20220707- Notulen van de raadsvergadering van 7 juli 2022.pdf
Tekst van het document
Dus dat je dat ook goed kunt vergelijken. Ik had gevraagd of u dat inzichtelijk wilt maken. Het andere punt is. Ik had nadrukkelijk gevraagd: bijvoorbeeld de € 2,3 miljoen die nodig is voor de afvalstoffenheffing. Oh, die komt bij een andere wethouder? Nou, hij sluit wel aan op uw punt. Want u zei: 'binnen programma's mogen posten worden verschoven'. Maar in dit geval gaat het over 'buiten programma's'. Je kunt niet twaalf/dertien programma's op elkaar stapelen en dan zorgen voor een verschuiving van budgetten, want dat betekent dat je eigenlijk over de programma's en de portefeuilles heen mag gaan schuiven met budgetten. Dat mag niet van de raad. Mijn vraag was specifiek waar die € 2,3 miljoen vandaan komt. Want dat is niet een onderbesteding in de portefeuille van de heer Karremans. Dus die € 2,3 miljoen, waarom zou die in uw retoriek niet het mandaat van de raad betreffen? De VOORZITTER. Wethouder. De heer VREUGDENHIL (lr) (wethouder). Wethouder Karremans, zal ik al een voorschotje doen? Fijn. Even kijken. Dat geld is een tekort. Dat is niet een tekort op de afvalstoffenheffing. Er is een tekort op het reinigen van de stad. Dat valt binnen de portefeuille Beheer van de stad. Er werd gezegd dat het uit de algemene middelen komt, maar het komt niet uit de algemene middelen. Dit is geen afvalstoffenheffing. Dat is wat ik heb meegekregen. De VOORZITTER. Mevrouw Bokhove.
Mevrouw BOKHOVE (gl). Het is een tekort dat u wilt aanvullen. Waaruit vult u dit aan? Dat komt toch niet uit de portefeuille waar al een tekort op zit? Dus het komt uit een andere portefeuille. Waar komt dat vandaan? Waarom betreft dat niet het mandaat van de raad? De VOORZITTER. Wethouder. De heer VREUGDENHIL (lr) (wethouder). Ik hoor dat wethouder Karremans daar dadelijk verder op doorgaat. De VOORZITTER. Dat komt straks bij wethouder Karremans. De heer VREUGDENHIL (lr) (wethouder). Volgens mij was dat het zo voor mijn deel.
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1004
De VOORZITTER. Mijnheer Kind. De heer KIND (volt). Ja, ik had ook nog een onbeantwoorde vraag. Die ging over het stukje dat de organisatie vooruitlopend op besluitvorming kan anticiperen op het in gang zetten van het betreffende beleid. Tegelijkertijd hebben we een tweede herziening straks. Kan het geld al worden uitgegeven? Daarnaast ging mijn vraag er ook over of we wat meer inzicht kunnen krijgen in hoe dat eruit gaat zien. Als het bijvoorbeeld gaat over sociale rechercheurs hebben we al begrepen dat dat er net iets anders uit gaat zien. Menselijke maat € 2,1 miljoen. Kunnen we dan voordat de tweede herziening naar de raad gaat al een beetje meer inzicht krijgen in waar het geld naartoe gaat? De VOORZITTER. Wethouder. De heer VREUGDENHIL (lr) (wethouder). Uw vraag was inderdaad of het geld nu al binnen programma's kan worden besteed. Ja, met wat ik eerder heb gezegd, kan dat dus. Dat is ook een keuze van het ene beleid wel en het andere beleid niet. Dus ik dacht dat dat beantwoord was in mijn eerste deel. Het overzicht van die € 11,2 miljoen was inderdaad ook een vraag. Ik praat niet namens mijn collega's, maar ik zou geen Plan van Aanpak ten aanzien van die € 11,2 miljoen a priori al gaan opstellen. Dat moet zich gaan laten zien in de tweede herziening. Om die € 11,2 miljoen uit te geven, is weer de bevoegdheid van het college.
Het is een vrij mechanistisch technisch verhaal. Maar dat zou mijn antwoord daarop zijn. De VOORZITTER. Goed. Dan gaan we naar wethouder Struijvenberg. Ik dacht dat u nog andere vragen te beantwoorden had. Oké het was er maar één. Oké dan zijn we klaar. Dan gaan we terug naar wethouder Zeegers. Mevrouw ZEEGERS (d66) (wethouder). Ja, dank u wel, voorzitter. Bij mijn weten heb ik twee vragen. Eentje is, volgens mij, de vraag die aan iedereen was gesteld of we inmiddels Rotterdammers hebben gesproken. Gisteren ben ik in Rotterdam-Zuid geweest en heb ik gesproken met mensen die op zoek zijn naar een woning. Wij hebben ook gezien welke woningen daarvoor geschikt zijn gemaakt in het kader van NPRZ en het samenvoegen van woningen en het vergroten van woningen. Daar sprak ik een aantal bewoners die met veel belangstelling keken naar de mogelijkheden die daarin werden geschapen. Dus dat was een mooi bezoek. En het tweede was een overzicht van de klimaatgelden. Daar werd, volgens mij, door mevrouw Bokhove naar gevraagd. Dat zijn we nu aan het bekijken. De vergelijkbaarheid tussen het vorige college en het huidige college is wat lastiger, omdat een aantal kosten die het vorige college heeft gemaakt in de huidige tijd op een andere manier gelabeld zijn in de interne reorganisatie. Dat is een bestuursopdracht stadsontwikkeling.
Om dat goed uit elkaar te knippen, hebben we nog even wat tijd nodig. Maar het is zeker van belang voor als we met de begroting aan de slag gaan. Dus: het komt, het is niet vergeten, alleen we zijn het nog goed aan het uitrafelen hoe dat precies zit om die vergelijkbaarheid goed te kunnen doen. De VOORZITTER. Dank. Wethouder Kasmi. Had u nog een vraag gehad? Nee. Dan wethouder Karremans. De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Ja, dank u wel voorzitter. Ik ga eerst even de vragen beantwoorden, want ik had er inderdaad wel een aantal die gesteld werden, onder andere door GroenLinks, maar ook door de Partij van de Arbeid. Die ga ik eerst doen voordat ik bij de moties kom.
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1005
De eerste vraag ging over de verkeersveiligheid, van mevrouw Bokhove (raadslid Bokhove). Ik had een fantastische voorganger: wethouder Bokhove. Twee totaal andere personen. Zo werkt het nu eenmaal. Die heeft veel geïnvesteerd in verkeersveiligheid. Dat hebben we altijd heel belangrijk gevonden en dat vind ik ook heel belangrijk. Daarom hebben we ook dat Mobiliteitsfonds, het autoluwfonds, waar we eindelijk geld hebben – wat we de vorige periode niet hadden – om te investeren fysiek in de inrichting van wegen, om het veiliger te maken. Maar dat doen we natuurlijk ook – en dat weet raadslid Bokhove ook – met bijvoorbeeld werk met werk maken. Dus als de riolering opengaat, dan proberen we zo een straat ook verkeersveiliger te maken. Het klopt dat het vorige college daar geld voor had gereserveerd. Maar het vorige college heeft er ook voor gekozen om die investeringen niet meerjarig door te laten lopen. En daardoor moet je dan vervolgens keuzes gaan maken. Ik denk dat wij met het geld dat wij hebben, zeker met het Mobiliteitsfonds, maar ook om het aantrekkelijker te maken om te fietsen in de stad, genoeg middelen hebben om die verkeersveiligheid echt aan te pakken en daar grote slagen in te maken. Maar ik moedig het natuurlijk heel erg aan dat de raad mij daar kritisch in gaat volgen de komende vier jaar. Maar dat is wel hoe het zit qua middelen.
Dan de vraag van de Partij van de Arbeid over het betaald parkeren. De vraag was eigenlijk: Gaan we niet eerst een parkeerdrukmeting doen voordat we betaald parkeren gaan invoeren? Het eerlijke antwoord is, zo staat het ook in het coalitieakkoord: overal binnen de ring willen wij betaald parkeren gaan invoeren. Dus dat betekent letterlijk overal binnen de ring: van Pendrecht tot en met andere delen in de stad, IJsselmonde, noem het maar op. Dus dat gaat gebeuren. Ik kom na de zomer met een planning richting de raad in welke volgorde ik dat wil doen. Daar wil ik die parkeerdrukmetingen wel degelijk in gaan meenemen. Het lijkt mij logisch dat wij eerst de gebieden… Ik kan dat niet in één keer doen alleen al omdat ik beperkingen heb met het bestellen van het aantal kastjes. En we weten nu allemaal hoe het gaat met het bestellen van spullen: dat kan nog wel even duren. Dat moet allemaal ingeregeld worden in de systemen en daar moet ook handhavingscapaciteit op zitten. Dus ik kan niet morgen in een keer overal in de stad betaald parkeren invoeren. Ik ga dat geleidelijk aan doen. Na de zomer kom ik richting de raad met een planning over hoe ik dat wil doen. Daarin neem ik wel degelijk mee wat de parkeerdruk is in bepaalde wijken. Dus als de parkeerdruk nu heel nijpend is, dan ligt het voor de hand dat ik daar als eerste betaald parkeren ga invoeren.
Dat laat onverlet dat dat natuurlijk elke keer ook een besluit is wat genomen moet worden door de raad. Dus dat wordt door het college voorbereid en dan wordt het ook aan de raad voorgelegd. Dat is hoe betaald parkeren gaat. Het enige wat ik wel doe – want dat vind ik wel zo fair om richting de raad te doen – is om een planning van tevoren beschikbaar te stellen om te laten zien hoe ik dat ongeveer in de tijd wil doen. Door mevrouw Bokhove werd mij ook gevraagd duidelijk en eerlijk te zijn richting de Rotterdammer. Dat ben ik inderdaad ook van plan om te doen, ook als het gaat om betaald parkeren. De VOORZITTER. De heer Moti. De heer MOTI (pvda). Een korte vraag. Dank voor dit antwoord, voorzitter, zeg ik tegen de wethouder. De korte vraag die ik dan nog wel heb, is: Stel nou dat het parkeerdrukonderzoek uitwijst dat er geen probleem is, gaat u dan nog steeds voorstellen aan de raad om daar betaald parkeren in te voeren? De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Dat ga ik inderdaad gewoon doen. Maar de verwachting is wel dat, en dat hebben we natuurlijk in het verleden ook echt gezien, zonder uitzondering elke keer als je ergens betaald parkeren invoert, je dan vervolgens, en ik zie mevrouw Bokhove knikken, elke keer te maken hebt met een waterbedeffect richting de buurt ernaast. En u bent natuurlijk ook collega's geweest in hetzelfde college waar ik ook in
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1006
zat. Heel recent nog bij het bedrijventerrein Rotterdam Charlois-West, waar we er nu ook voor gekozen hebben om betaald parkeren in te voeren omdat we in Oud-Charlois betaald parkeren hebben ingevoerd. Het antwoord is heel kort: ja. Maar we verwachten ook echt – ook straks in Pendrecht bijvoorbeeld – dat er een waterbedeffect zal plaatsvinden als we in omliggende wijken geen betaald parkeren invoeren, binnen de ring, we hebben het alleen over binnen de ring, niet over Rozenburg, Hoek van Holland et cetera. Dat zal dan naar onze verwachting ook in andere buurten gebeuren. Dan de vraag over wat het tarief wordt van centrumparkeren. Dat was een vraag van mevrouw Bokhove. Dat wordt ongeveer € 5,40 per uur. Dat is nu € 4,26, maar daar wordt natuurlijk ook per 1 januari 2023 een inflatiecorrectie in verwerkt. Dus het is niet alleen een stijging die wij enkel doorvoeren vanuit onze intentie om dat duurder te maken, ook om mensen juist te bemoedigen om met het OV te komen of met de fiets of lopend. Maar daar zit dus ook een inflatiecorrectie in. Maar dat is het eerlijke antwoord: rond de € 5,40 per uur. Dan de vraag, ook van mevrouw Bokhove, over hoe het zit met de handhavers, want de wethouder is aan de slag gegaan met de pilot voor langer werken.
Dat konden we binnen de lopende begroting van Toezicht en Handhaving oplossen, want daar was voldoende geld gereserveerd voor die onregelmatigheidstoeslagen die we daarvoor moeten betalen. Dus dat is netjes allemaal binnen de begroting van T&H, sterker nog: van de specifieke begroting boa's opgelost. Dus dat is op die manier gebeurd. Dan de vraag over waar het programma Weerwoord uit wordt gedekt. Dat komt voornamelijk uit de investeringsbegroting. Dat zijn investeringen die we doen in de stad. Het gaat om vergroening. Vergroening is de beste manier om klimaatadaptatie aan te pakken. Maar daar zullen we ook nog met voorstellen komen richting de begroting vanuit welke investeringspot we welk deel in het programma Weerwoord zullen dekken. Dat staat scherp op onze radar. En het is onze intentie ook om dat op die manier goed in te vullen. Dan tot slot de vraag over – dat was nog tussen de heer Vreugdenhil en mevrouw Bokhove – wat het beleid is bij de afvalstoffenheffing. En dan ga ik eigenlijk een beetje naadloos over naar de motie die GroenLinks heeft ingediend over de kostendekkendheid van de afvalstoffenheffing. Daar zit een tekort op. Het is niet kostendekkend op dit moment. Dat was het de vorige periode overigens ook niet. Het tekort daarop wordt altijd gedekt uit de algemene middelen. Dus nu ook. Dat is altijd het beleid geweest en dat is nog steeds het beleid.
Wat we wel gedaan hebben – en dat kunt u lezen in het coalitieakkoord – is dat we hebben gezegd dat we de afvalstoffenheffing kostendekkender gaan maken. Dus elk jaar wordt er iets opgeplust bovenop de inflatiecorrectie om de afvalstoffenheffing iets kostendekkender te maken. De motie van GroenLinks – dan ga ik daar gelijk maar naartoe – vraagt om een onderzoek en een meerjarenplan om naar volledige kostendekkendheid toe te groeien. Daarvan zeg ik tegen mevrouw Bokhove, via de voorzitter: het is geen uitgangspunt van dit college om de afvalstoffenheffing volledig, of voor 98% of 95%, wat in de motie staat, kostendekkend te maken. Dat was niet het beleid van het vorige college. Dat is ook niet het beleid van het huidige college. We hebben te maken met hoge lasten voor Rotterdammers. Denk maar aan de energierekening en andere lasten die mensen hebben. Dat nemen wij mee in de afweging van de lastenmix die wij leggen bij de Rotterdammer. Dus dat geldt ook voor de afvalstoffenheffing. Bovendien zie ik nog genoeg mogelijkheden om de kosten juist omlaag te brengen door – en dat zal GroenLinks natuurlijk met mij eens zijn – beter afval te scheiden, onder andere. Deze motie vraagt om een plan om het kostendekkender te maken. Ik ben niet van plan een nieuw plan te maken.
Ik zou wel, als de raad daar behoefte aan heeft, de plannen die we hebben als het gaat om het reduceren van kosten – met andere woorden: het beter scheiden van afval – graag nogmaals naar de raad willen sturen, want daar zit heel veel winst in. Wat we ook doen, juist bij hoogbouw nu, is dat mensen gfe (groente, fruit en etenswaren) kunnen scheiden omdat we daar in feite geld mee verdienen in plaats van dat we daar aan de AVR geld voor moeten betalen zodat het verbrand wordt en we gewoon voor de standaard kiloprijs samen met het restafval ervoor worden aangeslagen.
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1007
Dus die motie wil ik op deze manier ontraden. Het is ook ergens een politieke keuze natuurlijk om die lasten wel of niet te verhogen en wij kiezen ervoor om dat niet te doen. Dan de twee moties van de ChristenUnie, voorzitter. 'Big Brother is helping you'. Het zijn twee moties van de ChristenUnie die eigenlijk allebei zeggen: 'haal dat geld bij wethouder Karremans weg', als ik het zo lees. Dus dat neem ik ook persoonlijk op. Dat is ook persoonlijk bedoeld, zie ik. Ja, dan zitten wij op dezelfde lijn. Ik ga ze ontraden. Dat is geen grote verrassing. Ze gaan in tegen het coalitieakkoord. We hebben andere afspraken gemaakt. Kijk over het geld van de boa's, waarvan ik vind dat die die waardering echt verdienen in de vorm van betere salariëring en we hebben ze ook echt meer nodig. Daar wil ik wel van zeggen: ik sta juist voor de boa's en ook voor dat ze beter beloond worden. Dus ik denk dat het geld daar goed besteed is. Dat ga ik zeggen over de motie 'Boa's tegen huisjesmelkers'. Maar de motie 'Big Brother is helping you' daar ga ik toch wat over zeggen, los van het feit dat het tegen het coalitieakkoord ingaat. Cameratoezicht zetten we echt alleen in als andere instrumenten – en mevrouw Maassen zei dat correct – niet meer helpen.
In heel veel kwetsbare wijken in Zuid (Feijenoord, Hillesluis, maar ook IJsselmonde) is dit nog maar het enige instrument wat vervolgens mogelijk is om de veiligheidsbeleving te verbeteren, omdat alle andere instrumenten al gebruikt zijn. Dat is het beleid wat we volgen. Eens in de drie jaar evalueren we alle camera's of ze nog nut en noodzaak hebben. Dan gebeurt het ook dat er weleens camera's worden weggehaald, maar gebeurt het inderdaad ook wel dat er nieuwe camera's worden bijgeplaatst. En laat ik tot slot zeggen dat uit het meest recente onderzoek bleek dat meer dan driekwart van alle Rotterdammers positief staat tegenover het houden van cameratoezicht door de gemeente. Dus het beeld dat wordt opgeroepen dat het een wantrouwend unheimisch gevoel geeft dat leeft wellicht enkel onder een klein deel van de Rotterdammers, maar de overgrote meerderheid is daar juist positief over. Dat daarover. Dank u wel, voorzitter. De VOORZITTER. Dank. Wethouder Versnel. De heer VERSNEL (vvd) (wethouder). Dank u wel voorzitter en speciale dank aan mevrouw Maassen die mij een mooie set vragen heeft gesteld over het RAP010-fonds, het Rotterdams Arbeidsmarkt Perspectieffonds. Wij zijn het volstrekt met elkaar eens dat we een enorme kans hebben.
Die enorme krapte die er nu is op de arbeidsmarkt is een kans om heel veel Rotterdammers aan het werk te krijgen (die dat nu nog niet zijn) en ook een kans om heel veel Rotterdammers die al wel ergens een baantje hebben naar beter werk te krijgen. Het is ook een kans om werkgevers zich te gaan laten committeren, al meer dan ze al doen, ook echt te investeren in mensen. Omdat werkgevers nu ervaren dat je niet meer kant-en-klare medewerkers vindt, zoals wellicht ooit het geval was, die al op voorhand precies kunnen wat je allemaal zoekt. Die ervaren nu dat het nodig is om in deze arbeidsmarktomstandigheden ook echt te investeren in de scholing van mensen om dan vervolgens die mensen te helpen die medewerker te worden die je nodig hebt. Dat besef bij werkgevers is ook nog wel wat aan het groeien. We zijn dus ook volop in gesprek – dat is ook een vraag die u heeft gesteld – met werkgevers – dat waren we ook al – om met elkaar te bespreken van: 'Wat zijn jullie belangen? Wat zijn onze belangen? Hoe kunnen we die bij elkaar brengen op een manier die voor de hele stad beter is?'. Dat betekent ook dat het wel een beetje tijd kost. Meer tijd dan als we zoiets als dit in ons uppie zouden opzetten, natuurlijk. Tegelijkertijd laten we er absoluut geen gras over groeien.
We waren bijvoorbeeld hier gisteren ook in de Leeskamer met partners waarmee we in de afgelopen jaren ook goed hebben samengewerkt, om te kijken hoe we lessen kunnen trekken uit dat wat we tot dusver hebben gedaan met de leer-werkakkoorden – want daar bouwen we heel nadrukkelijk op voort – en hoe we de dingen die daarin hebben gewerkt kunnen gaan uit vergroten. Ook natuurlijk afscheid nemen van de dingen waarvan we hebben gemerkt dat ze minder goed werken. Om te proberen, eigenlijk nog voor het eind van het jaar, met echt een heel concreet
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1008
Plan van Aanpak te komen richting uw raad. Waar mevrouw Verkoelen eerder ook om heeft gevraagd en wat ik uw hele raad ook heb toegezegd. Dus dat gaan we op die manier doen. Voordat het zover is, wil ik heel graag met u en met de nieuwe Commissie WIOSSAN – als daar een voorzitter voor is – in gesprek om ook van u te horen welke gedachten u daarbij heeft, zodat we daar iets breed gedragens van kunnen maken. Want Rotterdammers hebben daar recht op. Dan heeft u ook nog heel specifiek gevraagd hoe we nu zorgen dat mensen via dat Rotterdams Arbeidsmarkt Perspectieffonds ook in een traject komen wat echt past bij wat zij willen en kunnen. Nu heb ik in de afgelopen dagen ook al een aantal van de werkconsulenten die we als gemeente in dienst hebben, gesproken over de manier waarop zij mensen vanuit de bijstand proberen te koppelen aan een kansrijk arbeidsmarktperspectief. Ik ben heel erg onder de indruk van hoe zij dat doen. Er is echt heel veel ruimte om dat heel erg mensgericht te doen, om iemand ook echt te leren kennen en ook echt te verkennen van: 'Wat heb jij gedaan in je leven? Wat zijn dingen waar je betekenis aan hebt ontleend, wat misschien niet op je cv staat, maar waar je wel goed in bent of kunt worden?'. Dus die manier van matching, eigenlijk, is echt ontzettend goed. Dus ik denk dat we daar veel vertrouwen in kunnen hebben.
Er is belangstelling hiervoor, breed, heel erg veel, ook uit de regio. En er zijn ook al mensen geweest die mij in mijn oor hebben gefluisterd: 'Dat RAP010, zou dat niet ook kunnen staan voor het Rijnmonds Arbeidsmarkt Perspectief?'. Dus wie weet komt het daar nog van. Dank u wel. De VOORZITTER. Dank u wel. Wethouder Achbar De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Dank voorzitter. Bij mij liggen er één vraag en één motie bij dit agendapunt. Laat ik beginnen met de vraag van ChristenUnie. De vraag was wat de informatie is waar wij ons als college op baseren om tot een halvering te komen. Het is overigens geen halvering, maar ik gebruik uw letterlijke woorden. De afspraak in het coalitieakkoord om het aantal LVV-plekken terug te brengen van zeventig naar 45 is vooral gebaseerd op de huidige bezetting die een bepaalde trend laat zien. Daar is ook eerder een brief over aan u verstuurd op 12 april. U hebt tussen alle papieren gezocht, maar dit document heeft een beetje de basis gevormd om tot dit besluit te komen. Ik kan nog even vragen om u deze brief nogmaals toe te sturen als dat al niet is gebeurd. Dus daarmee het antwoord op uw vraag op welke informatie wij ons als college hebben gebaseerd. Dan is dit een van de brieven. Dan heb ik één motie, voorzitter.
Dat is de motie van de heer Biljoen met de vraag de toegankelijkheid van minimaal drie speeltuinen op Rotterdam-Zuid te verbeteren door een betere herinrichting. Die moet ik helaas ontraden. Vanuit het Uitvoeringsprogramma Speeltuinen wordt reeds via regulier beleid en middelen invulling gegeven aan deze wens. Er zijn al verschillende acties in gang gezet om de toegankelijkheid te verbeteren. Een goed eerste voorbeeld daarvan is de herinrichting van speeltuin Hillesluis. Ik kan misschien even wachten totdat de heer Biljoen terug is, voorzitter. Want ik kan me best voorstellen dat hij misschien… De VOORZITTER. Nee, dat is geen gebruik. De fractie van GroenLinks is aanwezig. Ik heb van meet af aan gevraagd aanwezig te blijven bij de raad. Dus als een raadslid afwezig is, dan is hij daarvoor gemotiveerd, maar de raadsvergadering gaat door. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Allright. Oké. Nou, deze speeltuin is op 1 juli geopend, dus ik wilde de suggestie doen om eventueel met GroenLinks, de heer Biljoen daarnaartoe te gaan om een beeld te krijgen van welke inzet we daarop plegen. Dit past natuurlijk ook volledig in ons sportbeleid, zoals u dat als raad heeft vastgelegd in de Sportnota 2021+.
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1009
De VOORZITTER. De heer Coşkun. De heer COŞKUN (sp). Begrijp ik het goed dat de wethouder zegt: 'we doen het eigenlijk al, dus hij is overbodig, dus ontraden we hem'? Gaat het college dat met alle moties doen die eigenlijk al zijn of worden uitgevoerd? Gaan jullie die allemaal ontraden? Of gaan we vandaag ook een paar moties omarmen die eigenlijk allang zijn uitgevoerd? Ik ben benieuwd naar het beleid van het college over moties. De VOORZITTER. Wethouder Achbar. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Nou, voorzitter, ik probeer in alle oprechtheid te kijken naar een motie. Als deze overbodig is, is deze overbodig en daar moeten we gewoon eerlijk over zijn. Daarom gaf ik het voorbeeld dat we dit al aan het inzetten zijn. Ik nodig u ook uit om daar naartoe te gaan om te kijken of we hetgeen wat we aan het doen zijn, op van bijvoorbeeld de Sportnota 2021, de juiste weg is. En als dat dan niet het geval is, kunnen we opnieuw de discussie voeren. Maar laten we wegblijven bij de discussie van per definitie dingen ontraden. Zo sta ik hier niet. De VOORZITTER. Mevrouw Bokhove. Mevrouw BOKHOVE (gl). Voorzitter, ik vervang even de heer Biljoen. Heel kort. Dit is extra geld. In deze motie is er dekking vanuit extra gelden.
We willen graag dat bovenop al die fantastische plannen die u al wilt gaan doen en waar we graag meegaan om alle lintjes door te knippen, vanuit deze gelden extra middelen ook nog extra inzet wordt gepleegd. Daar gaat deze motie over. Een motie met dekking, hoe kan u die naast u neerleggen? De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, zo heb ik hem ook gelezen. Dat verandert niets aan het antwoord. In die zin dat er ook wordt gevraagd om het in een specifiek gebied te doen. Daar wordt al inzet gepleegd. De vraag is dan in hoeverre deze motie op die manier kan worden uitgewerkt. Daarom ontraad ik hem ook. We plegen hier al inzet op. Dus om hem zo specifiek te maken, daar kan ik niet in meegaan. De VOORZITTER. Was u klaar wethouder? Ja. Wethouder Yigit. Sorry. De heer Biljoen. De heer BILJOEN (gl). Voorzitter, dus als ik het goed begrijp is de locatie het probleem. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Nou het is meer. Uw motie stelt meer dan alleen de locatie. Daar heb ik zonet in uw afwezigheid antwoord op gegeven. Excuus, ik had nog een poging gedaan om te wachten, maar ik kon niet wachten. Er speelt meer dan alleen de locatie. De VOORZITTER. De heer Biljoen. U kunt even terug in de tweede termijn als u er behoefte aan heeft om erop terug te komen. Ja? Dat is ook goed. Dat geeft u tijd om nog even uw gedachten te ordenen. Wethouder Yigit.
De heer YIGIT (denk) (wethouder). Ja, dank u wel voorzitter. Ik heb een viertal moties die ik graag van advies wil voorzien. Om te beginnen met de motie van GroenLinks en het CDA: 'Zonder energie kan je niet studeren'. Deze motie wil ik wel omarmen, want ik zie dit als een steun in onze rug omdat wij continu bezig zijn met die lobby. Want die lobby is cruciaal. Samen met de G4 hebben wij al ambtelijk een lobbybrief uitgestuurd. Ik heb zelf de minister
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1010
ook gesproken om de problematiek waar studenten tegen aanlopen ook bij haar bekend te maken. En die is ook bekend. Dus we zijn met man en macht bezig, zowel ambtelijk als bestuurlijk, om die lobby ook te voeren en te intensiveren dus deze motie kan ik omarmen. Voorzitter, dan ga ik naar de motie van de Partij van de Arbeid: 'Schuldenrust en perspectief voor alle Rotterdammers'. Ja, voorzitter, deze motie moet ik ontraden omdat wij twee weken geleden ook de motie-Verkoelen hebben aangenomen waarin wij hebben aangegeven dat we nog komen met een hoofdlijnennotitie met juist het idee dat we straks geen armoede- of schuldenplan willen dat dichtgetimmerd is. Ik heb ook een voorstel gedaan om een technische sessie te organiseren waarin we met de raad ook een aantal zaken gaan bespreken en uitdiepen. Ik zou willen voorstellen om deze verzoeken dan ook later, tijdens dat gesprek, naar voren te brengen. Dan ga ik naar de motie… De VOORZITTER. Mevrouw Reitema heeft nog een vraag. Mevrouw REITEMA (pvda). Dank voorzitter. Ik vraag me af of de wethouder rekening heeft gehouden met de urgentie, omdat heel veel mensen in de knel komen en een halfjaar wachten écht te lang is. De VOORZITTER. Wethouder Yigit. De heer YIGIT (denk) (wethouder). Jazeker, voorzitter. In uw motie vraagt u een onderzoek te doen.
Wij zijn nu al continu bezig met een evaluatie van het beleid: Wat gebeurt er nu? Wat gaat er goed? Wat gaat er niet goed? Daarmee doen wij eigenlijk al wat u zegt, alleen geef ik u ook de ruimte om straks in zo een technische sessie en in de commissies deze punten verder uit te diepen. De VOORZITTER. Mevrouw Reitema. Mevrouw REITEMA (pvda). Ja, in het kader van urgentie wil ik toch benadrukken dat, als er al onderzoek is gedaan, we het al een stap voor zijn als we dadelijk het echt concreet wel of niet gaan doen. Dus toch even vragen om de urgentie in acht te nemen. De heer YIGIT (denk) (wethouder). Ja, ik erken die urgentie. En zoals ik zeg: we zijn nu dus het beleid van de afgelopen vier jaar aan het evalueren. We kijken naar wat er goed gaat, wat er goed is gegaan en wat beter kan. Dan willen we straks ook uw ideeën zeker ook meenemen. En ik zou vooral zeggen: 'ga ze ook alsjeblieft in die sessies, in die commissies, ook weer onder de aandacht brengen'. Voorzitter, dan ga ik naar de motie van de Partij voor de Dieren. Ja, dit is een motie die ook twee weken geleden met dezelfde dictums is ingediend door GroenLinks. Ik heb al aangegeven dat als wij alleen al de groep studenten, 23.000 naar schatting, zouden compenseren conform de regeling die nu bestaat, dan zijn we zo een € 20 miljoen kwijt. Dat geld hebben we helaas niet.
Het is echt een rijksregeling die nu dus tot eigenlijk 120% was en met de Stichting De Verre Bergen hebben we tot 140% van de huishoudens kunnen compenseren. Deze motie moet ik dan ook daarom ontraden. De VOORZITTER. Partij voor de Dieren, Van de Peppel. Mevrouw VAN DE PEPPEL (pvdd). Ja, dat klopt. Wij vonden het jammer dat zo een goede motie niet ingediend is, omdat we daarmee ook kunnen uitspreken hoe wij voor de student staan.
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1011
De heer YIGIT (denk) (wethouder). Ja, nou ja, dank u wel. Ik wacht ook uw ideeën met heel veel enthousiasme af. U gaf al aan dat u ook een idee had. Daar kijken we ook zeker naar uit. En dan, voorzitter, als laatste de motie van het CDA die gaat over de individuele bijzondere bijstand en over de regelingen en de criteria en om die in kaart te brengen. Ik wil heel duidelijk zijn. Wij als college zijn niet van mening dat de individuele bijzondere bijstand echt het instrument is om de student te compenseren. Ik heb al aangegeven dat het geen potje is met onbeperkt geld. Er is geen onderbesteding aan. Het kost al bijna € 20 miljoen als wij dat zouden betalen en dat geld is er niet. De criteria, zoals u vraagt, die staan ook op de gemeentewebsite. Daar staat een aantal criteria. Vervolgens kun je een aanvraag doen en dan wordt die beoordeeld. Er wordt per situatie gekeken of je iets kunt betalen, of er andere mogelijkheden zijn waar je je rekening mee kunt betalen of niet. Dus dat wordt per situatie beoordeeld. Daarom ook hebben wij net die motie van GroenLinks omarmd: laten we dit echt bij het rijk beleggen, omdat dit echt een rijksregeling is. We zijn er echt mee bezig met de G4.
Dinsdag is er zelfs een gesprek geweest met de G40 en het ministerie en ook daaruit is naar voren gekomen dat wij ook samen met die steden en het ministerie moeten kijken naar een oplossing die vanuit het rijk moet komen. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, dank voorzitter. Ja dan een vraag, via u aan de wethouder. Zegt u nu eigenlijk: 'de bijzondere bijstand is hier niet voor' of zegt u eigenlijk: 'we willen niet dat er een run komt op de bijzondere bijstand door studenten om hier die compensatie te vragen'? De VOORZITTER. Wethouder. De heer YIGIT (denk) (wethouder). Ja, voorzitter. Wat ik zeg is: Technisch gezien kunnen Rotterdammers die in problemen komen altijd een beroep doen op de individuele bijzondere bijstand. Maar ik vertel hier ook wel het eerlijke verhaal. Op het moment dat wij 23.000 Rotterdamse studenten zouden hebben die een beroep doen op de individuele bijstand, dan kun je dat gewoon niet betalen. Daar is geen geld voor. Daarom geven wij continu aan dat dit echt een rijksregeling is. Daarom moeten wij dit ook gewoon bij het rijk agenderen. Vandaar ook die motie waarin wij hebben gezegd dat we die lobby gaan doen en verder gaan intensiveren en daar moet dat potje geld vandaan komen. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Voorzitter, maar dan mis ik ook bij de wethouder de urgentie.
Dus ik ben blij met het omarmen van die eerste motie. Laat dat helder zijn. Maar het probleem is er nu. En als we gaan lobbyen en dit en dat. Je zou het ook kunnen omdraaien. Je zou ook kunnen denken: stel je nu voor dat er op die bijzondere bijstand nu een enorme run komt door al die studenten en dat potje is heel snel leeg. Misschien heb je dan wel juist meer ruimte om te onderhandelen bij het rijk. Dat je zegt: 'Hier is het bewijs. Al die studenten hebben hier een enorme run op, we zijn al door het potje heen'. Kijk, die mensen hebben nu hulp nodig. Dat is ook overduidelijk. We hebben het eerder ook al gehad over hoe ridicuul het eigenlijk is dat zij buiten deze regelingen vallen, want als zij zich dus uitschrijven bij de universiteit komen ze wel in aanmerking. Dat is ridicuul, maar dat heb je soms met regels. Nou ja, laat die run maar komen, zou ik zeggen. Omarm die motie. Kijk wat er gaat gebeuren. Dan doe je ook echt een uitgestoken hand. Dan heb je ook echt iets gedaan voor die mensen die nu in de problemen zitten. Als dan het potje heel snel leeg is, dan hebt u, denk ik, de hele raad mee om met zijn allen… De heer Simons – ah die is weg, jammer – die zegt dan: 'dan gaan we met zijn allen naar het Malieveld'. Dat doen we dan weer met 45 raadsleden en tien collegeleden.
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1012
De VOORZITTER. Gaat uw gang. De heer YIGIT (denk) (wethouder). Ja, voorzitter, nogmaals. Op het moment dat er studenten zijn… Niemand verbiedt ze. Wij kunnen niet zeggen: 'Je mag geen beroep doen'. Eenieder die een beroep wil doen op de individuele bijzondere bijstand kan dat gewoon doen. En dan wordt per situatie beoordeeld wat mogelijk is en wat niet. Maar als ik een groep van 23.000 studenten zou krijgen en die zouden een beroep doen, dan vertel ik ook het eerlijke verhaal. Wij vinden dit niet het juiste instrument. Mochten er studenten zijn die echt in een zeer schrijnende situatie zitten, dan kunnen die een beroep doen en dan wordt dat getoetst. Maar dat budget is veel te veel om aan die groep te besteden. De VOORZITTER. Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl). Voorzitter, wat er eigenlijk dus wordt gezegd is dat als studenten een beroep willen doen op de bijzondere bijstand, is dat ze zich eerst in de schulden moeten werken, want dat is een onderdeel van de toetsing voordat ze hulp krijgen. Dus eigenlijk zegt het college: 'studenten, als jullie hulp nodig hebben, werk je eerst in de schulden, dan gaan we helpen.' De VOORZITTER. Wethouder. De heer YIGIT (denk) (wethouder). Nee, voorzitter, dat is niet wat wij zeggen. En daarom heb ik ook net uw motie omarmd. U geeft terecht in uw motie aan: 'ga bij het rijk lobbyen'. U heeft dat in uw eigen motie staan en ik omarm hem.
Volgens mij delen we dan dat de oplossing bij het rijk ligt en niet bij ons. De VOORZITTER. Mevrouw Morkoç. Mevrouw MORKOÇ (gl). Dank voorzitter. Maar toch werd er gezegd dat als studenten hulp nodig hebben, ze terechtkunnen bij de bijzondere bijstand. En dat is gewoon niet zo. De VOORZITTER. Wethouder. De heer YIGIT (denk) (wethouder). Voorzitter, ik denk dat ik in herhaling val. Als een Rotterdammer in de knel komt, kan hij altijd een aanvraag doen. Dan wordt dat getoetst en dan wordt dat beoordeeld. En als het dusdanig is dat een student door geen enkele vermogenstoets komt, dan wordt die ook altijd geholpen. Ik geef alleen aan dat als het gaat om die hele grote groep, dan kun je dat niet betalen. Ik geef u daarom ook aan dat wij die motie van u gaan omarmen en dat we daarmee aan de slag gaan. De VOORZITTER. Dank. Wethouder Karremans nog in de rebound iets corrigeren? De heer KARREMANS (vvd) (wethouder). Ja, voorzitter, ik heb mij versproken. We gaan nog steeds overal betaald parkeren invoeren, hoor, dat is nog steeds aan de orde. Maar ik heb gezegd dat dat elke keer een individueel raadsbesluit is, maar daarmee heb ik de rechten van het college flagrant geschonden. En ik zie de heer Struijvenberg al kijken, woedend. Dat is een collegebesluit. Dus het is een collegemandaat om in individuele wijken betaald parkeren in te voeren.
Maar de planning en het hele plan zou ik heel graag met de raad willen bespreken en zou ik ook richting de raad willen sturen. Dus dat wil ik even rechtgezet hebben, voorzitter, voordat ik problemen krijg met mijn collega's. Dank u wel.
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1013
De VOORZITTER. Helder. Hartelijk dank. Ik heb nog een tweetal vragen die ik zelf nog wil beantwoorden. Wellicht dat mevrouw Kockelkoren behulpzaam kan zijn. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Het woord is aan de burgemeester voor het beantwoorden van een tweetal vragen. De heer ABOUTALEB (burgemeester). Voorzitter, ik begin met 'Erken Keti Koti als nationale feestdag'. Om te beginnen wil ik graag mijn dank en waardering uitspreken, zowel aan het college als aan de raad, dat u mij als burgemeester en soms in mijn rol als burgervader de ruimte biedt om opiniërend dit soort toespraken in de stad te mogen houden. Ik ben er dankbaar voor dat ik ook die ruimte van u krijg om zoiets te doen. Mijn oproep ten aanzien van een vrije dag was niet gericht aan de stad Rotterdam. Die was gericht aan het kabinet, ook in combinatie met het volgende jaar, wat een bijzonder jaar is als het gaat om slavernijherdenking. De heer Van der Velden wijst terecht naar de drie boeken die geschreven zijn. Vandaar dat wij natuurlijk ook de slavernijherdenking de afgelopen jaren hebben verheven tot een stadsherdenking. Dat is niet voor niets gebeurd. Dat heeft zo zijn positie in Rotterdam. Dus wat mij betreft is er ook veel gezegd op die dag zelf.
Als u mij vraagt om nu te gaan lobbyen voor wat ikzelf in de speech heb gezegd, dan vind ik dat wel een bijzondere opdracht: om datgene wat ik uitgedragen heb ook zelf nog eens een keer tegen het kabinet te zeggen. Want de speech sprak natuurlijk voor zichzelf. Ik ben daartoe graag bereid als de raad mij daartoe opdracht geeft. Dan Srebrenica, dat is de motie van Partij van de Arbeid en anderen. Srebrenica is natuurlijk wel een bijzondere loot aan de stam van de Nederlandse aanwezigheid in het buitenland ten aanzien van vredesmissies. Ik ben zelf op die plek geweest. Het is vrij helder waarom het zo pijnlijk is voor de Nederlandse Bosniërs die hier zijn en die graag ook dat moment willen markeren. Maar het heeft wat mij betreft een andere connotatie dan de slavernij herdenken. Slavernij is echt van een andere orde. Ik heb gemeend dat, toentertijd in overleg met de raad, dat slavernij verheven zou worden tot een stadsherdenking. Dat vraagt u nu ook ten aanzien van een Srebrenica-herdenking. Dus die vergelijking gaat in dat opzicht mank. Maar ik ben weleens betrokken geweest bij de herdenking van Bosnië-gebeurtenissen en ik snap heel goed dat u tegen mij zegt eens te gaan praten met de gemeenschap om te kijken of zij behoefte hebben aan enige vorm van ondersteuning.
Dus als het de bedoeling is om het gesprek op gang te brengen en te kijken welke type ondersteuning ze daarbij nodig zouden kunnen hebben, dan ben ik daar niet op tegen. Ik zeg er wel even bij dat wij ook nog een andere bijzondere herdenking in de stad hebben. Dus als u mij dit gesprek vraagt, wil ik dat natuurlijk ook daar doen. Dat is de Indië-herdenking. Dat is altijd in augustus. Daar hebben we ook iets van een verbintenis mee. Daar is soms een wethouder bij en soms ben ik er zelf bij. Het is, denk ik, goed om te kijken of daar misschien ook een vorm van ondersteuning geboden zou kunnen worden. Maar dan behandelen we ook iedereen in dezelfde mate ook gelijk. Als dat de uitkomst kan zijn van ons gesprek over deze motie, dan wil ik deze motie omarmen. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). De heer Moti. De heer MOTI (pvda). Ja, voorzitter, dank voor het antwoord ook van het college, de burgemeester. Met deze uitleg – het gesprek aangaan om te kijken waar we kunnen helpen – en de terechte verbreding die de burgemeester aangeeft zou de Partij van de Arbeid heel goed kunnen leven. De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Burgemeester. De heer ABOUTALEB (burgemeester). Dat is het, voorzitter.
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1014
De VOORZITTER (mevrouw Kockelkoren). Dank u wel. Dan geef ik het stokje weer over. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Voorzitter, volgens mij – of ik heb het gehoord – uw advies op motie 10 van de Partij van de Arbeid over Keti Koti, die heb ik nog niet gehoord. De VOORZITTER. Die motie is gericht op de organisatie. Dat doet wethouder Vreugdenhil, Financiën en Organisatie. Dat betreft Rotterdamse ambtenaren. Dan geef ik het woord aan de wethouder van Financiën. Die heeft nog een paar moties begrijp ik. De heer VREUGDENHIL (lr) (wethouder). Die was ik zojuist, in alle opwinding, vergeten. Dan kom ik op 'Erken Keti Koti als gemeentelijke feestdag'. Feestdagen zijn vastgelegd bij landelijke wet. Op dit moment is in de cao vervolgens sectoraal bepaald welke feestdagen ook collectieve vrije dagen zijn. Dat betekent dat we sectoraal en niet meer lokaal afspraken maken over het aantal verlofuren dat aan feestdagen wordt gehangen. Voor ons als gemeente geldt dat we van de cao voor gemeenteambtenaren op dit moment niet mogen afwijken. Op het moment dat de lobby van de burgemeester succesvol is, is het een ander verhaal. Als we als werkgever op dit moment nog geen invulling kunnen geven aan Keti Koti als gemeentelijke feestdag, kunnen we dat ook niet onder het mom van voorbeeldgedrag naar het bedrijfsleven of dergelijke. De VOORZITTER. De heer Moti. De heer MOTI (pvda).
Voorzitter, ik zou het college toch willen vragen om dit antwoord nog even in beraad te nemen. Want het klopt niet. Deze stad heeft jarenlang, decennialang, haar ambtenaren op 1 mei vrij gegeven. Dat stond niet in de landelijke cao. Hebben we toch gedaan. Het kan. De VOORZITTER. Wethouder. De heer VREUGDENHIL (lr) (wethouder). Ja, volgens mij kan het inderdaad wel. Een of twee dagen kunnen vrij aangewezen worden, maar die gaan dan van je saldo af. Oké, dan moeten we het nog een keer in beraad nemen. De VOORZITTER. De wethouder kijkt er nog even naar. De heer VREUGDENHIL (lr) (wethouder). Wat zegt u? De VOORZITTER. Ik zeg: De wethouder kijkt er nog even naar. Begrijp ik dat goed? Ja, oké. We hebben nog een paar uur te gaan vandaag. We overleggen eventueel met deskundigen. De heer VREUGDENHIL (lr) (wethouder). De motie 'Gepast herdenken' daar wilde ik van zeggen dat is oordeel aan de raad om daarover te stemmen. BIJ1, motie 'Toegankelijke taal' heeft twee dictums. Met punt 1 zijn we het helemaal eens, want dat doen we al. Het uitgangspunt is voor ons altijd al toegankelijke dienstverlening. Punt 2: we maken al zo veel mogelijk gebruik van aard en omvang voor doelgroepen die kiezen voor meerdere talen. Maar dat is altijd van tijdelijke aard, in geval van crises.
Dus op dit moment zijn we wel van mening dat bij crises naar aanleiding van de aard en omvang van de doelgroepen, gekozen wordt voor meerdere talen. Maar dat is van tijdelijke aard. Het is ondoenlijk om alle talen te beheren en bij te houden. En last but not least: het is ook in strijd met ons coalitieakkoord waarin we kiezen voor tweetaligheid – Nederlands en Engels – en in crisissituaties ook in andere talen zoals Oekraïens, Russisch zou kunnen. Allemaal dat soort zaken. Nu is het ontraden.
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1015
De VOORZITTER. Mevrouw De Jong. Mevrouw DE JONG (bij1). Ja, voor ons hebben wij deze positie, omdat het gaat over effectief en gemeente leiden. Als het belangrijke momenten zijn, snappen we wel dat we ruimte moeten geven zodat we mensen beter kunnen bereiken en beter mee kunnen nemen in dingen, dan zal het toch wel nodig moeten zijn. Ik begrijp wat u zegt, maar in onze optiek gaat het echt om effectief beleid om bedrijven en mensen te kunnen bereiken en mensen te kunnen meenemen in het begrip van Nederlands uiteindelijk. De VOORZITTER. Wethouder. De heer VREUGDENHIL (lr) (wethouder). Ik begrijp uw punt. Alleen wij maken de uitzondering alleen in crisissituaties om ook in andere talen, naast het Nederlands en Engels, te communiceren. Dus het oordeel blijft: ontraden. De motie van ChristenUnie: 'Kader voor conversie' zou ik willen ontraden. Twee redenen. Hij ziet toe op de € 500 miljoen als geheel. En zoals ik al eerder aangaf: het kader dat we willen schetsen is de € 500 miljoen minus de reservering. Met wat je dan overhoudt, is hij eigenlijk overbodig, omdat we al een toezegging hebben gedaan om met u in gesprek te gaan over het kader, over het restant van die € 500 miljoen. Nu ontraden, maar ook bij aanpassing zou ik zeggen dat hij overbodig is, want de toezegging ligt er al.
We gaan met u in gesprek over het kader waarin we invulling kunnen geven aan hoe we het geld gaan besteden. De VOORZITTER. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Ja, ik zou nooit zeggen dat een motie overbodig is. Het is een uitspraak van de raad en die is nooit overbodig. Dan gaan we hem even beperken tot het bedrag… Want de rest komt inderdaad in de begroting. Dat heeft u inderdaad… Daar ga ik in mee. Maar het restant van het bedrag om daar de spelregels voor af te spreken: het lijkt me goed als we dat markeren, ook als raad. Dat we zeggen van: 'die spelregels maken wij met de raad.' En dan is een goede uitspraak van de raad zeker niet overbodig. De heer VREUGDENHIL (lr) (wethouder). Als u hem zo amendeert dan kunnen we hem omarmen. Motie '14 is de norm!'. Formeel antwoord: We mogen op grond van de Aanbestedingswet vastgelegde proportionaliteitsbeginsel alleen eisen stellen die redelijk zijn en verband houden met het voorwerp van opdracht. Het stellen van een generieke algemene eis aan het minimum uurloon voor alle medewerkers van een leverancier voldoet volgens de juridische experts niet aan het proportionaliteitscriterium en daarmee begeven wij ons als opdrachtgever op glad ijs. Daarom zou ik die motie toch willen ontraden. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, in technische tijd alstublieft, aangezien ik nog maar zeven seconden had.
Ik heb onbeantwoorde vragen en ik denk dat dat tamelijk exemplarisch is, ook voor mijn verhaal. Ik zei dat deze coalitie een blinde vlek voor verenigingen lijkt te hebben. Ik had de vraag gesteld hoe het college gemeenschappen en verenigingen waardeert als informeel partner van de gemeente. En ik had de vraag gesteld om toe te zeggen dat er geïnvesteerd blijft worden in het actieprogramma Verenigingen. Ik had wethouder Yigit gevraagd of hij mij wilde toezeggen dat hij, als partijen in de stad de helpende hand uitsteken in het kader van de energiearmoede van studenten, daarvoor openstaat. En tenslotte heb ik gevraagd hoe de lobbybrief van het Vergeten Kind is gewogen aan de onderhandelingstafel.
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1016
De VOORZITTER. Zullen we beginnen met de vragen over de verenigingen en het verenigingsleven. Wellicht dat wethouder Samenleven er iets over zou willen zeggen en anders begin ik bij de heer Yigit. Ja. De heer YIGIT (denk) (wethouder). Ja, voorzitter, het klopt. Mijnheer Segers had gevraagd: 'Wat gaat u doen als er partijen zijn die de helpende hand uitsteken?' Dan gaan we dat beoordelen. We kunnen altijd het gesprek aangaan. Maar laat ik ook zeggen dat wij vinden dat de verantwoordelijkheid voor bestaanszekerheid echt bij het rijk ligt. Mocht er een partij zich aanbieden, dan kunnen we altijd het gesprek aangaan. De VOORZITTER. Dank u. Wethouder Achbar. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, voorzitter. Kijk, wat wij doen op dit moment. Met name richting de welzijnsaanbieders waar we net een aanbesteding voor hebben gehouden, is gevraagd om met partners in de verschillende wijken expliciet de samenwerking op te zoeken. Dat geldt voor allerlei soorten partners in de wijken. Dus ook als het gaat – om het heel specifiek te maken, wat mij betreft, en ik denk dat u daarop doelt, via u voorzitter, mijnheer Segers-Hoogendoorn – om religieuze instellingen.
Dus als u het mij vraagt zeg ik: die ruimte moet er juist zijn vanuit dat welzijnswerk of vanuit het welzijn in die wijken als we op zoek gaan naar partners om juist ook oog te hebben voor die verenigingen die daar actief zijn enerzijds. Ik probeer hem heel breed te trekken omdat u zegt 'verenigingen', maar dan hebben we het misschien over religieuze verenigingen, maar misschien ook wel sportverenigingen. Sportverenigingen die proberen we nog steeds maximaal te ondersteunen. We hebben zelfs een organisatie binnen de gemeente, Sport Support, die verenigingen ondersteunt om ze te professionaliseren. Of daar waar het bijvoorbeeld gaat om verduurzamen ze daarin te ondersteunen. Dus op allerlei aspecten toch bezig te zijn met het verenigingsleven in Rotterdam. Dus als u nog een specifieke vraag hebt over wat voor soort verenigingen u bedoelde, dan hoor ik dat graag. Dat is even een algemeen verhaal ten aanzien van verenigingen in Rotterdam. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, dank voorzitter. Nou kijk, om op dat eerste in te gaan. Daarom hebben wij er juist de afgelopen jaren steeds aandacht voor gevraagd. Dat informele netwerk dat wordt niet vanzelf gevonden, ook niet door welzijnspartijen en al helemaal niet in voorwaarden van een aanbesteding.
Dus je hebt echt… Niet alleen, maar het helpt enorm als de gemeente expliciet zegt: 'wij kennen ook verenigingen in de wijk'. Dat kunnen allerlei soorten van verenigingen zijn, maar het kunnen ook hele hechte gemeenschappen zijn die inderdaad met elkaar samenkomen in een Huis van de Wijk. Dat je daar echt als gemeente zelf inzet op moet plegen, dat zien wij nergens terug. En daar vroeg ik eigenlijk u mij gerust te stellen dat u daar wel nog steeds oog voor heeft. Ik heb specifiek gevraagd, als het gaat over verenigingen en het ondersteunen van hen, of het actieprogramma Verenigingen nu eigenlijk nog actueel is. Omdat ik dat nergens terugzie en ik daar ook geen centen voor kan zien, ben ik een beetje bang dat dat ter ziele is geraakt. Dus als u mij kunt toezeggen: 'dat actieprogramma dat voeren wij nog steeds uit', dan ben ik ook tevreden. De VOORZITTER. U bent door uw spreektijd heen mijnheer Segers-Hoogendoorn. Wethouder.
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1017
De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, dat antwoord moet u mij even ten goede houden, mijnheer Segers-Hoogendoorn. Ik heb dat antwoord niet of dat specifieke programma nu ook, naar aanleiding van het aflopen van het vorige college, abrupt ophoudt of dat het doorloopt. Als u mij toestaat om dat even uit te zoeken dan kom ik daar later bij u op terug. De VOORZITTER. Heel goed. Daarmee komen we aan het einde van de eerste termijn van de zijde van het college. Is er behoefte aan een korte termijn? Of is er nog een vraag blijven liggen? Of et cetera. De heer Vonk. De heer VONK (cu). Ja, ook graag even technische tijd, want er was nog een vraag blijven liggen. Er zijn heel veel intensiveringen van het vorige college die stoppen. En mijn vraag was of het college op al die intensiveringen… Is dat beantwoord? Oh. Kan het college op al die intensiveringen die stoppen aangeven wat het financieel en inhoudelijk betekent? Ik dacht er geen motie over hoeven in te hoeven dienen, maar een toezegging op dit punt te krijgen. De VOORZITTER. Dan had ik hier nog de heer Biljoen. Dit is nu een korte tweede termijn, ja. Dat komt zo. Ik heb net aangegeven dat we beginnen met een tweede termijn. Daarin kan dus een veegronde komen. Daar kan dus een vraag worden gesteld of een opmerking worden gemaakt. Volgens mij is welke status het gesprek heeft niet zo erg relevant. U kunt uw vraag stellen, ja.
De heer BILJOEN (gl). Voorzitter, ik zal het heel kort houden. Ik was net inderdaad eventjes weg. Een sanitaire stop moet ook gewoon kunnen. Maar, voorzitter, het is mij echt volledig onduidelijk waarom het college, wethouder Achbar, deze motie ontraadt. De eerste tip die ik heb gekregen van wethouder Achbar was: 'als je met een voorstel komt, kom met dekking'. Er worden nu extra rijksgelden ter beschikking gesteld. Mijn vraag is dus eigenlijk: Als u deze ontraadt, gaat u dus ook geen beroep doen op deze extra middelen? Gaat u ook niet meer deze extra, meer inclusieve speeltuinen realiseren? Of op welke manier zou u hem wel kunnen omarmen. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, ik dacht dat het rijtje nog afgemaakt werd. Ik had nog opnieuw dus de onbeantwoorde vraag hoe de lobbybrief van Het Vergeten Kind gewogen is aan de onderhandelingstafel. Ik denk dat daar gewoon geen portefeuillehouder voor verantwoordelijk is, of zo. Dat zou ook kunnen. De VOORZITTER. Anderen? De eerste vraag bij mijnheer Vonk, oogt generiek voor de wethouder van Financiën, maar ik weet niet of de wethouder van Financiën daar zicht op heeft of dat dat iets voor de afstandelijk wethouder is of iets is wat schriftelijk moet worden afgedaan als daar geen zicht op is. Wethouder? De heer VREUGDENHIL (lr) (wethouder). Ik heb gesproken met de vakwethouders.
Dat vak heb ik niet. Ik heb eigenlijk gehoord dat die ingevuld werden per vakwethouder. Ik denk dat het aan de vakwethouders is om zelf te bekijken wanneer ze dat gaan doen, of bij de tweede herziening of a priori. Ik denk dat we daar als college nog op terug moeten komen hoe we dat gaan doen. Akkoord? De VOORZITTER. Is dat een toezegging dat u nader geïnformeerd wordt over die vraag? Ja? Dat lijkt mij dan op papier. Ja, oké. Anders wordt het ingewikkeld om het nu uit te zoeken aan deze kant van de tafel. Dan de vraag van de heer Biljoen.
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1018
De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ja, voorzitter. Ik begrijp de teleurstelling. En overigens blijft mijn lijn: als er een goede motie ligt, ligt er een goede motie. En als we hem kunnen uitvoeren gaan we hem uitvoeren. Ik heb over deze motie gezegd dat hij nu vooral overbodig is, omdat we die inzet al plegen. Uw vraag specifiek over die middelen: de inzet van deze extra middelen vanuit het landelijk Sportakkoord heeft in afstemming met VWS de bestemming 'Living Lab e-sports in de vereniging van de toekomst' meegekregen, waarbij ook geëxperimenteerd wordt met e-sports-activiteiten binnen de speeltuinvereniging. Ik denk dat dat juist meer inclusieve speeltuinen levert dan u voorstelt. Voorzitter, daarmee heeft dus dat geld al een bestemming. En misschien niet zo expliciet benoemd in de eerste herziening, maar hij is op basis van de afspraken die met VWS zijn gemaakt om het voor die Living Lab e-sports in te zetten. De VOORZITTER. De heer Biljoen. De heer BILJOEN (gl). Voorzitter, via u, zou ik dan mogen vragen wanneer u die afspraken heeft gemaakt. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Nou ja, goed, als je exact de datum wil hebben, dan moet ik je dat toesturen. Maar dat zal, naar mijn inschatting, het vorige college geweest zijn. Dus ik neem het ook over. Maar ik wil dat heel expliciet voor u checken, wanneer wij aan tafel hebben gezeten om deze afspraak te maken.
En als u wilt weten met wie en hoe laat, wil ik u dat ook meegeven. De heer BILJOEN (gl). Nou, voorzitter, daar ben ik eigenlijk niet naar op zoek. Maar als u die motie goed heeft gelezen: de regeling is gewijzigd op 14 juni 2022. Dat is nog niet zo lang geleden. Dus misschien bent u daarbij geweest. Dit is nieuw geld dat beschikbaar is gekomen sinds 14 juni 2022. Ik heb het niet over wat het vorige college heeft gedaan. Er wordt nu € 177.000,00 beschikbaar gesteld om meer inclusieve speeltuinen te realiseren. Het lijkt nu eigenlijk alsof u dit gratis geld gewoon laat liggen. De VOORZITTER. Wethouder. De heer ACHBAR (denk) (wethouder). Ik laat het niet liggen. U mag erop vertrouwen dat het goed ingezet wordt. Dus wij gaan het op basis van de afspraken die 14 juni zijn gemaakt… Overigens nog voor de installatie van dit college. Dus die afspraken zijn wel door het vorige college gemaakt. Dat wil ik even benoemd hebben. U mag erop vertrouwen dat het geld heus wel goed wordt ingezet en zeker ten aanzien van de Living Lab e-sports in de verenigingen van de toekomst. De VOORZITTER. Dan de motie over Het Vergeten Kind van Segers-Hoogendoorn. Bij wie moet ik uitkomen? Bij u? Ja. Wethouder Struijvenberg. De heer STRUIJVENBERG (lr) (wethouder).
Ja, omdat het onderwerp in mijn portefeuille zit dan toch maar een reactie van mijn kant, omdat er een aantal keren op herhaald wordt, voorzitter. Maar de vraag is hoe Het Vergeten Kind is gewogen bij de coalitieonderhandelingen. Ten eerste weet ik dat niet, want daar was ik niet bij. Maar ten tweede lijkt het me geen vraag voor het college. Het lijkt me een vraag voor de coalitiepartijen in de raad. De VOORZITTER. De bal ligt in de raad. Wil iemand daar iets over zeggen? Nee. Dan kom ik aan het einde van de beraadslagingen over agendapunt 7.1. Dan zijn we toe aan agendapunt 7.2. Dat hebben we niet.
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1019
8.
VERZOEK(EN) VOOR EEN REGULIER DEBAT VAN ÉÉN OF MEER RAADSLEDEN
Er zijn geen verzoeken voor een regulier debat. 9.
ONDERWERPEN MET EEN KORT DEBAT
9.1. Het Plan van Aanpak naar aanleiding van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport 'Broze bedoelingen' De VOORZITTER. Dan gaan we naar de eerste spreker, de heer Soytekin. Mijnheer Soytekin. Nee, op mijn lijst staat mijnheer Soytekin als eerste spreker. U heeft het aangevraagd? Ja. Dan gaat u voor. Het staat niet zo op mijn lijst en ik heb geen idee wie altijd de eerste aanvrager is. Maar mevrouw Verkoelen, komt u maar. Mevrouw VERKOELEN (50+). Ja, ik had het aangevraagd. Ik zal kort zijn voorzitter. In 2019 is met veel bombarie het masterplan Ouder en Wijzer gepresenteerd. Met dit plan kon de zorg voor de Rotterdamse ouderen de toekomst in. Twee jaar later ligt er een rekenkamerrapport dat gehakt maakt van de plannen: te veel projecten die te klein zijn en te weinig financiering hebben. Conclusie: met dit plan kunnen we de toekomst niet in. We komen € 200 miljoen te kort om de komende jaren de zorg voor de ouderen te kunnen leveren. Het huidige college roept het netwerk van de ouderen op om zich voor een dierbare in te zetten. Maar, voorzitter, het aantal mantelzorgers neemt eerder af dan dat het toeneemt. En we kunnen de komende jaren al allerlei problemen zien aankomen. Voorzitter, we hebben ondertussen meer dan 100.000 ouderen in Rotterdam. Velen daarvan zijn zelfstandig en hebben geen hulp nodig. Maar een groot deel van hen heeft wel hulp nodig.
We kunnen en mogen hen niet aan hun lot overlaten. Met de wisseling van de welzijnswerkers slaan we al een gat in het vertrouwen in de zorg. De oproep van deze coalitie om eerst zelf je problemen maar eens op te lossen, helpt daar niet veel bij. En of dit nieuwe college ook leert van het rekenkamerrapport is nog de vraag. Met een huismeester en een restaurant redden we de zorgvraag niet. Daarom, voorzitter, roepen wij dit college op om zijn plannen over twee jaar opnieuw door de Rekenkamer te laten beoordelen. En daar heb ik een motie over. De VOORZITTER. Er is een motie. Kunt u helpen om de motie deze kant uit te krijgen? Ik dank u zeer. Mevrouw Verkoelen heeft de volgende motie ingediend: Motie 1.
De toekomst van de zorg bekeken! "De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 7 juli 2022 ter bespreking van het plan van aanpak naar aanleiding van de aanbevelingen uit het rekenkamerrapport 'Broze Bedoelingen'; constaterende dat: - het masterplan Ouder en Wijzer in 2019 is gepresenteerd; - de Rekenkamer met haar rapport 'Broze bedoelingen' zich zeer kritisch heeft uitgelaten over de haalbaarheid van de in het masterplan gestelde doelen; - de wethouder in gesprek met de Rekenkamer over het rapport 'Broze Bedoelingen' het masterplan aangepast heeft; - het huidige college het masterplan niet meer noemt; overwegende dat: - een masterplan ouderen en ouderenzorg zeer nodig is;
raadsvergadering van 7 juli 2022
Notulen pagina
1020
- het aantal ouderen nog steeds toeneemt, er sprake is van een dubbele vergrijzing en het aantal ouderen dat zorg nodig heeft stijgt; - we geen moment kunnen verliezen in het opbouwen van een toekomstbestendig en betaalbaar zorgmodel; - In het kader van het coalitieakkoord het college een zorgagenda gaat uitwerken; - het college streeft naar een gezamenlijk 'Rotterdams Zorgakkoord' die toekomstbestendige zorg mogelijk maakt; verzoekt de raad: - de Rekenkamer eind 2024 (halverwege deze beleidsperiode) de plannen van dit college te laten toetsen op het bereiken van de toekomstbestendigheid van haar ouderenbeleid, waaronder de betaalbaarheid ervan; en gaat over tot de orde van de dag." w.g. P.J.H.D. Verkoelen, L.S. Vlieger en M.S.S. de Jong De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Dan gaan we naar de heer Soytekin. De heer SOYTEKIN (denk). Dank voorzitter. Mijn fractie kijkt met redelijk wat tevredenheid naar de overgenomen aanbevelingen uit het rapport 'Broze bedoelingen', ex ante onderzoek naar effecten ouderenbeleid van de Rekenkamer en ook de inzet daarop. Met of zonder migrantenachtergrond: onze ouderen verdienen deze zorg en aandacht.