GETEKEND-5a-Jaarstukken 2023 DEFINITIEF 14062024.pdf
Tekst van het document
Het regionale programma Geweld Hoort Nergens Thuis (GHNT) is in 2023 onderdeel geworden van het Toekomstscenario kind- en gezinsbescherming. Ook dit is een West Brabantse samenwerking waarvan gemeente Breda de centrumgemeente is. In 2023 is een programmaleider toekomstscenario gestart die in samenwerking met 14 gemeenten en netwerkpartners een programmaplan heeft opgesteld om te komen tot sterke gemeentelijke toegangen met een brede blik. Wat dit precies voor gemeenten gaat betekenen wordt beproefd in de proeftuin. Per juli 2023 zijn de nieuwe contracten voor aanbieders NVTZ ingegaan, het aantal aanbieders is minder dan voorheen, omdat de lat nog hoger is gelegd en kritisch gekeken is naar de werkwijze 72
en rol van aanbieders. Ook zijn de tarieven aangepast en soms aanzienlijk verhoogd om aanbieders die de juiste zorg leveren hier ook op de juiste manier voor te vergoeden. De regio WBW is op verschillende vlakken een pilotregio, onder meer op het gebruik van de verklarende analyse voor een betere afstemming van zorgvraag en zorgaanbod, waarin ook enkele jeugdprofessionals uit Roosendaal deelnemen. De proeftuinen voor jeugdbescherming zijn in 2023 verder vormgegeven en hebben een positief effect. De pilot met Uniform Hulp Aanbod om juridische interventies bij scheidingen te voorkomen heeft met de verbeterde samenwerking met volwassenondersteuning van IOR een extra impuls gekregen. Op alle scholen zijn jeugdprofessionals onderwijs betrokken die zorgvragen voorkomen door laagdrempelige ondersteuning en ook de samenwerking met Huisartsen is succesvol. Deze voorbeelden sluiten tevens goed aan bij de plannen van de in 2023 landelijk aangenomen Hervormingsagenda die met name in 2024 een grote impact zal hebben. Eind 2023 is een akkoord bereikt voor de implementatie van landelijke tarieven voor jeugdbescherming en jeugdreclassering, waarbij de investeringen die in Brabant zijn gedaan hebben geleid tot een stevige uitgangspositie.
Door onder meer een beschikbaarheidsfinanciering toe te kennen aan JBB is de Brabantse jeugdbescherming goed voorbereid op de komende werk- en financieringswijze en workloadnormen voor jeugdbeschermers. Roosendaal heeft hierin als regionaal voortrekker en kassier een positieve bijdrage kunnen leveren.
Wat heeft dit gekost? X € 1.000 Lasten Jeugd en jeugdzorg Baten Jeugd en jeugdzorg Saldo
Rekening 2022
Primitieve BegrotingsGewijzigde begroting 2023 wijzigingen 2023 begroting 2023
Rekening 2023
35.947
33.081
7.228
40.309
42.357
9.857
11.133
154
11.287
12.415
26.090
21.948
7.074
29.022
29.942
73
Financieel overzicht Zorgen & Stimuleren X €1.000
Beleidsveld
Rekening 2022
Primitieve begroting 2023
Begrotings wijzigingen 2023
Gewijzigde begroting 2023
Rekening 2023
Lasten
Leefbare buurten en dorpen Welzijn Zorg en ondersteuning Jeugd en jeugdzorg
834
890
1.162
2.052
1.687
8.529 25.965 35.947 71.275
7.446 25.141 33.081 66.558
632 3.668 7.228 12.690
8.078 28.809 40.309 79.248
7.552 28.920 42.357 80.516
0
0
130
130
132
91 1.286 9.857 11.234
87 866 11.133 12.086
185 486 154 955
272 1.352 11.287 13.041
339 1.848 12.415 14.734
Saldo
60.041
54.472
11.735
66.207
65.782
Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves
268 1.533
78 105
1.242 2.234
1.320 2.339
1.320 2.081
Totaal Baten
Totaal
Leefbare buurten en dorpen Welzijn Zorg en ondersteuning Jeugd en jeugdzorg
74
Programma 6. Betalen & Financieren De algemene dekkingsmiddelen ten behoeve van de programmalasten zijn te vinden in dit programma. Lokale heffingen De tarieven van de lokale heffingen zijn in 2023 verhoogd met 2,8% (dit is de gemiddelde inflatie van de voorgaande 3 jaar). Uitzondering op de verhoging van de tarieven vormen de reclamebelasting en de parkeergelden; deze zijn niet geïndexeerd. Ook de tarieven voor de OZB zijn in 2023 eenmalig niet geïndexeerd. De tarieven voor de riool- en afvalstoffenheffing worden bepaald op basis van de gesloten financiering. Voor een nadere toelichting per belastingsoort wordt verwezen naar de paragraaf lokale heffingen. Algemene Uitkering Gemeentefonds Algemene uitkering De septembercirculaire 2023 vormt de basis voor de begroting 2023. De uitkomsten van de septembercirculaire zijn namelijk via de Najaarsbrief 2023 verwerkt in de begroting. Op basis van de septembercirculaire is de algemene uitkering begroot op € 157.893.000. Na de septembercirculaire is de decembercirculaire 2023 verschenen. De resultaten van deze circulaire zijn niet in de jaarschijf 2023 van de begroting verwerkt. Over 2023 ontstaat ten opzichte van de begroting een voordelig verschil van € 1.358.000. Dit verschil is opgebouwd uit drie delen: In 2023 is een bedrag van € 92.000 ontvangen via de algemene uitkering, dat nog betrekking heeft op 2021.
In 2023 is een bedrag van € 361.000 ingehouden op de algemene uitkering dat nog betrekking heeft op het jaar 2022. Over 2023 ontstaat ten opzichte van de septembercirculaire 2023 een voordelig verschil van € 1.627.000. Dit verschil wordt vooral veroorzaakt door de extra middelen die de gemeente bij de decembercirculaire 2023 heeft ontvangen. Het verschil kan worden verklaard door een aanpassing van de aantallen van onderliggende maatstaven waarop de algemene uitkering is gebaseerd. Integratie Uitkering Participatie Met ingang van 2023 is er nog maar één integratie-uitkering (IU) binnen het Gemeentefonds, de IU Participatie. Ook hiervoor vormt de septembercirculaire 2023 de basis voor de begroting. De daadwerkelijke ontvangsten van de IU Participatie zijn gelijk aan het begrote bedrag. Vennootschapsbelasting Juyst Belastingadviseurs heeft in opdracht van de gemeente Roosendaal de rapportage over de fiscale positie ten behoeve van de vennootschapsbelasting (VPB) opgesteld. Uit deze rapportage blijkt dat de definitieve aanslag VPB 2019 de meest recente opgelegde definitieve aanslag is. Deze aanslag is conform de aangifte opgelegd. De aangifte VPB 2022 is de meest recente aangifte die bij de Belastingdienst is ingediend en sluit met een te ontvangen bedrag aan VPB van € 2.000. In deze aangifte zijn de volgende ondernemingen behandeld: 1.
Het grondbedrijf: vormt geen belaste onderneming. Dit is afgestemd met de Belastingdienst. 2. Reclame: ingeschatte resultaat is in de aangifte opgenomen. 3. Opwekking energie middels zonnepanelen m.b.t. de Gewenten en het Huis van Roosendaal zijn verantwoord. 4. Straatparkeren: is vrijgesteld. 75
Er lopen bezwaren tegen de aanslagen VPB en deze zien op de reclameactiviteiten. Deze bezwaren worden aangehouden tot hierover meer duidelijkheid ontstaat in de jurisprudentie. Voor 2023 is door de Belastingdienst een voorlopige aanslag VPB van € 34.000 opgelegd. Verbonden partijen Binnen dit programma is sprake van een aantal verbonden partijen. Deze verbonden partijen richten zich vooral op financiële dienstverlening. Het gaat om Belastingsamenwerking West-Brabant (BWB), NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG), NV Brabant Water en deelnemingen uit het voormalige Essent. In de paragraaf Verbonden Partijen wordt uitgebreid ingegaan op deelname in alle verbonden partijen. Financieel overzicht Betalen & Financieren X€ 1.000
Beleidsveld
Lasten
Treasury Uitkeringen gemeentefonds Algemene lasten en baten Belastingen Resultaten
Totaal Baten
Totaal
Treasury Uitkeringen gemeentefonds Algemene lasten en baten Belastingen Resultaten
Saldo Stortingen in reserves Onttrekkingen aan reserves
Rekening 2022 -110
Primitieve begroting 2023 134
Begrotings wijzigingen 2023 -461
Gewijzigde begroting 2023 -327
Rekening 2023
0
0
0
0
0
4.086
2.786
-1.003
1.783
2.601
1.509 32.912 38.397
1.470 22.669 27.059
79 43.676 42.291
1.549 66.345 69.350
1.591 67.412 72.050
264
535
-276
259
679
172.254
167.830
8.521
176.351
177.710
1.610
1.414
-83
1.331
1.365
15.317 41.853 231.298
15.574 20.304 205.657
-315 70.124 77.971
15.259 90.428 283.628
15.590 83.636 278.980
-192.901
-178.598
-35.680
-214.278
206.930
6.444 6.191
218 577
47.595 48.015
47.813 48.592
47.640 48.252
446
76
Paragrafen Paragraaf 1. Lokale Heffingen Toelichting tarieven 2023 De tarieven van de lokale heffingen zijn in 2023 verhoogd met 2,8% (dit is de gemiddelde inflatie van de afgelopen 3 jaar). Uitzonderingen op de verhoging van de tarieven vormen de reclamebelasting, de parkeergelden en de OZB; deze zijn in 2023 niet verhoogd. De gesloten financieringen hebben een eigen regime voor de jaarlijkse aanpassingen van het tarief: Riolering: op basis van het huidige Verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan 2020-2023 (VGRP) is de stijging - boven de inflatiecorrectie - in 2023 bepaald op 0,6%. Rekening houdend met het inflatiepercentage van 2,8% betekent dit dus een stijging van het tarief in 2023 met 3,4%. Reiniging is 100% kostendekkend.
Onroerende zaakbelastingen De gedragslijn in Roosendaal is dat de OZB alleen stijgt met de inflatie. We corrigeren normaal gesproken het tarief van de OZB voor een waardestijging of -daling van een onroerende zaak. Bij de tariefbepaling voor 2023 is door de gemeenteraad echter besloten om de tarieven voor de OZB niet te laten stijgen met het inflatiepercentage. Dit betekent dat de tarieven alleen zijn aangepast vanwege een waardestijging of waardedaling van een onroerende zaak. Indien sprake is van een waardestijging wordt het tarief neerwaarts bijgesteld, zodat er per saldo -ten opzichte van 2022sprake is van een gelijkblijvend bedrag aan te betalen OZB. De gemiddelde waardestijging bij woningen was voor 2023 geraamd op 15%; de geraamde gemiddelde waardestijging voor niet-woningen was 2,63%. Dit houdt in dat het tarief voor woningen in 2023 verlaagd is met 15% en het tarief voor niet-woningen met 2,63% verlaagd is ten opzichte van 2022. Afvalstoffenheffing De afvalstoffenheffing is een heffing ter dekking van kosten van beheer van huishoudelijke afvalstoffen. De heffing komt ten laste van gebruikers van percelen waarvoor de gemeente een inzamelverplichting voor huishoudelijk afval heeft. Voor de afvalstoffenheffing geldt - naast het beginsel van 100% kostendekking - het principe van ‘de vervuiler betaalt’.
Kwijtscheldingen Op het beleidsveld Voorzieningen minima worden de kosten van kwijtscheldingen verantwoord. Kwijtschelding wordt o.a. verleend voor de afvalstoffenheffing. In 2023 is voor een bedrag van € 776.000 aan kwijtschelding afvalstoffenheffing verleend. Hierin is € 110.000 begrepen over eerdere jaren. Dit betekent een kwijtschelding van 7,9% op de totale opbrengst afvalstoffenheffing. Compensabele BTW Sinds de invoering van het BTW compensatiefonds (BCF) mag de BTW op de kosten van de reiniging worden betrokken in het tarief van de afvalstoffenheffing. Overhead Naast de directe kosten wordt een bedrag aan indirecte kosten toegerekend aan de kosten van de reiniging. Onder de indirecte kosten vallen de kosten van overhead. Deze kosten worden verantwoord op een apart beleidsveld Overhead in programma 1.
77
Reiniging (bedragen x € 1.000)
Lasten 2023
Huisvuilinzameling en -verwijdering
8.072
Opruimen clandestiene stortplaatsen
286
Heffing en invordering
183
Kwijtscheldingen
776
BTW Overhead
Baten 2023
1.700 163
Opbrengst afvalstoffenheffing
9.815
Opbrengst monostromen
1.321
Dividend SAVER Totaal Kostendekkendheid reiniging
100 11.180
11.236 100,5%
Reiniging betreft een gesloten financiering. In de begroting was uitgegaan van per saldo een onttrekking aan de voorziening van € 528.000. In 2023 zijn de kosten lager gebleken dan geraamd, waardoor een voordeel op de gesloten financiering ontstaat van € 56.000. Dit voordeel wordt in de voorziening gestort. De daadwerkelijke mutatie op de voorziening betreft daarmee dus een storting van € 56.000. De analyse van de verschillen ten opzichte van de begroting 2023 is opgenomen in de financiële toelichtingen van programma 4. Bij de behandeling van de belastingvoorstellen voor 2024 heeft de gemeenteraad de motie ‘Correctie Voorziening Reiniging’ aangenomen. Deze motie houdt in dat een bedrag van € 250.000 vanuit de voorziening reiniging exploitatiesector terug wordt gestort in de Algemene Reserve. Deze middelen worden vervolgens onttrokken aan de Algemene Reserve en in de Bestemmingsreserve Investeringsfonds gestort ten behoeve van het Collegeprogramma “Zij aan Zij”. Deze mutatie is verwerkt in de jaarstukken 2023. Rioolheffing Rioolheffing wordt opgelegd aan gebruikers van percelen van waaruit water direct of indirect wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. Met betrekking tot de rioolheffing is het Verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (VGRP) kaderstellend geweest. Hierin is vastgelegd dat de financiële systematiek voldoet aan de eisen van solide financiën.
Gestreefd wordt naar een ideaalcomplex, waarbij de investeringen volledig worden gedekt uit de gespaarde bedragen. In het VGRP is een extra stijging - boven de inflatiecorrectie - van 0,6% voorzien in 2023. Rekening houdend met het inflatiepercentage van 2,8% betekent dit dus een stijging van het tarief in 2022 met 3,4%. Kwijtscheldingen Op het beleidsveld Voorzieningen minima worden de kosten van kwijtscheldingen verantwoord. Kwijtschelding wordt o.a. verleend voor de rioolheffing. In 2023 is voor een bedrag van € 906.000 aan kwijtschelding verleend. Hierin is € 36.000 begrepen over eerdere jaren. Dit betekent een kwijtschelding van 6,7% op de totale opbrengsten rioolheffingen. 78
Compensabele BTW Sinds de invoering van het BTW compensatiefonds (BCF) mag de BTW op de kosten van de riolering worden betrokken in het tarief van de rioolheffing. Overhead Naast de directe kosten wordt een bedrag aan indirecte kosten toegerekend aan de kosten van de riolering. Onder de indirecte kosten vallen de kosten van overhead. Deze kosten worden verantwoord op een apart beleidsveld Overhead in programma 1. Riolering (bedragen x € 1.000)
Lasten 2023
Riolering algemeen
4.915
Basisrioleringsplan
123
Rioleringsbeheer
1.617
Pompgemalen en persleidingen
1.293
Heffing en invordering
197
Kolken en lijngoten
1.252
Grondwaterbeheerplan
155
Kosten straatreiniging
460
Kosten waterkering
34
BTW
1.839
Kwijtscheldingen
906
Overhead
223
Opbrengst rioolheffingen Totaal Kostendekkendheid riolering
Baten 2023
13.526 13.014
13.526 103,9%
Riolering betreft een gesloten financiering. In 2023 bedraagt de storting in de voorziening riolering in totaal € 4.006.000. Dat betekent dat de hoogte van de voorziening per saldo met ruim € 4 miljoen toeneemt. In de begroting was uitgegaan van een storting van in totaal € 4.528.000. De daadwerkelijke mutatie op de voorzieningen is dus lager. De hoogte van de voorziening rioleringsinvesteringen is per eind 2023 beoordeeld. Aangezien deze voorziening hoger is dan het noodzakelijke spaarsaldo en de reservering voor de nog af te ronden investeringen is het meerdere van € 463.000 overgeheveld naar de voorziening resultaten rioolexploitatie. De analyse van de verschillen ten opzichte van de begroting 2023 is opgenomen in de financiële toelichtingen op programma 4. Precariobelasting Deze belasting wordt geheven voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond. In 2023 is het tarief met 2,8% verhoogd. 79
Reclamebelasting – binnenstad Reclamebelasting wordt opgelegd aan degene van wie, dan wel ten behoeve van wie, reclameobjecten worden aangetroffen. De reclamebelasting wordt geheven door middel van een vast bedrag per vestiging. Het bedrag van de belasting is afhankelijk van de locatie: € 400 in tariefgebied A en € 250 in tariefgebied B. Na aftrek van de kosten van heffing en invordering is de opbrengst bestemd voor het Binnenstadsfonds. Reclamebelasting – bedrijventerreinen De reclamebelasting voor de bedrijventerreinen Borchwerf I en Majoppeveld wordt geheven met ingang van het belastingjaar 2016. De reclamebelasting wordt geheven door middel van een vast bedrag van € 275 per vestiging, vermeerderd met € 3 per € 1.000 WOZ-waarde boven een WOZ-waarde van € 115.000, met een maximum per vestiging van € 1.500. Na aftrek van de kosten van heffing en invordering is de opbrengst bestemd voor de Stichting Ondernemersfonds Roosendaal voor de uitvoering van het activiteitenplan. Toeristenbelasting Toeristenbelasting wordt geheven van natuurlijke personen die binnen de gemeente of openbaar lichaam verblijf houden maar niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie van persoonsgegevens zijn ingeschreven. Het tarief per overnachting bedroeg in 2023 € 1,24. Parkeerbelastingen In de Kadernota 2017 is besloten om de tarieven niet verder te verhogen.
Het tarief voor de naheffingsaanslag parkeerbelastingen is voor 2023 door het Ministerie vastgesteld op € 72,90. Markten Markten (bedragen x € 1.000)
Lasten 2023
Kosten markten -/- terugontvangen energiekosten
94
BTW
6
Overhead
15
Afschrijving voorzieningen t.b.v. markten
6
Totale kosten Opbrengst marktgelden Kostendekkendheid
Baten 2023
121 64 52,9%
Leges Leges zijn rechten die de gemeente kan heffen in verband met verstrekte (administratieve) diensten. In een aantal gevallen gaat het om tarieven met wettelijke beperkingen (bijvoorbeeld paspoorten), maar als rode draad loopt het uitgangspunt van maximaal kostendekkende tarieven door de tarieventabel.
80
Lasten 2023
Verhaalbare lasten
Kosten basisregistratie personen (BRP)
260
130
Overhead BRP
95
48
Kosten externe dienstverlening
941
941
Overhead externe dienstverlening
494
494
Burgerlijke stand
24
24
71
Paspoorten
120
120
272
Identiteitskaarten
77
77
131
Rijbewijzen
49
49
239
Leges (bedragen x € 1.000)
Baten 2023
Titel 1 – Algemene dienstverlening
Eigen verklaringen Naturalisaties
17 57
57
82
Uittreksels persoonsregister
78
Gehandicapten parkeerkaarten
37
Overige leges burgerzaken
11
11
Leegstandswet
23 7
Telecommunicatie
377
Overige BTW
16
16
Totaal
2.144
1.967
Kostendekkendheid Titel I
1.334 67,9%
Titel 2 – Dienstverlening fysieke leefomgeving Omgevingsvergunningen
1.717
1.717
BTW
31
31
Overhead
581
581
Totaal
2.329
2.329
Kostendekkendheid Titel II
2.262
2.262 97,1%
Titel 3 – Dienstverlening Europese dienstenrichtlijn Horeca
216
216
40
Evenementen en markten
316
316
0 81
Standplaatsen e.d.
113
113
15
Overige
54
54
0
BTW
2
2
Overhead
161
161
Totaal
862
862
Kostendekkendheid Titel III
55 6,4%
Totaal leges (titel 1 t/m 3)
5.335
5.158
Kostendekkendheid leges totaal
3.651 70,8%
Overzicht opbrengsten Belastingsoort (bedragen x € 1.000)
Rekening 2022
Begroting 2023
Leges publiekszaken (incl. rijksleges)
1.299
925
1.334
Marktgelden
71
98
64
Rioolheffing
12.860
13.464
13.526
Parkeerbelasting
1.525
1.305
1.602
Parkeervergunningen burgers
189
140
192
Parkeervergunningen werkers
73
105
108
Naheffingsaanslagen parkeren
420
405
485
Afvalstoffenheffing
9.858
11.068
9.815
Leges omgevingsvergunningen
2.432
1.332
2.262
Leges openbare orde veiligheid
38
69
55
OZB woningen
8.456
8.628
8.113
OZB niet woningen eigendom
3.636
3.698
3.721
OZB niet woningen gebruik
2.107
2.140
2.217
Toeristenbelasting
304
193
242
Reclamebelasting - binnenstad
141
168
168
Reclamebelasting bedrijventerreinen
428
450
467
Precariobelasting
62
117
442
43.899
44.305
44.813
Totaal belastingdomein
Rekening 2023
Kwijtscheldingsbeleid De gemeente Roosendaal heeft een kwijtscheldingsnorm vastgesteld van 100%. Kwijtschelding wordt verleend voor de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Kwijtscheldingsaanvragen worden door de 82
Belastingsamenwerking West-Brabant in behandeling genomen en verder afgewerkt. De kwijtscheldingslasten worden conform het BBV verantwoord onder het product minimabeleid, waarvan zij onderdeel uitmaken (zie Programma 3 Werken & Ondernemen). In de berekening van de tarieven van de afvalstoffenheffing en rioolheffing is met deze kwijtscheldingen rekening gehouden. Overzicht kwijtscheldingen: Belastingsoort Rioolheffing Afvalstoffenheffing Totale kwijtscheldingslasten
Rekening 2021 903.462
Kwijtscheldingslasten Rekening Begroting 2022 2023 921.684 771.000
Rekening 2023 906.061
872.335
686.695
949.000
776.471
1.775.797
1.608.379
1.720.000
1.682.531
Toelichting: In de werkelijke kwijtscheldingsbedragen zijn kwijtscheldingen over voorgaande jaren opgenomen. In 2023 is € 146.000 over eerdere jaren kwijtgescholden. In 2023 zijn 3.729 kwijtscheldingsverzoeken ontvangen, waarvan er 2.871 zijn toegewezen. Per 31 december waren er geen verzoeken meer in behandeling. In 2022 waren er 3.903 kwijtscheldingsverzoeken ontvangen, waarvan er 2.787 zijn toegewezen. Tarieven 2023 In onderstaande tabel is een overzicht opgenomen van de belangrijkste en meest voorkomende tarieven: Belastingsoort
2021
2022
2023
- tarief eigenaren woningen
0,0989%
0,0931%
0,0791%
- tarief eigenaren niet-woningen
0,1786%
0,1805%
0,1757%
- tarief gebruikers niet-woningen
0,1262%
0,1275%
0,1241%
€ 245
€ 245
€ 245
- 240-liter restafvalcontainer
€ 6,60
€ 6,60
€ 6,60
- 140-liter restafvalcontainer
€ 3,85
€ 3,85
€ 3,85
- per inworp ondergrondse container van 60 liter
€ 1,10
€ 1,10
€ 1,10
- per inworp ondergrondse container van 30 liter
€ 0,55
€ 0,55
€ 0,55
€ 330,97
€ 339,24
€ 350,77
Onroerende zaakbelastingen
Afvalstoffenheffing - vast bedrag per perceel Variabel tarief Per lediging van
Rioolheffing - basistarief per jaar Parkeerbelasting 83
- parkeren in gebied A, per uur
€ 2,10
€ 2,10
€ 2,10
- parkeren in gebied B, per uur
€ 1,50
€ 1,50
€ 1,50
- nachttarief parkeergarage
€ 0,80
€ 0,80
€ 0,80
84
Paragraaf 2. Weerstandsvermogen en Risicobeheersing Algemeen In deze paragraaf worden de gemeentelijke risico’s financieel vertaald en afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit om risico’s af te kunnen dekken. De weerstandscapaciteit wordt afgestemd op het risicoprofiel van de gemeente, waarbij de ratio voor het weerstandsvermogen minimaal 1,0 moet zijn. Dit beleid is vastgelegd in de nota ‘risicomanagement en weerstandsvermogen’. Deze nota is in 2023 geactualiseerd. Top 10 risico’s Elk jaar wordt een geactualiseerd risicoprofiel met de Top 10 van risico’s opgenomen in deze paragraaf. 1. Jeugdzorg (structureel risico)
Jeugdzorg is een open-einde-regeling waardoor overschrijding tot de risico’s behoort. Ook het woonplaatsbeginsel brengt een financieel risico met zich mee. -
-
-
-
-
-
Maatregelen/ontwikkelingen De contracten voor Niet Vrij Toegankelijke Zorg (NVTZ) zijn per juli 2023 opnieuw aanbesteed. In de loop van 2023 bleken zorgen van en om zorgaanbieders terecht. Faillissement van enkele aanbieders was onvermijdelijk en dit heeft gevolgen voor het landschap. Tevens worden hiermee hiaten in het huidige landschap en de financiering hiermee scherper en urgenter. Door vroegtijdige signalering van problematiek kan met relatief lichte hulpverlening de juiste ondersteuning worden geboden, gemiddelde hulp wordt goedkoper, omdat er een effectievere inzet is van het voorliggend veld en de jeugdprofessional. Daarnaast wordt nog steeds strak gestuurd op het gebruik van hoogcomplexe (dure) zorg. Hoewel het aantal gecontracteerde aanbieders grotendeels voldoende is om te voorzien in een inhoudelijk dekkend landschap, is het vinden en behouden van voldoende gekwalificeerd personeel voor veel aanbieders een uitdaging. Hierdoor zijn wachtlijsten niet te vermijden. De bezorgdheid om met name jongeren in het VO en beroepsonderwijs die kampen met psychosociale problematiek is nog steeds groot. Het bereiken van deze jongeren is lastig, hierin wordt extra ingezet vanuit de Vrij toegankelijke zorg.
Het aantal jongeren en kinderen dat een beroep doet op ondersteuning vanuit de gemeente stijgt nog steeds met ruim 7%, maar het beroep op Niet Vrij Toegankelijke Zorg stijgt aanzienlijk minder (2,5%). De Hervormingsagenda is in juni 2023 door alle partijen ondertekend. Uitgangspunt van deze agenda is een structurele besparing van 374 miljoen, waarvan 220 miljoen haalbaar wordt geacht en 154 miljoen met meer onzekerheden omgeven. 2. WMO (structureel risico)
De WMO is een open-einde-regeling waardoor overschrijding tot de risico’s behoort. -
Maatregelen/ontwikkelingen Er ontstaat een toenemende druk op budgetten WMO als gevolg van de bezuinigingen op beschermd wonen. De verdergaande vergrijzing vergroot daarbij het aantal zelfstandig wonende inwoners met een ondersteuningsvraagstuk. Daarnaast zien we ook dat er een gebrek is aan geschikte woningen om langer zelfstandig thuis te kunnen blijven wonen. 85
-
-
-
Vanaf 2023 is er een nieuwe overeenkomst voor de maatwerkvoorziening Wmo begeleiding. Hier zullen risicobeperkende maatregelen in worden meegenomen, maar de verwachting is dat vanwege de autonome ontwikkelingen een kostenstijging onontkoombaar is. Voorbeelden van autonome ontwikkelingen zijn toenemende vervoerskosten, CAO-ontwikkelingen en uitstroom van cliënten uit Beschermd Wonen naar Wmo begeleiding. Vanaf 2023 is er een nieuwe overeenkomst voor de maatwerkvoorziening Wmo begeleiding. hierin zullen risicobeperkende maatregelen worden meegenomen. Vanwege autonome ontwikkelingen (o.a. CAO-ontwikkelingen en vervoerskosten) lijkt een kostenstijging onontkoombaar. De eigen bijdrage is in 2024 landelijk vastgesteld voor Wmo-voorzieningen op € 20,60 maand. De invoering van het abonnementstarief heeft een aanzuigende werking gehad. Om de Wmo houdbaar te houden heeft het kabinet besloten om voor alle Wmo-voorzieningen waar nu het abonnementstarief voor geldt, een inkomensafhankelijke eigen bijdrage in te voeren. De wijziging gaat per 1 januari 2026 in.
3. Kosten bouw- en woonrijp maken Bravis valt duurder uit (incidenteel risico) Met het bestemmingsplan De Bulkenaar is in februari 2022 het exploitatieplan vastgesteld. Het tekort op het exploitatieplan is door kredieten afgedekt. De opbrengsten (uitgifteprijs voor de gronden Maatschappelijk) zijn vastgelegd en gemaximeerd in de anterieure overeenkomst met Bravis. De kostenkant is onderhevig aan macro economische ontwikkelingen, welke kunnen leidden tot forse prijsstijgingen (tot meer dan 10%). 4. Algemene Uitkering gemeentefonds valt lager uit dan begroot (structureel risico) Via de decembercirculaire 2024 zijn gemeenten geïnformeerd over de hoogte van de algemene uitkering voor de komende jaren. Er zijn op dit moment nog forse onzekerheden over de meerjarige financiering van gemeenten via het Gemeentefonds, vooral na 2026. -
Maatregelen/ontwikkelingen Het Rijk heeft de compensatie voor jeugd nog niet structureel toegekend aan gemeenten. Inmiddels zijn er nieuwe verkiezingen geweest. De formatie voor een nieuw kabinet verloopt stroef. Dit zorgt ervoor dat er nog steeds geen duidelijkheid is over de financiering van gemeenten. Duidelijk is wel dat het Rijk voor een bezuinigingsopgave staat. Of en in hoeverre dit ook gemeenten gaat raken weten we op dit moment niet.
5. Onderwijshuisvesting (structureel risico) Uit landelijke benchmarks blijkt dat de kosten voor de bouw van nieuwe scholen stijgen. Door het grote aantal te vernieuwen scholen in de vastgestelde HPO’s kan dit extra kosten met zich meebrengen. Het risico bestaat dat de huidige middelen voor onderwijshuisvesting niet voldoende zijn. Dit geldt met name voor het primair onderwijs (PO). -
Maatregelen/ontwikkelingen Landelijk worden de ontwikkelingen gevolgd. Mogelijk zal er ook op landelijk niveau worden nagedacht over de financiering van scholen, wat invloed kan hebben op het gemeentefonds. De investeringen in nieuwe schoolgebouwen in de laatste HPO’s zijn erg hoog. Mede vanwege de hoge indexering van de landelijk stijgende normbedragen voor bouw van scholen, gebaseerd op de VNG-norm, budgetkrapte in de gehanteerde kostenkengetallen én de stijgende kosten van bouwmaterialen, bestaat het risico dat de beschikbare middelen voor onderwijshuisvesting PO in de begroting niet meer toereikend zijn.
6. Beheer openbaar groen en klimaatverandering (structureel risico) 86
Het bestrijden van exoten (Eikenprocessierupsen, dennenprocessierupsen, Japanse Duizendknoop) wordt steeds meer regulier werk. Het risico bestaat dat de overlast groter wordt en dat dit extra kosten met zich mee gaat brengen om de overlast te beperken. Daarnaast kan klimaatverandering leiden tot langdurige droge periodes. Om het huidige groenassortiment te behouden, zullen extra maatregelen nodig zijn. -
-
-
Maatregelen/ontwikkelingen Meer eiken worden preventief gespoten en er komen steeds meer natuurlijke vijanden. Eerst ontstaat er een soort plaag, vervolgens zie je dat de natuur zich langzaam maar zeker herstelt. Een andere exoot is de dennenprocessierups; deze is in aantocht vanuit het zuiden. Dennen hebben we alleen in bosstroken staan, maar deze rups heeft meer brandharen. Impact nog niet bekend. Japanse duizendknoop is een echt probleem; om de locaties structureel Japanse duizendknoop vrij te maken ( op sommige locaties minimaal 150 cm diep grond uitwisselen) hebben we minimaal € 50.000- € 100.000 nodig uitgaande van de huidige locaties. Mogelijke oplossingen voor de droogte zijn dat Waterschappen het water langer vast moeten houden, maar ook moet nagedacht worden over ander groen en minder diversiteit in soorten (vooral soorten uit het Middellands zeeklimaat, maar die hebben het ook weer moeilijk in de winters).
7. Stijging aantal bijstandsklanten (structureel risico) Als het aantal bijstandsklanten meer stijgt (of minder daalt) dan begroot, nemen zowel de uitkeringslasten als de uitvoeringskosten bij het Werkplein toe. Door bijvoorbeeld faillissementen, instroom statushouders enzovoorts kan het aantal bijstandsklanten onverwachts snel toenemen. -
-
Maatregelen/ontwikkelingen In de vastgestelde begroting 2024 van het Werkplein is uitgegaan van een daling van het klantenbestand van 1,4% in 2023 en een stijging van het bestand met 1,4% in 2024. Daarna is uitgegaan van een stabiel bestand (stijging van 0%). Door allerlei mondiale, landelijke en regionale ontwikkelingen bestaat altijd een risico dat de BUIG-middelen niet in lijn meer zijn met de daadwerkelijke ontwikkelingen in de bijstand. Om het risico dat de BUIG-middelen niet in lijn zijn met de werkelijke ontwikkelingen in de bijstand werken we vanaf 2022 met een egalisatiereserve participatie.
8. Data wordt gegijzeld door cybercriminelen (incidenteel risico) Als cybercriminelen toegang krijgen tot ons netwerk en data versleutelen, dan kunnen ze om losgeld vragen om de data weer vrij te geven. -
Maatregelen/ontwikkelingen De recente hack van de gemeente Hof van Twente in december 2020 heeft tot een schade van vele miljoenen geleid. Er is continu aandacht voor bewustwording onder medewerkers voor informatiebeveiliging. Technisch wordt met autorisaties enzovoorts het risico verder verkleind. Extra technische beveiligingsmaatregelen op de mailserver om de kans dat mailtjes met “foute links en bijlagen” doorkomen te minimaliseren. Netwerksegmentering: bij infectie of versleuteling, wordt slechts een deel van het netwerk geraakt. Opslag van data verspreiden: door onder meer toepassing van SaaS wordt de opslag van data verspreid over meerdere locaties en meerdere leveranciers. Als één leverancier gehackt wordt, 87
wordt alleen die data versleuteld. 9. Grondverwerving Bulkenaar duurder (incidenteel risico) Grondverwerving De Bulkenaar is gestart ten behoeve van de aanleg van het Bravis ziekenhuis. Het risico bestaat dat de gemeente een hogere grondprijs moet betalen door een uitspraak van een rechter bij de onteigeningsprocedures dat er sprake is van Maatschappelijke gronden. 10. Terugloop parkeeropbrengsten (structureel risico) De afname van de parkeervraag de afgelopen jaren werd versterkt door de coronacrisis. Hoewel de parkeervraag zich enigszins heeft hersteld, is het nog steeds onduidelijk welke structureel effect dit heeft. -
Maatregelen/ontwikkelingen Er wordt steeds meer online gewinkeld, de vraag naar fysieke winkels neemt af.
Toelichting op het weerstandsvermogen Risicoprofiel Het risicoprofiel voor de jaarrekening 2023 is tot stand gekomen door voor alle organisatieonderdelen de risico’s in het desbetreffende werkveld te bepalen. Aan elke risicovolle gebeurtenis is een kans en een financiële waarde toegekend. Omdat niet alle risico’s zich maximaal en/of gelijktijdig zullen voordoen, is een zogeheten statistische Monte Carlo risico-simulatie uitgevoerd. Daarmee is berekend hoe groot de weerstandscapaciteit is die minimaal benodigd is om met een waarschijnlijkheid van 90% de gevolgen van zich eventueel voordoende risico’s af te kunnen dekken. In totaal zijn voor de organisatie 79 risico’s in beeld gebracht, waarvan 68 met een geldgevolg. In onderstaande tabel is per vakje het aantal risico’s geclassificeerd naar risicobedrag en de kans dat een risico zich zal voordoen. Het risicoprofiel is een momentopname. geld
Netto
x > € 1.000.000
10
5
1
€ 500.000 < x < € 1.000.000
8
2
1
€ 200.000 < x < € 500.000
4
6
1
€ 50.000 < x < € 200.000
2
4
x < € 50.000
11
5
Geen geldgevolgen
5
1
3
1
1
10%
30%
50%
70%
90%
Kans
2
2
1
3
88
De benodigde weerstandscapaciteit Indien alle geïdentificeerde gemeentelijke risico’s zich gelijktijdig en in maximale omvang voor zouden doen, is een bedrag van € 47,2 miljoen benodigd. Dit zal in de praktijk echter niet het geval zijn, zodat het reserveren van dit maximale bedrag niet noodzakelijk is. De risicosimulatie toont aan dat met een waarschijnlijkheid van 90% een bedrag van € 11,5 miljoen voldoende is om de geïdentificeerde risico’s in financiële zin te kunnen afdekken (= benodigde weerstandscapaciteit). De beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit middelen waarover de gemeente beschikt om niet begrote kosten, die onverwacht en substantieel zijn, te dekken zonder dat dit ten koste gaat van de uitvoering van bestaande taken. De beschikbare weerstandscapaciteit bestaat uit de volgende componenten: A. De vrij aanwendbare algemene reserves (incidenteel karakter) Deze bestaan uit: Algemene reserve Algemene saldireserve Totaal
Stand
31-12-2023 € 17.079.000 € 0 € 17.079.000
B. De vrij aanwendbare bestemmingsreserves (incidenteel karakter) Bestemmingsreserves zijn vrij aanwendbaar voor zover deze niet zijn belast met verplichtingen aan derden, respectievelijk wanneer zij niet de functie hebben van een egalisatiereserve. Indien een risicogebeurtenis zich voordoet heeft de gemeenteraad de mogelijkheid om de bestemming van de reserve te wijzigen ter dekking van het risico. De volgende (delen van) bestemmingsreserves worden als vrij aanwendbaar aangeduid: Stand 31-12-2023 Bestemmingsreserve Roosendaal spreekt, Roosendaal Doet Bestemmingsreserve Grondexploitatie Bestemmingsreserve Duurzaamheid Bestemmingsreserve Participatie Bestemmingsreserve Investeringsfonds Aanpak snelweg A58 Totaal
€ 281.000 € 5.850.000 € 256.000 € 2.581.000 € 28.743.000 € 500.000 € 38.211.000
C. De onbenutte belastingcapaciteit (structureel karakter) De onbenutte belastingcapaciteit is het verschil tussen de werkelijk opgelegde en de maximaal te heffen Onroerend Zaak Belasting (OZB). De raad heeft de mogelijkheid om in geval van een calamiteit de financiële gevolgen te dekken met een verhoging van de OZB. Conform de beleidsnota ‘risicomanagement en weerstandsvermogen’ is dit 2% van de in 2023 opgelegde aanslagen = 2% x € 14.050.259 = € 281.000. D. De post onvoorzien in de programmabegroting (structureel karakter) De post onvoorzien staat structureel in de begroting, is € 150.000 en wordt ook als weerstandscapaciteit aangemerkt. Het is een structureel opgenomen begrotingspost, 89
waartegenover geen directe uitgaven geraamd staan en die ingezet wordt voor onvoorziene, incidentele tegenvallers. Kapitalisatiefactor Gezien de structurele beschikbaarheid en de mogelijkheid om de onbenutte belastingcapaciteit en de post onvoorzien structureel in te zetten ter dekking van risico’s wordt conform de beleidsnota ‘risicomanagement en weerstandvermogen’ een kapitalisatiefactor toegepast van 2,5. De beschikbare weerstandscapaciteit ziet er voor de gemeente Roosendaal per 31-12-2023 als volgt uit: Begroting 2023 (per 31-12-2022) Structureel karakter - Onbenutte belastingcapaciteit (OZB) - Post Onvoorzien
Jaarrekening 2023 (per 31-12-2023)
289.320 150.000 ----------------------439.320
281.000 150.000 ----------------------431.000
Kapitalisatiefactor structurele beschikbaarheid 2,5 -----------------------
2,5 -----------------------
subtotaal weerstandscapaciteit exploitatie
1.098.300
1.077.500
Vrij aanwendbare algemene reserves:
15.815.700
17.079.000
Vrij aanwendbare bestemmingsreserves:
20.989.700
38.211.000
subtotaal weerstandscapaciteit vermogen
36.805.400
55.290.000
Totale weerstandscapaciteit
37.903.700
56.367.500
Incidenteel karakter
De beoordeling van het weerstandsvermogen Het weerstandsvermogen wordt uitgedrukt in de volgende ratio en bedraagt per 31 december 2023: Ratio weerstandsvermogen =
Beschikbare weerstandscapaciteit Benodigde weerstandscapaciteit
=
€ 56,4 mln € 11,5 mln
=
4,9
In de nota ’beleid risicomanagement en weerstandsvermogen’ is het streefgetal voor het weerstandsvermogen vastgesteld op een minimale waarde van 1,0. De ratio van het weerstandsvermogen per 31 december 2023 voldoet met de waarde 4,9 ruimschoots aan deze norm en is hiermee gestegen ten opzichte van de 3,3 bij de begroting 2023. Verklaring hiervan valt te verklaren doordat de beschikbare weerstandscapaciteit is toegenomen van € 37,9 miljoen naar 90
€ 56,4 miljoen, dit komt met name door een hogere stand van de Algemene reserve en de Bestemmingsreserve Investeringsfonds. Een groot aantal bestemmingsreserves zijn op nul gezet, waarmee de BR Investeringsfonds gevoed is. De belangrijkste wijzigingen in de Top 10 risico’s ten opzichte van de begroting 2023 zijn: De toegenomen verkopen en bestaande opties bij Majoppeveld hebben dat risico aanzienlijk verlaagd, waardoor het niet meer in de Top 10 staat. Het risico op de stijging van het aantal bijstandsklanten is naar beneden bijgesteld, vanwege de krapper wordende arbeidsmarkt. Het risico met betrekking tot onderwijshuisvesting is lager geworden, omdat er in 2023 een correctie op de verstrekte kredieten heeft plaatsgevonden vanwege gestegen bouwkosten. Voor het risico ‘Overschrijding Beschermd Wonen’ heeft de financiële herverdeling voor onze regio voordelig uitpakt. Het risico is kleiner en valt uit de Top 10. Nieuw ten opzichte van de begroting 2023 in de Top 10 is het risico ‘Beheer openbaar Groen kost meer vanwege overlast exoten en klimaatverandering’. Om het huidige beleid te volgen en het openbaar groen op het huidige niveau te behouden wordt verwacht dat dit de komende jaren extra lasten met zich mee gaat brengen. Nieuw ten opzichte van de begroting 2023 in de Top 10 is het risico ‘Kosten bouw- en woonrijp maken Bravis valt duurder uit’.
Opbrengsten liggen vast, maar de kostenkant kan leidden tot forse prijsstijgingen. Nieuw ten opzichte van de begroting 2023 in de Top 10 is het risico ‘Grondverwerving Bulkenaar duurder’. Uitspraak van een rechter kan de Maatschappelijke functie en daarmee de grondprijs beïnvloeden. -
Let op: Voorzichtigheid blijft geboden! Voor de duidelijkheid: de hoogte van de weerstandsratio zegt niets over eventuele vrije ruimte binnen de begroting. Onder elke bestemmingsreserve liggen immers plannen. Aanwending van deze reserves voor het afdekken van risico’s die zich voordoen, heeft consequenties voor de huidige onderliggende plannen. Kengetallen Het besluit tot wijziging van het BBV is in mei 2015 aangepast vastgesteld. Er dienen kengetallen opgenomen te worden in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing (Artikel 11 BBV). Het betreft: netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen; solvabiliteitsratio; grondexploitatie; structurele exploitatieruimte; belastingcapaciteit. Het Gemeenschappelijk financieel Toezichtkader (GTK) is een provinciaal toezichtskader waarin signaleringswaarden staan hoe de in deze paragraaf genoemde kengetallen te interpreteren. Het betreft geen normering, de invoering van de set van vijf kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken.
91
Signaleringswaarden financiële kengetallen (GTK 2020) Waarderingscijfer Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte (begroting) Belastingcapaciteit
Minst risicovol <90 % <90 %
Neutraal 90-130 % 90-130 %
Meest risicovol >130 % >130 %
>50 % <20 % >0 %
20-50 % 20-35 % 0%
<20 % >35 % <0 %
<95 %
95-105 %
>105 %
Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze van de kengetallen heeft geen functie als normeringinstrument in het kader van het financieel toezicht door de provincies. De invoering van de set van vijf kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor raadsleden inzichtelijker te maken. De kengetallen vormen een verbinding tussen de verschillende aspecten die de raad in de beoordeling van de financiële positie kan betrekken. De kengetallen zullen altijd in samenhang moeten worden bezien, omdat ze alleen gezamenlijk en in hun onderlinge verhouding een goed beeld kunnen geven van de financiële positie van de gemeente. Hoe de kengetallen berekend moeten worden, is vastgelegd in een ministeriële regeling (26 oktober 2015, nr. 2015-0000611752). Jaarrekening 2023
Verloop van de kengetallen Rekening
Begroting
Kengetallen:
Rekening 2023
Begroting 2024
Begroting
Begroting 2025
2022
2023
netto schuldquote
37%
67%
38%
71%
netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
36%
67%
38%
solvabiliteitsratio
32%
27%
structurele exploitatieruimte
0%
grondexploitatie belastingcapaciteit
Begroting
2026
2027
78%
84%
85%
71%
78%
84%
85%
30%
18%
16%
13%
11%
7%
5%
0%
1%
-3%
-1%
14%
11%
15%
5%
4%
2%
2%
104%
108%
99%
104%
104%
104%
104%
Beoordeling kengetallen Netto schuldquote De netto schuldquote geeft de hoogte van de schulden aan in relatie tot de jaarlijkse inkomsten en geeft hierdoor een indicatie van de flexibiliteit van de begroting. 92
Signaal: Het provinciaal toezichtskader geeft aan dat indien dit kengetal lager is dan 90% dat het als ‘minst risicovol’ wordt gezien. Dit is in Roosendaal het geval. Solvabiliteitsratio De solvabiliteit geeft de verhouding tussen het eigen en vreemd vermogen aan. Het geeft daarmee een indicatie of een gemeente haar bezit zeer zwaar belast met schuld. Signaal: Het provinciaal toezichtskader geeft aan dat een kengetal tussen de 20% en 50% als ‘neutraal’ kan worden gezien. Dat is op dit moment het geval. Structureel gezien daalt de solvabiliteitsratio, in samenhang met de andere kengetallen leidt dit niet direct tot noodzakelijke actie. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan in hoeverre structurele lasten ook gedekt worden met structurele baten. Signaal: Het provinciaal toezichtskader geeft aan dat een kengetal boven de 0% als ‘minst risicovol’ kan worden gezien. In Roosendaal is dit het geval nu het geval. Er zijn op dit moment nog forse onzekerheden over de meerjarige financiering van gemeenten via het Gemeentefonds, vooral na 2026. Grondexploitatie Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (waarde van de grond) is ten opzichte van de totale geraamde baten. Het is lastig om een norm te bepalen voor dit kengetal. Wel geeft het aan of een gemeente veel geld heeft gestopt in haar grondexploitatie, dit geld dient namelijk nog wel terugverdiend te worden.
De laatste jaren ligt met name de focus op het ontwikkelen van beschikbare gronden, daarnaast zijn de gronden afgewaardeerd naar actuele boekwaarden. Signaal: het provinciaals toezichtskader geeft aan dat als dit kengetal onder de 20% zit, dat het dan kan worden gezien als ‘minst risicovol’. In Roosendaal is dit het geval. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden De woonlasten zijn voor de gemeente de belangrijkste eigen belastinginkomst. De hoogte van deze woonlasten geeft aan in hoeverre de gemeente relatief hoog zit met de woonlasten ten opzichte van de WOZ-waarden, in vergelijking met andere gemeenten. Signaal: het provinciaals toezichtskader geeft aan dat als dit kengetal tussen de 95% en 105% zit, dat dit als ‘neutraal’ kan worden gezien. Dit is in Roosendaal het geval. In paragraaf 2 Lokale heffingen wordt het tarief toegelicht. Conclusie: De kengetallen tonen in totaliteit een goede financiële positie met weinig risico. Er is geen noodzaak om op basis van deze kengetallen beheersmaatregelen te treffen.
93
Paragraaf 3. Financiering In deze paragraaf wordt inzicht gegeven in de wijze waarop Roosendaal haar activiteiten in 2023 heeft gefinancierd. Wij staan voor een transparante en duurzame wijze van financiering van onze activiteiten. Als doelen zijn daarbij geformuleerd: • Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; • Het beschermen van het gemeentelijk vermogen en resultaat tegen financiële risico’s, zoals rente-, koers-, krediet- en liquiditeitsrisico’s; • Het minimaliseren van de interne en externe kosten bij het beheren van geldstromen en financiële posities; • Het optimaliseren van de banksaldi en renteresultaten. Deze doelen zijn binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (wet fido), Wet Houdbare Overheidsfinanciën (HOF) en Wet verplicht Schatkistbankieren (vSB), respectievelijk de limieten en richtlijnen van het Treasury statuut gerealiseerd. Kasgeldlimiet Renterisico vlottende schuld Het financieren van de gemeentelijke activa en exploitatie door middel van kortlopende geldleningen heeft twee voordelen: er kan snel worden ingespeeld op mutaties in de financieringsbehoefte en bij een normale rentestructuur - waarin het aantrekken van lange geldleningen duurder is dan korte geldleningen - is het een relatief goedkope financieringsvorm.
Tegenover deze voordelen staat echter het nadeel van de korte rentevastheid, waardoor de gemeentelijke huishouding gevoelig wordt voor schommelingen in de rentestand. Om deze rentegevoeligheid te beperken heeft de wetgever de kasgeldlimiet ingesteld. Deze limiet stelt een maximum aan de omvang van de netto vlottende schuld, die de gemeente mag hebben. Er is sprake van een overschrijding van de kasgeldlimiet wanneer het kwartaalgemiddelde van de netto vlottende schuld gedurende een kwartaal hoger is dan de berekende limiet. Als de limiet drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden, dan moet dit worden gemeld bij de toezichthouder. Het percentage voor de limiet is bepaald op 8,5% van de begrotingsomvang met een minimum van € 300.000. In onderstaande tabel is de toegestane kasgeldlimiet in euro’s berekend. Primitieve begroting 2022
Gewijzigde begroting 2022
Primitieve begroting 2023
Gewijzigde begroting 2023
Omvang Programmabegroting
272.350
274.849
283.129
398.352
Toegestane kasgeldlimiet (8,5%)
23.150
23.362
24.066
33.860
Omschrijving (Bedragen x € 1.000)
Zoals in voorgaande tabel is te zien, bedroeg de kasgeldlimiet in 2023 (afgerond) € 33,9 miljoen. Het verloop van de netto vlottende schuld ten opzichte van de kasgeldlimiet is in de volgende tabel weergegeven. Hieruit kan worden opgemaakt dat de kasgeldlimiet in 2023 niet is overschreden. 94
Omschrijving
Realisatie 2023 1e kwartaal
2e kwartaal
3e kwartaal
4e kwartaal
(1.) Toegestane kasgeldlimiet in euro’s
33.860
33.860
33.860
33.860
(2.) Vlottende schuld < 1 jaar
32.074
34.863
27.500
26.423
(3.) Vlottende middelen < 1 jaar
3.048
6.958
10.585
3.807
(4.) Totaal netto vlottende schuld = (2) Vlottende schuld -/- (3) vlottende middelen
29.026
27.905
16.915
22.616
(5.a) Ruimte (+)
4.834
5.955
16.945
11.244
(Bedragen x € 1.000)
Toets kasgeldlimiet:
(5.b) Overschrijding (-)
Renteschema Op basis van het Besluit Begroting en Verantwoording is onderstaand renteschema op te nemen. Renteschema 2023 (Bedragen x € 1.000) a
De externe rentelasten over korte en lange financiering
b
De externe rentebaten
2.123 -/-
Saldo rentelasten en rentebaten
290 1.833
c1
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-/-
361
c2
De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
0
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
1.472
d1 Rente over eigen vermogen
+/+
-
d2 Rente over voorzieningen (gewaardeerd op contante waarde)
+/+
-
Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente e
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
f
Renteresultaat op het taakveld Treasury
1.472 -/-
2.259 -/- 787 95
Financieringssaldo In de financiering van de gemeentelijke investeringen wordt deels door interne en deels door externe middelen voorzien. Boekwaarde
Rekening balansstand 1-1-2022
Rekening balansstand 31-12-2022
Rekening balansstand 31-12-2023
Grondexploitatie
43.190
41.800
44.579
Overige investeringen
200.849
225.975
239.331
Totaal investeringen (A)
244.039
267.422
280.889
125.723
137.795
139.982
104.050
98.000
86.875
229.773
235.795
226.857
-/- 14.266
-/- 33.148
-/- 53.043
(Bedragen x € 1.000) Investeringen:
Financiering: Interne financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) Externe financieringsmiddelen (langlopende geldleningen en waarborgsommen) Totaal financieringsmiddelen (B) Financieringssaldo (B-A)
Per 31 december 2023 bedraagt het financieringstekort € 53,0 miljoen.
96
Vaste schuld Mutaties vaste schuld Vaste schuld ontstaat wanneer geldleningen worden aangegaan met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Daartoe wordt overgegaan wanneer de liquiditeitsplanning aangeeft dat er sprake is van een structurele financieringsbehoefte. In onderstaande tabel is het verloop van vaste leningen o/g weergegeven. Omschrijving (Bedragen x € 1.000) Stand per 1 januari
2022
2023
104.050
98.000
-
-
-/- 6.050
-/- 11.125
98.000
86.875
Nieuwe lening Aflossingen Stand per 31 december
Renterisico vaste schuld In de Wet fido is onder andere de renterisiconorm met betrekking tot de vaste schuld opgenomen. Deze norm dient decentrale overheden aan te zetten tot het spreiden van hun lange termijn renterisico door bij het samenstellen van de leningenportefeuille door middel van de verschillende rente typische looptijden rekening te houden met deze normstelling. De renterisiconorm is bij ministeriële regeling vastgesteld op 20% van het begrotingstotaal van het betreffende jaar. Onderstaande tabel geeft de ontwikkeling van het renterisico in 2023 aan. Uit deze tabel blijkt dat we in 2023 onder de renterisiconorm zijn gebleven. (Bedragen x € 1.000)
Rekening 2022
Primitieve begroting 2023
Gewijzigde begroting 2023
Berekening renterisiconorm Totaal lasten
321.107
283.129
398.352
Renterisiconorm (20 %)
64.221
56.626
79.670
0
0
0
Aflossingen
6.050
11.125
11.125
Renterisico
6.050
11.125
11.125
Berekening renterisico Renteherzieningen
97
(Bedragen x € 1.000)
Ruimte onder de rente risiconorm
Rekening 2022
58.171
Primitieve begroting 2023
Gewijzigde begroting 2023
45.501
68.545
Vaste uitzettingen Mutaties vaste uitzettingen Vaste uitzettingen zijn door de gemeente verstrekte geldleningen met een rente typische looptijd van één jaar of langer. Dergelijke leningen worden enerzijds verstrekt in het kader van de publieke taakuitoefening, anderzijds in perioden waarin sprake is van een liquiditeitenoverschot. Dit laatste komt echter niet of nauwelijks voor. In onderstaand overzicht staan de partijen vermeld aan wie door de gemeente Roosendaal in het verleden geldleningen zijn verstrekt, alsmede de restantschuld en de ontstaansgrond van de leningen. Geldnemer
Bedragen x € 1.000 31-12-2022
Ontstaansgrond
31-12-2023
Leningen Participatie Wet
350
443 Uitvoering Participatie Wet
Krediethypotheken Participatie Wet
84
73 Uitvoering Participatie Wet
Leenbijstand BBZ
543
405 Uitvoering Participatie Wet
Stimuleringsleningen Woon-Werk locaties
87
81 Volkshuisvesting
11.563
12.863 Volkshuisvesting
Startersleningen Nieuwbouw dorpen
0
0 Volkshuisvesting
Startersleningen Huurwoningen Alwel
118
84 Volkshuisvesting
Duurzaamheidsleningen Roosendaal
581
465 Volkshuisvesting
1.918
2.854 Volkshuisvesting
Verzilverleningen
43
133 Volkshuisvesting
Monumentenfonds NV
600
600 Deelneming in NV
Startersleningen Roosendaal
Stimuleringsleningen
Totaal
15.887
18.001
98
Debiteurenrisico op verstrekte leningen Aan het voor langere tijd verstrekken van middelen aan derden kleeft het gevaar dat deze derden op een onvoorzien moment niet meer aan hun aflossingsverplichting kunnen voldoen. Ten aanzien van geldleningen die verstrekt zijn in het kader van de publieke taak speelt het debiteurenrisico een ondergeschikte rol. Bij de besluitvorming is aan het maatschappelijk belang van het verstrekken van dergelijke leningen een hogere prioriteit toegekend dan aan het daarmee samenhangende financiële risico. Een constatering, die overigens ook geldt ten aanzien van gegarandeerde geldleningen. Debiteurenrisico op openstaande vorderingen Naast langlopende vorderingen zijn er ook kortlopende vorderingen. Het gaat hierbij om drie groepen debiteuren. Voor ieder van deze groepen is een inschatting gemaakt van de mate van oninbaarheid van deze posten. Dit omdat de ervaring leert dat er altijd debiteuren zijn die hun vordering niet of niet volledig betalen. Voor het deel waarvan wij denken dat dit niet meer zal worden ontvangen, zijn voorzieningen gevormd. Het saldo van de voorziening is dus niet gerelateerd aan de hoogte van het totale debiteurensaldo; het saldo van de voorziening is gebaseerd op de ingeschatte risico’s. In onderstaande tabel is het saldo van de debiteuren weergegeven.
Ook is te zien voor welk deel een voorziening vanwege oninbaarheid is gevormd. Vorderingen (Bedragen x € 1.000)
31-12-2022 Saldo debiteuren
31-12-2023
Voorziening oninbaarheid en dwangsommen
Saldo debiteuren
Voorziening oninbaarheid en dwangsommen
Debiteuren algemeen
2.599
610
5.362
648
Debiteuren belastingen
2.621
666
2.644
728
Debiteuren sociale zaken
2.632
1.221
2.359
1.287
Totaal
7.852
2.497
10.365
2.663
Wet Houdbare Overheidsfinanciën (Wet HOF) De in de wet HOF vastgestelde macronorm wordt door vertaald naar individuele gemeenten in de vorm van een individuele referentiewaarde, die een indicatie geeft van het maximale aandeel in het EMU-saldo. Hieronder is de berekening van het EMU-saldo opgenomen voor de gemeente Roosendaal.
99
Berekening EMU-saldo
Rekening
(Bedragen x € 1.000)
2023
Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c)
-/- 7.019
Bij: Mutatie voorzieningen
9.205
Af: Mutatie (im)materiële vaste activa Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) Verwachte boekwinst bij verkoop effecten en verwachte boekwinst bij verkoop (im)materiële vaste activa
14.582 48
Berekend EMU-saldo
-/- 12.444
Wet verplicht Schatkistbankieren (Wet vSB) De Wet vSB (zonder leenfaciliteit) houdt in dat decentrale overheden - en door hen opgerichte gemeenschappelijke regelingen - al hun overtollige liquide middelen en beleggingen moeten aanhouden bij de schatkist van ministerie van Financiën. Er is een vrijstellingsgrens voor het afstorten van overtollige liquide middelen. Dit is het bedrag dat buiten de schatkist mag worden gehouden. Als het gemiddelde kwartaalbedrag van de positieve tegoeden minder is dan een vastgesteld percentage van het begrotingstotaal bij aanvang van het boekjaar, mag dit op de eigen bankrekeningen blijven staan. Per 1 januari 2023 is het gemiddelde kwartaalbedrag voor Roosendaal: 2,00% van € 339,9 miljoen = € 6,798 miljoen De kwartaalgemiddelden van de in 2023 buiten de schatkist gehouden positieve liquide middelen zijn in onderstaande tabel opgenomen. Hieruit blijkt dat in 2023 de vrijstellingsgrens schatkistbankieren niet is overschreden. Omschrijving
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
531
849
2.365
688
Drempelbedrag
6.798
6.798
6.798
6.798
Ruimte onder drempelbedrag
6.267
5.949
4.433
6.110
-
-
-
-
(Bedragen x € 1.000) Op dagbasis buiten Rijksschatkist gehouden middelen
Overschrijding van het drempelbedrag
100