CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

t_Commandoterrein Vaststelling.pdf

Commissie 24 november 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Commandoterrein21.083 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

4.13.4 Monumenten In het plangebied zijn geen monumenten aanwezig.

47 van 57

NL.IMRO.1674.2115COMMANDOTER-0401

48 van 57

NL.IMRO.1674.2115COMMANDOTER-0401

Hoofdstuk 5 VISIE OP HET PLANGEBIED Het voorliggende bestemmingsplan biedt de basis voor een adequate planologisch-juridische regeling voor de verdere ontwikkeling van de Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal als thuisbasis voor het KCT. Enerzijds is dit noodzakelijk vanwege de aankoop van gronden die bij het kazerneterrein worden betrokken maar die op dit moment nog een bestemming hebben die militaire functies niet mogelijk maken. Anderzijds is het bestemmingsplan ook de juridisch-planologische onderlegger voor de gewenste ontwikkeling van het gehele kazerneterrein met het oog op de toekomst. Het KCT Het KCT bestaat uit 560 medewerkers (exclusief de werknemers van de facilitaire diensten). Het is een speciale eenheid van de Landmacht, die direct wereldwijd inzetbaar is voor allerlei geplande en ongeplande (militaire) operaties. Het korps bestaat uit vier operationele eenheden, één opleidingseenheid en één ondersteunende eenheid inclusief Korpsstaf. Het Korps heeft naast de Engelbrecht van Nassaukazerne nog andere locaties ter beschikking. Het Korps verwacht de komende jaren een uitbreiding van het aantal medewerkers.Vanaf 1 juni 2021 is de ontvlechting van ondersteunende eenheid inclusief de Korpsstaf een feit. Concreet per1 juni 2021 zijn er vier operationele eenheden, een SOF support eenheid en Korpstaf.

In 2021 gaat het om een uitbreiding van circa 100 werknemers, voor de wat langere termijn (tot 2030) wordt een groei verwacht met circa 380 werknemers. De Engelbrecht van Nassaukazerne is de thuisbasis van het Korps. Strategisch Vastgoed Plan van Defensie Defensie is bezig met de revitalisering van het vastgoed, waarbij ook de Engelbrecht van Nassaukazerne wordt betrokken. Dit Strategisch Vastgoed Plan van Defensie betreft niet alleen de Engelbrecht van Nassaukazerne, maar is bedoeld voor 51 militaire objecten in den lande. De Engelbrecht van Nassaukazerne valt in cluster 11. De totale uitvoeringstijd van het gehele revitaliseringsprogramma is 15 tot 20 jaar, waarbij de start voorzien is vanaf 2023. Per locatie wordt een integraal programma ontwikkeld, dat op maat gesneden is voor de locatie waar het om gaat. Dit leidt tot een structuurplan per locatie. In het structuurplan wordt een inrichtingsperspectief aangeboden, dat beantwoordt aan: <0000> voldoende capaciteit en kwaliteit; <0000> veiligheid en welzijn; <0000> duurzaamheid.

Voor de Engelbrecht van Nassaukazerne betekent dit in concreto: <0000> legering zo ver mogelijk verwijderd van de A58, bij voorkeur buiten de 48 dB-grens; <0000> werkruimtes en leslokalen zo ver mogelijk verwijderd van de A58; <0000> een 'tempest ruimte' ongeveer in het midden van het terrein; <0000> door herinrichting het verminderen van het aantal vervoersbewegingen op het terrein door het parkeren vooral te laten plaatsvinden aan de voorzijde van de kazerne nabij de hoofdingang en aan de zijde van de A58; <0000> de modulaire schietbaan positioneren op een locatie waar deze geen uitstraling heeft naar de omgeving, daarbij is de ligging aan de zijde van de A58 de meest logische; <0000> het realiseren van de sportvoorzieningen en -velden, alsmede de gezondheidsvoorzieningen in het zuidelijk deel van de kazerne. Deze functies hebben geen negatieve uitstraling naar de woningen van de Kortendijksestraat. Er is een structuurplan opgesteld dat erop gericht is de nodige aanpassingen te plegen op de Engelbrecht van Nassaukazerne om deze ook in de toekomst te laten fungeren als thuisbasis voor het KCT. Structuurplan Het structuurplan voorziet in een ingrijpende herstructurering van de huidige kazerne. <0000>

De verwachte groei van het personeelsbestand noodzaakt tot uitbreiding van het aantal legeringsplaatsen, kantoren en lesruimte.

49 van 57

NL.IMRO.1674.2115COMMANDOTER-0401

<0000>

<0000>

Daarbij moet gesteld worden dat de huidige locatie van de legerings- en leslokalen aan de zijde van de A58 niet gelukkig is uit een oogpunt van milieu en comfort: geluid, luchtkwaliteit en externe veiligheid. Hoewel legeringsgebouwen geen geluidgevoelige gebouwen zijn, is het uit hoofde van goed werkgeverschap noodzakelijk deze elders op het kazerneterrein te positioneren (dus verder van de A58 vandaan). De veiligheid van de kazerne moet op verschillende onderdelen verder geoptimaliseerd worden. Deels vloeit dit voort uit de huidige internationale verhoudingen, die minder stabiel zijn dan een aantal jaren geleden. Negatieve invloeden van buitenaf moeten zoveel mogelijk worden tegengegaan. Dit is mogelijk door het treffen van diverse fysieke maatregelen op het kazerneterrein. Dit is ook een van de redenen dat recentelijk gronden rondom het huidige kazerneterrein (agrarisch restperceel, het perceel met woning Parabaan 16 èn een gedeelte van de gronden tussen het huidige kazerneterrein en de Burgemeester Schneiderlaan) zijn aangekocht. Dit biedt de volgende mogelijkheden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

het creëren van 'voldoende afstand' tussen de gebouwen en het hekwerk ter bevordering van de veiligheid; het voorzien in een adequate terreinafscheiding rondom het gehele kazerneterrein ter bevordering van de veiligheid; het realiseren van een geheel nieuwe hoofdingang 'om de hoek' van de huidige ingang. het realiseren van een nieuw parkeerterrein voor bezoekersparkeren aan de Parabaan om het aantal vervoersbewegingen op de kazerne te verlagen; een herinrichting van het kazerneterrein uit hoofde van efficiëntie en om ruimte te bieden voor het groeiende personeelsbestand; het verder verduurzamen en elektrificeren van de kazerne.

Gronden Parabaan De entree nabij de Parabaan blijft de hoofdtoegang tot de kazerne maar wordt geheel anders vormgegeven. Defensie heeft circa 4100 m2 van de gemeente aangekocht met als oogmerk de aangekochte gronden bij het kazerneterrein te voegen. Daardoor ontstaat er een veel ruimere buffer tussen de grens en de aldaar gesitueerde bebouwing. Dit impliceert dat de rijbaan aan de Parabaan buiten gebruik wordt gesteld. Dat is niet bezwaarlijk omdat de Parabaan vooral een functie heeft voor langzaam verkeer en met name leerlingen van het Jan Tinbergen college die komen vanuit de Commandobaan. Daarvoor kan een goede alternatieve route geboden worden door het fietspad op de Commandobaan door te trekken en ten noorden van de retentievijver aan te sluiten op de Burgemeester Schneiderlaan. De nieuwe hoofdingang leidt tot reductie en ontlasting van kruispunt burgemeester Schneiderlaan (net voor de huidige hoofdpoort). Hoofdgroenstructuur Parabaan De gronden, die door de gemeente worden verkocht, maken onderdeel uit van de hoofdgroenstructuur van Roosendaal, Dit betekent dat deze gronden in principe niet voor verkoop in aanmerking komen.

Echter, in de belangenafweging die gemaakt moest worden toen het verzoek tot aankoop werd gedaan, is de keuze gemaakt om de hogere belangen - het creëren van een zo optimaal mogelijke veilige kazerne- te laten prevaleren boven de instandhouding van de hoofdgroenstructuur op deze locatie. Daarbij is in ogenschouw genomen dat de feitelijke situatie van het groen ter plaatse niet van een dermate hoge kwaliteit is, dat aantasting ervan op onoverkomelijke bezwaren zou stuiten en deze gronden feitelijk ook maar ten dele groen zijn ingevuld. Daar komt nog bij dat de aangekochte gronden niet zullen worden bebouwd en dat in combinatie met parkeervoorzieningen en een nieuw hekwerk een groene invulling zal plaatsvinden. Ook is bij de verkoop van de gronden uitdrukkelijk meegewogen dat het bergbezinkbassin dat op deze locatie is aangelegd te allen tijde bereikbaar moet blijven. Om die reden zijn deze gronden niet verkocht. Hetzelfde geldt voor de westelijk van het bergbezinkbassin gesitueerde retentievijver. Deze zal qua vorm iets worden aangepast, maar behoudt de oppervlakte van 1075 m2.

50 van 57

NL.IMRO.1674.2115COMMANDOTER-0401

Hoofdstuk 6 JURIDISCHE ASPECTEN 6.1 Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (SVBP) De Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen (hierna SVBP 2008), die voortvloeit uit de nieuwe Wet ruimtelijke ordening, maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. SVBP 2008 geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. Dit om de gewenste vergelijkbaarheid zeker te stellen. De standaarden hebben geen betrekking op de toelichting van het bestemmingsplan. Wel dient het bestemmingsplan van een toelichting vergezeld te gaan. Het bestemmingsplan zelf bestaat uit een verzameling geografische bepaalde objecten, die zijn opgeslagen in een digitaal ruimtelijk informatiesysteem. De objecten zijn voorzien van bestemmingen met bijbehorende doeleinden en regels. Er wordt uitdrukkelijk op gewezen dat de standaarden geen betrekking hebben op de inhoud van een bestemmingsplan.

6.2 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) Van Wro naar Wabo Op 1 oktober 2010 is de Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) in werking getreden. Hiermee is de Wet ruimtelijke ordening (Wro), die 1 juli 2008 in werking trad, deels vervallen en opgegaan in de Wabo. Dit geldt onder andere voor de verschillende ontheffingen en het projectbesluit. Daarnaast heeft de invoering van de Wabo ook gevolgen voor de juridische regelingen in bestemmingsplannen. In de omgevingsvergunning worden de verschillende vergunningen die tot nu toe nodig waren voor diverse locatiegebonden activiteiten (bv. bouwvergunning, kapvergunning, milieuvergunning etc.) samengevoegd tot één vergunning. Hiermee kan de Wabo rocedures en processen voor de burgers makkelijker en vooral overzichtelijker maken. Eén vergunning, één procedure voor één project waarin meerdere toestemmingen voor locatiegebonden activiteiten benodigd zijn. In de Wro was een aantal ontheffingen geregeld. Namelijk de binnenplanse ontheffing (artikel 3.6, lid 1, sub c Wro), de buitenplanse “kruimel”-ontheffing (artikel 3.23 Wro) en de tijdelijke ontheffing (artikel 3.22 Wro). Deze ontheffingen vallen, nu de Wabo is ingevoerd, onder de noemer ‘Omgevingsvergunning’.

Daarnaast is een aantal minder vaak voorkomende besluiten, zoals de aanlegvergunning, diverse ontheffingen van beheersplannen en projectbesluiten van provinciaal en nationaal belang en ook alle toestemmingsbesluiten die betrekking hebben op het bouwen, slopen, aanlegactiviteiten en het gebruik in strijd met het vigerende gemeentelijk, provinciaal of nationaal ruimtelijk besluit of plan komen te vallen onder de nieuwe regelgeving. Wabo en planregels in ruimtelijke plannen De invoering van de Wabo heeft ook gevolgen voor de inhoud van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke planvormen en dan in het bijzonder voor de planregels. In de Wabo wordt niet meer gesproken over ontheffingen, vrijstellingen of wijzigingen, maar van toestemmingen. Door middel van een omgevingsbesluit kan het college van burgemeester en wethouders toestemming verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan. Het vervallen van artikel 7.10 Wro (strijdig gebruik) heeft tot gevolg dat deze weer terug in het bestemmingsplan is gekomen. De toevoeging van artikel 3.6a Wro heeft tot gevolg dat in het bestemmingsplan kan worden uitgesloten dat voor een bepaalde termijn kan worden afgeweken van dat bestemmingsplan door middel van een omgevingsvergunning. Dit ter bescherming van de daar voorkomende bestemming.

De begripsbepalingen en de wijze van meten moesten worden aangepast naar aanleiding van nieuwe of gewijzigde begrippen in de Wabo.

51 van 57

NL.IMRO.1674.2115COMMANDOTER-0401

Het meest ingrijpende is het vergunningsvrij bouwen, dat geregeld is in het Besluit omgevingsrecht (Bor). Hier kan onderscheid worden gemaakt tussen het vergunningsvrij bouwen passend binnen de bepalingen van het bestemmingsplan en het vergunningsvrij bouwen maar strijdig met het gebruik van het bestemmingsplan. In tweede instantie is daarom toch een omgevingsvergunning nodig, al is het slechts een reguliere. Om te vermijden dat onnodige procedures moeten worden doorlopen, kan een gemeente ervoor kiezen om de bebouwingsregeling zo veel mogelijk af te stemmen op de Bor. De gemeente Roosendaal heeft ervoor gekozen om de huidige bebouwingsregeling in bestemmingsplannen (nog) niet aan te passen aan de Wabo, omdat de gemeente het stedenbouwkundig wensbeeld als uitgangspunt neemt.

6.3 Opzet van de nieuwe bestemmingsregeling 6.3.1 Uitgangspunten en doelstellingen Het centrale onderdeel van een bestemmingsplan is de bestemming. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening worden aan de in het plan begrepen grond bestemmingen toegewezen met bijbehorende doeleinden. Aan de bestemmingen zijn regels gekoppeld over het gebruik van de in het plan begrepen grond en van de zich daar bevindende bouwwerken. Kenmerk van bestemmingen is dat het gehele plangebied ermee is bedekt. Elke bestemming is geometrisch bepaald. Een bestemmingsplan kan ook dubbelbestemmingen bevatten. Deze overlappen bestemmingen en geven eigen regels, waarbij sprake is van een rangorde tussen de bestemmingen en de dubbelbestemmingen. De dubbelbestemmingen hoeven het gehele plangebied niet te bedekken. Aanduidingen worden gebruikt om bepaalde zaken binnen een bestemming of dubbelbestemming nader of specifieker te regelen. Het gaat hierbij om specificaties met betrekking tot het gebruik of de bouwmogelijkheden. De aanduidingen hebben daardoor juridische betekenis en komen ook altijd in de regels van het bestemmingsplan voor. Verklaringen zijn de overige in de verbeelding van het bestemmingsplan voorkomende zaken. Verklaringen hebben geen juridische betekenis. Zij zijn bedoeld om nadere informatie te verschaffen of om de duidelijkheid en raadpleegbaarheid te bevorderen.

Omdat verklaringen geen juridische betekenis hebben, wordt hierop niet nader ingegaan. Het uitgangspunt bij het opstellen van het bestemmingsplan is dat de van kracht zijnde regelingen zodanig worden geactualiseerd dat samenhangende, op actuele beleidsinzichten en gebruikerswensen afgestemde bestemmingsregelingen ontstaan. Als doelstellingen en uitgangspunten kunnen daarbij worden onderscheiden: <0000> <0000> <0000>

Rechtszekerheid en klantgerichtheid, dat wil zeggen voor de burger een duidelijk, toegankelijk en op actuele behoeften en eisen afgestemd plan. Makkelijke toepasbaarheid en hanteerbaarheid voor de gemeentelijke diensten; een plan waaraan bouwaanvragen op heldere wijze kunnen worden getoetst met als resultaat een minimale bestuurslast. Duidelijkheid en inzichtelijkheid van hetgeen is toegestaan, dit houdt in dat de bestemmingen met hun bouw- en gebruiksmogelijkheden zoveel als mogelijk is via de verbeelding zichtbaar worden gemaakt.

De aandacht richt zich in eerste instantie op de woonfunctie en de aard en de verschijningsvorm van de woonbebouwing in de plangebieden. Bij de opbouw van de regeling wordt uitgegaan van een collectieve doelstelling die van toepassing zal zijn bij alle woningen. Deze doelstelling is om enerzijds een goede regeling voor de uitbreidingsmogelijkheden van de woningen te bieden ten behoeve van een maximaal woongenot voor de bewoners en anderzijds de bestaande ruimtelijke kwaliteit in het plangebied te handhaven.

6.3.2 Opbouw regels De opbouw van de regels is gelijk aan Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen 2008. a. De opbouw van de regels is als volgt: 52 van 57

NL.IMRO.1674.2115COMMANDOTER-0401

<0000> <0000> <0000> <0000>

Betekenisafspraken (Hoofdstuk 1 Inleidende regels); De gebruiks- en bouwregels per bestemming (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels); Algemene regels (Hoofdstuk 3 Algemene regels); Overige regels (Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels).

b. Een bestemmingsartikel (Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels) wordt uit de volgende leden in deze volgorde opgebouwd: <0000> Bestemmingsomschrijving; <0000> Bouwregels; <0000> Nadere eisen; <0000> Specifieke gebruiksregels; <0000> Afwijken van de gebruiksregels; <0000> Omgevingsvergunning; <0000> Wijzigingsbevoegdheid. De specifieke nadere eisenregelingen, bevoegdheden om af te wijken van de regels en wijzigingsbevoegdheden en mogelijk aanlegvergunningregels zullen zoveel mogelijk per bestemming worden opgenomen. Hierdoor wordt direct per bestemming inzicht geboden in de eventuele afwijkingsmogelijkheden en onnodig verwijzen naar andere artikelen voorkomen. Deze werkwijze bevordert de toegankelijkheid van het bestemmingsplan. Er wordt derhalve voor de volgorde van de regels een standaardindeling gehanteerd.

6.3.3 Flexibiliteitsregels Aan het bestemmingsplan kan flexibiliteit worden toegevoegd door met een omgevingsvergunning af te wijken van de regels, het stellen van nadere eisen of een wijzigingsbevoegdheid. Dit flexibiliteitinstrumentarium kent zekere begrenzingen. Het is niet mogelijk om met een omgevingsvergunning een bestemmingswijziging tot stand te brengen. Een nadere eis mag slechts worden gesteld per afzonderlijk geval en geen algemene regel inhouden. Bovendien moet het bestemmingsplan al een regel bevatten omtrent het punt ten aanzien waarvan een nadere eis wordt gesteld. Op basis van het vorenstaande wordt voor het opnemen van flexibiliteitsregels de volgende benadering gehanteerd. <0000> <0000> <0000>

Flexibiliteitregels alleen gebruiken als van een wezenlijke belangenafweging sprake kan zijn, voor de onderbouwing waarvan de toelichting de noodzakelijke bouwstenen bevat. Bij het besluit tot het opnemen van flexibiliteit planschade risico meewegen. Nadere eisen alleen stellen als er als regels zijn opgenomen met betrekking tot hetzelfde onderwerp.

6.4 Bestemming Maatschappelijk - Militaire Zaken De gronden binnen deze bestemming zijn bestemd voor de Engelbrecht van Nassaukazernekazerne. Uitsluitend is op deze gronden een kazerne met bijbehorende faciliteiten en voorzieningen toegestaan. Een kazerne wordt in begripsomschrijvingen omschreven als 'een gebouw of complex bestemd tot huisvesting van een militaire eenheid of eenheden (personeel), danwel andere op militaire voet ingerichte korpsen, zoals de brandweer'. Het gaat in het voorliggende bestemmingsplan uitsluitend om een militair complex. Binnen het begrip 'kazerne' kunnen diverse functies worden gerealiseerd op voorwaarde dat ze in verband staan met danwel onderdeel uitmaken van het militaire bedrijf. Enumeratief vallen de volgende functies in ieder geval onder de noemer kazerne: <0000> <0000> <0000>

legeringsgebouwen (verblijfsruimten voor militairen); logistieke gebouwen en voorzieningen; les- en opleidingslokalen;

53 van 57

NL.IMRO.1674.2115COMMANDOTER-0401

<0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000> <0000>

kantoorruimten; medische voorzieningen; Keuken-, Eetgelegenheid- en Kantinegebouw (KEK-gebouw); een modulaire schietbaan (ondergebracht in een gebouw); sport- en oefenfaciliteiten; interne ontsluitingswegen; parkeervoorzieningen.

Daarnaast zijn de volgende voorzieningen binnen deze bestemming toelaatbaar: voorzieningen ten behoeve van algemeen nut zoals verkeers-, groen-, water-, nuts- en daarmee vergelijkbare voorzieningen, waaronder voet- en fietspaden, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, straatmeubilair, abri's, transformatorhuisjes, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, bergbezinkbassins en retentievoorzieningen. Het bouwvlak waarbinnen de (hoofd)gebouwen mogen worden opgericht is opgedeeld in diverse deelvlakken met elk een bebouwingspercentage en een maximaal toegestane bouwhoogte. Midden op het terrein is de hoogste hoogte toegestaan. Deze gronden vormen ook het gebied waar de zenden ontvangstinstallatie gerealiseerd kan worden tot een maximale hoogte van 40 m. Het zuidelijk deel van het kazerneterrein, dat het dichtst tegen woonbebouwing is gesitueerd, zijn de bouwmogelijkheden minder qua bebouwingspercentage (namelijk 15 %) en wordt ook de toegestane bouwhoogte een stuk lager, maximaal 4 m. In het noordelijk deel dienen de gronden die door de gemeente worden verkocht en die vallen onder de hoofdgroenstructuur onbebouwd te blijven. Wel zal het terrein worden voorzien van een terreinafscheiding.

6.5 Bestemming Verkeer De gronden binnen deze bestemming zijn onder meer bestemd voor wegen met ten hoogste 2 keer 1 doorgaande rijstroken, waarbij opstelstroken en busstroken daar niet onder vallen. Ook vallen binnen deze bestemming voet- en fietspaden, speel-, spel- en daarmee vergelijkbare sportvoorzieningen, niet zijnde sportvoorzieningen in clubverband, beplantingen, bermen, watergangen en andere waterpartijen, voorzieningen ten behoeve van algemeen nut, zoals bergbezinkbassins en transformatorhuisjes, en afvalinzameling, parkeerplaatsen, geluidswerende voorzieningen en daarbij behorende beplantingen kunstwerken en kunstobjecten. In de ondergrond van een ten noorden van de kazerne gelegen perceel is een bergbezinkbassin gelegen. Een bergbezinkbassin is een betonnen bak die onder het maaiveld is aangelegd en heeft heeft als doel om de berging van de riolering van de wijk Kortendijk te vergroten, om overloop van rioolwater in oppervlaktewater te voorkomen. De gemeente moet altijd bij het bassin kunnen komen in verband met onderhoud of eventuele storingen, reden waarom het perceel onbebouwd en ongebruikt dient te blijven.

6.6 Bestemming Wonen-3 Deze bestemming heeft betrekking op een stukje grond dat in eerste instantie onderdeel uitmaakte van de bestemming 'Maatschappelijk- Militaire Zaken'. Gebleken is uit nader onderzoek dat betreffende stukje grond door verjaring onderdeel is gaan uitmaken van het achterterrein van de woning waar het om gaat. Om die reden is het bestemmingsplan aangepast ten opzichte van de ontwerpversie en is deze bestemming toegevoegd aan de planregels.

54 van 57

NL.IMRO.1674.2115COMMANDOTER-0401

Hoofdstuk 7 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID Op grond van de Wet ruimtelijke ordening is de gemeente verplicht om tegelijkertijd met het bestemmingsplan een exploitatieplan vast te stellen. Deze verplichting geldt niet als de situatie zoals genoemd in artikel 6.12 lid 2 Wro zich voordoet en het kostenverhaal anders is voorzien. Voor de locatie Engelbrecht van Nassaukazerne in Roosendaal hoeft geen exploitatieplan te worden vastgesteld, omdat een anterieure overeenkomst is gesloten, waarin het kostenverhaal is geregeld. Daarin zijn ook afspraken vastgelegd met betrekking tot de civieltechnische aanpassingen. Verder worden in het plangebied geen nieuwe ontwikkelingen voorzien die rechtstreeks voortvloeien uit het bestemmingsplan.

55 van 57

NL.IMRO.1674.2115COMMANDOTER-0401

56 van 57

NL.IMRO.1674.2115COMMANDOTER-0401

Hoofdstuk 8 OVERLEG EN INSPRAAK 8.1 Overleg In het kader van het overleg ex artikel 3.1.1 Besluit ruimtelijke ordening wordt het voorontwerp bestemmingsplan toegezonden aan diverse instanties, waaronder rijks- en gemeentelijke instanties.

8.2 Inspraak Overeenkomstig het bepaalde in de Gemeentelijke Inspraakverordening zijn de bevolking en in de gemeente belanghebbende natuurlijke en rechtspersonen betrokken bij de voorbereiding van dit bestemmingsplan.

8.3 Resultaten overleg en inspraak Er zijn 14 inspraakreacties ingekomen, alsmede 4 overlegreacties. Deze zijn verwerkt in het bij het bestemmingsplan behorende "Inspraak- en overlegrapport Bestemmingsplan Commandoterrein". De geleverde inspraak heeft geleid tot een aanpassing van de verbeelding. Verwezen wordt naar voornoemd inspraakrapport.

57 van 57

NL.IMRO.1674.2115COMMANDOTER-0401

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1360/documents/35888