CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Motivering bij wijzigingsbesluit (Geanonimiseerd)

Commissie 17 september 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 5: Raadsvoorstel Omgevingsplanwijziging Bredaseweg 88 Roosendaal21.795 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Wijziging Omgevingsplan Bredaseweg 88 Roosendaal Gemeente Roosendaal datum 1 april 2026 projectnummer 241070

project projectnummer projectleider versie fase auteur gecontroleerd Wijziging Omgevingsplan Gemeente Roosendaal Motivering Aveco de Bondt BV Holten - Amstelveen - Breda - Eindhoven - Nieuwegein Postbus 64, 7450 AB Holten T +31 88 004 82 12 info@avecodebondt.nl www.avecodebondt.nl Bredaseweg 88 Roosendaal 241070 4.0 Vastgesteld datum 1 april 2026 referentie 241070 AdB_RAP_0001 v4.0 (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 Inhoudsopgave 1 | Inleiding | 7 1. 1 | Aanleiding | en doel | 7 1. 2 | Ligging | en | begrenzing | plangebied | 8 1. 3 | Leeswijzer | 8 2 | Planbeschrijving | 9 2. 1 | Beschrijving | huidige | situatie | 9 2. 2 | Beschrijving | ontwikkeling | 10 2. 3 | Geldende | planologische | regels | en | de afwijking | 13 3 | Beleid | en | introductie | instructieregels | 15 3. 1 | Inleiding | 15 3. 2 | Rijksbeleid | 15 3. 2. 1 | Nationale | Omgevingsvisie | 15 3. 2. 2 | Instructieregels | Rijk | 16 3. 3 | Provinciaal | beleid | 17 3. 3. 1 | Provinciale | omgevingsvisie | ‘De | kwaliteit | van | Brabant’ | 17 3. 3. 2 | Omgevingsverordening | Noord-Brabant | 18 3. 4 | Gemeentelijk | beleid | 23 3. 4. 1 | Omgevingsplan | gemeente | Roosendaal | 23 3. 4. 2 | Omgevingsvisie | Roosendaal | 23 3. 4. 3 | Woonagenda | Roosendaal | 2021-2025 | 25 3. 4.

4 | Woningbouwprogrammering | 2024 | 26 3. 4. 5 | Woonzorgvisie | 26 3. 4. 6 | Welstandsnota | Roosendaal | 2013 | 27 4 | Gevolgen | voor | de | fysieke | leefomgeving | en | toetsing | instructieregels | 29 4. 1 | Inleiding | 29 4. 2 | M. e. r. ‐beoordeling | 29 4. 3 | Ladder | duurzame | verstedelijking | 30 4. 4 | Water(toets) | en | klimaatadaptatie | 31 4. 5 | Groen | en | klimaatadaptatie | 34 4. 6 | Bodem | 36 4. 7 | Erfgoed | 37 4. 8 | Verkeer | en parkeren | 39 4. 9 | Ecologie/Flora | en | Fauna/natuur | 41 4. 10 | Luchtkwaliteit | 43 4. 11 | Geur: | agrarisch | en | milieubelastende | activiteiten | 45 4. 12 | Geluid | 45 4. 13 | Activiteiten | en | milieuzonering | 47 4. 14 | Omgevingsveiligheid | 48 4. 15 | Trillingen | 50 4. 16 | Windhinder | en | bezonning | 51 4. 17 | Kabels | en | leidingen | 51 4. 18 | Overige | aandachts- | en | beperkingsgebieden | 52 4. 19 | Gezondheid | 52 datum | 1 april 2026 referentie | 241070_AdB_RAP_0001_v4. | 0 4. 20 4. 21 Duurzaamheid Kostenverhaal 53 54 5 Evenwichtige toedeling van functies aan locaties 55 6 6. 1 6.

2 Uitwerking in het omgevingsplan Inleiding Opbouw van de regels 56 56 56 7 Participatie 57 Bijlagen Bijlage 1 Bijlage 2 Bijlage 3 Bijlage 4 Bijlage 5 Bijlage 6 Bijlage 7 Bijlage 8 Project-mer-beoordeling Weging van het waterbelang Verkennend bodemonderzoek Quickscan fysieke leefomgeving – natuur Stikstofdepositieonderzoek Akoestisch onderzoek Verslag omgevingsdialoog Verdiepend onderzoek gierzwaluw en vleermuizen datum referentie 1 april 2026 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 1 Inleiding 1. 1 Aanleiding en doel Aanleiding Initiatiefnemer is voornemens op de percelen gelegen aan de Bredaseweg 88 te Roosendaal 9 grondgebonden woningen te realiseren. Binnen het plangebied zijn momenteel bedrijfsruimten (loodsen) van de bestaande woning gevestigd , evenals een grote rozentuin met hoge bomen. De beoogde ontwikkeling is , gelet op het ontbreken van bouwvlakken voor de woningen , strijdig met het geldende (tijdelijke) omgevingsplan van de gemeente Roosendaal. Ten behoeve van het initiatief is in november 2023 een conceptaanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het oprichten van nieuwe woningen. Uit deze aanvraag is een positieve grondhouding gebleken van de gemeente Roosendaal ten aanzien van de ontwikkeling , evenals een positief welstandsadvies. Aanzicht plangebied vanuit noordelijke richting. Bron: Cyclomedia Technology , 2024.

Doel Gelet op de strijdigheid van de voorgenomen ontwikkeling met het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Roosendaal voor gebruik en bouwen , dient het vigerende ruimtelijke regime te worden herzien. Door middel van onderhavige wijziging van het omgevingsplan wordt voorzien in een nieuwe juridisch-planologische regeling om de beoogde woningbouwontwikkeling mogelijk te maken en worden de op deze locatie ongewenste bedrijfsmogelijkheden (functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’) wegbestemd. Om ruimtelijke ontwikkelingen te kunnen faciliteren wordt bij omgevingsplanwijzigingen binnen de gemeente Roosendaal gebruik gemaakt van een Wijziging Omgevingsplan conform STOP-TPOD. P 7/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 1. 2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied is gelegen aan de Bredaseweg in de wijk Kalsdonk in Roosendaal. De gronden hebben een 2 oppervlakte van circa 2. 100 m en staan kadastraal bekend als de gemeente Roosendaal en Nispen , sectie C , perceelnummers 4798 en 9384. Het gebied wordt aan de noordzijde begrensd door de Bredaseweg en de overige zijden door bestaande woonpercelen. Aan de zuidwestzijde sluit het plangebied aan op een doodlopende zijstraat van de Doctor Mollerlaan. Op onderstaande afbeelding is de situering van het plangebied binnen de directe omgeving weergegeven.

Uitsnede bestemmingsplan “Kalsdonk” met het plangebied rood omkaderd aangeduid. Bron: Regels op de kaart , 2024. 1. 3 Leeswijzer In het volgende hoofdstuk wordt een beschrijving gegeven van de huidige en de nieuwe situatie. In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan de vigerende ruimtelijke beleidskaders. Hoofdstuk 4 bevat een verantwoording over de wijze waarop rekening is gehouden met de gevolgen voor de fysieke leefomgeving en toetsing aan de relevante instructieregels. In hoofdstuk 5 een algehele conclusie getrokken , waarbij gemotiveerd wordt of er sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In hoofdstuk 6 wordt de juridische vormgeving van het plan toegelicht en tot slot worden in het laatste hoofdstuk de resultaten van de participatie en planologische procedure weergegeven. P 8/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 2 Planbeschrijving 2. 1 Beschrijving huidige situatie In deze paragraaf wordt de huidige situatie met betrekking tot de ruimtelijke en functionele structuur van het plangebied beschreven. Het plangebied is gelegen aan de Bredaseweg in de wijk Kalsdonk , ten noordoosten van het centrum van Roosendaal. Aan de zuidzijde sluit het plangebied aan op een doodlopende zijstraat van de Doctor Mollerlaan.

In de huidige situatie bestaat het plangebied uit de bestaande woning aan de Bredaseweg 88 met de daarachter gelegen bedrijfsruimten en een grote zijtuin met opgaande begroeiing langs de Bredaseweg. De locatie heeft een totale oppervlakte van circa 2. 100 m. 2 In de directe omgeving van het plangebied bevinden zich hoofdzakelijk woningen met daarnaast enkele incidentele niet-woonfuncties , waaronder horecagelegenheden , winkels en bedrijfsbestemmingen. Huidig aanzicht plangebied vanaf de Bredaseweg. Bron: Cyclomedia Technology , 2024. Op basis van het vigerende bestemmingsplan ‘Kalsdonk’ , als onderdeel van het tijdelijke omgevingsplan van de gemeente Roosendaal , kent het plangebied een woonbestemming met op het terrein achter de bestaande woning deels een specifieke functieaanduiding ten behoeve van bedrijvigheid voor zover deze voorkomt in de categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Huidig aanzicht plangebied vanaf de doodlopende Doctor Mollerlaan. Bron: Cyclomedia Technology , 2024. P 9/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 Kalsdonk is de naam van de wijk en het voormalige buurtschap. Dit buurtschap is langzamerhand opgenomen in de stedelijke uitbreidingen van Roosendaal.

De ruimtelijk-functionele structuur is te onderscheiden in gebieden die worden gekenmerkt door een grote diversiteit in functies en bebouwingstypologie (heterogene gebieden) en gebieden met een grote mate van functionele en stedenbouwkundige samenhang en overeenkomsten (homogene gebieden). Onderhavig plangebied is gelegen in een gebied dat gekenmerkt kan worden als overwegend woongebied met incidentele niet-woonfuncties. Hert is gelegen tussen de Bredaseweg en de Van Beethovenlaan in een van de zogenaamde verbindingsgebieden. De verbindingsgebieden betreffen delen van het plangebied die routes naar bijvoorbeeld het centrum van Roosendaal vormen of een belangrijk verbinding vormen tussen twee woongebieden. In ieder geval wordt de structuur van deze gebieden bepaald door de (centrale) ligging tussen andere gebieden. De Bredaseweg is in het verleden altijd een belangrijke invalsweg geweest en hieraan is geleidelijk een bebouwingspatroon gegroeid. Op dit moment heeft de Van Beethovenlaan een belangrijkere rol in de ontsluiting van Roosendaal. De bebouwingsontwikkeling heeft zich hier langzamerhand op gericht. De omgeving van het plangebied is nu duidelijk een overgangszone met verschillende functies en diverse schalen in bebouwing en ontwikkelt zich steeds verder als woongebied gezien de diverse recente herontwikkelingen langs de Bredaseweg.

Uitsnede satellietfoto Kalsdonk met locatie plangebied globaal aangeduid met gele ster. Bron: Cyclomedia Technology , 2024. 2. 2 Beschrijving ontwikkeling Het planvoornemen betreft het realiseren van 9 grondgebonden woningen , waarvan 5 eengezinswoningen aan de Bredaseweg en 4 eengezinswoningen aan de Dr. Mollerlaan. Onderstaand ontwerp vormt het uitgangspunt voor de juridisch-planologische regeling. De bestaande functieaanduiding ten behoeve van bedrijvigheid tot en met categorie 2 komt hierbij in de nieuwe situatie te vervallen. De bestaande woning aan de Bredaseweg 88 , inclusief een gedeelte van de bijbehorende zijtuin en een deel van de uitbouw aan de achterzijde , zal behouden blijven. P 10/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 Ontwerp woningbouwplan Bredaseweg 88 Roosendaal. Bron: Algra & Marechal Architecten , 2024. P 11/59 datum referentie 1 april 2026 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 Impressie vogelvlucht. Bron: Algra & Marechal Architecten , 2024. Als uitgangspunt voor onderhavige ontwikkeling is gekozen om de bestaande structuur langs de Bredaseweg met individuele vaak smalle woningen met de voorgevel op de rooilijn te versterken. De percelen van de Bredaseweg 88 zijn in de huidige situatie zeer ongewoon binnen het straatbeeld in relatie tot de bestaande structuur.

Het ontwerp van de 5 woningen sluit aan bij het straatbeeld van de Bredaseweg: grondgebonden metselwerkwoningen met kap waarvan de voorgevel gevarieerd en geparceleerd is vormgegeven. Het plangebied sluit aan de zuidzijde aan op een doodlopende zijstraat van de Dr. Mollerlaan. Vanuit de Dr. Mollerlaan zijn momenteel de gemetselde achtergevels van de op het terrein aanwezige loodsen zichtbaar en vormen de kop van deze straat. De inzet is om deze straat een kwalitatieve kop te geven zodat de structuur van een hof wordt afgemaakt/gerealiseerd. De 4 eengezinswoningen aan de Dr. Mollerlaan zullen qua bouwmassa en verschijningsvorm aansluiten op de architectuur van de huidige woningen in deze straat. De doodlopende straat wordt hiermee op een passende wijze beëindigd. Impressie aanzichten Bredaseweg (links) en Dr. Mollerlaan (rechts). Bron: Algra & Marechal Architecten , 2024. P 12/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 De nieuwe eengezinswoningen zijn bestemd voor de verkoop aan particuliere woningzoekenden en zullen naar verwachting vallen binnen het middeldure koopsegment. De beoogde bewonersdoelgroep bestaat uit een mix van starters , jonge gezinnen , en senioren. De huidige op het perceel aanwezige bedrijfsruimten/loodsen worden in de toekomstige situatie gesloopt. In het plan is veel ruimte voor zowel publiek als particulier groen.

Tussen- om en op de beoogde parkeerplaatsen is groen voorzien , bestaande uit gras , bomen en hagen. In de tuinen van de woningen zijn bergingen voorzien. Het parkeren geschied volledig op eigen terrein. Het parkeren is in het ontwerp op het achterterrein gepositioneerd om het straatbeeld vrij van auto's te houden. De parkeerplaatsen zijn toegankelijk door middel van een ontsluiting op de Bredaseweg en zijn hierdoor grotendeels aan het zicht zijn onttrokken. Het aantal parkeerplaatsen is volgens de normering (vrije sector , middensegment) opgelost. Op het aspect verkeer en parkeren wordt nader ingegaan in paragraaf 4. 8. Impressie parkeren op achterterrein. Bron: Algra & Marechal Architecten , 2024. Bij de bouw zal in beginsel veelvuldig gebruik worden gemaakt van duurzame en circulaire materialen. De woningen zullen energiezuinig zijn en gasloos worden gerealiseerd. Het parkeerterrein zal worden opgebouwd uit waterdoorlatende bestrating , waarbij de parkeervakken zijn voorzien van waterpasserende verharding , zoals bijv. grasbetontegels. Een nadere verantwoording van relevante thema’s , waaronder groen , klimaatadaptie , gezondheid en duurzaamheid en overige aspecten van de fysieke leefomgeving , is tot slot opgenomen in hoofdstuk 4. 2.

3 Geldende planologische regels en de afwijking In deze paragraaf wordt beschreven welke afwijkingen er zijn ten aanzien van de geldende planologische regels. Ter plaatse van het plangebied vigeert het van rechtswege verkregen “Omgevingsplan gemeente Roosendaal”. Het onderliggend ruimtelijk kader betreft de voormalige bestemmingsplannen “Kalsdonk” , zoals vastgesteld op 24 september 2014 , en het “Paraplubestemmingsplan Wonen”. Op basis van het bestemmingsplan “Kalsdonk” kent het plangebied de bestemming ‘Wonen-2’ met daarbij ten dele de functieaanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’. De voor ‘Wonen-2’ aangewezen gronden zijn hoofdzakelijk bestemd voor twee-aaneen gebouwde , geschakelde P 13/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 en vrijstaande grondgebonden woningen. Hoofdgebouwen zijn uitsluitend ter plaatse van het als zodanig aangegeven bouwvlak toegestaan. Ter plaatse van de aanduiding ‘bedrijf tot en met categorie 2’ is tevens een industrieel en ambachtelijk bedrijf toegestaan voor zover deze voorkomt in de categorie 1 en 2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Enkel ter plaatse van de bestaande woning aan de Bredaseweg 88 is een bouwvlak gesitueerd.

Het “Paraplubestemmingsplan Wonen” , vastgesteld op 4 april 2024 , bevat voor het hele gemeentelijke grondgebied als aanvulling op de regels van de vigerende bestemmingsplannen van de gemeente een aanvullende juridisch-planologische regeling ten aanzien van woningsplitsing , regulering kamerverhuur en een nieuwe begripsomschrijving van het begrip ‘woning en/of wooneenheid’. Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn deze bestemmingsplannen opgenomen in het tijdelijk deel van het “Omgevingsplan gemeente Roosendaal” totdat de gemeente een omgevingsplan heeft vastgesteld waarbij aan alle regels uit de Omgevingswet voor het vaststellen van een omgevingsplan wordt voldaan. Het vigerende planologisch kader staat de voorgenomen woningbouwontwikkeling , zoals nader toegelicht in voorgaande paragraaf , niet toe. Het initiatief is niet passend binnen de regels van het tijdelijk omgevingsplan (strijdig met het omgevingsplan voor gebruik en bouwen). Binnen de vigerende bestemming ‘Wonen-2’ mogen geen aaneengebouwde woningen gerealiseerd worden. Daarnaast ontbreken bouwvlakken met toereikende maatvoeringen. De beoogde ontwikkeling dient door middel van een wijziging van het omgevingsplan juridisch- planologisch mogelijk gemaakt te worden. In voorliggend omgevingsplan krijgen de gronden binnen het plangebied de functionele gebiedsaanwijzingen ‘Tuin’ , ‘Verkeer’ en ‘Wonen’.

In deze motivering wordt onderbouwd dat het planvoornemen passend is met het oog op een evenwichtige toedeling van functies (art 8.0a , tweede lid Bkl). In hoofdstuk 3 wordt getoetst aan de vigerende ruimtelijke beleidskaders. In hoofdstuk 4 wordt getoetst aan de verschillende aspecten van de fysieke leefomgeving en onderbouwd dat in de nieuwe situatie sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (artikel 4. 2 Ow). P 14/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 3 Beleid en introductie instructieregels 3. 1 Inleiding De beleidscontext voor het plangebied wordt gevormd door landelijke , provinciale en gemeentelijke beleidsrapportages. In dit hoofdstuk zijn de voor dit plan relevante visies en verordeningen per overheidslaag weergegeven en wordt getoetst of onderhavige ontwikkeling passend is binnen het geldende beleid. Aan relevant sectoraal beleid wordt getoetst in hoofdstuk 4 bij de aspecten van de fysieke leefomgeving. 3. 2 Rijksbeleid 3. 2. 1 Nationale Omgevingsvisie Toetsingskader De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee wordt ingespeeld op de grote uitdagingen in de komende jaren. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving.

Veranderende en groeiende steden , de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen , maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes want de ruimte , zowel boven- , als ondergronds , is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd , maar in goede samenwerking tussen overheden , bedrijven , kennisinstellingen , maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader , geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies , gemeenten en waterschappen ligt , kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Duurzaam economisch groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio’s Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied 1. 2. 3. 4. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot , dat belangen soms botsen.

Het streven is om combinaties te maken en win-win situaties te creëren , dit is echter niet altijd mogelijk. In die gevallen dienen belangen te worden afgewogen. Hiervoor gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies te vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies , gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling , tussen concurrentiekracht en leefbaarheid , verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze samenleving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van toekomstige generaties. 1. 2. 3. Beoordeling Het plangebied is niet gelegen binnen een regio waarvoor in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) een gebiedsgerichte aanpak is opgesteld. De NOVI laat zich daarnaast niet specifiek uit over lokale ontwikkelingen. Eén van de nationale belangen genoemd in de NOVI is zorgdragen voor een woningvoorraad die aansluit op de woonbehoeften. Provinciaal is dat vertaald in de Omgevingsvisie Noord-Brabant.

Het plangebied is niet gelegen in P 15/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 een gebied waarvoor van rijkswege een relevante ruimtereservering geldt. Wel moet de Ladder voor duurzame verstedelijking worden doorlopen. Hieraan wordt toepassing gegeven in paragraaf 4. 3. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de uitgangspunten van de Nationale Omgevingsvisie. 3. 2. 2 Instructieregels Rijk Toetsingskader In hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) zijn de instructieregels opgenomen die de gemeente bij het opstellen van het omgevingsplan in acht moeten nemen. Deze instructieregels kunnen worden opgevat als de minimale vereisten waaraan een omgevingsplan in het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties moeten voldoen. Deze instructieregels richten zich op de volgende thema’s: Paragraaf § 5. 1. 1 § 5. 1. 2 § 5. 1. 3 § 5. 1.

4 Inhoud Algemene bepalingen Waarborgen van de veiligheid Beschermen van de waterbelangen Beschermen van de gezondheid en van het milieu Beschermen van landschappelijke of stedenbouwkundige waarden en cultureel erfgoed Behoud van ruimte voor toekomstige functies Autowegen , buisleidingen Behoeden van de staat en werking van infrastructuur of voorzieningen voor nadelige gevolgen van activiteiten Bevorderen van de toegankelijkheid van de openbare buitenruimte voor personen Instructieregels over de uitoefening van taken Voorkomen belemmeringen gebruik en beheer voor de fysieke leefomgeving Onderwerp Dienstenrichtlijn (Externe) veiligheid Waterkwaliteit en veiligheid Lucht , geluid , trillingen , windturbines , bodem , geur Ladder duurzame verstedelijking , cultureel erfgoed , werelderfgoed § 5. 1. 5 § 5. 1. 6 § 5. 1. 7 Landsverdediging en nationale veiligheid , radar , vliegroutes , elektriciteit , vaarwegen , woningbouwcategorieën Voor personen met een functiebeperking § 5. 1. 8 Afdeling 5. 2 hoofdspoorweginfrastructuur en rijkswegen Lozen industrieel afvalwater Bebouwingscontouren jacht en houtkap Afdeling 5. 3 Ontheffingsmogelijkheden instructieregels omgevingsplan Beoordeling In hoofdstuk 4 wordt nader ingegaan op de verschillende relevante aspecten van de fysieke leefomgeving.

Per thema wordt waar nodig ook aangetoond op welke wijze de ontwikkeling passend is binnen instructieregels zoals opgenomen in hoofdstuk 5 van het Bkl. Conclusie Het planvoornemen is passend binnen de instructieregels van het rijk. P 16/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 3. 3 Provinciaal beleid 3. 3. 1 Provinciale omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ Toetsingskader De Omgevingsvisie Noord-Brabant 'De Kwaliteit van Brabant , Visie op de Brabantse leefomgeving' , is vastgesteld door Provinciale Staten op 14 december 2018. Aan de hand van de Omgevingsvisie geven Provinciale Staten aan wat de belangrijkste ambities voor de fysieke leefomgeving voor de komende jaren zijn. De Omgevingsvisie geldt als opvolger van de strategische elementen van eerdere provinciale plannen , zoals de structuurvisie , het verkeers- en vervoersplan , het milieu- en waterplan en de natuurvisie. In de Omgevingswet staan de waarden veiligheid , gezondheid en duurzame omgevingskwaliteit centraal. De Brabantse Omgevingsvisie voegt daar ambities aan toe voor vier hoofdopgaven: de energietransitie , een klimaatproof Brabant , Brabant als slimme netwerkstad en een concurrerende , duurzame economie.

Voor elk van deze opgaven geeft de Omgevingsvisie aan wat de ambities op lange termijn zijn , te weten wat is er nodig om Brabant in 2050 een gezonde , veilige en prettige leefomgeving te laten zijn. Ook is een concreet tussendoel geformuleerd voor het jaar 2030 , om zo te kijken wat in dat jaar minimaal bereikt moet zijn om het lange termijndoel te kunnen halen. De Omgevingsvisie geeft ook aan op welke nieuwe manieren de provincie met betrokkenen wil samenwerken aan omgevingsvraagstukken en welke waarden daarbij centraal staan. Met de Omgevingsvisie Noord-Brabant kiest de provincie er voor om haar rol te veranderen. Waar zij eerst concreet richting en sturing gaf aan de hand van min of meer concrete regels en uitgangspunten , gaat het nu meer om het beoordelen van initiatieven in ruimer verband en gericht op het behalen van doelen voor de leefomgeving waarbij een belangrijke rol voor de gemeente is weggelegd. Volgens de methodiek van diep-rond-breed uit de Brabantse omgevingsvisie wordt gekeken naar de effecten van een ontwikkeling op omliggende waarden en functies en hoe de ontwikkeling kan bijdragen aan de ontwikkeling van omgevingskwaliteit. De intensiteit van ‘diep , rond en breed kijken’ verschilt per geval. Het is een hulpmiddel om aan de voorkant alle belangen te betrekken.

Bij toepassing van deze methode kan worden gesteld dat met onderhavige ontwikkeling sprake is van zorgvuldig ruimtegebruik binnen bestaand stedelijk gebied , waarbij bovendien de omgevingskwaliteit wordt bevorderd. Van significante effecten op het milieu is geen sprake. Dit blijkt ook uit de toetsing aan de relevante (milieu)aspecten van de fysieke leefomgeving in hoofdstuk 4. Uit de toetsing in navolgende paragraaf aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies blijkt dat invulling gegeven wordt aan een goede omgevingskwaliteit. De ontwikkeling is daarmee vanuit het diep kijken naar zichtbare effecten én minder zichtbare lagen passend binnen het provinciale beleid. Beoordeling Het voorliggend initiatief betreft een omgevingsplanwijziging om de realisatie van in totaal 9 grondgebonden woningen binnen bestaand stedelijk mogelijk te maken. Er is hierdoor sprake van een herstructureringslocatie binnen bestaand stedelijk gebied , waarmee wordt aangesloten bij het principe van duurzame verstedelijking. Hiermee wordt uitbreiding van Roosendaal voorkomen en draagt het plan op kwalitatieve wijze bij aan de woningbouwopgave. Wat betreft klimaatbestendigheid is in het stedenbouwkundig plan ruimte gereserveerd voor groen en waterdoorlatende verharding , waardoor hittestress en wateroverlast zoveel mogelijk worden tegengegaan.

De woningen worden bovendien volgens de laatste duurzaamheidsvereisten en gasloos gerealiseerd , waardoor de woningen ook een bijdrage leveren aan de energietransitie. Het initiatief is bovendien relatief kleinschalig van aard en heeft geen nadelige invloed op de kernwaarden die zijn opgenomen in de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant. De ontwikkeling is voorts wenselijk gelet op de toetsing aan het relevante gemeentelijk (woon)beleid zoals uiteengezet in paragraaf 3. 4 en de volkshuisvestelijke opgave om te voorzien in voldoende woningen. In de uitwerking wordt nader invulling gegeven aan de participatievereiste (hoofdstuk 7) om omwonenden en belanghebbenden bij de ontwikkeling te betrekken. De ontwikkeling wordt daarmee conform de methodiek van diep-rond-breed kijken als passend in haar omgeving beschouwd (zie ook paragraaf 3. 3. 2): P 17/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 • Diep (de gelaagdheid): kijk niet alleen naar zichtbare effecten , maar ook naar minder zichtbare lagen , zoals wat onder de grond zit en de wisselwerking tussen de lagen. Het is een samenhangend systeem waarin het maken van slimme combinaties de oplossing biedt. De sociale en technologische innovaties gaan zo snel dat de tijd een belangrijke factor is om een strategie te bepalen. Iets wat nu niet slim is om te doen , kan dat in de toekomst wel zijn.

De gelaagdheid komt terug in artikel 5. 9 van de omgevingsverordening ; Rond: kijk niet sectoraal en stel de vraag hoe de ontwikkeling zó kan worden vormgegeven dat deze bijdraagt aan de balans tussen People , Planet en Profit. Rond kijken komt terug in artikel 5. 10 van de omgevingsverordening (meerwaardecreatie) ; Breed: ga voor grote betrokkenheid en brede participatie van belanghebbende partijen zoals organisaties , Brabanders en bedrijven met visies , meningen , wensen , ideeën en belangen. De verordening heeft geen toetsingsartikel opgenomen voor de brede manier van kijken. Participatie en samenwerking zijn in de Brabantse praktijk namelijk een vanzelfsprekendheid. Afwegingen worden met de juiste betrokkenen en omwonenden van een initiatief of in een gebied samen gemaakt ; op een sociaal inclusieve manier dus. Hierdoor kunnen slimme combinaties gelegd worden en komt de gebiedskennis en betrokkenheid vanuit de omgeving goed tot haar recht. Deze omgeving omvat niet alleen de direct omwonenden , maar ook inbreng van kennisinstellingen en initiatiefnemers van elders die hun ervaringen delen. • • De Omgevingsvisie kent tot slot doorwerking in de regels van de omgevingsverordening. Hierop wordt in navolgende paragraaf ingegaan. Conclusie De beoogde ontwikkeling is passend binnen de Omgevingsvisie van de provincie Noord-Brabant. 3. 3.

2 Omgevingsverordening Noord-Brabant Toetsingskader In de omgevingsvisie zijn de strategische doelen van het provinciale beleid voor de langere termijn aangegeven. De visie bevat de opgaven die er liggen voor de nabije toekomst , welke ambities en concrete doelen de provincie zichzelf heeft gesteld en hoe ze daaraan willen werken. Het beleid en de daartoe te treffen maatregelen zijn uitgewerkt in programma’s en waarden worden beschermd via de omgevingsverordening. Op 5 december 2023 is de omgevingsverordening Noord-Brabant vastgesteld. Deze verordening bevat alle regels op provinciaal niveau over de fysieke leefomgeving en vervangt de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant. De omgevingsverordening sluit aan op de Omgevingswet en de werkwijze van de Omgevingsvisie. De regels sluiten aan bij het diep , rond en breed kijken uit de omgevingsvisie. Bij het opnemen van instructieregels aan gemeente en waterschap geldt dat deze nodig zijn vanuit de opgaven en ambities uit de omgevingsvisie , bijvoorbeeld omdat waarden of een onderwerp gemeentegrens overstijgend zijn of om een uniform beleid binnen de provincie te realiseren. Bij het vormgeven van de instructieregels geldt dat waar mogelijk is gewerkt met kaders die ruimte bieden voor eigen beleidsmatige invullingen.

Voor enkele onderwerpen , zoals het Natuurnetwerk Brabant , beleid rondom de veehouderij of het voldoen aan omgevingswaarden is die ruimte beperkt. Bij de omgevingsverordening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: een gebruikersvriendelijke verordening met een duidelijke opbouw en eenvoudige regels ; geen dubbele regelgeving dus er worden geen regels gesteld voor aspecten die al op nationaal niveau zijn geregeld ; regels ondersteunen de uitvoering en nieuwe manier van werken uit de omgevingsvisie en brengen partners als gemeenten , waterschappen , ondernemers en bewoners zoveel mogelijk in positie om eigen verantwoordelijkheid te nemen ; • • • P 18/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 • regels bieden waar mogelijk ruimte voor eigen invulling en afweging , bijvoorbeeld door meer te werken met doelvoorschriften en open normen ; een ja , mits benadering door het positief formuleren van voorwaarden. • Beoordeling Het plangebied is op basis van de kaartbeelden behorende bij de omgevingsverordening gelegen binnen het werkingsgebied ‘Stedelijk gebied’. Voor het overige zijn voor onderhavige gronden op de kaarten van de omgevingsverordening geen relevante aanduidingen opgenomen. Ten aanzien van onderhavig initiatief zijn er derhalve meerdere sporen die gevolgd moeten worden in het kader van toetsing aan de omgevingsverordening.

Vanwege de ligging binnen het stedelijk gebied dient getoetst te worden aan artikel 5. 55 (duurzame stedelijke ontwikkeling). Daarnaast dient getoetst te worden aan de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies uit paragraaf 5. 1. 2 van de omgevingsverordening (artikel 5. 7 t/m 5. 10). Uitsnede kaartbeeld 5: Basiskaart Stedelijk gebied , Landelijk gebied , Natuur Netwerk Brabant provinciale omgevingsverordening ter plaatse van het plangebied. Artikel 5. 55 - Duurzame stedelijke ontwikkeling Toetsingskader Een omgevingsplan dat een stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt voor wonen , werken of voorzieningen , wijst daarvoor een locatie aan binnen Stedelijk gebied en bevat een onderbouwing dat: de ontwikkeling past binnen de regionale afspraken , bedoeld in Afdeling 7. 2 Regionaal samenwerken ; en het een duurzame stedelijke ontwikkeling is. B. Er is sprake van een duurzame stedelijke ontwikkeling voor wonen , werken of voorzieningen als: een goede omgevingskwaliteit wordt bevorderd , met een veilige en gezonde leefomgeving ; toepassing wordt gegeven aan zorgvuldig ruimtegebruik , waaronder de transformatie van verouderde stedelijke gebieden ; 1. A. 2. A. B. P 19/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 C.

optimaal invulling wordt gegeven aan de mogelijkheden voor productie en gebruik van duurzame energie ; rekening wordt gehouden met klimaatverandering , waaronder het tegengaan van hittestress en voldoende ruimte voor de opvang van water ; de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit worden benut ; en wordt bijgedragen aan een duurzame , concurrerende economie. D. E. F. Beoordeling De nieuwbouw van woningen is toegestaan binnen het Stedelijk gebied als bepaald in artikel 5.55 , mits passend binnen de woningbouwafspraken zoals deze op regionaal niveau zijn bepaald en mits de beoogde nieuwbouw zich verhoudt tot de beschikbare plancapaciteit voor woningbouw. In paragraaf 3. 4 en 4. 3 wordt hier nader op ingegaan. Het planvoornemen is passend binnen de regionale afspraken en voorziet in een bijdrage aan de regionale woningbouwopgave. Onderhavige ontwikkeling betreft voorts een duurzame stedelijke ontwikkeling: de beoogde ontwikkeling bevordert zorgvuldig ruimtegebruik door gebruikmaking van een inbreidingslocatie binnen bestaand stedelijk gebied. De omgevingskwaliteit en de veilige en gezonde leefomgeving zijn beoordeeld in hoofdstuk 4. Uit de diverse milieuhygiënische onderzoeken blijkt bovendien dat sprake is van een goede omgevingskwaliteit.

Tevens bevordert het plan een gezonde leefomgeving door woningen te realiseren binnen het stedelijk gebied van Roosendaal , alwaar voorzieningen per fiets en te voet te bereiken zijn. Hiermee wordt ook direct invulling gegeven aan de mogelijkheden voor duurzame mobiliteit. Daarnaast wordt in het ontwerp rekening gehouden met klimaatadaptatie en wordt de mogelijkheid tot productie en gebruik van duurzame energie niet belemmerd. Bij de bouw zal in beginsel veelvuldig gebruik worden gemaakt van duurzame en circulaire materialen. Bij de verdere planuitwerking wordt bekeken worden hoe aan de doelstellingen voor energie , klimaatadaptie en hittestress concreet bijgedragen kan worden (zie ook paragraaf 4. 5). Voor de omgang met het aspect waterhuishouding wordt verwezen naar paragraaf 4. 4. Voor alle nieuwbouw , zowel woningbouw als utiliteitsbouw , geldt dat de vergunningaanvragen vanaf 1 januari 2021 moeten voldoen aan de eisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Die eisen vloeien voort uit het Energieakkoord voor duurzame groei en uit de Europese Energy Performance of Buildings Directive (EPBD). Het uitgangspunt van de ontwikkeling is dat woningen energieneutraal , gasloos en onderhoudsarm worden geproduceerd. De ambitie van dit plan is om zoveel mogelijk duurzame systemen in de woningen te implementeren en zo klimaatbestendig te bouwen.

Conclusie Onderhavig initiatief voldoet aan de voorwaarden die gesteld worden in artikel 5. 55. Paragraaf 5. 1. 2 - Basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies Toetsingskader De provincie Noord-Brabant wil niet slechts sectoraal of eendimensionaal kijken. Ze wil zowel zichtbare als minder zichtbare effecten van ons handelen meenemen. De provincie wil dat een ontwikkeling bijdraagt aan ‘people , planet en profit’. Daarom wil de provincie bij realisatie van een goede omgevingskwaliteit diep , rond en breed kijken (zie ook paragraaf 3. 3. 1). Deze manier van denken sluit aan bij de basisprincipes voor een evenwichtige toedeling van functies (paragraaf 5. 1. 2). In artikel 5. 7 is opgenomen dat een omgevingsplan bij de evenwichtige toedeling van functies invulling geeft aan een goede omgevingskwaliteit met een veilige , gezonde leefomgeving. Voor een goede omgevingskwaliteit en een veilige , gezonde leefomgeving wordt rekening gehouden met: zorgvuldig ruimtegebruik (5.8) ; de waarden in een gebied door toepassing van de lagenbenadering (5.9) ; meerwaardecreatie (5.10) ; participatie van belanghebbende partijen (breed kijken). A. B. C. D. P 20/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 Artikel 5.

8 - Zorgvuldig ruimtegebruik Zorgvuldig ruimtegebruik houdt in dat: een ontwikkeling plaatsvindt binnen bestaand ruimtebeslag ; de mogelijkheden voor intensivering van bestaand ruimtebeslag en meervoudig ruimtegebruik zijn afgewogen en betrokken bij een ontwikkeling ; bij stedelijke ontwikkeling toepassing wordt gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking , bedoeld in artikel 5. 129g van het Besluit kwaliteit leefomgeving ; D. gebouwen , bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen worden geconcentreerd binnen een bouwperceel ; en splitsing van een bestaand bouwperceel niet is toegestaan. E. Als uit een zorgvuldige afweging blijkt dat een ontwikkeling niet binnen bestaand ruimtebeslag mogelijk is , is uitbreiding van ruimtebeslag mogelijk onder de in dit hoofdstuk opgenomen voorwaarden. 1. A. B. C. 2. Artikel 5. 9 - Toepassing van de lagenbenadering (diep kijken) Het toepassen van de lagenbenadering biedt inzicht in: welke effecten een ontwikkeling heeft op de lagen afzonderlijk , de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd ; en hoe negatieve effecten worden voorkomen. B.

Voor de toepassing van het eerste lid worden de volgende lagen onderscheiden: de ondergrond , zoals het bodem- en watersysteem , aardkundige- en archeologische waarden ; de netwerklaag , zoals natuurnetwerk , energienetwerk , infrastructuur inclusief waterwegen , en een goede , multimodale afwikkeling van het personen- en goederenvervoer ; en de bovenste laag , zoals cultuurhistorische- en landschappelijke waarden , de omvang van de functie en de bebouwing , de effecten op bestaande en toekomstige functies , de effecten op lucht , milieu , veiligheid en een gezonde leefomgeving. Bij het actief benutten van de factor tijd wordt rekening gehouden met de herkomstwaarde van de lagen , het verleden , de onomkeerbaarheid van optredende effecten op de lagen door de gewenste ontwikkeling en de toekomstwaarde van de ontwikkeling vanuit het perspectief van duurzaamheid en toekomstbestendigheid. 1. A. 2. A. B. C. 3. Artikel 5. 10 - Meerwaardecreatie (rond kijken) Meerwaardecreatie omvat een evenwichtige benadering van de economische , ecologische en sociale aspecten die in een gebied en bij een ontwikkeling zijn betrokken , waaronder: de mogelijkheid om opgaven en ontwikkelingen te combineren ; en de bijdrage van een ontwikkeling aan andere opgaven en belangen dan die rechtstreeks met de ontwikkeling gemoeid zijn.

De fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit , bedoeld in artikel 5. 11 Kwaliteitsverbetering landschap kan deel uitmaken van de meerwaardecreatie. 1. A. B. 2. Beoordeling Artikel 5. 8 - Zorgvuldig ruimtegebruik De toedeling van functies dient in beginsel plaats te vinden binnen bestaand ruimtebeslag voor bebouwing. Dit betreft het bestaand stedelijk gebied of een bestaand bouwperceel. Met onderhavig initiatief is hiervan sprake. Het plangebied is gelegen binnen het bestaand stedelijk gebied van Roosendaal ; Door het planologisch mogelijk maken van 9 nieuwe grondgebonden woningen is sprake van intensivering van bestaand ruimtebeslag ; Bij een stedelijke ontwikkeling dient toepassing te worden gegeven aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Hieraan wordt in paragraaf 4. 3 getoetst ; A. B. C. P 21/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 D. Gebouwen , bijbehorende bouwwerken en andere permanente voorzieningen dienen te worden geconcentreerd binnen een bouwperceel. De begrenzing van de bouwvlakken voor de woningen is zodanig afgestemd dat hieraan toepassing wordt gegeven ; Er is geen sprake van splitsing van een bestaand bouwperceel. E. Artikel 5.

9 - Toepassing van de lagenbenadering (diep kijken) Met het toepassen van de lagenbenadering wordt inzicht geboden in de effecten van een ontwikkeling op de lagen afzonderlijk , de lagen in onderlinge wisselwerking met elkaar en het actief benutten van de factor tijd en hoe negatieve effecten worden voorkomen ; De volgende lagen worden onderscheiden: Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de ondergrond. In hoofdstuk 4 wordt uitgebreid ingegaan op deze effecten. Aangetoond wordt dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn ; Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de netwerklaag. Voor onderhavig initiatief behoeft geen nieuwe infrastructuur te worden aangelegd , anders dan interne ontsluiting. Voor het overige heeft het planvoornemen geen effect op een natuurnetwerk , het energienetwerk en waterwegen. De afwikkeling van het verkeer is beschreven in paragraaf 4.8 ; Toepassing van de lagenbenadering omvat de effecten op de bovenste laag. De effecten op het milieu zijn beschreven in hoofdstuk 4. Aangetoond wordt dat er geen onaanvaardbare effecten te verwachten zijn op de bovenste laag. Vanuit het perspectief van duurzaamheid en toekomstbestendigheid is relevant dat met onderhavige ontwikkeling een transformatie van een bedrijfslocatie wordt ingezet , beter passend binnen de directe omgeving.

Gelet op de invulling van een inbreidingslocatie is hiermee sprake van duurzaam ruimtegebruik binnen bestaand stedelijk gebied. 1. 2. A. B. C. 3. Artikel 5. 10 - Meerwaardecreatie (rond kijken) Er dient rekening te worden gehouden met meerwaardecreatie. Hiervoor geldt dat met onderhavig initiatief invulling wordt gegeven aan meerwaardecreatie door te voorzien in de woningbouwopgave binnen bestaand stedelijk gebied van Roosendaal , waarbij ruimtelijk gezien weinig tot geen invloed wordt uitgeoefend op het omliggende landschap. Hierdoor blijft het buitengebied ontlast en wordt op deze inbreidingslocatie door de transformatie van een woonlocatie met bedrijfsruimten een nieuwe duurzame kwaliteitsimpuls voor de leefomgeving bewerkstelligd. Bovendien wordt met onderhavig initiatief op meerdere manieren invulling gegeven aan een evenwichtige kwaliteitsverbetering in het kader van people , planet en profit: bijdrage aan de woningbouwopgave (people) ; in hoofdstuk 4 wordt aangetoond dat er een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gerealiseerd kan worden (planet) ; de grondwaarde neemt toe ter plaatse van de nieuwe woonkavels (profit) ; met een duurzaam en passend bouwontwerp wordt een positieve bijdrage geleverd op dit aspect (planet).

• • • • Participatie van belanghebbende partijen (breed kijken) Gedurende de procedure voor het wijzigen van het omgevingsplan vindt een dialoog plaats met de vaste vooroverlegpartners en omwonenden en belanghebbenden. Er worden in deze periode diverse visies , meningen , wensen , ideeën en belangen afgewogen. Het resultaat hiervan zal neerdalen in de omgevingsplanwijziging en het definitieve woningbouwplan. In hoofdstuk 7 wordt de participatie/maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan nader toegelicht , waaronder het verslag van de gevoerde omgevingsdialoog en de resultaten van het vooroverleg. Conclusie Er wordt invulling gegeven aan een goede omgevingskwaliteit. P 22/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 3. 4 Gemeentelijk beleid 3. 4. 1 Omgevingsplan gemeente Roosendaal Toetsingskader Het gemeentelijke vigerende planologisch kader betreft het bestemmingsplan “Kalsdonk” , zoals vastgesteld op 24 september 2014. Daarnaast is het “Paraplubestemmingsplan Wonen” in werking. Dit plan , vastgesteld op 4 april 2024 , bevat voor het hele gemeentelijke grondgebied als aanvulling op de regels van de vigerende bestemmingsplannen van de gemeente een aanvullende juridisch-planologische regeling ten aanzien van woningsplitsing , regulering kamerverhuur en een nieuwe begripsomschrijving van het begrip ‘woning en/of wooneenheid’.

Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet zijn deze bestemmingsplannen opgenomen in het tijdelijk deel van het “Omgevingsplan gemeente Roosendaal” totdat de gemeente een omgevingsplan heeft vastgesteld waarbij aan alle regels uit de Omgevingswet voor het vaststellen van een omgevingsplan wordt voldaan. Beoordeling en conclusie Het vigerende planologisch kader staat , gezien binnen de huidige bestemming geen aaneengebouwde woningen gerealiseerd mogen worden en gelet op het ontbreken van bouwvlakken met toereikende maatvoeringen , de voorgenomen woningbouwontwikkeling niet toe. De beoogde ontwikkeling dient door middel van een wijziging van het omgevingsplan of een BOPA-omgevingsvergunning juridisch-planologisch mogelijk gemaakt te worden. 3. 4. 2 Omgevingsvisie Roosendaal Toetsingskader De omgevingsvisie Roosendaal “De verbonden stad” is op 1 december 2022 vastgesteld door de gemeenteraad van Roosendaal. Roosendaal heeft de ambitie zich tot 2030 verder te ontwikkelen als een ‘verbonden stad‘. Daaronder verstaat de gemeente: een gemeente waarbinnen stad en dorpen met elkaar verbonden zijn. Een gemeente waar inwoners zich verbonden voelen met elkaar en met hun leefomgeving. Roosendaal ontleent ook haar kracht aan de verbondenheid met omliggende gemeenten in de regio , met de Brabantse stedenrij en met de metropolen Rotterdam , Antwerpen en Brainport Eindhoven.

Deze verbondenheid is al eeuwen de stuwende motor achter de ontwikkeling van de gemeente Roosendaal en zorgt ervoor dat voor inwoners een scala aan kwalitatieve voorzieningen én werkgelegenheid binnen handbereik ligt. Voor bedrijven zijn internationale afzetmarkten goed bereikbaar. Bij het realiseren van deze ambitie hanteert de gemeente drie leidende principes: Stad en dorpen van de menselijke maat 1. In de toekomst is goed wonen een onderscheidende kwaliteit van de gemeente. Roosendaal is een aantrekkelijke en gezonde woongemeente voor haar inwoners , in al hun diversiteit , met veel ruimte voor ontmoeting en oog voor het individu. De woonwijken en dorpen zijn ruim van opzet , gezond , groen , rustig , veilig en hebben ieder een eigen sfeer en identiteit. 2. Balans tussen mens en natuur Roosendaal kent in 2030 meer groen in de stad , en meer stad in het groen. Wandelaars en fietsers krijgen meer ruimte , er komen meer groene verbindingen binnen de stad en de dorpen , en naar het buitengebied. Bodem , oppervlakte en lucht zijn schoon , en de leefomgeving kent een grote biodiversiteit. In de toekomst is Roosendaal klimaatadaptief. Er is een goede balans tussen het bebouwde gebied , landbouw , natuur en recreatie. 3. Ruimte voor talent en ondernemerschap Roosendaal huisvest nu en in de toekomst bedrijven die sterk zijn in het opschalen van innovaties.

De beroepsbevolking is opgeleid voor een plaats op de arbeidsmarkt in sectoren die perspectief bieden. Bedrijven , mbo+ en hbo werken samen aan goed hierbij passende opleidingen in de zorg , techniek , logistiek en P 23/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 vrijetijdseconomie. Roosendaal is hiermee een belangrijke schakel in een rij van sterke steden en in een regio die gericht is op vernieuwend ondernemerschap. Een analyse van de ontwikkeling en huidige situatie van de gemeente Roosendaal , de trends en ontwikkelingen , in combinatie met de geformuleerde ambitie voor de toekomst en leidende principes , leidt tot een drietal overkoepelende opgaven voor de gemeente: Opgave 1: Inspelen op extra groei Roosendaal kiest ervoor om niet alleen de autonome groei te accommoderen , maar om ook ruimte te bieden aan nieuwe inwoners uit de Randstad die zich hier willen vestigen. Een ander belangrijk element is dat we ruimte bieden voor het versterken van de West-Brabantse economie , inclusief een daar goed op aansluitend onderwijs. Dat doen we als onderdeel van de Sterke Steden , wat inhoudt dat Roosendaal inzet op het versterken van de bestaande kwaliteiten , als complementaire stad in de West-Brabantse stedenrij.

De keuze brengt met zich mee dat we de lijn van de complete en compacte stad loslaten , en behalve bouwen en herontwikkelen in de bestaande stad ook kijken naar uitbreidingen in de stadrandzones. Daarnaast benutten we ruimte in het buitengebied om kleinschalig woon- , zorg- en recreatiefuncties in te passen. Opgave 2: Inzetten op klimaatmaatregelen en positieve gezondheid Meer groen in de stad , meer stad in het groen. Roosendaal kiest voor het creëren van ruimte in de stad door het autogebruik terug te dringen: hoe dichter bij de binnenstad , hoe minder ruimte voor de auto. Bij nieuwbouw in de stad wordt gekozen voor hoogbouw , om zo ruimte te scheppen voor ontmoetingsruimtes , groen en blauw. In het buitengebied kiest de gemeente voor duurzame landbouw en voor meer natuur. Dat wordt de komende jaren met alle belanghebbenden uitgewerkt , waarbij ook ruimte wordt geboden voor nieuwe verdienmodellen door agrariërs , zodat de rekening van deze omslag niet bij hen wordt gelegd. Opgave 3: Werken aan een inclusieve stad Terugdringen van de groeiende tweedeling tussen ‘goede’ en ‘aandachts’-wijken , tussen arm en rijk , het bieden van perspectief aan de jeugd , aanpakken ondermijning en zorgen voor een veilige leefomgeving.

Veel van de opgaven hebben meer betrekking op sociaal , economisch of veiligheidsbeleid , en maar beperkt op fysieke onderwerpen die in deze omgevingsvisie worden uitgewerkt. Maar bij alle fysieke ingrepen die de gemeente doet , wordt rekening gehouden met het effect op de inclusieve samenleving. De hoofdambitie , de leidende principes en de opgaven zijn thematisch vertaald naar de deelopgaven: Ruimte , Natuur en milieu , Sociaal , en Verkeer en mobiliteit. Op die manier wordt duidelijk hoe de hoofdlijnen van beleid doorwerken in deze thema’s die een directe invloed hebben op de fysieke leefomgeving. De thema’s gelden in principe voor geheel Roosendaal , voor zowel de stad , de dorpen als het buitengebied. Om meer sturing te geven aan de concrete opgaven zijn deze daarna vertaald in een koers per deelgebied. Als deelgebieden zijn daarbij te onderscheiden: de (sterke) stad , de stadrandzones en het vitale platteland (de dorpen en het buitengebied). Beoordeling Het planvoornemen betreft een binnenstedelijke herontwikkeling , waarbij een bestaande locatie met bedrijvigheid wordt getransformeerd tot een duurzame woningbouwlocatie , hetgeen het woon- en leefklimaat van de omgeving ten goede komt. Daarnaast wordt met de ontwikkeling aangesloten op het bestaande straatbeeld en aangesloten op de huidige stedenbouwkundige structuur.

Hiermee wordt op kwalitatieve wijze ingespeeld op de groeiopgave voor Roosendaal. Tevens wordt ingezet op klimaatadaptieve en duurzame maatregelen door onder meer ruimte te reserveren voor groen en waterdoorlatende verharding , waardoor hittestress en wateroverlast zoveel mogelijk worden tegengegaan. De woningen worden bovendien volgens de laatste duurzaamheidsvereisten en gasloos gerealiseerd , waardoor de woningen ook een bijdrage leveren aan de energietransitie. Hiermee wordt een belangrijke bijdrage geleverd aan de doelstellingen uit de omgevingsvisie. P 24/59 datum 1 april 2026 referentie 241070_AdB_RAP_0001_v4. 0 Bovendien | wordt | in de | Omgevingsvisie | van | de | gemeente | Roosendaal | specifiek | benoemd | dat | gestreefd | wordt | naar het | optimaal | gebruiken | van | bestaand | bebouwd | gebied | en | hierdoor | gekozen | wordt | voor | inbreiding | waar | dat | kan. Met | onderhavig | planvoornemen | wordt | hier | goed | op | aangesloten. Conclusie Onderhavige | ontwikkeling | draagt | bij aan | op | de | opgaves | zoals | benoemd | in | de | omgevingsvisie | Roosendaal | “De verbonden | stad”. 3. 4. 3 | Woonagenda | Roosendaal | 2021-2025 Toetsingskader In de Woonagenda | 2021-2025 | wordt | de | ingezette | koers | vanuit | de | Woonagenda | 2015 | voortgezet.

| Tegelijkertijd | is duidelijk | dat | de | gemeente | door | de | huidige | trends | en | ontwikkelingen | op | de | woningmarkt | , voor | andere | opgaven staat. | In 2015 | was | het | door | de | economische | recessie | een | uitdaging | om | de | woningbouw | weer | op | gang | te brengen en | waren | de | doelstellingen | in de woonagenda | vooral | daarop | gericht. | Sinds | 2015 | zijn er | in Roosendaal | ruim | 1. 200 woningen | opgeleverd | in de | vorm | van | diverse | projecten | van | hoge | kwalitatieve | waarde. | Stedelijke | transformatie staat | hoog | in het | vaandel. | Er | staan | ook | de | komende | jaren | diverse | (grote) | projecten | op | stapel. | Anno | nu | heeft | de woningmarkt | te maken | met | nieuwe | , belangrijke | opgaven. | Deze | ontwikkelingen | zijn | niet | echt | “Roosendaals” | maar vragen | wel | om | een | lokale | oplossing | , vaak | in nauwe | samenwerking | met | betrokken | partners. Volgens | de | provinciale | prognoses | is er | in | Noord-Brabant | tot | 2050 | een | enorme | groei | van | het | aantal | één- | en tweepersoonshuishoudens | te | verwachten. | De | groei | van | kleine | huishoudens | is het | gevolg | van | het | toenemend aantal | oudere | alleenstaanden | en | de | individualisering | van | de | samenleving.

| Tegelijkertijd | moet | geconstateerd worden | dat | het | voor | starters | lastig | is om | hun | intrede | te | doen | op | de | woningmarkt. Het | gemeentelijk | beleid | is erop | gericht | Roosendaalse | inwoners | in | elke | levensfase | de | mogelijkheid | te | geven | , te kunnen | verhuizen | naar | een | type | woning | , passend | bij hun | woonwens | en | bestedingsmogelijkheden. | De | gemeente kan | hier | samen | met | andere | partijen | een | bijdrage | aan | leveren | , door | goed | te overwegen | welke | nieuwbouwplannen welke | verhuisbewegingen | op | gang | brengen | en | dus | vraag | en | aanbod | uiteindelijk | beter | op | elkaar | aan | te | laten sluiten. Geconstateerd | moet | worden | dat | de | leefbaarheid | van | enkele | wijken | en | buurten | op | dit moment | onder | druk | staat en | dat | er een | forse | duurzaamheidsopgave | ligt. Zoals | in de | vorige | woonagenda | is aangegeven | gaat | het | om | een continu | proces | van | verbetering | van | het | woon- | en | leefklimaat | en | zijn | concrete | resultaten | hiervan | afhankelijk | van een | brede | integrale | aanpak. Beoordeling Onderhavig | initiatief | betreft | de | realisatie | van | 9 grondgebonden | woningen | op | een | inbreidingslocatie | binnen | de bestaande | stedelijke | contouren | van | Roosendaal.

| Het | initiatief | is relatief | kleinschalig | van | aard | en | sluit | aan | op | de stedenbouwkundige | structuur | en | de | woningen | in | de | directe | omgeving | van | het | plangebied. Bedrijfsruimten/loodsen | worden | hiertoe | gesloopt | en | vervangen | door | duurzame | eengezinswoningen. | Hierdoor | is er sprake | van | duurzaam | ruimtegebruik. | Bovendien | wordt | ingespeeld | op | de | urgente | woningbehoefte | en wordt | het lokale | woon- | en | leefklimaat | verbeterd. | Met | deze | woningen | worden | er | geschikte | woningen | gecreëerd | voor middeninkomens | en | wordt | doorstroming | op | de | woningmarkt | op | gang | gebracht | , noodzakelijk | voor | een evenwichtige | woningmarkt. Conclusie Het | planvoornemen | voldoet | aan | de | uitgangspunten | van | de | Woonagenda | 2021-2025. datum | 1 april 2026 | P 25/59 referentie | 241070_AdB_RAP_0001_v4. | 0 3. 4. 4 | Woningbouwprogrammering | 2024 Toetsingskader In de | woningbouwprogrammering | 2024 | worden | de | verwachte | nieuwbouwontwikkelingen | tot | 2040 | in | beeld gebracht. | De | programmering | laat | zien | hoeveel | woningen | Roosendaal | jaarlijks | verwacht | toe | te | voegen | en | kijkt terug | naar | de | productie | van | de | afgelopen | jaren.

| De | programmering | is één | van | de | actiepunten | uit de | woonagenda 2021-2025 | en | draagt | bij | aan | een | evenwichtige | en | toekomstbestendige | woningvoorraad. | De woningbouwprogrammering | geeft | daarmee | inzicht | in de | realisatie | van | de | woningbouwopgave | zoals | geformuleerd in prioriteit | 15 van | het | Collegeprogramma | 2022-2026: | “Roosendaal | ontwikkelt | zich verder | tot een | vitale | , leefbare en evenwichtige | gemeente | met | een | leidende | positie | in de | regio. | We | geven | onze | voorzieningen | een | impuls | en | maken ze aantrekkelijker | voor | bewoners | en | bezoekers. | Daarnaast | gaan | we | veel | nieuwe | woningen | bouwen. | Dat | geeft | ons meteen | de | gelegenheid | om | gericht | te sturen | op | een | grotere | verscheidenheid | qua | bewoners | van | buurten | en | dorpen. Daarmee | bevorderen | we | de | leefbaarheid | en | sociale | veerkracht. | ” Zoals | in de Woonagenda | is gesteld | is er behoefte | aan | 4. 550 | nieuwe | woningen | tot | 2040. | Eind | 2023 | is de | provincie met | een | nieuwe | woningbehoefteprognose | gekomen | waarin | de | prognosecijfers | tot | 2040 | zijn | aangepast. | Ten opzichte | van | de | prognose | uit 2020 | is de | behoefte | van | de | gemeente | Roosendaal | naar | boven | bijgesteld.

| Dit | betekent dat | er volgens | de | provincie | een | grotere | behoefte | is aan | woningen | door | een | hogere | verwachte | groei | in het | aantal huishoudens. | Ook | vanuit | het | Rijk | wordt | in | het | kader | van | de | woondeals | gestuurd | op | een | hogere woningbouwproductie. | Een | analyse | van | voorgaande | jaren | geeft | aan | dat | er | in de | gemeente | sprake | is van | een gemiddelde | jaarlijkse | productie | van | circa | 200 | woningen. | Met | de | actuele | ontwikkelingen | op | de | woningmarkt | , zal de | productie | de | eerstkomende | jaren | ruim | moeten | worden | verdubbeld | ten | opzichte | van | voorgaande | jaren. Versnelling | vraagt | om | een | nauwgezette | voorbereiding | en | is van | veel | factoren | afhankelijk. | De | effecten | van | de genomen | maatregelen | worden | daardoor | pas | in de | komende | jaren | zichtbaar | in de | woningbouwaantallen. | In de woningbouwprogrammering | 2023 | is aangegeven | dat | de | woningbouwproductie | flink | opgeschroefd | moet | worden. Deze | uitdaging | is nog | steeds | actueel. Beoordeling Onderhavig | initiatief | voorziet | in de | toevoeging | van | 9 grondgebonden | woningen | binnen | het | stedelijk | gebied | van Roosendaal.

| Onderhavig | planvoornemen | sluit | daarmee | aan | bij de | gemeentelijke | woningbouwprogrammering | , omdat | het | realiseren | van | woningen | een | positieve | bijdrage | levert | aan | de | gewenste | woningbouwproductie. Conclusie Het | planvoornemen | is passend | binnen | de | woningbouwprogrammering. 3. 4. 5 | Woonzorgvisie Toetsingskader In de | woonzorgvisie | wordt | geschetst | hoe | de | gemeente | Roosendaal | ervoor | gaat | zorgen | dat | de | inwoners | van | de gemeente | gezond | kunnen | wonen | en | leven | en | hoe | zij oud | kunnen | worden | in een | geschikt | huis. | Hierbij | wordt richting | gegeven | aan | de | toekomst | op | het | gebied | van | wonen | en | zorg | in Roosendaal. | De | voorspelling | is dat | er te weinig | beschikbare | geschikte | woningen | zullen | zijn | voor | kwetsbare | inwoners | terwijl | de | zorgvraag | zal stijgen. | Dit terwijl | er ook | steeds | minder | zorgmedewerkers | zullen | zijn | om | deze | zorgvraag | te kunnen | beantwoorden. De | gemeente | wil | een | geschikt | woonaanbod | voor | alle | Roosendalers | creëren. | Het | aanbod | van | woningen | voor ouderen | moet | zich | ontwikkelen. | De | gemeente | wil dat | de | inwoners | een | zinvol | leven | leiden. | Daarbij | gaan | ze | er van uit dat | eigen | regie | op | je leven | essentieel | is om | je goed | te kunnen | voelen.

De | gemeente | hanteert | de | volgende | speerpunten: 1. | We | bouwen | en | ontwikkelen | voor | een | toekomst | waarin | mensen | gezond | oud | kunnen | wonen | en | leven | in een passende | omgeving | ; datum | 1 april 2026 | P 26/59 referentie | 241070_AdB_RAP_0001_v4. | 0 2. 3. 4. 5. 6. 7. We gaan uit van positieve gezondheid ; We bouwen voor ontmoeting ; We zetten verder in op het investeren in voorliggend veld ; We stimuleren digitalisering en innovatie ; We zetten in op voldoende geschikte zorgmedewerkers ; Samenwerking op het gebied van wonen , zorg en welzijn wordt verstevigd. Het aanbod van geschikte woonruimte voor ouderen loopt door de toekomstige vergrijzing niet gelijk op met de vraag. In de woonzorgvisie 2021 zijn kaders opgenomen die bijdragen aan een inclusievere leefomgeving voor inwoners. Hierbij wordt ingezoomd op de aanwezigheid van voldoende geschikte woningen waar mensen zich thuis kunnen voelen en waar mensen voldoende ondersteuning krijgen om mee te kunnen doen om een gezond en zinvol bestaan te kunnen leiden. De woonzorgvisie maakt integraal deel uit van ons woonbeleid. Bij woningbouwplannen is er een kader opgesteld om woningbouwplannen waar zorg onderdeel van is te beoordelen op basis van de woonzorgvisie. Beoordeling Voorliggend initiatief betreft de realisatie van 9 grondgebonden woningen binnen bestaand stedelijk gebied in Roosendaal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1964/documents/54108