Brief wethouder Van Ginderen - Rapport Eigenwijs Transformeren en doorbraakaanpak Kwestbare Kinderen.pdf
Tekst van het document
Door middel van resultaatbekostiging en doelrealisatie wordt aangestuurd op kwalitatief goede zorg. Op lokaal niveau wordt deze doelrealisatie geborgd via het gespreksmodel. In gesprekken tussen de jeugdprofessionals, de ouders en het kind, en de zorgaanbieder wordt vastgesteld wat de doelen zijn, welke zorg daarbij past en of de doelen zijn behaald. Op regionaal niveau heeft de kwaliteit van jeugdhulp een prominente rol gekregen met intrede van het regionale dashboard.
88
Regionale monitoring Het ZI2T verzorgt de regionale monitoring via een dashboard. Dit dashboard is volop in ontwikkeling door onder andere de toevoeging van de kwaliteitsmonitor, waarin de doelrealisatie en tevredenheid met geleverde zorg worden vastgelegd. De monitor maakt onderdeel uit van een vierjarige pilot. Het uiteindelijke doel is om informatie uit het dashboard te betrekken in de contractgesprekken met aanbieders, en de jeugdhulpcatalogus van meer informatie te voorzien voor ouders en jeugdigen. Naast de kwaliteitsmonitor is er ook een uitgebreid regionaal dashboard waarin allerlei gegevens over jeugdhulpgebruik staan geregistreerd van alle negen gemeenten. Dit betreft bijvoorbeeld gegevens over de instroom, uitstroom, uitval, verwijsstromen en wachttijden. Ook zijn er geanonimiseerde zorgpaden zichtbaar, waarin te zien is wat voor zorgprofielen een jeugdige heeft doorlopen. De zorgpaden helpen om zicht te krijgen op de op- of afschaling van zorg en op de vraag of jongeren na afronding van een traject weer terug in zorg komen. In de dashboards wordt ook onderscheid gemaakt in de schaalgrootte van zorgaanbieders. Informatie en betrokkenheid van de gemeenteraad Rondom het dossier jeugd wordt de gemeenteraad op verschillende manieren betrokken. Er zijn regelmatig themabijeenkomsten waar gesproken wordt over de stand van zaken en raadsleden goed worden meegenomen.
Er is een grote mate van continuïteit in het beleid en de wijze van aandacht voor het onderwerp. De tegenstelling college en coalitie enerzijds en oppositie anderzijds speelt op dit terrein nauwelijks. “Het dossier van het jeugdbeleid is natuurlijk ook langzamerhand ontwikkeld tot een dossier dat minder politiek gevoelig is, want wie is er nou tegen fatsoenlijk jeugdbeleid? Want mijn mederaadslid is officieel van de oppositie en ik van de coalitie, maar in dit dossier merk je daar niks van. Dat is iets anders als je de bouw van windmolens op de agenda hebt staan, maar bij dit dossier
speelt dat absoluut niet. Dat hebben we ook het college duidelijk gemaakt. “ – Gemeenteraadslid Binnen Roosendaal is de afgelopen jaren hard gewerkt om de financiële prognoses verder te verbeteren. Waar eerst sprake was van relatief grote marges in de prognoses, omdat er in de eerste jaren nog veel onduidelijk was, is de informatie toegenomen en kunnen de prognoses preciezer worden. De informatievoorziening naar de raad kan daardoor ook scherper en de gemeenteraad kan eerder en regelmatig worden meegenomen. “De systematiek van open-house is binnen de gemeenteraad geen discussie. De gemeenteraad, en dan praat ik heel even voor Roosendaal en ik heb ook wel een beetje het gevoel bij de andere raden, die focussen zich vooral op de inhoud en dan vooral de vraag: kunnen wij wel onze jongeren helpen? Slaan wij niet iemand over? Zijn de wachtlijsten bij de gecertificeerde instellingen niet te lang? Dat zijn de zaken waar de gemeenteraad zich echt druk over maakt.” – Wethouder Gemeenteraadsleden hebben zelf in regionaal verband het initiatief genomen om aan de hand van de zogenaamde methode Duisenberg naar het jeugdbeleid te kijken. Op basis van interviews met verschillende betrokkenen heeft dat ook geleid tot een aantal aanbevelingen aan de wethouders en gemeenteraden over welke informatie beschikbaar zou moeten zijn voor de gemeenteraad om goed haar rol te kunnen vervullen.
Betrokkenheid jeugdigen en ouders Bij het proces van visieontwikkeling van het Jeugdbos zijn jeugdigen en hun ouders actief betrokken. Bij het opstellen van het gezinsplan, het arrangement en bij de bespreking of resultaten behaald zijn, zijn ze ook nauw betrokkenheid. Naast deze betrokkenheid aan het begin van de regionale samenwerking en bij het eigen plan, is sinds intrede van de kwaliteitsmonitor de waardering van ouders en jongeren direct geïmplementeerd in het stelsel. De ouders en 89
jongeren kunnen aan het einde van een zorgtraject een evaluatie invullen over de tevredenheid met de geleverde zorg. Deze informatie wordt meegenomen in het gesprek over de doelrealisatie. Daarnaast wordt de informatie gebruikt in de jeugdhulpcatalogus, waarin ouders een passende organisatie voor het zorgprofiel van hun kind kunnen zoeken. De waarderingen van ouders en jongeren worden op termijn opgenomen in de catalogus, waardoor ouders meer informatie hebben om hun keuze voor een zorgaanbieder op te baseren. De gemeente Roosendaal kent een adviesraad sociaal domein. Echter, op dit moment zitten daar geen directe betrokkenen in vanuit het jeugdhulpperspectief. Dit heeft ertoe geleid dat het onderwerp jeugdhulp binnen de adviesraad nog niet is besproken. Wel hebben bijvoorbeeld ten tijde van de discussie over het faillissement van Juzt actieve cliëntvertegenwoordigers contact gezocht met de gemeenteraad. Ondanks de betrokkenheid van cliënten en ouders bij individuele trajecten, blijkt uit een gesprek met een cliëntvertegenwoordiger dat de input van cliënten in sommige situaties achteraf wordt gevraagd. Wenselijk is om dit eerder in een situatie te bevragen, zodat het meegenomen kan worden in het beleidsproces. Zo werd het volgende benoemd naar aanleiding van de situatie Juzt: “Ik denk dat die gesprekken toen zo ambtelijk zijn geweest.
Ik hoop wel dat we nu het idee hebben van als dit nog een keer zou gebeuren c.q. gewoon in het gesprek in het algemeen, moeten we ook meer gaan kijken van wat vinden die cliënten waar het om gaat, wat vinden de jongeren er nou eigenlijk zelf van.” – Cliëntperspectief In de regio WBW wordt cliëntparticipatie al bijna drie jaar georganiseerd door het onafhankelijke bureau Scale Advies. Scale Advies organiseert jaarlijks – inspelend op de behoeften van de regio – meerdere interactieve bijeenkomsten met jongeren en ouders met ervaring in de jeugdhulp. Zo is er een bijeenkomst met jongeren uit pleeggezinnen en gezinshuizen georganiseerd. De verhalen van de jongeren hebben als input gediend voor de regionale Woonvisie. Ook is er gesproken met ouders die een kind hebben met een lichtverstandelijke
beperking. Hoe ziet hun reis eruit? Wat gaat er goed? Wat kan er beter? De input wordt anoniem verwerkt, getoetst bij de deelnemende cliënten en daarna gedeeld met de regio en haar zorgaanbieders. Reflectieve praktijk, innovatie en leren In Roosendaal en WBW wordt zowel op beleidsniveau als praktijkniveau veel geleerd en gereflecteerd. De gemeente Roosendaal investeert actief in pilots, ook op de lange termijn om innovatie te stimuleren. Enkele voorbeelden van lopende pilots zijn (1) de veiligheidspilot waarin alle mensen van de veiligheidsketen aan tafel zitten en uitgegaan wordt van een gezamenlijke verantwoordelijkheid, (2) de onderwijspilot gericht op de verbinding van jeugdprofessionals met onderwijs, (3) de pilot van datagedreven gesprekvoering bij contractmanagement. Deze laatste pilot is op regionaal niveau uitgezet via het ZI2T. De informatie die via de kwaliteitsmonitor wordt verzameld, vormt input voor de verdere beleidsontwikkelingen. Hiermee vormt het dashboard een belangrijk onderdeel in een ‘lerende organisatie’. De versterking van de samenwerking met de huisartsen was de afgelopen jaren ook in eerste instantie via een pilot vormgegeven en daarna is het tot tevredenheid van de huisartsen structureel geïmplementeerd. Bij de vormgeving en uitwerking van pilots zijn jeugdprofessionals nauw betrokken.
“Maar hier wordt met de jeugdprofessional het plan gemaakt en wordt met de jeugdprofessional een gesprek met onderwijs gevoerd van wat gaan we nou doen in de verwachtingen en die samenwerking in de manier waarop je het optuigt. Daar zit volgens mij een deel van ons succes, omdat je die professional in regie houdt en die weet hoe die zijn vak moet uitoefenen hè.” – Manager Spring “Waar in West-Brabant West voor mij uitspringt is dat zij eigenlijk al vrij lang bezig zijn met transformatie en dat op een andere manier vormgeven. Ik vind ook dat West-Brabant West daar echt wel een voorloper in is. Dat uit zich door bijvoorbeeld te werken met de veiligheidsteams” – Accountmanager GI 90
De pilots staan niet op zichzelf, maar maken onderdeel uit van een algehele leercyclus. Binnen en tussen de eerder beschreven driehoeken wordt actief informatie verspreid en van elkaar geleerd. Kenmerkend hieraan is dat de gelijkwaardigheid in deze contacten leidt tot waardering voor ieders kennis en kunde. Zo is bijvoorbeeld in november van 2020 met alle aanbieders het gespreksmodel besproken, waarbij ook de rol van opdrachtgever en allerlei andere randzaken aan de orde kwamen. Deze informatie is verzameld ten tijde van het proces van formaliseren van de regionale samenwerking en kan daarom meegenomen worden in dit proces. Door de jeugdhulpaanbieders wordt wel gesignaleerd dat het nog lastig is om direct vanuit individuele jeugdhulpaanbieders contact te onderhouden met de jeugdprofessionals of met Spring om specifieke informatie, kennis en ervaring over te dragen. Hierbij speelt open house een rol. Informatieverstrekking aan jeugdprofessionals door één van de aanbieder wordt als ingewikkeld gezien in het behouden van een gelijkwaardige behandeling van aanbieders vanuit de ZI2T en gemeenten. Daarnaast hebben zorgaanbieders soms het idee dat niet alle relevante informatie wordt gedeeld.
denken van is het niet handig om gewoon … om iets op te zetten in de markt, hè kinderopvang voor kinderen met een bepaalde beperking. En dat je dat gewoon er een contract mee afsluit. Waarom moet het een arrangement gaan worden?” – Financieel adviseur Sociaal Domein
Vanuit de financiële monitoring wordt ook gekeken naar de ontwikkelingen en zijn de afgelopen jaren ook diverse business cases opgesteld, om naast inhoudelijke verbeteringen ook financiële verbeteringen te kunnen boeken. Er wordt ook gekeken of bijvoorbeeld van moderne technologie als blockchain gebruikt gemaakt zou kunnen worden om processen te versnellen. Op verschillende onderdelen heeft dit resultaat gehad, bijvoorbeeld in de vermindering van het aantal verwijzingen vanuit huisartsen, waardoor het budget voor andere onderdelen van de jeugdhulp kon worden ingezet. Doordat de financiële monitoring steeds preciezer is geworden, kan beter worden ingezoomd op specifieke situaties en daar vervolgens het gesprek over worden gevoerd.
Bij het succes spelen verschillende factoren een rol.
Het succes van Roosendaal Roosendaal en de regio West-Brabant West hebben de afgelopen jaren hard gewerkt aan de ontwikkeling en steeds verdere verbetering van de ondersteuning aan jeugdigen en gezinnen. Er is een gebalanceerd systeem en infrastructuur ontstaan die bijdragen aan een succesvolle aanpak. “Ik ben hier nu een jaar en ik denk toen ik vorig jaar binnenkwam… Ik was al een hele poos uit het vrijwillige kader zegmaar, dus ik kwam uit het gedwongen kader. Toen dacht ik wel van wauw dit is echt zo mooi. Alles wat hier kan en buiten de kaders denken en dat de mensen zijn zo professioneel en zo dat out of the box denken.” - Kwaliteitsmedewerker
1.
Consistente visie: Sinds de decentralisatie is er sprake van één consistente visie, het Jeugdbos. Deze is zowel in de regionale als lokale beleidskaders leidend. Door de consistentie in visie is het mogelijk lacunes in beleid te ontdekken, te experimenteren met pilots en de visie verder te concretiseren en uit te breiden. Dit is duidelijk terug te zien in de twee regionale beleidskaders. De eerste paar jaar is ingezet op het bouwen van een stevige basis. Vervolgens wordt voortgebouwd op deze basis, waarbij lessen uit de voorgaande jaren een belangrijke rol spelen.
“Bijvoorbeeld we zien kinderen die met flinke gedragsproblematiek, die dan opgevangen worden als een soort van eigenlijk een kinderopvang, maar wel met specialistische begeleiding... Wij zien dat ontstaan en beginnen te 91