20210429 Notulen van de raadsvergadering van 29 april 2021
Tekst van het document
Het was wel een goede vergelijking toch? Die is ook eenmalig raadslid geweest. De heer BALWANTSINGH (pvda). Absoluut, absoluut. En inmiddels voorgedragen als wethouder in de gemeente Leidschendam-Voorburg. De VOORZITTER. Ja, oké. De heer BALWANTSINGH (pvda). Het is een vergelijking waar ik mee kan leven
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
868
voorzitter. Dank u wel. Maar ik heb wel meer haren dan hij. Dat is ook wel goed. Voorzitter, ja jeugdzorg. Ja, ja, wat zal ik zeggen? Het gaat over jeugdzorg, maar inmiddels zijn er ook heel veel zorgen over de jeugdzorg. De afgelopen tijd heeft het heel veel het nieuws gehaald en opiniestukken, noem maar op. Die zorg heb ik ook gedeeld met de wethouder. Wat ons voornamelijk raakt is de specialistische jeugdzorg waar jonge mensen eigenlijk ook in deze coronapandemie gesterkt door deze gezondheidscrisis in allerlei situaties terechtkomen die niet wenselijk zijn. Ik heb deze zorgen ook gedeeld tijdens de commissie met onze wethouder. Ik weet ook heel erg goed dat al deze problemen niet in één keer op te lossen zijn, maar we maken ons daar wel heel erg veel zorgen om. Wat ons ook veel zorgen baart, is het feit dat op de geldstromen, ook vanuit het Rijk, niet altijd gerekend kan worden terwijl we daar wel op zouden moeten kunnen rekenen, wat ons betreft. Er mag ook niemand in de kou blijven staan. Wat we wel zien, is een wethouder die zich enorm inzet en daar waar het moet ook van zich laat horen. Neemt dat alle zorgen weg? Nee, maar het geeft ons wel vertrouwen dat er iemand is die zich daar hard voor maakt vanuit onze stad Rotterdam. Voorzitter, we zijn nog lang niet uitgepraat hierover, maar wat dit debat betreft vandaag in elk geval wel.
We kijken uit naar een toekomst waarin het stap voor stap wel beter kan. Voorzitter, dank u wel. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Ik check even of er nog andere raadsleden het woord willen voeren. Mevrouw Eskes. Mevrouw ESKES (cda). Ja, dank u wel voorzitter. Ja, het is terecht dat mevrouw Hoogwerf hier opnieuw aandacht voor vraagt. Ik denk dat als we kijken naar de laatste tijd dan zien we dat er veel aandacht is voor de jeugdhulp en dat er ook grote zorgen zijn. Binnen de hele coronapandemie is zichtbaar dat de vraag naar jeugdhulp en vooral ook de specialistische jeugdhulp als het gaat om suïcide, eetstoornissen en andere zeer
zorgwekkende problemen, dan zien we dat het ongelooflijk ingewikkeld is om de beschikbaarheid van jeugdhulp tijdig ook te realiseren. Dat is zorgelijk, want zeker waar het gaat om zulke ernstige problematiek is tijdigheid van groot belang om te voorkomen dat problemen erger worden en daarmee ook grote risico’s voor jonge mensen met zich meebrengen. We zien dat die problematiek breed is. We zien in het hele land, de inspectierapporten wijzen dat uit, dat het gaat over beschikbaarheid, tijdige beschikbaarheid en dat daar nog heel wat knelpunten zijn. Ik denk dat het goed is dat daar enerzijds via de VNG ook een lobby naar het Rijk voor financiering gaande is en dat dat ook vanuit Rotterdam kracht bijgezet wordt. Tegelijkertijd vraagt het ook iets van de organisatie van de jeugdhulp. En we zullen ook goed kijken: waar besteden wij onze middelen aan? En hoe zorgen we ervoor dat we dat ook goed genoeg neerzetten? Ik denk dat één van de punten die we ook eerder in ‘Een Kind is geen Kavel’ aan de orde hebben gehad, is: hoe zorg je voor meer passende zorg in plaats van gestapelde zorg? Ik denk dat als je kijkt naar de specialistische zorg, de jeugdzorg+, dan zien we dat er vaak zo’n enorme rij aan interventies aan vooraf is gegaan dat dat iets doet met de motivatie voor jeugdhulp, maar uiteindelijk ook de financierbaarheid.
Dus wat dat betreft ondersteuning voor een aantal van de zorgen die mevrouw Hoogwerf geadresseerd heeft en vooral ook een aanmoediging aan de wethouder om vooral op dat gebied van passende zorg niet enkel maar in te zetten op de lichtst mogelijke zorg, om daar vooral de energie op te richten. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. Dank u zeer. Mijnheer Lansink-Bastemeijer. De heer LANSINK-BASTEMEIJER (vvd). Ja voorzitter, er is al genoeg gezegd denk ik over de jeugdzorg en toch kunnen we het er niet genoeg over hebben, want ik denk dat iedereen in de raad snapt dat de jeugd onze hulp en ondersteuning nodig heeft en dat we er alles aan moeten doen
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
869
dat de jeugd gezond en ook geestelijk gezond oud wordt en tot volwassenheid komt, tot wasdom komt. Dus wat mij betreft kan het niet vaak genoeg op de agenda staan en het bespreken en het beter te maken. Wat ik ook in de commissie heb aangegeven, is waar ik me wel zorgen om maak: dat is een andere vorm van stapeling, namelijk een stapeling van maatregelen die er vanuit de gemeenteraad richting het veld wordt gestuurd. En ik snap de insteek van mevrouw Hoogwerf en ik ben ook blij met een aantal van de moties die zij heeft ingediend, maar ik maak me wel zorgen over de sturende relatie vanuit het stadhuis Rotterdam en ik zou zeker ook na het bezoek aan de Laurenskerk met onze stakeholders ervoor willen waken om niet vanuit de gemeenteraad Rotterdam te gaan vertellen hoe het veld zich moet gaan organiseren. Daar waar het beter kan, moeten we het niet laten, maar ik denk dat het een fijne lijn is waar we over balanceren, daar waar we als gemeenteraad resultaten willen zien enerzijds en anderzijds daarmee wel het veld opzadelen met allerlei mogelijke regeltjes of andere manieren van werken. En ze hebben al zoveel achter hun kiezen. En wat het veld ook vaak zegt is: geen nieuwe stelselwijzigingen. Laat ons nou vooral werken vanuit wat we hebben en dat steeds beter maken. Enfin, dat als kleine annotatie bij het goede werk van mevrouw Hoogwerf.
En zo zullen we ook de moties die zij wel wat kort op de bal, dat moet ik ook zeggen, in de gemeenteraad heeft gebracht, daar zal ik nog goed naar kijken welke ik wel en niet zou willen ondersteunen, maar goed dat het wederom geagendeerd is. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Wenst iemand nog het woord? Eenmaal andermaal. Niet? Wethouder Bokhove. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Dank u wel voorzitter. We hebben dit onderwerp recent terugkerend besproken in de commissievergadering en ook tussen de commissievergadering en deze
vergadering zijn er eigenlijk alweer nieuwe ontwikkelingen geweest, onder andere dat het Rijk eindelijk na heel veel lobby-inzet ook vanuit Rotterdam, met een tijdelijke overbrugging is gekomen, een voorschot op die al langer bekende tekorten die er in de jeugdzorg zijn, waardoor ook veel gemeenten moeite hebben om te zorgen dat er kortere wachtlijsten zijn. Dat geeft natuurlijk heel veel perspectief. Dat is prettig. Het lastige is dat dat nog niet structureel is en dat geeft aanbieders problemen om te zorgen dat daar vacatures vast worden ingesteld. Maar het fijne is dat wij hier zelf al vanuit het derde kwartaal met corona, met die oplopende problematiek bij kinderen, ernstigere kinderen, heel goed samen zijn opgetrokken als raad, dat we ook stevig een geluid hebben laten horen en dat het dus ook niet een verrassing was, de factsheets vanuit de Inspectie en de bevindingen van de Ombudsman. Die zijn namelijk ook in lijn met wat wijzelf hebben gesignaleerd en waar wij zelf bij de Tweede Kamer en bij de staatssecretaris over aan de bel hebben getrokken om die urgentie goed onder de aandacht te brengen. Dus het fijne is dus nu dat er budget is.
Dat is behoorlijk geoormerkt, dus daar liggen ook wel weer delen van vast, maar de raad mag van mij natuurlijk de inzet verwachten om te zorgen, en dat hebben we al gedaan vanuit bevoorschotting vanuit Rotterdam, om te zorgen dat spoed altijd kan doorgaan, want er is een hele laag kinderen achter die spoed die ook op een wachtlijst staat en waarvan wij niet willen dat zij vervolgens spoed krijgen omdat zij te lang verstoken zijn van zorg. Dus we maken met dat extra budget, met de regio ook, goede plannen om te zorgen dat die doorstroming echt op gang komt. Nou, ik heb bijna wekelijks contact met de aanbieders en met de uitvoeringsorganisatie daarvan om te zorgen dat dit zo goed mogelijk vorm wordt gegeven. Daar is een aantal vragen over gesteld. Als eerste zou ik één heel erg praktisch voorstel willen doen voorzitter. De moties van mevrouw Hoogwerf zijn eigenlijk zo kort van tevoren ingediend dat
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
870
ze nog niet eens op het RIS staan. Ze zijn ingediend tijdens het vorige agendapunt.
informatie hebben kunnen achterhalen over die signalen en of zij die in latere instantie wel met mij nog kunnen delen. Dus dat wordt nog flink uitgezocht. Op het moment dat daar meer informatie over bekend is, zal ik bij u terugkomen.
De VOORZITTER. Ze staan inmiddels wel op het RIS. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Ik heb ze nog niet allemaal kunnen lezen. Dus ik wilde voorstellen dat ik de moties adviseer aan het eind van dit blokje. Dan kan ik dat heel kort en krachtig in één keer doen, want dan kan ik ze ook in de volgorde dat ze zijn ingediend bespreken. Ik heb me wel voorbereid, want ik kon me wel voorstellen welke richting ze op zouden gaan, maar die motie-advisering zou ik aan het eind van dit blok graag willen doen, want ze waren mij gewoon niet eerder bekend. De VOORZITTER. Dat is helder en dat is u toegestaan. De moties staan inmiddels wel op het RIS. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Ja, dat is fijn dat ze op het RIS staan. Dan kan ik ze ook eventjes bekijken. Dus graag aan het eind van dit blok. Niet mijn blok, maar het korte-verklaringenblok. Ik denk dat dat voor iedereen fijn is om daar even kennis van te nemen. D66 had een aantal vragen, onder andere de signalen vanuit het ziekenhuis in Rotterdam. Ik heb nagevraagd bij de Inspectie om daarvoor namen en rugnummers te noemen, want ik vond dat ook een zeer zorgelijk signaal, het aantal kinderen met orgaanfalen dat daar binnenkwam. De Inspectie kon mij op dat moment geen namen en rugnummers noemen. Ik heb de ziekenhuizen laten nabellen om te vragen of zij die signalen op die manier herkenden en dat daar geen opvolging aan zou worden gegeven.
De ziekenhuizen, het EMC, herkende dat niet zo en we hebben ook het Maasstad Ziekenhuis gebeld om te vragen of daar meer informatie bekend is. Daar krijgen we nog informatie over terug. En ik ga ook nogmaals even met de Inspectie in gesprek om te kijken of ze inmiddels zelf meer
De 613 miljoen die beschikbaar is, is deels geoormerkt, zoals ik net al zei. Er is ook een commissie ingesteld naar aanleiding van het AEF-rapport die met advisering komt over de toekomst van de jeugdzorg en daar wordt onder andere gekeken vanuit de Jeugdwet of alle zorg die nu in het pakket zit wel vergoed moet worden. Ik kijk daar ook met interesse naar. Vooralsnog zijn wij verplicht alle zorg te geven waar nu om gevraagd wordt en is de Jeugdwet eigenlijk een soort openeinderegeling. Het is heel fijn als het Rijk daar met kaders komt, met duidelijker kaders. Dan zullen wij ons daaraan houden. Omgekeerd is het niet zo dat de zorg in Rotterdam zomaar en ongebreideld wordt gegeven. Wij maken serieuze afspraken met onze aanbieders en wij zien juist op sommige vlakken waar wij namelijk proberen om zorg eerder te geven, vroegtijdiger, om zwaardere zorg aan het eind te voorkomen, dat er bij sommige mensen echt nog een ondervertegenwoordiging is en dat het juist heel belangrijk is om vroegtijdig signalen op te pakken. Dus wij zien dat dat niet de enige reden is waarom de tekorten oplopen, want we zien op sommige plekken ondervertegenwoordiging, maar het tekort is ook ontstaan omdat er daadwerkelijk te weinig budget vanuit het Rijk werd verstrekt om de zorg die wel gegeven moest worden te doen.
Wij hebben natuurlijk niet alleen maar te zorgen dat jongeren geld krijgen, maar dat ook op een juiste manier de zorgkosten in kaart worden gebracht, in rekening worden gebracht. We weten de signalen vanuit het land dat er in sommige gebieden zorgcowboys zijn neergestreken. Ik heb u in de commissie verteld dat wij met grote, stevige aanbieders inkoopcontracten hebben afgesproken die dan
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
871
verantwoordelijk zijn vanuit hun eigen kwaliteitseisen bij de inkoop door eventueel onderaanbieders en dat wij in principe niet te maken hebben met zorgcowboys zoals dat in andere gebieden plaatsvindt. Wat wij doen, is natuurlijk inderdaad de accountants laten controleren of de zorg ook daadwerkelijk gegeven is. We hebben het berichtenverkeer waar we dat in controleren. Er zijn soms steekproeven die gedaan worden. Wat wij ook doen, om het hele beeld in kaart te brengen, is schouwen, nogmaals in de diepte onderzoek doen bij de aanbieders en wij reageren op klachten en signalen van cliënten als zij aangeven dat zij bijvoorbeeld zorg niet ontvangen denken te hebben. Dus wij duiken daar in de diepte op in. Wij hebben die signalen vooralsnog niet. We hebben ook geen signalen dat de zorgaanbieders omvallen. We hebben echt met stevige partijen te maken. Dat is goed, ook met name voor de continuïteit van onze zorg, maar als u signalen heeft van de klokkenluider dat het ergens in een specifiek geval niet goed gaat, dan wil ik dat heel graag van u ontvangen mevrouw Van Wifferen, want dan gaan we natuurlijk gewoon nog even extra op onderzoek uit. Dus als u die signalen heeft, maak ze bekend en dan voeren wij daar extra onderzoek op uit. Mevrouw Van Wifferen vraagt ook aandacht voor de zorg. Oh, wacht eventjes hoor. De VOORZITTER.
Voordat u verdergaat, mevrouw Van Wifferen heeft een vraag aan u. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Oh ja, ik zie mevrouw Van Wifferen in beeld. Mevrouw VAN WIFFEREN (d66). Ja voorzitter, de signalen die bij ons zijn binnengekomen, zijn dat voor de kinderen die lang thuis zitten, toch het geld voor een instelling wordt gedeclareerd. Ik vraag me dus af of daar ook steekproeven op worden gehouden, maar ik kom daar in het volgende debat over de aanbesteding op
terug. En ik wil toch nog wel gemeld hebben dat we wel eerder hebben gezien dat als we het over zorgcowboys hebben er bij onderaannemers wel bijvoorbeeld soms zeer hoge winsten worden gemaakt. Dat is iets waar dan misschien de hoofdaanbieders verantwoordelijk voor zijn, maar ik heb wel het idee dat daar in Rotterdam op dit moment niet naar wordt gekeken, wat we wellicht dus bij de aanbesteding anders zouden kunnen gaan regelen. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Ik denk dat dat een goed voorstel is om daar ook bij de nieuwe inkoop op terug te komen, maar nogmaals: het is heel lastig om in algemeenheden te spreken op het moment dat er uit steekproeven niet de signalen naar voren zijn gekomen. Als u aangeeft: ik heb ze wel, komt u alstublieft bij mij, met naam en rugnummer, of met de klokkenluider die u gesproken heeft, want dan kunnen we daar specifieker op doorzoeken, want we willen dat het zorgbudget altijd daar terechtkomt waar het ook terecht moet komen. Dus dat hoor ik graag van u.
En wat er ook wel is, en dat is misschien een onduidelijkheid of een signaal maar dat mag, wij hebben afspraken met bijvoorbeeld zorg die in een instelling geleverd wordt, waarvan blijkt dat het beter ambulant kan worden toegepast en dan is dat iets goedkopere zorg, maar om die transformatie daarvan mogelijk te maken, mogen dan de aanbieders die wat duurdere zorg declareren, omdat ze dan extra begeleiding thuis doen vanuit een ambulante zorg, om te zorgen dat de kinderen bijvoorbeeld niet uit huis hoeven te worden geplaatst. Ik weet niet of dat misschien een signaal is waarvan uw klokkenluider denkt: hoe zit dat? Want er is een specifieke zorg gedeclareerd en er wordt andere zorg geleverd die over het algemeen net iets goedkoper zou zijn, maar dit gaat zo gespecificeerd ..dat ik liever gewoon het signaal heb. Maar er zijn dus..
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
872
Mevrouw VAN WIFFEREN (d66). Ik kom daar nog even bij u op terug. Ik zal het u laten zien.
hiervoor te zorgen en ik ben het met u eens dat die veiligheid gegarandeerd moet worden.
Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Ja?
U vraagt ook aandacht voor de behandeling van de mensen die de taal niet machtig zijn, tenminste de Nederlandse taal niet machtig zijn. U heeft daar eerder een signaal aangegeven. Toen gaf ik ook aan: nou, volgens mij zou degene die u benoemt dat nog steeds mogelijk mogen doen, die mag ook nog steeds dat aanbod in andere talen geven. Waar daar wel sprake van is, is dat daar wachtlijsten zijn. Dat geldt momenteel voor de hele zorg, dat er soms cliëntenstops zijn om te zorgen dat de spoed doorgang kan vinden. Dat is in deze situatie, waarvan u weet dat die vanaf het derde kwartaal zo ontzettend is opgelopen, de specialistische aanbieders moeten in ieder geval die spoedzorg kunnen garanderen. Daarmee lopen de wachtlijsten voor de minder urgente cliënten op. Dat is onwenselijk. Gelukkig is hiervoor nu dat budget beschikbaar, waardoor we kunnen zorgen dat die reguliere zorg ook weer door kan, omdat het én een budgetverschuiving was én een capaciteitsverschuiving, waarvan wij binnen onze gemeente al extra geld hadden vrijgemaakt voor de continuering van die spoedzorg, maar hiermee, met die extra budgetten die nu vrijgekomen zijn van het Rijk, kunnen we ook zorgen dat die andere doorstroming weer op gang komt.
De VOORZITTER. Mevrouw Van Wifferen zegt: ik kom er nog op terug. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). U komt nog wel even bij mij terug. Dat is prettig. De VOORZITTER. Wethouder Bokhove, u praat erdoorheen. Ik weet niet of u mijn interventies hoort. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Ik versta u slecht burgemeester. De VOORZITTER. Mevrouw Van Wifferen zegt dat ze er bij u nog op terugkomt. Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Ja, dat is ook heel verstandig. De andere vraag van mevrouw Van Wifferen ging over de gesloten jeugdzorg en veiligheid. Daar hebben we in de commissie ook uitgebreid bij stilgestaan. In maart is er in de ministerraad ingestemd met een aangepast wetsvoorstel over hoe de rechtspositie in de gesloten jeugdzorg moet worden gegarandeerd en dat gaat nu voor advies naar de Raad van State. Dus daar kom ik snel bij u op terug, want het is niet meer toegestaan om kinderen in kale separeercellen, hoe moet je dat zeggen, op te sluiten. Dus het is inderdaad heel erg naar. Kinderen van twaalf en ouder mogen alleen nog in kindvriendelijke ruimtes worden afgezonderd en alleen als er sprake is van een noodsituatie. In april, ook recent, heeft het Rijk vijf miljoen beschikbaar gesteld voor het ombouwen van dit soort ruimtes en wij zijn daar als Rotterdam coördinerend gemeente voor onze regio.
Dit heeft ook echt al onze aandacht om te zorgen dat dit zo goed mogelijk wordt uitgevoerd. We zijn hierover ambtelijk in ieder geval al in gesprek met VWS. Dus dit heeft ook onze aandacht, om
Even kijken. Ja, mijnheer Smet heeft inderdaad ook een aantal algemene constateringen gedaan waar ik al opmerkingen over heb gemaakt. De PvdA, ja nogmaals: we zijn tijdelijk uit de brand geholpen doordat wij in onze regio al aan het opschalen waren en dat hebben we eigenlijk al voor eigen risico en rekening gedaan. Ik ben blij dat nu met terugwerkende kracht dat budget ervoor komt, maar dat is nog niet structureel. Het enige wat we nu echt nodig hebben van het Rijk is uiteindelijk dat zicht op die structurele budgetten en daar blijf ik mij voor inspannen.
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
873
Dat is ook wat het CDA onderstreept. We hebben natuurlijk ook een aantal andere zaken in het leven geroepen, want het gaat niet alleen over budgetten, het gaat ook over perspectief bieden en het aantrekken van personeel naar deze regio. Dus ook het mee helpen organiseren van de lobby bij organisaties en het werven van personeel bij organisaties. Ik heb al eerder gezegd: het is een zware tijd, die corona, aan de andere kant is het ook een tijd dat aanbieders hebben laten zien dat zij veel beter kunnen samenwerken dan in het verleden door wachtlijsten beter te delen, beter inzicht te geven in de wachtlijsten, samen oplossingen te zoeken. We zetten nu met de aanbieders triageteams op om te zorgen dat inderdaad het afwegingskader met elkaar veel beter wordt nageleefd en dat er veel sneller naar elkaar wordt doorverwezen om te zorgen dat de kinderen op de juiste plek komen. Dus ondanks dat het een crisistijd is, is het ook een tijd van oplossingen. Daar wordt echt heel erg hard aan gewerkt. Mijnheer Lansink-Bastemeijer gaf aan: ja, we moeten zorgen dat er niet gestapeld wordt. Dat ben ik met u eens. We moeten zorgen dat we de juiste dingen doen.
Zeker met de gemeenschappelijke regeling, met de uitvoeringsorganisatie en met ons eigen team denk ik dat we onze prioriteiten goed op orde hebben en zetten we een hoop zaken in gang, bekijken we met elkaar in de pauze die ons dadelijk gegund is de moties van mevrouw Hoogwerf, dus die zal ik in tweede instantie dadelijk nog eventjes toelichten, de zeven moties die zojuist zijn binnengekomen. Dus voorzitter, dit was het antwoord op de vragen en dan kom ik dadelijk in latere instantie graag nog even bij u terug aan het eind van het blokje.
een vraag? Nee? De moties zijn inmiddels wel in het RIS terechtgekomen. Dus houdt u dat vooral in de gaten. 16. De voortgangsrapportage informele zorg De VOORZITTER. Dan gaan we naar de voortgangsrapportage informele zorg. Dat is hopelijk het laatste onderwerp voor de lunchpauze. Ik check of wethouder Grauss is ingelogd. Dat is het geval. Dan begin met mevrouw Aafjes-Van Aalst. Mevrouw AAFJES-VAN AALST (lr). Voorzitter, Leefbaar Rotterdam heeft veel waardering en respect voor alle Rotterdammers die informele zorg verrichten. Zorgwekkend blijft dat veel kinderen mantelzorger zijn. Wij verwachten dan ook dat dit college deze kinderen goed in kaart brengt en de nodige steun geeft. De toezegging van de wethouder in de commissie over het mantelzorgsteunpunt blijven we nauwkeurig volgen. Het kan niet zo zijn dat in een wereldstad met meer dan tachtigduizend mantelzorgers gemiddeld maar één telefoongesprek per dag met het mantelzorgsteunpunt wordt gevoerd. Er moet meer en meer bekendheid aan worden gegeven.
Mevrouw BOKHOVE (gl) (wethouder). Ja.
Daarnaast wil Leefbaar Rotterdam in een volgende voortgangsrapportage een vergelijking zien met de mantelzorgers en vrijwilligers uit andere grote steden. Als men conclusies wil trekken over informele zorg moet men wel een vergelijking hebben met cijfers uit soortgelijke steden qua bevolkingssamenstelling. Informele zorg en formele zorg lopen vaak noodgedwongen in elkaar over. Zorg ervoor dat de mantelzorger meer betrokken wordt in deze casussen. De communicatie tussen de wethouder Informele zorg en de wethouder Zorg is noodzakelijk op vele vlakken. De communicatie daarentegen tussen de professionele hulpverlener en de mantelzorger kan zelfs cruciaal zijn.
De VOORZITTER. Akkoord. Dat houden wij nog van u tegoed. Is er nog iemand met
Tot slot: wat kosten de Rotterdamse mantelzorger en vrijwilligers? Neem hun
De VOORZITTER. Wethouder, u was klaar? En u gaat later terugkomen op de advisering over de moties?
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
874
tomeloze inzet niet als vanzelfsprekendheid aan en sta ook voor hen klaar als ze hulp of een andere vorm van ondersteuning nodig hebben. Tot zover.
te doen om een goede en waarheidsgetrouwe respons te krijgen? Voorzitter, tot zover. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Dan ga ik naar mevrouw Van Wifferen.
De heer BALWANTSINGH (pvda). Dag voorzitter. Dank voorzitter. Ik had er niet op gerekend als tweede spreker te zijn aangemeld, maar dat is wel gebeurd. Ik moet even mezelf een beetje hergroeperen. De VOORZITTER. Ik wil u wel nog even wat meer zuurstof geven. Dan ga ik naar de volgende. De heer BALWANTSINGH (pvda). Ja, dank u voorzitter. Dan kom ik straks terug. De VOORZITTER. Doe dat maar even. Mevrouw Mohamed-Hoesein. Mevrouw MOHAMED-HOESEIN (denk). Goedendag voorzitter. Wij hebben het tijdens de commissievergadering gehad over de resultaten van de Omnibusenquête over vrijwilligerswerk en de informele hulp in Rotterdam. Uit de enquête bleek dat na het begin van de lockdown het onbetaald werk fors afgenomen was. En dit zou komen door een forse daling bij de Rotterdammers met een migratieachtergrond die minder zouden participeren. Voorzitter, dit gaat er bij mij nog steeds niet in. Wij hebben de wethouder gevraagd om een verklaring te geven voor de resultaten. Die resultaten zijn eigenlijk een vertekend beeld van de realiteit. De wethouder heeft aangegeven dat hij hiervoor ook geen verklaring kan vinden, anders dan dat het een steekhoudend onderzoek zou zijn geweest. Voorzitter, wij willen graag de wethouder vragen om mensen met een migratieachtergrond beter te kunnen bereiken, om daarop in te zetten.
Is de wethouder bereid om Rotterdammers met een migratieachtergrond op een andere manier te benaderen dan voorheen is gedaan? En is de wethouder bereid om dit in samenwerking met netwerkorganisaties
Mevrouw VAN WIFFEREN (d66). Voorzitter, mantelzorg is een lastig onderwerp om te bespreken, omdat de effecten van corona op de mantelzorgers niet echt gemeten zijn in Rotterdam, want een deel van de onderzoeken is namelijk voor de pandemie en een deel erna. Maar landelijk onderzoek geeft een zeer verontrustend beeld. Het Sociaal en Cultureel Planbureau zegt dat door corona mantelzorgers veel zwaarder belast zijn geraakt. De bezorgdheid om besmetting, isolatie en veel minder hulp door de sluiting van de dagopvang heeft zijn sporen nagelaten. MantelzorgNL gaf aan dat tijdens de eerste lockdown driekwart van de mantelzorgers overbelast is geraakt en onderzoek van het CNV onder 750 werkende mantelzorgers gaf aan dat één op de drie werkende mantelzorgers tegen een burn-out aanzit. D66 vindt het daarom belangrijk dat we als gemeente blijven kijken naar hoe het gaat met onze mantelzorgers, want het kan niet anders dat ook in Rotterdam deze mensen zeer erg zwaar geraakt zijn. Daarom de vraag aan de wethouder: hoe zorgen we er nou voor dat we echt beter bij deze groep zijn aangehaakt? Dat we weten wat er speelt? En ook na deze pandemie, dat we weten hoe het hen geraakt heeft en hoe we hen beter kunnen ondersteunen. Tot zover. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Mevrouw Verkoelen. Mevrouw VERKOELEN (50plus). Dank u voorzitter.
50PLUS maakt zich zorgen over de Rotterdammers die mantelzorg bieden. We weten ongeveer hoeveel het er zijn, maar wie het zijn, dat weten we niet. De Rotterdammers die mantelzorg bieden weten dat zelf vaak ook niet overigens, want ze noemen zich helemaal geen mantelzorger. De geboden zorg doe je
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
875
natuurlijk als vanzelfsprekend. Die bied je wanneer het nodig is. Het gevolg is dat als de zorg te zwaar wordt ze niet weten dat er hulp mogelijk is en dat ze ondersteuning kunnen krijgen en zelfs een extra extraatje van de gemeente Rotterdam. Dat de mantelzorgers niet weten dat ze mantelzorg verlenen, is nog niet zo erg. Wat wel heel erg is, is dat de wethouder die een zorgplicht heeft naar alle Rotterdammers die zorg nodig hebben niet weet wie die mantelzorgers zijn die die hulp nodig hebben. Mantelzorgers zijn namelijk de ruggengraat van de zorg in Rotterdam. Zonder de bijna 90.000 mantelzorgers stort het zorggebouw in Rotterdam in. Helaas zijn veel van onze mantelzorgers zwaar of te zwaar belast, maar wie dat zijn weten we niet, want ze willen ondersteuning, dat weten we wel, maar doen we het goed? Het antwoord op die vraag hebben we niet. Dat is vreemd. We weten ook niet waarom we in Rotterdam minder mantelzorgers hebben dan we op basis van de landelijke cijfers zouden mogen aannemen. Kortom: het is nodig dat we er is informatie over gaan krijgen, zodat we er beleid op kunnen gaan maken.
We hebben een drietal moties waarin we het college oproepen om te onderzoeken wie onze mantelzorgers zijn, hoe we hun aantal nu en in de toekomst kunnen uitbreiden en hoe we hen beter kunnen ondersteunen en niet in de laatste plaats, beter kunnen waarderen, de vrijwilligers, als Rotterdamse gemeenteraad. Tot zover voorzitter. De VOORZITTER. Mevrouw Verkoelen heeft de volgende moties ingediend. Motie 1. Mantelzorgers de vrijwilligers van de stad ‘De gemeenteraad van Rotterdam in vergadering bijeen op 29 april 2021 ter bespreking van de voortgangsrapportage informele zorg; Constaterende dat: - Rotterdam, afhankelijk van de definitie, 81.000 of 89.000 mantelzorgers kent; - Rotterdam momenteel een programma heeft ter waardering waarbij mantelzorgers
onder andere gratis een Rotterdampas krijgen, 25 euro ov-tegoed en de mogelijkheid van een parkeervergunning; - het merendeel van de mantelzorgers (78 procent volgens onderzoek van Mezzo, 2018) kosten maakt om mantelzorg te kunnen geven. Bij een op de drie mantelzorgers lopen de kosten op tot meer dan 100 euro per maand; - het college momenteel geen zicht heeft op wie er mantelzorger zijn in Rotterdam en of zij ondersteuning nodig hebben; - Rotterdam 17 procent meer dan landelijk tamelijk en zwaarbelaste mantelzorgers kent; Overwegende dat: - Rotterdam en haar inwoners veel baat hebben bij de medeburgers die belangeloos mantelzorg verlenen; - ondersteuning en waardering van de mantelzorgers zonder meer op zijn plaats is; - er de fiscale mogelijkheid bestaat om vrijwilligers een onkostenvergoeding te bieden van 170 euro per maand of 1.700 euro per jaar vrij van inkomstenbelasting; - we door het bieden van een aantrekkelijke en fatsoenlijke vergoeding beter zicht krijgen op wie mantelzorger is en voor wie, dus ook meer en beter zicht op wie mogelijk ondersteuning nodig heeft en wie niet; Draagt het college op: - te onderzoeken of het mogelijk is om mantelzorgers te promoveren tot de vrijwilligers van de stad en hen een onkostenvergoeding voor vrijwilligers te bieden die past binnen de fiscale kaders zodat mantelzorgers er financieel niet bij in schieten; - de mantelzorgers te
promoveren tot de vrijwilligers van de stad en hen een onkostenvergoeding te geven voor vrijwilligers binnen de fiscale kaders die voorkomt dat mantelzorgers ondanks de gevoelde verantwoordelijkheid er financieel bij in schieten; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. P.J.H.D. Verkoelen Motie 2. Mantelzorgers gewaardeerd
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
876
‘De gemeenteraad van Rotterdam in vergadering bijeen op 29 april 2021 ter bespreking van de voortgangsrapportage informele zorg; Constaterende dat: - Rotterdam, afhankelijk van de definitie, 81.000 of 89.000 mantelzorgers kent; Rotterdam momenteel een programma heeft ter waardering waarbij mantelzorgers onder andere gratis een Rotterdampas krijgen, 25 euro OV-tegoed en de mogelijkheid van een parkeervergunning; - De Mantelaar verder vervangende zorg voor mantelzorgers biedt. Overwegende dat: - Rotterdam en haar inwoners veel baat hebben bij de medeburgers die belangeloos mantelzorg verlenen; - waardering van de mantelzorgers zonder meer op zijn plaats is; - uit gesprekken met mantelzorgers blijkt dat ze vaak helemaal geen tijd hebben voor ontspanning en een 'uitje’; - wij verder geen idee hebben of de waardering die Rotterdam aan haar mantelzorgers biedt aansluit bij de behoefte en of de vorm van de waardering past bij wat mantelzorgers als waardering ervaren; Draagt het college op: - te onderzoeken of en hoe het huidige pakket aan waardering voor de mantelzorgers ontvangen wordt en hoe hierin verbeteringen aan te brengen die aansluiten bij hoe mantelzorgers gewaardeerd en ondersteund willen worden; En gaat over tot de orde van de dag.’
- volgens het SCP verlenen van de Nederlanders die 16 jaar of ouder zijn, 32 procent mantelzorg; - dit voor Rotterdam zou betekenen dat we ruim 170.000 mantelzorgers zouden moeten hebben, dat zou betekenen dat Rotterdam slechts ongeveer de helft van het aantal mantelzorgers heeft dat we op basis van landelijke cijfers mogen verwachten; - volgens het RIVM het aantal potentiële mantelzorgers van 15 in 2015 naar 6 in 2040 daalt (zie ook beantwoording schriftelijke vragen Verkoelen, 21bb003980); Overwegende dat: - mantelzorgers de ruggengraat van de zorg voor Rotterdammers zijn; - het aantal oudere Rotterdammers tussen 2018 en 2030 met 30.000 toeneemt (zie Ouder en Wijzer); - iedere Rotterdammer die een andere Rotterdammer kan helpen meer dan nodig is; - de zorg zonder mantelzorgers onbetaalbaar wordt; Draagt het college op: - te onderzoeken waarom we in Rotterdam minder mantelzorgers hebben dan wij op basis van landelijke cijfers mogen verwachten; - een campagne te ontwikkelen die het aantal mantelzorgers doet toenemen; - beleid te ontwikkelen waarmee we mantelzorgers nu en in de toekomst optimaal kunnen ondersteunen; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. P.J.H.D. Verkoelen
w.g. P.J.H.D. Verkoelen Motie 3. Mantelzorgers nu en in de toekomst
De moties zijn voldoende ondersteund en maken deel uit van de beraadslagingen. Dank u zeer. Mevrouw Eskes.
‘De gemeenteraad van Rotterdam in vergadering bijeen op 29 april 2021 ter bespreking van de voortgangsrapportage informele zorg; Constaterende dat: - Rotterdam, afhankelijk van de definitie, 81.000 of 89.000 mantelzorgers kent;
Mevrouw ESKES (cda). Ja, dank u wel voorzitter. Ja, ik denk dat hier weinig politiek verschil van inzicht bestaat over het belang van mantelzorgers in onze stad en hoeveel dat er zijn en met name ook de soms ongelooflijk zware belasting die op hun schouders rust. Ik zou net als mevrouw
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
877
Aafjes-Van Aalst, sorry ik moest even nadenken, aandacht willen vragen voor de minderjarige mantelzorgers, want ik denk dat als één ding duidelijk is, dan is het dat zij vaak zelf niet eens in de gaten hebben dat zij mantelzorger zijn wanneer er sprake is van zorg voor een ouder of broer of zus. Dan kan het een ongelooflijk zware belasting zijn voor minderjarigen en ook impact hebben op hun mentale welzijn, maar ook op hun schoolprestaties. Ik denk dat het in die zin van belang is, dat er nadrukkelijker aandacht komt voor de positie van minderjarige mantelzorgers, maar vooral ook voor de vindplaats. Hoe bereiken we hen en zorgen we ervoor dat hun jeugd meer ontzorgd wordt dan dat vaak het geval is? Als we zien dat het vaak veel tijd en energie kan vergen en veel emotionele belasting met zich meebrengt om vaak zorg te leveren aan een ouder of broer of zus dan maken wij ons daar zorgen over, maar met name ook dat we hen onvoldoende bereiken met het staand beleid. Dus de vraag aan de wethouder is om daar specifiek meer op in te zoomen, maar vooral ook op zoek te gaan naar de vindplaatsen, daar ook afspraken over te maken met de scholen om meer zicht te krijgen op waar dit zich voordoet en hoe we actiever ondersteuning kunnen bieden aan minderjarige mantelzorgers. Dank u wel voorzitter. De VOORZITTER. Dank. Dan gaan we naar mijnheer Balwantsingh. De heer BALWANTSINGH (pvda).
Ja, dank u voorzitter. Ja, mantelzorgers leveren een onbetaalbare bijdrage. Wat ons wel opviel, en wat tijdens de commissievergadering al is besproken, is de rol van de mensen met een migratieachtergrond die vaak niet worden meegeteld in de statistieken. Mensen met een migratieachtergrond leveren vaak een bijdrage als mantelzorger zonder dat ze eigenlijk ook weten dat ze dat doen. Ze kennen de weg vaak niet naar instanties waar ze ondersteuning kunnen vinden. Daar hebben we aandacht voor gevraagd
en wat ons betreft heeft de wethouder zich daarover uitgesproken. Ook hebben we het gehad over de casemanagers. Er is een tekort aan deze mensen. Er zijn signalen dat huisartsen vaak ook niet weten dat ze bestaan. Ook dit hebben we besproken tijdens de commissie, wat ons betreft afdoende beantwoord door de wethouder. En in zijn algemeenheid blijft het belangrijk om te kijken hoe en op welke manier we mantelzorgers beter kunnen ondersteunen, zodat ze zich ook gehoord en gezien voelen voorzitter. Dank u wel. De VOORZITTER. Dank u zeer. Is er nog iemand die een termijn wenst? Niet? Dan gaan we naar wethouder Grauss. De heer GRAUSS (cu-sgp) (wethouder). Goedendag voorzitter. Hopelijk ben ik verstaanbaar? Dat is altijd nog even de vraag in dit digitale tijdperk. Dank. De VOORZITTER. U bent verstaanbaar wethouder. De heer GRAUSS (cu-sgp) (wethouder). Goed om te horen burgemeester. We hebben een uitgebreid, mooi en scherp debat gehad in de raadscommissie ZOCS. Niet alleen over de mantelzorgers overigens, maar ook over de vrijwilligers en de stappen die allemaal gezet zijn en de betrokkenheid voel ik weer terug in de gesprekken die er zijn. Dat is ook de betrokkenheid die ik voel.
Iedereen die een mantelzorger in de ogen kijkt en spreekt, de mensen die in de eerste lockdown zeiden: ik mocht niet meer naar mijn partner toe die in het verzorgingstehuis zit, of de mantelzorger die ik sprak die zei, in zijn geval was het zijn vrouw, al op leeftijd: maar ik durf de thuiszorg niet meer binnen te laten, want ik was zo bang dat ze besmet zou worden door corona. Dus de heftige verhalen, de druk die er bij mensen zit, corona raakt mensen die kwetsbaar zijn en de mantelzorgers zijn het goud van de samenleving, dus op alle manieren proberen we daar met elkaar stappen in te
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
878
zetten en hebben we dat gelukkig de afgelopen jaren ook gedaan. Ik ben zo blij dat we die stappen hebben gezet, met de mensen uit het veld zelf, met de mantelzorgers, met de organisaties en dat het geleid heeft tot onderzoek, want daar hebben ze echt behoefte aan. Dat heeft onder andere geleid tot het oprichten van de mantelfoon, het mantelzorgsteunpunt en hadden we dat niet gehad dan hadden we dat nu moeten uitvinden. Terecht aan iedereen die zegt: dat moet groeien. Daar ben ik het mee eens. Het bereik moet groeien. De stappen moeten groeien. Daar hebben we een goed debat over gehad in de commissie. Ik heb ook de toezegging gedaan om erover te rapporteren, ook over de campagnes vanuit de mantelfoon die nog plaatsvinden. Ik heb ook in de commissie de toezegging gedaan aan mevrouw Aafjes-Van Aalst, en daarmee aan u allen: we gebruiken verschillende definities van mantelzorgers in de G4. Daardoor is die vergelijkbaarheid lastig. Wij hebben een bepaalde definitie en als wij die nu zouden aanpassen dan is de vergelijkbaarheid met het verleden wellicht bij ons weg, maar onze eigen definitie zorgt voor minder vergelijkbaarheid met de G4. Dat is ook lastig, omdat je daarom veel minder kan duiden: wat maakt het specifiek? En hoe zullen we kunnen verbeteren? Dus ik heb daar gelijk de toezegging gedaan, u heeft daar gewoon een terecht punt.
Dus ik ga dat nog eens even goed op een rijtje zetten, om met elkaar meer grip te krijgen, want dat is wat we willen. Terecht ook de opmerking over de samenwerking met wethouder De Langen die heel nauw is, over formeel en informeel. En dat niet alleen aan de zorgkant, maar ook: als je de goede dingen doet in het welzijnswerk, en er staan dingen in de nieuwe aanbesteding over welzijn, dan wordt de voor mantelzorg signalerende functie van welzijn erin versterkt, zodat daar al gelijk die eerste stappen beter gaan verlopen. Voorzitter, ik pak even de belangrijkste vragen die gesteld zijn, hoewel we er ook in de commissie over hebben gesproken,
maar ik vind het niet terecht als ik nu in één keer doorstap naar de moties, want het doet mij ook wat en het gaat om zulke belangrijke dingen. Mevrouw Mohamed-Hoesein van DENK gaf terecht aan: ja, hoe kan het nou? Er lag een onderzoek over vrijwilligerswerk en de cijfers. Een gedeelte was voor en een gedeelte was tijdens corona en cijfermatig ziet men dan een daling in coronatijd ontstaan. En als dan die onderzoekers verder uitzoeken welke groepen dat zijn, dan waren dat vooral mensen met een migratieachtergrond waar een daling was. Ja, de eerste vraag die ik stelde en die u ook terecht stelde, is: ja, wat is daar het verhaal achter? Nou, dat verhaal hadden ze niet, want de Omnibus-enquête is een cijfermatige reeks. Dus wat ga je dan doen? Dan ga je contact zoeken met een hoogleraar die wereldberoemd is op het terrein van vrijwilligerswerk, en die aan onze eigen Erasmus Universiteit werkt. Dan ga je gelijk het gesprek aan met SKIN, de migrantenkerken, dan ga je gelijk het gesprek aan met SPIOR. En overigens, sinds ik het onderzoek, die cijfers zag, heb ik dat ook bij u gevraagd bij de commissie. En wat ik dan bij SKIN en SPIOR zie, wat ik als reactie krijg, en wat ik ook gewoon zo herken uit de praktijk, is: ja, het was even schrikken, het was heftig, en vervolgens zijn we gas gaan geven. We zijn meer gaan doen. We zijn er meer op uitgetrokken.
En dan ben ik ook gewoon eerlijk: ik ga geen verhalen verzinnen. Ik heb geen duiding van die verandering van de cijfers, niet van alle mensen die ik spreek, uit het veld, die zelf vrijwilligerswerk doen, die een wetenschappelijke positie hebben, dus ik lever u de cijfers, maar ik ben ook eerlijk: als ik die duiding niet kan plaatsen, en ook de incongruentie tussen wat mevrouw Mohamed-Hoesein zelf ook ziet in de praktijk en ik ook, want ik bel met die clubs en zo nu en dan ga ik ook op stap in de stad om te kijken wat er gebeurt. Dus dat voor de helderheid.
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
879
Mevrouw Van Wifferen gaf terecht aan: mantelzorgers worden hard geraakt in deze coronacrisis. Het is een onmisbaar element van de zorg. En waar er heel veel druk op de zorg zit, zie je dat mensen nog meer op hun schouders nemen, dat is de grote zorg die wij daar beiden hebben en daarom ook dat alle stappen die gezet zijn zo cruciaal zijn om mee verder te gaan en goed contact te houden. Mevrouw Verkoelen zegt terecht: mantelzorgers zijn de ruggengraat. Ze heeft drie moties. Die zal ik zo beantwoorden. Degene van u die niet gesproken heeft, maar wiens geluid nog steeds in mijn hoofd resoneert, is mijnheer Van Zevenbergen van de SP. Hij zei: mantelzorg, liefde is de brandstof. En vanuit liefde doe je nooit een stap terug. En als allerlei andere dingen niet mogelijk zijn, alle hulpbronnen niet mogelijk zijn, vanuit liefde blijf je daar staan. Dus helemaal mee eens, de ruggengraat. En dan is vervolgens de vraag: wat kunnen we doen? Mevrouw Eskes stelde terecht een vraag die ook bij mevrouw Aafjes-Van Aalst naar voren kwam over jongeren, minderjarige mantelzorgers. Ik heb het nog even opgezocht tijdens uw betoog, wat we daarop doen. De mantelfoon heeft in de backoffice een medewerker die gespecialiseerd is in het bereiken en begrijpen van jonge mantelzorgers. Deze specialist ondersteunt ook de partners in het vroeg signaleren en beter begeleiden van jonge mantelzorgers.
De mantelfoon heeft ook een chatfunctie op de website, is actief op social media en dit jaar hebben we speciale communicatiethema’s. De Week van de jonge mantelzorger, 1 tot 7 juni is dat, de jonge mantelzorger en dan gaan we daar veel over doen. We hebben ook DIA, dat is de samenwerking tussen Dona Daria, Avant sanare en InMovement, en die hebben een vervolgsubsidie gekregen, dus vorig jaar ook zeg maar, en die vervolgstudie zit op het trainen van professionals die veel met jonge mantelzorgers in contact zijn met bijvoorbeeld, en mevrouw Eskes noemde
dat zelf ook, het onderwijs, wijkteams, BSO’s en het bereik daarvan is minimaal honderd personen, de training en begeleiding van jonge mantelzorgers in alle onderwijstypen. Van basisonderwijs tot universiteit in een op hen aangepaste manier. Het bereik is minimaal 150 jongeren. Een training gericht op informele zorg is bereikbaar voor alle Rotterdammers via Platform Zorgzaam010. En wat ik al zei over de verschillende communicatie. Dus dat zijn de instrumenten die we op het terrein van de jonge mantelzorgers al in gang hebben gezet. Toen het nog mocht, ging ik ook bij de Dag van de mantelzorger er echt op uit en dan beland je ook wel eens bij de Taarten van Abel, dat is een werkwijze geleend van een televisieprogramma. Dat was in Overschie, dat ze met jonge mantelzorgers aan het taarten bakken waren en tijdens het bakken en het maken met elkaar erover in gesprek zijn. Dus ik noem een aantal voorbeelden, maar de werkelijkheid is diverser en breder. Er gebeuren nog veel meer activiteiten rond jonge mantelzorgers, alleen vanuit deze portefeuille al. Mijnheer Balwantsingh gaf ook aan: voor velen is het net zo gewoon, zoals je je jas, een mantel aan een kapstok hangt, zo gewoon is het voor mensen dat ze de helpende hand geven bij hun naasten. En dat noem je geen mantelzorg. Ik denk dat er heel veel groepen, onderdelen van deze samenleving, zijn waar dat nog vele malen gewoner is.
En sterker nog: als je zegt, ja je zorgt voor je ouders, je zorgt voor een gehandicapt kind, dat mensen daarmee zeggen: ja, je noemt dat mantelzorg, maar dat voelt helemaal niet goed. Dat lijkt net of ik iets bijzonders doe. En het is natuurlijk bijzonder, maar mensen zeggen: maar dit is zo normaal in hoe wij willen leven. Dat betekent wel dat alle cijfers rondom mantelzorg, dat dat wel ingewikkeld is. Er is geen stevigheid, want ja, de eerste vraag is: ben je een mantelzorger? Ja, veel mensen ervaren dat niet. Voorzitter, ik heb geprobeerd heel kort recht te doen aan een aantal vragen en
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
880
opmerkingen die de raadsleden hebben gemaakt. Maar in de commissie was het nog veel rijker en mooier. Dan de drie moties. Motie 1, en mevrouw Verkoelen heeft hem niet uitgebreid toegelicht, dus het lijkt me goed dat ik wel even zeg wat er in de motie staat om op te dragen aan het college: ‘te onderzoeken of het mogelijk is om mantelzorgers te promoveren tot de vrijwilligers van de stad en hen een onkostenvergoeding voor vrijwilligers te bieden die past binnen de fiscale kaders, zodat mantelzorgers er financieel niet bij in schieten.’ En het tweede bullet: ‘de mantelzorgers te promoveren tot de vrijwilligers van de stad en hen een onkostenvergoeding te geven voor vrijwilligers binnen de fiscale kaders die voorkomt dat mantelzorgers ondanks de gevoelde verantwoordelijkheid er financieel bij in schieten.’ Het lijkt wel of die er bij mij dubbel in staat. Kijk, het bijzondere aan mantelzorg is, voorzitter, mensen doen het uit verantwoordelijkheidsgevoel, uit liefde. Liefde is de brandstof, zoals mijnheer Van Zevenbergen zei. Mensen doen het vanuit een intrinsieke motivatie. Het overkomt je. Het is geen keuze. Daarmee is de vergelijking met mantelzorg toch wel een lastige, want dat is wel iets wat je kan stoppen, waar je kan kiezen. Mantelzorg is niet af te dwingen, is niet aan te boren.
Als ik nu kijk wat wij doen, de rol van de gemeente Rotterdam nu, mantelzorg en vrijwilligers, dat valt allebei onder informele zorg, dan is als ik mantelzorgers omtover, als ik dat al zou kunnen, naar vrijwilligers dat geen promotie, want wij geven geen onkostenvergoeding aan vrijwilligers als gemeente Rotterdam. En vrijwilligers ontvangen ook geen Rotterdampas, geen OV-tegoed en geen parkeervergunning. Dus in het huidige beleid is het geen promotie, maar een demotie. Dan zou je zeggen: ja, maar mevrouw Verkoelen met een voorstel. Die zegt: laten we mantelzorg nou vergoeden als een soort vrijwilligersvergoeding. U weet dat het om grote aantallen gaat, dan is daarbij wel mijn vraag: wat is dan de dekking? Want als je geen dekking hebt dan ontbreekt de bodem. Overigens, natuurlijk gebeuren er
al heel veel dingen. Bijvoorbeeld in de PGB, de persoonsgebonden budgetten, via niet alleen de Wmo, waar wij natuurlijk als gemeente leidend zijn, wethouder De Langen, maar ook in de Wet langdurige zorg en de ziektezorg, de ZVW, de Zorgverzekeringswet. Daar zitten ook constructies om mantelzorg deels te financieren. Dus alles bij elkaar moet ik helaas deze motie ontraden. Voorzitter, motie 2 draagt het college op te onderzoeken of en hoe het huidige pakket aan waardering voor mantelzorgers ontvangen wordt en hoe hierin de verbeteringen aan te brengen die aansluiten bij hoe mantelzorgers gewaardeerd en ondersteund willen worden. Nou voorzitter, ik heb al regelmatig het traject dat wij hebben gelopen geschetst. We hebben heel veel mantelzorgers gesproken en input opgehaald, het visietraject doet dat nog steeds. Nou, hun belangrijkste wens was zo’n mantelzorgsteunpunt 24/7. Dat hebben we gelukkig gerealiseerd.
Wat we nu doen, de waardering is nu de Rotterdampas, het OV-tegoed en activiteiten bij de Dag van de mantelzorg, maar ook een aanbod aan workshops en cursussen, maar ik heb in de voortgangsbrief, die de basis was voor de commissiebehandeling, al gezegd dat ik ook commentaar, ook geluiden heb gehoord van mantelzorgers die zeiden: ja, maar even serieus: lief dat u dat aanbiedt wethouder, maar ik heb een zorgrelatie, ik zorg voor iemand, dus ik kan er niet even met de Rotterdampas op uit. En als ik dat wel zou doen, wie zorgt er dan voor mijn geliefde? Dus daarmee hebben we al de keuze gemaakt om te kijken of er iets anders naast de Rotterdampas zou kunnen zijn. En bij het zoeken naar het alternatief wordt gebruikgemaakt van de input en de feedback van de mantelzorgers zelf. Dus ik kan mevrouw Verkoelen geruststellen. Wat zij wil, daar zijn we middenin. Daarmee is die overbodig. Dan ga ik, voorzitter, naar de derde motie. Die draagt het college op te onderzoeken
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
881
waarom we in Rotterdam minder mantelzorgers hebben dan wij op basis van landelijke cijfers mogen verwachten. Ten tweede: een campagne te ontwikkelen die het aantal mantelzorgers doet toenemen. Drie: beleid te ontwikkelen waarmee we mantelzorgers nu en in de toekomst optimaal kunnen ondersteunen. Voorzitter, de vraag van mevrouw Verkoelen hebben we uitgebreid toegelicht, hoe die definities in elkaar zitten en als je een scherpe smalle definitie doet, de lat hoog legt, houd je minder mantelzorgers over. Als je een bredere definitie gebruikt heb je er meer, maar de werkelijkheid verandert er niet mee. Mantelzorg is iets wat mensen uit verantwoordelijkheidsgevoel doen, de liefde, intrinsieke motivatie. Dus het aanboren en dergelijke, ja dat is niet iets wat je als gemeente kan doen en je hebt ook geen invloed op de demografische ontwikkelingen in die zin, dus een onderzoek heeft weinig toegevoegde waarde, maar ik ben het helemaal met mevrouw Verkoelen eens, het gaat om communiceren, waarderen, zichtbaar maken. Ik denk dat in de afgelopen dagen en de komende dagen er nog wel wat lintjes hier in Rotterdam uitgedeeld worden, koninklijke onderscheidingen, en zo vaak gaat het om vrijwilligerswerk en mantelzorg daarin. Dus die waardering is er.
Ik heb al aan mevrouw Aafjes-Van Aalst toegezegd in de commissie om ook te rapporteren over de communicatie, bij welke groepen we speciaal rondom mantelzorg gaan communiceren en ik ben het er helemaal mee eens dat dat een belangrijke manier is. Dus die toezegging heb ik al gedaan. Natuurlijk ben ik het helemaal met u allen eens dat onze belangrijkste taak is er ook op tijd te zijn, om te kijken hoe we overbelasting kunnen voorkomen, op de goede manier. En ja, de aantallen bij de mantelfoon kunnen groeien, die moeten groeien, maar ik ben wel ontzettend blij met die telefoons die binnenkomen en de mantelzorgers die zeggen: ja, toen het echt over mijn schoenen liep, toen ik het niet meer zag zitten, het maakt niet hoe laat, en ik bel en ik krijg iemand die begrip heeft, die me meedenkt en me verwijst naar de
goede plekken. Overigens, in de nieuwe inkoop gebiedswelzijn zetten we in op het vergroten van het signalerend vermogen van het welzijnswerk, de vraagwijzers, wijkteams en mogelijk andere relevante partijen, zodat ook de mantelzorgers eerder in beeld komen. Dat kan mogelijk overbelasting overkomen. Dus bij dit alles moet ik helaas de motie ontraden. Voorzitter, ik hoop daarmee de raadsleden te hebben bediend op hun vragen op dit mooie domein. De VOORZITTER. Dank u wel. Zijn er nog vragen blijven liggen op dit onderwerp? Of heeft de wethouder alles gedaan? Dan rond ik de beraadslaging op dit punt af. Daarmee stel ik u voor te gaan lunchen. Als u dat goed vindt, stel ik u voor om terug te komen om 13.15 uur. Dan is het iets meer dan drie kwartier lunchtijd. U bent allemaal thuis hoop ik, of anderszins in de buurt van een plek waar u iets kunt nuttigen. 13.15 uur zou ik graag de vergadering willen heropenen. Dan ben ik overigens kort even weg in verband met het aannemen van een petitie. Dan bent u in handen van één van onze vicevoorzitters. De vergadering is geschorst tot 13.15 uur. (De vergadering is geschorst.) (12.26 uur).
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
882
Notulen raadsvergadering Notulen van de raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen van de raadsvergadering van 29 april 2021 (middagzitting) Voor de agenda wordt verwezen naar volgnummer 6. Voorzitter: de heer ing. A. Aboutaleb, met dien verstande dat het voorzitterschap van 13.15 tot 14.14 uur is waargenomen door de heer R.A.C.J. Simons, van 15.28 tot 15.49 uur en van 18.50 tot 18.55 uur door de heer J.W. Verheij, van 16.57 tot 17.05 uur door mevrouw C.M. Zeegers en van 18.10 tot 18.50 uur door de heer B. van Schaik
De heer VAN SCHAIK (lr). Dag voorzitter. De VOORZITTER (de heer Simons). Ja, de anderen zijn nog aan het lunchen. Maar u bent keurig op tijd. We gaan de mensen die op tijd zijn belonen en niet de mensen die te laat zijn. Dus mijnheer Van Schaik, gaat uw gang.
Voor de presentielijst wordt verwezen naar de ochtendzitting van deze vergadering. Namens het college zijn tegenwoordig mevrouw J. Bokhove, de heer A. Bonte, de heer A.H.P. van Gils, de heer M.K.A. Grauss, de heer S. Kasmi, de heer S.A. Kurvers, de heer S. de Langen, de heer R. Moti, mevrouw R.A. Vermeij en de heer B. Wijbenga-van Nieuwenhuizen. Afwezig met bericht: de heer E. Büyükçifci, de heer V.P.G. Karremans en de heer A. van Zevenbergen. Griffier: mevrouw I.C.M. Broeders Heropening De VOORZITTER (de heer Simons). Goedemiddag iedereen weer. Ik hoop dat iedereen een lekker broodje kroket op heeft of iets anders. 17. Het programma van eisen voor de herinrichting van het Hofplein De VOORZITTER (de heer Simons). We hervatten de vergadering met agendapunt 17, het programma van eisen voor de
herinrichting van het Hofplein. Ik wil eerst mijnheer De Roon het woord geven. Excuses, bij agendapunt 17 heb ik mevrouw Zeegers als eerste staan op mijn lijstje. Dus als u even uw handje wilt opsteken?
De heer VAN SCHAIK (lr). Ja, ik hoop wel dat de wethouder ook uitgeluncht is, want het is wel belangrijk dat hij meeluistert in dit verhaal voorzitter. De VOORZITTER (de heer Simons). Ja, daar ga ik maar van uit, want die zou natuurlijk als eerste aanwezig moeten zijn. Ik kijk nog even in mijn app of de griffie kan bevestigen dat de wethouder ook aanwezig is. De wethouder is er. Dus u kunt van wal steken. De heer VAN SCHAIK (lr). Nou, dat zullen we dan maar doen voorzitter, want als grootste partij vind ik het een voorrecht om als eerste te mogen beginnen, dat wordt niet altijd gegeven. Voorzitter, laat het duidelijk zijn dat Leefbaar Rotterdam voor vergroening is en dus ook voor het Hofplein, want er kan niet genoeg groen zijn in Rotterdam. Maar voorzitter, wij hebben twijfel over de inrichting waar het college op wil inzetten. Wij zien recreatie niet zitten op het Hofplein. De reden dat wij geen recreatie op het Hofplein zien zitten, is de bereikbaarheid, de veiligheid, het lawaai, de rinkelende trams, maar ook het verblijf dat meer doet denken aan een kermis dan aan een groene oase, wat het raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
883
college voorstelt. Daarbuiten hebben wij wat vragen over de bomen en die hebben we ook al in de commissie gesteld, maar we komen er nog steeds niet uit. Zo’n zeventig bomen zouden er komen. Nou, wat heeft dat met de veiligheid te maken en die kosten dan ook nog eens 220.000 per boom. En als je dan op de tekening kijkt dan klopt dat echt niet, want in de praktijk lijken ze echt niet op de plataan die nu bij het CS staat, maar zijn het echt dunne boompjes van nog geen dertig centimeter doorsnee. Kan de wethouder dit uitleggen, voorzitter? Daarbuiten maken wij ons zorgen over de veiligheid met de hoeveelheid bomen. Ik heb dat zojuist al gezegd. Wij zouden graag zien dat de wethouder hier nog eens naar kijkt. En ik wil ook aan de wethouder vragen, mede op verzoek van mijn fractiegenoot mijnheer Van Putten, om naar de zwarte den te kijken, of die plaatsbaar is op het Hofplein. Mijn grootste probleem, voorzitter, ligt bij de waterberging, want de kosten zijn onbekend en uit ervaring weten wij in Rotterdam dat dat aspect weleens behoorlijk duur kan uitvallen. Ik vraag dan ook de wethouder: waarom gaat u nu al een project opstarten terwijl die kosten nog niet bekend zijn? Want voor hetzelfde geld gaat dat heel veel miljoenen meer kosten en kan niet de bedoeling zijn.
Dus ik wil graag van de wethouder weten: wat weet hij op dit ogenblik? En als die beantwoording van de wethouder niet naar de zin is van mijnheer Van Schaik of Leefbaar Rotterdam, overweeg ik later nog met een motie te komen, want iets vaststellen waarvan we nog niet weten wat het gaat kosten, dat vind ik toch ook wel weer een faal. Nogmaals, vergroenen is prima, maar het project Hofplein, om een plek te creëren, te verblijven op het Hofplein, dat gaat echt niet lukken. 140 rinkelende trams per uur had mijn collega Van Putten uitgerekend. Auto’s, fietsverkeer, maar daarbij ook nog eens 40.000 wandelaars. Nou, die 40.000 ziet Leefbaar Rotterdam alleen maar als
haalbaar als één van onze drie profclubs kampioen wordt van Nederland en ik hoop dan voor mijnheer De Roon dat Excelsior dat een keer mag worden. Voorzitter, ik heb daar erg mijn twijfels bij. Mocht de wethouder toch twijfels hebben over het bovenstaande verhaal van mij, dan zou ik zeggen: wethouder, trek uw schoenen eens aan en loop over de Coolsingel en trek daar lering uit. Als u mij toestaat, voorzitter, wil ik nu het woord geven aan mijn collega Van Drunen die het mobiliteitsprobleem aan gaat pakken. De VOORZITTER (de heer Simons). Ja, dank u. Mijnheer Van Drunen. De heer VAN DRUNEN (lr). Ja, dank u wel voorzitter. Ja, in aanvulling op mijnheer Van Schaik wil ik inderdaad graag even inzoomen op het aspect mobiliteit. Er heeft participatie plaatsgevonden, maar ik zou heel graag van de wethouder willen weten hoeveel ondernemers uit het Centrumgebied hier nou precies aan hebben deelgenomen. En daarbij ook wat nou hun reacties zijn. Waar het Hofplein nu beschikt over meerdere rijstroken, gaan we straks naar een plein met krappe bochtjes op de hoeken. Dat gaat natuurlijk problematisch worden met alle toekomstige bouwactiviteiten in het gebied. Hoe ga je hier een lange kraanwagen langs manoeuvreren. Ik zou graag van de wethouder willen weten in hoeverre hier in het ontwerp rekening mee is gehouden, bijvoorbeeld vooruitkijkend naar de ontwikkelingen op het Schiekadeblok.
Tot slot, voorzitter, Leefbaar Rotterdam wordt door de linkse partijen in de raad nog weleens betiteld als een vroem-vroempartij, maar Leefbaar Rotterdam komt op voor alle verkeersdeelnemers en al helemaal als het op veiligheid aankomt. In het huidige plan wordt blindgestaard op een Hofplein zonder verkeerslichten, want dat zou er niet zo mooi uitzien. De verkeersveiligheid wordt hierin van ondergeschikt belang gemaakt ten bate van mooie plaatjes voor op foldertjes en social media. Wat ons betreft een totaal verkeerd uitgangspunt. Ik dien daarom een motie in die verzoekt om
raadsvergadering van 29 april 2021
Notulen pagina
884
het gebruik van verkeerslichten niet bij voorbaat al uit te sluiten. Tot zover, voorzitter. De VOORZITTER (de heer Simons). Mijnheer Van Drunen heeft de volgende motie ingediend. Motie 7. Sluit verkeerslichten niet uit op het Hofplein ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 29 april 2021 ter bespreking van het programma van eisen voor de herinrichting van het Hofplein; Constaterende dat: - in het programma van eisen gesteld wordt dat het uitgangspunt van de simulatie was dat er geen verkeerslichten toegepast worden, omdat de opzet van het plein zich niet ervoor zou lenen; - gesuggereerd wordt dat verkeerslichten minder goed bij de ambities van een verblijfsgebied passen; - afslaand autoverkeer binnen een beperkt aantal meters te maken krijgt met zowel voetgangers, trams als fietsers komend in twee rijrichtingen en kruisende verkeersstromen altijd risico’s met zich meebrengen; Overwegende dat: - een Hofplein zonder verkeerslichten een nobel streven is, maar dat verkeersveiligheid niet mag ondersneeuwen aan de wens tot het creëren van een mooi plaatje; Verzoekt het college: - de mogelijkheid tot het plaatsen van verkeerslichten op het Hofplein op geen enkel moment uit te sluiten; En gaat over tot de orde van de dag.’