CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

GETEKEND - Bijlage jaarstukken 2025

Commissie 2 juli 2026, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 4: Raadsvoorstel Jaarstukken 202580.565 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 6 van 10

Voor 8 organisaties werden in 2024 reeds begrotingssubsidies voor de periode vanaf 2024 vastgesteld met het ‘Subsidieprogramma Vastgestelde Organisaties’*. Deze begrotingssubsidies hebben een meerjarige subsidieperiode van bijvoorbeeld 2024-2027 of 2025-2026. Voor 2025 zijn in totaal 471 subsidies verleend. > Hiervan zijn 253 subsidies nieuw, verstrekt op basis van de nieuwe subsidieregelingen, het Subsidieprogramma Vastgestelde Organisaties vanaf 2025 of verstrekt als incidentele subsidie, al dan niet vanuit een NPR en/of SPUK-grondslag. > Van de nieuwe subsidies zijn 228 subsidies voor alleen 2025 en 25 subsidies voor meerdere jaren verleend. > In het totaal aantal verleende subsidies voor 2025 zijn 170 nog lopende meerjarige subsidies opgenomen, waarvan 43 incidentele subsidies, die zijn verleend in 2025 of eerder en doorlopen tot of na 2025. *Subsidieprogramma Vastgestelde Organisaties (SVO) In het ’Subsidiebeleid open en transparant subsidiëren’ is opgenomen dat als dit vanwege politieke, inhoudelijke of financiële redenen wenselijk is, wordt afgeweken van het openstellen van subsidie voor meerdere aanvragers. In deze situaties is gekozen voor één-op-één subsidiëring, door een begrotingssubsidie of een één-op-één subsidieregeling. Sinds 2024 worden geen nieuwe één-op-één subsidieregelingen meer opgesteld en hanteert de gemeente een andere werkwijze voor 1-op-1 subsidies.

De nog lopende 1-op-1 subsidieregelingen zijn hierdoor geleidelijk uitgefaseerd. Vanaf 2026 zijn alle (historische) 1-op-1 subsidies, zolang zij nog noodzakelijk waren, als begrotingssubsidie opgenomen in het SVO, het Subsidieprogramma Vastgestelde Organisaties. De subsidies die aan vooraf bepaalde organisaties worden verstrekt voor specifieke activiteiten zijn gebundeld in het SVO. Het SVO beschrijft de activiteiten waarvoor en voorwaarden waaronder deze subsidies aan welke partijen worden verstrekt. Hierdoor biedt het SVO sturingsmogelijkheden en inzicht in beoogde resultaten bij begrotingssubsidies aan vastgestelde organisaties. Subsidies die aantoonbaar door locatie, licentie of een andere grondslag slechts door één organisatie aangevraagd en slechts aan één organisatie kunnen worden toegekend, zijn nu opgenomen in het SVO. Het SVO en de daarin opgenomen begrotingssubsidies worden jaarlijks aan het college aangeboden. Daarbij worden de nieuw opgenomen subsidies ter vaststelling aangeboden. 178 P Paragraaf 9. Wet Open Overheid (Woo) Sinds 1 mei 2022 geldt de Wet open overheid (Woo). Het doel van deze wet is om overheden transparanter te maken. Daarbij moeten overheden zorgen voor beter vindbare, uitwisselbare, te ontsluiten en goed te archiveren overheidsinformatie. De Woo vervangt de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

De verplichtingen op het gebied van de Woo-verzoeken gelden al sinds 1 mei 2022. Actieve openbaarmaking wordt gefaseerd verplicht. Er geldt al wel een inspanningsverplichting. In 11 informatiecategorieën moeten gemeente documenten actief openbaar maken (Informatiecategorieën en werkdefinities | Actief openbaar maken | Open Overheid). Op 1 november 2024 zijn de eerste verplichtingen ingegaan. Het gaat specifiek om de categorieën voor gemeenten: wetten en algemeen verbindende voorschriften, overige besluiten van algemene strekking, organisatie en werkwijze en bereikbaarheidsgegevens. Woo in collegeprogramma De implementatie van de Woo is onderdeel van het programma Betrouwbare en Gastvrije Gemeente. In het collegeprogramma is de volgende ambitie opgenomen: “We zijn duidelijk. We leggen uit wat we doen en waarom. We gaan verder met de implementatie van de Wet open overheid". We volgen de landelijke ontwikkelingen en deadlines, en sorteren daar waar mogelijk op voor. Wat hebben we in 2025 gedaan? De implementatie van de Woo wordt projectmatig opgepakt. Er is een projectgroep met daarin een vertegenwoordiging van diverse disciplines. Passieve openbaarmaking In het afgelopen jaar is het aantal Woo-verzoeken opnieuw flink toegenomen. In totaal hebben we 93 verzoeken ontvangen, een forse stijging ten opzichte van voorgaande jaren.

Deze toename heeft geleid tot een aantal uitdagingen, waaronder op het gebied van capaciteit en langere afhandeltijden, vooral bij complexere verzoeken die grote hoeveelheden informatie omvatten. In totaal zijn 29% van de Woo-verzoeken binnen de juridische termijn afgehandeld. Ook het aantal bezwaren naar aanleiding van besluiten op Woo-verzoeken is toegenomen (een verdubbeling ten opzichte van 2024). Actieve openbaarmaking In 2025 heeft de gemeente Roosendaal belangrijke stappen gezet in de verdere implementatie van de Wet open overheid (Woo) op het gebied van actieve openbaarmaking. Doel hierbij is om informatie voor onze inwoners en ondernemers zo goed mogelijk vindbaar en toegankelijk te maken. Dit draagt bij aan onze ambitie om een betrouwbare en gastvrije gemeente te zijn en versterkt het vertrouwen van inwoners en ondernemers. 179 P De landelijk ontwikkelde Woo-index (Woo-index Gemeente Roosendaal | Overheid.nl) is in 2025 verder aangevuld en geactualiseerd. Hiermee is inzichtelijk gemaakt welke informatiecategorieën actief openbaar worden gemaakt en via welke kanalen deze informatie vindbaar is. Hierdoor is de vindbaarheid voor inwoners verbeterd en wordt dubbele publicatie voorkomen. Tien van de elf informatiecategorieën uit de Wet open overheid zijn geïmplementeerd in Roosendaal. Wij lopen landelijk gemiddeld gezien voor op de implementatie.

Plan van aanpak voor de elfde categorie ‘beschikkingen’ is opgesteld, realisatie vindt plaats in 2026. In 2025 zijn ook de werkprocessen verder ingericht en aangescherpt om actieve openbaarmaking structureel te borgen. Daarnaast hebben we ingezet op een verbetering in de afstemming tussen informatiebeheer, zaakgericht, proces- en projectmatig werken. In 2026 zetten we de realisatie hiervan voort. De volgende informatie wordt op dit moment actief openbaar gemaakt: 1. Bestuursstukken via Woo | Gemeente Roosendaal | Home 2. Raadstukken via Roosendaal | Home 3. Woo-verzoeken via Woo | Gemeente Roosendaal | Home 4. Convenanten via Woo | Gemeente Roosendaal | Home 5. Onderzoeksrapporten vanaf 2026 6. Klachtoordelen via Woo | Gemeente Roosendaal | Home 7. Jaarplannen en -verslagen via Woo | Gemeente Roosendaal | Home 8. Adviezen vanaf 2026 9. Ontwerpen van wet- en regelgeving met adviesaanvraag vanaf 2026 10. Organisatiegegevens via Over onze gemeentelijke organisatie | Gemeente Roosendaal 11. Bereikbaarheidsgegevens via Home | Gemeente Roosendaal, Register van Overheidsorganisaties, Woo-index Gemeente Roosendaal | Overheid.nl 12. Beschikkingen vanaf 2026 13. Ruimtelijke plannen via Regels op de kaart Regels op de kaart - Omgevingsloket 14. Vergunningen via Zoeken in alle documenten | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen 15.

Wet- en regelgeving in het Gemeenteblad via Gemeenteblad | Overheid.nl > Officiële bekendmakingen 180 P Paragraaf 10. Indicatoren prioriteiten Collegeprogramma Inleiding In het Collegeprogramma 2022-2026, ‘Zij aan Zij voor Roosendaal’ staan 15 prioriteiten benoemd. We hebben daarbij voor elk punt aangegeven wat we willen bereiken, wat we daarvoor gaan doen en met wie we daarvoor samenwerken. Om de voortgang van de maatschappelijke doelen van de prioriteiten te volgen gaan we monitoren. Hierbij gaat het om de vraag: wat merken we meetbaar van deze prioriteit in de samenleving? De maatschappelijke doelen van de prioriteiten1 zijn zo veel als mogelijk vertaald naar indicatoren. Een indicator is een meetbaar begrip dat een signalerende functie heeft en een aanwijzing geeft over de mate waarin een doel wordt behaald. Een voorbeeld van een indicator om te kunnen volgen of inwoners in een vroeger stadium gebruik maken van regelingen op het gebied van bestaanszekerheid is ‘De gemiddelde schuld bij huishoudens in schuldhulpverlening’. De complexiteit van de maatschappelijke doelen is echter niet altijd te vangen in meetbare indicatoren. Een voorbeeld daarvan is de ambitie om te werken aan een inclusieve samenleving. De inclusiviteit van onze samenleving kunnen we niet eenvoudig meten. We kunnen geen uitspraken doen als ‘onze samenleving is 14 procentpunten inclusiever geworden’.

Voor de monitoring is het dan ook belangrijk om goed aan te sluiten op de complexiteit. Dit hebben we gedaan door voor elke prioriteit een set met indicatoren vast te stellen. Daarnaast geldt voor alle maatschappelijke doelen dat de realisatie mede wordt beïnvloed door externe ontwikkelingen. Hiermee bedoelen we ontwikkelingen waarop we als gemeente geen invloed hebben. Een voorbeeld hiervan is de invloed van de temperatuur op het doel om het gemiddeld gasverbruik terug te dringen. Als gemeente werken we aan het terugdringen van het gasverbruik door onder andere het gebruik van isolatiemaatregelen te stimuleren. Maar in het geval van een lange koude winter zal het gasverbruik sowieso hoger zijn. Het is dus belangrijk om voorzichtig te zijn met conclusies. Uitgangspunt voor de monitoring van de prioriteiten is dat de monitoring eenvoudig en betekenisvol is. Voor het overzicht zijn de indicatoren in deze paragraaf daarom per prioriteit weergegeven. Dit is een vereenvoudiging van de werkelijkheid, want de prioriteiten dragen bij aan elkaars maatschappelijke doelen. De prioriteit gericht op een inclusieve samenleving draagt bijvoorbeeld ook bij aan een gastvrije gemeente en aan leefbare en veilige buurten en dorpen. Daarnaast komen sommige indicatoren bij meerdere prioriteiten voor. De indicatoren zijn in mei 2026 geactualiseerd en zoveel als mogelijk voorzien van nieuwe data.

Voor een aantal bronnen geldt dat de cijfers met terugwerkende kracht worden gecorrigeerd. Het gaat dan om beperkte administratieve correcties. In het geval de cijfers met terugwerkende kracht zijn aangepast als gevolg van een wijziging in de methodiek of definitie, verandering van bron of fouten in de bron dan is dat expliciet aangegeven in het onderstaande overzicht. 1 Voor de prioriteiten ‘Perspectief voor het landelijk gebied’ (prioriteit 11) en ‘Op reis naar de stad en dorpen van de toekomst’ (prioriteit 15) was het nog niet mogelijk om indicatoren vast te stellen. Dit komt doordat de maatschappelijke impact nog niet concreet is en ligt in de toekomst. 181 Indicatoren per prioriteit 1.

| Een betrouwbare en gastvrije gemeente Indicator | Bron | meting Percentage inwoners dat geïnteresseerd is in | Bewonersenquête | 2021: 44% lokale politieke onderwerpen | 2023: 55% 2025: 49% Percentage inwoners dat het contact met de | Bewonersenquête | 2021: (Gemiddelde: 6,8) gemeente met een ruime voldoende waardeert | 8 of hoger: 40% (8 of hoger) (meting sinds 2021) | 2023: (Gemiddelde 6,9) 8 of hoger: 44% 2025: (Gemiddeld 7,2) 8 of hoger: 51% Waardering betrouwbaarheid en volledigheid | Bewonersenquête | 2021: 7,3 (rapportcijfer waardering aspecten contact | 2023: 7,1 gemeente, (meting sinds 2021) | 2025: 7,1 Waardering heldere en duidelijke communicatie | Bewonersenquête | 2021: 65% (% positieve waardering aspecten contact | 2023: 58% gemeente, (meting sinds 2021) | 2025: 68% Percentage inwoners dat vindt dat de gemeente | Quick scan lokale | 2021: 38% voldoende mogelijkheden biedt voor de | democratie | Volgende meting onbekend samenwerking tussen inwoners en gemeente. 2.

| Leefbare en veilige buurten en dorpen Indicator | Bron | meting Percentage inwoners dat zich nooit onveilig voelt | Bewonersenquête | 2021: 69% in hun eigen buurt of dorp | 2023: 57% 2025:56% Waardering inwoners van hun eigen buurt of dorp | Bewonersenquête | 2021: 7,2 als woon- en leefomgeving (leefbaarheid) | 2023: 7,0 2025: 6,9 Totaal misdrijven per 10.000 inwoners | Waarstaatjegemeente.nl | 2023: 597,19 2024: 539,59 2025: 541,30 Percentage jongeren met verhoogd risico om | Zicht op Ondermijning | 2021: 6,4% verdacht te worden van een drugsdelict (jongeren | 2022: 6,5% van 10 t/m 23 jaar) | 2023: 6,2% Ervaren sociale cohesie in eigen buurt of dorp | Bewonersenquête | 2021: 6,0 2023: 5,9 2025: 6,0 3. | Een inclusieve samenleving Indicator | Bron | meting Percentage inwoners dat zich nooit onveilig voelt | Bewonersenquête | 2021: 69% in hun eigen buurt of dorp | 2023: 57% 2025: 56% Percentage inwoners dat zich (heel) blij voelde de | Bewonersenquête | 2021: 74% afgelopen 3 maanden | 2023: 78% 2025: 79% Waardering inwoners van hun eigen buurt of dorp | Bewonersenquête | 2021: 7,2 als woon- en leefomgeving (leefbaarheid) | 2023: 7,0 2025: 6,9 Ervaren sociale cohesie in eigen buurt of dorp | Bewonersenquête | 2021: 6,0 2023: 5,9 2025: 6,0 Percentage inwoners dat zich sociaal of | Bewonersenquête | 2021: 51% emotioneel eenzaam voelt | 2023: 54% 2025: 50% 182 4.

| Bestaanszekerheid voor alle inwoners Indicator | Bron | meting Percentage huishoudens met een laag inkomen | CBS | 2022: 11,7 % (Percentage huishoudens met een inkomen | 2023: 11,8% tot 120% van het sociaal minimum (duur | 2024: 11,8% (voorlopig inkomenspositie: ten minste 1 jaar) | cijfer) Percentage jongeren tot 27 jaar met een laag | Armoedemonitor | 2020: 3,6% inkomen in de schuldhulpverlening | 2022: 2,2% 2 Percentage huishoudens uit de doelgroep met | Armoedemonitor | 1-7-2019 tot 1-7-2020: 20% bijzondere bijstand | 1-7-2021 tot 1-7-2022: 19% Percentage huishoudens met energiearmoede | TNO met CBS | 2022: 4,9% (Laag inkomen met óf hoge energierekening óf | 2023: 4,4% een woning met een lage energetische kwaliteit) 3 | 2024: 6,2% Percentage huishoudens langer dan 4 jaar in | Werkplein | 2024: 2,9% bijstand | 2025: 2,9% 2026: 2,9% (voorlopig cijfer) Gemiddelde schuld bij huishoudens in | Dashboard | 2023: € 46.306,76 schuldhulpverlening | schuldhulpverlening | 2024: € 48.876,84 2025: € 40.681,54 5.

Een goede toekomst voor onze kinderen Indicator | Bron | meting Percentage kinderen dat in armoede opgroeit | CBS | 2022: 5,6 % (Percentage kinderen dat opgroeit in huishoudens | 2023: 5,8% welke minimaal 4 jaar een inkomen tot 120% | 2024: 5,7% (voorlopig cijfer) sociaal minimum hebben) Percentage leerlingen met een lager eindadvies | DUO via Dashboard NPLV | 2019/2021: 8,4% dan het toetsadvies (met een verschil van | 2021/2024: 5,4% minimaal 1 niveau) Percentage 18 t/m 30-jarigen zonder | KIS Wijkmonitor via | 2019: 14,5% startkwalificatie | Dashboard NPLV | 2020: 14,8% 2021: 15,1% Percentage jongeren uit de doelgroep dat | Armoedemonitor | 1-7-2019 tot 1-7-2020: gebruik maakt van regelingen op sport (Stichting | 23% sport Paul), cultuur (Jeugdfonds cultuur) en onderwijs | 4% cultuur (Stichting leergeld) | 37% onderwijs 1-7-2021 tot 1-7-2022: 14% sport 2% cultuur 25% onderwijs 4 Gemiddelde afstand in meters tussen woonadres | DUO | 2023: 1726 leerlingen en schoolvestiging (basisonderwijs, | 2024: 1795 speciaal basisonderwijs en onderwijs op speciale | 2025: 1666 scholen) Percentage peuters en basisschoolleerlingen met | CBS - Dashboard | 2023: 17% een verhoogd risico op onderwijsachterstand | onderwijsachterstanden | 2024: 18% 2025: 18% 2 | We hebben andere mogelijkheden verkend om deze cijfers in beeld te brengen. Op basis hiervan is de aanpak voor 2026 bepaald.

Nieuwe cijfers zijn eind 2026 beschikbaar. 3 | De cijfers van 2021 en 2022 zijn met terugwerkende kracht berekend en gecorrigeerd. Dit komt doordat er methodologische vernieuwingen zijn doorgevoerd door TNO en het CBS. 4 | We hebben andere mogelijkheden verkend om deze cijfers in beeld te brengen. Op basis hiervan is de aanpak voor 2026 bepaald. Nieuwe cijfers zijn eind 2026 beschikbaar. | 183 6. Zichtbaar beter onderhoud Indicator | Bron | meting Percentage inwoners dat zich nooit onveilig voelt | Bewonersenquête | 2021: 69% in hun eigen buurt of dorp | 2023: 57% 2025: 56% Waardering inwoners van hun eigen buurt of dorp | Bewonersenquête | 2021: 7,2 als woon- en leefomgeving (leefbaarheid) | 2023: 7,0 2025: 6,9 Ervaren sociale cohesie in eigen buurt of dorp | Bewonersenquête | 2021: 6,0 2023: 5,9 2025: 6,0 Waardering inwoners onderhoud van de | Bewonersenquête | 2021: 5,7 verhardingen in hun buurt of dorp | 2023: 5,4 2025: 5,9 Rapportcijfer voor de mate van vervuiling in eigen | Bewonersenquête | 2021: 5,3 buurt of dorp | 2023: 5,4 2025: 5,9 7.

Prettig en veilig de weg op Indicator | Bron | meting Percentage inwoners dat vindt dat te hard rijden | Bewonersenquête | 2021: 49% vaak voorkomt in eigen buurt of dorp | 2023: 52% 2025: 49% Waardering inwoners voor verkeersveiligheid in | Bewonersenquête | 2021: 5.9 eigen buurt of dorp | 2023: 5,7 2025: 5,9 Gevaarlijke verkeerssituaties komen vaak voor in | Bewonersenquête | 2023: 28% eigen buurt of dorp (meting sinds 2023) | 2025: 31% Aantal verkeersongevallen (op gemeentelijke | VIA, ongevallen op | 2023: 452 wegen) | gemeentelijke wegen op | 2024: 434 basis van politieregistratie | 2025: 398 8. | Ruim baan voor fietsers Indicator | Bron | meting Waardering inwoners voor de bereikbaarheid van | Bewonersenquête | 2021: 8,4 hun eigen woning per fiets | 2023: 8,8 2025: 8,7 Waardering inwoners voor de bereikbaarheid van | Bewonersenquête | 2021: 8,2 het stadscentrum per fiets | 2023: 8,0 2025: 8,1 Score Fietsstad | Waarstaatjegemeente.nl | 2020: 3,5 2022: 3,4 2024: 3,2 Aantal verkeersongevallen met fiets (op | VIA, ongevallen op | 2023: 45 gemeentelijke wegen) | gemeentelijke wegen op | 2024: 47 basis van politieregistratie | 2025: 69 Het aantal fietsers per dag op 26 fietspaden | Fietstellingen Roosendaal | 2025: 41.292 fietsers binnen de gemeente | gemiddeld per werkdag 5 (van 23 september t/m 12 oktober).

Gebruik van de bewaakte stallingen in het centrum | Nog in ontwikkeling | Deze indicator is nog in ontwikkeling. Metingen zijn nog niet beschikbaar. 5 | Vanwege een wijziging in de opzet van de fietsentellingen is het niet mogelijk om de cijfers in de tijd te vergelijken. 184 9. | Gezond leven zo gemakkelijk mogelijk maken Indicator | Bron | meting Percentage inwoners dat zich (heel) blij voelde de | Bewonersenquête | 2021 | 2023 | 2025 afgelopen 3 maanden - uitgesplitst naar 60 t/m 74 | 60-74: | 75% | 77% | 81% jaar en 75 jaar en ouder | 75+: | 69% | 69% | 69% Percentage inwoners met een (zeer) goede | Bewonersenquête | 2021 | 2023 | 2025 gezondheid - uitgesplitst naar 60 t/m 74 jaar en 75 | 60-74: | 70% | 67% | 71% jaar en ouder | 75+: | 55% | 56% | 53% Ervaren sociale cohesie in eigen buurt of dorp - | Bewonersenquête | 2021 | 2023 | 2025 uitgesplitst naar 60 t/m 74 jaar en 75 jaar en ouder | 60-74: | 6,1 | 5,7 | 6,1 75+: | 6,2 | 6,2 | 6,0 Percentage inwoners dat over het algemeen | Bewonersenquête | 2021 | 2023 | 2025 de dingen kan doen die ze willen doen | 60-74: | 76% | 76% | 81% (zelfredzaamheid) - uitgesplitst naar 60 t/m 74 jaar | 75+: | 64% | 61% | 63% en 75 jaar en ouder Ervaren informele hulp in eigen buurt of dorp - | Bewonersenquête | 2021 | 2023 6 | 2025 uitgesplitst naar 60 t/m 74 jaar en 75 jaar en ouder | 60-74: | 39% | 30% | 34% 75+: | 67% | 41% | 49%

Percentage inwoners dat welzijnsvoorzieningen | Bewonersenquête | 2021: 27% mist | 2023: 30% 2025: 23% 10. Versnellen van de energietransitie en klimaatadaptatie Indicator | Bron | meting Gemiddeld gasverbruik woningen | Regionale klimaatmonitor | 2022: 1.130 (temperatuurgecorrigeerd) | 2023: 990 2024: 1.020 Totale bekende CO2 uitstoot in ton (aardgas, | Regionale klimaatmonitor | 2022: 361.000 elektr., warmte, voertuigbrandstof) | 2023: 327.000 2024: 310.000 Percentage bekende hernieuwbare energie | Regionale klimaatmonitor | 2021: 17,7% 2022: 20,6% 2023: 22,5% Percentage groen in openbaar gebied | Basisregistratie | 2024: 65% Grootschalige Topografie | 2025: 66% 2026: 66% Percentage oppervlaktewater in openbaar gebied | Basisregistratie | 2024: 9% Grootschalige Topografie | 2025: 9% 2026: 9% Percentage openbaar verhard oppervlak | Basisregistratie | 2024: 24% Grootschalige Topografie | 2025: 24% 2026: 24% 6 | De cijfers van 2023 zijn niet 1 op 1 te vergelijken met voorgaande jaren. Dit vanwege een wijziging in de antwoordcategorieën | 185 11.

Stimulans voor kunst en cultuur Indicator | Bron | meting Percentage inwoners dat de afgelopen 12 | Bewonersenquête | 2021: 28% 7 maanden gebruik heeft gemaakt van cultureel | 2023: 60% aanbod in gemeente | 2025: 60% Percentage inwoners dat de afgelopen 12 | Bewonersenquête | 2021: 11% maanden de bibliotheek bezocht | 2023: 18% 2025: 18% Ervaren sociale cohesie in eigen buurt of dorp | Bewonersenquête | 2021: 6,0 2023: 5,9 2025: 6,0 Percentage inwoners dat deelneemt aan | Bewonersenquête | 2021: 27% kunstzinnige activiteiten | 2023: 27% 2025: 27% Waardering inwoners voor culturele voorzieningen | Bewonersenquête | 2021: 7,5 (bv. schouwburg, museum, bioscoop) | 2023: 7,6 2025: 7,5 Aantal vestigingen in de creatieve sector | Vestigingenregister | 2022: 581 2023: 636 2024: 671 12. Ruimte voor ontspanning en vermaak Indicator | Bron | meting Waardering inwoners voor culturele voorzieningen | Bewonersenquête | 2021: 7,5 (bv.

schouwburg, museum, bioscoop) | 2023: 7,6 2025: 7,5 Waardering inwoners voor terugkerende | Bewonersenquête | 2023: 7,7 sportevenementen (meting sinds 2023) | 2025: 7,5 Waardering inwoners voor terugkerende muziek/ cultuurevenementen (meting sinds 2023) 8 | Bewonersenquête | 2023: 7,52025: 7,7 Aantal toeristische overnachtingen (exclusief | BWB | 2023: 104.108 overnachtingen arbeidsmigranten) | 2024: 137.949 2025: 107.437 (voorlopig cijfer) 7 | Het lage percentage in 2021 is waarschijnlijk veroorzaakt vanwege corona, waardoor het cultureel aanbod minder gebruikt kon worden. 8 | De vraag is gewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren. De vraag had eerst betrekking op terugkerende evenementen in de volle breedte. In 2023 is deze vraag gesplitst in ‘muziek en cultuur’ en ‘sport’. 186 13.

Talenten, gouden handen en knappe koppen Indicator | Bron | meting Waardering inwoners voor sportvoorzieningen | Bewonersenquête | 2021: 7,6 2023: 7,5 2025: 7,5 Aantal vestigingen per 10.000 inwoners | Kamer van Koophandel | 2024: 1.238 Regiodata | 2025: 1.269 2026: 1.288 Aantal gestarte vestigingen per 10.000 inwoners | Kamer van Koophandel | 2023: 140,1 Regiodata | 2024: 133,3 2025: 127,6 Percentage werkloze jongeren (15 tot 27 jaar) | Arbeidsmarkt InZicht | 2022: 23,6% 2023: 22,9% 2024: 23,1% Percentage mbo-gediplomeerden met werk | CBS | 2022: 76,1% aansluitend op opleiding (12 uur of meer per week) | (Schoolverlatersonderzoek) | 2023: 74,2% 2024: 78,6% Waardering studenten Roosendaal als | Studentenonderzoek | 2021: 5,7 studentenstad | 2023: 5,2 2024: 5,9 Ontwikkeling aantal mbo- en hbo- | DUO | 2023: studenten ingeschreven bij Roosendaalse | 2.694 mbo studenten onderwijsinstellingen | ca. 805 hbo studenten 2024: 2.740 mbo studenten ca. 785 hbo studenten 2025: 2.680 mbo studenten ca. 684 hbo studenten 187 DEEL II: JAARREKENING JAARREKENING DEEL II: II 188 II JAARREKENING GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING Inleiding De jaarrekening is opgesteld volgens de voorschriften van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële Verordening van de gemeente Roosendaal.

Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het verslagjaar worden meegenomen zodra zij bekend zijn op het moment van opmaken van de jaarrekening. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als baten genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt. Voor personeelskosten met een jaarlijks terugkerend en vergelijkbaar volume wordt geen voorziening gevormd. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een voorziening gevormd te worden. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. De baten en lasten rondom jeugdzorgplus worden bruto (zowel onder baten en lasten) gepresenteerd, dit betreft een bestendige gedragslijn vanuit voorgaande jaren en de begroting. De uitkering gemeentefonds is gebaseerd op de meest recente circulaire van het ministerie van BZK.

Voor wat betreft het accres gaan wij uit van de laatst verwerkte stand zoals die in de circulaire is opgenomen, overeenkomstig de voorschriften van de commissie BBV. 189 II Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota rechtmatigheid. Dat betekent dat: 1. De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; 2. De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat: a Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 29 januari 2026 door de raad is vastgesteld; b Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investeringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in de Financiële Verordening is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn.

Voor over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onderschrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn aangemerkt indien ze niet tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig aan de raad zijn gemeld. Ook hiervoor zijn criteria opgenomen in de Financiële Verordening. c Ten aanzien van het M&O criterium geldt dat het beleid ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik is vastgelegd in een door het College vastgesteld beleid, op 14 oktober 2024. Om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen passen we diverse maatregelen toe welke, op basis van de van toepassing zijnde wet- en regelgeving, per proces zijn verwerkt in de processtappen. Deze maatregelen zijn tevens het onderwerp van de interne controle op de betreffende processen. Als er wordt geconstateerd dat misbruik heeft plaatsgevonden, maar het M&O-beleid juist is toegepast (bijvoorbeeld door terugvorderingen en/of het opleggen van sancties), wordt dit niet meer in de RMV opgenomen. Wel wordt in de paragraaf bedrijfsvoering inzicht gegeven in de aard en (financiële) impact van het geconstateerde misbruik. Roosendaal volgt daarbij het stroomschema uit bijlage 4 van de Kadernota Rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV. 3.

De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota rechtmatigheid 2025 van de Commissie BBV en ook onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat: a Een verantwoordingsgrens van 2% (7,3 miljoen) is gehanteerd waarboven cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording worden opgenomen; b Afwijkingen op baten en lasten binnen de exploitatie groter dan €100.000 en afwijkingen op investeringen groter dan €250.000 worden individueel toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering. 190 II Balans Algemeen Vaste activa Artikel 59 BBV beschrijft het onderscheid tussen investeringen met uitsluitend maatschappelijk nut in de openbare ruimte en investeringen met een (beperkt) economisch nut. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen. Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut moeten vanaf 1-1-2017 worden geactiveerd. Immateriële vaste activa Onder immateriële vaste activa wordt verstaan de kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen, het saldo van agio en disagio, de kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en de bijdragen aan activa in eigendom van derden. Immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgings- c.q.

vervaardigingsprijs, verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. Eventuele van derden verkregen specifieke investeringsbijdragen worden in mindering gebracht op het geactiveerde bedrag. Bijdragen aan activa van derden zijn, voor zover deze zijn geactiveerd, gewaardeerd tegen het bedrag van de verstrekte bijdragen, verminderd met afschrijvingen. Deze bijdragen worden afgeschreven in een termijn die (maximaal) gelijk is aan afschrijvingsduur van het actief bij de derde. Materiële vaste activa Algemeen Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend, inclusief de direct toe te rekenen salariskosten. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd. Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 50.000 worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd geactiveerd.

191 Investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven. De volgende vaste activa worden afgeschreven in ten hoogste de hieronder genoemde termijnen. Gehanteerde afschrijvingstermijnen in hoofdlijnen (in jaren) Bedrijfsgebouwen | 15 - 50 Gronden en terreinen (inclusief sportvelden) | 0 - 30 Grond-, weg- en waterbouwkundige werken | 15 - 60 Vervoermiddelen | 5 - 10 Machines, apparaten en installaties | 5 - 10 Inventarissen | 10 - 20 Een nadere specificatie van de afschrijvingstermijnen staat in de afschrijvingstabel in de Financiële verordening. Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Wanneer investeringen grotendeels of meer worden gedaan voor riolering, het inzamelen van huishoudelijk afval of andere alsook voor rechten die op grond van art. 229 lid 1 a en b Gemeentewet worden geheven, dan worden deze investeringen op de balans opgenomen in een aparte categorie: ‘investeringen met economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven’.

Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut Investeringen met een maatschappelijk nut worden, evenals investeringen met een economisch nut, geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur afgeschreven. Gehanteerde afschrijvingstermijnen in hoofdlijnen (in jaren) Grond-, weg- en waterbouwkundige werken | 15 - 40 Machines, apparaten en installaties | 20 - 40 Overige materiële vaste activa met maatschappelijk nut | 10 - 20 Een nadere specificatie van de afschrijvingstermijnen staat in de afschrijvingstabel in de Financiële verordening. 192 II Financiële vaste activa Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’ s en BV’ s (‘kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen’ in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Als de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden. Vlottende activa Onderhanden werk De als ‘onderhanden werk’ opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde.

De vervaardigingsprijs omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend (zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), alsmede een redelijk te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten. Conform de Percentage of Completion (PoC) methode worden (tussentijdse) winsten uit de grondexploitatie slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Zolang daarvan geen sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingkosten in mindering gebracht. Verliesvoorzieningen voor bouwgronden in exploitatie zijn gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties en gewaardeerd tegen het verwachte verlies. Vorderingen en overlopende posten De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening gevormd. De hoogte van de voorziening wordt bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Liquide middelen De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen. Vaste activa Eigen vermogen Reserves maken, samen met het gerealiseerde resultaat, deel uit van het eigen vermogen. Onderscheid wordt gemaakt tussen de algemene reserve en bestemmingsreserves. Bestemmingsreserves omvatten reserves waaraan een specifieke bestemming is gegeven.

Het eigen vermogen kent geen eigen waarderingsgrondslag. 193 II Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde met uitzondering van de grondexploitatie. De voorzieningen van de grondexploitatie worden gewaardeerd tegen de contante waarde met een disconteringsvoet. Voorzieningen worden op grond van artikel 44 BBV gevormd wegens: > Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten is. > Bestaande risico’s op balansdatum ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is. > Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. > De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Langlopende schulden Langlopende schulden betreffen de vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Deze worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen.

Vlottende activa De vlottende passiva betreffen de kortlopende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten de balanstelling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is nadere informatie opgenomen. 194 195 BAL | ANS MET TOELICHTING PER 31 DECEMBER 2025 ACTIVA | 31-12-2025 | 31-12-2024 (x € 1.000) VASTE ACTIVA Immateriële vaste activa | 295 | 131 Bijdragen aan activa in eigendom van derden | 295 | 131 Materiële vaste activa | 281.597 | 240.998 Investeringen met economisch nut | 170.738 | 149.292 Investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de | 4.787 | 5.072 kosten een heffing kan worden geheven Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut | 106.072 | 86.634 Financiële vaste activa | 25.867 | 22.231 Kapitaalverstrekkingen Deelnemingen | 1.426 | 1.426 Overige verbonden partijen | 122 | 492 Leningen Deelnemingen | 200 Overige langlopende leningen | 24.319 | 20.113 VLOT TENDE ACTIVA Voorraden | 46.095 | 41.408 Onderhanden werk waaronder; bouwgrond in exploitatie | 46.095 | 41.408 Gereed product en handelsgoederen | 0 | 0 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar | 15.495 | 18.744 Vorderingen op openbare

lichamen | 838 | 947 Uitzettingen in ’s-Rijks schatkist met een rentetypische looptijd | 8.050 | 9.500 korter dan 1 jaar Rekening-courantverhoudingen met niet- financiële instellingen | 1.543 | 1.205 Overige vorderingen | 5.064 | 7.092 Liquide middelen | 718 | 304 Kas en banksaldi | 718 | 304 Overlopende activa | 35.110 | 30.679 De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: > Het Rijk | 3.587 | 2.824 > Overige Nederlandse Overheidslichamen | 3.274 | 3.698 Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die t.l.v.

| 28.249 | 24.157 volgende begrotingsjaren komen TOTAAL ACTIVA | 405.177 | 354.495 196 PASSIVA | 31-12-2025 | 31-12-2024 (x € 1.000) VASTE PASSIVA Eigen vermogen | 103.007 | 89.921 Algemene reserves | 23.178 | 20.637 Bestemmingsreserves | 75.311 | 70.850 Gerealiseerd resultaat | 4.518 | -1.566 Voorzieningen | 41.563 | 48.090 Verplichtingen, verliezen en risico’s | 9.242 | 6.663 Ter egalisatie van kosten | 4.661 | 12.000 Voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is | 27.660 | 29.427 Vaste schulden met rentetypische looptijd >1 jaar | 133.025 | 104.950 Onderhandse leningen van banken en overige financiële | 133.025 | 104.950 instellingen VLOT TENDE PASSIVA | 51.106 | 41.066 Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen | 40.000 | 30.000 Banksaldi | 0 | 0 Overige schulden | 11.106 | 11.066 Overlopende passiva | 76.476 | 70.468 Verplichtingen in het begrotingsjaar opgebouwd en in een volgend | 20.808 | 17.093 begrotingsjaar tot betaling komen.

De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van: > Het Rijk | 50.797 | 47.840 > Overige Nederlandse Overheidslichamen | 1.825 | 4.607 Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende | 3.046 | 928 begrotingsjaar komen TOTAAL PASSIVA | 405.177 | 354.495 Gegarandeerde geldleningen | 482.188 | 440.003 197 Toelichting op de balans Vaste activa Immateriële vaste activa Betreft bijdragen aan activa in eigendom van derden die betrekking hebben op investeringen in welzijnsaccommodaties waarop lineair (o.b.v. verwachte levensduur) is afgeschreven. Immateriële vaste activa | Boek | Vermeer de- | Verminde- | Aflossingen/ | Boek (x € 1.000) | waarde | ringen | ringen | Afschrijvingen | waarde 01-01-2025 | 31-12-2025 Bijdragen aan activa in eigendom | 131 | 200 | - | 36 | 295 van derden Totaal | 131 | 200 | - | 36 | 295 Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn uitgaven met meerjarig nut die in meerdere jaren worden afgeschreven.

Materiële | Boek | Balans- | Inves- | Inkomsten | Extra | Af schrij- | Boek vaste activa | waarde | verschuiving | teringen | af schrij- | vingen | waarde (x € 1.000) | 01-01-2025 | vingen | 31-12-2025 Materiële vaste activa met economisch nut Bedrijfsgebouwen | 108.693 | 17.093 | 1 | 4.147 | 121.638 Gronden en terreinen | 20.892 | 6.454 | 53 | 149 | 27.144 Grond-, weg- en | 165 | 303 | 10 | 458 waterbouwkundige werken Vervoermiddelen | 212 | 47 | 165 Machines, apparaten | 2.648 | 553 | 138 | 3.063 en installaties Inventarissen | 2.542 | 186 | 358 | 2.370 Overige materiële | 14.082 | 2.787 | 1.026 | 15.843 activa Erfpachtgronden | 57 | 57 Subtotaal | 149.291 | 0 | 27.376 | 54 | 0 | 5.875 | 170.738 Materiële vaste activa | 5.072 | 4.229 | 4.229 | 285 | 4.787 met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven Materiële vaste activa met maatschappelijk nut Grond-, weg- en | 86.021 | 25.120 | 3.478 | 2.822 | 104.841 waterbouwkundige werken Overige | 613 | 918 | 176 | 123 | 1.232 Subtotaal | 86.634 | 26.038 | 3.654 | 2.945 | 106.072 Totaal | 240.997 | 0 | 57.643 | 7.937 | 9.105 | 281.597 198 Belangrijkste investeringen > € 1.000 met economisch nut (x € 1.000) Grondverwerving Bulkenaar | 4.817 Jeroen Bosch vervangende bouw | 3.787 Permanente uitbreiding De Fakkel | 3.087 De Baayaert nieuwbouw | 2.480 Gastelseweg 31 | 1.944 IKC Jeroen Bosch |

1.882 Vergroenen theater De Kring | 1.207 Grond Laan van Brabant 68 | 1.202 Verbouwing EKP theaterzaal De Kring | 1.117 Belangrijkste investeringen > € 1.000 met maatschappelijk nut (x 1.000) Vervangingsprogramma VRI's | 1.710 Vervanging LED armaturen | 1.388 Amethistdijk 1.114 Inrichting gebied Josephwijk | 1.020 Financiële vaste activa Financiële vaste activa | Boek | Vermeer- | Afwaar- | Aflossingen/ | Boek (x € 1.000) | waarde | deringen | deringen | Afschrij vingen | waarde 01-01-2025 | en voor- | 31-12-2025 zieningen Kapitaalverstrekkingen Deelnemingen | 1.426 | 1.426 Overige verbonden partijen | 492 | 370 | 122 Subtotaal | 1.918 | 0 | 370 | 0 | 1.548 Leningen Deelnemingen | 200 | 200 | 0 Subtotaal | 200 | 0 | 200 | 0 | 0 Overige leningen Langlopende geldleningen sociaal | 822 | -53 | 769 domein Langlopende geldleningen | 19.291 | 7.259 | 3.000 | 23.550 Subtotaal | 20.113 | 7.206 | - | 3.000 | 24.319 Totaal | 22.231 | 7.206 | 570 | 3.000 | 25.867 Roosendaal neemt deel in diverse rechtspersonen zoals NV’s, BV’s en Gemeenschappelijke Regelingen. In een aantal daarvan is de gemeente enig eigenaar of meerderheidsaandeelhouder. In andere rechtspersonen neemt de gemeente slechts beperkt deel. Zie hiervoor Paragraaf 5 Verbonden partijen.

199 Overige langlopende geldleningen (x 1.000) Startersleningen (via SVn) | 20.142 Duurzaamheidsleningen (via SVn) | 276 Verzilverleningen (via SVn) | 257 Verstrekte leningen op grond van de Participatiewet | 769 Stimuleringsregeling verbetering wooncomfort | 2.475 Leningen stichtingen | 400 ------------------------- 24.319 Vlottende activa Voorraden Voorraden | Boek- | Balans - | Uitgaven | Inkomsten | Overige | Boek- (x € 1.000) | waarde | verschuiving | Grond | Grond | mutaties | waarde 01-01-2025 | exploitaties | exploitaties | 31-12-2025 Bouwgrond in | 48.166 | 8.597 | 8.131 | 48.631 exploitatie Verlies voorzieningen | -6.757 | 4.221 | -2.536 Gereed product en handelsgoederen Totaal | 41.409 | 8.597 | 8.131 | 4.221 | 46.095 Voor een nadere specificatie en toelichting per complex wordt verwezen naar Paragraaf 6 Grondbeleid.

200 Omschrijving complex (x € 1.000) | Boekwaarde | Gerealiseerde | Gerealiseerde | Boekwaarde per 1-1-2025 | baten in 2025 | lasten in 2025 | per 31-12-2025 Complexen in exploitatie Bedrijventerreinen: 305 en 308 Majoppeveld totaal | 15.414 | 810 | 5.149 | 19.753 15.414 | 810 | 5.149 | 19.753 Woongebieden: 317 Gebrande Hoef Moerstraten | 1.047 | 27 | 1.074 319 Dunantstraat | 722 | 291 | 1.013 321 Groot Mariadal | 566 | 194 | 760 326 Geerhoekgebied | 184 | 184 364 Stadsoevers | 11.837 | 5.578 | 1.970 | 8.230 316 Kroeven NoordOost | 900 | 68 | 968 15.072 | 5.578 | 2.734 | 12.228 Diversen 307 Grondbank Borchwerf II | 682 | 7 | 688 325 De Hoogt | 2.337 | 1.743 | 127 | 721 365 Vlietpark | 14.661 | 580 | 15.240 17.680 | 1.743 | 714 | 16.650 totaal: | 48.166 | 8.131 | 8.597 | 48.631 Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar De totale debiteurenpost is voor de BBV-wetgeving als volgt te splitsen (x €1.000): Vorderingen openbare lichamen | 838 Overige vorderingen | 5.064 5.902 Ten behoeve van diverse aansluitingen is de onderstaande onderverdeling tevens van belang: Vorderingen | Saldo | Saldo | Voorziening | Gecorrigeerd (x € 1.000) | 01-01-2025 | 31-12-2025 | oninbaarheid en | saldo Debiteuren | Debiteuren | dwangsommen | 31-12-2025 Debiteuren algemeen | 4.385 | 3.116 | 603 | 2.513 Debiteuren belastingen | 1.693 | 2.212 | 601 | 1.611 Debiteuren sociale zaken |

1.014 | 1.925 | 985 | 940 Totaal | 7.092 | 7.253 | 2.189 | 5.064 Op de post debiteuren zijn voorzieningen voor oninbare debiteuren gecorrigeerd. 201 Uitzettingen in ’s-Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan een jaar Schatkistbankieren (x € 1.000) | Saldo 01-01-2025 | Saldo 31-12-2025 Schatkistbankieren | 9.500 | 8.050 Op grond van de Regeling Schatkistbankieren dienen decentrale overheden eventuele overtollige geldmiddelen boven een bepaald drempelbedrag aan te houden in ’s Rijks Schatkist. Zoals ook uit onderstaande tabel naar voren komt bedroeg die drempel voor 2025 circa € 7,1 miljoen. Conform voorschrift BBV zijn in onderstaande tabel posities met betrekking tot Schatkistbankieren (benutting drempelbedrag) weergegeven. In 2025 zijn de kwartaalgemiddelden van de liquide middelen onder de vrijstellingsgrens voor het afstorten gebleven.

Omschrijving (x € 1.000) | Kwartaal 1 | Kwartaal 2 | Kwartaal 3 | Kwartaal 4 Op dagbasis buiten ’s Rijksschatkist gehouden | 205 | 354 | 232 | 228 middelen Drempelbedrag | 7.113 | 7.113 | 7.113 | 7.113 Ruimte onder drempelbedrag | 6.908 | 6.759 | 6.881 | 6.885 Overschrijding van het drempelbedrag | - | - | - | - Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen Rekening-courant verhoudingen met niet- | Saldo financiële instellingen | 01-01-2025 | Vermeerderingen | Verminderingen | Saldo 31-12-2025 (x € 1.000) Stimuleringsfonds | 1.205 | 8.405 | 8.067 | 1.543 Volkshuisvesting 202 Liquide middelen Liquide middelen (x € 1.000) | Saldo 01-01-2025 | Saldo 31-12-2025 Kas | 18 | 11 Banken | 283 | 704 Kruisposten | 3 | 4 Totaal | 304 | 719 Overlopende activa Overlopende activa (x € 1.000) | Saldo 01-01-2025 | Saldo 31-12-2025 De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te | 6.522 | 6.861 ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel - Nog te ontvangen bedragen Rijk | 2.824 | 3.587 - Nog te ontvangen overige overheidsinstellingen | 3.698 | 3.274 Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die t.l.v.

| 24.157 | 28.249 volgende begrotingsjaren komen - Overige nog te ontvangen bedragen | 23.588 | 27.405 - Vooruitbetaalde bedragen | 569 | 844 Totaal | 30.679 | 35.110 203 De in de balans opgenomen nog te ontvangen voorschotbedragen van EU, Rijk en provincies, die zijn ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel, kunnen als volgt worden gespecificeerd: Onderwerp | Saldo | Vrijval/terug- | Saldo (x € 1.000) | 01-01-2025 | Bestedingen | Ontvangsten subsidie | betalingen | 31-12-2025 Rijk: Suppletie regeling | 103 | 103 explosieven 2025 Bekostigingsregeling | 536 | 536 opvang ontheemden Oekraïne 2024 Bekostigingsregeling | 3 | 3 opvang ontheemden Oekraïne 2025 SPUK IZA Welzijn op Recept | 200 | 200 2024 SPUK IZA Welzijn op Recept | 109 | 109 2025 Kinder Opvang | 2.088 | 2.088 Toeslagenaffaire 2024 Kinder Opvang | 2.380 | 2.380 Toeslagenaffaire 2025 Afrekening leges rijbewijzen | 3 | 3 Brede SPUK-regeling H26B | 13 | 13 Vergoeding COA | 577 | 577 SPUK Realisatiestimulans | 399 | 399 Totaal Rijk | 2.824 | 3.587 | 2.824 | 3.587 Overige overheidsinstellingen: Werkplein afrekening 2024 | 676 | 647 | 29 WVS verwacht resultaat | 905 | 866 | 39 2024 WBA | 30 | 30 Pilot Plein 3, bijdrage 2022 | 80 | 80 Bijdrage kosten 2024 Almata | 172 | 172 Conaction Bijdrage kosten 2024 | 134 | 134 faillissement Conaction Bijdrage kosten 2024 BSVZ | 130 | 130 en Delta

Afrekening Jeugdzorgplus | 1.571 | 1.376 | 195 Zeeland 2024 Afrekening 2025 WBW | 383 | 383 Afrekening 2025 | 414 | 414 jeugdzorgplus WBW Afrekening 2025 | 1.467 | 1.467 jeugdzorgplus Zeeland CAK eigen bijdrage | 68 | 68 december 2025 Afrekening reg middelen | 12 | 12 Wmo 2025 Doorbelasting kosten Avans | 306 | 306 Doorbelasting kosten Avans | 100 | 100 Totaal overige | 3.698 | 3.244 | 3.405 | 263 | 3.274 overheidsinstellingen Totaal | 6.522 | 6.831 | 6.229 | 263 | 6.861 204 Overige nog te ontvangen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen. Overige nog te ontvangen (x € 1.000) (posten > € 500) Btw-compensatiefonds 2025 | 23.763 Nog op te leggen belastingen 2025 | 2.263 Parkeergelden Parkeer Beheer Roosendaal 2025 | 714 Vaste activa Eigen Vermogen Reserves Reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en die na besluitvorming vrij te besteden zijn. Reserves worden onderscheiden in algemene reserves en bestemmingsreserves. Algemene | Saldo | Resultaat bestemming reserves | 01-01-2025 | 2024 | Dotaties | Onttrekkingen | Saldo 31-12-2025 (x € 1.000) Algemene reserve | 20.637 | 1.566 | 18.144 | 14.038 | 23.178 Algemene reserve De algemene reserve heeft als doel om het weerstandsvermogen en de solvabiliteit van de gemeente te garanderen. Per eind 2025 is het saldo van deze reserve € 23.178.000.

De ondergrens voor deze reserve is vastgesteld op € 10.000.000. Gerealiseerd resultaat 2025 (x € 1.000) | 2024 | 2025 Gerealiseerd resultaat | Nadeel 1.566 | Voordeel 4.518 205 Bestemmingsreserves Bestemmingsreserves | Saldo | - | Saldo (x € 1.000) | 1-1-2025 | Dotaties | Onttrekkingen31-12-2025 Nieuw- en verbouwstadskantoor | 1.579 | 1.085 | 1.184 | 1.479 Huisvesting onderwijs | 5.650 | 1.567 | 4.990 | 2.228 Grondexploitatie | 5.151 | 9.851 | 143 | 14.859 Roosendaal spreekt, Roosendaal doet | 272 | 272 Flankerend personeelsbeleid | 542 | 200 | 393 | 349 Decentralisatie-uitkeringen | 611 | 494 | 117 Beheerkalender kapitaallasten | 4.144 | 4.144 Kapitaallasten | 22.416 | 7.426 | 787 | 29.055 Duurzaamheid | 239 | 239 Sanering Vlietpark | 1.447 | 1.447 Participatie | 2.342 | 9.270 | 9.250 | 2.362 Aanpak snelweg A58 | 750 | 250 | 1.000 Investeringsfonds | 25.707 | 2.640 | 10.811 | 17.536 Beheerkalender onderhoud | 11.673 | 7.033 | 4.640 Totaal | 70.850 | 43.962 | 39.501 | 75.311 Nieuw- en verbouw stadskantoor De reserve is bestemd voor de dekking van de investeringslasten van de renovatie van het Huis van Roosendaal. Huisvesting onderwijs De reserve is bestemd voor de reservering van niet-benutte onderwijsgelden voor onderwijshuisvesting. Na de decentralisatie van de onderwijshuisvesting van het Rijk naar de gemeenten is deze reserve in het leven geroepen.

Grondexploitatie Deze reserve is bestemd voor het opvangen van risico’s en onvoorziene tegenvallers bij de grondexploitaties. Roosendaal spreekt, Roosendaal doet Het doel van de reserve is sterker in verbinding te komen met de inwoners van de gemeente Roosendaal door middel van goed samenspel tussen inwoners, organisaties, instellingen en gemeente. Flankerend personeelsbeleid Deze reserve dient om de financiële consequenties van het flankerend personeelsbeleid op te vangen. Decentralisatie-uitkeringen De decentralisatie-uitkeringen zijn bestemd voor specifieke bestedingen in het betreffende jaar en latere jaren. Om deze reden dienen de decentralisatie-uitkeringen gereserveerd te blijven voor dat doel. 206 II Beheerkalender kapitaallasten De bestemmingsreserve is bedoeld ter egalisatie van de afschrijvingslasten van de investeringen. De reserve wordt per 31 december 2025 opgeheven. Kapitaallasten Dit betreft een bestemmingsreserve ter egalisatie van de afschrijvingslasten van de investeringen met betrekking tot lopende projecten uit de beheerkalender en projecten die vanaf 2017 zijn gaan lopen en waarvan de investeringen conform de wetgeving geactiveerd moeten worden. Duurzaamheid De bestemmingsreserve duurzaamheid heeft betrekking op verschillende duurzame doeleinden, zoals aanpak bodemverontreiniging en het verder voorkomen van verspreiding daarvan.

Sanering Vlietpark Voor noodzakelijke saneringskosten in Vlietpark is een bestemmingsreserve gevormd. Participatie De bestemmingsreserve is gevormd voor het egaliseren van fluctuaties in de bijstandslasten en -baten. Aanpak snelweg A58 De bestemmingsreserve is gevormd met als doel te sparen voor de aanpak van de snelweg A58. Investeringsfonds In 2023 is ten behoeve van de uitvoering van de ambities uit het Collegeprogramma een bestemmingsreserve investeringsfonds gevormd. Beheerkalender onderhoud In 2025 is de reserve beheerkalender onderhoud gevormd ter egalisatie van kosten voor groot onderhoud van de beheerkalender. 207 Voorzieningen Het verloop van de voorzieningen in 2025 wordt in het hierna opgenomen overzicht weergegeven: Voorzieningen (x € 1.000) | Saldo Toe-Ont- 01-01-2025 | voegingen | trekkingen | Vrijval | Saldo 31-12-2025 Verplichtingen, verliezen | 6.663 | 3.216 | 570 | 67 | 9.242 en risico’s Ter egalisatie van kosten | 12.001 | 1.256 | 865 | 7.731 | 4.661 Voor middelen van derden waarvan | 29.426 | 5.199 | 6.965 | 27.660 de bestemming gebonden is Totaal | 48.090 | 9.671 | 8.400 | 7.798 | 41.563 In de kolom ‘vrijval’ zijn de bedragen opgenomen welke ten gunste van de rekening van baten en lasten zijn vrijgevallen. Alle aanwendingen van de voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht.

Toelichting van de bovenstaande voorzieningen: Voorzieningen t.b.v. verplichtingen, verliezen en risico’s Onder deze categorie vallen de volgende voorzieningen: (x € 1.000) Voorziening frictiekosten Centrum voor de Kunsten | 81 Voorziening APPA-pensioenbetalingen wethouders | 6.228 Voorziening verlofsparen | 2.715 Voorziening RVU | 218 Voorziening frictiekosten Centrum voor de Kunsten Deze voorziening is in het leven geroepen ter afdekking van de risico’s met betrekking tot de verzelfstandiging van het Centrum voor de Kunsten. Het betreft frictiekosten als gevolg van de startersregeling, de van-werk-naar-werktrajecten, overige transitiekosten en kosten flankerend personeelsbeleid. Voorziening APPA-pensioenbetalingen wethouders Deze voorziening is op basis van de laatste actuariële berekeningen in 2025 via Programma 1 Besturen & Samenwerken op peil gebracht. Vanaf 1 januari 2028 gaan de pensioenen van de wethouders over naar het nieuwe pensioenstelsel. Op basis van een stellige uitspraak van de commissie BBV dient hiervoor een voorziening te worden gevormd per 31 december 2025. Voorziening verlofsparen Het BBV geeft aan dat er een voorziening moet worden opgenomen voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van niet gelijke omvang.

Omdat nog niet met alle medewerkers afspraken zijn gemaakt over opname van gespaard verlof bevat de voorziening verlofsparen onzekerheden over de in de toekomst te maken kosten. Vanuit voorzichtigheid beginsel is besloten om de voorziening te treffen voor al het bovenwettelijk verlof, reeds wel gemaakte afspraken en bijbehorende loonkosten inclusief sociale lasten en IKB. 208 II Voorziening Regeling voor Vervroegde Uittreding (RVU) Medewerkers die deelnemen aan de RVU nemen ontslag waarna zij een (maandelijkse) ontslagvergoeding krijgen die hen in staat stelt om de periode tot aan de AOW-leeftijd te overbruggen. Voorzieningen ter egalisatie van kosten Voorzieningen onderhoud Deze voorzieningen zijn gevormd om de risico’s van groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen, de buitensportaccommodaties en de beheerkalender af te dekken. Voorzieningen voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is (x € 1.000) Voorziening reiniging 3.366 Voorziening riolering 24.173 Bomenfonds 35 Sociaal voorzieningsfonds gemeentepersoneel 86 --------- 27.660 Voorziening riolering De twee voorzieningen voor de riolering bestaan uit de voorziening rioleringsinvesteringen en de voorziening resultaten rioolexploitatie.

De rioolinvesteringen worden geraamd bij de jaarlijkse actualisatie van de Beheerkalender en zijn gebaseerd op de investeringsramingen die hiervoor in het WRP worden opgenomen. De uitgaven 2025 zijn geactiveerd onder de balanscategorie ‘Investeringen economisch nut waarvoor ter bestrijding een heffing kan worden geheven’. Ter dekking daarvan is een onttrekking gedaan uit de voorziening rioleringsinvesteringen. 209 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van 1 jaar of langer Het verloop van de langlopende schulden wordt als volgt weergegeven: Langlopende schulden (x € 1.000) | Saldo 01-01-2025 | Vermeerderingen | Aflossing | Saldo 31-12-2025 Onderhandse | 104.950 | 60.000 | 31.925 | 133.025 leningen Totaal | 104.950 | 60.000 | 31.925 | 133.025 De aflossingen bedragen € 31,9 miljoen. Over de langlopende schulden is in 2025 € 2,2 miljoen aan rente betaald.

Vlottende activa Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar De specificatie van de kortlopende schulden luidt als volgt: Kortlopende schulden (x € 1.000) | Saldo 1-1-2025 | Saldo 31-12-2025 Crediteuren | 7.326 | 7.198 Kasgelden | 30.000 | 40.000 Rekening courant banken | 0 | 0 Waarborgsommen | 191 | 340 Tussenrekeningen | 3.535 | 3.554 Bijdrage onderhanden werken | 14 | 14 Totaal | 41.066 | 51.106 De post waarborgsommen heeft met name betrekking op diverse gebouwen ten behoeve van projecten van de BVR-groep. De tussenrekeningen omvatten per balansdatum openstaande betalingen van Wegwijs met betrekking tot cliënt betalingen Wmo (x €1.000 t.w.v. 3.554). De bijdrage onderhanden werken betreft de regionale samenwerking Rekenkamer West-Brabant. 210 Overlopende passiva Overlopende passiva bestaan onder andere uit in 2025 ontvangen bedragen, die betrekking hebben op een volgend boekjaar. Waaronder apart weergegeven de, van Europese en of Nederlandse overheidslichamen, (vooruit) ontvangen voorschot bedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel welke dienen ter afdekking van lasten in volgende bestedingsjaren. Voorts bedragen (of inschattingen daarvan), die nog betaald moeten worden.

Overlopende passiva | Saldo | Saldo (x € 1.000) | 01-01-2025 | 31-12-2025 Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in | 17.093 | 20.808 een volgend begrotingsjaar tot betaling komen De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren: > | Vooruit ontvangen bedragen van het Rijk | 47.840 | 50.797 > | Vooruit ontvangen overige overheidsinstellingen | 4.607 | 1.825 Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende | 928 | 3.046 begrotingsjaar komen Totaal | 70.468 | 76.476 Nog te betalen bedragen Een specificatie van de posten > € 500.000 opgenomen onder nog te betalen bedragen: (x € 1.000) Jeugdzorgplus WBO | 1.581 Jeugdzorgplus WBW | 1.356 SPUK DOS 2024 | 1.043 SPUK DOS 2025 | 1.509 Loonheffingen 2025 | 3.977 OMO (Ons Middelbaar Onderwijs) | 1.300 Rente 1.647 Werkplein btw 2025 | 617 211 Een specificatie van de overige grote posten is te vinden in onderstaande tabel.

Ontvangen | Vrijval/ | Saldo 31- Onderwerp | Saldo 1-1-2025 | Bedragen | Uitgaven | terug- | 12-2025 betalingen Vooruit ontvangen bedragen van het rijk Onderwijsachterstanden | 1.590 | 3.519 | 3.879 | 1.230 Sanering verkeerslawaai | 91 | 91 Voorbereiding, begeleiding en toezicht | 589 | 1.606 | 2.195 geluidsanering Vastgoedtransitie residentiele jeugdhulp | 4.959 | 2.437 | 826 | 6.570 Stimulering verkeersveiligheidsmaatregelen | 1.658 | 1.658 2020-2021 SPUK Preventie met Gezag | 1.514 | 1.540 | 943 | 2.111 SPUK Kansrijke Wijk | 3.658 | 2.790 | 3.214 | 448 | 2.786 SPUK Volkshuisvestingsfonds | 14.685 | 157 | 14.528 SPUK-sport btw | 944 | 397 | 176 | 510 | 655 SPUK-ijsbanen en zwembaden | 38 | 38 Stimulering ventilatie schoolgebouwen | 1.253 | 1.136 | 117 Proeftuin kind en gezinsbescherming | 148 | 19 | 129 Covid 19 gerelateerde onderwijsvertraging | 258 | 257 | 1 Aanpak energiearmoede | 1.362 | 771 | 591 SPUK-impulsaanpak winkelgebieden | 1.222 | 282 | 200 | 1.304 Stimulering verkeersmaatregelen 2022-2023 | 179 | 179 Stimulering verkeersmaatregelen 2025-2030 | 752 | 752 SPUK Breed / GALA | 1.508 | 1.357 | 151 SPUK-verduurzaming slecht geïsoleerde | 5.787 | 2.579 | 583 | 7.783 woningen SPUK CDOKE | 1.889 | 2.753 | 1.696 | 2.946 SPUK Woningbouw op korte termijn (WOKT) | 1.848 | 1.848 SPUK Meerkosten Energie Openbare | 631 | 22 | 609 Zwembaden SPUK-bibliotheek | 74 | 74

SPUK-cliëntondersteuning | 48 | 20 | 28 WBI-subsidie Vlietpark | 3 .4 1 4 | 3 .4 1 4 Totaal Rijk | 47.839 | 20.163 | 15.509 | 1.696 | 50.797 Vooruit ontvangen overige overheidslichamen Snelfietsroute F58 (*) | 4.208 | 2.552 | 1.656 Mensgerichte maatregelen | 64 | 64 Regionale expert tafel | 75 | 75 SPUK versterken analyse toegang 2024 | 104 | 18 | 86 Data gedreven werken regiobudget | 50 | 41 | 9 Bijdrage winteropvang | 431 | 408 | 23 Taskforce RIEC BUS 2025 | 63 | 38 | 25 Taskforce RIEC Kwartiermaker preventie 2025 | 107 | 89 | 18 DuMaVa | 39 | 39 Totaal vooruit ontvangen overige | 4.607 | 534 | 3.221 | 95 | 1.825 overheidslichamen 212 Door de gemeente gegarandeerde geldleningen Door de gemeente worden garanties gegeven voor betaling van rente en aflossing van bepaalde geldleningen. Het betreft leningen aangegaan door woningbouwverenigingen, instellingen in de gezondheidszorg en overige, ten behoeve van de financiering van vaste activa. Met betrekking tot de woningbouwverenigingen is het risico overgeheveld naar het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. De gemeente heeft hierbij nog wel een achtervangfunctie. Het gaat hierbij om een achtervangrisico tot een bedrag van € 417,0 miljoen. Het saldo van de ultimo 2025 gegarandeerde geldleningen bedraagt € 482,3 miljoen (eind 2024 € 469,5 miljoen), waarvan door de gemeente geborgd € 482,1 miljoen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1930/documents/54498