CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20240530- Notulen van de raadsvergadering van 30 mei 2024

Gemeenteraad 20 juni 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van de raadsvergadering van 30 mei 2024.68.633 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 7

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

763

er bij Pameijer nu zeven mensen bezig zijn met reclame maken. Dat heet dan communicatiemedewerker, omdat ze Pameijer voortdurend in de markt moeten zetten in concurrentie met andere zorgverleners. En vervolgens staat in dit stuk dan dat de zorgverleners niet meer concurrent van elkaar zijn, ze moeten weer samenwerken, met alle bedrijfsgeheimen en de flauwekul van het marktspelletje van dien. We moeten daarmee stoppen voorzitter, en dat kan als we gaan kijken wat er goed gaat in de stad, en er gaan gelukkig ook een hoop dingen goed, dankzij de mensen zelf. Maar dan moeten we dus niet volgende week een Voorjaarsnota krijgen waarin weer tientallen bezuinigingen worden aangekondigd en dat juist de mensen die de stad dragen, de zorgverleners, wegbezuinigd worden omdat de rest nu eenmaal in een of andere aanbesteding al is weggegeven. Voorzitter, wij maken ons ernstige zorgen en op deze manier gaan we het niet redden en gaat heel de stad kapot. De VOORZITTER. Mevrouw Van Aalst. Mevrouw AAFJES-VAN AALST (lr). Dank u voorzitter. We hebben inderdaad de afgelopen maanden veel gezegd met betrekking tot de passende zorg. We moeten immers in Rotterdam de verantwoordelijkheid nemen om passende zorg voor heel de stad beschikbaar te houden. Ook al vergt dat scherpe en pijnlijke keuzes.

Het is de pijnlijke realiteit als we kijken naar de maatschappelijke ontwikkelingen zoals de dubbele vergrijzing en de individualisering van de samenleving. We hopen inderdaad dat Rotterdammers meer in contact komen met hun omgeving, dat er sterke netwerken worden aangehaald en er meer sociale cohesie ontstaat in de wijken. Tegelijkertijd vrees ik ook dat dat niet overal in Rotterdam het geval zal zijn. Daarom vertrouwen we erop dat de ondersteuning beschikbaar blijft voor degenen die het inderdaad het hardst nodig hebben. Ook wil ik nogmaals mijn zorgen uitspreken over de populatiegebonden bekostiging van de zorg in plaats van resultaatgerichte bekostiging. De onderzoeken hierover zien we dan ook graag vroegtijdig tegemoet. Daarnaast onderschrijf ik het standpunt dat ook in de commissie naar voren kwam om zorgfraude keihard aan te pakken. Het is immers onacceptabel dat terwijl de zorgkosten de pan uit rijzen, malafide zorgbureaus niet-geleverde zorg declareren om er zelf de zakken mee te vullen. Afsluitend wil ik dank en vertrouwen uitspreken richting de zorgaanbieders en alle zorgverleners. Want uitkomsten van deze bestuursopdracht zullen uiteindelijk op hun schouders terechtkomen. Tot zover. De VOORZITTER. Dank u wel. Wie mag ik het woord geven? Mijnheer Elbay. De heer ELBAY (d66). Dank voorzitter. Hoe dichter bij de voorzitter hoe beter, zeiden ze, en het klopt ook wel.

Beter oogcontact. De VOORZITTER. Ik voel de warmte. De heer ELBAY (d66). Ja voorzitter, we hebben het vandaag opnieuw over de bestuursopdracht Zorg. Volgens mij hebben wij de afgelopen maanden hier meermaals over gesproken en het mooie is dat we nu een plan hebben, een integraal plan, dat de uitgangspunten en de visie van het college aangeeft, waar dit college naartoe zou willen werken. En terechte opmerkingen ook wel over dit punt, misschien had dit plan veel eerder moeten komen. Voorzitter, we hebben het over zorgbudgetten, we hebben het over plannen die we willen realiseren. We hebben het over zaken die gewoon niet goed geregeld zijn. En laten we ook eerlijk zeggen, dit zagen wij in 2020, misschien in 2019, in de vorige coalitieperiode, in de vorige raadsperiode, wellicht niet aankomen. En ik ben ook ontzettend blij om te zien dat er vanuit het college nu wordt geanticipeerd op de stijgende zorgkosten. Het is ontzettend belangrijk dat je bepaalde zaken moet erkennen, namelijk dat het niet altijd vanzelfsprekend is om zorg te krijgen, dat het niet vanzelfsprekend is om continu bij te plussen daar waar er tekorten zijn. Je moet simpelweg daar waar het kan ook op de rem trappen. En dat gebeurt nu ook wel.

En het is heel lastig en heel moeilijk om soms dat slechte verhaal over te brengen bij de Rotterdammer, bij de burger, maar je moet wel proberen om een eerlijk verhaal neer te leggen. En daar zijn wij ook van. Voorzitter, de oorzaken kennen we. Tekorten aan zorgpersoneel, dubbele vergrijzing die zich voordoet. Niet enkel in Rotterdam maar met name in West-Europa en al die demografische veranderingen maken het nogal moeilijk. Met name de sociaaleconomische uitdagingen van onze stad dwingen ons soms ook om middelen efficiënter in te zetten. De VOORZITTER. Achter u staat mijnheer Kind. Die wil blijkbaar een vraag stellen.

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

764

De heer KIND (volt). Nou, de heer Elbay begon in principe een financieel betoog, met als vraag: we moeten het slechte verhaal overbrengen aan de Rotterdammers. Ik vroeg me af wat daar precies mee bedoeld wordt. De VOORZITTER. Mijnheer Elbay. De heer ELBAY (d66). Nou ja, misschien verkeerd taalgebruik voorzitter. Het is niet zozeer dat slechte verhaal overbrengen, maar toch wel uitleggen dat zorg niet vanzelfsprekend is. De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). Maar is de heer Elbay in ieder geval met ons van mening dat we de Wet maatschappelijke ondersteuning uitvoeren, de Jeugdwet, waarin staat dat we iedere Rotterdammer met een ondersteuningsbehoefte gewoon zorg moeten leveren, dat dat eigenlijk het uitgangspunt is van de wet waaraan wij ons moeten houden. Is de heer Elbay het daarmee eens? De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Voorzitter, de Wet maatschappelijke ondersteuning is een wet die ervoor zorgt dat we alle kwetsbare Rotterdammers die hulp- en zorgbehoevend zijn ook op een juiste wijze zouden moeten helpen. Ik ben het ermee eens dat we alle zorgbehoevende Rotterdammers dan in die zin ook helpen. Zeker. Maar dat doen we ook. Er staat ook nergens in de plannen dat we de Rotterdammer niet gaan helpen. Maar we gaan kritisch kijken naar de situatie en we gaan de Rotterdammer die zorg het hardst nodig heeft, die gaan we proberen te helpen.

De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). Zegt u dan daarmee ook dat er een aanzienlijke groep Rotterdammers is waar we straks nee tegen gaan zeggen? Nee tegen huishoudelijke hulp. Nee tegen een traplift. Nee tegen een scootmobiel. Nee tegen individuele begeleiding. Nee tegen dagbesteding en ga zo maar door. Is er een groep Rotterdammers die we straks niet die ondersteuning gaan bieden? De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Voorzitter, we moeten mensen niet bang maken dat ze dadelijk zonder zorg komen te staan. Ik heb zelf nee verkocht aan mijn eigen ouders. Mijn moeder die recht heeft op een WMO-voorziening, denk maar aan huishoudelijke hulp door haar fysieke problemen, heb ik nee verkocht. Het is een cultuuromslag voorzitter, want ze heeft drie gezonde kinderen, als je mijn vrouw meetelt vier gezonde kinderen die haar kunnen bijstaan bij de huishoudelijke hulp. Ze heeft drie gezonde kinderen die haar verder kunnen helpen in de financiële begeleiding. Dus het is belangrijk voorzitter om die cultuuromslag te maken als dat, als politiek om eerst in je eigen omgeving te kijken en vervolgens naar het voorliggend veld te kijken om vervolgens naar de welzijnsaanbieders te kijken en niet meteen af te stappen richting de gemeente.

Dus het is een cultuuromslag voorzitter die ik persoonlijk in mijn privéleven inzet, om juist verstandiger om te gaan met die schaarse middelen die we hebben in deze stad. De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). U legt mij nu in de mond dat ik Rotterdammers bang zou maken. U begint zelf over het slechte verhaal vertellen. Een moeilijke boodschap overbrengen. Nou, dat zie ik dus in principe, ik ben heel blij dat de heer Elbay het weet te regelen in de familie. Maar 60% van de Rotterdammers is eenzaam, vooral ouderen, 55% is ook nog eens sociaal geïsoleerd in meer of mindere mate. Bij heel veel Rotterdammers is die omgeving er niet, en dat zijn tienduizenden Rotterdammers. En als we tegen die Rotterdammers moeten gaan zeggen: nee, jullie krijgen de zorg niet, nee, jullie krijgen die ondersteuning niet, dan vind ik het zeer onverantwoordelijk om dat vanuit de gemeente Rotterdam te doen. En dat is geen goede boodschap naar de Rotterdammers. De VOORZITTER. Mijnheer Verweij.

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

765

De heer VERWEIJ (vvd). Toch een beetje bijval richting mijnheer Elbay, want als we het hebben over bijvoorbeeld eenzaamheid onder ouderen, dat gaat mij ook aan het hart. Ik heb ook een moeder die richting de 70 gaat. Als een oudere eenzaam is en we investeren bijvoorbeeld wel in zorgrestaurants waar de wethouder mee bezig is, dat maakt dat je ouderen bij elkaar brengt en met elkaar in contact brengt. Dat is denk ik een goedkopere oplossing dan betalen voor zorgverleners die daar de strijk moeten doen en huishoudelijke hulp moeten gaan verlenen. En dat is denk ik een mooi voorbeeld van een manier hoe we een vraag, een hulpvraag niet met zorg beantwoorden, namelijk een huishoudelijke hulp die langskomt, maar op een andere manier mensen met elkaar in contact proberen te brengen om echt problemen op te lossen. Ik denk dat dat juist een goed en mooi streven is. De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). Nou, ik denk dat het heel goed is dat er wijkrestaurants komen en dat zeggen wij ook niet. Maar als we gaan kijken naar de zorgkosten in Rotterdam en waaruit die bestaan. Het grootste bedrag zit in huishoudelijke hulpververlening, beschermd wonen, individuele begeleiding, dagbesteding, al die voorzieningen die wij leveren. Daar zit het grote geld.

En als we daar gaan zeggen: nee dat is niet mogelijk, dus nee, wij gaan uw huis niet meer schoonmaken, nee u mag niet meer naar de dagbesteding. Dan kunnen we nog zoveel goede initiatieven rondom wijkrestaurants starten, maar tegelijkertijd zal een heel groot deel van de Rotterdammers dan verder in de problemen komen en dat willen wij voorkomen. De VOORZITTER. Mijnheer Elbay. De heer ELBAY (d66). Ja, dank voorzitter. Ook dank voor de bijval van de heer Verweij bij dit punt. Voorzitter, wij proberen iedereen die het hardst zorg nodig heeft dan ook te helpen en dat is ook vanuit de wet zo voorgelegd. Ik ga over naar mijn afronding. De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen had nog een vraag zie ik. Mevrouw VERKOELEN (50+). Is de heer Elbay voor inkomensafhankelijke zorg? De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Ja voorzitter. De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50+). Vervolgvraag: gaan we dat dan ook doen in het gezin? Want u heeft blijkbaar naar mijn pleidooi niet geluisterd. Dat u het kunt betalen is prima, maar er zijn er zat die het niet doen. Gaan we het optellen van het hele gezin? Al die mantelzorgers, al die kinderen die daarbij moeten horen, want dat moet u dan ook mee gaan rekenen. Niet alleen de ouderen zelf. Bent u daar ook voor? De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66).

Voorzitter, ik ken de daadwerkelijke invulling van inkomensafhankelijke zorg niet, dus ik ben wat dit betreft ook minder goed voorbereid op dit punt. Ja, inkomensafhankelijke zorg, daar ben ik een voorstander van en dat zouden we ook moeten toepassen in deze stad, in dit land. De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50+). Maar u realiseert zich dat er een zware overbelasting is van mantelzorgers op dit moment, juist precies om deze reden. Er zijn er heel veel die het niet kunnen. U stelt een verhaal over uzelf, dat ik hartstikke mooi vind hoor, maar daar hebben we het helemaal niet over. Het hele verhaal van iedereen deze morgen zijn juist de mensen die buiten de boot vallen. Daar begon ik mee. Het leven is niet altijd eerlijk mijnheer Elbay. De VOORZITTER. Mijnheer Elbay.

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

766

De heer ELBAY (d66). Voorzitter, dat het leven niet altijd eerlijk is, daarover ben ik het volkomen met mevrouw Verkoelen eens. Ik ga verder met mijn bijdrage. Een aantal vragen voorzitter die ik graag aan de wethouder wil stellen, namelijk over de maatregelen die worden gerealiseerd in 2024 en de jaren hierna. We zien dat de doelstelling van 2023 niet is gehaald. Verwacht de wethouder dat voor dit jaar en de jaren hierna wel te halen? Want die afspraak hebben we gemaakt en dat zouden we ook moeten realiseren in deze raadsperiode, dus ik ben benieuwd of we het voor dit jaar wel gaan halen. Verder zien we natuurlijk ook, en die vraag is volgens mij ook wel eerder gesteld, dat we rijksmiddelen verwachten voor 2024 en voor 2025 en 2026. Dat was vorig jaar niet het geval. Hoe staan we daarvoor? Kan de wethouder daar een terugkoppeling over geven? Want als we die rijksmiddelen die begroot zijn niet realiseren, dan hebben we volgens mij een nog groter probleem dat we dadelijk met algemene middelen zouden moeten aanvullen. Voorzitter, het terechte punt van mevrouw Kockelkoren. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Geeft u misschien antwoord? Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, over die rijksmiddelen. De VOORZITTER. Nee, hij wilde iets tegen u zeggen. Misschien handig dat we dat eerst even aanhoren.

(Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Er zijn blijkbaar velen die over de orde gaan blijkbaar. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, over die rijksmiddelen. Dat was precies mijn punt, daar hebben we het ook in de commissie over gehad. Er staat € 20 miljoen ingeboekt en de wethouder heeft er een hard hoofd in dat we die gaan realiseren. De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Een terecht punt ook van mevrouw Kockelkoren. Dat zou dus mijn zin zijn, namelijk over die rijksmiddelen. We hebben dat het afgelopen jaar niet gerealiseerd. Hoe zeker is het dat dat voor dit jaar en voor de jaren hierna wel het geval zal zijn? Dus kan de wethouder daar een terugkoppeling aan de raad over geven? De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja, dan nog een vraag, want wat zegt dat over het fundament van deze inschatting op de besparing? Zo’n bedrag van € 20 miljoen, dat gaan we waarschijnlijk dit jaar niet halen. Dan wordt er € 45 miljoen voor 2024 en 2025 aan mogelijke besparingen ingeboekt. Dit is toch één groot wensdenken? Om nog maar te zwijgen over de zorg die niet geleverd gaat worden aan de Rotterdammers. De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Voorzitter, ik zie ook in het plan dat er een grafiek is opgenomen waarin we zien hoe ver de zorgkosten uitkomen als wij de maatregelen niet zouden toepassen in deze stad.

En we zien daarin ook wat de maatregelen opleveren voor Rotterdam. Ja, daarbij moet je natuurlijk ook denken aan de middelen die vanuit het rijk zullen moeten komen. We moeten als stad zijnde, als college, als coalitie, als oppositie, als raad, hier simpelweg werk van maken. En dat gebeurt nu ook. En ja, het is niet wegkijken. Het is ook niet de boel, mensen in de maling nemen. Het is juist om dat eerlijke verhaal te vertellen door aan te geven: jongens, we hebben schaarse middelen, we moeten dit anders regelen. En daar hebben wij dus een cultuuromslag in nodig waar alle Rotterdammers, dus ook de politiek in Rotterdam in mee zou moeten denken. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda). Ja, ik had nog één korte vraag. Omdat ik weet dat de heer Elbay ook goed op de cijfers let. Kijk, u heeft natuurlijk ook gezien dat de algemene reserve bijna leeg is, dus van een kale kip kun je niet plukken. Dus die tegenvaller van € 20 miljoen waar het over gaat, die kunt u zich helemaal niet veroorloven. Hoe kijkt u daarnaar?

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

767

De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Ja voorzitter, dit punt gaan we zeker ook bij het behandelen van de jaarstukken bespreken, dus voor nu laat ik het hier bij. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda). Ja, daar kun je toch ook gewoon nu op reageren? U heeft die stukken gelezen, dat weet ik. Ik ken uw goede voorbereiding, dus reageer daar gewoon even op alstublieft. De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Voorzitter, u moet het zo zien, het is niet zozeer dat er in de begroting een bedrag van € 20 miljoen is gereserveerd. Er is een afspraak gemaakt in het coalitieakkoord waarin een derde van de maatregelen die worden ingezet vanuit het rijk zou moeten komen. En in dat coalitieakkoord is die € 20 miljoen dan ook ingecalculeerd. Dus het is niet zozeer dat dat in de begroting van 2024 en de jaren hierna is verwerkt. Nee, het is in dat coalitieakkoord opgenomen. En ja, mochten wij dadelijk minder middelen vanuit het rijk ontvangen, gaat dat natuurlijk effect hebben op onze algemene middelen. Maar dat geldt niet alleen voor zorg. Dat geldt voor alle andere programma’s die wij eigenlijk al zien aankomen, al helemaal als we zien wat de plannen zijn van de nieuwe coalitie. De VOORZITTER. De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp). Ja, die € 20 miljoen van het rijk gaan we niet halen, maar daar gaan we het bij de jaarrekening over hebben.

2025 ook niet, 2026 ook niet. Maar laten we het dan bespreken. Maar in dit plan wordt een voorschot genomen of wordt gezegd: we moeten minder zorgkosten krijgen als we meer aan preventie doen, dus er moet meer geïnvesteerd worden in al die informele verbanden, blablablabla. Tegelijkertijd, we weten het nog niet exact, maar wat vindt u er dan van als volgende week of over twee weken blijkt dat in die welzijnssector helemaal niet meer geïnvesteerd wordt, maar dat die allemaal fors moeten inleveren, omdat dat is wat ze te horen hebben gekregen van hun accountmanagers? Dan is dit hele plan toch gewoon luchtfietserij? De VOORZITTER. De heer Elbay. De heer ELBAY (d66). Voorzitter, ik kan echt uren hierover praten. Ik moet ook aan mijn spreektijd denken. Laten we de volgende keer dan de commissievergadering ook effectief en efficiënt inrichten. Voorzitter, dit was mijn bijdrage voor dit punt. Dank u wel. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Wie wenst verder het woord? Mijnheer Kind. De heer KIND (volt). Ja, dank u wel voorzitter.

De bestuursopdracht Zorg, sowieso WMO, Jeugdwet, eigenlijk zowel in financiële zin als in menselijke zin een van de belangrijkste onderwerpen die we in de raad bespreken deze periode, want de vraag hierachter luidt: hoe houden we de zorg toekomstbestendig en toegankelijk voor alle Rotterdammers die dat nodig hebben? Dit is een wettelijke taak, vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning en de Jeugdwet. We moeten het gewoon goed organiseren. En ik wil beginnen met complimenten aan de wethouder, want er zijn inderdaad veel maatregelen getroffen die ervoor zorgen dat we de kosten enigszins kunnen bedwingen. Met maatregelenpakketten, volgens mij zijn we nu op zestien en er komen er nog meer aan, hebben we een aantal dingen gedaan waar wij ons ook wel zorgen over maken. Die zorgen gaan vooral over de manier waarop we sturen. Want als we het vanaf een afstandje bekijken staat de zorg voor een groot deel gewoon vast. We hebben namelijk aanbestedingen, we hebben verordeningen, waarin het beleid flink vaststaat, waardoor we eigenlijk best wel weinig bewegingsruimte hebben om te kunnen bezuinigen de komende jaren. En toch weten we daar een aantal zaken te vinden, een aantal oplossingsrichtingen te vinden, waaronder een groter kostenbewustzijn, lagere vervolgindicaties en sneller doorverwijzen naar het voorliggend veld.

Met andere woorden, de poort naar dienstverlening is de knop waar we aan kunnen draaien. En daar zit ook onze zorg. Want als we vanaf 2015 kijken naar de wijze waarop we het organiseren, hebben we altijd gezegd: de professionele beoordeling, de individuele beoordeling van onder andere WMO-consulenten, ook wijkteammedewerkers, is leidend. Dus wat zien zij bij de Rotterdammers op verschillende leefterreinen en wat is er nodig? Is het

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

768

dagbesteding voor een aantal uur, is het huishoudelijke hulpverlening, is het begeleiding, is het beschermd wonen? Zij zijn getraind en geschoold om dat zo goed mogelijk te doen. En als zij nu in de uitvoering te horen krijgen: jullie moeten meer kostenbewust zijn, jullie moeten lagere vervolgindicaties stellen en sneller doorverwijzen naar het voorliggend veld, dan zijn wij bang dat professionals eigenlijk straks tot keuzes komen, bijvoorbeeld een lagere indicatie, terwijl ze eigenlijk diep in hun hart hadden gedacht: Rotterdam had eigenlijk wel die twee uur begeleiding per week nodig gehad. En daarom willen wij een motie indienen, samen met PvdA, GroenLinks en SP, die dit gaat voorkomen, of in ieder geval een uitspraak vraagt van het college. De motie heet ꞌProfessionele autonomie als uitgangspunt in de bestuursopdracht Zorgꞌ, die dit bewaakt. En niet alleen voor ons, maar ook voor die professionals zelf en de Rotterdammer. Dan vervolg ik met ook een compliment. Want in dit beleidskader, dit addendum eigenlijk op Heel de Stad, zoals we het zouden kunnen noemen, zien we ook een vooruitblik naar de toekomst. Er wordt onder andere ook gesproken over populatiebekostiging, en ik vind dat eigenlijk wel een relevante, een interessant en een belangrijk punt in dit stuk. Want we hebben in 2015 ooit bedacht, dat arrangementenmodel en hoe we het hebben gedaan, dat is logisch.

Dat is de beste manier. Maar eigenlijk komen we er in de praktijk, vooral als we naar praktijkverhalen luisteren, naar de ombudsman luisteren en ook naar de Brede Raad onder andere en ook de gesprekken die wij voeren in de stad, er heel vaak achter dat de manier waarop we de zorg georganiseerd hebben, heel vaak bestaat uit heel veel kleine deelgebiedjes waar heel veel verschillende hulpverleners en ambtenaren en professionals mee bezig zijn. Ik sprak met iemand die maatje was bij iemand die eenzaam was, maar ook wat financiële problemen had, ook wat fysieke problemen, en waar er na verloop van jaren steeds meer mensen bij kwamen. Het was soms dan weer een klantadviseur, een wijkteammedewerker, een begeleider, iemand kwam de belasting doen, iemand anders deed budgetbeheer. Toen kwam er iemand voor de schulden en vervolgens kwam er iemand die bezig was met voeding. En dat leidde uiteindelijk tot een stapeling van 45 verschillende hulpverleners voor deze Rotterdammer. Terwijl als je had gevraagd: wat is hier nu eigenlijk het grote probleem? Dan was dat geld, wat aandacht en een klein beetje begeleiding. En deze persoon zei tegen mij: ik heb dat eens uitgerekend, hoeveel kost dat nu, die 45 hulpverleners per jaar? En hij kwam uit op een bedrag van ongeveer € 120.000,00. En we weten dat deze man niet alleen stond.

Er zijn heel veel Rotterdammers met meervoudige problematiek, die op meerdere levensdomeinen problemen ervaren. En wij vinden ook dat we daar meer oog voor moeten hebben. Ook als het gaat om bijvoorbeeld de combinatie tussen financiële problemen. Heel goed ook dat er in dit stuk de verbinding wordt gelegd met onder andere bestaanszekerheid en armoede. En wij vinden dat we die stapeling van kosten moeten onderzoeken om ook uiteindelijk input te kunnen leveren voor het verbeteren van het stelsel. Ik heb een vraag. De VOORZITTER. De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp). Ja, ik zou Volt en de heer Kind willen vragen of die stapeling zou kunnen komen door al die bijvoorbeeld perverse financiële prikkels bij die verschillende zorgaanbieders die dan contractjes hebben gesloten met ons? Zou dat daardoor kunnen komen? De VOORZITTER. De heer Kind. De heer KIND (volt). Jazeker. En dan wil ik gelijk de volgende motie indienen, ꞌOnderzoek kostenstapeling voorzieningenꞌ, samen met 50PLUS en de PvdA. Ik hoorde dat ik er net eigenlijk dertig seconden bij kreeg voor de vraag waar ik even snel doorheen. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Die wil ik graag toch nog even krijgen. De VOORZITTER. Ongelofelijk alert. We plussen uw spreektijd met dertig seconden op. De heer KIND (volt). Hoe komt die stapeling inderdaad.

Dat is inderdaad een soort efficiëntiedenken dat er bij ons is ingeslopen, waarin we hebben gedacht: we hebben arrangementen, we hebben een heel takenpakket, een heel activiteitenpakket dat we onder andere via aanbestedingen en verordeningen over de markt hebben uitgestrooid. En wat je dan heel vaak krijgt is dat we al die deelonderwerpen proberen zo doelmatig en efficiënt mogelijk te doen, maar de stapeling daarvan leidt tot een situatie waar er weinig verantwoordelijkheid is, soms weinig regie, en er heel hoge organisatiekosten worden gemaakt, wat eigenlijk soms niet nodig zou zijn. Ik vervolg, de sociale basis. Er wordt inderdaad heel veel gevraagd van de sociale basis, terwijl er, zoals net al even aangegeven, op dit moment geen euro bij komt en we eigenlijk kunnen constateren dat de sociale basis ook best wel

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

769

onder druk staat in Rotterdam. Het aantal vrijwilligers neemt af. We hebben inderdaad al een recordaantal mantelzorgers die ook onder druk staan. We zien ook in de sociale index dat bijvoorbeeld samenredzaamheid, waar we vaak over spreken, in best wel veel wijken onder druk staat. En dan de informele organisaties, die op dit moment geconfronteerd worden met soms wel acht verschillende regelingen zoals Couleur Locale, Lokaal Budget, Right to Cooperate, bewonersinitiatieven, jeugdpreventie, armoede, en dan ook nog vaak die middelen vanuit het rijk die eenmalig over ons worden heen gestrooid. Wij willen graag naar één regeling voor de sociale basis, zodat het makkelijker wordt voor die organisaties om gebruik te maken van gemeentelijke voorzieningen en ook daarmee de organisatiekosten voor de gemeente kunnen drukken. Dat is ook een motie. En dan tot slot, er werd net al even gerefereerd aan 10.000 medewerkers tekort in de zorg in 2030. Dat is een ongelofelijk hoog aantal. Wij willen graag dat er een Rotterdamse zorgreserve wordt gestart, waarin onder andere voormalig medewerkers, vrijwilligers en professionals een bijdrage kunnen leveren in tijden van toekomstige crises. De VOORZITTER. De heer Kind heeft de volgende moties ingediend. Motie 5.

Professionele autonomie als uitgangspunt in de bestuursopdracht Zorg "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 30 mei 2024 ter bespreking van het agendapunt 6.1 Het voorstel tot vaststelling van het plan "Passende zorg voor Heel de Stad", als aanvulling op het beleidsplan "Heel de Stad"; constaterende dat: - de gemeente Rotterdam vanuit de WMO en Jeugdwet de verantwoordelijkheid heeft om passende ondersteuning te bieden aan álle Rotterdammers; - de individuele situatie en ondersteuningsbehoefte van Rotterdammers centraal staat bij het vaststellen van indicaties en beschikkingen in de WMO en Jeugdwet; - WMO-consulenten en wijkteammedewerkers op basis van een beoordeling van de individuele situatie van Rotterdammers een professionele afweging maken m.b.t. het stellen van indicaties en het afgeven van beschikkingen; overwegende dat: - deze professionele afweging kan botsen met maatregelen in de bestuursopdracht Zorg, waaronder sturing op (1) een groter kostenbewustzijn (2) lagere vervolgindicaties en (3) doorverwijzingen naar het voorliggend veld en welzijn; - het college naar aanleiding van de bestuursopdracht Zorg werkinstructies en beleidsregels heeft gewijzigd; - het college aangeeft dat professionals vaker 'nee' moeten verkopen en hierdoor geconfronteerd kunnen worden met professionele dilemma's (p.

8); is van mening dat: - het niet wenselijk is dat professionals tegen hun eigen professionele oordeel in lagere indicaties en beschikkingen stellen en afgeven bij Rotterdammers met een hulp- of zorgvraag; verzoekt het college: - toe te zeggen dat de individuele situatie van Rotterdammers en het professionele oordeel (professionele autonomie) van WMO-consulenten en wijkteammedewerkers het uitgangspunt is en blijft bij het stellen van indicaties en het afgeven van beschikkingen in de WMO en Jeugdwet; - WMO-consulenten en wijkteammedewerkers de mogelijkheid en het vertrouwen te geven om in specifieke gevallen van gestelde kaders en werkinstructies af te wijken om maatwerk te kunnen leveren; - aan de raad te rapporteren hoe het bovenstaande wordt bewaakt en geborgd; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. T. Kind, D.P.A. Tak, A. Kockelkoren en T.S.J. Coşkun Motie 6. Onderzoek kosten stapeling voorzieningen

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

770

"De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 30 mei 2024 ter bespreking van het agendapunt 6.1 Het voorstel tot vaststelling van het plan "Passende zorg voor Heel de Stad", als aanvulling op het beleidsplan "Heel de Stad"; constaterende dat: - een aanzienlijk deel van de Rotterdammers geconfronteerd wordt met uitdagingen op meerdere leefdomeinen; - het Rotterdamse stelsel van zorg- en ondersteuning uit een veelheid aan sociale voorzieningen bestaat, gerelateerd aan verschillende specifieke leefdomeinen en oplossingsrichtingen; overwegende dat: - het beleidskader nadrukkelijk de verbinding legt met andere leefdomeinen, zoals bestaanszekerheid; - de praktijk leert dat er veel Rotterdammers zijn die gebruik maken van een veelheid aan regelingen en voorzieningen; - de kosten van deze stapeling zeer hoog zijn, terwijl de impact in verschillende gevallen gering is, o.a. omdat bewoners worden geconfronteerd met een veelheid aan professionals en onduidelijkheid rondom verantwoordelijkheden; - een alternatieve vormgeving kan leiden tot meer impact, o.a.

door professionals een breder takenpakket te geven en versnippering te beperken; verzoekt het college: - te onderzoeken wat de cumulatieve gemeentelijke kosten zijn van cliënten die gebruik maken een veelheid aan gemeentelijke sociale voorzieningen; - hierin op te trekken met de portefeuillehouders Werk en Inkomen en Armoede en Schulden; - op basis hiervan te onderzoeken of een alternatieve vormgeving van sociale voorzieningen tot meer doelmatige en impactvolle uitkomsten zou kunnen leiden; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. T. Kind, P.J.H.D. Verkoelen en S. Reitema Motie 7. Naar één subsidieregeling voor de sociale basis "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 30 mei 2024 ter bespreking van het agendapunt 6.1 Het voorstel tot vaststelling van het plan "Passende zorg voor Heel de Stad", als aanvulling op het beleidsplan "Heel de Stad"; constaterende dat: - het college met het nieuwe beleidskader inzet op het versterken van de sociale basis als oplossing voor de stijgende zorgvraag; overwegende dat: - organisaties en initiatieven in de sociale basis op dit moment worden geconfronteerd met een grote hoeveelheid subsidies en regelingen, zoals o.a.

Couleur Locale, Lokaal Budget, Right to Cooperate, bewonersinitiatieven, huizen van de wijk, jeugdpreventie, armoederegelingen en GALA-middelen; - dit de organiseerbaarheid en wendbaarheid van de sociale basis onder druk zet, o.a. door de veelheid aan eisen en verantwoordingsmechanismen; - al deze regelingen gepaard gaan met hoge overheadkosten voor de gemeente Rotterdam; - andere steden, zoals Amsterdam, er specifiek voor hebben gekozen om terug te gaan naar één regeling voor de sociale basis;1 verzoekt het college: - te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn om de bestaande regelingen en subsidies binnen de sociale basis (o.a. Couleur Locale, Lokaal Budget, Right to Cooperate, bewonersinitiatieven, Huizen van de Wijk, jeugdpreventie en armoede en GALA-middelen) zoveel mogelijk te bundelen in één subsidieregeling voor de verschillende gebieden en wijken; - indien mogelijk toe te werken naar één regeling voor de sociale basis;

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

771

en gaat over tot de orde van de dag." w.g. T. Kind, D.P.A. Tak, A. Kockelkoren, P.J.H.D. Verkoelen en T.J. Vonk 1

https://www.amsterdam.nl/sociaaIdomein/zorgprofessionals/sociale-basis/beleidskader-sociale-basis-amsterdam/

Motie 8. Rotterdamse Zorgreserve "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 30 mei 2024 ter bespreking van het agendapunt 6.1 Het voorstel tot vaststelling van het plan "Passende zorg voor Heel de Stad", als aanvulling op het beleidsplan "Heel de Stad"; constaterende dat: - Rotterdam de komende jaren wordt geconfronteerd met grote personeelstekorten in zorg en welzijn; - de COVID-19-crisis heeft geleerd dat het wenselijk is om waakzaam te zijn op rampen en crises; overwegende dat: - de bestuursopdracht Zorg wijst op de gevolgen van stijgende personeelstekorten, maar geen concrete maatregelen neemt om deze te beperken; - een zorgreserve kan bijdragen aan het verminderen van personeelstekorten in tijden van crises; - een zorgreserve van o.a. voormalig zorgmedewerkers en vrijwilligers kan motiveren om een actieve rol te (blijven) vervullen; verzoekt het college: - met Rotterdamse zorg- en welzijnsorganisaties in gesprek te gaan over de wenselijkheid van een Rotterdamse zorgreserve, bestaande uit o.a. voormalig professionals en vrijwilligers die in tijden van nood en crises kunnen bijspringen; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. T. Kind, D.P.A. Tak en P.J.H.D. Verkoelen De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, dank voorzitter.

De kosten van de zorg rijzen de pan uit en dat is niets nieuws. Ik hoorde de heer Elbay zeggen, we wisten dat in 2019, 2020, in de vorige periode nog niet. Nou, dat wisten we wel en dat weten we ook al een hele tijd. En het zijn een aantal hoofdoorzaken die we dus ook al een hele tijd in kaart hebben, zoals dat we steeds ouder worden. Dat werd eerder al genoemd. Er is steeds meer vraag naar jeugdhulp. De kostprijs stijgt. En we krijgen in feite gewoon altijd al, sinds 2015, te weinig budget vanuit het rijk voor de gedecentraliseerde taken en in 2026 dreigt het zogenaamde ravijnjaar. En ten slotte, gelukkig dat de heer Coşkun daar al wat over zei, dat had ik ook van hem kunnen verwachten, heeft de marktwerking helemaal niet tot minder maar tot meer kosten geleid en efficiency is in de plaats gekomen van menselijke zorg. En dan vinden wij het gek dat mensen niet meer in de zorg zouden willen werken. Dat zijn de hoofdoorzaken die ten grondslag liggen aan het betaalbaarheidsprobleem van die zorg, en dus moeten er dingen gebeuren. Maar ja, de kaasschaaf is dan niet de juiste methode. En stoer roepen dat je fraude gaat aanpakken levert vaak veel meer bureaucratie op die uiteindelijk funest werkt voor precies die mensen die de zorg het hardst nodig hebben. En daarmee is het middel dan meestal erger dan de kwaal. Dus daar zitten de oplossingen niet.

Wat ons betreft zitten wij op een aantal plekken aan de knoppen als gemeente. Dat is op een drietal punten wat ons betreft. Dat gaat over die maatschappelijke dialoog om samen te voeren. Kijk, wij zijn stelselverantwoordelijk, wij moeten wetten uitvoeren, wij hebben daar middelen voor. Dat is de rol van de gemeente. Maar dat is maar zo’n klein deel van wat er in totaal moet gebeuren voor een betaalbare en duurzame zorg. Daar hebben we dus de zorgpartijen voor nodig, maar hebben we ook mensen voor nodig die zorg vragen. Daar hebben we verenigingen voor nodig. Nou, het is al meerdere keren genoemd. En daar vind ik dat wij als gemeente een verantwoordelijkheid hebben om het startpunt te zijn van die maatschappelijke dialoog. En daar zie ik echt veel te weinig over in het plan. Er

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

772

wordt iets gezegd over een communicatiestrategie die nog gaat komen. Dat klinkt heel erg alsof: wij gaan met u communiceren, maar dat is een one-way-street, terwijl dat geen dialoog is. Er wordt één keer het woord dialoog genoemd. Wel dat dat heel belangrijk is, maar dan vervolgens met nul uitwerking. En ik zou de wethouder willen oproepen hierop te reageren, want volgens mij heeft de gemeente hier een startrol, een proactieve rol. Wij moeten die maatschappelijke dialoog vormgeven. We moeten hem starten, we moeten de juiste partijen uitnodigen om het goede gesprek te voeren over wie welke verantwoordelijkheid heeft voor een duurzame en betaalbare zorg. Dat is één voorzitter. En twee, dat voorliggend veld. We hebben het er eerder over gehad. Informele organisaties enzovoorts. Dat wordt heel belangrijk gemaakt, er wordt een kernpunt van gemaakt. Preventie, allemaal heel mooie woorden, terechte woorden. Dat is ook de terechte kern. Maar als er dan vervolgens geen enkele investering bij zit, dan zijn het mooie woorden die uiteindelijk tot niks gaan leiden en de kwaal dan opnieuw erger maken.

En voorzitter, ik heb in concept een motie hiervoor, maar ik wil de wethouder ook de gelegenheid geven om in reactie op de eerste termijn van deze raad, waar meerdere partijen dit noemen, misschien wel te reageren op: waar zitten wat de wethouder betreft die harde euro’s, die investeringen in dat voorveld, want zonder investering gaan we het niet redden. Dus ik wacht nog even met het indienen van die motie, want mogelijkerwijs is het niet nodig voorzitter. En dan het derde en laatste punt waar wij aan de knoppen zitten. Dat gaat over contractmanagement. Ja, dat woord is ontstaan eigenlijk toen de decentralisaties kwamen natuurlijk, toen werden beleidsmedewerkers van de gemeente ineens contractmanagers. En dat is een vak. En dat vak kunnen we lang niet altijd even goed uitvoeren. Voor wie niet weet wat contractmanagement is, in feite is het natuurlijk de onderhandeling die je hebt met een aanbieder en ook het houden van die aanbieder aan de afspraken die je met elkaar maakt, zodat inderdaad die zorg geleverd wordt op een manier waarop je dat ook met elkaar afgesproken hebt. Nou, we weten dat zorgverleners de afgelopen jaren bijvoorbeeld onterecht administratiekosten in rekening hebben gebracht bij de gemeente. Er staat gewoon zwart-op-wit dat dat niet mag en niet kan, maar we hebben daar eigenlijk niets tegen gedaan.

Wij vinden dus ook dat we niet moeten betalen wat niet betaald moet worden. Want daar zitten duidelijk ook besparingen. Ook hier heb ik in concept een motie voor voorzitter, maar ook hier wil ik de wethouder in de gelegenheid stellen om op dit punt te reageren in de eerste termijn, hoe hij ervoor gaat zorgen dat we niet alleen in de toekomst die administratiekosten niet meer betalen, want dat is namelijk de afspraak niet, maar ook die van het verleden mogelijkerwijs kunnen terughalen. En afhankelijk van de reactie daarop kan ik mogelijkerwijs in tweede termijn een motie indienen. Dank voorzitter. De VOORZITTER. Dank u wel. Mijnheer Van Campenhout. De heer VAN CAMPENHOUT (bij1). Dank u voorzitter. BIJ1 is altijd tegen marktwerking geweest van publieke voorzieningen. Je raakt daardoor de regie kwijt en dat zie je nu ook weer terug in dit stukje zorg. Waar rechts dan vindt dat er gelijk gehandhaafd moet worden op preventie van fraude door malafide zorgbureaus, zie je ook dat door al die marktwerking een overheid of een instantie zoals de gemeente ook een stukje regie kwijtraakt, omdat wij niet zelf kunnen zorgdragen dat die gelden ook naar de juiste partijen toe gaan.

Door de bezuinigingen is het altijd ook weer een vraagstuk van: komt de juist zorg ook terecht bij de juiste mensen, als we iedere keer en elke periode weer gaan afschalen op de bezuinigingen, door te bezuinigen op de zorgvraag van mensen. Ik heb hierbij geen motie maar wel nog één korte vraag aan de wethouder: hoe gaat hij waarborgen dat de juiste zorg ook blijft komen bij de juiste mensen? Dank u voorzitter. De VOORZITTER. Dank u. Andere sprekers? Dan gaan we zo meteen richting de beantwoording van de zijde van het college, maar de wethouder verzoekt een korte schorsing, sanitair. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Mag ik u verzoeken in de raadzaal te blijven? (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Dat lijkt me een goed idee. We beginnen alvast met wethouder Achbar. Ik zei u al, ik verzoek u om binnen te blijven. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja voorzitter, ik heb eigenlijk twee moties en geen vragen, dus ik dacht: dan kan ik misschien iets zeggen over de moties die zijn ingediend en hoe we daar als college tegen aankijken. Ik begin met de motie van de ChristenUnie met de titel ꞌInformeer informeelꞌ, om in gesprek te gaan met informele organisaties. Volgens mij weet u dat we dat heel graag doen en zeker als het gaat om deze opgave, om het voorliggend veld goed te gebruiken.

We kennen het VerweyJonker Instituut, dat heeft aangegeven wat voor meerwaarde het heeft. Het ging dan met name om levensbeschouwelijke organisaties, maar deze motie vraagt iets breder ten aanzien van informele organisaties, dus die kan ik wat mij betreft omarmen. Dan heb ik een motie van Volt voorzitter, ꞌNaar

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

773

één subsidieregeling voor de sociale basisꞌ. Het lijkt me echt een goede gedachte, want ook ik struggle daarmee: hoe zorg je ervoor dat überhaupt de middelen die we hebben goed terechtkomen bij die organisaties en dat het geen lokettenjungle is voor organisaties zoals de ombudsman het noemt. Maar dat vraagt wel even tijd, dus ik wel hem best omarmen, maar geef me ook de ruimte en de tijd om dat goed te organiseren en er goed naar te kijken. Dus deze kan ik ook omarmen voorzitter. De VOORZITTER. Dank u wel. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Wethouder Achbar vraagt vanwege agendabeheer of hij in de tweede termijn nog nodig is. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, ik wil hier niet vervelend over doen, maar dit is best een belangrijk onderwerp voor Rotterdammers, dus ik snap eigenlijk niet zo goed waarom de wethouder niet zelf het gevoel heeft dat het dus ook belangrijk is om bij zo’n debat aanwezig te zijn. Wij zitten hier niet voor niks het met elkaar daarover te hebben. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, nog even toevoegend, gehoord hebbende de raad. Er zit heel veel in het voorliggend veld. Daar is deze wethouder vooral van, dus ja, ik kan me onmogelijk voorstellen dat hij nu vertrekt. De VOORZITTER. De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp).

Ja voorzitter, want dan zou ik, voordat de wethouder wegloopt, wel graag willen horen wat hij dan vindt van de winstwaarschuwingen die hij afgeeft in het welzijnsveld, dat ze allemaal 10% of meer moeten gaan inleveren. En dan kun je niet zomaar weglopen van de raad. De VOORZITTER. Nee, volgens mij is gewoon de wens dat de wethouder blijft. De wethouder blijft, zo simpel is het. We gaan de beantwoording van de zijde van het college verder vormgeven. Wethouder Buijt. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Zo, even de administratie op orde. Voorzitter, dank u wel en ook veel dank aan de raadsleden voor hun input en hun betrokkenheid. We hebben hier acht dagen geleden in de commissie vrij uitgebreid over gesproken. Een aantal zaken zijn toen ook nadrukkelijk al aan de orde geweest. De VOORZITTER. Het is onrustig in de raadzaal. Bij de D66-fractie, misschien dat u dat even straks daar kunt doen. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Er zijn veel zaken besproken en er zijn ook veel analyses gegeven.

Er zijn relatief niet heel veel concrete vragen gesteld en het popelt bij mij natuurlijk om nog eens één keer helemaal uit te leggen waarom de BOZ et cetera et cetera, vooral omdat ik me ook in een aantal dingen niet herkende, maar dat heb ik in de commissie ook echt geprobeerd al te doen, dus ik probeer me nu echt even te beperken tot de kern en op de moties te reageren en een aantal concrete vragen die gesteld zijn. Ik loop eventjes de partijen langs. GroenLinks houdt wel in mijn ogen een beetje, u agendeert terecht een aantal zorgen, maar u zet het echt in mijn ogen te negatief neer. We zijn al heel lang met alle partijen in het veld juist in gesprek. Juist op ons initiatief hebben we vier gesprekstafels opgericht. Met de gehandicaptenzorg, met de GGZ, met de ouderen, met de jeugd. Het is echt niet zo dat zij ons bij de haren moeten trekken. Het unieke van dit is nu juist dat dit in samenspraak met het veld is gebeurd en ook de maatregelen zijn allemaal afgestemd in het veld, bij hen getoetst op uitvoerbaarheid. En wij zijn hier nu, hebben getoetst op rechtmatigheid. Dus ik wil echt het beeld wegnemen dat wij door de zorg daarheen getrokken worden. U heeft helemaal gelijk, de toename van de wachtlijsten is een doorn in mijn oog, en eigenlijk is het ook een teken van armoede dat ik moet zeggen: kijk, wettelijk is het 42 dagen. We zaten rond de 90. Hij is iets aan het zakken.

En ik wil hem natuurlijk weer richting de 42 hebben, maar dat is gewoon niet reëel. Ik heb gezegd: we gaan hoe dan ook onder de 70. Volgend jaar wil ik hem natuurlijk doortrekken en het is mijn wens, maar ik wil ook niet dingen beloven die ik niet kan waarmaken, dus dat vind ik een terecht punt van u, maar ik vind die 70, dat is echt ambitie die op dit moment realistisch is. Maar daar neem ik nog lang geen genoegen mee. Ik ga mezelf niet op de borst kloppen: nou jongens, het is 70 geworden. Dat wil ik u laten weten. Die € 20 miljoen, daar hebben een aantal mensen het over gehad. En u noemde het net van: met de

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

774

plannen die er nu liggen. Nee, er zijn een aantal redenen dat dit niet gelukt is. Ik wil toch hier heel even schetsen, want dit is een belangrijk punt. Bij de totstandkoming van het coalitieakkoord is gekozen voor deze bestuursopdracht Zorg. En daar heeft men eigenlijk gezegd: we willen eigenlijk een derde bij het rijk gaan halen. Ook omdat zoals sommigen al zeiden: we krijgen gewoon structureel te weinig geld uit het rijk en er moet de komende jaren meer geld uit Den Haag komen. Het andere een derde deel is: we gaan maatregelen nemen om die uitgaven onder controle te krijgen. En het andere derde deel is: dat gaan we als Rotterdamse samenleving doen. Dat is even grosso modo hoe we dat toen hebben bedacht. Inmiddels hebben we al een jaar een demissionair kabinet en u weet allemaal dat lobbyen met een demissionair kabinet extra lastig is. We hebben een enorme vertraging in het kostenonderzoek WMO dat nu gedaan wordt. Het wordt nu pas weer Q1 2025, we hadden daar al veel eerder op gerekend, want dat is ook toegezegd. We hebben nu ook nog te maken met een nieuw kabinet waar we eerst van moeten afwachten wat daar precies uit komt. Dus ik ben heel erg sceptisch dat we dit gaan halen. We hebben daarnaast nog eens een Hervormingsagenda Jeugd vanuit Den Haag naar ons gekregen, waardoor juist minder geld gaat komen.

Dus ik ben het helemaal met u eens: die ingeboekte lobbykosten zijn zeer onzeker. Laat ik maar gewoon zeggen, dat gaan we dit jaar niet halen. Dus we weten nu al, daar moet ik op gaan anticiperen. Daar ga ik ook op anticiperen. Maar ik wil ook één kanttekening maken, alsof het vroeger allemaal helemaal onder controle was. Want de vorige periodes ging de begroting zorg gewoon zo, dat krijg ik ook echt terug, jongens wat is het tekort op zorg? Oké, ja, dat plussen we sowieso weer bij. En dat werd elk jaar opnieuw gedaan, hoeveel miljoenen dat ook waren. Nu hebben wij echt geprobeerd om vanaf het begin dit te gaan structureren, daar inzicht in te geven. En ja, inderdaad, daar zit ook een onzekerheid in. Maar u moet ook niet net doen alsof het voor we de BOZ hadden het helemaal helder en scherp was en we niet voor deze verrassingen kwamen te staan. Er werd gewoon elk jaar simpelweg gezegd: hup, dat plussen we bij. En daar hebben we een rem op gezet, ook omdat die groei, ik wil het nogmaals benadrukken, 2018, € 600 miljoen zorguitgaven, afgelopen jaar zijn we over het € 1 miljard gegaan. Dat is niet vol te houden. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda). Dank voorzitter, eens. Dus daarom is de grip belangrijk, dat vindt mijn partij ook belangrijk.

Maar begrijp ik nu goed als ik goed naar u luister wethouder, via u voorzitter, dat u eigenlijk een voorschot neemt op de Voorjaarsnota? Want u zegt: die € 20 miljoen is onzeker. Nou, ik ben blij dat u dat gewoon ruiterlijk toegeeft. Dan weten we dat in ieder geval ook als gemeenteraad. Maar komt daar dan in de Voorjaarsnota wel meer informatie over en waarom staat het dan niet, als dat zo is, nu al gewoon in die bestuursopdracht? De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ik snap volledig dat u reikhalzend uitkijkt naar de Voorjaarsnota. Dat is ook terecht, en ook de combinatie die al met het voorveld en dergelijke gemaakt wordt. Dat is volkomen terecht. Maar ja, vraagt u nu niet van mij op dit moment om daar nu op in te gaan. Dat verzoek doe ik u echt. Dat kan ik gewoon niet en dat is gewoon niet chique. Dat is niet weglopen, maar dit debat gaan we uiteraard ook met de jaarrekening voeren, dus we gaan hier echt regelmatig over spreken, maar op dit moment vind ik dat niet het goede. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, dan toch een vraag over dat pleidooi dat de wethouder hier doet, die stijgende zorgkosten. Dat is niet vol te houden. En daar heeft u GroenLinks ook aan uw zijde. Alleen is het punt dat u keer op keer zegt: we boeken een besparing in, maar iedereen die zorg nodig heeft krijgt het.

En dat is niet het eerlijke verhaal. Alles wat de heer Elbay zegt. Hij zegt: we moeten nu eindelijk het eerlijke verhaal vertellen. Nou, het eerlijke verhaal zou zijn als u dan ook vertelt waar die bezuiniging gaat vallen. Maar u heeft het mantra: nee, iedereen die bij Rotterdam aankomt zal zorg krijgen. En dat is gewoon niet waar. En doordat u dat de hele tijd blijft zeggen, staat het ons in de weg om hier met elkaar echt te zeggen: wat is er nu nodig en waarop kunnen we bezuinigen? En dat eerlijke verhaal komt gewoon zo niet op tafel en dat neem ik u kwalijk. De VOORZITTER. Wethouder.

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

775

De heer BUIJT (lr) (wethouder). Nou, u moet mij niets kwalijk nemen, maar ik ga u proberen toch nog één keer duidelijk te maken wat ik daarmee bedoel. Het is niet zo, laat ik dit scherp zeggen. Wij hebben een cultuurverandering nodig op alle vlakken, omdat de zorg onhoudbaar is en op die constatering zijn we het denk ik eens. Dat betekent dus dat je ook scherp gaat kijken, de lat die je legt wanneer je iemand toegang geeft tot zorg bekijk je nog eens heel kritisch. Omdat we in een tijd leefden dat we dus meer financiële ruimte hadden, minder arbeidskrapte hadden, dus we konden het ons ook veroorloven om op een zeker hoog niveau zorg te verlenen die eigenlijk, als je er heel kritisch naar kijkt, niet in alle gevallen noodzakelijk is. Wat we nu doen, is zeggen: nee, we gaan daar kritischer naar kijken. We gaan kritischer naar het eigen netwerk kijken. We gaan kritischer kijken: kunnen we niet een herindicatie op een andere manier doen? We gaan kritisch kijken of iedereen wel die zorg nodig heeft. En dat hangt van je netwerk af. Dus dan is niet mijn mantra, dan is gewoon de constatering: wie de zorg echt nodig heeft die krijgt hem ook nog steeds, maar we gaan wel kritisch kijken of we die grens, dus die grens verschuift. Dus het is niet zo dat iedereen, en dan proberen we daarnaast nog heel erg te sturen op de instroom van nieuwe gevallen.

Dat is niet in alle gevallen zo, dat kan ook niet, dus het is ook nog in beperkte mate van invloed op de mensen die iets al hebben. Want het is altijd lastiger, we ontkomen er niet aan, maar het is altijd lastiger als je iets hebt en het dan afnemen, dan zeggen: iemand die ergens om vraagt, dan zeggen: je krijgt het wel, maar wel iets minder. Dus daar proberen we ook een balans in te zoeken. Dus ik wil ook afrekenen met het beeld dat ik schimmig ben en blijf beweren dat iedereen maar zorg blijft krijgen. Nee, dat is niet zo, maar we proberen juist om die zorg bereikbaar te houden. Dat is ook een terechte zorg van mijnheer Tak hè, want er zijn ook mensen die niet mondig zijn en die laten zich makkelijk in zo’n gesprek: heb jij het wel echt nodig? Nee hè. Dus we moeten er ook voor waken, en dat is ook waar ik voor sta, voor onze mensen, dat zij ook die beoordeling kunnen maken, van: wie is dat dan die wel tot die grens komt? Dus dat is het punt dat ik daarop te zeggen heb. De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50+). Ja, dat was precies mijn pleidooi voorzitter, wat de wethouder hier doet. Dat is mijn punt. En wat gaf ik nu aan? Ik mis in uw plan: wie zijn nu die mensen die het netwerk vormen waar de zorgvragers een beroep op doen? De wethouder heeft helemaal geen onderzoek daarnaar gedaan. U doet alleen maar klakkeloos bezuinigen en kritisch kijken.

Ik wil niet dat u kritisch kijkt, ik wil dat u in uw plan een tijdpad gaat zetten, dat u daarin duidelijk maakt wie welke zorg krijgt en wat de gemeente doet en hoe we dat gaan doen. Dat is wat ik van u mis. Het is meer van hetzelfde. Uw verhaal stond er al in 2015 in. Maar dat is niet onze vraag. We vragen: wat gaat u nu doen om die cultuurverandering tot stand te brengen? Dat mis ik in het plan. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, ik vind het jammer dat u dat mist. Ik probeer juist te zeggen dat die cultuurverandering nodig is en dat we daaraan werken, en het zijn juist onze mensen waar ik heel veel vertrouwen in heb, die gaan bepalen: is jouw netwerk wel of niet toereikend? Maar je kunt ook weleens kritisch kijken: wat vinden wij nu een toereikend netwerk? Als je niemand hebt, dan zijn we het erover eens hè, dan heb je gewoon geen netwerk en zul je dus echt de hulp moeten krijgen op sommige vlakken waar je gewoon niet zonder kunt. Maar nu vinden wij misschien kinderen die net buiten Rotterdam wonen, zeggen wij: die wonen best wel ver weg. Misschien kun je ook nog wel eens stevig kijken: is dat eigenlijk wel reëel? Dus we proberen de cultuurverandering te hebben, van: het is niet automatisch meer: u vraagt en wij geven. Wij proberen daar kritisch naar te kijken.

En niet om mensen iets af te kunnen pakken of iets te onthouden, maar gewoon te zorgen, omdat de middelen beperkt zijn, omdat de arbeidsmarkt heel erg ingewikkeld is, omdat de kosten echt door het dak gaan, om juist te zorgen dat wie het nodig heeft, wie dat netwerk helemaal niet heeft, dus klakkeloos bezuinigen, ik zit me gek te praten met alles en iedereen: hoe kunnen we dat zo goed mogelijk laten landen? Wat nu klakkeloos bezuinigen? We proberen juist het maximale te doen om maatwerk te leveren. Dus ik neem daar echt afstand van dat u de indruk wekt. Nogmaals, vind ik het leuk? Nee. Had ik het liefst ook hup € 100 miljoen? Ja. Maar die luxe hebben we niet, dus het is niet klakkeloos. Je kunt van alles vinden van de keuzes die ik maak. Daar kun je me op bevragen en dat doen mensen ook. Maar niet zeggen: een beetje rücksichtslos, klakkeloos, plemp ik zo even dit de stad in en hup, zoek het maar uit. Dat is niet hoe het is. De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen.

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

776

Mevrouw VERKOELEN (50+). Dit verhaal behoort u te vertalen naar bijvoorbeeld mijn doelgroep ouderen. Die weten dit toch helemaal niet? U bent hier kritisch bezig, maar zij krijgen het voor hun kiezen. Ze moeten meegenomen worden, want zij moeten de cultuurverandering ondergaan. Niet wij hier in deze raad, maar de mensen in de stad. En hoe gaat u ze dat nu leren? De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Nou, het vergt dus in ieder geval een overheid en bestuur die ook buiten dit stadhuis het eerlijke verhaal durven te vertellen dat dat zo is. En elke kans die ik krijg, en wat ik wel eens mis in Den Haag, dan hebben we grote plannen. We gaan dit aanpakken, en dan komt er een stormpje in de samenleving en direct: nee, jongens, dat doen we niet. Hup, weg. En ik vind juist dat je daar ook voor moet staan en dat dus ook moet vertellen. Dus elke gelegenheid die ik krijg, en dat zijn er best veel hoor, onderschat het niet, hoeveel werkbezoeken en hoeveel mensen en Rotterdammers ik ontmoet en daar ook dit eerlijke verhaal vertel. En natuurlijk, dat kan beter, dus daarvoor is ook dat communicatieplan. Dat is niet nog eens een keertje een gelikt verhaaltje van communicatieadviseurs. Dat is gewoon: hoe gaan wij duidelijk maken aan de mensen dat er dingen gaan veranderen? De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda).

Ja voorzitter, hier zit de wethouder wat mij betreft op een kernpunt, want oké, het eerlijke verhaal vertellen, maar stelt u ook wel eens de eerlijke vraag? Wordt er ook wel eens de vraag gesteld: wat kunnen wij als gemeente beter doen? Hoe ervaart u dat nu, zorgaanbieder? Hoe ervaart u dat nu, ouder van een kind die jeugdhulp krijgt? De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Kijk, dat kan niet altijd op individueel niveau, maar natuurlijk moet je heel erg kritisch naar jezelf kijken en ja, het is altijd flauw, maar laat ik één klein voorbeeld noemen. Gisteren was ik in De Hofstee in Ommoord. Daar kregen we het predicaat Dementievriendelijke stad. Daar ben ik heel erg trots op, omdat we daar heel erg veel voor doen, dat ik daar veel waarde aan hecht. Er komt een oude mijnheer naar me toe. Hij zegt: wethouder, 75+-huisbezoek, dan krijg ik drie dagen van tevoren een brief of ik eventjes wil zorgen dat ik tussen 16.00 en 20.00 uur beschikbaar ben, want waarschijnlijk komen we dan langs. Drie dagen van tevoren, alsof ik een of andere, heel de dag niets te doen heb. Nou, ik zeg mijnheer, stuur het even op de mail. Dat heeft hij gisteravond netjes gedaan. Dat zijn dingen die ik ook direct serieus wil gaan oppakken. Mijn vader krijgt brieven van de gemeente, hij is 88, en hij wordt als jou en je aangesproken.

Ik vind dat niet goed, dus ik stel dat soort dingen juist ter discussie. Dus allemaal dat soort signalen. En ik krijg heel veel mails, ook over jeugdzorgzaken. Daar probeer ik, maar dat is op individueel niveau, dat is natuurlijk niet genoeg, want het gaat natuurlijk om duizenden. Maar ik vind dat wij alles moeten doen, want die cultuurverandering is overal nodig, bij de aanbieders, in de stad, maar vooral bij onszelf. Vooral bij ons. Wij zijn ten dienste van de Rotterdammer. En dat is de vraag die we elke dag moeten stellen. En ik stel die vraag ook elke dag. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, ik ben blij met dit antwoord, en dan zou ik de wethouder dus ook willen uitnodigen bij het uitwerken van dat communicatieplan: laat het geen communicatieplan zijn, maar laat het een plan zijn voor een dialoog, waarbij je ook zelf actief vraagt naar deze feedback die u krijgt. Want nu vertelt u een verhaal waarbij u hem vanzelf krijgt, maar de gemeente moet zich opstellen, vind ik ook, als een actieve vrager van: wat kan er aan die kant van wat ik al zei, huisartsen, zorgaanbieders, ouders van kinderen die jeugdhulp krijgen enzovoorts beter. Dat moet in dat plan staan. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Absoluut, zeker mee eens, dus ik probeer daar ook maximaal invulling aan te geven.

De heer Verweij heeft een aantal zorgen uitgesproken. Dat had hij ook al in de commissie gedaan. Ik heb ook toegezegd dat we na de zomer met een fraudeonderzoek, althans fraudeaanpak komen, met name ook: hoe voorkomen we? U zegt: ik snap dat maar ik heb daar toch… U heeft terecht

raadsvergadering van 30 mei 2024

Notulen pagina

777

het punt dat er heel veel fraude gepleegd wordt, maar als we gaan kijken wat we uiteindelijk veroordeeld krijgen voor de rechter is dat minimaal, dus ik wil toch benadrukken dat ik de laatste ben die dat ook maar goedpraat. Alleen ga ik wel heel erg inzetten: hoe voorkomen we dat mensen die aantoonbaar fout zijn nog een keer op een andere manier bij de gemeente in beeld komen? Meer dat soort dingen, maar er komt dus zoals ik in de commissie heb toegezegd een aanpak op die fraude. Dank aan de ChristenUnie voor de tevredenheid voor de kleine stapjes die we gemaakt hebben. Anderhalf jaar geleden zaten we nog anders in de wedstrijd. En nogmaals, lang niet iedereen loopt hier de polonaise, maar ik proef ook wel dat de noodzaak gevoeld wordt en ik probeer daar ook zelf uw raad goed in mee te nemen. De motie heeft mijn collega Achbar al becommentarieerd begreep ik, dus daar hoef ik dan niet op terug te komen. Mijnheer Tak zei dat ik enthousiast twitter over het coalitieakkoord of het hoofdlijnenakkoord. Ik heb even teruggekeken, want ik heb er geen een kunnen vinden want ik kon het me ook niet herinneren. Dus ik weet niet hoe u… (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Ja, retweet hem even dan. Het zijn altijd goede tweets van mij, maar ik kon hem niet vinden. Ik zou gewoon zeggen: laten we even afwachten wat er dadelijk komt. U heeft verder ook een aantal constateringen gedaan.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=01ebcb88-47df-4657-a410-7923a9b7a3f4