CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20210615 en 20210617- Notulen van de raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Gemeenteraad 17 juni 2021, gemeente Rotterdam61.577 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1219

w.g. R.T.J. van der Velden De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. De VOORZITTER. Dank u zeer. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Dank voorzitter. 2020 was het jaar van corona, het jaar waarin de samenleving veerkracht toonde, maar ook het jaar van vele doden, volle ziekenhuizen, een toename van werkloosheid, faillissementen en het jaar waarin we elkaar hielpen door afstand te houden. Maar dus ook, wat ik zei, het jaar waarin de samenleving veerkracht toonde, de kracht van samen, de kracht van dichtbij en de kracht van de helpende hand. Maar 2021 en verder moet ervoor zorgen dat we ook weer uit deze crisis komen. En de christendemocratische CDA'ers hebben daar uiteraard de klassieker het Rijnlands model voor. En zo moeten we daar dus ook uit, Rijnlands. Ik zal even heel kort opsommen wat dat betekent, want misschien bent u dat door de neoliberale wind van de afgelopen tientallen jaren vergeten. In het Rijnlandse denken is de economie een sociale praktijk om het goede samenleven vorm te geven. Rijnlandse uitgangspunten zijn: vertrouwen, vakmanschap, ervaringswijsheid, gedeelde verantwoordelijkheid, langetermijndenken en het algemeen welzijn. Kort gezegd staat de markt ten dienste van het individu en niet andersom. Dat is wat het CDA betreft de manier om uit deze crisis te komen.

Dan naar de jaarrekening en de cijfers. Financieel, het is al eerder gezegd, je kunt zeggen: positief saldo, geen lastenverzwaring en een weerstandsvermogen boven de één. Appeltjeeitje, keurig in orde. En dat verdient ook een compliment. Tegelijkertijd weten we dat daarachter natuurlijk een hele hoop drama schuilgaat en velen van u hebben daar ook al aandacht aan besteed. Maar het past mij ook om op deze plek, net als de heer Verheij dat deed en volgens mij de heer Tak ook heel uitgebreid, de ambtenaren van de gemeente Rotterdam een dikke, dikke pluim te geven. Want we denken weleens bij ambtenaren dat de woorden snel en flexibel niet per se op ze van toepassing zijn, maar de manier waarop er gereageerd is op deze coronapandemie en het doorwerken van die duizenden mensen die iedere dag werken aan de stad, dat verdient echt een heel groot compliment. Zo ook aan de griffie, die er heel snel voor zorgde dat wij als gemeenteraad onze politieke verantwoordelijkheid konden blijven nemen en digitaal ons werk konden blijven doen. Ook dat verdient een dikke pluim. Over de targets kunnen we door corona eigenlijk weinig zeggen. Dat is natuurlijk jammer, maar tegelijkertijd is het niet meer dan logisch. Ik wil nog een aantal punten even aanstippen voorzitter, op een aantal dossiers. Zo moet het wat ons betreft ook gaan over die lokale economie.

Ik zei het net al even, er moet echt een plan postcorona komen en daar roep ik met name de wethouder Economie toe op. We hebben het erover dat lastenverzwaring niet bij de Rotterdammers terecht moet komen en het moet ook vooral zo min mogelijk bij de Rotterdamse ondernemers terechtkomen. Want die hebben al hun reserves al gebruikt het afgelopen jaar. Dat moet niet meer worden. Wij zitten als gemeente aan een aantal knoppen om dat voor die ondernemers te verzorgen. Natuurlijk kost dat geld, maar ik verwacht van de wethouder Economie dat zij met een vooruitziende blik komt met een plan post-corona en dus bij dezen ook de vraag aan de wethouder om daarmee te komen. De VOORZITTER. De heer Tak. De heer TAK (pvda). Ja, dank u voorzitter. Ik zou ook u aan willen vragen of u aan uw eigen minister van Financiën wilt vragen of hij ook aan een bepaalde knop wil draaien, namelijk de kwijtscheldingsknop, want daar helpen we denk ik ondernemers het meest mee. Uw collega haalde net de formatie aan. Ik denk dat dit gewoon voor de formatie geregeld kan worden, de belastingkwijtschelding. Dat kan gewoon bij een meerderheid in de Tweede Kamer. Maar

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1220

ik roep u vooral op om daar dat pleidooi te doen, want dat is namelijk het echte probleem. Dat kunnen we helaas niet hier in Rotterdam oplossen, vrees ik. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Dank voorzitter. Zeker, ik ben dat met de heer Tak eens. Tegelijkertijd is het natuurlijk wel zo dat we, gegeven die situatie, hier ook gewoon een plan moeten maken hoe we er dan uit zouden willen komen en wat er bijvoorbeeld nodig is in een lobby naar Den Haag. Dat verwacht ik van de wethouder Economie en daar verwacht ik ook een reactie op. Dan op groen. Het zit ook in de portefeuille van de wethouder Economie. Die landtong in Rozenburg, als je gaat terugkijken naar wat er dit jaar allemaal had moeten gebeuren, dan ben ik erg teleurgesteld dat wij nog steeds geen aangepast bestemmingsplan hebben voor die landtong in Rozenburg, want die moet groen blijven. Daar is verreweg de meerderheid van de raad het mee eens. Ik snap dat het een onderhandeling met het Havenbedrijf Rotterdam is, maar ik roep echt op dat dat zo snel mogelijk moet. Er moet zo snel mogelijk duidelijkheid komen en het is heel simpel, dat bestemmingsplan moet aangepast worden.

Dan sluit ik me zeer aan bij de woorden van de heer Koster die zich verbaast over het feit dat het binnen de gelden van de energietransitie ons niet gelukt is om dat gemeentelijke vastgoed vol te leggen met zonnepanelen. Het schijnt te hangen op een onderzoek over de bouwconstructie van al die panden, maar dat moet echt zo snel mogelijk gebeuren zodat we een heel grote stap kunnen zetten. Op het vlak van mobiliteit, ja, het viel me gewoon op in de bijdrage van de heer Koster dat hij toch misschien meer op zijn plek is binnen Geert Fileert, want hij blijkt wat meer van het eenrichtingsverkeer te zijn, want hij reageert op geen enkele interruptie. Dat over mobiliteit. De heer KOSTER (lr). Ik reageer dan nu wel op een interruptie. Volgens mij heb ik het net goed gedaan en ik maak ook graag reclame voor andere mensen. Op Dagblad010 staat een mooi verhaaltje, dat kunt u nog een keertje teruglezen, mijnheer Segers-Hoogendoorn. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Dit bevestigt alleen mijn stelling dat de heer Koster meer van het eenrichtingsverkeer is. Interessant voor iemand van Leefbaar Rotterdam. Dan, op het vlak van de armoedegelden is eigenlijk onduidelijk gebleven in de commissievergadering of er nu nog steeds een onderbesteding op die portefeuille is. De heer KOSTER (lr).

Mijnheer Segers-Hoogendoorn, met dit soort opmerkingen moet u stoppen. In uw partij heeft u met de Omtzigt-affaire zelf genoeg aan het hoofd. Sta eens wat beter open voor andere geluiden in plaats van alles meteen als eenrichtingsverkeer af te doen. Dat zou u wat meer sieren en dat minzame lachje, stop daarmee. De VOORZITTER. Zullen we het bij de inhoud houden, mijnheer Segers-Hoogendoorn? De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Deze zag ik van een kilometer aankomen. Op die armoedegelden. Het is dus een beetje onduidelijk of er nu nog steeds onderbesteding is op die armoedegelden, dus daar zou ik toch graag een reactie op willen. Het CBS heeft gezegd dat vooral jongeren en mensen met een niet-westerse achtergrond het hardst getroffen worden door het instromen in de bijstand van het afgelopen jaar in de crisis. Daar zou ik ook echt de wethouder Werk en inkomen toe willen oproepen: maak daar dan ook nu alvast een plan voor, hoe je met name die groepen die daar het hardst in geraakt worden, zo snel mogelijk helpt. Ten slotte is op het gebied van veiligheid duidelijk dat de BOA's belangrijk werk leveren en dat de samenwerking met de politie steeds beter gaat. We

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1221

hebben uit de commissie in ieder geval een toezegging van de burgemeester dat er een evaluatie komt van het gebruik van de bodycams en daar kijken we erg naar uit. Tot zover voorzitter, dank u wel. De VOORZITTER. Dank u zeer, mijnheer Segers-Hoogendoorn. De laatste maar niet de minste spreker in deze rij is de heer Vonk. De heer VONK (cu-sgp). Ja, dank u wel voorzitter. Het is een eer voor mij om hier weer te mogen staan en deze illustere rij van sprekers te mogen afsluiten. Zoals al veel is gezegd, 2020 was een bijzonder jaar. Het was een crisisjaar en ook een heel leerzaam jaar. Want een crisis laat zien wat echt belangrijk is. We zagen dat ook afgelopen weekend in een heel andere context, toen Christian Eriksen ter aarde stortte en hij moest vechten voor zijn leven en de coach na afloop stamelend voor de camera stond en zei: 'Waar het echt om gaat in het leven, dat zijn betekenisvolle relaties. In dat licht is voetbal maar zinloos.' Ik ben benieuwd of we dat ook gaan onthouden als straks de voetbalgekte echt losbarst. Dan heb ik het niet alleen over het EK, maar ook over de discussie rondom Feyenoord City. Voorzitter, na zo'n lange periode van lockdown verlangen we allemaal weer naar ontmoeting. En als we elkaar niet ontmoeten, gaan tegenstellingen zich verdiepen, dan verschraalt het debat en posities drijven uit elkaar. We hebben dat gezien, ook in 2020.

Het is zaak om juist in deze tijd ons te beheersen in onze kwalificaties. Laten we niet al te grote woorden gebruiken en een beetje mild zijn voor elkaar. Ik ben ook benieuwd of we dat onthouden bij het eerste het beste interpellatiedebat in deze zaal. Voorzitter, naar aanleiding van de jaarstukken en de bespreking in de commissies een aantal punten van mijn kant. Door de cijfers van de jaarrekening heen lezen we het verhaal van banenverlies, toenemende armoede, schulden, jongeren die stil komen te staan, toenemend drugsgebruik, dat helaas nog ruim verkrijgbaar is. Maar we lezen ook goede verhalen. We zijn dankbaar voor al die mensen die een verschil hebben gemaakt. De mensen in de zorg, de politie, de GGD, Stadsbeheer, juist die mensen die ook veel agressie naar hun hoofd hebben gekregen in deze tijd. Maar zij verdienen onze waardering. Laat onze steun en waardering op de voorgrond blijven staan, ook als de crisis langzamerhand naar de achtergrond verdwijnt. Ik wil in het rijtje mensen die een verschil maken ook de ambtenaren van Rotterdam niet ongenoemd laten. Ze zijn verschillende keren al genoemd. Ik wil graag nog drie groepen benoemen. Allereerst natuurlijk de ambtenaren, die het gewoon gelukt is om de jaarstukken weer op tijd geleverd te krijgen en de toets van de accountant hebben kunnen doorstaan. En niet alleen die toets van de accountant, maar zelfs die van de COR.

Dank trouwens aan mijn collega's die die extra corveetaak op zich hebben genomen en een uitstekend rapport hebben opgeleverd, waarin veel concrete aanbevelingen staan. Ik kom er straks nog even op terug. De ambtenaren die in coronatijd de maatschappelijke opvang moesten realiseren. Er moest extra opvang komen en dat is gelukt. Niet in de breedte die wij graag hadden gezien, voor alle mensen in de stad. Maar er is meer opvang gekomen en de opvang is ook verbeterd en dankzij de crisis veel sneller dan we hadden voorzien. Wat dat betreft, never waste a good crisis is hier zeker van toepassing. En als derde groep de ambtenaren die uitvoering hebben gegeven aan de ad-hocregelingen die vanuit Den Haag over de gemeente zijn uitgestort. Als ik dan lees dat de Tozo-regeling, als voorbeeld daarvan, niet alleen is opgetuigd, maar de accountant daarin geen onrechtmatigheden heeft gevonden, dan verdient dat van onze kant een diepe buiging. Voorzitter, veel doelen zijn niet gehaald door corona. Logisch. Maar sommige doelen zijn wel gehaald dankzij corona. Dan denk ik bijvoorbeeld aan de doelen rondom schone lucht. Superbelangrijk en heel goed nieuws voor alle Rotterdammers. Maar we maken ons wel zorgen.

Wat gaat er gebeuren als we met velen weer teruggaan naar normaal, alsof er geen crisis is geweest? Mijn vraag aan wethouder Bonte is dan ook welke aanvullende maatregelen hij nu gaat nemen om tegen de toenemende vervuiling in deze goede lijn vast te houden? Nog even over het COR-rapport en dan met name aanbeveling 9, over het

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1222

realistisch begroten van de kosten en baten in het sociaal domein. De heer Verheij noemde het net ook al, en het is heel terecht dat we daar een goede focus op hebben. Ik snap dat deze aanbeveling is opgenomen, maar wil ook wel gezegd hebben dat we, zowel het college en ook de raad, goede besluiten hebben genomen in 2020, een enorme stap hebben gezet om juist realistischer te gaan begroten, de stijgende kosten niet langer te zien als een boeggolf die voorbijgaat, maar structureel in te boeken. Zorgkosten moeten betaald worden, altijd. Daarom hebben we ook een buffer in de vorm van een bestemmingsreserve. Deze was aan het begin van het jaar € 34,5 miljoen en aan het eind van 2020 met € 2 miljoen gedaald. Als leek heb ik dan geen idee of dit een adequate omvang is. Hebben we de risico's in de zorg hiermee goed afgedekt? Is dit een goede omvang van de reserve? Bijvoorbeeld in vergelijking met andere steden, of wellicht is hier een norm voor. Dat is dan nog mijn resterende vraag die overblijft na de aanvullende informatie die we op deze vragen uit de commissie mochten krijgen. Veel groepen zijn in deze crisis gesteund. Ondernemers, horeca, jongeren, cultuur en mensen in de sport, en noem maar op. Maar voor één groep wil ik speciaal nog aandacht vragen. Dat zijn de nieuwe Rotterdammers, de mensen die als vluchteling een status kregen en een toekomst in Rotterdam.

Integreren in een druk en individualistisch land als Nederland is al moeilijk. Integreren in een land in lockdown is nog veel moeilijker. We zien dan ook uit naar steunmaatregelen voor deze groep. Extra budget, extra bestuurlijke creativiteit om deze groep de komende tijd meer en beter te ondersteunen, want dat heb ik in het afgelopen jaar te weinig gezien en te weinig terug gelezen in de jaarstukken. Ik hoor graag van de wethouder wat hij voor deze groep in petto heeft, zeker nu de nieuwe Wet inburgering nog steeds op zich laat wachten. Ten slotte voorzitter, Rotterdam komt sterker uit de crisis. Niet alleen vanwege al die financiële steun, maar vooral vanwege de onderlinge solidariteit, de energie en betrokkenheid in onze samenleving. Juist in crisisjaar 2020 kwam het rapport uit waaruit nog maar eens de maatschappelijke meerwaarde van levensbeschouwelijke organisaties werd becijferd. Al die vrijwilligers, al die positieve energie, in euro's meer dan € 200 miljoen per jaar. Maar dan gratis. Het staat dus niet in de jaarrekening. Die humuslaag geeft de stad leven, het geeft de stad hoop. We komen sterker uit de crisis. Het is niet de overheid, het is niet de markt, het is de samenleving. Dank u wel. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Zo hebben we alle fracties die vandaag hier in de raad aanwezig zijn aan het woord gehad. De heer KOSTER (lr).

Zou ik vast mogen pleiten voor ophoging van de spreektijd met een halfuur voorzitter? De VOORZITTER. Een ordevraag. Eens kijken of die gesteund wordt. Ik ga even de fracties langs. Mijnheer Postma? De heer POSTMA (gl). Sorry, ik zat me nog even te verbazen over de heer Koster die aan het begin van het debat vroeg of hij zijn overgebleven spreektijd mee mocht nemen naar donderdag. Ik zou dan liever willen pleiten voor enige coulance van de voorzitter dan weer overall te gaan opplussen. Want ik heb er ook rekening mee gehouden dat ik wat tijd over zou houden. De VOORZITTER. Als u mij de ruimte geeft om straks de fracties die geen spreektijd meer hebben nog in de gelegenheid te stellen op een redelijke wijze de wethouder nog een vraag te stellen, dan kan dat. Dan kan ik proberen u tegemoet te komen. De heer KOSTER (lr). We hebben wel meerdere vragen.

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1223

De VOORZITTER. Als u daar in redelijkheid mee omgaat, ga ik u helpen. De heer KOSTER (lr). We gaan het proberen. De VOORZITTER. Dat betekent geen lange aanloop, maar gewoon een vraag stellen. Dan kan het. Vindt u dat goed? Mevrouw ARSIENI (d66). Voorzitter, we kunnen natuurlijk altijd weer opnieuw voorstellen, maar dan gaan we het nu gewoon op deze manier doen. Volgens mij zitten meer partijen aan het einde van hun tijd. Wat mij betreft voeren we het debat goed met het college. De VOORZITTER. Ik ga mijn best doen straks. Ik schors voor een minuut of tien. Dan kunt u nog even de benen strekken. Ik heropen straks graag de vergadering om 21.50 uur. De vergadering is geschorst. Schorsing De VOORZITTER. Mag ik u verzoeken te gaan zitten? Aan de orde is de beantwoording door het college in eerste termijn. Ik geef graag als eerste het woord aan de locoburgemeester. De heer WIJBENGA (vvd) (wethouder). Dank u wel voorzitter. Is de fractie van Leefbaar Rotterdam nog de wedstrijd aan het volgen? Dan ga ik toch maar van start voorzitter. Ik begin maar met de vragen van Leefbaar Rotterdam. Het is wel heel interessant om dat nu te timen. Geachte raadsleden en voorzitter, dit college is door deze raad, door u, in meerderheid met een ambitieuze opdracht in 2018 op pad gestuurd.

Wij moesten, zal de heer Koster zeggen, met z'n tienen, groot en sterk, zou ik willen zeggen, drie doorbraken realiseren in de stad. Drie doorbraken die de stad verder zouden helpen door in ieder geval op het aantal woningen en de leefkwaliteit, op energietransitie en economie en op meer kansen voor kinderen met achterstanden het verschil te gaan maken. We zijn daarmee in 2018 voortvarend begonnen. Alle wethouders en ook de burgemeester op hun eigen terrein. Maar we hebben dat ook echt als collectief aangevat. Daarom hebben we ook collegebrede targets aan u voorgelegd, waarmee we dat niet vrijblijvend zouden maken. En we gingen de stad in, volop de stad in. We hebben een heel groot netwerk aangesproken, de vrijdagen gingen allemaal in de agenda voor wijkontmoetingen, participatiesessies op vele onderwerpen werden georganiseerd. Mevrouw Kathmann nam ons in de tuktuk mee. En zo waren wij, mijnheer Koster, met veel, maar ook veel te zien. Er zijn meerdere akkoorden gesloten. Een leer-werkakkoord, een wonen-bouwenakkoord, een stadslogistiek akkoord, een akkoord op het samenleven, een akkoord op energie en klimaat enzovoort, enzovoort. Daarmee wist het college zich in die doorbraken ook heel erg gesteund door heel veel partijen in de stad. Vanmiddag is nog zo'n akkoord gesloten door mijzelf namens het college met tientallen partijen op de zeven stadsprojecten.

In de eerste monitors die we zelf volgden en ook een aantal daarvan aan u hebben toegestuurd, zagen we de aansprekende resultaten op diverse voornemens en targets bereikt worden, tot en met maart 2020. De grote gamechanger was corona, en meerdere mensen hebben daar, vind ik, heel mooi over gesproken. Ik denk dat de mensen uit de stad die luisteren, hebben gezien dat u de stad daarin aangevoeld heeft voor wat een enorme impact dat had. Ziekte, voor heel veel Rotterdammers. Volle ziekenhuizen. Overlijdens, ook van mensen heel dichtbij. Sociale beperkingen die het leven veranderden en voor heel veel mensen onaangenaam maakten. De stad en het leven in de stad bijna eng gewijzigd. En Rotterdam dagelijks in het nieuws. Maar niet op de manier waarop je wilt. In het coronanieuws. Natuurlijk waren we er ook een

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1224

beetje trots op hoe we mee konden doen in corona, en hoe onze burgemeester daar ook de kar trok. We hebben daar ook allemaal heel graag aan geholpen, maar het was veel leuker om in het nieuws te zijn met het Eurovisie Songfestival en de losse heupen van collega Kasmi te zien, en wij deden ook ons best voorzitter. We waren in het verkeerde nieuws, in het coronanieuws. Komen er geen interrupties over onze danskwaliteiten? De VOORZITTER. De heer Koster. De heer KOSTER (lr). Dank u wel. De heer Kasmi zei na afloop van het Songfestival dat het voor € 22 miljoen een schijntje was geweest voor de promotie. We hebben het Songfestival gezien, dat weinig uitloop heeft gehad in de stad, weinig de beoogde feesten eromheen, ook de zaal zat vol. Bent u het met wethouder Kasmi eens dat die € 22 miljoen inderdaad een schijntje was voor de promotie van de stad? De heer WIJBENGA (vvd) (wethouder). Ik denk dat het een figure of speach is. € 22 miljoen is gewoon hartstikke veel geld. Het is een enorm bedrag, dus dat zouden we nooit een schijntje noemen. In het licht van de hele wereld die opgesloten is geweest en die een moraalboost nodig had, is het wel geweldig dat je dat als stad hebt mogen aanbieden, dat heel Europa ineens op een andere manier bezig was en dat iedereen naar dat ene showprogramma heeft gekeken. Ja, in dit perspectief zie ik zijn uitspraak als heel begrijpelijk en terecht.

Maar het blijft natuurlijk voor de stad wel veel geld. En we hopen dat de reputatie die we ermee krijgen op de lange termijn toch ook iets oplevert van retour daarop. Maar ik heb het echt gezien als een uitspraak in blijdschap, dat de wereld weer kon zien dat het na corona ook weer door kon gaan. De VOORZITTER. De heer Koster. De heer KOSTER (lr). Dank voor deze toch wel andere uitleg. Ik moet zeggen dat ik ook wel schrok van de uitspraak, want € 22 miljoen, en zeker voor een uitgeklede versie, is verdomd veel geld. Ik denk dat wij met z'n allen, en u als college spreek ik daar ook op aan, moeten zorgen dat er nog een spin-off komt uit het Songfestival. Daar hebben we ook met een aantal partijen een motie voor ingediend, die later weer is ingetrokken. Ik zou toch echt aan het college en vooral aan wethouder Kasmi willen vragen, dus ik hoop dat u dat door kunt geven, dat er wordt gezorgd voor een spin-off. Dat we waar voor ons geld krijgen en dat voor die € 22 miljoen, wat geen schijntje is, zoveel mogelijk terugkomt voor de Rotterdammer. De heer WIJBENGA (vvd) (wethouder). Ik vind dat een heel terechte oproep, dat we nu niet stoppen maar dat we het nog verder verzilveren. Het is niet voor niks dat heel Europa even naar Rotterdam heeft gekeken en genoten heeft van wat hier kon.

Laten we dat inderdaad verder versterken met onze marketing, met Rotterdam Partners, met Rotterdam Festivals, met ons hotel- en horecabeleid en met ons toerismebeleid. Deze opmerking is aan het goede adres en komt bij collega Kasmi terecht. De economie heeft klappen gekregen in 2020. Heftige klappen. Gek genoeg zie je in de economie ook dat de klappen niet overal hetzelfde zijn en dat er zelfs sectoren zijn die geprofiteerd hebben van de veranderende omstandigheden. Maar ook heel veel mensen zijn werk verloren en ik denk dat we hier allemaal wel mensen kennen uit de stad die werk zijn verloren. Dat zijn allemaal persoonlijke drama's geweest. Wat doe je dan als college? In de traditie van samenwerken met elkaar, hier, raad met college en met de stad, hebben we gekozen voor een traject onder leiding van verkenner Van Dommelen. De conclusies en de aanbevelingen komen echt uit alle fracties. Die zijn gewogen, naast elkaar gelegd en voorzien van goede beoordelingen. Die hebben hier ook in de discussie geleid tot aanbevelingen die we overgenomen hebben, namelijk: ondersteun de coronaslachtoffers en

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1225

laat het fundament, de humuslaag van de stad intact. Zet in op omscholing van mensen die van het oude werk kwijt, moeten voorbereiden op post-corona, naar het nieuwe werk. Dat hebben we opgepakt met een stevig scholingsfonds. En het derde was: geef de economie zo snel mogelijk als het kan weer een boost door te investeren. Die investeringen zien we als college op allerlei punten terug en daar zijn we in 2020 ook mee begonnen, waarbij de stadsprojecten dan het meest de aandacht hebben getrokken. Geef de economie weer een boost door te investeren. Een aantal raadsleden heeft gezegd: maar jullie hadden toch op die doorbraak die targets geformuleerd? Heb je die nu wel of niet gehaald? U had daar ook best kritische woorden over, mijnheer Koster. Ja, een aantal targets zijn onhaalbaar geworden en zijn ook veranderd in de score vorig jaar. Maar als ik kijk naar waar we nu staan op de targets, zie ik dat er zeven van de veertien targets zeker gehaald gaan worden. Drie targets moeten nog gemeten worden, bijvoorbeeld eenzaamheid onder ouderen. Dat weten we nog niet, drie zijn nog niet bekend. En vier zullen zeer waarschijnlijk niet gehaald worden. Daarvan is zeker voor een deel ook corona te noemen.

Ik wil nu niet even helemaal in de techniek, want dat gaat de Rekenkamer straks objectief doen, maar het idee dat we met de coronaellende onze targets en ook daarmee een beetje onze doorbraken bij het oud vuil hebben gezet, is niet waar. Er zijn dus zeven targets die we gewoon gaan halen. En drie kunnen we nog gaan halen, maar dat moeten we nog meten. Dan een paar voorbeelden om als college af te ronden voorzitter, waarom we toch op 2020 met al die moeilijkheden in de context toch ook positief kunnen terugkijken. Niet het geplande aantal, maar toch 11.000 nieuwe woningen start bouw, en een goedgekeurd plan. Een pittige aanpak die al in werking is voor malafide verhuurders. € 1 miljoen extra voor jongeren, zzp'ers en gezinnen. Een speciale Corona-aanpak Armoede en Schulden, een voorbeeld in het hele land. 1500 fietsparkeerplaatsen in onze stad. En dat is nodig, dat weten we ook, 500 meer dan als target was genomen. Een park-and-ridevoorziening Hoek van Holland, in 2020 geopend. Honderd daklozen aan een woning geholpen. Sportverenigingen staan allemaal overeind, er is niet één sportvereniging in Rotterdam die het loodje heeft gelegd ondanks corona. We hebben 78 leegstaande winkelpanden, bovenop de target die we hadden, getransformeerd naar woningen. Hartstikke goed, want juist winkelpanden komen vaker vrij en woningen kunnen dan meer benut worden.

Geen enkele straat overschrijdt meer de Europese stikstofnorm. Een aantal van u heeft daar al voorbeelden van genoemd. De topaanpak voor Rotterdammers met recente werkervaring is ingezet. De stadsprojecten zijn allemaal in voorbereiding genomen, we hebben participatietrajecten achter de rug in 2020 met enige hindernissen, maar het is toch gelukt en de ontwerpen zijn of worden nu afgerond. Morgen mag ik met collega Bas Kurvers fysiek beginnen met het Rijnhavenpark, want daar gaan we baggeren opdat daarna het dempen kan beginnen. Een hartstikke leuk fysiek begin. Dus dat is ook allemaal doorgegaan. We hebben een noodfonds voor de culturele sector gedaan waardoor naast wat het rijk kon doen, we echt gezorgd hebben dat de Rotterdamse instellingen er staan. En die staan er nog. Dat is wel heel mooi. En Blijdorp en Ahoy ook. Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid voorzitter, u geeft daar zelf ook leiding aan, met Richard Moti, draait op volle toeren in die verschillende sectoren. De Zomercampus is uitgevoerd, 6000 kinderen hebben vorig jaar zomer extra les gehad omdat ze achterstanden opliepen door corona. We hopen dat straks in de meting van de schoolprestaties terug te zien.

De aanpak van ondermijning, een heel vervelend fenomeen op heel veel plaatsen, is in volle kracht doorgezet en de burgemeester kon zelfs het nieuws brengen dat dat nu naast inhoudelijke steun ook financiële steun krijgt van het rijk. In Carnisse is de burgemeester iedere vrijdag te zien en aan te spreken, dus we zien in Carnisse nu ineens op een van de focuswijken waar achterstand zich het meest hardnekkig manifesteerde, ook een trendbreuk ontstaan. 2020, naast al die ellende toch een jaar waarin heel veel gebeurd is. Voorzitter, dan heb ik een paar opmerkingen als wethouder te maken. Ik zal dat kort en bondig doen. Heel veel is gezegd over afval en ik snap dat helemaal. Als afvalwethouder heb je af en toe wel een zwaar lot, maar wat me helpt is dan weleens om goed de dagbladen te

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1226

lezen. Hoe gaat het nu in die andere gemeenten en hoe gaat het in de regio? Dan zie ik dat heel Nederland zucht onder dat afval. Er is meer afval, de afvalstromen zijn anders en er is ook meer afval op straat. Met die meer kilo's en met meer mensen in de buitenruimte en meer afval op straat hebben we ook nog eens gezien dat de burgemeester een heel groot beroep heeft gedaan op de gemeentelijke handhavers om de coronaregels te handhaven. Dus we hebben vorig jaar zes tot negen maanden eigenlijk vooral coronaregels moeten zien na te leven. Inmiddels kan ik zeggen, maar dat is niet meer 2020 – dit gaat over 2020 en dat is een slecht jaar geweest voor afval, ik kan het niet anders zeggen – maar nu zijn we weer volle bak aan het werk op de drie pijlers. Ja, volle bak in de bak. En volle bakken legen we. Daar hoort bij: Stadsbeheer gewoon lekker aan de gang met zo goed mogelijk zijn werk te doen en daar ook innovatieve dingen in toe te passen. Dat voert hier te ver, denk ik. Natuurlijk gaan we door met al die vrijwilligers en de voorlichting, maar waarmee we ook weer begonnen zijn vanaf januari, is de handhaving weer heel pittig te doen. Want alle Rotterdammers weten: zonder handhaving gaat het ook niet goed op dit punt. Restafval, dat geef ik aandacht samen met collega Bonte. Er is terecht door een aantal raadsleden aandacht voor gevraagd.

Interessant is dat de Rotterdammers meer scheiden, ook in 2020 meer zijn gaan scheiden, maar dat de hoeveelheid kilo's zodanig is veranderd dat de hoeveelheid restafval is toegenomen. En dat is uiteindelijk ons target geweest, dus daar gaan we niet goed in. Dat is wel conform het beeld van Amsterdam en ook Den Haag, dus die grote gestapelde dichtbebouwde steden hebben een beetje datzelfde probleem. We hebben nog heel veel plannen in de mouw om dat aan te pakken, want we willen gewoon weer terug naar het target van 250 kilo restafval in 2021 en uiteindelijk, ik durf het bijna niet te zeggen, naar 0. De motie van GroenLinks is daarin stimulerend, vinden wij, om gewoon weer in volle vaart de aanpak op dat restafval op te pakken, inzichtelijk te maken hoe we dat doen, waar we dat doen en daarover in de volgende jaarrekening te rapporteren. Ik kan me zomaar voorstellen dat die motie heel veel steun krijgt. Wij zullen er een eer in leggen om dat uit te voeren, en ik doe dat met collega Bonte. Camera's. De heer Verheij vroeg naar de camera's. Het is mooi dat in 2020 99% van de camera's gedigitaliseerd is. De laatste procent moest nog dit jaar en dat is ook gebeurd. De burgemeester heeft het zelf gecontroleerd op de Beijerlandselaan. Daar hebben we hem digitaal in beeld gehad toen hij checkte of ook de Beijerlandselaancamera niet meer analoog maar digitaal was.

Dat is nu 100% voor elkaar. Dat vind ik echt heel fijn en dat geeft ons heel veel kans op het werk, maar ook op het herkennen als er echt ernstige dingen gebeurd zijn. Maar ook de kwantiteit. Er zijn ook tientallen plaatsingen geweest, wel altijd door een zorgvuldige procedure. Statushouders. Voor statushouders hebben we extra hard moeten lopen, mijnheer Vonk, en ik kan zeggen: dat blijven we doen. Bij statushouders speelt sowieso de extra inzet op toebrengen naar werk, de job coaching. Er is een dedicated team ingezet en daar gaan we mee door. Maar wat ook extra is gedaan, is het contactarm verhuizen. Dat is heel apart, want met al die hindernissen die er zijn, dat je een opname van een huis doet met videofoon. Daar hebben de ambtenaren echt een trend in gezet en dat wordt nu op allerlei plaatsen overgenomen. Maar daar gaan we ook mee door. En we gaan verder op zoek naar taalmaatjes, want de opgave met zoveel meer statushouders dan de twee, drie jaar hiervoor, maakt ook het beroep op vrijwilligers weer groter en dat is nog niet oké, dus dat vraagt extra inzet. Dus u heeft dat punt gemaakt en ik doe u die toezegging. Black Lives Matter. Het koloniaal slavernijverleden kwam bij elkaar vorig jaar. DENK en VVD hebben met heel veel steun van de raad daar een initiatiefvoorstel in gedaan. Alle hens aan dek.

In de commissie WIISA is heel geregeld een pittig en goed debat over wat we daarin moeten doen. Ik wil tegen mevrouw Arsieni zeggen dat vanmorgen in het college een brief is vastgesteld die naar de commissie WIISA toegaat. Daarin beschrijven we het punt van wat wij als gemeente doen aan inclusief werken en aan antidiscriminatie, de rol die we daarin ambtenaren toedichten en hoe we ze daarbij helpen. Hij staat op uw agenda van 23 juni. Ik zou bijna zeggen: ik kan een heel snelle toezegging doen en meteen zeggen dat hij is

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1227

ingevuld, maar de eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat hij al onderweg is naar u. Dus 23 juni komt hij verder. In 2020 is dat ondanks de hindernissen toch doorgegaan. Voorzitter, dat waren mijn punten, dank u wel. De VOORZITTER. Dank u zeer. Dan gaan we naar de wethouder Financiën. De heer VAN GILS (d66) (wethouder). Dank u wel voorzitter. Ik heb goed geluisterd naar de heer Verheij. Kort, bondig en compact beantwoorden. Dat ga ik proberen. Allereerst dank voor de vele complimenten aan de organisatie. Die zijn terecht. De organisatie heeft zich het afgelopen jaar van haar beste kant laten zien. Laat ik overigens ook beginnen met complimenten aan de COR te geven, want zorgen dat de jaarrekening weer onder dit gesternte met ook zoveel Tozo-regelingen en bijzonderheden en werken er onder coronacondities moest komen, heeft ook veel gevraagd van de accountant, maar ook van u. Dus dank voor de inzet van de leden van de COR daarbij. Maar de organisatie heeft het stevig voor haar kiezen gehad en heeft het gewoon goed gedaan. Laat ik beginnen te zeggen dat ik blij ben en de heer Tak zei dat al, en ook eer aan de heer Jami, die in het verleden zei: gaat het bij Werk en Inkomen wel goed? Maar met name ook de motie 'Zeker zijn van een baan' heeft ertoe geleid dat wij naast die inhuur terugdringen, dat gelukkig op tijd en stevig hebben aangepakt.

Dat betekent dat als u nu terugkijkt, u ziet dat er zeker bij Werk en Inkomen aanzienlijk veel mensen in dienst gekomen zijn. Dat bleek goud waard, want later met de corona-aanpak wilde iedereen meer bijstandsmedewerkers hebben om die taken uit te voeren en toen hadden we ze. En die mensen zijn supergemotiveerd, dus u ziet minder inhuur, grotere tevredenheid, laag verzuim, goede prestaties. Dus mede door uw toedoen, dat houdt ons scherp, was dat goed gegaan. De hele organisatie was flexibel. Meer dan andere gemeenten hebben we heel snel geschakeld met de hele ICT-omgeving. Dat ziet u ook in de financiële stukken terug. Meer in devices, minder in andere programma's, maar we hebben tempo gemaakt. We hebben tempo gemaakt, collega Wijbenga zei dat net, met videobellen en het toegankelijk maken, op een persoonlijke en veilige manier zaken doen met de gemeente. Er is een enorme flexibiliteit betracht door te zeggen: we gaan met eigen mensen de Tozo doen en dat niet aan Maandag of EIFFEL of een bureau uitbesteden. Kosten gereduceerd, contact houden met je eigen mensen en het uiteindelijk goed kunnen verantwoorden. De BOA's zijn andere dingen gaan doen, afval is.., de GGD is enorm ondersteund van zorg voor het feit dat de directeur haar werk kan blijven doen en ondersteuning tot heel veel mensen die dat gedaan hebben.

Dat heeft ons zowel heel veel kosten bespaard als ook grote betrokkenheid gegeven. Mensen die ooit gekozen hebben voor de publieke zaak, hebben gezien hoe belangrijk dat is. Die hebben zich verantwoordelijk gedragen en dat zie je terug in laag verzuim, hoge tevredenheid en goede prestaties. Daar ben ik trots op, maar dat zijn anderen ook. Laten we kijken in deze stad dat niet de stad, de gemeente het alleen zelf gedaan heeft. Dan kom ik toch bij de heer Koster. Hij zegt: dat komt doordat het rijk het doet. De heer Wijbenga zei al: Rotterdam en het rijk hebben schouder aan schouder gestaan. Iedere keer kon u beelden van het Erasmus MC zien, zaten we vooraan in de crisis en de Veiligheidsregio was mede bedenker van de uitvoerbaarheid van alle maatregelen die er waren. Onze haven, mag ik dan als portefeuillehouder even als uitstapje maken, is een van de weinige havens die heeft gezegd: als u met gezondheids- en coronagevallen aan boord zit, kunt u hier binnenlopen, u kunt hier veilig komen. Humanitaire afspraken dat ze een bemanningswisseling, waar ze overal geweigerd zijn, hier in de haven veilig en goed konden doen. Dat is doorgegaan en de haven heeft daarmee niet alleen gewoon laten zien dat ze dat ook onder moeilijke omstandigheden kunnen doen, maar heeft ook iets laten zien van zijn gastvrijheid en zorgvuldigheid. En daar ben ik trots op.

Misschien nog wel meer hebben we heel veel met de stad gedaan. Dat betekent dat ook filantropen geholpen hebben als het ging over laptops. Grote bedrijven hebben meegewerkt om dat gedaan te krijgen en dat heeft ook gerealiseerd dat wij dingen

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1228

hebben kunnen doen die uiteindelijk voor de stad en aan onze inwoners ten goede zijn gekomen, en niet onmiddellijk en ten volle op last van de gemeentebegroting kwamen. Want uiteindelijk kunnen wij wel zeggen dat de gemeente dat moet doen, maar dat is geld van de Rotterdammers. Dus als anderen dat doen die het kunnen dragen, willen dragen, is het hartstikke goed. Dan sluit ik aan bij de heer Vonk, die zegt: dat maatschappelijke initiatief, hier en daar de boodschappenservice, op wijkniveau, de kerken die erin staan, voedselbanken die er gekomen zijn, dat is uiteindelijk sociale cohesie. En een goede stad is uiteindelijk, als die de vertrouwdheid heeft van een dorp en de onbevangenheid en de openheid van een grote stad, dat is Rotterdam op zijn best. Als het moeilijk wordt, dan zijn we daar. Dat heeft financieel ook gewerkt, doordat we meer hebben kunnen doen, sneller een aantal dingen hebben kunnen doen dan sommige anderen en dat we dat hebben kunnen doen door uiteindelijk niet uit die Eneco-pot te snoepen. Zoals u aan de cijfers ziet is dat een forse baat die hier binnengekomen is en dat betekent dat we heel robuust zijn. Maar niet door te zeggen: o, dat is lekker makkelijk. Dus daar heeft u heel strenge regels voor gegeven. Die hebben we geïmplementeerd, dus daar zijn we niet aan gekomen, maar niettemin woekeren met geld, eigen middelen.

We reizen niet, we ontvangen niet, we gaan niet naar opleidingen, we gaan andere dingen doen. Van dat geld hebben we niet gezegd: wat gaan we er dan mee doen? Dat hebben we meteen ingezet door het te stoppen in 'Rotterdam. Sterker door'. Dan naar mevrouw Arsieni. Die menselijke maat heeft eigenlijk steeds centraal gestaan. Als het ging over de terrasvlonders, als het ging over maatwerk voor ondernemers, als het gaat over veiligheid en anderszins in de horeca, wat kan er wel? Om te zeggen: dichtbij gaan we dat doen en niet zeggen: we hebben een visie en een beleid. Nee, we gaan kijken wat er wel kan. Maatwerk op het gebied van schulden en uitstel, of het nu bij belastingen ging of om vastgoed. Dat blijven we doen. We hebben vanavond besloten in het college om de precario voor terrassen voor 2020 en 2021 niet in rekening te brengen. Het zijn kleine beetjes, maar voor mensen geeft het uiting aan solidariteit: we zien dat jullie het lastig hebben. Wat wij kunnen doen om het makkelijker te maken, dat doen we ook. Daar zal straks denk ik een andere collega meer over zeggen, hoe we dat met ondernemers verder willen gaan doen, hoe we dat in de wijken en buurten doen, maar dat is de aanpak. Die laten we niet los. Meer over de menselijke maat, dat zit natuurlijk voor een deel in waar we het donderdag over gaan hebben, over Wijk aan Zet en nabijheid.

Maar dat gaat ook zitten in de brief die we u toezeggen over hoe we die menselijke maat nu op veel meer terreinen zichtbaar gaan maken. Die krijgt u voor het reces. Dan het beeld naar de macrocijfers. We hebben goed gedraaid, om het zo maar te zeggen, met een positief resultaat. Dat is inderdaad voor een deel door de tegemoetkomingen van het rijk die nog toezien op uitkeringen die we nu doen op het gebied van sport of cultuur. Maar op het gebied van zorg, en met name jeugd en Wmo, is er gewoon een disbalans, niet alleen voor Rotterdam, dat we echt veel te weinig krijgen. Daar zijn we druk mee bezig. De heer De Langen zal daar vast meer over vertellen. Hij is aanvoerder geweest van de VNG op dit terrein als voorzitter van de bestuurscommissie van de VNG, om te zeggen dat er meer geld moet komen. Dat is nu incidenteel geregeld, tenminste voor de jeugd. Er ligt een pakket dat er beter uit gaat zien, maar daar moet een nieuw kabinet uiteindelijk een besluit in nemen. Er ligt een voorstel om tot herijking te komen in het sociaal domein, wat naar verwachting een betere balans heeft. Gaan we daarop wachten? Nee, we hebben voldoende buffers ingezet, het zijn openeindregelingen. Als mensen ergens recht op hebben, dan moeten ze ook daadwerkelijk daar aanspraak op kunnen maken.

Dat willen we niet ineens in paniekvoetbal laten doen en bij u terugkomen om aanvullende kredieten of anderszins. Daarom zit er zeg maar een egalisatiereserve of in dit geval niet zozeer mee- en tegenvallers, maar een buffer om tegenslagen te voorkomen. Die is voldoende aangesterkt. Ook ziet u dat er in de voorjaarsnota nog een plus op zit, ondanks dat er goede signalen van het rijk zijn. Dat is gewoon robuust begroten. Daarmee kunnen we waarmaken dat mensen

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1229

die zorg en hulp nodig hebben dat ook krijgen, maar we rekenen erop dat als er een nieuw kabinet aantreedt, wij met meer rijksmiddelen daar minder eigen geld in moeten stoppen, want dat was daar niet de bedoeling voor. Dat over het algeheel. Als ik dan kijk naar de vragen, was er nog een vraag van de heer Segers-Hoogendoorn over de landtong. U heeft helemaal gelijk. We hadden gehoopt dat af te ronden. Ik ben daar laatst nog geweest en collega Vermeij ook. We gaan dat in deze collegeperiode afronden. Het bleek wat ingewikkelder te zijn met de compensatie, omdat gewoon financieel verrekend moet worden met het Havenbedrijf Rotterdam hoe we dat doen. Daar zijn collega Wijbenga en ik, waar het gaat over kades, muren en Merwe-Vierhavens druk mee aan de slag. Er geldt een moratorium, er gebeurt niets, dus de veiligheid dat we die top gaan bouwen, is gegeven. En we zullen nog in deze periode erop komen, dus dat weet men in Rozenburg. Ik had gehoopt dat het opgelost was, maar we zijn er druk mee. U kunt het dus tegemoet zien. De vraag van de heer Vonk over structurele zorg heb ik beantwoord. Verder zijn er twee vragen die de kant opgaan van de heer Kasmi. Ook met het oog op de compactheid, geef ik als u mij toestaat daar antwoord op.

De ene was: hoe zit het met de soliditeit van de culturele instellingen? Antwoord: die biedt, ook met de noodsteunpakketten die er gekomen zijn, onder de noodregeling die u vastgelegd heeft, voldoende soelaas. Er zijn ook voor dit jaar nog middelen beschikbaar om dat te doen. We hebben coulanceregelingen voor huur waar men in gemeentelijk vastgoed zit. Er komt binnenkort een rapportage aan over het eerste kwartaal 2021. Wij denken zeker nu corona zich ontwikkelt zoals het zich ontwikkelt, dat dat oplosbaar moet zijn met de middelen die we hebben. Mocht dat anders zijn of niet, u wordt daar gewoon van op de hoogte gehouden, maar op dit moment is het beeld dat er voldoende middelen zijn om daaraan tegemoet te komen. De andere vraag was naar de spin-off van het Eurovisie Songfestival, vorig jaar was dat al. We hadden al middelen vrijgemaakt om te zeggen: hoe zetten we de stad weer in de markt, in de zin van aantrekkelijk maken voor bezoek. Die worden, niet alleen op grond van het Songfestival, maar wel gebruikt. De performance die er is en het mooie Ahoy dat daar ineens zichtbaar was, om het daar ook op te richten, om dat ook de legacy te laten zijn om dat te doen. Ongetwijfeld zal collega Vermeij daar nog iets meer over zeggen. Dan rest mij een viertal moties die u heeft ingediend. Motie 4 van de Partij voor de Dieren, 'Gemeente Rotterdam voldoet aan de privacywetgeving'.

Ik zou die in deze vorm willen ontraden, omdat het vraagt om een plan van aanpak. Ik moet constateren dat er al een heel plan ligt, waarvan we op ongeveer 80% van de uitvoering zitten. Ik zou de indiener willen vragen om even in contact te kijken naar een formulering, want ik deel het belang dat het belangrijk is dat we eraan hechten en dat we erover rapporteren in de P&C. Als u dus in die zin een ander dictum kan geven, dan zou ik hem willen omarmen, want daarin verschillen wij niet van mening. Maar op dit moment vragen om een plan, terwijl we al zo ver zijn, zou wat overbodig zijn. Motie 5, 'Geen businessunit in De Kuip', wil het college ontraden. We hebben sinds jaar en dag relatiebeheer. Dat zit soms in de sportieve kant, dan is het Feyenoord, soms een keer iets bij een CEO of andere dingen die er mogelijk zijn in de stad of bij North Sea Jazz Festival in Ahoy, waarin we gasten ontvangen. We hebben nieuwjaarsconcerten en soms doen we dat bij een Philharmonisch Gala nog eens een keer in de Doelen. Dus kortom, dat zit in een evenwichtig pakket. Dat is niet een feestje van wethouders, maar het is gewoon representatief. Daarin kunnen verschillende doelen gediend worden en op dit moment zien we geen aanleiding om daar verandering in te brengen. De VOORZITTER. De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Dank u voorzitter.

Die businessunit is natuurlijk alleen toegankelijk voor leden van het college. En wie u daar ontvangt, is de raad volkomen duister. Want er wordt geen verantwoording afgelegd over wie daar gebruikmaken van die

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1230

businessunit buiten de collegeleden. Dus ja, als u hem niet kunt omarmen, bent u dan wel bereid om de raad een overzicht te geven van welke mensen daar dan allemaal op uitnodiging van het college komen? Ik denk dat de gemeenteraad dat wel graag zou willen weten. De heer VAN GILS (d66) (wethouder). Dan heb ik me misschien niet helemaal goed uitgedrukt. De essentie is dat het dus niet is: wie wil er naar de voetbal? Het is ook niet zo dat we iedere keer zeggen: doe mij maar de businessunit. De essentie is dat het hoogwaardige en relatief kostbare, dat ben ik met u eens, inzet is om die bijzondere plek in te zetten voor relatiebeheer. Dat kan soms zijn in het kader van acquisitie, mensen die zich willen vestigen en kijken wat er in Rotterdam te doen is. Het kan in de bedrijvenhoek zijn. Soms gaat het over bewindspersonen, Kamerleden of anderszins in het politieke domein. Soms is het van de bezoekende partij, en halen we mensen die dat heel leuk vinden om hun club te zien verliezen – hopen wij dan – tegen Feyenoord, maar ze daar graag een arm om de schouder willen geven, als dat weer mag. Dus dat is daarin verschillend. Dit kan echter alleen maar als er vertrouwen is dat we dat op die manier doen, en niet gaan verantwoorden: met wie heeft u waar gesproken. Er is niets geheimzinnigs aan, maar dat is algeheel relatiebeheer zoals we dat doen.

Dat is wat al lang in onze mix zit van activiteiten en wij zien geen aanleiding om dat anders te doen. Ik begrijp dat u er anders over denkt, maar het college is redelijk zeker van deze mix die we de afgelopen tijd hebben. En juist als we de komende tijd weer meer willen doen om de stad op de kaart te zetten, is het van belang dat wat we hebben, we dat ook houden. De VOORZITTER. De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Ja, dank u voorzitter. Ik ben het er niet helemaal mee eens. Je hebt zat festiviteiten in Rotterdam waar je dat kan doen. Maar even om een duidelijk beeld te krijgen, kan het kloppen dat als er bijvoorbeeld Tweede Kamerleden worden uitgenodigd, het voornamelijk VVD-Tweede Kamerleden zijn? De heer VAN GILS (d66) (wethouder). Daar zijn er relatief veel van; dat is het enige wat ik kan constateren. Dus als we dat daarvoor corrigeren, weet ik niet of dat zo is. De essentie is dat het geen box is voor vriendjes, het is niet om persoonlijke relaties... Het is dus afgewogen en dat wordt ook netjes door externe betrekkingen beheerd, zodat dat goed en zorgvuldig gebeurt. Ik snap dat u er misschien anders over denkt, maar dit is de opvatting van het college. De VOORZITTER. De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Ja, dank voorzitter. Maar als er nu een thuiswedstrijd is. Stel, er is zondag een thuiswedstrijd.

Wie bepaalt dan wie er komt en wie is er dan aanwezig van het college? Hoe gaat dat nu in zijn werk? De gemeenteraad heeft daar geen enkele invloed op. Het lijkt me toch logisch dat het hoogste orgaan mag weten wie er allemaal gebruik van maken, jaar in, jaar uit. De heer VAN GILS (d66) (wethouder). De essentie van relatiebeheer is dat je niet voortdurend zegt met wie je praat en waarover. Dan maak je er feitelijk een redelijk bureaucratisch proces van. Wat we doen, is soms op een thema, soms een actualiteit. Het kan ook zijn om een keer gewone Rotterdammers in het zonnetje te zetten, omdat ze zeggen: wij willen dit laten zien als incentives wat voor fantastisch jullie hebben gedaan. Het beeld is dus dat het niet is: wij zitten hier met – ik noem maar even – partijgenoten of anderszins, het is of thematisch ingevuld, en dat kan heel verschillend zijn, van internationale

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1231

bedrijvigheid tot bewindspersonen tot besturen van andere gemeenten, bedrijven die elders zitten, tot Rotterdammers die je op de een of andere manier echt een keer een pluim geeft. En daar willen we niet in precisie over gaan verantwoorden. U moet dat vertrouwen hebben in de aanpak van het college, dus dat is wat het college daarvan vindt. Motie 6, 'Technische voorbereiding geïnterviewden raadsenquêtes weggegooid geld'. Die wil het college ontraden, omdat we denken dat de premisse die eronder schuilgaat, niet klopt. Het gaat niet over een commercieel adviesbureau, het gaat over een groot advocatenkantoor dat zegt: wij zorgen dat mensen ten minste even de rust hebben: wat gebeurt er in een enquêtecommissie, wat mag je wel, wat mag je niet, waar moet je op letten, wat heb je uit je eigen waarneming, wat is hear-say, hoe bereid je je erop voor. Zoals uw raad zegt, als er een commissie komt, wij willen ook ondersteund worden door een goed bureau. Leden van een enquêtecommissie zeggen: hoe doe je dat nu, stel je de goede vragen, waar moet je op letten, is dit het? Dat doen we juist met een extern bureau, omdat we niet de schijn willen hebben dat het college daar op de inhoud gaat zitten.

Want over het algemeen is het natuurlijk toch ook het college of de gemeente waar een onderzoek naar gedaan wordt, omdat er dingen niet goed zijn gegaan, Dus dat het college feitelijk zegt: wij gaan u al een beetje briefen en helpen om u daarop voor te bereiden. De schijn dat dat zou kunnen betekenen dat we daar op de inhoud gaan zitten, willen we niet. U moet zich ook realiseren dat er een groep mensen is die zegt: gut, heel vroeger heb ik hier eens een keer gewerkt of ben ik hier bestuurder geweest. Intussen zit dat ver achter me, en nu krijg ik ineens dit, wat overkomt mij? Of help mij daarin. Dus een zeer bescheiden bijdrage, gewoon professioneel, het gaat niet over de inhoud. We gaan niet zeggen wat je wel en niet moet zeggen. Het gaat er alleen over wat je kunt verwachten en hoe je daar even op voorbereid kan worden dat dat goed gaat. Wij vinden dat dus een professionele manier om dat te doen. De laatste motie gaat over een paragraaf in het jaarverslag over filantropie. Die moet het college ontraden. Filantropie is nooit het in de plaats treden van wat de gemeente doet. Het is altijd een eigen initiatief dat on top of van de gemeente is. Vaak doen anderen een publiek doel, ze zijn SchuldHulpMaatje, of ze helpen charitatief.

De heer Vonk schetste nog even het rapport dat inzichtelijk gemaakt heeft wat eigenlijk de collectieve waarde is van wat anderen doen, die, als ze dat niet zouden doen, een groot beroep zouden hebben gedaan op de gemeente. Dat betekent dat het daarmee ook die verantwoordelijkheid is en dat die niet onder de verantwoording valt van het college, ook niet geconsolideerd wordt in de jaarrekening en ook niet aan uw raad tegemoetkomt, omdat dat echt een door elkaar halen zou zijn van de belangen. Dan ben ik hiermee door mijn bijdrage heen. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Dank u voorzitter. Maar in het jaarverslag maakt u melding van inspanningen van die publieke doelen en dan leest het alsof het college dat doet, maar dat is dus niet zo, want bepaalde projecten worden dus gewoon door een filantroop gefinancierd. Dan krijg je dus een mistig gebied van wat nu publiek is en wat nu betaald is door een ander. En een filantroop bepaalt natuurlijk altijd zelf, want een filantroop betaalt, dus die wil invloed, die wil er iets voor terug. Het wordt dan dus schimmig, want een filantroop zegt dan: ik wil dat. Dat wordt allemaal zeer onduidelijk. Dus wat is er nu op tegen om gewoon duidelijk te maken: dit project, ik noem maar wat: Mentoren op Zuid, is betaald door een filantroop.

Dan is dat duidelijk en dan kunnen wij dat democratisch controleren. Nu heeft de raad geen enkel middel om een filantroop democratisch te controleren en dat lijkt me niet verstandig voor een grote stad als Rotterdam. De VOORZITTER. Wethouder.

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1232

De heer VAN GILS (d66) (wethouder). Wij moeten geen goede sier gaan maken door te zeggen: kijk eens wat wij doen, terwijl het de facto niet wij zijn als gemeente die het doen. Want dat zou denk ik niet chic zijn en niet terecht. Op het moment dat je zegt: er worden projecten gedaan, een Zomercampus, waarin de gemeente zegt: dat hebben we met elkaar belangrijk gevonden, maar niettemin zien we dat daar soms het Albeda College of andere instellingen een bijdrage aan leveren, dat soms bedrijven zeggen: wij leveren de lunch of broodjes of wij leveren de inzet van medewerkers om het mogelijk te maken, dan vinden we dat dat moet kunnen, en dat we dan we niet gaan zeggen: ho ho, wie is dat en hoe zit dat? In zo'n project moet dan wel duidelijk gekeken worden met wie we zaken doen en of dat ook inderdaad past bij het project. Daar mag u bij dat soort projecten vragen over stellen. Maar het zou raar zijn om te zeggen over wat anderen doen op vrijwillige basis om vaak op eigen initiatief of anderszins te zeggen: als u dat belangrijk vindt, dan doen wij dat. Kunstenaars ondersteunen of opdrachten geven in foto's maken in de stad, of in het Batavierhuis te zeggen: hier bieden wij studio's aan. En zeggen: waarom doet de gemeente dat niet? Ja, de gemeente is er voor de stad en de stad is er niet voor de gemeente. Dus daar zit het in, dat we ten principale dat onderscheid willen houden.

Ik deel met u als u zou zeggen: het moet niet mistig zijn over dat een deel van de gemeentelijke middelen eigenlijk niet van de gemeente zijn maar van iets anders. Op die duidelijkheid zullen we letten. Maar we gaan geen verantwoording afleggen over wat filantropen doen, want dat hoort gewoon niet in de gemeentelijke begroting. Dank u wel. De VOORZITTER. De heer Van der Velden. De heer VAN DER VELDEN (pvdd). Dank u voorzitter. Ja, maar u maakt er goede sier mee. Dus er zijn publieke projecten die gefinancierd worden door een filantroop, en daar maakt het college goede sier mee. Dus eigenlijk zegt u: dat vinden wij prima, wij zijn er verantwoordelijk voor. Maar je belooft natuurlijk iets aan de mensen die er gebruik van maken. Die hebben ook een bepaalde verwachting. Ik noem maar wat, Mentoren op Zuid, Moeders van Rotterdam. Stel nu dat die filantroop ineens denkt: hé, de wind waait anders, ik trek mijn geld terug uit dit project. Dan zit je als gemeente. Dan heb je valse verwachtingen gewekt, dus je maakt je veel te afhankelijk van de willekeur van een filantroop. U vindt het allemaal prima, maar het lijkt mij niet echt heel erg handig om dat zo te doen. De heer VAN GILS (d66) (wethouder). U gaat nu van een aantal veronderstellingen uit die niet waar zijn. Ik kijk met een schuin oog, we wilden het een beetje compact houden.

Maar bij Moeders van Rotterdam of wat nu gebeurt met de Syrische vluchtelingen of anderszins, zijn er gewoon heel zakelijke en ook robuuste afspraken dat ze niet ineens weg kunnen lopen. Dat er soms sprake is, bij Moeders van Rotterdam, van overdracht, dat ze zeggen: wij willen wel leren en kijken of een pilot of een andere aanpak werkt, maar als die aanpak blijkt te werken, dan stappen wij er ook weer uit, want wij willen het op gang helpen. Dat is dus buitengewoon helder hoe dat zit. Er zitten geen risico's aan en die worden van tevoren onderkend. Dat betekent dat als het al zo zou zijn dat er onverhoopt iets gebeurt, dat iemand bij wijze van spreken niet in staat zou zijn om het te doen, te zeggen: nu is er iets wat we heel belangrijk vinden en een bijdrage valt weg. Dat komt weleens vaker voor. Dan is aan altijd aan onze kant: wat doen we ervan? Stappen we er zelf in of lossen we het op een andere manier op? Maar dat is geen reden om naar de totale filantropie in die publieke doelen te zeggen: daar gaan wij, de gemeente, ook in verantwoorden. Dank u wel. De VOORZITTER. Mijnheer Koster, ik zag u staan, maar u bent gaan zitten. De heer KOSTER (lr). Ja, ik had nog een vraag aan de wethouder. Wij lazen vorige week in het AD dat de lasten van corona niet bij de Rotterdammer zouden worden neergelegd, maar

raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021

Notulen pagina

1233

wie gaat die dan dragen? Als ze dan bij de rijksoverheid komen te liggen, en dan via de reguliere belasting alsnog door de Rotterdammer worden betaald, schieten we natuurlijk niets op. Verder hebben we gezien dat de woonlasten in 2020 met bijna 5% zijn gestegen tot € 774,00 per meerpersoonshuishouden. In 2021 stijgen deze kosten weer. Hoe ziet u dat in dat perspectief? Als laatste wil ik nog een opmerking plaatsen over de apparaatskosten per inwoner. Die gaan als ik het goed heb van € 1.583,00 naar € 1.673,00 per inwoner. Ik realiseer me heel goed dat we door de motie over de inhuurkrachten meer mensen in dienst hebben van Rotterdam en dat is ook goed. Maar ik denk toch dat het goed is dat we hier als raad, en ik nu in ieder geval namens Leefbaar Rotterdam, het signaal afgeven dat we iets aan die kosten moeten doen en dat die niet door blijven stijgen. De VOORZITTER. U gaat niet in debat met de heer Koster. Nee, hij zou de ruimte krijgen voor het stellen van een vraag. U mag die vraag stellen, maar u krijgt geen antwoord. Wethouder. De heer VAN GILS (d66) (wethouder). Ik denk dat het debat over de woonlasten zich bij uitstek leent voor de voorjaarsnota, want u vraagt ook hoe dat zit in 2021 en hoe dat verder in elkaar zit. Dus ook met het oog op de tijd zou mij lijken dat we dat nu niet gaan doen. Bij de apparaatskosten leveren wij keurig aan wat de benchmark is.

We zien op een paar terreinen compenserende dingen. We zien dat er meer ICT-uitgaven zijn gedaan in devices, thuiswerken, hybride werken en al dat soort dingen. We zien dat de inhuur omlaaggegaan is, ondanks de extreme inzet vanwege corona. We zien tegelijkertijd dat daarmee de eigen formatie en de middelen op dat punt wel toegenomen zijn. Die moeten altijd in verband met elkaar gezien worden. Ik maak me daar geen zorgen over omdat ik vind dat het goed gaat, zeker ook als je kijkt naar de andere grote steden, maar te allen tijde bereid, maar dan stel ik me voor om dat in MPOF nader te bezien, of een keer extra aandacht te geven in het kader van audits of anderszins in de normale jaarcyclus die we met de COR afspreken. De heer KOSTER (lr). Bedankt, maar mijn vraag is nog steeds: u gaat de lasten van corona niet bij de Rotterdammer neerleggen, maar wie gaat het dan betalen? De VOORZITTER. Wethouder. De heer VAN GILS (d66) (wethouder). In hoge mate hebben we de lasten zelf voor onze rekening genomen door flexibeler te werken, door een andere inzet van middelen, dus zeg maar vrij gespeeld geld dat we niet hebben uitgegeven, hebben we ingezet om coronasteun, 'Rotterdam. Sterker door.', te doen. Dat is een belangrijk deel dat we gedaan hebben, dus interne efficiency en flexibiliteit. Het tweede is dat we ruim gecompenseerd zijn door het rijk.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=19aad5bc-efa4-4220-9f66-38d1856ef5e9