20210615 en 20210617- Notulen van de raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Tekst van het document
Dat wordt nu opgeleid en de grootste uitdaging is, het is natuurlijk allemaal ongeveer in jaar 3, want we zijn drie jaar geleden begonnen met de start daarvan, om ze goede begeleiding en stageplekken te geven om ze ook daadwerkelijk aan het werk te laten gaan. Dat is even los van het vasthouden, omdat nog te veel mensen de zorg verlaten. Wat leuk is om te melden, is dat er een 3D-print is gemaakt. Check even mijn Twitter, dan kunt u dat zien. Dat heeft de Rotterdamse zorg zelf gedaan, om de zorg aantrekkelijk te maken, technologie eraan toe te voegen. En mijn collega Moti heeft natuurlijk het Leerwerkakkoord in de zorg. Dus ik denk dat we meer doen dan onze verantwoordelijkheid groot is, maar dat doen we bewust, omdat het probleem ook evident is. De eerste twee onderwerpen hebben ook met elkaar te maken, want het tekort aan personeel zal problematischer zijn dan het tekort aan geld. De VOORZITTER. De heer Postma. De heer POSTMA (gl). Ja, dank u wel voorzitter. Tijdens de coronacrisis raakten veel mensen hun baan kwijt, maar vooral in andere sectoren. In de zorg is de behoefte aan personeel onverminderd groot geweest. Heeft de wethouder dan ook nog specifiek gemerkt dat mensen vanuit andere sectoren naar de zorg gelokt konden worden, bijvoorbeeld door middel van om- en bijscholing?
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1249
De VOORZITTER. De wethouder. De heer DE LANGEN (cda) (wethouder). Ja, de populariteit is ook gegroeid, dus de instroom in zorgopleidingen is ook weer groter dan eerder. De vraag is of dat blijft. Maar zeker, het antwoord daarop is ja. Dan vroeg de PvdA naar de toekomst van de GGD. Ook daarover heeft GroenLinks een motie ingediend. Voor de zomer komen wij met de GGD 3.0. Dat is eigenlijk de visie van de gemeente Rotterdam en de regio over hoe de GGD van de toekomst eruitziet. Die zal ook naar de raad worden gestuurd. Dat is eigenlijk heel simpel, namelijk meer aandacht voor infectieziektenbestrijding om een volgende pandemie op te kunnen vangen. Het tweede is dat er steeds meer naar de leefomgeving gekeken gaat worden, ook met de omgevingsvisie. Gezondheid in de buitenruimte maakt daar onderdeel van uit. En natuurlijk een enorme stap om meer aan preventie te doen, en de GGD krijgt daar ook waarschijnlijk landelijk een rol in. Ik ben daar zelf bij betrokken in overleg met het rijk, maar daar zal ik u later over informeren. Wij zijn er vroeg bij. Wij zijn eigenlijk tijdens de crisis al bezig geweest met de toekomst van de GGD en dat hebben we ook bewust gedaan. Daar zitten ook preventieve middelen in. Maar u zei ook: er zijn middelen vanuit het kabinet voor preventie voor kwetsbaren nu al aan gemeenten overgemaakt.
Dat klopt, ik heb samen met collega Bokhove, zij voor de jongeren 18- en ik voor de jongvolwassenen 18+, op mentale gezondheid geïnvesteerd. Dus daar is al heel veel op gedaan. U zou denken: op eenzaamheid rondom ouderen kan de gemeente Rotterdam niet veel meer doen. Het antwoord daarop is: ja, dat klopt eigenlijk wel, maar toch hebben we aan partijen gevraagd om die extra middelen van het rijk in te zetten en het is aan initiatieven overtekend. Dat laat ook wel zien hoe betrokken mensen zijn bij ouderen en hoeveel organisaties nog steeds meer willen doen voor ouderen. Dus dat geld gaat op, kan ik u garanderen. Als laatste had u het over bewegen en sporten, met name in Rotterdam-Zuid. Eigenlijk hebben we daar heel veel wat we doen, met name ook met de dagprogrammering, waar ook heel veel sport in zit. We hebben de schoolsportvereniging, waarbij we kinderen toeleiden naar verenigingen in de buurt. En als je kijkt naar de twee sportcomplexen waar, bijvoorbeeld Hillesluis, maar Feyenoord ook in algemene zin tussen geklemd zit, dat zijn natuurlijk heel mooie en grote complexen. Wat we wel doen met Lekker Fit! en de nieuwe sportnota, is met name de jongeren na de basisschooltijd aan het sporten houden. Dat is volgens mij de volgende uitdaging, omdat we zien dat na de basisschoolleeftijd kinderen, jongeren vooral, stoppen met sporten omdat ze andere interesses krijgen.
Dan mag u zelf invullen wat die dan zijn. Dan nog even de laatste vraag van de heer Vonk. Dat ging over de bestemmingsreserve, of daar een norm voor was. Die vraag heb ik anderhalf jaar geleden ook gesteld. Het antwoord is nee, die bestaat niet. Als we kijken naar andere gemeenten is er zelden een gemeente met een bestemmingsreserve, en als die er is, is die vaak niet zo gevuld, vanwege een probleem in het sociaal domein en alle financiering die daar al heen moet. Dus ik zou durven zeggen dat we een van de uitzonderingen zijn met een fatsoenlijke bestemmingsreserve. Dat vind ik vanuit het degelijk begroten helemaal niet zo gek, dus laten we die traditie vooral voortzetten. Tot zover. De VOORZITTER. Dank u zeer. Wethouder Moti. De heer MOTI (pvda) (wethouder). Ja voorzitter, dank u wel. Er zijn enkele vragen gesteld. Allereerst wil ik toch beginnen met de dankwoorden van de heer Vonk, die nog even stilstond bij alle medewerkers en specifiek dan ook de afdelingen die een extra inspanning hebben geleverd. U noemde onder andere ook de mensen die allerlei nieuwe rijksregelingen goed hebben kunnen uitvoeren, waaronder de Tozo en de TONK. Die complimenten en waardering zal ik zeker overbrengen naar de mensen. Ik denk dat daar echt gigantisch hard is gewerkt.
In avonden, in weekenden, om maar te zorgen dat ondernemers ook op tijd die inkomenszekerheid konden krijgen, op tijd van levensonderhoud konden worden voorzien,
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1250
zodat ze hun huur en hun boodschappen konden blijven betalen. Dus de diepe buiging die u doet, heb ik ook al eerder gedaan en die zal ik dan ook namens u overbrengen. Voorzitter, dan de heer Verheij, die nog even wilde stilstaan bij de ontwikkeling van de bijstand en met name ook op Zuid, en de weerbaarheid die het programma oplevert. Ja, het is natuurlijk een grote domper dat we door corona niet alleen in de hele stad maar ook in Zuid weer een stapje achteruit hebben moeten doen, waar we juist de goede kant op gingen. Tegelijkertijd, zowel in de verdieping die we u sturen in elke tertaalmonitor bij werk en inkomen, ziet u dat op Zuid sinds 2018 de werkloosheid harder is gedaald dan in de rest van de G4, ook met het corona-effect meegenomen. Dus wat we daar doen, leidt wel degelijk tot een verschil. En ook in de eerste tertaalmonitor van dit jaar, die toevallig vandaag naar uw raad is gestuurd, ziet u een soortgelijk effect ten opzichte van de G4. Dus ja, de werkloosheid loopt op Zuid op, helaas, spijtig, maar we doen het nog steeds ten opzichte van 2018 op Zuid beter dan in de rest van de G4. En dat willen we natuurlijk zo houden. We hadden een achterstand en die moet je ook inhalen door het beter te doen. De heer Segers van het CDA stelde ook nog dat we wel echt specifieke groepen zien die getroffen worden door de coronacrisis. Dat klopt.
U noemde jongeren, migrantengroepen, dat klopt ook. De analyse daarvan is eigenlijk dat het niets te maken met de leeftijd van mensen of met de afkomst of waar je ooit geboren bent, maar vooral dat het mensen zijn met een flexcontract en dat ze daarom harder zijn getroffen. We zien dat helaas mensen met een lagere of geen startkwalificatie eerder in flexcontracten zitten, we zien dat jongeren eerder in flexcontracten zitten. Het is vaak een eerste of een tweede baan. In deze tijd kun je met de arbeidsrechten heel lang in een tijdelijk contract aan de slag blijven zonder dat je een vast contract krijgt. Dat gebeurde ook deels bij de gemeente. U heeft ook net het debat met de heer Tak en de heer Van Gils gevolgd. Dat hebben wij gelukkig veranderd. Maar heel veel werkgevers niet. En al die flexcontracten hebben vooral de prijs betaald; die zijn er vooral uitgevlogen. Het had dus niet zozeer te maken met afkomst of leeftijd, maar vooral met welke groepen een grotere vertegenwoordiging flexcontracten hebben en die hebben de prijs betaald. De grootste oplossing daarvoor is natuurlijk het Sociaal Akkoord dat werkgevers en vakbonden onlangs hebben afgesloten, waarin ze afspraken hebben gemaakt om bijvoorbeeld nulurencontracten af te schaffen, de duur van uitzendtermijnen te verkorten.
Dat zou natuurlijk de echte structurele oplossing zijn, als dat omarmd zou worden door het nieuwe kabinet, want daar wordt op gewacht. De VOORZITTER. De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Ja, dank voorzitter dat u mij toestaat om nog één vraag te stellen. Ik snap wat de wethouder zegt. Helder ook. Ik denk ook dat die laatste opmerking heel terecht is. Dat zit dus aan de kant van de analyse van waarom het deze doelgroepen zijn. Mijn vraag was eigenlijk erop gericht, als je weet dat het met name deze doelgroepen zijn, of dat die extra kwetsbaar zijn, of we dan ook nog iets op die doelgroepen apart kunnen organiseren? Dus niet alleen naar het systeem kijken, maar ook naar de doelgroepen zelf? De heer MOTI (pvda) (wethouder). Zeer zeker, dat is eigenlijk het tweede deel, waar ook meerdere raadsleden vragen over stelden, onder andere mevrouw Arsieni en de heer Postma en ik dacht u zelf ook. Wat doet het college dan wel om Rotterdammers te helpen? Ja, we gaan niet alleen maar wijzen: Den Haag moet het doen. We zijn een stadsbestuur, we willen zelf ook aan het stuur zitten en doen wat we kunnen doen. De heer Wijbenga noemde dat ook al, uw raad heeft natuurlijk in de commissie Van Dommelen aangegeven: zet juist nu massief in op omscholing, herscholing, bijscholing. Het CDA heeft zelf ook nog een initiatiefvoorstel gedaan, mbo voor volwassenen.
Dat kwam ook terug in het rapport van Van Dommelen. Daar heeft het college vorig jaar vlak voor de zomer in ons herstelplan op
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1251
gereageerd. Daarin hebben we voorgesteld om met een scholingsfonds te komen, voor volwassenen. Omdat we toch zien dat er een gebrek is aan middelen voor hen om scholing te volgen, om die drempel weg te nemen. We hebben nadrukkelijk daarbij ingezet in eerste instantie, want we zijn in het najaar begonnen, op scholing voor mensen met geen of weinig startkwalificatie. Dus dat mensen die nog geen mbo-diploma hebben, alsnog dat mbodiploma kunnen halen. We weten uit verschillende onderzoeken dat hoe hoger de diploma's, hoe eerder de kans op een vast contract en hoe meer zekerheid je krijgt, hoe minder snel je vervangbaar bent op de arbeidsmarkt. Daarmee hopen we ook echt die kwetsbare positie voor heel veel Rotterdamse werknemers of werkzoekenden op de arbeidsmarkt, structureel te verbeteren door te investeren in die opleidingen. Dat is het idee van het Scholingsfonds. Daar zijn we best uniek in hè, dat we daar als stad daar zelf nu een verschil in willen maken. Het zijn maar weinig andere gemeenten waar we dat van hebben kunnen afkijken. Vandaar dat we ook in het najaar kleinschalig zijn begonnen, met een pilot, want we moesten het echt opzetten.
Dus de aantallen zijn inderdaad niet zo groot, maar goed, dat waren ook de aantallen van de start, want we zijn pas ergens in september gestart, dus ook maar een klein deel van het jaar en ook in een pilotfase, waarbij we ook nog nadrukkelijk hebben gezegd: we gaan het nog niet openstellen voor andere groepen, wat uiteindelijk wel de bedoeling is. Het is de bedoeling dat het niet alleen voor mensen in de Participatiewet wordt opengesteld, maar ook voor schoolverlaters, voor zzp'ers en zelfs voor werkenden. We hebben in het najaar bewust gekozen om te beginnen om het alleen open te stellen voor mensen in de Participatiewet, dus de doelgroep die aanspraak kon maken op het Scholingsfonds was ook wat kleiner. Maar inmiddels zijn we zover dat we nu ook de doelgroepen vergroten. De PvdA, mevrouw Yildirim, vroeg ook nog in een recente commissievergadering of we niet de groep zzp'ers eerder konden helpen. Toen heb ik toegezegd om ook met een pilot te starten om die zzp'ers nu al scholing aan te bieden. Dat is ook een beetje de vraag van mevrouw Arsieni, wat we doen om ondernemers van werk naar werk te helpen. Nou, omscholing aanbieden, of ruimte, budget aanbieden voor omscholing is daar dus een onderdeel van. Die pilot loopt. Het zijn nog kleine aantallen, maar uit die pilot blijkt dat ongeveer een kwart zegt: wij willen graag geholpen worden in om- en bijscholing.
Driekwart zegt: mijn onderneming gaat alweer goed, dus ik ga gewoon weer terug in mijn oude vak. Een deel zegt: ik verwacht dat het weer goed gaat, dus ik heb geen behoefte aan omscholing of ze zeggen om een andere reden: ik ga wel een ander vak in, maar ik heb geen omscholing nodig, want ik heb genoeg startkwalificatie om die andere kant op te gaan. Maar een kwart zegt: ja, wij willen dat graag doen. We gaan de pilot nu verder uitbreiden. Omdat die doelgroepen vergroot, verruimd worden, hopen we op die manier ook dat we dit jaar dus meer mensen gaan helpen aan die om- en bijscholing en de kansen op de arbeidsmarkt gaan vergroten. Dan kom ik bij het tweede deel van de vraag van mevrouw Arsieni. Wat doen we nog om ondernemers van werk naar werk te helpen? Ik heb al genoemd dat we dus het Scholingsfonds openstellen voor om- en bijscholing. Wat we ook doen, daar zijn we ook recent mee gestart, is toch een van onze succesprojecten bij W&I, die nu inmiddels al door heel veel steden is overgenomen, het matchingsplatform HalloWerk. Dat was in eerste instantie vooral bedoeld voor mensen vanuit de Participatiewet, maar die is nu ook opengesteld voor zzp'ers, om ook via HalloWerk geholpen te worden naar eventueel een andere baan. Helaas, of eigenlijk moet ik dat niet zeggen, gaat het dan wel vaak om een baan in loondienst.
Want de meeste of vrijwel alle vacatures die in HalloWerk komen, zijn banen in loondienst. Maar ondernemers die denken dat ze als zelfstandige geen boterham meer kunnen verdienen, kunnen toch kijken of ze ergens een aanstelling kunnen krijgen in loondienst. Via HalloWerk, het Rotterdams Scholingsfonds, proberen we zoveel mogelijk ondernemers die dat willen te begeleiden in een werk-naar-werktraject. Natuurlijk zijn er ook veel ondernemers die echt bewust kiezen voor het ondernemerschap en dat graag willen volhouden en vasthouden en goede hoop hebben dat het ook weer goed komt. Er zijn heel veel ondernemers in de culturele sector die toch de verwachting hebben dat het weer goed komt in die culturele
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1252
sector en daar echt op willen wachten en om die reden zich nu niet willen omscholen. De heer Postma, de laatste vraag voorzitter. Hij stelde de vraag welke sectoren nu het hardst zijn getroffen. De VOORZITTER. Over het vorige mevrouw Arsieni nog, denk ik. Mevrouw ARSIENI (d66)). Klopt voorzitter. Ik vind de inspanning heel goed, en volgens mij ook heel mooi als die omscholing goed van de grond komt. Het is nu wel zo dat het natuurlijk nog vrij mondjesmaat is gebleven om allerlei redenen. En nu trekt de markt ook weer aan, dus ik kan me ook voorstellen dat veel mensen nu denken: dan ga ik me nu niet laten omscholen en nog een jaar thuis zitten als ik nu weer aan de slag kan, bij wijze van spreken. Zeker ondernemers niet, die toch gewend zijn om wat proactiever zelf een oplossing te bedenken. Maar daarom ben ik ook wel benieuwd of de gemeente daar dan ook op een andere manier mee omgaat. Ook in de begeleiding van hoe dan hun bedrijf, of hoe die schulden bijvoorbeeld kunnen worden verminderd? De heer MOTI (pvda) (wethouder). Ja, over schulden heb ik net ook het debatje tussen u en de heer Grauss gevolgd, want schulddienstverlening zit vooral bij collega Grauss. Wij inventariseren aan de voorkant wel welke ondernemers behoefte hebben aan schulddienstverlening en werken nauw samen met de afdeling ETF, het Expertiseteam Financiën, dat de schulddienstbemiddeling doet.
We hebben ook aparte inkoop gedaan van bemiddeling naar schulddiensthulpverlening. Ik hoorde wel even één misverstand in het debat. De Tozo gaat vrijwel volledig om ondernemers zonder personeel. De steunmaatregelen voor de ondernemers met personeel zijn vooral de NOW-maatregel, de TVL. Dat zijn heel andere steunmaatregelen die je kunt gebruiken als ondernemer met personeel in dienst. De Tozo is echt voor zelfstandigen en dat zijn veelal zzp'ers of directeurgrootaandeelhouder van een BV zonder werknemers, die daar gebruik van maken. Het gaat overigens ook om een heel beperkt bedrag bij de Tozo. Het gaat echt om levensonderhoud. Dat gaat om € 1.000,00 als je in je eentje bent. Heb je een niet-werkende partner, dan is het € 1.500,00. Dat zijn geen bedragen waarmee je een bedrijf overeind kunt houden. Dat zijn bedragen alleen om in levensonderhoud te voorzien. Dus dat onderscheid moeten we even maken. Er zijn andere steunmaatregelen van het rijk die bedoeld zijn om een bedrijf overeind te houden, zoals de TVL of de NOW. De VOORZITTER. Mevrouw Arsieni. Mevrouw ARSIENI (d66). Voorzitter, maar soms gaat het in die fase niet om het bedrijf overeind houden, maar gaat het om levensonderhoud en staat het bedrijf gewoon even stil. Dat is wat ik bedoel. We zitten nu in de fase dat die achterstand van allerlei achterstallige betalingen moet worden ingelopen.
De Tozo geeft wel aan dat die doelgroep van mensen die daar een beroep op hebben gedaan, mogelijkerwijs ook steun daaraan zou kunnen hebben. Mijn vraag was dus eigenlijk heel concreet: er hebben 44.000 mensen Tozo aangevraagd. Dat hebben ze niet voor niets gedaan. Dat zijn mensen die waarschijnlijk nu nog steeds allerlei betalingen moeten doen in het kader van achterstallige belastingen, huurachterstanden, wat het ook allemaal omvat. Dat is de reden waarom er ook wordt gewaarschuwd voor een eventuele faillissementsgolf die er nog aankomt. Wat mijn concrete vraag nu is, maken we gebruik van de informatie die we hebben over de ondernemers die die aanvraag hebben gedaan, om ook die dienstverlening naar de ondernemers toe te brengen? Dat was eigenlijk de vraag. De heer MOTI (pvda) (wethouder). Ja, dat klopt, en dat gebeurt dus ook actief hè. We hebben echt een belteam dat ondernemers belt om te vragen of ze behoefte hebben aan
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1253
onze hulp bij het wegwerken van schulden, onder controle krijgen van schulden. Zeggen mensen er ja op, dan komen ze dus bij de verdere dienstverlening uit, die onder andere bij collega Grauss zit. Dus we zijn daar echt proactief mee aan de slag. Het is dus niet zo dat wij maar afwachten tot mensen naar ons toekomen om te vragen: ik kom niet meer uit die schulden. We bellen ze echt actief. Desondanks, ondanks dat we dat actief doen, zien we wel dat heel veel ondernemers toch ook aangeven niet zoveel behoefte te hebben aan hulp van de gemeente, soms omdat ze denken dat ze het zelf kunnen, soms omdat ze denken dat het wel meevalt. Maar ik ben het met u eens dat de gemeente dat wel actief moet doen. En dat doen we dus ook. We hebben echt belteams die mensen die Tozo hebben aangevraagd bellen. Wel even een kleine nuance, u noemde het aantal van 44.000 Tozoaanvragen. Het is wel zo dat er heel veel Tozo-aanvragen door dezelfde mensen zijn gedaan. Dus mensen die Tozo 1 hebben aangevraagd, vragen veelal ook Tozo 2 aan, en ook Tozo 3, en Tozo 4 en we zitten inmiddels in Tozo 5. Dus als je het terugbrengt naar unieke personen is het echt een substantieel lager aantal. Maar het neemt niet weg dat het nog steeds om tienduizenden gaat, dus het gaat nog steeds om grote aantallen, alleen niet dat grote aantal dat u noemde. Maar het gaat echt nog om heel veel mensen.
Maar dat doen we dus proactief, net zoals hoe we dat doen met HalloWerk en RSF, het Scholingsfonds. Daar hebben we ook mensen echt gebeld met de vraag of ze er behoefte aan hebben, dus ook dat bieden we echt proactief aan en niet alleen: we zetten het op de website en we kijken wel wie reageert. Het staat ook op de website, maar los daarvan bellen we dus ook daarover. En mocht de raad ideeën hebben hoe we het beter kunnen doen, dan staan wij daar altijd voor open. Ik weet dat ook mijn collega Grauss er zeer voor openstaat om te kijken hoe we onze dienstverlening beter kunnen organiseren, dus als daar ideeën voor zijn, horen we die ook graag. Want het is natuurlijk voor ons ook allemaal nieuw, deze rijksregeling waar de heer Vonk ook aan refereerde en de wijze waarop je daarmee om moet gaan. We hebben ook nooit zoveel ondernemers gehad in onze stad die nu eigenlijk afhankelijk zijn van bijstand om rond te kunnen komen. Dat is echt ongekend. Dan nog de laatste vraag van de heer Postma. Die vroeg nog even naar de sectoren. Ja, op zich hebben we dat scherp in beeld. Niet alleen wij, maar overigens het hele land. Het UWV houdt het sowieso heel scherp in beeld en daar maken wij weer gebruik van bij de Arbeidsmarktmonitor.
Het is denk ik een beetje een open deur omdat u het al eerder heeft gehoord, maar het zijn toch vooral de horeca, de cultuursector en retail waar echt de zware klappen zijn gevallen. Maar we zien ook weer, nu het opengaat, daar de sterkste stijging van personeel. Dat is ook weer een uitdaging om dat dan weer te vervullen. Want we zijn ook mensen hè. Je ziet toch ook wel weer, als je een keer aan de kant bent gezet, doet dat ook wat met je. Als je dan gevraagd wordt om weer terug te komen, dan zeg je niet altijd ja, zeker niet als je alweer wat anders hebt. Het is dus ook echt de uitdaging voor die werkgevers nu om weer voldoende gekwalificeerd personeel te vinden. En wij vanuit de gemeente Rotterdam, met het WSPR, de afdeling van W&I, proberen natuurlijk toch wel zoveel mogelijk mensen die nu aan de kant staan, weer te begeleiden naar die banen, al dan niet met een leer-werktraject, al dan niet met een voucher van het Scholingsfonds, om toch nog te zorgen dat zoveel mogelijk mensen aan de slag gaan. En ik moet u zeggen, ik ben daar vrij positief over. We zien echt dat de economie aantrekt en dat het ook gevolgen heeft voor ons bijstandsvolume de laatste weken. En als dit zich doorzet, dan verwacht ik toch echt wel een goed herstel in de tweede helft van dit jaar.
Dan zullen we ook de berekeningen van het CPB verslaan, en dat is natuurlijk waar wij als college voor gaan, het beter te doen dan de economen van het CPB hebben voorspeld. Dank voorzitter. De VOORZITTER. Dank u zeer. Wethouder Vermeij. Mevrouw VERMEIJ (pvda) (wethouder). Ja, dit is de goede knop. Dank voorzitter. Het is voor het eerst dat ik hier mag staan.
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1254
De VOORZITTER. Uw maidenspeech. Mevrouw VERMEIJ (pvda) (wethouder). Ja, mijn maidenspeech, dus dan mag je eindeloos praten. Dat zal ik niet doen voorzitter. Als ik het goed heb is er een drietal vragen aan mij gesteld, waarvan er een al is beantwoord door de heer Van Gils. Dat ging over de landtong en dat had ik niet beter kunnen doen. Onze doelen zijn hetzelfde, we willen het echt regelen. Wat we willen weten we ook. Alleen gaan die onderhandelingen over rechten en ook over geld. Allereerst de vraag van de heer Tak over de gebiedscommissies en de gevraagde en ongevraagde adviezen en de frustratie daarover, misschien ook wel wederzijds. Er is eigenlijk een drietal redenen, we hebben het target dus wel gehaald, maar desalniettemin, een drietal redenen die tot ongenoegen kunnen leiden. De eerste is dat de adviezen vaak laat in het proces pas binnenkomen, dus vaak op planvorming die al rond is. Als tweede, soms gaat het ook over onderwerpen waarvoor geen geld is in de begroting. Ik zeg het ook maar gewoon even zoals het is. En de derde is vaak dat het soms niet strookt met stedelijke belangen die in deze raad zijn vastgelegd. Dus een deel van de redenen waarom dat zo af en toe heen en weer gaat. De laatste reden vind ik zelf persoonlijk, dat zeg ik heel eerlijk, het is ook een papieren exercitie.
Wat ik merk is dat je in een gesprek met elkaar veel verder komt, eerder in het proces. Een deel van dat debat gaan wij overdoen, of voeren, aanstaande donderdag als het gaat over de Wijk aan Zet. Dus dat als antwoord op uw vraag. Dan de heer Segers die mij vroeg een plan te maken. Een economisch herstelplan, een post-corona herstelplan voor de economie in Rotterdam. Vorig jaar is in de begroting de herstel- en vernieuwingsagenda gepresenteerd voor de Rotterdamse economie, die zowel maatregelen voor de korte termijn, de middellange termijn als de lange termijn bevat. Die is eigenlijk gestoeld op vier doelen. Ik noem ze even heel kort: herstellen van de economie en het economisch verdienvermogen, het versnellen van de transitie, die gaat dan zowel over digitaal, duurzaam en circulair, het versterken van de veerkracht van de economie en het opvoeren van de banenmotor. Het is een adaptieve agenda, dus we gaan ook elke keer kijken wat er nodig is. Ik hoop uw raad volgende week de eerste monitor van die agenda te sturen, die u kunt betrekken in uw debat bij de voorjaarsnota.
Daarin kunt u ook zien: loopt dat op schema, loopt dat op peil en dan kunnen we ook specifiek op een aantal onderwerpen ingaan die u ook in die monitor terug zult zien, waarvan we ook met elkaar kunnen zeggen: hoe staat die Rotterdamse economie erbij, wat doen we nu en werkt wat we doen? Want dat is volgens mij ongelofelijk belangrijk om daar steeds heel nauwlettend op te kijken. De VOORZITTER (de heer Verheij). De heer Segers-Hoogendoorn. De heer SEGERS-HOOGENDOORN (cda). Heel kort, want u zegt: ik hoop, terwijl het over twee weken gaat, denk ik. Het zou heel erg helpen dat bij de voorjaarsnota te betrekken. Waar hangt het op? Mevrouw VERMEIJ (pvda) (wethouder). Ik verwacht het, maar het komt volgende week dinsdag in het college en daarna naar uw raad. Dus vandaar deze terminologie. De VOORZITTER (de heer Verheij). Dank u wel. Mevrouw VERMEIJ (pvda) (wethouder). Voorzitter, dat was het wat mij betreft. De VOORZITTER (de heer Verheij). Dank. Dan gaan we naar de laatste spreker uit het college voor vanavond, en dat is de burgemeester. De techniek laat ons in de steek om middernacht. Die doet het. Gaat uw gang.
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1255
De heer ABOUTALEB (burgemeester). Voorzitter, een paar vragen en een enkele opmerking. De heer Koster heeft een betoog gehouden over veiligheid en sprak daar over messen. Dat was een mooi debatje met mevrouw Arsieni. Ik heb kennisgenomen van het feit dat u een nieuwe lijsttrekker heeft en een nieuwe fractievoorzitter en die zei in een interview met RTV Rijnmond dat Leefbaar Rotterdam de partij is van law and order en van veiligheid. Dat was mij de afgelopen jaren niet ontgaan, dat is altijd zo geweest. Maar dat u aan het veiligheidsapparaat in Rotterdam, de politie, de BOA's en alle anderen, vanavond niet een compliment uitdeelde als het gaat om de inzet betreffende veiligheid en de resultaten van de afgelopen jaren, dat viel me tegen, mijnheer Koster. Dat viel me echt oprecht tegen. Want deze stad, en in die zin heeft mevrouw Arsieni natuurlijk de feiten wel aan haar kant, is nog nooit zo veilig geweest, zowel objectief als subjectief. Nog nooit zulke hoge cijfers. Als je kijkt vanaf 2012 naar nu, is er bijna op alle vraagstukken sprake van een grote halvering, soms 60% daling, van de criminaliteit in de stad. Dus merkbare criminaliteit die werkelijk ook voor de mensen voelbaar is. Als je aan iemands telefoon zit, als je in iemands huis binnenkomt om in te breken, et cetera, een belangrijk vraagstuk.
Ten aanzien van ondermijning in de haven, we hebben een Rekenkamer voorzitter, die niet zo gemakkelijk positief oordeelt over het collegebeleid, maar afgelopen dagen in de krant toch de loftrompet stak als het gaat om de resultaten op het terrein van ondermijning en als het gaat om de werkwijze van de stadsmariniers en de BOA's. Ik had het leuk gevonden als u hem dat had nagezegd. De VOORZITTER (de heer Verheij). De heer Koster. De heer KOSTER (lr). Apart, dat een burgemeester hengelt naar complimenten van een oppositielid. Ik ga er eens over nadenken. Wat ik net ook in het debat met mevrouw Arsieni duidelijk heb proberen te maken, is dat het messengeweld ons zorgen baart. Natuurlijk hebben wij gezien dat in 2020 de high impact crimes zijn afgenomen, dat er minder inbraken zijn. Maar het messengeweld, dat was echt het signaal dat wij af wilden geven. En dat u nu de bal terug bij mij legt dat ik geen compliment wil maken, is niet het signaal dat ik aan u had overgebracht, dus ik hoop echt daadwerkelijk dat u dat oppakt. Ik vind het geen goed signaal naar Rotterdammers dat u zegt: het is geen probleem. Die mensen hebben een steekwond, kom op. Wij verwachten dat u dan met een plan komt en niet dat u nu hengelt naar complimenten. Ik vind het echt moeilijk te plaatsen. De VOORZITTER (de heer Verheij). De burgemeester, uw microfoon. De heer ABOUTALEB (burgemeester).
Ik heb ook niet gezegd dat er niets aan de hand is. ik heb alleen aangegeven dat het nog nooit zo veilig is geweest in de stad Rotterdam als nu. U komt zelf met de cijfers over messen trekken. Ik denk dat het belangrijk is dat wij wel in proportie blijven spreken over onze resultaten. Ik hengel niet naar complimenten van een oppositielid, want dan plaatst u zich in het verkeerde kamp voor mij. Voor mij bent u net zoveel de moeite waard als leden van de coalitie. Ik ben namelijk nog altijd uw burgemeester, als handhaver van de openbare orde. In die zin maak ik geen onderscheid tussen leden van de oppositie of leden van de coalitie. Ik ben in dat opzicht ook van u. Dus ik hengel niet naar complimenten van een oppositielid. Ik had graag grote waardering gevonden voor mensen die het werk doen, de politiemensen, de BOA's en alle anderen. Die hebben de resultaten in de afgelopen periode wel met elkaar bereikt. Nee, het is niet nul, en dat zei mevrouw Arsieni ook niet. Maar het is ook niet zo dat al die messenincidenten in het afgelopen jaar, 2020, maar ook niet de afgelopen maanden nu proportioneel veel meer zijn dan gemiddeld in de afgelopen jaren. Ik heb nu de cijfers nog een keer bij elkaar geveegd. Voor 12-17-jarigen schommelt het al langere tijd rond twintig incidenten per jaar. Voor 18-24jarigen schommelt het rond 11-13 per jaar. En voor 25+ is het een forse hap, dat zijn er
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1256
ongeveer vijftig. Maar iedereen heeft het de afgelopen jaren heel veel gehad over steekincidenten door jongeren, dat dat een enorme toevlucht zou nemen, maar dat is niet het geval. Het is dus denk ik goed om wel in proportie te blijven praten, want anders maken we onnodig een verkeerd beeld van de stad. Maar ik ben het met u eens, 11 is 11, 1 is 1. En we zullen er alles aan doen om het naar beneden te brengen. Het lukt niet altijd. Maar het is wel een belangrijke prioriteit en er wordt hard aan gewerkt. Dat kan ik u zonder meer zeggen. Dat plan waar u om vraagt is allang bij de raad als het gaat om hoe wij met messen willen omgaan. Een deel van het onderzoek is ook uitgevoerd, deel 2 komt eraan. Dat kon niet vanwege corona, maar we gaan er nog verder verdiepend onderzoek naar doen hoe wij dat messengeweld onder de knie kunnen krijgen. Binnenkort zal ik daar nog een campagne voor lanceren en ik zal u daar tijdig over informeren. Mevrouw Arsieni maakt zich terecht zorgen, en zeker was dat natuurlijk in coronatijd, over het welzijn van jongeren. Dat is een heel belangrijk vraagstuk. Ik denk dat het goed is dat dat de aandacht heeft en ook de aandacht krijgt. We zijn nu ook actief bezig met het jongerenwerk in de stad, om voor de komende zomerweken voor kinderen vervangende activiteiten te doen.
Want heel veel kinderen zullen in de vakantie niet weggaan, maar hier in de stad blijven en niet op vakantie gaan. U weet, ik ben in Carnisse bezig. Ik doe mijn werk vanuit een 50+-flat. Daar staat een prachtig mooi park omheen en de bedoeling is dat dat park de komende weken elke dag wel gevuld is met activiteiten voor kinderen en waarbij ook elke dag mooie dingen gaan gebeuren. Ik was daar een week of twee geleden op een vrijdag, toen het jongerenwerk een bokscursus deed. U bent voorstander van boksen? Er stonden kinderen van 4, 5, 6, 7 jaar in de rij om met elkaar te gaan stoeien. Er kwam een jongen naar me toe en die zei: burgemeester, mag ik uw fiets lenen? Hij wilde per se mijn fiets lenen. Dat was een huurfiets. Ik gaf mijn sleutel en toen liep hij naar mijn fiets. Hij begon de sleutel erin te doen en de heren van de beveiliging dachten: o, er gaat iets gebeuren met de fiets van de burgemeester, dat is niet goed. Zij liepen ernaartoe en zeiden: dat mag niet hè. Ik zwaaide dat hij het mocht doen. En de jongen had er een groot plezier in om aan zijn vrienden te kunnen vertellen dat hij op de fiets van de burgemeester heeft rondgefietst en dat hij daar een – hoe heet dat? – een wheelie mee heeft gemaakt en dat daar een foto van is gemaakt. Maar dat was niet het verhaal dat ik wilde vertellen.
Er was een jongen van een jaar of tien, en die zei tegen de boksleraar: wanneer gaan we nog voetballen? Die boksleraar zei: om 19.00 uur. Toen zei hij: maar dan moet ik van mijn moeder al in bed liggen. Now we're talking, regelmaat aanbieden. Mooie activiteiten die structurerend werken, regelmaat aanbieden. In die zin ben ik uw raad echt dankbaar voor het feit dat we de afgelopen jaren zo'n veertig jongerenwerkers erbij hebben kunnen krijgen in de stad. Want daardoor doen we dit en daardoor blijven deze jongeren hopelijk ook uit de klauwen van allerlei andere vormen van criminaliteit. Ik denk dat het programmeren op deze manier van onze pleintjes, van onze straten met deze kinderen de toekomst zou moeten zijn waardoor we hopelijk veel minder repressie nodig zullen hebben. De VOORZITTER (de heer Verheij). De heer Achbar. De heer ACHBAR (denk). Ja voorzitter, dank u wel, een fantastisch verhaal van de burgemeester. Mooi dat dat gebeurt in Carnisse, waar de burgemeester ook op dit moment een hub heeft in die 50+-woning. Ik vraag me alleen af of dat dan ook in andere wijken gebeurt. Daar ben ik dan benieuwd naar. De heer ABOUTALEB (burgemeester). Het gebeurt op allerlei andere plekken. De heer ACHBAR (denk).
Ik weet dat u een positief effect heeft op de jongeren en in die wijk als u er bent, maar helaas bent u niet in alle andere wijken, dus ik ben wel benieuwd of we het dan wel voor elkaar krijgen om die activiteiten daar te realiseren.
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1257
De heer ABOUTALEB (burgemeester). Het gebeurt echt in alle andere wijken in de stad. Het gebeurt echt volop op dit moment. Er wordt veel geprogrammeerd, juist om de komende zomerweken mooie dingen voor de kinderen aan te bieden om te vermijden dat zij alleen maar uitgelokt worden door allerlei andere verlokkingen die vervelend zouden kunnen zijn. Mevrouw Arsieni sprak natuurlijk ook terecht over de zorgen rond veiligheid als het gaat om Bloemhof en andere wijken. Nee, cameratoezicht is ook niet alles. Er zit nu ook een stadsmarinier die eigenlijk met bewoners actief… En ik ga daar binnenkort weer zelf met de stadmarinier kijken wat wij met de bewoners nog verder zou kunnen gaan doen. Ik heb gisteren een nieuwe stadmarinier voor BoTu voor West benoemd die een speciale opdracht krijgt. Hij gaat de helft van de tijd werken aan het herstel van vertrouwen in de wijk, waarbij ook de politie een belangrijke taak toebedeeld krijgt. De andere helft van de tijd is bedoeld om de dagelijkse voorkomende ergernissen van bewoners en ondernemers in de buurt aan te pakken. Daar komt dus een extra stadsmarinier in BoTu en daar zullen we ruimte voor maken, budgettair. Niet alleen om de stadsmarinier te betalen, maar ook om het geld te vinden dat nodig is om activiteiten te ondernemen. Mevrouw Arsieni vroeg mij naar horeca en of daar veel klachten over zijn.
Nou, de laatste dagen een stuk of vijf, zes, over mijn besluit om een horecabedrijf in de achtertuin een vergunning te geven voor de komende maanden. Daar maken een aantal bewoners bezwaar tegen, dus er komen nu wat klachten binnen. Maar ik meen dat ik op goede gronden toch die uitzondering heb gemaakt, omdat de achtertuinen doorgaans toch niet als terras worden vergund. Maar laat u zich niet daardoor in de luren leggen, want de meeste klachten krijgen wij natuurlijk als de horeca avond- en nachtopening heeft en in het afgelopen jaar, toen wij de maatregelen troffen met de terrassen, was de avondhoreca natuurlijk allemaal dicht. Dus als u mij vraagt hoeveel van die uitbreidingen we de afgelopen periode gedaan hebben die we zouden kunnen legaliseren tot een normaal terras ook voor in de toekomst, daarvan denk ik dat je er echt tussen de 60% en 70% wat mij betreft overeind zou kunnen houden in een nieuw bestel. Daar gaan we met elkaar over spreken, dat hebben we ook beloofd. Wethouder Kasmi en ik komen bij u terug. Nu hebben we dat gedaan door de bewoners min of meer te overrulen, maar dat willen we straks natuurlijk wel via de koninklijke weg doen, ook met inspraak van bewoners et cetera. Maar ik denk dat een behoorlijk deel van de terrassen wel overeind kan blijven. Dat geldt wat mij betreft ook voor een deel van die vlonders die wij met elkaar bedacht hebben.
Ik heb er vertrouwen in dat we daar veel van overeind kunnen houden. Mijnheer Tak van de PvdA had een aantal gerichte vragen van financiële aard. Het ging met name over het geld dat we hebben overgehouden. Dat is een kleine € 4 miljoen gesaldeerd. Daar zitten plussen en minnen in, maar dat heeft echt allemaal te maken met uitgebleven investeringen die we niet hebben gedaan als gevolg van corona. Trainingen van onze medewerkers die niet doorgingen, een paar van dat soort dingen. Al die wijkbijeenkomsten van mij in de wijken, die normaal gesproken altijd zo één keer in de week of één keer in de twee weken plaatsvonden, die kosten geld en dat geld hebben we in de afgelopen periode niet uitgegeven. Vervolgens was het ook lastig om de FLO-uitgaven goed te ramen, dus de verzwaarde functies, de vervroegde pensionering van de brandweerlieden. Daar hebben wij een kleine € 1,4 miljoen aan uitgegeven en dat is een eenmalig saldo. Dat betekent dus dat wij telkens weer van jaar tot jaar opnieuw moeten bekijken wat de FLO-kosten zijn. Dus wat er nu overgehouden is, is teruggestort bij wethouder Van Gils, maar ik weet nu al zeker dat ik dit jaar aanloop tegen een tekort voor de gezamenlijke brandweer, dat wij samen met de werkgevers in de haven moeten oplossen. Dus daar zitten wat tijdelijke elementen in. 'Alleen jij bepaalt wie je bent', dat heeft te maken met een breuk.
We hebben een grote inloop van 1 januari tot 31 december, maar 'Alleen jij bepaalt wie je bent', is een programma op basis van het schooljaar, van september tot september. Dat verklaart dus dat verschil van € 300.000,00. Dat had u op zichzelf heel goed gezien. En we hebben op een aantal onderwerpen ook alweer wat meer geld binnengekregen, wat meer boetes voor afval,
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1258
mensen die afval verkeerd aanbieden. Daar hebben we wat meer geld op binnengekregen in de afgelopen periode. Dat betekent dus ook dat wethouder Wijbenga en zijn manschappen daarop acteren. Als u dat wilt kan ik u dat heel gedetailleerd aanbieden, maar ik neem aan dat u ons wel gelooft. U had ook een vraag over de GGD en die is fundamenteel. De bezuiniging op de GGD van de afgelopen jaren valt niet zozeer bij mij als wel bij wethouder De Langen, maar ik ga er gevoeglijk van uit dat de evaluatie waarop straks de Wet veiligheidsregio's, de GGD, maar ook de Wet publieke gezondheid geëvalueerd gaan worden, de GGD's daar een zeer wezenlijk evaluatieonderwerp zullen zijn. Het is nu nog een gedecentraliseerd instituut, maar je ziet dat in deze crisisperiode de minister van Volksgezondheid toch enige bemoeienis heeft of directe bemoeienis wil hebben met de directeuren van de instituten. Daar is niet in voorzien. Het was een crisissituatie, dus we hebben het als GGD's een beetje door de vingers gezien. We gaan niet tegen de minister zeggen: bemoei je er niet mee, dat is onze GGD. Het gaat uiteindelijk om het ontwikkelen van een nieuw samenspel tussen kabinet en GGD. Maar die GGD was eerst tiny, en inmiddels is die zo groot, duizenden werknemers hebben wij nu zelf in Rotterdam in dienst. Overigens, gelukkig kunnen wij de kosten daarvan allemaal declareren.
Dat gaat om tientallen miljoenen euro's die in de afgelopen periode allemaal gedeclareerd zijn bij het rijk. Kortom, mijn verwachting is dat de GGD straks uit de evaluatie er geheel anders uit komt te zien dan wij tot nu toe gedaan hebben en dat er waarschijnlijk ook nieuwe inzichten zullen ontstaan over wat een kabinet vermag, wat een minister vermag met de GGD, wat de veiligheidsregio vermag en of dit nog steeds de goede indeling is. Want de GGD-indeling is een heel andere indeling dan we voor de Veiligheidsregio hebben en dus ook een heel andere indeling dan de politieregio's. Dus daar moeten we toch de komende periode mee gaan stoeien. Maar één ding is zeker, het gaat er anders uitzien dan wij tot nu toe gedaan hebben met de GGD voorzitter. De VOORZITTER (de heer Verheij). Dank u wel burgemeester. Dat brengt ons volgens mij aan het einde van de eerste termijn. Dan kijk ik naar de raad of er behoefte is aan een tweede termijn. Mijnheer Koster. De heer KOSTER (lr). Ik heb inderdaad nog een stapel vragen. Nee, dat digitaal vergaderen was toch eigenlijk zo slecht nog niet. De VOORZITTER (de heer Verheij). Mag ik concluderen dat er geen behoefte is aan een tweede termijn? Dan ga ik de vergadering schorsen. Ik sluit de beraadslagingen over het jaarverslag en de jaarrekening en alle bijbehorende stukken. Ik schors de vergadering en wij gaan donderdagochtend om 10.00 uur verder.
De vergadering is geschorst.
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1259
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1260
Notulen raadsvergadering
Notulen van de raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen van de raadsvergadering van 17 juni 2021 (ochtendzitting) Voor de agenda wordt verwezen naar volgnummer 8. Voorzitter: de heer ing. A. Aboutaleb, met dien verstande dat het voorzitterschap van 13.00 tot 13.10 uur is waargenomen door de heer J.W. Verheij Voor de presentielijst wordt verwezen naar de avondzitting van deze vergadering, gehouden op 15 juni 2021, met dien verstande dat ook aanwezig zijn namelijk: de heer E. Büyükçifci, mevrouw E.H. Duijm-Wickerhoff, de heer G.J. Engberts, mevrouw E.C. Eskes, mevrouw T.C. Hoogwerf, mevrouw A. Kockelkoren, de heer P.J.P. Lansink-Bastemeijer, mevrouw N.D.Z.R. Mohamed-Hoesein, de heer J.W. van Putten, mevrouw L.L.P.R. Roest, de heer R.A.C.J. Simons, de heer T.B. Versnel, de heer E. Yigit. Namens het college zijn tegenwoordig de heer S.A. Kurvers en de heer B. Wijbengavan Nieuwenhuizen. Afwezig met bericht: de heer R.C.J. de Roon. Griffier: mevrouw I.C.M. Broeders.
6.1
Heropening
De VOORZITTER. Goedemorgen raadsleden en onze bezoekers, mensen die op een afstand deze vergadering volgen, hartelijk welkom bij deze vergadering. Ik heropen de vergadering die wij afgelopen dinsdag hadden geschorst. Hartelijk welkom bij deze vergadering. Een bijzonder welkom aan mevrouw Van Asselt, die achterin in de raadzaal zit en haar gasten, moeder en dochter, sorry tante en dochter. U zult zo meteen worden beëdigd als directeur van de Rekenkamer. Het komt er zo aan. U bent van harte welkom. De zaal is ingericht volgens de geldende richtlijnen in het kader van de coronapandemie. Ik verzoek elke fractie dan ook zich aan de gemaakte afspraken te houden en de gemaakte afspraken in acht te nemen bij het plaatsnemen in de raadzaal of het bewegen in of buiten de raadzaal. Bij wisseling van woordvoerders verzoek ik de vertrekkende woordvoerders de plek te reinigen die wordt achtergelaten. Ik heb berichten van verhindering ontvangen van de heer De Roon, hij is afwezig vandaag. Wethouder Bonte is tot 11.00 uur afwezig. Wellicht heb ik vandaag wat verplichtingen tussen 13.00 en 13.45 uur en tussen 19.00 en 20.00 uur vanavond, in dienst van de stad. De presentielijst is door voldoende leden getekend dus is er sprake van een quorum om deze vergadering geldig aan te vangen.
De overige mededelingen zal ik aan de orde stellen nadat de beëdiging van mevrouw Van Asselt heeft plaatsgevonden. 6.2
Beëdiging van mevrouw M.B.A. van Asselt als directeur van de Rekenkamer Rotterdam
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1261
De VOORZITTER. Dan ben ik nu toe aan agendapunt 6.2, de beëdiging van mevrouw M.B.A. van Asselt als directeur van de Rekenkamer. Ik verzoek de griffier om mevrouw Van Asselt naar voren te geleiden. Mag ik de leden van de raad en de gasten vragen te gaan staan voor zover u dat kunt. Mevrouw Van Asselt, u heeft aangegeven de belofte te willen afleggen. Ik zal zo meteen het formulier uitspreken zoals dat is vastgesteld, en dan verzoek ik u mij na te zeggen, zonder er andere gebaren bij te maken: "Dat verklaar en beloof ik." Door de gemeenteraad is op 18 maart jl. tot uw benoeming als directeur van de gemeentelijke Rekenkamer besloten. Overeenkomstig het bepaalde in artikel 81c, derde lid en 81g van de Gemeentewet dient u als directeur en als enig lid van de Rekenkamer Rotterdam bij het aanvaarden van uw functie in handen van de voorzitter van de gemeenteraad de eed of belofte af te leggen. U heeft aangegeven te kiezen voor de belofte. Na voorlezing door mij van de tekst verzoek ik u de woorden te zeggen: "Dat verklaar en beloof ik." Ik verklaar dat ik, om tot lid van de Rekenkamer benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd. Ik verklaar en beloof dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.
Ik beloof dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de Rekenkamer naar eer en geweten zal vervullen. Dat verklaar en beloof ik. Mevrouw VAN ASSELT. Dat verklaar en beloof ik! De VOORZITTER. Hartelijk dank. Onder normale omstandigheden zou ik schorsen en dan de raadsleden de gelegenheid geven u te feliciteren met de toch prachtige benoeming. Het is een van de weinige prachtige benoemingen in Nederland die er ook zijn, mag ik zo zeggen. Directeur van de Rekenkamer Rotterdam, dat is toch een geweldig mooie functie. Dat kan nu niet vanwege de regels die we met elkaar afgesproken hebben. Desalniettemin zou ik willen verzoeken achter deze tafel, aan deze kant plaats te nemen. Dat is wel een plechtig moment. En dan verzoek ik de voorzitter van de Werkgeverscommissie, mevrouw Eskes, u kort toe te spreken. U kunt gaan zitten. Mevrouw ESKES (cda). Dank u wel voorzitter. Het is best ongebruikelijk om bij een beëdiging het woord te voeren, maar bij de benoeming was het helaas niet mogelijk omdat dat schriftelijk ging via een stemming. Daarom hebben we gemeend daar op dit moment een kleine uitzondering op te moeten maken. Allereerst zou ik mevrouw Van Asselt natuurlijk van harte willen feliciteren met deze beëdiging. Een mooi moment om nu echt aanvang te kunnen nemen met de functie als directeur van de Rekenkamer Rotterdam.
De Werkgeverscommissie heeft mevrouw Van Asselt destijds voor benoeming voorgedragen, omdat zij opviel bij de selectiecommissie door haar visie en de invulling van de functie en haar onafhankelijke scherpe denken. Zij heeft een goed gevoel voor het eigene van de Rekenkamer, het vermogen en de ervaring heel scherp te letten op de kwaliteit van de onderzoeken en de onderbouwing daarvan en van conclusies en aanbevelingen. Daarnaast heeft zij mede door haar ervaring bij de Onderzoeksraad voor Veiligheid een goed gevoel voor politieke context. Mevrouw Van Asselt heeft in haar eerdere functies bewezen onafhankelijk, maatschappelijk betrokken en een inspirerende persoonlijkheid te zijn die zich er terdege van bewust is hoe onderzoek een bijdrage kan leveren aan politiek en samenleving. Wij hebben er dan ook alle vertrouwen in dat zij, in haar eigen woorden, harde noten zal gaan kraken op een manier die aanzet tot verbetering. Ik denk dat dat heel veel vertrouwen wekt. We zijn het in dit huis over vele dingen niet eens. Stemmingen zijn soms
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1262
verrassend en vaak in ieder geval heel divers van kleur. Maar het feit dat de benoeming zonder tegenstem uit deze raad heeft plaatsgevonden, biedt denk ik een heel mooie basis om de functie in te gaan vullen. In de kennismaking en de gesprekken die we gevoerd hebben, die ik in ieder geval als heel prettig heb ervaren, maar ook de kennismaking met het presidium, heeft dat deze voltallige raad het vertrouwen gegeven dat u dit op een uitstekende wijze zal invullen. Wij wensen u dan ook ontzettend veel wijsheid toe bij de invulling van deze functie. Nogmaals van harte gefeliciteerd. De VOORZITTER. Ik wil mevrouw Eskes als voorzitter van de Werkgeverscommissie en al de collega's die in de commissie hebben gezeten hartelijk dankzeggen voor het feit dat u ons zo'n geweldige nieuwe medewerker heeft voorgesteld de afgelopen dagen en vandaag. We kijken enorm uit naar een goede samenwerking de komende periode. Het is geen gebruik dat u hier een aanvaardingsspeech kunt houden, maar ik denk dat er voldoende gelegenheid komt om met de raadsleden en de fractievoorzitters nog verder te spreken en kennis te maken. Wij wensen u veel succes en vooral veel wijsheid bij het vervullen van uw taak. Hartelijk dank. En mooie bloemen van D66, zeer attent. 6.3
Mededelingen
De VOORZITTER. Goed, ik ben inmiddels aangekomen bij agendapunt 6.3, mededelingen. Hoewel de agenda reeds afgelopen dinsdagavond is vastgesteld, wil ik toch voorstellen nog een tweetal bekrachtigingen geheimhouding aan de agenda toe te voegen. Gistermorgen bent u door de griffie geïnformeerd over deze twee nieuwe stukken die in de digitale kluis liggen, die u ook kunt lezen. Ik stel voor deze aan de agenda toe te voegen en te agenderen als dat aan de orde zou zijn. Maar ik vermoed dat de heer Simons precies daarover vandaag een mededeling wil doen. Mijnheer Simons, in de orde. De heer SIMONS (lr). Sorry, ik zat even niet op te letten, maar als het over 7.2 gaat dan hebben we dat volgens mij al geregeld. Daar heeft de griffie een mededeling over gedaan. We waren nogal overvallen dat er plotseling een stuk met een raadsbesluit op de agenda stond waar we niets van wisten, maar dat heeft de griffie keurig rechtgezet en de griffie heeft inmiddels raadsbreed laten weten wat de bedoeling was. De VOORZITTER. Oké, prima. De spreektijd was reeds dinsdagavond ook met elkaar besproken en op vier uur gesteld. Tijdens de lunchpauze worden er lunchboxen beschikbaar gesteld hier in de buurt van de koffiekamer. Als er lunchboxen overblijven, worden die gedoneerd aan de Voedselbank. Tijdens de dinerpauze is er een warme maaltijd beschikbaar.
Die wordt uitgeserveerd in de wachtruimte die we te doen gebruikelijk voor huwelijken beneden beschikbaar stellen. Deze bevindt zich tegenover de fractiekamers van Leefbaar Rotterdam, PVV en SP. De besluitvorming zal naar verwachting ergens in de avond plaatsvinden in een nieuwe digitale vergadering nadat de fysieke vergadering zal zijn afgesloten. U krijgt uiteraard voldoende tijd om uw stemgedrag met elkaar te bespreken in uw eigen fractie. De leden Van Groningen en Van Schaik hebben gemeld dat zij tussen 12.00 en 16.00 uur pairen voor het geval er besluitvorming plaatsvindt tussen de bedrijven door. 7.
Interpellatiedebat over 'Rotterdamse bestuurscultuur in diepe crisis', aangevraagd door de leden Simons e.a.
De VOORZITTER. Agendapunt 7, het interpellatiedebat. De heer Simons.
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1263
De heer SIMONS (lr). Ja, dank u voorzitter. Ik heb eigenlijk een mededeling. Leefbaar Rotterdam heeft dit interpellatiedebat aangevraagd over de Rotterdamse bestuurscultuur naar aanleiding van twee zaken die mis zijn gegaan. Ten eerste was dat bij Boijmans Van Beuningen, een uitgebreide perspresentatie, landelijk, lokaal, terwijl de raad nog van niets wist. Ondanks het feit dat we vorig jaar met algemene stemmen een motie hebben aangenomen, 'Eerst de raad, dan de pers'. De tweede aanleiding voor de aanvraag voor dit debat was het Wob-verzoek over het Schiekadeblok. Daar wil ik het AD toch een compliment voor geven. Die hebben dat boven water gekregen, dat er toch gewoon een onderdeel, dat verplicht was te leveren, niet was geleverd bij het Wob-verzoek. Dat is natuurlijk zeer kwalijk. Dat wekt het beeld dat dit college dingen verdoezelt. Dat willen we natuurlijk niet hebben. Maar het college heeft ons afgelopen dinsdagavond een brief gestuurd. Daarin staat over deze twee onderwerpen, zowel het Wob-verzoek als Boijmans Van Beuningen, dat ze in beide gevallen toegeven dat ze daar fout hebben gehandeld en dat ze daarvoor hun excuus hebben aangeboden. Dat was voor ons aanleiding om nu dit mede te delen maar ook daaraan de conclusie te verbinden dat een interpellatie nu een te zwaar middel is. Wij hopen wel dat het college er gewoon lessen uit trekt en dat dit bij incidenten blijft.
Ik zie u allemaal knikken. Dat was dus mijn mededeling. Wij trekken het interpellatiedebat in. De VOORZITTER. Het interpellatiedebat wordt ingetrokken. De heer Meeuwissen. De heer MEEUWISSEN (pvv). Ja voorzitter, dat zou ik heel erg jammer vinden. Verder vind ik het ook opmerkelijk dat de heer Simons weer zowel 50PLUS als DENK niet noemt als mede-indieners van het interpellatiedebat. Ja, 50PLUS, DENK en Leefbaar Rotterdam is natuurlijk de droomcoalitie van Eerdmans, dat wil ik hier ook even benadrukken. Ik zou er dus voor pleiten om het interpellatiedebat gewoon door te laten gaan. Tot zover. De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen, u wijst naar de heer Meeuwissen, maar ik dacht dat de heer Meeuwissen een vraag had aan de heer Simons. Dat kan ik namelijk niet weten als ik op deze plek zit. Mevrouw VERKOELEN (50plus). Dan moet u zijn social media eens lezen, dan weet u het wel. De VOORZITTER. Nee, dat lees ik niet en dat zal ik ook niet doen. Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus). Het was mij al duidelijk wat er ging komen. Voorzitter, 50PLUS begrijpt uit het schrijven van het college van B&W dat er wederom een mea culpa met betrekking tot het handelen van het college van wethouders is uitgesproken. Hiermee vervalt de grondslag van dit interpellatiedebat, zoals de heer Simons duidelijk zegt.
Maar 50PLUS wil wel heel duidelijk stellen dat we begrijpen dat er een mea culpa is uitgesproken, maar dat dit een zeer sleets argument aan het worden is, omdat dit al de zoveelste keer is dat er spijt wordt betuigd door het college. Ook de belofte dat het slechts om een incident gaat en niet meer zal gebeuren. Dat wordt ook een groef in de grammofoonplaat. Het is namelijk niet een incidenteel maar een structureel probleem dat door ons aangekaart wordt in deze collegeperiode. Dat is in de hand gewerkt door de achterkamertjespolitiek en de vele geheime overleggen waar dit college bijna prat op gaat. Zo dadelijk gaan we het weer krijgen. Er is geen vergadering of er wordt ons weer geheimhouding opgelegd. We zullen er vanmiddag nog op terugkomen, maar het verwondert mij bijzonder om vervolgens te zien dat de provincie Zuid-Holland even gemakkelijk alle geheime informatie in kranten laat zetten. Dat vind ik dan toch wel heel apart dat wij er wel zo mee omgaan. 50PLUS Rotterdam gaat akkoord dat het interpellatiedebat ingetrokken wordt, maar wil wel haar enorme ongenoegen
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1264
uitspreken over de manier waarop dit college van B&W met de raad en zijn taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden omgaat. De VOORZITTER. Waarvan akte. Mijnheer Achbar. De heer ACHBAR (denk). Ja voorzitter, ook wij begrijpen dat het interpellatiedebat is ingetrokken naar aanleiding van de brief die is verstuurd vanuit het college. Het siert het college dan overigens wel dat ze die brief hebben gestuurd en daarin hebben aangegeven en erkennen dat ze deels aan reflectie doen en dus ook wel fouten maken. Ik moet zeggen dat ik het wel jammer vind dat dit niet eerste keer is en dat dit vaker heeft plaatsgevonden. Het middel is op dit moment te zwaar. En het tweede onderdeel ten aanzien van Wobverzoeken, ook daarin merken we dat dat soms te stroef, te traag en niet transparant gaat. Ik wil er ook wel voor pleiten om bijvoorbeeld naar het voorbeeld van Utrecht te kijken, waarin overigens veel meer Wob-verzoeken komen, en overigens ook sneller worden afgehandeld. De VOORZITTER. Mevrouw Eskes. Mevrouw ESKES (cda). Ja, dank u wel. Ik moet zeggen dat ik wat verrast ben, maar vooral ook wel een compliment wil maken aan de indieners. Ik denk dat het mooi is om te zien, dat op het moment dat er zaken die ook naar onze mening misschien niet geheel de schoonheidsprijs verdienden, maar als daar erkenning voor is, dat dat ook serieus genomen wordt.
Ik denk dat het ontzettend mooi is dat de indieners dit op deze manier beoordelen. Ik hoor ook de heer Meeuwissen, maar ik zie dat hij niet de aanvrager is. Dan had hij zelf een debat moeten aanvragen. Ik denk dat het goed is dat we dit agendapunt dan afvoeren van de agenda. Dank u wel. De VOORZITTER. De heer Meeuwissen. De heer MEEUWISSEN (pvv). Ja voorzitter, ik vind het echt buitengewoon laf van collega Simons dat hij zijn keutel intrekt, maar goed, hij is de laatste tijd heel erg laf. Ondertussen zegt hij heel rare dingen over mij, maar goed, dat terzijde. Ik heb toch graag een termijn, of anders zou ik graag een motie vreemd aan de orde van de dag indienen. Dus hoe dan ook, is er een mogelijkheid dat ik ongeveer twee minuten spreektijd krijg en een motie kan indienen voorzitter? De VOORZITTER. U kunt in de orde altijd de raad verzoeken akkoord te gaan met een agendapunt. Dan is dat een kwestie van een meerderheid in de raad of geen meerderheid. En of het een motie vreemd aan de orde van de dag is, dat is aan u om te bepalen of dat past in de regelen der kunst. U heeft dezelfde tijd, u heeft altijd de mogelijkheid om de raad te vragen een punt aan de agenda toe te voegen. U vraagt nu bij dezen aan de raad om een punt toe te voegen? Dan kan dat in de reacties worden betrokken. Mevrouw Zeegers. Mevrouw ZEEGERS (d66). Ja, dank u wel voorzitter.
Ik sluit me aan bij de woorden van mevrouw Eskes. Ik ben blij te vernemen dat de aanvragers op deze manier ook reageren op de brief van het college. Ik wil toch even de gelegenheid nemen om het college te danken voor het feit dat het dat zelfinzicht heeft getoond. Dat is wat D66 betreft echt een bestuurscultuur zoals we die graag zien. Met het verzoek van de heer Meeuwissen zal D66 niet instemmen, geen extra agendapunt. De VOORZITTER. De heer Verheij.
raadsvergadering van 15 en 17 juni 2021
Notulen pagina
1265
De heer VERHEIJ (vvd). Voorzitter, afgelopen dinsdag ben ik mijn betoog geëindigd met de oproep aan het college om te zorgen voor tijdige en volledige informatie, zodat deze raad zijn werk kan doen. Wij worden overladen met stukken en met agendapunten. Ik heb het eens even nagekeken. Ik denk dat we ongeveer op het drievoudige aan stukken zitten ten opzichte van 2010, toen ik hier begon. Er komen 30.000 stukken deze kant op. Dat is echt bizar veel. Om dat allemaal te kunnen handelen heb je tijd nodig en soms ook nog andere dingen dan tijd, namelijk gewoon snappen wat er staat. Dus daar kan het college ons erg mee helpen. Dat is niet goed gegaan. Het is goed dat het college dat erkent en het is inderdaad niet de eerste keer dat dat gebeurt. Overigens, om heel eerlijk te zijn, bij voorgaande colleges was dat niet heel veel anders, dus het zit ook in de manier waarop zaken hier gepland worden. De heer Simons schudt nee. Ik heb nog eens een motie van afkeuring gesteund tegen een collega-wethouder van hem in de vorige periode, juist vanwege dit punt, maar dat geheel terzijde. Voorzitter, ik snap dat het debat op dit moment wordt ingetrokken, dank aan de indieners daarvoor om dat op deze manier te doen. Dat waardeer ik. Wat betreft het punt van de heer Meeuwissen, mij is nu onduidelijk welk punt hij aan de agenda wil toevoegen.