GETEKEND-5a-RA3505 - Gemeente Roosendaal - jaarrekening incl. controleverklaring.pdf
Tekst van het document
Het subsidieproces 2023 is gestart in 2022 met het opstellen van de subsidieregelingen
Waar nodig zijn gesprekken gevoerd over de voortgang van de uitvoering van
2023. In juni 2022 heeft het college 12 nieuwe subsidieregelingen voor 2023 vastgesteld,
de gesubsidieerde activiteiten. Indien -de nasleep van- coronabeperkingen nog effect
waarvan 1 één-op-één subsidieregeling (Citymarketing). In 2022 zijn nog 6 extra
had op de uit te voeren activiteiten, zijn we coulant omgegaan met eventuele gewijzigde
subsidieregelingen voor 2023 vastgesteld en zijn 6 subsidieregelingen gewijzigd die
uitvoering van activiteiten. Organisaties hebben actief geprobeerd om, in overleg,
het jaar 2023 binnen hun geldigheidsperiode tellen.
alternatieve invulling te geven aan geplande activiteiten waar dat nodig was.
Uiterlijk op 31 december 2022 zijn de jaarlijkse subsidies voor 2023 verleend. In totaal zijn
Voor subsidies die meerjarig zijn verstrekt, wordt een jaarrapportage gevraagd.
242 subsidies voor 2023 verstrekt, waarvan 2 subsidies zijn verleend op basis van
Voor subsidies met een jaarbedrag van € 50.000 of hoger wordt daarnaast ook een
de begroting. Binnen dit totaal zijn 8 incidentele subsidies verstrekt voor 2023, naast
halfjaarlijkse tussenrapportage gevraagd. Deze rapportages geven een helder beeld in
de 19 incidentele die al eerder zijn verstrekt met een periode die doorloopt tot in of
de uitvoering van gesubsidieerde activiteiten en het bijbehorende financiële overzicht.
na 2023. Deze verstrekkingen betreffen, naast specifieke uitkeringen vanuit het Rijk,
De inhoudelijke en financiële rapportages worden met de betrokken beleidsadviseur en
initiatieven die passen in het beleid van de gemeente Roosendaal.
financieel adviseur gedeeld. Als de jaar- of tussenrapportage daartoe aanleiding geeft zijn hierover vervolggesprekken gevoerd, zowel intern met beleids- en financieel adviseurs als
Naast dit totaal heeft de gemeente Roosendaal uitvoering gegeven aan de regionale
met de subsidieontvanger. Waar dat nodig bleek is de subsidiebeschikking aangepast.
subsidie Meerkostenregeling corona (tot en met 31 maart 2023) en de Eenmalige compensatie energielasten maatschappelijke instellingen Roosendaal 2022-2023.
Subsidieverlening 2024
Bij het verlenen van subsidies voor 2023 was geen sprake van inzet van de hardheidsclausule.
In juni 2023 heeft het college de nieuwe subsidieregelingen voor/vanaf 2024 vastgesteld. Een aantal actieve subsidieregelingen lopen tot en met 2025 of verder.
Vaststellingen 2022
Voor de regelingen met een looptijd tot en met 2025 worden in de eerste helft van 2024 nieuwe subsidieregelingen opgesteld, die na vaststelling door het college vanaf 1 juli 2024
Uiterlijk 30 april 2023 moesten organisaties hun eindverantwoording indienen voor
worden opengesteld voor aanvragen.
de vaststelling van de verleende subsidies over of tot en met 2022. Door de beperkte beschikbaarheid van accountants voor de verplichte controleverklaring was het voor veel
In juni 2023 zijn voor 2024 totaal 17 nieuwe subsidieregelingen opgesteld.
organisaties niet haalbaar op tijd de juiste stukken aan te leveren. We zijn hier coulant mee
Voor 1 subsidieregeling gold een afwijkende aanvraagtermijn, waardoor deze op een
omgegaan en hebben uitstel verleend waar dat redelijk was. Omdat de stukken na
eerder moment al door het college werd vastgesteld. Daarnaast zijn voor 8 organisaties
toestemming later ingediend konden worden zijn de meeste vaststellingen later in het jaar
begrotingssubsidies voor de periode 2024 tot en met 2027 vastgesteld met het nieuwe
alsnog afgerond. Twee vaststellingen zijn tot op heden nog niet uitgevoerd, omdat de
‘Subsidieprogramma Vastgestelde Organisaties’* (zie de volgende pagina).
betrokken organisaties niet in staat zijn de gevraagde documenten aan te leveren. Met deze organisaties is een begeleidingstraject gestart, naar verwachting worden deze
Voor 2024 zijn in totaal 177 subsidies verleend.
subsidies over 2022 in de loop van 2024 alsnog vastgesteld.
> Hiervan zijn 40 subsidies nieuw, verstrekt op basis van de nieuwe subsidieregelingen en het Subsidieprogramma Vastgestelde Organisaties vanaf 2024.
In 2023 zijn 56 subsidieverleningen over 2022 vastgesteld, waarvan 15 lager werden vastgesteld dan verleend, omdat minder kosten of minder activiteiten zijn uitgevoerd dan oorspronkelijk beschikt. Twee subsidies zijn hoger vastgesteld; dit betreft subsidies voor peuteropvang waarbij het werkelijke aantal peuters hoger was dan vooraf ingeschat. Een aantal verleende subsidies is voor meerjaren verstrekt en wordt daardoor niet jaarlijks vastgesteld.
> Van de nieuwe subsidies zijn 21 subsidies voor alleen 2024 en 19 subsidies voor meerdere jaren verleend. > In het totaal aantal verleende subsidies voor 2024 zijn ook 137 nog lopende meerjarige subsidies opgenomen, waarvan 13 incidentele subsidies, die zijn verleend in 2023 of eerder en doorlopen tot of na 2024. > Er is tot nu toe één incidentele subsidies verleend voor 2024. Dit betreft een subsidie voor gezonde leefstijl. De subsidieregeling Gezonde leefstijl liep van 2020 t/m 2023.
Inhoudelijke en financiële verantwoordingsplicht bij lagere subsidiebedragen
Door onduidelijkheid over de vorm en voortzetting van de regeling kon hiervoor geen
In het nieuwe subsidiebeleid is opgenomen dat voor de subsidies onder € 10.000
nieuwe subsidieregeling per 2024 opgesteld worden. Vanaf 2025 komt er wel
(onder andere de subsidieregelingen Sportinitiatieven, RSD Fit gezonde leefstijl
een nieuwe meerjarige subsidieregeling.
en bewegen, Volksfeesten en AED & buitenkast) een bewijs van uitvoering wordt gevraagd. Na ontvangst hiervan worden deze subsidies ambtshalve vastgesteld.
174
175
P
P *Subsidieprogramma Vastgestelde Organisaties
Paragraaf 9. Wet Open Overheid (Woo)
In het ’Subsidiebeleid open en transparant subsidiëren’ is opgenomen dat als dit vanwege politieke, inhoudelijke of financiële redenen wenselijk is, wordt afgeweken
Op 1 mei 2022 is de Wet open overheid in werking getreden. De wet is bedoeld om
van het openstellen van subsidie voor meerdere aanvragers. In deze situaties is gekozen
overheden transparanter te maken en moet ervoor zorgen dat overheidsinformatie beter
voor één-op-één subsidiëring, door een begrotingssubsidie of een één-op-één
vindbaar, uitwisselbaar, eenvoudig te ontsluiten en goed te archiveren is. De Woo vervangt
subsidieregeling.
de Wet openbaarheid van bestuur (Wob). Waar de Woo voor passieve openbaarmaking (openbaarmaking op verzoek) op 1 mei per direct in werking is getreden, geldt voor
Met ingang van 2024 worden geen nieuwe één-op-één subsidieregelingen opgesteld,
actieve openbaarmaking een overgangsperiode waarin een inspanningsverplichting geldt.
maar zijn deze gebundeld in het nieuwe ‘Subsidieprogramma Vastgestelde Organisaties’.
Er zijn 11 informatiecategorieën die op termijn door gemeenten actief openbaar gemaakt
Het ‘Subsidieprogramma vastgestelde organisaties’ wordt gekoppeld aan de
moeten worden (o.a. wet- en regelgeving, convenanten, raadsstukken, beschikkingen
begrotingssubsidies; hierdoor biedt het inzicht in de begrotingssubsidies die zijn verstrekt
en klachten).
aan vooraf vastgestelde organisaties.
Woo in collegeprogramma Voor 9 lopende meerjarige subsidies zijn op dit moment nog één-op-één subsidieregelingen actief. Subsidies aan vastgestelde organisaties waarvan de één-op-één
De implementatie van de Woo is onderdeel van het programma Betrouwbare en
subsidieregeling afloopt, worden toegevoegd aan het Subsidieprogramma. Op deze wijze
Gastvrije Gemeente. In het collegeprogramma is de volgende ambitie opgenomen:
worden de nog lopende één-op-één subsidieregelingen uit gefaseerd, tot er geen
“We zijn duidelijk. We leggen uit wat we doen en waarom. We gaan verder met
lopende één-op-één subsidieregelingen meer zijn.
de implementatie van de Wet open overheid”. We volgen de landelijke ontwikkelingen en deadlines, en sorteren daar waar mogelijk op voor.
Alle subsidies die slechts door één organisatie aangevraagd en slechts aan één organisatie kunnen worden toegekend, worden op termijn opgenomen in het Subsidieprogramma
Wat hebben we in 2023 gedaan?
vastgestelde organisaties. Het Subsidieprogramma vastgestelde organisaties en de daarin opgenomen begrotingssubsidies worden jaarlijks aan het college aangeboden.
> De implementatie van de Woo wordt projectmatig opgepakt. Er is een projectgroep
Daarbij worden de nieuw opgenomen subsidies ter vaststelling aangeboden.
met daarin een vertegenwoordiging van diverse disciplines. Het project kent een projectleider.
Passieve openbaarmaking > Er is software aangeschaft om documenten te anonimiseren. > Het proces Woo-verzoeken is verder geoptimaliseerd en medewerkers zijn begeleid in het behandelen van Woo-verzoeken. Er zijn instructies opgesteld en medewerkers hebben toelichting gehad over het gebruik van de anonimiseringssoftware. Verbeteringen in het proces zijn zichtbaar doordat verzoeken sneller afgehandeld worden dan vorig jaar. De wettelijke termijn hiervoor bedraagt vier weken, plus eventueel twee weken verdaging. > In 2023 zijn er 61 informatieverzoeken binnen gekomen die formeel als Woo-verzoek zijn ingediend en behandeld. Bij 67% is actief contact geweest met de verzoeker. Van alle Woo-verzoeken is 57% binnen de wettelijke termijn afgehandeld. Dit wordt deels veroorzaakt door het type vraag dat gesteld wordt en de hoeveelheid informatie die opgevraagd wordt in een verzoek. Landelijk gezien duurt de afhandeling van een Woo-verzoek gemiddeld 162 dagen. We streven in 2024 naar een versnelde afhandeling. > De rol van de Woo contactpersoon is uitgebreid. Hij is bereikbaar voor iedereen die een informatievraag heeft en neemt contact op met iedere verzoeker om het verzoek scherp te stellen en ook eventuele achterliggende vragen te beantwoorden. Contactgegevens van de Woo contactpersoon zijn te vinden op de gemeentelijke website en op de landelijke Woo-index.
Daarnaast is er extra inzet op ondersteuning bij afhandeling van Woo-verzoeken.
176
177
P
P Actieve openbaarmaking > De landelijk ontwikkelde Woo-index is gevuld (Woo-index Gemeente Roosendaal | Overheid.nl). > Er is een start gemaakt met actieve openbaarmaking. We bekijken per categorie wat de meest logische plaats is voor publicatie van documenten, welke informatie actief openbaar gemaakt dient te worden en op welke wijze dit dient te gebeuren om het makkelijk vindbaar en doorzoekbaar te maken, om te zorgen dat voor inwoners duidelijk is welke informatie waar teruggevonden kan worden en zodat informatie niet op meerdere plaatsen tegelijkertijd gepubliceerd hoeft te worden. We hebben hierbij de aansluiting gezocht met het project dienstverlening en de verplichte bekendmaking via overheid.nl. Hierbij kijken we bovendien waar het mogelijk en gewenst is om meer actief openbaar te maken dan de Woo van ons vraagt. Door landelijke ontwikkelingen en ontwikkelingen in de markt hebben we in 2023 nog geen Roosendaals publicatieplatform kunnen aanschaffen, terwijl daar wel middelen voor gereserveerd waren. > In 2024 wordt een definitief publicatieplatform neergezet in samenwerking met dienstverlening, om zo optimaal aan te sluiten op de wensen van de inwoner en informatie zo makkelijk vindbaar en doorzoekbaar mogelijk te maken.
> In 2023 is in de volgende categorieën informatie actief openbaar gemaakt: > Vergaderstukken van de gemeenteraad via de website van de gemeenteraad > Besluitenlijsten college van B&W via de gemeentelijke website > Ruimtelijke plannen via www.ruimtelijkeplannen.nl en vanaf 1 januari 2024 via Regels op de kaart Regels op de kaart - Omgevingsloket (overheid.nl) > Vergunningen via www.officielebekendmakingen.nl > Jaarplannen en –verslagen via de gemeentelijke website > Wet- en regelgeving in het Gemeenteblad via officiëlebekendmakingen.nl > Organisatie- en bereikbaarheidsgegevens via de gemeentelijke website, via het Register van Overheidsorganisaties en de Woo-index > Woo-verzoeken via WooGLe (wooverheid.nl) > Convenanten via WooGLe (wooverheid.nl)
178
179
DEEL II:
II
JAARREKENING
II
JAARREKENING GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING Inleiding De jaarrekening is opgemaakt conform de voorschriften uit het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de Financiële Verordening van de gemeente Roosendaal.
Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het boekjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Dividendopbrengsten van deelnemingen worden als baten genomen op het moment waarop het dividend betaalbaar gesteld wordt. Voor personeelskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een voorziening gevormd te worden. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. De baten en lasten rondom jeugdzorgplus worden bruto (zowel onder baten en lasten) gepresenteerd, dit betreft een bestendige gedragslijn vanuit voorgaande jaren en de begroting.
180
181
II
II Met betrekking tot de verwerking van de algemene uitkering heeft de commissie BBV een
Balans
stellige uitspraak gedaan. Deze uitspraak luidt dat in de jaarrekening de algemene uitkering wordt opgenomen conform de in dat jaar laatst gepubliceerde accresmededeling. In
Algemeen
afwijking van deze richtlijn is bij de berekening van de algemene uitkering 2023 zoals die is verwerkt in de jaarrekening 2023 zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de actualiteit.
Vaste activa
Wij menen dat dit het inzicht in de jaarrekening ten goede komt. Artikel 59 BBV beschrijft het onderscheid tussen investeringen met uitsluitend
Algemene grondslagen voor de Rechtmatigheidsverantwoording
maatschappelijk nut in de openbare ruimte en investeringen met een (beperkt) economisch nut. Investeringen hebben een economisch nut indien ze verhandelbaar
De in de jaarrekening opgenomen rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld op basis
zijn en/of indien ze kunnen bijdragen aan het genereren van middelen.
van de kaders zoals besloten in de financiële verordening en op basis van de kadernota
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut moeten vanaf
rechtmatigheid. Dat betekent dat:
1-1-2017 worden geactiveerd.
> De rechtmatigheidsverantwoording toeziet op de financiële rechtmatigheid van baten, lasten, balansmutaties, alsmede de baten en lasten inzake de specifieke uitkeringen op
Immateriële vaste activa
grond van art. 17 Financiële-verhoudingswet; > De financiële rechtmatigheid waaronder het voorwaardencriterium, het
Onder immateriële vaste activa wordt verstaan de kosten verbonden aan het sluiten van
begrotingscriterium en het misbruik & oneigenlijk gebruik criterium omvat:
geldleningen, het saldo van agio en disagio, de kosten van onderzoek en ontwikkeling
a. Voor het voorwaardencriterium bestaat de norm uit het normenkader zoals op 7
voor een bepaald actief en de bijdragen aan activa in eigendom van derden.
maart 2024 door de raad is vastgesteld; b. Voor het begrotingscriterium geldt dat alle overschrijdingen van lasten en investe-
Bij de immateriële vaste activa worden de bijdragen aan activa in eigendom van derden conform artikel 62 en 63 BBV gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs. De geactiveerde
ringskredieten onrechtmatig zijn, waarbij voor een aantal scenario’s in het Controle-
bijdragen van derden zijn gewaardeerd op het bedrag van de verstrekte bijdragen,
protocol 2023 is beschreven wanneer deze overschrijdingen acceptabel zijn. Voor
verminderd met afschrijvingen. De verleende bijdragen worden afgeschreven in de
over- en onderscheidingen van baten, onderschrijdingen van lasten en onder
periode waarin het betrokken actief van de derde op basis van de door de gemeente
schrijdingen van investeringskredieten geldt dat deze als onrechtmatig zijn
gestelde voorwaarden moet bijdragen aan de publieke taak.
aangemerkt indien ze niet tot een begrotingswijziging hebben geleid of niet tijdig
De volgende immateriële vaste activa worden afgeschreven in ten hoogste de hieronder
aan de raad zijn gemeld.
genoemde termijnen.
c. Ten aanzien van het M&O criterium geldt dat het beleid ten aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik nog niet is vastgelegd in door de raad vastgesteld beleid. De van
Vaste activa
Termijn (in jaren)
toepassing zijnde wet- en regelgeving per proces is verwerkt in de processtappen en
1.
Kosten sluiten geldleningen
0
is onderwerp van de interne controle op de betreffende processen. Alleen bij
2.
Saldo van agio en disagio
5
misbruik is sprake van een onrechtmatigheid en zijn eventuele gevallen van misbruik
3.
Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling
5
(mits cumulatief met andere fouten of onduidelijkheden boven de verantwoordings-
4.
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
5
grens) opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording. > De rechtmatigheidsverantwoording is opgesteld binnen de kaders van de kadernota
Materiële vaste activa
rechtmatigheid 2023 van de Commissie BBV alsmede onze eigen financiële verordening. Dit betekent dat:
Algemeen
a. Een verantwoordingsgrens van 1 % (zijnde € 2,9 miljoen) is gehanteerd waarboven
Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrij-
cumulatieve fouten en onduidelijkheden in de rechtmatigheidsverantwoording
gingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de
worden opgenomen;
aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke
b. Een rapporteringstolerantie van € 145.000 is gehanteerd waarboven fouten en onduidelijkheden in de paragraaf bedrijfsvoering worden opgenomen.
rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend, inclusief de direct toe te rekenen salariskosten. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak dat aan de vervaardiging van het actief kan worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze rente is geactiveerd.
182
183
II
II vastgelegd in het vastgestelde activabeleid. Duurzame waardeverminderingen van vaste
Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
activa worden, zoals bedoeld in artikel 65 lid 1 BBV, onafhankelijk van het resultaat
Wanneer investeringen grotendeels of meer worden gedaan voor riolering, het inzamelen
‘in aanmerking genomen’.
van huishoudelijk afval of andere alsook voor rechten die op grond van art. 229 lid 1 a
Nadere voorschriften over afschrijving, waardering en registratie van vaste activa zijn
en b Gemeentewet worden geheven, dan worden deze investeringen op de balans Activa met een verkrijgingsprijs van minder dan € 15.000 exclusief omzetbelasting worden
opgenomen in een aparte categorie: ‘investeringen met economisch nut, waarvoor ter
niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen worden altijd
bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven’.
geactiveerd.
Investeringen in de openbare ruimte met uitsluitend maatschappelijk nut Investeringen met economisch nut
Investeringen met een maatschappelijk nut worden, evenals investeringen met
Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs.
een economisch nut, geactiveerd en over de verwachte toekomstige gebruiksduur
Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in
afgeschreven. De verplichting om alle investeringen te activeren volgens de nieuwe
mindering gebracht.
methode geldt alleen voor investeringen die vanaf het begrotingsjaar 2020 gedaan zijn. Door de invoering van de nieuwe systematiek blijven verschillen bestaan in de wijze
Op grondbezit met economisch nut (buiten de openbare ruimte) wordt niet afgeschreven.
waarop mag worden afgeschreven op investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut die vóór het begrotingsjaar 2017 zijn gedaan. Om inzicht te geven
De volgende vaste activa worden afgeschreven in ten hoogste de hieronder
in het deel van de activa dat wel vergelijkbaar is qua systematiek is in het verloopoverzicht
genoemde termijnen.
in de toelichting op de balans aangeven welk bedrag volgens de nieuwe systematiek is verantwoord en welk deel volgens een andere systematiek.
Gehanteerde afschrijvingstermijnen in hoofdlijnen
Termijn (in jaren)
Bedrijfsgebouwen
15 - 40
De volgende vaste activa worden afgeschreven in ten hoogste de hieronder
Gronden en terreinen (inclusief sportvelden)
0 - 30
genoemde termijnen.
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
15 - 60
Vervoermiddelen
5 - 10
Gehanteerde afschrijvingstermijnen in hoofdlijnen
Termijn (in jaren)
Machines, apparaten en installaties
5 - 10
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
15 - 40
Inventarissen
10 - 20
Machines, apparaten en installaties
20 - 40
Overige materiële vaste activa van economisch nut
4-7
Overige materiële vaste activa met maatschappelijk nut
10 - 20
Erfpachtgronden
0
Werk in uitvoering
0
Bij de afschrijvingen worden geen restwaarden toegepast. Een nadere specificatie van de afschrijvingstermijnen staat in de afschrijvingstabel in de Financiële verordening.
Bij de afschrijvingen worden geen restwaarden toegepast. Een nadere specificatie van de afschrijvingstermijnen staat in de afschrijvingstabel in de Financiële verordening.
Financiële vaste activa
Een aantal gebouwen wordt nog afgeschreven op basis van een verwachte levensduur
Kapitaalverstrekkingen aan gemeenschappelijke regelingen en leningen u/g zijn
van 60 jaar in plaats van de gebruikelijke levensduur van 40 jaar. Naar onze inschatting is
opgenomen tegen nominale waarde. Zo nodig is een voorziening voor verwachte
het effect hiervan niet van materiële betekenis, aangezien in het verleden de ondergrond
oninbaarheid in mindering gebracht. Participaties in het aandelenkapitaal van NV’ s en BV’
van de gebouwen is afgewaardeerd tot nihil en de gebouwen op dit moment worden
s (‘kapitaalverstrekkingen aan deelnemingen’ in de zin van het BBV) zijn gewaardeerd
afgeschreven tot nihil terwijl feitelijk sprake is van een restwaarde.
tegen de verkrijgingsprijs van de aandelen. Als de waarde van de aandelen onverhoopt structureel mocht dalen tot onder de verkrijgingsprijs zal afwaardering plaatsvinden.
184
185
II
II Vlottende activa
Vaste passiva
Onderhanden werk
Eigen vermogen
De als ‘onderhanden werk’ opgenomen bouwgronden in exploitatie zijn gewaardeerd
Reserves maken, samen met het gerealiseerde resultaat, deel uit van het eigen vermogen.
tegen de vervaardigingsprijs, dan wel de lagere marktwaarde. De vervaardigingsprijs
Onderscheid wordt gemaakt tussen de algemene reserve en bestemmingsreserves.
omvat de kosten die rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend
Bestemmingsreserves omvatten reserves waaraan een specifieke bestemming is gegeven.
(zoals grondaankopen en kosten van bouw- en woonrijp maken), alsmede een redelijk
Het eigen vermogen kent geen eigen waarderingsgrondslag. Feitelijk vormt het eigen
te achten aandeel in de rentekosten en de administratie- en beheerskosten.
vermogen de resultante van alle overige in de balans opgenomen posten, die wel een
Conform de Percentage of Completion (PoC) methode worden (tussentijdse) winsten
eigen waarderingsgrondslag kennen.
uit de grondexploitatie slechts genomen indien en voor zover die met voldoende mate van betrouwbaarheid als gerealiseerd aangemerkt kunnen worden. Zolang daarvan geen
Voorzieningen
sprake is, worden de verkregen verkoopopbrengsten ten volle op de vervaardigingkosten
Voorzieningen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde met uitzondering van
in mindering gebracht.
de grondexploitatie. De voorzieningen van de grondexploitatie worden gewaardeerd tegen de contante waarde met een disconteringsvoet van 2%.
Verliesvoorzieningen voor bouwgronden in exploitatie zijn gebaseerd op de geactualiseerde grondexploitaties en gewaardeerd tegen het verwachte verlies.
Voorzieningen worden op grond van artikel 44 BBV gevormd wegens:
De bouwgronden in exploitatie worden jaarlijks per 31 december naar actuele inzichten
> Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op balansdatum onzeker is,
herzien. Mogelijke scenario’s, zoals daling van de opbrengsten in de toekomst, worden meegenomen als risico’s en verwerkt in de benodigde weerstandscapaciteit bij de beoordeling van het weerstandsvermogen.
doch redelijkerwijs te schatten is. > Bestaande risico’s op balansdatum ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs te schatten is. > Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken
Vorderingen en overlopende posten
van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over
De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening gevormd. De hoogte van de voorziening wordt bepaald op basis van de geschatte inningskansen.
een aantal begrotingsjaren. > De bijdragen aan toekomstige vervangingsinvesteringen, waarvoor een heffing wordt geheven. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten
Liquide middelen
gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume.
De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen.
Langlopende schulden Langlopende schulden betreffen de vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer. Deze worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen.
Vlottende passiva De vlottende passiva betreffen de kortlopende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Borg- en garantstellingen Voor zover leningen door de gemeente gewaarborgd zijn, is buiten de balanstelling het totaalbedrag van de geborgde schuldrestanten per einde boekjaar opgenomen. In de toelichting op de balans is nadere informatie opgenomen.
186
187
II
II
BALANS MET TOELICHTING PER 31 DECEMBER 2023 ACTIVA (x € 1.000)
31-12-2023
PASSIVA (x € 1.000)
Eigen vermogen
31-12-2022
166 166
Materiële vaste activa Investeringen met economisch nut
202 202
216.193 137.035
201.575
5.392
5.777
Investeringen in de openbare ruimte met maatschappelijk nut
73.766
67.975
Financiële vaste activa
19.919
Overige langlopende leningen
1.426 492
600
17.401
15.241
39.871 38.340
99
1.483 14.070
10.207
83
2.878
5.000
-
Rekening-courantverhoudingen met niet- financiële instellingen
1.285
1.974
Overige vorderingen
7.702
5.355
Liquide middelen
383 383
Overlopende activa
12
4.963
Ter egalisatie van kosten
12.825
11.435
Voor middelen van derden waarvan de bestemming gebonden is
26.980
23.641 86.875
86.875
98.000 98.000
33.566
36.425
Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd < 1 jaar 20.000
20.000
0
5.318
13.566
11.107 53.442
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren uitgesplitst naar de ontvangen bedragen van: > Het Rijk > Overige Nederlandse Overheidslichamen Overige vooruit ontvangen bedragen die ten bate van het volgende begrotingsjaar komen
29.869
15.121
11.213
33.131 4.800
12.285 6.182
390
188
TOTAAL PASSIVA
313.865
302.088
Gegarandeerde geldleningen
440.165
401.624
Toelichting op de balans
23.263
32.079
211 2.232
6.283 736
Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die t.l.v. volgende begrotingsjaren komen
20.820
25.060
Vaste activa Immateriële vaste activa Betreft bijdragen aan activa in eigendom van derden die betrekking hebben op
313.865
investeringen in welzijnsaccommodaties waarop lineair (o.b.v. verwachte levensduur) 302.088
is afgeschreven. Immateriële vaste activa (x € 1.000)
188
40.039
5.295
12
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel uitgesplitst naar de nog te ontvangen bedragen van: > Het Rijk > Overige Nederlandse Overheidslichamen
TOTAAL ACTIVA
45.100
Verplichtingen, verliezen en risico’s
Verplichtingen in het begrotingsjaar opgebouwd en in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen.
39.823
39.772
Uitzettingen in ’s-Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar
Kas en banksaldi
9.773
Overige schulden
492
600
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen
9.205
Overlopende passiva
Voorraden
Gereed product en handelsgoederen
Gerealiseerd resultaat
Banksaldi
1.857
VLOTTENDE ACTIVA
Onderhanden werk waaronder; bouwgrond in exploitatie
65.265
Kasgeldleningen aangegaan bij openbare lichamen
Leningen Deelnemingen
22.718
68.598
VLOTTENDE PASSIVA
Kapitaalverstrekkingen
Overige verbonden partijen
17.079
Bestemmingsreserves
Onderhandse leningen van banken en overige financiële instellingen
18.190
97.756
Algemene reserves
Vaste schulden met rentetypische looptijd >1 jaar
127.823
Investeringen met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
Deelnemingen
94.882
Voorzieningen
Immateriële vaste activa
31-12-2022
VASTE PASSIVA
VASTE ACTIVA
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
31-12-2023
Boek waarde 01-01-2023
Vermeerderingen
Verminderingen
Aflossingen/ Afschrijvingen
Boek waarde 31-12-2023
Bijdragen aan activa in eigendom van derden
202
-
-
34
166
Totaal
202
-
-
166
189
II
II Materiële vaste activa Materiële vaste activa zijn uitgaven met meerjarig nut die in meerdere jaren worden
De reiniging is uitbesteed aan Saver N.V. Roosendaal koopt diensten in op contractbasis.
afgeschreven.
De investeringen worden door Saver N.V. zelf gedaan en zodoende heeft Roosendaal geen investeringen ten behoeve van de heffing reiniging.
Materiële vaste activa (x € 1.000)
Boek waarde 01-01-2023
Balansverschuiving
Inves teringen
Inkomsten
Afschrij vingen
Boek waarde 31-12-2023
(totaal € 8,7 miljoen )
Materiële vaste activa met economisch nut Bedrijfsgebouwen Gronden en terreinen
97.506
29
15.592
15.504
1.724
-
38
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen
5.547
3.788 155
103.792 17.073
€ 600.000 € 699.000
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut vóór 2017
28
97
259
747
104
2.305
Inventarissen
3.001
188
364
2.825
Overige materiële activa
9.765
326
760
10.686
Erfpachtgronden
57
Materiële vaste activa met economisch nut waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
57 1.384
5.777
18.643
5.547
5.268
137.035
825
825
385
5.392
Om inzicht te geven in het deel van de activa dat vergelijkbaar is qua systematiek, wordt in het onderste verloopoverzicht een scheiding aangebracht tussen welk bedrag volgens de nieuwe systematiek is verantwoord en welk deel volgens een andere systematiek. De boekwaarde van de investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut had het volgende verloop: Materiële vaste activa met maatschappelijk nut (x € 1.000)
Boekwaarde 01-01-2023
Investeringen
Inkomsten
Afschrijvingen
Boekwaarde 31-12-2022
1.359
15.281
Maatschappelijk nut vóór 2017
Materiële vaste activa met maatschappelijk nut Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
€ 961.000
Stepvelden (tussen A17 – Borchwerf)
328
127.823
€ 1.069.000
Snelfietsroute F58 Molensingel voet- en fietspaden
1.662
1.355
Damwanden
38
Machines, apparaten en installaties
Subtotaal
Belangrijkste investeringen > € 500.000 met maatschappelijk nut
67.430
10.408
1.709
2.914
73.215
Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Overige
545
98
-4
96
551
Subtotaal
67.975
10.506
1.705
3.010
73.766
Totaal
201.575
29.974
8.077
8.663
216.193
1.384
In 2023 heeft voor een bedrag van € 8,7 miljoen aan reguliere afschrijvingen op de materiële vaste activa plaatsgevonden.
0
27
0
0
27
0
26
0
1.386
15.281
50.816
10.382
1.709
1.555
57.934
517
98
-4
68
551
Subtotaal
51.333
10.480
1.705
1.623
58.485
Totaal
67.974
10.506
1.705
3.010
73.766
Maatschappelijk nut vanaf 2017 Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Overige
Reguliere afschrijvingen
26
16.641
Subtotaal
Overige
16.614
Belangrijkste investeringen / activeringen > € 500.000 met economisch nut (totaal € 19 miljoen)
190
Huisvesting Oekraïners
€ 5.541.000
Renovatie Huis van Roosendaal
€ 1.607.000
Kroevendonk
€ 4.002.000
Kroevendonk IKC
€ 1.881.000
Grondverwerving Bulkenaar
€ 1.634.000
Verduurzaming gemeentelijke gebouwen
€ 595.000
191
II
II Financiële vaste activa Financiële vaste activa (x € 1.000)
Boek waarde 01-01-2023
Vermeerderingen
Afwaarde ringen en voorzie ningen
Aflossingen/ Afschrij vingen
Boek waarde 31-12-2023
Kapitaalverstrekkingen Deelnemingen
1.857
Overige verbonden partijen
492
Subtotaal
2.349
134
134
565
565
Overige langlopende geldleningen Startersleningen (via SVn)
€ 12.947.000
Duurzaamheidsleningen (via SVn)
€
465.000
Verzilverleningen (via SVn)
€
133.000 921.000
1.426
Verstrekte leningen op grond van de Participatiewet
€
492
Stimuleringsregeling verbetering Wooncomfort en woon werklocaties
€ 2.935.000
€ 17.401.000
1.918
Leningen Deelnemingen
600
600
Subtotaal
600
600
Overige langlopende leningen Langlopende geldleningen sociaal domein Langlopende geldleningen
974
349
402
921
14.310
4.159
1.989
16.480
4.508
2.391
17.401
starters etc./ Enexis Subtotaal
0 15.284
Correctie risico afdekking voorziening leningen sociale zaken Totaal
0
-43 -43 18.190
4.642
522
2.391
19.919
De balanspost financiële vaste activa is in 2023 toegenomen met € 1.729.000 tot € 19.919.000.
Vlottende activa Voorraden Voorraden (x € 1.000)
Boek waarde 01-01-2023
Balansverschuiving
Bouwgrond in exploitatie
41.800
Bijbehorende verlies vz
-3.460
Gereed product en handelsgoederen
1.483
-1.384
39.823
-1.384
Totaal
Uitgaven Grond exploitaties
Inkomsten Grond exploitaties
4.907
-2.128
Overige mutaties
Boek waarde 31-12-2023 44.579
-1.347
-4.807 99
4.907
-2.128
-1.347
39.871
Roosendaal neemt deel in diverse rechtspersonen zoals NV’s, BV’s en Gemeenschappelijke Regelingen. In een aantal daarvan is de gemeente
Op 31 december 2023 resteert nog een boekwaarde van € 44.579.000 op bouwgronden
enig eigenaar of meerderheidsaandeelhouder. In andere rechtspersonen neemt
in exploitatie. Hierop worden de voor de voorraden getroffen verliesvoorzieningen in
de gemeente slechts beperkt deel. Zie hiervoor Paragraaf 6 Verbonden partijen.
mindering gebracht (€ 4.807.000). Hierna bedraagt de resterende boekwaarde inclusief gereed product en handelsgoederen op 31-12-2023 € 39.871.000.
Belangrijkste vermeerderingen Startersleningen Roosendaal (via SVn)
€ 2.779.000
De post “gereed product en handelsgoederen” betreft het volgende pand:
Stimuleringslening verbetering wooncomfort
€ 1.288.000
Pand Philipslaan 63
Voorziening voor deelneming Duurzaam Energie Bedrijf Roosendaal B.V.
€ 565.000
€
99.000
Dit pand is opgenomen in de verkoopportefeuille en derhalve onder deze balanspost Voor de deelneming van Duurzaam Energiebedrijf Roosendaal B.V. ad € 2.280.000 is een
opgenomen. Levering zal plaatsvinden in 2024.
voorziening gevormd. Het eigen vermogen van Duurzaam Energie Bedrijf Roosendaal B.V. bedraagt op basis van voorlopige cijfers per 31 december 2023 € 174.000.
Voor een nadere specificatie en toelichting per complex wordt verwezen naar
De jaarrekening 2023 van deze deelneming is nog niet definitief. Voor het waarderings-
Paragraaf 7 Grondbeleid.
verschil ad € 565.000 is de voorziening verhoogd. Ultimo 2023 bedraagt de voorziening De specificatie van het gereed product en handelsgoederen is opgenomen onder
€ 2.106.000.
toelichting van de materiële vaste activa onderdeel balansverschuiving.
Belangrijkste aflossingen: Betreft aflossingen van starters- en duurzaamheidsleningen en een aflossing van de stimuleringsregeling wooncomfort. De post leningen is als volgt te specificeren Deelname NV Monumentenfonds
192
€ 600.000
193
II
Omschrijving complex (x €1.000 )
Boek waarde 3112-2023
Geraamde nog te maken kosten
Geraamde nog te realiseren op brengsten
Geraamde resultaat (nominale waarde)
Geraamde resultaat (contante waarde)
II
Verlies voor ziening
De totale correctie op de debiteuren algemeen is als volgt opgebouwd:
Bedrijventerreinen: Majoppeveld
18.015
450
22.688
4.222
5.143
-
Subtotaal
18.015
450
22.688
4.222
5.143
-
Gebrande Hoeff
1.028
430
1.600
142
135
-
Stadsoevers
7.885
8.153
12.350
-3.689
-3.762
-3.762
Vlietpark
14.021
4.348
17.012
-1.357
-1.044
-1.044
De Hoogt Wouw
2.457
434
3.058
167
92
-
Groot Mariadal
479
1.414
2.081
188
203
-
Dunantstraat
21
1.713
1.738
4
15
-
25.891
16.492
37.839
-4.545
-4.361
-4.807
-
-
782
-4.807
Afbouw complexen niet in exploitatie: Grondbank Borchwerf II
673
-673
Subtotaal
673
-673
Totaal
-/- € 439.000
Dwangsommen
-/- € 209.000
-/- € 648.000
Specificatie debiteuren sociale zaken
Herontwikkeling/ woongebied
Subtotaal
Voorziening oninbaarheid (privaatrechtelijk)
44.579
16.942
60.527
-996
In het hierboven opgenomen overzicht van de complexen zijn de verwachte resultaten
Diverse bijstandsdebiteuren Werkplein
€ 2.206.000
“Granieten”-bestand Cannock Chase
€
129.000
Wmo-gelden
€
24.000
Totaal debiteuren sociale zaken
€ 2.359.000
Voor oninbaarheid is een voorziening opgenomen voor een bedrag van € 1.287.000.
Uitzettingen in ’s-Rijks schatkist met een rente typische looptijd korter dan 1 jaar Schatkistbankieren (x € 1.000)
Saldo 01-01-2023
Schatkistbankieren
Saldo 31-12-2023 -
5.000
opgesomd. Het totale resultaat op eindwaarde ligt nu in totaliteit op een winst van € 782.000 aan positieve en negatieve exploitaties.
Op grond van de Regeling Schatkistbankieren dienen decentrale overheden
Per te exploiteren gebied wordt een grondexploitatie opgesteld. Het uitgangspunt van
eventuele overtollige geldmiddelen boven een bepaald drempelbedrag aan te houden
de grondexploitatie is dat deze sluitend is. Uit de ervaringen van de afgelopen jaren
in ’s Rijks Schatkist. Zoals ook uit onderstaande tabel naar voren komt bedroeg
is gebleken dat aan de grondexploitaties risico’s zijn verbonden. Door de vorming van
die drempel voor 2023 circa € 6,8 miljoen.
verliesvoorzieningen worden verliezen genomen zodra ze te verwachten zijn. Voor een nadere specificatie en toelichting per complex wordt verwezen naar
Conform voorschrift BBV zijn in onderstaande tabel posities met betrekking tot
Paragraaf 7 Grondbeleid.
Schatkistbankieren (benutting drempelbedrag) weergegeven. In 2023 zijn de kwartaalgemiddelden van de liquide middelen onder de vrijstellingsgrens voor het afstorten gebleven. De rentevergoeding over in de Schatkist geplaatste
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar
geldmiddelen is nihil.
De totale debiteurenpost is voor de BBV wetgeving als volgt te splitsen:
Omschrijving (x € 1.000)
Vorderingen openbare lichamen
€
83.000
Overige vorderingen
€ 7.702.000
€ 7.785.000
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
531
849
2.365
688
Drempelbedrag
6.798
6.798
6.798
6.798
Ruimte onder drempelbedrag
6.267
5.949
4.433
6.110
0
0
0
0
Op dagbasis buiten ’s Rijks schatkist gehouden middelen
Overschrijding van het drempelbedrag
Kwartaal 4
Ten behoeve van diverse aansluitingen is de onderstaande onderverdeling tevens van belang: Vorderingen (x € 1.000)
Saldo 01-01-2023 Debiteuren
Saldo 31-12-2023 Debiteuren
Voorziening oninbaarheid en dwangsommen
Gecorrigeerd saldo 31-12-2023
Debiteuren algemeen
1.989
5.362
648
Debiteuren belastingen
1.955
2.644
728
4.714 1.916
Debiteuren sociale zaken
1.411
2.359
1.287
1.072
Totaal
5.355
10.365
2.663
7.702
Op de post debiteuren algemeen is een voorziening voor oninbare debiteuren gecorrigeerd en daarnaast zijn ook dwangsommen in mindering gebracht. Deze laatste post
194
heeft de aard van een voorziening voor dubieuze vorderingen.
195
II
II Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen
De in de balans opgenomen nog te ontvangen voorschotbedragen van EU, Rijk en provincies, die zijn ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met
Rekening-courant verhoudingen met niet-financiële instellingen (x € 1.000)
Saldo 01-01-2023
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting
Vermeer deringen
1.974
Vermin deringen
4.080
een specifiek bestedingsdoel, kunnen als volgt worden gespecificeerd:
Saldo 31-12-2023
4.769
1.285
Onderwerp
Saldo 01-01-2023
Ontvangsten subsidie
Saldo 31-12-2023
Rijk
Belangrijkste vermeerderingen € 2.503.000
Maatschappelijke begeleiding statushouders en vergeten groepen 2020
73.000
Stimuleringsfonds verbetering wooncomfort
€ 1.321.000
Suppletie regeling explosieven 2022
209.000
Duurzaamheidsrekening RSD
€
Suppletie regeling explosieven 2023
Startersfonds VROM
119.000
Zonnepanelen Melkbussen
Belangrijkste verminderingen
Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne 2022
Startersfonds VROM
€ 3.192.000
Stimuleringsfonds verbetering wooncomfort
€ 1.302.000
Bekostigingsregeling opvang ontheemden Oekraïne 2023
Duurzaamheidsrekening RSD
€
Crisisnoodopvanglocatie Roosendaal
118.000
Totaal Rijk
Liquide middelen Liquide middelen (x € 1.000)
Bestedingen
73.000 209.000 191.000
191.000
95.000
95.000
5.119.000
5.119.000 20.000
787.000 6.283.000
20.000 787.000
211.000
6.283.000
211.000
102.000
314.000
Overige overheidsinstellingen
Saldo 01-01-2023
Saldo 31-12-2023
Molenbeek Noord en Oude Beek
416.000
Economische verbindingszone Spuitendonksebeek
29.000 291.000
29.000
Kas
11
15
Kasteel van Wouw
Banken
-
367
Werkplein afrekening 2023
963.000
963.000
Kruisposten
1
1
WVS verwacht resultaat 2023
635.000
635.000
Totaal
12
383
Totaal overige overheidsinstellingen Totaal
291.000
736.000
1.598.000
102.000
2.232.000
7.019.000
1.809.000
6.385.000
2.443.000
Overlopende activa Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende Overlopende activa (x € 1.000)
Saldo 01-01-2023
Saldo 31-12-2023
begrotingsjaren komen.
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen die ontstaan door voorfinanciering op uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel
7.019
2.443
> Nog te ontvangen bedragen Rijk > Nog te ontvangen overige overheidsinstellingen
6.283 736
211 2.232
BTW vorderingen (m.n. BCF-declaratie bij het Rijk, wordt omtrent 30 juni voldaan)
€ 15.827.000
Overige nog te ontvangen en vooruitbetaalde bedragen die t.l.v. volgende begrotingsjaren komen
25.060
20.820
Nog op te leggen BWB diverse belastingen 2023
€ 1.463.000
Afrekening Jeugdzorgplus regio Zeeland
€
921.000
> Overige nog te ontvangen bedragen > Vooruitbetaalde bedragen
22.057 3.003
20.603 217
Afrekening Jeugdzorgplus regio WBW
€
394.000
Totaal
32.079
23.263
Parkeer- en naheffingsgelden PBR
€
419.000
Bijdrage KCT terrein 2023
€
225.000
De Viersprong
€
97.000
Subsidie WijZijn 2024 t/m 2026 buurtinitiatieven
€
30.000
Subsidie Wereldkeuken 2024-2025
€
42.000
Centric
€
28.000
Overige nog te ontvangen (grootste posten)
Vooruitbetaalde bedragen De belangrijkste vooruitbetaalde bedragen hebben betrekking op:
196
197
II
II
Vaste passiva Eigen Vermogen
De begrote onttrekkingen bedragen in totaal € 21.779.000. De werkelijke onttrekkingen bedragen € 19.528.000. Het verschil van € 2.251.000 wordt veroorzaakt door de volgende
Reserves
posten > € 100.000:
Reserves zijn vermogensbestanddelen die als eigen vermogen zijn aan te merken en
Cultuur coronacompensatie
€
161.000
die na besluitvorming vrij te besteden zijn. Reserves worden onderscheiden in algemene
Storting budget WKB 2022 naar 2023
€ 140.000
reserves en bestemmingsreserves.
Strategische verwerving – aankoop
€ 1.835.000
€ 2.136.000
Algemene reserves (x € 1.000)
Saldo 01-01-2023
Resultaat be-stemming 2022
Algemene reserve
22.690
9.773
4.144
19.528 28
0
9.773
4.144
19.556
17.079
Algemene saldireserve Totaal
Dotaties
Onttrekkingen
28 22.718
Saldo 31-12-2023
Algemene saldireserve
17.079
Deze reserve was bestemd om overschotten en tekorten uit de verschillende jaarschijven te storten of te onttrekken. Het saldo van deze reserve bedroeg per 1-1-2023 € 28.000. De reserve is in 2023 opgeheven. Het saldo is, conform aanbiedingsnota begroting 2023, gestort in de Algemene reserve.
Algemene reserve De algemene reserve heeft als doel om het weerstandsvermogen en de solvabiliteit
Gerealiseerd resultaat 2023
van de gemeente te garanderen. Per eind 2023 is het saldo van deze reserve € 17.079.000. De ondergrens voor deze reserve is vastgesteld op € 10.000.000. Het voordelige rekeningresultaat van 2022 is in deze reserve gestort. Middels de resultaatbestemming 2022 is het grootste gedeelte (€ 6.777.000) van deze middelen weer uit de reserve gehaald en is € 2.996.000 in deze reserve gebleven.
Gerealiseerd resultaat 2023 (x € 1.000)
2022
Gerealiseerd resultaat 2022
Voordelig 9.773
Gerealiseerd resultaat 2023
2023
Voordelig 9.205
De onttrekking van € 6.777.000 als gevolg van de resultaatbestemming 2022 kan als volgt worden gespecificeerd: Energietoeslag
€ 3.342.000
Omgevingswet
€
184.000
Energierekening bijzondere bijstand
€
162.000
Meerkosten corona jeugd
€
36.000
Meerkosten corona Wmo
€
56.000
Storting in Bestemmingsreserve Investeringsfonds
€ 2.996.000
De vermeerderingen bedragen € 4.144.000. Begroot was een dotatie van € 4.022.000. De vermeerderingen betreffen: Storting vanuit bestemmingsreserve Duurzaamheidsfonds Rimboe
198
€
30.000
Storting vanuit algemene saldireserve
€
29.000
Storting vanuit bestemmingsreserve Innovatiefonds
€ 108.000
Storting vanuit bestemmingsreserve Onderhoud speelgelegenheden
€ 423.000
Storting vanuit bestemmingsreserve risicopremies garantstellingen
€ 229.000
Correctie begrote storting bestemmingsreserve
€ -96.000
Resultaatbestemming 2022
€ 2.996.000
Opbouwwerk en jongerenwerk i.v.m. criminaliteit
€ 302.000
Storting saldo bestemmingsreserve groenfonds
€
€ 4.144.000
122.000
199