CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20240425- Notulen van de raadsvergadering van 25 april 2024

Gemeenteraad 25 april 2024, gemeente Rotterdam70.504 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

De heer VAN CAMPENHOUT (bij1). Dank u voorzitter. Zoals eerder besproken binnen de commissie Zorg, Welzijn, Cultuur en Sport hebben we serieuze zorgen over de toegenomen handhaving op daken thuislozen in Rotterdam. De cijfers van het afgelopen jaar geven aanleiding tot een diepgaand onderzoek op de manier waarop we met deze kwetsbare groep omgaan. Vorig jaar zijn in Rotterdam 1665 boetes uitgedeeld aan dak- en thuislozen. Dit is een aanzienlijk aantal en dat vraagt om nader onderzoek. Wat echter het meest zorgwekkend lijkt is dat bijna de helft van deze boetes is uitgedeeld aan mensen die simpelweg op straat of in een auto sliepen en slechts 5% van deze boetes had daadwerkelijk te maken met vervelend gedrag. De cijfers suggereren dat de handhaving onevenredig is gericht op het bestraffen van dak- en thuislozen vanwege hun leefomstandigheden in plaats van het aanpakken van de daadwerkelijke overlast. Het feit is dat er een extreme groei is in het aantal boetes, terwijl de groei van dak- en thuisloosheid in Rotterdam niet in dezelfde mate toeneemt en dat geeft reden tot zorg. Wij geloven dat handhaving een middel moet zijn om overlast te verminderen en niet om mensen te straffen omdat ze geen dak boven hun hoofd hebben.

Door boetes uit te delen aan mensen die op straat of in een auto slapen, riskeren we verdere marginalisering en vergroten we de problemen waar deze mensen al mee te maken hebben. Daarom roepen wij op tot een grondig onderzoek naar de oorzaken van dakloosheid in Rotterdam. We moeten de oorzaken aanpakken en niet alleen de symptomen. Dit betekent dat we moeten kijken naar factoren zoals verlies van werk, huisvestingsproblemen, mentale gezondheid, verslaving en de eventuele rol van malafide uitzendbureaus. Door deze wortels van het probleem te begrijpen en aan te pakken kunnen we een duurzame oplossing vinden. Met deze achtergrondinformatie bieden wij daarom in samenwerking met de Partij voor de Dieren de motie 'Onderzoek de oorzaken van dakloosheid in Rotterdam' aan. Dank u voorzitter. De VOORZITTER (de heer Engberts). De heer Van Campenhout heeft de volgende motie ingediend. Motie 9.

Onderzoek de oorzaken van dakloosheid in Rotterdam "De Gemeenteraad van Rotterdam, bijeen in vergadering op 25 april ter bespreking van het agenda punt 6.3 "Actieplan Buitenslapers"; constaterende dat: - dakloosheid ontstaat door een combinatie van factoren zoals verlies van werk, huisvestingsproblemen, verslaving, mentale gezondheidsproblemen, en uitbuiting door malafide uitzendbureaus; - arbeidsmigranten naar Rotterdam komen door aantrekkelijke beloftes die in de praktijk niet altijd worden nagekomen; - het bestraffen van buitenslapers de onderliggende oorzaken van dakloosheid niet aanpakt en zelfs kan bijdragen aan verdere marginalisering; verzoekt het college om: - een breed onderzoek uit te voeren naar de oorzaken die arbeidsmigranten naar Rotterdam halen;

raadsvergadering van 25 april 2024

Notulen pagina

683

-

maatregelen te nemen om het aantal boetes aan dak- en thuislozen te verminderen, en de boetes te beperken tot de overlast veroorzakers; de raad periodiek te informeren over de voortgang van dit onderzoek;

en gaat over tot de orde van de dag." w.g. M.R. van Campenhout en S. van de Peppel De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, dank. De titel van de net ingediende motie is eigenlijk een mooi bruggetje naar wat ik had willen zeggen, want in principe wat we vooral zien als we naar dakloosheid en buitenslapers kijken, is eigenlijk het afvoerputje van het vrije verkeer van personen en de grote inkomensverschillen op ons continent. Want dat is de daadwerkelijke oorzaak waarom mensen hier misschien wel met niet al te veel perspectief toch massaal naartoe komen. Dat kun je die mensen vooral niet verwijten. Dat is het echte probleem. Dus in zekere zin is alles wat we hier doen en alle moties die we vandaag indienen en alles waar we voor of tegen gaan stemmen, niet meer dan symptoombestrijding. En wat we hier doen is eigenlijk de eeuwige discussie tussen: ga je vooral overlast bestrijden, die er natuurlijk gewoon feitelijk is, die ook gewoon waar te nemen is en die ook daadwerkelijk overlast is versus een menswaardige aanpak. Wij hebben dit plan gelezen als een eerste stapje in de goede richting. Want wat het CDA betreft zien wij in de buitenslapers vooral in eerste instantie de mens.

En het zijn vooral mensen die zorg nodig hebben, op welke manier dan ook. Wij hebben in het verleden, voordat iemand daar mogelijkerwijs wat op wil zeggen, ook wel eens vaker gewezen op die aanzuigende werking. Nou, die tijd is wat mij betreft, voor wat betreft het CDA Rotterdam, voorbij. Want dat eeuwige wijzen naar die mogelijke aanzuigende werking, alsof dat een reden zou zijn om iemand niet menswaardig te behandelen. Dus daar blijf ik ver van weg, en die aanzuigende werking moet ook eerst maar eens bewezen worden, want ik heb er nog niet zoveel bewijs van gezien. We zijn blij voorzitter dat dit college die stappen zet, die eerste stappen richting meer zorg voor deze groep, al zou je, want dat dacht ik wel even toen dit debat begon - ik heb natuurlijk de commissievergadering niet bijgewoond want dat heeft onze woordvoerder gedaan - maar als je de eerste termijn van Leefbaar Rotterdam hoorde, zou je dat niet hebben gedacht. Want toen dacht ik eigenlijk: wat een heel slecht plan dit. Want de woorden die de heer Ceulemans gebruikte gingen louter eigenlijk over de overlast en nooit over de mens. Pas desgevraagd reageerde hij dat hij het inderdaad ook best wel vervelend voor die mensen. Maar we hebben dus naar het plan gekeken en gelukkig ons niet laten leiden door de termijn van Leefbaar Rotterdam. Dit is dus een kleine stap.

Waar onze grote zorg nog wel zit, en dat is dan ook een vraag aan de wethouder, er is netjes gereageerd op de vragen die gesteld zijn in de commissie. We hebben de brief gelezen. Onze vragen ging vooral over: die zes tot acht weken, is dat niet gewoon voor complexe problematiek die mensen hebben per definitie niet eigenlijk te kort? Daar is op zich netjes op geantwoord. Daar is ook met Antes overleg over geweest. Maar wat mij dan puzzelt is wel, er staat eigenlijk alleen: een detoxbehandeling bijvoorbeeld, die moet binnen zes tot acht weken ook wel gestart kunnen zijn. Ja, maar is ook die detoxbehandeling niet eigenlijk een symptoombestrijding van iets wat uiteindelijk dan misschien op dat moment het grootste probleem van die persoon is, die is niet voor niks aan de drugs gegaan enzovoorts en in die ellende beland. Dus ik vind het moeilijk te geloven dat zes tot acht weken echt, daadwerkelijk, genoeg zou moeten zijn om mensen daadwerkelijk perspectief te geven op een volgende stap in het leven die ook weg is van die problematiek. Daar twijfel ik aan.

Er staat ook nog wel in dat verlenging eventueel mogelijk is, maar ik zou daar toch nog wel de wethouder even op willen uitdagen en dan is specifiek de vraag: kijken we in die beantwoording niet veel te precies alleen maar naar: oké, dan zou bijvoorbeeld verslaving het probleem zijn en hoe lang heb je daarvoor nodig om dat aan te kunnen pakken of in ieder geval een start van een traject te kunnen doen, terwijl de werkelijkheid is dat er heel vaak sprake is van multiproblematiek. Dat is een vraag die wij nog hebben voorzitter. Wij zijn op dit moment genegen om in ieder geval het plan te steunen met als reden dat het een stap in de goede richting is en wat ons betreft moeten er nog heel veel meer stappen volgen. Dank. De VOORZITTER (de heer Engberts). Dank u wel. Volgens mij is nu mevrouw Van de Peppel de volgende spreker.

raadsvergadering van 25 april 2024

Notulen pagina

684

Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Ja, dank u wel voorzitter. Het glas halfvol, het is niks, maar beter dan niets. Bijna, bijna trapte ik erin. Want de titel klinkt heel sympathiek. Actieplan voor de buitenslapers. Alsof we ons zorgen maken, maar het was geen bewuste keuze van die mensen. Ze zijn gebruikt voor onze consumptie. Ze zijn gebruikt om het vuile en ziekmakende werk te doen. En raken ze als werknemers, niet onmogelijk en niet ondenkbaar, arbeidsongeschikt, worden ze letterlijk als vuil op straat gezet en dan moet de gemeente wat. Maar ja, dat wil het college eigenlijk helemaal niet, want dat kost geld in plaats van dat het wat oplevert en het moet eigenlijk de zooi opruimen die de landelijke en de Europese wetgeving ervan maken. De VOORZITTER (de heer Engberts). U heeft een interruptie van mijnheer Lansink. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (vvd). Ja voorzitter, is dat de enige groep arbeidsmigranten, die u nu beschrijft? Dus de mensen die hier werk hebben gehad en hun werk verliezen en dan op straat komen? Want zo doet uw betoog het namelijk wel lijken. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mevrouw Van de Peppel. Kunt u het nog kort even herhalen mijnheer Lansink? De heer LANSINK-BASTEMEIJER (vvd).

Zijn de arbeidsmigranten waar u het over hebt alleen de mensen die hun baan verliezen of zijn er ook andere groepen? Want uw betoog doet lijken alsof het allemaal mensen zijn die hier hun baan hebben verloren. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mevrouw Van de Peppel. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). In dit betoog heb ik het over de mensen die hun baan kwijtraken en gebruikt zijn. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Lansink. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (vvd). Bent u zich ervan bewust dat er ook heel veel mensen uit Oost-Europese landen komen die al verslaafd, met problemen in hun eigen land, toevlucht zoeken in Nederland, in Rotterdam, om hier dan vervolgens zorg en opvang te krijgen? Bent u zich dat bewust? De VOORZITTER (de heer Engberts). Mevrouw Van de Peppel. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Nou, dank u voor de vraag. Deze zelfde vraag heb ik eigenlijk gesteld toen in de commissie van januari, toen dit ook gesteld werd, dat deze mensen via de FlixBussen hiernaartoe kwamen. En ik vroeg toen: heeft u cijfers voor mij? Ik heb ze niet, dus ik weet het niet. Ik ga even verder. Maar goed, na druk uit de raad en zeker vanuit de publieke opinie uit de stad moest het college er nu wel iets mee. Dus we noemen het positief geframed actieplan, alsof er positieve beweging in komt.

En we noemen ze niet overlastgevende wegwerpproducten, zoals we ze wel zien, maar we noemen ze dan buitenslapers. Even, deze mensen slapen buiten omdat de gemeente in eerste instantie geen opvang had geregeld. En deze mensen veroorzaken overlast omdat in eerste instantie geen echte hulpverlening was geregeld. Deze mensen werden en worden, ook in dit actieplan, niet oprecht, waardig en duurzaam geholpen. Nee voorzitter, als het college echt de wil had gehad, dan hadden de acties die het een actieplan zouden moeten maken, een duurzame, menswaardige oplossing moeten bieden en niet halfbakken mensen na acht weken weer op straat aan hun lot overlaten en het mislukken van een traject in hun schoenen te schuiven. Dit plan is voor de bühne. Hier klinkt: ha, er ligt een plan. Er wordt in een krant over geschreven. De Rotterdammers halen opgelucht adem en het college denkt dat de gemoederen gesust zijn. Maar iedereen heeft recht op een dak boven het hoofd en hulpverlening dient niet tijdgebonden maar resultaatgebonden te zijn. En daarom is de Partij voor de Dieren voorts van mening dat er een einde moet komen aan de uitbuiting binnen deze consumptiemaatschappij, een einde aan de glas- en tuinbouw, en al helemaal aan die bio-industrie. De VOORZITTER (de heer Engberts). Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde van deze eerste termijn van de raad.

En dat is heel fijn nieuws voor de wethouder, want die heeft gevraagd om een korte sanitaire stop. Zodra hij terug is gaan we verder, dus blijft u vooral in de zaal, tenzij u daar zelf natuurlijk ook even gebruik van moet maken, maar dat is aan u.

raadsvergadering van 25 april 2024

Notulen pagina

685

(De vergadering is geschorst.) Heropening De VOORZITTER (de heer Engberts). Ja, als iedereen weer kan gaan zitten. Er is een kleine afstemming geweest bij de wethouders over de beantwoording, maar volgens mij kunnen wij nu gewoon wethouder Buijt het woord geven. Aan u het woord. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, dank u voorzitter. En ook dank voor de korte sanitaire stop, want met een lege blaas staat het toch iets rustiger, dus dank daarvoor. Allereerst wil ik beginnen met een groot compliment uit te delen. We hebben afgelopen woensdag een commissievergadering gehad, maar die liep echt op het einde en toen kwam mijnheer Lansink met een voorstel: doe anders even een schriftelijke behandeling. En ik als niet-ambtenaar dacht: nou, dat moet een fluitje van een cent zijn, niet wetende hoe het hier werkt. Dus ik heb echt mensen ongelofelijk zenuwachtig gemaakt en ze hebben het dus voor elkaar gekregen om alles maandag richting u te sturen. Het is ook nog een heel goede beantwoording al zeg ik het zelf, dus ik wil vanaf hier toch ook gezegd hebben dat er echt heel hard aan gewerkt is. Dat gezegd hebbende, ik had dus ook nog geen kans gehad in de commissie om te reageren op de eerste termijn, dus veel dingen die ik vandaag gehoord heb, heb ik deels toen ook gehoord. Een aantal andere punten.

En ik had ook nog geen kans in de commissie om even een korte situatieschets te geven van hoe we nu hier zijn gekomen. Want veel mensen hebben daar natuurlijk kwalificaties aan gericht of een reactie op gegeven en ik wil hem ook eventjes vanuit het perspectief van het college schetsen. Die was als volgt. We merkten eigenlijk, zomer 2022, dus zeg maar een kleine twee jaar geleden, dat er echt een toename kwam van het aantal mensen op straat en ook het aantal mensen vooral op straat dat overlast veroorzaakt. Er kwamen steeds meer signalen van mensen in de stad die dat zo ervoeren. Dat is een tijdje doorgegaan en op een gegeven moment kwamen ook verhalen in de media en er werd op een gegeven moment een situatie geschetst van: als we niet uitkijken gaan we terug naar het Rotterdam van de jaren negentig. En dan werden de pijnlijke voorbeelden die wij uit onze geschiedenis kennen als Perron Nul, de Keileweg, de situaties op de Binnenweg, weer als schrikbeeld naar voren gehaald. Laat ik één ding zeggen, in die situatie zijn we nooit beland, zijn we nu ook niet beland, maar het was wel een schrikbeeld. Als we nu niet iets gaan doen, was wel de angst: gaan we niet dan die kant op? En dat wilde niemand.

Wat we ook niet wilden is dat het maar doorging, en dat zien we ook vooral door de coronacrisis, dat eigenlijk malafide bureaus mensen hier naar Nederland halen voor heel hard werken, heel weinig betalen, huisvesting koppelen aan een baan. Mensen worden op straat geschopt en worden vervolgens direct ook dakloos en aan hun lot overgelaten. Ook dat is iets wat eigenlijk niemand wilde. Nou, dat in combinatie, die situatie lag zo, en toen is vanuit het college ook echt de vraag aan mij gekomen, wethouder die verantwoordelijk is voor die opvang: doe hier alsjeblieft wat aan. Ga dit regelen. Nou, ik had natuurlijk al collega Versnel die al met dat laatste punt bezig was door met werkgevers in gesprek te gaan. We zijn helaas niet geholpen door landelijke wetgeving die eigenlijk erop gericht moet zijn om een einde te maken aan die praktijken. En daarop vooruitlopend is collega Versnel er hard mee bezig om een coalitie te smeden met goede werkgevers die goede arbeidsvoorwaarden verstrekken. Het was vanaf het begin af aan echt het doel: er moet evenwicht zijn tussen aan de ene kant repressie, want we willen echt dat die overlast stopt en aan de andere kant mensen helpen, perspectief geven hun leven weer op de rit te zetten. Dat is vanaf het begin af aan heel nadrukkelijk de opdracht geweest. Al is het alleen al om ook politiek goed draagvlak te krijgen.

Daarna hebben we een stuurgroep opgericht, die is in september opgericht, met een aantal partijen, om toe te werken naar dit plan. Want je kunt dit plan maar één keer invoeren en we willen dat goed doen. We hebben daar de tijd voor genomen met veel partijen. Daar is uiteindelijk dit plan uit gekomen en het meest in het oog springend van het plan is natuurlijk de opvang voor de zestig personen. Dat is gewoon echt een doorbraak. Twee weken geleden waren minister Schouten en staatssecretaris Van Ooijen hier. Die hebben ook kennisgenomen van het plan en die zeiden ook echt: dit is echt een doorbraak waar ze met heel veel interesse naar kijken. De G4gemeenten-collega's volgen het met heel veel interesse, want iedereen is erg benieuwd hoe dit gaat uitpakken. Dus we hebben daar de tijd voor genomen. Er moest politiek draagvlak voor zijn. Er moest commitment bestuurlijk zijn en we hebben gewoon gezegd: we gaan de schouders eronder zetten, want het is niet belangrijk of iemand op zijn schreden moet terugkomen, van: we geven nooit opvang aan rechthebbenden, of: we moeten niet mensen hard aanpakken die voor overlast zorgen. Het doel hiervan is echt: in Rotterdam, de droom van de burgemeester, hoeft nooit iemand op straat te slapen. En dat is met dit plan in feite hoe het is.

Ik ben het wel met mijnheer Lansink eens dat het natuurlijk nog wel een uitdaging wordt om ook iedereen te verleiden naar die opvang te gaan. Maar in principe is het

raadsvergadering van 25 april 2024

Notulen pagina

686

nu echt een keus van jezelf of je nog op straat bent, want we geven iedereen van de EU-migranten de mogelijkheid om naar die opvang te komen. Dus dat is los van of je rechthebbend of niet-rechthebbend bent. Dat is niet een voorwaarde. We geven nu de kans. Het is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Dat wil ik ook aan de voorkant erbij zeggen. En om nog even te benadrukken: dat evenwicht tussen zorg en repressie is ook voor mijzelf een belangrijke voorwaarde aan de voorkant geweest. Ik vind beide echt belangrijk. Een aantal mensen hebben wel gegoogeld, of gewoon met F5 volgens mij, een bepaald woord, overlast, 63 keer. Maar heeft u ook 'zorg' gedaan? 55 keer. Dus het is redelijk in evenwicht. Dus ik wil ook zeggen dat er mij ook veel aan gelegen is om dat ook te doen. Nu gaat een aantal mensen natuurlijk gelijk kijken of het klopt, dus ik hoop dat het klopt. Het kan ook 54 of 56 zijn, maar het was … De VOORZITTER (de heer Engberts). Terwijl de mensen aan het kijken zijn, een stukje terug had u een interruptie. Mevrouw Van de Peppel ging staan. Dat ging volgens mij over een stukje terug. Mevrouw Van de Peppel. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Nou, het gaat even over de helderheid van de getallen, want nu duizelt het me een beetje. Want in uw beantwoording van de vragen staat dat in maart 2024 211 mensen in de winteropvang zijn aangetroffen als EU-arbeidsmigrant en 175 mensen buiten.

Hoe verhoudt zich dat dan met dat alle mensen nu recht hebben of gebruik zouden kunnen maken van die zestig, zeventig plekken? Dan blijft toch nog steeds het overgrote deel op straat? De VOORZITTER (de heer Engberts). Wethouder. De here BUIJT (lr) (wethouder). Nee, ik kan me voorstellen dat als je zo sec kijkt, dan lijkt het zo, maar we hebben natuurlijk niet op elk moment die opvang voor iedereen beschikbaar. Die mensen die in de winterkouderegeling zitten, zijn ook mensen die tijdelijk in de stad zijn, trekken weer door, komen ook uit randgemeenten omdat niet overal winteropvang is. Er zitten ook ongedocumenteerden bij, waar dit actieplan niet op gericht is. En we hebben juist, doordat we een doorlooptijd van zes à acht weken hebben, en mensen gaan geleidelijk instromen en weer uitstromen, ga je als het goed is op jaarbasis 300 à 400 mensen op deze manier helpen. Dus u heeft gelijk, het is niet zo dat op één moment direct iedereen daarin kan. Die groep is niet zo groot, als u optelt, met winterkouderegeling en mensen die op straat aangetroffen zijn. En er is ook een voorwaarde, ik kom daar dadelijk nog op terug, over die FlixBus waar u en ook de heer Vonk het over had. Daar kom ik ook op terug. Het is wel zo dat we één voorwaarde hebben.

We hebben niet de voorwaarde rechthebbend, niet-rechthebbend, maar we doen wel de voorwaarde dat je in principe wel minimaal drie maanden in deze stad moet zijn. Dat is wel een voorwaarde die we stellen omdat we dus ook wel een toename zien van mensen die hier zomaar heen komen. Maar daar kom ik dan zo op terug als u het goed vindt. We hebben met dit plan eigenlijk vier dingen willen beogen. We willen het voorkomen van dakloosheid en daar zijn met name ook de gesprekken met werkgevers op gericht, om die voorwaarden beter te doen, om mensen niet zomaar meer hierheen te laten komen. Daar is ook de FlixBus een interessante partner voor. Daar kom ik zo op terug. Het tweede punt was perspectief bieden. Dus vrijwillig maar niet vrijblijvend door die opvang. En dat betekent mensen of weer doorgeleiden naar werk of weer teruggeleiden naar het land van herkomst. We willen aanpak van de overlastgevers. Die bestaat uit twee factoren. We hebben een top 30 van huidige overlastgevers. Ik kan u nu al melden dat negen daarvan al zijn aangepakt. Dat zijn niet zozeer alleen maar EU-arbeidsmigranten. Dat is gewoon een top 30 die op hotspots voor heel overlast zorgt. Daar zijn we al met een aantal mensen die daar van de straat zijn. En de aanpak overlastgevers geldt voor de mensen die dus weigeren naar de opvang te komen en voor veel overlast blijven zorgen. De VOORZITTER (de heer Engberts).

Daar heeft mijnheer Van Campenhout een vraag bij of een interruptie. De heer VAN CAMPENHOUT (bij1). Ja, dank u voorzitter. U geeft aan dat u dus de overlastgevers wilt aanpakken, maar wat doet u dan met de partijen die het creëren, dus die die mensen op straat zetten waardoor wij dus dit soort problemen krijgen? U gaf aan, u bent beperkt, maar wat kunt u wel doen tegen dit soort partijen die dus de oorzaak zijn van dit soort problematiek? De VOORZITTER (de heer Engberts). Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, kijk, we moeten het ook weer niet helemaal omdraaien. Uiteindelijk is iedereen natuurlijk verantwoordelijk voor zijn eigen gedrag en kun je niet alles ophangen aan

raadsvergadering van 25 april 2024

Notulen pagina

687

iemand anders. Maar u heeft helemaal gelijk. Er is wel een oorzaak en dat is een heel oneigenlijke prikkel die er dus bij een aantal malafide werkgevers is om mensen hier voor veel te weinig geld veel te lang te laten werken, met heel veel mensen op een kamer te stoppen voor veel te veel huur. Daar is collega Versnel ongelofelijk goed mee bezig. Die probeert daar ook een coalitie te maken, maar daarvoor ben je ook afhankelijk van landelijke wetgeving. Dus u heeft gelijk dat dat aangepakt moet worden. Daar doen we ook maximaal ons best voor. Dat laat onverlet dat mensen wel te allen tijde verantwoordelijk blijven voor hun eigen gedrag. Die kanttekening wil ik wel maken. Dus dat was even in vogelvlucht hoe we zijn gekomen waar we nu staan. En zo zijn we tot dit plan gekomen. Een hele, in mijn ogen evenwichtige aanpak, waarbij we hopelijk voor heel veel mensen nieuw perspectief in hun leven gaan geven, want niemand zal toch voorzien hebben dat je zo moet eindigen. Dus we proberen daar echt heel gericht aan te gaan werken. Ik heb een aantal moties. Eén motie zal ik deels met collega Versnel behandelen. Dat is motie 9. En ik heb daarnaast ook nog een aantal vragen waar ik graag op inga. Sommige vragen zitten in de moties vermeld, maar lang niet allemaal, dus dan kom ik daarna op de vragen terug voorzitter. Motie 1 is 'Stuurgroep onder de loep'.

Ik snap die, want als je beweert dat je evenwicht wilt creëren en je kijkt vervolgens naar de samenstelling van die stuurgroep dan is het evenwicht tussen zorg, waar het Leger des Heils namens veel zorgpartijen zitting heeft, en de andere partijen misschien in disbalans. Dus ik heb vooruitlopend daarop ook in de beantwoording gezegd: we gaan Antes en Barka sowieso toevoegen. U vraagt daarnaast ook nog om in gesprek te treden met het Rode Kruis en de Rotterdamse ombudsman met het verzoek tot hun deelname aan de stuurgroep. Ik zou u echt willen verzoeken, ik ben u deels al tegemoetkomen door twee zorgpartijen sowieso toe te voegen. Ik vind het Rode Kruis een interessante, maar de Rotterdamse ombudsman zou ik een verkeerde balans vinden in hoe we de zaken hier geregeld hebben. De ombudsman ga je op een gegeven ergens bij vragen als dingen niet lopen. En die is niet echt een logische gesprekspartner. Dus ik zou u willen vragen om die daar dan uit te halen. En ik wil wel benadrukken, de ombudsman is hier ook ongelofelijk strak bij betrokken. We hebben op 15 mei ook een conferentie, op verzoek van de ombudsman, op initiatief van de ombudsman, met ook alle partijen die ook op hotspots op zitten, die de zorg gaan verlenen. Dus zij is wel degelijk nauw betrokken bij dit proces.

Alleen een plek in de stuurgroep zou ik een verkeerde balans in de verantwoording vinden, dus dat is de suggestie die ik u zou willen doen. De VOORZITTER (de heer Engberts). Daar vindt mijnheer Elbay wat van. De heer ELBAY (d66). Nou ja, dank voor de beantwoording. Ik ben toch op zoek naar de kern achter uw antwoord, want dat zal de balans niet op orde krijgen, zegt u. Juist een onafhankelijke betrokken partij kan in de stuurgroep waardevol zijn. Dus ik snap dan niet helemaal waarom u tegen deelname van de ombudsman bent. De VOORZITTER (de heer Engberts). Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Nou, in ieder geval niet dat nu de balans niet in orde is. Dat heb ik niet gezegd. Ik heb gezegd dat er een zekere sprake van disbalans was, want het Leger des Heils vertegenwoordigde meerdere zorgpartijen. Omdat ook Antes nu ook echt een van de partijen gaat worden die ook op de locatie hulp gaat bieden en ook daarbuiten trouwens, wil ik hen erbij halen, plus Barka erbij halen. Dus ik vind dat daarmee de balans ook hersteld is. Het Rode Kruis vind ik ook een interessante, om nog met hen in gesprek te gaan of zij daar een rol voor zichzelf zien. Dan is die balans er. En dan vervolgens is de ombudsman ook nog ruim betrokken bij dit hele vraagstuk, ook een conferentie op haar initiatief, die wij ook initiëren, met alle partijen.

Dus ze is nauw betrokken, dus dan vind ik het niet gewenst dat ze ook nog zitting daarin neemt, dus dat is mijn aanbod. Ik zou de ombudsman hier niet bij betrekken. Het is uiteraard aan u hè. U gaat over uw eigen moties. U vraagt mijn advies op de motie en dit is mijn advies aan u. 'Breek een lans voor een tweede kans'. Dat klinkt op zich sympathiek hè, want veel mensen maken zich ook zorgen: gaat dat nu wel lukken in zo'n relatief kort tijdsbestek? De professionals in het veld zeggen dat dit echt een heel goede richtlijn is, alleen zeggen ze ook: wij hebben op dit moment niet de capaciteit om ook direct al heel veel zorg die misschien op het toppunt al gevraagd wordt, dat wordt al heel erg spannend of ze dat met personeel allemaal in orde krijgen. Als je dan ook nog eens een keertje mensen van een tweede daarbij gaat nemen, dan gaat al die eerste hulpverlening al direct vastlopen. Dus nog even los van of je het wel of niet wenselijk vindt, en ik denk dat het in sommige gevallen best wenselijk kan zijn, maar op dit moment is dit gewoon niet uitvoerbaar. Dus ik zou u wel willen aanbieden dat we even aankijken, we krijgen natuurlijk op korte termijn dadelijk ook een evaluatie. We willen in december, uiterlijk januari

raadsvergadering van 25 april 2024

Notulen pagina

688

de balans opmaken van hoe die eerste zes, zeven maanden gaan, dus ik wil dit heel nadrukkelijk ook meenemen. Ik vind het zelf ook heel spannend hè, die zes, acht weken, met eventueel een verlenging negen à tien, hoe gaat dit in de praktijk uitpakken? Dus ik wil echt serieus gaan kijken wat de mogelijkheden zijn en wat in de praktijk gaat werken, want we komen nog bij dingen uit die we nu niet voorzien hebben en dit is een van de spannende dingen. Maar hierop vooruitlopend zou ik dit niet op dit moment al doen. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Segers-Hoogendoorn en daarna mijnheer Elbay. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, naar aanleiding van deze beantwoording, daar ben ik al blij mee, want dan hoeft u wat mij betreft ook niet, maar dat zou u misschien ook niet doen, apart nog die vraag van mij te behandelen. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Nee, maar dus die zes tot acht weken. Nu hoor ik u daar zelf dus ook zeggen: dat vind ik spannend, en komt er eigenlijk een complexiteit bij, want u zegt dat die zorgpartners aangeven dat ze eigenlijk te weinig personeel hebben. Dat herkennen we natuurlijk. Ja, we hebben dat evaluatiemoment. Voor mijn gevoel duurt dat dan wel lang.

En stel, het loopt ons over de schoenen, of erger nog, denk ik, dat weten we ook uit de jeugdhulp, als je zorg start die je vervolgens eigenlijk niet kan afmaken, dan ben je misschien soms nog wel slechter af dan aan het begin. Dus ik ben ook een beetje op zoek naar: kunnen we ook al iets voor dat evaluatiemoment, als het zo zou zijn dat we merken: dit is echt te kort, of zorgpartners kunnen dit echt niet waarmaken. Want anders binden we de kat op het spek waarschijnlijk. De VOORZITTER (de heer Engberts). Aanvullend, mijnheer Elbay? De heer ELBAY (d66). Aanvullend voorzitter, ik ben sowieso blij met de toezegging van de wethouder om dit punt mee te nemen in de evaluatie. Alleen ben ik toch wel even op zoek naar zijn schriftelijke beantwoording, daar geeft u eigenlijk aan: joh, we gaan maatwerk toepassen, dat is belangrijk. Alleen ben ik dan geïnteresseerd in terugval van mensen die al halverwege in zo'n traject zitten. Wat gebeurt dan met hen? Want ik vind het nogal ontzettend belangrijk dat we juist dit soort mensen, die gemotiveerd zijn en terugval ervaren, niet loslaten. Want ja, om even een eigen voorbeeld te geven voorzitter. Ik ben een ex-roker, en het heeft bij mij niet acht weken geduurd maar jaren voordat ik het echt onder de knie kon krijgen. En laat staan drugs en alcohol, dat is wat mij betreft nog zwaarder.

Dus ik ben toch wel geïnteresseerd en benieuwd naar uw beantwoording hieromtrent. De VOORZITTER (de heer Engberts). Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Allereerst op de vraag van mijnheer Segers-Hoogendoorn, ik ga het natuurlijk heel erg monitoren, dus ik kan me zeker voorstellen dat als blijkt dat in de praktijk het op de een of andere manier niet gaat werken met die acht tot tien weken, dat we echt in de praktijk gaan merken, wat overigens nu niet verwacht wordt hè, laat ik ook wel aan de voorkant helder zijn. Dan zal ik daar zelf heel snel over aan de bel trekken en mocht het nodig zijn dan wil ik natuurlijk ook niet wachten tot januari met daarover te rapporteren. Dus als er aanleiding toe is, ga ik u daar zeker van op de hoogte stellen. Maar ik wil het ook wel heel even een paar maanden de tijd geven om natuurlijk de eerste kinderziektes te overwinnen. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter, puur in een poging om elkaar te helpen, niet omdat ik eropuit ben om nu iets genoteerd te krijgen of zo, maar is het misschien handig om dit dan als een toezegging neer te schrijven? Mogelijkerwijs voorkomt dat ook moties. Eigenlijk zegt de wethouder dit toe. De VOORZITTER (de heer Engberts). Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder).

Ik zou het een goede vinden als we zeg maar na drie, vier maanden gewoon even een update geven, want ik merk dat er veel zorgen zijn over die zes tot acht weken, dat ik dat in de praktijk laat, hoe valt dit nu, want dan zijn we vier maanden verder, dus dan heb je al in principe twee tranches gehad. Dus het lijkt me goed dat ik dan medio oktober een update geef van: hoe werkt nu in de praktijk die zes tot acht weken met eventueel die verlenging. Daar gaat natuurlijk enorm veel van afhangen of dat gaat lukken. Dus dat. Kijk, aan de voorkant zie je al dat als mensen

raadsvergadering van 25 april 2024

Notulen pagina

689

meewerken aan perspectief en je bent op een gegeven moment een stap in de goede richting aan het zetten, dan zijn wij natuurlijk nu ook al bezig dat mensen misschien al de eerste stappen kunnen zetten en dan nog langer hulp nodig hebben, maar wel dat er aan dat perspectief gewerkt wordt. Het perspectief kan ook zijn, er is weinig toekomstperspectief in Nederland, de behandelingen aan detox in het land van herkomst, daar zijn de wachtlijsten veel korter. We hebben hier ook te maken met wachtlijsten en beperkte capaciteit. En het perspectief is natuurlijk teruggeleiden naar werk, je leven op de rit krijgen, dan vervolgens: wat is dan de beste keuze? En dat zal voor sommige mensen ook zijn: terug naar het land van herkomst. En dat betekent ook dat je dan probeert die behandelingen daar mee te nemen. Ik kan u zeggen: collega Versnel en ik zijn heel erg nauw bezig ook met de landen waar deze mensen vandaan komen. We hebben gisteren allebei met de Roemeense ambassadeur gesproken. De heer Versnel is daar al met minister van Gennip op werkbezoek geweest. Wij gaan samen in juni ook naar Roemenië, Boekarest en Polen, om daar met partijen te praten. Want we willen er ook alles aan doen dat mensen die teruggeleid worden daar ook op een zo goed mogelijke manier opgevangen worden. Dus we zitten daar echt heel erg scherp op. Dan wil ik met de moties verdergaan.

Motie 3, 'Zonder huis ben je niet zelfredzaam', moet ik echt ontraden. We hebben hier nu eenmaal helaas te maken met veel mensen die op een bank slapen. Die hebben feitelijk geen eigen huis. En we hebben gewoon niet de opvangcapaciteit om die allemaal een plek te geven, dus dat is gewoon op dit moment een onuitvoerbare motie, dus die wil ik ontraden. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Elbay denk ik op het vorige punt. Ik kijk even naar mijnheer Elbay, gaat dat over? Ja. De heer ELBAY (d66). Ja, nog even over de vorige motie voorzitter, want ik heb daar niet echt een antwoord op gehad. Ik zie dat de wethouder gemotiveerd is, maar ik heb het nu even over de gemotiveerde dakloze die bezig is met het traject. Ik bedoel, je bent ermee bezig en na vier weken is de verleiding zo groot dat je toch de verkeerde weg inslaat. Wat gaan we nu met die mensen doen? Is er dan een enkeltje retour naar Warschau of Budapest of krijgen die mensen een tweede kans? De VOORZITTER (de heer Engberts). En mijnheer Ceulemans wil daar weer op interrumperen. De heer CEULEMANS (lr). Ja, een vraag aan de heer Elbay, want ik vind dit wel een beetje doorschieten hoor, moet ik zeggen. Kijk, de gemeente biedt met deze regeling aan de voorkant al een kans die er voorheen nooit geweest is voor verslaafde Moe-landers in Rotterdam. Die kunnen zes tot acht weken in dat traject.

Ze worden daar geholpen met afkicken als dat nodig is. U haalt uw eigen traject van stoppen met roken erbij. U zegt: dat heeft jaren geduurd. Je kunt van een gemeente toch niet vragen dat er tot in lengte van jaren geïnvesteerd wordt in het almaar opnieuw afkicken ondanks terugvallen van personen van wie eigenlijk terugkeer naar het land van herkomst aantoonbaar een betere optie is? De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Elbay. De heer ELBAY (d66). Ja voorzitter, dat zeg ik helemaal niet. Dat zeg ik helemaal niet. Ik vraag aan de wethouder wat we gaan doen met die mensen die al drie, vier, vijf weken bezig zijn met een traject en die op een gegeven moment toch een terugval hebben. Wat gaan we met die mensen doen? Dat is de vraag. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). Ja, en daarover spreekt u in de context van tweede kansen en u haalt daar zelf bij: bij mij heeft het jaren geduurd, dus het kan gewoon veel langer duren tot je afgekickt bent.

Maar mag ik dan in ieder geval wel eventjes markeren dat u dus niet vindt dat wij hier veel meer tijd moeten gaan steken in mensen die de kans hebben gekregen om in een gemeentelijke opvang af te kicken, zijn teruggevallen, dat we niet als gemeente daar tot in lengte van jaren in kunnen blijven investeren? Dat op een gegeven moment alleen maar terugkeer naar het land van herkomst de beste optie is? Kunnen we dat dan in ieder geval met elkaar eens zijn? De VOORZITTER (de heer Engberts). Afsluitend mijnheer Elbay.

raadsvergadering van 25 april 2024

Notulen pagina

690

De heer ELBAY (d66). Ja, hier zijn we het dus niet met elkaar eens. Ik vind dat we gewoon echt bij goedwillende gemotiveerde mensen ook de menselijke maat moeten toepassen. En ja, dat u vindt dat die mensen na één kans een enkeltje retour moeten krijgen naar het land van herkomst, prima, maar daar ben ik het dus niet mee eens. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Ceulemans. De heer CEULEMANS (lr). En waar ligt voor u dan de grens? U zegt: we moeten de menselijke maat toepassen. Hoe lang mag dat duren, hoeveel pogingen mogen dat zijn, waar stopt de verantwoordelijkheid van de gemeente wat u betreft? De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Elbay. De heer ELBAY (d66). Maatwerk voorzitter, dat geeft ook de wethouder aan. Maatwerk toepassen, kijken naar het individu, kijken wat diegene nodig heeft, kijken hoe gemotiveerd diegene is. Vandaar dat ik ook de vraag aan de wethouder stel: hoe gaat u nu om met dit soort situaties? Het is eigenlijk een glasheldere vraag die ik stel aan de wethouder. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Ceulemans, en daarna gaan we terug naar de wethouder. De heer CEULEMANS (lr). Ja, de vraag van de heer Elbay is glashelder. Het antwoord dat hij geeft op mijn vraag is niet glashelder. Ik zeg: is er dan voor u enige beperking? Is er dan een beperking aan de pogingen, aan de duur, noem maar op.

Daar geeft u geen antwoord op en ik denk dat u gewoon ook iets blijer moet zijn met het feit dat met deze pilot daklozen die verslaafd zijn voor het eerst überhaupt een kans krijgen om af te kicken. Probeer dat iets meer te waarderen in plaats van meteen tot in het oneindige nieuwe pogingen te gaan bepleiten, want dat is gewoon iets wat de gemeente niet kan doen en niet moet willen doen. De VOORZITTER (de heer Engberts). De laatste opmerking, want dan gaan we terug naar de wethouder, en daarna naar mevrouw Kockelkoren. De heer ELBAY (d66). Voorzitter, ik ben ontzettend blij dat we een koerswijziging inzetten in deze stad door na jaren van verkeerd beleid een kans te geven aan mensen die kunnen werken aan hun toekomst, aan hun herstel. Dus die koerswijziging die we samen nu inzetten, daar sta ik ook achter en dat onderstreep ik dan ook, maar ik wil simpelweg weten hoe de wethouder omgaat met dit soort situaties. Punt. De VOORZITTER (de heer Engberts). Een korte reactie van de wethouder en dan naar mevrouw Kockelkoren. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, ik wil het inderdaad kort houden, maar het is wel belangrijk om hier iets over te zeggen. Er zijn twee verschillende dingen. Ik ben niet in voor een tweede behandeling. Dus als iemand een detox krijgt, op dit moment, los van of je het zou moeten willen, zijn gewoon de middelen er niet om dat ook te doen.

Wat ik wel vind, is als iemand drie, vier weken op de goede weg is en je wordt eens één keer met een biertje betrapt, gaan we natuurlijk niet zeggen: ja, nee, nu. Dus dat is wat ik bedoel met maatwerk. Maar als iemand vervolgens elke dag laveloos met een fles daar ligt, dan zie je dus: nee, dit perspectief is niet reëel. Dus natuurlijk moet je niet tegen iemand die één keer eens even een drankje neemt, meteen zeggen: het houdt hier op. Maar aan de andere kant is het ook niet zo dat je tot in het oneindige trajecten kan doen die al heel erg moeilijk zijn. En het allerlaatste is, we zeggen sowieso geen mensen terug naar Warschau, want daar hebben we gewoon de regels voor dat er dan een traject wordt gestart, dus niemand kan zomaar even op de bus terug gezet worden of whatever. Dus het is wel zo dat mensen die uit de opvang gezet worden wel extra aandacht krijgen. Want het is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Dat is natuurlijk ook een kant van de medaille. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Elbay. De heer ELBAY (d66). Nou ja, een helder antwoord voorzitter. Dan ga ik akkoord met uw toezegging en trek ik mijn motie in.

raadsvergadering van 25 april 2024

Notulen pagina

691

De VOORZITTER (de heer Engberts). Oké, dat was motie 2, uit mijn hoofd. Motie 2 wordt ingetrokken en dan gaan we naar mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, ik stond eigenlijk op, op een punt na dit hele debatje. De wethouder adviseerde namelijk mijn motie over zelfredzaamheid en zei: zover kan ik niet gaan. En ik dacht: ik moet er toch even bij opstaan, want u heeft net in uw inleiding betoogd dat in Rotterdam nooit iemand op straat hoeft te slapen. Dat is de droom van de burgemeester en dat is de doorbraak die wij hier ook willen forceren en ik constateer dat door die kwalificatie van zelfredzaamheid nog steeds mensen op straat belanden. En ik vraag dus: is dit dan niet het moment om dat eens los te laten? Want dat zijn namelijk soms redelijk ondefinieerbare dingen, zeker voor de mensen die het betreft, dat zij als zelfredzaam worden gekwalificeerd, met als gevolg dat ze dus alsnog op straat belanden. De VOORZITTER (de heer Engberts). Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, kijk, zelfredzaam ben je als je nog genoeg middelen hebt, financiële middelen, dat je zelfstandig woonruimte kan vinden of dat jij nog een netwerk hebt waar je terechtkunt. Als die voorwaarden er niet meer zijn, ben je niet meer zelfredzaam, krijg je een CO-pas, ga je in de opvang.

Maar als we dat criterium van zelfredzaamheid nu voor alle bankslapers ter plekke zouden loslaten, dan zouden we minimaal 4000, 5000 mensen, nog even de vraag of mensen dat überhaupt wel willen, opvang boven een bank. Het klinkt dus sympathiek maar het is niet realistisch. Dus ik kan hem echt niet omarmen. In motie 4, 'Actieplan Buitenslapers met perspectief voor dak- en thuislozen', zegt u eigenlijk: er is nu wel één doelstelling benoemd en die is heel erg gericht op repressie. U zegt: u wilt zoveel mogelijk evenwicht, dus ik vind dat u daar ook een punt heeft. Ik heb wel één kanttekening. Het zou dan ook fair zijn om twee doelstellingen, enerzijds-anderzijds. Dat vind ik op zich, als je A zegt moet je ook B zeggen. Alleen wil ik wel opmerken dat ik het bieden van perspectief aan dak- en thuislozen best als een doelstelling wil zetten. Dat proberen we nu ook te doen. En opvang en hulp is daar een middel in. Dus ik heb een klein beetje moeite met de toevoeging opvang en hulp. Het bieden van perspectief aan dak- en thuislozen moeten we zoveel mogelijk doen, en een onderdeel daarvan is opvang en hulp. Maar perspectief bieden is ook teruggeleiden naar werk, is ook teruggeleiden naar het land van herkomst. Dus ik wil er wel voor waken dat we niet gaan verengen tot deze twee dingen.

Dus ik vind het prima om ook het perspectiefverhaal mee te nemen, fair enough, maar dan wel met die kanttekening. Motie 5 van de PvdA moest ik even een paar keer lezen, maar op dit moment is niet een criterium, niet-rechthebbend of rechthebbend, om toegang te krijgen. Iedereen wordt voorgedragen die wordt aangetroffen op straat en dan gaan we niet uitzoeken: bent u wel rechthebbend of niet-rechthebbend? We gaan gewoon zeggen: we bieden u een plek in de opvang aan. Dus dit onderscheid is er op dit moment niet en het is dus ook niet een criterium om mensen naar de opvang te geleiden. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mevrouw Yildirim. Mevrouw YILDIRIM (pvda). Voorzitter, zou u dan wel in die rapportage na drie of vier maanden ook willen inzoomen op die mensen, die discussie van net, die na drie, vier weken afvallen als het ware of uit het traject vallen, en waar uit maatwerk wel blijkt op een gegeven moment dat ze toegang hebben tot WMO-voorzieningen? Kunt u dat aspect dan ook meenemen? Want dat zou voor mij als gemeenteraadslid betekenen dat ik in ieder geval inzicht krijg in zestig casussen en daaruit in ieder geval kan afleiden: hoe zit het nu eigenlijk met die rechtspositie van dit soort mensen? De VOORZITTER (de heer Engberts). Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, ik wil een beetje ervoor waken dat we niet na vier maanden een hele rapportage gaan optuigen.

Binnenkort komt de rechtentool en mijn collega Versnel weet beter hoe dat schema zit. De rechtentool komt naar ons toe. Er wordt een richtlijn gegeven. Ik ben het mijnheer Vonk eens, dus ik heb al een van zijn vragen dan beantwoord. Op het moment dat die komt, maken wij natuurlijk een analyse van wat dat voor Rotterdam gaat betekenen. Dat lijkt me het minste wat we kunnen doen. Overigens één voorzichtige waarschuwing, die rechtentool is ook wel een richtlijn en niet dat er wordt gezegd: gemeente, u zult. Maar ik wil die toezegging wel sowieso doen. Daar kom ik dadelijk op. Dus als u het goed vindt wil ik hem eigenlijk liever daar, als we het echt over de rechten hebben. Wat we wel gaan doen ook op de plek waar mensen opgevangen worden, is kijken

raadsvergadering van 25 april 2024

Notulen pagina

692

wat de rechten van mensen zijn. Zij moeten zelf natuurlijk dingen kunnen aantonen, maar als mensen daar met overtuigende dingen komen dat ze kunnen aantonen dat ze hier een aantal jaren gewerkt hebben, gaan we daar wel heel serieus naar kijken en misschien is daar in het verleden wel eens te weinig aandacht voor geweest. Dus die aandacht komt er wel, ook in de opvang nu. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mevrouw Yildirim. Mevrouw YILDIRIM (pvda). Ja voorzitter, en ik zou het dus interessant vinden om daar niet in abstracto een document over te lezen, maar gekoppeld aan die zestig casussen daadwerkelijk lezen hoe bij A, B, C, D en F enzovoorts het is toegepast. Ik zou het ontzettend interessant vinden als u ook daarop kunt reflecteren in de tussenrapportage. De VOORZITTER (de heer Engberts). Dank u wel. Let u een beetje op de tijd mevrouw Yildirim. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Nee, ik wil het voor dit moment echt laten bij de verwijzing naar de rechtentool en ik wil niet al in oktober, na vier maanden al direct met een rapportage komen. Ik wil daar echt het evaluatiemoment voor gebruiken. Ik vind die zes tot acht weken echt een heel spannende en cruciale, dus daar wil ik echt een uitzondering voor maken, dus daar wil ik het echt bij houden. Motie 6, heel goed dat u zich zorgen maakt over de toestand bij de Markthal.

Ik ben er zelf ook geweest en dat is inderdaad niet dat je zegt van: daar ga je heel vrolijk weg. We zijn heel stevig in gesprek met de eigenaar van de parking. Ze schieten gewoon tekort in hun verplichtingen, is onze mening, dus we voeren dat stevige gesprek. En wij vinden het gewoon belangrijk dat zij moeten zorgen dat dat hek gewoon is afgesloten. Dat is hun taak. Dus wij willen zeker daar de komende tijd op gaan checken of dat zo is, dus dat nemen we wel mee in de rondes, maar ik ga het niet een aparte hotspot noemen. Dit moet echt door de eigenaar worden opgelost. Dan krijgen we de motie van mijnheer Kind, 'De basis op orde voor dakloze EU-arbeidsmigranten'. Even kijken wat u vraagt. Ja, dit is een moeilijke, ik ga hem heel even opzijleggen. Motie 8, 'Dakloze Rotterdammers door stapeling APV-boetes verder in de knel'. Dat is natuurlijk het laatste wat wij willen, en u vraagt eigenlijk een onderzoek te gaan doen wat de effecten zijn van een stapeling van bekeuringen op dakloze Rotterdammers en over de uitkomsten... Ja, ik zou zo'n onderzoek eigenlijk niet willen doen, omdat, wat de uitkomst van het onderzoek ook is, ik vind het gewoon onwenselijk dat mensen op straat de inschatting moeten gaan maken: die ga ik wel een boete geven, die ga ik geen boete geven.

Dat vind ik gewoon onwenselijk, want dan gaan wij mensen van onze dienst in een positie brengen waar ze niet in moeten komen. Wat ik wel vind, als je echt gaat kijken: wat is nu een specifieke boete die echt alleen maar aan daklozen gegeven wordt, niemand gaat voor zijn lol op straat slapen, tenzij je een keer een avond heel erg bent doorgezakt. Ik ben geen ervaringsdeskundige hè, laat dat helder zijn. Maar kijk, dat is echt een specifieke, en ik vind wel dat we met onze mensen in gesprek moeten gaan van: daar moet je echt nu geen boetes meer voor geven, tenzij mensen die dat doen natuurlijk geweld gebruiken of intimiderend zijn, maar dan moet je daar een boete voor krijgen. Dus als ik u de toezegging kan doen dat we eigenlijk gaan kijken, omdat boetes voor puur voor het feit dat je slaapt, dat dat gewoon in principe een registratie moet zijn. Want dat is echt een boete die alleen dakloze mensen treft, en dat vind ik eigenlijk ook niet billijk, want ik vind wel, als je eenmaal je leven weer op de rit krijgt, dan moet je ook een schone start kunnen maken, dus die toezegging zou ik u in dezen willen doen. Dan zitten we op 9 en dan kijk ik ook even naar mijn collega, want die zou daarvan ook een deel voor zijn rekening nemen. Dan ga ik nog even naar die andere motie kijken. De VOORZITTER (de heer Engberts). Het woord is aan de heer Versnel. De heer VERSNEL (vvd) (wethouder).

Ja dank u wel voorzitter. Het gaat dan om motie 9, over het onderzoek naar de oorzaken van dakloosheid in Rotterdam. Er wordt gevraagd om een breed onderzoek te doen naar de redenen waarom arbeidsmigranten naar Nederland, naar Rotterdam komen. Ik wil die motie u ontraden en dat heeft ermee te maken dat we eigenlijk al best wel goed weten waarom het zo is dat mensen naar Nederland en ook zeker naar Rotterdam komen. We zijn in ons land heel goed in zelfkritiek en daarmee zien we wel eens over het hoofd dat Nederland gewoon een fantastisch land is, waarin het leven in ieder geval in de uitstraling ervan in heel veel opzichten echt geweldig is. En dat is iets wat mensen natuurlijk van heinde en verre aantrekt. Dat is een heel belangrijke reden. En onze economie draait gewoon als een tierelier. En als je daar wat getallen bij wilt hebben hoe dat in vergelijking zit. Je hebt de EURES, dat is het Europese verbond van arbeidsbureaus.

raadsvergadering van 25 april 2024

Notulen pagina

693

Die hebben een mooie website en daarop kun je zien dat er in Roemenië op dit moment 19.800 vacatures zijn. In Polen 32.974. In Nederland 152.961, dus meer dan tien keer zoveel, en dat zijn in dit geval allemaal vacatures die ook openstaan voor inter-Europese arbeidsmigranten. Dus er is hier gewoon ontzettend veel werk beschikbaar waar mensen natuurlijk op afkomen die denken: dat is ook nog eens een heel leuk land om dat te doen. Dus wij weten ook uit de gesprekken die wij hebben met bijvoorbeeld gisteren de ambassadeur van Roemenië. We gaan daar ook over twee maanden het ook weer met eigen ogen zien. En we hebben ook een adviescommissie Arbeidsmigratie. Die hebben wij samen met de gemeente Den Haag. Dat is een van de dingen uit ons Actieprogramma EUarbeidsmigranten 2023-2026 onder voorzitterschap van Monique Kremer, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam, die ook weer voorzitter is van de Landelijke Adviesraad Arbeidsmigratie. En wat ik u wel wil toezeggen is om in onze adviescommissie eens de vraag neer te leggen wat voor ook echt wetenschappelijk onderzoek er nu gedaan is naar de achtergronden van die migratiebewegingen. En dan ben ik van harte bereid om de dan opgeleverde literatuurlijst met uw raad te delen, en dan kunt u zich daar ook in verdiepen. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mooi, dan geef ik weer het woord aan wethouder Buijt voor de laatste motie.

De heer BUIJT (lr) (wethouder). Motie 7 van de heer Kind. Ja, ik zat hem nog even goed te lezen, maar ik ga deze toch ontraden. Wij willen geen informatiepunt op de locatie zelf. Uiteraard helpen we mensen op de locatie wel met de informatie die zij hebben om te kijken wat hun rechten zijn, maar op die locatie zelf een infopunt openen, zien wij op dit moment niet zitten. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Kind. De heer KIND (volt). Ja, het leek ons een heel goed idee, omdat er gemiddeld ik denk zestig EUarbeidsmigranten daar aanwezig zullen zijn. Het is een enorm handig punt om daar dan een informatiepunt te starten om te kijken: kunnen we je helpen met wat aanvragen, hoe zit het met je identiteitsbewijs, sta je ingeschreven bij het UWV, bij een zorgverzekering? Gewoon een superhandig punt om dat daar even te hebben. Het hoeft geen publiek infopunt te zijn, dat niet iedereen daarnaartoe gaat. Dat zal ook niet gebeuren, want het is achter in Overschie, maar zo'n punt, dat we bijvoorbeeld wel op Rotterdam-Zuid hebben en dat ligt dan weer bij de heer Versnel, het lijkt ons, het is gewoon een goed idee eigenlijk. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Buijt, een reactie daarop. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, of het een goed idee is, dat durf ik niet te zeggen. We vinden het gewoon niet wenselijk om daar nu een extra informatiepunt te doen.

Het laat onverlet dat we daar natuurlijk wel de situatie van mensen bekijken en die met informatie komen, en die gaan we heel serieus bekijken. Het is dus niet zo dat we daar niets mee doen. We gaan ook mensen helpen, we gaan ook kijken naar de situatie. We gaan ook kijken: hoe zit het met jouw rechten? Maar we gaan daar niet een apart informatiepunt generiek neerzetten, maar het heeft wel degelijk veel aandacht op de locatie zelf. Dan heb ik nog een paar vragen gekregen. Die wil ik nog even langslopen in hoeverre ze niet bij de moties zaten. Ze zitten vooral bij mijnheer Vonk van de ChristenUnie. Nou, het glas halfvol zei u. Nou ja, ik ga er in ieder geval alles aan doen, en ik weet ook alle zorgverleners, het is wel echt mooi om te zien hoe iedereen hier ook in gelooft en er voor wil gaan. En dat zit aan alle kanten, zowel aan de zorgkant maar ook aan de politiekant, ook aan de IND-kant. Iedereen heeft zoiets van: dit zou weleens iets moois kunnen worden. Dus ik ga zorgen dat dat glas voller wordt. Althans, ik, ik ga erop toezien, want het zou wel heel erg aanmatigend zijn. U zegt een evaluatie van de financiële dekking. Ja, dat zal natuurlijk wel een onderdeel worden, maar die dekking zal dan bij de volgende retraite weer gevonden moeten worden, als we tot de conclusie komen dat dit een succes is, en dat weten we december, januari.

Dan kunnen we daar echt wel een redelijk, dan zal ik natuurlijk mijn best gaan doen bij de collega's: hier moeten we mee verder. Daar zal extra geld voor moeten komen, maar dat kan ik op dat moment, vooruitlopend op, natuurlijk niet zeggen. Maar even via u naar mijn collega's, we zouden natuurlijk wel heel erg dom zijn als iets heel erg goed werkt, om dan natuurlijk het kind met het badwater weg te gooien. Maar ik kan daar op voorhand natuurlijk geen voorschot op nemen. De analyse over de rechtentool heb ik natuurlijk aangegeven. De VOORZITTER (de heer Engberts). Excuus, mijnheer Vonk.

raadsvergadering van 25 april 2024

Notulen pagina

694

De heer VONK (cu). Ja, voordat we hem kwijtraken, even over die financiën. Wat ik bedoelde, kijk, het grootste gedeelte wordt gedekt door landelijk geld. Het is een pilot. En daarvan is, heb ik begrepen, ook onzeker of dat volgend jaar ook doorgaat, dus vanuit landelijk. Dus mijn vraag was: kunnen wij op het moment dat er geëvalueerd wordt ook alvast informatie krijgen over hoe dat zit, hoe dus de landelijke financiering zit, zodat we ook een beetje weten wat er richting voorjaarsnota nodig is. De VOORZITTER (de heer Engberts). De heer Buijt. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Helder. Dat kunnen wij in de evaluatie meenemen. Wij stoppen zelf als gemeente ook behoorlijk geld hierin, en ik merkte al op dat er twee bewindslieden, toevallig allebei van uw partij, hier langs zijn geweest en die vonden het heel interessant en we gaan natuurlijk ook proberen om hen aan boord te krijgen om hier natuurlijk in te participeren. Dus daar kunt u misschien zelfs wel een bijdrage aan leveren, dat het glas wat voller wordt. Dan hebben we de boetes. Daar ben ik op ingegaan bij mijnheer Kind. De FlixBus, cijfermatig, is niet beargumenteerd. Ik wil daar toch even één nuance maken. Ik kan me de precieze tekst niet meer herinneren, maar hij is in ieder geval niet als toezegging genoteerd.

Maar ik wil zonder meer aannemen, misschien heeft u het wel teruggekeken, dat ik het wel gezegd heb en dan is het niet genoteerd door de voorzitter. Dat zou kunnen, maar ik wil daar niet flauw over doen. Wat we dus zien, en u kunt het ook lezen in het actieplan op bladzijde 5, daar staat een noot 2, daaronder wordt naar een IVO-onderzoek verwezen en we horen het ook echt van de veldwerkers. We zien het ook in de toename van de laatste maanden van het aantal mensen op straat dat nieuw is in Rotterdam en dan direct dakloos is hè. Dus dat is een teken dat je hier dakloos heen komt. Dus we treffen, echt, je ziet de opgaande lijn van mensen die 's nachts op straat door de zorgpartijen worden aangetroffen. Dat zie je. Je ziet, in dat IVO-onderzoek bij 42 mensen, is bij negen al vastgesteld dat ze hier al zonder perspectief zijn gekomen. Dat is al even oud. En de partners geven het ook allemaal aan: we zien steeds meer mensen die eigenlijk... Dat is op zich voor mij echt wel een behoorlijke onderbouwing van hetgeen. Dus dat eigenlijk, dus die toename zien we wel degelijk en misschien dat u ook dat onderzoek nog eens even moet checken, waar onderaan bladzijde 5 naar wordt verwezen. De PvdA heeft het over de Markthal. De VOORZITTER (de heer Engberts). U heeft een interruptie van mevrouw Van de Peppel. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd).

Ja, dank u voorzitter, want dit was nu precies mijn kritiek in januari ook. Beleid maken we niet op horen zeggen, beleid maken we op feiten en cijfers. Dus als u wilt dat ik u steun dan wil ik cijfers, harde cijfers hebben vanuit een Rotterdams onderzoek. De VOORZITTER (de heer Engberts). Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Nou, ik wil natuurlijk heel graag uw steun, laat dat helder zijn. Kijk, ik ga binnenkort in gesprek met de FlixBus. Dat is natuurlijk maar een van de kanalen die aankomt. Ik zal eens kijken of zij bereid zijn om ook hun bezoekersaantallen, maar dat is ook nog niet een-op-een een garantie, want iemand met de FlixBus kan ook hier komen als die werk heeft. Dus ik zit een beetje te zoeken hoe je dit nu ook 100% cijfermatig kunt onderbouwen, anders dan dat de veldwerkers constant tegen mij zeggen: wethouder, we zien echt een enorme toename. Dat zegt de vreemdelingenpolitie, dat zeggen ook de mensen van Barka. We zien een toename van het aantal mensen dat hier komt zonder perspectief, die al direct dakloos zijn bij aankomst. Wij zien die toename, wij zien een toename van mensen in januari en februari op straat, die we nog nooit eerder hebben gezien, en geen verleden hebben. En ook geen werk als verleden hebben. Dat zijn echt de feiten, dus ja, het is voor mij overtuigend genoeg. De VOORZITTER (de heer Engberts).

Mevrouw Kockelkoren heeft daar een vraag bij. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, ik steun hierin toch mevrouw Van de Peppel. We hebben vaker gezien in de politiek dat dit soort verhalen leiden tot oplossingen die uiteindelijk niet een oplossing zijn, omdat het verhaal niet bleek te kloppen. En dan wil ik maar even zeggen, ik hoor hier nu een verhaal van mensen die hiernaartoe komen zonder perspectief. Wellicht waren ze op zoek naar werk. We hebben heel veel mensen nodig. Helemaal geen rare gedachte, zou je in eerste instantie zeggen. Wat ik nu hoor is een FlixBus-verhaal van mensen komen uit Oost-Europa, in groten getale, wordt er dan ook nog bij gezegd, naar Rotterdam afreizen. Er zijn geen cijfers over. Zolang er geen

raadsvergadering van 25 april 2024

Notulen pagina

695

cijfers zijn, doet het mij erg denken aan een ander fabeltje van nareis op nareis op nareis, waar ook geen enkel bewijs voor was en ik denk dat wij ons als Rotterdam niet kunnen permitteren en gewoon moeten voorkomen, als u hierop steun wilt hebben dan moet u gewoon met cijfers komen. De VOORZITTER (de heer Engberts). Mijnheer Ceulemans wil daarop reageren. De heer CEULEMANS (lr). Ja voorzitter, ik kijk heel erg op van deze twee interrupties en eigenlijk om twee verschillende redenen. Als eerste, op het moment dat hier een plan wordt gepresenteerd zijn mevrouw Van de Peppel en mevrouw Kockelkoren alle twee raadsleden die vooraan staan met: heeft u al gesproken met het veld, heeft u al met ervaringsdeskundigen gesproken? En vaak terecht. Nu komen deze signalen van ervaringsdeskundigen, van de vreemdelingenpolitie, van handhavers, van hulpverleners, noem maar op. En dan gaat u dat ineens in twijfel trekken omdat er niet een papiertje onder ligt. Dat vind ik vreemd. Dat is het eerste.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=763402f9-2c59-4289-89ad-75ee903edc51