CConstaterende datRoosendaal
Koppel je AI →
Document · PDF

Brief wethouder Van Ginderen - Rapport Eigenwijs Transformeren en doorbraakaanpak Kwestbare Kinderen.pdf

Commissie 16 juni 2021, gemeente RoosendaalBij agendapunt: 6: Brief wethouder van Ginderen – Rapport Eigenwijs Transformeren en doorbraakaanpak Kwetsbare kinderen48.495 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Raamovereenkomst Specialistische Jeugdhulp Regio IJsselland. Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (2020). Bijlage 2 Tarieven en overige specifiek voorwaarden 2021, https://www.rsj-ijsselland.nl/file/313

z z z z z

Regionaal Serviceteam Jeugd IJsselland (2021), Regio IJsselland Monitor (RIJM). Samenwerkingsconvenant 18-/18+. Stichting Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ) (2019). Jaarrapportage 2019. Vertrouwenswerk bij toegang jeugdhulp in Deventer. Vakgroep Kennis en Verkenning (2017). Cliëntervaringsonderzoek Jeugd 2017 Gemeente Deventer. Vakgroep Kennis en Verkenning (2019). Monitor Sociaal Domein Deventer. Schaduwbestand 2019-II.

Gemeenteraad en B&W z Raadsmededelingen vanaf 2014 mbt jeugdhulp/jeugdzorg of gelieerd. z Moties vanaf 2014 mbt jeugdhulp/jeugdzorg of gelieerd Geraadpleegd via https://deventer.raadsinformatie.nl/ Deelnemers onderzoek Financiën/sturing z Programmamanager Jeugd z Financieel adviseur z Adviseur backoffice z Hoofd afdeling schuldhulpverlening z Beleidsadviseur Jeugd en Onderwijs z Beleidsadviseur Jeugd en Onderwijs z Beleidsadviseur Jeugd z Beleidsadviseur Jeugd Team Toegang Jeugd z Manager Team Toegang Jeugd z Kinder- en jeugd psycholoog z Jeugdconsulent VO z GGZ-psycholoog Jeugd en POH Jeugd z Medewerker Team Toegang Jeugd 55

Onderwijs en jeugdhulp z Bestuurder samenwerkingsverband PO z Directeur samenwerkingsverband VO Veiligheid z Manager Veilig Thuis Aanbieders z Manager ambulante hulp en woonbegeleiding voor mensen met een verstandelijke beperking z Regiodirecteur Jeugd-ggz z Regiomanager Jeugd-ggz z Regiomanager specialistische jeugd en opvoedhulp z Praktijkhouder vrijgevestigde praktijk voor Jeugd-ggz z Manager bedrijfsvoering Jeugd-ggz z Clustermanager ambulante hulp en woonbegeleiding voor mensen met een licht verstandelijke beperking

56

7.2.

Peel en Maas: Het goede leven in Peel en Maas

Auteurs: Anna Jansma en Frouke Sondeijker Jeugdhulp in Peel en Maas in cijfers De gemeente Peel en Maas bestaat sinds 1 januari 2010 en wordt gevormd door 11 kernen, te weten Baarlo, Beringe, Egchel, Grashoek, Helden, Kessel, Kessel-Eik, Koningslust, Maasbree, Meijel, en Panningen (Atlas Leefomgeving, 2011). Deze kernen maakten deel uit van de 4 voormalige gemeenten Helden, Kessel, Maasbree en Meijel. De inwoners van Peel en Maas In de gemeente Peel en Maas wonen om en nabij de 43.000 mensen. Ongeveer zestig procent hiervan is tussen de 17 en 64 jaar oud. De overige veertig procent is min of meer gelijk verdeeld tussen de jeugd (0-16 jaar) en de ouderen (65 jaar en ouder), waarbij de laatste groep wel in de meerderheid is en de afgelopen jaren ook gestaag toeneemt (en de groep jeugd gestaag afneemt). De verwachting is dat de groep ouderen in Peel en Maas de komende jaren verder groeit en de groep volwassenen kleiner zal worden. Regionaal is de verwachting dat er in 2050 ongeveer 11% minder mensen in Noord-Limburg wonen (Jaarstukken, 2019). Sociaal economische positie Het grootste deel van de populatie in Peel en Maas is middelbaar opgeleid. Daarnaast is een kleine veertig procent hoogopgeleid, en een kleine tien procent laagopgeleid (CBS, 2019).

Het gemiddelde inkomen in Peel en Maas is met €45.100 gemiddeld te noemen (CBS, 2018) en het aantal huishoudens in de bijstand is opvallend laag ten opzichte van het landelijke gemiddelde (1,8% tegenover 5,1%) (Waarstaatjegemeente.nl, 2020).

Jeugdwelzijn Het percentage kinderen (0-17 jaar) in uitkeringsgezinnen is in Peel en Maas ongeveer twee keer zo laag als het landelijk gemiddelde (9% tegenover 16%) (Waarstaatjegemeente.nl, 2018a). Ook leeft een relatief klein percentage van de kinderen in een eenoudergezin (3% tegenover 7% landelijk) (Waarstaatjegemeente.nl, 2018b) en is het percentage vroegtijdige schoolverlaters lager dan het landelijke percentage (1,08% tegenover 1,82%) (Waarstaatjegemeente.nl, 2015). Gebruik van jeugdhulp Het gebruik van jeugdhulp in Peel en Maas lijkt relatief laag: 7,6% van de jongeren (0-17 jaar), tegenover 10,6% op landelijk niveau (Waarstaatjegemeente. nl, 2019a). Dit geeft een wat vertekend beeld, omdat ouders en jeugdigen die hulp krijgen van een gezinscoach19 niet zijn meegenomen in dit cijfer, en een groot deel van de gezinnen het in Peel en Maas ook redt met deze hulp. Wel is het percentage jongeren dat gebruik maakt van jeugdhulp met verblijf lager dan het landelijk gemiddelde: 0,6% in Peel en Maas tegenover een landelijk gemiddelde van 1,1%. Ongeveer 85% van de gezinnen redt zich zonder hulp in het sociaal domein (tegenover 80,4% landelijk) (Waarstaatjegemeente.nl, 2019b). Verwijzingen In 2019 kreeg het overgrote deel van de jeugdigen (71,6%) hulp van één voorziening.

De rest van de jeugdigen ‘stapelde’ en kreeg hulp van twee (14,1%), drie (8,2%), vier (4,8%) of vijf (1,3%) voorzieningen. Het grootste deel van de verwijzingen in 2019, grofweg zestig procent, was afkomstig van de gemeente en betrof verwijzingen naar lichtere vormen van ondersteuning of hulp. Een kleine twintig procent van de verwijzingen was afkomstig van huisartsen, en een kleine tien procent van de GI’s (Dashboard SD Limburg Noord Arrangementenmonitor, 2019).

19 De gezinscoaches in Peel en Maas vallen onder de basisvoorzieningen en zijn in dienst van de gemeente. Meer informatie over de gezinscoaches is te vinden in het hoofdstuk Inrichting van de jeugdhulp.

57

Peel en Maas: een stukje historie De visie en inrichting van de jeugdhulp in Peel en Maas borduurt voort op de ontwikkelingen die de gemeente vanaf 2007 heeft ingezet met Jeugdstation. nl: het voormalige centrum voor Jeugd en Gezin in de gemeente Helden 20. Jeugdstation.nl was een samenwerkingsverband van de pedagogische basisvoorzieningen in Peel en Maas, te weten Vorkmeer (maatschappelijk werk en jongerenwerk), MEE, scholen, consultatiebureaus, peuterspeelzalen, kinderopvang, en andere eerstelijnsvoorzieningen. Met Jeugdstation.nl kende de gemeente al voor de decentralisatie een samenwerkingsstructuur voor jeugdigen en hun opvoeder(s) om problemen te voorkomen en zo nodig door te geleiden naar zorg. De missie en ambitie van Jeugdstation.nl waren al voor de decentralisatie gericht op preventie en het versterken van de eigen kracht van ouders en jeugdigen door het normale te bekrachtigen en het goede te versterken. Het centrum zette ook voor decentralisatie al in op sterke sociale netwerken in de omgeving van het gezin, vraag gestuurde diensten en die vraag maar één keer hoeven stellen (no wrong door principe), uitgaan van de behoefte van het gezin, zelfsturing en maatwerk. Daarnaast werd ook het belang van de pedagogische gemeenschap al onderstreept: de gemeenschappen waarin ouders en kinderen opvoeden en opgroeien.

Die werden ook toen al gezien als het fundament van het jeugdhulpstelsel. Ook waren er al zo min mogelijk geformaliseerde afspraken waardoor er ruimte was voor uitvoerders om te kunnen handelen vanuit hun eigen professionaliteit. Hierbij vond de organisatie het wel van groot belang om af te spreken wie probleemhouder was bij bepaalde casussen. De gemeente vond het in het licht van de decentralisatie belangrijk om de bestaande (sterke) pedagogische basisvoorzieningen in hun kracht te houden

20 De gemeente Helden is opgegaan in de gemeente Peel en Maas.

en zetten en heeft er voor gekozen om aan te sluiten bij het bestaande, dit verder door te ontwikkelen en de samenhang te versterken. In aanloop naar de decentralisatie is wel een kanteling21 in de toegang vormgegeven. Hier is in twee pilots mee geëxperimenteerd: de pilot Schakelplein (vanaf oktober 2013) en de pilot Gezinscoaches (vanaf juli 2013). In de Pilot Schakelplein konden burgers met een ondersteuningsvraag (AWBZ en jeugdzorg) die niet wisten waar ze hun vraag konden stellen, contact opnemen met arrangeurs, die vervolgens zelf de vraag in behandeling namen of de burger in contact brachten met een gezinscoach. Deze casussen werden integraal vastgepakt in zogenaamde arrangementen. De pilot Schakelplein heeft op basis van positieve resultaten de basis gelegd voor de integrale toegang en de samenwerking met zorgkantoor en zorgverzekeraar. “Een doelstelling (c.q. opdracht van VGZ) was om met een krapper budget (25%) goede en zelfs betere ondersteuning (in termen van integraliteit en effectiviteit) te bieden aan kwetsbare burgers. Dat is gelukt. Dus dat was kassa (niet alleen financieel maar vooral rendement in kwaliteit van leven). Er zijn 393 situaties gaandeweg ingebracht in de pilot. Dus dat is een behoorlijke massa.

Daarvan zijn er 20 waarbij samengewerkt is met een Gezinscoach en 20 die vanuit Werk en Inkomen zijn ingebracht.” –Accountmanager Sociaal Domein en procesbegeleider van Hendig De pilot Gezinscoaches heeft de basis gelegd voor de huidige toegang tot de jeugdhulp. In deze pilot stelden gezinnen met kinderen en jongeren in een kwetsbare positie tot 18-23 jaar met ondersteuningsvragen of opvoed- en opgroeivragen samen met een Gezinscoach een gezinsplan op (1Gezin1Plan)

21 In Peel en Maas wordt de decentralisatie ook wel de kanteling van een oud systeem (verzorgingssamenleving) naar een nieuw systeem (participatiesamenleving/civil society) genoemd.

58

en lukte het de gezinscoaches om maatwerk te leveren, en om gezinnen en het sociale netwerk in hun kracht te zetten. Ook de gezinnen waardeerden de manier waarop de gezinscoaches hen ondersteunden. Zij vonden het prettig, dat deze ondersteuning langer kon doorgaan als dat nodig was en ze stelden het zeer op prijs dat ze met één vast gezicht te maken hadden. Meer informatie over de (huidige) werkwijze van de gezinscoaches is te vinden onder het kopje Inrichting van de jeugdhulp. Daarnaast zijn er in aanloop naar de decentralisatie diverse initiatieven opgezet, die inzetten op belangrijke pijlers in de huidige visie op jeugdhulp (en sociaal domein), namelijk zelfsturing, netwerksamenwerking en leren van elkaar. Een van die initiatieven is het lokaal faciliteren van (burger)initiatieven en daar gezamenlijk afspraken over maken met andere regiepartijen en netwerkpartners. Zoals dat het geval is bij dorpsontmoeting22, dorpsvervoer, dorpsinfoloketten, de Theaterwerkplaats Mafcentrum Maasbree (TWP)23, de Begeleidingsdienst en andere initiatieven die door burgers zijn opgezet. Rendementsanalyses hebben aangetoond dat dit soort initiatieven van toegevoegde waarde zijn voor de Kwaliteit van Leven van de bezoekers, betrokken maatwerkvoorzieningen en netwerkpartners uit de gemeenschap en dat ze hiermee een waardevolle schakel zijn in het gehele palet aan voorzieningen,

22 In elk van de 11 dorpen in Peel en Maas is er een dorpsontmoeting (voorheen dorpsdagvoorzieningen). Ieder dorp heeft dat op zijn eigen manier opgezet en vormgegeven. De werkgroep dorpsontmoeting doet de dagelijkse gang van zaken. Het streven van de werkgroep en de beroepskrachten is om de dorpsontmoeting een integraal geheel voor ontmoeting te laten zijn. De gemeente faciliteert de dorpsontmoetingen als basisvoorziening (voorliggende voorziening) in het sociaal domein middels subsidie. 23 De TWP is een burgerinitiatief van, voor en door mensen die leven in Peel en Maas en/of betrokken zijn in Maasbree. Het biedt een laagdrempelige plek waar kwetsbare burgers terecht kunnen. Met name jongeren en jong volwassenen bezoeken de TWP. De TWP zet zich in om bezoekers te ondersteunen bij hun herstel, groei en ontwikkeling met oog voor hun kwaliteit van leven. Daarnaast streeft de TWP ernaar bezoekers van betekenis te laten zijn voor gemeenschappen en vice versa. De TWP is een basisvoorziening (voorliggende voorziening) in het sociale domein. De gemeente Peel en Maas faciliteert de TWP middels een subsidie.

hulp en zorg in Peel en Maas en omstreken. Een ander initiatief is ‘Werk maken van werk’, waarin ondernemers in Peel en Maas mee denken en doen om mensen weer een perspectief te bieden op arbeid. Zij stellen ontwikkelplekken, taalstage plekken, werkervaringsplaatsen en betaalde banen ter beschikking en zetten voor wat betreft de begeleiding hun ‘natuurlijke begeleiders’ in, die samen met de beroepskrachten een perfecte combinatie vormen om de eerste stappen naar arbeid goed te laten verlopen. Een mooi initiatief op het gebied van netwerksamenwerking is het Netwerk Welzijn Versterkt (NWV) waarin de gemeente Peel en Maas, het Zorgkantoor coöperatie VGZ - regio Noord- en Midden-Limburg, en haar partners in 2008 een nieuwe, innovatieve weg zijn gestart in het bieden van ondersteuning aan inwoners in een zeer kwetsbare situatie, waarbij zij in hun kracht worden gezet. Deze nieuwe werkwijze heeft geleid tot een wisseling van perspectief bij de betrokken vrijwilligers en beroepskrachten en daarmee gezorgd voor een kanteling van het voormalige systeem (verzorgingssamenleving) naar het nieuwe systeem (participatiesamenleving/civil society) van binnenuit. De werkwijze heeft laten zien dat ontschotting mogelijk is en grenzen in regelgeving kunnen worden verlegd. Bovengenoemde initiatieven zijn een belangrijke drijfveer geweest om begin 2019 te starten met de pilot ‘Hendig’.

Deze term verwijst naar de gezamenlijke overtuiging dat de jeugdhulp ‘Hendiger’ moet en kan. De pilot, die ‘een reis’ wordt genoemd, moet leiden tot meer, simpelere en betere samenwerking tussen beroepskrachten van de toegang en beroepskrachten die ondersteuning, begeleiding, hulp en zorg verlenen en tussen netwerkpartners en de gemeente op het gebied van Jeugd. Meer informatie over deze pilot is te vinden onder het kopje Inrichting van jeugdhulp. Overall gezien is er in Peel en Maas niet echt een duidelijk onderscheid tussen Peel en Maas voor en na de decentralisatie. Wel is de blik van Peel en Maas na de decentralisatie naar eigen zeggen een jaar of twee meer naar binnen gericht geweest, om er voor te zorgen dat bovenstaande goed kon worden opgezet. Hierdoor was er tijdelijk minder ruimte voor die open blik naar buiten, waar de gemeente normaliter zo op gesteld is. 59

“Voor mijn gevoel hebben we na de decentralisatie twee jaar stil gelegen”. – Accountmanager Sociaal Domein en procesbegeleider van Hendig “We moesten elkaar anders leren vasthouden”. – Procesbegeleider van de expertisetent van Hendig In die twee jaar is er hard gewerkt en heeft er een zoektocht plaatsgevonden naar de krachten van Peel en Maas, om daar vervolgens zo goed mogelijk bij aan te sluiten, en deze zo goed mogelijk over te brengen aan iedereen die er van kan profiteren en aan bij kan dragen. Visie op de jeugdhulp Sociaal domein breed wil de gemeente Peel en Maas bijdragen aan het goede leven in Peel en Maas. De gemeente wil investeren in de kwaliteit van leven van haar burgers, als geheel en integraal over alle levensdomeinen, maar legt de regie daarvoor wel zoveel mogelijk bij de burgers zelf. Daarbij is de gemeente er van overtuigd dat investeren in de voorkant altijd winst oplevert aan de achterkant. Een belangrijk uitgangspunt in de jeugdhulp is preventie en vroege interventie bij opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen. Hierin spelen de gezinscoaches, die de toegang vormen tot de jeugdhulp, maar zelf ook hulp verlenen, een centrale rol. Meer informatie over de gezinscoaches is te vinden in het hoofdstuk Inrichting van de jeugdhulp.

Opvoeden en opgroeien als gemeenschapsverantwoordelijkheid De organisatie van de jeugdhulp in Peel en Maas is er op gericht dat kinderen en jongeren (de jeugd) gezond en veilig kunnen opgroeien en zich optimaal kunnen ontwikkelen, zodat ze kunnen groeien naar zelfstandigheid en deel kunnen nemen aan het maatschappelijk verkeer, rekening houdend met hun ontwikkelingsniveau. De gemeente ziet opvoeden en opgroeien als een ‘gemeenschapsverantwoordelijkheid’, waarin het belang van het kind centraal staat. Er wordt daarom naast eigen kracht ook wel gesproken over samen kracht.

De gemeente vindt het een gezamenlijke verantwoordelijkheid van gemeente, partners en gemeenschap(pen), om binnen het financiële kader van het rijk, de zorg en ondersteuning voor jeugdigen en hun gezinnen te organiseren en verantwoord met gemeenschapsgeld om te gaan. Voor een goed leven hebben we elkaar nodig, is de gedachte. De gemeente stimuleert gemeenschappen om ‘hun jeugd’ (0-23 jaar) te laten ontdekken wat ze willen in dit leven, met ruimte voor ontwikkeling van het sociale en culturele. Deze gemeenschappen, in de volksmond ook wel de vele (helpende) handen van Peel en Maas (en omgeving) genoemd, kenmerken zich doordat iedereen naar vermogen mee doet. Het goede leven in Peel en Maas wordt dus zo veel mogelijk vanuit de samenleving bevorderd. Zelfsturing Zelfsturing heeft een centrale rol in de visie van Peel en Maas op jeugdhulp. Dit sluit aan bij het idee van een goed ontwikkelde pedagogische civil society en bij “de wissels om”, een koers die in 2013 is ingezet richting een andere, meer duurzame manier van met elkaar samenleven en – werken. Een samenleving waarin gemeenschappen en de burgers die deze gemeenschappen vormen in een meer leidende positie komen, en waar de gemeente zich meer communicatief, als partner, toe moeten verhouden.

De gemeente wil deze ‘beweging van onderop’ laten ontstaan en treedt daartoe stimulerend en faciliterend op om het gesprek over de pedagogische civil society op gang te brengen (en houden) en daarmee aan het versterken ervan bij te dragen. Verder vertrouwt de gemeente op het vakmanschap van de beroepskrachten en legt handelingsvrijheid, doorzettingsmacht en beslissingsbevoegdheden vooral bij de mensen die met de voeten in de klei staan en weten wat er daadwerkelijk speelt. Zo heeft de gemeente zelf de buitendienst in dienst, wordt er niet aan tijdschrijven en urenregistratie gedaan, en zit er in het huis van de gemeente geen kassière bij de catering. Regels en protocollen zijn teruggebracht tot het verantwoorde minimum en zijn vooral kwalitatief en niet limitatief.

60

“Zoals de waard is, vertrouwt hij zijn gasten” – Coördinator gezinscoaches en initiatiefnemer Hendig “In Peel en Maas werken we niet voor de wethouder, met andere woorden we maken geen beleid op basis van incidenten, maar laten de visie altijd leidend zijn. De gemeente secretaris is heel belangrijk. Daarbij staat elke leidinggevende voor zijn mensen en past ook de wijze van communiceren bij de visie.” – Procesbegeleider van de expertisetent van Hendig Naar eigen zeggen is dit een groot verschil met hoe omliggende gemeenten hun rol invullen. Betrokkenheid inwoners en netwerkpartners bij beleidsvorming In aansluiting op deze visie is het betrekken van burgers en netwerkpartners bij beleidsvorming in Peel en Maas al jaren een vanzelfsprekendheid. De beleidsontwikkeling in Peel en Maas is grotendeels gebaseerd op kennis en ervaring die in de praktijk wordt opgedaan. Het beleid wordt tot stand gebracht, geschapen, in dialoog, in samenspraak en samenwerking met vertegenwoordigers uit onze samenleving; burgers, ondernemers en verenigingen, aanbieders die belang hebben bij dit beleid of onderdelen ervan. De gemeente kent tientallen belangenadviesgremia en co-creatiegroepen die de mogelijkheid krijgen om hun ervaringen, denkbeelden en belangen in te brengen. De gemeente ziet hen als co-createurs van het beleid24.

De gemeente spreekt daarom liever ook niet van inspraak, maar van meespraak. Deze werkwijze van co-creatie en meespraak staat model voor de ‘beweging van onderop’ en is een van de centrale elementen van de drie decentralisaties. Formeel gezien is het beleid van de gemeente en andere regiepartijen, omdat het door de gemeente en regiepartijen wordt vastgesteld. In overdrachtelijke zin is het door co-creatie en meespraak van iedereen.

Adviesraad Sociaal Domein De gemeente kent daarnaast een door het veld bepaalde sociaal domein brede adviesraad: de Adviesraad Sociaal Domein. Deze bestaat uit zogenaamde ‘integralisten’: personen die het hele terrein van het sociaal domein overzien en die vanuit een positie van ‘afstandelijke betrokkenheid’ een oordeel kunnen vellen over de mate waarin het beleid spoort met het uitgangspunt van ‘heelheid’ en daarmee evenwichtig en passend is voor de gemeente Peel en Maas en haar inwoners. Aan het eind van het proces en de fase van meespraak en co-creatie, of als nodig een keer tussendoor, komt pas de brede raad van integralisten in beeld om ten behoeve van het orgaan dat het eindoordeel moet geven – dat is het college en/of de gemeenteraad – een advies te geven over de totaliteit van het beleidsvoorstel. De Adviesraad Sociaal Domein gaat de processen van co-creatie niet dunnetjes overdoen, maar ze geven wel een oordeel over de gang van zaken en de uitkomsten ervan. De overlegstructuur met de adviesraad is afhankelijk van de ontwikkelingen. Zij benoemt ieder jaar een aantal thema’s waar ze mee aan de slag wil, waar ze bij betrokken willen zijn. De afgelopen jaren waren dit overigens geen expliciete thema’s op het gebied van jeugd.

Zowel de belangenorganisaties als De Adviesraad Sociaal Domein worden door het College ondersteund om hun bijdragen te leveren in de processen van co-creatie/om hun taken te kunnen uitoefenen. Het nieuwe besturen Naar eigen zeggen kiest de gemeente Peel en Maas met deze werkwijze van co-creatie en meespraak voor een fundamenteel andere positie dan veel andere overheden, die vanuit hun eigen systeemwereld een beleidswerkelijkheid creëren. De gemeente wil hiermee bijdragen aan een samenleving die door mensen wordt ervaren als hún samenleving. Zij doopte deze ambitie in 2014 tot ‘het nieuwe besturen’.

24 Mede dankzij het eerder genoemde initiatief ‘Werk maken van Werk’ kent Peel en Maas veel ondernemende co-createurs.

61

Inrichting van de jeugdhulp De gemeente ziet zich bestuurlijk en financieel verantwoordelijk voor een kwalitatief en kwantitatief toereikend aanbod van verschillende vormen van jeugdhulp en van gecertificeerde instellingen en dient er naar eigen zeggen voor te zorgen dat ieder kind dat een vorm van jeugdhulp nodig heeft, deze daadwerkelijk krijgt. Gezinscoaches verlenen toegang In de inrichting van de jeugdhulp kent de gemeente een centrale rol toe aan (twintig) gezinscoaches. Dit zijn hoogwaardige professionals op het gebied van opvoeden en opgroeien, en grotendeels voormalige beroepskrachten van MEE, Vorkmeer, Bureau Jeugdzorg, Rubicon, Mutsaersstichting, en Dichterbij (Kleur). De gezinscoaches vormen de toegangspoort naar de jeugdhulp en specialistische voorzieningen, maar blijven zelf ook betrokken als er specialistische jeugdhulp nodig is. “Als er specialistische kennis nodig is, wordt deze als het ware ingevlogen, maar de gezinscoach blijft casemanagement uitvoeren. En dan zijn er als het ware twee opties.

De gezinscoach blijft hulp verlenen en voor het specialistische wordt een jeugdhulpaanbieder ingezet, of enkel een jeugdhulpaanbieder wordt ingezet en de gezinscoach blijft casemanagement uitvoeren” - Beleidsmedewerker Maatschappelijke Ontwikkeling De gezinscoaches spelen een cruciale rol in het verhogen van de kwaliteit van jeugdhulp en het terugdringen van het gebruik van duurdere specialistische voorzieningen, waarbij het eerstgenoemde en niet het laatstgenoemde in Peel en Maas voorop staat. Het (zelfsturende) team van gezinscoaches is wel resultaatverantwoordelijk voor de financiën, gekoppeld aan de inzet van specialistische hulp. De gedachte is dat deze constructie kostenbewust handelen vergroot en dat er naar oplossingen gezocht wordt voor een doelmatige inzet van financiële middelen.

Gezinscoaches verlenen zelf ook hulp De gezinscoaches van Peel en Maas vormen niet alleen een toegangspoort, maar verlenen zelf ook hulp en ondersteuning en kunnen indien nodig ook andere ondersteuning binnen het Sociaal Domein inzetten. De gezinscoaches zijn geen generalisten ‘die alles kunnen’, maar zijn als team generalistisch. Ze werken ambulant, en gebied gebonden. Jongeren en gezinnen kunnen zelf bij de gezinscoach aankloppen, maar kunnen ook naar hen worden doorverwezen door onderwijs, Vorkmeer of de huisarts. De gezinscoaches zijn te vinden in de (vaak al vertrouwde) basisvoorzieningen, waaronder bij huisartsen (zie verderop). In de praktijk blijkt dat de gezinscoaches op de meeste opvoedingsen opgroeivragen zelf ondersteuning en hulp bieden. Één gezin, één plan, één regisseur Door de inzet van de gezinscoaches wordt de hulp integraal en in samenwerking tussen partners in de jeugdhulpketen in Peel en Maas (en de regio NoordLimburg) opgepakt volgens het uitgangspunt ‘één gezin, één plan, één regisseur’. Deze werkwijze is ook de verbindende schakel tussen alle elementen (ondersteuning van jeugdspecialisten) én tussen andere domeinen (zoals passend onderwijs, het veiligheidshuis, WMO, Werk en Inkomen, schuldhulpverlening, volwassenenzorg).

Het idee is dat kinderen, jongeren en/of ouders door de inzet van de gezinscoach slechts één keer een hulpvraag hoeven te stellen, en met zo min mogelijk hulpverleners wordt geconfronteerd. De-medicaliseren, ontzorgen, normaliseren, en werken aan het herstel van het gewone leven inclusief deelname aan de gemeenschap, zijn hierbij uitgangspunten. “Met ouders en jeugdigen wordt bijvoorbeeld besproken wat tot normaal gedrag behoort en wat niet en er wordt niet direct naar specialistische hulp verwezen voor een diagnostisch traject, maar gekeken wat er op school of thuis anders kan, bijvoorbeeld door meer structuur te bieden.” - Gezinscoach

62

Eigen kracht en eigen regie In de uitvoering van de jeugdhulp ligt de focus op het versterken van de eigen kracht van gezinnen en hun sociale omgeving. De gemeente gaat er vanuit dat burgers zelf hun kwaliteit van leven bepalen en is van mening dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen primair bij de ouders en de jeugdige zelf ligt en ook de regie zoveel mogelijk bij hen moet (blijven) liggen. De professionele hulp is er dan ook op gericht om ouders regie te laten voeren en toe te rusten, zodat zij zoveel mogelijk vanuit de eigen kracht en het eigen sociale netwerk oplossingen vinden voor vragen en eventuele problemen. Het gaat om het ondersteunen van de opvoeding en niet om het overnemen daarvan, omdat de gemeente wil bereiken dat ouders zelf in staat zijn om de zorg te organiseren, en dat de verantwoordelijkheid van de gemeente op de tweede plaats komt. Dit geldt voor iedereen. Buiten kijf staat dat bij gevaar of (ernstige) bedreiging snel en slagvaardig specialistische hulp geboden moet worden, eventueel onder dwang. Weinig regels en protocollen De gemeente stelt het vakmanschap van de beroepskracht centraal in plaats van regelgeving en protocollen. Zij is van mening dat door niet regels, maar de burger, als uitgangspunt te nemen en pas achteraf verantwoording af te leggen, veel bereikt kan worden.

“Achteraf kun je laten zien dat één en ander niet geheel volgens de regels is gegaan, maar dat het wel heeft gewerkt”. – Coördinator gezinscoaches en initiatiefnemer Hendig In individuele gevallen wordt dan ook altijd gekeken naar wat nodig is, ook in het geval van kleine doelgroepen. Daar is geen algemene beleidslijn voor. De juiste zorg op de juiste plaats staat centraal, evenals het vertrouwen dat dit uiteindelijk ook zal leiden tot het terugdringen van het gebruik van duurdere zorg en dus financiële winst.

“Wij doen geen financieel management, wij doen relatiemanagement. Wij spreken elkaar aan als iets niet bevalt en we gaan met elkaar de discussie aan als het geld op is want dan moeten we het anders doen. Want de burger moet ondersteuning hebben. En als we financieel management doen dan spreken we niet die partijen alleen maar dan roepen we ze allemaal bij elkaar.” - Coördinator gezinscoaches en initiatiefnemer Hendig Op maat, dichtbij huis en duurzaam Jeugdhulp wordt in Peel en Maas zoveel mogelijk op maat en in de eigen omgeving aangeboden. Het motto is: ‘licht waar het kan, zwaar als het moet’. Soms blijkt dat een kort gesprek met de gezinscoach voldoende is. Zo niet, dan maakt de gezinscoach een analyse op maat, waarna samen met het gezin besproken wordt hoe er gewerkt gaat worden naar een oplossing. Gezinscoaches werken daarbij volgens de visie die Jeugdstation.nl al hanteerde: ‘niet loslaten tot iemand goed zit’. De aangeboden ondersteuning en zorg moet uiteindelijk zo effectief en duurzaam zijn dat herhaling van dezelfde zorgvraag van een gezin zo weinig mogelijk voorkomt. Overgang 18-/18+ Om de hulp, zorg en ondersteuning voor jongeren wanneer ze 18 jaar worden beter te borgen en te continueren, en in te spelen op de behoefte aan integraal werken in de toegang, is er een integraal team jongvolwassenen.

Dit team is ontstaan vanuit een in 2017 gestarte pilot, en bedoeld voor jongeren in de leeftijd van 17-27 jaar waar op alle levensgebieden nog ontwikkelingen mogelijk zijn en waar zij en/of hun netwerk zelfstandig niet uitkomen. Het team bestaat uit medewerkers van WIJZ (Werk, Inkomen, Jeugd & Zorg), waaronder een gezinscoach, WMO consulent, en jongerencoach. Afhankelijk van de problematiek wordt bepaald wie het aanspreekpunt is. Het team gaat met jongeren aan de slag vanuit het geheel en niet vanuit de losse onderdelen. Ook deze werkwijze is niet gebaseerd op protocollen, maar op vrije beweegruimte binnen de kaders.

63

Uit een rendementsanalyse is gebleken dat deze integrale werkwijze leidt tot meer vakmensschap25 en tot andere oplossingen die meer rendement opleveren. De integrale werkwijze blijkt van toegevoegde waarde voor de kwaliteit van leven van de burgers en hun naasten, voor de pilotteamleden zelf (zij voelen zich niet meer alleen staan en voelen zich gezamenlijk verantwoordelijk en delen het eigenaarschap, wie de procesregie voert is daardoor minder belangrijk), voor de partners (betrokken beroepskrachten en burgers/ondernemers) en voor de gemeente en regievoerders uit aanpalende domeinen. In 2019 zijn er 18 jongeren ondersteund vanuit het integraal team jongvolwassenen. Samenwerking met huisartsen Bij elke huisartsenpraktijk in Peel en Maas zit een gezinscoach, die daar spreekuur heeft. De betreffende gezinscoach is contactpersoon voor de huisarts. Vanuit de gemeente is er twee keer per jaar overleg met de huisartsenpraktijk van Maasbree. De huisarts hier is woordvoerder voor alle huisartsen in Peel en Maas. Bij dit overleg is ook een afgevaardigde van de huisartsenkoepel (Cohesie) aanwezig, waar regionaal 2-4 keer per jaar overleg mee is. Zowel gezinscoaches als huisartsen beschrijven de werkwijze als een win-win.

Er wordt sneller geschakeld met elkaar, er wordt een gedegen en brede(re) analyse gedaan met behulp van het positieve gezondheidsmodel, met minder diagnostiektrajecten als gevolg, en de kwaliteit van de hulp wordt nauwgezet gemonitord middels 3-maandelijkse evaluatiegesprekken. Bovendien leidt dat evalueren tot sneller de juiste hulp op de juiste plek en daarmee is een deel van de trajecten aanzienlijk verkort. De gemeente heeft bewust niet gekozen voor een POH-GGZ, omdat die een GGZ specialisatie heeft, en men juist met een brede blik wil kijken. Daarvoor is

iemand nodig die dat goed uit kan vragen en ervoor kan zorgen dat eventuele hulp integraal opgepakt wordt, is de gedachte. “Huisartsen geven zelf vaak ook aan geen goed beeld te hebben van bijvoorbeeld welzijn en dat lokale brengen gezinscoaches in, naast de meer medische blik van de huisarts.” - Beleidsmedewerker Maatschappelijke Ontwikkeling Samenwerking met het onderwijs Ook alle scholen in de gemeente Peel en Maas hebben een gezinscoach als contactpersoon. De gemeente is van mening dat een goede samenwerking tussen het onderwijs en de jeugdhulp veel problemen, en een onnodig beroep op dure jeugdzorg, kan voorkomen. Samenwerking en korte lijnen tussen de intern begeleider (primair onderwijs) of zorgcoördinator (voortgezet onderwijs) en de gezinscoach worden daarom als cruciaal gezien. Evenals samenwerking en korte lijnen met de leerplichtambtenaar, die in het team van de gezinscoaches zit. Tussen de school en gezinscoach is er 1-2 keer per jaar overleg. Daarnaast zijn er casus specifieke overleggen. Het is afhankelijk van de school en van de casussen hoe intensief de samenwerking is.

Daarnaast is er in Noord-Limburg tussen de samenwerkingsverbanden primair en voortgezet onderwijs, waarin het speciaal onderwijs is geïntegreerd, enerzijds en de gemeenten anderzijds een Op Overeenstemming Gericht Overleg (OOGO) onderwijs – jeugd opgesteld, waarin met elkaar is afgesproken om gemeenschappelijke thema‘s regionaal of lokaal op te pakken. Hiertoe zijn vastgestelde gedeelde uitgangspunten en een ontwikkelagenda opgesteld waarin thema’s als overbelaste jongeren, thuiszitters, de internationale schakelklas en aansluiting op de arbeidsmarkt terugkomen. Men is nu bezig om te komen tot een nieuwe beleidsplan voor 2021 en verder.

25 Deze term verwijst naar het feit dat beroepskrachten naast vakmanschap ook hun kennis en ervaring als mens inbrengen.

64

Pilot Hendig Om de inrichting van de jeugdhulp (verder) door te ontwikkelen zijn beroepskrachten, beleidsmedewerkers, managers, financiële experts en andere experts uit de gemeente Peel en Maas begin 2019 gestart met de pilot Hendig. Binnen Hendig worden vragen van gezinnen samen met hen, partners van de pilot en gezinscoaches in een ‘open tent’ besproken, waarin zij elkaar ontmoeten en samen bepalen wat nodig is26. De tent staat symbool voor de samenwerking die gebaseerd is op ieders expertise en kwaliteiten en veel minder op in welke organisatie iemand werkt. Waar en hoe ze elkaar ontmoeten is een keuze van de beroepskrachten zelf. Een belangrijk kenmerk van Hendig is dat alle partners gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de hulp, de kaders en de inzet van het budget. De gemeente schetst dit vaak aan de hand van het 1-euro principe, die je maar één keer kunt uitgeven en waarvan je gezamenlijk moet bepalen waaraan. Dit principe staat ook centraal in de meedenkgroep financiën, waarin de financiële experts van de aanbieders zitten, en in de meedenkgroep inhoud, waarin de managers van de aanbieders zitten. “Als ik de ene partner een euro geef, geef ik hem niet aan de ander. En die heeft ook iets over die euro te zeggen.

Met zijn drieën hebben we er iets over te zeggen en dan moet je wel het gesprek met elkaar aan durven gaan over bedrijfsvoering, over wat je doet, over hoe je die euro inzet. Want het is allemaal onze euro” - Coördinator gezinscoaches en initiatiefnemer Hendig

26 Bij de start van Hendig waren bij ieder gezin nog alle partners van de pilot aanwezig in de ‘open tent’. Sinds 2020 bepalen partners vooraf, aan de hand van anonieme casuïstiek, of zij van toegevoegde waarde kunnen zijn in een casus (in de vorm van hulp verlenen of meedenken) en op basis daarvan wel of niet deelnemen aan de ‘open tent’.

Daarnaast zijn de experts ook samen verantwoordelijk voor het vinden van oplossingen voor problemen waar ze tegenaan lopen, zoals de vraag hoe de registratie van de casussen binnen Hendig er in de toekomst uit gaat zien. Dit gebeurde voor de eerste casussen handmatig in een Excel bestand, maar dat is niet houdbaar als dit 100 of meer casussen per jaar gaan worden. De vraag wordt gehoord, in dit geval is er ook herkenning bij de projectleiders, en vervolgens wordt er gezegd: “Jullie zijn de experts, welke oplossingen zien jullie?” Op deze wijze zijn de experts altijd onderdeel van de oplossing. In 2019 zijn er 11 casussen opgepakt binnen Hendig, in 2020 waren dit er ongeveer 40. Tot nu toe maken de gezinscoaches steeds een eerste selectie van casussen die zij in de tent willen bespreken. Dit, en ook de samenstelling van de partners in de tent, veelal aanbieders van specialistische hulp, heeft er toe geleid dat er in de tent tot nu toe vooral complexere casussen zijn besproken. In de toekomst wil de gemeente geen selectiecriteria (meer) hanteren voor bespreking in de tent. Dan moeten niet alleen complexe, maar ook eenvoudige (meer preventieve) vragen hier besproken (kunnen) worden. Dit om vanaf het begin af aan gezamenlijk en zo breed mogelijk na te denken over passende hulp. Daarnaast om te voorkomen dat het voor de gezinscoaches voelt als falen om een casus in te brengen.

‘Je vraagt immers pas om hulp als je er zelf niet uitkomt’, kan nu soms de gedachte zijn. Verwachte effecten De verwachting is dat de samenwerking binnen Hendig en het verminderen van de (administratieve) lasten een aantal effecten sorteert. Inhoudelijk dat het leidt tot meer passende en integrale hulp aan de gezinnen die dit nodig hebben. Beroepsmatig dat het vakmanschap en de toegevoegde waarde van professionals leidend is en niet het organisatie- en productmatig perspectief waar men werkzaam is. Bedrijfsmatig dat het leidt tot minder uitgaven en daarmee tot meer budget voor de daadwerkelijke hulp. De verwachting is dat door het ontschotten van budgetten er meer mogelijkheden ontstaan voor

65

betere samenwerking en innovaties in ondersteuning, hulp en zorg aan jeugdigen en gezinnen. “Ik kreeg een hoopvol gevoel toen ik voor het eerst hoorde over Hendig. Nu gaat er misschien wel iets veranderen, dacht ik. Dat gaf me energie. Ik was hoopvol omdat ik denk dat sommige dingen makkelijker van binnenuit dan van bovenaf te veranderen zijn. Wat mij aanspreekt is de energie die vrijkomt doordat we terug gaan naar de bedoeling.” – Beroepskracht welzijnsinstelling Om bovenstaande effecten aan te kunnen tonen zullen er eerst meer casussen ‘Hendig’ opgepakt en ook geëvalueerd moeten worden. Hieronder beschrijven we de eerste ervaringen van ouders, jongeren en beroepskrachten kort. Deze zijn afkomstig uit de evaluaties die de gemeente tot nu toe ontvangen heeft. Eerste ervaringen ouders en jongeren Ouders en jongeren die deelnamen aan de ‘open tent’ zijn veelal tevreden over de manier van werken en over de hulp die na deelname aan de tent vaak snel geboden kon worden. Zij geven doorgaans aan dat zij zich gehoord en serieus genomen voelden, en noemen soms ook expliciet dat zij het gevoel hadden dat de regie bij hen lag of dat de inhoud centraal stond en niet de organisatiebelangen. “Het feit dat iedereen meedenkt en het beste met ons voor had, zonder, wat zal ik zeggen “reclamepraatje” was een hele prettige ervaring.

Wij hadden een beetje verwacht dat iedereen zijn aanbod kenbaar zou maken en dat wij daar dan uit moesten kiezen. Zoals het nu verliep was boven verwachting voor ons.” – Ouders die deelnamen aan de open tent. Ouders en jongeren waardeerden de aanwezigheid, de interesse en het meedenken van de in de tent aanwezige professionals, al kon dit in eerste instantie soms wat overweldigend overkomen.

“We hebben de online meeting als positief ervaren. Omdat wij niet goed wisten welke richting van hulpverlening voor onze hulpvraag het meest passend was, hebben wij daar via deze pilot wat meer zicht op gekregen. Goed om vanuit meerdere invalshoeken vragen te krijgen, want iedere specialist kijkt er toch op een andere manier tegenaan. Op deze manier ontstaat een breed beeld vanuit verschillende expertises, waarbij ook de specialisten onderling elkaars mening kunnen ondersteunen/tegenspreken. Voor ons dan ook een geslaagde pilot. Want wij hebben hierdoor uiteindelijk een richting durven kiezen.” – Ouders die deelnamen aan de open tent. Een klein deel van de ouders besloot (vaak weloverwogen) om niet te starten of verder te gaan met de in de tent besproken hulp. Vaak geven ze wel aan dat ze iets hebben gehad aan het bespreken van hun verhaal in de tent. Uit de evaluaties komt verder naar voren dat het belangrijk is dat gezinnen goed voorbereid worden op de grote groep beroepskrachten in de tent en de functie daarvan, namelijk helpen de vraag helder te krijgen en diverse invalshoeken te belichten om vervolgens de best passende hulp te kunnen organiseren. Eerste ervaringen beroepskrachten Ook de beroepskrachten zijn meestal positief over de manier van werken binnen Hendig. Zij geven aan dat zij na de tent vaak snel aan de slag kunnen.

Verder geven ze aan dat ze leren van elkaar en dat zij kritisch(er) zijn geworden op hun eigen toegevoegde waarde en die van anderen. “Tijdens deze casus werd er echt kritisch gekeken naar welke zorgaanbieder het beste zou passen.” – Beroepskracht Ook hoorden wij vanuit de beroepskrachten dat het uitwisselen van informatie door de korte lijntjes vaak minder tijd kost, waardoor er meer cliëntgebonden tijd overblijft. Al begrepen we ook dat het afstemmen en samenwerken met partners soms lastig is, juist omdat je met zo veel mensen samenwerkt. 66

Een uitdaging die professionals ervaren is de marktwerking in de zorg. In de praktijk blijkt dat, ook binnen Hendig, het vakmanschap en de toegevoegde waarde van beroepskrachten nog niet altijd leidend is, en organisatiebelangen soms wel degelijk nog een rol spelen. De gemeente Peel en Maas stelt deze marktwerking niet ter discussie, maar beschouwt dit als gegeven, waar zo 1,2,3 geen oplossing voor is. De gemeente probeert te koersen op de erkenning van de expertise van beroepskrachten, door de inhoud centraal te stellen, en organisatiebelangen zo min mogelijk kans te bieden, door steeds samen te bepalen wat nodig is en daarbij het hele gezinssysteem in beeld te brengen. Men gelooft in een contextuele aanpak en dat hiervoor een keten nodig is die dit uitstraalt, overeenkomstig handelt en waar collega’s elkaar en elkaars expertise serieus nemen. Die keten moet er toe leiden dat oplossingen duurzamer van karakter zullen zijn, dat zogenaamd ‘shopgedrag’ afneemt en daarmee de kosten. “In het geval van een jongen met overgewicht is het qua bedrijfsvoering aantrekkelijk om hem te accepteren als client, ondanks dat hij door zijn vader met de auto naar de diëtist gebracht wordt. Inhoudelijk is het raadzaam om de vader aan te spreken op zijn gedrag en zijn kind te stimuleren om op de fiets te komen.

Als een ouder hier vervolgens niets mee doet, en naar een andere diëtist gaat, verwachten wij dat deze eerst contact opneemt met zijn collega waarom de behandeling is geëindigd.” - Coördinator gezinscoaches en initiatiefnemer Hendig Op de langere termijn is het de vraag of Hendig krachtig genoeg is om de marktwerking in de zorg tegen te gaan. Kortom, of deze ‘Hendige’ werkwijze, die grotendeels gedreven is op inhoud, relaties, transparantie en vertrouwen, kan werken, en ook tot productie en financiële winst leidt. Voor de initiatiefnemers van Hendig staat dit financiële vraagstuk niet voorop. Zij weten dat Hendig iets oplevert.

“Als je naar een psychiater gaat en je staat daar voor vijf maanden op de wachtlijst en nu niet, is dat toch een enorme winst?” – Coördinator gezinscoaches en initiatiefnemer Hendig Verlenging en verbreding De pilot is inmiddels met drie jaar verlengd. In de verbreding van Hendig is het de bedoeling dat steeds meer casussen volgens de werkwijze van Hendig gaan lopen. Doel is ook om de werkwijze van Hendig gaandeweg te verbreden naar Zorg en Ondersteuning (Wmo en Beschermd Wonen) en Werk en Inkomen (Participatie). Daarnaast hoopt de gemeente door middel van het organiseren van ‘picknicksessies’ andere gemeenten en netwerkpartners te inspireren om met deze werkwijze aan de slag te gaan. Samenwerking aanbieders De gemeente Peel en Maas neemt voor de jeugdhulp de lokale behoeften en structuren steeds als uitgangspunt. Het stimuleren van de pedagogische civil society, preventie en signalering worden binnen de eigen gemeente opgepakt. Ook de toegang tot hulp betreft zo veel mogelijk een lokale aanpak. Waar nodig en/of verplicht maakt de gemeente gebruik van (boven)regionale structuren. (Boven)regionale samenwerking Op bovenregionaal niveau wordt in de organisatie en financiering van de JeugdzorgPlus, crisishulp, Veilig Thuis, jeugdbescherming en jeugdreclassering samengewerkt met andere regio’s en provincies.

In de JeugdzorgPlus wordt samengewerkt met de regio’s Midden-Limburg (West en Oost) en de provincies Zeeland en Noord-Brabant. Voor crisishulp en Veilig Thuis wordt samengewerkt met de regio’s Midden-Limburg (West en Oost), en voor jeugdbescherming en jeugdreclassering wordt samengewerkt met de regio’s Midden en Zuid-Limburg.

67

Voor de inkoop van de maatwerkvoorzieningen werkt de gemeente samen met zes andere gemeenten van Noord-Limburg, te weten Beesel, Bergen, Gennep, Horst aan de Maas, Venlo en Venray (Mook en Middelaar zijn meer op Nijmegen georiënteerd). Ook organiseren en financieren zij gezamenlijk bepaalde vormen van gespecialiseerde zorg, de kindertelefoon, de beschermingstafel (hier worden casussen besproken waarbij overwogen wordt om naar het gedwongen kader te gaan), integrale vroeghulp, het downteam, en het regionale expertteam. De Noord-Limburgse gemeenten hebben er niet alleen voor gekozen om deze voorzieningen samen te organiseren, maar ook om deze samen te financieren (deels) op basis van solidariteit. Dit zien we terug in de verdeelsleutel, waarin de oorspronkelijke rijksbudgetten steeds meer worden losgelaten, en er bij de verdeling van de budgetten wordt uitgegaan van het aantal jeugdigen in een gemeente en het percentage dat daadwerkelijk gebruik maakt van jeugdhulp. Naast het gezamenlijk organiseren en financieren van regionale jeugdhulp vormen de Noord-Limburgse gemeenten een werkgroep, waarin alle onderwerpen op het gebied van Jeugd worden behandeld. Ze zijn onder andere in gesprek over hoe het zorglandschap van 2025 eruit moet zien om jeugdigen zo optimaal en thuis mogelijk te laten opgroeien.

Ze verkennen trends en ontwikkelingen, hoe ze invulling kunnen geven aan de transformatie (de Transformatieambitie Sociaal Domein) en hoe ze de expertise van de individuele zorgprofessionals optimaal kunnen benutten. Ook kijken ze hoe ze beter over de grenzen van de wetten heen kunnen kijken en kunnen ontschotten om zorg en ondersteuning integraal, op maat, snel en dichtbij huis, te organiseren. De rol van de diverse toegangen tot jeugdhulp (gemeenten, huisartsen, gecertificeerde instellingen) wordt tegen het licht gehouden, met als doel om het zorglandschap in 2025 zo efficiënt mogelijk te organiseren. Ook worden er in regionaal verband (algemene) voorstellen uitgewerkt (voor bijvoorbeeld pilots) die vervolgens worden aangepast aan de lokale behoeften en omstandigheden in de gemeenten en worden er op regionaal niveau afspraken gemaakt met huisartsen en jeugdartsen, het UWV, de Zorgverzekeraar en het Zorgkantoor.

Lokale overlegstructuren Op lokaal niveau gaat de gemeente met aanbieders in gesprek als daar aanleiding voor is. Alleen binnen Hendig is er structureel overleg tussen de gemeente en aanbieders, in de meedenkgroep inhoud en in de meedenkgroep financiën. Regionale overlegstructuren Op regionaal vlak heeft de gemeente leveranciersgesprekken met de belangrijkste aanbieders27 en structureel overleg met de GI’s, Veilig Thuis en de Raad van de Kinderbescherming over samenwerkingsafspraken en afspraken op het gebied van transformatie. Een van de afspraken met de GI’s is bijvoorbeeld dat er jaarlijks een themabijeenkomst wordt georganiseerd door de GI zodat medewerkers toegang gemeenten en GI’s elkaar leren kennen. Lokaal is er alleen structureel overleg met de grootste GI: Bureau Jeugdzorg Limburg. Een van hun medewerkers zit in het Huis van de Gemeente en sluit aan bij de MDO’s. Met Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en met zorgaanbieders voor volwassenen (in relatie 18-/18+ en eventuele zorg voor ouders) is er op lokaal vlak alleen overleg als daar aanleiding voor is. Voor Veilig Thuis is een van de gezinscoaches aanspreekpunt. Zij heeft structureel afstemming met Veilig Thuis op uitvoerend niveau. Voorheen zat er elke week een medewerker van Veilig Thuis in het Huis van de Gemeente.

Dit vergemakkelijkte de samenwerking, maar vanwege Corona is dit al bijna een jaar niet meer aan de orde. Als dit weer mogelijk is, wil de gemeente dit weer opstarten. Nieuwe aanbieders Met aanbieders die in Peel en Maas een locatie willen openen of ondernemers die een initiatief willen ontplooien, wordt contact gezocht door de accountmanager Sociaal Domein en de coördinator van de gezinscoaches voor een gesprek over de werkwijze in Peel en Maas, wat de samenwerking met de

27 Leveranciersgesprekken met andere regionale aanbieders worden op dit moment doorontwikkeld in de nieuwe sturing en inkoop.

68

gezinscoaches inhoudt, dat verbinding met de lokale structuren heel belangrijk wordt gevonden (gezinnen moet in hun netwerken verder kunnen) en dat de behoefte leidend is. Financiering, inkoop en contractering Open house constructie De gemeente Peel en Maas kent een Open House constructie. Ze streeft naar een breed aanbod, om hulp zo dicht mogelijk bij huis aan te kunnen bieden, en is van mening dat nieuwe aanbieders ook tussentijds aan moeten kunnen sluiten. Inkoop (boven) regionaal De meest intensieve (en dure) vormen van jeugdhulp worden op regionaal niveau ingekocht. De kosten daarvan worden via een vaste verdeelsleutel verdeeld. JeugdzorgPlus contracteert Peel en Maas zoals eerder aangegeven op bovenregionaal niveau, op het niveau van landsdeel zuid (Zeeland, Brabant en Limburg). Binnen dit landsdeel zijn er 10 jeugdzorgregio’s. Zij kopen de JeugdzorgPlus gezamenlijk in om zo de fluctuaties in de benodigde capaciteit en de financiële risico’s te spreiden. Uitgangspunt daarbij is dat elke jeugdzorgregio naar daadwerkelijk gebruik bijdraagt en dat de financiële risico’s niet alleen bij de gemeenten liggen maar ook (deels) bij de instellingen die hier actief zijn: Almata, BJ-Brabant, Icarus, en Ottho Gerhard Helderingstichting (OGH).

Samen met de jeugdzorgregio’s van Midden- en Zuid-Limburg is NoordLimburg in 2018 ook gekomen tot een gezamenlijke subsidietender voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Hiermee hebben ze het advies van de VNG opgevolgd om per 1 januari 2019 over te stappen op subsidie als financieringssystematiek voor jeugdbescherming en jeugdreclassering. Regionaal inkoopbureau Om op het gebied van inkoop en opdracht geven de krachten te bundelen en om te voorkomen dat in iedere individuele gemeente hetzelfde werk gebeurt, is de Modulair Gemeenschappelijke Regeling opgericht, het inkoopbureau

voor jeugdhulp voor de regio Noord-Limburg waar Peel en Maas onderdeel van is. De MGR onderhoudt een regionale productcatalogus waaruit de zeven aangesloten Noord-Limburgse gemeenten kunnen ‘bestellen’ en sluit voor de regiogemeenten raamovereenkomsten met aanbieders. Zo verzorgt de regeling een aantal bovenlokale diensten, zoals de crisishulp en Veilig Thuis28. In de overeenkomsten staan ook afspraken over prijs en kwaliteit. Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met de aard en omvang van de te verrichten taken, de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie, een redelijke toeslag voor overheadkosten, een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg en kosten voor bijscholing van het personeel. Er zijn geen afspraken over volume. Vanuit de lokale (en regionale) toegang bepalen burgers samen met gezinscoaches welke ondersteuning, hulp en zorg nodig zijn. De gemeente Peel en Maas is binnen de regeling een gemeente waarvan geleerd kan worden. Tegelijkertijd dient er gewaakt te worden voor stereotypering: “dat is weer Peel en Maas”.

Daarin zoekt Peel en Maas voortdurend de balans. – Procesbegeleider van de expertisetent van Hendig Kostenbeheersing en sturing Het is de gemeente Peel en Maas over het jaar 2019 niet gelukt om binnen het begrote budget te blijven. De gemeente heeft doelbewust geld bijgelegd. Het uitgangspunt bij de begroting van Peel en Maas is dat de rijksmiddelen die

28 Daarnaast faciliteert de MGR ontwikkeltafels, een overlegstructuur waarin gemeenten en aanbieders de overeenkomsten vanuit de innovatiegedachte doorontwikkelen, en verzorgt de MGR een aantal werkzaamheden op het gebied van monitoring en registratie, om de kwaliteit van zorg te bewaken. De MGR heeft geen enkele taak op het gebied van beleidsontwikkeling. Dit blijft bij de zeven gemeenten. De regeling is dus alleen uitvoerend en ondersteunend.

69

de gemeente ontvangt voor het sociaal domein leidend zijn voor de bepaling van de begrotingsbudgetten. Daarbij kijkt de gemeente al integraal naar het sociaal domein maar desondanks blijkt dat deze rijksmiddelen ontoereikend zijn om de werkelijke kosten te kunnen dekken. In 2019 is vanuit de reserves, die sociaal domein breed en inmiddels uitgeput zijn, 6,5 ton toegevoegd aan de budgetten in het sociaal domein en desondanks is het tekort op het totale sociaal domein aanzienlijk. Sociaal domein breed was er een tekort van bijna 6 ton. Op het programma Werk en inkomen werd een voordeel gerealiseerd, maar de programma’s Zorg en ondersteuning en Jeugd en Onderwijs lieten een tekort zien. Het tekort op het programma Jeugd en Onderwijs was bijna 7 ton. De baten waren 2,5 ton hoger dan begroot en de lasten een ruimte 9 ton hoger dan begroot zodat er per saldo een negatieve afwijking resteerde. De kosten voor het sociaal domein in Peel en Maas ontwikkelen zich overigens in ongeveer dezelfde lijn (zelfs iets positiever) als in de regiogemeenten. Een Hendig alternatief Binnen de pilot Hendig is een eigen financieringsstructuur opgezet door de meedenkgroep-financiën. Dit is een alternatief voor de administratieve werkwijze (berichtenverkeer) en productenstructuur met veel codes en bijbehorende tariefsopbouw.

De meedenkgroep heeft de codes teruggebracht tot acht en daar één bedrag achter gezet. Het idee is dat iedereen doet wat nodig is, en de code kiest die past bij zijn of haar werk. Een nog te beantwoorden vraagstuk zijn de bijbehorende ‘haken en ogen’ op het gebied van rechtmatigheid / juridisch, privacy en inkoop / aanbesteding. Deze ‘Hendige financieringsstructuur’ wordt nu de lokale inkoopstrategie, deze is niet opgezet vanuit beheersing, maar vanuit de inhoud.

Monitoring en kwaliteitsborging Peel en Maas heeft als doel om samen met haar inwoners en partners te werken aan een lerend jeugdhulpstelsel. Op lokaal niveau beschrijft de kaderstelling de richting waar de gemeente naar toe wil. Hierin staan de resultaten die de gemeente wil bereiken, beschreven in de vorm van doelen en uitgangspunten. De afdeling Jeugd schrijft jaarlijks een uitvoeringsplan, waarin wordt aangegeven wat de afdeling gaat doen om de doelen en uitvoeringsafspraken uit de kaderstelling te realiseren. Daarin wordt beschreven wie wat op welke manier oppakt en hoe dit gemonitord gaat worden. Deze plannen worden binnen de afdeling tussentijds en aan het einde van het jaar geëvalueerd en bieden de gelegenheid om jaarlijks, binnen de hoofdlijnen van de kaderstelling, bij te sturen en aanpassingen door te voeren. Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt periodiek geëvalueerd. Het college doet 1 keer per jaar tijdens de werkbijeenkomst sociaal domein verslag over de doeltreffendheid en de effecten van het beleid aan de gemeenteraad, aan de hand van de monitoringsgegevens jeugd / sociaal domein. De afdeling jeugd verantwoordt naar de raad abstract en op hoofdlijnen via de jaarverantwoording.

Lokale monitoring Wat betreft monitoring geeft het lokale dashboard jeugd vooral kwantitatieve informatie over de uitvoering van de jeugdhulp in Peel en Maas, zoals over het aantal cliënten in de jeugdhulp (per leeftijdsgroep, per aanbieder, per maatwerkvoorziening), het aantal verwijzingen (per aanbieder) en de stapeling van jeugdhulp. Aanvullend levert het casemanagement van de gezinscoaches voor de gemeente belangrijke informatie op over bijvoorbeeld de doorstroom en doelmatigheid van de jeugdhulp. Casemanagement is de inhoudelijke en procesmatige/wetmatige betrokkenheid van de gezinscoaches als de ondersteuning van het gezin/de jeugdige bij een andere (specialistische) zorgaanbieder wordt belegd. Dit houdt in dat de gezinscoach betrokken blijft bij het 70

gezin en bijhoudt of de extra hulp aansluit bij de verwachtingen en of er aan de afgesproken doelen wordt gewerkt. Hij of zij koppelt dit (na toestemming) ook terug naar andere betrokkenen, zoals de huisarts, al kan dit naar eigen zeggen nog consequenter. Naast meer kwantitatieve monitoringsgegevens maakt de gemeente gebruik van verhalen, klachten en andere signalen om van te leren en te verbeteren. Dat de gemeente dit belangrijk vindt, blijkt onder meer uit de ontwikkeling van het Vertelpunt Vele Handen. Dit is een alternatieve manier om ervaringen van cliënten op te halen, waarbij cliënten zelf bepalen hoe en op welk moment zij hun ervaringen delen. Dit gebeurt als onderdeel van het hulpverleningsproces, zodat de ervaringen ook terecht kunnen komen bij de betrokken beroepskrachten en zij hierover met cliënten in gesprek kunnen. Het uitgangspunt is om deze feedback structureel op te halen, zodat de gemeente ook structureel kan (door)ontwikkelen. Ook voert de gemeente regelmatig rendementsanalyses uit, zoals bijvoorbeeld rond de overgang van jeugdhulp naar andere wettelijke kaders (18-/18+). Regionale monitoring Sociaal domein breed kent de regio Noord-Limburg de Arrangementenmonitor Sociaal Domein. Dit is het monitoringsinstrument waarmee de regiogemeenten (zowel apart als gezamenlijk) ontwikkelingen kunnen volgen.

De monitor geeft inzicht in de aantallen en kosten van de maatwerkvoorzieningen op wijkniveau. De gegevens van gemeenten, voorliggende voorzieningen, UWV, Zorgverzekeraar en het Zorgkantoor (Wlz) worden hier in samenhang gepresenteerd aan de hand van tien leefdomeinen, zodat ook de samenhang en eventuele verschuivingen tussen de pijlers inzichtelijk wordt. Door regionaal data te analyseren, trends te signaleren, kwantitatieve onderbouwingen aan te leveren en een koppeling te maken tussen indicaties en de realisatie van ondersteuning, verwacht de gemeente een wezenlijke bijdrage te leveren aan het optimaliseren van de vier sturingselementen in het sociaal domein. Dit moet leiden tot een zo goed mogelijk functionerend zorgaanbod voor de inwoners.

Ook kunnen analyses van zorgconsumptie per wijk of wijkteam worden opgesteld en kunnen op de langere termijn ook trends zichtbaar worden op basis waarvan het beleid geëvalueerd en bijgesteld kan worden en (nieuwe) ondersteuningsarrangementen ontwikkeld en bijgesteld kunnen worden. Ook krijgt de gemeente hiermee inzicht in de samenhang en substitutie tussen de financieringspijlers waarmee de samenwerking tussen gemeenten en bijvoorbeeld zorgverzekeraars versterkt kan worden. Monitoring landelijke ontwikkelingen De gemeente heeft ook aandacht voor de effectiviteit van interventies en best practices zoals die elders in het land worden toegepast. Enkele bronnen die de gemeente daarbij gebruikt, zijn het NJi, de informatie uit de J42 en BJ42, Samen Werken aan Jeugdbescherming (2017), het ondersteuningsteam jeugdhulp (OZJ), Gemeenten van de Toekomst, en diverse nieuwsbrieven en werkbezoeken. De gemeente Peel en Maas is daarin vooral op zoek naar wat aansluit bij hun eigen missie en visie. Kwaliteitsborging Voor de ingekochte jeugdhulp is in het programma van eisen opgenomen dat gewerkt wordt volgens de norm van verantwoorde werktoedeling. Dit betekent dat zorgaanbieders werken met vakbekwame professionals en voor bepaalde werkzaamheden beroepsgeregistreerde professionals op hbo- of wo-niveau inzetten.

Om de kwaliteit van de gezinscoaches te waarborgen is er sprake van intensieve teamcoaching en intervisie onder begeleiding van een gekwalificeerde gedragswetenschapper. In het multidisciplinair overleg worden gezinscoaches bijvoorbeeld voortdurend gecoacht in het in de eigen kracht zetten van burgers. De intervisie vindt wekelijks plaats en heeft een verplicht karakter. Verder vindt alle noodzakelijke scholing ten behoeve van SKJ (her)registratie voortdurend plaats. In 2019 is er specifiek geschoold op systemisch werken en verlies verwerken. 71

Binnen de pilot Hendig werd er voorheen gezamenlijk aan deskundigheidsbevordering gedaan in zogenaamde expertisetenten. Nu wordt dit, naast formele registraties, onderhouden via inkleurdagen. Deze inkleurdagen waren in het begin vooral gericht op het leren van elkaar en elkaars kwaliteiten. Nu zijn de inkleurdagen gericht op wat beroepskrachten nodig hebben om hun werk te kunnen doen en hoe dat gefaciliteerd kan worden. Het succes van Peel en Maas Succesfactoren Heldere en breed gedragen visie De gemeente Peel en Maas is een gemeente met een heldere, breed gedragen visie, waarin iedereen zijn meerwaarde zoekt ten opzichte van anderen. De gemeente vertrouwt op het vakmanschap van beroepskrachten en legt handelingsvrijheid, doorzettingsmacht en beslissingsbevoegdheden zoveel mogelijk bij de mensen die met de voeten in de klei staan en weten wat er daadwerkelijk speelt. In gesprek blijven met elkaar en vertrouwen in elkaar staan daarbij centraal. In de dagelijkse praktijk wordt er ook wel gesproken over het DNA van Peel en Maas, waarin deze elementen allemaal aanwezig zijn en waar iedereen binnen de gemeente over beschikt. “Het zit echt in de mensen” – Accountmanager Sociaal Domein en procesbegeleider van Hendig De visie is met elkaar gemaakt en doorleeft en wordt consistent en consequent gehanteerd op alle niveaus.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://raad.roosendaal.nl/api/v1/meetings/1134/documents/29390