijkt dat ze hoogstwaarschijnlijk in 2025 alsnog die eerste aanvraag gaan doen. Dus dat is antwoord op de vraag van de heer Van der Velden. Dat was ook de enige vraag die ik had op mijn terrein, nogmaals, voorzitter. Dank u. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan is het woord aan wethouder Achbar. De heer ACHBAR (wethouder): Dank u, voorzitter. Ik had een zevental vragen, dus iets meer dan de heer Kasmi. Ik begin even bij GroenLinks, die had een vraag gesteld, in eerste instantie, over het artikel 213a-onderzoek. Daar heeft, volgens mij, de heer Van Rij ook al raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1158
antwoord op gegeven. Uw tweede deel van de vraag was: kan ik even reflecteren op het proces van Dona Daria. Ik heb u daar natuurlijk als raad over geïnformeerd op 19 maart. Er is voor de opdracht aan Dona Daria altijd goed contact geweest met Dona Daria via de accounthouders. Ook als het gaat om de operationele, tactische en strategische overleggen liep dat ook gewoon goed. Tot januari 2025 heeft Dona Daria in geen van deze overleggen aangegeven dat ze serieuze verliezen hadden en daarmee eventueel in financiële problemen zaten. Wat er wel gebeurd is, dus vanaf begin 2024 geen signalen dat Dona Daria voorschotten op subsidies of termijnbetalingen op opdrachten te laat zou ontvangen, hetgeen is wel nagekeken, en bij nader inzien niet aan de hand bleek te zijn. Andere signalen over serieuze financiële problemen waren toen ook bij ons niet gemeld of bekend, ook niet door Dona Daria zelf. U hebt een motie aangenomen: evalueer accounthouderschap Dona Daria. Deze probeer ik een deze dagen uw kant op te sturen. Dan de opmerking van de heer Tak over gebrek aan voortgang op welzijn. Ik vind dat het juist heel goed gaat op welzijn, als ik eerlijk mag bekennen. We hebben een minimale onderbesteding op de portefeuille preventie en welzijn.
Dat geeft dus aan dat al het geld wat er is ook maxima wordt uitgeven, een lagere vaststelling van subsidies verstrekt in het voorgaande jaar heeft geleid tot een terugvorderingsresultaat wat eigenlijk ieder jaar zo is. Alleen ook in dit jaar zie je dat deze echter zeer minimaal is. De onderbesteding is vervolgens gebleven binnen het begrotingsprogramma zorg, welzijn en wijkteams, waar uiteindelijk op programmaniveau geen onderbesteding was. In de voortgangsbrief welzijn staat welke resultaten zijn geboekt voor de welzijnsopdracht en hoe we de monitor, waaronder ook welzijn valt, gaan delen met de raad. Daar hebt u ook deels raad een bijdrage aan geleverd hoe daar vorm aan geven. Deze voortgangsbrief wordt voor het reces verstuurd in verband met de beschikbaarheid van cijfers van de aanbieders. Hierin worden ook de moties betrokken over doelen en hoe we daarop sturen. In de brief wordt dat toegelicht en aangeven welke activiteiten, resultaten, prestaties, zijn afgesproken en worden uitgevoerd. We zien nu al even een situatie waarbij we zouden gaan voorstellen om volgend jaar het proces iets anders in te richten om resultaten eerder in het jaar zichtbaar te kunnen maken. Want uit de cijfers blijkt dat afspraken zijn nagekomen. Ik zag net ook een overzicht van de heer Vonk als het gaat om het behalen van een aantal doelen.
Ik zag sportdeelname wegstreept en jeugdpreventie doelstelling collegetarget jeugd preventie zou een groen vakje moeten zijn, dat geldt ook voor sportdeelname. Het was geen vraag, maar dat had te maken met uw plaatje waarbij er werd gevraagd van hoe loopt het nu met doelstellingen en targets. Dus de collegetargets lopen gewoon op schema. Over uw motie ‘afspraak is afspraak’ heb ik ook in de commissie gezegd: dat is een terecht punt, heeft te lang laten liggen. Maar ik kan u verzekeren dat deze motie inmiddels echt uw kant aan het opkomen is. Het was ook even zo omdat we goed inzichtelijk wilden maken wat voor impact dat heeft. Maar zoals u weet is dat de subsidie aan UVV in 2025 verlengd is op grond van een motie die destijds is ingediend door uw raad. Zodoende kunnen er niet echt verschuivingen te zien zijn vanwege deze partij. Het afdoeningsvoorstel zal ook uitgebreid ingaan op de stand van zaken bij Zorgzaam010. De VOORZITTER: Mijnheer Tak. De heer TAK (pvda): Dank u wel. Goed om te horen dat er voortgang is. Het is natuurlijk niet zo dat de UVV de enige was. Er was ook een subsidie voor bijvoorbeeld Big Friends. Vorig jaar gaf u hoog op over Zorgzaam010, dat is ook de titel ‘afspraak is afspraak’. Dus u had een bepaalde belofte gedaan aan deze gemeenteraad.
Dus ik hoop ook, en ik zou graag ook een concept van de afdoening ontvangen zodat we in ieder geval kunnen kijken of wat u in gedachten heeft, in lijn is met wat wij verwachten, maar we verwachten wel, volgens mij had ik de Omnibusenquête in het dictum genoemd, dat u ook echt met meetbare getallen terugkomt, zodat we ook kunnen zien van is dat Zorgzaam010 niet uiteindelijk een veel duurdere oplossing en hadden we beter gewoon die vrijwilligerssubsidies overeind kunnen houden.
raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1159
De VOORZITTER: De wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Dat eerste, dat kan. Ik kan u het concept even laten zien en kijken of dan in uw behoefte voorzien wordt. Echter wil ik wel, daarom maak ik ook die kanttekening, de opmerking die ik toen maakte van op moment dat er full focus op Zorgzaam010 ingezet zou worden, dan zal je wellicht een verschuiving hebben gehad als UVV niet zou bestaan. Maar we hebben ervoor gekozen, door middel van een motie, om UVV voort te zetten. Dan zal je natuurlijk wel kleinere verschillen zien, want dan zijn er nog steeds gewoon twee partijen. Je ziet wel wat positieve ontwikkelingen rondom Zorgzaam010, maar dat krijgt u dan ook te zien in het afdoeningsvoorstel. De VOORZITTER: Mijnheer Tak. De heer TAK (pvda): Dank u, voorzitter. Daar zie ik dan inderdaad naar uit. Waar ik ook vooral kritisch naar zal kijken, is of de oplossing die we nu hebben gekozen niet per saldo het kind met het badwater weggooien is geweest en we eigenlijk in een duurder systeem terecht zijn gekomen, terwijl we eigenlijk tegelijkertijd de UVV niet perspectief hebben geboden. Want ja, die hebben ook nu maar voor 1 jaar geld gekregen en dat lijkt mij voor de UVV ook niet een ideale situatie. De heer ACHBAR (wethouder): Waarvan akte, voorzitter.
Dan de volgende vraag van de heer Tak over de middelen die zijn overgehouden binnen het programma voor opvang Oekraïners, het bedrag van 8 miljoen. In de commissie heb ik al aangegeven: dat is geoormerkt geld vanuit het rijk, realisatie van opvang voor Oekraïners. We hebben natuurlijk ook gewoon de afspraak dat als de middelen niet ingezet worden en overblijven, door efficiëntie, want het is namelijk zo dat wij gewoon een norm bedrag krijgen van het rijk per Oekraïner die we hier huisvesten. Dat hebben we kunnen doen met minder middelen, wat maakt dat we een flink bedrag hebben overgehouden van dat normbedrag en dat laten wij dan ook terugvloeien naar de algemene middelen. De VOORZITTER: Mijnheer Tak. De heer TAK (pvda): Voorzitter, u had ook een andere keuze kunnen maken. Daarom stel ik deze vraag. Niet omdat u het bedrag direct anders had kunnen bestemmen, want het is inderdaad geoormerkt, dat klopt. Op een gegeven moment weet u: ik ga geld overhouden, dus dan kan je ook ergens anders een klein tekort eigenlijk goed maken. De reden dat ik dit vraag is: voor die 18 miljoen euro had u elders in uw portefeuille, we hadden het al over die pijnlijke bezuinigingen in uw portefeuille, had u natuurlijk uw hand kunnen opsteken, achter die collegebank, en zeggen: aan deze kant weet ik eigenlijk wel op een heel efficiënte manier invulling te geven aan dit geld.
Gunnen jullie het mij om dan alsjeblieft wat meer ruimte te nemen om bijvoorbeeld die subsidies voor vrijwilligerswerk overeind te houden? Ik snap alleen niet zo goed waarom u dat niet heeft gedaan. De heer ACHBAR (wethouder): In eerste instantie, het is een specifieke uitkering en we kunnen dus niet zomaar deze middelen zonder meer inzetten voor een ander doel. De afspraak die we ook binnen dit college hebben, is op het moment dat er middelen overblijven binnen je programma’s, dat je dat terug laat vloeien naar de algemene middelen en dan collectief daar het gesprek over voert. Zoals u weet dat is dan het gesprek wat we over twee weken gaan voeren tijdens de voorjaarsnota, dat daar enige keuzes in zijn gemaakt over heel specifieke partijen die u ook noemt in uw bijdrage. De VOORZITTER: De heer Tak.
raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1160
De heer TAK (pvda): Dank u wel. Het is een heel procedureel antwoord om te zeggen dat u dus niet zelf uw hand heeft opgestoken. Kijk, er zijn afspraken en u kunt gewoon op ieder moment dat u zelf wil, als wethouder, het gesprek aangaan met uw collega’s. Als ik heel eerlijk ben, klinkt dat niet als een onredelijke vraag. Het zit binnen uw eigen portefeuille. U doet de Oekraïne opvang. U haalt de doelstelling niet, maar goed, dan nog steeds, al had u wel de doelstelling gehaald, had u waarschijnlijk nog steeds heel veel geld overgehouden. U doet dat kennelijk heel goed. Dan denk ik dat het geen onredelijke vraag is aan uw collega als u zegt van: kan ik wat coulance van u krijgen? Ik vind het in die zin dus heel veelzeggend dat u dus op dat moment niet denkt: laat ik mijn uiterste best doen voor die organisaties die die noodkreet hebben gedaan vorig jaar, want die rekenen op dat moment eigenlijk wel op u, wethouder. De heer ACHBAR (wethouder): Niet alle partijen die die noodkreet hebben gedaan, hebben we gehoor aan gegeven. Maar zoals u weet: in de voorjaarsnota staat een partij nog genoemd. Dus er is weldegelijk een hand opgestoken. Ik opereer niet als individueel collegelid. We doen het als college in het geheel, we hebben uitdagingen als college.
Natuurlijk neem je als wethouder je eigen verantwoordelijkheid, maar ik vind het te simpel om te zeggen: ik focus me op mijn eigen eilandje en ik heb nu geld en ik laat mijn collega doodbloeden omdat hij het wat moeilijker heeft op zijn begroting. Ik vind dat wij in gezamenlijkheid een goede financiële presentatie moeten neerleggen. Daar draag ik aan bij op mijn manier. En ja, ik steek mijn hand op waar nodig en zoals u kunt lezen, doen we dat zeker voor heel veel partijen in de stad, ook voor UVV. De VOORZITTER: De heer Tak, afrondend. De heer TAK (pvda): Voorzitter, afrondend inderdaad. Deze wethouder heeft twee belangen te wegen. Enerzijds het belang van het proces respecteren wat u met het college heeft afgesproken. Anderzijds de noodkreet uit de stad die vorig jaar zo luid hier in dit stadhuis te horen was. U legt die noodkreet naast zich neer voor de procesafspraken van dit college, waarvan akte. De heer ACHBAR (wethouder): Voorzitter, toch een korte reactie daarop. Dit is 1, 2, 3 partijen die hier een noodkreet hebben laten horen. Echter hebben wij honderden partijen in de stad die we fantastisch bedienen binnen allerlei verschillende programma’s. En ja, elke noodkreet moeten we serieus nemen, dat doen we ook. Alleen de realiteit geeft dus ook aan dat we niet alle partijen tevreden kunnen stellen en dus keuzes moeten maken op het moment dat het moeilijk wordt.
Dat hebben we gehad. Nu is er iets meer ruimte en zie je dat er ook wat meer ruimte gecreëerd wordt als dat kan. Dan heb ik een motie van DENK als het gaat om de inzet van in gesprek gaan met welzijnsaanbieders om de openstelling van huizen van de wijk en jongerenhubs uit te breiden. Dat lijkt me een goede gedachte. Wetende dat binnen de aanbesteding er een beheerder is voor 36 uur. Dat kan natuurlijk beperkt zijn, zeker als je wil dat er een bruisend huis van de wijk is of een jongerenhub en er veel partijen zijn die op zoek zijn naar ruimte, lijkt me dit alleen maar goed om hiermee het gesprek aan te gaan met welzijnsorganisaties en dit extra stimuleren. Dus ik kan deze motie omarmen. Dan, voorzitter, een vraag van de heer Oostdijk als laatste vraag. Welke impact hebben inclusieprogramma’s? We informeren u jaarlijks over de resultaten en de impact van het actieplan samenleven. Dit beleid en alle beschreven maatregelen dragen bij aan maatschappelijke bewustwording, over bijvoorbeeld discriminatie, en dialoog en samenwerking in het tegengaan van discriminatie.
We realiseren ons echt wel dat de effecten met name kwalitatief van aard zijn en lastig in cijfers of indicatoren te vatten zijn, maar we hebben zeker wel feitelijke monitoringsinstrumenten, zoals het wijkprofiel, discriminatiemonitor met alle discriminatiecijfers, Omnibusenquête en we evalueren ook onze subsidieregeling samenleven structureel. Dat waren mijn vragen, voorzitter.
raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1161
De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan vraag ik wethouder Zeegers of zij kan antwoorden. Mevrouw ZEEGERS (wethouder): Dank u wel, voorzitter. Er is het een en ander gezegd en gevraagd over de woningbouw. Even in zijn algemeenheid hebben we natuurlijk gezien dat we verleden jaar een enorme spurt hebben gemaakt naar extra woningen, start bouw extra woningen, maar dat we wel een jaar daarvoor hadden waarin, en eigenlijk ook het jaar daarvoor, waarin het wat moeilijker ging vanwege bouwkosten, rentestijgingen et cetera. Dus dat is wel een dipje dat we nu echt in te halen hebben. Onze ambities zijn hoog en ons optimisme ook. We hebben voldoende vergunningen, dus als iedereen bouwt die een vergunning heeft, dan gaan we onze target ook halen. Maar dat hebben we niet altijd helemaal zelf in de hand. Tegelijkertijd stuur ik daar natuurlijk wel op. Dat was eventjes algemeen op de reactie op de bouwtargets en de vragen die daar bij verschillende partijen over zijn gesteld. Dank ook voor de complimenten die daar zijn gegeven. Dat wordt natuurlijk altijd zeer gewaardeerd en dat zal ik ook doorgeven bij de mensen die daar zo ontzettend hard aan werken binnen de ambtelijke organisatie. Ook bij de heer Dekkers van Volt, u maakt zich daar zorgen over, ook over die studentenkamers, studentenwoningen, et cetera. Daar hebben we het ook in de commissie over gehad.
We hebben een planvoorraad van ongeveer 2300 studentenwoningen. Zo hebben we dat ook in ons definitieboekje opgenomen. Dus dat is hoe de rekenkamer ook kijkt. De rekenkamer telt de woningen, maar daar kunnen zowel zelfstandig als onzelfstandig in zitten, dus kamers of woningen, het is een geheel. Maar wij sturen op die 2300. Ons target is 1600 en ook dat hopen we nog te halen. Dan heb ik vragen van de VVD over wonen en scheefwonen. We zien dat het scheefwonen in Rotterdam in 2022 12 procent was. Dus u hebt inderdaad wel een punt te pakken dat daar mogelijkheden zijn om daar verbetering in aan te brengen. Daar hebt u ook een motie voor ingediend ‘pak scheefwonen aan’. U zegt ook om met de prestatieafspraken daar gewoon meer afspraken te maken over die inkomensafhankelijke huurverhoging. Dat is heel goed mogelijk, dat kan ik zeker doen. Dus daarvoor oordeel raad. Dan hebben we nog DENK, de heer Soytekin. U vroeg over dat keurmerk. Dat ging over een keurmerk over goed verhuurderschap, maar ook over discriminatie. Dat wij zouden aansluiten bij keurmerk. Daar heb ik 23 april een brief over gestuurd naar de raad over hoe we daarmee omgaan. Er is een landelijk keurmerk, SCVM, Stichting Certificering voor Makelaars. Daar is ook het platform verhuurders in Rotterdam bij aangesloten.
Wat wij ook zeggen tegen de verschillende, want we hebben de PPVR en nou ben ik even de naam van die andere vergeten, maar van de verhurende makelaars en het platform verhuurders van Rotterdam. Die twee platfora hebben wij ook gevraagd: promoot dit vooral bij jullie leden. Dat is ook wat zij doen. Hun inzet is dat hun leden eigenlijk allemaal aangesloten zijn bij dat keurmerk. Dat keurmerk zit op trainingen, certificering ook en er is ook tuchtrecht afgesproken. Dus de aangesloten makelaars moeten echt voldoen aan de wetgeving die er is, waaronder dus ook wetgeving om discriminatie tegen te gaan en het is ook mogelijk om binnen dat keurmerk ook een systeem van handhaving in te hebben. Dus dat staat uitgebreid omschreven in de brief die ik u op 23 april heb toegezonden. Dus daarmee hoop ik daar ook mee aan te hebben voldaan. Dan is er nog een vraag van FvD over de huisvesting van statushouders. Statushouders zijn Rotterdammers, zijn welkom in onze stad, zoals iedereen die een huis zoekt. Er is inderdaad een enorme druk op de woningmarkt. Dat geldt voor alle Rotterdammers dat heel veel mensen moeten wachten op een woning. Dus voor iedereen geldt dat daar gewoon helaas wachttijden zijn. Daarom is het ook zo belangrijk dat wij vaart maken in die woningbouw, ook sociale woningbouw, ook in het middensegment, alle segmenten eigenlijk om wijken voor iedereen te hebben.
Daar zijn we hard mee aan de slag. De VOORZITTER: Heel veel dank. Dan is het nu het woord aan wethouder Buijt. De heer BUIJT (wethouder): Dank u wel, voorzitter. Ik kan, bij wijze van uitzondering, volgens mij heel kort zijn. Ik heb een collegetarget: 20 Thuisplusflats en 10 nieuwbouw. Die 20 hebben we, bij die 10 nieuwbouw staan we op 9, dus het wordt heel spannend of dat cijfer raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1162
3 naar een 3,5 á 4 gaat, mijnheer Vonk, maar ik hoop het echt met mijn target iets op te plussen. Ik heb 1 concrete vraag gehad en ik had een opmerking van mevrouw Verkoelen waar ik op aansloeg, het was er maar een. Maar zij is er nu niet, dus ik weet niet of ik dan, het was een opmerking, het was geen vraag van haar. Anders had ik geweten dat ze in de kamer meekeek, maar nu is het eigenlijk meer een reactie daarop. Zij zei, ik vind het toch leuk om te zeggen, ouderen kunnen in deze stad nergens terecht. Dat vond ik echt een diskwalificatie van het huidige ouderenbeleid en ik had nu een hele opsomming wat we allemaal voor ouderen doen, maar die laat ik dan voor u achterwege, want ik zie ook dat de meeste, volgens mij, snakken naar het avondeten. Ik had 1 concrete vraag van mijnheer Biljoen genoteerd. Hij vroeg: waarom hebben we die PGB-fout, die vorig jaar in de voorjaarsnota is geslopen, niet meerjarig verwerkt? Er is vorig jaar voor gekozen om onvermijdelijke ramingsbijstellingen die meerjarig waren, alleen incidenteel nu te verwerken. Dat is een algemene afspraak geweest, dus dat gold ook voor andere zaken. In deze kwam er nog specifiek bij, er is ontzettend veel aan de hand in het PGB-veld. Er vindt een verschuiving plaats van PGB naar ZIN en ook daardoor waren ze onzeker hoe hoog dat bedrag zou zijn.
We zien nu ook dat dat bedrag inmiddels is bijgesteld naar rond de 10 miljoen. Het was eigenlijk 14 miljoen, het is nu 10 miljoen en we hebben hem nu bij de huidige voorjaarsnota wel meerjarig verwerkt. Dat is eigenlijk het antwoord op de vraag die u had. Ik heb in de commissie, die wil ik hier nog 1 keer herhalen, omdat het veel over de GRJR is gegaan. Ik heb de toezegging gedaan om te onderzoeken, want u had het daar ook nog over, mijnheer Biljoen, of we de cycli beter op elkaar kunnen afstemmen, want nu is dus, doordat de GRJR later in de boeken sluit dan de gemeente Rotterdam, hebben we dus nu net deze issue over dit bedrag. Als het beter aansluit, zou dat wellicht voorkomen kunnen worden. We hebben wel te maken met wettelijke regelgeving, wat we niet zomaar kunnen veranderen. Het is aan de andere kant wel zo: Rotterdam is natuurlijk twee derde van de GRJR. Dus we hebben daar wel natuurlijk een stem in het geheel. Dus ik heb die toezegging in de commissie gedaan om mijn best daarvoor te gaan doen. Die kom ik ook na, die toezegging. Alleen ik kan nog niet beloven hier dat het ook daadwerkelijk gaat lukken. Dat was het, voorzitter. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan vraag ik nu wethouder Lansink-Bastemeijer. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Dank u wel, mevrouw de voorzitter.
Laat ik eerst naar mijn collegetargets gaan, maar alvorens ik daarnaartoe ga, wil ik natuurlijk de COR ongelofelijk bedanken voor hun inzet. Dat doe ik met een warm hart als oud COR-lid nog in het boekje waar u vandaag over rapporteert en waar we vandaag ook over de discussie hebben. Dus ik voel me daar toch ook een beetje medeverantwoordelijk voor, met twee petten op vandaag. Eventjes naar de collegetargets. Op schoon hebben we nog een tandje bij te zetten. Ik ben daar met een brede analyse bezig. Juist ook om niet te denken dat het met extra schoonmaak zomaar is opgelost. Daar zitten toch een aantal dynamieken in waarin ik wat meer verdieping in wil aanbrengen. Daar ben ik afgelopen weken eigenlijk al mee bezig geweest. Een van de zaken is bijvoorbeeld dat verstedelijking eigenlijk onvoldoende mee wordt gewogen in budgetverhoging, dan wel inzetverhoging. Dat doen we wel bij areaaluitbreiding, maar niet bij verstedelijking. Ik wil weten wat het effect op mijn inzet daarop is en of dat niet een soort van homeopathische verdunning is die daardoor ontstaat, waardoor we steeds meer moeten doen met steeds dezelfde mensen. Een ander effect waar ik wat breder naar aan het kijken ben, is de wijken waar veel wordt in en uit verhuisd. Ik heb veel wijken waar nou zo ongeveer een derde van de bewoners vertrekt binnen een jaar, of na een jaar.
Dat betekent: in 3 jaar tijd hebben we gewoon een compleet nieuwe straat, waarin we continu ook moeten investeren in voorlichting, in hoe doe je dat nu, hoe biedt je het vuil aan, wanneer komt het grofvuil, moet je daarvoor bellen, hoe doe je dat met glas, hoe doe je dat met …? Noem maar op alle dingen die je als nieuwe bewoner gewoon weer eventjes moet weten, want het is niet in elke stad hetzelfde. Zo ben ik er toch een beetje wat meer boven gaan hangen in plaats van maar te denken de standaard die we natuurlijk in het schoonplan al hebben. Dus een soort van meta-analyse ben ik er meer op aan het uithalen, omdat ik denk raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1163
dat alleen puur naar de inzet van schone stad kijken het toch uiteindelijk dweilen met de kraan open is. Dus ik zal dan ook kijken naar mijn collega’s, op termijn, van wat kunnen zij bijdragen in het zorgen dat het hier ook schoner wordt? Want het is natuurlijk ook gedrag, dat gedrag komt ook ergens vandaan en het zit ook in: is onze inzet nou voldoende meegegroeid in de in de loop der jaren? Dus daar kom ik nog voor u op terug. Maar dat we daar een tandje bij moeten zitten en dat het dus ook echt een andere blik nodig heeft, daar ben ik het helemaal met u eens. Groen gaan we gewoon halen. Ben ik supertrots op. Mogen we als stad ook van genieten. De verkeersveiligheid gaan we op eind 2026 pas halen volgens de definitie van het rekenkamerboekje. Dat heb ik ook in de veegbrief uitgelegd, wij zijn best lang bezig geweest om een goede definitie te vinden voor verkeersveiligheid en de aanpak daarop. Mijn voorganger heeft in die tijd dat we nodig hadden om die definitie goed op orde te hebben, niet stilgezeten en zijn er echt wel verkeersonveilige plekken aangepakt, maar die voldoen niet aan het criterium. Dat heb ik in de commissie dus ook al uitgelegd.
De target halen we niet, volgens het definitieboekje, maar er is daadwerkelijk wel veel gedaan aan verkeersonveilige plekken, daar heb ik een rapportage voor, dan zitten we echt dicht tegen die 30 aan van verkeersonveilige plekken die we hebben aangepakt in onze stad. Dus dat vind ik toch best een positief verhaal. Maar goed, we hebben gewoon targets die we op een bepaalde manier afrekenen en daar rapporteer ik natuurlijk wel zuiver op. Ik heb een beperkte hoeveelheid vragen. De taxi-aanpak, ruim 7000 controles, slechts 1 intrekking vergunning. Die intrekking vergunning is natuurlijk ook wel het zwaarste middel wat we hebben. Het jaar daarvoor, 2023, hadden we 7 intrekking vergunningen. Daar gaat natuurlijk ook een preventieve werking van uit. Daarom treden we ook op om het goede gedrag ook te stimuleren. U moet zich niet vergissen dat we natuurlijk ook heel veel schrijven op meer algemene overtredingen, zoals dubbel parkeren, fout parkeren et cetera. Nu kan ik dat niet zomaar uit ons systeem halen, want dat zijn verschillende feitcodes en daar kan bijvoorbeeld ook tussen zitten dat een particulier op een taxistandplaats parkeert. Dus daar heb ik geen cijfers voor. Maar u moet zich ook voorstellen dat ook veel van de overtredingen die we waarnemen, zitten meer in de hoek van fout parkeren, dubbel parkeren, dus op een verkeerde manier door de stad bewegen.
We missen ook nog wel wat instrumentarium, dat heb ik ook u al laten weten, en dat gaan we dus in een nieuwe taxiverordening ook regelen. Die komt binnenkort naar uw raad. Volgens mij heb ik hem al naar uw raad gestuurd, maar dat weet ik niet helemaal zeker. Uit onze laatste evaluatie die we hebben gedaan op de taxibranche hebben we echt nog wel wat werk te verzetten, want dat gaat nog niet goed. Ook die sturen we natuurlijk naar de raad als onderlegger voor de nieuwe aanpak die we op de taxi’s voorstellen. U hebt het over handhavers en ook de wijk op Zuid. Vooral op Zuid. Sterker nog: die mensen zetten we ook op Noord in omdat ze daar zo veel goed werk doen. Vooral op Zuid zetten we veel in met onze jeugdboa’s, dus juist ook op de jongeren. Die inzet handhaven we ook in de prioriteringsagenda. De prioriteringsagenda, verwacht ik nu, dat is het laatste nieuws, als ik zo een beetje kijk wie er nog naar moeten kijken, dat ik 1 juli zo’n beetje richting college ga. Dan kan hij dus daarna verspreid worden. Dus dat is, zeg ik ook richting de heer Biljoen die me dat tijdens de commissie vroeg, dat is dan in ieder geval voor de behandeling van de voorjaarsnota. Dat is een beetje zoals nu de planning eruitziet, maar de laatste hand wordt eraan gelegd. En dan kunt u met mij de discussie aan of die prioritering op de juiste punten is vormgegeven. Dan heb ik nog twee moties.
Even kijken of ik echt geen vragen heb gemist. De PvdA vraagt zicht op onderhoud dat blijft liggen in de wijk, ook naar aanleiding van de discussie die we in de commissie hebben gehad. Die moet ik ontraden en dat komt door het feit dat wij, het assetmanagement in onze stad, dat doen eigenlijk alle grote steden, doen eigenlijk alle organisaties, waar je te maken hebt met grote hoeveelheden assetmanagement, dat wordt op niveau van assets gedaan en niet op het niveau van een wijk of een buurt. Als u dat zou willen veranderen, dan verandert u ook de complete werkwijze van hoe wij onze assets beheren. Dat was ik eigenlijk niet van plan, want dat is niet de manier waarop wij onze organisatie hebben ingericht. De VOORZITTER: De heer Tak. raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1164
De heer TAK (pvda): Dank voor deze toelichting. Het was inderdaad ook een onderzoeksmotie, omdat we snappen dat je niet in een keer de hele organisatie verandert. Maar de vraag is: u wilt toch ook weten waar de asset staan en als u dat weet, kunt u het ook samenvatten op wijkniveau. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Die primaire behoefte om te weten waar dat staat, heb ik dus niet. Zo is het assetmanagement bij ons niet geregeld. Het assetmanagement doen wij echt op assetsniveau. Als u daar wat meer over wil weten, dan wil ik u daar best op toezeggen daar een brief over te sturen, zodat dat wat duidelijker wordt, maar via een motie dat systeem omgooien, terwijl dat eigenlijk wel een beetje de gouden standaard is van hoe je assetmanagement doet, daar zou ik geen voorstander van zijn. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen. Mevrouw MAASSEN (d66): De wethouder is bezig met het beoordelen van de moties en we hebben nog een heel kleine aanpassing in de motie van D66. Dus ik wil eigenlijk deze motie vervangen met de andere motie die we hebben ingediend, zodat de wethouder meteen de juiste motie kan beoordelen. De VOORZITTER: Mevrouw Maassen heeft de volgende aangepaste motie ingediend. Motie 4A.
Afwegingskader autoluwfonds “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 3 oktober 2024, ter bespreking van agendapunt 5.2 Het voorstel tot vaststelling van de jaarstukken 2024, inclusief de baten en lasten per programma, de baten en lasten per taakveld en de bestemming van het rekeningresultaat; constaterende dat; het Autoluw-fonds bedoeld is om de stad daadwerkelijk autoluw te maken; in de praktijk het fonds breed wordt ingezet voor projecten die slechts zijdelings bijdragen aan een autoluwe stad; overwegende dat; de effectiviteit van het fonds gebaat is bij duidelijke en meetbare doelstellingen; transparantie over de werkelijke bijdrage van projecten aan het verminderen van autoverkeer noodzakelijk is; verzoekt het college; bij alle toekomstige én lopende projecten die (mede) gefinancierd worden uit het Autoluw-fonds, expliciet aan te geven welke concrete bijdrage het project levert aan het verminderen van autoverkeer; een afwegingskader op te stellen waarin concrete criteria staan wanneer een ingreep direct bijdraagt aan het autoluw maken van de stad, en wanneer dit niet of nauwelijks bijdraagt aan het autoluw maken van de stad; projecten die volgens dit afwegingskader niet of nauwelijks bijdragen aan een autoluwe stad, zoals omschreven in het coalitieakkoord, niet langer uit dit fonds te financieren; en gaat over tot de orde van de dag.” w.g. I. van Wifferen
raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1165
De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): In de snelheid kan ik niet heel veel verschil zien. Als ik naar het dictum kijk, kan ik daar prima mee leven en die kan ik omarmen. De VOORZITTER: De heer Biljoen heeft nog wel een vraag. De heer BILJOEN (gl): Voorzitter, een vraag over die motie. Ik heb de nieuwe motie niet gezien, maar in de veegbrief staat er dat het effect, het verminderen van het autoverkeer, dat u dat de afgelopen jaren niet kwantificeerbaar heeft gemaakt. Daar vraagt deze motie wel om. Gaat u dit dan eerst doen, voordat u deze motie gaat uitvoeren? De VOORZITTER: De wethouder. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (wethouder): Deze motie zal gewoon de definitie volgen zoals ik die naar u heb toegestuurd. Hier wordt gevraagd vooral te kijken of binnen dat Autoluw-fonds de maatregelen ook daadwerkelijk leiden tot het autoluwer maken van de stad. Er wordt mij niet gevraagd dat te kwantificeren, er wordt mij vooral gevraagd om het autoluwer deel goed te onderbouwen. Daar ben ik toe bereid en dat vind ik ook een uitstekende vraag, dat de raad van mij vraagt om dat te onderbouwen. Dus daar kan ik prima mee leven. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dat is nu het woord aan wethouder Norville. Mevrouw NORVILLE (wethouder): Voorzitter, dank u wel. Dank ook voor de vragen. Ik had er 3 en een amendement.
Ik begin met de eerste vraag van de heer Biljoen hoe het kan dat die stelselmatige vrijval van 830.000 euro jaarlijks vrijvalt? Dat kan, omdat daartoe besloten is in de voorjaarsnota van 2023 en ook mijn portefeuille moest bijdragen aan de organisatiebrede bezuiniging van 3 procent die op iedere portefeuille rust. Ik heb er dan ook begrip voor dat elke portefeuille een bijdrage moest leveren. Dat is dan ook de uitleg waarom dat zo heeft plaatsgevonden. Dan had ik een vraag van de heer Soytekin over het bereik van de IIT, 36 procent, en een vraag over het systeem de module. De module geldwijzer is inmiddels online, dus Rotterdammers kunnen zien waar zij recht op hebben en de geldwijzer wordt ook nog steeds verbeterd en aangepast en er wordt ook gekeken of er nog regelingen aan toegevoegd kunnen worden. Maar hij is online en mensen kunnen zien waar zij recht op hebben. Er was een vraag over het bereik individuele inkomenstoeslag. Daar stond dat dat 36 procent is. Ik heb daar eerder al iets over gezegd. Het bereik was tot nu toe niet goed te meten, omdat we de omvang van de doelgroep niet goed in beeld konden krijgen. Inmiddels kunnen we dat beter en blijkt dat bereik in 2024 minimaal 70 procent te zijn. Dus dat is toegenomen. Er was ook een vraag of een opmerking gemaakt over toeslagenschandaal en niet affaire.
Er was toegezegd om over het schandaal te spreken en niet over de affaire. Dat ben ik met u eens, voorzitter, dat ben ik met de heer Soytekin eens. De afspraak is om het woord ‘schandaal’ te gebruiken en niet de ‘affaire’. Ik zal er nog scherper op letten dat dat ook gebeurt en de juiste woordkeuze wordt gehanteerd. Dan heb ik een amendement om de 830.000 euro die vrijgevallen is terug te sturen naar armoedebestrijding. Ik ontraad dit amendement, omdat hiervoor een aanpassing moet plaatsvinden op de jaarrekening. Dat is reeds beantwoord door collega Van Rij en wat ook zo is, is dat het om incidentele middelen gaat. Mijn portefeuille heeft de afgelopen tijd al een aantal incidentele middelen gehad en het blijkt moeilijk om armoede incidenteel aan te passen en incidenteel aan te pakken en daar stappen in te zetten, maar dat het veelal gaat om structurele zaken. Dat hoor ik ook in de stad, mensen hebben behoefte aan duidelijkheid, aan voorspelbaarheid en ook betrouwbaarheid. Dus daar zet ik op in, ook voor de maanden dat ik hier zit. En voor het geld dat nog te besteden is, zet ik in op het versterken van netwerken, op het versterken van organisaties, op het versterken van
raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1166
mensen en organisaties bij elkaar brengen. Incidenteel geld gaat mij daar weinig bij helpen. Het gaat echt om structurele zaken waar mensen mee geholpen zijn. Dank u wel. De VOORZITTER: Hartelijk dank. De heer Dekkers. De heer DEKKERS (volt): Voorzitter, nog een klein beetje tijd en ik had nog even een vraag naar aanleiding van het ontraden van de motie van mevrouw Norville. Ik ben wel even benieuwd: staat u er inhoudelijk wel achter? Dus u zegt: dit is niet het juiste moment. Procesmatig, zegt u: nu past het niet. Maar ik ben even benieuwd: staat u er inhoudelijk wel achter en kunnen we er dus op een later moment nog op terugkomen? Mevrouw NORVILLE (wethouder): Ik vind dat we dat moeten bekijken in het geheel van het college en dat ik daar niet alleen maar over ga. Ik begrijp het voorstel, maar we moeten dat in het algemene beeld meenemen. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Ik kan het overdragen, maar ik heb maar 1 vraag. Zullen we het zo doen? Of wilt u heel graag voorzitten, mijnheer De Waard. Dit is uw kans. Dat is goed. Mevrouw SCHOUTEN (burgemeester): Ik had een vraag van de heer Vonk en die ging over een plan om de veiligheidsscores omhoog te krijgen voor volgend jaar. Even heel exact, want veiligheid is een heel belangrijk thema in deze stad. We hebben tijdens de commissie ook de discussie gehad over de objectieve en de subjectieve veiligheid.
De heer Vonk presenteerde in zijn niet-toegelaten staatje eigenlijk dat veilig niet was gehaald. Dan moeten we, denk ik, even terug naar wat er destijds is afgesproken bij het coalitieakkoord. Dat was eigenlijk tweeledig. De gemiddelde score in 2026 moest minimaal gelijk zijn aan die van 2022, dat is 110, en dat is dus voor de hele stad. Daarbinnen moesten de 5 laagst scorende wijken, dat was Carnisse, Hillesluis, Tussendijken, Tarwewijk en Lombardije, in 2026 een stijging van 5 punten hebben. Als je dat bekijkt, zie je dat in principe die scores zijn gehaald, behalve voor de Tarwewijk, zeg ik nu. Maar, en dat is denk ik een andere discussie die de heer Vonk opriep, hij zei: de harde maatregelen die nu worden getroffen, dat werkt dus niet. Dat was een beetje te kort door de bocht. Daar wil ik toch wel even de nuance in aanbrengen, want ik zie juist dat bij de veiligheidsaanpak er echt een combinatie is tussen preventie en repressie. Ik heb het wel eens eerder geroepen, als je preventie hebt zonder repressie, dat is tandeloos en repressie zonder preventie is eindeloos. Dat is ook echt zo. Je hebt die twee allebei nodig. Daarom hebben we bijvoorbeeld ook al een programma van 10 miljoen per jaar van preventie met gezag.
Dat gaat echt niet naar repressieve maatregelen, dat zijn gewoon maatregelen die gericht zijn op jongeren om te zorgen dat zij niet ook in de criminaliteit belanden. Zijn wij daar altijd succesvol? Nee, daar kunnen we echt nog heel veel stappen zetten, zeg ik ook eerlijk. Maar ik wil toch even het beeld bestrijden van wat de heer Vonk toch een beetje neerzette van alleen maar camera’s, repressieve maatregelen et cetera. Het is echt een combinatie van de 2. Maar ik zie ook: we hebben hier al veel discussies gehad over, ik noem maar, wat bijvoorbeeld de situatie op De Esch. Ook dan heb je ook echt wel repressieve maatregelen nodig, want dan kom je er ook gewoon niet met preventieve maatregelen. Maar we hebben nog genoeg te doen. Tot zover. De VOORZITTER: Ik kijk even rond, want het is 18:35 en we zouden nu gelijk ook even tweede termijn kunnen doen en stemmingen. Dan zijn we in 1 keer klaar voor de dinerpauze. Het diner staat wel klaar. Dus u mag wel daarna gaan eten, daar, maar ik zou even willen polsen of u nu door wil. De heer Biljoen. De heer BILJOEN (gl): Voorzitter, ik zou graag eerst willen eten met mijn fractie, zodat ik ook even de reacties van het college met hen kan bespreken en dat kan meenemen in de tweede termijn.
raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1167
De VOORZITTER: Ik ga echt even rondkijken. Is het echt, want het is niet een enorm grote stemmingslijst, zeg ik toch ook even erbij. Kijk, als u erin persisteert, dan doen we het, maar omdat ik wat verschillende geluiden proef, zou ik toch even willen checken. Dan schors ik even 5 minuten voordat we met de tweede termijn beginnen. Dan kunt u even overleggen en dan kunnen we daarna gelijk beginnen met de tweede termijn. Ik schors de vergadering voor 5 minuten. (De vergadering is geschorst.) Heropening De VOORZITTER: De een heeft wat meer tijd over voor de tweede termijn dan de ander, zeg ik maar een beetje eufemistisch. Dus kijk even of u nog tijd heeft en dat u daarmee ook nog bepaalde vragen of opmerkingen heeft. Dan heropen ik de vergadering en dan gaan we weer op de volgorde van sprekers zoals in het begin. De heer Biljoen. Wilt u nog wat doen in de tweede termijn? De heer BILJOEN (gl): Dank, voorzitter. We beginnen met de tweede termijn en laat me maar gewoon concluderen dat GroenLinks niet tevreden is op alle antwoorden die door het college zijn gegeven. Voorzitter, ik moet wel zeggen, wat ook de heer Coşkun heeft aangegeven, ook in het begin in andere collega's: GroenLinks geeft wel een compliment aan de organisatie, want we gaan wel echt vooruit en dat moeten we toch ook hebben gezegd. Het is niet alleen maar negativiteit, er gaan ook echt heel veel dingen goed.
Maar hier als volksvertegenwoordigers zijn we wel om het college ter verantwoording te roepen en we zien ook dat een aantal dingen veel beter kunnen. Ook in de beantwoording zojuist is gebleken dat daar nog niet voldoende op wordt gereageerd. Dan heb ik het met name zeker over de reactie op het amendement A, de ‘meevaller sociaal bestemmen’. Ik snap nog steeds niet waarom de wethouder op deze manier het amendement ontraadt. Maar over 2 weken gaan we kennelijk een ontzettend interessant debat hierover hebben, waar dus dit bedrag niet een hekje omheen is en waar wij dus nog alle ruimte krijgen om dit te bestemmen. Dan wat betreft armoede, en daar denk ik dat ik toch bij ga afsluiten, voorzitter. Ondanks dat de wethouder nieuw is en ondanks dat dit college haar best doet, zie ik ook met de vrijval van de armoedereserves. Het is een afspraak die dit college heeft gemaakt en daar zijn wij niet tevreden mee. Maar toch: er is sprake van onderuitputting en we zien het in Rotterdam, dat gaat gewoon niet vooruit. Daarom, voorzitter, denk ik ook dat wij daar zo meteen ook ons stemgedrag op gaan baseren wanneer we zo meteen het raadsvoorstel gaan behandelen. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER: Hartelijk dank. Dan de heer Roskam. De heer ROSKAM (lr): Ik heb nog 10 minuten, maar ik denk dat ik die iedereen gewoon gun voor een fijne avondmaaltijd zo. De VOORZITTER: Hartelijk dank.
De heer Tak. De heer TAK (pvda): Dank u wel, voorzitter, ik zal het inderdaad kort houden. De centrale vraag was: wat doen we met de 64 miljoen die over is? Ik stel vast dat afgelopen jaar er wel hard is ingegrepen om de begroting rond te krijgen en op het moment dat er geld over is, de coalitiepartijen niet bereid zijn om opnieuw te investeren in een sociale basis van deze stad. Net als de heer Segers-Hoogendoorn hoop ik inderdaad van ganser harte dat de uitgestoken hand van de oppositie een keer wel beantwoord gaat worden. We gaan het zien over twee weken. De VOORZITTER: De heer van Dommelen. raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1168
De heer VAN DOMMELEN (vvd): Sorry, voorzitter, we hebben net een uitgebreid gesprek gevoerd. We hebben duidelijk aangegeven dat wij de discussie voeren met de voorjaarsnota en de heer Tak framet het weer op een manier dat wij daar helemaal niet voor openstaan. Ik vind dat echt framing voor de bühne, het past bij de bühneframing van de ... U moet daar gewoon mee ophouden. De VOORZITTER: Punt, want u hebt ook geen tijd meer, dus dat is nu klaar. De heer Tak. De heer TAK (pvda): Ik wil nog graag een punt van orde maken over de orde der dingen die we hier bespreken. Want in de orde der dingen nemen we vandaag een raadsbesluit over inderdaad wat we doen met de bestemming van het resultaat en pas over 2 weken wordt de voorjaarsnota besloten. De basis van de voorjaarsnota is het resultaat van 2024. Zo werkt het gewoon, dat hoef ik de heer Van Dommelen niet uit te leggen. Dan is het een beetje kinderachtig als u keer op keer net doet alsof ik niet weet hoe het proces werkt. Dat is het formele proces, dat lopen we netjes met elkaar af. De wethouder gaf het al toe: dat is precies wat we hier vandaag doen. Dan kan mevrouw Maassen nee schudden, dat is gewoon feitelijk juist. De VOORZITTER: Dank. De heer Biljoen. En heer Elbay. De heer ELBAY (d66): Voorzitter, de heer Tak legt wel woorden in onze mond. Daar moet hij echt mee op ophouden.
Dit populistische geluid, daar heeft niemand wat aan. Ik wil bijna zeggen: u bent de Wilders van deze raad. Maar zover wil ik dan ook weer niet gaan. Voorzitter, hij moet hier echt mee ophouden. Laten we constructief zijn. We hebben ook aangegeven: laten we dit vooral inhoudelijk bij de voorjaarsnota met elkaar gaan behandelen en niet nu. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Voorzitter, punt van orde. De VOORZITTER: Maar nu gaan we allemaal punten van orde doen als we geen spreektijd hebben. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Laat ik duidelijk zijn, mijnheer Elbay zei zelf over liegen en alles straks en vond het respectvol. Ik vind het geen pas geven om welke naam van welke politicus dan ook te misbruiken of te gebruiken op een manier, zoals het nu gebeurt. Dat slaat nergens op, het is een insinuatie die niet kan en ik vind ook gewoon dat we dat zo niet met elkaar moeten doen. De VOORZITTER: Beste lieve mensen, we gaan nu deze discussie stoppen. Laten we inderdaad met respect voor elkaars verschillen, maar niet op de persoon gewoon deze discussie voeren. Mijn conclusie is dat de verkiezingscampagne eraan komt. Mijnheer Tak, u hebt nog 7 seconden om af te ronden. De heer TAK (pvda): Vorig jaar werd ik door deze fractie voor seksist uitgemaakt, nu voor Wilders. Het zegt heel veel, ik vind het werkelijk waar, voorzitter, gewoon niet normaal hoe we hier met elkaar omgaan.
De VOORZITTER: Nee, het is klaar. Ik geef geen woord meer, ook niet aan de heer Elbay. Zitten nu, allebei. (Applaus.). We hebben dit punt gemaakt. Ik heb mijn punt ook gemaakt. Afgelopen. De heer Van Dommelen heeft geen tijd meer, dus ik kan u niet meer het woord geven. De heer Biljoen.
raadsvergadering van 19 juni 2025
Notulen pagina
1169
De heer BILJOEN (gl): Dan wel een reactie op de heer Van Dommelen. Wel een reactie op u. U hebt zojuist de wethouder ook horen zeggen: het is technisch uitvoerbaar en dat hoeft u niet te letten om hier voor dit amendement te stemmen. De VOORZITTER: De heer Vonk, u hebt nog 5 seconden. De heer VONK (cu): Dank u wel, voorzitter. Geeft u mij even heel kort 2 opmerkingen als afdronk. Een is dat terecht de wethouder financiën ook de naam van de heer Struijvenberg heeft genoemd. Dat is vanuit de raad ook door mij niet gebeurd en dat wil ik bij dezen dan nog even gezegd hebben, dat hem ook echt een groot compliment toekomt voor het vele werk wat er gedaan is, want er ligt gewoon een goede jaarrekening. (Applaus.) Dat wil ik toch even gezegd hebben. Het tweede, dat is even de afdronk van mijn eigen verhaal, ik heb inderdaad op een beetje een ludieke wijze, sorry daarvoor, in ieder geval aandacht gevraagd voor de targets en de reactie daarop van alle wethouders geeft mij in ieder geval wel het gevoel dat het buitengewoon serieus is genomen. Dat was ook mijn doel, want het is een instrument waarvan de rekenkamer heeft gezegd dit is echt een goed instrument, pas het nu eens goed toe. De reacties daarop vond ik hoopgevend. In ieder geval: men wil er echt voor gaan. Dus we gaan het zien bij het komende rapport. De VOORZITTER: Hartelijk dank. We zijn aangekomen bij, even kijken.
De heer Dekkers u hebt nog heel kort de tijd. Geen tweede termijn. De heer Elbay niet. De heer Van der Velden? Nee. De heer Soytekin? Nee. Even kijken. Mevrouw Verkoelen. U hebt geen tijd. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Ik had het beloofd, ik zal het niet meer hebben over dienstreizen, maar ik heb wel een motie in te dienen, had ik u beloofd te doen. Dus bij dezen. De VOORZITTER: Dat klopt. Mevrouw Verkoelen had er een aangekondigd en die gaat ze nu alsnog indienen. Mevrouw VERKOELEN (50plus): Juist. Naar aanleiding van de beantwoording, ga ik hem toch indienen. De VOORZITTER: Mevrouw Verkoelen heeft de volgende motie ingediend. Motie 7.
Herstel de Rotterdamse Zalmnorm! “De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 19 juni 2025, ter bespreking van Verantwoordingsdebat jaarrekening 2024; constaterende dat; de raad op 9 en 11 juli 2024 met brede steun een motie aannam waarin het college werd opgedragen om bij een positief jaarrekeningresultaat voorrang te geven aan de aflossing van de RIM-lening; het college hier tot op heden geen uitvoering aan heeft gegeven, noch de raad tijdig en inhoudelijk heeft geïnformeerd; het resultaat van de jaarrekening 2024 positief is, maar desondanks geen herstel van de investeringsruimte is voorzien; overwegende dat; het negeren van raadsopdrachten een ondermijning is van democratisch bestuur en het vertrouwen van inwoners in de politiek schaadt; het RIM-fonds van cruciaal belang is voor toekomstige investeringen in welzijn,