20241003- Notulen van de raadsvergadering van 3 oktober 2024
Tekst van het document
zonder dat duidelijk was hoe de ambities betaald zouden worden; - het college nu – bijna 3 jaar na het vorige besluit – opnieuw vraagt om ophoging van het financiële kader, tot maar liefst € 359,2 miljoen – waarvan in totaal € 89 miljoen externe bijdragen- plus incidentele kosten van inmiddels € 51,5 miljoen; - de gemeenteraad keer op keer wordt geconfronteerd met nieuwe voorstellen waarbij het college telkens om tientallen miljoenen euro's extra vraagt; - het op vele punten in de stad financieel piept en knarst en vele culturele en maatschappelijke organisaties de tering naar de nering moeten zetten; overwegende dat: - het niet is uit te leggen dat tal van culturele en maatschappelijke organisaties onder druk van (relatief marginale) bezuinigingen in de knel komen, terwijl het college telkens meer miljoenen vraagt voor de renovatie van Boijmans; - het niet is uit te leggen dat het al jaren niet lukt om een goed, betaalbaar, functioneel en exploitabel museumontwerp te maken en uit te voeren voor het met de gemeenteraad overeengekomen budget; - het niet is uit te leggen dat met een enorme gift van € 80 miljoen er nog eens tientallen miljoenen bij moeten; - het niet duidelijk is 'of dit het nu echt is' en er geen nieuwe investeringsverzoeken komen, of dat een volgende keer weer om meer geld gevraagd wordt; spreekt uit dat: - het onaanvaardbaar is dat er nog meer gemeentelijk
geld naar de restauratie en verbouwing van het museum verdwijnt dan dat het college nu voorstelt; - het eerder door de raad vastgestelde projectbudget van € 223 miljoen gecorrigeerd voor inflatie, te zien als een in alle opzichten definitief taakstellend plafond; verzoekt het college: - in de toekomst geen voorstellen meer te doen voor de restauratie en verbouwing van Boijmans die de netto-investeringssom en de incidentele lasten voor de gemeente Rotterdam, zoals vastgesteld in 2021 en gecorrigeerd voor inflatie, te boven gaan; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. T.J. Vonk, P.J.H.D. Verkoelen en R.G.C. Segers-Hoogendoorn
raadsvergadering van 3 oktober 2024
Notulen pagina
1643
Motie 10. Renovatie en verbouwing Museum Boijmans: beter laat dan nooit, de schatkist op slot gegooid "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 3 oktober 2024 ter bespreking van de herziene scenariokeuze Museum Boijmans Van Beuningen; constaterende dat: - de gemeenteraad in december 2018 heeft ingestemd met een restauratie en verbouwing met een totaal investeringsbudget van € 223,5 miljoen – waarvan € 55 miljoen via uit de markt zou moeten komen – plus incidentele kosten € 23,2 miljoen; - op 20 februari 2020 de gemeenteraad, door een vrijwel unaniem aangenomen motie, het college heeft opgedragen het financiële tekort op het ambitiescenario niet te compenseren met gemeentelijk geld; - de gemeenteraad in juli 2020 heeft besloten tot een taakstellend investeringsbudget van € 169 miljoen (prijspeil einde werk) plus eventuele externe bijdragen om ambities te verwezenlijken; - de gemeenteraad in december 2021 het projectbudget heeft vastgesteld op € 223 miljoen (prijspeil einde werk) zonder dat duidelijk was hoe de ambities betaald zouden worden; - het college nu – bijna 3 jaar na het vorige besluit – opnieuw vraagt om ophoging van het financiële kader, tot maar liefst € 359,2 miljoen – waarvan in totaal € 89 miljoen externe bijdragen – plus incidentele kosten van inmiddels € 51,5 miljoen; - de gemeenteraad keer op keer wordt geconfronteerd met nieuwe voorstellen waarbij het college
telkens om tientallen miljoenen euro's extra vraagt; - het op vele punten in de stad financieel piept en knarst en vele culturele en maatschappelijke organisaties de tering naar de nering moeten zetten; overwegende dat: - het niet is uit te leggen dat tal van culturele en maatschappelijke organisaties onder druk van (relatief marginale) bezuinigingen in de knel komen, terwijl het college telkens meer miljoenen vraagt voor de renovatie van Boijmans; - het niet is uit te leggen dat het al jaren niet lukt om een goed, betaalbaar, functioneel en exploitabel museumontwerp te maken en uit te voeren voor het met de gemeenteraad overeengekomen budget; - het niet is uit te leggen dat met een enorme gift van € 80 miljoen er nog eens tientallen miljoenen bij moeten; - het niet duidelijk is 'of dit het nu echt is' en er geen nieuwe investeringsverzoeken komen, of dat een volgende keer weer om meer geld gevraagd wordt; spreekt uit dat: - het onaanvaardbaar is dat er nog meer gemeentelijk geld naar de restauratie en verbouwing van het museum verdwijnt dan dat het college nu voorstelt; - de bedragen in het voorstel van het college te zien als een in alle opzichten definitief taakstellend plafond; verzoekt het college: - in de toekomst geen voorstellen meer te doen voor de restauratie en verbouwing van Boijmans die de netto-investeringssom en de incidentele lasten voor de gemeente Rotterdam,
zoals nu voorgesteld, te boven gaan; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. T.J. Vonk De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER (mevrouw Bruin). En daar moet u natuurlijk weer op reageren wethouder. Even snel die kant uit? Dit zijn de originals. De heer STRUIJVENBERG (lr) (wethouder). Dank, ook even voor deze tijd voorzitter. Motie 2A, die verandert wat er stond met die € 223 miljoen in € 223 miljoen plus inflatie. Ik moet wel op een negatief
raadsvergadering van 3 oktober 2024
Notulen pagina
1644
advies komen voor de techniek. We hebben natuurlijk ook rentekosten die zijn gestegen bijvoorbeeld. We hebben monumentenstatussen toegekend gekregen die kostprijsverhogend werken. Er zijn andere onderdelen dan inflatie die leiden tot een stijging van de kosten. Dat wil ik erbij zeggen, maar dan nog begrijpen we natuurlijk ongeveer wat de bedoeling is hoor, daar niet van. Dus als ik die techniek even laat voor wat het is, dan begrijp ik de bedoeling van de motie. Maar daarmee wordt het voorstel dat wij hebben op die manier denk ik niet haalbaar, of in ieder geval niet tegen worstcasebenadering. Dan hebben we motie 10, dat is een nieuwe motie. Hij lijkt er een beetje op maar hij is anders. Doe in de toekomst geen voorstellen meer voor het project Boijmans die de kosten verhogen, oftewel niet meer terugkomen nu, dit is het € 359 miljoen, en dan ben je ook klaar. Ja voorzitter, ik heb daar geen enkele moeite mee. Alleen, het afdoen van zo'n motie kan maar op twee manieren gebeuren. Of er gaat een sleutel in de deur van Boijmans en we hebben een feestelijke opening en dan kan die motie dus worden afgedaan. Of nou ja, men vindt plutonium onder Bodon en dan kom ik terug bij u, want dan hebben we nog opeens gek geld nodig. Maar ja, dan heeft deze motie ook weer niet zo heel veel aan u geboden, dus ik denk dat ik hem maar aan de raad laat. Dank u wel. De VOORZITTER (mevrouw Bruin).
En de moties graag weer terug. Die beschermen wij, die bewaken wij met ons leven. Dank u wel. Dan denk ik dat wij aan het einde gekomen zijn van de behandeling van dit agendapunt. Dan ga ik de voorzittershamer weer overdragen aan mevrouw Kockelkoren en dan gaan wij door met agendapunt 6.2. 6.2
Initiatiefvoorstel Van Dommelen e.a. over Cultuurfinanciering
De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dames en heren, dan gaan wij met gezwinde spoed verder naar agendapunt 6.2, Initiatiefvoorstel Van Dommelen, Nunnely en Engberts over Cultuurfinanciering. En dan wil ik als eerste het woord geven aan de heer Van Dommelen. Excuus, het is een initiatiefvoorstel, dus daarom hebben de heer Van Dommelen, mevrouw Nunnely en de heer Engberts de gelegenheid om even als waren zij wethouders, hun voorstel te verdedigen aan deze kant van de tafel, dus welkom heren en dame. Het woord is aan de heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Het blijft wat bijzonder dat cultuur niet elke dag op de agenda staat, maar vandaag staat cultuur volgens mij centraal. Gelukkig hebben we gisteren ook nog de hele avond over het Cultuurplan kunnen praten, dus wat dat betreft zijn we aardig aan de beurt, maar dat is ook wel weer mooi. We hebben al een aantal keren gesproken over het voorstel Cultuurfinanciering, en gisteren tijdens de hoorzitting Cultuurplan bleek eens te meer hoe belangrijk het is dat we zo'n voorstel met elkaar bespreken. Laat ik nog even heel duidelijk maken hoe wij met z'n drieën maar ook ik als fractielid van de Rotterdamse VVD erin zit. Mij gaat het er niet om om het bedrag dat wij vanuit de gemeente beschikbaar stellen voor de culturele sector te verminderen.
Mij gaat het erom en ons gaat het erom om de veerkracht en de weerbaarheid van de culturele sector te versterken. En gisteren merkten we opnieuw dat als er een bepaalde wind waait door de overheid, bijvoorbeeld cultuurbezuinigingen, landelijk bijvoorbeeld met de btw-verhogingen, dat je dan niet wilt dat de culturele sector meteen in de problemen komt. Die weerbaarheid, die veerkracht, dat is waar we naar op zoek zijn. We hebben er een zwaar debat over gehad in de commissie. Wat mij betreft is dat vandaag niet nodig. We hebben een reactie gekregen van de wethouder. Ik heb toen gezegd: wethouder, u omarmt alles, maar echt concreet bent u niet in uw toezeggingen. De wethouder heeft nog een tweede brief gestuurd. We hebben het erover gehad. Ik heb er vertrouwen in dat we met dit hele verhaal van die cultuurfinanciering er stappen in gaan maken en dat dit een debat wordt, een gesprek dat we ook regelmatig blijven voeren in dit huis. Wij willen cultureel ondernemerschap stimuleren en wij willen onze fair share hebben van de landelijke subsidiepot. Daar gaat het ons om, en ik ga ervan uit dat we met zijn allen daar ook voor gaan strijden. Nogmaals, de wethouder heeft een aantal toezeggingen gedaan en wat mij betreft wil ik graag twee zaken benadrukken uit dat voorstel. De eerste is het shared service center.
Het shared service center is een soort backoffice maar wat mij betreft ook frontoffice waarin we kosten en kennis gaan delen. Een bureau waarbij heel veel kennis, bijvoorbeeld op het gebied van subsidies, andere subsidies dan subsidies die wij verstrekken, bij elkaar komt. Een mooi voorbeeld is Europese subsidies. De meest niet-gebruikte subsidiepot van de Europese Unie is de cultuursubsidiepot. Hoe zonde is dat. Maar dat vergt wel een hoop kennis. Die kennis heb je nodig om die subsidies te kunnen aanvragen. En dat willen we juist bundelen, zodat alle culturele instellingen in Rotterdam daar gebruik van kunnen maken. Maar dat gaat ook over heel simpele dingen als administratie, secretariaat, IT, personeelszaken. Heel veel zaken kun je delen. Niet iedereen hoeft daar gebruik van te maken. Als je groot genoeg bent om dat zelf in eigen huis te hebben
raadsvergadering van 3 oktober 2024
Notulen pagina
1645
dan doe je dat. Als je te klein bent dan deel je die kosten. Dat is de gedachte. Hetzelfde geldt voor onze culturele lobby. Ik heb al meerdere malen gezegd: wij krijgen niet onze fair share en ik vind dat een stad als Rotterdam zijn fair share moet krijgen. Dat blijkt net wel uit het verhaal over Boijmans. We investeren € 359 miljoen. Een filantroop draagt er behoorlijk aan bij en de rijksoverheid draagt er € 7,5 miljoen aan bij. Vergelijk dat met wat ze betaald hebben voor het Rijksmuseum. Dat ging over € 300 miljoen. En wat wordt er dan gezegd? Ja, dat komt omdat het Rijksmuseum een rijkscollectie is. Alsof het rijk er alleen maar is om zijn eigen bezit te financieren. Volgens mij is het rijk er om de bewoners van Nederland te voorzien in wat belangrijk is. En voor Rotterdam is dat Boijmans. Maar zo zijn er talloze voorbeelden. Het rijk moet ook zijn verantwoordelijkheid nemen naar Rotterdam, en daar moeten we met zijn allen voor vechten. Want dat betekent dat alle decisionmakers rondom de cultuursubsidies moeten weten waar we voor staan, wat wij belangrijk vinden. Ze moeten ons kennen. En dat geldt voor de wethouder, dat geldt voor de ambtenaren, dat geldt voor ons allemaal hier bij elkaar in deze zaal, bij onze eigen achterban.
En het geldt voor de sector zelf en de regie daarop, daar hebben we de wethouder van gevraagd: neem de regie, zodat we over vier jaar echt onze fair share krijgen. Nou, die twee zaken zijn wat mij betreft het meest belangrijk in het hele voorstel en ik heb in het aangepaste besluit, waar we straks over gaan stemmen, drie zaken aangepast. Een, op verzoek van de wethouder hebben we gerefereerd aan de twee brieven die de wethouder heeft gestuurd, en we vragen zowel bij het shared service center als bij de gezamenlijke lobby een tweejaarlijkse rapportage van de wethouder, terugkoppeling waar hij staat met zijn inspanningen. Tot zover. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dank u wel. Dan nog het woord aan mevrouw Nunnely voor haar aandeel en ik hoop dat jullie gedrieën de toelichting wel enigszins beknopt kunnen houden, maar ik geef jullie natuurlijk wel alle ruimte, want een initiatiefvoorstel dien je niet alle dagen in. Mevrouw NUNNELY (d66). Dank u wel voorzitter. Ik kan het zeker beknopt houden, omdat we hier al enige tijd met elkaar over in gesprek zijn. Samen met mijn collega's de heer Van Dommelen en de heer Engberts hebben we hier uitgebreid bij stilgestaan. En inderdaad, gisteravond 23 culturele organisaties die hier bij ons in het mooie stadhuis waren om hun hart, hun ziel en zaligheid over de culturele sector met ons te delen.
Een gesprek dat echt gevoerd werd op een manier waarvan we merken en zien en hebben gehoord hoe belangrijk cultuur is in deze stad. Maar alleen met mensen kunnen we dat niet bereiken, we hebben daar inderdaad de middelen voor nodig. We hebben ook de huidige tijd waar we in zitten, waar we veel verschuivingen zien hierop nodig om daar ook op een andere manier met elkaar outside the box te kunnen gaan kijken en gaan denken. Mijn collega heeft het net al aangegeven, het shared service center. Ik ben ook ontzettend blij met de aangepaste brief van de wethouder die ook heeft aangekondigd dat we een businessday gaan krijgen, gaan organiseren in deze stad, voor de culturele sector. Dat omarm ik meteen. En tegelijkertijd ook inderdaad de oproep om deze businessday ook met ambitie neer te zetten, met ambitie zodat ook de culturele organisaties uit deze stad echt een verbinding kunnen maken. En dat is dus eigenlijk waar het cultuurinitiatief over gaat. Makers erbij halen, businessday, maar ook gewoon het shared service center hierbij betrekken. Maar gisteravond ook nog doorgevraagd naar de Europese gelden, die matchen de mogelijkheden voor onze culturele organisaties in Rotterdam, goed helder zichtbaar en duidelijk te maken.
Het initiatiefvoorstel, nogmaals, is niet om gelden, middelen te verminderen, maar wel met elkaar te kijken: waar kunnen we vergroten, versterken en nog verder ontwikkelen. Dank u wel. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dank u wel. Dan is het woord aan de heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Ja, dank u wel dat ik af mag sluiten. Ik wilde graag even teruggrijpen op 2021. Mei 2021 kwam het rapport uit een 'New Deal Cultuur', een werkgroep onder leiding van Mariëtte Hamer. Die was ingesteld door de wethouder die er nu ook nog zit. Die werd ingesteld tijdens corona. Mei 2021 was ruim een jaar na het uitbreken van corona en de hele cultuursector lag op zijn gat. Die was compleet tot stilstand gekomen. Uit dat onderzoek en de analyses in het onderzoek van New Deal Cultuur, werd vastgesteld dat die sector veel en veel te kwetsbaar is. Veel te kwetsbaar. En een van de drie aanbevelingen was toen: ondersteun de sector in zijn transitie naar meer weerbaarheid. Wendbaarheid en veerkracht voor de langere termijn, zodat hij daarmee onderdeel blijft van het weefsel dat nodig is voor een inclusieve, solidaire, duurzame en welvarende samenleving. Voor mij was dat een van de belangrijkste redenen om me aan te sluiten bij dit initiatiefvoorstel. Om ervoor te zorgen dat we nu echt gaan proberen die aanbevelingen in praktijk te brengen en ervoor te zorgen dat die sector weerbaarder wordt.
Want die versteviging die gezocht werd in dat rapport 'New Deal Cultuur' was in aanbod bereik en participatie en als laatste verdienvermogen. En dat werd als de
raadsvergadering van 3 oktober 2024
Notulen pagina
1646
kernopgave geformuleerd voor de cultuursector hier in Rotterdam: versterk het verdienvermogen. Teruggaan naar de oude, normale situatie, die misschien helemaal niet zo normaal was, zoals ook in dat rapport werd gesteld, zou veel te gevaarlijk zijn. Bij de eerstvolgende crisis zou die sector opnieuw compleet onderuitgaan en dan zou het maar de vraag zijn of je met overheidsingrijpen ervoor zou zorgen dat die sector overeind zou blijven. Mij is die sector dierbaar en lief en daar hoort overheidsfinanciering bij. Daar moet ook absoluut niet aan getornd worden. Dat hebben we gisteravond ook weer gehoord. Maar het is ook nodig dat we die sector weerbaarder en steviger maken en daarvoor zijn voor mij deze voorstellen in dit initiatiefvoorstel essentieel. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dank u wel. Zijn er nog vragen vanuit andere fracties in de raad aan de indieners van het initiatiefvoorstel? De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp). Ja, ik weet niet, gaat dat buiten de tijd? Zoals dat voor de indieners ook geldt? Ik heb drie vragen. De ene is over dat shared service center. Zien jullie dat onder leiding en regie van de gemeente? Dat is één vraag. De tweede vraag is, dat fair share vragen aan het rijk en/of in Europa.
Dat hangt er ook van af op welke manier je dat doet, want ik zou willen voorkomen dat dat op een heel zielige manier, een beetje Calimerogedrag, van: dat is niet eerlijk, zij zijn groot en wij zijn klein. Dat zou ik toch de eigenwaarde van Rotterdam te min vinden, dus hoe verbind je de Rotterdamse trots bij het vragen van dat fair share, dus hoe zie je dat voor je? En als derde, er wordt gerefereerd aan gisteravond. Toen waren er een aantal kleinere en grotere instellingen en 23 kwamen inspreken. Uiteindelijk ging het daar over een relatief zeer bescheiden bedrag. Dat ging misschien om € 4,5 miljoen. Dat is één promille oftewel een tiende procent van onze totale begroting. En u vraagt in 1.5 aan de wethouder om met de andere wethouders te overleggen hoe je geld voor cultuur kan gebruiken voor andere doelstellingen van de stad. En dat is eigenlijk wat normaal volstrekt logisch is bij de begroting die we nu gaan bespreken, dat we eigenlijk alles in relatie tot elkaar zien. Dat gesprek zou je normaal al continu moeten voeren, dus wat voegt 1.5 dan nog toe aan wat u vraagt? Want we gaan het hier straks over de begroting hebben en heel veel dingen hebben met cultuur te maken maar ook met zorg of ook met onderwijs of ook met welzijn. Dus dat is de vraag, hoe moet ik dat 1.5 zien als je eigenlijk de normale gang van zaken… De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren).
Volgens mij zijn de vragen helder, dank u wel. De heer COŞKUN (sp). Dat was het. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dan zou ik even willen vragen of u de drie vragen kunt verdelen en enigszins beknopt kunnen antwoorden, want daarna hebben we ook nog het debat met de heer Kasmi als portefeuillehouder. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Dank u wel voorzitter. Ik zal beginnen met het antwoord op de eerste vraag zoals wij dat zien. Die shared service is gewoon in onze ogen belangrijk en eerlijk gezegd na wat ik gisteren gehoord heb denk ik dat het nog belangrijker is dat we erin investeren. Dat kan onder regie van de overheid, maar het lijkt me niet noodzakelijk. In ieder geval vind ik dat de gemeente daar een faciliterende rol in moet aanbieden, en is de vraag vanuit de sector: doe daar meer in, dan zou ik daar niet op tegen zijn. Maar laten we beginnen met een faciliterende rol en kijken wat die sector nodig heeft en waar zijn vraag ligt. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). De heer Van Dommelen voor de tweede vraag. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ja, ik pak dan de tweede vraag. We hebben het keurig verdeeld. Mijnheer Coşkun, dank overigens, heel goede vragen, zoals ik van u gewend ben. Terecht zegt u: we moeten uitkijken dat we geen Calimerogedrag vertonen. Tegelijkertijd vind ik dat ook wel ingewikkeld.
Want als je tot de conclusie komt dat wij onze fair share niet krijgen en je mag het niet aan de orde stellen want dan ben je Calimero, dat vind ik ook wel ingewikkeld. Maar wat mij betreft gaat het erom dat wij veel duidelijker moeten maken waar wij voor staan. Ik ben ervan overtuigd dat heel veel decisionmakers rondom culturele subsidies, en u weet net zo goed als ik dat er een heleboel ergens in het Gooi en rondom Amsterdam wonen, en dat is ze gegund, dat moeten ze zelf weten, dat is prima, mooi wonen daar, maar die moeten gewoon weten wat hier gebeurt, die moeten weten wat in deze stad gebeurt op het culturele vlak. Alleen dat al is ontzettend belangrijk, dat we ze meenemen in wat er zich hier afspeelt. Ik kan u vertellen uit mijn eigen ervaring, we hebben 20 november een delegatie van
raadsvergadering van 3 oktober 2024
Notulen pagina
1647
mijn eigen partij, de VVD, op bezoek, waaronder onze woordvoerder Cultuur, Christianne van der Wal. En dat doen we in het Depot en dan praten we over de Rotterdamse cultuur. En dat is belangrijk. En dan wordt het ook veel makkelijker om straks te zeggen: beste overheid, draag bij aan hetgeen hier, de bewoners van Rotterdam belangrijk vinden. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dank u wel. Mevrouw Nunnely voor de laatste vraag. Mevrouw NUNNELY (d66). Ja, dank u wel voorzitter. Ja, het gesprek met de andere wethouders. We hebben het heel vaak, in vele commissies, over domeinoverstijgend kijken. Domeinoverstijgend met elkaar vraagstukken aanpakken, oplossen. Gistermiddag was ik in Theater Walhalla, waar we het hadden over thuiszitters. En daar zaten de wethouders van Cultuur, Onderwijs en de wethouder van Zorg. Dit zijn voor mij de voorbeelden waar het over gaat als we domeinoverstijgend met elkaar dat gesprek voeren. En ja, ik ben er zeer van op de hoogte dat we intern in het systeem van ons ambtelijk apparaat nog niet die schotten zeg maar hebben weggehaald. Maar het ontschotten, het gesprek daarover, dat wordt nu gevoerd en we hebben het daar ook met elkaar over gehad. Daar zouden we eigenlijk wel wat meer ambitie in willen zien. Niet vertragen, hier en daar versnellen, omdat het kan. Omdat de samenleving daarom vraagt en omdat de vraagstukken daarom vragen.
En daarom, dat we het domeinoverstijgend, noem het integraal benaderen, ecosysteem. Maar uiteindelijk gaat het erover dat we met elkaar kunnen kijken hoe we het systeem op een andere manier ook vorm kunnen geven, omdat de Rotterdammers dat vragen en daar behoefte aan hebben. Dank u wel. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dank u wel. Dan hebben de indieners goed hun initiatiefvoorstel kunnen toelichten en dan vraag ik hen weer op hun plek in de zaal te gaan zitten. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Nee, ik heb één keer de gelegenheid gegeven voor het stellen van vragen aan de indieners en dan wil ik overgaan tot het politieke debat. Anders duurt dit agendapunt heel erg lang. Helaas, sorry. Ja, ik wil jullie vragen om lekker op de plek in de zaal te gaan zitten en dan verder te gaan met het politieke debat met wethouder Kasmi. Oké, dan heb ik als eerste op mijn lijstje voor het politieke debat met de wethouder de heer Coşkun staan, tenzij de indieners denken: ik wil zelf heel graag als eerste in debat met de wethouder. Maar dat is niet het geval, dan geef ik het woord aan de heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp). Ja, heel kort. Ik neem aan dat de wethouder het initiatiefvoorstel, waarvoor de drie collega's erg te prijzen zijn, van harte omarmt. Zo lees ik tenminste ook zijn brief. En ik hoop ook dat het een aansporing is om nog meer te doen.
Ik begrijp vanuit de raad dat we veel meer willen. Kijk, bij cultuur gaat het toch om de emotie ook van de Rotterdammers. Dat is niet altijd in geld uit te drukken, maar die emotie is groot. Ik hoop dat dan ook gaat lukken. Ik hoop wel, dat zeg ik dan ook wel weer tegen de heer Van Dommelen, het is hartstikke leuk dat op 20 november natuurlijk de VVDfractie langskomt. Het is toevallig de verjaardag van Joe Biden, maar het is toevallig ook mijn verjaardag, dus het zou goed zijn als de VVD-fractie dan een cadeautje meebrengt voor de cultuur van Rotterdam, want ze hebben nog wel wat goed te maken na Halbe Zijlstra, want de naweeën voelen we daar nog van. Misschien kunt u ze nog subtiel daaraan herinneren. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Het woord is aan de heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ja, dank u wel. Ik moet er natuurlijk even op reageren, want ik had me niet gerealiseerd dat u dan jarig bent, dus ik zal kijken of we dan, ik zal aan mevrouw Van der Wal vragen of ze speciaal aandacht aan uw verjaardag kan geven op 20 november. Dank u wel. De heer COŞKUN (sp). Nee, ze komen voor de cultuur voorzitter, en ze moeten aandacht besteden aan de cultuur. Dat is wat ik vraag voor mijn verjaardag, verder niks. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dank u wel.
En ik wil u wel erop wijzen dat er gesproken wordt via de voorzitter en dat ik u nog niet het woord had gegeven, dus volgende keer daar graag even op wachten. Dan is het woord aan de heer Koster. De heer KOSTER (lr). Ja, dank u wel voorzitter. Ik zal de heer Coşkun in ieder geval een sms'je sturen op zijn verjaardag. Alle lof voor de indieners voor hun initiatiefvoorstel. Een prima idee om het verdienvermogen van de culturele sector te vergroten. Ik heb een vraag aan de wethouder. Ik ben nieuw op het onderwerp. Ik heb het coalitieakkoord erbij gepakt en daar lees ik op pagina 47: de grote
raadsvergadering van 3 oktober 2024
Notulen pagina
1648
instellingen moeten in staat zijn om meer op hun eigen benen te staan. En dan denk ik: uiteindelijk heeft dat tot doel minder subsidie vanuit de gemeente. Bijvoorbeeld door middel van cofinanciering en fondsenwerving. Daarmee creëren we ruimte binnen de bestaande gemeentelijke middelen om nieuwe makers te steunen. Een voorwaarde voor subsidieverstrekking aan grote cultuurinstellingen wordt een deugdelijke fondsenwervingsstrategie. Dat zullen we volgende keer bespreken bij het Cultuurplan, maar ik wil weten wat u verder tot nu deze twee jaar dat de coalitie zit al heeft gedaan aan dit voornemen om te zorgen dat de grote instellingen op eigen benen staan? Dank u wel. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Zijn er nog andere sprekers? Mevrouw Bokhove. Mevrouw BOKHOVE (gl). Dank u wel voorzitter. Een initiatiefvoorstel vanuit de raad verdient eigenlijk altijd een compliment, maar ook in dit geval. Het doel van de initiatiefnemers is meer financiële middelen naar cultuur in Rotterdam krijgen en de sector weerbaarder maken. Daar staat GroenLinks natuurlijk volledig achter. Op een aantal punten in het voorstel hebben wij andere opvattingen. Zo hebben we dat ook in de commissie met elkaar gewisseld.
Er wordt wat te veel naar onze smaak gedacht vanuit de economische waarde van cultuur voor de stad en er wordt dan voorbijgegaan aan de meerwaarde van kunst en cultuur buiten het financiële om. Kunst en cultuur hebben ook een autonome betekenis. Ze bepalen de identiteit van de mens individueel en als groep. Ze zetten ons aan het denken over onszelf en over de samenleving en dragen bij aan een beter begrip en geven uiting aan gevoelens en emoties. De initiatiefnemers stellen in hun tekst: commerciële processen en ondernemers werken in de culturele sector niet anders dan in andere. En daar is GroenLinks het niet mee eens. En ook wethouder Kasmi niet in zijn reactie. GroenLinks spreekt de woorden van Justin O'Connor na: 'Culture is not an industry'. Waarbij cultuur tevens wordt gezien als publiek goed om burgerschap te ondersteunen en te versterken. Maar dat is een basisprincipe en dat gaat eigenlijk niet over hoe je nu zorgt dat je toch die sectoren probeert zo goed mogelijk te versterken en zoveel mogelijk middelen te geven. Dus we hebben het eventjes ook met een andere blik bekeken. GroenLinks kan zich goed vinden in alle inspanningen van de initiatiefnemers om die taart, om de koek te vergroten, en kan zich ook vinden in de inspanningen of de aanmoedigingen aan de wethouder om nog meer in te zetten op lobby naar het rijk.
Wij kunnen ons ook vinden in de reactie en de nuancering van de wethouder op dit voorstel en de inspanningen die gezamenlijk worden geleverd om een shared service center op te zetten. Deze combinatie van het initiatiefvoorstel en de reactie van de wethouder is voor ons eigenlijk best of both worlds, dus op deze manier zien wij hier echt een heel goede mogelijkheid om inderdaad samen met de sector de boel te versterken. We hebben één aanvulling op het voorstel en dat is eigenlijk naar aanleiding van gisteravond vanuit de insprekers. In een aantal gevallen blijkt dat er doordat er bijvoorbeeld lokaal minder subsidie wordt gegeven, er ook de rijksbijdrage deels of geheel gemist wordt. En dat is natuurlijk jammer. Als je de koek wilt vergroten en je mist een deel bijdrage vanuit de Rotterdamse beslissing. We hebben vandaag nog een motie geschreven 'Niet kletschen maar matchen', om te zorgen dat we gaan onderzoeken om te kijken hoe we dat kunnen voorkomen en hoe we de rijksgelden maximaal kunnen benutten op het moment dat er dubbel aangevraagd moet worden en dat het in ieder geval niet dubbel dupeert als wij de gelden niet kunnen verstrekken. Die motie dienen we samen in met de PvdA en de Rotterdamse VVD. Bij dezen. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Mevrouw Bokhove heeft de volgende motie ingediend. Motie 1.
Niet kletschen maar matchen "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 3 oktober 2024 ter bespreking van agendapunt 6.2 Initiatiefvoorstel Van Dommelen e.a. over Cultuurfinanciering; constaterende dat: - een aantal Rotterdamse instellingen ook rijksgelden ontvangt, bijvoorbeeld uit het Fonds Podiumkunsten, het Mondriaan Fonds en het Fonds voor Cultuurparticipatie; - deze rijksgelden alleen volledig worden uitgekeerd als zij "gematcht" zijn met lokale middelen; overwegende dat: - de gemeenteraad vandaag bespreekt hoe hij de "taart aan cultuurmiddelen" maximaal wil vergroten; - een van de wensen die vandaag besproken wordt, het vergroten is van het aandeel rijksmiddelen dat de Rotterdamse cultuursector ontvangt;
raadsvergadering van 3 oktober 2024
Notulen pagina
1649
-
bij de inspraakavond over het Cultuurplan is gebleken dat een aantal culturele instellingen niet alleen lokaal wordt gesneden, maar ook (een substantieel deel van) hun rijksbijdrage kwijtraken waardoor het Cultuurplan voor hen dubbel slecht uitpakt; het slim matchen van Cultuurplangelden leidt tot maximale benutting van (toegekende) rijksgelden waardoor er meer rijksgeld naar de Rotterdamse cultuur gaat;
verzoekt het college: - te onderzoeken of bij de inzet van lokale cultuur middelen rekening gehouden kan worden met het optimaliseren van de rijksbijdrage met als doel ervoor te zorgen dat Rotterdam zo min mogelijk rijksgeld misloopt door slim te matchen; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. J. Bokhove, G.J. Engberts en D.J. van Dommelen De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Zijn er nog andere sprekers op dit onderwerp? De heer Van Campenhout. De heer VAN CAMPENHOUT (bij1). Dank u voorzitter. Vanuit BIJ1 zijn we blij dat er een initiatiefnota is waardoor kunst- en cultuurpartijen zich meer weerbaar kunnen maken en minder afhankelijk zijn van de grillen van de politiek. Een voorbeeld daarvan zien we helaas ook weer terug in de Tweede Kamer. We hebben nog wel een paar vragen over dit initiatiefvoorstel. Er zijn ook vaak kleinere partijen die niet de capaciteiten hebben om zelf fundraising te gaan doen of mensen of middelen daarvoor in te zetten.
Dus hoe worden deze partijen daarin voorzien qua ondersteuning? Is het niet zo dat als deze partijen vaak meer gebruik gaan maken van marktpartijen, dat ze straks ook te maken krijgen met verdringing? Is daar ook nog een soort back-upplan voor? En de laatste vraag die we daarover hebben, het is goed om ze weerbaarder te maken, maar de overheid en de politiek hebben ook nog steeds een verantwoordelijkheid. Waar borgen we die verantwoordelijkheid en dat het niet gaat verwateren omdat nu tijdelijk de private partijen het overnemen en straks de politiek een reden heeft om daar afstand van te doen? Dus hoe gaat u dat waarborgen? Tot zover, dank u. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dank u wel. Dan zie ik mevrouw Elfilali om het woord te voeren op dit onderwerp. Aan u het woord. Mevrouw ELFILALI (volt). Ja, dank voorzitter. Heel kort hoor, want er is al heel veel gewisseld hierover. Vanuit Volt zijn we natuurlijk alleen maar ook voorstander van nog meer financiële middelen naar de culturele sector.
In het begin waren wij wat kritisch naar dit initiatiefvoorstel en met name vanuit de gedachte dat we al zoveel neerleggen bij de culturele sector, dus ik ben ook heel blij met de woorden van de heer Van Dommelen waarmee hij ook net zijn inleiding begon om ook aan te geven dat dat in ieder geval niet de inzet is van dit voorstel, maar dat het inderdaad vooral het doel is om de sector weerbaarder te maken en ook de financiële taart wat dat betreft ook groter te maken en dat willen we natuurlijk allemaal. Wij steunen ook de mentaliteit van de indieners van dit initiatiefvoorstel. Heel fijn dat er wordt gedacht om te kijken naar initiatieven en ook manieren om meer middelen te vinden voor de sector. Ook veel dank aan de wethouder voor de uitgebreide antwoorden die gegeven zijn op het voorstel. Wij hopen ook dat de indieners daarmee akkoord kunnen gaan. Wij waren in ieder geval erg tevreden daarover en we hopen dat inderdaad hiermee een mooie stap wordt gezet richting de sector. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dank u wel. Zijn er nog andere sprekers op dit onderwerp, want anders kunnen we door naar de beantwoording van het college door de heer Kasmi. De heer KASMI (d66) (wethouder). Dank u voorzitter. Door verschillende raadsleden is al gerefereerd aan de commissiebehandeling. Daar hebben we het met elkaar heel uitvoerig gehad over de initiatiefnota.
Daar heb ik ook al inmiddels mijn waardering en complimenten uitgesproken voor al het werk dat er in is gestoken. Ik zie dat jullie niet over één nacht ijs zijn gegaan wat dat betreft. En ik sta uiteraard altijd open, en ik niet alleen, het hele college, voor goede suggesties van uw kant. Dat kunt u ook teruglezen in onze reactie als college op uw initiatiefvoorstel. Wij omarmen vrijwel gewoon de
raadsvergadering van 3 oktober 2024
Notulen pagina
1650
hele initiatiefnota. Ik heb daar wat op- en aanmerkingen over gedaan in de commissie en ik heb ook nog eens een brief daarna gestuurd met verdere aanscherping. Dat is ook de reactie van het college op de initiatiefnota, dus in zijn algemeenheid heel positief. Dan naar hier en nu, wat vragen. Ik had een vraag van de heer Koster. U refereerde naar het coalitieakkoord en een citaat daarin, een zin dat met name grotere instellingen meer op eigen benen gaan staan. Wat kunnen we doen en wat is er tot nu toe al gedaan? Een paar dingen. Eén, het allerbelangrijkste is dat we nu die transitie hebben ingezet. Dat heeft precies als doel om die taart natuurlijk met elkaar te vergroten. U weet, als u de debatten, het was ook al een beetje voor uw tijd hier, maar misschien heeft u goed kunnen volgen, dat het keurslijf waarin we nu zitten, zowel in de financiële systematiek als de systematiek van elke vier jaar weer beoordelen, dat vind ik niet meer van deze tijd. Dus de transitie die we nu zijn ingegaan met elkaar moet juist ook daarin voorzien. Dus dat is één heel belangrijke stap die ik de afgelopen tijd heb ingezet. En twee natuurlijk ook, ik zie dat ook ten aanzien van het verwerven van middelen door externen, ook door andere partijen dat ook steeds beter lukt. Het allermooiste voorbeeld dat ik u kan geven is het dossier dat we zojuist met elkaar hebben besproken, Boijmans Van Beuningen.
Daar is toch wel ongeveer € 100 miljoen aan externe inkomsten binnengehaald. Even los van allerlei andere externe inkomsten, om daar maar een voorbeeld van te geven. En zo zijn er nog een aantal voorbeelden. Maar de belangrijkste stap vind ik zelf zeg maar die transitie, omdat dat op de lange termijn ook echt het verschil gaat maken. Dan mevrouw Bokhove. U heeft een motie ingediend, die ligt nu net voor mij. Te onderzoeken of bij de inzet van de lokale culturele middelen rekening gehouden kan worden met het optimaliseren van de rijksbijdrage met als doel ervoor te zorgen dat Rotterdam zo min mogelijk rijksgeld misloopt. Dat vind ik een heel sympathieke en goede motie, dus deze kan ik volledig omarmen. Ik denk dat het goed is om te kijken hoe wij ons geld kunnen maximaliseren, zodat we geen onnodige gelden mislopen. Die kan ik dus omarmen voorzitter. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dank u wel. U heeft een interruptie van de heer Van Dommelen op het vorige punt. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik ben het helemaal met u eens, die transitie is ontzettend belangrijk. Eigenlijk is dat wel het sluitstuk van alle discussies die wij de laatste tijd gehad hebben met elkaar.
Tegelijkertijd, het duurt al best wel een tijdje hè, ik weet dat we die transitie hebben ingezet, het was denk ik het eerste cultuurdebat dat ik in deze raadsperiode heb mogen meemaken. We hebben u gevraagd voor de zomer, kunt u ons een tussenstand geven? We horen af en toe wel eens wat van de kwartiermaker, maar we willen het graag met u daarover hebben. Dus ik zou het wel op prijs stellen als u kunt toezeggen dat die tussenstand ergens in de komende weken kan komen, zodat we daarover met elkaar in gesprek kunnen. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). De wethouder. De heer KASMI (d66) (wethouder). Ja, dat zal mijn inzet zijn. Ik kan nu niet uit mijn hoofd zeggen of dat weken of misschien iets langer dan een paar weken zal zijn, maar u kunt ervan uitgaan dat ik even navraag ga doen hoe het staat met de laatste stand van zaken. Zodra ik dat heb, beloof ik u, met mijn hand op het hart, dat we daarna heel snel vaart maken om het ook met u hier in de commissie te behandelen en u die stand van zaken te geven. Daar doe ik echt mijn best op. Dan voorzitter, nog een vraag van de heer Van Campenhout. Wat ik in uw vraag een beetje denk te bemerken is een soort van zorg naar aanleiding van de initiatiefnota die nu is ingediend over: kijken we ook uit, niet alleen maar weer te ver doorslaan de andere kant op naar de private partijen.
Het gaat ook over het bestaansrecht van de culturele sector. Ik heb daar in de commissie ook al het een en ander over gezegd. Voor mij is cultuur an sich ontzettend belangrijk. Ik vind dat we daar als overheid gewoon ook een taak in hebben om daarin te voorzien. Het kan niet zo zijn dat de markt daar alleen voor aan zet is, maar ook wij als overheid. Voor mij is de culturele sector, denk bijvoorbeeld, neem een heel belangrijke instelling, de bibliotheek, dat vind ik ook echt een taak van ons als Rotterdam, als gemeente, om daar gewoon voldoende middelen voor te reserveren omdat we weten hoe belangrijk een bibliotheek zeker in onze stad is. Dus ik deel die mening daarin. Dan had u ook nog een vraag over hoe kleine partijen natuurlijk daarin worden ondersteund. Het is goed om te weten, bijvoorbeeld die shared services waarover we het met elkaar hebben gehad, daar gaan we juist ook kijken naar hoe het voor lastenverlichting kan zorgen, juist ook bij de kleine organisaties. Want dat is natuurlijk van belang, dat niet alleen de grote organisaties maar juist de kleine organisaties daar ook van kunnen profiteren. Dat was het woord waar ik naar zocht, dank u voorzitter. Voorzitter, volgens mij is dit een beetje wat ik in ieder geval aan vragen heb genoteerd. Dank u wel.
raadsvergadering van 3 oktober 2024
Notulen pagina
1651
De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Hartstikke mooi, dan kijk ik even rond of er nog zijn blijven liggen. Volgens mij was dat ook niet het geval. Nee, dat klopt. Dan kijk ik nog even of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is ook niet het geval. Dan kunnen we door naar de toezeggingen op dit onderwerp. Ik heb er één gehoord maar die moet ik nog even doorkrijgen, dus een klein moment. Oké, ik heb begrepen dat er geen toezegging is, wel de belofte aan de heer Van Dommelen dat er tussentijds gerapporteerd zal worden maar dat is een belofte. Bij dezen genoteerd. Dus dat is hartstikke mooi. Dan zijn we hiermee aan het einde van agendapunt 6.2. Nogmaals dank aan de initiatiefnemers, want dat is toch altijd mooi als die hun eigen raadsinstrumenten op deze manier weten te benutten. 6.3
Het rapport van de Rekenkamer Rotterdam ꞌZorg voor groenꞌ, onderzoek naar groene buitenruimte, alsmede het voorstel van het presidium met betrekking tot de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport en het voorstel tot vaststelling van het Handboek Rotterdamse Stijl 2.0
De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dan gaan we door naar agendapunt 6.3, het rapport van de Rekenkamer Rotterdam ꞌZorg voor groenꞌ, onderzoek naar groene buitenruimte, alsmede het voorstel van het presidium met betrekking tot de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport en het voorstel tot vaststelling van het Handboek Rotterdamse Stijl 2.0. Dat is een hele mond vol. Ik ga kijken wie daar het woord op wil voeren in de eerste termijn. Dan heb ik als eerste mevrouw Abrahamse op het lijstje staan. En dan vraag ik ondertussen of iedereen die nu staat in de raadzaal even wil gaan zitten, want dan kunnen we ordentelijk beginnen aan dit debat. Het woord is aan mevrouw Abrahamse. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd). Ja, hij doet. Ik ben niet opgegroeid in Rotterdam maar in Zeeland en onze tuin voelde eigenlijk net zo groot als het Kralingse Bos. Want we plukten gras en bloemen en mengden die dan met wat grond in water en dan noemden wij dat heksensoep. Ik en mijn zusje deden dat dan samen als we aan het spelen waren. En we bouwden onze eigen hut tussen de bomen die er stonden en volgden dan onze weg door diezelfde bomen om het paard van de buurman te kunnen aaien. Of dan gingen we even met een tak testen of het schrikdraad wel echt werkte of dat we wellicht nog dichterbij konden komen. En natuurlijk kreeg je dan een keiharde schok want het werkte altijd wel.
Ik ben op die manier opgegroeid met dus heel veel groen om me heen. Maar als je dan kijkt naar het centrum van Rotterdam en je voorstelt dat je daar als kind zou wonen en opgroeit, dan is zo'n tuin of een park vaak ver te zoeken. En ik gun eigenlijk elk kind van Rotterdam het om ook zo op te groeien. Daarom hebben wij als VVD voorgesteld om te onderzoeken of de singels kunnen worden teruggebracht naar Rotterdam. Ik ben ook blij dat de wethouder in de commissie al aangaf dat hij inderdaad het onderzoek is gestart, dat het Waterschap daar ook al bij is betrokken en dat we in januari hier de eerste resultaten van dat onderzoek kunnen verwachten. Dat is ook de reden waarom wij als VVD al de vorige periode 20 hectare groen hebben toegevoegd en ook deze periode, al sinds de verkiezingen, ons constant inzetten om deze stad groener te maken. En we zien ook echt dat we meters maken, dat we vierkante meters maken in deze stad. Kijk ook bijvoorbeeld naar het Hofbogenpark. Zeker in Noord en in het centrum heb je echt nog te weinig groen en zo'n park zorgt er echt voor dat ook zo'n leuke speelplaats met zelfs waterspeelpleintjes en zo erbij, ook voor die kinderen in het centrum er straks ligt. Dat betekent voor ons ook, als we het dan hebben over de Rotterdamse stijl, een hufterproof buitenruimte.
Dus dat betekent dat je ook kan genieten van dat groen, zonder dat je wordt nagesist of dat er te veel overlast is op straat. En dat we juist ook eigenlijk heel mooie uitvindingen hebben, waardoor je niet constant handhavers nodig hebt om op straat ervoor te zorgen dat er geen overlast is, maar dat we bijvoorbeeld, wat ik laatst zag, in een hoekje gewoon metalen plaatjes kunnen plaatsen, en als iemand dan aan het urineren is, dan krijgt hij dat vooral op zichzelf teruggespat. En dan hebben we niet altijd een handhaver nodig in de buurt die daarover iets hoeft te zeggen. Die kan zich dan bijvoorbeeld met seksuele straatintimidatie beziggehouden, waar de eerste boete voor is uitgegeven. Dus dat is ook waarom wij als VVD vooral ook door willen met ook op een bepaalde manier de stad inrichten die soms ook zorgt voor minder overlast. En in totaal zijn we gewoon heel erg blij, en dat zien we eigenlijk ook al terug in het Rekenkamerrapport, dat we in de afgelopen twintig jaar steeds serieuzer geworden zijn met het vergroenen van onze stad, dat daar ook steeds vaker klimaatadaptatie in moet worden meegenomen en dat zien we eigenlijk ook juist in deze collegeperiode gebeuren en daar zijn we ook trots op en daar gaan we graag mee door. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). U heeft een interruptie van mevrouw Morkoç.
raadsvergadering van 3 oktober 2024
Notulen pagina
1652
Mevrouw MORKOÇ (gl). Voorzitter, ik hoor de VVD pleiten voor maatregelen die kunnen worden toegepast in de buitenruimte om de buitenruimte minder te verwelkomen voor sommige mensen. Er was één voorbeeld genoemd, daar kan ik me op zich wel achter scharen. Heeft de VVD meer voorbeelden waar ze voor staan? De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Mevrouw Abrahamse. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd). Ik vind dat wij in onze stad al best wel goed onderscheid maken in waar wij willen dat mensen juist wel even lekker op een bankje gaan zitten in een park en waar willen we misschien niet dat mensen te lang blijven hangen, omdat dat dan vaak 's avonds voor overlast zorgt. Dus het is inderdaad ook een beetje een voorschot op een discussie die denk ik door u zal worden ingeleid, maar ik ben de eerste spreker. En wij zijn eigenlijk, als we kijken naar het design van de stad, in plaats van altijd maar als een boa ernaast te staan, kunnen we ook gewoon heel goed nadenken over de inrichting en mensen de kanten op sturen in de stad waar we willen dat ze even lekker gaan zitten of waar we juist willen dat iemand veilig over straat kan lopen zonder dat die wordt lastiggevallen, wordt nagesist, dat soort zaken. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl).
Voorzitter, ziet de VVD Rotterdam als een soort Madurodam, waar niet in mag worden geleefd, of mogen wij gewoon leven in de stad en gebruikmaken van de stad zoals u dat ook mag? De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Mevrouw Abrahamse. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd). Nou, ik heb net helemaal uitgelegd hoe ik wil dat kinderen weer kunnen spelen in de stad en hutten kunnen bouwen in het Kralingse Bos en ook een ander park dicht in de buurt. Een Madurodam is voor mij niet per se een goede vergelijking. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl). Nee, maar de VVD zegt wel: wij gaan kiezen in welk park mensen wel of niet mogen zitten. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Mevrouw Abrahamse. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd). Nou ja, ik denk inderdaad niet dat je zomaar overal op straat alles kan doen wat je wilt. In een grote stad, waar heel veel mensen leven en heel veel mensen verschillende behoeftes hebben, moet je gewoon ook af en toe gaan nadenken als gemeenteraad, dat doen we hier constant, welke functie heeft waar even voorrang? De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Oké, dank u wel. Dan gaan we door mevrouw Morkoç voor haar eigen bijdrage. Mevrouw MORKOÇ (gl). Voorzitter, dank u wel. Om te beginnen spreek ik mijn waardering uit voor het Rekenkamerrapport 'Zorg voor groen' en GroenLinks sluit zich ook aan bij de aanbevelingen.
Het rapport onderstreept de urgente noodzaak om de biodiversiteitscrisis en de hittestress in Rotterdam aan te pakken. Vergroening en klimaatadaptatie zijn cruciaal voor onze toekomst, maar we zien dat deze maatregelen nog niet overal structureel zijn verankerd in ons beleid. Daarom hebben we ook een aantal vragen aan de wethouder. Wethouder, hoe gaat u ervoor zorgen dat de klimaatadaptatieve maatregelen zoals vergroening en hittestressbestrijding standaard worden opgenomen in alle buitenruimteprojecten met prioriteit voor de wijken waar de nood het hoogst is? We zien nog steeds ontzettend veel wijken die dat erg hard nodig zouden kunnen hebben. Versteende wijken, en dat zien we helaas ook in wijken waar veel armoede is. Daar zouden we veel aandacht voor moeten hebben. Het CDA heeft hier ook een motie op, daar staan wij ook onder. Als zij die indienen, zijn wij daar ontzettend blij mee. Onze tweede vraag is: zou de gemeente kosten kunnen besparen en natuur kunnen besparen door over te stappen van contracten op basis van frequentie naar contracten op basis van kwaliteit, gericht op biodiversiteit, klimaatadaptatie en recreatie? Is de wethouder bereid om hierin stappen te zetten? Onze laatste vraag: wethouder, welke stappen gaat u zetten op
raadsvergadering van 3 oktober 2024
Notulen pagina
1653
halfverharding? Het argument is soms: als groen niet lukt, dan gaan we maar naar steen, maar schelpenpaden, houtsnippers, zandpaden zijn ook mogelijk en voegen ook meer biodiversiteit toe. Dan heb ik ook nog een drietal moties die ik graag zou willen toelichten. De eerste gaat over het stimuleren van olifantenpaden. Daar hebben we het een aantal keren over gehad. U weet dat ik daar een fascinatie voor heb. Deze motie vraagt om natuurlijke looproutes te stimuleren, omdat zij bijdragen aan het luisteren naar hoe gebruik wordt gemaakt van de stad en tegelijkertijd ook natuur toevoegen aan de stad. Onze tweede motie gaat over de landelijke bomennorm. Deze motie vraagt om de implementatie van de bomennorm voor het verbeteren en beschermen van de bomen. En onze laatste motie gaat over een toegankelijke buitenruimte voor iedereen. Voorzitter, u hoort GroenLinks hier vaak spreken over dat we willen dat onze buitenruimte toegankelijk is voor iedereen. Dat hebben we net ook bepleit tegenover de VVD. Mensen met een beperking, mensen zonder huis, mensen die moeite hebben met naar buiten gaan en ouderen die snel vermoeid raken en mensen die buiten willen spelen, ook kinderen, hebben allemaal recht op onze buitenruimte. Overigens ook dieren, maar dat weet u van ons.
Met deze motie vragen wij het college om obstakels weg te nemen voor betere toegankelijkheid en weg te stappen van vijandige architectuur waar dat ook veilig kan. En wij denken dat dat op heel veel plekken in Rotterdam kan. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). U heeft een interruptie van mevrouw Abrahamse. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Ja, het klopt inderdaad, hij is helemaal ingelogd, maar wij horen u niet versterkt, dus er is inderdaad iets geks aan de hand. Ik hoop dat de techniek daar heel even naar kan kijken. En als dat niet lukt, kunt u misschien heel even bij de microfoon ernaast inloggen, voor de snelheid van dit moment. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd). Oké, deze doet het wel. Ik word gewoon nu al stilgelegd in dit debat. Kijk, ik wil nog in ieder geval als eerste benadrukken dat wij als VVD zijn voor een toegankelijke buitenruimte. En zeker als ik dan naar kijk naar iemand in een rolstoel of een scootmobiel, die moet ook overal toegang toe hebben. Wat mijn pleidooi eerder was, ging er meer over dat iemand die even rustig in een park wil zitten, misschien niet wil dat op diezelfde plek jongeren gaan skaten. Terwijl die jongeren die daar aan het skaten zijn, misschien eigenlijk ook helemaal geen zin hebben dat er steeds geklaagd wordt door iemand anders die daarnaast zit voor zijn rust, of ze daar nu wel moeten spelen.
Dus ik zeg juist: laten we met de inrichting van onze buitenruimte al ervoor zorgen dat iedere plek in de stad een bepaalde functie heeft in plaats van wat u voorstelt om dat maar allemaal mogelijk te maken en een soort free for all, en dan kijken welke sterkste gaat winnen. Wij denken juist dat we daar wat beter over na moeten denken. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl). Voorzitter dank u wel. Hier gaat het dus om. Het gaat erom: hoe wil je de buitenruimte inrichten? Wij zien een buitenruimte als een plek waar mensen samenkomen en dus ook met elkaar moeten leren leven. Wat we zien bijvoorbeeld bij de skaters is dat er op verschillende plekken skatestoppers zijn geplaatst waardoor skaters weer geneigd zijn ergens anders heen te gaan en daar dan wat u vindt overlast veroorzaken, wat wij vinden een buitensport bedrijven of gewoon buiten aan het spelen zijn. Je kan de buitenruimte niet in hokjes opdelen. Wij leven samen buiten. Rotterdam is van iedereen en ook onze buitenruimte. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Mevrouw Abrahamse. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd). Kijk, als je het op die manier aanpakt en gewoon niet in de buitenruimte gaat sturen, dan wint de luidste altijd. Want geluid is altijd luider dan stilte. Dus kun je dan niet juist beter zeggen: we hebben enorm mooie skateparken in de stad.
Ik snap dat het leuker is om soms op een iets uitdagender obstakel te gaan skaten, maar iemand anders wil daar misschien juist even gaan rusten en even voor de stilte heen, omdat die een buurman heeft die heel veel overlast veroorzaakt. Die gaat dan niet naast de skatebaan zitten. Die wil eventjes naar het park. En op die manier betekent het niet dat we daar in de stad geen ruimte voor geven, maar dat we verschillende plekken in de stad creëren met verschillende functies. En dat is niet wat uw motie beoogt. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Mevrouw Morkoç.
raadsvergadering van 3 oktober 2024
Notulen pagina
1654
Mevrouw MORKOÇ (gl). Voorzitter, leuk genoeg is dat wel wat onze motie beoogt en we zien het ook gebeuren in landen zoals Frankrijk. In Bordeaux heeft de gemeente een heel goed gesprek gehad met de skategemeenschap en hebben ze met elkaar afspraken gemaakt hoe ze wel samen de buitenruimte kunnen gebruiken. Hoe én skaters én mensen die rust willen, gebruik kunnen maken van de buitenruimte. Dus de manier waarop de VVD naar de samenleving kijkt is niet de manier waarop GroenLinks de samenleving ziet. Wij zien de samenleving als een samenwerking, een gesprek hebben met elkaar, kijken waar de behoeftes zijn en daarop met elkaar afspraken te maken zodat je samen kan genieten van de buitenruimte. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dank u wel. Mevrouw Abrahamse. Mevrouw ABRAHAMSE (vvd). Nou, als dat dan wel is wat uw motie beoogt, dan zal dat niet zijn wat die motie veroorzaakt. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dank u wel. Ik zou dit debatje ook ongeveer willen afronden, maar niet nadat ik eerst nog even het woord heb gegeven aan de heer Van Schaik. De heer VAN SCHAIK (lr). Ja voorzitter, ik wil eigenlijk een verduidelijkende vraag aan mevrouw Abrahamse stellen. Begrijp ik nu dat u eigenlijk zegt dat u een apart deel van de buitenruimte voor skaters wil hebben, een apart deel voor mensen die op een stoeltje willen zitten. Ik zou graag een verduidelijking van u willen.
De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Mevrouw ABRAHAMSE (vvd). Nou ja, ik denk dat als er een plek is waar er veel overlast is, wat we bijvoorbeeld ook bij het Centraal Station hebben gezien, dat daar te veel mensen blijven hangen en dat dat ook voor een onveilige omgeving zorgt, dat we met de inrichting van de buitenruimte al heel veel van die overlast kunnen voorkomen. Dat is wat ik hiermee beoog. En dat kan ook soms betekenen dat je in een bepaalde plek je niet ook skaters wilt en misschien dan wel iets neerlegt wat dat tegenhoudt. Maar in zijn geheel wil je al die functies natuurlijk wel in de stad. Alleen je kunt heel mooi de architectuur in onze stad juist gebruiken om daar een klein beetje in te sturen. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). De heer Van Schaik. De heer VAN SCHAIK (lr). Ik deel die mening niet. Ik ben altijd van mening geweest dat de buitenruimte voor iedereen is en wat die daar wil doen. En wat ik van u begrijp is dat u nu in hokjes wil gaan denken, van: jij mag dat daar maar dat mag je niet daar. Ik vind gewoon dat als ik mijn skates aan wil trekken en ik wil over het Centraal Station ga ik skaten. Als ik over de Lijnbaan wil, ga ik skaten. En ik wil niet in een bepaald hokje worden geduwd van hier mag je wel skaten en daar mag je niet skaten. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Mevrouw Morkoç nog voor een reactie. Mevrouw MORKOÇ (gl).
Voorzitter, ik zou de VVD ook willen vragen om even goed naar mijn motie te kijken, want het gaat daar juist om om in gesprek met elkaar te kijken waar er ruimte is om die obstakels weg te halen. De samenleving waar wij in geloven doet dat in gesprek met elkaar. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Mevrouw Morkoç heeft de volgende moties ingediend. Motie 1. Stimuleren van natuurlijke paden (olifantenpaden) met duurzame materialen "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 3 oktober 2024 ter bespreking van agendapunt 6.3 Het rapport van de Rekenkamer Rotterdam 'Zorg voor groen: onderzoek naar groene buitenruimte, alsmede het voorstel van het presidium met betrekking tot de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport en het voorstel tot vaststelling van het Handboek Rotterdamse Stijl 2.0; constaterende dat: - olifantenpaden vaak ontstaan waar stedelijke ontwerpen niet optimaal aansluiten op het daadwerkelijke gebruik van de ruimte;
raadsvergadering van 3 oktober 2024
Notulen pagina
1655
-
deze paden een mogelijkheid bieden om de buitenruimte inclusiever, toegankelijker en soms speelser te maken voor bewoners; het gebruik van olifantenpaden in andere steden positieve effecten heeft laten zien op zowel de mobiliteit als de vergroening van de publieke ruimte; er momenteel geen formeel beleid is omtrent het gebruik en behoud van olifantenpaden in Rotterdam, zoals blijkt uit de beantwoording van de schriftelijke vragen;
overwegende dat: - onze publieke buitenruimte zo goed mogelijk moet aansluiten bij de behoeften en wensen van zowel de mens als de natuur; - het aanleggen van duurzame, natuurlijke verharding, zoals houtsnippers, op deze paden zowel het gebruiksgemak als de bijdrage aan vergroening kan verbeteren; - olifantenpaden een vorm van participatie zijn waarbij de bewoners zelf aangeven hoe de ruimte het beste gebruikt kan worden zoals in het 'Oregon Experiment', waarin bij de aanleg van een nieuwe campus niet vooraf paden waren aangelegd, maar de paden pas werden aangelegd nadat olifantenpaden ontstonden, doordat de studenten bepaalde routes veel gebruikten; - Kopenhagen als experiment de natuurlijke looproutes heeft gebruikt die na een sneeuwbui zichtbaar werden om de ruimte beter in te richten; - het behoud van deze paden, gecombineerd met het toevoegen van duurzame materialen, kan bijdragen aan een groenere, gebruiksvriendelijke stad; verzoekt het college: - om te onderzoeken hoe olifantenpaden, zolang ze voldoende veilig en toegankelijk zijn, in Rotterdam gestimuleerd en geformaliseerd kunnen worden als onderdeel van een duurzaam groenbeleid; - daarbij te kijken naar de mogelijkheid om deze paden te voorzien van milieuvriendelijke materialen zoals houtsnippers, om zowel het gebruik als de groene uitstraling te versterken; - dit in toekomstige herinrichtingsprojecten van de
openbare ruimte mee te nemen en bewoners actief te betrekken bij het ontwerpen en inrichten van deze paden; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. M.Y. Morkoç, T.S.J. Coşkun, R.T.J. van der Velden en G.J. Engberts Motie 2. Een toegankelijke buitenruimte voor iedereen "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 3 oktober 2024 ter bespreking van agendapunt 6.3 Het rapport van de Rekenkamer Rotterdam 'Zorg voor groen: onderzoek naar groene buitenruimte, alsmede het voorstel van het presidium met betrekking tot de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport en het voorstel tot vaststelling van het Handboek Rotterdamse Stijl 2.0; constaterende dat: - de wethouder heeft aangegeven dat de Rotterdamse buitenruimte toegankelijk en uitnodigend moet zijn voor alle Rotterdammers, in lijn met de principes van de vernieuwde Rotterdamse Stijl; - rust- en zitplaatsen in de buitenruimte een belangrijke rol spelen in het bevorderen van inclusiviteit en toegankelijkheid voor diverse groepen, zoals ouderen, mensen met een beperking en gezinnen; overwegende dat: - de raad reeds eerder in meerderheid heeft uitgesproken dat vijandige architectuur onwenselijk is voor de beschikbaarheid en toegankelijkheid van rust- en zitplaatsen in de buitenruimte; - de wethouder aangeeft dat er in de Rotterdamse buitenruimte nog steeds sprake kan zijn van vijandige architectuur, ook al is dit geen onderdeel meer