CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20240215- Notulen van de raadsvergadering van 15 februari 2024

Gemeenteraad 14 maart 2024, gemeente RotterdamBij agendapunt: Vaststelling van de notulen van de raadsvergadering van 15 februari 2024.66.522 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 5 van 7

En een essentiële vraag aan de wethouder is of wij de schoolbesturen de ruimte kunnen bieden om samen te komen en te bespreken hoe zij een divers aanbod in de groeigebieden kunnen realiseren met elkaar. Het blijft daarnaast toch wat pijnlijk ondanks de inspanningen dat veel schoolgebouwen niet voldoen aan de standaarden die we in 2024 aan alle leerlingen willen bieden en het is schrijnend dat door tekort aan menskracht in vele organisaties soms volledige zakelijke casussen opnieuw moeten worden uitgevoerd, met vertragingen en beperkingen tot gevolg daarvan. Wij vragen dan ook aan de wethouder om meer cocreatie met en onder de schoolbesturen aan te moedigen om de versnelling toch erin te houden bij de verduurzaming van alle scholen die zijn opgenomen in het IHP. Daarom het verzoek om cocreatie te bevorderen en samen met de VVD ondertekenen wij dus ook 50% van de schoolgebouwen dat ouder is dan 45 jaar om daar aandacht aan te besteden. Dank u wel. De VOORZITTER. Dank u. Ik kijk nog een keer de raadzaal in. Wethouder Kasmi, bent u zover? De heer KASMI (d66) (wethouder). Zeker. Dank u wel voorzitter en een hele goede middag aan u allen via de voorzitter. Er zijn een aantal vragen binnengekomen die ik gewoon chronologisch even afga zoals u van mij gewend bent, beginnend bij de heer Biljoen. U had ook het verzoek gedaan om er hier een regulier debat van te maken.

Uiteraard staat het college u altijd heel graag te woord. Wel moet mij echt iets van het hart hier vandaag, en dat is ook al door meerdere raadsleden gezegd. We hebben dit echt wel heel erg uitvoerig met elkaar besproken en we hebben er eigenlijk al best veel aandacht aan besteed. Desalniettemin sta ik tot uw dienst, maar ook in het kader van alle agenda’s van iedereen denk ik dat het wel goed is om daar in het vervolg ook wel rekening mee te houden.

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

217

De VOORZITTER. De heer Biljoen. De heer BILJOEN (gl). Ja voorzitter, dan wellicht even een punt van orde. Want voor ons als raadsleden is het wel degelijk van belang als wij een afweging moeten maken bij een raadsvoorstel om daar een besluit over te nemen, om dan ook een verzoek in te dienen om hier een regulier debat aan te vragen. Dus in die zin kan ik niet zoveel met de beantwoording van de wethouder op dit stuk. De VOORZITTER. Wethouder. De heer KASMI (d66) (wethouder). Dank u, dat was nog niet een beantwoording maar een opmerking van mijn zijde die mij van het hart moest. En ik kom dan ook gelijk bij uw eerste vraag terecht. U stelt de vraag hoe prioritering tot stand komt. De prioritering komt als volgt tot stand. Uiteraard gebeurt alles in samenspraak met schoolbesturen. Uit het Rekenkamerrapport een tijdje geleden was een van de aanbevelingen om een nulmeting te doen. Dat is inmiddels gebeurd en die nulmeting gebruiken wij als basis waar we eigenlijk op voortborduren. Dat is het eerste. We halen natuurlijk heel veel informatie op ook in de gesprekken die we hebben met de schoolbesturen uiteraard. Daarna kijken we eigenlijk per gebied wat de behoefte is en op basis daarvan maken we weer een afwegingskader en een afwegingskader leidt uiteindelijk weer tot een prioritering.

Dus er zitten verschillende fases die hieraan voorafgaan voordat we tot een definitieve lijst komen. En die afwegingscriteria die we maken, hebben we zo gemaakt dat die zo objectief mogelijk zijn en op basis daarvan volgt er dus een lijst van aan te pakken schoolgebouwen. De laatste keer hadden we bij dit IHP uiteindelijk 76 aanvragen voor aan te pakken schoolgebouwen en daarvan worden er in dit IHP 34 opgevoerd en die worden ook aangepakt. Dat heeft alles te maken met enerzijds capaciteit, zowel bij de schoolbesturen heel nadrukkelijk en ook aan onze zijde. Zoals u weet hebben we enorm veel opgaves in de stad, ook op het gebied van woningbouw en andere maatschappelijke voorzieningen. Dus er moet ook een afweging worden gemaakt, maar 34 schoolgebouwen staan op de lijst voor aanpakken. Dan is vervolgens uw logische vraag daarop wat er dan gebeurt met de schoolgebouwen die dan nu niet op de lijst staan. Ja, die gaan dan eigenlijk weer mee in de volgende ronde, waarbij we wederom zeg maar al die fases doorlopen en dan opnieuw komen tot een volgend IHP met dan op te voeren schoolgebouwen. Dus dan begint eigenlijk van voren af aan alles opnieuw, worden er weer afwegingen gemaakt en volgt er een lijst uit. Dat is de procedure hoe we die doorlopen met elkaar en uiteindelijk vindt daarop ook de goedkeuring plaats van de schoolbesturen zelf.

Dan uw vraag over ambitie op het gebied van duurzaamheid en hoe het nu precies zit met de financiën. Zoals ook inderdaad in de commissie besproken is het zo dat, en om ook maar meteen een link te maken met de opmerking die de heer Ceulemans maakte, de middelen die wij nu hebben gereserveerd voor het IHP zijn middelen gewoon ter vervanging van de schoolgebouwen. Nieuwbouw of grote renovaties die voldoen aan de laatste bouwbesluiten. Daar zit natuurlijk al een onderdeel duurzaamheidsmaatregelen in. Dat maakt onderdeel uit van de bouwbesluiten van de normen. Vervolgens, wat u terug kunt lezen in het IHP, is mijn wens eigenlijk om daar ook een plus op te doen, want als we nu gaan bouwen, we weten dat de bouwnormen steeds verder worden aangescherpt en op duurzaamheid hebben we natuurlijk een opgave. Mijn collega van klimaat, wethouder Zeegers, is er natuurlijk ook mee bezig. Dus ik probeer daar natuurlijk ook op te anticiperen. Alleen heb ik ook gezegd: die middelen zijn er nu op dit moment nog niet. We hebben die nog niet gereserveerd. Daar gaan we met de voorjaarsretraite met elkaar over praten en dan kijken we breed naar alle maatschappelijk vastgoed, dus niet alleen maar naar onderwijshuisvesting, maar allerlei ander vastgoed, dat nu in ontwikkeling is of op de planning staat voor ontwikkeling. En daar proberen we natuurlijk zo duurzaam mogelijk te bouwen.

Maar hoe duurzamer, vaak hangt er natuurlijk ook een prijskaartje aan, maar vooralsnog moet u uitgaan: voor het huidige IHP is het vooral volgens de huidige norm en het bouwbesluit dat nu geldt en daar voldoen we gewoon aan. Dan ben ik bij de heer Ceulemans. U had inderdaad de vraag gesteld hoe het nu zit met duurzaamheid versus de opgave waar wij gewoon echt voor aan de lat staan ten aanzien van vervanging en renovatie. Dat is eigenlijk een beetje in het verlengde van wat ik net zojuist heb geantwoord. We doen wat we moeten doen. We voldoen daarmee aan de laatste normen en daar zitten al heel veel duurzaamheidsmaatregelen in. Want we moeten volgens BENG bouwen. Nou, als je naar ENG toe zou willen, helemaal energieneutraal, dat is eigenlijk wel wat we als gemeente eigenlijk vragen van particulieren bijvoorbeeld, daar doen wij echt een beroep op. Nou, wij doen nu vooral volgens BENG, en als we die plus zouden willen dan moet daar meer geld bij. En dat is nu niet in de huidige begroting meegenomen, maar dat is een afweging die we kunnen maken straks bij de voorjaarsretraite. Maar dus voor u is er een duidelijke splitsing, dus wat u betreft, althans vanuit uw perspectief hoeft u zich daar dus geen zorgen over te maken. Dan de heer Engberts, brede scholen. Ja,

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

218

die discussie, dat weet u, hebben we natuurlijk vaker met elkaar gevoerd. Wij hebben op verschillende momenten daarover gesproken. Dat is ook waarom ik het heb meegenomen in mijn gesprekken in de totstandkoming van het nieuwe Rotterdams onderwijsbeleid. Daar hebben we uitvoerig over gesproken. Schoolbesturen geven daar aan dat daar waar het kan en waar het nodig is ze dat ook zeker zullen doen. Maar dat is ook echt een besluit van henzelf. We hebben dat van mijn kant gedaan, want dat is wat u eigenlijk aan mij vraagt, het onder de aandacht te brengen. Dat hebben we gedaan, nogmaals in alle gesprekken ook in de totstandkoming van het nieuw Rotterdams onderwijsbeleid. Het is uiteindelijk echt iets van de schoolbesturen zelf of ze daaraan willen meewerken of niet. Dat kunnen we niet afdwingen. Maar ze weten dat er een paar keer hier aandacht voor gevraagd is en ze nemen dat mee in hun plannen en hun overwegingen. Dan mevrouw Van Groningen, inventarisatie samenvoeging scholen, daarover had u een motie. Daar kom ik zo even op als ik de moties doe. Even kijken, de heer Soytekin. Ja, u had nog een zorg. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Het is meer een punt van orde. Ik heb geen motie ingediend, alleen een amendement. En ik had u twee vragen gesteld. De heer KASMI (d66) (wethouder).

Dan bedoel ik amendement, sorry, ik zei motie maar ik bedoel dan amendement. Uw amendement gaat over het samenvoegen van scholen daar waar mogelijk is. Of was dat juist een van uw vragen? Ja oké. Nee, dan kan ik daar wel antwoord op geven. Ja, dat doen we nu eigenlijk al bij de aanpak van schoolgebouwen. Dat gebeurt al. We hebben daar veel voorbeelden van. In Rozenburg hebben we daar voorbeelden van en zo zijn er nog een aantal andere plekken waar dat nu al gebeurt, dus dat is eigenlijk al de praktijk. Dus daar waar het kan proberen we scholen, schoolbesturen ook aan te moedigen om samen in één schoolgebouw te zitten en daar hebben we ook al voorbeelden van. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja, dank voorzitter. Mijn vraag is heel concreet: wilt u inventariseren of er scholen zijn die bijvoorbeeld nu in het IHP zitten die we al kunnen samenvoegen, hetzij scholen die in een gebied zitten die graag in het IHP opgenomen hadden willen worden, waar dit heel interessant voor zou kunnen zijn? Want dan kan misschien in 2027 als we een nieuwe ronde hebben, een aantal scholen gezamenlijk een schoolgebouw realiseren, en dan hoeven scholen niet nog langer te wachten. De heer KASMI (d66) (wethouder). Ja, volgens mij heb ik net getracht te zeggen dat dat dus onderdeel is van onze aanpak.

Dus daar waar kansen zich voordoen, ook in het nieuwe IHP, om schoolgebouwen bij elkaar te voegen of schoolbesturen die onder één dak willen zitten, is dat gewoon onderdeel van de aanpak van ons. We gaan daar gesprekken over aan met schoolbesturen en doen dat waar mogelijk. Voorwaarde is natuurlijk wel dat het alle twee scholen zijn die op een IHP staan. Dat is heel erg belangrijk, ook vanuit prioritering. Dus dat is wel de voorwaarde, maar dat gebeurt dus. Dat is onderdeel van de aanpak. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja voorzitter, dank. Mijn vraag is dus: wilt u inventariseren waar die scholen zitten en dat dus ook aan ons terugkoppelen, want dan hebben we een beetje het idee: oké, hier zitten dus eventueel die efficiënties. De VOORZITTER. Wethouder. De heer KASMI (d66) (wethouder). Ja, maar het IHP bestrijkt heel veel jaren hè, zoals u weet. We hebben zelfs nog schoolgebouwen die we vanuit vorige IHP’s ook moeten aanpakken. Dus dat wat we nu weten, daarvan kunnen we u inderdaad een terugkoppeling geven. Maar er zit ook heel veel in de toekomst waar kansen zich nog gaan voordoen die je nu niet zeg maar inzichtelijk hebt, dus dat wil ik wel meegeven. Maar daar waar ze bekend zijn of van voorbeelden daarvan wil ik u best een inventarisatie doen toekomen.

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

219

De VOORZITTER. De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp). Ja voorzitter, kan de wethouder dan niet beter zeggen dat het amendement gewoon overbodig is omdat het al twintig jaar staand beleid is dat we zoveel mogelijk scholen samenvoegen en dat we daar ook maatschappelijke organisaties in zitten? Ik neem het voorbeeld van de Wereld op Zuid, het voorbeeld van Villa Vonk in Hoogvliet, dat het gewoon staand beleid is wat de VVD in het amendement vraagt. Dat het niet overal tot een succes leidt is iets anders, maar het is wel staand beleid. De VOORZITTER. Mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Maar voorzitter, even van de orde. Dit amendement gaat over iets heel anders. We hebben nu een discussie over een vraag die ik heb gesteld. Dus het gaat over multifunctionele schoolgebouwen in een amendement en mijn vraag is: wilt u inventariseren of we gebouwen kunnen samenvoegen? Niet multifunctioneel. De VOORZITTER. Het was niet van de orde, het is gewoon onderdeel van een debat met een raadslid. Mijnheer Coşkun, u was klaar? De heer COŞKUN (sp). Ja, tenminste dat amendement is denk gewoon staand beleid, dus ik ben benieuwd wat de wethouder daarop antwoordt. En natuurlijk, daar waar nieuwbouw is, wordt ook geprobeerd, kunnen we niet scholen samenvoegen en ook bestaande gebouwen anders gebruiken.

Ik snap echt niet waar de VVD naartoe wil wat dan anders is als wat we al twintig jaar in Rotterdam doen. De VOORZITTER. Toch, mevrouw Van Groningen. Mevrouw VAN GRONINGEN (vvd). Ja voorzitter, dat is heel makkelijk. Het amendement is een uitwerking van de motie die we eerder hebben ingediend. Daarvan hebben we nu gezegd: laten we dat dan ook beslissen dat als we iets bouwen dat we ook multifunctioneel bouwen. Dat bijvoorbeeld logopedie, tandartsen, noem het allemaal maar op, er ook in kunnen zitten. Dat is niet staand beleid. Dat gaan we dus nu doen en dat willen we ook in een raadsbesluit bestendigen. Mijn andere vraag is: wilt u inventariseren of er scholen zijn die in een gebied zitten waar we gezamenlijk een schoolgebouw voor kunnen bouwen, zodat ook scholen eerder in het IHP kunnen komen, of als ze al in het IHP zitten ze met elkaar een mooi schoolgebouw krijgen. De VOORZITTER. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). En ik sluit daar graag op aan met mijn vraag aan de wethouder en in zijn antwoord op mijn motie. Mag ik het zo begrijpen dat in die gesprekken die gevoerd worden ook dat onderwerp aan de orde is? Want dan is mijn motie volstrekt overbodig en kan ik hem gewoon intrekken. De VOORZITTER. Wethouder. De heer KASMI (d66) (wethouder). Onder het mom van de aanhouder wint.

Ja kijk, ik wil met alle plezier dan nog een keer dit ter sprake brengen, maar weet, ik hoop dat u mij ook echt serieus neemt als ik zeg dat die gesprekken natuurlijk ook eerder zijn gevoerd. Maar ik wil dit best ook ter sprake brengen, maar ik wil ik ook iets aan verwachtingsmanagement doen. Ik wil heel eerlijk zijn richting u dat het uiteindelijk echt een afweging is die bij het schoolbestuur ligt. Maar volgens mij had ik nu antwoord gegeven op de vraag van mevrouw Van Groningen. De VOORZITTER. De heer Engberts. De heer ENGBERTS (pvda). Voorzitter, ik trek mijn motie dan in. Ik neem u zeer serieus via de voorzitter natuurlijk, en ik weet ook dat iets waar nu al ongeveer vijftien jaar aandacht voor wordt gevraagd in allerlei onderzoeken inderdaad niet van vandaag op morgen is gerealiseerd, maar de aanhouder wint. De VOORZITTER. De motie van de PvdA bij dit onderwerp wordt ingetrokken.

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

220

De heer KASMI (d66) (wethouder). Ja voorzitter, dan ga ik snel door. Dan had de heer Soytekin nog een zorg uitgesproken, zoals ik het zelf even heb opgeschreven, over het samengaan of mengen van leerlingen uit het regulier onderwijs en het speciaal onderwijs en hoe dat dan in de praktijk zou moeten uitwerken. U verwijst daar naar de ambitie die ik heb op het gebied van inclusief onderwijs. Uiteraard is dit iets wat we heel goed meenemen natuurlijk. Inclusief onderwijs is veel meer dan alleen het mengen van het speciaal onderwijs en het regulier onderwijs. Ik heb in de commissie aangegeven dat het juist ook gaat om eigenlijk andere voorzieningen in een schoolgebouw, en daar refereerde de heer Coşkun ook al aan, bijvoorbeeld het plaatsen van een CJG, het inhuizen van een logopedist, om maar een voorbeeld te geven. Dus inclusief onderwijs is veel meer dan alleen speciaal onderwijs en regulier onderwijs. Er zal altijd een vorm van speciaal onderwijs en gespecialiseerd onderwijs moeten bestaan. Er zijn nu eenmaal leerlingen en kinderen die heel grote zorgbehoeftes hebben. Die kun je niet zomaar in het regulier onderwijs huisvesten. Dus uiteraard is dat iets wat ik natuurlijk heel erg scherp heb. Maar het ging mij om het bredere verhaal. De VOORZITTER. De heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Zo heb ik het in ieder geval niet uit de brief geïnterpreteerd.

Wat ik daaruit begrijp is dat het wenselijk is om die twee scholen gewoon met elkaar te mengen, dus dan krijg je in één gebouw leerlingen vanuit het speciaal onderwijs en vanuit het regulier onderwijs. Met dit antwoord zijn mijn zorgen niet weggenomen. De VOORZITTER. Wethouder. De heer KASMI (d66) (wethouder). Nee, maar je kijkt uiteindelijk hoe je zoiets vormgeeft. U zult begrijpen dat je in een klas, je kunt wel schoolgebouwen natuurlijk dicht bij elkaar brengen. Dat is zeker een ambitie, Of juist tegenover elkaar, want dan kun je ook kennis uitwisselen onder bijvoorbeeld docenten. Je kunt ook juist zorgen voor docenten in het speciaal onderwijs, waarbij bijvoorbeeld de leerling die net wat extra zorg nodig heeft, maar daarmee wel heel goed in het regulier onderwijs zou passen, dat je met extra begeleiding vanuit een docent, vanuit het speciaal onderwijs, kunt toevoegen tijdens de lessen in het regulier onderwijs. En daarmee kun je leerlingen met een kleine zorgbehoefte toch in het regulier onderwijs ook onderwijs bieden. Dat doen wij overigens al via de zogenaamde flexklassen, op het STC gebeurt dat al. En het idee daarachter is dat die leerlingen tijdelijk die extra zorg nodig hebben om daarna gewoon weer te kunnen doorstromen in het regulier onderwijs. Dat is goed voor het kind, goed voor de ouders en het kost ons uiteindelijk als gemeente ook veel minder.

Dus dat is wel waar we naartoe moeten. Dat wil niet zeggen dat je uiteindelijk dus altijd wel leerlingen houdt die altijd naar het gespecialiseerd onderwijs of speciaal onderwijs zouden moeten, omdat die gewoon een grotere zorgbehoefte hebben. Zo moet u dat zien. Dan uw verzoek en ook dat hebben we uitgebreid met elkaar besproken in de commissie, over de stilteruimtes. Ja, ik snap uw oproep, maar ik heb hier een heel consequente lijn in die ik elke keer voer, en dat is dat ik heel erg terughoudend ben in allerlei politieke wensen terug te geven aan schoolbesturen. Dat vind ik niet aan ons. De een vindt dit belangrijk, de ander zegt: doe mij nog maar een extra inburgeringsles. Ik begin daar niet aan. Het is echt aan schoolbesturen om in het gesprek met leerlingen te kijken wat er nodig is. En ik kan u melden en ik kan u verzekeren, want dat weet ik, dat al heel veel schoolbesturen en directies dat soort gesprekken hebben en er inmiddels ook op heel veel scholen gewoon ook stilteruimtes zijn. Die zijn er. Maar het is niet aan mij om hier echt om te vragen. Dat laat ik echt aan de lokale directies om in overleg met eigen leerlingen, ouders te kijken wat nodig is. Ik wil daar als politiek ver van blijven als u het niet erg vindt. Dan mevrouw Nunnely van D66. Ja, uw eerste vraag als ik het goed genoteerd, heb, is hoe inclusief onderwijs er nu precies uitziet.

Nou, dat is een beetje in navolging van wat ik net heb gezegd. Bij inclusief onderwijs moet u eigenlijk denken aan zoveel mogelijk voorzieningen te plaatsen onder één dak die te maken hebben met opgroeien, ontwikkelen, wat goed is voor het kind. Daar zitten natuurlijk grenzen aan van wat je kunt organiseren binnen schoolgebouwen. Het heeft ook allemaal een juridische kant nog, wat het soms wat moeilijker maakt. Maar dat is in ieder geval wel de ambitie van mijn kant om dat bij elkaar te doen. Ik zie dat de voorzitter een beetje zenuwachtig wordt. Ik moet sneller praten, nog sneller dan ik al doe. U vraagt een overzicht van alle projecten, om het nog iets helderder, scherper te krijgen. Ik kan u bij dezen toezeggen dat ik bij de eerstvolgende voortgangsrapportage ervoor zal zorgen dat er een helder overzicht is van alle projecten. Dan heeft u dat allemaal bij elkaar. En meer cocreatie, ook daar heb ik natuurlijk net al het een en ander over gezegd richting mevrouw Van Groningen. U sluit zich ook daarbij aan. Dus ook daar heb ik denk ik voldoende over gezegd. Voorzitter, ik heb dan alleen nog

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

221

moties en één amendement over, als ik mij niet vergis. Dan begin ik bij motie 1 van GroenLinks om een uitsplitsing van de kosten te maken, die optellen tot het reeds begrote bedrag van € 342 miljoen en dan nog een uitsplitsing op projectniveau zoals ik het begrijp. Die uitsplitsing kunnen wij niet maken en waar heeft dat mee te maken? Met de eerdere uitleg die ik heb gegeven, dat wij nu het bedrag van € 342 miljoen hebben gereserveerd om gewoon te voldoen aan die laatste normen waaraan wij moeten voldoen. De extra plus zit hier dus nog niet in. Als je dat zou willen, is dat iets wat ik bij de voorjaarsretraite op zou moeten plussen, maar dat moeten we natuurlijk in gezamenlijkheid besluiten. Wat ook goed is om te weten, als we dat doen, doen we dat natuurlijk voor het maatschappelijk vastgoed, dus niet alleen voor onderwijs. Dus dat is sowieso lastig. En het is ook goed om te weten dat er zich kansen voordoen dat ook schoolbesturen vanuit hun eigen middelen zeggen: nou, weet je wat, als jullie toch een school gaan aanpakken en jullie gaan het verder verduurzamen, wij willen daarbij aansluiten. Wij hebben een pot met geld. En dan kun je van één plus één drie maken. Maar dat is ook per schoolbestuur verschillend. Dus het is heel lastig om dat op projectniveau op die manier uit te splitsen. Dat weet je niet, dus vandaar.

Dus eigenlijk geen onwil, maar eerder dat we dat gewoon niet kunnen op dit moment. Daarom raad ik hem ook af. Dan uw tweede motie over het GGD-advies over schone lucht. Ja, de ambitie is natuurlijk zoals u weet de school zoveel mogelijk in de buurt, in de wijken. Dat is onze inzet, ook om te voorkomen dat kinderen en ouders naar de andere kant van de stad zouden moeten gaan fietsen, met OV of in heel veel gevallen ook met de auto. Dat willen we ook allemaal niet. We volgen daarin het advies van de GGD, maar het is elke keer maatwerk en een afweging. Het is uiteindelijk een collegebesluit hoe we zo’n advies wel of niet overnemen, omdat het echt gaat om een bredere belangenafweging, dus ook die moet ik helaas ontraden. Dan heeft de heer Engberts zijn motie teruggetrokken, dus daar kan ik heel snel over zijn. Dat was motie 3. Dan uw amendement. Daar is net al het een en ander ook over gezegd. Ik zie dat dan maar als aanmoediging van wat we doen, dus ik kan dat amendement met een positief oordeel aan u voorleggen. De VOORZITTER. Goed. Is er behoefte aan een tweede termijn of een vraag die nog was blijven liggen? De heer Biljoen. De heer BILJOEN (gl). Ja voorzitter, heel kort, ik wil even reageren op de moties. U kunt geen uitsplitsing maken van de € 342 miljoen. Dat betreur ik eigenlijk, want dan weet ik ook niet hoe ik u daarop moet controleren.

Ook is het voor mij niet duidelijk waarmee u nu naar de voorjaarsretraite gaat. Wat heeft u nu nodig voor de voorjaarsretraite om het hele pakket duidelijk te maken? Ik begrijp dat u zegt: we hebben een brede portefeuille maatschappelijk vastgoed, maar wat heeft u specifiek nodig voor de duurzaamheidsambitie met betrekking tot de scholen? De VOORZITTER. Wethouder. De heer KASMI (d66) (wethouder). Ja, dat kan ik u niet geven, omdat dat een berekening is die eventueel nog gemaakt zou moeten worden. Dus dat is nu informatie die ik niet met u kan delen, nogmaals. Die informatie is er niet. Dus het is geen onwil, zoals ik al net zei. En het is natuurlijk ook nog eens per project en per aanpak verschillend. Het ene schoolgebouw vraagt gewoon iets anders dan het andere schoolgebouw als je het gaat aanpakken. En de vraag is ook: gaat het bijvoorbeeld om een monument of niet, wat voor aanpak heb je daar dan nodig? U kunt zich voorstellen dat als je een monumentaal schoolgebouw wilt aanpakken, dat dat een veel duurdere ingreep is, als je het echt helemaal naar ENG zou willen brengen, als dat al überhaupt mogelijk is, dan een gemiddeld schoolgebouw. De VOORZITTER. De heer Biljoen. De heer BILJOEN (gl). Voorzitter, dan heel even een puntje van orde, want ik probeer de wethouder echt te volgen, maar ik kan het helemaal niet volgen. De VOORZITTER. Het is niet van de orde.

U stelt gewoon een vraag. Dit is niet van de orde. Gaat uw gang. Het spijt me. Ja, af en toe zie ik toch dat ik een beetje bij de neus wordt genomen waar ik bij zit. Dat moeten we niet doen. Als u een vraag stelt dan is het gewoon een vraag. Dan sluit ik de beraadslagingen op dit punt af. 6.4

Het voorstel tot vaststelling van de Verordening AOW- en Jeugdtegoed 2024 – vervolg

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

222

De VOORZITTER. Mevrouw Mohamed-Hoesein is teruggekomen met een resterende vraag van het debat van vanochtend over cijfers die waren gevraagd. De snoepjes gaan opzij. Mevrouw MohamedHoesein. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk) (wethouder). Dank u wel voorzitter. Ik had inderdaad een openstaande vraag van de heer Ceulemans, het percentage van het bedrag vervoersarmoede ten opzichte van datgene wat we hebben ontvangen vanuit de meicirculaire. Daar heb ik u de brief over gestuurd en in aanvulling daarop, bij de meicirculaire is er ongeveer € 6,8 miljoen binnengekregen. Daarvan is € 4,8 miljoen zoals gezegd in die brief naar de vervoersarmoede gegaan, 70%. De VOORZITTER. Is dat antwoord genoeg voor u mijnheer Ceulemans? Ja? Goed zo. De cijfers zijn op deze manier ook gedeeld met de raad en komen ook in het verslag. 6.2

Het voorstel naar aanleiding van de Eindrapportage Feyenoord City

De VOORZITTER. Wethouder Zeegers is inmiddels gearriveerd, hartelijk dank. We gaan terug in de agenda naar 6.2 als ik me niet vergis. Mevrouw Zeegers, ik hoop dat u zakken vol geld heeft teruggenomen uit Den Haag, anders mag u nooit meer naar Den Haag. De raad zei vanochtend: anders mag u nooit meer naar Den Haag. We beginnen met het voorstel naar aanleiding van de Eindrapportage Feyenoord City. Mijnheer Verhoef. De heer VERHOEF (lr). Ja, dank u wel voorzitter. Ook dit onderwerp is al meer dan uitgebreid besproken in de commissie BWB vorige week, dus ik zal proberen het kort te houden. Leefbaar Rotterdam is tevreden met het uitgevoerde reflectieonderzoek, waarmee uitvoering is gegeven aan de door Leefbaar Rotterdam en 50PLUS ingediende motie. Het is goed om te zien dat het college in het reflectieonderzoek de lessons learned heeft opgepakt en zegt dit in te bedden in de werkwijze en de organisatie van de gemeente. Het is daarom ook goed dat de wethouder in de commissie heeft toegezegd op korte termijn te rapporteren aan deze raad hoe deze inbedding is gebeurd, zodat dit ook geborgd is voor de toekomst. Ik herhaal hierbij wel mijn oproep die ik ook in de commissie heb gedaan dat met het vaststellen van een Position Paper in de toekomst echt een betere scheiding moet komen tussen hoofdzaken en randvoorwaarden.

Want met een Position Paper met 90+ voorwaarden, zonder die duidelijke scheiding te maken, maken we het onszelf als raad wel ook buitengewoon moeilijk om tot goede besluitvorming te komen. Dat voorzitter is voor ons als raad zeker een lesson learned. Leefbaar Rotterdam ziet met belangstelling uit naar de terugkoppeling van de wethouder en wij blijven hier positief kritisch en scherp op. Dank u wel. De VOORZITTER. Dank u. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, lessons learned voor Feyenoord City belangrijk, want we hebben toch echt wel een kater overgehouden aan het hele project, hoe dat is gelopen en hoe wij als gemeente in de grote projecten regelmatig ook met onze neus tegen het glas lopen en plannen sneuvelen bij de Raad van State, dus heel goed dat we daar lessons van leren. Wij hebben het in de commissievergadering gehad over een tweetal aanbevelingen die GroenLinks er even uit wilde lichten. Kaders en controle en de reflectie en adaptiviteit, en dat dat ook iets vraagt van de besluitvorming bij de start van een project. We hadden daar een positief opbouwend gesprek over met elkaar, dus dank daarvoor. En om dat te bekrachtigen hebben wij nog een motie, 'Leren van Feyenoord City'. Die vraagt om bij grote projecten bij het begin van een project in elk geval over de onderdelen scope, tijdspad en financiën de kaders vast te leggen in een raadsbesluit.

Dus deze motie wil ik graag indienen. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren heeft de volgende motie ingediend. Motie 1. Leren van Feyenoord City "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 15 februari 2024 ter bespreking van agendapunt 6.2 Het voorstel naar aanleiding van de Eindrapportage Feyenoord City; constaterende dat: - met het voorliggend besluit de Position Paper Feyenoord City uit 2017 niet langer van toepassing wordt verklaard;

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

223

-

reflectieonderzoek van Arcadis acht 'lessons learned' heeft opgeleverd;

overwegende dat: - om de lessen te laten landen zoals het verder professionaliseren van het ambtelijk en bestuurlijk opdrachtgeverschap bij grote en complexe projecten en de RSPW stadsontwikkeling en het stadsbestuur aan zet zijn; - ondertussen grote projecten zoals Feyenoord City 2.0 maar ook de renovatie van museum Boijmans van Beuningen natuurlijk niet stil staan; - in aanbeveling 2 'kaders en controle' wordt gesteld dat vooraf duidelijkheid geven over publieke kaders de samenwerking en besluitvorming helpt; - in aanbeveling 5 'reflectie en adaptiviteit' wordt gesteld dat het organiseren van periodieke rust- en reflectiemomenten ruimte geeft in te spelen op mogelijke weeffouten, veranderingen in de omgeving, wijzigende economische omstandigheden en voortschrijdende inzichten; - deze twee aanbevelingen voor grote projecten heldere afspraken vereisen voor de scope, tijdspad en financiën bij de start van elk project; - het vastleggen van deze heldere afspraken geen vanzelfsprekendheid is in de werkwijze van de gemeente Rotterdam in de lopende projecten; verzoekt het college: - bij de start van elk groot project in elk geval het kader vast te leggen voor de 3 onderdelen: scope van het project/het plangebied, tijdspad en financiën middels een raadsbesluit; - over de manier waarop deze nieuwe werkwijze geïmplementeerd wordt te rapporteren aan de raad; en gaat over tot de orde van

de dag." w.g. A. Kockelkoren, T.J. Vonk en D.P.A. Tak De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Mijnheer Van Dommelen, ik zie dat u gaat staan, maar u bent niet aan de beurt. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Dat dacht ik ja, daarom, dat wilde ik even checken. Ja zeker. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Sorry, ik begreep niet helemaal… Maar ik wacht uiteraard keurig tot de voorzitter mij het woord geeft. Uiteraard, dat hoort erbij toch. Maar goed, nu zit ik mijn tijd helemaal te verdoen. Nee het is puur, voordat ik een oordeel kan vellen of wij voor of tegen deze motie gaan stemmen ben ik nieuwsgierig wat u nu precies vraagt, via de voorzitter, wat is anders dan we nu al doen. De scope van het project, het plangebied, tijdspad en financiën. Dat doen we toch al op dit moment bij grote projecten of zie ik dat nu verkeerd? Misschien kunt u daar nog even een toelichting op geven. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Nou ja, helaas ziet u dat verkeerd. Want als ik een voorbeeld mag noemen. Boijmans van Beuningen. Daar hebben we niet aan de voorkant een duidelijke afspraak gemaakt over scope, tijdspad en planning. Dat is een voorbeeld. En dat gebeurt dus vaker helaas, dat we nog een onduidelijke definitie hebben aan de voorkant van het project.

We hadden toen even een discussie over Feyenoord City 2.0, waarin dan kaartjes waren met verschillende plangrenzen. Dus het vergt nauwkeurigheid om van tevoren dat af te spreken. Sommige dingen kun je ook van tevoren niet goed overzien, maar dan is het ook goed om het af te spreken, want dan kun je halverwege gewoon zeggen: oké, we blijken toch een ander afgebakend gebied nodig te hebben en dan kun je het wijzigen. En daarmee wordt de discussie transparant en helder. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ja, dank u wel voorzitter. Dan nog één toelichtende vraag, want over Boijmans ben ik het met u eens, maar we gaan het er ongetwijfeld nog wel eens een keer uitgebreid over hebben hoe dat project helemaal is aangevlogen. Deze motie wordt ingediend bij Feyenoord City. Vindt u dat dan ook bij Feyenoord City 1.0 verkeerd gegaan?

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

224

De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Nee, want we hebben daar een Position Paper en daar hadden we dus duidelijke afspraken, maar we gaan nu wel door naar Feyenoord City 2.0, en deze motie is eigenlijk gewoon bedoeld om die lessons learned meteen te helpen een stapje te implementeren. Dus zo zie ik hem. De VOORZITTER. Dank. Mijnheer Vonk. De heer VONK (cu). Voorzitter, ik houd het ook kort. Het verhaal van Feyenoord City is tenslotte al een heel lang verhaal geworden en het boek Feyenoord City gaat nu misschien dicht en we kijken al uit naar deel 2. Maar wat ons betreft gaat het nog niet helemaal dicht. Want het reflectieonderzoek neemt het Position Paper als startpunt, en daarmee is niet alles onderzocht, namelijk: hoe zijn we bij dat Position Paper gekomen. Dat is namelijk wel cruciaal, zeker voor het verloop vanaf 2017. En dat weten we niet, want het is gewoon niet onderzocht. Met de wetenschap dat college en raad vaker gebruik willen maken van Position Papers is het cruciaal om ook deze aanloopfase alsnog in de reflectie mee te nemen, en daarom dienen wij de motie in 'Positioneer Position Papers goed'. De VOORZITTER. De heer Vonk heeft de volgende motie ingediend. Motie 2.

Positioneer Position Papers goed "De gemeenteraad van Rotterdam, bijeen op 15 februari 2024 ter bespreking van de Eindrapportage Feyenoord City; constaterende dat: - de onderzoeksperiode van het Reflectie onderzoek Feyenoord City begint bij het moment dat de Position Paper is vastgesteld; - het Reflectie onderzoek een aantal goede aanbevelingen doet over het gebruik van Position Papers in de toekomst; overwegende dat: - er door de gekozen onderzoeksperiode geen 'lessons learned' zijn over de totstandkoming van het Position Paper en het zo maar zou kunnen dat op dit punt cruciale lessen gemist zijn; - tijdens de commissiebespreking animo bleek om in de toekomst vaker met Position Papers te gaan werken; - de wethouder heeft toegezegd samen met de raad een werksessie te beleggen over hoe om te gaan met grote en unieke initiatieven die een flink ruimtebeslag nodig hebben en grote impact hebben op de omgeving; verzoekt het college: - ter voorbereiding op de werksessie 'grote initiatieven' alsnog een reflectie te laten uitvoeren op de periode 2013-2017 waarin de aanloop tot het Position Paper Feyenoord City zich voltrok; - de uitkomsten te delen met de raad en te betrekken bij de te organiseren werksessie en toekomstige Position Papers; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. T.J. Vonk en P.J.H.D.

Verkoelen De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Ook hier had de heer Van Dommelen een vraag. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ja, dank u voorzitter. Ja, ik had met de heer Vonk afgesproken dat ik een verdiepende vraag zou stellen, omdat hij zelf heel goed in het dossier Feyenoord City zit. Nee, ik hoor de heer Vonk zeggen: het is cruciaal omdat we die periode niet onderzocht hebben. Hij zegt: ik wil iets onderzoeken over een bepaalde periode want het is cruciaal, want we hebben die periode niet onderzocht. Dat is voor mij geen argumentatie. Ik zou graag willen weten wat hij precies boven tafel wil halen. Is het de bedoeling dat we met z’n allen constateren dat Feyenoord in het hele dossier een raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

225

onbetrouwbare partner is geweest? Als dat zo is, dan hoeven we dat denk ik niet te onderzoeken. Wat wil de heer Vonk precies boven tafel halen rondom dit onderwerp? Daar ben ik wel nieuwsgierig naar. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Nee voorzitter, over de betrouwbaarheid van Feyenoord hoeven we het inderdaad niet te hebben, dat klopt. En daar zijn we het denk ik ook wel met elkaar over eens. Nee, wat wij willen onderzoeken is, kijk, de Position Paper is nu eigenlijk een startpunt geweest. Daar is de reflectie begonnen. Maar we zijn op een bepaalde manier op dat punt gekomen van dat Position Paper. Hoe zijn wij nu gekomen op dat punt? Wat hebben we er bijvoorbeeld wel en niet in gezet? Dat is belangrijk, want wij gaan vaker Position Papers formuleren, en als er in die aanloopfase dingen niet goed zijn gegaan, dan kunnen we die lessen meenemen voor een volgende keer als wij Position Papers willen gaan doen. Dat is eigenlijk hetgeen wij beogen voor deze vraag, en die wilde ik graag inderdaad beantwoorden in de dertig seconden die ik daarvoor kreeg. Dank u wel. De VOORZITTER. Dank u. Mijnheer Tak. De heer TAK (pvda). Ja, dank u wel voorzitter. Vandaag staat in het teken van leren. Want het gaat over de reflectie op Feyenoord City. En ik wil het ook graag hebben over wat ik heb geleerd en wat ook wij als partij hebben geleerd van Feyenoord City.

Ik denk dat er een aantal dingen goed zijn gegaan. Het Position Paper en ook het onderzoek van Deloitte hebben de gemeenteraad in staat gesteld om in ieder geval dit plan op kritische wijze te kunnen volgen. Het heeft ook de gemeenteraad in staat gesteld om op tijd de risico’s die gebonden zijn aan dit project in beeld te hebben en te voorkomen dat we financiële risico’s zouden nemen waardoor de kater vandaag, om met de woorden van mevrouw Kockelkoren te spreken, nog veel groter zou zijn geweest. Want in alle eerlijkheid, de financiële kater valt alles bezien eigenlijk best mee, als je kijkt naar de grootte en de omvang van het project, hoe lang het project heeft gelopen. Ik denk eigenlijk dat de kater nog wel het grootst is voor de gebiedsontwikkeling zelf. Want de gebiedsontwikkeling zelf heeft echt jaren vertraging opgelopen. Ik heb net nog even teruggezocht naar de tijd toen de heer Simons nog gewoon gemeenteraadslid was en wij samen aan een motie hebben gewerkt op dit onderwerp. Dat is alweer bijna drie jaar geleden. Het is alweer bijna drie geleden dat wij hier als gemeenteraad eigenlijk op hetzelfde punt stonden als ongeveer vandaag, dat we eigenlijk al wisten dat de gebiedsontwikkeling de toekomst zou zijn van Feyenoord City.

Wat mijn fractie betreft, en als ik naar mezelf kijk, is een van de belangrijkste lessen van Feyenoord City misschien niet eens zozeer de extra maatregelen of de extra controles die de COR zou kunnen doen of wij als gemeente extra vergaderingen. Het gaat ook voor een stuk over onze eigen politieke cultuur. Het gaat erover hoe wij als gemeenteraad omgaan met dit soort onderwerpen. Het ging bij Feyenoord City vaak om: ben je voor of ben je tegen? Terwijl eigenlijk wij als gemeenteraad samen met het college in een soort van cocreatie het plan beter zouden moeten kunnen maken. En ik heb het idee, op een gegeven moment waren de posities zo ingegraven op Feyenoord City dat daar eigenlijk geen ruimte meer voor was. Terwijl als het project op tijd was bijgestuurd we ons misschien wel veel kostbare tijd hadden kunnen besparen, nu met die gebiedsontwikkeling. We zijn gewoon weer drie jaar verder. Ik ben daarvan twee jaar geen gemeenteraadslid geweest, dus wat dat betreft heeft dat mij in ieder geval een heleboel tijd bespaard, maar het feit dat het dus inderdaad zo’n lange periode heeft geduurd, zegt denk ik heel veel. Ik denk dat een paar jaar geleden al duidelijk was dat we misschien iets te lang hebben vastgehouden aan deze droom. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Dank u wel voorzitter. Ja, ik heb een vraag aan de heer Tak via de voorzitter.

Het onderzoek van Arcadis en de TU Delft zegt: de meerwaarde van een project als het stadion als aanjager voor de gebiedsontwikkeling in een gebied als Feyenoord aangegeven. Althans dat zegt het rapport. Hoe kijkt u daar dan tegenaan? Het rapport zegt in feite: als we niet zo’n aanjager hadden gehad dan is de vraag of gebiedsontwikkeling in dat gebied, dat er in die tijd slecht voor stond, überhaupt mogelijk was geweest. Omdat er totaal geen interesse was in welke ontwikkelaar dan ook. Hoe kijkt u daar dan tegenaan? De VOORZITTER. De heer Tak.

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

226

De heer TAK (pvda). Daar ben ik het volledig mee eens. Dat is ook de hele reden dat de PvdA bij monde van de heer Bruijn destijds voor heeft gestemd met dit plan. En daar sta ik nog steeds voor de volle honderd procent achter. Dat ben ik volledig met u eens. Alleen sommige beloftes uit die tijd, en dat weet u waarschijnlijk ook, het halve Rotterdamse bedrijfsleven zou gaan investeren, iedereen met een beetje geld op de bank zou investeren in het project. Dat soort beloftes zijn toen ook wel gedaan aan deze gemeenteraad en daar is natuurlijk heel weinig van terechtgekomen. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ja, dat is helder. Wat dat betreft zijn we het helemaal eens. Maar dan is voor mij de vraag, dan komt er natuurlijk altijd een moment dat je op een gegeven moment zegt; oké, het is stadion is niet meer haalbaar. Die stekker is er door Feyenoord uitgetrokken, niet door de gemeente. Wat had u dan anders willen zien? Had u dan willen zien dat de gemeente de stekker uit het stadion had getrokken, uit het project, of had u willen zien dat het eerder losgetrokken was, en dan kom je weer in conflict met die uitspraak van Arcadis, dat juist die koppeling zo waardevol was voor de gebiedsontwikkeling. Dus ik zoek een beetje naar wat dan die lesson learned is die u hier uit wilt halen. De heer TAK (pvda).

Ik denk dat we Feyenoord eerder uit de Rolls-Royce-dealer hadden moeten halen. Ze stonden in de Rolls-Royce-winkel, indachtig dat ze de meest luxe auto ter wereld konden kopen, maar daar was gewoon geen geld voor. Ik denk dat we eerder het besef hadden moeten hebben dat misschien met een iets minder ambitieus plan dat nog steeds een gebiedsontwikkeling had kunnen aanjagen, het misschien wel was gelukt. Dat is mijn taxatie. De VOORZITTER. De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Ja, dank u voorzitter. Het is al een tijd geleden natuurlijk mijnheer Tak, Feyenoord City, maar ik luister, u hield een heel betoog over de stagnatie, maar bent u het met mij eens dat uw eigen partij er debet aan was? Ik bedoel, die woningen hadden er allang kunnen staan. Dus ja, is er dan ook enige zelfreflectie bij de PvdA? De heer TAK (pvda). Nou sterker nog, daar begon ik volgens mij mijn betoog mee, dat vandaag een dag van reflectie is. Ik denk dat wij allemaal dingen beter hadden kunnen doen. Wij als gemeenteraad in brede zin, zijn er dus niet in geslaagd om sneller dit uit het slop te halen. En dat had beter gekund, en daar heeft mijn partij ongetwijfeld een bijdrage aan gehad. Ik moet wel heel eerlijk bekennen dat mijn fractie juist in die periode altijd aandacht heeft gevraagd eigenlijk precies voor dit probleem.

De vele schriftelijke vragen, het staat ook in het document vandaag, u kunt ze er allemaal op nalezen. De VOORZITTER. U was klaar? De heer TAK (pvda). Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. Hartelijk dank. Dan mijnheer De Haan. De heer DE HAAN (d66). Voorzitter, u kent mijn voorliefde voor de historie van deze prachtige stad en de verhalen die we ermee kunnen vertellen en die ons vormen. En ik dacht even: moet ik bij de behandeling van dit agendapunt terug naar 1917, het moment dat Feyenoord in een echt stadionnetje ging spelen aan de Kromme Zandweg. Of naar 1927, het moment dat ze er ook eigenaar van werd. Of misschien beter naar 1937, het moment van de verhuizing naar de Kuip, dat bijzondere stadion en evenzeer de bijzondere manier hoe dit financieel tot stand kwam. J.P. van Eesteren roemt het ook op de boarding aan de tweede ring. J.P. van Eesteren bouwde dit stadion in 1937. Maar zonder dollen voorzitter, het is een lang traject geweest waar al veel, heel veel over is gesproken. Niet in de laatste plaats door onze voorgangers hier in deze raad. En ik kan me misschien ook wel voorstellen dat er een zekere opluchting zal zijn. Ongetwijfeld vanuit verschillende perspectieven en insteken, dat we hier vandaag een streep onder zetten. Feyenoord City 1.0 is klaar.

Er ligt een heldere eindrapportage, er ligt een duidelijke reflectie met goede lessen, dank ook aan al die partijen die daar een bijdrage aan hebben geleverd. Feyenoord City 1.0 is klaar. Leve Feyenoord City 2.0, zou je bijna zeggen. Want de stad en het gebied moeten ook door en die gaan ook door. En er liggen ook tal van plannen en uitwerkingen voor klaar of zitten in de planning. En wat D66 betreft doen we dat ook. Je kan er ongetwijfeld van alles van vinden, maar het werk aan 1.0 draagt wel degelijk bij aan waar we nu staan

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

227

in 2.0. Laten we ook niet vergeten, er is ook veel bereikt. Een stuk gebiedsontwikkeling, een stadionpark, de mobiliteitsaanpak, het sociaal-economische programma. Maar dan toch, een heel kleine voorzichtige blik in de toekomst. Een van de zaken waar bij de aanvraag natuurlijk op werd gemikt is het vliegwiel, de aanjager. En na de uitspraak van de Raad van State, de insteek van de BVO, werd duidelijk dat het stadion dat niet zou gaan zijn. En toch herbergt dat gebied nog steeds ruimte voor zo’n vliegwiel. Wat D66 betreft zou dat zomaar eens de nieuwe universiteit kunnen zijn. De Technische Universiteit Delft, waarvan we recent hoorden dat een deel naar Rotterdam komt. En als ik het college van bestuur hoor of lees, dan mikken ze op een nieuwe generatie studenten van Zuid. De kansen voor Zuid, en als ik zo door mijn oogharen naar de kaart kijk, de EUR, nog net niet op een steenworp op de Noordoever. Hoe mooi zou het zijn die Technische Universiteit Delft zo ongeveer gespiegeld op de Zuidoever te zien binnen dat Feyenoord 2.0 gebied. Dat voorzitter is een kans, een vliegwiel, een aanjager die ik het gebied zou gunnen en waartoe ik zou oproepen om daar serieus naar te kijken. Dat doe ik dan ook met een motie, samen met de VVD. Dank u wel. De VOORZITTER. De heer De Haan heeft de volgende motie ingediend. Motie 3.

Technische Uni in Feyenoord City "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 15 februari 2024, ter bespreking van agendapunt 6.2 Het voorstel naar aanleiding van de eindrapportage Feyenoord City; constaterende dat: - Feyenoord City 1.0 wordt afgesloten en gestart wordt met Feyenoord City 2.0; - in het Feyenoord City gebied ruimte en plek is voor een aanjager die kan werken als extra vliegwiel voor het gebied; overwegende dat: - met het wegvallen van het nieuwe Feyenoord stadion een economische motor is weggevallen; - gebiedsontwikkeling zonder economie zorgt voor woningen, maar niet voor banen; - banen ervoor zorgen dat gebieden aantrekkelijk zijn om te wonen; - de Technische Universiteit Delft (TUD) om te kunnen groeien voornemens is voor een deel te verplaatsen naar Rotterdam; - het college van bestuur van de TUD aangeeft hierbij o.a. te willen mikken op de eerste generatie studenten van Zuid; - het college van bestuur van de TUD aangeeft Zuid een interessante locatie te vinden; - de vestiging van een deel van de TUD op Zuid een enorm vliegwiel kan zijn en kansen zal genereren voor duurzame innovatie en werkgelegenheid; verzoekt het college: - Feyenoord City als een van de mogelijke locaties te onderzoeken voor de komst van de TU Delft campus; - hierover eind 2024 terug te koppelen aan de raad; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. T. de Haan en D.J.

van Dommelen De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen dan toch. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Dank u wel voorzitter. Ik ben positief over de evaluatie. Het Position Paper heeft gewerkt en dat is denk ik erg belangrijk en iets wat we in de toekomst vaker zouden moeten doen. Het financieel risico voor de gemeente is beheersbaar gebleken en ik denk dat dat voor zo’n groot project best wel een compliment waard is. Wat mij betreft kijken we ook vooruit. Overigens was het onderzoek ook een terugblik maar ook een vooruitblik naar Feyenoord City 2.0. De plannen die we al gezien hebben in al dan niet conceptfase zien er goed uit. Toch hoop ik dat de wethouder haar ambities op een hoog niveau blijft vasthouden. Ik denk dat het gebied het waard is. Ik denk dat er heel veel kansen liggen in het gebied. We moeten met hoge ambities daar een kwalitatief heel goed gebied van gaan maken. Ik ben erg benieuwd naar het masterplan en ik ben met name benieuwd naar de raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

228

uitwerking van de plannen van FXL. U weet dat ik groot voorstander ben van de overkluizing. U weet ook dat het belangrijk is dat het station daar een heel goede plek krijgt en ik hoop dat de plannen daar ook aan tegemoetkomen. Maar dat is voor een volgend debat, bij het masterplan. Dan is er ook nog een puntje van ergernis, dat ik graag kwijt wil. Ook dit stuk heeft het weer over het sociaal-economisch programma. We hebben debatten in de commissie gehad. Het sociaal-economisch programma daar wordt aan vastgehouden, er wordt geen MKBA meer aan gekoppeld. Dus dan is mijn vraag: hoe gaan we dat dan toetsen? Maar als ik daarover verder vraag, en dat is iets wat ik me iedere keer weer blijkt als we het hebben over economische programma’s bij onder andere gebiedsontwikkelingen, dan blijft de concrete uitwerking hoe we het echt gaan doen altijd een beetje achterwege. En ik weet, de wethouder Bouwen gaat daar niet over. Daar gaat de wethouder Economie over, maar wij spreken wat dat betreft toch het college aan. Als ik kijk naar Zuid, en zeker Feyenoord, dan is het ongelofelijk belangrijk dat er echt werkgelegenheid is voor de mensen die daar wonen. En als wij als gemeente niet nadenken hoe we dat gaan vormgeven, vind ik dat echt een tekort. Het stadion was de banenmotor. Het stadion is weggevallen, dus we zoeken een nieuwe banenmotor.

Als de TU Delft het gaat worden, zoals de heer De Haan in zijn motie vraagt, dan zou dat een groot goed zijn. En dan ben ik ervan overtuigd dat we daar iets hebben, een magneet voor banen. Maar als dat niet zo is, als er om moverende redenen wordt gekozen voor een andere plek in de stad, dan maak ik me grote zorgen. Grote zorgen dat we daar straks heel veel huizen hebben en geen banen. En zeker op Zuid is dat ongelofelijk belangrijk. Dus ik heb geen concrete vraag nu, ik geef nu alvast aan dat ik ervan uitga dat, mocht het niet doorgaan met de TU Delft, we echt een serieus gesprek aangaan met u, wethouder en met de wethouder Economie, over hoe we concreet vorm gaan geven aan de economie op RotterdamZuid. Dat was het, dank u wel. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp). Ja voorzitter, iedereen juicht een beetje vandaag, terwijl we eigenlijk de naweeën hebben van een relatief debacle dat we de afgelopen tien jaar over onszelf hebben afgeroepen. Wat de SP betreft was het nooit nodig geweest voor die gebiedsontwikkeling om een stadion daar neer te zetten. Dat was een idee, sommige mensen kwamen hier en zeiden: kijk, Barcelona heeft de Olympische Spelen gehad, en dat is heel goed geweest voor de stad Barcelona. Maar dat is een beetje kip-en-ei-discussie. Volgens ons moet je dat soort megalomane plannen zo niet maken.

En dat zeg ik ook tegen de heer Van Dommelen. De TU Delft moet, als ze hier al moeten komen, moeten ze op een plek komen die goed is voor de TU Delft. En de mensen op Zuid, dat er überhaupt huizen staan op Zuid is omdat er een gigantische banenmotor is en was, de Rotterdamse haven, het hele haven industrieel complex. Daarvoor is heel Zuid überhaupt ooit verder ontwikkeld, die boerendorpen die er waren. Dat soort megalomane ideeën heb je niet nodig. Volgens ons moet die stad een veel organischer gebiedsontwikkeling hebben. En dat doe je samen met de mensen die daar wonen, samen met de mensen die er werken, samen met de mensen uit Noord, samen met de mensen uit Barendrecht of wie dan ook. Dat zoeken naar een vliegwiel is volgens ons vragen om financiële problemen, vragen om dit, we zetten er gelukkig een streep onder. Dat hele megalomane project, waar ontzettend veel uren in zijn gaan zitten ligt nu in de prullenbak. Nou, zand erover. Laten we gewoon de huizen gaan bouwen, wat ons betreft veel meer sociale woningen waar behoefte aan is, maar laten we niet weer in de val trappen met een nieuw papieren luchtkasteel, dat we dat weer met mooie fantastische artist's impressions komen waar allerlei mensen rijk van worden behalve de bewoners op Zuid. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen eerst even. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Dank u wel voorzitter.

Ja, ik ben toch wel verbaasd mijnheer Coşkun via de voorzitter. U weet dat Unilever zijn productielocatie heeft gesloten op Zuid. U weet dat Hunter Douglas zijn productielocatie op Zuid heeft gesloten. U weet dat Codrico en Provimi op de nominatie staan om te verdwijnen op Zuid. Productie verdwijnt op Zuid. U weet ook hoeveel Rotterdammers op Zuid een mbo-achtergrond hebben. U weet ook de ongewisse toekomst van de industrie in de Rotterdamse haven. En toch zegt u: laten we niet nadenken over de werkgelegenheid van de toekomst. Dat is niet relevant. Dat doen we samen met de bewoners, daar komen we wel uit. Is dat uw visie op de toekomst van Rotterdam-Zuid en de toekomst van de economie op Rotterdam-Zuid? De VOORZITTER. De heer Coşkun.

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

229

De heer COŞKUN (sp). Ja, kijk, de Calvé pindakaasfabrieken hebben nooit op Noord gestaan. De luxaflexfabrieken hebben ook nooit op Noord gestaan. Al die bedrijven die u opnoemt hebben nooit op Noord gestaan en toch is er heel weinig werkloosheid op Noord, dus dat heeft zich ook ontwikkeld. Waarom denkt u dat Unilever nu daar woningen gaat bouwen? Waarom denkt u, Hunter Douglas is trouwens nog niet gesloten, ik ga ernaast wonen. Maar er zijn allerlei soorten, er zijn ook moderne arbeidsplaatsen, maar we hebben geen gekunsteld vliegwiel nodig om daar de mensen aan het werk te helpen. Dat is echt, ik snap ook niet dat u zo denkt. De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Laatste opmerking voorzitter, dank u wel. Oké, dus ik concludeer dat u gewoon zegt van: we zien wel. We nemen de gok, we zien wel hoe het zich daar ontwikkelt. De heer COŞKUN (sp). Nee, absoluut niet. De heer VAN DOMMELEN (vvd). En of de mensen een baan krijgen De heer COŞKUN (sp). Absoluut niet, wij willen samen met de mensen… De VOORZITTER. Niet door elkaar mijnheer Coşkun. Graag even geduld tot de heer Van Dommelen is uitgesproken. De heer COŞKUN (sp). Ja, maar ik wist ongeveer wat hij zou gaan zeggen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Dan herhaal ik even mijn laatste zin, want die heeft hij niet meer gehoord. Dat weet ik zeker.

Dus u zegt gewoon: we nemen de gok, we zien wel of er nog werkgelegenheid komt daar en als het niet komt, komt het niet. Dan zien we dat wel, een zorg voor later. De heer COŞKUN (sp). Ja, daar was ik dus bang voor en daarom interrumpeerde ik hem, omdat hij mij allerlei dingen in de mond gaat leggen die ik absoluut niet heb gezegd. Er zijn allerlei mensen die werken tegenwoordig in allerlei trendy koffiehuizen, zitten ze achter laptopjes te werken. Snap je. Er zijn allerlei soorten moderne werkgelegenheid. Dus waarom u daar weer Unilevers naartoe wilt halen of stoffige meelfabrieken. De hele Tarwewijk is gebouwd voor de Meneba, voor de meelfabriek van de Nederlandse bakkerijen. Maar de mensen in de Tarwewijk werken allang niet meer bij de Meneba. Die werken heel ergens anders. En waar u woont staat ook geen grote productielocatie. Dus hoezo? Natuurlijk gaat de werkgelegenheid ons ook ter harte. Maar dat doe je samen, met de bewoners op Zuid maak je daar een mooi Zuid van. En daar heb je geen megalomaan vliegwiel voor nodig. Laat dat de les zijn van dit mislukte project Feyenoord City, van een stadion dat letterlijk in het water moest vallen, dat we dat niet meer opnieuw gaan doen. De VOORZITTER. De heer De Haan. De heer DE HAAN (d66).

Ja voorzitter, toen de uitspraak van de Raad van State was, hebben we hier een actualiteitendebat gehad in de raad en daar vlogen de prachtige ideeën over tafel, onder andere ook een prachtig idee, misschien in de woorden van de heer Coşkun megalomaan, een paleis voor volkshuisvesting. Maar begrijp ik dat hij dat plan daarmee nu in de ijskast legt? De heer COŞKUN (sp). Nee, want dat is een volkshuisvestingsplan. Ik zeg: gun die mensen uit de sociale woningbouw ook een kijkje op de rivier. Dus waar dat stadion kan, kun je ook een mooi nieuw paleis voor de volkshuisvesting bouwen, een nieuw icoon voor Zuid. Er zijn wat bouwvakkers uit Brabant die daar dan werkgelegenheid aan hebben en misschien nog wat bouwvakkers uit Polen, weet ik veel waar ze vandaan komen, die komen echt niet op Zuid wonen. Maar dat gaat over woningen. We kunnen daar fantastische sociale woningen bouwen, maar we hebben geen vliegwiel of weet ik veel wat voor nieuw megalomaan project nodig om mensen aan het werk te helpen. Dat zeg ik tegen de heer Van Dommelen en dat zeg ik ook tegen de fractie van D66. De VOORZITTER. De heer Verhoef.

raadsvergadering van 15 februari 2024

Notulen pagina

230

De heer VERHOEF (lr). Ja, dank u wel voorzitter. Ja voorzitter, er is werkgelegenheid en werkgelegenheid. We hebben het altijd over werkgelegenheid op Zuid voor Zuid. Ik hoor mijnheer Van Dommelen alleen over werkgelegenheid spreken en een heel epistel houden over bedrijven die weggaan van Zuid, maar hoeveel van die mensen die daar dan werken, denkt u dat op de TU Delft te werk gesteld gaan worden? De VOORZITTER. De heer Van Dommelen. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Nou, ik hoop veel en ik hoop ook dat er veel mensen van Zuid gaan studeren op de TU Delft. Maar ik ben ervan overtuigd dat het heel veel banen op gaat roepen. Want er zijn allerlei faciliteiten die georganiseerd moeten worden rondom zo’n TU. Als het om beveiliging gaat, of het gaat om catering, of het gaat om docenten, of het gaat om allerlei zaken die daar geregeld moeten worden en daar kunnen heel veel banen uit voortkomen. Bovendien heeft een universiteit vaak ook een aanjagende werking op jonge bedrijven en zeker een technische universiteit. Dus ik heb er veel vertrouwen in dat een universiteit een heel aanjagende werking kan hebben, zoals het stadion dat ook kon. De VOORZITTER. De heer Verhoef. De heer VERHOEF (lr). Ja, dank u wel voorzitter. Ja, het doet me terugdenken aan de komst van het azc naar de Beverwaard. Dat zou heel veel werkgelegenheid opleveren in IJsselmonde.

Welgeteld mijnheer Van Dommelen, één iemand is daar uiteindelijk in de beveiliging te werk gesteld uit de Beverwaard. Voor de rest kwamen al die mensen van buiten. De VOORZITTER. De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp). Ja, wil de heer Van Dommelen dus eigenlijk zeggen dat die hele brug naar Kralingen niet nodig is omdat die mensen van Zuid daar moesten gaan werken, die moesten daar gaan studeren. Maar nu krijgen ze hun eigen universiteit, dus die hele brug kan nu van tafel. Wilt u dat zeggen mijnheer Van Dommelen? De VOORZITTER. Nou, voordat we de hele stad gaan verbouwen, laten we even bij het onderwerp van vandaag blijven. De heer VAN DOMMELEN (vvd). Ik vind het wel een heel creatieve, moet ik wel toegeven. Dus complimenten voor de heer Coşkun. Hij is al een tijdje aan het woord, maar voor de eerste keer hoor ik hem iets zinnigs zeggen. Nee mijnheer Coşkun, ik vind het een heel goede grap, maar u weet drommels goed wat er gebeurt. Er is dringende behoefte aan werk en u zegt: we regelen dat onderling allemaal met elkaar. Ik ben daar niet zo van. Ik denk dat je wel degelijk sturend kunt zijn in het type economie en ik denk dat Zuid dat heel goed kan gebruiken, juist omdat er economie verdwijnt. U zegt: ik wil weer een tweede Unilever. Nee, dat wil ik helemaal niet. Maar het verdwijnt daar wel.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=a5914664-fcd9-4c83-87b8-bcddd82a8674