CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Regels definitief 5 juli 2022 2.pdf

Gemeenteraad 21 juli 2022, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5b: Voorstel 44 - Vaststelling Bestemmingsplan Buitengebied Wouw51.986 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 6

6.4.6 Detailhandel en kantoren Het is niet toegestaan de gronden en opstallen te gebruiken als detailhandel en zelfstandige kantoren, met uitzondering van detailhandel als opgenomen in de staat van bedrijfsinrichtingen dan wel detailhandel in ondergeschikte zin in ter plaatse vervaardigde of geproduceerde goederen en met uitzondering van bedrijven met een aparte aangegeven aanduiding. 6.5 afwijken van de gebruiksregels 6.5.1 Omzetting bedrijvigheid binnen milieucategorie 1 Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 6.1 teneinde andersoortige industriële en ambachtelijke bedrijvigheid toe te staan dan ter plaatse aangeduid op de kaart en opgenomen in de Staat van bedrijvigheid, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de nieuwe bedrijfsactiviteit dient te passen binnen de in de bijlage van deze regels opgenomen staat van bedrijfsactiviteiten categorie 1; b. indien de bedrijfsactiviteit niet voorkomt in de staat van inrichtingen of indien voor de betreffende bedrijfsactiviteit een hogere milieucategorie is aangegeven, kan de bedrijfsactiviteit uitsluitend worden toegestaan, indien de aard en uitstraling van de gewenste bedrijfsactiviteit overeenkomt met de bedrijven die als categorie 1 zijn opgenomen in de staat van bedrijfsactiviteiten; c. er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; d.

de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; e. een tweede bedrijfswoning, voor zover niet reeds aanwezig, is niet toegestaan; f. de omgevingsvergunning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; g. detailhandel is niet toegestaan behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik;

83

h. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. Een landschappelijke inpassing maakt deel uit van het wijzigingsplan. De landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door middel van de aanduiding "specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing. Er dient bovendien te worden voldaan aan de vastgestelde Notitie kwaliteitsverbetering van het landschap voor de regio West Brabant, die als bijlage behorende bij de regels is opgenomen;; i. uit een over te leggen onderzoek dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; j. de omgevingsvergunning is niet van toepassing op bestaande agrarische verwante bedrijven en agrarische technische hulpbedrijven. 6.6 wijzigingsbevoegdheid 6.6.1 Wonen - 2 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen 2', indien de bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. wijziging vindt gelijktijdig plaats met wijziging van de overige gronden naar de bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden - 1 of Agrarisch met waarden - 2, waarbij deze worden bestemd overeenkomstig de aangrenzende bestemmingen; b. het bedrijf ter plaatse dient te zijn beëindigd; c.

de oppervlakte bijbehorende bouwwerken bij de woning dient door sloop van overtollige bebouwing teruggebracht te worden tot 100 m2, waarbij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing gehandhaafd dient te blijven; d. in afwijking van het bepaalde onder c. mag, ter stimulering van sloop van overtollige bebouwing, bij sloop van voormalige bedrijfsbebouwing de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 200 m2 (inclusief te handhaven cultuurhistorisch waardevolle bebouwing) worden vergroot, met dien verstande dat per 100 m2 vergroting van de toegestane oppervlakte bijbehorende bouwwerken telkens minimaal 400 m2 legaal opgerichte bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt; e. er mag, ter stimulering van sloop van overtollige bebouwing, bij sloop van voormalige bedrijfsbebouwing de bestaande inhoud van de woning worden vergroot tot maximaal 850 m3, met dien verstande dat per 50 m3 vergroting van de woning telkens minimaal 400 m2 legaal opgerichte bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt. f. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; g. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door middel van de aanduiding "specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing.

Er dient bovendien te worden voldaan aan de meeste actuele vastgestelde Notitie kwaliteitsverbetering van het landschap voor de regio West Brabant; h. de regels van Wonen - 2 worden van overeenkomstige toepassing verklaard. i. er is een zorgvuldige dialoog gevoerd gericht op het betrekken van belangen van omwonenden bij de planontwikkeling; 6.6.2 Belangenprocedure bij specifieke wijzigingsbevoegdheid Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, zoals deze onderdeel uitmaakt van dit plan, dienen de procedureregels zoals opgenomen in artikel 36 in acht te worden genomen.

ARTIKEL 7 Bedrijf - 2 7.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor industriële en ambachtelijke bedrijven voor zover deze voorkomen in de categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten, met dien verstande dat: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - autobedrijf" uitsluitend een autobedrijf bedrijf is toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - installatiebedrijf" uitsluitend een installatiebedrijf is toegestaan;

84

c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - rijschool" uitsluitend een rijschool is toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - opslagdoeleinden " zijn uitsluitend opslagdoeleinden binnen gebouwen toegestaan; e. per bestemmingsvlak maximaal één bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken; f. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten 'is in het betreffende bestemmingsvlak geen bedrijfswoning toegestaan; g. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - voormalige bedrijfswoning " is een voormalige bedrijfswoning toegestaan. alsmede bijbehorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, groen en water. 7.2 bouwregels 7.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd c.q. gerealiseerd: a. hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. parkeerplaatsen. 7.2.2 Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen moeten worden opgericht in het bestemmingsvlak. b. Voor de bedrijfswoning cq. voormalige bedrijfswoning geldt de volgende maatvoering: 1. de inhoud van deze bedrijfswoning cq. voormalige bedrijfswoning mag ten hoogste 750 m3 bedragen; 2. per bedrijfswoning cq.

voormalige bedrijfswoning mogen bijbehorende bouwwerken worden opgericht met een goothoogte van maximaal 3 m en een bouwhoogte van ten hoogste 5 m en met een maximale oppervlakte van 100 m². c. Het maximale bebouwingsoppervlak aan gebouwen (met uitzondering van de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken) mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan hierna aangegeven per op het genoemde adres gelegen bestemmingsvlak: Bergsebaan 39 (autobedrijf) 900 m2 Herelsestraat 16a (installatiebedrijf) 500 m2 Kruislandseweg 18 (autobedrijf) 155 m2 Roosendaalsebaan 50 (rijschool) 115 m2 Julianaweg 15 (opslagdoeleinden) 4.115 m2 Kruislandseweg 2a grondverzet- en aannemingsbedrijf 1.500 m2 1. Voor zover de gebouwen en overkappingen niet in de perceelsgrens worden gebouwd, dient de afstand tot de perceelsgrens ten minste 3.00 m. te bedragen. 2. De goot- en / of bouwhoogte van gebouwen mag ten hoogste bedragen: 1. goothoogte 6 m.; 2. bouwhoogte 10 m. 3. De afstand van gebouwen tot de as van de rijbaan dient ten minste 15 meter te bedragen. 4. De inhoud van een bouwwerk wordt gemeten vanaf bovenkant begane grondvloer. 7.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen: 1.

erf afscheidingen gelegen tussen het bestemmingsvlak en de bestemming Verkeer 1.00 m.; 2. erfafscheiding anders dan onder 1: 2.00 m.; 3. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde 5.00 m. 7.2.4 Parkeerplaatsen Voor wat betreft het parkeren gelden de parkeernormen zoals opgenomen in de Nota parkeernormen, zoals van kracht is op het moment dat een aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend met dien verstande dat de parkeerplaatsen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd.

85

7.3 afwijken van de bouwregels 7.3.1 Perceelsgrens Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.2, onder d., voor het oprichten van gebouwen en overkappingen binnen 3 m. van de perceelsgrens, mits daardoor de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet worden verminderd en mits daardoor de brandveiligheid van het gebouw en van de omgeving, waaronder mede wordt verstaan de toegankelijkheid van hulpdiensten, niet wordt aangetast. 7.3.2 Hoogte Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.3 voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarbij de maximale (bouw)hoogte niet meer mag bedragen dan 15 m. 7.3.3 Vergroting bebouwde oppervlakte Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de in 7.2.2 opgenomen maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing van niet-agrarische bedrijven, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de in 7.2.2 opgenomen bebouwde oppervlakte mag met maximaal 15% worden vergroot; b. de in 7.2.2 opgenomen bebouwde oppervlakte mag - eenmalig - met maximaal 25% worden vergroot indien sprake is van een agrarisch technisch hulpbedrijf of een agrarisch verwant bedrijf; c. de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies worden niet onevenredig aangetast; d.

er vindt geen toename van de milieubelasting plaats; e. er vindt geen opslag buiten de gebouwen plaats; f. Vestiging van mestbewerking en agrarisch-technische/agrarisch verwante functies is uitgesloten; g. De ontwikkelingen dienen te passen in de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied en dienen bij te dragen aan het versterken van de omgevingskwaliteit. Een landschappelijke inpassing maakt deel uit van het wijzigingsplan. De landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door middel van de aanduiding "specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing. Er dient bovendien te worden voldaan aan de vastgestelde Notitie kwaliteitsverbetering van het landschap voor de regio West Brabant, die als bijlage behorende bij de regels is opgenomen; h. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast. 7.3.4 Afstand bebouwing tot as rijbaan Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.2.2 voor het oprichten van bebouwing op minder dan 15 m. uit de as van de rijbaan, mits sprake blijft van voldoende verkeersveiligheid. 7.4 specifieke gebruiksregels 7.4.1 Bedrijven Het is niet toegestaan de gronden te gebruiken: a.

voor bedrijven als bedoeld in onderdeel D van Bijlage I, behorende bij het Besluit omgevingsrecht; b. voor bedrijven en inrichtingen genoemd in het Besluit Externe Veiligheid inrichtingen (27 mei 2004, Staatsblad 2004, 250); c. voor AMVB-inrichtingen waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet op Milieubeheer afstanden gelden met het oog op externe veiligheid. 7.4.2 Opslag Het is niet toegestaan de onbebouwde gronden te gebruiken voor de opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4.00 m. 7.4.3 Smart- en growshops, groothandel in smart- en growproducten en belwinkels Het is niet toegestaan de gronden en opstallen te gebruiken als smart- en/of growshop en/of groothandel in smart- en growproducten en/of belwinkel.

86

7.4.4 Bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en afhankelijke woonruimte Het is niet toegestaan de bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen te gebruiken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte, tenzij het mantelzorg betreft. 7.4.5 Bijzondere woonvorm Het is niet toegestaan om gebouwen en andere bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor bijzondere woonvormen. 7.4.6 Detailhandel en kantoren Het is niet toegestaan de gronden en opstallen te gebruiken als detailhandel en zelfstandige kantoren, met uitzondering van detailhandel als opgenomen in de staat van bedrijfsinrichtingen dan wel detailhandel in ondergeschikte zin in ter plaatse vervaardigde of geproduceerde goederen en met uitzondering van bedrijven met een aparte aangegeven aanduiding. 7.5 afwijken van de gebruiksregels 7.5.1 Omzetting bedrijvigheid binnen milieucategorie 1 en 2 Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 7.1 teneinde andersoortige bedrijvigheid dan ter plaatse aangeduid op de kaart en opgenomen in de Staat van bedrijvigheid, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de nieuwe bedrijfsactiviteit dient te passen binnen de in de bijlage van deze regels opgenomen staat van bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2; b.

indien de bedrijfsactiviteit niet voorkomt in de staat van inrichtingen of indien voor de betreffende bedrijfsactiviteit een hogere milieucategorie is aangegeven, kan de bedrijfsactiviteit uitsluitend worden toegestaan, indien de aard en uitstraling van de gewenste bedrijfsactiviteit overeenkomt met de bedrijven die als categorie 1 en 2 zijn opgenomen in de staat van bedrijfsactiviteiten; c. er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; d. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; e. een tweede bedrijfswoning, voor zover niet reeds aanwezig, is niet toegestaan; f. de omgevingsvergunning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; g. detailhandel is niet toegestaan behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; h. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; i. uit een over te leggen onderzoek dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; j. deze omgevingsvergunning is niet van toepassing op bestaande agrarische verwante bedrijven en agrarische technische hulpbedrijven; k. aangetoond wordt er sprake is van een activiteit die past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied; l. voorafgaand aan de besluitvorming vindt een omgevingsdialoog plaats.

7.6 wijzigingsbevoegdheid 7.6.1 Wonen - 2 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen 2', indien de bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. wijziging vindt gelijktijdig plaats met wijziging van de overige gronden naar de bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden - 1 of Agrarisch met waarden - 2, waarbij deze worden bestemd overeenkomstig de aangrenzende bestemmingen; b. het bedrijf ter plaatse dient te zijn beëindigd; c. de oppervlakte bijbehorende bouwwerken bij de woning dient door sloop van overtollige bebouwing teruggebracht te worden tot 100 m2, waarbij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing gehandhaafd dient te blijven; d. in afwijking van het bepaalde onder c. mag, ter stimulering van sloop van overtollige bebouwing, bij sloop van voormalige bedrijfsbebouwing de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 200 m2 (inclusief te handhaven cultuurhistorisch waardevolle bebouwing) worden vergroot, met dien verstande dat per 100 m2 vergroting

87

van de toegestane oppervlakte bijgebouwen telkens minimaal 400 m2 legaal opgerichte bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt; e. er mag, ter stimulering van sloop van overtollige bebouwing, bij sloop van voormalige bedrijfsbebouwing de bestaande inhoud van de woning worden vergroot tot maximaal 850 m3, met dien verstande dat per 50 m3 vergroting van de woning telkens minimaal 400 m2 legaal opgerichte bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt. f. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; g. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door middel van de aanduiding "specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing. Er dient bovendien te worden voldaan aan de meest actuele vastgestelde Notitie kwaliteitsverbetering van het landschap voor de regio West Brabant; h. de regels van Wonen - 2 worden van overeenkomstige toepassing verklaard. i. er is een zorgvuldige dialoog gevoerd gericht op het betrekken van belangen van omwonenden bij de planontwikkeling; ; 7.6.2 Belangenprocedure bij specifieke wijzigingsbevoegdheid Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, zoals deze onderdeel uitmaakt van dit plan, dienen de procedureregels zoals opgenomen in artikel 36 in acht te worden genomen.

ARTIKEL 8 Bedrijf - 3 8.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - 3' aangewezen gronden zijn bestemd voor industriële en ambachtelijke bedrijven voor zover deze voorkomen in de categorie 1, 2 en 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten met dien verstande dat: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - groothandel in technische benodigdheden " uitsluitend een groothandel in technische benodigdheden is toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - agrarisch loonbedrijf" uitsluitend een agrarisch loonbedrijf is toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'grondverzetbedrijf" uitsluitend een grondverzetbedrijf is toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf – (agrarisch) loon- en grondverzetbedrijf, uitsluitend een (agrarisch) loon- en grondverzetbedrijf is toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - machinebedrijf" uitsluitend een machinebedrijf is toegestaan;" f. per bestemmingsvlak maximaal één bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken mag worden opgericht; g. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' in het betreffende bestemmingsvlak geen bedrijfswoning is toegestaan; h.

ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - voormalige bedrijfswoning' is een voormalige bedrijfswoning toegestaan; alsmede bijbehorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, groen en water. 8.2 bouwregels 8.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd c.q. gerealiseerd: a. hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. parkeerplaatsen. 8.2.2 Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen moeten worden opgericht in het bestemmingsvlak, met dien verstande dat hoofdgebouwen ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf waterwingebied' uitsluitend binnen het bouwvlak mogen worden opgericht. b. Voor de bedrijfswoning c.q. voormalige bedrijfswoning geldt de volgende maatvoering:

88

1. de inhoud van de bedrijfswoning c.q. voormalige bedrijfswoning mag ten hoogste 750 m3 bedragen; 2. per bedrijfswoning c.q. voormalige bedrijfswoning mogen bijbehorende bouwwerken worden opgericht met een goothoogte van maximaal 3 m. en een bouwhoogte van ten hoogste 5 m. en met een maximale oppervlakte van 100 m². c. Het maximale bebouwingsoppervlak aan gebouwen (met uitzondering van de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken) mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan hierna aangegeven per op het genoemde adres gelegen bestemmingsvlak: Bergsebaan 45/45a Groothandel in technische benodigdheden 150 m2 Gareelweg 10 groothandel in technische benodigdheden 785 m2 Herelsestraat 170 Herelsestraat 175 Hoeksebaan 1

machinebedrijf 2.550m2 groothandel in technische benodigdheden 2.300 m2 agrarisch loonbedrijf 1.430 m2

Kruislandseweg 2a Kruislandseweg 2 Mariabaan 14 Spellestraat 50 Spellestraat 52

grondverzet- en aannemingsbedrijf agrarisch loonbedrijf agrarisch loonbedrijf agrarisch loonbedrijf agrarisch loonbedrijf

1.500 m2 540 m2 430 m2 2.700 m2 630 m2

1. Voor zover de gebouwen en overkappingen niet in de perceelsgrens worden gebouwd, dient de afstand tot de perceelsgrens ten minste 3.00 m. te bedragen. 2. De goot- en / of bouwhoogte van gebouwen mag ten hoogste bedragen: 1. goothoogte 6 m.; 2. bouwhoogte 10 m. 3. De afstand van gebouwen tot de as van de rijbaan dient ten minste 15 m. te bedragen. 4. De inhoud van een bouwwerk wordt gemeten vanaf bovenkant begane grondvloer. 8.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen: 1. erf afscheidingen gelegen tussen het bestemmingsvlak en de bestemming Verkeer 1.00 m; 2. erfafscheiding anders dan onder 1: 2.00 m.; 3. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde 5.00 m. 8.2.4 Parkeerplaatsen Voor wat betreft het parkeren gelden de parkeernormen zoals opgenomen in de Nota parkeernormen, zoals deze van kracht is op het moment dat een aanvraag om omgevingsvergunning wordt ingediend met dien verstande dat de parkeerplaatsen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd.

8.3 afwijken van de bouwregels 8.3.1 Perceelsgrens Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.2, onder d., voor het oprichten van gebouwen binnen 3 m van de perceelsgrens, mits daardoor de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet worden verminderd en mits daardoor de brandveiligheid van het gebouw en van de omgeving, waaronder mede wordt verstaan de toegankelijkheid van hulpdiensten, niet wordt aangetast. 8.3.2 Hoogte Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.3 voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarbij de maximale (bouw)hoogte niet meer mag bedragen dan 15 meter. 8.3.3 Vergroting bebouwde oppervlakte

89

Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de in 8.2.2 opgenomen maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing van niet-agrarische bedrijven, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de in 8.2.2 opgenomen bebouwde oppervlakte mag met maximaal 15% worden vergroot; b. de in 8.2.2 opgenomen bebouwde oppervlakte mag - eenmalig - met maximaal 25% worden vergroot indien sprake is van een agrarisch technisch hulpbedrijf of een agrarisch verwant bedrijf; c. de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies worden niet onevenredig aangetast; d. er vindt geen toename van de milieubelasting plaats; e. er vindt geen opslag buiten de gebouwen plaats; f. De ontwikkelingen dienen te passen in de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied en dienen bij te dragen aan het versterken van de omgevingskwaliteit. Een landschappelijke inpassing maakt deel uit van het wijzigingsplan. De landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door middel van de aanduiding "specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing. Er dient bovendien te worden voldaan aan de vastgestelde Notitie kwaliteitsverbetering van het landschap voor de regio West Brabant, die als bijlage behorende bij de regels is opgenomen; g. Vestiging van mestbewerking en agrarisch-technische/agrarisch verwante functies is uitgesloten; h.

de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; i. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast. 8.3.4 Afstand bebouwing tot as rijbaan Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.2.2 voor het oprichten van bebouwing op minder dan 15 m. uit de as van de rijbaan, mits sprake blijft van voldoende verkeersveiligheid. 8.4 specifieke gebruiksregels 8.4.1 Bedrijven Het is niet toegestaan de gronden te gebruiken: a. voor bedrijven als bedoeld in onderdeel D van Bijlage I, behorende bij het Besluit omgevingsrecht; b. voor bedrijven en inrichtingen genoemd in het Besluit Externe Veiligheid inrichtingen (27 mei 2004, Staatsblad 2004, 250); c. voor AMVB-inrichtingen waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet op Milieubeheer afstanden gelden met het oog op externe veiligheid. 8.4.2 Opslag Het is niet toegestaan de onbebouwde gronden te gebruiken voor de opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4.00 m. 8.4.3 Smart- en growshops, groothandel in smart- en growproducten en belwinkels Het is niet toegestaan de gronden en opstallen te gebruiken als smart- en/of growshop en/of groothandel in smart- en growproducten en/of belwinkel.

8.4.4 Bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en afhankelijke woonruimte Het is niet toegestaan de bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen te gebruiken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte, tenzij het mantelzorg betreft. 8.4.5 Bijzondere woonvorm Het is niet toegestaan om gebouwen en andere bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor bijzondere woonvormen. 8.4.6 Detailhandel en kantoren Het is niet toegestaan de gronden en opstallen te gebruiken als detailhandel en zelfstandige kantoren, met uitzondering van detailhandel als opgenomen in de staat van bedrijfsinrichtingen dan wel detailhandel in ondergeschikte zin in ter plaatse vervaardigde of geproduceerde goederen en met uitzondering van bedrijven met een aparte aangegeven aanduiding.

90

8.5 afwijken van de gebruiksregels 8.5.1 Omzetting bedrijvigheid binnen milieucategorie 1 en 2 Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 8.1 teneinde andersoortige bedrijvigheid dan ter plaatse aangeduid op de kaart en opgenomen in de Staat van bedrijvigheid, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de nieuwe bedrijfsactiviteit dient te passen binnen de in de bijlage van deze regels opgenomen staat van bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2; b. indien de bedrijfsactiviteit niet voorkomt in de staat van inrichtingen of indien voor de betreffende bedrijfsactiviteit een hogere milieucategorie is aangegeven, kan de bedrijfsactiviteit uitsluitend worden toegestaan, indien de aard en uitstraling van de gewenste bedrijfsactiviteit overeenkomt met de bedrijven die als categorie 1 en 2 zijn opgenomen in de staat van bedrijfsactiviteiten; c. er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; d. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; e. een tweede bedrijfswoning, voor zover niet reeds aanwezig, is niet toegestaan; f. de omgevingsvergunning mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; g. detailhandel is niet toegestaan behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; h.

er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing; i. uit een over te leggen onderzoek dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; j. de omgevingsvergunning is niet van toepassing op bestaande agrarische verwante bedrijven en agrarische technische hulpbedrijven; k. aangetoond wordt dat er sprake is van een activiteit die past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied; l. voorafgaand aan de besluitvorming vindt een omgevingsdialoog plaats. 8.6 wijzigingsbevoegdheid 8.6.1 Wonen - 2 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen 2', indien de bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. wijziging vindt gelijktijdig plaats met wijziging van de overige gronden naar de bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden - 1 of Agrarisch met waarden - 2 waarbij deze worden bestemd overeenkomstig de aangrenzende bestemmingen; b. het bedrijf ter plaatse dient te zijn beëindigd; c. de oppervlakte bijbehorende bouwwerken bij de woning dient door sloop van overtollige bebouwing teruggebracht te worden tot 100 m2, waarbij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing gehandhaafd dient te blijven; d. in afwijking van het bepaalde onder c.

mag, ter stimulering van sloop van overtollige bebouwing, bij sloop van voormalige bedrijfsbebouwing de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 200 m2 (inclusief te handhaven cultuurhistorisch waardevolle bebouwing) worden vergroot, met dien verstande dat per 100 m2 vergroting van de toegestane oppervlakte bijbehorende bouwwerken telkens minimaal 400 m2 legaal opgerichte bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt; e. er mag, ter stimulering van sloop van overtollige bebouwing, bij sloop van voormalige bedrijfsbebouwing de bestaande inhoud van de woning worden vergroot tot maximaal 850 m3, met dien verstande dat per 50 m3 vergroting van de woning telkens minimaal 400 m2 legaal opgerichte bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt. f. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; g. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door middel van de aanduiding "specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing. Er dient

91

bovendien te worden voldaan aan de meest actuele vastgestelde Notitie kwaliteitsverbetering van het landschap voor de regio West Brabant, h. de regels van Wonen - 2 worden van overeenkomstige toepassing verklaard. i. er is een zorgvuldige dialoog gevoerd gericht op het betrekken van belangen van omwonenden bij de planontwikkeling; 8.6.2 Belangenprocedure bij specifieke wijzigingsbevoegdheid Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, zoals deze onderdeel uitmaakt van dit plan, dienen de procedureregels zoals opgenomen in artikel 36 in acht te worden genomen.

ARTIKEL 9 Bedrijf - 4 9.1 bestemmingsomschrijving De voor 'Bedrijf - 4' aangewezen gronden zijn bestemd voor industriële en ambachtelijke bedrijven voor zover deze voorkomen in de categorie 1, 2, 3.1 en 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten met dien verstande dat: a. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - groothandel in agrarische producten" uitsluitend een groothandel in agrarische producten" is toegestaan; b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - detailhandel in ruitersportartikelen" uitsluitend detailhandel in ruitersportartikelen is toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - verkoop motorbrandstoffen zonder lpg" uitsluitend een verkooppunt motorbrandstoffen zonder lpg is toegestaan; d. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - metaalbedrijf "uitsluitend een metaalbedrijf is toegestaan; e. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - productiebedrijf in rubberen materialen" uitsluitend een productiebedrijf in rubberen materialen is toegestaan; f. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - transportbedrijf" tevens transportbedrijfsactiviteiten zijn toegestaan; g. ter plaatse van de aanduiding "- specifieke vorm van bedrijf - groothandel in bouwmaterialen "uitsluitend een groothandel in bouwmaterialen is toegestaan; h.

ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - op en overslag oud ijzer" uitsluitend op- en overslag van oud ijzer is toegestaan; i. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - agrarisch loonwerkbedrijf/ en /of ter plaatse van de aanduiding “specifieke vorm van bedrijf -transportbedrijf is uitsluitend een agrarisch loonwerkbedrijf en/of transportbedrijf toegestaan j. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - grondverzetbedrijf" tevens grondverzetactivteiten zijn toegestaan; k. uitsluitend ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - groothandel in machines en voertuigen" tevens groothandelsactiviteiten in machines en voertuigen zijn toegestaan; l. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - houtbewerkingsbedrijf" is uitsluitend een houtbewerkingsbedrijf toegestaan; m. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - opslagdoeleinden" uitsluitend opslagdoeleinden binnen gebouwen toegestaan; n. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - dierenasiel" uitsluitend een dierenasiel/dierenpension is toegestaan; o. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - aannemingsbedrijf" uitsluitend een aannemingsbedrijf is toegestaan; p. ter plaatse van de aanduiding "opslag" is uitsluitend opslag toegestaan; q.

ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - reparatiebedrijf voor landbouwmachines/- werktuigen uitsluitend een reparatiebedrijf voor landbouwmachines/werktuigen is toegestaan; r. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - agrarisch technisch hulpbedrijf" is uitsluitend een agrarisch technisch hulpbedrijf toegestaan, vallende onder maximaal categorie 3.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten: s. ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - milieucategorie 2" zijn enkel bedrijfsactiviteiten toegestaan , welke naar aard en omvang gelijk zijn met bedrijven behorende bij milieucategorie 2 bedrijven. deze aanduiding geldt ter plaatse van dat deel van het perceel dat is gelegen in een gebied, welke tot stand komt door een lijn te

92

tekenen evenwijdig aan de perceelsgrenzen van de woningen Biezenstraat 24, 26 en 30 en gelegen op een afstand van 30 meter; t. in afwijking van hetgeen in de aanhef van deze bestemmingsomschrijving is toegestaan is ter plaatse van de aanduiding "specifieke vorm van bedrijf - groothandel en verwerking van agrarische producten" een groothandel in en verwerking van agrarische producten toegestaan , vallende onder categorie 4.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; u. per bestemmingsvlak maximaal één bedrijfswoning met bijbehorende bouwwerken mag worden opgericht; v. ter plaatse van de aanduiding 'bedrijfswoning uitgesloten' in het betreffende bestemmingsvlak geen bedrijfswoning is toegestaan; alsmede bijbehorende voorzieningen zoals ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, groen en water. 9.2 bouwregels 9.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd c.q. gerealiseerd: a. hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. parkeerplaatsen. 9.2.2 Hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. Hoofdgebouwen moeten worden opgericht in het bestemmingsvlak. b. Ter plaatse van de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding gebouwen uitgesloten' zijn geen gebouwen toegestaan. c. Voor de bedrijfswoning c.q voormalige bedrijfswoning geldt de volgende maatvoering: 1.

de inhoud van deze bedrijfswoning cq. voormalige bedrijfswoning mag ten hoogste 750 m3 bedragen; 2. per bedrijfswoning cq. voormalige bedrijfswoning mogen bijbehorende bouwwerken worden opgericht met een goothoogte van maximaal 3 m. en een bouwhoogte van ten hoogste 5 m. en met een maximale oppervlakte van 100 m². d. Het maximale bebouwingsoppervlak aan gebouwen (met uitzondering van de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijbehorende bouwwerken) mag per bestemmingsvlak niet meer bedragen dan hierna aangegeven per op het genoemde adres gelegen bestemmingsvlak: Bergsebaan 35 (detailhandel in ruitersportartikelen/groothandel in agrarische 1.435 m2 producten/verkooppunt motorbrandstoffen Bergsebaan 37 (aannemingsbedrijf) 870 m2 Bergsebaan 43 (productiebedrijf in rubberen materialen) 654 m2 Boerenweg 2a (transportbedrijf/grondverzetbedrijf/groothandel in machines/voertuigen) 1.594 m2 Boterstraat ong (op- en overslag van oud ijzer) 80 m2 Gareelweg 26 agrarisch loonwerkbedrijf/transportbedrijf 5.700 m2 Herelsestraat 196 (houtbewerkingsbedrijf) 640 m2 Julianaweg 11 (dierenasiel/dierenpension) 1.156 m2 Julianaweg 12 (dierenasiel/dierenpension) 535 m2 Julianaweg 15 houtbewerkingsbedrijf 4.115 m2 Moerstraatseweg (groothandel en verwerking agrarische producten 13.500 m2 14a Plantagebaan 58 (aannemingsbedrijf) 1.885 m2 Plantagebaan 80 (opslag) 1.055 m2 Plantagebaan 227 (groothandel in

bouwmaterialen/aannemingsbedrijf) 4.500 m2 Plantagecentum 11 (houtbewerkingsbedrijf) 400 m2 Kruislandseweg 22 reparatiebedrijf voor landbouwmachines/werktuigen. 4.850 m2 Biezenstraat 27 Agrarisch technisch hulpbedrijf 2.150 m2

Kruislandseweg 22 reparatiebedrijf voor landbouwmachines/werktuigen 4.850 m2

93

1. voor zover de gebouwen niet in de perceelsgrens worden gebouwd, dient de afstand tot de perceelsgrens ten minste 3.00 m. te bedragen. 2. De goot- en / of bouwhoogte van gebouwen mag ten hoogste bedragen: 1. goothoogte 6 m.; 2. bouwhoogte 10 m. 3. De afstand van gebouwen tot de as van de rijbaan dient ten minste 15 m. te bedragen. 4. De inhoud van een bouwwerk wordt gemeten vanaf bovenkant begane grondvloer. 9.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen: 1. erf afscheidingen gelegen tussen het bestemmingsvlak en de bestemming Verkeer 1.00 m.; 2. erfafscheiding anders dan onder 1: 2.00 m.; 3. andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde 5.00 m. 9.2.4 Parkeerplaatsen Voor wat betreft het parkeren gelden de parkeernormen zoals opgenomen in de Nota parkeernormen, zoals deze van kracht is op het moment dat een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend met dien verstande dat de parkeerplaatsen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd.

9.3 afwijken van de bouwregels 9.3.1 Perceelsgrens Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.2, onder d., voor het oprichten van gebouwen binnen 3 m van de perceelsgrens, mits daardoor de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden niet worden verminderd en mits daardoor de brandveiligheid van het gebouw en van de omgeving, waaronder mede wordt verstaan de toegankelijkheid van hulpdiensten, niet wordt aangetast. 9.3.2 Hoogte Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.3 voor het oprichten van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waarbij de maximale (bouw)hoogte niet meer mag bedragen dan 15 meter. 9.3.3 Vergroting bebouwde oppervlakte Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van de in 9.2.2 opgenomen maximale oppervlakte bedrijfsbebouwing van niet-agrarische bedrijven, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de in 9.2.2 opgenomen bebouwde oppervlakte mag met maximaal 15% worden vergroot; 1. de in 9.2.2 opgenomen bebouwde oppervlakte mag -eenmalig- met maximaal 25% worden vergroot indien sprake is van een agrarisch technisch hulpbedrijf of een agrarisch verwant bedrijf; 2. de belangen van de omliggende (niet) agrarische bedrijven en andere functies worden niet onevenredig aangetast; 3.

er vindt geen toename van de milieubelasting plaats; 4. er vindt geen opslag buiten de gebouwen plaats; 5. De ontwikkelingen dienen te passen in de gewenste ontwikkelingsrichting van het gebied en dienen bij te dragen aan het versterken van de omgevingskwaliteit. Een landschappelijke inpassing maakt deel uit van het wijzigingsplan. De landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door middel van de aanduiding "specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing. Er dient bovendien te worden voldaan aan de vastgestelde Notitie kwaliteitsverbetering van het landschap voor de regio West Brabant, die als bijlage behorende bij de regels is opgenomen; 6. Vestiging van mestbewerking en agrarisch-technische/agrarisch verwante functies is uitgesloten; 7. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; 8. het woon- en leefklimaat mogen niet onevenredig worden aangetast.

94

9.3.4 Afstand bebouwing tot as rijbaan Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.2.2 voor het oprichten van bebouwing op minder dan 15 meter uit de as van de rijbaan, mits sprake blijft van voldoende verkeersveiligheid. 9.4 specifieke gebruiksregels 9.4.1 Bedrijven Het is niet toegestaan de gronden te gebruiken: a. voor bedrijven als bedoeld in onderdeel D van Bijlage I, behorende bij het Besluit omgevingsrecht; b. voor bedrijven en inrichtingen genoemd in het Besluit Externe Veiligheid inrichtingen (27 mei 2004, Staatsblad 2004, 250); c. voor AMVB-inrichtingen waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet op Milieubeheer afstanden gelden met het oog op externe veiligheid. 9.4.2 Opslag Het is niet toegestaan de onbebouwde gronden te gebruiken voor de opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4.00 m. 9.4.3 Smart- en growshops, groothandel in smart- en growproducten en belwinkels Het is niet toegestaan de gronden en opstallen te gebruiken als smart- en/of growshop en/of groothandel in smart- en growproducten en/of belwinkel. 9.4.4 Bijbehorende bouwwerken als zelfstandige woning en afhankelijke woonruimte Het is niet toegestaan de bijbehorende bouwwerken bij bedrijfswoningen te gebruiken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte, tenzij het mantelzorg betreft.

9.4.5 Bijzondere woonvorm Het is niet toegestaan om gebouwen en andere bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor bijzondere woonvormen. 9.4.6 Detailhandel en kantoren Het is niet toegestaan de gronden en opstallen te gebruiken als detailhandel en zelfstandige kantoren, met uitzondering van detailhandel als opgenomen in de staat van bedrijfsinrichtingen dan wel detailhandel in ondergeschikte zin in ter plaatse vervaardigde of geproduceerde goederen en met uitzondering van bedrijven met een aparte aangegeven aanduiding.

9.5 afwijken van de gebruiksregels 9.5.1 Omzetting bedrijvigheid binnen milieucategorie 1 en 2 Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in 9.1 teneinde andersoortige bedrijvigheid dan ter plaatse aangeduid op de kaart en opgenomen in de Staat van bedrijvigheid, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: a. de nieuwe bedrijfsactiviteit dient te passen binnen de in de bijlage van deze regels opgenomen staat van bedrijfsactiviteiten categorie 1 en 2; b. indien de bedrijfsactiviteit niet voorkomt in de staat van inrichtingen of indien voor de betreffende bedrijfsactiviteit een hogere milieucategorie is aangegeven, kan de bedrijfsactiviteit uitsluitend worden toegestaan, indien de aard en uitstraling van de gewenste bedrijfsactiviteit overeenkomt met de bedrijven die als categorie 1 en 2 zijn opgenomen in de staat van bedrijfsactiviteiten; c. er mag geen opslag buiten de gebouwen plaatsvinden; d. de verkeersaantrekkende werking dient te zijn afgestemd op de feitelijke ontsluitingssituatie; e. een tweede bedrijfswoning, voor zover niet reeds aanwezig, is niet toegestaan; f. de ontheffing mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; g. detailhandel is niet toegestaan behoudens voor zover dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte gebruik; h.

er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing;

95

i. uit een over te leggen onderzoek dient te blijken dat de bodem geschikt is voor de nieuwe functie; j. de omgevingsvergunning is niet van toepassing op bestaande agrarische verwante bedrijven en agrarische technische hulpbedrijven; k. aangetoond wordt dat er sprake is van een activiteit die past binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied; l. voorafgaand aan de besluitvorming vindt een omgevingsdialoog plaats. 9.6 wijzigingsbevoegdheid 9.6.1 Wonen - 2 Burgemeester en wethouders zijn bevoegd deze bestemming te wijzigen in de bestemming 'Wonen 2', indien de bedrijfsactiviteiten ter plaatse zijn beëindigd, met inachtneming van de volgende voorwaarden: a. wijziging vindt gelijktijdig plaats met wijziging van de overige gronden naar de bestemming Agrarisch, Agrarisch met waarden - 1 of Agrarisch met waarden - 2 waarbij deze worden bestemd overeenkomstig de aangrenzende bestemmingen; b. het bedrijf ter plaatse dient te zijn beëindigd; c. de oppervlakte bijbehorende bouwwerken bij de woning dient door sloop van overtollige bebouwing teruggebracht te worden tot 100 m2, waarbij cultuurhistorisch waardevolle bebouwing gehandhaafd dient te blijven; d. in afwijking van het bepaalde onder c.

mag, ter stimulering van sloop van overtollige bebouwing, bij sloop van voormalige bedrijfsbebouwing de oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken tot een maximum van 200 m2 (inclusief te handhaven cultuurhistorisch waardevolle bebouwing) worden vergroot, met dien verstande dat per 100 m2 vergroting van de toegestane oppervlakte bijbehorende bouwwerken telkens minimaal 400 m2 legaal opgerichte bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt; e. er mag, ter stimulering van sloop van overtollige bebouwing, bij sloop van voormalige bedrijfsbebouwing de bestaande inhoud van de woning worden vergroot tot maximaal 850 m3, met dien verstande dat per 50 m3 vergroting van de woning telkens minimaal 400 m2 legaal opgerichte bedrijfsbebouwing dient te worden gesloopt. f. de wijziging mag niet leiden tot extra belemmeringen voor de bedrijfsontwikkelingen van de omliggende agrarische bedrijven; g. er dient sprake te zijn van een zorgvuldige landschappelijke inpassing. De landschappelijke inpassing dient in het wijzigingsplan te worden vastgelegd door middel van de aanduiding "specifieke vorm van groen - landschappelijke inpassing. Er dient bovendien te worden voldaan aan de meest actuele vastgestelde Notitie kwaliteitsverbetering van het landschap voor de regio West Brabant; h. de regels van Wonen - 2 worden van overeenkomstige toepassing verklaard; i.

er is een zorgvuldige dialoog gevoerd gericht op het betrekken van belangen van omwonenden bij de planontwikkeling; 9.6.2 Belangenprocedure bij specifieke wijzigingsbevoegdheid Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, zoals deze onderdeel uitmaakt van dit plan, dienen de procedureregels zoals opgenomen in artikel 36 in acht te worden genomen.

ARTIKEL 10 Bedrijventerrein - 2 10.1 bestemmingsomschrijving De voor ''Bedrijventerrein - 2'' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. bedrijven voor zover deze voorkomen in categorie 3.1 en 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. in afwijking van lid a. van deze bestemmingsomschrijving is ter plaatse van het perceel Bergsebaan 67 een bedrijf vallend onder categorie 4.1 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten toegestaan; c. ter plaatse van de aanduiding ''bedrijfswoning'' tevens een bedrijfswoning; d. bijbehorende voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van algemeen nut zoals verkeer-, groen-, water-, nuts- en daarmee vergelijkbare voorzieningen, waaronder voeten fietspaden, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, straatmeubilair, abri''s,

96

transformatorhuisjes, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, bergbezinkbassins en retentievoorzieningen; met dien verstande dat: 1. per bedrijfsvestiging het kantoorvloeroppervlak niet meer dan 25% van het totale bedrijfsvloeroppervlak mag bedragen. 10.2 bouwregels 10.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: 1. gebouwen; 2. bedrijfswoningen; 3. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 10.2.2 Gebouwen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn uitsluitend ter plaatse van het als zodanig aangegeven bestemmingsvlak toegestaan; b. de oppervlakte van bouwpercelen dient minimaal 1000 m2 en mogen maximaal 5000 m2 groot te zijn. Deze maximale maat is niet van toepassing op het perceel Bergsebaan 67; c. het minimale oppervlak aan gebouwen en overkappingen mag niet minder bedragen 40% en het maximale oppervlak aan gebouwen en overkappingen mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 75%, tenzij anders is aangegeven; d. de onderlinge afstand van niet-aaneengebouwde gebouwen op hetzelfde bouwperceel dient ten minste 1.00 m te bedragen; e. onverminderd het onder a. bepaalde, dient de afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterliggende perceelsgrenzen ten minste 3 m te bedragen; f.

de hoogte van gebouwen moet ten minste 3 m en mag ten hoogste 12 m bedragen, met uitzondering van nutsvoorzieningen waarvan de bouwhoogte maximaal 3 m mag bedragen; 10.2.3 Bedrijfswoningen Voor bestaande bedrijfswoningen gelden de volgende regels: a. bedrijfswoningen zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduiding ''bedrijfswoning''; b. ter plaatse van de aanduiding ''bedrijfswoning'' is slechts 1 bedrijfswoning toegestaan; c. de inhoud van een bedrijfswoning mag maximaal 750 m3 bedragen; d. de afstand tot de zijdelingse en achterliggende perceelsgrenzen dient ten minste 3 m te bedragen; e. de goot- en/of bouwhoogte van een niet-inpandige bedrijfswoning mag ten hoogste bedragen: 1. goothoogte 6 m; 2. bouwhoogte 10 m. f. per bedrijfswoning mogen bijgebouwen worden opgericht met een goothoogte van maximaal 3 m en een bouwhoogte van maximaal 5 en met een maximale oppervlakte van 80 m2; g. de inhoud van een bouwwerk wordt gemeten vanaf bovenkant begane grondvloer. 10.2.4 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen: 1. erfafscheidingen 3 m; 2. (reclame)masten en verlichtingsarmaturen 15 m; 3. bliksemafleiders 15 m.

10.2.5 Parkeernormen Voor zover het parkeren gelden de parkeernormen zoals deze zijn opgenomen in de Nota parkeernormen, zoals deze van kracht zijn op het moment dat een aanvraag om een

97

omgevingsvergunning wordt ingediend, met dien verstande dat de parkeerplaatsen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd; 10.3 afwijken van de bouwregels 10.3.1 Omvang, hoogte en positionering hoofdgebouwen Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde: a. in 10.2.2 onder e ten behoeve van de bouw van bedrijfsgebouwen tot op 1 m. van de zijdelingse of achterliggende perceelsgrenzen; b. in 10.2.2 onder f voor de oprichting van bedrijfsgebouwen met een hoogte van 16 m; c. ontheffing als bedoeld in a. en b. wordt uitsluitend verleend onder de voorwaarden dat: 1. de afwijking noodzakelijk is uit een oogpunt van doelmatige bedrijfsvoering en een efficiënt gebruik van het bouwperceel of de bouwpercelen; 2. de functionele en ruimtelijke structuur niet onevenredig worden aangetast; 3. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken niet onevenredig worden aangetast; de verkeersveiligheid, brandveiligheid c.q. brand- en rampenbestrijdings-mogelijkheden zijn gewaarborgd; 4. op het bouwperceel parkeer-, laad- en losruimte van voldoende omvang aanwezig is c.q. zijn. 10.3.2 Belangenprocedure bij specifieke ontheffingsregels Bij toepassing van een ontheffingsbevoegdheid, zoals deze onderdeel uitmaakt van dit plan, dienen de procedureregels zoals opgenomen in artikel 32 in acht te worden genomen.

10.4 specifieke gebruiksregels 10.4.1 Bedrijven Het is niet toegestaan de gronden te gebruiken: 1. voor bedrijven als bedoeld in artikel 2.4 van het Inrichtingen- en Vergunningenbesluit milieubeheer (Stb. 1993, 50); 2. voor bedrijven en inrichtingen genoemd in het Besluit Externe Veiligheid inrichtingen (27 mei 2004, Staatsblad 2004, 250); 3. voor AMVB-inrichtingen waarvoor krachtens artikel 8.40 van de Wet op Milieubeheer afstanden gelden met het oog op externe veiligheid. 10.4.2 Opslag Het is niet toegestaan de onbebouwde gronden te gebruiken voor de opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 8.00 m. 10.4.3 Smart- en growshops, groothandel in smart- en growproducten en belwinkels Het is niet toegestaan de gronden en opstallen te gebruiken als smart- en/of growshop en/of groothandel in smart- en growproducten en/of belwinkel. 10.4.4 Aan-huis-gebonden-beroep en kleinschalige beroeps- en bedrijfsactiviteiten Het is niet toegestaan om gebouwen en andere bouwwerken te gebruiken voor aan-huis-gebondenberoep en kleinschalige beroeps- en bedrijfsmatige activiteiten. 10.4.5 Bedrijfswoning Het is niet toegestaan op de gronden die niet zijn aangeduid als ''bedrijfswoning'' een bedrijfswoning te realiseren.

10.4.6 Bijgebouwen als zelfstandige woning en afhankelijke woonruimte Het is niet toegestaan de (vrijstaande) bijgebouwen bij bedrijfswoningen te gebruiken als zelfstandige woning en als afhankelijke woonruimte. 10.4.7 Bijzondere woonvorm Het is niet toegestaan om gebouwen en andere bouwwerken te gebruiken of te laten gebruiken voor bijzondere woonvormen. 10.4.8 Detailhandel en kantoren Het is niet toegestaan de gronden en opstallen te gebruiken als detailhandel en zelfstandige kantoren, met uitzondering van detailhandel in ondergeschikte zin in ter plaatse vervaardigde of geproduceerde goederen en met uitzondering van bedrijven met een aparte aangegeven aanduiding. 10.5 afwijken van de gebruiksregels

98

10.5.1 Ontheffingsbevoegdheden Staat van Bedrijfsactiviteiten Burgemeester en wethouders zijn bevoegd ontheffing te verlenen van het bepaalde in: a. 10.1 teneinde bedrijven toe te laten die voorkomen in categorie 1 en 2 of in een categorie hoger dan genoemd in 10.1, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm alsmede getoetst aan de aangegeven maatgevende milieuaspecten) geacht kan worden te behoren tot de toelaatbare categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; b. 10.1 teneinde bedrijven toe te laten die niet in de Staat van Bedrijfsactiviteiten zijn genoemd, voor zover het betrokken bedrijf naar aard en invloed op de omgeving (gelet op de specifieke werkwijze of bijzondere verschijningsvorm) geacht kan worden te behoren tot de algemeen toelaatbare categorie van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; met dien verstande dat: 1. geluidshinderlijke inrichtingen niet zijn toegestaan. 10.5.2 Mantelzorg Burgemeester en wethouders zijn bevoegd voor wat betreft de woonfunctie (bedrijfswoning) ontheffing te verlenen van het bepaalde in 12.4.6 voor het gebruik van een bijgebouw als afhankelijke woonruimte, mits: a. een dergelijke bewoning noodzakelijk is vanuit een oogpunt van mantelzorg; b.

de afhankelijk woonruimte binnen de vigerende regeling inzake bijgebouwen wordt ingepast met een maximale oppervlakte van 80 m2; c. er geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan de ingevolge de bestemming gegeven gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; een en ander met dien verstande dat burgemeester en wethouders de ontheffing intrekken, indien de bij het verlenen van de ontheffing bestaande noodzaak vanuit een oogpunt van mantelzorg niet meer aanwezig is. 10.5.3 Belangenprocedure bij specifieke ontheffingsregels Bij toepassing van een ontheffingsbevoegdheid, zoals deze onderdeel uitmaakt van dit plan, dienen de procedureregels zoals opgenomen in artikel 34 in acht te worden genomen. 10.6 wijzigingsbevoegdheid 10.6.1 Bedrijfswoningen Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een bestaande bedrijfswoning aangeduid als ''bedrijfswoning'' te schrappen, met inachtneming van de volgende regel: er dient sprake te zijn van beëindiging van de woonfunctie gedurende een jaar. 10.6.2 Belangenprocedure bij specifieke wijzigingsbevoegdheid Bij toepassing van een wijzigingsbevoegdheid, zoals deze onderdeel uitmaakt van dit plan, dienen de procedureregels zoals opgenomen in artikel 36 in acht te worden genomen.

ARTIKEL 11 Bedrijventerrein - 6 11.1 bestemmingsomschrijving De voor "Bedrijventerrein - 6" aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. voor industriële en ambachtelijke bedrijven voor zover deze voorkomen in de categorieën 3.1, 3.2. 4.1, 4.2, 5.1 en 5.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten met dien verstande dat: 1. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein afvalverwerkingsbedrijf' uitsluitend afvalverwerkingsbedrijven (waaronder mede wordt begrepen op- en overslag, bewerking/verwerking van grond- en afvalstoffen/materialen alsmede aan de functie gerelateerde transportbewegingen) zijn toegestaan; 2. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein reststoffenverwerkingsbedrijf' uitsluitend een reststoffenverwerkingsbedrijf is toegestaan; 3. ter plaatse van de aanduiding 'gemaal' uitsluitend een rioolgemaal is toegestaan;

99

1. bijbehorende voorzieningen en voorzieningen ten behoeve van algemeen nut zoals verkeers-, groen-, water-, nuts- en daarmee vergelijkbare voorzieningen, waaronder voet- en fietspaden, ontsluitingswegen, parkeervoorzieningen, straatmeubilair, abri's, kunstobjecten, transformatorhuisjes, voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling, bergbezinkbassins en retentievoorzieningen, alsmede een stamlijn ten behoeve van de spoorwegontsluiting van de bedrijven; met dien verstande dat: 1. transport/vervoer van gevaarlijke stoffen over de stamlijn niet is toegestaan; 2. per bedrijfsvestiging het kantoorvloeroppervlak niet meer dan 50% van het totale perceelsoppervlak mag bedragen tot een maximum van 1.500 m²; 11.2 bouwregels 11.2.1 Algemeen Op deze gronden mogen uitsluitend worden gebouwd c.q. gerealiseerd: a. gebouwen; b. bouwwerken, geen gebouwen zijnde; c. parkeerplaatsen. 11.2.2 Gebouwen Voor het bouwen gelden de volgende regels: a. gebouwen zijn uitsluitend ter plaatse van het als zodanig aangegeven bouwvlak toegestaan; b. ter plaatse van de gronden met de aanduiding 'specifieke bouwaanduiding gebouwen uitgesloten' zijn geen gebouwen toegestaan; c. de oppervlakte van bouwpercelen dient minimaal 1.000 m² groot te zijn. d.

het maximale oppervlak aan gebouwen mag per bouwperceel niet meer bedragen dan 75%, tenzij anders is aangegeven; voor de beide bestemmingsvlakken met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - reststoffenverwerkingsbedrijf' geldt een gezamenlijk bebouwingsmaximum van 7.500 m²; e. De onderlinge afstand van niet-aaneengebouwde gebouwen op hetzelfde bouwperceel dient ten minste 1 m. te bedragen. f. De afstand van gebouwen tot de zijdelingse en achterliggende perceelsgrenzen dient ten minste 3 m. te bedragen. g. Onverminderd het onder a. bepaalde, dient de afstand van de gevel(s) van gebouwen ten opzichte van de openbare weg 10 m. te bedragen. h. De toegestane hoogte van gebouwen bedraagt voor het bestemmingsvlak met de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijventerrein - afvalverwerkingsbedrijf' voor ten hoogste 1000 m2 maximaal 35 m. en voor ten hoogste 1500 m2 maximaal 30 m.; voor het overige mag de hoogte van gebouwen maximaal 25 m. bedragen, tenzij anders is aangegeven en met uitzondering van nutsvoorzieningen waarvan de bouwhoogte maximaal 3 m. mag bedragen. 11.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag ten hoogste bedragen: 1. erfafscheidingen 3 m.; 2. (reclame)masten en verlichtingsarmaturen 25 m.; 3. bliksemafleiders 15 m.

11.2.4 Parkeerplaatsen Voor wat betreft het parkeren gelden de parkeernormen zoals opgenomen in de Nota parkeernormen, zoals deze van kracht is op het moment dat een aanvraag om een omgevingsvergunning wordt ingediend met dien verstande dat de parkeerplaatsen op eigen terrein dienen te worden gerealiseerd. 11.3 afwijken van de bouwregels 11.3.1 Omvang, hoogte en positionering hoofdgebouwen Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde:

100

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1301/documents/34717