CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Kadernota 2026_definitief.pdf

Gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4.b: Raadsvoorstel Kadernota 20269.780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

KADERNOTA 2026 GEMEENTE ROOSENDAAL

1

Inhoud

2

Samenvatting

3

1.

Inleiding

7

2.

Financiële uitgangspositie

9

3.

Kompas bij het maken van keuzes

10

4.

Intensiveringen en bezuinigingsmogelijkheden per programma

14

5.

Conclusie

22

BIJLAGE 1: Toelichting op de financiële uitgangspositie

23

BIJLAGE 2: Richtlijnen Begroting 2026 en meerjarenperspectief 2027-2029

29

2

Samenvatting Ondanks de in de Voorjaarsnota aangekondigde verzachtende maatregelen, staan we nog steeds aan de vooravond van het ‘ravijnjaar’ 2026. Naast de financiële opgaven die dit met zich meebrengt, staan we ook voor grote inhoudelijke opgaven zoals de uitvoering van de visie RSD2040 en het Nationaal Programma Roosendaal. Dit vraagt zorgvuldige en evenwichtige keuzes voor de komende begroting. In deze Kadernota nemen wij u mee in de overwegingen die we daarvoor maken. Op basis van onze uitgangspunten is het verwachte tekort voor 2026 weggewerkt. Financiële uitgangspositie Financiële positie (Bedragen x €1.000) A. Structurele begrotingssaldi Programmabegroting 2025 B. Gemeentefonds C. Autonome ontwikkelingen D. Reeds genomen besluiten Totaal

2026

2027

2028

2029

-/- 1.595

1.685

5.214

6.714

10.093 -/- 15.454 139 -/- 6.817

10.700 -/- 17.283 460 -/- 4.438

5.800 -/- 18.366 547 -/- 6.805

6.924 -/- 19.409 445 -/- 5.326

De totale begroting omvat circa € 350 miljoen. Om deze sluitend te krijgen is het nodig dat we circa € 6,8 miljoen aan maatregelen vinden. Dat bedrag is als volgt opgebouwd: • Het structurele saldo van de vastgestelde begroting 2025 is in 2026 een tekort van bijna € 1,6 miljoen, en daarna een overschot dat oploopt tot € 6,7 miljoen euro in 2029 (regel A). • Van het Rijk krijgen we in 2026 € 10,1 miljoen euro extra, aflopend tot € 6,9 miljoen in 2029 (regel B). In 2026 en 2027 betreft dit voor een groot deel een compensatie voor de jeugdzorg. Vanaf 2027 verwachten we een extra compensatie vanwege de herijking van het gemeentefonds. • Autonome ontwikkelingen (regel C) zijn zaken waar we als gemeente geen of nauwelijks invloed op hebben. Het gaat bijvoorbeeld om indexering (inflatie), kosten van niet vrij toegankelijke jeugdzorg en hulp bij huishouden. • Tot slot zijn er enkele besluiten die nog niet zijn meegenomen in de begroting, en die per saldo een positief effect hebben (regel D). De belangrijkste betreft de begrotingen van de Gemeenschappelijke Regelingen.

Kompas Bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2026-2029 kiezen we allereerst voor een evenwichtig meerjarig financieel beleid. We buigen om, we kiezen voor besparingen, én we investeren strategisch in een betere toekomst. Dat zorgt niet alleen voor een sluitende begroting in “ravijnjaar 2026”, maar maakt ook dat we daar sterker en toekomstgericht uit komen. Financieel-beleidsmatig zetten we de vorig jaar ingezette lijn voort en borduren we verder op de eerder gemaakte keuzes. Daarbij houden we focus op de majeure opgaven en dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten. En we blijven investeren in de leefbaarheid, veiligheid en toekomst van onze gemeente. Daartoe ligt een breed pakket aan maatregelen vast in vier majeure opgaven: de kwaliteitssprong RSD2040, het Nationaal Programma Roosendaal, de 3

Spoorzone en Westrand. We investeren ook in onze regionale samenwerking, in de positionering van Roosendaal en daarmee ook in het aantrekkelijker maken van onze gemeente voor ontwikkelaars en voor investeringen door mede-overheden. De keuzes in deze kadernota sluiten aan op de Roosendaalse identiteit, onze wijze van besturen en de kwaliteitssprong die is vastgelegd in RSD2040. Roosendaal en de Roosendalers combineren het beste van twee werelden. We combineren de beste eigenschappen van het dorpse wonen met die van het stadse leven. Gefundeerd op een veerkrachtige en sociale historie werken we samen en ondernemend aan een kleurri jke toekomst. Daarbij letten we wel op, want “het beste van twee werelden” bevat zowel een belofte als een waarschuwing. De belofte van Roosendaal is: we combineren het beste van de stad met het mooiste van de dorpen. De waarschuwing: zorg dat het niet andersom wordt, en we het lelijkste van de stad mengen met het slechtste van de dorpen. In de praktijk zien we voorbeelden van beiden. Er gebeuren heel mooie dingen in onze buurten, wijken, dorpen en bedrijventerreinen. Maar er kan ook nog veel beter. Als we de vooruitzichten zien op alle terreinen van de brede welvaart, leidt dat bij ongewijzigd beleid tot veel “seinen op rood” in 2040 en 2050. Maar als we de in gang gezette ontwikkelingen realiseren, zetten we de seinen juist op groen.

Daarom willen we ruimte maken om te investeren in een goede toekomst. We willen vooruitzien en de grote opgaven voor de lange termijn een goede plek geven. We willen toezien op solide financieel beleid, maar ook op de voorwaarden voor leefbare steden en dorpen en voor de mogelijkheden voor onze inwoners zich te ontwikkelen. En we willen omzien naar onze inwoners, zorg dragen voor fundamentele behoeften en bestaanszekerheid, en niemand achterlaten. Om dit te realiseren kiezen we met deze kadernota voor slim, gericht en solide financieel beleid, en maken we structureel ruimte om te investeren in onze toekomst. Intensiveringen en ombuigingsvoorstellen In deze kadernota zijn per programma meerdere voorstellen voor nieuw beleid en voor bezuinigingen opgenomen. Enkele daarvan zijn benoemd in onderstaande tabel, die het financiële totaalbeeld per programma weergeeft: Alle programma’s (Bedragen x € 1.000) Intensiveringen: Programma 1 Besturen en Samenwerken - Versterken dienstverlening/ICT Programma 2 Leren en Ontwikkelen - sport, onderwijs-arbeidsmarkt Programma 3 Werken en Ondernemen - Ondernemersinitiatieven en evenementen

4

2026

2027

2028

2029

-/- 742

-/- 742

-/- 742

-/- 742

-/- 370

-/- 380

-/- 420

-/- 470

-/- 100

-/- 350

-/- 350

-/- 350

Programma 4 Wonen en Verblijven - Ruimte voor majeure opgaven; wonen; beheer openbare ruimte Programma 5 Zorgen en Stimuleren - preventie jeugdhulp; steunpunten GGZ Programma 6 Betalen en Financieren - n.v.t. Totaal nieuw beleid Bezuinigingen: Programma 1 Besturen en Samenwerken - Automatisering/AI; participatie; personeel Programma 2 Leren en Ontwikkelen - Fin-technisch; realistisch ramen subsidies Programma 3 Werken en Ondernemen - Fin-technisch; openbare toiletten Programma 4 Wonen en Verblijven - Fin-technisch; beheer vastgoed; anterieure overeenkomsten Programma 5 Zorgen en Stimuleren - Fin-technisch; jeugdzorg; WMO Programma 6 Betalen en Financieren - Fin-technisch Totaal bezuinigingen

-/- 147

-/- 1.079

-/- 2.279

-/- 2.479

-/- 190

-/- 190

-/- 190

-/- 190

-

-

-

-

-/- 1.549

-/- 2.741

-/- 3.981

-/- 4.231

585

720

845

845

550

500

500

500

205

155

155

155

1.400

1.500

1.500

1.500

4.350

5.640

5.995

6.390

1.275

1.075

1.075

1.075

+ 8.365

+ 9.590

+ 10.070

+ 10.465

2028

2029

-/- 6.805 -/- 3.981 + 10.070 -/- 716

-/- 5.326 -/- 4.231 + 10.465 + 908

Conclusie Alle voorstellen in deze kadernota leiden tot het volgende beeld: Financiële beeld Kadernota 2026 2026 2027 (Bedragen x € 1.000) Financiële uitgangspositie -/- 6.817 -/- 4.438 Nieuw beleid -/- 1.549 -/- 2.741 Bezuinigingsmaatregelen + 8.365 + 9.590 Saldo begroting 0 + 2.411

Met de uitgangspunten en kaders die wij hebben gehanteerd verwachten we dat het lukt om de jaarschijven 2026 en 2027 structureel sluitend te maken. Het jaar 2028 is nog niet sluitend. Het jaar 2029 is op dit moment wel sluitend, maar het saldo van deze jaarschijf is nog onzeker. De VNG adviseert gemeenten in haar begrotingsadvies om in ieder geval de jaarschijven 2026 en 2027 structureel sluitend te maken.

5

Dit past ook binnen de regels van onze toezichthouder (de provincie Noord-Brabant). Die geven aan dat de eerste jaarschijf van de begroting (i.c. 2026) sluitend moet zijn. Indien dat niet haalbaar is, moet sprake zijn van een structureel sluitend perspectief. Dat wil zeggen dat de laatste jaarschijf 2029 structureel sluitend is.

6

1. Inleiding Voor u ligt de laatste Kadernota van dit college. De afgelopen periode is financieel uitdagend geweest, en ook de komende jaren blijven de vooruitzichten gespannen. In deze Kadernota 2026 schetsen wij de financiële opgaven waarvoor wij staan. Het zogeheten ‘ravijnjaar’ nadert, en hoewel het Rijk in de Voorjaarsnota enkele verzachtende maatregelen heeft opgenomen, blijft een aanzienlijke bezuinigingsopgave bestaan. In onze brief aan uw raad (d.d. 15 april jl.) hebben wij aangegeven dat wij in de Kadernota op hoofdlijnen zullen schetsen hoe wij de financiële tekorten willen aanpakken en op welke terreinen wij blijven investeren in onze stad en de omliggende dorpen. Graag gaan wij met uw raad in gesprek over de door ons voorgestelde denkrichtingen en vernemen wij uw visie hierop. Koersvast in financieel uitdagende tijden Bij het realiseren van de bezuinigingsopgave blijft ons College vasthouden aan de koers zoals vastgesteld in de Programmabegroting 2025. In de Programmabegroting 2025 zijn reeds ingrijpende bezuinigingen doorgevoerd. Voor een sluitende begroting 2026 zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. Hoewel we ernaar streven de impact voor onze inwoners en ondernemers zo veel mogelijk te beperken, zijn merkbare gevolgen helaas niet volledig te voorkomen. Het Verhaal van Roosendaal vormt het leidende perspectief bij de invulling van de bezuinigingsopgave.

Wij benaderen onze inhoudelijke en financiële opgaven vanuit het perspectief van onze inwoners. Veerkracht, gezamenlijke inzet en de kracht van eenvoud zi jn daarbij kernwaarden. Deze waarden vertalen zich in de volgende uitgangspunten voor het opstellen van een sluitende begroting: • Verantwoordelijkheid nemen: Ondanks de financiële krapte nemen we onze verantwoordelijkheid. Problemen worden niet doorgeschoven, maar voortvarend aangepakt. • Gerichte investeringen in brede welvaart: Via de vier majeure opgaven blijven wij investeren in initiatieven die bijdragen aan het versterken van de brede welvaart. Hiervoor creëren wij financiële ruimte, zodat deze investeringen daadwerkelijk gerealiseerd kunnen worden. • Transparantie en realisme: Wij stellen bezuinigingen voor en communiceren daarover op een eerlijke en transparante wijze. Niet alles blijft mogelijk. Normalisering, meer collectieve voorzieningen en het beperken van keuzevrijheid zijn noodzakelijke uitgangspunten. Tegelijkertijd worden de meest kwetsbare inwoners zoveel mogelijk ontzien. Wij blijven bouwen aan een Roosendaal dat zich kenmerkt door de unieke combinatie van dorpse woonkwaliteit en stedelijke levendigheid. Een gemeente waar ontwikkeling de ruimte krijgt, voorzieningen nabij zijn en waar gastvrijheid en beleving samenkomen.

7

Opbouw van deze Kadernota In deze Kadernota geven wij u inzicht in de overwegingen die aan onze keuzes ten grondslag liggen. Wij starten met een analyse van de financiële uitgangspositie, die voor de komende jaren aanzienlijk onder druk staat. Vervolgens schetsen wij de uitgangspunten die richtinggevend zijn bij het formuleren van maatregelen om de geconstateerde tekorten structureel te reduceren. De identiteit van onze gemeente en de toekomstperspectieven vormen daarbij het kompas. Aansluitend geven wij aan op welke beleidsterreinen wij willen intensiveren en waar ruimte is voor ombuigingen en bezuinigingen. De nota wordt afgesloten met een samenvattende conclusie. Vervolgproces In onze brief aan uw raad over het proces van de Kadernota 2026 (d.d. 15 april 2025) hebben wij aangegeven dat we in deze Kadernota in grote lijnen aangeven hoe we het tekort willen dekken. Op basis van onze uitgangspunten en keuzes is het verwachte tekort voor 2026 teruggebracht naar nul. Wij gaan graag met uw raad in gesprek over onze Kadernota tijdens de commissie- en raadsbehandeling op respectievelijk 26 juni en 3 juli a.s. In september volgt een verdiepende raadsinformatiebijeenkomst. De input uit deze gesprekken nemen wij mee in de Programmabegroting 2026, die u op 2 oktober ontvangt.

8

2. Financiële uitgangspositie In onderstaande tabel treft u een samenvattend overzicht van onze financiële positie. In de bijlage lichten we de onderdelen A t/m D verder toe.

A. B. C. D.

Financiële positie Bedragen * € 1.000 Begrotingssaldi Programmabegroting 2025 Gemeentefonds Autonome ontwikkelingen Reeds genomen besluiten Totaal uitgangspositie

2026

2027

2028

2029

-/- 1.595

1.685

5.214

6.714

10.093 -/- 15.454 139 -/- 6.817

10.700 -/- 17.283 460 -/- 4.438

5.800 -/- 18.366 547 -/- 6.805

6.924 -/- 19.409 445 -/- 5.326

Financieel kader 2025–2029 De onderdelen A tot en met D vormen gezamenlijk het financiële kader voor de komende jaren. Dit kader wordt in eerste instantie bepaald door de begrotingssaldi uit de Programmabegroting 2025 (onderdeel A in de tabel). Daarnaast zijn de inkomsten uit de algemene uitkering van het Gemeentefonds (onderdeel B) van wezenlijk belang. De effecten van zowel de decembercirculaire 2024 als de meicirculaire 2025 zijn hierin verwerkt. Naast deze externe factoren spelen ook autonome ontwikkelingen (onderdeel C) en eerder genomen besluiten (onderdeel D) een rol. Deze beïnvloeden de beschikbare financiële ruimte, doordat zij een deel van de middelen reeds claimen. Uit de tabel blijkt dat er voor alle jaren sprake is van een tekort. In de Programmabegroting 2025 waren de begrotingssaldi nog positief, zij het dat voor 2026 een beroep werd gedaan op de algemene reserve om het tekort te dekken. De autonome ontwikkelingen leiden er nu toe dat in alle jaren een negatief saldo resteert. Op 17 april 2025 heeft het Rijk de Voorjaarsnota gepubliceerd. Hierin is aangekondigd dat aanvullende middelen beschikbaar worden gesteld voor jeugdzorg en voor demping van het zogenoemde ‘Ravijnjaar’ 2026. Deze middelen zijn opgenomen onder onderdeel B van het financiële beeld. In de bijlage lichten wij de onderdelen A tot en met D nader toe.

9

3. Kompas bij het maken van keuzes Bij het opstellen van de meerjarenbegroting 2026-2029 kiezen we allereerst voor een evenwichtig meerjarig financieel beleid. We buigen om, we kiezen voor besparingen, én we investeren strategisch in een betere toekomst. Dat zorgt niet alleen voor een sluitende begroting in “ravijnjaar 2026”, maar maakt ook dat we daar sterker en toekomstgericht uitkomen. Financieel-beleidsmatig zetten we de vorig jaar ingezette lijn voort en borduren verder op de eerder gemaakte keuzes. Daarbij houden we focus op de majeure opgaven en dragen de sterkste schouders de zwaarste lasten. Waar mogelijk kiezen we voor financieel-technische maatregelen. Waar nodig maken we ook keuzes, waarbij we vooral gaan voor normaliseren of versoberen. Onomkeerbare keuzes met grote maatschappelijke impact worden ontzien. En we blijven investeren in onze majeure opgaven, die bijdragen aan de leefbaarheid, veiligheid en toekomst van onze gemeente. We investeren ook in onze regionale samenwerking, in de positionering van Roosendaal en daarmee ook in het aantrekkelijker maken van onze gemeente voor ontwikkelaars en voor investeringen door mede-overheden. We gaan altijd voor doelmatige investeringen. We investeren niet in gouden randen, maar wel in een gouden toekomst. De keuzes die we maken sluiten aan bij onze identiteit. Bij wie we zijn als Roosendalers.

En ze versterken onze koers. Daarom is het goed om te weten wie we zijn, waar we staan, en hoe we Roosendaal besturen. Dat lichten we toe in de volgende paragrafen. Wie zijn we? Roosendaal en de Roosendalers combineren het beste van twee werelden. De rust, ruimte en gemoedelijkheid van de dorpen zie je ook terug in de stad; het pragmatisch innoveren en ondernemende dat je vindt op stedelijke kruispunten van wegen, water en spoor slaat ook neer in de dorpen. Wonen als een dorp, leven als een stad. Het verhaal van Roosendaal Roosendaal, een gemeente die gewoon doet. Roosendaal is gebouwd, gevormd en gemaakt door Roosendalers. En of het nu mee- of tegenzit, wij laten onze schouders niet hangen, maar zetten ze er altijd onder. Dat is wat je terugziet in onze historie. Veerkracht zit in ons DNA. Roosendaal woont als een dorp en leeft als een stad. Je proeft hier de gemoedelijkheid én de ondernemerszin. De ambitie om uit iets gewoons iets speciaals te halen. Om met, door en voor elkaar Roosendaal nog mooier te maken. Het is een plek waar je nog de ruimte voelt, zowel in de stad, als in de omringende dorpen. Ruimte om te maken, te bouwen, en te verbeteren, maar ook om te vallen en op te staan. Want als het erop aankomt, staan we voor elkaar klaar. Alles wat je nodig hebt, is hier dichtbij. In Roosendaal kan het allemaal. En dat maakt Roosendaal dan weer speciaal.

Voor het hele Verhaal van Roosendaal: klik hier

10

Waar staan we? Het beste van twee werelden is niet alleen een belofte, het houdt ook een waarschuwing in. We gaan voor het beste van het dorpse leven en de sterkste kanten van de stedelijke ontwikkeling. Tegelijk moeten we waken voor de keerzijdes. Het is zaak goed te kijken wat er gebeurt in Roosendaal, in de dorpen, in de wereld. Waar staan we, en gaan we de goede kant op? Hoe realiseren we daadwerkelijk het beste van twee werelden? Aan welke knoppen kunnen we draaien om dáár uit te komen waar we willen zijn?

bron: Kwaliteitssprong RSD40, gemeente Roosendaal, 2025

De linker cirkel geeft voor de verschillende onderdelen van brede welvaart aan, in welke richting Roosendaal zich volgens diverse prognoses beweegt bij ongewijzigd beleid. ”Rood” staat daarbij voor een ongewenste ontwikkeling, waarbij slechte zaken nog slechter gaan, met slechte scores op het gebied van bijvoorbeeld veiligheid, overlast, ondermijning, vergrijzing, zorgkosten, teruglopende voorzieningen, maatschappelijke ontevredenheid, investeringsklimaat. Om dat te voorkomen heeft de raad dit jaar RSD40, de kwaliteitssprong vastgesteld. Een breed pakket aan maatregelen moet ertoe leiden dat we uiteindelijk de scores behalen zoals de rechter cirkel verbeeld. Door te focussen op vier majeure opgaven maken we van Roosendaal een inspirerend en kansrijk mozaïek. Die vier majeure opgaven zijn: Kwaliteitssprong RSD40, NPR, Spoorzone en Westrand.

bron: Kwaliteitssprong RSD40,gemeente Roosendaal, 2025

11

Hoe besturen we? Zowel de reguliere opgaven waar we voor staan als het realiseren van de majeure opgaven vragen om een goed bestuur. Daarin hebben we drie rollen. Regeren is vooruitzien, toezien en omzien. Vooruitzien We signaleren trends en ontwikkelingen. We zien bedreigingen en kansen. We kennen de partijen en onderkennen de belangen. We sorteren tijdig voor. We ontwikkelen en bewaken onze visie en sturen tijdig bij. We zorgen dat anderen ons zien. Toezien We zijn marktmeester en arbiter. We zorgen voor stabiele financiën en continuïteit. We brengen partijen en inwoners bij elkaar. We maken plannen en vormen uitvoeringscoalities. We maken afspraken, stellen regels en bewaken de voortgang en uitvoering.

Omzien We zien om naar de mensen. “Leaving no one behind”: we laten niemand achter. We dragen zorg voor fundamentele behoeften en bestaanszekerheid: veiligheid, zorg, inkomen, schone lucht en water, huisvesting.

Deze rollen zijn in onze begroting terug te vinden in verschillende beleidsvelden. En hoewel in elk beleidsveld wel iets van vooruitzien, toezien en omzien is opgenomen, kunnen we de beleidsvelden op grond van hun belangrijkste doelen grofweg wel toedelen aan deze rollen. Onderstaand figuur laat zien hoe deze rollen in onze begroting landen:

12

Bij het maken van keuzes voor deze kadernota en voor de meerjarenbegroting houden we de verschillende bestuurlijke rollen in ons achterhoofd. Ons doel is om ook na het maken van begrotingskeuzes nog steeds evenwichtig sturing te kunnen geven aan onze opgaven.

13

4. Intensiveringen en bezuinigingsmogelijkheden per programma De opgave waar we de komende jaren voor staan, is aanzienlijk. In het eerste deel van deze Kadernota heeft u daar al uitgebreid kennis van kunnen nemen. Voor de komende jaren voorzien wij de volgende tekorten: Bedragen * € 1.000 Verwacht tekort

2026 -/- 6.817

2027 -/- 4.438

2028 -/- 6.805

2029 -/- 5.326

In deze Kadernota doen wij uw raad een voorstel voor de dekking van de verwachte tekorten. Daarbij hebben wij expliciet bepaald waarop wij níet willen bezuinigen. Dat zijn onze majeure opgaven die bijdragen aan de brede welvaart in onze gemeente. Hierop blijven wij juist extra inzetten. Per begrotingsprogramma geven wij aan waar ruimte is voor intensivering en waar bezuinigingen mogelijk zijn. We hebben gezocht naar structurele besparingen met minimale maatschappelijke impact, voornamelijk via technische maatregelen. Zo ramen we onderbenutte budgetten af en actualiseren we voorzichtig ingeschatte inkomsten. Deze aanpak heeft vorig jaar al resultaat opgeleverd en biedt, met de inzichten van het afgelopen jaar, opnieuw ruimte. Programma 1 Besturen en Samenwerken Intensiveringen • Dienstverlening Een betrouwbare en toekomstbestendige dienstverlening vereist voortdurende investering in de organisatie. Daarom zetten wij in op versterking van onze ICT-infrastructuur, met specifieke aandacht voor kunstmatige intelligentie en datagedreven werken. Dit draagt bij aan efficiëntere processen en versterkt de regionale samenwerking op het gebied van informatievoorziening. Ten behoeve van de veiligheid in het HUIS worden aanpassingen doorgevoerd aan de Publieksplaza, waaronder de ontwikkeling en implementatie van een camerabeleid.

• Personele capaciteit en ondersteuning Binnen de ambtelijke organisatie constateren wij capaciteitsknelpunten op essentiële onderdelen. Deze worden structureel aangepakt om de uitvoeringskracht te waarborgen. Daarnaast vraagt de toenemende complexiteit van beleidsdossiers om versterking van de bestuurlijke ondersteuning. Wij stellen daarom voor het budget voor extern advies ten behoeve van de gemeenteraad te verhogen. Bezuinigingsmaatregelen • Dienstverlening Wij onderzoeken de mogelijkheden om door middel van automatisering en inzet van kunstmatige intelligentie de dienstverlening aan de publieksbalies verder te digitaliseren en optimaliseren. Deze ontwikkeling draagt bij aan toekomstige besparingen. 14

• Vergaderlocaties Het aantal externe vergaderingen wordt beperkt. Waar mogelijk vinden bijeenkomsten plaats binnen de gemeentegrenzen, bijvoorbeeld in wijk- of buurthuizen. • Betrouwbare en Gastvrije Gemeente Participatie blijft een belangrijk uitgangspunt. Door participatie nadrukkelijk projectmatig te organiseren, kan het centrale participatiebudget vanaf 2028 worden afgeraamd. Omdat Betrouwbare en Gastvrije Gemeente een programma betreft dat uiteindelijk wordt afgerond, vinden wij het verantwoord om de bijbehorende budgetten in de toekomst af te bouwen. Tegelijkertijd blijven de structurele middelen beschikbaar die nodig zijn om werkzaamheden, die voortvloeien uit dit programma en structureel van aard zijn, blijvend te kunnen uitvoeren. • Personele capaciteit We hanteren een taakstellende benadering bij het invullen van vacatures die ontstaan door ziekte, verlof of uitstroom. Dit vergt prioritering en kan tijdelijk leiden tot verminderde inzet op specifieke beleidsterreinen. Programma 1 Bedragen * € 1.000 Intensiveringen: Investeren in Informatie- en Datamanagement Publieksbalie Personele capaciteit Juridisch advies griffie Totaal intensiveringen Bezuinigingen: Dienstverlening publiekszaken Versoberen externe vergaderingen Betrouwbare en Gastvrije Gemeente Personele taakstelling Totaal bezuinigingen Saldo programma 1

2026

2027

2028

2029

-/- 245

-/- 245

-/- 245

-/- 245

-/- 12 -/- 455 -/- 30 -/- 742

-/- 12 -/- 455 -/- 30 -/- 742

-/- 12 -/- 455 -/- 30 -/- 742

-/- 12 -/- 455 -/- 30 -/- 742

40

40

40

40

50

50

50

50

160

135

260

260

335 585 -/- 157

495 720 -/- 22

495 845 103

495 845 103

Programma 2: Leren en Ontwikkelen Intensiveringen • Erfgoed en Cultuur Cultuur draagt in belangrijke mate bij aan een aantrekkelijke, leefbare en toekomstbestendige gemeente. Cultuur en erfgoed bevorderen de sociale cohesie binnen wijken en buurten, versterken de gebiedsontwikkeling en stimuleren zowel talentontwikkeling als de zelfredzaamheid van inwoners. Om deze redenen blijven wij investeren in cultuur. De komende jaren zullen wij vooral incidenteel middelen beschikbaar stellen voor de uitvoering van de Cultuurnota en de 15

Erfgoednota. In de jaren 2026 t/m 2028 willen we in het Investeringsfonds jaarlijks € 300.000 reserveren. • Sport Om onze sportvoorzieningen op peil te houden én uit te breiden in de toekomst, reserveren we extra budget. Hiermee pakken we knelpunten aan, financieren we onderzoeken en de kapitaallasten van investeringen. Een deel van dit budget gaat naar de verduurzaming van zwembad De Stok, wat leidt tot lagere energiekosten en minder CO₂-uitstoot. • Aanpak Onderwijs – Arbeidsmarkt Een sterke koppeling tussen onderwijs en arbeidsmarkt is cruciaal om jong talent te behouden en armoede te doorbreken. Scholing biedt perspectief, voorkomt jeugdwerkloosheid en bevordert kansengelijkheid, vooral in focuswijken. Met de aanpak Onderwijs-Arbeidsmarkt 2040 investeren we daarom in betere toegang tot scholing en werk. Bezuinigingsmaatregelen • Technische maatregelen In dit programma is € 0,4 miljoen aan technische maatregelen gevonden uit structureel onderbenutte budgetten van de afgelopen jaren. • Subsidies We verstrekken in dit programma subsidies, maar deze worden niet altijd volledig benut. Mogelijk komt dit door de diversiteit aan jeugdregelingen, wat we gaan onderzoeken. Vooruitlopend daarop verlagen we de budgetten op basis van eerdere realisaties.

Programma 2 Bedragen * € 1.000 Intensiveringen: Sport Aanpak Onderwijs Arbeidsmarkt Totaal intensiveringen Bezuinigingen: Technische maatregelen Subsidies Totaal bezuinigingen Saldo programma 2

2026

2027

2028

2029

-/- 220

-/- 270

-/- 320

-/- 370

-/- 150

-/- 110

-/- 100

-/- 100

-/- 370

-/- 380

-/- 420

-/- 470

450 100 550 180

400 100 500 120

400 100 500 80

400 100 500 30

Programma 3: Werken en Ondernemen Intensiveringen • Ondernemerschap Evenementen en ondernemersinitiatieven zijn belangrijk voor Roosendaal. Door stijgende kosten en strengere eisen hebben evenementen meer steun nodig. Daarom reserveren we hier structureel budget voor. Ook het budget voor ondernemersinitiatieven, zoals parkmanagement Vijfhuizenberg en het Keurmerk Veilig Ondernemen, willen we structureel maken vanwege hun positieve bijdrage aan het ondernemersklimaat. 16

Bezuinigingsmaatregelen • Technische maatregelen In dit programma hebben we voor € 0,2 miljoen technische maatregelen gevonden. Dit betreft budgetten waarvan we al een aantal jaren zien dat deze niet volledig uitgeput worden of waarvan opbrengsten hoger zijn dan geraamd in de begroting. • Openbare toiletten We halveren het budget voor openbare toiletten. In 2026 reserveren we nog wel het hele budget, maar de helft daarvan dekken we incidenteel. Programma 3 Bedragen * € 1.000 Intensiveringen: Evenementenbudget Accountmanagement Totaal intensiveringen Bezuinigingen: Technische maatregelen Openbare toiletten Totaal bezuinigingen Saldo programma 3

2026

2027

2028

2029

-/- 100 -/- 100

-/- 250 -/- 100 -/- 350

-/- 250 -/- 100 -/- 350

-/- 250 -/- 100 -/- 350

180 25 205 105

130 25 155 -/- 195

130 25 155 -/- 195

130 25 155 -/- 195

Programma 4: Wonen en Verblijven Intensiveringen • Ruimte voor majeure opgaven Onze majeure opgaven, waaronder de visie RSD2040, vragen om forse investeringen. Om hierop te anticiperen, reserveren we nu al structurele budgetten. Deze kunnen worden ingezet voor onderzoek, cofinanciering, risicobuffers, kapitaallasten of het stimuleren van ontwikkelingen. We werken nog uit hoe we deze middelen effectief in de begroting verwerken. • Stimuleringsregelingen wonen Roosendaal biedt al enige jaren leningen aan voor woningverbetering. Vanwege de grote vraag en het positieve effect op de woningmarkt willen we deze stimuleringsregelingen uitbreiden. • Openstellen Mill Hill parkeergarage in de avonduren Door het openstellen van de Mill Hill garage in de avonduren bieden we een alternatief voor het straatparkeren, waardoor de parkeerdruk op straat verlicht wordt. • Beheer openbare ruimte We blijven inzetten op een schone, hele en veilige leefomgeving. Ondanks oplopende beheerkosten willen we het kwaliteitsniveau behouden. Door werkzaamheden te combineren beperken we overlast en besparen we op termijn. Duurzaam werken en schaarste aan aannemers zorgen nu voor hogere kosten. Daarom verhogen we het beheerbudget.

17

Bezuinigingsmaatregelen • Technische maatregelen We realiseren bijna € 1,0 miljoen aan technische maatregelen. Dit komt deels uit structureel onderbenutte budgetten en een hogere toerekening aan de Specifieke Uitkering voor Capaciteit Decentrale Overheden voor Klimaat- en Energiebeleid (CDOKE). Daarnaast stellen we een investeringsplafond in, omdat investeringen al jaren achterblijven bij de raming. Zo brengen we de kapitaallasten terug naar een realistischer niveau, zonder investeringen te beperken. Het investeringsplafond baseren we op de realisatie van de investeringen in de afgelopen jaren. • Vastgoed We verlagen de lasten van ons vastgoed. Als gemeente hebben wij verschillende soorten vastgoed in ons bezit. We onderzoeken hoe we de lasten hiervan kunnen verlagen. Een mogelijke maatregel is bijvoorbeeld sloop en tijdelijke herontwikkeling, zoals tijdelijke woonruimte. Een andere mogelijkheid is het afstoten van gemeentelijk vastgoed. Wij verwachten hiermee structureel € 250.000 te kunnen besparen. • Anterieure overeenkomsten De komende periode verwachten we meer projecten waarvoor we anterieure overeenkomsten kunnen afsluiten. Bovendien zien we mogelijkheden om meer kosten toe te rekenen en te verhalen. • Leges meer kostendekkend maken De nieuwe legesstructuur bij de Omgevingswet blijkt minder kostendekkend dan verwacht.

We herzien de tarieven om deze beter aan te laten sluiten op de werkelijke kosten. Programma 4 Bedragen * € 1.000 Intensiveringen: Majeure opgaven Stimuleringsregelingen Openstellen Mill Hill Beheer openbare ruimte Totaal intensiveringen Bezuinigingen: Technische maatregelen Vastgoed Anterieure overeenkomsten Kostendekkendheid leges Totaal bezuinigingen Saldo programma 4

2026

2027

2028

2029

-/- 50 33 20 -/- 150 -/- 147

-/- 650 21 20 -/- 470 -/- 1.079

-/- 1.650 21 20 -/- 670 -/- 2.279

-/- 1.650 21 20 -/- 870 -/- 2.479

950 100 100 250 1.400 1.253

900 250 100 250 1.500 421

900 250 100 250 1.500 -/- 779

900 250 100 250 1.500 -/- 979

18

Programma 5: Zorgen en Stimuleren Intensiveringen • Preventieve trainingen jeugdhulp Vanaf 2025 stoppen jeugdprofessionals met trainingen zoals SoVa en Rots & Water, omdat dit niet meer binnen het contract past. Hierdoor ontstaat een gat in het preventieve aanbod. Om de trainingen te behouden, moeten we deze opnieuw inkopen. Vervalt dit aanbod, dan missen jongeren vroegtijdige ondersteuning, met risico op zwaardere problematiek en jeugdzorg. • Steunpunten GGZ Op elk van de vier VO-scholen komt wekelijks een GGZ-steunpunt om mentale problemen bij jongeren vroegtijdig te signaleren en ernstigere problemen, zoals criminaliteit, te voorkomen. Scholen ervaren toenemende mentale problematiek bij jongeren en hebben behoefte aan deze extra ondersteuning. Bezuinigingsmaatregelen • Technische maatregelen We vinden € 1 miljoen aan technische maatregelen door budgetten waarvan we al een aantal jaren zien dat deze niet volledig uitgeput worden of door opbrengsten die hoger uitvallen dan geraamd. • Niet indexeren subsidies In dit programma zitten subsidies voor 18+, Jeugd en inwonersondersteuning. We kiezen ervoor om deze subsidies éénmalig, in 2026, niet te indexeren. • Jeugdzorg Zonder maatregelen stijgen de jeugdzorgkosten fors. Daarom leggen we onszelf een taakstelling op, gericht op het verminderen van uithuisplaatsingen en arrangementen.

In Roosendaal liggen deze aantallen relatief hoog. We willen dit terugdringen door beter te beoordelen aan de voorkant en alternatieven in te zetten. Uiteraard blijft een passende oplossing voor ieder kind het uitgangspunt. • WMO Ook de kosten voor de WMO stijgen fors, waardoor maatregelen nodig zijn. Voor het klein collectief vervoer willen we het aantal alternatieven beperken en onderzoeken we of een kleiner gebied of vaste tijdsblokken mogelijk zijn. Bij huishoudelijke hulp kijken we hoe we het beleid kunnen aanpassen om de groei te remmen. Hulp blijft beschikbaar voor wie het nodig heeft. Vanaf 2027 voeren we een inkomensafhankelijke bijdrage voor huishoudelijke hulp in. • Welzijn Mantelzorgers blijven we waarderen, maar op een nieuwe manier. In plaats van een attentie per post organiseren we een gezamenlijke bijeenkomst om hen persoonlijk te bedanken. Inclusiviteit blijft belangrijk. We blijven hier jaarlijks aandacht aan besteden, maar door de extra inzet van de afgelopen periode kunnen we het structurele budget verlagen.

19

Programma 5 Bedragen * € 1.000 Intensiveringen: Preventieve trainingen jeugd Steunpunten GGZ Totaal intensiveringen Bezuinigingen: Technische maatregelen Niet indexeren subsidies Jeugdzorg WMO Welzijn Totaal bezuinigingen Saldo programma 5

2026

2027

2028

2029

-/- 100 -/- 90 -/- 190

-/- 100 -/- 90 -/- 190

-/- 100 -/- 90 -/- 190

-/- 100 -/- 90 -/- 190

1.000 390 2.300 460 200 4.350 4.160

950 390 2.300 1.800 200 5.640 5.450

950 390 2.300 2.155 200 5.995 5.805

950 390 2.300 2.550 200 6.390 6.200

Programma 6: Betalen en Financieren Bezuinigingsmaatregelen • Technische maatregelen We realiseren € 1,3 miljoen aan technische voordelen in 2026, vooral door hogere opbrengsten uit OZB, precario en toeristenbelasting dan reeds begroot. De grote waardestijging van woningen in het afgelopen jaar heeft gezorgd voor de hogere OZBopbrengsten. Programma 6 Bedragen * € 1.000 Intensiveringen: N.v.t. Totaal intensiveringen Bezuinigingen: Technische maatregelen Totaal bezuinigingen Saldo programma 6

2026

2027

1.275 1.275 1.275

1.075 1.075 1.075

20

2028

1.075 1.075 1.075

2029

1.075 1.075 1.075

Totaaloverzicht Bovenstaand hebben wij per programma in hoofdlijnen uiteengezet hoe wij de beschikbare financiële middelen de komende jaren willen inzetten. In onderstaande tabel zijn de voorstellen voor intensiveringen en de bezuinigingsmaatregelen in één totaal tabel weergegeven. Alle programma’s 2026 2027 2028 2029 Bedragen * € 1.000 Intensiveringen: Programma 1 -/- 742 -/- 742 -/- 742 -/- 742 Besturen en Samenwerken Programma 2 -/- 370 -/- 380 -/- 420 -/- 470 Leren en Ontwikkelen Programma 3 -/- 100 -/- 350 -/- 350 -/- 350 Werken en Ondernemen Programma 4 -/- 147 -/- 1.079 -/- 2.279 -/- 2.479 Wonen en Verblijven Programma 5 -/- 190 -/- 190 -/- 190 -/- 190 Zorgen en Stimuleren Programma 6 Betalen en Financieren Totaal nieuw beleid -/- 1.549 -/- 2.741 -/- 3.981 -/- 4.231 Bezuinigingen: Programma 1 Besturen en Samenwerken Programma 2 Leren en Ontwikkelen Programma 3 Werken en Ondernemen Programma 4 Wonen en Verblijven Programma 5 Zorgen en Stimuleren Programma 6 Betalen en Financieren Totaal bezuinigingen

585

720

845

845

550

500

500

500

205

155

155

155

1.400

1.500

1.500

1.500

4.350

5.640

5.995

6.390

1.275

1.075

1.075

1.075

+ 8.365

+ 9.590

+ 10.070

+ 10.465

21

5. Conclusie In deze Kadernota hebben wij uiteengezet voor welke financiële en inhoudelijke opgaven onze gemeente zich gesteld ziet. Wij hebben toegelicht op welke wijze wij invulling willen geven aan deze opgaven. Het Verhaal van Roosendaal is daarbij onze leidraad. Dit heeft geleid tot het onderstaande financiële beeld. Financiële beeld Kadernota 2026 2026 2027 Bedragen * € 1.000 Financiele uitgangspositie -/- 6.817 -/- 4.438 Nieuw beleid -/- 1.549 -/- 2.741 Bezuinigingsmaatregelen + 8.365 + 9.590 Saldo begroting 0 + 2.411

2028 -/- 6.805 -/- 3.981 + 10.070 -/- 716

2029 -/- 5.326 -/- 4.231 +10.465 + 908

Met onze voorstellen zijn de jaren 2026 en 2027 structureel sluitend. Voor het jaar 2028 resteert nog een tekort. De VNG adviseert gemeenten in haar begrotingsadvies om in ieder geval de jaarschijven 2026 en 2027 structureel sluitend te maken. Dit past ook binnen de regels van onze toezichthouder (de provincie Noord-Brabant). Die geven aan dat de eerste jaarschijf van de begroting (i.c. 2026) structureel sluitend moet zijn. Indien dat niet haalbaar is, moet sprake zijn van een structureel sluitend perspectief. Dat wil zeggen dat de laatste jaarschijf (i.c. 2029) structureel sluitend is. Met dit financiële beeld voldoen we dus aan zowel het advies van de VNG als aan de regels van de toezichthouder.

22

BIJLAGE 1: Toelichting op de financiële uitgangspositie In hoofdstuk 2 van deze Kadernota is de financiële uitgangspositie weergegeven. In deze bijlage lichten we de totstandkoming van de uitgangspositie verder toe.

A. B. C. D.

Financiële positie Bedragen * € 1.000 Begrotingssaldi Programmabegroting 2025 Gemeentefonds Autonome ontwikkelingen Reeds genomen besluiten Totaal uitgangspositie

2026

2027

2028

2029

-/- 1.595

1.685

5.214

6.714

10.093 -/- 15.454 139 -/- 6.817

10.700 -/- 17.283 460 -/- 4.438

5.800 -/- 18.366 547 -/- 6.805

6.924 -/- 19.409 445 -/- 5.326

A. Begrotingssaldi Programmabegroting 2025 In november 2024 heeft uw raad de Programmabegroting 2025 vastgesteld. De begroting liet voor het jaar 2026 een tekort zien. Voor de jaren 2027 t/m 2029 werd daarentegen een positief begrotingsresultaat geraamd. B. Gemeentefonds Na de vaststelling van de programmabegroting 2025 zijn de decembercirculaire 2024 en de meicirculaire 2025 verschenen. De effecten daarvan nemen we ook mee in de bepaling van onze beschikbare financiële middelen. De laatste circulaire die in onze begroting is verwerkt is de septembercirculaire. Ten opzichte van de septembercirculaire 2024 is sprake van een voordeel bij de meicirculaire 2025. In 2026 is dat voordeel € 10,1 miljoen. Dit loopt terug naar € 5,7 miljoen in 2029. In 2026 ontstaat dit voordeel door de toekenning van aanvullende middelen voor jeugdzorg en een bijstelling van het accres. Tevens ontvangen wij in dat jaar een compensatie in verband met het uitstel van de inkomensafhankelijke bijdrage voor de Wmo. Ook in 2027 worden extra middelen beschikbaar gesteld, wederom gerelateerd aan het accres en de jeugdzorg. Vanaf 2028 verwacht het Rijk dat de maatregelen uit de Hervormingsagenda Jeugd, in combinatie met aanvullende kostenbeheersende maatregelen, hun beoogde effect zullen hebben. Om die reden worden er vanaf dat jaar geen extra middelen meer beschikbaar gesteld voor jeugdzorg.

Met ingang van 2027 wordt naar alle waarschijnlijkheid het ingroeipad van de herijking van het Gemeentefonds losgelaten. Hierdoor ontvangen we een groter aandeel uit het Gemeentefonds. Hiervoor nemen we voor de jaren 2027 tot en met 2029 een post op van € 1,2 miljoen. B. Gemeentefonds Bedragen * € 1.000 Meicirculaire 2025 Herijking gemeentefonds m.i.v. 2027 Totaal Gemeentefonds

2026

2027

10.093 10.093

23

2028

2029

9.500

4.600

5.724

1.200

1.200

1.200

10.700

5.800

6.924

C. Autonome ontwikkelingen Het totaal aan autonome ontwikkelingen voor het jaar 2026 bedraagt € 15,5 miljoen. Het betreft hier ontwikkelingen waarop de gemeente geen of slechts beperkte invloed heeft, dan wel aanpassingen van bestaand beleid waarvan de financiële gevolgen structureel doorwerken in de begroting. In onderstaande tabel zijn de autonome ontwikkelingen weergegeven. Aansluitend worden de afzonderlijke posten nader toegelicht. C. Autonome ontwikkelingen Bedragen * € 1.000 a. Structurele effecten berap 2025 b. Indexering c. Vrijval structureel budget wethouderspensioen d. Lidmaatschap B7 vanuit cultuur e. Niet vrij toegankelijke zorg (jeugd) f. Omgevingswet g. Jeugdzorgplus h. Hulp bij Huishouden i. Hulpmiddelen j. Begeleiding k. Beheerplan NBD bewegwijzering l. Accountantsdienstverleni ng m. Extra financiën sport en recreatie n. Kosten lege openbare afvalbakken o. Reparatie diverse budgetten a.g.v. personeelstoename p. Programmaorganisatie NPR q. Structurele bijdrage stedelijke regio WestBrabant r. Watertappunten s. Contractverlening iBurgerzaken t. Vervanging applicaties naar SaaS Totaal autonome ontwikkelingen

2026

2027

2028

2029

-/-1.227

-/-1.272

-/-1.066

-/- 870

-/-2.000

-/-2.000

-/-2.000

-/-2.000

150

150

-/- 25

-/- 25

-/- 25

-/- 25

-/-5.588

-/-6.605

-/-7.387

-/-7.931

-/- 500 -/- 400 -/-3.003 -/- 785 -/- 37

-/- 500 -/- 400 -/-3.536 -/- 785 -/- 121

-/- 500 -/- 400 -/-4.104 -/- 785 -/- 210

-/- 500 -/- 400 -/-4.709 -/- 785 -/- 300

-/- 300

-/- 300

-/- 300

-/- 300

-/- 42

-/- 42

-/- 42

-/- 42

-/- 540

-/- 540

-/- 540

-/- 540

-/-193

-/- 193

-/-193

-/-193

-/-568

-/-568

-/-568

-/-568

-/-150

-/-150

-/-150

-/-162

-/-162

-/-162

-/-162

-/-14

-/-14

-/-14

-/-14

-/-25

-/-25

-/-25

-/-25

-/-45

-/-45

-/-45

-/-45

-/-15.454

-/-17.283

-/-18.366

-/-19.409

24

Toelichting op de autonome ontwikkelingen: a. Structurele effecten bestuursrapportage: In de eerste bestuursrapportage zijn diverse afwijkingen ten opzichte van de Programmabegroting 2025 opgenomen. Voor zover deze afwijkingen een structureel karakter hebben, zijn zij verwerkt als autonome ontwikkelingen in het financieel beeld. In de bestuursrapportage zijn deze structurele effecten afzonderlijk toegelicht. b. Indexering: Voor de indexering van de begroting reserveren wij een post van € 2 miljoen. Bij het opstellen van de begroting zal worden beoordeeld in hoeverre dit bedrag aansluit bij de dan geldende inflatieontwikkelingen, om zo tot een realistische raming te komen. c. Vrijval structureel budget wethouderspensioenen Met ingang van 1 januari 2028 dienen de wethouderspensioenen te worden overgedragen aan het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). In de begroting hebben we structurele lasten opgenomen voor pensioenen van voormalige wethouders. Na de overdracht aan ABP komen deze lasten te vervallen, wat leidt tot een structurele besparing. d. Lidmaatschap B7 vanuit cultuur: Dit betreffen middelen om vanuit cultuur deel te nemen aan de B7. Deelname hieraan is toegezegd, de bijdrage is nog niet verwerkt in de begroting. e. Niet vrij toegankelijke zorg (jeugd): De kosten voor niet-vrij toegankelijke jeugdzorg nemen naar verwachting de komende jaren aanzienlijk toe.

Gemeenten ontvangen momenteel onvoldoende middelen om hun jeugdzorgtaken adequaat uit te voeren. Wij signaleren een structurele stijging van de uitgaven en hebben deze zo zorgvuldig en realistisch mogelijk geraamd. f. Omgevingswet: De uitvoering van de Omgevingswet is een wettelijke verplichting voor gemeenten. Door het reserveren van een bedrag van € 500.000 kunnen we op een adequate wijze invulling geven aan deze taak. g. JeugdzorgPlus: De uitgaven voor JeugdzorgPlus zullen naar verwachting de komende jaren aanzienlijk toenemen. Gemeenten ontvangen op dit moment onvoldoende middelen om hun jeugdzorgtaken op een toereikende wijze uit te voeren. Wij signaleren een structurele kostenstijging en hebben deze zo zorgvuldig en realistisch mogelijk geraamd. h. Hulp bij Huishouden: De kosten voor hulp bij huishouden worden als gevolg van de nieuwe aanbesteding en de toename in het aantal cliënten naar verwachting de komende jaren fors hoger. i. Hulpmiddelen: In het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) verstrekken wij hulpmiddelen aan inwoners die deze nodig hebben om hun zelfredzaamheid te behouden en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving te kunnen blijven participeren. Als gevolg van een stijgend aantal cliënten en toenemende productkosten nemen de uitgaven structureel toe met € 785.000. j.

Begeleiding: Als gevolg van een stijgend aantal cliënten en een hogere indexering zijn structureel extra financiële middelen nodig. Het betreft hier een wettelijke taak op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Door te investeren in begeleiding wordt de 25

zelfredzaamheid van inwoners versterkt en wordt het mogelijk gemaakt dat zij zo lang mogelijk kunnen blijven participeren in hun eigen leefomgeving. k. Beheerplan bewegwijzering: Binnen de bewegwijzering is sprake van achterstallig onderhoud. Om te kunnen voldoen aan de geldende contractuele en wettelijke verplichtingen is een structureel budget van € 300.000 noodzakelijk. Met deze middelen kan invulling worden gegeven aan het reguliere onderhoud en beheer van de bewegwijzering. Dit draagt bij aan het waarborgen van zowel de bereikbaarheid als de verkeersveiligheid binnen de gemeente Roosendaal. l. Accountantsdienstverlening: Als gevolg van de nieuwe aanbesteding van de accountantsdienstverlening nemen de kosten hiervoor toe met structureel € 41.000. m. Extra financiën sport en recreatie: Voor de huisvesting van de Wielerexperience is een aanbesteding uitgevoerd, die hoger uitvalt dan geraamd. Daarnaast is voor de dekking van energielasten en onderhoud aan accommodaties naar verwachting structureel een aanvullende bijdrage vereist. n. Kosten lege openbare afvalbakken: Als gevolg van de nieuwe aanbesteding vallen de kosten voor het ledigen van openbare afvalbakken € 193.000 hoger uit dan oorspronkelijk geraamd.

Door het beschikbaar stellen van aanvullende middelen kan de continuïteit van het legen van afvalbakken in de openbare ruimte worden gewaarborgd, wat bijdraagt aan een schoon en leefbaar Roosendaal. o. Reparatie diverse budgetten a.g.v. personeelstoename: In de afgelopen jaren is het personeelsbestand van de gemeente aanzienlijk gegroeid. De bijbehorende apparaatsbudgetten – zoals studiebudgetten, facilitaire voorzieningen en arboverzekeringen – zijn in diezelfde periode echter niet meegegroeid. Hierdoor ontstaat druk op de beschikbare middelen en kunnen wij niet langer volledig voldoen aan onze verplichtingen. Om deze budgetten in lijn te brengen met de huidige omvang van de organisatie, nemen we een structurele aanvulling op in de begroting. p. Programmaorganisatie NPR: Met ingang van 2027 stelt de gemeente structureel € 150.000 beschikbaar ter ondersteuning van de onafhankelijke programmaorganisatie van het Nationaal Programma Roosendaal (NPR). Deze bijdrage maakt het mogelijk om een volwaardig en professioneel programmateam te vormen binnen de alliantie Voor ons Roosendaal, dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van de ambities en doelstellingen van het NPR. q. Structurele bijdrage stedelijke regio West-Brabant: De structurele bijdrage van € 162.000 stelt de gemeente in staat om uitvoering te geven aan de afspraken met het Rijk en de Provincie.

Binnen de Stedelijke Regio West-Brabant wordt een integraal programma uitgevoerd gericht op ruimtelijke ontwikkeling op regionaal niveau. Deze samenwerking vormt een essentiële randvoorwaarde voor de ruimtelijke ambities van Roosendaal, zoals verwoord in de visie RSD 2040. r. Watertappunten: Voor het beheer en onderhoud van de drinkwatertappunten in de openbare ruimte is structureel € 14.000 per jaar nodig. De aanwezigheid van drinkwatervoorzieningen op koele plekken draagt aantoonbaar bij aan het verminderen van de ervaren hittestress, en levert daarmee een positieve bijdrage aan de leefbaarheid tijdens warme periodes. 26

s.

t.

Contractverlening iBurgerzaken: Het huidige contract met iBurgerzaken loopt binnenkort af. Voor de verlenging is een bedrag van € 25.000 noodzakelijk. Deze verlenging is onvermijdelijk, aangezien het voortvloeit uit verplichtingen die zijn vastgelegd in de Europese regelgeving. Vervanging applicaties naar SaaS: Het huidige contract loopt af. Voor de overgang naar een SaaS-oplossing is een investering van € 15.000 vereist. Deze keuze is noodzakelijk, aangezien alternatieven hogere kosten met zich meebrengen vanwege aanzienlijke omstelkosten. De migratie naar SaaS is daarmee de meest kostenefficiënte en toekomstbestendige optie.

D. Reeds genomen besluiten Tot slot hebben we nog te maken met reeds genomen besluiten, waarvan de financiële consequenties nog niet meegenomen zijn in onze begroting. Deze besluiten met financiële consequenties zijn hieronder in de tabel opgenomen. D. Reeds genomen besluiten Bedragen * € 1.000 u. Begrotingen Gemeenschappelijke Regelingen v. Correctie vanwege bezuinigingen in PB2025 w. Onderwijshuisvesting (IHP) x. Extra structurele lasten EKP Totaal reeds genomen besluiten

2026

2027

2028

2029

364

810

882

670

-/-200

-/-200

-/-200

-/-200

-/-25 139

-/-125 -/-25 460

-/-110 -/-25 547

-/-25 445

Toelichting op reeds genomen besluiten: u. Begrotingen Gemeenschappelijke Regelingen: Op 15 april jl. hebben de gemeenschappelijke regelingen hun begrotingen voor 2026 aan de deelnemende gemeenten toegezonden. Wij hebben eerder aan deze regelingen kenbaar gemaakt dat de gemeente genoodzaakt is te bezuinigen, en dat wij verwachten dat ook zij hierin hun verantwoordelijkheid nemen. Uit de ontvangen begrotingen blijkt dat de gemeenschappelijke regelingen hieraan gehoor hebben gegeven: zij hebben bezuinigingen doorgevoerd, waardoor de begrotingen lager uitvallen dan verwacht. De gemeenteraad behandelt deze begrotingen in juni. v. Correctie vanwege bezuinigingen in PB2025 In de programmabegroting 2025 is een structurele bezuiniging van € 200.000 opgenomen voor alle gemeenschappelijke regelingen. Deze bezuiniging is inmiddels gerealiseerd door de lagere begrotingen 2026 van de betreffende regelingen. Daarmee is invulling gegeven aan de structurele taakstelling. w. Onderwijshuisvesting (IHP) Op 6 februari 2025 is het nieuwe Integraal Huisvestingsplan (IHP) vastgesteld. Dit plan leidt in de jaren 2026 en 2029 tot lagere lasten, terwijl in 2027 en 2028 sprake is van aanvullende lasten.

27

x.

Extra structurele lasten EKP Op 21 november 2024 heeft uw raad besloten tot de verbouwing van het EKP. De werkelijke kosten van deze verbouwing vallen echter hoger uit dan oorspronkelijk geraamd. Dit resulteert in een aanvullende structurele last van € 25.000 per jaar.

28

BIJLAGE 2: Richtlijnen Begroting 2026 en meerjarenperspectief 2027-2029 Met ingang van dit jaar nemen we de begrotingsrichtlijnen op in de Kadernota. Voorheen deden we dit altijd in het Spoorboekje van de P&C-cyclus. In de raadsmededeling over het Spoorboekje is de gemeenteraad geïnformeerd over deze wijziging (zaaknummer 12329879). In deze bijlage treft u daarom de financieel-technische begrotingsrichtlijnen aan, die we zullen hanteren bij het opstellen van de programmabegroting. 1. Algemeen In deze richtlijnen zijn de uitgangspunten opgenomen die door het College van Burgemeester en Wethouders zijn vastgesteld voor onder andere de begroting 2026 en de meerjarenramingen 2027 tot en met 2029. Hogere regelgeving, zoals de Gemeentewet, het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) en Single Information Single Audit (SiSa), maken onderdeel uit van deze richtlijnen en zijn dus altijd van toepassing. 2. Salariskosten • Politieke ambtsdragers (burgemeester, wethouders en raadsleden) Voor de politieke ambtsdragers worden de ramingen opgenomen zoals deze door het Kabinet zijn overeengekomen in de inwonercategorie 60.001 tot en met 100.000 inwoners. • Ambtelijk apparaat De CAO-onderhandelingen voor 2025-2027 zijn afgerond. De CAO heeft een looptijd tot en met 31 maart 2027.

De gevolgen van de definitieve CAO voor het boekjaar 2025 worden meegenomen in de Bestuursrapportage 2025. De gevolgen van de nieuwe CAO voor 2026 zullen worden meegenomen in de uitgangspositie van de begroting 2026. De basis voor de berekeningen vormen de toegestane formatie per 1 maart 2025 en de dan geldende salarisschalen, waarin alle elementen van de laatst vastgestelde CAO zijn verwerkt. In de jaren 2026 tot en met 2029 wordt voor elk jaar een verhoging toegepast (percentage jaarlijks te actualiseren aan de hand van actuele CAO afspraken). Voor bevorderingen wordt gerekend met 0,4% per jaar. Periodieke verhogingen worden voor de juiste bedragen in de berekeningen meegenomen. 3. Formatieplaatsen en loonkostenverdeling • Formatie Voor de bepaling van de totale formatie wordt uitgegaan van de door het Directieteam vastgestelde formatie, zoals vastgelegd in het ADP WorkForce Systeem. Het betreft de formatie per 1 maart 2025. Op basis van deze formatie inclusief de aanwezige vacature ruimte worden de totale loonkosten van de ambtelijke organisatie voor de nieuwe begroting 2026 vastgesteld. • Loonkostenverdeling De procentuele verdeelsleutels voor de loonkosten, gebaseerd op alle groeps- en teamplannen, worden eens per jaar geactualiseerd.

29

a. De loonkosten gerelateerd aan functies gericht op de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces worden (conform BBV) opgenomen onder Overhead. Alle loonkosten van de ondersteunende groepen en teams, teamleiders, directie en concerncontrol worden conform de BBV wetgeving aangemerkt als overhead en worden verantwoord onder het beleidsveld Betrouwbare gemeente binnen programma 1 Besturen & Samenwerken. De loonkosten van de bestuursorganen worden zoals voorheen direct verantwoord binnen het beleidsveld Algemene bestuurlijke zaken. b. Voor de medewerkers in het primaire proces worden de loonkosten direct toegerekend aan de diverse producten en investeringen. In de procentuele verdeelsleutels van enkele primaire teams of groepen zit ook een percentage van de loonsom gebaseerd op de ambtelijke inzet wat toegerekend kan worden aan investeringskredieten en grondexploitaties. • Overhead De BBV-wetgeving laat ruimte om op basis van de toegerekende loonkosten naar rato van (een ingeschatte) tijdsbesteding, een evenredig gedeelte van de totale overhead toe te rekenen aan investeringskredieten en grondexploitaties. De hieruit verkregen bijdrage vormt een bate voor het beleidsveld Betrouwbare gemeente. 4.

Investeringen Bij de opstelling van het Investeringsplan 2026-2029 (IP) dienen de volgende uitgangspunten te worden gehanteerd voor vervangingsinvesteringen: • Als referentiekader geldt de schijf 2026 van het IP 2025-2028, zoals opgenomen in de Programmabegroting 2025 plus eventuele aanpassingen middels begrotingswijzigingen. • Investeringen dienen realistisch in de tijd te worden geraamd en dienen bij investeringen van meer dan € 1 miljoen te worden voorzien van een corresponderend kasstroomschema over alle jaren waarin de investering plaatsvindt. • Uitgaven in het kader van onderhoud komen ten laste van de betreffende begrotingspost binnen de jaarlijkse exploitatie of rechtstreeks ten laste van een daarvoor bestemde voorziening. • Als investering geldt een uitgave die bestemd is voor de aanschaf van een kapitaalgoed of een uitgave die noodzakelijk is om een kapitaalgoed tot stand te brengen. • Een kapitaalgoed kenmerkt zich door het fysieke karakter ervan en het meerjarige nut dat het goed heeft. Bij de opstelling van het Investeringsplan 2026-2029 (IP) dienen de volgende uitgangspunten te worden gehanteerd voor nieuwe investeringen: • Investeringsvoorstellen worden voorzien van een uitgebreide toelichting, zodat een integrale afweging van alle voorstellen kan worden gemaakt. Ieder investeringsvoorstel kan dan op zijn kwaliteit worden beoordeeld.

Dit doet recht aan het uitgangspunt van een integrale weging van alle voorstellen ten behoeve van de formulering van nieuw beleid. Voor ieder investerings- of vervangingsvoorstel dient aangegeven te worden: • Het kasstroomschema voor investeringen groter dan € 1 miljoen.

30

•

• •

Of sprake is van een rendabele of onrendabele investering (de afweging is of financiering/dekking van de kapitaallasten en materiële- en overige lasten is geregeld in de begroting of juist niet). De afschrijvingstermijn die van toepassing is conform de richtlijn van het activabeleid. Of sprake is van eventuele extra tijdelijke of structurele personele en/of materiële kosten.

Aanvullend dient voor ieder investeringsvoorstel (nieuwe investeringen) aangegeven te worden: • Of het gaat om bestaand beleid, uitbouw bestaand beleid of nieuw beleid. • Welke beheers-/instandhoudingskosten voortvloeien uit de investering. Deze dienen expliciet inzichtelijk te worden gemaakt en dienen in de Programmabegroting te worden opgenomen. Het vaststellen door uw gemeenteraad van het IP betekent dat uw raad akkoord gaat met de daarin genoemde investeringen (conform de meest recent vastgestelde Financiële Verordening). Dit geldt ook voor vervangingsinvesteringen van bedrijfsmiddelen. Alle in het door uw gemeenteraad vastgestelde IP opgenomen investeringen worden door het college, op initiatief van het betreffende team/groep, middels aparte voorstellen vrijgegeven voor besteding. 5. Afschrijvingslasten en rente De berekeningen voor 2026 worden als volgt opgenomen: • Kredieten uit het IP 2025 plus door de Raad vastgestelde begrotingswijzigingen: - Jaarafschrijving 2026 - Omslagrente over het krediet minus de afschrijving 2025 (conform afschrijvingsbeleid) • Kredieten uit het IP 2026: - Jaarafschrijving 2026 - ½ jaarrente over het Investeringsplan 2026 De afschrijvings- en rentelasten worden op basis van de gedane investeringen, het vastgestelde IP 2025 en het nog vast te stellen IP 2026-2029 aan de Programmabegroting toegevoegd.

Het in de Programmabegroting 2026 te hanteren rentepercentage is de resultante van de aan de taakvelden toe te rekenen rente (in €), gedeeld door de boekwaarde per 1 januari van de vaste activa + voorraad gronden die integraal zijn gefinancierd. Dit percentage is de omslagrente voor toerekening aan de programma’s. Het eventuele resterende rentesaldo wordt verantwoord aan de lastenkant op het beleidsveld Treasury (programma 6). 6. Grondexploitaties Bij het berekenen van de grondexploitaties wordt gerekend met de omslagrente gebaseerd op de geprognosticeerde balans. Conform de notitie Rente 2023 van de Commissie BBV geldt vanaf 2025 dat de rente die gehanteerd wordt bij de grondexploitaties gelijk is aan de reguliere omslagrente. Daarnaast wordt een disconteringspercentage van 2,0% gehanteerd om de contante waarden van kosten- en opbrengstenstromen te berekenen. Er wordt rekening gehouden met prijsstijgingspercentages voor de kosten. De prijsstijgingspercentages zijn gelijk aan de indexpercentages die we hanteren voor het actualiseren van onze baten en lasten in de 31

begroting, dat wil zeggen de meest actuele percentages van de Index Materiële OverheidsConsumptie (IMOC). Afwijkingen van de nog vast te stellen nieuwe kaders vastgoed en nota grondbeleid met betrekking tot de aan- en verkoop van vastgoed en verkoop van gronden worden in de jaarstukken of in een bijlage toegelicht. 7. Materiële kosten Materiële kosten worden geïndexeerd met de Index Materiële OverheidsConsumptie, zoals deze zijn opgenomen in het Centraal Economisch Plan 2025 van het Centraal Planbureau. Voor 2026 is dit percentage 2,1%. Redenen voor afwijkingen hierop kunnen zijn dat; • tarieven wettelijk vastgesteld worden zonder dat de gemeente daarop invloed kan uitoefenen. • via meerjarige contracten de gemeente zich verbonden heeft om bepaalde uitgaven te doen. In die situaties kan op initiatief van de budgethouder - mits onderbouwd - een andere verhoging van de last worden geraamd. Te denken valt aan heffingen en belastingen, energieverbruik, verzekeringspremies, verplichte uitgaven aan gemeenschappelijke regelingen. 8. Reserves en voorzieningen Voor reserves en voorzieningen geldt het door uw gemeenteraad vastgestelde Beleidskader Reserves en Voorzieningen. Reserves - Voor de voeding van en onttrekking aan algemene reserves en bestemmingsreserves gelden de regels zoals die zijn opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV).

Hiervan mag niet worden afgeweken. Voorzieningen - Uit oogpunt van rechtmatigheid en BBV moeten alle bestedingen ten laste van voorzieningen zo nauwkeurig mogelijk worden geraamd. Hiervoor zijn bestedingsplannen ter onderbouwing noodzakelijk. In geval een bestedingsplan ontbreekt of een raming niet of moei lijk is te geven, moet ten minste een schatting worden gemaakt. In een later stadium kan dan alsnog worden gezorgd voor de noodzakelijke onderbouwing. 9. Subsidies Uw gemeenteraad heeft op 6 juni 2019 het subsidiebeleid ‘Open en transparant subsidiëren’ vastgesteld. Hiermee geeft het college verdere uitwerking aan de Algemene subsidieverordening (ASV). Het doel van het subsidiebeleid is om te komen tot een open en transparante subsidieverstrekking. Jaarlijks worden, voor 1 juli de nieuwe subsidieregelingen voor het jaar daarop vastgesteld. Daar waar sprake is van reguliere activiteiten, worden subsidieregelingen voor 4 jaar vastgesteld. Per subsidieregeling wordt ingegaan op de activiteiten die in aanmerking komen voor subsidie, de relevante doelstellingen en doelgroepen, procedurebepalingen, kosten die voor subsidie in aanmerking komen, berekening van de subsidie, wijze van beoordeling en toekenning, verdeling van het subsidieplafond, specifieke weigeringsgronden en eventuele aanvullende verplichtingen. 32

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1770/documents/49048