CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

TAM-omgevingsplan Wouwse Weide_Motivering

Gemeenteraad 24 september 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5i: Raadsvoorstel Vaststelling wijziging omgevingsplan Wouwse Weide17.512 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Motivering TAM-omgevingsplan Wouwse Weide Roosendaal RHO ADVISEURS DATUM IMRO IDN PROJECT PROJECTLEIDER OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER AUTEUR STATUS DISCLAIMER © Rho Adviseurs B.V. 17-6-2026 NL.IMRO.1674.0000TAMWOUW-0401 Wouwse Weide Ontwikkelingscombinatie Van Agtmaal / Maas-Jacobs 20250313 vastgesteld Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdracht- gever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs B.V., behoudens voor zover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. AVG Onze producten worden vrijgegeven conform het protocol en eisen uit het kwaliteitssysteem van Rho Adviseurs B.V. Daarbij wordt niet gewerkt met handtekeningen en/of para- fen. In het kader van de AVG worden, voorafgaand aan pu- blicatie of bij uitlevering aan derden, persoonsgegevens van derden in onze producten geanonimiseerd. In het belang van de advisering en herkenbaarheid worden bedrijfsgege- vens van Rho Adviseurs B.V., namen, e-mailadres(sen) en telefoonnummer(s) van adviseur(s), zijnde auteur(s) van het rapport of de projectleider van het onderhavige project, niet geanonimiseerd. (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Inhoudsopgave Motivering | 5 Hoofdstuk | 1 | Inleiding | 6 1. 1 | Aanleiding | 6 1. 2 | Ligging | plangebied | 6 Hoofdstuk | 2 | Ontwikkeling | 8 2. 1 | Beschrijving | van | de | bestaande | situatie | 8 2. 2 | Beschrijving | van | de | ontwikkeling | 8 2. 3 | Geldende | planologische | regels | en | de afwijking | 14 Hoofdstuk | 3 | Beleid | en | introductie | instructieregels | 17 3. 1 | Rijksbeleid | 17 3. 2 | Provinciaal | beleid | 18 3. 3 | Provinciale | verordening | 21 3. 4 | Gemeentelijk | beleid | 25 Hoofdstuk | 4 | Gevolgen | voor | de | fysieke | leefomgeving | en | toetsing | instructieregels | 30 4. 1 | M. e. r. -beoordeling | 30 4. 2 | Ladder | duurzame | verstedelijking | 30 4. 3 | Water | en | klimaatadaptatie | 31 4. 4 | Groen | en | klimaatadaptatie | (groene | hoofdstructuur) | 34 4. 5 | Bodem | 35 4. 6 | Erfgoed | 36 4. 7 | Verkeer | en | vervoer | 39 4. 8 | Ecologie | 40 4. 9 | Luchtkwaliteit | 43 4. 10 | Geur: | agrarische | en | milieubelastende | activiteiten | 43 4. 11 | Geluid | 44 4. 12 | Omgevingsveiligheid | 46 4. 13 | Trillingen | 48 4. 14 | Overige | aandachts- | en beperkingsgebieden | (straalpaden | , radarverstoringsgebieden) | 49 4. 15 | Gezondheid | 50 4. 16 | Duurzaamheid | 51 4. 17 | Kostenverhaal | 52 3/57 Hoofdstuk 5 Hoofdstuk 6 Hoofdstuk 7 7. 1 7.

2 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties Uitwerking in het omgevingsplan Participatie Participatie omgeving Procedure 53 54 55 55 57 4/57 Motivering 5/57 Hoofdstuk 1 Inleiding 1. 1 Aanleiding Aan de zuidoostzijde van de kern Wouw in de gemeente Roosendaal is initiatiefnemer voornemens om een woonwijk te realiseren met 250 tot 300 woningen. Het plan heeft de naam Wouwse Weide gekregen. Dit plan is een verdere uitwerking van de ontwikkelingslocatie 'De Hoogt fase 3' en de onderzoekslocatie 'De Hoogt Zuid' dat onderdeel is van de op 17 april 2025 vastgestelde visie 'Wonen in & om de Dorpen' van de gemeente Roosendaal. De focus voor het nieuwe woongebied aan de rand van het dorp Wouw ligt op het creëren van een fijne woonomgeving met een mix van sociale huurwoningen , betaalbare en vrije sector koopwoningen met aandacht voor de omgeving en de natuur. Om de gewenste ontwikkeling te realiseren moet het tijdelijke deel van het omgevingsplan worden aangepast. Dat betekent dat het gemeentelijk omgevingsplan moet worden gewijzigd om het initiatief mogelijk te maken. Met de gemeente Roosendaal is afgesproken dat er voor deze ontwikkelingen een wijziging van het omgevingsplan wordt opgesteld en dat daarbij gebruik wordt gemaakt van TAM-IMRO. 1. 2 Ligging plangebied Het plangebied ligt aan de zuidoostzijde van de kern Wouw.

Het wordt begrensd door de Bulkstraat in het noorden en woongebied De Hoogt in het westen. In het zuiden grenst het plangebied aan de Plantagebaan en het naastgelegen spoor en door het bedrijf J&Th vd Veldt BV. In het oosten wordt het plangebied begrensd door agrarisch gebied. In figuur 1. 1 is de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven. 6/57 Figuur 1. 1 Ligging plangebied (Bron: Rho Basisviewer) 7/57 Hoofdstuk 2 Ontwikkeling 2. 1 Beschrijving van de bestaande situatie Het plangebied ligt aan de zuidoostkant van de kern Wouw. Op dit moment bestaat het plangebied in het noordoosten uit landbouwgrond. In het zuidwestelijke deel is het plangebied in gebruik als agrarisch grasland , omgeven door een houthakwal. In het noordwestelijke deel van het plangebied is een bomenrij gelegen. Een deel van het plangebied maakt nu nog onderdeel uit van het bedrijf J&Th vd Veldt BV. Het perceel Bulkstraat 2A maakt geen onderdeel uit van het plangebied. De Bulkstraat is een fietststraat en onderdeel van de snelfietsroute F58 tussen Roosendaal en Bergen op Zoom. 2. 2 Beschrijving van de ontwikkeling 2. 2. 1 Ontwikkelvisie Door Urban Jazz is een ruimtelijke Quickscan opgesteld welke als basis heeft gediend voor de ontwikkelvisie voor het plangebied. Naast de ruimtelijke Quickscan vormt de gemeentelijke visie 'Wonen in & om de dorpen " de basis voor de ontwikkelvisie.

In deze ontwikkelvisie wordt de ontwikkelingslocatie 'De Hoogt fase 3' en de onderzoekslocatie 'De Hoogt Zuid' samengevoegd tot één initiatief. De samenvoeging in deze fase zorgt voor meer verbondenheid en samenhang in het gebied en geeft meer flexibiliteit om een kwalitatief goede stedenbouwkundige en landschappelijke invulling te geven met oog voor de omgeving. Met het bedrijf van der Veldt is overeengekomen om ook een deel van de bedrijfslocatie te verwerven om deze verbondenheid en samenhang verder te vergroten. Het noordelijke plandeel wordt , net zoals vroeger (19e eeuw) opgedeeld in mozaïeken. Deze mozaïeken e refereren aan het oude mozaïeklandschap wat in de 19eeuw aanwezig was in en rond Wouw. Elke mozaïek steen wordt als woonveld of als groene ruimte ingevuld. Het centrale park is relatief open en zorgt zo voor een zichtrelatie met het buitengebied aan de oostzijde van het plangebied. Voor het zuidelijke deel zijn de houthakwallen leidend voor de stedenbouwkundige opzet. De groenstructuur wordt behouden waardoor kleinschalige en besloten woonmilieus ontstaan. Deze kenmerkende woonmilieus worden Boskamers genoemd. De bestaande bomenrij in het westelijke deel van het plangebied wordt behouden om zo een zachte overgang naar de Hoogt 2 te waarborgen. De nieuwe bebouwing sluit in dit deel aan bij de maat en schaal van de woningen van de Hoogt.

Ook de nieuwe woningen aan de Bulkstraat sluiten aan bij de bestaande korrel langs de Bulkstraat. Hier wordt voorzien in grondgebonden woningen. In tegenstelling tot de woningen aan de noordzijde van de Bulkstraat , waar de woningen van de weg zijn afgekeerd , worden de woningen in het plangebied met hun voorkant naar de weg gekeerd. Wandelroutes worden op zoveel mogelijk plekken vanuit de omgeving doorgetrokken in het woongebied. Deze 8/57 leiden naar het centrale park en overige routes door de Wouwse Weide. Hiermee wordt de Wouwse Weide de groene corridor tussen bestaande groene zones in de omgeving. Figuur 2. 1 Visie Wouwse Weide (bron: Ontwikkelvisie Wouwse Weide , Urban Jazz) In Bijlage 1 is de Ontwikkelvisie opgenomen. Hierin is de landschappelijke quickcsan en een verdere uitwerking van de visie opgenomen. 2. 2. 2 Stedenbouwkundig ontwerp Het plan bestaat uit de realisatie van 250-300 woningen met een gedifferentieerd programma , nieuwe fiets- en wandelverbindingen en veel water in combinatie met openbaar groen. De inrichting van de Wouwse Weide wordt vormgegeven met oog voor een duurzame , klimaatbestendige en leefbare woonomgeving. De groencompensatie binnen de Wouwse Weide wordt niet gezien als een verplichting , maar als een kans om het dorpse en landschappelijke karakter van Wouw te behouden én te verrijken.

Hiermee draagt de nieuwe buurt bij aan een aantrekkelijk en toekomstbestendig woon- en leefmilieu , in balans met de natuur en de identiteit van het dorp. De visie is verder uitgewerkt in een concept stedenbouwkundig en landschappelijk raamwerk. 9/57 Figuur 2. 2 Stedenbouwkundig en landschappelijk concept Wouwse Weide (bron: Ontwikkelvisie Wouse Weide , Urban Jazz) Het landschappelijke casco van het gebied is verdeeld in de deelgebieden Weide en de Boskamers. Het noordelijke deel van het plangebied is het deelgebied Weide en de Boskamers zijn gelegen in het zuidelijke deel van het plangebied. Zij zijn onderscheidend in de stedenbouwkundige opzet , architectuur en de inrichting van de openbare ruimte. Zodoende worden met de ontwikkeling van het plan twee gebiedseigen identiteiten versterkt. 10/57 Figuur 2. 3 gebiedsindeling Boskamers en Weide (bron: Ontwikkelvisie Wouse Weide , Urban Jazz) 2. 2. 3 Programma Het plan voorziet in 250-300 woningen in een gemixt en gedifferentieerd programma waarbij , overeenkomstig de woondeal West-Brabant West , 30% van de woningen aangeboden wordt als ‘sociale huur’ , 40% van alle woningen een gelimiteerd prijsplafond krijgen , passend bij de categorie ‘betaalbaar’ en 30% van de woningen als ‘vrije’ sector worden aangeboden.

Binnen deze categorieën worden er woningen gerealiseerd voor diverse doelgroepen zoals levensloopbestendige woningen voor senioren en betaalbare rijwoningen voor starters tot wat ruimere tweekappers voor de doorstromers. Aan de zuidrand worden grotere kavels gerealiseerd. In het plan worden overwegend grondgebonden woningen gerealiseerd. Het grootste deel hiervan bestaat uit twee bouwlagen met een kap. Aan de noordrand (Bulkstraat) en de westrand (De Hoogt) , wordt qua typologie en hoogte aangesloten op de maat en schaal van woningen in de directe omgeving. Daarnaast wordt privacy en inkijk bij bestaande woningen zoveel mogelijk beperkt door middel van een zorgvuldige positionering en oriëntatie van nieuwe woningen. Op enkele locaties in het plan zijn stedenbouwkundige accenten opgenomen in de vorm van appartementengebouwen. Zo kan er ook aan de behoefte van gestapelde woningbouw in Wouw tegemoet worden gekomen. Hierbij wordt uitgegaan van appartementengebouwen van maximaal 4 bouwlagen (hoogte circa 14 meter). Door deze appartementen te positioneren tussen de bestaande houthakwallen alsook in de zuidoosthoek van het plangebied , zijn de bouwvolumes vanuit de omgeving niet of nauwelijks zichtbaar. Bijzondere aandacht is nodig voor de architectuur van hoekwoningen aan het centrale park , waarbij oriëntatie naar zowel het park als de woonstraat gewenst is. 11/57 Figuur 2.

4 Verkaveling Wouwse Weide (bron: Urban Jazz , 5 mei 2026) 2. 2. 4 Groen en water Groen vormt een essentieel onderdeel van het ruimtelijk karakter van het plangebied. Naast het behoud van boomstructuren worden er ook nieuwe structuren toegevoegd. In het deelgebied Weide betreffen dit incidentele boomrijen langs greppels in het park en in woonstraten , boomgroepen en solitaire bomen. Deze ordening van bomen wordt in de verdere planuitwerking uitgewerkt om onder andere afwisselende parkruimtes en schaduwrijke plekken te creëren. In de Boskamers worden boomgroepen en solitaire bomen aangebracht. In de Boskamers worden nieuwe struweelranden gecombineerd met de bestaande houthakwallen. Zo ontstaat een gelaagde opbouw van beplanting en wordt de biodiversiteit verreikt als leefgebied voor planten en dieren. Het plangebied wordt voorzien van een kruidenrijke en bloemrijke grasvegetatie. Een extensief beheer bevordert daarbij de ecologische waarde voor flora en fauna. De woonstraten in het deelgebied Weide krijgen een dorps karakter. In de boomplantvakken komen vaste planten voor de gewenste beeldkwaliteit en biodiversiteit. Er is tevens aandacht voor het leefgebied van dieren. Voor de ontwikkeling worden enkele doelsoorten uitgekozen die als graadmeter gaan fungeren zoals de huismus , gierzwaluw , verschillende vleermuizen , steenuil en kleine marterachtigen.

De aanwezigheid van deze soorten is een aanduiding dat het goed gaat met de biodiversiteit en dat het gebied interessant is voor andere diersoorten met gelijkwaardige habitats. Ten behoeve van deze doelsoorten worden diverse natuurinclusieve maatregelen opgenomen. Vanuit het vroegere landgebruik waren slootpatronen aanwezig voor de benodigde drooglegging van de agrarische percelen. Om deze historische verwijzing te visualiseren worden greppels aangelegd in het centrale park. Deze greppels omzomen de verschillende delen van het park. De greppels zijn alleen waterbergend bij 12/57 heftige regenbuien , evenals de verlaagde parkdelen die fungeren als wadi’s. Het droogdal , een voormalig drooggevallen beekdal , wordt wederom hersteld. Het droogdal doet tevens mee aan de waterbergingsopgave. Voor de kwalitatieve en kwantitatieve wateropgave wordt verwezen naar hoofdstuk 4. 3. 2. 2. 5 Verkeer en parkeren Voor de hoofdontsluiting wordt gekozen voor één duidelijke entree. De beoogde locatie voor deze nieuwe gebiedsentree ligt in het zuidwesten , in het verlengde van rijweg De Hoogt. Door deze locatiekeuze wordt toename van verkeer (en eventuele overlast ten gevolge daarvan) op de Bulkstraat en De Hoogt 2 zoveel als mogelijk voorkomen. Het verkeer wordt rechtstreeks via de Plantagebaan het dorp in-/uitgeleid.

Bij calamiteiten is voorzien in een tweede ontsluiting op de Bulkstraat , aan de noordoostzijde van het plangebied. De Bulkstraat is primair bestemd voor fiets- en bestemmingsverkeer. Het landbouwverkeer vanaf de Bulkstraat wordt via het plangebied richting de Plantagebaan geleid. Er is een duidelijk onderscheid gemaakt tussen het gemotoriseerd verkeer en het langzaam verkeer. De voetpaden zijn vrij liggend , uitgezonderd in de randen van het centrale park. Hier is sprake van shared space , de auto is te ‘gast’. De relatie tussen het centrale park en de aanliggende woningen wordt hierdoor vergroot en het langzaam verkeer heeft een comfortabele route langs de randen van het park. De rijbaan parallel aan de Bulkstraat is het meest autoluwe deel van de hoofd ontsluitingsstructuur. Ook hier wordt gekozen voor shared space. De parkeerplaatsen worden zoveel mogelijk geclusterd in parkeerkoffers. Enerzijds om voor te sorteren op de (toekomstige) mobiliteitstransitie , waar deelmobiliteit en gedeelde laadvoorzieningen de trend zijn. Anderzijds om het ‘blik’ uit de straat te halen , en zo een uitnodigende , vriendelijke openbare ruimte te creëren. Parkeerkoffers worden achter de woningen geintegreerd in de bouwvlakken. Voor de verdere uitwerking van de ontsluiting , de verkeersgeneratie en het parkeren wordt verwezen naar hoofdstuk 4. 7. 2. 2.

6 Beeldkwaliteit Er is een beeldkwaliteitsplan opgesteld voor de Wouwse Weide. Het beeldkwaliteitsplan beschrijft de gewenste ruimtelijke en architectonische kwaliteit van de nieuwe woonwijk. Het vormt de schakel tussen de ‘Ontwikkelvisie Wonen in Wouwse Weide - Ruimte voor elkaar’ (15 juli 2025) en de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan (DOSP) , de bebouwing en het inrichtingsplan openbare ruimte. Het beeldkwaliteitsplan bestaat uit twee delen , 'Beeldkwaliteitsplan deel-A biedt inspiratie en richtlijnen voor architectuur , situering van woningen , massaopbouw en materialisatie , zie bijlage 2. In ‘Beeldkwaliteitsplan deel-B’ worden kaders en randvoorwaarden gesteld aan de inrichting van de openbare ruimte , zie bijlage 3 . Het beeldkwaliteitsplan zorgt ervoor dat de verschillende bouwvelden een herkenbare en samenhangende wijk vormen , passend bij het dorpse karakter van Wouw en het omliggende landschap. 13/57 2.

3 | Geldende | planologische | regels | en | de | afwijking Voor | de | locatie | geldt | het | tijdelijke | deel | van | het omgevingsplan | van | de | gemeente | Roosendaal | , dat in het plangebied | bestaat | uit: Paraplubestemmingsplan | Wonen | (vg 04-04-2024) Bestemmingsplan | Buitengebied | Wouw | 2020 | (vg | 21-07-2022) Partiële | herziening | bestemmingsplan | Bulkstraat | (vg | 13-03-2025) Bestemmingsplan | Bulkstraat | (vg 24-03-2016 | , herstelbesluit | 21-12-2017) Bestemmingsplan | artikel | 10 Buitengebied | 1989 | nr. 1029 | (vg 26-01-1989) Binnen | het plangebied | gelden | diverse | bestemmingen | , namelijk | 'Wonen | - 3' , 'Agrarisch' | , 'Tuin' en | 'Agrarisch kernrandgebied'. | Delen | van | het | plangebied | hebben | een | dubbelbestemming | 'Waarde | - Archeologie | 1' en | 'Waarde - Archeologie | 2' , de gebiedsaanduiding | 'vrijwaringszone | - radar | 08'. Figuur | 2. 5 Het tijdelijk | deel | van | het omgevingsplan | Roosendaal | , het plangebied | is daarbij | rood | omkaderd | (Bron: Ruimtelijkeplannen.nl | , bewerking | Rho | adviseurs) De beoogde | woningbouwontwikkeling | is in strijd met | de geldende | gebruiks- | en | bouwregels | van | de diverse bestemmingen.

Binnen | de | bestemming | 'Wonen-3' | (Bp | Bulkstraat) | kunnen | uitsluitend | vrijstaande | woningen | worden gerealiseerd | binnen | een | aangegeven | bouwvlak | , terwijl | binnen | deze | bestemming | ook | vrijstaande | woningen zijn voorzien | buiten | het | aangegeven | bouwvlak. 14/57 De bestemming 'Agrarisch' (BP Bulkstraat) is bedoeld voor grondgebonden agrarische bedrijven. Gebouwen zijn niet toegestaan. Het realiseren van een woonwijk is binnen deze bestemming niet toegestaan. Op de bestemming 'Tuin' (BP Bulkstraat) zijn tuinen , behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen toegestaan. In de nieuwe situatie zijn binnen deze bestemming eveneens tuinen voorzien. Omdat de regels van de bestemming verwijzen naar hoofdgebouwen op aangrenzende gronden is het wenselijk om deze tuinbestemming in overeenstemming te brengen met de nieuwe situatie. De bestemming 'Agrarisch' (Bp Buitengebied Wouw 2020) is aangewezen voor agrarisch grondgebruik en bijbehorende functies. Het realiseren van een woonwijk is binnen deze bestemming niet toegestaan. Op de voor 'Agrarisch kernrandgebieden' (Bp Buitengebied 1989 nr. 1029) aangewezen gronden is agrarische bedrijfsvoering toegestaan. Het realiseren van een woonwijk is binnen deze bestemming niet mogelijk.

Op de gronden met de dubbelbestemming 'Waarde - Acheologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2' (Bp Bulkstraat) mag uitsluitend worden gebouwd nadat een archeologisch rapport is overlegd waarin is aangetoond dat er geen archeologische waarden (meer) aanwezig zijn of onevenredig worden geschaad. ten behoeve van deze ontwikkeling zal een archeologisch onderzoek uitgevoerd worden. Binnen de 'vrijwaringszone - radar 08' geldt een maximale bebouwingshoogte oplopend van 75 meter tot 113 meter vanwege de ligging ten opzichte van vliegbasis Woensdrecht. Er zijn geen plannen om bouwwerken op te richten welke hoger zijn dan 75 meter. Er kan voldaan worden aan de regels voor deze vrijwaringszone. Vanwege de strijdigheid met de verschillende bestemmingen wordt de ontwikkeling mogelijk gemaakt door het opstellen van een TAM-omgevingsplan. TAM-omgevingsplan De ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Roosendaal. Om de gewenste ontwikkeling te realiseren moet het tijdelijke deel van het omgevingsplan worden aangepast. Dat betekent dat het gemeentelijk omgevingsplan moet worden gewijzigd om het initiatief mogelijk te maken. Daarbij wordt gebruik gemaakt van TAM-IMRO.

Vanwege de onzekerheden rondom het DSO is tot en met 2025 de mogelijkheid gecreëerd om via de Wro-standaarden het omgevingsplan te publiceren , TAM-IMRO ('Tijdelijke Alternatieve Maatregelen – Informatiemodel Ruimtelijke Ordening') genaamd. De wijziging van het omgevingsplan kan worden gemaakt in de software voor bestemmingsplannen en wordt gepubliceerd via de IMRO standaarden. Inhoudelijk moet dit plan voldoen aan de Omgevingswet. Voor de opbouw van de regels wordt aangesloten bij de geldende bestemmingsplannen in de gemeente Roosendaal , maar er worden regels toegevoegd zodat duidelijk is dat het plan onderdeel is van het gemeentebrede omgevingsplan en het toepassingsbereik wordt weergegeven. Er wordt niet meer gesproken van bestemmingen , maar van functies en activiteiten. Dit is ook terug te zien op de verbeelding. Ook zullen er voorrangsbepalingen en verwijzingen worden opgenomen om de relatie met de andere regels uit het omgevingsplan (Hoofdstuk 22 De bruidsschat) te duiden. In de motivering wordt onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Het TAM-omgevingsplan wordt gepubliceerd via ruimtelijkeplannen. nl en wordt via de overbruggingsfunctie getoond in het Omgevingsloket (DSO).

15/57 Het TAM-omgevingsplan moet voor 2032 worden omgezet naar het gemeentebrede omgevingsplan in de software van de gemeente en het moet dan voldoen aan de standaarden voor het omgevingsplan (STOP/TPOD) door middel van een wijziging van het omgevingsplan. Voor deze wijziging wordt een nieuw besluit genomen. Het ministerie van BZK heeft de intentie uitgesproken om in de wet- en regelgeving vast te leggen dat regels in het STOP omgevingsplan die inhoudelijk gelijk zijn aan het TAM-IMRO plan niet opnieuw appellabel worden bij het overbrengen. De wijze waarop en de voorwaarden waaronder dit mogelijk is worden momenteel uitgewerkt. 16/57 Hoofdstuk 3 Beleid en introductie instructieregels 3. 1 Rijksbeleid 3. 1. 1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) De Nationale Omgevingsvisie , kortweg NOVI , loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Aan de hand van een toekomstperspectief 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd , ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is , met schone lucht , schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water ; met een uitstekend functionerende economie , die duurzaam en circulair is.

Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld , als onderdeel van de internationale gemeenschap ; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen , en een productief en aantrekkelijk platteland ; met uitstekende bereikbaarheid , waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt , met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast ; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen , ontspannen en tot onszelf te komen ; zowel in de stad als daarbuiten ; dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren ; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap , tussen natuur en cultuur , tussen land en water ; dat openstaat voor verandering , en waar de kracht van zijn traditie , cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. De voor deze plannen relevante nationale belangen zijn: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoefte. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit. Ruimte voor overgang naar een circulaire economie. Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden.

Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Tot 2030 moeten er ongeveer 1 miljoen woningen gebouwd worden. Dit zal grote impact hebben op de fysieke 17/57 leefomgeving. Er wordt zoveel mogelijk gebouwd binnen bestaand stedelijk gebied , zodat open ruimtes en groen tussen steden behouden blijft. De nieuwe woningen moeten betaalbaar en goed bereikbaar zijn. Bewoners moeten tevens een prettige , gezonde en veilige leefomgeving ervaren. Dat vergt grote investeringen in openbaar vervoer , veilige fiets- en wandelpaden , meer groen , ontmoetingsruimte en wateropvang in de stad , en goede verbindingen met recreatiegebieden in de nabijheid van de stad. Met deze aanpak van verstedelijking wordt niet alleen het woningaanbod , maar ook de leefomgevingskwaliteit in de stad verbeterd. Toetsing en conclusie In de NOVI worden nationale belangen en opgaven benoemd. De beoogde ontwikkeling voorziet in de realisatie van 250-300 woningen. Deze woningen worden landschappelijk ingepast. Hiermee wordt bijgedragen aan de volgende belangen en opgaven: Bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgevingskwaliteit. Realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. Waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving. Zorg dragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. 3. 1.

2 Instructieregels rijk Het Bkl (Besluit kwaliteit leefomgeving) stelt de inhoudelijke normen voor gemeenten , provincies , waterschappen en het Rijk met het oog op het realiseren van de nationale doelstellingen en het voldoen aan internationale verplichtingen. In het Bkl staan o. a. instructieregels die bij het opstellen van een omgevingsplan nagekomen moeten worden. Het gaat hierbij om een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Onderwerpen die aan bod komen voor het plangebied zijn onder andere veiligheid , gezondheid , milieu , water en erfgoed. De toetsing aan de instructieregels van het Bkl is opgenomen in hoofdstuk 4 van deze motivering. Toetsing en conclusie De instructieregels uit het Bkl kunnen verplichten tot het opnemen van regels in het omgevingsplan. Hiervoor dient extra aandacht te zijn bij het onderzoek naar de gevolgen van een activiteit voor de fysieke leefomgeving. In hoofdstuk 4 is per omgevingsaspect getoetst aan het Bkl en waar nodig onderzoek uitgevoerd. 3. 2 Provinciaal beleid 3. 2. 1 Brabantse omgevingsvisie 'De kwaliteit van Brabant , Visie op de Brabantse leefomgeving' In de Omgevingsvisie Noord-Brabant is het provinciaal beleid ten aanzien van de ruimtelijke ontwikkelingen in de provincie Noord-Brabant op hoofdlijnen uiteengezet voor de periode tot 2050.

Naast een beeld van het Noord-Brabant van nu is een beeld geschetst van het welvarend , verbonden , klimaatproof en vernieuwend Noord-Brabant van 2050. Hieruit zijn vier hoofdopgaven onderscheiden die nauw met elkaar samenhangen: Werken aan de Brabantse energietransitie Werken aan een klimaatproof Brabant Werken aan de slimme netwerkstad Werken aan een concurrerende , duurzame economie Samen met andere partijen zoals gemeenten en bedrijven wil de provincie uitvoering geven aan projecten die 18/57 passen binnen deze opgaven. Van belang is dat het in de toekomst ook goed wonen , werken en verblijven blijft. Werken aan een goede omgevingskwaliteit zowel in de bebouwde als in de onbebouwde omgeving is het uitgangspunt. Bij het zoeken naar oplossingen voor maatschappelijke opgaven vindt de provincie Noord-Brabant het belangrijk om vanuit meerdere richtingen naar een ontwikkeling te kijken: Een ‘diepe’ manier van kijken: de provincie kijkt niet alleen naar effecten op de bovenste laag in het hier en nu , maar betrekt hierin de dynamiek en randvoorwaarden die de onderste lagen meegeven. Daarbij kijkt ze op verschillende schaalniveaus naar gelang een vraagstuk daarom vraagt en benut ze de factor tijd actief. Hierbij kijkt de provincie ook naar het verleden , de geschiedenis van de lagen op een plek.

Een ‘ronde’ manier van kijken: de provincie kijkt niet sectoraal maar combineert opgaven en kansen zodat ontwikkelingen optimaal bijdragen aan een circulair , sterk en sociaal Brabant , waarin alle Brabanders zich prettig voelen. Vanuit een gebiedsgerichte insteek. Een nieuwe ronde manier van kijken naar een balans tussen people , planet en profit , Een ‘brede’ manier van kijken: de provincie kijkt niet vanuit één gezichtspunt maar betrekt daar veel partijen bij , met al hun gezichtspunten , meningen , wensen , ideeën en belangen. Toetsing Met de Omgevingsvisie kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten , gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Het plan voorziet in een duidelijke kwalitatieve verbetering van de leefomgeving en past daarmee binnen de Omgevingsvisie. De intensiteit van ‘diep , rond en breed kijken’ verschilt per geval. Het is een hulpmiddel om aan de voorkant alle belangen te betrekken om uiteindelijk meer snelheid en kwaliteit te leveren.

In dit plan en in de stedenbouwkundige visie als onderlegger daarvan , is duidelijk oog voor de verschillende lagen die vanuit het verleden in het gebied en zijn omgeving aanwezig zijn: de historische landschappelijk structuur blijft als bomen- en groenstructuur in het gebied herkenbaar en is als groene laag leidend in de stedenbouwkundige opzet ; de ontwikkeling van een woongebied , gelegen direct aansluitend aan het bestaand stedelijk gebied van de kern van Wouw. In het plangebied wordt water vastgehouden en groen aangeplant. De biodiversiteit kan hierdoor sterk toenemen omdat er meer gevarieerd groen en water komt in plaats van de landbouwgrond die het nu overwegend is. In de verbinding tussen stad en land wordt rekenschap gegeven aan een integrale afweging van sectorale belangen , met het oog op het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit. Mede in het kader van de Omgevingsdialoog worden verschillende partijen betrokken bij de ontwikkeling. De basisopgave van de provinciale omgevingsvisie is " werken aan veiligheid , gezondheid en omgevingskwaliteit. " Elke ruimtelijke ontwikkeling moet hieraan bijdragen. In vier hoofdopgaven worden 19/57 accenten | gelegd: 1.

| werken | aan | de | Brabantse | energietransitie: | De | energietransitie | houdt | enerzijds | in het | verminderen | van | het energieverbruik | en | anderzijds | de | verduurzaming | van | de | energie. | De | nieuwe | woningen | worden | gebouwd conform | de | wettelijke | duurzaamheidseisen | , waaronder | aardgasvrij. 2. | werken | aan | een | klimaatproof | Brabant: | Eén | van | de | onderdelen | van | een | klimaatproof | Brabant | is het | zorgen voor | een | klimaatbestendige | en | waterrobuuste | inrichting. | In paragraaf4. | 3 en | 4. 4 wordt | hierop | ingegaan. 3. | werken | aan | een | slimme | netwerkstad: | een | duurzame | verstedelijking | draagt | bij aan | het | komen | tot | een | slimme netwerkstad. | Uitbreiding | van | het | bestaand | stedelijk | gebied | is alleen | wenselijk | vanuit | kwalitatieve onverwegingen | en bij een | concrete | marktvraag. | Het | planvoornemen | leidt | tot een | uitbreiding | van | het bestaand | stedelijk | gebied. | In paragraaf | 4. 2 is gemotiveerd | waarom | dit kan | worden | gezien | als duurzame verstedelijking. 4. | werken | aan | een | concurrerende | , duurzame | economie: | Onderdeel | van | een | concurrerende | en | duurzame economie | is het | voorzien | in een | aantrekkelijk | vestigingsklimaat.

| De | beschikbaarheid | van | goede | woningen | in een | prettige | leefomgeving | draagt | bij aan | een | aantrekkelijk | vestigingsklimaat. | Het | planvoornemen | voorziet | in de bouw | van | maximaal | 250-300 | nieuwe | woningen | in een | groene | setting. Conclusie De | beoogde | ontwikkeling | past | binnen | de Omgevingsvisie | van | de | provincie | Noord-Brabant. 3. 2. 2 | Woondeal Om | richting | te geven | aan | de | woningbouwopgaven | wil | de | provincie | regionale | afspraken | bevorderen. | Een voorbeeld | hiervan | is de | woondeal | van | de | Stedelijke | Regio | West-Brabant-West. | De | provincie | Noord-Brabant | en het | Rijk hebben | op | 30 juni | 2022 | een | handtekening | gezet | onder | een | totaal | van | 130. 600 | woningen | in de | periode t/m | 2030. | Hiervan | dienen | 8. 630 | (netto) | woningen | te worden | gerealiseerd | in de Stedelijke | Regio | West-Brabant West. | Deze | opgave | is gebaseerd | op | de | taakstelling | van | het | Rijk | waarbij | een | uitsplitsing | is gemaakt | op | basis | van de (provinciale) | bevolkingsprognose. De | Provincie | Noord-Brabant | bestaat | uit 4 woonregio's | met | elk een | woondeal. | In de | woondeal West-Brabant-West | wordt | een | minimum | woningbouwopgave | gepresenteerd.

| De | regio | West-Brabant-West | zet zich , in samenwerking | met | woningcorporaties | en | marktpartijen | , in voor | de | realisatie | van | onderstaande | opgave (figuur | 3. 1). 20/57 Figuur 3. 1 - Regionale woningbouwopgave West-Brabant-West (bron: woondeal West-Brabant-West) Om de regionale opgave van 8. 630 (netto) woningen te realiseren moeten nog niet vastgestelde bestemmingsplannen hard gemaakt worden. De harde plancapaciteit tot 2030 is nu 4. 930 woningen. De focus ligt op voldoende harde plancapaciteit om op korte termijn meer woningen te realiseren. Voor Roosendaal is voor de periode tot 2030 de beschikbare totale (netto) plancapaciteit 5. 519 woningen en de harde plancapaciteit 1. 704 woningen. De volgende afspraken zijn gemaakt door de Regio West-Brabant-West: Elke gemeente neemt een evenredig aandeel van de regionale woningbouwopgave van in totaal 8. 630 woningen (netto) tot en met 2030. Gemeenten zorgen voor voldoende harde plancapaciteit voor de eerste 5 jaar om hun eigen woningbouwopgave te kunnen realiseren. Gemeenten zorgen voor het afgeven van voldoende vergunningen voor de realisatie van de in de woondeal afgesproken woningbouwopgave. 1. 2. 3. Toetsing en conclusie De ontwikkeling past binnen de omgevingsvisie van de provincie en de regionale woondeal van West-Brabant West. De ontwikkeling is een impuls voor de omgeving.

Er is in het plan veel aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid. Ook gezien de woningbouwopgave die er ligt voor de gemeente Roosendaal is een project als dit zeer welkom. 3. 3 Provinciale verordening De omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant is op 1 januari 2024 in werking getreden. In hoofdstuk 5 van de omgevingsverordening zijn instructieregels opgenomen die gemeenten moeten toepassen in hun omgevingsplannen. De instructieregels richten zich op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Dit betekent dat de regels ook vanuit functies (van gebieden) zijn opgebouwd. Daarnaast richten de regels zich op een goede omgevingskwaliteit , inclusief een veilige en gezonde leefomgeving. Tevens is een aantal algemene basisprincipes opgenomen. 21/57 Toetsing Voor het plangebied zijn naast de algemene 'rechtstreeks werkende regels voor activiteiten' , ook regels voor gebiedsaanduidingen van toepassing. Het plangebied bevindt zich in het landelijk gebied (zie figuur 3. 1). Dit zijn gebieden waar kan worden voorzien in nieuwvestiging van een duurzame stedelijke ontwikkeling als onder andere binnen stedelijk gebied niet voldoende ruimte is. In artikel 5. 55 'Duurzame stedelijke ontwikkeling' worden aspecten benoemd waar specifiek rekening mee dient te worden gehouden , zoals het principe van zorgvuldig ruimtegebruik.

In de volgende artikelen wordt de ontwikkeling getoetst aan de omgevingsverordening. Figuur 3. 1 Uitsnede basiskaart Stedelijk gebied , Landelijk gebied , rood omkaderd het plangebied (Bron: Regels op de kaart.nl , bewerking Rho adviseurs) Artikel 5. 7 Zorgplicht voor een goede omgevingskwaliteit Toetsing aan artikel 5. 7 vindt plaats in de volgende paragrafen. Artikel 5. 8 Zorgvuldig ruimtegebruik Onder bestaand ruimtebeslag wordt verstaan de locatie stedelijk gebied , de locatie bebouwd gebied of een bestaand bouwperceel. De ontwikkeling vindt niet plaats binnen bestaand ruimtebeslag. Binnen de kern Wouw zelf is onvoldoende ruimte om woningen toe te voegen. Woningbouw in het plangebied is voor de hand liggend. Er is sprake van een stedelijke ontwikkeling , want er worden meer dan 12 woningen beoogd. Hierdoor is er getoetst aan de ladder voor duurzame verstedelijking (zie paragraaf 4. 2. Met het toevoegen van woningen op deze locatie aansluitend aan de kern Wouw wordt voldaan aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Omdat er hier sprake is van een geheel nieuwe woonwijk worden er nieuwe woningbouwvlakken toegevoegd. Alleen binnen deze bouwvlakken is bebouwing mogelijk. 22/57 Artikel 5. 9 Toepassing van de lagenbenadering Het plan heeft effecten op de ondergrond. Er vinden werkzaamheden in de bodem plaats.

Om de kwaliteit van de bodem te bepalen zijn bodemonderzoeken uitgevoerd (zie paragraaf 4. 5. Ook is sprake van een toename van verharding , dit betekent dat moet worden voorzien in voldoende waterberging. Zie hiervoor paragraaf 4. 3. Ten behoeve van de aanwezige archeologische waarden is archeologische onderzoek uitgevoerd (zie paragraaf 4. 6. 2. Het plan ligt niet binnen het Natuurnetwerk Brabant en er wordt een klic-melding gedaan om de kabels en leidingen in beeld te brengen. Voor de ontsluiting wordt aangesloten op De Hoogt en de Bulkstraat. De gevolgen voor het verkeer staan beschreven in paragraaf 4. 7. Het toevoegen van levensloopbestendige woningen draagt bij aan duurzaamheid en toekomstbestendigheid van het initiatief. Het project heeft geen onomkeerbare effecten op een te beschermen belang. Artikel 5. 10 Meerwaardecreatie Door het plan goed landschappelijk in te passen en het versterken van biodiversiteit wordt met het plan een meerwaarde gecreëerd op meerdere fronten. Zie hiervoor ook paragraaf 2.2 , 4. 4 en bijlage 1 van deze motivering. Artikel 5. 11 Kwaliteitsverbetering landschap Ten behoeve van de ontwikkeling is een berekening uitgevoerd (zie bijlage 4) voor de bijdrage aan kwaliteitsverbetering. 1% van de waardevermeerdering van het plangebied wordt gestort in een Groenfonds. Artikel 5.

12 Ontwikkelingsrichting Het plangebied bevindt zich ten zuidwesten van de kern Wouw. Het plan sluit aan bij het karakter van de directe omgeving. Op de visie kaart van de gemeentelijke visie 'Wonen in en om de Dorpen' zijn twee ontwikkelingslocaties voor de kern Wouw aangegeven , waarvan het plangebied er één is. Ook is aan deze zijde van de kern een onderzoekslocatie voor uitbreiding aangegeven. De ontwikkelingsrichting wonen voor het projectgebied is passend in de omgeving en vormt een logische invulling wat betreft de ligging tegen de kern Wouw aan. Het plangebied sluit aan op de bestaande bebouwing en de bestaande infrastructuur. Het plan bestaat uit een mix van typen woningen in verschillende prijsklassen. In de gemeentelijke visie zijn uitgangspunten gegeven voor de ontwikkeling van het gebied , deze zijn leidend geweest bij het vormgeven van de Wouwse Weide. In paragraaf 3. 4. 2 is hiervoor een onderbouwing opgenomen. De gewenste ontwikkeling heeft geen negatieve effecten op de aspecten zoals genoemd in artikel 5.12 , eerste lid , onder b. Het draagt bij aan een veilige en gezonde leefomgeving. Er zijn geen negatieve effecten op beschermde waarden , zoals bedoeld in Afdeling 5. 2 van de omgevingsverordening.

Woningbouw zorgt voor een verkeerstoename , maar vanwege de directe ligging aan de ontsluiting van de kern Wouw zorgt dit niet voor belemmeringen zoals ook beschreven in paragraaf 4. 7. De ontwikkeling levert geen beperking voor agrarische ontwikkeling op de percelen ten oosten van het plangebied. In het kader van gezondheid is specifiek aandacht besteed aan het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen op de aangrenzende agrarische gronden ten oosten van het plangebied. Hoewel er 23/57 geen wettelijke afstandsnormen gelden , blijkt uit jurisprudentie dat een afstand van 50 meter tussen gevoelige functies , zoals woningen , en agrarische percelen waar chemische middelen worden gebruikt , als redelijk wordt beschouwd. Binnen deze zone is daarom een verbod op het gebruik van chemische gewasbeschermingsmiddelen opgenomen , ter bescherming van de toekomstige bewoners. De aangrenzende percelen worden beheerd als blijvend grasland en zijn momenteel in gebruik als weiland , zonder teeltgewassen. Eventuele blootstelling aan schadelijke stoffen is daardoor nihil. Het plan draagt bij aan leefbaarheid van de kern Wouw en leidt niet tot leegstand elders. Er worden permanente woningen toegevoegd aan de woningvoorraad.

Dit sluit aan bij de omgevingsvisie van de gemeente Roosendaal waarin is gesteld dat het voor de leefbaarheid wenselijk is dat voor de er voldoende woningen voor starters en ouderen beschikbaar zijn. Het toevoegen van nieuwe woningen op deze locatie draagt bij aan het behoud en versterken van het voorzieningenniveau. Ook heeft de ontwikkeling geen nadelige gevolgen voor de fysieke leefomgeving (zie hoofdstuk 4). De wijze waarop de omgevingskwaliteit in het gebied wordt versterkt is uitgebreid beschreven in de Ontwikkelvisie Wouwse Weide , zoals opgenomen in bijlage 1. Er is geen sprake van leegstaande of overtollige bebouwing wordt in het plangebied. Artikel 5. 55 Duurzame stedelijke ontwikkeling De ontwikkeling is regionaal afgestemd en draagt bij aan het voorzien in de grote behoefte aan nieuwe harde plannen voor woningbouw in de regio , zoals onder andere geschetst in de Woondeal West-Brabant West. In het ontwerp wordt rekening gehouden met een duurzame inpassing , waarin een groene woonomgeving centraal staat. Centraal in het plangebied wordt voorzien in een groen park. Deze groenstructuur draagt bij aan het tegengaan van hittestress en het voldoende kunnen opvangen van water. Ook door het plangebied worden grotere groenstructuren toegevoegd met een vergelijkbaar effect. Deze groene woonomgeving draagt bij aan een gezonde leefomgeving.

Het betreft een duurzame stedelijke ontwikkeling. Artikel 5. 56 Afwijkende regels stedelijke ontwikkeling In afwijking van artikel 5. 55 kan een omgevingsplan voorzien in een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen , werken of voorzieningen , ter plaatse van Landelijk gebied als binnen Stedelijk gebied feitelijk of vanuit kwalitatieve overwegingen onvoldoende ruimte beschikbaar is. Uit analyse van vraag en aanbod volgt dat het niet mogelijk is om alleen in stedelijk concentratiegebied in de woningbehoefte in Wouw te voorzien. Deze behoefte is mede ingegeven door regionale afspraken: Brabantse Agenda Wonen en de Regionale Investeringsagenda. Zowel vanuit de regionale Woondeal als de gemeentelijke omgevingsvisie blijkt dat er behoefte is aan woningbouwontwikkeling in de gemeente Roosendaal en specifiek voor de kern Wouw. In de omgeving van het plangebied is geen cultuurhistorisch waardevolle bebouwing beschikbaar die ten behoeve van deze ontwikkeling mogelijk is te gebruiken. Het gaat om een uitbreidingslocatie in het agrarisch gebied waar 250 tot 300 woningen worden toegevoegd. Het plan moet passen binnen de ontwikkelrichting voor het gebied. De ontwikkelingsrichting is opgenomen in 24/57 de gemeentelijke visie 'Wonen in en om de Dorpen' en verder uitgewerkt in de Ontwikkelvisie Wouwse Weide zoals opgenomen in bijlage 1 Het plangebied past binnen deze ontwikkelingsrichting.

Met het stedenbouwkundig plan en de landschappelijke inrichting voor de Wouwse Weide wordt rekening gehouden met de omgevingskwaliteit en structuren in het gebied. De locatie zal transformeren naar een aantrekkelijk woongebied. De kern Wouw heeft van nature al een aantrekkelijkheid en zal verder worden uitgewerkt. Met een integraal ontwerp is sprake van een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit. En uitgebreide beschrijving van de omgevingskwaliteit en de structuren in het gebied is opgenomen in de Ontwikkelvisie Wouwse Weide die in bijlage 1 is opgenomen. De duurzame afronding van het bestaand stedelijk gebied van de kern Wouw wordt gevormd door het spoor aan de zuidzijde en de het bedrijf van van der Veldt aan de zuidoostzijde. Aan de oostzijde wordt de duurzame afronding vormgegeven doordat de nieuwe bebouwing de lijn van de bebouwing aan de noordzijde van de Bulkstraat volgt. Door de ontsluiting aan de oostzijde te situeren wordt hiermee een logische en duurzame begrenzing naar het buitengebied gevormd. Door de weg in te passen in een groene randzone , ontstaat een zorgvuldige en kwalitatieve afronding richting het buitengebied. Conclusie De ontwikkeling past binnen de omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant. 3. 4 Gemeentelijk beleid 3. 4.

1 Omgevingsvisie Roosendaal (De verbonden Stad) De gemeente Roosendaal heeft op 1 december 2022 de Omgevingsvisie voor de gemeente vastgesteld. De gemeente heeft de ambitie om zich voor de om zich voor de komende 10 tot 15 jaar te ontwikkelen tot een stad waarbinnen stad en dorpen met elkaar verbonden zijn , een “verbonden stad” , waarbij inwoners zich verbonden voelen met elkaar en met hun leefomgeving. Ook bestaat de kracht van Roosendaal uit de verbondenheid met omliggende gemeenten in de regio , met de Brabantse stedenrij en met de metropolen Rotterdam , Antwerpen en Brainport Eindhoven , welke al eeuwen de stuwende motor is achter de ontwikkeling van de gemeente Roosendaal. Het zorgt er tevens voor dat voor inwoners een scala aan kwalitatieve voorzieningen en werkgelegenheid binnen handbereik ligt. Voor bedrijven zijn internationale afzetmarkten goed bereikbaar. Bij het realiseren van deze ambitie hanteert de gemeente drie leidende principes: Stad van de menselijke maat. In de toekomst is goed wonen een onderscheidende kwaliteit van de gemeente. Roosendaal is een aantrekkelijke en gezonde woonstad voor haar inwoners , in al hun diversiteit , met veel ruimte voor ontmoeting en oog voor het individu. De woonwijken en dorpen zijn ruim van opzet , gezond , groen , rustig en veilig en hebben ieder een eigen sfeer en identiteit. Balans tussen mens en natuur.

Roosendaal kent in 2030 meer groen in de stad , en meer stad in het groen. Wandelaars en fietsers krijgen meer ruimte , er komen meer groene verbindingen binnen de stad en de dorpen , en naar het buitengebied. Bodem , oppervlakte en lucht zijn schoon , en de leefomgeving kent een grote biodiversiteit. In de toekomst is Roosendaal klimaatadaptief. Er is een goede balans tussen het bebouwde gebied , landbouw , natuur en recreatie. Ruimte voor talent en ondernemerschap. Roosendaal huisvest nu en in de toekomst bedrijven die sterk zijn 1. 2. 3. 25/57 in het | opschalen | van | innovaties. | De | beroepsbevolking | is opgeleid | voor | een | plaatsje | op | de | arbeidsmarkt | in sectoren | die | perspectief | bieden. | Bedrijven | , mbo+ | en | hbo | werken | samen | aan | goed | hierbij | passende opleidingen | in de | zorg | , techniek | , logistiek | en | vrijetijdseconomie. | Roosendaal | is hiermee | een | belangrijke schakel | in een | rij van | sterke | steden | en | in een | regio | die | gericht | is op | vernieuwend | ondernemerschap. Toetsing Een | belangrijk | onderwerp | in | de | omgevingsvisie | is het | woonbeleid. | De | opgave | is een | gedifferentieerde woningvoorraad | in een | aantrekkelijk | woonmilieu | die | passend | is bij de | woonbehoefte | van | alle | doelgroepen | en veranderde | wensen | en | leefvormen.

| Het | beleid | is gericht | op | de | bevolkingsgroei | die | Roosendaal | verwacht volgens | de | provinciale | bevolkingsprognose. | Tot | 2040 | met | circa | 6100 | inwoners | , een | groei | van | 8%. | Het | grootste deel | krijgt | zijn | beslag | voor | 2030. | De | gemeente | Roosendaal | houdt | rekening | met | een | extra | groei | van | nog | eens 2. 000-5. | 000 | inwoners. Op | dit | moment | is er | een | tekort | aan | woningen. | Ruimtelijk | gezien | is dit | tekort | oplosbaar | in Roosendaal. | Vanuit | het Rijk | is er een | versnellingsopgave | Wonen. | Voor | het | faciliteren | van | deze | groei | moet | de | rode | contour | losgelaten worden. | De | keuze | brengt | met | zich | mee | dat | de | lijn van | de | complete | en | compacte | stad | kan | worden | losgelaten | , en behalve | bouwen | en | herontwikkelen | in de | bestaande | stad | ook | gekeken | kan | worden | naar | uitbreidingen | in de stadrandzones | en | bij de | dorpen | , mits | goed | landschappelijk | inpasbaar | , onder | gelijktijdige | versterking | van | de natuur | en | op | een | manier | die | bijdraagt | aan | een | klimaatrobuuste | inrichting | van | het | watersysteem. | Bij het uitwerken | van | verdere | waterbergingsopgaven | combineren | we | dit | daar | waar | mogelijk | met | het | behoud | of | herstel van | historische | structuren.

| De | nadruk | ligt op | het | bouwen | van | duurzame | woningen. Door | de | enorme | druk | op | de | woningmarkt | is het | nodig | om | eerder | en | nieuw | geplande | woningbouw | versneld | tot ontwikkeling | te brengen. | De | woningvoorraad | is 35. 172 | woningen | (2020) | en | zal in | 2040 | gezien | de | groei | van huishoudens | toe | moeten | nemen | naar | 39. 275 | (woningbouwbehoefteprognose | provincie | 2020). | Dit | prognosecijfer gebruikt | de | gemeente | Roosendaal | voor | het | nieuwbouwprogramma. | De | afgelopen | jaren | zijn | er gemiddeld | 200 woningen | per | jaar gebouwd. | De | gemeente | wil | met | de | actuele | ontwikkelingen | de | productie | de | eerstkomende jaren | ruim | verdubbelen. De | dorpen | in de | gemeente | Roosendaal | zijn | voor | veel | voorzieningen | sterk | verbonden | met | de | stad | , maar | kennen ook | een | duidelijke | eigen | identiteit. | Om | de | dorpen | ook | in de | toekomst | vitaal | en | leefbaar | te houden | wordt enerzijds | ingezet | op | behoud | van | een | supermarkt | en | winkelvoorzieningen | in elk dorp | en | anderszijds | ingezet | op het | behoud | van | jongere | generaties | door | het | realiseren | van | woningen | voor | deze | doelgroep.

| Het | realiseren | van een | aantrekkelijkere | en | gezondere | woonomgeving | in de | dorpen | , met | meer | groen | en | water | , en ontmoetingsplekken | in de | publieke | ruimte | , is uitgangspunt. | Bij nieuwe | (her) ontwikkelingen | in de | dorpen | wordt | gezocht | naar | de | koppeling | met | opgaven | als warmtetransitie | en klimaatadaptatie | , en | worden | initiatieven | voor | betaalbare | én | duurzame woningbouw | gestimuleerd. In de | dorpen | zijn mogelijkheden | voor | de | uitbreiding | of | ontwikkeling | van | hoogwaardige kleinschalige | woongebieden. | Uitgangspunten | daarbij | zijn | zoveel | mogelijk: Aansluitend | op | bestaande | bebouwing | ; Aansluitend | op | bestaande | infrastructuur | (mits | niet | overbelast) | ; 26/57 Buiten , of ingepast in , bestaande natuurlijke , landschappelijke of cultuurhistorische waarden ; Met afstand of beperkende maatregelen rekening houdend met bestaande hinder. Het provinciaal aangeduide zoekgebied voor stedelijke ontwikkeling ten zuiden van Wouw is voor een deel al ingevuld met de woonwijk De Hoogt. Binnen het zoekgebied is nog enige ruimte voor mogelijke verdere uitbreiding. Conclusie De ontwikkeling past binnen de omgevingsvisie van de gemeente Roosendaal. 3. 4. 2 Visie wonen in en om de dorpen De gemeenteraad van Roosendaal heeft op 17 april 2025 de visie 'Wonen in & om de dorpen' vastgesteld.

Met deze visie wordt het toekomstperspectief voor woningbouw in de dorpen van Roosendaal beschreven. Deze visie wijst geschikte locaties voor woningbouw op korte en lange termijn aan , houdt rekening met de lokale context en omvat ontwikkelkaders per dorp. Het doel is om de leefbaarheid en de woningvoorraad te versterken door meer woningen te realiseren , met aandacht voor duurzaamheid , de agrarische binding en de rol van de gemeenschap. Figuur 3. 2 Ontwikkelrichting De Hoogt III (Bron: visie Wonen in en om de dorpen , gemeente Roosendaal) Toetsing Belangrijke uitgangspunten uit de gemeentelijke visie zijn leidend geweest bij het vormgeven van de Wouwse Weide: Versterking van het dorpse karakter: De Wouwse Weide sluit qua schaal , uitstraling en structuur aan op de bestaande bebouwing van Wouw. Er wordt gekozen voor een dorpse verkaveling met een mix van woningtypen en veel aandacht voor groen en ontmoeting. Wonen in een herkenbare en kleinschalige setting: Er wordt gebouwd met oog voor de menselijke maat. Kwalitatieve architectuur en herkenbare dorpsstructuren zorgen voor een gevoel van geborgenheid en identiteit. Leefbaarheid en gemeenschapszin: In de Wouwse Weide staat ontmoeten centraal.

Openbare ruimten zoals 27/57 groenstroken | , speelplekken | en | een | kleinschalig | plein | worden | zo ingericht | dat | zij ontmoeting | stimuleren | en bijdragen | aan | een | hechte | buurtgemeenschap. Landschappelijke | inpassing | en | duurzaamheid: | De | overgang | naar | het | buitengebied | wordt | zorgvuldig vormgegeven | met | groen | , water | en | natuurlijke | overgangen. | Klimaatadaptief | bouwen | , duurzame | mobiliteit | en natuurinclusief | ontwerpen | zijn uitgangspunt | bij de | inrichting | van | de | wijk. Ruimte | voor | jong | en | oud: | De | Wouwse | Weide | biedt | een | gevarieerd | woningaanbod | dat | inspeelt | op | de woonbehoeften | van | verschillende | doelgroepen | , van | starters | tot senioren. | Zo | wordt | het | dorp | versterkt | als een | plek | waar | iedereen | zich | thuis | kan | voelen. Met | de | Wouwse | Weide | wordt | een | nieuwe | wijk | gerealiseerd | die | niet | alleen | inspeelt | op | de | actuele woningbehoefte | , maar | ook | het | dorpse | karakter | van | Wouw | versterkt | en | toekomstgericht | invulling | geeft | aan | de visie | van | Roosendaal | op | wonen | in en | om | haar | dorpen.

Conclusie De | ontwikkeling | past | binnen | de | dorpenvisie | van | de gemeente | Roosendaal | , waarbij | zowel | de | aangewezen ontwikkellocatie | als een | deel | van | het | zoekgebied | benut | wordt | voor | de | realisatie | van | de woningen. 3. 4. 3 | Woonagenda | en | woningbouwprogrammering Woonagenda | 2021-2025 | gemeente | Roosendaal De | woonagenda | heeft | als doel | te komen | tot | een | aantrekkelijke | woningmarkt | , toegankelijk | voor | elke Roosendaler | , en aandacht | voor | alle | inwoners | , en doelgroepen | in het | bijzonder. | Met | woningmarkt | wordt | niet alleen | bedoeld | dat | er voldoende | (betaalbare) | woningen | beschikbaar | zijn , maar | ook | een | woonomgeving | met goede | voorzieningen | , een | aantrekkelijke | openbare | ruimte | en | een | veilige | leefomgeving | spelen | hierbij | een | heel belangrijke | rol. Om | dit doel | te | bereiken | wordt | de | komende | jaren | ingezet | op | differentiatie | , doorstroming | en duurzaamheid. | De | uitgangspunten | uit | deze | woonagenda | worden | vertaald naar | een | nieuwe | bouwprogrammering. Woningbouwprogrammering | 2025 | gemeente | Roosendaal In de | woningbouwprogrammering | 2025 | zijn | de verwachte | nieuwbouwontwikkelingen | tot | 2040 | in | beeld | gebracht.

De | programmering | laat | zien | hoeveel | woningen | Roosendaal | jaarlijks | maximaal | verwacht | toe | te voegen | en | kijkt terug | naar | de | productie | van | de | afgelopen | jaren. De | druk | op | de | woningmarkt | in Roosendaal | blijft | onverminderd | hoog. | De | realisatie | van | woningen | loopt | , net | als in andere | delen | van | het | land | , achter | op | de | ambitie | die | Roosendaal | heeft | uitgesproken. | Een | ambitie | die gerealiseerd | dient | te wordenom | de | grote | groep | woningzoekenden | binnen | en | buiten | Roosendaal | onderdak | te bieden. | De | hoge | druk | heeft | zich | vertaald | in een | nieuwe | verhoogde | ambitie | van | de | provincie. | Binnen | de Woondeal | West-Brabant | West | zijn deze | ambities | uitgemond | in nieuwe | afspraken | over | het | minimaal | te | bouwen woningen | per | gemeente. | Voor | Roosendaal | geldt | een | minimale | opgave | van bruto | 2. 770 | woningen | tot | en met | 2030. Omdat | de | druk | op | de | woningmarkt | enorm | hoog | is heeft | de | gemeente | maatregelen | genomen | om | versneld | tot realisatie | te | komen. | In regionaal | verband | is er aan | de | regionale | versnellingstafel | een | Nieuwe | Werkwijze Versnelling | (100-dagen | aanpak) | opgesteld. 28/57 Op | basis | van | de | woningbouwprogrammering | worden | in de periode | 2024-2040 | ruim | 4.

400 | woningen | opgeleverd. Een | forse | versnelling | in de | woningproductie | is noodzakelijk. | Dit project | geeft | daar | mede | invulling | aan. | Het project | is in de | planning | opgenomen | (De | Hoogt | fase | 3) voor | de periode | 2028-2031. In de | woningbouwprogrammering | zijn al diverse | woningbouwontwikkelingen | opgenomen | die voorzien | in de woonbehoefte | van | senioren. | Ook | woningbouwcorporaties | onderschrijven | de | ambitie | om | een versnellingsopgave | te realiseren | en | willen | (sociale) | huurwoningen | toevoegen | aan | de | bestaande woningvoorraad. | In de | woonagenda | is vastgesteld | dat | op | de | Roosendaalse | woningmarkt | ruimte | wordt | geboden voor | nieuwe | woonconcepten. | Met | de woningbouwprogrammering | wordt | ook | gestreefd | naar | het | op | gang brengen | van | doorstroming | op | de | Roosendaalse | woningmarkt | , zodat | er meer | kansen | ontstaan | voor | o. a. jongeren | , starters | en | studenten. Toetsing | en | conclusie Met | dit project | wordt | invulling | gegeven | aan | de | behoefte | aan | woningen | voor | diverse | doelgroepen | en | diverse segmenten. | Van | de | te realiseren | woningen | wordt | 30% | sociale | huur | , 40% | betaalbaar | en | 30% | vrije | sector. | Het project | is opgenomen | in de woningbouwprogrammering.

| Er wordt | voldaan | aan | de | uitgangspunten | van | de Woonagenda. 29/57 Hoofdstuk 4 instructieregels Gevolgen voor de fysieke leefomgeving en toetsing 4. 1 M. e. r. -beoordeling 4. 1. 1 Toetsingskader In Bijlage V van het Omgevingsbesluit (Ob) is aangegeven welke projecten in het kader van een omgevingsvergunning of voor een wijziging van het omgevingsplan project-merplichtig of mer-beoordelingsplichtig zijn. Projecten die zijn genoemd in kolom 1 zijn mer-plichtig als wordt voldaan aan de drempelwaarden uit kolom 2 en mer-beoordelingsplichtig in gevallen als genoemd in kolom 3. In kolom 4 staat aangegeven bij welk besluit de mer-(beoordelings)plicht geldt. Als hier het omgevingsplan wordt genoemd , wordt hieronder ook de omgevingsvergunning voor een bopa verstaan. Voor mer-beoordelingsplichtige activiteiten moet worden onderzocht of deze aanzienlijke milieueffecten kunnen hebben. De criteria om dit vast te stellen zijn genoemd in bijlage III van Richtlijn 2011/92/EU (richtlijn m. e. r. ). Samengevat zijn dit de kenmerken van een project , de locatie van een project en soort en kenmerken van de verschillende milieueffecten. De initiatiefnemer van een in Bijlage V aangewezen project moet daarvan mededeling doen bij het bevoegd gezag , doorgaans het college van B&W.

In die mededeling (de aanmeldingsnotitie) is een beschrijving van het project , de locatie en de mogelijke milieueffecten opgenomen. Het bevoegd gezag beslist binnen zes weken of sprake is van aanzienlijke milieueffecten en neemt die beoordeling op in de omgevingsvergunning. 4. 1. 2 Toetsing De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van maximaal 300 woningen. Een dergelijke ontwikkeling valt onder categorie J11 ‘Stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra en parkeerterreinen’. Hiervoor is een m. e. r. -beoordeling opgesteld , zie Bijlage 5. 4. 1. 3 Conclusie Uit de mer-beoordeling blijkt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden als gevolg van de beoogde ontwikkeling. 4. 2 Ladder duurzame verstedelijking 4. 2. 1 Toetsingskader De ladder voor duurzame verstedelijking is een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en het tegengaan van leegstand. Artikel 5. 129g Bkl regelt dat bij een wijziging van het omgevingsplan voor een nieuwe stedelijke ontwikkeling toepassing van de ladder is vereist.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1948/documents/54669