20231506 - Notulen van de raadsvergadering van 15 juni 2023
Tekst van het document
Ja voorzitter, ik heb net even het grexdebatje geluisterd en ik moest het toch even laten bezinken. Ik heb één vraag: worden de opbrengsten in de grexen wel of niet geïndexeerd? Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). De opbrengsten worden in principe wel meegenomen, die kun je meenemen, maar in de jaarrekening, in de waardebepaling van de grondexploitaties, wordt het toekomstig verdienvermogen maar beperkt meegenomen. Daar zit een BBV-regel in die ik niet helemaal uit mijn hoofd ken. Maar daar kan ik op terugkomen als u dat precies wilt weten. Dat is een bepaald percentage, maar dat heb ik nu even niet paraat. Maar het echte toekomstig verdienvermogen zit niet in die waardebepaling van de grondexploitatie. De heer BILJOEN (gl). Ja voorzitter, ik zou het dan heel fijn vinden als de wethouder daar op een later moment even op kan terugkomen. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn, u bent gaan zitten. Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Excuus, ik was inderdaad iets heel belangrijks vergeten, namelijk de motie van het CDA, ꞌBouwen, bouwen, bouwen, maar de ondernemer niet slopenꞌ. Dat is natuurlijk het laatste wat wij willen. Ook als stadsbestuur vinden wij het heel belangrijk dat als wij ergens gaan bouwen we dan ook goed kijken wat voor effect dat heeft op de omgeving en daar kunnen ondernemers ook hinder van ondervinden. Dat klopt.
En daar staat u voor op, daar doet u een pleidooi voor. We hebben daar vanuit de gemeente de nadeelcompensatieregeling voor. Die is goed te vinden op de website, als u googelt op nadeelcompensatie. En daar staat ook aan welke voorwaarden iemand moet voldoen en op wat voor soort manieren men dat kan aanvragen. Dus die nadeelcompensatieregeling is er en daarmee is de motie overbodig. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja voorzitter dank. Dat geeft wat helderheid op dat vlak. Wethouder Economie heeft er natuurlijk al wel op gereageerd en ik had hem ook wel specifiek in die economische hoek geplaatst, omdat het me ook gaat over het laagdrempelige contact van ondernemers met het stadsbestuur. Dus ik kan me voorstellen
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1064
dat er een regeling is, en dan zou die motie ook omarmd kunnen worden doordat je zegt: we nemen dat mee in bijvoorbeeld het MKB-actieplan. Nu heet dat zo geloof ik, dat is misschien ook uit de coronatijd. Maar dat je zegt: in ons MKB-beleid, in het contact dat we sowieso hebben met ondernemers, het gaat vaak over kleine ondernemers die misschien niet die weg weten te vinden, koppel je dat aan elkaar. Op die manier kun je de motie net zo goed omarmen. De VOORZITTER. Wethouder Economie. De heer SIMONS (lr) (wethouder). Ik denk dat mijnheer Segers-Hoogendoorn een prima voorstel doet. We gaan hopelijk binnenkort het MKB-actieprogramma behandelen. Breng dit voorstel in die discussie en dan kijken we of we er handjes en voetjes aan kunnen geven. Als ik hardop denk dan zou je bijvoorbeeld in een wijkhub misschien laagdrempelig informatie kunnen geven voor de ondernemers in de wijk, ik zit maar even hardop te denken. Het lijkt me een juist moment. Ik hoop dat het MKB-actieprogramma nog voor de zomer wordt behandeld en dan kunnen we die discussie ook gewoon daar nog even voeren binnen die context. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Voorzitter, dan lijkt mij de simpelste manier om deze motie gewoon te omarmen en in de afdoening aan te geven dat je dat meeneemt in het gesprek dat je sowieso met de commissie en de raad hebt over dat MKB-beleid.
Want ik heb mijn werk gedaan, ik heb die motie ingediend, dus volgens mij is dat gewoon de weg. De VOORZITTER. Wethouder Zeegers. Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Nou, het is een overbodige motie dus ik ontraad hem. De VOORZITTER. Helder, dank u. Wethouder Achbar. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Dank u wel voorzitter. Ik begin met de vraag over Lekker Fit! Die is gesteld door twee partijen, door de heer Moti en de heer Segers. En dan met name de vraag hoe het nu komt dat die onderbesteding van € 2,2 miljoen is ontstaan. Daarop volgt de vraag wat nu de negatieve effecten zijn en vooral welke inspanningen er zijn geweest. Ik kan u zeggen dat ten eerste de overgang van het werkgeverschap van de gymleraren van SSC Flex naar de scholen daaraan ten grondslag lag. Hierdoor zijn zowel de lasten als de baten anders verdeeld en beide lager dan in eerste instantie begroot. Dat is een verklaring of een verschil van € 0,9 miljoen. Verder is er bij de tienmaands een bedrag onttrokken uit de bestemmingsreserve voor de afbouw van SSC Flex, waarvan € 0,4 miljoen niet nodig bleek te zijn, maar voor 2022. Ik wil daarbij wel zeggen dat deze middelen beschikbaar blijven voor de komende jaren, omdat er nog een aantal overgeplaatst moeten worden. Dan de onderbesteding op het programma Lekker Fit! voor € 0,9 miljoen en wat er dan overblijft.
Deze worden voor een belangrijk deel veroorzaakt door de moeilijk vervulbare vacatures. In 2022 is een klein voordeel behaald doordat gebruik kon worden gemaakt van een tijdelijke specifieke uitkering, waardoor de btw niet doorberekend werd. Dus we kregen een bedrag van € 0,2 miljoen. En op algemene projectkosten was er een besparing, of het niet uitgeven van € 0,2 miljoen. Dan vroeg u wat dan de effecten zijn. De moeilijk vervulbare vacatures hebben met name als effect gehad dat de gymlessen tijdelijk zijn uitgevallen. Dat gaat dan met name om het derde beweegmoment. Daarnaast hebben coördinerende taken op het gebied van voeding en leefstijl tijdelijk onder druk gestaan. Dan de vraag van de heer Segers: wat zijn dan de interventies die u hebt gepleegd?
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1065
De VOORZITTER. De heer Moti. De heer MOTI (pvda). Ja voorzitter, ik ben wel blij met dit antwoord, want deze vraag stelde ik de heer Achbar vorige week ook. Toen was het: we hebben er geen signalen van en we weten het niet. Maar vindt u dan niet ook, ik zou u reflectie willen vragen, dat u als wethouder gewoon zelf dit soort vragen al hoort te weten op het moment dat u zelf een conceptrekening ziet? En niet pas nadat de gemeenteraad u die vraag stelt en u het eigenlijk nog steeds niet weet. En dan een week erover doet voordat wij daar dan weer antwoord op hebben. Want de onderliggende vraag is: hoe stuurt u dan hier op? Als u dat blijkbaar niet weet, pas nadat wij dat vragen heeft u pas zicht dat gymlessen uitvallen. Hoe stuurt u dan op zo’n programma Lekker Fit!? De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja voorzitter, er wordt zeker gestuurd op allerlei programma’s binnen mijn portefeuille en zeker ook op Lekker Fit!, in den brede. Op dit moment zeker ook met wethouder Onderwijs, van: hoe zorgen we ervoor dat de doelstellingen die wij hebben binnen Lekker Fit! als het gaat om het terugdringen van overgewicht, bevorderen van motorische ontwikkeling en gezonde leefstijl, hoe kunnen we die nog effectiever inzetten, juist om dit soort situaties te voorkomen? De VOORZITTER. De heer Moti. De heer MOTI (pvda).
Ja voorzitter, met alle respect, dit is gewoon mooipraat. Want de vraag is gewoon wanneer de wethouder wist dat gymlessen uitvielen. Vorige week wist u het niet, want die vraag is u toen ook gesteld. Dus ik heb het vermoeden dat u dat pas deze week, nadat ik de tweede week de vraag heb gesteld, pas heeft geweten. En als u dat nu pas weet, hoe heeft u daar dan vorig jaar op kunnen sturen? Want u kunt wel zeggen: ik heb erop gestuurd, maar als u dat nu pas weet, heeft u er vorig jaar nog niet op gestuurd. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Alle programma’s binnen mijn portefeuille hebben zeker mijn aandacht voorzitter, zo ook Lekker Fit! Dit is een onderdeel van het totale programma dat de aandacht vraagt en het heeft zeker mijn aandacht. Ik beoordeel hem dan ook in de breedte om dit soort situaties te voorkomen voorzitter. De heer MOTI (pvda). Ja voorzitter, met alle respect, dit is gewoon de tweede keer mooipraat. We kunnen wel zeggen: alles heeft mijn aandacht, maar blijkbaar dit niet, want de wethouder wist helemaal niet dat er gymlessen waren uitgevallen. Die vraag is vorige week aan hem gesteld. Dus u kunt wel zeggen: het heeft mijn aandacht, maar wat voor aandacht geeft u er dan aan? Leest u dan uw stukken, vraagt u dan ook door? Want als u er aandacht voor had, had u dit moeten weten. De VOORZITTER. Wethouder. De heer MOTI (pvda).
Maar blijkbaar is die aandacht zo dun dat u eigenlijk belangrijke informatie, gymlessen, dat is het doel, het kerndoel van dit programma, zorgen dat kinderen meer bewegen, meer gymmen. Die vallen uit, ze worden minder gegeven en dat wist u gewoon niet. Dus u kunt wel tot twee keer toe zeggen dat u er alle aandacht voor hebt, een beetje mooipraat zitten doen. Maar het is dus niet waar.
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1066
De VOORZITTER. Mijnheer Moti, er zijn nog veel meer woorden om hetzelfde te zeggen hè? De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja voorzitter, het is ook mooipraat. Nogmaals, het gaat om het derde beweegmoment. Het is namelijk niet zo dat er totaal geen beweegonderwijs wordt gegeven. Maar het belangrijkste is om te kijken welke doelstellingen dat programma heeft. En als ik u vraag en zeg, de doelstelling is terugdringen van obesitas, bevorderen van motorische ontwikkeling en gezonde leefstijl, dan zijn dat de prioriteiten waarop je moet sturen. En dat het vervelend is door een aantal componenten die ik zonet heb genoemd, dat het bij een aantal – we hebben 94 scholen – het derde beweegmoment niet aan de orde is, dat vind ik oprecht heel vervelend, maar nogmaals, de totale focus ligt op het totale programma waar dit een klein onderdeel van is en overigens, een heel belangrijke, dat ben ik met u eens, maar dat betekent niet dat ik daar geen aandacht voor heb. Dan voorzitter, de vraag van de heer Segers welke maatregelen er getroffen zijn. Aan alle scholen met een vacature is extra budget beschikbaar gesteld voor het inhuren, juist om dat te voorkomen, van sportprofessionals voor sport- of gymlessen. De samenwerking met HALO, we stellen actief plekken beschikbaar voor leraren in opleiding en we brengen het werk in Rotterdam juist onder de aandacht.
En bij de afbouw van SSC Flex is een mobiliteitsregeling opgesteld en dit is een financiële stimulans die alleen beschikbaar is als gymleraren blijven werken in het Rotterdamse basisonderwijs. Zo wordt getracht te voorkomen dat gymleraren deze organisatieverandering als aanleiding zien om buiten Rotterdam te gaan werken. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Dank. Dank voor het antwoord. Het is bijna het hele antwoord, want ik had nog een koppeling gemaakt maar misschien is die er niet, en dan is dat de vraag aan u, met scholen die zouden zijn gestopt met Lekker Fit! Dat zou dan het kind met het badwater weggooien zijn. Dat er een aantal lessen uitvallen, ja soit, als je dat kunt oplossen. Maar stoppen is nog wel wat heftiger. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, wij willen juist voorkomen dat scholen stoppen met bijdragen aan het terugdringen van obesitas, bevorderen van motorische ontwikkeling van kinderen en gezonde leefstijl. Een aantal maatregelen daarvan heb ik net opgesomd. Ook dat heeft de aandacht. Ook dat zal zeker de aandacht blijven houden, waarbij het kind dus centraal staat om aan die doelstellingen te kunnen voldoen. Dan voorzitter, ook een vraag van de heer Segers-Hoogendoorn, maar dan een vraag over antidiscriminatie. De samenwerking met het landelijk expertisecentrum.
Als het gaat om samenwerking, aan samenwerking en expertise hebben we op dat onderwerp gelukkig geen gebrek. Maar ook in Rotterdam hebben we een expertisecentrum. IDEM, ik weet niet of die u bekend is, en antidiscriminatiebureau RADAR. Dat is dezelfde organisatie als Artikel 1. Daarnaast is er de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar we structureel mee samenwerken op dit onderwerp. Dan had u een vraag over de jongerenhubs. Wat is de effectiviteit van de jongerenhubs, was uw vraag. We weten uit onderzoek dat fysieke locaties als een ontmoetingsplaats voor jongeren van grote waarde zijn voor hun sociaal-emotionele ontwikkeling. We zien ook dat de hubs die er tot nu toe zijn echt goed bezocht worden. De insteek is dat we willen dat de nieuwe jongerenhubs meer worden gebruikt door jongeren door ze ook mee te laten participeren bij het ontstaan van die jongerenhubs. Om dat te realiseren werken we goed samen met de welzijnsaanbieders. Volgens mij ben ik er voorzitter, als ik zo door mijn vragen heen kijk.
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1067
De VOORZITTER. Dank. Als er nog wat is hebben we nog een veegronde straks. Wethouder Versnel. De heer VERSNEL (vvd) (wethouder). Dank u wel voorzitter. Ik kan het kort houden, want er zijn geen vragen aan mij gesteld. Nu waren er wel eens wethouders die dan zelf allerlei vragen verzonnen om alsnog een mooi verhaal te houden, maar laat ik dat niet doen. Ik ben blij dat u tevreden bent met het werk dat we hebben geleverd. Maar laat ik dat natuurlijk zeker niet op mezelf betrekken, zelfs niet op alle ambtenaren die het uitvoerende werk uitstekend hebben gedaan, maar laat ik eens even stilstaan bij de onmisbare rol die werkgevers, ondernemers van scale-ups tot grote multinationals tot oude familiebedrijven en tot allerlei bedrijven in het Rotterdamse MKB die mensen uit de uitkering de kans hebben gegeven om aan het werk te komen. Zonder die partijen, zonder die cruciale partners kunnen wij het niet doen in onze stad. Dus aan hen zeg ik: dank je wel, en nog veel meer daarvan in het lopende en in het komende jaar. De VOORZITTER. Dank u zeer. Wethouder Buijt. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ik vrees dat ik het niet zo kort ga houden als collega Versnel, maar dat zal moeten blijken. Voorzitter, dank u wel. Raad, ook dank u wel voor de gestelde vragen. We hebben hier natuurlijk vorige week in de commissie al uitvoerig met elkaar over gesproken.
Een aantal zaken die daar met name aan bod kwamen waren ook de onderbestedingen. Sommigen zien dat natuurlijk ook in schril contrast met de opgave die we hebben de komende jaren. Dus daar zit natuurlijk een discrepantie in op het oog. Ik probeer die zo ook toe te lichten. De vraag van de heer Elbay over de arbeidsmarkt is natuurlijk cruciaal. Daar wil ik uitgebreid op ingaan. En de ChristenUnie heeft uitgebreid vragen gesteld over de Blokhuisgelden en heeft daar ook een amendement voor ingediend. Dus daar ga ik uiteraard ook uitgebreid op in. Ik hoop dat u een beetje ruimte krijgt van de voorzitter omdat u heel weinig tijd heeft om daar in ieder geval, sorry, hij schudt nee. De onderbesteding was in totaal opgeteld € 17 miljoen, over 2022. Als je dan vervolgens ook weet dat daarnaast een bestuursopdracht zorg loopt waarin we de groei moeten afremmen, kan dat voor sommige mensen een discrepantie lijken. Ik wil wel even benadrukken dat er inderdaad in totaliteit een onderbesteding was. Alleen waren de uitgaven oorspronkelijk begroot op € 816 miljoen. Tussendoor is het bijgesteld naar € 840 miljoen totale zorguitgaven. En we zijn uiteindelijk uitgekomen op € 823 miljoen. Dat was nog steeds een stijging van 9% ten opzichte van 2021. 9% in één jaar, dus ik wil wel ook dat beeld iets nuanceren, want de uitgaven zijn nog steeds behoorlijk hard toegenomen.
Waar zat dat nu vooral in? Dat waren twee hoofdfactoren. Er is in 2022 toegang verleend tot de WLZ, Wet langdurige zorg, voor GGZbehandelingen. Dat heeft in die mate plaatsgevonden die wij niet hadden voorzien en dat heeft gevolgen gehad voor de WMO. En een heel belangrijk punt, en dat is natuurlijk ook een heel belangrijk punt de komende jaren, er was gewoon simpelweg een arbeidsprobleem. Dus bepaalde budgetten die we hadden verstrekt, subsidies die we hadden verstrekt voor uitgaven, die konden gewoon niet uitgegeven worden omdat er geen personeel was. Dat was even op hoofdlijnen de reden waardoor we dus uiteindelijk nog steeds meer uitgegeven hebben dan begroot, veel meer dan in 2021, maar minder dan waarvan in de bijgestelde begroting sprake was. Ik vind het een terecht punt, mensen die zeggen: ja, maar in de tienmaandsrapportage wordt daar nog geen melding van gemaakt. Ik heb in de uitgebreide wisseling met de COR ook echt aangegeven dat ik daar ook nadrukkelijker op wil sturen en meer daarvan op de hoogte gehouden wil zijn hoe die ontwikkelingen zijn en waar mogelijk daar ook op ingrijpen. Maar op dit moment, dat zult u misschien ook begrijpen, ik ben in november begonnen, dat dat op een gegeven moment in deze jaarrekening niet meer ging. Dat wilde ik even kwijt over de onderbesteding, waarvan ik begrijp dat die vragen opriep.
Dan over de arbeidsmarkt, waar mijnheer Elbay eigenlijk vraagt: hoe ga je dat nu
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1068
aanpakken? Want dat is natuurlijk een heel belangrijk onderdeel van het probleem dat we hebben. Niet alleen hier, het is natuurlijk landelijk een groot probleem. Allereerst de erkenning daarvoor, maar die is ook echt breed. We hebben landelijke zorgakkoorden, het IZA met name, maar ook de Toekomstbestendige Arbeidsmarkt voor Zorg en Welzijn, de TAZ wordt dat genoemd. Daarin is een enorme focus op arbeid en ook als stad leggen we natuurlijk ontzettend veel aandacht in het juist leiden van mensen naar sectoren waar het het hardst nodig is. We proberen daar in het onderwijs, ook collega-wethouder Kasmi, natuurlijk ook op te sturen. Personeelstekorten hebben echt al onze aandacht en dat zie je bijvoorbeeld aan leerwerktrajecten, stagecoördinatoren, het Leerwerkakkoord Zorg. We doen er dus van alles aan om mensen richting die zorg te leiden maar ook naar andere sectoren waar er een probleem is. We stimuleren ook collectieve zorg in plaats van individuele zorg. Waar we ook aan willen werken is dat niet elke hulpvraag ook automatisch een zorgvraag is. Daar moeten we ook heel erg scherp en eerlijk in zijn.
En u zit ook in de COR, dus dat is dan iets wat u in ieder geval weet, maar wat ik hier nog niet gezegd heb is dat wij veel nadrukkelijker met collega Versnel, werk en inkomen, willen samenwerken, dat werk weer centraal komt te staan: hoe kunnen we mensen nu beter, sneller naar werk toe leiden. En daar heb ik ook hoge verwachtingen voor en daar zijn ook echt een aantal pilots die we opgestart zijn en nog uit gaan breiden om daar invulling aan te geven. Dus ik hoop dat u in dit opzicht enigszins gerustgesteld bent. Dan wil ik graag ingaan op het verhaal van mijnheer Vonk van de ChristenUnie. Die zegt eigenlijk: je hebt een onderbesteding op je maatschappelijke opvang van uit mijn hoofd € 4,5 miljoen volgens mij, of € 5,4 miljoen. Het is een van de twee. Ik heb een hoop bedragen in mijn hoofd gehad de laatste dagen. En vervolgens zet je wel de Blokhuismiddelen in voor maatschappelijke ondersteuning. Als ik u vrij vertaal zegt u eigenlijk: doe dat nu niet. U hebt gelijk, ik moet mijn jasje opendoen, het gaat niet goed. Ik beweeg te weinig, dat voelt niet lekker. De VOORZITTER. Het gaat om het derde beweegmoment van wethouder Buijt. De heer BUIJT (lr) (wethouder). En toch loop ik drie keer in de week meer dan tien kilometer hard burgemeester, maar het is niet genoeg. Maar ik wil zeker niets afdoen aan de serieusheid van uw zorgen.
Kijk, ik wil allereerst even iets over de procedure zeggen. U zegt: we zouden een update krijgen bij de jaarrekening en dan een dag na de commissiebehandeling komt u met uw brief, en ja, ik wil geen kwade opzet suggereren, maar ik vind het wel verdacht. Dat is eigenlijk vrij vertaald een beetje wat u zei. Ik snap dat, maar weet wel één ding: daar zit absoluut geen vooropgezette gedachte achter, want u krijgt nu ook die informatie. U kunt er nu ook uw punt mee maken. Daar hebben we gewoon totaal niet bij stilgestaan. We hebben gewoon gezorgd: we moeten die informatie aanleveren bij de jaarrekening en we hebben dat getracht te doen. Het is wel een aandachtspunt, want ik vind dat het beter was geweest om het voor de commissie aan te leveren, maar er zit geen kwade opzet achter, van: zo, de commissie is geweest, jongens, die brief kan eruit. Absoluut niet, dat is een kwestie van wel of niet geloven. Ja, dat is aan u. Wat ik wel wil opmerken is dat u zegt: de Blokhuismiddelen zijn aangevraagd voor extra projecten. Of nee, u had te weinig geld voor uw maatschappelijke opvang en daarom hebt u Blokhuismiddelen aangevraagd. Maar dat is niet zo. Wij hebben gewoon ons eigen beleid maatschappelijke opvang. Daar hebben wij een budget voor en daarnaast hebben wij extra geld gevraagd en gekregen voor aanvullende extra projecten en daar zetten wij dat geld voor in.
Maar je kunt niet begrotingstechnisch zeggen: nou, we houden nu op onze reguliere uitgaven wat over. Overigens hebben we niet minder uitgegeven, maar net als 2021, dat heb ik nagekeken, de vorige jaarrekening, toen was er € 4 miljoen over en nu ruim € 5 miljoen. Dat lag eraan dat we subsidie verstrekt hebben aan een hoop mensen om dat te regelen. Alleen hebben die dat niet helemaal opgemaakt dus die hebben dat teruggestort. Het is dus niet zo dat door bezuinigingen of dingen te schrappen of zo, het geld niet uitgegeven is. Nou, en die
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1069
Blokhuisgelden, en dat hebben we ook in die brief aan u, die dan weliswaar te laat kwam. Als ik dan toch één kritische opmerking naar u mag maken. U noemde het een bierviltje. Nou, ik vond hem misschien niet ellenlang, maar ook geen bierviltje. Maar we hebben geprobeerd het zo beknopt mogelijk aan te geven. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Voorzitter, dank u wel. De wethouder doet er nu een beetje lacherig over. Ik snap het wel, van: ik heb toch die brief gestuurd en ik heb u geïnformeerd, maar het is een patroon dat wij stelselmatig op de portefeuille zorg en welzijn achteraf over dingen worden geïnformeerd. Daarmee worden wij niet in de rol van controleur en van mederegie kaderstellend gezet. En dit is weer een van de incidenten. Het is een patroon en dat is waarom ook dit voorbeeld kenmerkend is en benoemd moet worden. Ik vind het jammer dat daar dan een beetje lacherig over wordt gedaan, want het sterkt het gevoel dat er ondanks dat u in november bent begonnen, wat nu in juni kennelijk nog steeds een argument is om dingen niet te kunnen leveren op het moment dat het gevraagd wordt, dat het een patroon is. Dat baart mij ontzettend veel zorgen op deze portefeuille waar zoveel Rotterdammers afhankelijk zijn van welzijn en zorg die door dit college geleverd moet worden. De VOORZITTER. Dank. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder).
Ja, ik wil dit niet op de spits drijven want ik wil niets afdoen aan uw zorgen over dat informatie wel of niet op tijd komt. Maar de twee voorbeelden die u nu noemt. Het gaat over: waarom zit er bij de tienmaandsrapportage en het uiteindelijke resultaat zo’n groot verschil? Die is nogal relevant wanneer je daar dan zelf verantwoordelijk voor wordt. Ik ben in november begonnen. Rechtstreeks bedoel ik dat in combinatie met de tienmaandsrapportage. U zegt lachterig. Ik wil helemaal niet lacherig doen. Ik wil gewoon tegen de heer Vonk aangeven dat er in elk geval geen opzet in zit. Dat ik niet gedacht heb: nou jongens, die brief kan eruit want de commissie is geweest. Als dat lacherig overkomt, dan heb ik me blijkbaar onduidelijk uitgedrukt, maar ik vind die interpretatie echt voor uw rekening. Het is in ieder geval niet mijn intentie om hier lacherig over te doen, dus laat ik dat punt in elk geval maken. En ik hoor uw zorgen. Ik hoor in elk geval uw zorgen over het tijdspad van aanleveren. Dat neem ik tot me en weet dat dit voor mij een extra aanleiding is om daar de volgende keer op te letten. U vraagt in uw motie om de raad bij de jaarrekening inzicht te geven in de besteding. Als ik dan heel formeel word, dat wil ik helemaal niet want ik vind ook dat ik het voor de commissie had kunnen geven, maar dan heeft u het wel bij de jaarrekening gewoon gekregen.
Dus dat punt wil ik dan graag maken. Kan ik verdergaan? Dus waar u om vraagt mijnheer Vonk, dat vind ik eigenlijk iets meer wat dan bij de Voorjaarsnota thuishoort. U heeft in uw motie die is aangenomen gevraagd om ons inhoudelijk te rapporteren per actielijn welke projecten en in deze brief die ik u gestuurd heb ben ik ook echt die actielijnen nagegaan, heb ik ook aangegeven hoeveel mensen daarvan gebruikgemaakt hebben. Dus we hebben echt uw motie maximaal uitgevoerd. U vraagt nu eigenlijk van: wij vinden niet dat die Blokhuisgelden gebruikt hadden moeten worden, maar die op een andere manier… dat vraagt u eigenlijk. En dan zeg ik eigenlijk: u vindt eigenlijk dat er misschien te weinig budget voor de maatschappelijke opvang is. Dat is dan iets voor de Voorjaarsnota, waar u dat dan zou moeten voorstellen volgens mij. Dat is een beetje mijn suggestie, dus ik raad dit amendement af. Volgens mij ben ik dan op alle concrete vragen ingegaan voorzitter. De VOORZITTER. Mijnheer Vonk. De heer VONK (cu). Voorzitter, ik aarzel even. Ik heb natuurlijk inderdaad geen tijd meer en ik had eigenlijk twee vragen inderdaad. Waarom is de informatie zo laat gekomen? U zegt:
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1070
het was geen boze opzet maar ik heb het laat ingestuurd. Nog steeds geen argument waarom het dan laat is geweest. Was het gewoon even vergeten? Dan is het helder hè. Maar dat argument zocht ik, dat was mijn vraag. En het tweede is: we wilden gewoon een uitleg over waar die Blokhuismiddelen nu naartoe gaan. In de aanvraag zegt u bijvoorbeeld: wij gaan geld aanvragen voor bijvoorbeeld het voortzetten van Project010. Daar gaan we tien mensen mee helpen per jaar, en daar vragen we ongeveer € 380.000,00 voor aan. Wat wij dan gewoon willen weten, en dat is toch niet zo gek, is dat we zeggen, oké, u heeft inderdaad gezegd dat we Project010 gaan voortzetten. Hoeveel mensen heeft u daar dan nu mee geholpen en heeft dat nu € 380.000,00 of heeft dat bijvoorbeeld € 100.000,00 gekost? Dat is gewoon de verantwoording die je wilt op basis van zo’n aanvraag. Dat is wat wij vragen. Dat vragen we bij de jaarrekening, uiteraard, niet bij de Voorjaarsnota. Dus dat was mijn vraag en u geeft daar gewoon geen heldere informatie over in de brief. En het laatste punt voorzitter, het amendement zegt: we hadden geld aangevraagd bij het rijk, want het rijk zegt: als uw middelen niet toereikend zijn kunt u extra budget aanvragen voor die investeringen. We hebben daar gebruik van gemaakt, maar we hadden wel genoeg geld.
Dan zeg ik: dan hebben we ook naar Den Haag toe een lelijk figuur, want dan hebben we gewoon extra geld aangevraagd terwijl we het helemaal niet nodig hadden. Dan zeg ik: als je het niet nodig had, dan stop je het terug in de reserve en dan blijft het beschikbaar om voor innovatie in de maatschappelijke opvang te gebruiken. Daar gaat het amendement over. En dat hoort niet bij de Voorjaarsnota thuis, dat hoort echt bij de jaarrekening thuis. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Oké voorzitter, drie punten nog. De vraag, een omissie dan van mijn kant. Ik neem daar de verantwoording voor. Ik kan nu niet zeggen waarom die op 8 juni gedaan is. Ik ben het met u eens dat het beter was geweest om dat voor de commissie aan te leveren. Tegelijkertijd zeg ik: het is ook wel de raad bij de jaarrekening inzicht te geven. Dat hebben we formeel gedaan maar ik ben het met u eens. Dus een omissie. Ik zal er scherper op letten dat dit soort dingen dan voortaan voor de commissie aangeleverd worden. Waarom dat nu niet gebeurd is, dat weet ik niet. Dus daar ga ik niet een mooi verhaal over vertellen, ik weet het gewoon echt niet. Het tweede is, u vraagt in uw motie die wij hebben uitgevoerd inhoudelijk te rapporteren per actielijn welke projecten zijn uitgevoerd en welke projecten of activiteiten nog gepland zijn en in welk jaar die projecten zullen zijn afgerond.
U heeft het niet over hoeveel geld daarmee gemoeid is, dus in de brief die u gekregen heeft is precies aangegeven wat u heeft gevraagd. En nu vraagt u ook: ik wil daar financiën bij zien. Dus dat is echt een andere kwestie. Wij vinden echt dat wij op hoofdlijnen de projecten beschrijven, dat we heel veel informatie al geven en dat is ook een beetje hoe het is en dat vinden wij op dit moment ook voldoende, want anders blijven we mensen aan het werk zetten om steeds maar meer informatie te verstrekken. En over die Blokhuisgelden, ik ben geen begrotingsexpert, maar ik heb me heel nadrukkelijk laten vertellen dat in de systematiek een eenmalige meevaller echt wat anders is dan structureel geld gaan inzetten. Dat is gewoon begrotingstechnisch ook niet mogelijk. Dus ook op die gronden is mij sterk afgeraden om op dit amendement in te gaan. De VOORZITTER. U was klaar? De heer Moti. De heer MOTI (pvda). Dan toch nog een vraag aan de heer Buijt, want de heer Vonk heeft geen tijd meer dus dan probeer ik het stokje even over te nemen. Want ik sluit me wel aan bij de zorgen van de heer Vonk. Dat zeg ik ook omdat in heel veel gemeenten, en dat onderzoek is geloof ik twee dagen geleden geweest, blijkt dat de gelden vanuit die Blokhuismiddelen helemaal niet besteed worden aan het doel waarvoor het was.
Dat onderzoek laat zien dat 60% van de gemeenten het eigenlijk in de algemene middelen stopt,
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1071
en dan is het niet navolgbaar of het nu wel of niet wordt gebruikt voor dat doel op zich. Dus ik ben ook wel benieuwd hoe dat dan in Rotterdam zit. En nog los van die brief, of hij wel of niet te laat was, daar hebben we het genoeg over gehad. Maar die brief biedt onvoldoende antwoord op onze vragen als raadslid, als controlerend orgaan, om te kijken of Rotterdam ook niet behoort tot die 60% van de gemeenten, dus ik zou toch het pleidooi van de heer Vonk willen ondersteunen om ons daar beter over te informeren. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Nou, ik wil niet zeggen 100%, maar ik denk wel voor 95% zeker te kunnen zeggen dat wij echt volgens de regels juist handelen nu. We hebben heel nadrukkelijk vier concrete acties benoemd die wij uit deze middelen willen betalen. Het is natuurlijk geen SPUK, een specifieke geoormerkte uitkering. Wat dat betreft heb je wat meer vrijheid als gemeente om die gelden in te zetten. Maar ze zijn bestemd om het voor problemen in de maatschappelijke opvang die groter worden, aan te wenden. Daarvoor hebben wij vier projecten aangewezen. Aan de vierde, de beschermd wonen factor, gaan we pas dit jaar invulling geven, dus dat geld gaan we daarvoor aanwenden. In totaal waren de Blokhuisgelden zo’n € 20 miljoen.
Daar hebben we nog een behoorlijk bedrag van over en dat wordt heel netjes, maar wel heel goed aan dat beleidsveld uitgegeven. Dus ik durf bijna met zekerheid te zeggen, niet 100%, dat wij niet bij die 60% horen, en dat wij ook echt volgens de regels handelen. Het zou juist niet volgens de regels zijn als wij dit zouden aanwenden omdat er op ons reguliere budget voor de maatschappelijke opvang nu een meevaller is doordat er minder subsidie gebruikt is die we teruggekregen hebben en daardoor is dat geld over. Dat kan volgens mij begrotingstechnisch juist ingewikkeld worden. De VOORZITTER. De heer Moti. De heer MOTI (pvda). Ja voorzitter, en de vraag is gewoon heel simpel: wilt u dat inzichtelijk maken voor de gemeenteraad? De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, ik ben een beetje op zoek naar wat mijnheer Moti nu wil weten, maar ik stel voor dat ik dan ga uitzoeken of wij bij de 60% horen die dan dit geld op een manier uitgeven zoals het bedoeld was. Dat is eigenlijk wat u vraagt? Dat is wat u wilt weten? Is dat het briefje dat u wilt hebben? Dat u zegt: ja, dan ben ik gerustgesteld. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) De heer MOTI (pvda). In technische tijd dan, om die vraag toch echt te verduidelijken. Wij zijn hier als gemeenteraad de controleur. Dus wij moeten kijken of u doet wat u zegt en hoort te doen en wat wij aan u vragen te doen.
En op dit moment is dat op dit onderwerp voor ons niet te volgen. En ik wil u best geloven, maar zo zijn de verhoudingen niet, dat we de wethouders alleen maar op hun blauwe ogen geloven. Dan drinken we weer glas, doen we een plas en alles blijft zoals het was. Zo gaat het niet. Maar daar horen we gewoon informatie over te krijgen. En vanuit die informatieplicht, dat is een vraag die de heer Vonk heeft geformuleerd en ik sluit me daarbij aan, zouden we u willen vragen om dat ook voor die Blokhuismiddelen te doen. De VOORZITTER. Wethouder. De heer BUIJT (lr) (wethouder). Ja, met het risico dat mijnheer Moti een vierde keer opstaat, ik ben echt op zoek. We hebben een motie gehad. Die hebben we uitgelegd. Op elk punt zijn
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1072
we ingegaan. We hebben aangegeven hoeveel mensen daarmee geholpen zijn. En nu gaan we het eigenlijk een beetje omdraaien. Normaal is er ophef: het geld is niet goed uitgegeven. En nu is er ergens een lijstje en dan moeten wij dan gaan laten zien dat wij het geld wel goed hebben uitgegeven. Ja, ik wil het met alle liefde voor u uitzoeken mijnheer Moti hoe wij die Blokhuisgelden besteden. Dat is aan die vier dingen. En of die vier dingen daaraan voldoen, ik weet voor 95% zeker dat ze daarvoor ook bestemd zijn. Maar ik ga niet een hele specificatie van elke euro geven die we hebben uitgegeven. Ik geef dan op hoofdlijnen aan: die vier criteria voldoen aan de voorwaarden waar je aan moet voldoen voor Blokhuisgelden. Blijkbaar is dat vrij vrij interpreteerbaar. Maar we gaan niet een heel circus met bedragen tot op de komma daaraan vastmaken, dus die winstwaarschuwing wil ik wel graag geven. De VOORZITTER. De Partij voor de Dieren nog een vraag? Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Ja, dank u wel. Ik vind het opmerkelijk. Want iedere WMO-aanvrager moet tot op de euro na uitleggen waarom diegene aanspraak wil maken op een WMO-budget of op algemene bijzondere bijstand. De gemeenteraad vraagt nu om verantwoording van de euro’s die van gemeenschapsgeld of Blokhuisgelden gedaan worden en dan zegt de wethouder: nou ja, dat gaan we niet op de euro na doen.
Dat is onze controlerende taak en net als mevrouw Kockelkoren al aangaf, dat we ook een kaderstellende taak hebben en wij niet pas achteraf de stukken moeten gaan krijgen. De VOORZITTER. De heer Lansink. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (vvd). Voorzitter, ik denk dat we als raad over dit punt toch eens wat vaker het gesprek moeten voeren. Want ik merk dat we over afrekening toch vaak verschillende discussies hebben, in ieder geval ook in de vorige raad. Ik weet nog heel goed de discussie die ik met wethouder Sven de Langen had over kostenontwikkelingen in de zorg. Hij zei: ja, beste raad, zolang u van mij continu blijft vragen alles te monitoren en te meten komt er bureaucratie en administratie naar de mensen die u steeds vaker juist vertrouwen wil geven. Dus bij alles wat wij vragen aan afrekeningen en overzichten en staatjes, is er iemand die staatjes ook aan het aanleveren en onze controlerende taak wellicht hartstikke goed aan het inrichten, maar vervolgens het daadwerkelijke werk voor die Rotterdammer aan het nalaten. Dus ergens moeten we met elkaar toch kunnen afspreken waar de gouden grens ligt tussen het college kunnen controleren enerzijds maar aan de andere kant een complete onuitvoerbare administratieve last anderzijds optuigen. Dat gesprek moeten we volgens mij voeren in plaats van op elk punt te zeggen: u doet het wel of u doet het niet goed genoeg.
Want in algemene zin denk ik dat we onszelf echt gaan verhaspelen in een enorme staat in een enorme administratieve last die ons alleen maar extra geld gaat kosten. Ik geef het u alleen maar mee. De VOORZITTER. Mevrouw Kockelkoren. Mevrouw KOCKELKOREN (gl). Ja voorzitter, een prachtig pleidooi van de heer Lansink, gelukkig zijn we daar ook gewoon mee bezig vanuit de commissie zorg met een viertal partijen om een nieuwe monitor die vooral gaat over actualiteit van de cijfers, zonder dat het een college of een wethouder tot onnodig extra werk verplicht. Kijk, als oppositie zijn we heus de kwaadste niet hè, op dit terrein. Alleen willen we wel gewoon op een goede manier worden meegenomen, want echt, op deze portefeuille lopen we gewoon stukken te bespreken van een jaar oud. En ondertussen krijgen we signalen in de stad dat mensen gewoon geen zorg of welzijn krijgen die ze nodig hebben. En die Rotterdammer, daar moeten wij gewoon voor staan. En ja, daar moeten we met elkaar het monitoringsysteem op
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1073
zo’n doelmatig mogelijke manier voor inrichten, maar wel zo dat wij onze kaderstellende rol ook echt kunnen invullen. De VOORZITTER. Wethouder. Nee? Het leidt niet tot nadere antwoorden. Dan sluiten we dat onderdeel af en gaan we naar wethouder Kasmi. Het is aan deze kant. De heer KASMI (d66) (wethouder). Aan de rechterkant van u voorzitter. Ja, dank voorzitter, eigenlijk op mijn portefeuille maar een enkele vraag. Maar speciaal voor de heer Karremans een heel goede middag allemaal, want dat vindt hij altijd heel leuk als ik dat zeg. Maar het is oprecht bedoeld. Fijn dat we het met elkaar over de jaarrekening hebben. Altijd via de voorzitter mijnheer Lansink. Op mijn portefeuille maar een enkele vraag. Op een van de vragen over meetbare doelstellingen, dat is door meerdere raadsleden van u gevraagd. Daar heeft collega Struijvenberg in algemeenheid al iets over gezegd, maar ik heb toch de behoefte om er op mijn portefeuille nog wat extra duiding aan te geven. Als ik dan kijk naar mijn eigen portefeuille en meetbare doelstellingen, kan ik in ieder geval daarover melden dat we in het collegetarget zoals u die kent en ook terug zult vinden op pagina 5 van de jaarrekening. Dan gaat dat om het collegetarget Schil om de school, waar een aantal interventies onder vallen, waaronder de tutoren, mentoren en ook de schoolzorgteams. Maar daar zit dus ook cultuureducatie bij.
Voor de mensen die in hun bijdrage hebben gezegd: waar zit cultuur? Maar daar kunt u in ieder geval zien dat cultuureducatie verankerd is in het collegetarget en op die manier gaan we dat ook monitoren en bijhouden. Daarnaast is het goed om toch nog een keer te vermelden dat we natuurlijk ook de reguliere voortgangsrapportages hebben, waarbij we u ook altijd inzicht geven in waar we staan met onze doelen, wat we bereikt hebben. Alleen wijken die af van het meetmoment van de jaarrekening om allerlei redenen. Voorbeelden daarvan zijn bijvoorbeeld de verschillende IHP’s. Op mijn terrein gaat dat dan om het IHP onderwijs en IHP cultuur, maar ook het ROB, om maar een voorbeeld te noemen en het doelgroepenmodel voor cultuur en ga zo maar door. Dan was er nog één specifieke vraag van de heer Segers-Hoogendoorn die ik in ieder geval heb genoteerd. Dat gaat om de vraag: wordt ten aanzien van de schil om de school ook gekeken naar de verschillende wijkinitiatieven? Ik weet dat u goed ingevoerd bent. Zoals u weet is de schil om de school een set aan maatregelen waar scholen gebruik van kunnen maken. En daar waar het logisch is en waar scholen het nodig achten, kunnen ze inderdaad ook aansluiten bij wijkinitiatieven die er al zijn. U heeft er zelf eentje genoemd.
Diezelfde werkwijze zoals u wellicht weet hanteren wij ook bijvoorbeeld bij de dagprogrammeringsactiviteiten, waarbij we heel nadrukkelijk de verbinding zoeken met alle partners die in de wijk zitten en dat geldt ook hiervoor. Dus daar waar logisch, daar waar nodig doen we dat zeker en scholen hebben daar natuurlijk ook de vrijheid om daarin te kiezen. Voorzitter, ik had al aangekondigd, een enkele vraag, maar ik hoop hiermee volledig te zijn geweest. Dank u zeer. De VOORZITTER. Dank u. Wethouder Yigit. De heer YIGIT (denk) (wethouder). Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb een aantal vragen gehad en ook één motie. Ik begin met de vragen van de PvdA en GroenLinks. Die hadden een aantal vragen en opmerkingen over de besteding van middelen in 2022 in het kader van armoede en schulden. Het reguliere budget voor 2022 voor armoede en schulden namelijk € 82 miljoen, buiten de energietoeslag gelaten, is in zijn geheel besteed. Dit hebben wij besteed aan bijvoorbeeld de bijzondere bijstand. Dit hebben wij besteed aan tal van organisaties, zoals het jeugdsportfonds, het jeugdcultuurfonds, zoals Stichting Meedoen in Rotterdam, zodat kinderen mee kunnen doen op school, zodat ze kunnen sporten, zodat ze mee kunnen doen met culturele activiteiten, zodat ze een gratis laptop kunnen krijgen of een fiets kunnen krijgen. Daarnaast hebben we natuurlijk keihard inzet gepleegd als het gaat om
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1074
onze Rotterdamse regelingen. We hebben een AOW- en jeugdtegoed, waar minima gebruik van kunnen maken om toch de laatste knopen aan de maand… om ook te voorzien in hun uitgaven. We hebben daarnaast natuurlijk ook te maken gehad met de energietoeslag zoals eerder is aangegeven. We hebben een overbesteding bij armoede van € 8 miljoen. Dit is natuurlijk wel mooi ten opzichte van de afgelopen jaren. We hebben voor het eerst ook een overbesteding in plaats van een onderbesteding. U had ook een aantal vragen als het gaat om het Armoedefonds. Hoe wordt dat nu ingezet en waarom hebben we daar nog niet alles van gebruikt? Ik heb heel vaak aangegeven dat het Armoedefonds met name bedoeld is voor langetermijnacties. Zoals u weet komen wij over drie weken met ons beleidsplan, waarin wij voor de komende jaren ook de ideeën die wij hebben, gaan lanceren en dan gaan we dit natuurlijk ook met de commissie bespreken. Dat geld willen wij zoveel mogelijk inzetten voor duurzame acties, voor langetermijnacties. Maar moet je dan geen pleisters plakken? Natuurlijk, dat moet je ook gewoon doen. En wij hebben dat ook in oktober gedaan. Op het moment dat wij gelanceerd waren, zijn wij meteen gekomen met een Actieplan Geldzorgen. We hebben daar € 4,5 miljoen voor uitgegeven. Dat hebben wij vanuit de bestemmingsreserve betaald.
Wat hebben we dan gedaan met dat Actieplan Geldzorgen? Ik zal u een aantal voorbeelden geven. We hebben voor € 500.000,00 specifiek in Rotterdam een noodfonds gecreëerd, zodat mensen die geen eten, geen kleren kunnen kopen, zodat mensen die tekort hebben aan producten met betrekking tot hygiëne ook hiervoor een aanvraag kunnen doen. Ik weet nog dat mijnheer Vonk mij belde een halfjaar geleden en hij zei: Enes, ik heb met de situatie te maken bij Goud van Noord, waarin mensen komen en aangeven: joh, ik heb gewoon geen geld om eten te kopen. Wat kunnen we daaraan doen? Dit noodfonds is er juist voor deze mensen, zodat Goud van Noord ook meteen kan acteren, zodat als je eten of kleren nodig hebt, naast natuurlijk de subsidies die wij verlenen als het gaat om de kledingbank of voedselbank, ook nog extra inzet kunnen plegen omdat wij natuurlijk te maken hebben met die inflatiecrisis en met de energiecrisis. We hebben tien fte extra aangenomen als het gaat om vroegsignalering, zodat we problemen kunnen voorkomen in plaats van genezen. Wij hebben promoteams de straat op gestuurd. We hebben meer dan 7000 Rotterdammers in een korte tijd bereikt. Deze promoteams waren zo actief dat zij niet alleen mensen op de markt of bij een seniorenflat aanspraken van: joh, heeft u nu die energietoeslag aangevraagd? Zij hadden een iPad in de hand en gaven aan: laten we dat nu aanvragen.
We hebben daarom ook een ontzettend mooi bereik gehad, 95% van de totale groep van de mensen die in aanmerking komen voor een energietoeslag hebben hun geld gestort gekregen. Dit gaat om 84.500 Rotterdammers. Daar zijn wij ontzettend trots op. Als je ook vergelijkt met andere steden, steken wij daar echt met kop en schouders bovenuit. En ook de energieklussers. We hebben te maken met een energiecrisis. We hebben heel veel mensen gehad die hun energierekening niet kunnen betalen. We hebben afgelopen jaar meer dan 3000 mensen bezocht. Een voor een zijn we langs de huizen geweest om verduurzaming ook in huis aan te brengen, zodat die rekening omlaaggaat. We hebben samen met het Jeugdeducatiefonds gefaciliteerd als het gaat om ontbijt. Op 105 scholen wordt er in Rotterdam op dit moment ontbijt gegeven, waar duizenden kinderen gebruik van maken. Daar zijn we ontzettend trots op. Enkele jaren geleden was er geen school die dit deed. En ja, mijnheer Moti gaf aan, wat wordt nu betaald door u, wat wordt nu betaald door het rijk? Ik ben het eens, sommige acties worden betaald door het rijk. Een energietoeslag. Dat gaat om miljoenen euro’s, tientallen miljoenen euro’s. En daar is wat mij betreft het rijk ook verantwoordelijk voor.
Het is een grondwettelijke taak van het rijk, artikel 20 van de grondwet is heel duidelijk over bestaanszekerheid, dat ook het rijk moet bijdragen als het gaat om de welvaart van de Rotterdammers. Wij kunnen in ons eentje het hele armoedeprobleem niet oplossen in Rotterdam. We hebben daarvoor het rijk nodig, wat mij betreft ook de Provincie, en wat mij betreft ook de Europese Unie. Overal waar ik geld kan ophalen zal ik dat doen. En dat zal ik doen voor de Rotterdammers. Het maakt mij niet uit of dat geld komt vanuit verschillende partijen of dat het vanuit gemeentegeld
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1075
komt. Zolang die Rotterdammer maar geholpen wordt. En zo kan ik u nog tal van voorbeelden geven. We hebben een Actieplan Geldzorgen, dat wij vaker ook in de commissies hebben besproken. We hebben echt tienduizenden Rotterdammers daarmee bereikt. Als het gaat om het Armoedefonds, dat heb ik ook net aangegeven, gaan wij met ons beleidsplan ook verder toelichten waar dat geld naartoe gaat. Maar we hebben het afgelopen jaar dus al € 4,5 miljoen geïnvesteerd als het gaat om ons Actieplan Geldzorgen. Mijnheer Vonk had ook nog een vraag als het gaat om de SDG’s. Hoe dragen we daaraan bij? De VOORZITTER. De heer Moti. De heer MOTI (pvda). Ja voorzitter, ik dacht, ik laat de wethouder gewoon eerst even zijn beantwoording doen, maar de wethouder heeft ook heel veel vragen beantwoord die in ieder geval niet door mij waren gesteld. Want ik vroeg aan de wethouder: wat heeft u nu extra gedaan? Want heel dat lijstje dat u heeft opgesomd, van Jeugdeducatiefonds, Sportfonds, AOW-tegoed, kindtegoed, de energiepakketten, energiecoaches, dat is gewoon allemaal bestaand beleid. Dat deden we allemaal al en dat heeft u inderdaad vorig jaar gewoon gedaan. Maar u heeft zich gepresenteerd als een fulltimewethouder die hier iets extra’s zou gaan doen, iets nieuws zou gaan doen, grote maatregelen in gang zetten.
Kunt u nu eens een paar van die nieuwe grote maatregelen noemen die u het afgelopen jaar heeft uitgevoerd, en niet alleen maar de bestaande projecten die we al deden en daar misschien dan een tikkeltje meer van gedaan, wat overigens ook goed is hoor. Maar we mogen toch wel meer van u verwachten? De VOORZITTER. Wethouder. De heer YIGIT (denk) (wethouder). Voorzitter, het klopt niet wat de heer Moti zegt. Ik wilde bijna zeggen wethouder Moti, maar die tijden zijn voorbij. Het klopt niet wat hij zegt. Ik heb net al één voorbeeld gegeven. Ik nodig u uit om het Actieplan Geldzorgen te lezen. We hebben een noodfonds gecreëerd van € 500.000,00. Dat is compleet iets nieuws, dat is tot op heden niet gedaan. Dat is omdat we juist wilden inspelen als het gaat om die crisis. Als het gaat om die inflatiecrisis, als het gaat om die energiecrisis. Ik heb u net aangegeven dat we dat hebben gedaan. U geeft aan dat wij niets doen als het gaat om ontbijt. 105 scholen in Rotterdam krijgen ontbijt en wij faciliteren dat. De VOORZITTER. De heer Moti. De heer MOTI (pvda). Ja voorzitter, Rotterdam heeft altijd een broodnoodfonds gehad en heel goed dat u daar € 500.000,00 bij heeft gedaan om ook noodzakelijke uitgaven te doen. maar dat is niet iets nieuws. Wat u gedaan heeft, is dat u het heeft uitgebreid. Prima, mooi, goed gedaan. Maar dat was mijn vraag niet. Hetzelfde met het ontbijt op school.
Het rijk heeft gewoon gezegd: wij gaan miljoenen vrijmaken voor ontbijt op school, gemeenten willen jullie dat uitvoeren? U heeft goed opgepakt wat het rijk gevraagd heeft. Daar hadden we ook een ambtenaar voor kunnen inhuren, gewoon uitvoeren van beleid, maar daar hebben we dan nu een wethouder voor. Maar van een wethouder verwacht je toch wat meer? Namelijk ook eigen beleid, eigen visie, eigen ideeën. U bent al een jaar fulltimewethouder. Wanneer gaan we dat nu eens een keer zien? De heer YIGIT (denk) (wethouder). Ja voorzitter, ik zou zeggen, open uw ogen en kijk wat wij allemaal aan het doen zijn. We hebben over drie weken ons beleidsplan dat we voor de komende jaren gaan uitrollen. We hebben de afgelopen tijd naast ons Actieplan Geldzorgen, waar we pleisters gingen plakken, waarin wij al die acties die ik net heb benoemd, een voor
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1076
een gingen financieren, faciliteren, bedenken. Dan komen wij natuurlijk met ons beleidsplan voor de lange termijn. Dus als u het hebt over visie, over plannen, over drie weken liggen de plannen bij u. We hebben daarvoor al een hoofdlijnennotitie gestuurd, waarin u ook uw input kon leveren. De VOORZITTER. De heer Moti. De heer MOTI (pvda). Ja voorzitter, ik ben door mijn tijd heen, dus ik houd het bij deze laatste interruptie. Ik ben heel blij dat we over drie weken eindelijk dat plan krijgen. Want toen we vorig jaar het debat voerden, werd het plan beloofd na het zomerreces. Na het zomerreces kregen we wel een uitgangspuntennota. Dan gaan we het verder uitwerken einde van het jaar. Einde van het jaar werd begin van het nieuwe jaar. Begin van het nieuwe jaar werd voorjaar. Daarna werd het eind mei, daarna werd het juni. En nu hoor ik over drie weken, dan is het juli. Nou, ik kan u zeggen: u heeft het meerdere keren herhaald. Het blijft maar uitgesteld worden. Ik ben blij dat het er nu eindelijk komt, want het is ook broodnodig, juist in het jaar met die grootste armoede. En de vraag is dan eigenlijk: waarom heeft het zo lang geduurd? Wethouder Grauss, een parttimewethouder, had in maart zijn plannen al klaar. Waarom heeft het nu twee keer zo lang geduurd? Waarom heeft u dan twee keer zoveel tijd nodig? De VOORZITTER. De heer Lansink. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (vvd).
Wethouder Grauss had misschien wel hartstikke goede planen, maar had elk jaar ontzettend veel moeite om het geld uit te geven. Elk jaar moest mevrouw Verkoelen een motie schrijven om het niet in de algemene reserve te sturen. Dus een plan of niet, armoede en Rotterdam gaan niet zo goed samen in de zin van het uitgeven van het geld. Dus dan kunt u in ieder geval blijven zitten, want uw tijd is ook op. De VOORZITTER. U mag daar antwoord op geven. De heer MOTI (pvda). Voorzitter, wat de heer Lansink zegt klopt niet helemaal. Ja, de heer Grauss heeft inderdaad de eerste jaren wat geld overgehouden. Maar nadat het programma eenmaal begon te rollen heeft hij helemaal geen geld overgehouden. En net zoals de wethouder hier heeft aangegeven, het bestaande beleid, ook afgelopen jaar, 2022, is gewoon volledig benut. De € 82 miljoen bestaande middelen zijn gewoon volledig benut. Dat was in 2021 ook zo mijnheer Lansink. De VOORZITTER. De heer Lansink. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (vvd). Nee, maar mijnheer Grauss geeft u wel de mogelijkheid om even zijn beleid uit te rollen. Want dat zegt u hè, in het begin had hij even tijd nodig. Maar dat geeft u deze wethouder in ieder geval niet. In die zin bent u lekker met twee maten aan het meten. Dat is prima ook weer, gewoon voor die stemmingmakerij waar u de hele dag al mee bezig bent. Maar daar trap ik niet in hoor.
Ik ben echt niet onder de indruk van dit soort praatjes van de PvdA. Want u bent gewoon weer een beetje stelling aan het maken. Ja, ik ben er niet gevoelig voor. De VOORZITTER. De heer Moti. De heer MOTI (pvda). Nee voorzitter, we zien hier de klassieke coalitiehouding hè, zodra er iets kritisch wordt gezegd tegen het college dan is het gelijk niet waar. Voorzitter, we hebben het hier niet over beleid uitrollen, we hebben het überhaupt over beleid op tafel leggen, dat al
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1077
twee keer zo lang duurt. Dat is mijn kritiek. Waarom duurt het zo lang om gewoon te vertellen wat de visie is van dit college, wat ze van plan zijn, wat ze willen doen? Waarom moeten we daar meer dan een jaar op wachten? De heer LANSINK-BASTEMEIJER (vvd). Voorzitter, het blijkt gewoon dat de PvdA met twee maten meet, en dat hebben we dan vandaag gewoon even vastgesteld. De VOORZITTER. U mag daar iets van vinden. De heer MOTI (pvda). Hij geeft mij dertig seconden. Voorzitter, het is helemaal geen twee maanden. Ik heb duidelijk gezegd: de heer Grauss heeft binnen zes maanden, iets langer dan, maart, zijn plan klaargelegd. Ik heb het over een parttimewethouder die het in maart weet te realiseren, waarom heeft een fulltimewethouder twee keer zoveel tijd nodig? Terwijl hij twee keer zoveel tijd te besteden heeft. Dat is niet met twee maten meten. Dat is gewoon kijken hoeveel fte, hoeveel uren werkt iemand en lukt het hem om iets te produceren in die tijd? Daar heeft deze wethouder blijkbaar heel veel moeite mee. De VOORZITTER. U herhaalt zich weer. We gaan naar mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50+). Ja, dan neem ik hem over. Want daar gaat het natuurlijk om, ik ben al een jaar afgehaakt heel eerlijk gezegd, want dat hele beleidsplan, daar heb ik me in het begin heel erg druk over gemaakt en dat zien we niet. Laten we het eens over een andere boeg gooien.
U weet niet wat u moet doen. Wat doet u in de toeslagenaffaire voor de mensen in Rotterdam? (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) O ja, het is geen affaire, het is een schandaal. Het is ook een schandaal. Maakt u er eens een minder schandaal van. Wat doen wij aan het toeslagenschandaal hier? Wat doen wij, niet aan de schuldenproblematiek bij uw collega-wethouder, maar wat doet u nu in het kader van de armoede om daar iets aan te doen? Want het is echt serieus waar, het is een te gênante vertoning dat u nog durft te zeggen, nu bij de jaarrekening, het gegeven van: jongens, er komt een beleidsplan aan, terwijl meer dan een jaar geleden had ik het al helemaal gehad met het verhaal. Ik ben er ook echt een jaar bij afgehaakt omdat ik dacht: het komt eraan, en het komt er dus niet aan. U heeft geen uitvoeringsprogramma, u heeft geen beleidsplan. En dan kan mijnheer Lansink zeggen: u moet hem wel de kans geven om het uit te voeren. Ja, zelfs dat gaan we deze periode nog niet eens meemaken, dat u er nog aan kunt gaan beginnen. Dus wat heeft u gedaan in het afgelopen jaar, wetende dat een derde van de toeslagenschandaalmensen hier in Rotterdam wonen? Wat heeft u daar nu vanuit uw armoedeportefeuille aan gedaan? Het heeft misschien geen geld hoeven te kosten, maar wat heeft u ervoor gedaan? De VOORZITTER. De vraag is helder. Mevrouw VERKOELEN (50+).
Weet u, ik hoop altijd maar dat als ik het drie, vier, vijf keer herhaal en harder zeg dat hij het misschien hoort, want het is al een jaar dat we dit vragen. De VOORZITTER. Het doet me denken aan die reclamespotjes waar tien keer hetzelfde wordt geroepen. Ja, en dat blijft hangen. Wethouder Yigit. De heer YIGIT (denk) (wethouder). Ja voorzitter, ik nodig 50PLUS uit om een keer deel te nemen aan een commissievergadering. Mevrouw VERKOELEN (50+). Nee, nee, nee, stoppen voorzitter.
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1078
De heer YIGIT (denk) (wethouder). Wij hebben tot op heden altijd debatten gevoerd. Wij hebben het toeslagenschandaal talloze keren besproken in de commissie, wat wij daar doen en onze inzet daarvoor. Mevrouw VERKOELEN (50+). Eerst een punt van orde voorzitter, want het wordt er niet stil van. De VOORZITTER. Nee, nee. Mevrouw VERKOELEN (50+). Dit is iets wat een wethouder niet heeft te doen. Niet heeft te doen. De VOORZITTER. Anders ontneem ik u het woord. U heeft uw opmerkingen gemaakt, de wethouder reageert en daar wachten we rustig op. Wethouder. Nee, de wethouder maakt zijn verhaal af. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) Jawel, dat doet hij wel. Ik reageer via de hamer alleen als er beledigende opmerkingen gemaakt worden. U maakt elkaar verwijten hier in deze raad en dat gaat over en weer. Dus wat dat betreft is het geen beledigende opmerking. Het is ook niet qua Nederlandse taal een opmerking die niet gepast zou zijn. U maakt elkaar verwijten in politieke zin en ik acht deze opmerking van de wethouder gewoon in de zin van debattechniek toelaatbaar. Of je dat ook moet willen is vers twee. Nee, maar u mag daar zo meteen inhoudelijk iets van zeggen. Nee, de wethouder is aan het woord. (Er wordt buiten de microfoon gesproken.) De heer YIGIT (denk) (wethouder). Voorzitter, het debat over het toeslagenschandaal voeren wij wekelijks. Dat is mijn punt.
Periodiek, excuses, ik zeg wekelijks. Periodiek hebben wij natuurlijk, wij hebben de voortgangsrapportage gehad laatst, ook in de commissie, waarin wij de voortgang van het toeslagenschandaal hebben besproken en ook wat wij qua inzet doen. Ik noem maar één voorbeeld, wij hadden een wachtlijst als het gaat om de gedupeerden die geen toeslagencoach hadden. We hebben met 20 fte extra personeel ervoor gezorgd dat die wachtlijst er niet meer is, zodat die gedupeerden ook gewoon geholpen kunnen worden. U weet dat alle wensen van de gedupeerden gefinancierd worden door het rijk. Wij ondersteunen ze op verschillende domeinen. Het kan zijn dat iemand spullen nodig heeft met betrekking tot de inrichting. Het kan zijn dat iemand ander schoolgerei nodig heeft voor de kinderen. Dat wordt allemaal gefinancierd in samenspraak ook met onze toeslagencoaches. Als u het heeft over de problematiek rondom het toeslagenschandaal landelijk, dat dat allemaal lang duurt, volkomen eens. Maar dat is echt de verantwoordelijkheid die ook ligt bij het rijk. UHT, de uitvoeringsorganisatie, die moet ten eerste de aanmeldingen beoordelen. Is iemand gedupeerd of niet? We kunnen dat debat wel een keer doen ook met u, maar dat is natuurlijk een heel groot dossier.
Als het gaat om de vraag van de heer Moti: waarom duurt het nu zo lang dat u met een beleidsplan komt? Ik denk niet dat het heel lang duurt, omdat wij ten eerste de focus hebben gelegd op de kortetermijnacties. Wij zagen dat er verschillende noden waren in de stad. Wij hebben ten eerste in oktober meteen ons Actieplan Geldzorgen gelanceerd om die pleisters te plakken. Twee maanden daarna kwamen wij met een hoofdlijnennotitie, waarin wij het hebben gehad over de hoofdlijnen van het beleid. Dat was nota bene een motie van mevrouw Verkoelen, die zei: ik wil eerst input leveren. Vervolgens hebben wij natuurlijk talloze gesprekken gevoerd met wetenschappers, met experts, om ook te kijken wat nu efficiënt beleid is. En over drie weken krijgt u het plan. De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen, het is nu aan u.
raadsvergadering van 15 juni 2023
Notulen pagina
1079
Mevrouw VERKOELEN (50+). Uitvoering voorzitter, ik wil graag horen over de uitvoering, want nu komt u met een beleidsplan. En wat dan? Gaan we dan nog een uitvoeringsplan krijgen en nog een jaar moeten wachten of gaat u gelijk draaien? We willen gewoon heel concreet dat er iets gaat gebeuren. Alles wat u noemt is, precies zoals de heer Moti zegt, niet extra. Ook over het toeslagenschandaal. U bent niet op een extra punt bezig. Dit zijn allemaal zaken geïnitieerd door het rijk, het is prachtig, maar dat is niet wat ik van mijn wethouder wil. Want die uitvoering kunnen de ambtenaren doen. Ik wil van een wethouder veel andere zaken. Heel veel andere zaken. En daar hoef ik niet voor in een commissie te komen om u dat te kunnen vertellen. Dat heb ik u al meermalen verteld en dat blijf ik u vertellen en dat is het enige wat u niet doet. Het enige wat u steeds keer op keer blijft herhalen is wat u doet in naam van een rijk, maar niet in naam van een college. De VOORZITTER. Helder. Mevrouw Vlieger. U was gaan zitten. Als u het woord niet meer wenst, maar ik heb u genoteerd. Mevrouw VLIEGER (gl). Nu u mij toch het woord geeft, de wethouder begint over: we hebben het wekelijks over het toeslagenschandaal. Dat is niet waar. Toen periodiek, dat klopt. Nou ja, we hebben het er één keer over gehad. Dat is niet periodiek, dat is één keer. We hebben al maanden gewacht op het beleidskader.