CConstaterende datRotterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

20210318- Notulen van de raadsvergadering van 18 maart 2021

Gemeenteraad 18 maart 2021, gemeente Rotterdam58.345 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

En dat heeft geleid tot een aantal aanbevelingen, die heb ik ook met uw commissie gedeeld en ik heb u er ook gelijk bij gezegd dat we die aanbevelingen gaan uitvoeren. Een van die aanbevelingen is: wat we doen is goed, maar het kan wel transparanter. Nou die aanbeveling, daarvan heb ik aangegeven, dat we die gaan uitvoeren en dat ik u daar na de zomer over informeer, over hoe die transparantie dan geboden gaat worden. Mijnheer Yigit heeft dit eigenlijk in een motie opgeschreven, maar dit is precies wat het college al in gang heeft gezet en deels heeft uitgevoerd, deels nog aan het uitvoeren is, zoals ik aan de commissie heb gerapporteerd. Dus deze motie is overbodig en daarom zou ik hem willen

raadsvergadering van 18 maart 2021

Notulen pagina

556

ontraden, de motie ‘Meer transparantie voor meer vertrouwen in het inlichtingenbureau’. Dan de tweede motie van mijnheer Yigit. Dat gaat over financiële prikkels bij rechtmatigheidsonderzoeken. Ja, ik kan mijnheer Yigit geruststellen, er is geen enkele financiële target als het gaat om de heronderzoeken. Dus daar wordt niet op gestuurd. Dus deze motie is ook overbodig. Het is er niet en het is ook niet de bedoeling dat die er komt. Dus daar hebben we deze motie niet voor nodig. Dan ga ik naar mijnheer Van Zevenbergen. Dank ook voor de bijdrage van mijnheer Van Zevenbergen. Ik ken mijnheer Van Zevenbergen altijd als een heel constructief raadslid, die echt ook helpt om het beleid hier in Rotterdam te verbeteren. Na het beleidskader ‘Mensenwerk’ hebben we een richtlijn ingevoerd van kleine bedragen van 300 euro en dat is eigenlijk ook een beetje tot stand gekomen na een aantal signalen van mijnheer Van Zevenbergen, die daarbij aan mij vroeg of ik daar wat aandacht aan wilde geven en dat heeft geleid tot het beleid in Rotterdam, de aanpassing van het beleid in Rotterdam, waardoor 60 tot 70 procent van alle kleine vorderingen niet meer plaatsvindt. Ja, ik zeg altijd: mensen frauderen niet voor een tientje. Dus hoeven mensen dus ook niet met allerlei papierwerk dat aan te tonen.

Mijnheer Van Zevenbergen heeft een motie ingediend, waarin hij vraagt: maak van die grens van 300 nou 1200. Ik heb in de commissie daarop gezegd dat over dit bedrag, dit grensbedrag al een motie is ingediend in de Tweede Kamer door mijnheer Van Dijk, ook van de SP. De motie is aangenomen, maar ik zie graag voordat we in Rotterdam overgaan tot een dergelijke wijziging, dat die motie ook eerst wordt omgezet in de wetgeving. Want niets is zo kwalijk voor onze uitvoering als dat wij nu een soort flipperbeleid gaan voeren: we hebben nu 300, we verhogen het dan volgende week naar 1200, maar twee maanden later besluit het kabinet ineens:

die motie van mijnheer Van Dijk gaan we niet op die manier uitvoeren, maar we moeten er een ander bedrag opzetten, namelijk 1000 euro of 600 euro. Nou, dan mogen wij onze uitvoering weer gaan vertellen dat het anders moet. Dat is gewoon ook niet goed voor de kwaliteit van de dienstverlening naar Rotterdammers toe. Want uiteindelijk is de uitvoering mensenwerk en als we onze mensen niet goed instrueren en niet goed helpen om het beleid goed uit te voeren, dan worden Rotterdammers minder goed geholpen. Dus mijn verzoek zou zijn om deze motie nu nog niet aan te nemen, maar te wachten tot in Den Haag duidelijkheid wordt gegeven hoe het kabinet de motie-Van Dijk gaat uitvoeren. De VOORZITTER. Een vraag van mijnheer Yigit aan u, wethouder. De heer YIGIT (denk). Voorzitter, ik wil het toch even hebben over dat stukje transparantie. De wethouder zegt: ja, we nemen bepaalde aanbevelingen over. Dat is ook goed. Maar wat ik expliciet wil weten is: op welke manier kunnen burgers informatie krijgen over met wie hun gegevens worden gedeeld? Krijg je als burger een overzicht van: nou, dit zijn de instanties met wie wij uw gegevens hebben gedeeld? Hoe communiceert de gemeente dat? Dat wil ik even expliciet weten van u, wethouder, want dat lees ik nergens terug. De heer MOTI (pvda) (wethouder).

Ja voorzitter, het inlichtingenbureau is natuurlijk een nationaal bureau dat werkt in een wettelijk kader en in dat wettelijk kader is door de Tweede Kamer vastgesteld welke gegevens gedeeld mogen worden. Dat bepaalt Rotterdam niet zelf. De Tweede Kamer heeft bijvoorbeeld gezegd: nou, de gegevens van bijvoorbeeld de RDW, voertuigbezitregistratie, dat mag via het inlichtingenbureau gedeeld worden met alle gemeentes. De Tweede Kamer heeft ook gezegd dat de gegevens van DUO, van wel of geen studiefinanciering, als iemand staat ingeschreven als student, mogen worden gedeeld met de gemeentes.

raadsvergadering van 18 maart 2021

Notulen pagina

557

Dat zijn gegevens die wij niet bepalen, maar die komen via die wet via het inlichtingenbureau wel onze kant op. En ja, de wet is de wet, de wet is voor iedereen toegankelijk, je kunt kennisnemen over welke gegevens de wetgever, de landelijke overheid heeft toegestaan om te delen met elkaar. Maar ik denk dat ik uw vraag niet begrijp, ik zie dat u nu een vraag gaat stellen. De VOORZITTER. Nog een keer mijnheer Yigit. De heer YIGIT (denk). Ja, nee, want ik begrijp u eigenlijk ook niet, want mijn vraag is heel simpel. Begrijp ik het in ieder geval goed als u zegt: nou, als burger, heb je geen zicht op welke informatie met wie wordt gedeeld, als het gaat om dit soort onderzoeken? De heer MOTI (pvda) (wethouder). Ja, de burger heeft er wel zicht op. De burger weet, althans in de wetgeving staat dat: als je een bijstandsuitkering hebt bijvoorbeeld, dat dan de gemeentes gegevens van jouw voertuigbezit krijgen via het inlichtingenbureau, of gegevens krijgen als je ingeschreven staat als student, als student dat kan krijgen. Of gegevens kunt krijgen over hoeveel bankrekeningen je bezit. Dat is allemaal wettelijk vastgelegd, die informatiedeling, en dat staat in de wet. De heer YIGIT (denk). Maar u spreekt over ‘kan’.

Op het moment dat zo’n onderzoek plaatsvindt, kun jij dan ook achteraf vragen: beste gemeente, met wie heeft u mijn informatie allemaal gedeeld? Dus kan dat? De heer MOTI (pvda) (wethouder). Ja, nou sowieso op het moment dat wij overgaan, of nog voordat wij overgaan tot. Stel, iemand heeft een auto. Nou ja, dat zei mijnheer Jami net, een hele dikke auto, een Jaguar, en die is niet opgegeven. Een nieuwe Jaguar en die is niet opgegeven. Nou, dan krijgen wij via de RDW, bij de RDW zijn die gegevens bekend van wie die Jaguar is, via het inlichtingenbureau komt dat bij ons als iemand een

bijstandsuitkering heeft, daar zit een koppeling op. Dan krijgen wij die informatie. Nou dat is dan het signaal. Op basis van het signaal wordt er onderzoek gedaan, daarna wordt er altijd hoor en wederhoor toegepast. Soms gebeurt dat schriftelijk maar heel vaak ook via een gesprek. En dan wordt tegen de betreffende Rotterdammer gezegd: wij krijgen informatie vanuit het inlichtingenbureau of vanuit RDW dat er een auto op uw naam staat, een Jaguar met kenteken XX met en waarde van dit en dit. Klopt dat? Dan is het aan de Rotterdammer om daarop te reageren en op basis daarvan wordt het besluit genomen of er wel of niet sprake is van schending van de inlichtingenplicht, of een schending van de voorwaarde voor een bijstandsuitkering. De heer YIGIT (denk). Ja, maar u zegt net dus: ja, of het inlichtingenbureau of de RDW. Wat ik specifiek wil weten is: krijg je dan gewoon een overzicht: het inlichtingenbureau heeft dit of de RDW heeft bepaalde andere instanties ingeschakeld? Dat is wat ik wil weten. Of houdt de gemeente het algemeen, van het is alleen het inlichtingenbureau? De heer MOTI (pvda) (wethouder). Het inlichtingenbureau is het gegevensknooppunt waar al die gegevens automatisch op gekoppeld zijn. Dus al die gegevens van de RDW, DUO en de UWVpolisadministratie, die zijn er allemaal aan gekoppeld.

Dus het is niet zo dat je daar iets om vraagt, het is gewoon allemaal geautomatiseerd, dat elke verandering die daar plaatsvindt, wordt bij dat inlichtingenbureau verzameld, zeg maar en dat wordt dan gedeeld met gemeentes. Ik heb u ook in de brief laten zien hoeveel signalen dat zijn, dat zijn echt tienduizenden signalen per jaar. Het gros van de signalen, daar doen we niets mee, want die zijn bij ons bekend of niet relevant. En een aantal van die signalen leidt wel tot nader onderzoek en dan wordt altijd de Rotterdammer om wederhoor gevraagd en dan wordt aan de

raadsvergadering van 18 maart 2021

Notulen pagina

558

Rotterdammer ook gezegd welke informatie bij ons bekend is. De VOORZITTER. Ik heb het gevoel dat u een beetje langs elkaar heen aan het praten bent. Begrijp ik u, mijnheer Yigit, om het scherp te maken, is de vraag die erachter zit: hebben mensen het recht om te weten aan wie hun gegevens gekoppeld zijn? En volgens mij kan er maar één antwoord op zijn: ja, als je erom vraagt, krijg je de gegevens, toch? Of zitten jullie nou langs elkaar te debatteren? Een burger heeft toch recht op inzage in zijn dossier, als hij erom vraagt, toch? De heer MOTI (pvda) (wethouder). Zeker, dat bedoel ik ook net te zeggen. Op het moment dat die gegevens bij ons bekend zijn, worden die altijd voor wederhoor met de burger gedeeld. Op dat moment wordt ook die informatie bekend bij die Rotterdammer. Daar heeft de burger dan recht op om op te reageren. De heer YIGIT (denk). Bedankt, burgemeester. Dit was in ieder geval wat verhelderender. De VOORZITTER. Ja, volgens mij was dat eigenlijk de vraag die daaronder ligt. Zelfs bij de AIVD heb je recht op inzage in je dossier, dus laat staan bij Sociale Zaken. Zo is het geregeld. De heer YIGIT (denk). Dat is dan gelijk duidelijk, dank u. De VOORZITTER. Ja. Dan gaan we naar mijnheer Van Zevenbergen. De heer VAN ZEVENBERGEN (sp). Ja, dank u wel voorzitter. Ik kom even terug op die 1200 euro en die 300 euro.

Want ik snap het organisatie-argument, dat je zegt: nou, we kunnen het nu wel invoeren, maar stel je voor, dan moeten we weer opnieuw alles gaan regelen. Maar het kan best nog wel even duren, gezien die wisselingen van het kabinet, voordat er goede uitvoeringsregels komen vanuit de overheid. Dan kan het dus, dat mensen die

tussendoor de klos zijn, bijvoorbeeld die 500 euro hebben. Is er dan enige coulance te garanderen wat dat betreft? Dat je zegt: ja, dan kunnen we eventueel met terugwerkende kracht, of in mijn volgende motie kom ik daar ook al op, dat je dan gaat kijken of je dan een soort pardon op kan geven? Dat was mijn vraag eigenlijk. De heer MOTI (pvda) (wethouder). Ja op de motie van het generaal pardon kom ik zo ook nog even. Richting mijnheer Van Zevenbergen: ik gaf u net aan, dat eigenlijk deze richtlijn een beetje geïnspireerd is op gesprekken die ik met u heb gevoerd. Ik heb u ook meegenomen in die gesprekken en later hebben we volgens mij samen geconstateerd dat het ook best nog wel een tijd heeft geduurd, voordat we de goede knoppen te pakken hadden om deze richtlijn ook goed te kunnen implementeren. In ieder geval, het was niet een kwestie van een paar weken. Het heeft echt wel wat langer geduurd, voordat we dat uiteindelijk goed hadden ingeregeld en scherp hadden. Vandaar dus mijn aarzeling om te snel andere dingen te veranderen die misschien maar voor korte duur zijn. Het is gewoon voor de uitvoering niet handig en juist dan gaan er ongelukken gebeuren. U moet overigens wel weten dat het een richtlijn is. Die 300 euro is geen harde grens. Er is alle ruimte voor onze uitvoering om daarvan af te wijken.

Alleen moet er wel beredeneerd afgeweken worden en dan kan het gerust 500 euro zijn als dat een goede reden heeft. In de commissie noemde ik het voorbeeld van een gift van bijvoorbeeld een laptop van een opa en oma, die een kind nodig heeft voor school. Nou, dat is een gift die nodig is voor activiteiten die verricht moeten worden in zo’n gezin en dan mag dat gewoon, ook boven de 300 euro. Daar is dan geen enkele grens voor en op die manier gaan we daar natuurlijk wel mee om. Ik hoop dat ik een beetje vertrouwen van u heb dat ik dat echt wel met dezelfde intenties doe als u. Eens dat het moet gebeuren.

raadsvergadering van 18 maart 2021

Notulen pagina

559

Voorzitter, dan ga ik naar de motie van het generaal pardon. Die vind ik wel wat ingewikkelder, zal ik u eerlijk zeggen. Want die motie zegt dat onterechte vorderingen gecompenseerd moeten worden. Alleen het lastige is: wanneer is iets onterecht? Als iets onterecht is, hadden we dat natuurlijk al niet gegeven, want we geven niet zomaar boetes of vorderingen uit. En als het onterecht was, dan hebben mensen natuurlijk altijd het recht gehad op bezwaar en dan is het ook beoordeeld door een bezwaarcommissie, een externe commissie. En eventueel daarna kun je zelfs nog naar de rechter. Kortom: wie beoordeelt nu met terugwerkende kracht wat onterecht was als in de gangbare procedure door de gemeente, dan wel de bezwarencommissie, dan wel door de rechter het wel al eerder als terecht is beoordeeld? En over welke vorderingen hebben we het dan? En daarom denk ik dat deze motie niet echt uit te voeren is. Want je kunt geen onderscheid maken tussen onterechte vorderingen en de vorderingen die we al hebben opgelegd. Anders zouden we namelijk die vorderingen niet hebben opgelegd. Om die reden zal ik deze motie dan ook moeten afraden. Dan kom ik bij de laatste motie: ‘De menselijke maat’, van mevrouw Arsieni, ondertekend ook door de Partij van de Arbeid, CDA en ChristenUnie-SGP.

Die geeft aan dat er een initiatiefwet is ingediend, die de gemeentes meer ruimte gaat geven in een Participatiewet voor hoe ze om moeten gaan met boetes. Dit college is zelf ook blij met de initiatiefwet, omdat het inderdaad de gemeentes kansen en ruimte geeft als iemand iets fout doet en zij verplicht zijn om een boete op te leggen: de moet-bepaling. De Participatiewet wordt aangepast aan een kan-bepaling, de gemeentes hebben daar hebben meer ruimte om dat te doen. En uiteraard, de initiatiefwet zegt: bereid je daarop voor en zodra de wet erdoor is, de initiatiefwet erdoor is, pas hem dan ook zo snel mogelijk toe in Rotterdam. Dat gaan we

natuurlijk doen en dat doen we natuurlijk overigens bij heel veel wetgeving. Het tweede dictum is eigenlijk een oproep aan het college om in de tussentijd alle mogelijke ruimte te benutten om maatwerk toe te passen. Nou, dat zie ik als een steun in de opgave die door het college al in gang is gezet met ons nieuwe beleidskader ‘Mensenwerk’, waarin we voortdurend kijken hoe je maatwerk kunt toepassen, hoe je ruimte kunt benutten. Of het nu gaat om de zoekperiode bij jongeren die we hebben afgeschaft, of het gaat om versnelling van de aanvraagperiode, de richtlijn ‘Kleine bedragen’, die ik al eerder noemde. Zo kan ik nog een hele rits noemen van onbegrijpbare brieven, mensen altijd bellen in plaats van alleen maar brieven sturen. Zo proberen we echt maatwerk toe te passen en dit zie ik als een oproep om daarmee vooral door te gaan en ook echt alle ruimte te benutten. Dus dat zou het college ook kunnen omarmen. Voorzitter, dan ben ik bij de laatste vraag van mevrouw Roest beland. Een klein vraagje van mevrouw Arsieni die aangeeft: ja, enerzijds een generieke grens geeft heel veel duidelijkheid maar staat ook wel weer in schril contrast met meer maatwerk. En dat noemt mevrouw Arsieni ook: meer maatwerk. Ja, dat klopt, dat is inderdaad de balans die je moet zien te vinden tussen die twee. Dat is echt ook iets dat je voortdurend moet bekijken en dat doen wij ook voortdurend.

En als het nodig is moet je dat aanpassen. Die richtlijn ‘Kleine bedragen’ die ik noemde, is al een voorbeeld daarvan. Eigenlijk op verzoek van mijnheer Van Zevenbergen is dat balletje gaan rollen. En daar zijn we voortdurend mee bezig om dat goed te bekijken. En ik ben blij in ieder geval, als de motie van D66 en andere partijen wordt overgenomen, dat het college dan ook wordt opgeroepen om daar voortdurend mee door te gaan. En dat is ook wat mevrouw Roest eigenlijk aan ons vroeg. De concrete vraag was: ja, is het niet handiger om toch wel een specifiek bedrag te

raadsvergadering van 18 maart 2021

Notulen pagina

560

noemen? Nou, ik blijf van mening dat de richtlijn gecombineerd met maatwerk die we doen de beste oplossing is. Maar ik denk dat het wel goed is om daar wel duidelijker over te communiceren op onze kanalen naar die werkzoekenden toe. Dat neem ik ook wel op me, die transparantie. Niet alleen hoe we onderzoek doen, maar ook hoe regelingen eruitzien. Dat neem ik op me om daar nog een keer goed naar te kijken.

het feit dat naar die dienstverlening überhaupt minder vraag is, dat er minder hervestiging is en dergelijke. Ik wil er wel bij het college nog een keer op aandringen, dat die dienstverlening ook op peil wordt gehouden op het moment dat die coronacrisis straks langzaam afneemt en hopelijk overgaat en dat we eigenlijk weer zien dat al dat soort dingen naar het oude niveau gaan. Dus op dat punt zullen we het college kritisch volgen.

De VOORZITTER. Helder. Volgens mij is het een complete behandeling inclusief nog wat interrupties. De stemming over de moties is vanavond.

De VOORZITTER. Dank u zeer. Mevrouw Zeegers. Mevrouw Zeegers? Iemand anders die nog op dit punt het woord wil voeren? Mevrouw Yildirim vroeg of dit inderdaad punt 26 is, dat klopt, het is nu agendapunt 26. Iemand anders bij dit punt? Dan gaan we naar de wethouder. Wethouder Van Gils.

26. Het rapport van de Gemeentelijke Ombudsman ‘Opsporing verzocht! Hoe gaat het nu met de Rotterdamse adresonderzoeken’, alsmede het voorstel met betrekking tot de conclusies en aanbevelingen uit dit rapport De VOORZITTER. Wethouder Van Gils is inmiddels terug, dus we gaan in de agenda terug naar agendapunt 26, uit mijn hoofd gezegd. Dat is het rapport van de Gemeentelijke Ombudsman ‘Opsporing verzocht’ et cetera et cetera. Ik geef als eerste het woord aan mevrouw Roest. Mevrouw ROEST (gl). Ja, dank voorzitter. Ik ga het wederom, gezien de tijd, kort houden. Heel fijn dat de Ombudsman heeft onderzocht wat er is gedaan met de aanbevelingen uit het onderzoek van 2014. En ook fijn, dat de uitkomsten vrij positief zijn. Er worden nog enkele verbeterpunten geconstateerd, maar bij al die punten, geeft het college aan, daarmee ook aan de slag te willen. Complimenten dus voor beiden. Ik heb nog wel één puntje van aandacht voor het college, zo zal ik het maar even noemen, dat is dat we de dienstverleningsservicenormen eigenlijk al een hele tijd niet halen. Mijn constatering bij het lezen van het rapport was dat er eigenlijk ook toen al sprake van was. Momenteel halen we ze wel, alleen dat komt vooral vanwege de coronacrisis en

De heer VAN GILS (d66) (wethouder). Ja, dank u wel voorzitter. Dank u wel voor de complimenten mevrouw Roest. Het college neemt inderdaad alle conclusies en aanbevelingen over, dus de gevraagde aanpassing van het formulier als mensen naar het buitenland verblijven om ze te wijzen op de verplichting als ze weer terugkomen, dat is intussen ingeregeld. En ik deel uw mening, dat heb ik in de commissie ook gedeeld: corona vertroebelt het beeld als we niet oppassen, omdat er gewoon veel minder mensen komen, studenten, expats, maar er is ook minder immigratie. Dat staat op een laag pitje. Tegelijkertijd, dat heb ik ook aangegeven, hebben we intussen de processen echt fors aangepast. Dat betekent niet op één plek in het Centrum, waar hervestiging of eerste vestiging kan komen. We zorgen dat ook grote instellingen en werkgevers dus het voorwerk doen. En dat betekent dat wij ervan uitgaan, en redelijke zeker weten dat wij die servicenormen, zeker bij die eerste vestiging, gaan halen. En heel goed dat u ons in de gaten houdt en wij doen hetzelfde naar de organisatie en over de servicenormen kunt u binnenkort bij de jaarrekening een overzicht zien. Dus dank voor de aanmoediging, ik zal er extra scherp op zijn. Dank u wel voorzitter.

raadsvergadering van 18 maart 2021

Notulen pagina

561

De VOORZITTER. Was dit genoeg zo? Akkoord.

Motie 1. Taakverruiming in plaats van taakvernauwing

29. Resultaten experiment opsporen buitenlands vermogen volgens IBFmethode

‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 18 maart ter bespreking van Resultaten experiment opsporen buitenlands vermogen volgens IBF-methode; Constaterende dat: - het college voornemens is om de criteria “het geboorteland is niet Nederland” te schrappen als element van het te hanteren risicoprofiel bij onderzoeken naar bijstandsfraude; Overwegende dat: - bijstandsfraude in welke vorm dan ook ontoelaatbaar is; - de criteria “het geboorteland is niet Nederland” juridisch een gangbare indicator is en niet discriminerend is; - het in bepaalde landen niet mogelijk is om een bankrekening te openen of vastgoed te beheren zonder het hebben van de desbetreffende nationaliteit; - taakverruiming, dus ook “het geboorteland is niet Nederland” óók een belangrijke indicator is van bijstandsfraude, omdat dit dergelijke kenmerk de ruimte voor bijstandsfraude vergroot; Verzoekt het college; - de criteria “het geboorteland is niet Nederland” te behouden als element van het te hanteren risicoprofiel bij onderzoeken naar bijstandsfraude; En gaat over tot de orde van de dag.’

De VOORZITTER. Dan gaan we naar agendapunt 29: Resultaten experiment opsporen buitenlands vermogen. Mijnheer Jami. De heer JAMI (lr). Ja voorzitter, ik pak mijn tekst erbij, dank. Voorzitter, minimaal 10 procent van de Nederlanders met een migratieachtergrond die in de bijstand zit, verzwijgt dat hij buiten de regels van de bijstand om bezittingen of vermogen in het land van herkomst heeft. Dit blijkt uit onderzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Veel bezitters met eigen landhuizen, appartementencomplexen, winkels en grote lappen grond, meestal gelegen in Turkije of Marokko. Juist ter bescherming van de bijstand moeten wij fraude keihard aanpakken. We kunnen het niet accepteren dat allerlei profiteurs voor miljoenen de met moeite opgebouwde verzorgingsstaat met hun fraudepraktijken om zeep helpen. Een goed sociaal vangnet hoort bij een beschaafd land als het onze. En daar staat mijn fractie dan ook pal voor. Maar het incasseringsvermogen van een sociaal vangnet, dat uit algemene middelen wordt gefinancierd, is niet onuitputtelijk. We moeten er dan ook zorgvuldig mee omgaan en tegen misbruik beschermen. Leefbaar Rotterdam is van mening dat bij bijstandsfraude alles op alles gezet moet worden om beslag te leggen op bezittingen van bijstandsfraudeurs in binnen- en buitenland.

Vandaar onze motie: ‘Taakverruiming in plaats van taakvernauwing’ om de criteria ‘het geboorteland is niet Nederland’ te behouden als element van het te hanteren risicoprofiel bij onderzoeken naar bijstandsfraude. Tot zover voorzitter. De VOORZITTER. Mijnheer Jami heeft de volgende motie ingediend.

w.g. E. Jami De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. Ik dank u zeer. Mijnheer Versnel. De heer VERSNEL (vvd). Dank u wel voorzitter. Voorzitter, alle vormen van fraude moeten ferm bestreden worden. Dat is de overheid verplicht aan de overovergrote meerderheid van de Nederlanders die zich netjes aan de regels houden, die hard werken, ook als het tegenzit en die in alle opzichten nette burgers proberen te zijn. Onze gemeente is

raadsvergadering van 18 maart 2021

Notulen pagina

562

gelukkig al erg effectief in de bestrijding van fraude met bijstandsuitkeringen. De duizenden heronderzoeken verdienen zichzelf nog steeds terug. En ook dank voor de bevestiging zojuist nogmaals van wethouder Moti, dat we de in het afgelopen jaar gemiste heronderzoeken de komende jaren inhalen. En we juichen het ook toe dat de wethouder de veelbelovende aanpak van fraude met vermogen in het buitenland nu verbreedt. Het is verstandig om het geboorteplaatscriterium los te laten. Niet alleen omdat dat mogelijk discriminatoir is, wat belangrijk is, maar ook omdat ook de tweede, derde, vierde en ja ook vijftigste generatie Nederlanders natuurlijk net zo goed verborgen vermogen of vastgoed in het buitenland kunnen hebben. Het is jammer dat collega Jami dat door zijn fixatie op het benutten van commerciële bureaus maar niet wil begrijpen. Wethouder en ambtenaren, ga zo door. En ten slotte, voorzitter, wil ik graag even een punt bezijden het agendapunt maken, en dat is: vanmorgen in mijn partijpolitieke enthousiasme zei ik tegen mevrouw Verkoelen dat de VVD-vlag belangrijker is dan de Rotterdamse en dat is natuurlijk absoluut niet zo. Zij had gelijk en het is goed dat we allemaal verenigd zijn onder het prachtige groen-wit-groen. Dank u wel. De VOORZITTER. Ik had u ter verantwoording willen roepen over die opmerking, mijnheer Versnel, maar goed, het zij u vergeven.

U bent er zelf op teruggekomen. Mijnheer Yigit. De heer YIGIT (denk). Ja voorzitter, fraude moeten we zeker keihard aanpakken, maar wat ik echt schandalig vind, is dat mijn collega van Leefbaar Rotterdam vandaag een motie indient, waarin hij verzoekt om het criterium ‘het geboorteland is niet Nederland’ te behouden. Hij pleit er dus eigenlijk voor om mensen die ergens anders zijn geboren extra te controleren, wat pure discriminatie is in mijn optiek. En wat zou een Rotterdamse gedupeerde van de toeslagenaffaire wel niet denken vandaag? Iemand die ongekend onrecht

heeft meegemaakt, omdat die toevallig ergens anders is geboren. Misschien zelfs wel op Leefbaar Rotterdam stemt. Wat zou die wel denken, voorzitter? En volgens mij heeft mijnheer Jami de afgelopen periode echt in een grot geleefd. Hij heeft nulkomma-nul respect voor het leed en verdriet van al die ouders. Daarom vandaag ook mijn motie om uit te spreken om de geboorteplaats en etniciteit niet als criteria te hanteren. Dank u wel. De VOORZITTER. Mijnheer Yigit heeft de volgende motie ingediend. Motie 2. Etniciteit en geboorteland mag niets uitmaken! ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 18 maart 2021, ter bespreking van agendapunt 29, Resultaten experiment opsporen buitenlands vermogen volgens IBF-methode; Constaterende dat: - de gemeente Rotterdam samen met het International Bureau Fraude-informatie (IBF) een experiment ‘opsporen buitenlands vermogen volgens IBFmethode’ heeft uitgevoerd; - de selectie van de Rotterdammers voor het experiment op basis van een risicoprofiel is gekomen; - bij het vormgeven van het te hanteren risicoprofiel elementen zoals ‘het geboorteland is niet Nederland’ een rol speelt; Van mening dat: - bijstandsfraude ontoelaatbaar is, maar elke vorm van vooringenomenheid door overheidsinstituties voorkomen moet worden; - elementen zoals ‘het geboorteland is niet Nederland’ geen rol zou mogen spelen bij het vormgeven van het risicoprofiel

om buitenlands vermogen op te sporen; - dergelijke elementen geen enkele rol zouden mogen spelen bij welk ander risicoprofiel dan ook; - dit soort elementen een risico van vooringenomenheid bevat; Verzoekt het college:

raadsvergadering van 18 maart 2021

Notulen pagina

563

- expliciet uit te spreken dat bij het vormgeven van het te hanteren risicoprofiel bij opsporing van buitenlandsvermogen volgens de IBF-methode, elementen zoals etniciteit en geboorteland niet als (leidend) criteria worden genomen; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. E. Yigit De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen. Mevrouw Yildirim. Mevrouw YILDIRIM. (pvda). Voorzitter, dank. Ik heb in de commissie, denk ik, mijn morele verontwaardiging uitgesproken, voorzitter, over dit criterium. Juridisch kon het, moreel kan het absoluut niet. Nou, het college heeft besloten om dat ook los te laten en ik zou tegen iedereen willen zeggen, tegen de Rotterdammers die kijken: wat doet je geboorteland er nou eigenlijk toe? In dit verband, maar ook daarbuiten. Wat doet je geboorteland ertoe? Mensen moeten beoordeeld worden op hun gedrag en op hun handelen en niet op hun geboorteland en zeker ook niet op hun etniciteit. Kijk naar wat mensen doen en houd het daarbij. Dank u, voorzitter. De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Andere sprekers? Mijnheer Jami wil nog iets teruggeven. De heer JAMI (lr). Ja voorzitter, even heel kort hoor, en heel snel vanwege de tijd. Het is belangrijk, voorzitter, omdat geboorteland, dubbele nationaliteiten, je ook bepaalde rechten geven.

Kijk naar bijvoorbeeld, en ik heb het eerder gezegd, Iran en Thailand, daar krijg je bijvoorbeeld geen recht om een landgoed te kopen, als je niet die nationaliteit hebt. Dus het is van enorm belang. En vandaar ook dat mensen heel vaak nog naar dat land met vakantie gaan. Dat is de tweede reden. Dus vandaar dat het belangrijk is dat we dat weten. Nou ja, dat is de reden die mijn fractie in ieder geval wel hanteert.

De VOORZITTER. Ik dank u zeer. Wethouder Moti. De heer MOTI (pvda) (wethouder). Ja, dank u wel voorzitter. Ik zal het heel kort houden, want we hebben in de commissie een uitgebreid debat gevoerd. Twee moties die eigenlijk 180 graden tegenover elkaar staan. En één zegt: handhaaf of voeg weer het criteria ‘het geboorteland is niet Nederland’ toe, en de andere zegt: zorg ervoor dat het nooit wordt toegevoegd. Voorzitter, we hebben in de commissie duidelijk uitgelegd waarom we die criteria hebben geschrapt. Dat betekent overigens niet dat de doelgroep kleiner is geworden, zeg ik naar mijnheer Jami. Mijnheer Versnel zei het goed. Het betekent eigenlijk dat de doelgroep verbreed is. We zeggen dus meer dat ook andere mensen, die ook gewoon in Nederland geboren kunnen zijn, bezit in het buitenland zouden kunnen hebben. Die willen we ook in dit onderzoek mee laten lopen. Dat gaat niet ten koste van andere groepen, dat betekent een verbreding. Dat is de reden waarom we dat hebben gedaan. Om die reden zou ik ook deze motie willen ontraden. Ik zie daardoor eigenlijk dat mijnheer Jami in deze motie juist pleit voor minder onderzoek. Dat gebeurt er als je dit criterium weer zou toevoegen. Dan ga je namelijk minder onderzoek doen, alleen maar bij een specifieke groep die dan overblijft. Daar is het college dus niet voor.

Hier zou Leefbaar Rotterdam ook niet voor moeten zijn, als ze naar het vorige debat luisteren, waar juist heel veel waarde werd gehecht aan ook kijken of het geld wel daar terechtkomt waar het terecht hoort te komen. Mijnheer Yigit heeft eigenlijk een motie ingediend die 180 graden hierop staat, lijnrecht aan de andere kant. En die is natuurlijk overbodig, voorzitter, want dat is precies wat ik in de commissie al heb gezegd. We hebben hier in het college dat criterium zelfs geschrapt. En mijnheer Yigit zegt in de motie: schrap het criterium. Ja, dat hebben we nu ook net al gedaan. Dus hiermee is die motie overbodig en zou ik

raadsvergadering van 18 maart 2021

Notulen pagina

564

hem ook aan de gemeenteraad willen ontraden. Dat was het, voorzitter.

010. Mevrouw Hoogwerf. Mevrouw Hoogwerf?

De heer YIGIT (denk). Ja voorzitter, ik heb nog wel even een aanvullende vraag, want ik vroeg ook tijdens de commissie aan de wethouder: is het dan wel zo dat het alsnog niet wordt meegenomen? Want u had het over enkele risicoprofielen. En u zei: ja het kan zijn dat bepaalde criteria worden meegenomen. En u zou ook een antwoord geven op wat er nog leidend is qua criteria of de volgordelijkheid van de criteria. Is daar nog een verschil in? Dat zou ik nog wel willen weten van de wethouder.

Mevrouw HOOGWERF (lr). Zijn we al begonnen met het punt ‘Zomercampus’?

De heer MOTI (pvda) (wethouder). Nee, daar heb ik inderdaad een toezegging op gedaan, wat die andere criteria zijn en welke weging die criteria hebben. Ik kan u in ieder geval wel zeggen, voor zover dat niet uit de commissie duidelijk was, maar dan wil ik het nogmaals herhalen, dat etniciteit en geboorteland daar dus geen onderdeel meer van uitmaken. Dat hebben we juist geschrapt, dat criterium van het geboorteland. Dat is niet meer aan de orde. Dat wat u in de motie vraagt, daarvan zeg ik: ja dat is niet meer nodig, want dat hebben we geschrapt. Welke criteria gelden bijvoorbeeld wel? Dat is veelvuldig bezoek aan hetzelfde land in het buitenland. Dat is bijvoorbeeld regelmatig geld overmaken naar dezelfde buitenlandse bankrekening. En zo is er een aantal criteria en die hebben een bepaalde wegingsfactor waaruit dan het risicoprofiel kan worden vastgesteld. Waar ik ook een toezegging over heb gedaan is dat ik u, de commissie, daar schriftelijk over rapporteer, over hoe dat wegingsmodel eruitziet. En u kunt gerust zijn, geboorteland en nationaliteit maken daar geen onderdeel van uit. De VOORZITTER. Helder. Ik dank u zeer. 31. Zomercampus 010 De VOORZITTER. Dan gaan we naar het volgende agendapunt 31: Zomercampus

De VOORZITTER. Helemaal juist, welkom terug. Mevrouw HOOGWERF (lr). Dank u, voorzitter. Ja voorzitter, vanwege de tijd zal ik het kort houden. We hebben de evaluatie gezien van de zomercampus van vorig jaar en we hebben ook gezien dat dat echt een toegevoegde waarde heeft gehad voor kinderen die wat dat betreft behoefte hebben aan een stukje dagbesteding en aan ondersteuning. En met name gezien de voortzetting van de coronacrisis en de impact ook op leerachterstanden met name bij kids, die zien wij ook. Dus we hopen ook dat we dit seizoen aan kunnen grijpen om die kinderen, die thuis gewoon te kampen hebben gehad met een tekort, dat we die een stukje extra aandacht kunnen geven ook op het gebeid van taal en rekenen, noem het maar op. We zullen ook een aantal moties ondersteunen die met name inzetten op steun van het lokale MKB door gezonde maaltijden te bezorgen en ook kennis maken met de lokale democratie en burgerschap. Dus succes voor de kids en we hopen dat het ze een stukje verder gaat helpen met het inlopen van de achterstand. De heer VONK (cu-sgp). Ja dank u wel, voorzitter, ik probeer het ook snel te doen. In de commissie spraken we ook onze waardering en respect uit voor de grote prestatie om zoiets grootschaligs als een zomercampus in zo’n korte tijd neer te zetten. Maar we waren op grond van de evaluatie ook kritisch.

De initiële doelstelling van leerachterstanden inhalen, wat voor het onderwijs natuurlijk aan de lat staat, is te weinig bereikt. De ouders werden te weinig betrokken en de deelname van kinderen betrof vooral het deel dat niet zoveel keus heeft, omdat ze door de ouders worden gebracht en weer opgehaald. Zodra ze wat ouder zijn, laten ze het massaal afweten. Slechts tien

raadsvergadering van 18 maart 2021

Notulen pagina

565

procent van het beoogde doel. En nog geen tien procent van de kinderen gaf aan een herhaling wel te zien zitten. Als je de evaluatie serieus neemt, ga je niet zonder meer enthousiast doen over een vervolg. Wat we wel positief vinden, is dat de wethouder het punt heeft aangedragen om het de volgende keer, wanneer er ook meer tijd is om het voor te bereiden, dingen beter te gaan doen. Dat geeft ons wat vertrouwen. Maar de sleutel is: betrek de kinderen en de ouders aan de voorkant. Maak het programma samen. En in de commissie kregen we ergens wel de indruk dat de wethouder dat met ons eens is, maar het kreeg geen duidelijke plek in de toezegging. En vandaar dat we toch gemeend hebben een motie in te moeten dienen: ‘Betrek ouders en kinderen meer bij de Zomercampus 010’, om vooraf ook de raad aan te geven hoe de kinderen en de ouders beter worden betrokken en ons daarmee het noodzakelijke vertrouwen te geven dat we straks een programma hebben dat aansluit op de behoeften van de ouders en van de kinderen. Dank u wel.

- een volgende editie de gemeente rond de 650.000 euro gaat kosten; - we in deze crisis moeten zorgen dat iedere euro goed wordt besteed; - meer betrokkenheid van ouders en kinderen een noodzakelijke voorwaarde is om de doelen die we gaan stellen aan deze Zomercampus 010 te realiseren; - met het scherp definiëren van de doelen ook precies moet worden aangegeven hoe de kinderen en de ouders zullen worden betrokken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie; Verzoekt het college: - om voorafgaand aan de volgende editie van de zomercampus de raad te informeren hoe de kinderen en de ouders worden betrokken bij de opzet en programmering van de zomercampus 2021; En gaat over tot de orde van de dag.’

De VOORZITTER. Mijnheer Vonk heeft de volgende motie ingediend.

Mevrouw Walgenbach.

Motie 8. Betrek ouders en kinderen meer bij de Zomercampus010 ‘De gemeenteraad van Rotterdam bijeen op 18 maart 2021 ter bespreking van Zomercampus010; Constaterende dat: - de Zomercampus 010 in 2020 voor het eerst heeft plaatsgevonden; - het college het voorstel doet om te komen tot een Zomercampus 010 in 2021; - de evaluatie van de editie 2020 een aantal kritische punten maakt over de organisatie, ouderbetrokkenheid en de soms beperkte match tussen de wens van de doelgroep en de inhoud van het programma; - de wethouder Onderwijs heeft toegezegd om de raad vooraf te informeren over de precieze doelen van een volgende editie van de Zomercampus 010; Overwegende dat:

w.g. T.J. Vonk De motie is voldoende ondersteund en maakt deel uit van de beraadslagingen.

Mevrouw WALGENBACH (d66). Ja voorzitter, dank u wel. Gisteren was het het feest van de democratie en u zal het misschien niet verwachten, maar dat is voor mij het allergrootste feest dat er bestaat. Om als vrij burger te mogen bepalen wat de koers wordt van het land, van je stad, dat is iets fantastisch. Ik zou eigenlijk willen dat alle Rotterdammers dit feest ook zo mogen ervaren. De opkomst van de verkiezingen was ook gisteren in Rotterdam ver onder het landelijk gemiddelde met 67,4 procent en dat laat eigenlijk toch maar zien hoeveel er nog te doen is. En wij als gemeenteraad zouden daar ook onze rol in moeten nemen. Dat vinden wij als D66. En om die reden dienen wij een motie in om tijdens de volgende zomercampus als raad een bijdrage te leveren door middel van een activiteit aan de lokale democratie. Dank u wel.

raadsvergadering van 18 maart 2021

Notulen pagina

566

De VOORZITTER. Mevrouw Walgenbach heeft de volgende motie ingediend.

De motie is voldoende ondertekend en maakt deel uit van de beraadslagingen.

Motie 1. Aandacht voor democratie tijdens de Zomercampus

Ik dank u zeer. Mijnheer Yigit. Sorry, voordat we doorgaan, mijnheer Vonk heeft een vraag aan mevrouw Walgenbach.

‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 18 maart 2021 ter bespreking van de evaluatie Zomercampus; Constaterende dat: - de Zomercampus de afgelopen zomer, ondanks een korte voorbereidingstijd, een overwegend succes is geweest; - bij de betrokken partijen draagvlak is voor een vervolg van de Zomercampus 010; - het doel hiervan is om de “zomerdip” die bij kinderen ontstaat in de lange zomervakantie te verkleinen; - extra inzet op burgerschapsvorming in het onderwijs is opgenomen in het coalitieakkoord “Nieuwe Energie Voor Rotterdam”; Overwegende dat: - leerachterstanden in de periode van thuisonderwijs zijn toegenomen; - in het kader van kansengelijkheid het van belang is dat kinderen de mogelijkheid krijgen om deze zomer zich breed door te ontwikkelen; - wij als raad een bijdrage kunnen leveren aan kennis over de lokale democratie bij de Zomercampus 2021; Verzoekt de gemeenteraad: - bereid te zijn een inhoudelijke bijdrage te leveren aan de Zomercampus 2021, gericht op lokale democratie en burgerschap; - hiervoor het stadhuis ter beschikking te stellen; Verzoekt het college: - in overleg met betrokken partijen te onderzoeken in welke mate dit een plek kan hebben in de programmering van de Zomercampus 2021; - hierover terug te koppelen aan raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. E.S. Walgenbach, J. Smet, T.B. Versnel, E. Yigit en E.C. Eskes

De heer VONK (cu-sgp). Ja, dank u wel. Ja, mevrouw Walgenbach was heel snel weg. Ik heb een korte vraag. De motie is buitengewoon sympathiek, ik zou er ook graag aan mee willen doen, maar mijn vraag is eigenlijk: wat bedoelt u met die motie als u zegt: de verschillende partijen worden gevraagd om te bekijken of we dit kunnen opnemen in het programma? Wordt er ook gevraagd aan de kinderen en de ouders of zij het ook een heel goed idee vinden en zij ook buitengewoon enthousiast zijn over het onderwerp? Want als dat vooraf getest wordt, dus als u dat ook even kan toezeggen, dat dat er ook mee bedoeld wordt met de motie, dan ben ik ook buitengewoon blij met deze motie en ga ik voor stemmen. Mevrouw WALGENBACH (d66). Dank u wel. Dat staat er eigenlijk voornamelijk in, omdat nog niet bepaald is welke partijen het gaan uitvoeren. Dus die gunning moet nog gedaan worden. En de fantastische suggestie van mijnheer Vonk natuurlijk om de ouders en de kinderen hierin mee te nemen. Dus die geven we mee aan de wethouder. Dank u wel. De heer VONK (cu-sgp). Heel goed, dank u wel. De VOORZITTER. Hartelijk dank. Wellicht is mijnheer Vonk daarmee gerustgesteld. Mijnheer Yigit. De heer YIGIT (denk). Voorzitter, dank u wel. Ja, de zomercampus, daar zijn we heel erg enthousiast over. Bijna 4.500 leerlingen hebben eraan deelgenomen.

Ik was zelf ook vorig jaar even gaan kijken en wij zijn dan ook blij dat er een voortzetting komt. En wij zien ook tegelijkertijd een aantal kansen. We hebben het al gehad over ontbijt en lunch die jongeren krijgen.

raadsvergadering van 18 maart 2021

Notulen pagina

567

Wij zouden willen dat dat op een zo gezond mogelijke manier gebeurt, dus gezonde lunch en ontbijt. En daarnaast dat dat eigenlijk ook zo veel mogelijk wordt verzorgd door lokale ondernemers, die het al moeilijk hebben. Ook zien wij een aantal kansen als het gaat om stageplekken. Er zijn heel veel Rotterdamse jongeren die geen stageplek hebben op dit moment. En wij zouden ook willen dat er zoveel mogelijk stageplekken beschikbaar komen. En tot slot, ook gezien de tijd, ook als het gaat om de toegankelijkheid van de locaties hebben wij wel wat zorgen, want niet alle locaties zijn rolstoeltoegankelijk. Ik ben er zelf dus geweest, wat ik net al zei, en dan moet je echt zo’n hele trap opgaan als je naar binnen wilt en ja, dat is voor leerlingen uiteindelijk niet helemaal inclusief. Dus wij zouden ook willen dat daar nog werk aan wordt geleverd. Daarom heb ik ook een aantal moties die ik vandaag ga indienen. Dank u wel. De VOORZITTER. Mijnheer Yigit heeft de volgende moties ingediend. Motie 2.

Gezond ontbijt of lunch door lokale leveranciers voor de Zomercampus ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 18 maart 2021, ter bespreking van agendapunt 31, Zomercampus 010; Constaterende dat: - bijna 4.500 leerlingen deel hebben genomen aan de Zomercampus 010; - een dagdeel van het basisschoolprogramma van de Zomercampus startte met een ontbijt of lunch; - uit het rapport uit de vragenlijsten van deelnemers aan de Zomercampus 010 blijkt dat deelnemers betere en verschillende lunchpakketten zouden willen krijgen; - Rotterdamse lokale ondernemers flinke financiële klappen hebben gekregen door de coronamaatregelen; Van mening dat: - Rotterdamse lokale ondernemers zouden kunnen bijdragen aan het bieden van

gezonde, betere en verschillende ontbijten lunchpakketten; - het laten verzorgen van het ontbijt of de lunch door lokale Rotterdamse ondernemers tevens hen een financiële steun in de rug zou geven tijdens de coronacrisis; Verzoekt het college: - in gesprek te gaan met de organisatie van de Zomercampus 010 en bij hen onder de aandacht te brengen of het ontbijt of de lunch zo gezond mogelijk en zoveel mogelijk verzorgd kan worden door lokale ondernemers tijdens de aankomende Zomercampus 010; - hierover te rapporteren aan de raad; En gaat over tot de orde van de dag.’ w.g. E. Yigit Motie 3. Maak stageplekken mogelijk tijdens de Zomercampus 010 ‘De gemeenteraad van Rotterdam, in vergadering bijeen op 18 maart 2021, ter bespreking van agendapunt 31, Zomercampus 010; Constaterende dat: - de gemeente Rotterdam en het Jeugdfonds Sport & Cultuur in de zomer van 2020 samen met stedelijke partners de Zomercampus heeft georganiseerd; - er een divers programma is opgezet met een combinatie van educatie, sport, cultuur en sociale vaardigheden, waar ruim 4.500 leerlingen deel aan hebben genomen; - ook veel inzet is geweest voor de logistiek en ict-ondersteuning van de Zomercampus; - Rotterdam te kampen heeft met een groot tekort aan stageplekken; - Rotterdamse jongeren grote moeite hebben om een stageplek te vinden door de coronacrisis; - veel Rotterdamse studenten studievertraging dreigen

op te lopen omdat zij geen stageplek kunnen vinden; Van mening dat: - elke kans gegrepen moet worden om voor (meer) stageplekken te zorgen in de stad; - de Zomercampus 010 een mooie gelegenheid is om voor jongeren (meer) stageplekken mogelijk te maken op het

raadsvergadering van 18 maart 2021

Notulen pagina

568

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=RotterdamRaad&id=dba2c587-969a-487b-a28f-f96eff83f881